2851 GRO - a04. rapport 19316 versie 2.2_Ruimtelijke onderbouwing Herentuyn Voorburg
Tekst van het document
Ruimtelijke onderbouwing Project Status Projectnummer Datum Auteurs
Herentuyn Voorburg Versie 2.2 19316 11 mei 2022 S. Elfrink MSc & drs. I.M. Dias
Mees Ruimte & Milieu | Postbus 854 | 2700 AW Zoetermeer info@meesruimteenmilieu.nl | www.meesruimteenmilieu.nl | | IBAN NL94ABNA0587770562 | KvK 34237628
COLOFON Mees Ruimte & Milieu | Postbus 854 | 2700 AW Zoetermeer 085 – 744 08 38 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm, elektronisch op geluidsband of op welke andere wijze ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Mees Ruimte & Milieu.
Mees Ruimte & Milieu | 19316.GRO 2.2
Pagina | 2
INHOUDSOPGAVE 1 2
3
4
5
Inleiding Projectbeschrijving
5 6
Projectlocatie Projectplan Geldend bestemmingsplan
6 7 13
Ruimtelijk beleid
17
Rijksbeleid Provinciaal beleid Regionaal beleid Gemeentelijk beleid
17 20 28 32
Omgevingsaspecten
45
Ladder voor duurzame verstedelijking Archeologie en cultuurhistorie Bedrijven en milieuzonering Bezonning Bodem Duurzaamheid Externe veiligheid Ontplofbare oorlogsresten Geluid Kabels en leidingen Luchtkwaliteit Natuur Verkeer en parkeren Water (Vormvrije) m.e.r-beoordeling
45 47 52 53 54 58 59 62 63 67 69 70 73 78 84
Beschrijving uitvoerbaarheid
85
Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid
85 85
Bijlagen 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10
Inrichtingsplan Stijlgroep DPO, Strabo Archeologisch booronderzoek, IDDS Historisch onderzoek Herenstraat 42 Bezonningsstudie rphs+ Bodemonderzoek IDDS 2019 Bodemonderrzoek IDDS 2021 Akoestisch onderzoek M+P Quickscan ecologie, IDDS Nader onderzoek vleermuizen en gierzwalus, IDDS
Mees Ruimte & Milieu | 19316.GRO 2.2
Pagina | 3
11 12 13 14 15 16 17
Stikstofberekening, IDDS Parkeerbalans, RPHS+ Watersleutel Memo watertoets, RPHS+ Geohydrologisch onderzoek, Crux Aanmeldnotitie m.e.r. Participatieverslag
Mees Ruimte & Milieu | 19316.GRO 2.2
Pagina | 4
1
INLEIDING In opdracht van Waaijer Projectrealisatie heeft Mees Ruimte & Milieu een ruimtelijke onderbouwing opgesteld voor de gewenste ontwikkeling van 36 woningen, waarvan er twee bestaande woningen zijn, een supermarkt en circa 97 parkeerplaatsen, genaamd de Herentuyn ter plaatse van de centrumlocatie Huygenskwartier te Voorburg. Omdat de ontwikkeling niet mogelijk is op basis van het geldende bestemmingsplan, dient een planologische procedure te worden doorlopen. De planologische procedure wordt doorlopen aan de hand van de omgevingsvergunning voor de activiteit ‘planologisch strijdig gebruik’. Onderdeel van deze omgevingsvergunning is de motivatie om af te wijken van het geldende bestemmingsplan, de zogenoemde Goede Ruimtelijke Onderbouwing (GRO). Voorliggende rapportage betreft de GRO, waarin het project aan de hand van zowel ruimtelijke als milieutechnische aspecten wordt gemotiveerd.
Mees Ruimte & Milieu | 19316.GRO 2.2
Pagina | 5
2
PROJECTBESCHRIJVING PROJECTLOCATIE Het plangebied is gesitueerd in het Huygenkwartier, onderdeel van het centrum van Voorburg. Het gebied is gelegen tussen de Herenstraat, Raadhuisstraat, Loodgieterssteeg en Sionsstraat. De Vlietstraat, toegankelijk voor voetgangers, deelt het plangebied in twee delen. Aan de oostzijde wordt het plangebied begrensd door de bebouwing aan de Sionsstraat waarachter het park Vreugd en Rust gelegen is. Aan de zuidzijde ligt op korte afstand De Vliet. In het noorden is de oude kerk gelegen evenals het winkelgebied tussen de Parkweg en de Herenstraat. Aan de westzijde grenst het gebied aan het winkel- en woongebied aan de Kerkstraat. In de onderstaande afbeelding is het plangebied aangegeven, waarvoor onderhavige ruimtelijke onderbouwing is opgesteld. Figuur 1. Luchtfoto plangebied globaal (bron: QGIS, eigen bewerking).
Mees Ruimte & Milieu | 19316.GRO 2.2
Pagina | 6
Figuur 2. Luchtfoto plangebied globaal (bron: QGIS, eigen bewerking).
PROJECTPLAN Het Huygenskwartier bevindt zich in Voorburg, één van de kernwinkelgebieden van de gemeente Leidschendam-Voorburg. De gemeente Leidschendam-Voorburg heeft zich voor het Huygenskwartier als ambitie gesteld dat er meer bezoekers worden getrokken naar het Huygenskwartier, dat er meer economische spin-off wordt gegenereerd voor Voorburg en dat het gebied op de kaart wordt gezet. Om deze ambities voor het Huygenskwartier waar te maken, heeft AKRO consultancy op 6 september 2016 op verzoek van de gemeente een haalbaarheidsonderzoek naar de kansen van de inzet van gemeentelijk vastgoed uitgevoerd. Daarbij zijn meerdere scenario's opgesteld ten aanzien van het al dan niet behouden van het gemeentelijk vastgoed. In het ontwikkelscenario is het gemeentelijk vastgoed actiever ingezet om een positieve bijdrage te kunnen leveren aan de ambitie voor een toekomstbestendig Huygenskwartier Voorburg. Op basis van het ontwikkelscenario heeft Waaijer Projectrealisatie, in samenwerking met Hoogvliet Beheer BV en rphs+ bv, een plan aangeboden voor het gebied tussen Herenstraat en Raadhuisstraat, omvattend de huidige Hoogvliet-supermarkt tot Herenstraat 44-48.
Het is een integraal plan, waarbij 36 woningen in verschillende prijsklassen worden voorgesteld, een nieuwe grotere Hoogvliet ter plaatse van het complex achter Herenstraat 42, een ondergrondse parkeergarage met circa 97 parkeerplekken en een kwaliteitsimpuls voor de Vlietstraat en Raadhuisstraat. Programma Het voornemen is om een groot gedeelte van de huidige bebouwing binnen het plangebied te slopen, dit betreffen onder andere de supermarkt Hoogvliet, het voormalige gemeentehuis van Voorburg en Herenstraat 40. Ter plaatse van de gesloopte bebouwing wordt nieuwbouw gerealiseerd met daarin een parkeergarage, supermarkt (Hoogvliet) en woningen. De omvang van het project is circa 1.875 vierkante meter BVO supermarkt, 36 stadswoningen en appartementen en circa 97 parkeerplaatsen in de parkeergarage. Op dit
Mees Ruimte & Milieu | 19316.GRO 2.2
Pagina | 7
moment zijn 2 woningen aanwezig, wat betekend dat dit project 34 woningen toevoegt. Zoals is vastgesteld in de koop- en realisatie overeenkomst, zijn de nieuwe woningen bestemd voor de vrije sector. De parkeergarage zal ondergronds worden aangelegd. Op de begane grond wordt een deel van de woningen gerealiseerd en tevens de Hoogvliet supermarkt. De andere woningen worden op de verdiepingen 1 tot en met 3 gerealiseerd. Figuur 3. ontwerp begane grond (bron: rphs+, 12 april 2021).
Mees Ruimte & Milieu | 19316.GRO 2.2
Pagina | 8
Figuur 4. ontwerp eerste verdieping (bron: rphs+, 12 april 2021).
