2936 Bodemenergieplan Leidschendam-Voorburg 22 februari 2022
Tekst van het document
Bodemenergie Leidschendam-Voorburg Bodemenergieplan Klein Plaspoelpolder en Overgoo
Datum Referentie Betreft
22 februari 2022 70160/SV/20220222 Bodemenergieplan Klein Plaspoelpolder en Overgoo
Behandeld door
Henk de Jonge en Bastiaan Rus
Gecontroleerd door
Stijn Verplak & Roy Schleedoorn
Versienummer
3.0
OPDRACHTGEVER Gemeente Leidschendam-Voorburg Postbus 1005 2260 BA Leidschendam contactpersoon: mevr. N. Altun
ADVISEUR BODEMENERGIE IF Technology BV Postbus 605 6800 AP Arnhem contactpersoon:
dhr. B. Rus
Bron foto voorzijde: Google Earth
Datum Referentie Pagina
22 februari 2022 70160/SV 3/26
INHOUDSOPGAVE 1 Inleiding 1.1 Kader 1.2 Aanleiding bodemenergieplan 1.3 Doel van een bodemenergieplan 2 Gebruiksregels 2.1 Gebruiksregels open bodemenergiesystemen 2.2 Gebruiksregel gesloten bodemenergiesystemen 3 Algemene toelichting 3.1 Principe bodemenergie 3.1.1 Open en gesloten systemen 3.1.2 Indeling open systemen 3.2 Bodemeigenschappen 3.2.1 Bodemgeschiktheid open en gesloten bodemenergiesystemen 3.2.2 Overige geohydrologische eigenschappen bodemenergiesystemen 3.3 Bodembelangen 3.4 Wettelijke kaders 3.4.1 Open bodemenergiesystemen 3.4.2 Gesloten bodemenergiesystemen 3.4.3 Lozingen 4 Inventarisatie vraag en aanbod 4.1 Ontwikkelingen 4.2 Warmte- en koudevraag 4.3 Match vraag/aanbod 5 Toelichting gebruiksregels 5.1 Gebruiksregels open systemen 5.2 Gebruiksregel gesloten systemen Bijlage 1 – Plankaart Bijlage 2 – Tabellen Bijlage 3 – Kentallen en uitgangspunten
4 4 4 5 6 6 7 8 8 8 8 9 10 12 12 16 16 17 18 20 20 20 21 23 23 25 27 28 32
Datum Referentie Pagina
22 februari 2022 70160/SV 4/26
1
Inleiding
1.1
KADER Klein Plaspoelpolder en Overgoo veranderen van gebieden met (grote) kantoren en bedrijven naar een groene, duurzame omgeving waar men prettig kan wonen en werken. Hierbij is de verwachting dat er gebruik gaat worden gemaakt van bodemenergie voor het duurzaam klimatiseren van de nieuwbouw, waardoor de drukte in de ondergrond zal toenemen. Om het bodempotentieel zo optimaal mogelijk te benutten is aanbevolen om de toepassing van bodemenergie in deze gebieden te reguleren. In Figuur 1.1 is het projectgebied weergegeven. Het projectgebied heeft een oppervlakte van circa 20 hectare. Aangezien de twee gebieden tegen elkaar liggen is ervoor gekozen om beide gebieden in één bodemenergieplan uit te werken.
Figuur 1.1 | Projectgebied Klein Plaspoelpolder en Overgoo
1.2
AANLEIDING BODEMENERGIEPLAN Bij grootschalige toepassing van bodemenergie neemt de drukte in de ondergrond sterk toe. Voorkomen moet worden dat bij een toename van het aantal bodemenergiesystemen negatieve interferentie tussen bodemenergiesystemen onderling of nadelige beïnvloeding van andere ondergrondse functies optreedt (Figuur 1.2).
Datum Referentie Pagina
22 februari 2022 70160/SV 5/26
Regie is gewenst om een optimaal en duurzaam gebruik van de ondergrond te borgen, zodat zoveel mogelijk partijen die zich vestigen in Klein Plaspoelpolder en Overgoo gebruik kunnen maken van duurzame bodemenergie. Regie zorgt ervoor dat ongewenste interferentie (negatieve interactie) tussen bodemenergiesystemen onderling of met andere ondergrondse functies wordt voorkomen. Zonder regie is het waarschijnlijk dat er niet optimaal gebruik wordt gemaakt van het beschikbare potentieel aan bodemenergie. Met als gevolg dat er geen optimale invulling wordt gegeven aan de bodempotentie die aanwezig is.
Figuur 1.2 | Overzicht ondergrondse functies
1.3
DOEL VAN EEN BODEMENERGIEPLAN Een bodemenergieplan geeft de gemeente Leidschendam-Voorburg de mogelijkheid om de ondergrondse inrichting van Klein Plaspoelpolder en Overgoo met betrekking tot bodemenergiesystemen te regisseren met als doel optimaal gebruik te maken van de ondergrond voor bodemenergie. De gemeente zet hierbij in op de toepassing van bodemenergiesystemen. Dit sluit aan bij de Lokale Energie Strategie van de gemeente. Uitwerking van het bodemenergieplan vindt plaats door inventarisatie van de voornaamste (inrichtingbepalende) randvoorwaarden: - Bovengrondse inrichting projectgebied (beschikbare ruimte voor bronpositionering) - Energievraag bouwontwikkelingen - Bestaande en toekomstige overige ondergrondse functies/belangen - Bodemopbouw en capaciteit Afweging van deze randvoorwaarden leidt tot een bodemenergieplan waarbij kansen voor combinatie van functies worden benut en negatieve interactie tussen verschillende gebruikers wordt geminimaliseerd.
Datum Referentie Pagina
22 februari 2022 70160/SV 6/26
2 Gebruiksregels Onderstaande gebruiksregels stellen de voorwaarden voor toepassing van de verschillende vormen van bodemenergie in Klein Plaspoelpolder en Overgoo. De gebruiksregels gelden binnen het gebied zoals weergegeven op de plankaart opgenomen in Bijlage 1. De gebruiksregels zijn aanvullend op de wettelijke regels die worden gesteld aan bodemenergie. Ontwikkelende partijen die in het gebied een bodemenergiesysteem willen realiseren, dienen zich te allen tijde te houden aan de wettelijke kaders voor bodemenergie. In Hoofdstuk 3.4 is een samenvatting van de algemene wettelijke kaders voor bodemenergie opgenomen. Daarnaast dienen bodemenergiesystemen binnen de hieronder beschreven gebruiksregels te worden ontworpen, gerealiseerd en geëxploiteerd. Bij de gebruiksregels wordt onderscheid gemaakt tussen open en gesloten bodemenergiesystemen. Nadere toelichting op de onderstaande gebruikersregels staat beschreven in Hoofdstuk 5.
2.1
GEBRUIKSREGELS OPEN BODEMENERGIESYSTEMEN 1. Het open bodemenergiesysteem moet worden uitgevoerd als een doubletsysteem in het derde watervoerende pakket. 2. Open bodemenergiesystemen uitgevoerd als recirculatiesystemen of monobronnen zijn niet toegestaan. 3. De warme en koude bronnen van een open bodemenergiesysteem in het derde watervoerende pakket moeten binnen de aangegeven warme (rode) en koude (blauwe) zones worden gepositioneerd. 4. Het bodemenergiesysteem bereikt uiterlijk vijf jaar na de datum van ingebruikname een moment waarop de hoeveelheid koude die door het systeem aan de bodem is toegevoegd ten minste 100% en ten hoogte 115% bedraagt ten opzichte van de hoeveelheid warmte, die vanaf die datum door het systeem aan de bodem is toegevoegd. Het systeem herhaalt dit telkens uiterlijk vijf jaar na het laatste moment waarop die situatie werd bereikt. 5. Nieuwe open bodemenergiesystemen in de bufferzone moeten aansluiten op het strokenpatroon uit het bodemenergieplan. Aangetoond moet worden dat een nieuw bodemenergiesysteem geen nadelige invloed heeft op aanwezige of toekomstige bodemenergiesystemen in het projectgebied. 6. De bronnen en het leidingwerk moeten gerealiseerd worden op eigen terrein, gedeeld terrein of terrein van derden niet zijnde de gemeente, mits afstemming met de betreffende grondeigenaren heeft plaatsgevonden. 7.
Indien het redelijkerwijs niet mogelijk is om aan alle gebruiksregels te voldoen, kan afgeweken worden van de gebruiksregels. Een onderbouwing van de afwijking moet, samen met een schriftelijke goedkeuring van de gemeente, bij de vergunningaanvraag Waterwet gevoegd worden en ter goedkeuring aan de provincie worden voorgelegd.
