CConstaterende datLeidschendam-Voorburg
Koppel je AI →
Document · PDF

2936 Bodemenergieplan Leidschendam-Voorburg 22 februari 2022

Raadsvergadering 27 september 2022, gemeente Leidschendam-VoorburgBij agendapunt: Raadsvoorstel: Vaststellen Verordening interferentiegebieden bodemenergiesystemen en het Bodemenergieplan Leidschendam-Voorburg.11.186 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

deklaag

200 d / 50 m²/d

15 – 50

matig grof tot uiterst grof zand

1e watervoerende pakket

700 m²/d

50 – 60

matig fijn zand, klei en leem

1e scheidende laag

0 – 1.000 d

matig fijn tot matig grof zand en klei- en

2e watervoerende pakket

650 m²/d

60 – 120

leemlagen 120 – 130

matig fijn zand en klei

2e scheidende laag

0 – 600 d

130 – 260

matig fijn tot matig grof zand en kleilagen

3e watervoerende pakket

1.400 m²/d

> 260

klei en fijn zand

hydrologische basis

∞

Een korte onderbouwing van de bodemopbouw is opgenomen in het bodemenergieplan. In de bijlage van deze notitie zijn de boorbeschrijvingen van enkele boringen opgenomen. Het doorlaatvermogen van het eerste en tweede watervoerende pakket is bepaald op basis van de korrelgroottes uit de boorbeschrijvingen uit DINOLoket en gerealiseerde bronnen in LeidschendamVoorburg. Het doorlaatvermogen in het derde watervoerende pakket is bepaald op basis van korrelgroottes en uitgevoerde capaciteits- en pompproeven bij gerealiseerde open bodemenergiesystemen in Leidschendam-Voorburg en omgeving.

Datum Referentie Pagina

3 februari 2022 70160/SV 2/5

Modelopbouw Om de hydrologische effecten van het bodemenergiesysteem te berekenen, is gebruik gemaakt van het hydrologische softwarepakket MLU voor Windows (Multi Layer Unsteady state). Meer informatie over MLU is te vinden op www.microfem.com. De bodemopbouw in het model is gebaseerd op de geohydrologische schematisatie in Tabel 1. Voor de deklaag is een weerstand van 200 d aangehouden. Voor een worst-case berekening voor de effecten naar ondiepe belangen is voor de eerste en tweede scheidende laag uitgegaan van een weerstand van 1 d. Voor het berekenen van het worst-case effect in het opslagpakket is voor de eerste en tweede scheidende laag uitgegaan van respectievelijk 1.000 d en 600 d. Uitgangspunt is dat de bodemopbouw geldt voor het totale gemodelleerde gebied. In Tabel 2 is de modelopbouw weergegeven. Tabel 2 | Modelopbouw diepte

toelichting

[m-mv]

doorlaatvermogen

weerstand

[m²/d]

[d]

0

gesloten bovenrand

-

∞

0 – 10

fictief freatisch watervoerend pakket

50

-

10 – 15

deklaag

-

200

15 – 50

1e watervoerende pakket

700

-

50 – 60

1e scheidende laag

-

1 / 1.000

60 – 120

2e watervoerende pakket

650

-

120 – 130

2e scheidende laag

-

1 / 600

130 – 135

3e watervoerende pakket

55

-

135

fictieve scheidende laag

-

4,5

135 – 155

3e watervoerende pakket (filter)

220

-

155

fictieve scheidende laag

-

7,3

155 – 175

3e watervoerende pakket (filter)

220

-

175

fictieve scheidende laag

-

19

175 – 260

3e watervoerende pakket

935

-

260

hydrologische basis

-

∞

In het bodemenergieplan is per ontwikkeling opgenomen welke broncapaciteit benodigd is op basis van een eerste inventarisatie van de grootte van de ontwikkelingen. Per ontwikkeling zijn indicatief bronnen ingepast binnen de zoekgebieden. In het model is uitgegaan van de broncapaciteiten uit het bodemenergieplan. Wanneer de broncapaciteit lager is dan 50 m³/uur is uitgegaan van een filterlengte van 20 m (135 – 155 m-mv) en bij een hogere capaciteit van een filterlengte van 40 m (135 – 175 m-mv). Uit de berekeningen volgt dat de invloed op de grondwaterstand in de worst-case situatie 0,04 m bedraagt. In Figuur 1 zijn de hydrologische effecten in het opslagpakket weergegeven voor de worst-case bodemopbouw. De maximale berekende stijghoogteverandering in het opslagpakket bedraagt 6,5 m.