Rijksmonument aan de Herenstraat 42 en naast- en achtergelegen kantoorpand Aangrenzend aan het projectgebied is een Rijksmonument gelegen, dit betreft het Raadhuis aan de Herenstraat 42. Naast en achter het monumentale Raadhuis is een jaren 80' wit gepleisterde kantoorgebouw (servicecentrum) gelegen. In de beoogde ontwikkeling wordt uitgegaan van behoud van het Rijksmonument en sloop van het naast- en achtergelegen kantoorgebouw. De mogelijke herontwikkeling van het Rijksmonument valt buiten de scope van deze aanvraag en ontwikkeling. Om de realisatie van voorliggende ontwikkeling mogelijk te maken, wordt het achtergelegen kantoorpand wordt tot aan de Raadhuisstraat gesloopt. De achter- en zijgevel van het monument worden aangeheeld. Hiervoor is overleg met de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed opgestart. Op de plek achter het monument komt een nieuwbouwcomplex (fase 1) bestaande uit een verdiepte parkeergarage en bergingen, op de begane grond een Hoogvliet supermarkt met op het dak 21 woningen en één woning op de begane grond op de hoek Raadhuisstraat en Vlietstraat. Op het dak van de supermarkt wordt een daktuin aangelegd welke gemeenschappelijk is, er wordt hier een buitenruimte gemaakt op entree niveau voor de woningen. Herenstraat 44- 48 De nieuwe supermarkt Hoogvliet krijgt aan de Herenstraat een toegang via het pand aan de Herenstraat 48 (begane grond).
Vanuit de parkeergarage is de supermarkt bereikbaar via een lift en trap. Herenstraat 52 en 54 De begane grond van de panden Herenstraat 52 en 54 en de achtergelegen laagbouw tot aan de Raadhuisstraat worden gebruikt als supermarkt en zijn eigendom van Hoogvliet Beheer. De appartementen en de ondergelegen winkelruimte vallen buiten het projectgebied. Achter deze panden komt een nieuwbouwcomplex (fase 2) bestaande uit een verdiepte parkeergarage en bergingen op niveau 0 en in totaal 11 woningen.
Mees Ruimte & Milieu | 19316.GRO 2.2
Pagina | 9
Figuur 5. Huidige situatie Vlietstraat (bron: Google Streetview).
Figuur 6. Schets toekomstige situatie Herenstraat, Vlietstraat (bron: rphs+, 12 april 2021).
Stedenbouw en ruimtelijke inpassing De herontwikkeling van de locaties van het voormalige gemeentehuis en de Hoogvliet supermarkt in de Herenstraat, geeft aan het historische hart van Voorburg, het Huygenskwartier, een nieuwe kans. Op basis van een zorgvuldige stedenbouwkundige analyse op verschillende schaalniveaus zijn de mogelijkheden in kaart gebracht om deze prachtige plek in het hart van Voorburg een nieuwe betekenis te geven. In het daarop gebaseerde ontwerp voor deze markante plek wordt het aanwezige hoogteverschil benut, de huidige winkelstructuur versterkt, een publieksfunctie in het gebied teruggebracht en de historische waarden gerespecteerd en opnieuw geïnterpreteerd.
Mees Ruimte & Milieu | 19316.GRO 2.2
Pagina | 10
Door intensief, duurzaam ruimtegebruik is voorzien om een openbare parkeervoorziening te integreren. Daarnaast wordt de woonfunctie in het centrum versterkt door de toevoeging van nieuwe kleinschalige woonmilieus op verschillende maaiveldniveau's, geheel passend in de Voorburgse traditie van aantrekkelijke, intieme, kleinschalige en de soms verborgen stegen en ruimten van Herenstraat naar Vliet. Met de voorziene herontwikkeling van dit deel van het Huygenskwartier wordt gestreefd naar het creëren van verbinding, met waardering voor de variatie en de karakteristiek van de verschillende sferen. De herontwikkeling van het plan gebied is gebaseerd op een handhaving en waar mogelijk verbetering van de bestaande stedenbouwkundige context. Daarbij zijn de bestaande rooilijnen van de Herenstraat, Raadhuisstraat en Vlietstraat gerespecteerd en is aan de Vlietstraat naast de huidige functie van een doorgangsroute voor langzaam verkeer, tevens een compacte verblijfsplek toegevoegd. De twee plandelen welke aan weerszijden van de nieuwe Vlietstraat zijn ontstaan zijn verschillend ingevuld. Aan de oostzijde bevindt zich op de plek van het huidige stadskantoor een wat forsere programma met twee lagen en op een enkele plek drie lagen appartementen boven een supermarkt.
Samen creëren deze een compacte, verhoogde binnentuin op het dak van de supermarkt: De Herentuyn, een nieuwe, intieme woonplek in het hart van Voorburg. Het totale volume verhoud zich daarbij tot de hoogte van de huidige bebouwing aan de zijde van de Herenstraat en de zijde van de Raadhuisstraat. Het gemeentelijke monument Vlietstraat 6 wordt vrijwel op de zelfde plek herbouwd, zorgvuldig ingepast in de nieuwe bebouwing. Het deel aan de westzijde van de Vlietstraat bestaat voornamelijk uit meer grondgebonden woningen van circa drie lagen, waarbij de hoogte van deze bebouwing zich stapsgewijs afbouwt naar de bestaande tweelaagse bebouwing aan deze zijde van de Raadhuisstraat. De architectuur van de nieuwe bebouwing speelt zorgvuldig in op de karakteristieke sfeer (vormgeving, kleur, materiaal) van de bestaande omgeving. De introductie van elementen, schaalmiddelen en verhoudingen uit het 'oude' in het 'nieuwe', versterkt de samenhang hiertussen en daarmee de integratie van het nieuwe gebied. De oude kern van Voorburg is deels beschermd stads- en dorpsgezicht. De bebouwing in dit gebied heeft overwegend een rijk architectonisch karakter, gebaseerd op een sterk historisch besef, met een sterke variatie en vormt een eenheid in verscheidenheid. Wat de panden bindt is hun individualiteit en het patina van de tijd.
De architectuur van de nieuwbouw speelt qua vormgeving, kleur- en materiaaltoepassing in op deze karakteristieke sfeer waarbij unieke historische waarden worden gerespecteerd en opnieuw geïnterpreteerd. De middelen die gebruikt worden om tot een gedifferentieerd gevelbeeld zijn:
variatie in gevelmateriaal door toepassing van diverse baksteensorteringen, keimwerk en natuursteen, diverse kozijnsoorten zoals hout en aluminium, alsmede meerdere type hekwerken; variatie en verfijning in detail waaronder een zorgvuldige enigszins ambachtelijke detaillering van het metselwerk onder andere door de toepassing van diverse metselverbanden, van de kozijnaansluitingen, de dakranden en dergelijke.
Tegenover de gewenste verscheidenheid in vorm staat het uitgangspunt om voldoende rust en samenhang te realiseren zeker in de nieuw toegevoegde ruimten, door de zorgvuldig afgestemde toepassing van materiaal en kleur. Uitgangspunt is dat er per toe te passen materiaal slechts een beperkt aantal type of kleuren voorkomen. Door deze op verschillende wijze met elkaar te combineren ontstaat de gewenste individualiteit. het resultaat is een nieuw deel van het centrum dat zich op natuurlijke wijze voegt in haar omgeving en daar diverse interessante openbare en semiopenbare ruimten aan toevoegt.
Mees Ruimte & Milieu | 19316.GRO 2.2
Pagina | 11
Figuur 7. Schets toekomstige situatie Raadhuisstraat, Vlietstraat (bron: rphs+, 12 april 2021).
Inrichting openbare ruimte en groen Niet alleen wordt kwaliteit toegevoegd in de te realiseren gebouwen, ook wordt veel aandacht besteed aan de inrichting van de (semi) openbare ruimte en het toevoegen van groen. Hiervoor heeft de Stijlgroep een inrichtingsplan opgesteld (zie bijlage 1). Zo wordt de Raadhuisstraat opnieuw ingericht en worden hier boomvakken met groen aangebracht. Op maaiveld ontstaat groene plekken in de vorm van privégroen (achtertuinen) en openbaar groen, bijvoorbeeld in de Vlietstraat zelf. De Vlietstraat wordt heringericht als groen verblijfsgebied ten opzichte van de huidige versteende doorgang. Er worden hier bomen en groenvakken aangebracht. Aan de oostzijde van de Vlietstraat wordt tegen de gevels van de supermarkt groen aangebracht, waardoor er een compleet groene gevel ontstaat. Op het dak van de supermarkt, waar de dakterrassen van de bovengelegen appartementen gesitueerd zijn, ontstaat een groene semi openbare ruimte die gebruikt en ervaren kan worden door de omliggende woningen. De dakterrassen van de woningen aan de westkant van de Vlietstraat krijgen eenzelfde groene inrichting en uitstraling. Speciale aandacht is er ook voor de verlichting in de openbare ruimte.