Datum Referentie Pagina
22 februari 2022 70160/SV 7/26
2.2
GEBRUIKSREGEL GESLOTEN BODEMENERGIESYSTEMEN 1. Gesloten bodemenergiesystemen mogen tot een maximale diepte van 120 m-mv gerealiseerd worden. 2. De bodemlussen en het leidingwerk moeten gerealiseerd worden op eigen terrein, gedeeld terrein of terrein van derden niet zijnde de gemeente, mits afstemming met de betreffende grondeigenaren heeft plaatsgevonden. 3. Indien het redelijkerwijs niet mogelijk is om aan alle gebruiksregels te voldoen, kan afgeweken worden van de gebruiksregels. Afwijkingen op de gebruiksregels dienen met gedegen en voldoende onderbouwing ter goedkeuring aan de gemeente Leidschendam-Voorburg te worden voorgelegd.
Datum Referentie Pagina
22 februari 2022 70160/SV 8/26
3 Algemene toelichting 3.1
PRINCIPE BODEMENERGIE Bodemenergiesystemen maken gebruik van de bodem om warmte en/of koude op te slaan in het aanwezig grondwater. Deze warmte en/of koude wordt gebruikt voor de klimatisering van gebouwen of processen. Hiermee worden aanzienlijke energiebesparingen ten opzichte van conventionele verwarmings- en koelinstallaties gerealiseerd. Onderstaand figuur presenteert de verschillende typen bodemenergiesystemen. opslag doublet recirculatie open systeem bodemenergie
opslag monobron gesloten systeem
recirculatie
Figuur 3.1 | Overzicht bodemenergiesystemen
Hieronder worden de verschillende typen bodemenergiesystemen nader toegelicht. 3.1.1
Open en gesloten systemen Open systemen, ook wel warmte-/koudeopslag (WKO) genoemd, bestaan uit bronnen die grondwater onttrekken en infiltreren. Energie in de vorm van warmte en koude wordt opgeslagen in een ondergrondse watervoerende laag. Deze energie wordt vervolgens onttrokken om te verwarmen (in combinatie met warmtepompen) of te koelen. In de zomer wordt gekoeld met winterkoude en in de winter wordt verwarmd met zomerwarmte. Open systemen worden meestal toegepast op dieptes tussen de 20 tot 250 meter beneden maaiveld. Een open systeem is met name rendabel bij de grotere ontwikkelingen vanaf circa 50 woningen, kantoren en andere utiliteitgebouwen. Gesloten systemen, ook wel bodemwarmtewisselaars genoemd, bestaan uit flexibele kunststof lussen in de bodem waarmee warmte en koude aan de bodem wordt onttrokken door middel van geleiding. Er wordt geen grondwater onttrokken. Gesloten systemen worden over het algemeen gerealiseerd tot een diepte van circa 200 meter beneden maaiveld. Een systeem kan al interessant zijn voor één woning. Daarnaast worden gesloten systemen ook toegepast bij kleine utiliteitsbouw (scholen, kleine kantoren), maar in toenemende mate ook bij grotere ontwikkelingen, zoals kantoorgebouwen en appartementencomplexen.
3.1.2
Indeling open systemen De categorie van open systemen kan nader onderscheiden worden naar concepten met één of meer bronnen en met wél of géén opslag van de warmte of koude.
Datum Referentie Pagina
22 februari 2022 70160/SV 9/26
Doublet en monobron Open systemen zijn onderverdeeld in doubletten en monobronnen. Bij een doubletsysteem worden twee bronnen horizontaal ten opzichte van elkaar geplaatst, zodat de warme en koude bellen zich naast elkaar vormen. Een monobron bestaat uit slechts één bron, waarbij twee filters op ongelijke diepte in de bodem gepositioneerd worden. Hierbij vormen de warme en koude bel zich onder elkaar. Opslagsystemen en recirculatiesystemen Bij een opslagsysteem wordt de warmte en koude opgeslagen bij de bronnen. Eén bron is de zogenoemde warme bron, de andere bron de koude bron. Deze bronnen onttrekken en infiltreren afwisselend, afhankelijk van het seizoen. Een recirculatiesysteem is een alternatief systeem dat bestaat uit een onttrekkings- en een infiltratiebron. Er is geen sprake van opslag. Er wordt namelijk continu grondwater onttrokken uit de ene bron en geïnfiltreerd in de andere bron. Met het onttrokken grondwater, met een temperatuur gelijk aan de natuurlijke grondwatertemperatuur, wordt in de zomer gekoeld en in de winter verwarmd. In Figuur 3.2 zijn de hierboven beschreven concepten schematisch weergegeven.
Open: doublet (opslag)
Open: monobron (opslag)
Open: doublet (recirculatie)
Gesloten: bodemwarmtewisselaars
Figuur 3.2 | Schematische weergave verschillende varianten van bodemenergie
3.2
BODEMEIGENSCHAPPEN Het technisch functioneren van een bodemenergiesysteem is afhankelijk van een aantal bodemeigenschappen. De belangrijkste voorwaarde voor open systemen is dat in de bodem een geschikte watervoerende zandlaag aanwezig is die voldoende capaciteit biedt voor de opslag van koude en warmte. Een gesloten systeem kan, in tegenstelling tot een open systeem, in een slecht doorlatende laag worden aangelegd. De doorlatendheid is van ondergeschikt belang, aangezien er ook warmte-uitwisseling in slecht doorlatende lagen, zoals klei- of veenlagen kan plaatsvinden.
Datum Referentie Pagina
22 februari 2022 70160/SV 10/26
Een ander aspect dat een rol speelt is grondwaterstroming. Voor zowel open als gesloten systemen zijn de snelheid en de richting van de grondwaterstroming van belang bij het positioneren van de bronnen of bodemwarmtewisselaars. Bij een hoge grondwaterstroming kan bij een open systeem thermische interactie tussen de warme en koude bellen optreden. Dit dient in verband met rendementsverlies te worden voorkomen. Bij gesloten systemen heeft een hoge grondwaterstroming veelal juist een positieve invloed op het thermisch functioneren, omdat de bodem rond de bodemlus minder snel zal afkoelen en opwarmen. Tenslotte is voor open systemen de grondwaterkwaliteit van belang. De chemische samenstelling en de temperatuur van het grondwater zijn van belang voor het goed functioneren van een open systeem. Daarnaast mag een open systeem geen verzilting veroorzaken, dus moet ook gekeken worden naar de invloed op het zoet-/brakgrensvlak. Aangezien bij een gesloten systeem geen grondwater wordt onttrokken, is de werking van dit systeem niet afhankelijk van de waterkwaliteit van het grondwater. Bovengenoemde aspecten worden verder in dit hoofdstuk behandeld. Daarbij wordt aangegeven in hoeverre ze de haalbaarheid van open en gesloten bodemenergiesystemen in Klein Plaspoelpolder en Overgoo beïnvloeden. Dit geeft een globaal beeld van de haalbaarheid, gebaseerd op een geohydrologisch vooronderzoek.
Elke initiatiefnemer van bodemenergie dient zelf de benodigde onderzoeken uit te voeren om de haalbaarheid van het beoogde bodemenergiesysteem te toetsen. Onderstaande informatie is daarom ter indicatie weergegeven. Hieraan kunnen geen rechten worden ontleend. 3.2.1
Bodemgeschiktheid open en gesloten bodemenergiesystemen De bodemopbouw in de directe omgeving van het projectgebied is beschreven op basis van de volgende gegevens: - Grondwaterkaart van Nederland; - Regionaal Geohydrologisch Informatie Systeem (REGIS); - Boorbeschrijvingen uit het archief van TNO Bouw en Ondergrond via DINOLoket (o.a. B30G4705, B30G4748, B30G0877 en B30G0936); - Boorbeschrijvingen van omliggende bodemenergiesystemen (Double U, Gemeentehuis Leidschendam-Voorburg, Mall of the Netherlands, Dillenburgh en GGZ Haagstreek). Op basis van deze gegevens is de bodemopbouw geschematiseerd in een aantal watervoerende pakketten en scheidende lagen. Tabel 3.1 geeft de globale bodemopbouw in het plangebied weer. Lokaal kan de bodemopbouw variëren. De lokale bodemopbouw dient bij de vergunningaanvraag voor elk individueel systeem nader te worden beschouwd.
