CConstaterende datLeidschendam-Voorburg
Koppel je AI →
Document · PDF

2573-48 Bijlage 45 toelichting, Integraal huisvestingsplan voortgezet onderwijs 2017-2026.pdf

Raadsvergadering 22 februari 2022, gemeente Leidschendam-VoorburgBij agendapunt: Raadsvoorstel: Vaststellen bestemmingsplan Stedelijk.13.475 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

G E M E E N T E L E I D S C H E N DA M - V O O R B U R G INTEGRAAL HUISVESTINGSPLAN

Toekomstbestendige en duurzame huisvesting

Gemeente en schoolbesturen streven naar duurzame en kwalitatief hoogwaardige schoolgebouwen (H2). Zij willen samen onderwijs­ huis­ vestings­ budgetten effectief inzetten. Daarmee wordt aangesloten op duurzaamheid, het Kwaliteits­kader VO en de evaluatie van de normbedragen (par. 5.7, 5.8, 5.9 en 5.10). In dit IHP wordt een voorstel opgenomen voor het voeren van een toekomstbestendig en duurzaam beleid voor schoolgebouwen (H10).

34

7

ANALYSE VOLUMEAFSPRAKEN Om het huidige onderwijsaanbod nu en in de toekomst te borgen willen de gemeente en de schoolbesturen in dit IHP volumeafspraken vastleggen en een beperkte groei faciliteren.

Dit hoofdstuk inventariseert het gewenste leerlingenaantal per school en vertaalt deze naar volumeafspraken. Daarbij wordt rekening gehouden met de onderwijshuisvesting.

7.1

Opmerking capaciteit

Op basis van de verordening onderwijshuisvesting wordt de capaciteit van schoolgebouwen vergeleken met het leerlingenaantal. De schoolbesturen concluderen dat deze vergelijking niet aansluit bij de realiteit. De reden hiervoor zijn de soms gunstige, of ongunstige verhoudingen tussen bruto vloeroppervlakte (BVO) en netto vloeroppervlakte (NVO). BVO bevat het gehele vloeroppervlak (inclusief gangen e.d.), terwijl NVO alleen uitgaat van het functioneel vloeroppervlak (alleen lokalen, kantoren e.d.). Een school kan bijvoorbeeld veel gangruimte hebben in verhouding tot lesruimte, en vice versa. In dit IHP wordt de realiteit als uitgangspunt genomen. De schoolbesturen zullen hier geen rechten aan ontlenen (precedentwerking). De verordening blijft het uitgangspunt voor aanvragen bij huisvestingsvoorzieningen.

G E M E E N T E L E I D S C H E N DA M - V O O R B U R G INTEGRAAL HUISVESTINGSPLAN

7.2

Afspraken uit het verleden

De voorgaande volumeafspraken met Scholengroep Spinoza dateren uit 2005. In 2005 is overeengekomen dat de gemeentelijke taak voor de huisvesting van Scholengroep Spinoza is gelimiteerd op 4.610 leerlingen. Met de Esloo Onderwijsgroep zijn in het verleden geen volumeafspraken gemaakt.

7.3

Inventarisatie gewenste leerlingenaantallen

Veurs Voorburg Het Veurs Voorburg telt ca. 360 leerlingen. Het leerlingenaantal van Veurs Voorburg is stabiel. Het Veurs Voorburg wil niet meer dan 400 leerlingen aannemen. Dit borgt de kleinschaligheid en geborgenheid van het onderwijs. De nieuwbouw van de school aan de Rijlandlaan wordt gebaseerd op dit aantal. Corbulo College Het Corbulo College telt ca. 220 leerlingen. Er kunnen ongeveer 400 leerlingen in het gebouw gehuisvest worden. Deze capaciteit is echter afhankelijk van de verhouding tussen het aantal LWOO, VMBO-B en VMBO-K leerlingen.