Door de verlichting onderdeel uit te laten maken van het inrichtingsplan en mee te ontwerpen, ontstaat een prettig en veilig verblijfsklimaat die de groene uitstraling van het gebied versterkt. Figuur 8. Impressie groene dakterrassen (bron: Stijlgroep, 31 maart 2021)
Mees Ruimte & Milieu | 19316.GRO 2.2
Pagina | 12
Figuur 9. Impressie gevelbeelden Vlietstraat (bron: Stijlgroep, 31 maart 2021)
GELDEND BESTEMMINGSPLAN Ter plaatse van het projectgebied is het bestemmingsplan “Oude Dorpskern Voorburg 2011” geldend. Dit plan is op 13 september 2011 vastgesteld door de gemeenteraad van Leidschendam-Voorburg. De gronden binnen het plangebied hebben de enkelbestemming “Maatschappelijk”, “Centrum”, “Verkeer” of “Bedrijf – Nutsvoorziening”. Tevens is sprake van de dubbelbestemmingen “Waarde – Archeologie hoge verwachting” en “Waarde – Beschermd stads- en dorpsgezicht” ter plaatse van het plangebied. Er gelden verschillende bouwvlaken, waarbinnen gebouwd mag worden met diverse maximale bouw- en goothoogtes. Daarnaast heeft een deel van het plangebied de functieaanduiding ‘supermarkt’ en een ander deel ‘onderdoorgang’. Figuur 10 bevat een uitsnede van de verbeelding behorende bij het bestemmingsplan. Vervolgens worden de relevante bepalingen uit de regels weergegeven, voor zover relevant voor de ontwikkeling en daarmee niet limitatief.
Mees Ruimte & Milieu | 19316.GRO 2.2
Pagina | 13
Figuur 10. Uitsnede bestemmingsplankaart met globaal plangebied (bron: QGIS, eigen bewerking).
Oude Dorpskern Voorburg 2011 Artikel 4 Bedrijf – Nutsvoorziening 4.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Bedrijf - Nutsvoorziening' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a.
nutsvoorzieningen;
met de daarbij behorende: b. c. d. e.
groenvoorzieningen; ontsluitingswegen; paden; waterlopen en waterpartijen.
Artikel 5 Centrum 5.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Centrum' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f.
detailhandel, uitgezonderd verkoop van motorbrandstoffen en opslag van meer dan 10.000 kg consumentenvuurwerk; detailhandel ondersteunende horeca; publieksgerichte dienstverlening, uitsluitend in de vorm van kapsalons, schoonheidsalons, nagelstudio’s en reisbureaus; ter plaatse van de aanduiding (h=1), (h=1,2a), (h=1,2b) is de functie horeca toegestaan tot maximaal die categorie van de Staat van Horeca-activiteiten zoals opgenomen in de verbeelding; ter plaatse van de aanduiding (su) is op de begane grond een supermarkt toegestaan; ter plaatse van de bouwaanduiding [bg] is een bijgebouw toegestaan;
op de verdiepingen; g. h.
wonen; aan huis verbonden beroepen;
Mees Ruimte & Milieu | 19316.GRO 2.2
Pagina | 14
i.
ter plaatse van de aanduiding (su) is een kantine en/of kantoor behorende bij de supermarkt toegestaan;
met de daarbij behorende: j. k. l. m. n.
groenvoorzieningen; nutsvoorzieningen; ontsluitingswegen; parkeervoorzieningen; terrassen.
Artikel 16 Maatschappelijk 16.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Maatschappelijk' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a.
maatschappelijke voorzieningen;
met de daarbij behorende: b. c. d. e. f. g.
groenvoorzieningen; nutsvoorzieningen; ontsluitingswegen; paden; parkeervoorzieningen; speeltoestellen;
Artikel 21 Verkeer - Verblijfsgebied 21.1 Bestemmingsomschrijving De op de verbeelding voor 'Verkeer - Verblijfsgebied' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c.
buuurtonsluitingswegen; parkeervoorzieningen; voet- en fietspaden;
met de daarbij behorende: d. e. f. g. h. i. j. k. l. m. n. o.
bermen; geluidwerende voorzieningen; groenvoorzieningen; nutsvoorzieningen; oeververbindingen en duikers; speeltoestellen; terrassen. voorzieningen voor het openbaar vervoer; voorzieningen ten behoeve van de geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer; (ondergrondse) inzamelplaatsen voor (gescheiden) afval; voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding; o. waterpartijen en -lopen;
Artikel 25 Waarde - Archeologie hoge verwachting 25.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie hoge verwachting' aangewezen gronden hebben een hoge archeologische verwachtingswaarde en zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van archeologische waarden. 25.2.2 Samenvallende bestemmingen Ten behoeve van andere, voor deze gronden geldende bestemming(en) mag - met inachtneming van de voor de betrokken bestemming geldende regels - uitsluitend worden gebouwd, indien de bij de betrokken bestemming behorende bouwregels in acht worden genomen en: a. b.
de aanvrager van de omgevingsvergunning een rapport heeft overgelegd van archeologisch onderzoek, zoals gesteld in de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie, waarin de archeologische waarde van de betrokken locatie naar het oordeel van het college van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld; de betrokken archeologische waarden, gelet op het rapport zoals onder a bedoeld, door de activiteiten niet worden geschaad of mogelijke schade kan worden voorkomen door aan de vergunning voorschriften te verbinden, gericht op:
Mees Ruimte & Milieu | 19316.GRO 2.2
Pagina | 15
1. 2. 3.
het treffen van maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; het doen van opgravingen; begeleiding van de activiteiten door een archeologische deskundige die voldoet aan de bij de vergunning te stellen kwalificaties.
25.2.3 Uitzondering Het bepaalde in artikel 25.2.2 onder a en b is niet van toepassing, indien het bouwplan betrekking heeft op een of meer van de volgende activiteiten of bouwwerken: a. b. c.
vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering; een bouwwerk met een oppervlakte kleiner dan 30 m²; een bouwwerk dat zonder graafwerkzaamheden niet dieper dan 30 cm komt te liggen en zonder heiwerkzaamheden kan worden geplaatst.
Artikel 26 Waarde - Beschermd Stads- en Dorpsgezicht 26.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Beschermd Stads- en Dorpsgezicht' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en/of de versterking van de aanwezige historisch-ruimtelijke en/of cultuurhistorische waarden. 26.2 Bouwregels Op de gronden met deze bestemming gelden de volgende regels: a. b. c. d. e. f.
de uitwendige hoofdvorm van bestaande bouwwerken - bepaald door de goothoogte, de bouwhoogte, de kapvorm, de dakhelling, de voorgevelbreedte, de gevelindeling, de bestaande bouwmassa en de bestaande uiterlijke verschijningsvorm - dient gehandhaafd te worden; de voorgevel van hoofdgebouwen dient in de bestemmingsgrens en/of bouwgrens, die grenst aan het openbaar gebied of aan de weg, te worden gebouwd; de voorgevelbreedte van hoofdgebouwen mag ten hoogste gelijk zijn aan de perceelsbreedte; de goothoogte van hoofdgebouwen dient tenminste 75% van de aangegeven goothoogte te bedragen; per pand dient sprake te zijn van wisselende goot- en bouwhoogten; het is verboden hoofdgebouwen samen te voegen.
Toets aan bestemmingsplan De ontwikkeling van 36 woningen, een supermarkt en circa 97 parkeerplaatsen in een ondergrondse parkeergarage is op een tweetal onderdelen in strijd met het geldende bestemmingsplan. De strijdigheden zijn gelegen in:
de enkelbestemming ‘Bedrijf – Nutsvoorziening’, waarbinnen woningbouw niet is toegestaan; de enkelbestemming ‘Centrum’, waarbinnen een ondergrondse parkeergarage en woningen op de begane grond niet zijn toegestaan; de enkelbestemming ‘Maatschappelijk’, waarbinnen een supermarkt en woningen niet zijn toegestaan; het overschrijden van verscheidene maximale bouwhoogten; het ontbreken van het bouwvlak op verscheidene plaatsen.