Datum Referentie Pagina
22 februari 2022 70160/SV 11/26
Tabel 3.1 | Schematisatie van de bodem diepte
lithologie
geohydrologische benaming
0 – 15
klei en matig grof zand
deklaag
15 – 50
matig grof tot uiterst grof zand
1e watervoerende pakket
50 – 60
matig fijn zand, klei en leem
1e scheidende laag
60 – 120
matig fijn tot matig grof zand en klei- en leemlagen
2e watervoerende pakket
120 – 130
matig fijn zand en klei
2e scheidende laag
130 – 260
matig fijn tot matig grof zand en kleilagen
3e watervoerende pakket
> 260
klei en fijn zand
hydrologische basis
[m-mv]*
* m-mv = meter minus maaiveld; het maaiveld bevindt zich op circa -1 tot 1 m NAP
Geschiktheid open bodemenergiesystemen Eerste watervoerende pakket In de provincie Zuid-Holland is het in principe niet toegestaan gebruik te maken van het eerste watervoerende pakket voor open bodemenergiesystemen in stedelijk gebied. Hiervan kan afgeweken worden als een bodemenergieplan opgesteld wordt voor een gebied, waarin aangetoond wordt dat toepassing van bodemenergie in het eerste watervoerende pakket geen ondiepe belangen schaadt (beleidsregel open bodemenergiesystemen provincie Zuid-Holland art 3, lid 3). Gezien de beperkte dikte van het eerste watervoerende pakket is het pakket bodemtechnisch gezien niet geschikt voor de grootschalige toepassing van bodemenergie en wordt daarom geen gebruik gemaakt van afwijking van het beleid. Eerste scheidende laag De diepte en dikte van de eerste scheidende laag varieert per locatie. Op deze diepte wordt in meerdere boorbeschrijvingen klei, leem en fijn zand aangetroffen. Op basis van de beschikbare informatie is deze scheidende laag op enkele locaties niet duidelijk te onderscheiden en kan dus sprake zijn van het afwezig zijn van deze scheidende laag. Tweede watervoerende pakket Het tweede watervoerende pakket bestaat uit matig fijn tot matig grof zand en wordt lokaal afgewisseld met klei- en leemlagen. Aan de bovenzijde van dit pakket is op basis van de beschikbare informatie niet overal een scheidende laag aanwezig.
Het tweede watervoerende pakket is bodemtechnisch geschikt voor open bodemenergiesystemen, maar door de ligging van het zoet-/brakgrensvlak binnen dit pakket is dit pakket juridisch gezien niet geschikt voor het toepassen van open bodemenergiesystemen. Tweede scheidende laag De diepte en dikte van de tweede scheidende laag kan op per locatie verschillen. In de meeste boringen wordt op en rond deze diepte klei aangetroffen. In een enkele boring is deze scheidende laag niet duidelijk aanwezig. Derde watervoerende pakket Het derde watervoerende pakket bestaat uit matig fijn tot matig grof zand afgewisseld met lokaal aanwezige kleilagen. Het watervoerende pakket is geschikt voor het toepassen van open bodemenergiesystemen. Op basis van de beschikbare informatie wordt het maximale debiet voor onttrekken en infiltreren geschat tussen de 100 – 125 m3/uur.
Datum Referentie Pagina
22 februari 2022 70160/SV 12/26
Geschiktheid gesloten bodemenergiesystemen Voor het benutten van het maximale potentieel aan bodemenergie in Klein Plaspoelpolder en Overgoo is een scheiding tussen de open en gesloten bodemenergiesystemen aangehouden. Voor een eenduidige en eenvoudig ordening is het uitgangspunt dat open bodemenergiesystemen toegepast kunnen worden in het derde watervoerende pakket vanaf een diepte van 130 m-mv en de gesloten systemen tot een diepte van 120 m-mv. Hiermee kan kavel specifiek worden gekozen en is het ook mogelijk om open en gesloten bodemenergiesystemen “boven” elkaar te realiseren. Ondanks de diepterestrictie voor gesloten systemen is het toepassen van gesloten bodemenergiesystemen nog steeds goed toepasbaar. 3.2.2
Overige geohydrologische eigenschappen bodemenergiesystemen De overige geohydrologische eigenschappen die belangrijk zijn voor de toepassing van een open of gesloten bodemenergiesysteem zijn weergegeven in Tabel 3.2. Tabel 3.2 | Geohydrologische eigenschappen voor een open of gesloten bodemenergiesysteem parameter
toelichting
grondwaterstand
0,8 m-mv (0,6 – 1,2 m-mv) (bron: peilbuis B30G1037)
stijghoogte 1e watervoerend pakket
-2,6 m NAP (-2,4 – -2,8 m NAP) (bron: peilbuis B30G0012)
stijghoogte 2e watervoerend pakket
-2,3 m NAP (bron: REGIS)
stijghoogte 3e watervoerend pakket
-1,7 m-NAP (bron: REGIS)
artesisch grondwater
niet aanwezig
stromingssnelheid- en richting opslagpakket
5 m/jaar in zuidelijke richting
(3e watervoerende pakket) zoet/brak/zout-overgangen
zoet-/brakgrensvlak: circa 60 m-mv, brak-/zoutgrensvlak: circa 65 m-mv
gas
geen afwijkende gasdruk verwacht
deeltjes
verhoogd risico op deeltjes door fijnere zandlagen, kleilagen en kleibijmenging
redox
geen redoxovergang in opslagpakket
temperatuur opslagpakket
12°C (0 – 120 m-mv), 13 °C (130 – 260 m-mv)
geschikt, geen belemmering of aandachtspunt
aandachtspunt of risico
hoog risico of belemmering
Deeltjes Het derde watervoerende pakket bevatten fijne zandlagen, kleilagen en zand- en kleibijmengingen. Fijne zand- en kleideeltjes kunnen verstopping van de bronfilters van een open bodemenergiesysteem veroorzaken. In het bronontwerp moet hier rekening mee gehouden worden om de risico’s op bronverstopping te minimaliseren. Dit aspect vormt geen risico voor gesloten bodemenergiesystemen.
3.3
BODEMBELANGEN In Tabel 3.3 zijn de relevante belangen opgenomen die van invloed kunnen zijn op de werking van een open en/of gesloten bodemenergiesysteem in het projectgebied. Het gaat om zowel technische als juridische aspecten.
Datum Referentie Pagina
22 februari 2022 70160/SV 13/26
Tabel 3.3 | Technische en juridische aspecten bodemenergiesysteem belangen enkele grondwateronttrekkingen in het projectgebied, geen aandachts-
grondwateronttrekkingen
open bodemenergiesystemen
punt voor het toepassen van open en gesloten bodemenergiesystemen 1
bied geen gemelde gesloten bodemenergiesystemen in of binnen 250 m van
gesloten bodemenergiesystemen
het plangebied ontoelaatbare zetting wordt niet verwacht gezien beperkte clustering
zettingen
bronnen en verwachte benodigde broncapaciteiten
grondwaterbescherming
niet gelegen in een milieubeschermingsgebied voor drinkwater
natuurbelangen archeologie
één vergund open bodemenergiesysteem binnen 500 m van het plange-
geen natuur en beschermde gebieden waterhuishouding aanwezig 2
aardkundig waardevol gebied
hoge verwachting archeologische waarden niet gelegen in een aardkundig waardevol gebied
3 verontreinigingen
op basis van informatie van de gemeente zijn geen diepe grondwaterverontreinigingen aanwezig. Bodemverontreinigingen kunnen aandachtspunt voor realisatie vormen.
waterkering
4
waterkering met beschermingszone aanwezig binnen Overgoo geen spoor aanwezig binnen het plangebied, wel spoor(tunnel) ten wes-
spoor
ten van het plangebied. Geen ontoelaatbare negatieve invloed verwacht (zie zettingen).
begraafplaats
geen begraafplaats aanwezig binnen het deelgebied weg- en spoortunnel ten westen van het plangebied, geen aandachtspunt
ondergrondse infrastructuur kabels en leidingen
bij open bodemenergiesystemen in het derde watervoerende pakket 5
lozingen geschikt, geen belemmering of aandachtspunt
drinkwaterleiding Dunea binnen plangebied mogelijkheden voor lozing van ontwikkel- en spuiwater dient per bodemenergiesysteem nader onderzocht te worden aandachtspunt of risico
hoog risico of belemmering
1. Open bodemenergiesysteem Op circa 350 m van het plangebied is het open bodemenergiesysteem van het gemeentehuis Leidschendam-Voorburg gelegen. De gemeente heeft een vergunning om maximaal 400.000 m³ per jaar te onttrekken en infiltreren met een maximale capaciteit van 90 m³/uur uit het gecombineerde tweede en derde watervoerende pakket. Door de wijze van ordening van de zoekgebieden en de afstand en ligging van het open bodemenergiesysteem van het gemeentehuis zal de hydrologische en thermische invloed van de beoogde bodemenergiesystemen op dit systeem beperkt zijn en geen invloed hebben op het functioneren van dit systeem. 2. Archeologie Uit de beleidskaart Archeologie van de gemeente Leidschendam-Voorburg, Wassenaar en Voorschoten (zie Figuur 3.3) blijkt dat Klein Plaspoelpolder een hoge archeologische waarde heeft en Overgoo gedeeltelijk een lage waarde en gedeeltelijk een hoge waarde heeft. Binnen Overgoo is ook een terrein die op de Archeologische Monumentenkaart (AMK) is aangegeven. Voor dit gebied geldt dat bodemverstorende activiteiten dieper dan 30 cm in principe niet zijn toegestaan, tenzij een rapport wordt opgesteld waarin de archeologische waarde van het terrein wordt vastgesteld en, indien nodig, maatregelen worden getroffen om aanwezige archeologische resten in de bodem te
Datum Referentie Pagina
22 februari 2022 70160/SV 14/26
behouden. Voor gebieden met een hoge archeologische waarde geldt deze voorwaarde voor bodemverstorende activiteiten groter dan 100 m² en dieper dan 30 cm. Hier dient rekening mee gehouden te worden bij de realisatie van een bodemenergiesysteem. Voor gebieden met een lage archeologische waarde geldt de voorwaarde voor verstoringen groter dan 2.000 m². Binnen deze gebieden gelden geen aanvullende voorwaarden ten aanzien van archeologie voor het realiseren van een open bodemenergiesysteem. Geadviseerd wordt om voor realisatie van een open bodemenergiesysteem in overleg met de gemeente te bepalen welke maatregelen genomen moeten worden ten aanzien van archeologie.