35

’s-Gravendreef College Leidschendam Het ’s-Gravendreef College Leidschendam telt ca. 190 leerlingen. Het ’s-Graven­ dreef College Leidschendam groeit sinds vorig jaar. De school verwacht met ingang van het schooljaar 2017/2018 aan 320 leerlingen onderwijs te bieden. De school kan in het gebouw dit aantal leerlingen faciliteren. Veurs Lyceum Het Veurs Lyceum telt ca. 930 leerlingen. Het Veurs Lyceum is de afgelopen drie jaar met ongeveer 60 leerlingen gegroeid. Er zijn leerlingen van het Aloysius College opgevangen. Het Veurs Lyceum wil met ingang van het schooljaar 2016/2017 minder leerlingen aannemen om het leerlingenaantal te laten dalen naar 900 leerlingen. De school kan in het gebouw niet meer leerlingen faciliteren. Dalton Voorburg Het Dalton Voorburg telt ca. 1.210 leerlingen. Het leerlingenaantal van Dalton Voorburg is stabiel. Dalton Voorburg kan in het huidige gebouw niet meer dan 1.200 leerlingen faciliteren. Dalton Voorburg wijst jaarlijks veel leerlingen af. Sint Maartenscollege Het Sint Maartenscollege telt ca. 1.250 leerlingen. Het Sint Maartenscollege heeft vanaf het schooljaar 2016/2017 minder leerlingen aangenomen om het leerlingenaantal omlaag te brengen. De school kan in het gebouw niet meer leerlingen faciliteren, 1.220 is eigenlijk de maximale capaciteit van het huidige gebouw. De school had in 2016 nog 1.300 leerlingen.

Gymnasium Novum Gymnasium Novum telt ca. 730 leerlingen. Gymnasium Novum wil dit leerlingenaantal stabiel houden. De school kan in het gebouw niet meer leerlingen faciliteren.

G E M E E N T E L E I D S C H E N DA M - V O O R B U R G INTEGRAAL HUISVESTINGSPLAN

7.4

Conclusie: gewenste volumeafspraken

In de huidige situatie is een groeimogelijkheid aanwezig bij het Corbulo College en het ’s-Gravendreef College Leidschendam (VMBO). Door de nieuwbouw van Veurs Voorburg (VMBO) kan deze school ook enigszins groeien. De mogelijke groei van deze scholen heeft geen consequenties voor de onderwijshuisvesting. Veurs Lyceum, St. Maartenscollege en het Dalton Voorburg (VMBO-T/HAVO/ VWO) kunnen geen extra leerlingen aannemen (zie ook H8). In de gewenste volumeafspraken is daarom rekening gehouden met een uitbreiding van de leerlingenaantallen bij het Sint Maartenscollege en bij het Dalton Voorburg met 150 leerlingen. Dit leidt tot een huisvestingsopgave die pas bij (ver)nieuwbouw kan worden gerealiseerd. De gewenste volumeafspraken zijn weergegeven in tabel 7 en bieden een groeimogelijkheid van ongeveer 11,5%. Schoolnaam

Huidig Ll. Aantal

Volumeafspraak

Veurs Voorburg

360

400

Corbulo College

220

400

’s Gravendreef College Leidschendam

190

320

Veurs Lyceum

930

900

Dalton Voorburg

1.210

1.200+150

St. Maartenscollege

1.250

1.220+150

Gymnasium Novum

730

720

Totaal

4.890

5.460 (+11,5%)

Tabel 7: huidige leerlingaantallen en de volumeafspraken.

36

Consequenties Volumeafspraken Voor de gemeente hebben deze volumeafspraken de volgende consequentie: ·· De gemeente verplicht zich van haar kant zorg te dragen voor passende huisvesting, indien de leerlingen ook daadwerkelijk op die school zitten.

G E M E E N T E L E I D S C H E N DA M - V O O R B U R G INTEGRAAL HUISVESTINGSPLAN

Voor de schoolbesturen hebben de volumeafspraken de volgende consequentie: ·· De schoolbesturen verplichten zich met de volumeafspraken voor langere tijd te houden aan de maximale schoolgrootte per school. ·· De schoolbesturen treden bij een voorgenomen wijziging van het onderwijsaanbod in overleg met de gemeente.