Daarnaast zal in paragraaf 4.3 van onderhavige ruimtelijke onderbouwing aandacht worden besteed aan de dubbelbestemmingen ‘Waarde – Archeologie hoge verwachting’ en ‘Waarde – Beschermd stads- en dorpsgezicht’. Om de genoemde strijdigheden weg te nemen en het project planologisch mogelijk te maken, is een ruimtelijke onderbouwing opgesteld in de vorm van voorliggende rapportage.
Mees Ruimte & Milieu | 19316.GRO 2.2
Pagina | 16
3
RUIMTELIJK BELEID RIJKSBELEID Nationale Omgevingsvisie Per 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie vastgesteld. Hierin zijn de kaders van het nieuwe rijksbeleid opgenomen. In het kader van de nahangprocedure kunnen in de Nationale omgevingsvisie nog opmerkingen en wensen van de Tweede Kamer worden verwerkt. Deze Omgevingsvisie vervangt de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012). De NOVI is een instrument van de nieuwe Omgevingswet en loopt vooruit op de inwerkingtreding van die wet. Vanwege het uitstel van de inwerkingtreding van de Omgevingswet komt de NOVI als structuurvisie uit onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal deze structuurvisie gelden als de Nationale Omgevingsvisie, zoals in de nieuwe wet bedoeld. In de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) wordt door het Rijk een langetermijnvisie gegeven op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI bestaat uit een visie, toelichting en uitvoeringsagenda. De combinatie van deze drie documenten zorgt voor een toetsing die leidt tot nationale strategische keuzes en gebiedsgericht maatwerk. Figuur 11. Afwegen met de NOVI. Bron: Nationale Omgevingsvisie.
De NOVI beschrijft een toekomstperspectief met de ambities: wat willen we bereiken? Vervolgens worden de 21 nationale belangen in de fysieke leefomgeving en de daaruit voortkomende opgaven beschreven. Die opgaven zijn in feite het verschil tussen de ambitie en de huidige situatie en verwachte ontwikkelingen. De vier prioriteiten De Uitvoeringsagenda beschrijft de vier prioriteiten. De opgaven uit de toelichting kunnen veelal niet apart van elkaar worden aangepakt. Als een samenhangende, integrale aanpak nodig is, over de sectoren heen, vraagt dit een andere inzet. De samenhang tussen opgaven manifesteert zich rond vier prioriteiten. 1. 2. 3. 4.
Ruimte voor klimaatadaptie en energietransitie Duurzaam economisch groeipotentieel Sterke en gezonde steden en regio’s Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied
Mees Ruimte & Milieu | 19316.GRO 2.2
Pagina | 17
Drie afwegingsprincipes Het doel van de Omgevingswet is het bereiken van een balans tussen: ‘(a) het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit en (b) doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften’. Beschermen en ontwikkelen sluiten elkaar niet per definitie uit en kunnen elkaar zelfs versterken. Echter, gaan beschermen en ontwikkelen niet altijd en overal zonder meer samen en zijn soms echt onverenigbaar. Een optimale balans tussen deze twee vergt steeds een zorgvuldige afweging en prioritering van ongelijksoortige belangen. Om dit afwegingsproces en de omgeving inclusieve benadering richting te geven, is in de NOVI een drietal afwegingsprincipes geformuleerd: 1. Combineren boven enkelvoudig 2. Kenmerken & identiteit 3. Afwentelen voorkomen 3.1.1.1 Relatie tot ontwikkeling Het plangebied is in overeenstemming met twee nationale belangen, namelijk belang nummer 5 en 19:
5: Zorg dragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften; 19: Behouden en versterken van cultureel erfgoed en landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten van (inter)nationaal belang.
De voorgenomen ontwikkeling voorziet in de realisatie van 36 woningen. De behoefte aan woningen in de Provincie Zuid-Holland en de gemeente Leidschendam-Voorburg zal in de volgende paragrafen worden besproken. Daarnaast kent het plangebied de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie hoge verwachting’ en ‘Waarde – Beschermd stads- en dorpsgezicht’. Zo blijft onder andere het Rijksmonument behouden, deze zal gerestaureerd worden. In paragraaf 4.3 wordt nader in gegaan op de archeologische en cultuurhistorische waarden binnen het plangebied. De andere nationale belangen zijn niet van toepassing op het plangebied. 3.1.1.2 Conclusie Geen van de 21 nationale belangen worden gehinderd met voorliggend project. Beleid voor deze specifieke locatie dan wel ontwikkeling wordt daarom overgelaten aan de provincie en de gemeente.
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) geeft de juridische kaders die nodig zijn om het geldend ruimtelijk rijksbeleid te borgen en legt daarmee nationale ruimtelijke belangen vast. De ruimtelijke onderwerpen van nationaal belang zijn daardoor beperkt. Het bevat regels die de beleidsruimte van andere overheden ten aanzien van de inhoud van ruimtelijke plannen inperken, daar waar nationale belangen dat noodzakelijk maken. In hoofdstuk 2 van het Barro is, om de nationale belangen te beschermen per onderwerp (één onderwerp per titel) aangegeven welke beperkingen er per welk (ruimtelijk) gebied gelden. 3.1.2.1 Relatie tot ontwikkeling Het plangebied bevindt zich in twee radarverstoringsgebieden. De maximale bouwhoogten betreffen 90 meter t.o.v. NAP en 113 meter t.o.v. NAP. 3.1.2.2 Conclusie Het Barro legt geen restricties op voor de locatie waar de ontwikkeling wordt voorzien.
Mees Ruimte & Milieu | 19316.GRO 2.2
Pagina | 18
Besluit ruimtelijke ordening (Bro) Het Bro stelt vanuit de Rijksverantwoordelijkheid voor een goed systeem van ruimtelijke ordening juridische kaders aan de processen van ruimtelijke belangenafweging en besluitvorming bij de verschillende overheden. Onderwerpen zoals Ladder voor duurzame verstedelijking en de proceseisen voor goed ontwerp, aandacht voor de waterhuishouding (watertoets), het milieu en het cultureel erfgoed zijn allen geborgd in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). De relevante onderwerpen voor onderhavig project worden behandeld in hoofdstuk 4, waarin de ruimtelijke en milieutechnische aspecten worden behandeld. 3.1.3.1 Relatie tot ontwikkeling De omgevingsaspecten worden besproken in hoofdstuk 4 van onderhavige ruimtelijke onderbouwing. 3.1.3.2 Conclusie De voorgenomen ontwikkeling is niet in strijd met het Bro.
Wet op de Archeologische Monumentenzorg In Nederland is er bij de implementatie van 'Malta' voor gekozen om gemeenten een sleutelrol te laten spelen bij het beheer van het bodemarchief. Op 1 september 2007 trad daarvoor de Wet op de Archeologische Monumentenzorg (Wamz) in werking. De Wamz omvatte de wijziging van de Monumentenwet 1988, de Woningwet, de Wet Milieubeheer en de Ontgrondingenwet voor het aspect archeologie. De integratie van de archeologie in de ruimtelijke besluitvorming werd verder verankerd in de nieuwe Wet ruimtelijke ordening (Wro, 2008), het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) en het Besluit Omgevingsrecht (2010). Het sluitstuk was de invoering van de Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht (Wabo) in oktober 2010. Gemeenten zijn op basis van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) verplicht om de bestemming van gronden en de daarbij behorende regels binnen een periode van tien jaar opnieuw vast te stellen. Bestemmingsplannen dienen namelijk te zijn voorzien van planologische regelingen die voldoen aan de eisen die heden ten dage daaraan worden gesteld. Hiermee is de implementatie van de archeologische monumentenzorg geheel geïntegreerd in de ruimtelijke wetgeving en besluitvormingsprocedures.