Datum Referentie Pagina

3 februari 2022 70160/SV 3/5

Figuur 1 | Hydrologische effecten in het opslagpakket

De maximale invloed op het bodemenergiesysteem van het Gemeentehuis bedraagt 0,08 m, wat dermate gering is dat dit geen invloed heeft op het functioneren van dit systeem. Verzilting Het zoet-/brakgrensvlak ligt op een diepte van circa 60 m-mv en het brak-/zoutgrensvlak op een diepte van circa 65 m-mv. Op basis van het model waarin voor de scheidende lagen een weerstand van 1 d is aangehouden is berekend dat de verticale stroming op de diepte van het brak-/zoutgrensvlak maximaal 6 m. Hierbij is op basis van de uitgangspunten uit het bodemenergieplan uitgegaan van 1.800 vollasturen per seizoen (koel- en verwarmingsseizoen). De verplaatsing is in elk seizoen gelijk, alleen de richting is tegenovergesteld. Op jaarbasis is, bij een waterbalans op jaarbasis, de verticale verplaatsing nihil. Bij een weerstand van 100 d voor zowel de eerste als de tweede scheidende laag is de verticale stroming ter plaatse van het brak-/zoutgrensvlak nihil. Het risico op verzilting is bij de gekozen configuratie zeer klein.

Datum Referentie Pagina

3 februari 2022 70160/SV 4/5

Zettingen De stijghoogteveranderingen als gevolg van het bodemenergiesysteem kunnen zetting veroorzaken. In welke mate deze zettingen daadwerkelijk optreden, hangt af van de zettingsgevoeligheid van de aanwezige bodemlagen en van de grootte van de stijghoogteveranderingen. Daarnaast zijn de eerder opgetreden bodembelastingen van belang. Deze zogenaamde voorbelastingen kunnen hebben plaatsgevonden bij extreem lage stijghoogten in droge jaren of door eerdere (tijdelijke) onttrekkingen. De potentiële zetting is berekend met de formule van Koppejan. Hiervoor is de bodem geschematiseerd conform de opbouw in Tabel 2. De zettingconstanten zijn ontleend aan NEN-blad 6740 - bladzijde 20. Voor de scheidende lagen is worst-case uitgegaan van matig vaste schone klei. Via deze methode is een maximale eindzetting van 31 mm berekend, waarvan 2 mm in de deklaag (zie bijlage). Het berekende maximale zettingsverhang bedraagt in de directe nabijheid van de bronnen (binnen 10 m rondom de bronnen) maximaal 1 m per 600 m. In werkelijkheid draait het systeem niet continu op maximaal debiet, waardoor de berekende hydrologische effecten een overschatting zijn. De berekende eindzetting is daarom ook een overschatting van de werkelijk optredende zetting.

In de Nederlandse Norm voor Geotechniek ontwerp (NEN-EN 1997-1+C1+A1, Eurocode 7) zijn normen opgenomen om een ongewenst verlies aan bruikbaarheid, schade of hoge onderhoudskosten aan infrastructuur en constructies te voorkomen. Volgens deze NEN-norm kan verlies van bruikbaarheid optreden wanneer de zetting groter is dan 50 mm en het zettingsverhang (rotatie) groter is dan 1:500. Bij de aanwezigheid van ondiepe zettingsgevoelige bodemlagen, zoals een deklaag, kunnen verschillen in de samenstelling van de betreffende laag aanleiding geven tot verschilzettingen aan maaiveld. Wanneer de veroorzaakte zetting in de deklaag groter is dan 15 mm, kunnen effecten van betekenis optreden (Krachtwerktuigen en IF Technology, 1992). De berekende maximale eindzetting en de daarmee gepaard gaande verschilzetting zijn beperkt en veroorzaken geen schade aan gebouwen, funderingen, wegen, ondergrondse infrastructuur of constructies. Spoor De maximaal berekende eindzetting ter plaatse van het tramspoor dat direct ten westen van het plangebied ligt bedraagt 23 mm, waarvan 9 mm in de deklaag (zie bijlage). Het berekende maximale zettingverhang bedraagt 1 m per 12.500 m. Het dichtstbijzijnde treinspoor ligt op circa 500 m van het plangebied. De grootte van de zetting en het zettingsverhang ter plaatse van het treinspoor zal kleiner zijn dan bij het tramspoor.

ProRail hanteert voor sporen een maximaal zettingsverhang van 1 m per 1.000 m (6 mm per spoorstaaf van 6 m). Het berekende zettingsverhang ter plaatse van het tramspoor valt ruim binnen deze norm. Daarom zal het zettingsverhang ter plaatse van het treinspoor, welke op grotere afstand dan het tramspoor is gelegen, ook binnen de norm vallen.