37

Opmerking: Er is voor gekozen om geen plaatsingsbeleid te voeren bij de volumeafspraken. Een plaatsingsbeleid zou inhouden dat dat leerlingen uit Leidschendam-Voorburg voorrang hebben op een plek bij de VO-scholen in Leidschendam-Voorburg. Dit is echter niet wenselijk omdat dit de vrijheid van onderwijskeuze in de regio zou beperken. De VO-scholen in de regio zijn allemaal regionale voorzieningen. Leerlingen en ouders kijken over grenzen van wijken en gemeenten heen voor de school van hun voorkeur. Zo kiezen ook leerlingen uit LeidschendamVoorburg voor scholen met een andere onderwijssoort (Praktijkonderwijs) of signatuur in Den Haag. Het voeren van een plaatsingsbeleid in Leidschendam-Voorburg zou betekenen dat leerlingen uit andere gemeenten geen gelijke kans meer hebben op een plek bij de VO-scholen in Leidschendam-Voorburg. Daarnaast zijn er regionale afspraken gemaakt over de toelating tot VO-scholen. Om de overgang tussen PO en VO zo eerlijk en ongehinderd mogelijk te laten verlopen hebben de schoolbesturen van Den Haag, Leidschendam-Voorburg en Rijswijk afspraken met elkaar gemaakt over het proces van aanmelding en toelating op de vo-scholen. Deze afspraken geven vorm aan de jaarlijkse ‘BOVO-procedure’. Het knelpunt in de huidige procedure is dat een leerling slechts op één VO-school kan worden aangemeld.

Staatsecretaris Sander Dekker heeft aangegeven dat ouders en kinderen zich op meerdere scholen moeten kunnen inschrijven. De procedure en het systeem zullen hierop worden aangepast.

G E M E E N T E L E I D S C H E N DA M - V O O R B U R G INTEGRAAL HUISVESTINGSPLAN

38

8 ANALYSE FUNCTIONALITEIT ONDERWIJSHUISVESTING De onderwijskundige profilering van een school en onderwijskundige ontwikkelingen stellen eisen aan de functionaliteit van onderwijsgebouwen. De gemeente Leidschendam-Voorburg en de schoolbesturen willen de onderwijsgebouwen laten voldoen aan huidige en toekomstige functionele eisen.

Dit hoofdstuk analyseert de functionaliteit van de VO-gebouwen. De analyse is gebaseerd op gesprekken met de schoolbesturen, gesprekken met de schoolleiding en een quickscan van Scholengroep Spinoza.

8.1

Analyse functionaliteit

Veurs Voorburg Het gebouw van Veurs Voorburg is in 1955 gebouwd. De staat van het huidige gebouw is slecht. Sinds 2005 zijn er verschillende locaties voor nieuwbouw onderzocht. De nieuwbouw heeft echter nog steeds niet plaatsgevonden, hoewel er al een paar keer het beeld bestond dat er plannen gemaakt konden worden. Dit is lastig voor het Veurs Voorburg omdat er constant een afweging moet worden gemaakt tussen wachten op de nieuwbouw of investeren in het huidige verouderde pand. De realisatie van de nieuwbouw heeft voor de gemeente en het schoolbestuur de hoogste prioriteit. Bij de nieuwbouw moet rekening gehouden worden met de vernieuwing van het VMBO (zie par. 5.4).

G E M E E N T E L E I D S C H E N DA M - V O O R B U R G INTEGRAAL HUISVESTINGSPLAN

Corbulo College Het gebouw van het Corbulo College is in 2002 gebouwd en verkeert in prima staat. Door de vernieuwing van het VMBO (par. 5.4). zijn meerdere praktijkruimtes gedateerd. Er wordt gekeken naar mogelijkheden om het gebouw aan te passen. ’s-Gravendreef College Leidschendam Het gebouw van het ’s-Gravendreef College is in 2013 gebouwd. Het gebouw wordt gedeeld met het ID-College (MBO) en de bibliotheek. Er is een Vereniging van Eigenaren (VvE) opgericht voor het beheer en onderhoud. Het ID-College en de bibliotheek willen het gebouw op een hoog kwaliteitsniveau onderhouden. Scholengroep Spinoza ontvangt relatief te weinig middelen in de lumpsum om deze hoge onderhoudskosten te kunnen betalen. Daarnaast is de gezamenlijke huisvesting soms lastig omdat VMBO-leerlingen en MBO-leerlingen in leeftijd verschillen verschillen. Scholengroep Spinoza en het ID-College hebben een aantal ruimten uitgewisseld om het gebouw efficiënter in te richten en logischer te verdelen. In het gebouw zijn inmiddels aanpassingen gedaan om bestaande lokalen geschikt te maken.