De sinds 2007 ingevoerde wijzigingen houden in dat bij ruimtelijke plannen de initiatiefnemer van de ruimtelijke ingreep door het bevoegd gezag kan worden verplicht de archeologische waarde van het te verstoren terrein aan te tonen. Indien de archeologische waarde van het te verstoren terrein naar het oordeel van het bevoegd gezag is vastgesteld (bijvoorbeeld door middel van archeologisch vooronderzoek) kunnen de aanwezige en bedreigde archeologische waarden in de belangenafweging worden meegewogen, zoals vastgelegd in het Europees Verdrag van Valetta (Malta). Daarin neemt de zorg voor het archeologisch erfgoed een belangrijke plaats in. Nieuw is de bepaling dat "de verstoorder betaalt". Dit heeft tot gevolg dat alle kosten van archeologisch onderzoek en het eventueel uitvoeren van een opgraving voor rekening van de initiatiefnemer van een (bouw)plan is. De archeologische waarden zijn op landelijk niveau aangegeven op de door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) uitgebrachte Indicatieve Kaart Archeologische Waarden (IKAW). 3.1.4.1 Relatie tot ontwikkeling Op het wettelijke kader en de archeologische onderzoeksresultaten wordt verder ingegaan in paragraaf 4.3 ‘Archeologie en cultuurhistorie’. 3.1.4.2 Conclusie Vooralsnog is de voorgenomen ontwikkeling niet in strijd met de Wet op Archeologische Monumentenzorg.
Mees Ruimte & Milieu | 19316.GRO 2.2
Pagina | 19
PROVINCIAAL BELEID Omgevingsvisie Zuid-Holland Per 1 april 2019 is de Zuid-Hollandse Omgevingsvisie in werking getreden. In de omgevingsvisie is het al bestaande provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving samengevoegd in een Omgevingsvisie en Omgevingsverordening. De provincie wil met haar Omgevingsvisie een uitnodigend perspectief bieden, zonder een beoogde eindsituatie te schetsen. Er is daarom geen eindbeeld voor 2030 of 2050 opgenomen, maar de maatschappelijke opgaven zijn vertaald in ambities. In de Omgevingsvisie zijn zes richtinggevende ambities in de fysieke leefomgeving vastgesteld. Naar een klimaatbestendige delta Het inrichten van de fysieke leefomgeving op een manier waarop deze klimaatbestendig blijft. Voorbeelden daarvan zijn: meer ruimte bieden aan water en het rekening houden met de impact van klimaatverandering bij nieuwe ruimtelijke projecten. Naar een nieuwe economie: the next level De stap van fossiele economie naar een circulaire economie in 2050, met grote gevolgen voor onder andere het haven-industrieel complex en de glastuinbouw. Er wordt ingezet op bijvoorbeeld digitalisering en een aantrekkelijke en gezonde woon- en werkomgeving. Naar een levendige meerkernige metropool De stap naar een gezonde, sociale en duurzame samenleving. Er moet een fors aantal woningen worden gerealiseerd en de woonvoorraad dient te worden verduurzaamd.
Ook zullen steden met elkaar verbonden moeten worden tot één metropolitaan gebied. In dit gebied zullen we moeten inzetten op het versterken van het leef- en vestigingsklimaat. Energievernieuwing Zuid-Holland wil de fossiele bronnen vervangen door hernieuwbare bronnen. Er worden maatregelen genomen om energie te besparen en het gebruik van aardgas drastisch te verminderen. Ook wordt ingezet op innovatie: nieuwe mogelijkheden voor energiegebruik uit wind, zon, biomassa, water en aardwarmte. Best bereikbare provincie De provincie moet optimaal verbonden zijn en blijven met regionale, landelijke en internationale centra. Er worden verkeersknelpunten aangepakt en de mobiliteitssector kan schoner worden gemaakt en verduurzaamd. Ook wordt ingezet op OV, gebruik van de fiets en vervoer over water. Gezonde en aantrekkelijke leefomgeving Een groene leefomgeving draagt bij aan een gezonde leefstijl van de inwoners van de provincie, maar het landschap en de biodiversiteit staat ook onder druk door het groeiend aantal inwoners, economische ontwikkeling en klimaatverandering. De kwaliteit van de leefomgeving kan worden versterkt door natuur, water, recreatie, landbouw, cultureel erfgoed en economie in samenhang te bezien. Voor het realiseren van maatschappelijke belangen wordt vanuit bovenstaande vernieuwingsambities gewerkt en vanuit opgaven in gebieden.
Daarnaast wordt vanuit twaalf samenhangende opgaven de zorg voor een goede omgevingskwaliteit ingevuld. Per opgave zijn de beleidskeuzes aangegeven. Beleid ruimtelijke kwaliteit De inzet van de provincie is dat ruimtelijke ontwikkelingen bijdragen aan het behoud en versterking van de ruimtelijke kwaliteit. Het ruimtelijk kwaliteitsbeleid bestaat uit een viertal kwaliteitskaarten, samengevat in één integrale kwaliteitskaart, bijbehorende richtpunten en een aantal bepalingen in de verordening (‘handelingskader ruimtelijke kwaliteit’). De kwaliteitskaart en de richtpunten geven richting aan de interpretatie van ruimtelijke kwaliteit.
Mees Ruimte & Milieu | 19316.GRO 2.2
Pagina | 20
Om te kunnen bepalen of een ruimtelijke ontwikkeling passend is, is vooral de ruimtelijke impact van belang. Daarbij hanteert de provincie met het oog op de wisselwerking tussen gebiedskwaliteiten en ontwikkelingen de volgende uitgangspunten.
De aard en schaal van een gebied bepalen of een ontwikkeling in meer of mindere mate passend is. In een agrarisch gebied passen stedelijke functies als woonwijken of bedrijventerreinen niet bij de aard en zijn daarmee gebiedsvreemd. De schaal van een gebied (‘korrelgrootte’) bepaalt of een ontwikkeling al dan niet past bij die schaal. Het ‘laadvermogen’ van een coulisselandschap is immers anders dan dat van een open veenweidepolder. Een ontwikkeling die past bij de schaal en aard van een gebied heeft in beginsel weinig ruimtelijke impact op gebiedskwaliteiten en vraagt daarom weinig tot geen provinciale betrokkenheid. Hoe meer een ontwikkeling afwijkt van de aard en schaal van een gebied, des te groter is in beginsel de ruimtelijke impact van nieuwe ontwikkelingen en des te eerder raken ze provinciale doelen of belangen. Dit geldt eveneens naarmate de kwaliteit van een gebied bijzonderder of kwetsbaarder is.
De gebiedsprofielen ruimtelijke kwaliteit bieden handvatten om te bepalen hoe groot de ruimtelijke impact in specifieke gevallen is. In dit licht wordt onderscheid gemaakt in drie soorten ontwikkeling: inpassing, aanpassing en transformatie. Inpassing Dit betreft een gebiedseigen ontwikkeling, passend bij de schaal en aard van het landschap. Een voorbeeld hiervan is de uitbreiding van een agrarisch bedrijf in het buitengebied of de herstructurering van een woonbuurt. Bij inpassing veranderen bestaande structuren en kwaliteiten niet tot nauwelijks. De rol van de provincie is hier in principe beperkt, behalve in gebieden met bijzondere kwaliteit. Uitgangspunt is dat bij inpassing een ontwikkeling volledig past binnen de richtpunten. Aanpassing Dit betreft een ontwikkeling die niet past bij de aard of de schaal van een gebied en daarmee niet geheel past binnen de richtpunten. Voorbeelden zijn een beperkt aantal nieuwe woningen in het buitengebied, een nieuw landgoed en de verbreding van een provinciale weg. De rol van de provincie zal zich, afhankelijk van het type gebied en het type ontwikkeling, vooral richten op het toewerken naar een kwalitatief optimaal resultaat, Ontwerpoptimalisaties, inpassingsmaatregelen of aanvullende ruimtelijke maatregelen zijn nodig om de ruimtelijke kwaliteit te behouden of te verbeteren.