Figuur 3.3 | Archeologische waarde/verwachting (bron: Beleidskaart archeologie herijking 2013)
3. Verontreinigingen Op basis van informatie van de gemeente zijn geen verontreinigingen aanwezig in het beoogde opslagpakket. Ondiep (in de deklaag) zijn er meerdere (rest)verontreinigingen aanwezig. Deze vormen geen aandachtspunt voor het in gebruik hebben van een bodemenergiesysteem. Wel kunnen ze een aandachtspunt vormen bij de realisatie van de bronnen en het leidingwerk. Voorafgaand aan de realisatie van een bodemenergiesysteem dient bij de gemeente de recente verontreinigingssituatie opgevraagd te worden. De aannemer moet conform de geldende regelgeving passende
Datum Referentie Pagina
22 februari 2022 70160/SV 15/26
maatregelen nemen om verspreiding van verontreinigingen te voorkomen en veiligheidsrisico’s te vermijden. 4. Waterkering Binnen Overgoo is een waterkering met bijbehorende beschermingszone aanwezig (Figuur 3.4). Binnen de waterkering en de beschermingszone zijn bodemverstorende werkzaamheden in principe niet toegestaan, omdat deze de stabiliteit en kerende werking van de waterkering kunnen beïnvloeden. Op basis van de Beleidsregel medegebruik waterkeringen van het Hoogheemraadschap van Delfland is medegebruik van de waterkeringen mogelijk. Onder voorwaarden kan het mogelijk zijn om bodemlussen en bronnen voor een bodemenergiesysteem binnen de waterkering en/of beschermingszones te realiseren. In een oriënterend gesprek met het Hoogheemraadschap is aangegeven dat per ontwikkeling gekeken moet worden welke mogelijkheden hiervoor zijn en onder welke voorwaarden. De verwachting van het Hoogheemraadschap is dat de mogelijkheden hiervoor langs De Vliet beperkt zijn, maar mogelijk voor de waterkering midden in Overgoo meer mogelijkheden zijn. Per ontwikkeling moet dit afgestemd worden, voordat de vergunning Waterwet aangevraagd wordt.
Figuur 3.4 | Ligging waterkeringen (oranje) en beschermingszones (geel)
5. Kabels en leidingen Binnen het plangebied liggen er drie transportleidingen van Dunea (zie Bijlage 1). Rond deze leidingen ligt een beschermingszone met een breedte van 5 tot 9 m vanuit de hart van de leiding. Binnen deze beschermingszone kunnen geen bronnen geboord worden. De exacte ligging van de leidingen (en daarmee de beschermingszones) is niet bekend. Wanneer in de buurt van de leidingen bronnen beoogd zijn, moet in een voorstadium (voor vergunningaanvraag Waterwet en realisatie) contact
Datum Referentie Pagina
22 februari 2022 70160/SV 16/26
opgenomen worden met Dunea, moet de exacte ligging bepaald worden en moet in overleg met Dunea bepaald worden waar bronnen gerealiseerd kunnen worden.
3.4
WETTELIJKE KADERS De aanleg en bedrijfsvoering van bodemenergiesystemen raakt aan diverse belangen, zoals milieu, drinkwater, bodemkwaliteit, etc. Voor de aanleg ervan is daarom meestal een vergunning vereist. Ook gelden specifieke procedures. Hieronder volgt een beknopte beschrijving van de te volgen procedures en vergunningsplichten bij de aanleg van open en gesloten systemen. Daarna volgt ook een kort overzicht van de regels die gelden voor lozingsactiviteiten. Steeds is hierbij ook aangegeven welk orgaan het bevoegd gezag is.
3.4.1
Open bodemenergiesystemen Het onttrekken en infiltreren van grondwater bij een open bodemenergiesysteem is vergunningplichtig in het kader van de Waterwet. Als bijlage bij de vergunningaanvraag dienen de effecten van het systeem in een effectenstudie te worden gekwantificeerd. De belangrijkste aspecten bij een vergunningaanvraag in het kader van de Waterwet zijn samengevat in Tabel 3.4 en daaronder nader toegelicht. Tabel 3.4 | Belangrijkste aspecten vergunning open systemen aspect
toelichting
bevoegd gezag
provincie Zuid-Holland
vergunningplicht
alle open systemen
doorlooptijd
reguliere procedure: 8 weken tot publicatie definitieve beschikking uniforme openbare voorbereidingsprocedure: 6 maanden tot publicatie definitieve beschikking
leges/publicatiekosten
De provincie rekent geen leges voor open bodemenergiesystemen
juridische voorwaarden
- de gemiddelde infiltratietemperatuur in de bronnen mag niet hoger zijn dan 25 °C en niet lager zijn dan 5 °C, de provincie heeft de mogelijkheid om een hogere temperatuur toe te staan; - bodemenergiesystemen mogen geen ontoelaatbare negatieve invloed hebben op reeds aanwezige bodemenergiesystemen of andere belanghebbenden in de omgeving; - verontreinigingen mogen niet extra verplaatst worden door het toepassen van bodemenergie; - verzilting van het zoete grondwater dient te worden voorkomen; - een koudeoverschot is in principe toegestaan en een warmteoverschot verboden, de provincie heeft de mogelijkheid om het koudeoverschot te beperken.
Een deel van deze (en andere) voorwaarden gesteld aan het installeren en het in werking hebben van een open systeem staan in meer detail in de artikelen 6.11a tot en met 6.11i van het Waterbesluit. Procedure Voor een vergunningaanvraag Waterwet geldt de reguliere procedure van de Algemene wet bestuursrecht. Deze procedure duurt circa 8 weken. De provincie heeft de mogelijkheid om op de aanvraag te beslissen met toepassing van de uniforme openbare voorbereidingsprocedure (Afd. 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht). Dit kan zij onder andere doen wanneer een open bodemenergiesysteem is beoogd nabij omgevingsbelangen, sprake is van beïnvloeding van belangen en afstemming met betrekking tot deze belangen niet (afdoende) is uitgevoerd. De provincie heeft aangegeven dat wanneer (de bronnen) van een open bodemenergiesysteem binnen een beschermingszone
Datum Referentie Pagina
22 februari 2022 70160/SV 17/26
(zoals van een waterkering of een watertransportleiding van Dunea) gerealiseerd wordt, zij voornemens is om bij de vergunningaanvraag Waterwet de uniforme openbare voorbereidingsprocedure te doorlopen. Deze procedure zal ook gevolgd worden als afgeweken wordt van de ordeningsregels uit het bodemenergieplan. Deze procedure duurt circa 6 maanden. Binnen deze procedure wordt, afwijkend van de reguliere procedure, eerst een ontwerpbesluit ter inzage gelegd, voordat het definitieve besluit uitkomt. Voor elke vergunningaanvraag voor een bodemenergiesysteem in het kader van de Waterwet dient een formele m.e.r.-beoordeling uitgevoerd te worden. Voor systemen met een waterverplaatsing van minder dan 1.500.000 m³/jaar geldt een vormvrije m.e.r.-beoordeling en hoeft bij het indienen van de vergunningaanvraag Waterwet geen m.e.r.-beoordelingsbesluit toegevoegd te worden. De m.e.r.-beoordeling kan plaatsvinden parallel aan de procedure van de vergunningaanvraag Waterwet. Middels een korte notitie bij de vergunningaanvraag Waterwet wordt het initiatief aangemeld voor de m.e.r.-beoordeling. Nadat het bodemenergieplan door de provincie is verankerd in een provinciale beleidsregel, zal de provincie nieuwe vergunningaanvragen Waterwet voor open bodemenergiesystemen toetsen aan de gebruikersregels uit het bodemenergieplan. 3.4.2
Gesloten bodemenergiesystemen Gesloten bodemenergiesystemen zijn meldings- en soms vergunningplichtig. Alle gesloten systemen moeten tenminste gemeld worden (conform het Besluit lozen buiten inrichting of Activiteitenbesluit milieubeheer). Voor gesloten systemen met een bodemzijdig vermogen groter dan of gelijk aan 70 kW, alsmede alle systemen die in een interferentiegebied worden gerealiseerd, moet ook een Omgevingsvergunning Beperkte Milieutoets (OBM) worden aangevraagd bij het bevoegd gezag (gemeente Leidschendam-Voorburg). De belangrijkste aspecten voor de melding en vergunningverlening voor gesloten systemen zijn samengevat in Tabel 3.5 en daaronder nader toegelicht. Tabel 3.5 | Belangrijkste aspecten melding en vergunning gesloten systemen aspect
toelichting
bevoegd gezag
Gemeente Leidschendam-Voorburg
melding
alle systemen
vergunningplicht
≥ 70 kW of ligging in interferentiegebied
doorlooptijd
melding: 4 weken voor start werkzaamheden vergunning: 8 weken tot publicatie definitieve beschikking (OBM)
belangrijkste algemene regels
- de temperatuur van de circulatievloeistof mag niet hoger zijn dan 30 °C en niet lager zijn dan -3 °C, de gemeente heeft de mogelijkheid om een hogere temperatuur toe te staan; - bij vermoedelijke lekkage: onmiddellijk buiten werking stellen en circulatievloeistof verwijderen (tenzij de circulatievloeistof uit alleen water bestaat); - gesloten bodemenergiesystemen mogen geen negatieve invloed hebben op reeds aanwezige bodemenergiesystemen of andere belanghebbenden in de omgeving; - een koudeoverschot is in principe toegestaan en een warmteoverschot verboden, de gemeente heeft de mogelijkheid om het koudeoverschot te beperken.