39

Veurs Lyceum Het gebouw van het Veurs Lyceum is in 1991 gebouwd. In 1999 is het gebouw uitgebreid. Er zijn enkele knelpunten in de huisvesting: ·· Door de ontwikkeling van de talentstroom is er is behoefte aan flexibelere huisvesting met meer nevenruimten. ·· Door de groei van het leerlingenaantal is er druk op de beschikbare ruimte in de school. Er is vooral druk op de ‘gezamenlijke ruimten’ zoals pauzeruimten en toiletruimten. Er ligt een veld naast de school welke de school graag in gebruik zou willen nemen, ook om overlast in de omliggende woonwijk te voorkomen. ·· Na 25 jaar staat het groot onderhoud op de planning (vernieuwing van CV-ketels, E-installaties, en systeemplafonds). Daarnaast is de uitstraling van het gebouw gedateerd en is het gebouw niet voorzien van een klimaatinstallatie. ·· Er is behoefte aan meer nevenruimte. Om dit te creëren gaat het grote onderwijsleercentrum van de school een andere functie krijgen. Er wordt ook gekeken naar herinrichting van diverse gezamenlijke ruimten. Gezien de leeftijd van het gebouw (25 jaar) is dit een goed moment om een ingreep te doen voor verduurzaming/levensduurverlenging. Dan kan het gebouw langer mee dan de genormeerde 40 jaar.

Dalton Voorburg Het gebouw van Dalton Voorburg is in 1968 gebouwd, met een voor die tijd progressief ontwerp. Het progressieve ontwerp maakt dat het gebouw nog functioneel is. Er is bijvoorbeeld veel nevenruimte gerealiseerd waar leerlingen zelfstandig kunnen werken. Inmiddels worden de nevenruimten ingezet voor andere activiteiten. Door de grote verblijfsruimten en de brede gangen zijn er netto weinig lokalen ten opzichte van het bruto vloeroppervlak. Het gebouw was oorspronkelijk bedoeld voor een school met een omvang van 900 leerlingen. Het gebouw is aangepast om extra lokalen te creëren: ·· De oude mediatheek is verbouwd tot drie lokalen. Er is een nieuwe mediatheek gerealiseerd op het dak van de kleedruimten naast de gymzalen. ·· Enkele grote lokalen zijn gesplitst en verbouwd tot twee lokalen. Ondanks deze uitbreidingen heeft de school nog steeds een tekort aan lokalen. Recentelijk is groot onderhoud uitgevoerd aan CV-ketels en dakbedekking en zijn de houten kozijnen vervangen door aluminium kozijnen. Het gebouw is niet voorzien van een klimaatinstallatie. Betonnen gevelelementen hebben vergaand (instandhoudings-) onderhoud nodig. Het gebouw is bijna 50 jaar oud, veel bouwelementen naderen het einde van hun levensduur. Op termijn (5-10 jr.) is een grootschalige ingreep wenselijk.

Er moet een afweging worden gemaakt tussen levensduurverlening, (ver) nieuwbouw of renovatie. Voorkeur gaat uit naar nieuwbouw. De ruimtelijke mogelijkheden op de kavel zijn beperkt. Gezien de gewenste uitbreiding van het leerlingenaantal (zie par. 7.4) moet er bij deze ingreep rekening worden gehouden met een uitbreiding voor 150 leerlingen.