Transformatie Bij transformatie gaat het om een verandering van een gebied van dusdanige aard en omvang dat een nieuw landschap of stedelijk gebied ontstaat. De ontwikkeling past niet bij de aard en schaal van het gebied. Dit is bijvoorbeeld het geval bij uitleglocaties voor woningbouw en bedrijventerrein of de aanleg van grootschalige recreatiegebieden. Bij transformatieopgaven is bijna altijd een provinciaal doel of belang in het geding en zal de betrokkenheid van de provincie zich richten op een actieve behartiging van provinciale doelen en een kwalitatief optimaal resultaat. Gelet op de verandering van het gebied is het reëel om aan te nemen dat niet aan alle richtpunten kan worden voldaan, maar dat door middel van een nieuw integraal ontwerp er een nieuwe ruimtelijke kwaliteit ontstaat. Ook hierbij kunnen ontwerpoptimalisaties, inpassingsmaatregelen of aanvullende ruimtelijke maatregelen nodig zijn om de ruimtelijke kwaliteit te behouden of te verbeteren.
Mees Ruimte & Milieu | 19316.GRO 2.2
Pagina | 21
Figuur 12. Soorten ontwikkeling (bron: Omgevingsvisie Zuid-Holland).
De gebiedsprofielen ruimtelijke kwaliteit vormen een uitwerking van de kwaliteitskaart en de richtpunten op gebiedsniveau en zijn opgesteld in samenwerking met regionale partijen. Ze bieden een gebiedsspecifieke handreiking voor het omgaan met ruimtelijke kwaliteit bij ruimtelijke ontwikkelingen. Naast het generieke kwaliteitsbeleid dat geldt voor de gehele provincie, wordt een tweetal beschermingscategorieën onderscheiden, waar onder voorwaarden van ruimtelijke kwaliteit ook ontwikkelingen mogelijk zijn, maar waar vanwege de kwetsbaarheid of bijzonderheid extra voorwaarden van toepassing zijn. Gebieden met topkwaliteit (beschermingscategorie 1) Een relatief beperkt aantal gebieden is zo bijzonder, waardevol of kwetsbaar, dat de instandhouding en mogelijk verdere ontwikkeling van de waarden die ze vertegenwoordigen, voorrang heeft boven alle andere ontwikkelingen. Deze gebieden dragen in hoge mate bij aan de identiteit, beleving en biodiversiteit van ZuidHolland, vormen een tegenhanger van het stedelijk gebied en versterken aldus het onderscheidend karakter van de provincie Gebieden met bijzondere kwaliteit (beschermingscategorie 2) De provincie wil een aantal specifieke waarden en gebieden in stand houden omdat ze landschappelijk, ecologisch of qua gebruikswaarde bijzonder en kwetsbaar zijn.
In die hoedanigheid leveren ze een belangrijke en specifieke bijdrage aan de ruimtelijke kwaliteit van Zuid-Holland. De instandhouding van deze waarden vraagt om hierop toegespitste vormen van bescherming en ontwikkeling, naast de generieke bijdrage aan de ruimtelijke kwaliteit. Ruimtelijke ontwikkelingen in deze gebieden zijn mogelijk, maar met inachtneming van het instandhouding van de specifieke waarden. 3.2.1.1 Relatie tot ontwikkeling De voorgenomen ontwikkeling betreft een inpassing, omdat de aard en omvang van het initiatief aansluit bij de omvang van het gebied. In de huidige situatie is er reeds een supermarkt aanwezig binnen het plangebied. Daarnaast past het realiseren van woningen met een ondergrondse parkeerplaats ook binnen een centrumgebied. Daarnaast bevindt het plangebied zich binnen het gebied ‘historische kernen en centra’, ‘steden en dorpen’ en ‘bouwwerken voor energie-opwekking’.
Mees Ruimte & Milieu | 19316.GRO 2.2
Pagina | 22
Figuur 13. Uitsnede kwaliteitskaart, laag van stedelijke occupatie, projectlocatie geel omcirkeld (bron: Provincie Zuid-Holland).
Historische kernen en centra De historische centra en kernen met hun compacte bebouwingsstructuur zijn waardevolle woon- en vestigingsmilieus in Zuid-Holland en dragen bij aan de toeristische kwaliteit. Als ontwikkelingen plaatsvinden in of in de nabijheid van het historisch centrum dan dragen deze bij aan behoud en versterking van de vitale stads- en dorpscentra met een gevarieerd functioneel en ruimtelijk beeld. Steden en dorpen Steden Kenmerken als de identiteit van de plek (historische, culturele, toeristische en ruimtelijke kenmerken), de geografische strategische ligging in het stedelijk netwerk en de aanwezige en nieuwe economische dragers maken van iedere stad en ieder centrum in het systeem een unieke plek met een eigen (ruimtelijke) karakteristiek. Een brede waaier aan woon- en werkmilieus is een belangrijke voorwaarde voor een aantrekkelijk vestigingsklimaat. Als herstructurering, transformatie of verdichting plaatsvindt binnen de stad, dan draagt dit bij aan de versterking van de ruimtelijke karakteristiek. Bij nieuwe ontwikkelingen wordt gebruik gemaakt van de groen- en waterstructuur als onderdeel van het stads- en dorpsontwerp. De hoogstedelijke centrumgebieden kennen een hoge bereikbaarheid en sterke identiteit. Ze bieden plaats aan (inter)nationale voorzieningen en bijzondere stedelijke woonmilieus.
Dorpen Elk dorp ontwikkelt zijn eigen identiteit en bouwt voort op haar karakteristieke structuur en ligging aan en in het landschap. Het dorp is deel van het omringende landschap, doordat onderliggende patronen herkenbaar zijn in de structuur van het dorp. Hoogbouw Hoogbouw kent talloze verschijningsvormen: kerktorens, watertorens, torenflats en wooncomplexen. Hoogbouw hoort veelal bij concentratie: de grond is schaars, dan maar de lucht in. Hoogbouw kan ook een vorm van expressie zijn: “laten zien dat je er bent” zoals sommige kantoortorens als hoofdzetel van een bedrijf of kerktorens. Historische centra en kernen De historische centra en kernen met hun compacte bebouwingsstructuur zijn waardevolle woon- en Mees Ruimte & Milieu | 19316.GRO 2.2
Pagina | 23
vestigingsmilieus in Zuid-Holland en dragen bij aan de toeristische kwaliteit. Als ontwikkelingen plaatsvinden in of in de nabijheid van het historisch centrum dan dragen deze bij aan behoud en versterking van de vitale stads- en dorpscentra met een gevarieerd functioneel en ruimtelijk beeld. Richtpunten: Ontwikkelingen dragen bij aan de karakteristieke kenmerken/identiteit van stad, kern of dorp. Hoogteaccenten (waaronder hoogbouw) vallen zoveel mogelijk samen met centra (zwaartepunten) en interactiemilieus in de stedelijke structuur. Daar waar hoogbouw niet samenvalt met “zwaartepunten” in de stedelijke structuur geeft een beeldkwaliteitsparagraaf inzicht in de effecten, invloed en aanvaardbaarheid van hoogbouw op de (wijde) omgeving. Ontwikkelingen dragen bij aan versterking van de stedelijke groen- en waterstructuur. Een nieuwe uitbreidingswijk bouwt voort op het bestaande stads- en dorpsgebied en versterkt de overgangskwaliteit van de stadsrand (zie stads- en dorpsranden). Cultuurhistorisch waardevolle gebouwen en stedenbouwkundige patronen worden behouden door ze waar mogelijk een functie te geven die aansluit bij de behoeften van deze tijd. Het eigen karakter van het historisch centrum wordt versterkt. Historische centra en kernen blijven ervaarbaar vanuit het omringende gebied.
Bij bedrijventerreinen krijgt de beeldkwaliteit van de randen, een goede ontsluiting en de samenhang met de omgeving extra aandacht. Bouwwerken voor energie-opwekking Nieuwe vormen van energie zullen steeds meer het landschap beïnvloeden. Diverse nieuwe energiedragers zijn bouwwerken die, afhankelijk van locatie, vorm en grootte, matige tot grote invloed op het landschap kunnen hebben. Vooral grote windturbines hebben verreikende invloed. Ook biovergistingsinstallaties en zonnevelden zijn bouwwerken die niet vanzelf en niet altijd passen bij de kenmerken van het gebied. Anderzijds kunnen bouwwerken voor energie-opwekking bijdragen aan nieuwe landschappelijke kwaliteit. Bij bouwwerken voor energie-opwekking is altijd een zorgvuldige locatiekeuze en/of inpassing van belang. Richtpunt: Bij de plaatsing van nieuwe bouwwerken voor energie-opwekking zal een beeldkwaliteitsparagraaf inzicht moeten geven in de effecten, invloed en aanvaardbaarheid van deze bouwwerken op de (wijde) omgeving. De beoogde ontwikkeling draagt bij aan het behoud en de versterking van de vitale stads- en dorpscentra in het kader van historische kernen. De beoogde ontwikkeling in de stad Voorburg draagt bij aan de stedelijke groenstructuur door de ontwerpen van de Stijlgroep.