Deze (en andere) voorschriften gesteld aan het installeren en het in werking hebben van gesloten bodemenergiesystemen zijn opgenomen in hoofdstuk 3a van het Besluit lozen buiten inrichting en paragraaf 3.2.8 uit het Activiteitenbesluit milieubeheer.
Datum Referentie Pagina
22 februari 2022 70160/SV 18/26
Op het moment dat het plangebied van Klein Plaspoelpolder en Overgoo is aangewezen als interferentiegebied via een gemeentelijke verordening, gaat voor alle gesloten bodemenergiesystemen een vergunningsplicht gelden. Door het vaststellen en verankeren van een gemeentelijke beleidsregel kan de gemeente vastleggen op basis van welke regels een vergunningaanvraag voor een gesloten bodemenergiesysteem wordt getoetst. Deze regels zijn gebaseerd op het voorkomen van interferentie tussen systemen en het bevorderen van doelmatig gebruik van de ondergrond voor zowel open als gesloten bodemenergiesystemen. Dit kan betekenen dat de gemeentelijke beleidsregel beperkingen oplegt aan de aanleg van gesloten systemen. 3.4.3
Lozingen Er zijn verschillende momenten waarop lozingen, en daarmee de wettelijke kaders voor lozingsactiviteiten, aan de orde zijn. Ten aanzien van onttrekkingen van grondwater is de visie van de gemeente Leidschendam-Voorburg grondwaterneutraliteit, wat betekent dat de voorkeur bestaat voor het retourneren van grondwater in de bodem. Het beleid van het Hoogheemraadschap van Delfland is eveneens het voorkomen van een afvalwaterstroom. Boren van de bronnen/lussen (boorspoelwater) Voor de aanleg van de bronnen van open bodemenergiesystemen en de lussen van gesloten systemen moet worden geboord. Tijdens het boren komt spoelwater vrij (boorspoelwater). De hoeveelheid water die hierbij vrijkomt is beperkt, maar bevat vaak boorspoeling (bentoniet en polymeren) en vrijgekomen grond (zand, klei). Doorgaans wordt, zoals ook opgenomen in de voorkeursvolgorde in de AMvB Bodemenergie, het boorspoelwater bij open bodemenergiesystemen, eventueel na filtering en geleidelijk, geloosd op het vuilwaterriool. Ontwikkelen van open bronnen (ontwikkelwater) Direct na het boren worden de bronnen van een open systeem eenmalig schoon gepompt (ontwikkelen). Het doel hiervan is om resten van het geboorde materiaal uit de bronnen te verwijderen (zand en slibdeeltjes), zodat deze niet voor verstoppingen kunnen zorgen.
Tijdens het ontwikkelen komt grondwater vrij met een debiet tot maximaal 130% van het ontwerpdebiet. Dit grondwater moet geloosd worden. Vanwege de grondwaterkwaliteit is een lozing op het oppervlaktewater niet gewenst. Om de lozingshoeveelheid en het lozingsdebiet te verlagen kan gebruik worden gemaakt van filtertechnieken om vaste bestanddelen te verwijderen, waarbij het water grotendeels weer geïnfiltreerd wordt in de bodem. Het blijft echter noodzakelijk dat een gedeelte van het vrijkomende grondwater geloosd kan worden, om onder andere de filterunits terug te spoelen (het pompen van water door de filters). Door deze manier van ontwikkelen kan het lozingsdebiet beperkt worden. Onderhoud van open bronnen (spuiwater) In verband met preventief onderhoud van de bronnen worden deze een aantal keer per jaar gespoeld. Bij deze actie wordt uit de bronnen enige tijd grondwater onttrokken met het maximale debiet. Dit grondwater moet geloosd worden. Middels een onderhoudsfilter in de technische ruimte kan ervoor gezorgd worden dat er geen grondwater geloosd hoeft te worden. Bij een onderhoudsfilter wordt het vuil afgevangen met een zogenaamd kaarsenfilter met zeer kleine poriën. Het grondwater wordt uit de bronfilters opgepompt en wordt via het onderhoudsfilter in de bypass van het leidingcircuit in een andere bron geïnjecteerd.
Datum Referentie Pagina
22 februari 2022 70160/SV 19/26
Regulering van lozingen en voorkeursroutes Met de inwerkingtreding van de AMvB Bodemenergie zijn voorkeursvolgordes voor lozingen gedefinieerd. Hierbij worden twee type lozingen onderscheiden: - lozen van boorspoelwater (open en gesloten systemen); - lozen van ontwikkel- en beheerwater (alleen open systemen). Door de specifieke kenmerken van deze stromen geldt er een voorkeursvolgorde voor de lozingsroute. Lokale omstandigheden kunnen aanleiding zijn om af te wijken van deze volgorde. Onderstaande tabel geeft de voorkeursvolgorde weer. Per project dient in overleg met het bevoegde gezag bepaald te worden op welke manier het water geloosd kan worden en onder welke voorwaarden. Aanbevolen wordt om in een vroeg stadium in overleg te treden met het bevoegd gezag om de mogelijkheden voor lozen te bespreken. Tabel 3.6 | Voorkeursvolgorde lozen vanuit AMvB Bodemenergie type afvalwater
voorkeursvolgorde lozing (bevoegd gezag)
Boorspoelwater
1. vuilwaterriool (gemeente)
(open en gesloten systemen)
2. op de bodem (gemeente) 3. overige lozingsmethoden In de bodem en op het schoonwaterriool is niet toegestaan
Ontwikkel- en beheerwater
1. in de bodem (provincie)
(open systemen)
2. oppervlaktewater (Waterschap of Rijkswaterstaat) 3. schoonwaterriool (gemeente) 4. vuilwaterriool (gemeente) 5. externe verwerker
Het Besluit lozen buiten inrichtingen bevat regels voor een groot aantal categorieën van lozingen die het gevolg zijn van activiteiten die plaatsvinden buiten inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer. Lozingen vanuit inrichtingen vallen onder het Activiteitenbesluit. Het besluit geldt voor alle lozingsroutes: zowel lozingen op oppervlaktewater, de bodem als de riolering.
Datum Referentie Pagina
22 februari 2022 70160/SV 20/26
4 Inventarisatie vraag en aanbod 4.1
ONTWIKKELINGEN De te onderzoeken gebieden betreffen Klein Plaspoelpolder en Overgoo. In het plan is ook de ontwikkeling 1828 meegenomen dat grenst aan Overgoo, maar geen onderdeel uitmaakt van Overgoo. In dit plan wordt deze ontwikkeling gemakshalve wel meegenomen bij het deelgebied Overgoo. De gemeente Leidschendam-Voorburg heeft informatie over de geplande ontwikkelingen en over de al bestaande gebouwen aangeleverd, en hierbij aangegeven welke mogelijk gebruik willen gaan maken van bodemenergie. In Figuur 4.1 zijn de twee gebieden met locaties van de deelgebieden ingetekend waarbij de ingetekende letters en namen corresponderen met de deelgebieden.