G E M E E N T E L E I D S C H E N DA M - V O O R B U R G INTEGRAAL HUISVESTINGSPLAN

40

Het gebouw van Dalton Voorburg wordt mogelijk als gemeentelijk monument aangewezen. Scholengroep Spinoza is hier geen voorstander van. Een monumentale status maakt ingrepen in het gebouw kostbaar en lastig. Sint Maartenscollege Het gebouw van het Sint Maartenscollege is in 1966 gebouwd en in 1990 en 2001 uitgebreid. Het gebouw is 50 jaar oud. Het gebouw begint gebreken te vertonen: ·· Door het traditionele karakter van het ontwerp zijn er weinig nevenruimten om in kleine groepen te werken. Daarnaast zijn de lokalen klein. Een lokaal is ongeveer voor 22 leerlingen geschikt terwijl de klassen een omvang hebben van ongeveer 30 leerlingen. ·· De gebouwstructuur is, vooral door uitbreidingen, niet overal overzichtelijk of helder leesbaar. Het gebouw heeft veel ingangen. Dit maakt het lastig om voldoende toezicht te houden op de bezoekers van de school. ·· De fietsenuitrit is ongunstig gepositioneerd ten opzichte van de straat. Dit zorgt voor minder veilige situaties. ·· Er zijn investeringen nodig voor levensduurverlenging. In de periode 20152017 worden bijvoorbeeld de brandinstallatie, de omroepinstallatie, de dakbedekking en de CV-ketels vervangen. Dit zijn kostbare ingrepen. ·· Het gebouw is niet voorzien van een klimaatinstallatie. Er zijn met name op de bovenste verdieping klachten over het binnenklimaat. Het gebouw is niet functioneel en aan het einde van haar levensduur.

Het gebouw is 50 jaar oud. Op termijn (5-10 jr.) is een grootschalige ingreep wenselijk. Er moet een afweging worden gemaakt tussen (ver)nieuwbouw of renovatie. Voorkeur gaat uit naar nieuwbouw. Gezien de gewenste uitbreiding van het leerlingenaantal (zie par. 7.4) moet er bij deze ingreep rekening worden gehouden met een uitbreiding voor 150 leerlingen.

G E M E E N T E L E I D S C H E N DA M - V O O R B U R G INTEGRAAL HUISVESTINGSPLAN

Een onderdeel (de kapel op het plein) van het gebouw van het Sint Maartenscollege wordt mogelijk als gemeentelijk monument aangewezen. Scholengroep Spinoza is hier geen voorstander van. Een monumentale status maakt ingrepen in het gebouw kostbaar en lastig en heeft gevolgen voor mogelijke aanpassingen van de bouwenvelop van het lesgebouw aan het plein. Gymnasium Novum Het gebouw van Gymnasium Novum is in 2010 deels gerenoveerd en deels nieuw gebouwd. Alleen de bètavleugel uit 1988 is niet meegenomen in de renovatie. De school heeft een gebrek aan lokalen. Het gebouw was oorspronkelijk bedoeld voor 650 leerlingen. Door een inpandige verbouwing zijn er twee extra lokalen gerealiseerd. Scholengroep Spinoza onderzoekt of er nog extra inpandige verbouwing mogelijk is. Het is een mogelijkheid dat de collegezaal meer wordt ingezet als lokaal.

8.2

Conclusie: huisvestingsopgaven

Voor dit IHP gelden voor de gemeente de volgende huisvestingsopgaven (naar volgorde van prioriteit): ·· Nieuwbouw Veurs Voorburg (rekening houden met vernieuwing VMBO, meer praktijkruimtes van een hoger niveau) – start bouw 2018 ·· Nieuwbouw of renovatie Sint Maartenscollege (incl. uitbreiding) – start bouw 2021 (indicatief) ·· Nieuwbouw of renovatie Dalton Voorburg (incl. uitbreiding) – start bouw 2026 (indicatief) ·· Eventuele onderwijskundige vernieuwing Corbulo College

41

9 ANALYSE GYMNASTIEK De gemeente en schoolbesturen willen voldoende gymnastiekcapaciteit aanbieden.

Dit hoofdstuk analyseert de gymnastiekcapaciteit van Leidschendam-Voorburg. Daarbij wordt een voorstel gedaan voor uitbreiding van de gymnastiekcapaciteit.

9.1

Analyse gymnastiek

De organisatie van het gymnastiekonderwijs in Leidschendam-Voorburg is voor drie scholen niet optimaal. ·· Sint Maartenscollege: de school heeft de beschikking over twee gymzalen en een sportzaal (Maartenshal). De sportzaal is bouwkundig verouderd. ·· Veurs Voorburg: de school krijgt nieuwbouw aan de Rijnlandlaan. Er wordt inpandig een gymzaal gerealiseerd die voorziet in de benodigde gymnastiekcapaciteit van de school. ·· Gymnasium Novum: de school heeft geen eigen gymzaal. Er wordt gebruik gemaakt van sporthal Essesteijn. Deze sporthal ligt op ruim 1,5 km afstand.