Daarnaast blijven de cultuurhistorisch waardevolle gebouwen en stedenbouwkundige patronen behouden als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling. De voorgenomen ontwikkeling omvat geen bouwwerken ten behoeve van de opwekking van energie. 3.2.1.2 Conclusie De voorgenomen ontwikkeling is in lijn met de voornoemde ambitie van de provincie Zuid-Holland.
Omgevingsverordening Zuid-Holland Per 1 april 2019 is, naast de Omgevingsvisie, ook de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening in werking getreden. De inhoud van de omgevingsvisie is voor een groot deel leidend voor de inhoud van de omgevingsverordening. In de verordening van provinciale staten van Zuid-Holland zijn de regels opgenomen voor het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving. Om te kunnen bepalen of een ruimtelijke ontwikkeling passend is, is vooral de ruimtelijke impact van belang. Hoe groot die ruimtelijke impact is wordt in specifieke gevallen bepaald aan de hand van gebiedsprofielen en door onderscheid te maken in drie soorten ontwikkeling: inpassing, aanpassing en transformatie. Gelet op het uitgangspunt dat de ruimtelijke kwaliteit als gevolg van ontwikkeling per saldo niet afneemt, dient de toetsing
Mees Ruimte & Milieu | 19316.GRO 2.2
Pagina | 24
aan ruimtelijke kwaliteit een integraal onderdeel te vormen van de planvorming en afweging. Onderstaand artikel is van toepassing op het plangebied. Artikel 6.9 Ruimtelijke kwaliteit Een bestemmingsplan kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, onder de volgende voorwaarden ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit: a. de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart (inpassen); b. als de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, maar wijziging op structuurniveau voorziet (aanpassen), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft door: 1. zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart; en 2. het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen als bedoeld in het derde lid; c. als de ruimtelijke ontwikkeling niet past bij de bestaande gebiedsidentiteit (transformeren), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door: 1.
een integraal ontwerp, waarin behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied ook aandacht is besteed aan de fysieke en visuele overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en tijd, alsmede rekening is gehouden met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart; en 2. het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen als bedoeld in het derde lid. Artikel 6.10 Stedelijke ontwikkelingen 1. Een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, voldoet aan de volgende eisen: a. de toelichting van het bestemmingsplan gaat in op de toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking overeenkomstig artikel 3.1.6, tweede, derde en vierde lid van het Besluit ruimtelijke ordening b. indien in de behoefte aan de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stads- en dorpsgebied kan worden voorzien en voor zover daarvoor een locatie groter dan 3 hectare nodig is, wordt gebruik gemaakt van locaties die zijn opgenomen in het Programma ruimte. 2. Gedeputeerde staten kunnen bij de aanvaarding van een regionale visie aangeven in hoeverre de ladder voor duurzame verstedelijking op regionaal niveau geheel of gedeeltelijk is doorlopen.
In de toelichting van het bestemmingsplan kan in dat geval worden verwezen naar de regionale visie bij de beschrijving van de behoefte aan een nieuwe stedelijke ontwikkeling, als bedoeld in artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening. 3. Gedeputeerde staten kunnen een regionale visie voor wonen of bedrijventerreinen vaststellen. Een bestemmingsplan bevat geen bestemmingen die in strijd zijn met de door gedeputeerde staten vastgestelde regionale visie. Bestaand stads- en dorpsgebied Uitgangspunt voor de strategie voor de bebouwde ruimte is betere benutting van het bestaand stads- en dorpsgebied (BSD). Stedelijke ontwikkelingen vinden daardoor primair plaats binnen BSD. 3.2.2.1 Relatie tot ontwikkeling Op onderstaand figuur is te zien dat de projectlocatie is gelegen binnen BSD. De contour bestaand stads- en dorpsgebied 2018 (figuur 8) is vastgesteld op 20 februari 2019.
Mees Ruimte & Milieu | 19316.GRO 2.2
Pagina | 25
Figuur 14. Uitsnede kaart bestaand stads- en dorpsgebied 2018, projectlocatie rood omlijnd.
3.2.2.2 Conclusie Aan de regels zoals opgenomen in de omgevingsverordening wordt, voor zover relevant in het kader van voorliggende ontwikkeling, voldaan.
Programma ruimte Het Programma ruimte (20 februari 2019) is parallel aan de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening opgesteld. Het Programma ruimte bevat een nadere invulling en operationalisering van ruimtelijk relevante onderdelen van de Omgevingsvisie. Het gaat dan bijvoorbeeld om een locatiespecifieke of programmatische invulling van beleidsbeslissingen uit de Omgevingsvisie. Ook kan het gaan om taken en bevoegdheden van Gedeputeerde Staten. Stedelijke ontwikkelingen Uitgangspunt voor de strategie voor de bebouwde ruimte is betere benutting van het bestaand stads- en dorpsgebied (BSD). Stedelijke ontwikkelingen vinden daardoor primair plaats binnen BSD. Niet alle vraag naar wonen en werken kan en hoeft te worden opgevangen binnen bestaand stads en dorpsgebied (BSD). Stedelijke ontwikkelingen die niet binnen bestaand stads- en dorpsgebied gerealiseerd kunnen worden en kleinschalige stedelijke ontwikkelingen, kunnen in het landelijk gebied plaatsvinden in aansluiting op bestaand stads- en dorpsgebied of in bebouwingslinten. Gedeputeerde Staten zien toe op toepassing door gemeenten van de Ladder voor duurzame verstedelijking en het beleid voor ruimtelijke kwaliteit. Het eindoordeel over stedelijke ontwikkelingen groter dan 3 hectare buiten bestaand stads- en dorpsgebied ligt bij Provinciale Staten.
Deze worden door Provinciale Staten afgewogen en opgenomen op de 3 hectare kaart. Ofwel op de kaart ‘woningbouwlocaties, bedrijventerreinen en andere stedelijke ontwikkelingen’ (‘3 ha kaart’). Wanneer een locatie opgenomen is op de ‘3 ha kaart’ betekent dit dat de provincie op hoofdlijnen geen ruimtelijk bezwaar heeft tegen de betreffende ontwikkeling. Uitgangspunt voor het openen van een locatie van de ‘3 ha kaart’ is dat het gaat om een reële ontwikkeling. Binnen een periode van ten hoogste 10 jaar Mees Ruimte & Milieu | 19316.GRO 2.2
Pagina | 26
moet er voldoende behoefte bestaan voor de ontwikkeling van de locatie. 3.2.3.1 Relatie tot ontwikkeling De 3 ha kaart is niet van toepassing op de projectlocatie gezien de ligging binnen het bestaand stads- en dorpsgebied. 3.2.3.2 Conclusie De voorgenomen ontwikkeling is in lijn met de ambitie om nieuwe ontwikkelingen binnen het BSD mogelijk te maken.
Cultuurhistorische hoofdstructuur De Cultuurhistorische hoofdstructuur Zuid-Holland (CHS) geeft een overzicht van cultureel erfgoed in de provincie Zuid-Holland. Het cultureel erfgoed wordt hier opgevat als het geheel van overblijfselen uit het verleden in de bodem (archeologie), de ongebouwde omgeving (landschap) en de gebouwde omgeving (nederzettingen). Wanneer deze overblijfselen nog voldoende herkenbaar zijn als een kenmerk van de regionale bewonings- en ontginningsgeschiedenis, zijn ze op kaart gezet: de zogenoemde cultuurhistorische kaart van Zuid-Holland. De cultuurhistorische kaart van Zuid-Holland geeft een overzicht op hoofdlijnen van cultuurhistorische kenmerken en waarden in deze provincie. Deze kaart kent 3 verschillende thema's: archeologie, historische stedenbouw en historisch landschap. Ieder thema bestaat weer uit 2 kaarten, de kenmerkenkaart en de waardenkaart, die inzichtelijk maken wat in Zuid-Holland cultuurhistorisch van belang is en waarom. De cultuurhistorische kaart is een belangrijke onderlegger voor ruimtelijke planvorming. Daarmee wil de provincie stimuleren dat cultuurhistorie behouden blijft en/of ingepast wordt bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Daarnaast heeft de provincie de zogenoemde Regioprofielen Cultuurhistorie opgesteld.