Figuur 4.1 | Deelgebieden binnen Klein Plaspoelpolder (boven) en Overgoo (beneden)
4.2
WARMTE- EN KOUDEVRAAG Met de oppervlaktes uit Tabel 4.1 zijn de gebouwzijdige energievraag en benodigde vermogens per ontwikkeling bepaald. In Bijlage 2 zijn deze gegevens opgesplitst per deelgebied in de ontwikkelingen. Op basis van deze energievraag en vermogens is met behulp van kentallen, energetische uitganspunten en een jaarlijkse verdeling van vermogens de grondwaterzijdige vraag vertaald. In Tabel 4.2 zijn de resultaten van de voorgaande berekeningen weergeven. De gebruikte kentallen,
Datum Referentie Pagina
22 februari 2022 70160/SV 21/26
energetische uitganspunten en jaarlijkse verdeling van de vermogens zijn ter informatie opgenomen in Bijlage 3. Tabel 4.1 | Oppervlaktes gebouwen en ontwikkelingen in m² in Klein Plaspoelpolder en Overgoo gebieden
wonen appartement
wonen gezinswoning
werk en voorzieningen
[m²]
[m²]
[m²]
totaal [m²]
Klein Plaspoelpolder
105.862
34.918
-
140.780
Overgoo
76.800
-
22.674
99.474
Tabel 4.2 | Gebouw- en grondwaterzijdige vraag en vermogens in Klein Plaspoelpolder en Overgoo gebieden
warmte-/koudevraag ruim-
warmtevraag tapwater
verwarmings-/koelver-
teverwarming/-koeling
[MWh]
mogen [kW]
[MWh] gebouwzijdig Klein Plaspoelpolder
4.290 / 1.510
3.330
4.400 / 1.890
Overgoo
3.040 / 1.810
1.840
3.220 / 2.470
Klein Plaspoelpolder
6.755 / 2.615
-
4.230 / 2.590
Overgoo
3.670 / 1.810
-
2.580 / 2.470
grondwaterzijdig
De warmtevraag van de gebouwen is groter dan de koudevraag, eveneens als de warmte- en koudevraag grondwaterzijdig. Hierdoor is er aanvullende regeneratie nodig om grondwaterzijdig een energiebalans te creëren. Regeneratie kan plaatsvinden door middel van het invangen van warmte met bijvoorbeeld een oppervlaktewatersysteem, zonnecollectoren of droge koelers. De bepaalde grondwaterzijdige warmte- en koudevraag is vertaald naar de jaarlijkse grondwaterverplaatsing en benodigde grondwaterdebieten, die weergegeven zijn in Tabel 4.3. Deelgebied 3a, Damsigt, is hierbij een uitzondering. Daar is de warmtevraag en het bijbehorende debiet en waterverplaatsing ingeschat door Techniplan adviseurs bv. Tabel 4.3 | Benodigde waterverplaatsing en debiet in Klein Plaspoelpolder en Overgoo gebieden
waterverplaatsing
waterverplaatsing
debiet warmtelevering
debiet koeling
warmtelevering
koeling [m³/jaar]
[m³/h]
[m³/h]
1.163.000
1.211.000
595
505
632.000
632.000
370
370
[m³/jaar] Klein Plaspoelpolder Overgoo
4.3
MATCH VRAAG/AANBOD Uit de inventarisatie (paragraaf 4.2) volgt voor Klein Plaspoelpolder een totale gebouwzijdige warmtevraag van ruim 7.620 MWh en een koudevraag van circa 1.510 MWh. Het bodemzijdige aanbod kan berekend worden op basis van de verwachte dikte waarin de warmte en koude opgeslagen wordt (circa 40% van de totale dikte van het pakket), een gemiddelde delta T van 5°C tussen onttrekking en infiltratie en het oppervlakte van het projectgebied Klein Plaspoelpolder (circa 12 hectare). Hieruit volgt dat in potentie circa 12.000 MWh aan warmte en koude geleverd kan worden. Hiermee overstijgt het aanbod vanuit de bodem de gebouwzijdige vraag. Uit de inventarisatie (paragraaf 4.2) volgt voor Overgoo een totale warmtevraag van ruim 4.880 MWh en een koudevraag van 1.810 MWh. Het bodemzijdig aanbod bedraagt, uitgaande van
Datum Referentie Pagina
22 februari 2022 70160/SV 22/26
een oppervlakte van Overgoo van circa 7 hectare, circa 7.000 MWh aan warmte en koude. Hiermee overstijgt het aanbod vanuit de bodem de gebouwzijdige vraag. Opgemerkt wordt dat het werkelijke potentieel in de praktijk lager kan uitvallen vanwege fysieke obstakels ten aanzien van de inpassing van bronnen. Denk hierbij aan gebouwen, wegen, watergangen en groenstroken waarbinnen geen bronnen gerealiseerd kunnen worden. Hierdoor zal niet de gehele bodempotentie benut worden. Omdat bij een open bodemenergiesysteem ook warmte en koude opgeslagen wordt onder obstakels, wordt verwacht dat het werkelijke potentieel beperkt afwijkt van het berekende potentieel. Aangezien het bodemzijdige aanbod de vraag ruim overstijgt, wordt verwacht dat ook bij een iets lager potentieel nog steeds de vraag gedekt kan worden. Het is echter wel van belang om met de beschikbare gebieden voor de inpassing van bronnen het aanwezige potentieel optimaal te benutten.
Datum Referentie Pagina
22 februari 2022 70160/SV 23/26
5 Toelichting gebruiksregels 5.1
GEBRUIKSREGELS OPEN SYSTEMEN 1. Regel: Het open bodemenergiesysteem moet worden uitgevoerd als een doubletsysteem in het derde watervoerende pakket. Onderbouwing: Gezien de beoogde omvang van de ontwikkelingen is de verwachting dat de toepassing van (collectieve) open bodemenergiesystemen veelal het beste aansluit bij de intensiteit van de warmte-/koudevraag. Bij het toepassen van een gesloten bodemenergiesysteem zullen gezien de grootte van de warmte- en koudevraag van de ontwikkelingen zeer veel bodemlussen nodig zijn. Verwacht wordt dat voor een groot deel van de ontwikkelingen de beschikbare ruimte voor het plaatsen van veel bodemlussen niet voldoende is en dat een gesloten bodemenergiesysteem praktisch niet ingepast kan worden. Door een verticale scheiding tussen open en gesloten bodemenergiesystemen aan te houden, blijft het toepassen van gesloten bodemenergiesystemen voor ontwikkelingen met een kleinere vraag mogelijk. Voor het grootschalig toepassen van open bodemenergiesystemen wordt gekozen voor het derde watervoerende pakket. De verwachte dieptes van de watervoerende pakketten zijn weergegeven in Tabel 3.1. 2.
Regel: Open bodemenergiesystemen uitgevoerd als recirculatiesystemen of monobronnen zijn niet toegestaan. Onderbouwing: Het gebruik van recirculatiesystemen is niet toegestaan, omdat het rendement van deze systemen lager is dan bij een opslagsysteem en daarmee het beschikbare bodempotentieel niet optimaal benut wordt. Gezien de omvang van de nieuwbouwontwikkelingen bestaat de voorkeur voor het toepassen van doubletten boven monobronnen. Hierdoor kunnen relatief grote capaciteiten per bron gerealiseerd worden en kan het aanwezige bodempotentieel zo optimaal mogelijk gebruikt worden.
3.
Regel: De warme en koude bronnen van een open bodemenergiesysteem in het derde watervoerende pakket moeten binnen de aangegeven warme (rode) en koude (blauwe) zones worden gepositioneerd. Onderbouwing: De ruimtelijke ordening van open systemen in het derde watervoerende pakket vindt plaats op basis van een oriëntatie-patroon in zoekgebieden. Deze zoekgebieden zijn uitgewerkt in een kaart die is opgenomen in Bijlage 1. Bij de inpassing van de zoekgebieden is uitgegaan van de verwachte waterverplaatsingen per ontwikkeling (zie Tabel 7 en Tabel 8). Per ontwikkeling is een warm en koud zoekgebied binnen de ontwikkeling geplaatst. Zonering van de bronnen in zoekgebieden biedt zowel sturing alsmede een stuk flexibiliteit wat betreft inpassing. Het is sturend in de ruimtelijke ondergrondse ordening door het regisseren van het specifiek opslaan van warmte of koude in een bepaalde zone. Dit zodat de opslag van warmte
Datum Referentie Pagina
22 februari 2022 70160/SV 24/26
en koude niet gaat interfereren en daarmee het behalen van het totale potentieel niet verhinderd wordt. Het biedt vrijheid in de praktische ruimtelijke inpassing in het terrein. Door het definiëren van een zone en geen vaste bronposities, blijft het mogelijk de ruimtelijke inpassing af te wegen met andere ordeningsbehoeftes voor gebouwen, inrichting openbare ruimte en aanwezige en toekomstige infrastructuur. Bronnen van open bodemenergiesystemen worden bij voorkeur op eigen terrein gerealiseerd. Indien bronnen op gemeentegrond beoogd zijn, dient afstemming plaats te vinden met de gemeente over de beoogde locaties. 4.