9.2

Conclusie: huisvestingsopgave

Het is mogelijk om drie gymnastiekzalen op de plek van de Maartenshal te realiseren. Inmiddels heeft het Scholengroep Spinoza toestemming van de gemeente om een nieuwe hal, bestaande uit drie gymzalen, te bouwen aan de Marcellus Emantslaan. De ingebruikneming wordt verwacht in het tweede kwartaal van 2018.

De Maartenshal komt door de bouwkundige staat in aanmerking voor nieuwbouw. De wens is om een grotere gymnastiekvoorziening te bouwen. Hiermee zal het gymnastiekonderwijs voor de VO-scholen in Voorburg efficiënter kunnen worden georganiseerd: het Sint Maartenscollege krijgt een kwalitatief betere gymnastiek-voorziening en Gymnasium Novum hoeft geen gebruik meer te maken van de op grote afstand gelegen sporthal Essesteijn. Scholengroep Spinoza en de gemeente Leidschendam-Voorburg hebben een onderzoek laten uitvoeren naar de haalbaarheid van een grotere gymnastiekvoorziening op de plek van de huidige Maartenshal.

G E M E E N T E L E I D S C H E N DA M - V O O R B U R G INTEGRAAL HUISVESTINGSPLAN

42

10 ANALYSE TOEKOMSTBESTENDIGE HUISVESTING De gemeente en schoolbesturen willen toekomstbestendige en duurzame onderwijshuisvesting realiseren.

Dit hoofdstuk analyseert het bestaande beleid van Leidschendam-Voorburg op het gebied van toekomstbestendige en duurzame onderwijshuisvesting.

·· De gemeente heeft voor het PO de normbedragen verhoogd met 18%. In combinatie met de Frisse-Scholen-regeling is het normbedrag verhoogd met 25%.

10.1 Beleid toekomstbestendige en duurzame huisvesting 10.2 Ambitie toekomstbestendige en duurzame huisvesting Deze paragraaf bespreekt het huidige duurzaamheidsbeleid van de gemeente: ·· De gemeente realiseert nieuwbouw welke minimaal 20% energiezuiniger is dan het Bouwbesluit 2012. Dit wordt berekend aan de hand van de ‘energieprestatie coëfficiënt’ (EPC). ·· Het Bouwbesluit heeft het beleid van de gemeente gedeeltelijk ingehaald. Vanaf 2015 is de EPC-eis voor onderwijsgebouwen in het Bouwbesluit verder aangescherpt van 1,3 naar 0,7. Dit is een verscherping van de norm met 50% in plaats van de voorgenomen 20% uit het klimaatplan van de gemeente. ·· De gemeente streeft een GPR-score van 7 voor het criterium Energie. GPR is een instrument om een gebouw te beoordelen op kwaliteit en duurzaamheid. Er wordt gekeken naar energieverbruik, milieubelasting, gezondheid, gebruikskwaliteit en toekomstwaarde van het gebouw. ·· De gemeente bouwt duurzaam: een manier van ontwerpen, bouwen en beheren van gebouwen waarbij het milieu zo min mogelijk wordt belast. ·· De gemeente investeert in ‘Frisse Scholen’. Bij nieuwbouw, uitbreiding of renovatie is gepland wordt in het budget rekening gehouden het verbeteren van het binnenklimaat en energiezuinigheid. Dit betekent een budgetverhoging voor nieuwbouwprojecten van ongeveer 7%.

De ambitie voor toekomstbestendige en duurzame onderwijshuisvesting voor het VO kan als volgt worden ingevuld (gelijk aan de ambitie bij het PO): ·· Nieuwe onderwijsgebouwen moeten minimaal voldoen aan het Bouwbesluit 2015. ·· Bij nieuwbouwopgaven wordt, binnen de lokaal geldende beperkingen en mogelijkheden, de wenselijkheid van de prestatiecriteria uit het Kwaliteits­ kader onderzocht. Daarbij krijgen de schoolbesturen de mogelijkheid om binnen de gestelde financiële kaders één of meerdere van de prestatie­ criteria te selecteren. Dit wordt in feite een plus bovenop het Bouwbesluit. ·· Het extra budget voor Frisse Scholen bij nieuwbouwprojecten wordt gecontinueerd. Per saldo betekent dit een verhoging van de normkosten met ongeveer 7%. ·· Er moet bij nieuwbouw aandacht worden geschonken aan het spanningsveld tussen energieprestatie (EPC) en binnenklimaat. Een zeer goede isolatie (energieprestatie) kan leiden tot slechte ventilatie (binnenklimaat) en andersom. Bovenstaand ambitieniveau (afhankelijk van lokale randvoorwaarden) leidt tot een verhoging van de normbedragen met 46% om te voldoen aan het