Datum Referentie Pagina

3 februari 2022 70160/SV 5/5

Waterkering De waterkeringen binnen het plangebied betreffen verholen waterkering; waterkeringen die niet duidelijk herkenbaar zijn als dijklichaam. Binnen het plangebied betreft het een oeverbescherming met aangrenzende grond. Met name grote verschilzettingen kunnen van invloed zijn op de stabiliteit van de waterkering. De maximale zetting ter plaatse van een waterkering bedraagt 15 mm, waarvan 4 mm in de deklaag (zie bijlage). Het berekende maximale zettingsverhang bedraagt 1 m per 3.200 m. Ten aanzien van de waterkeringen is met name de zetting in de deklaag van belang, omdat de zetting op grotere diepte naar maaiveld toe uitdempt. Hierdoor zal het zettingsverhang in werkelijkheid kleiner zijn dan berekend. Het zettingsverhang is vele malen kleiner dan de norm die is opgenomen voor infrastructuur en constructies. De bodemenergiesysteem zullen geen invloed hebben op de stabiliteit van de waterkeringen. Per aanvraag moet in overleg met het hoogheemraadschap bepaald worden waar de exacte bronlocaties nabij de waterkeringen mogen komen. Transportleidingen Dunea Ten aanzien van de transportleidingen van Dunea wordt verwacht dat, gezien de beperkte zetting van de deklaag, de zetting geen negatieve invloed heeft op de leidingen.

De gemeente heeft aangegeven dat de exacte ligging van de Dunea-leidingen niet bekend zijn en dat bij ontwikkelingen middels een proefsleuf/proefsleuven de exacte ligging bepaald kan worden. Geadviseerd wordt om de bronnen buiten de gepresenteerde beschermingszones van de leidingen te realiseren. Wanneer dit niet mogelijk is moet in overleg met Dunea bepaald worden of en op welke afstand van de transportleidingen de bronnen gerealiseerd kunnen worden binnen de beschermingszones en aan welke eisen voldaan moet worden. Verontreinigingen In de deklaag kunnen (rest)verontreinigingen voorkomen. Op basis van de worst-case hydrologische berekeningen wordt een maximale verticale stroming over de deklaag van 0,1 m per seizoen berekend. De verplaatsing is in elk seizoen gelijk, alleen de richting is tegenovergesteld. Op jaarbasis is, bij een waterbalans op jaarbasis, de verticale verplaatsing nihil. Gezien de zeer kleine invloed binnen een seizoen is er geen risico op het verplaatsen van verontreinigingen als gevolg van de bodemenergiesystemen.

Zettingsberekening

Versie 29 september 2004

Berekening van eindzetting volgens de methode van Koppejan (combinatie van Terzaghi en Keverling Buisman) Projectnaam: Projectnummer: Datum berekening: Rapport: Specialist: Opmerking(en):

Leidschendam-Voorburg 70160 3-2-2022 Bodemenergieplan H. de Jonge zetting bij de bron Gebruikte formule van Terzaghi:

z= GLG:

Materiaal

1 m-mv [m-mv]

[m]

diepte 0

Dikte

∆H

10

0,002

Onverz.zone

[-]

[-]

[-]

[kg/m3]

[N/m²]

[N/m²]

[mm]

Cp

Cs

Conein

r

sk

Dsk

Z

-

-

-

1600

10 Klei

15

160 10,909091

1800

15 0,081

1000 1,00E+99

1000

2100

50 15

160 10,909091

2000

60 0,208

1000 1,00E+99

1000

2100

120 10

15

160 10,909091

2000

5

6,463

650 1,00E+99

650

2100

20

6,463

650 1,00E+99

650

2100

20

6,308

650 1,00E+99

650

85

0,034

650 1,00E+99

650

Z GLG

IF Technology bv

907425 2040,48

0

1280205 32721,3

23

1356232,5

63402

0

63402

1

1706940 61881,5

1

1491120

2100 2100

2273467,5

333,54

0

2732085

Verklaring van de parameters:

Cp Cs Conein r sk Dsk

2

1814850

260

symbolen D ∆H

534645 1417,55

1599030

175 Zand

0

1383210

155 Zand

794,61

1329255

135 Klei

296752,5

1231155

130 Zand

2

583695

60

Klei

88290 407,115

485595

10

Zand

0

107910

35

Klei

68670

5

Zand

D s k + Ds k ln C sk

Totale zetting [mm]

verklaring = Dikte = Stijghoogteverandering = Primaire zettingsconstante = Seculaire zettingsconstante = Totale zettingsconstante = Bulkdichtheid

eenheid [m] [m] [-] [-] [-] [kg/m3]

= Korrelspanning

[N/m2]

= Verandering korrelspanning = Zetting = Gemiddelde laagste grondwaterstand

[N/m ] [mm] [m-mv]