Dit zijn zestien regioprofielen, die als een handreiking en sturingskader voor gemeenten, waterschappen, terreinbeheerders en adviesbureaus dienen om cultuurhistorie op te nemen in ruimtelijke plannen. Ze zijn een uitwerking van de algemene richtlijnen voor cultuurhistorie in ruimtelijke plannen, zoals die staan in de Provinciale Structuurvisie. De regioprofielen zijn een aanscherping van het bestaande beleid voor cultuurhistorie en ruimtelijke planvorming. 3.2.4.1 Relatie tot ontwikkeling Het plangebied Centrumplan Huygenskwartier maakt geen deel uit van de één van de regioprofielen. 3.2.4.2 Conclusie De voorgenomen ontwikkeling is in lijn met de Cultuurhistorische hoofdstructuur Zuid-Holland.
Archeologie De provincie Zuid-Holland draagt medeverantwoordelijkheid voor het behoud en beheer van het cultuurhistorisch erfgoed op en in haar grondgebied. De archeologische waarden die zich (vrijwel) onzichtbaar in de grond bevinden, zijn onderdeel van dat cultuurhistorisch erfgoed. Met de ontwikkeling van de Cultuurhistorische Hoofdstructuur (CHS) in 2001 en de herziening daarvan in 2007 heeft de provincie de archeologische waarden in kaart gebracht. De bescherming van het bodemarchief is wettelijk geregeld in de Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz). Het beleid van de Provincie Zuid-Holland richt zich, conform het Rijksbeleid en de Wamz op het behouden van archeologische waarden op de plaats waar de waarden zijn aangetroffen. Bij het opstellen van een ruimtelijk plan dient onderzoek te worden gedaan naar de aanwezigheid van archeologische waarden in het plangebied. Het provinciale beleid aangaande archeologie staat vermeld in de provinciale Verordening Ruimte en de daarbij behorende Provinciale Omgevingsvisie, welke door Provinciale Staten van Zuid Holland op 1 april 2019 is vastgesteld.
Mees Ruimte & Milieu | 19316.GRO 2.2
Pagina | 27
De Provincie stelt in haar Omgevingsverordening dat het haar wens is, duidelijker aan te geven hoe de verdeling van de verantwoordelijkheid is tussen provincie en gemeenten bij het beschermen van bekende en potentiële archeologische waarden. Uitgangspunt is dat de gemeenten meer ruimte krijgen om hun eigen archeologiebeleid in relatie tot de ruimtelijke ordening beter uit te voeren. De gemeenten krijgen het voortouw bij de gebieden met verwachte archeologische waarden. Het gaat om de gebieden met een redelijk tot hoge trefkans op archeologische sporen en gebieden met een zeer hoge trefkans op archeologische sporen. Gemeenten kunnen voor die gebieden gemotiveerd afwijken van het provinciaal beleid op basis van een archeologische waardenkaart die gestoeld is op archeologisch onderzoek. De provincie zal zich dan terughoudend opstellen. Het provinciaal belang is het grootst in de gebieden met hoge en zeer hoge bekende archeologische waarden. Deze gebieden zijn daarom benoemd als planologische aandachtsgebieden. De daar aanwezige archeologische waarden hebben een relatie met de in de POA benoemde provinciale onderzoeksthema's. Deze waarden moeten goed beschermd worden in het bestemmingsplan. Daarom worden de archeologische aandachtsgebieden vastgelegd in de verordening.
Door vaststelling van eigen archeologiebeleid en een gemeente dekkende archeologische beleidskaart kan een gemeente op basis van lokale omstandigheden gemotiveerd afwijken (naar beneden en naar boven) en een eigen planologisch regime ontwerpen. 3.2.5.1 Relatie tot ontwikkeling In paragraaf 4.2 wordt verder in gegaan op de archeologische waarden binnen het plangebied. Conform het beleid is er archeologisch onderzoek uitgevoerd. 3.2.5.2 Conclusie De voorgenomen ontwikkeling is in lijn met het archeologisch beleid van de Provincie Zuid-Holland.
REGIONAAL BELEID De regio Haaglanden is de meest dichtbevolkte regio van Nederland. Om de schaarse ruimte zo goed mogelijk te gebruiken is regionale afstemming van groot belang. Hiertoe werken negen gemeenten samen in het Stadsgewest Haaglanden. De gemeenschappelijke doelstelling van de negen gemeenten is om te komen tot een goed bereikbare regio met een sterke economische concurrentiepositie en een aantrekkelijk leef-, woon- en vestigingsklimaat.
Regionaal Structuurplan Haaglanden Op 16 april 2008 heeft het Algemeen Bestuur van het Stadsgewest Haaglanden het Regionaal Structuurplan Haaglanden 2020 (RSP) vastgesteld. Dit plan bevat de regionale visie voor de ruimtelijke ontwikkeling van Haaglanden tot 2020 (met een doorkijk naar 2030). Hierin worden richtinggevende en kaderstellende uitspraken gedaan op het gebied van verkeer, wonen, werken, water en groen. Deze uitspraken zijn (mede)bepalend bij de voorbereiding en uitwerking van de afzonderlijke gemeentelijke ruimtelijke plannen en bovenregionaal beleid. Voor de negen betrokken gemeenten vormt het RSP het integrale beleidskader waaraan het afzonderlijke gemeentelijke beleid en bestemmingsplannen tot 2018 moeten voldoen.
Mees Ruimte & Milieu | 19316.GRO 2.2
Pagina | 28
Figuur 15. Uitsnede visiekaart ontwikkelingsbeeld RSP Haaglanden, plangebied aangegeven middels rode pijl.
Het RSP onderschrijft het concentreren van wonen en werken binnen het stedelijk gebied. Dit heeft een gunstig effect op het draagvlak van stedelijke voorzieningen en het terugdringen van de automobiliteit ten gunste van langzaam verkeer. 3.3.1.1 Relatie tot ontwikkeling Voor het plangebied beschrijft het RSP geen beleidsuitgangspunten die van belang zijn voor de doorwerking van de beoogde ontwikkeling. Het plangebied bevindt zich binnen het vitaal en intensief benut stedelijk gebied en in de nabije omgeving van de centrale schakelzone Haaglanden en het hoogwaardige wegennet (A4 en A12). 3.3.1.2 Conclusie De beoogde ontwikkeling is in lijn met de Regionaal Structuurplan Haaglanden.
Mees Ruimte & Milieu | 19316.GRO 2.2
Pagina | 29
Woonvisie woningmarktregio Haaglanden 2017-2021 De regionale woonvisie (29 maart 2017) is richtinggevend voor gemeenten bij hun lokale woonbeleid. Het visiedeel (deel II) van de regionale woonvisie kijkt daarbij zo’n 10 jaar vooruit. De concrete ambities en maatregelen (deel III) zijn gericht op de korte termijn: de periode 2017 tot en met 2021. De keuze om met name de komende jaren centraal te stellen in de visie is een bewuste keuze. De contouren van de nieuwe woningmarkt zijn namelijk nog (lang) niet in beton gegoten. Tegelijkertijd liggen er wel een aantal duidelijke (ook lange termijn) opgaven klaar die om een concrete en voortvarende aanpak vragen. Snelheid is dus geboden, maar ook voldoende flexibiliteit. De regiogemeenten staat voor verschillende opgaven en uitdagingen. Op de eerste plaats vraagt de spanning in de regio tussen een oplopende vraag naar woningen en de schaars aanwezige ruimte om een uitgekiende aanpak. Een aanpak die bestaat uit een combinatie van herontwikkelen, verdichten, transformeren, mengen en nieuw bij bouwen op heel veel verschillende soorten (vooral) binnenstedelijke plekken. Dit vereist van de betrokken partijen wezenlijk andere competenties dan die tijdens de (relatief gemakkelijke) nieuwbouw op de VINEX-locaties nodig waren.