G E M E E N T E L E I D S C H E N DA M - V O O R B U R G INTEGRAAL HUISVESTINGSPLAN

43

Bouwbesluit 2015, en een verhoging van nog eens 1%-37% voor een gedeeltelijke implementatie van het Kwaliteitskader-VO.

10.3 Discrepantie in onderwijshuisvesting Er is een aantal discrepanties in het beleid van de Rijksoverheid ten aanzien van de bekostiging van onderwijshuisvesting. Deze paragraaf bespreekt deze discrepanties. Wet- en Regelgeving De ambities van de Rijksoverheid sluiten niet aan bij de wet- en regelgeving. Bewindspersonen van OCW, maar ook van andere ministeries, spreken zich geregeld ambitieus uit over onderwijshuisvesting. Ze leggen daarbij een relatie tussen de kwaliteit van schoolgebouwen en leerprestaties.13 De hoge ambities van de Rijksoverheid zijn echter niet uitgewerkt in wet- en regelgeving. In de wetgeving is slechts opgenomen dat: ·· een minimaal vloeroppervlak vereist is; ·· scholen hun gebouwen behoorlijk moeten onderhouden; ·· gemeenten voor onderwijshuisvesting een bekostigingsplafond moeten vaststellen dat redelijkerwijs kan voorzien in de huisvestingsbehoefte van scholen. (In Leidschendam-Voorburg is het bekostigingsplafond jaarlijks de som van de investeringen in onderwijshuisvesting). Daarnaast moeten schoolgebouwen, net als alle andere gebouwen voldoen aan de eisen in het Bouwbesluit 2015 en de Wet milieubeheer

13

Ook de Algemene Rekenkamer concludeert daarom het volgende: “Kijken we naar de normbedragen die de VNG in haar Modelverordening voorzieningen huisvesting onderwijs (VNG 2014) hanteert voor nieuwbouw, dan blijken die niet te passen bij de ambities van de bewindslieden en over het algemeen zelfs niet bij de eisen die het Bouwbesluit 2012 aan gebouwen stelt.” Uitnamen gemeentefonds Per 2015 is het fictieve budget dat aan gemeenten ter beschikking wordt gesteld voor onderwijshuisvesting met € 415 miljoen naar beneden bijgesteld ten opzichte van 2014. Dit komt door de volgende maatregelen: ·· Het achterblijven van de uitgaven van gemeenten aan onderwijshuisvesting heeft geleid tot de zogenaamde Buma-uitname. Het bedrag is overgeheveld naar de schoolbesturen. Opvallend genoeg zijn de middelen echter niet toegevoegd aan het materiële deel van de lumpsum van schoolbesturen (waar onderhoud een onderdeel van is), maar aan het personeelsdeel op basis van afspraken tussen de PO-Raad, VO-Raad en Ministerie van OCW, vastgelegd in de bestuursakkoorden. ·· (€ 256 miljoen – de maatregel is toegepast op het Gemeentefonds als geheel. Hierdoor worden alle clusters, dus ook het sub-cluster onderwijshuisvesting, geraakt) ·· Het buitenonderhoud in het PO is in 2015 naar de schoolbesturen overgeheveld.

·· (€ 159 miljoen - overheveling van zowel de financiële middelen uit het Gemeentefonds als de taak). Daarnaast heeft aanpassing van gemeentefonds geleid tot een verlaging van het fictieve budget voor onderwijshuisvesting (€ 260 miljoen - De maatregel heeft betrekking op de verdeling van middelen en heeft geen effect op de totale omvang van het Gemeentefonds).

Algemene Rekenkamer (2016), Schoolgebouwen primair en voortgezet onderwijs: de praktijk gecheckt.