31

2

Eindzettingsberekening max feb 2022

3-2-2022

Zettingsberekening

Versie 29 september 2004

Berekening van eindzetting volgens de methode van Koppejan (combinatie van Terzaghi en Keverling Buisman) Projectnaam: Projectnummer: Datum berekening: Rapport: Specialist: Opmerking(en):

Leidschendam-Voorburg 70160 3-2-2022 Bodemenergieplan H. de Jonge zetting bij het tramspoor Gebruikte formule van Terzaghi:

z= GLG:

Materiaal

1 m-mv [m-mv]

[m]

diepte 0

Dikte

∆H

10

0,011

Onverz.zone

[-]

[-]

[-]

[kg/m3]

[N/m²]

[N/m²]

[mm]

Cp

Cs

Conein

r

sk

Dsk

Z

-

-

-

1600

10 Klei

15

160 10,909091

1800

15 0,353

1000 1,00E+99

1000

2100

50 15

160 10,909091

2000

60 0,426

1000 1,00E+99

1000

2100

120 10

15

160 10,909091

2000

5

1,281

650 1,00E+99

650

2100

20

1,281

650 1,00E+99

650

2100

20

1,514

650 1,00E+99

650

85

0,283

650 1,00E+99

650

Z GLG

IF Technology bv

907425 4179,06

0

1280205 8372,84

6

1356232,5 12566,6

0

1491120 12566,6

0

2100

1706940 14852,3

0

2100

2273467,5 2776,23

0

2732085

Verklaring van de parameters:

Cp Cs Conein r sk Dsk

7

1814850

260

symbolen D ∆H

3821

1599030

175 Zand

534645

1383210

155 Zand

0

1329255

135 Klei

296752,5 3462,93

1231155

130 Zand

9

583695

60

Klei

88290 1785,42

485595

10

Zand

0

107910

35

Klei

68670

5

Zand

D s k + Ds k ln C sk

Totale zetting [mm]

verklaring = Dikte = Stijghoogteverandering = Primaire zettingsconstante = Seculaire zettingsconstante = Totale zettingsconstante = Bulkdichtheid

eenheid [m] [m] [-] [-] [-] [kg/m3]

= Korrelspanning

[N/m2]

= Verandering korrelspanning = Zetting = Gemiddelde laagste grondwaterstand

[N/m ] [mm] [m-mv]

23

2

Eindzettingsberekening max feb 2022

3-2-2022

Zettingsberekening

Versie 29 september 2004

Berekening van eindzetting volgens de methode van Koppejan (combinatie van Terzaghi en Keverling Buisman) Projectnaam: Projectnummer: Datum berekening: Rapport: Specialist: Opmerking(en):

Leidschendam-Voorburg 70160 3-2-2022 Bodemenergieplan H. de Jonge zetting bij waterkering Gebruikte formule van Terzaghi:

z= GLG:

Materiaal

1 m-mv [m-mv]

[m]

diepte 0

Dikte

∆H

10

0,005

Onverz.zone

[-]

[-]

[-]

[kg/m3]

[N/m²]

[N/m²]

[mm]

Cp

Cs

Conein

r

sk

Dsk

Z

-

-

-

1600

10 Klei

15

160 10,909091

1800

15 0,16

1000 1,00E+99

1000

2100

50 15

160 10,909091

2000

60 0,231

1000 1,00E+99

1000

2100

120 10

15

160 10,909091

2000

5

1,652

650 1,00E+99

650

2100

20

1,652

650 1,00E+99

650

2100

20

1,662

650 1,00E+99

650

85

0,097

650 1,00E+99

650

Z GLG

IF Technology bv

907425 2266,11

0

1280205 9236,12

7

1356232,5 16206,1

0

1491120 16206,1

0

2100

1706940 16304,2

0

2100

2273467,5

951,57

0

2732085

Verklaring van de parameters:

Cp Cs Conein r sk Dsk

3

1814850

260

symbolen D ∆H

534645 1917,86

1599030

175 Zand

0

1383210

155 Zand

1569,6

1329255

135 Klei

296752,5

1231155

130 Zand

4

583695

60

Klei

88290 809,325

485595

10

Zand

0

107910

35

Klei

68670

5

Zand

D s k + Ds k ln C sk

Totale zetting [mm]

verklaring = Dikte = Stijghoogteverandering = Primaire zettingsconstante = Seculaire zettingsconstante = Totale zettingsconstante = Bulkdichtheid

eenheid [m] [m] [-] [-] [-] [kg/m3]

= Korrelspanning

[N/m2]

= Verandering korrelspanning = Zetting = Gemiddelde laagste grondwaterstand

[N/m ] [mm] [m-mv]

15

2

Eindzettingsberekening max feb 2022

3-2-2022

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leidschendam&id=07ff3d67-005e-4b89-9d65-59b1b35a9189