Regel: Het bodemenergiesysteem bereikt uiterlijk vijf jaar na de datum van ingebruikname een moment waarop de hoeveelheid koude die door het systeem aan de bodem is toegevoegd ten minste 100% en ten hoogte 115% bedraagt ten opzichte van de hoeveelheid warmte, die vanaf die datum door het systeem aan de bodem is toegevoegd. Het systeem herhaalt dit telkens uiterlijk vijf jaar na het laatste moment waarop die situatie werd bereikt. Onderbouwing: Het vraagprofiel van de meeste gebouwen tonen een grotere warmte- dan koudebehoefte. Dit impliceert dat voor de meerderheid van de systemen, vanuit het behalen van economisch voordeel, een koudeoverschot wenselijk is. Een accumulatie van systemen met een koudeoverschot staat het optimaal gebruik van de ondergrond in de weg. Om toch een economisch voordeel te behalen zonder het in de weg staan van het optimaal gebruik van de ondergrond, is opgenomen dat systemen ten minste 100% en ten hoogste 115% koude mogen toevoegen in de bodem ten opzichte van de ingebrachte warmte. Op basis van ervaring bij soortgelijke locaties blijkt dat de invloed van een beperkt koudeoverschot (115%) slechts een kleine invloed heeft op de omvang van de thermische effecten. Daarom is in de gebruiksregels opgenomen dat een beperkt koudeoverschot tot maximaal 115% is toegestaan.
Om het koudeoverschot te beperken moet mogelijk met aanvullende voorzieningen in de zomer extra warmte ingevangen worden. Hiervoor zijn voldoende opties in het gebied voor handen. Deze regel vormt daarom geen belemmering voor het toepassen van open bodemenergiesystemen.
5.
Regel: Nieuwe open bodemenergiesystemen in de bufferzone moeten aansluiten op het strokenpatroon uit het bodemenergieplan. Aangetoond moet worden dat een nieuw bodemenergiesysteem geen nadelige invloed heeft op aanwezige of toekomstige bodemenergiesystemen in het projectgebied. Onderbouwing: Het opnemen van een bufferzone zorgt ervoor dat bodemenergiesystemen die buiten het projectgebied gerealiseerd worden, geen inbreuk maken op het strokenpatroon in het projectgebied. Hierdoor wordt de maximale ondergrondse capaciteit binnen het plangebied gewaarborgd. Bij de vergunningaanvraag voor bodemenergiesystemen in de bufferzone moet aangetoond worden dat er geen negatieve interferentie is met de vastgestelde zones. De bufferzone betreft een strook met een breedte van 100 m (gebaseerd op de thermische invloed van een open bodemenergiesysteem) waarbinnen andere initiatieven aan moeten sluiten op de warme en koude zoekgebieden.
6.
Regel: De bronnen en het leidingwerk moeten gerealiseerd worden op eigen terrein, gedeeld terrein of terrein van derden niet zijnde de gemeente, mits afstemming met de betreffende grondeigenaren heeft plaatsgevonden.
Datum Referentie Pagina
22 februari 2022 70160/SV 25/26
Onderbouwing: Om de druk op de openbare ruimte te verminderen dient in het beginsel gezocht worden naar bronposities buiten de openbare ruimte. Hetzelfde geldt voor het bijbehorende leidingwerk. Wanneer er geen mogelijkheden zijn voor plaatsing bronnen en/of leidingwerk op eigen kavel, zal in samenspraak met de gemeente gezocht moeten worden naar geschikte bronposities in de openbare ruimte. Wanneer de gemeente schriftelijke toestemming geeft voor het plaatsen van bronnen en/of leidingwerk op gemeentegrond, is geen sprake van afwijking van het bodemenergieplan. 7.
Regel: Indien het redelijkerwijs niet mogelijk is om aan alle gebruiksregels te voldoen, kan afgeweken worden van de gebruiksregels. Een onderbouwing van de afwijking moet, samen met een schriftelijke goedkeuring van de gemeente, bij de vergunningaanvraag Waterwet gevoegd worden en ter goedkeuring aan de provincie worden voorgelegd. Onderbouwing: Om ruimte te bieden voor uitzonderlijke situaties, kan afgeweken worden van de boven gestelde regels. Hierbij valt onder andere te denken aan het toepassen van bronnen op gemeentegrond in die gevallen waar het rederlijkwijs niet mogelijk is om de bronnen allemaal op eigen terrein te realiseren. Hiervoor moet in overleg met de gemeente bepaald worden op de afwijking is toegestaan. Pas nadat de gemeente een schriftelijke toestemming heeft gegeven kan een initiatiefnemer deze toestemming met een onderbouwing van de afwijking bij de vergunningaanvraag Waterwet toevoegen. Daarmee wordt de afwijking ter goedkeuring aan de provincie Zuid-Holland voorgelegd.
5.2
GEBRUIKSREGEL GESLOTEN SYSTEMEN 1. Regel: Gesloten bodemenergiesystemen mogen tot een maximale diepte van 120 m-mv gerealiseerd worden. Onderbouwing: Om zowel de gesloten als de open bodemenergiesystemen in Klein Plaspoelpolder en Overgoo optimaal te benutten is de bodem verticaal opgedeeld in zones. Gesloten bodemenergiesystemen mogen geplaatst worden tot 120 meter beneden maaiveld en open bodemenergiesystemen in het derde watervoerende pakket vanaf 130 m-mv. Hiermee wordt een duidelijk kader geschetst en kunnen de twee type systemen fysiek gezien zeer dicht bij elkaar gepositioneerd worden zonder dat ze thermisch met elkaar interfereren. 2.
Regel: De bodemlussen en het leidingwerk moeten gerealiseerd worden op eigen terrein, gedeeld terrein of terrein van derden niet zijnde de gemeente, mits afstemming met de betreffende grondeigenaren heeft plaatsgevonden. Onderbouwing: Deze regel is opgesteld vanuit de behoefte om de schaars beschikbare openbare ruimte optimaal te gebruiken. Met een diversiteit aan in te passen functies creëert het inpassen van gesloten bodemenergiesystemen in openbare ruimte een ongewenste extra druk op de ondergrond.
3.
Regel: Indien het redelijkerwijs niet mogelijk is om aan alle gebruiksregels te voldoen, kan afgeweken worden van de gebruiksregels. Afwijkingen op de gebruiksregels dienen met gedegen en voldoende onderbouwing ter goedkeuring aan de gemeente Leidschendam-Voorburg te worden voorgelegd.
Datum Referentie Pagina
22 februari 2022 70160/SV 26/26
Onderbouwing: Om ruimte te bieden voor uitzonderlijke situaties, kan afgeweken worden van de boven gestelde regels. Dit dient echter altijd in overleg en met voldoende onderbouwing aan de gemeente Leidschendam-Voorburg te worden voorgelegd.