G E M E E N T E L E I D S C H E N DA M - V O O R B U R G INTEGRAAL HUISVESTINGSPLAN

44

Verdeling verantwoordelijkheden onderwijshuisvesting Het huidige stelsel voor onderwijshuisvesting bevat geen prikkel voor gemeente en schoolbesturen om gezamenlijk doelmatig te opereren. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor nieuwbouw. Schoolbesturen zijn verantwoordelijk voor onderhoud en exploitatie. Het stelsel biedt beide partijen de mogelijkheid om de eigen uitgaven laag te houden. Gemeenten kunnen de eigen uitgaven laag houden door relatief goedkope gebouwen neer te zetten, ten koste van hoge onderhouds- en exploitatiekosten. Schoolbesturen kunnen de eigen uitgaven laag houden door weinig te investeren in onderhoud en aanvragen te doen voor huisvestingsvoorzieningen, zonder daarbij goedkopere opties (bv. levensduurverlening) te overwegen.

Lange termijn Voor de lange termijn onderzoekt de gemeente de haalbaarheid van een andere bekostigingssystematiek, waarbij het Haagse model als leidraad kan dienen. Overwogen kan worden te werken met een budgetplafond. Daarbij wordt jaarlijks een vast budget gereserveerd voor onderwijshuisvesting. De gemeente en de schoolbesturen bekijken per (ver)nieuwbouwopgave hoeveel budget noodzakelijk is om de gewenste kwaliteit te realiseren. Indien er extra budget noodzakelijk is leidt dit tot uitstel van andere (ver)nieuwbouwopgaven, het budgetplafond kan immers niet worden overschreden. De VO-schoolbesturen in Leidschendam-Voorburg hebben aangegeven dat het bespreekbaar is om voorzieningen later in de tijd te realiseren als een verhoogde bekostigingsnorm de tegenprestatie is.

10.4 Conclusie Normbedragen De gemeente en schoolbesturen willen gebouwen neerzetten welke voldoen aan het Bouwbesluit en toekomstbestendig en duurzaam zijn. Tegelijkertijd leidt een opslagpercentage van minimaal 46% tot hoge investeringsopgaven. Gezien de hoogte van het opslagpercentage wil de gemeente samen met de schoolbesturen nader onderzoek doen. Dit leidt tot een strategie voor de korte en lange termijn.

Daarnaast willen de gemeente en de schoolbesturen de VNG adviseren regionale verschillen in te voeren in de normvergoeding.

Korte termijn Op de korte termijn wordt gezocht naar een oplossing over het door de gemeente beschikbaar te stellen budget voor de nieuwbouw van Veurs Voorburg aan de Rijnlandlaan. De nieuwbouw van deze school kan niet worden uitgesteld.

G E M E E N T E L E I D S C H E N DA M - V O O R B U R G INTEGRAAL HUISVESTINGSPLAN

45

11 UITVOERING De analyses uit hoofdstuk 7 t/m 10 leiden tot de volgende opgaven: ·· De volumeafspraken zoals omschreven in paragraaf 7.4. ·· De huisvestingsopgaven zoals omschreven in paragraaf 8.2: ·· Nieuwbouw Veurs Voorburg (rekening houden met vernieuwing VMBO, meer praktijkruimtes van een hoger niveau) – start bouw 2018. ·· Nieuwbouw of renovatie Sint Maartenscollege (incl. uitbreiding) – start bouw 2021 (indicatief). ·· Nieuwbouw of renovatie Dalton Voorburg (incl. uitbreiding) – start bouw 2026 (indicatief). ·· Eventuele onderwijskundige vernieuwing Corbulo College. ·· Een onderzoek naar hoe om kan worden gegaan met de normbedragen (par 10.4).

Schoolnaam

Huidig Ll. Aantal

Volumeafspr.

m2 (incl. gym)

Veurs Voorburg

365

400

4.500

St. Maartenscollege

1.292

1.370

10.000

Dalton Voorburg

1.202

1.350

10.000

Corbulo College

231

400

3.321

3.920

Totaal Tabel 8: opgaven.

G E M E E N T E L E I D S C H E N DA M - V O O R B U R G INTEGRAAL HUISVESTINGSPLAN

46

Colofon Aan dit rapport hebben meegewerkt Ir. O. Martens E. Vogelaar Vastgoeddialoog, Rotterdam

3033

www.vastgoeddialoog.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leidschendam&id=a6a562ec-3ab9-4655-b155-0a568f848f0f