Datum Referentie
22 februari 2022 70160/SV
Bijlage 1 – Plankaart
Bodemenergieplan Leidschendam-Voorburg Klein Plaspoelpolder en Overgoo
Legenda plangebied projectgebied deelgebieden buffer
Zoekgebieden koude bronnen
1a
warme bronnen
1b
2
J.D. Zocherstraat
beschermingszone Dunea-leidingen Dokter Huijserstraat
Dokter van Ledestraat
3a
Belangen
Tribunaal
Waterkering beschermingszone waterstaatswerk
3b Triadome 4 1828 Vlietblok KopblokHUBWerkblok
Gooblok
Zuidblokparkblok
In opdracht van:
N e d e r l a n d
D u i t s l a n d
B e l g i ë
0
45 90
180
270
360
450 m Esri Nederland, Community Map Contributors
Bijlage: Referentie: Auteur: Datum: Versie:
1 70160/SV H. de Jonge 03-02-2022 3.0
Datum Referentie
22 februari 2022 70160/SV
Bijlage 2 – Tabellen In deze bijlage zijn additionele tabellen weergeven waarin de geleverde informatie uitgesplitst is per deelgebied, zoals die weergeven zijn in Figuur 6.1. Ook zijn hier de resultaten van de uitgevoerde berekeningen voor het bepalen van de grondwaterzijdige vraag opgenomen. Daarnaast is per deelgebied aangegeven welke bron gebruikt is. Tabel 1 | Oppervlaktes gebouwen en ontwikkelingen in m² in Klein Plaspoelpolder deelgebied
Wonen appartement klein
Wonen gezinswoning
Werk en Voorzieningen
Totalen
1a
-
4.712
-
4.712
1b
-
1.736
-
1.736
Tribunaal
5.250
9.300
-
14.550
2
31.668
-
-
31.668
3a 1
-
-
-
-
3b
-
19.170
-
19.170
4
38.823
-
-
38.823
Triadome
8.400
-
-
8.400
Johan David Zocherstraat
11.200
Dokter van Ledestraat
5.200
Dokter Huijserstraat
5.320
Totaal 105.862 34.918 140.780 1 bodemenergiesysteem gepland en in voorbereiding, debiet en waterverplaatsing zijn bekend wat deze tussenstap overbodig maakt. Tabel 2 | Oppervlaktes gebouwen en ontwikkelingen in m² in Overgoo deelgebied
Wonen appartement klein
Wonen gezinswoning
Werk en Voorzieningen
Totalen
Kopblok-HUB-Werkblok
24.000
-
11.200
35.200
Vlietblok
13.000
-
2.000
15.000
Gooblok
9.000
-
1.000
10.000
Zuidblok - parkblok
26.500
-
8.300
34.800
1828
4.300
-
174
4.474
Totaal
76.800
-
22.674
99.474
Datum Referentie
22 februari 2022 70160/SV
Tabel 3 | Gebouwzijdige vraag en vermogens in Klein Plaspoelpolder deelgebied
warmtevraag ruimteverwarming [MWh]
warmtevraag tapwater [MWh]
verwarmingsvermogen [kW]
koudevraag [MWh]
koelvermogen [kW]
1a
170
100
160
40
70
1b
60
40
60
20
30
Tribunaal
520
350
510
130
220
2
890
750
940
240
400
3a 1
-
-
-
-
-
3b
600
360
570
150
240
4
1090
920
1150
300
490
Triadome Johan David Zocherstraat Dokter van Ledestraat
240
200
250
60
110
370
310
390
130
170
170
150
180
60
80
Dokter Huijserstraat
180
150
190
60
80
Totaal 4.290 3.330 4.400 1.510 1.890 1 bodemenergiesysteem gepland en in voorbereiding, debiet en waterverplaatsing zijn bekend wat deze tussenstap overbodig maakt. Tabel 4 | Gebouwzijdige vraag en vermogens in Overgoo deelgebied
Kopblok-HUB-Werkblok Vlietblok Gooblok
warmtevraag ruimteverwarming [MWh]
warmtevraag tapwater [MWh]
verwarmingsvermogen [kW]
koudevraag [MWh]
koelvermogen [kW]
1.100
570
1.160
750
1.030
440
310
470
220
300
290
210
310
140
180
1.060
630
1.120
640
880
1828
150
120
160
60
80
Totaal
3.040
1.840
3.220
1.810
2.470
Zuidblok - parkblok
Tabel 5 | Grondwaterzijdige vraag en vermogens in Klein Plaspoelpolder deelgebied
warmtevraag [MWh]
verwarmingsvermogen [kW]
koudevraag [MWh]
koelvermogen [kW]
1a
210
130
40
70
1b
80
50
20
30
Tribunaal
650
410
130
220
2
1.210
750
240
400
3a
1.105
700
1.105
700
3b
720
460
150
240
4
1.490
920
300
490
Triadome
320
200
60
110
Johan David Zocherstraat
500
310
130
170
Dokter van Ledestraat
230
150
60
80
Dokter Huijserstraat Totaal
240
150
60
80
6.755
4.230
2.615
2.590
Datum Referentie
22 februari 2022 70160/SV
Tabel 6 | Grondwaterzijdige vraag en vermogens in Overgoo deelgebied
warmtevraag [MWh]
verwarmingsvermogen [kW]
koudevraag [MWh]
koelvermogen [kW]
1.260
930
750
1.030
Vlietblok
560
370
220
300
Gooblok
380
250
140
180
1.270
900
640
880
1828
200
130
60
80
Totaal
3.670
2.580
1.810
2.470
Kopblok-HUBWerkblok
Zuidblok - parkblok
Tabel 7 | Benodigde waterverplaatsing en debiet in Klein Plaspoelpolder deelgebied
waterverplaatsing warmtelevering [m³/jaar]
waterverplaatsing koeling [m³/jaar]
debiet warmtelevering [m³/h]
debiet koeling [m³/h]
1a
36.000
36.000
20
20
1b
13.000
13.000
10
10
Tribunaal
112.000
112.000
60
50
2
209.000
209.000
110
100
3a
190.000
238.000
75
75
3b
124.000
124.000
70
60
4
256.000
256.000
130
120
Triadome
55.000
55.000
30
20
Johan David Zocherstraat
87.000
87.000
50
40
Dokter van Ledestraat
40.000
40.000
20
20
Dokter Huijserstraat
41.000
41.000
20
20
1.163.000
1.211.000
595
505
waterverplaatsing warmtelevering [m³/jaar]
waterverplaatsing koeling [m³/jaar]
debiet warmtelevering [m³/h]
debiet koeling [m³/h]
Kopblok-HUBWerkblok
217.000
217.000
130
140
Vlietblok
96.000
96.000
50
50
Gooblok
65.000
65.000
40
30
Zuidblok - parkblok
219.000
219.000
130
130
1828
35.000
35.000
20
20
Totaal
632.000
632.000
370
370
Totaal
Tabel 8 | Benodigde waterverplaatsing en debiet in Overgoo deelgebied
Datum Referentie
22 februari 2022 70160/SV
Tabel 9 | Gebruikte bronnen deelgebied Klein Plaspoelpolder KPP
Bron
1a
spelregelkaart_deellocatie_noord_klein_plaspoelpolder.pdf
1b
spelregelkaart_deellocatie_noord_klein_plaspoelpolder.pdf
Tribunaal
FW_ startoverleg interferentiebeleid bodemenergie.pdf
2
spelregelkaarten_klein_plaspoelpolder-deellocatie_2-3-4_180306.pdf
3a
Techniplan B.V.
3b
spelregelkaarten_klein_plaspoelpolder-deellocatie_2-3-4_180306.pdf
4
spelregelkaarten_klein_plaspoelpolder-deellocatie_2-3-4_180306.pdf
Johan David Zocherstraat
kick-off
Dokter van Ledestraat
kick-off
Dokter Huijserstraat
kick-off
Tabel 10 | Gebruikte bronnen deelgebied Overgoo Overgoo
Bron
Kopblok-HUB-Werkblok
Ontwikkelkader Overgoo Leidschendam-Voorburg concept 14-07-2021.pdf
Vlietblok
Ontwikkelkader Overgoo Leidschendam-Voorburg concept 14-07-2021.pdf
Gooblok
Ontwikkelkader Overgoo Leidschendam-Voorburg concept 14-07-2021.pdf
Zuidblok - parkblok
Ontwikkelkader Overgoo Leidschendam-Voorburg concept 14-07-2021.pdf
1828
FW: aanpassing concept Bodemenergieplan Overgoo-KPP.pdf
Datum Referentie
22 februari 2022 70160/SV
Bijlage 3 – Kentallen en uitgangspunten Tabel 1 | Kentallen gebouwfuncties op basis van BENG (nieuwbouw) warmtevraag ruimteverwarming [kWh/m²/jaar]
tapwater vraag [kWh/m²/jaar]
warmtevermogen [W/m²]
koudevraag [kWh/m²/jaar]
koelvermogen [W/m²]
Wonen appartement klein
33
28
35
9
15
Wonen gezinswoning
37
22
35
9
15
Werk en Voorzieningen
40
-
35
30
50
gebouwfunctie
Tabel 2 | Energetische uitgangspunten: dT, COP en SPF warmtelevering
koeling
dTontwerp
6,0
8,0
dTgemiddeld
5,0
5,0
COP/SPF ruimteverwarming-/koeling
5,0
5,0
COP/SPF tapwater
3,0
-
Tabel 3 | Verdeling jaarlijkse energievraag en vermogens passief
actief
(direct uit bronnen)
(via warmtepomp)
-
100%
warmtevraag
-
100%
koelvermogen
100%
-
koudevraag
100%
-
verwarmingsvermogen
Datum Referentie
22 februari 2022 70160/SV
Velperweg 37 6824 BE Arnhem Postbus 605 6800 AP Arnhem
T 026 35 35 555 E info@iftechnology.nl I www.iftechnology.nl
NL60 RABO 0383 9420 47 KvK Arnhem 09065422 BTW nr. NL801045599B01
Datum Referentie Betreft Auteur
3 februari 2022 70160/SV Bodemenergieplan Klein Plaspoelpolder en Overgoo, Leidschendam-Voorburg Henk de Jonge
Bijlage bij bodemenergieplan INLEIDING Voor de gebieden Klein Plaspoelpolder en Overgoo is een bodemenergieplan opgesteld. Ter onderbouwing van de ordening en de ordeningsregels in het bodemenergieplan zijn berekeningen uitgevoerd. De resultaten van deze berekeningen zijn in de notitie beschreven. Hydrologische effecten In het bodemenergieplan zijn zoekgebieden opgenomen waarbinnen bronnen gerealiseerd kunnen worden. Het plaatsen van de bronnen binnen deze zoekgebieden is vrij. Het plangebied is onderverdeeld in verschillende deelgebieden. Per deelgebied is voor de ontwikkelingen in dat deelgebied bepaald welke broncapaciteit voor die ontwikkeling nodig is. Dit is opgenomen in bijlage 2 van het bodemenergieplan. Hieruit is ook te herleiden hoeveel bronnen en welke capaciteit per zoekgebied nodig is. Voor het bepalen van de hydrologische effecten is dit als basis gebruikt. Bodemopbouw In onderstaande tabel is de bodemopbouw en de gehanteerde parameters voor de berekeningen opgenomen. Tabel 1 | Schematisatie bodemopbouw diepte
lithologie
geohydrologische benaming
doorlaatvermogen of weerstand b
[m-mv] a
[m²/d] of [d]
0 – 15
klei en matig grof zand