CConstaterende datLeidschendam-Voorburg
Koppel je AI →
Document · PDF

2573-34 Bijlage 31 toelichting, Bomennota, onderdeel beheer.pdf

Raadsvergadering 22 februari 2022, gemeente Leidschendam-VoorburgBij agendapunt: Raadsvoorstel: Vaststellen bestemmingsplan Stedelijk.14.186 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Bomennota gemeente Leidschendam-Voorburg deel 2 beheer—27

Beheer Openbare Ruimte, Eisen en aanbevelingen voor de inrichting van de openbare ruimte, april 2009 conceptversie. Gemeente Leidschendam-Voorburg, 2007, Ruimte voor wensen, Structuurvisie Leidschendam-Voorburg 2020, september 2007 Gemeente Leidschendam-Voorburg, 2007 Water verbindt en geeft kleur aan je stad, Waterplan Leidschendam-Voorburg 2007-2015 Gemeente Leidschendam-Voorburg, 2008 Gebiedsvisie Heuvelweg, Afdeling Ruimtelijke ordening, concept 14 juli 2008. Gemeente Leidschendam-Voorburg, 2009, Algemene Plaatselijke Verordening, 9 oktober 2009 Gemeente Voorburg, 1999, Concept-Bomenstructuurplan, Eenheid en structuur, Voorburg Hoogenboom Boomadvies, 2006, Voorinventarisatie bomenbestand gemeente Leidschendam-Voorburg Internetsites www.boomtaxateur.nl – over taxatie waarde bomen www.leidschendamvoorburg.nl

28—Bomennota gemeente Leidschendam-Voorburg deel 2 beheer

Verklarende woordenlijst Begrip

Verklaring

BEA

Zie: Bomeneffectanalyse

Bebouwde kom

Bebouwde kom van de gemeente, vastge­steld ingevolge artikel 1, vijfde lid, van de Boswet.

Bijzondere boom

Een boom binnen de bebouwde kom die ouder dan 35 jaar is, beeldbepalend is voor de openbare ruimte of een bijzondere cultuurhistorische waarde vertegenwoordigt en die naast het leeftijdscriterium voldoet aan een of meerdere criteria die in § 4.1 genoemd worden.

Biodiversiteit

Biodiversiteit staat voor biologische diversiteit en omvat de totale verscheidenheid van alle levende planten en dieren op aarde. Biodiversiteit betreft zowel de variatie in soorten, als ook de erfelijke variatie binnen soorten en de variatie aan levensgemeenschappen. Het beleid van rijk, provincie en de gemeente Leidschendam-Voorburg is gericht op het verhogen van de biodiversiteit met name door het ontwikkelen van een duurzaam ecologisch netwerk, ecologische verbindingszones en leefgebieden.

Bomen effect analyse

Een standaardbeoordeling van de gevolgen van voorgenomen bouw of aanleg voor een boom, op basis van landelijke richtlijnen van de Bomenstichting.

Bomenstichting

Landelijk werkende organisatie, gevestigd in Utrecht, die zich inzet voor het behoud van bomen in de stad en op het platteland. Een onderdeel van het werk is het toezicht houden op de meest bijzondere bomen van Nederland. Deze staan beschreven in het Landelijk Register van Monumentele bomen.

Boom

Een houtachtig, overblijvend gewas met een dwarsdoorsnede van de stam van minimaal 10 centimeter op 1,30 meter hoogte boven het maaiveld. In geval van meerstammigheid geldt de dwarsdoorsnede van de dikste stam.

Boomstructuur

Lijnvormige beplanting van houtopstanden die een functioneel geheel vormt. Het duurzame raamwerk van bomen waar de gemeente streefbeelden voor opgesteld heeft voor de lange termijn. De boomstructuur is onderverdeeld in de hoofdstructuur (belangrijke lijnen voor de hele gemeente Leidschendam-Voorburg) wijkboomstructuur en overige bomen. De bomen in de structuur maken deel uit van de vastgestelde opbouw en onderlinge samenhang van houtopstand in de gemeente.

Boomvormer

Een boomvormer is een houtig, opgaand gewas met ontwikkeling van één of meer hoofdtakken. Een boomvormer kan uitgroeien tot een boom, een meerstammige boom of een boomachtige struik. In het alledaagse spraakgebruik heeft een boom één of slechts enkele stammen. In de natuur bestaat er echter een geleidelijke overgang: heester - struik struikachtige boom - (meerstammige) boom.

Boomwaarde (monetaire)

De monetaire waarde van een boom zoals getaxeerd volgens de meest recente richtlijnen van Nederlandse Vereniging van Taxateurs van Bomen.

Bomennota gemeente Leidschendam-Voorburg deel 2 beheer—29

Begrip

Verklaring Het bedrag wat gevonden wordt volgens het rekenmodel van de Nederlandse Vereniging Taxateurs van Bomen. Dit is de waarde volgens de richtlijnen van de Nederlandse Vereniging van Taxateurs van Bomen en houtige gewassen (www.nvtb.nl) die jaarlijks vastgesteld worden aan de hand van de prijsindexcijfers van het CBS, marktprijsgemiddelden en andere kengetallen. De richtlijnen gelden als de meest deskundige methodiek voor de wijze van vaststellen van de geldwaarde van bomen en worden in de rechtspraak erkend. Het spreekt overigens voor zich dat bomen ook vele andere waarden dan monetaire waarde kunnen vertegenwoordigen.

Bosplantsoen

Aanplant van jong bos, hoofdzakelijk bestaande uit inheemse heesters, struiken en boomvormers.

Boswetgrens

De begrenzing van de bebouwde kom van de gemeente, vastgesteld in overeenstemming met artikel 1 lid 5 van de Boswet.

CROW

Stichting Centrum voor Regelgeving en Onderzoek in de Grond-, Wateren Wegenbouw en de Verkeerstechniek. Instelling die onderzoek doet en ook de Standaard RAW heeft ontwikkeld.

Dendrologie

De wetenschap van de houtige gewassen. Dendrologisch waardevolle bomen zijn bomen die als soort, variëteit of cultivar zeldzaam zijn in Leidschendam-Voorburg of in de regio.

Derde grootte

Boomklasse kleiner dan 10 meter in volwassen toestand.

Eerste grootte

Boomklasse van 15 meter en hoger in volwassen toestand.

Hangwaterprofiel

Een bodem waarbij de boomwortels het in de bodem beschikbare water opnemen, zonder dat zij toegang tot het grondwater hebben.

Iepenspintkever

Iepenspintkever: het insect, in elk ontwikkelingsstadium, behorende tot de soorten Scolytuscolytus (F.) en Scolytus multistriatus (Marsh) en Scolytus pygmaeus.

Iepziekte

De aantasting van iepen door de schimmel Ophiostoma ulmi (Buism.) Nannf. (syn. Cerato cystisulmi (Buism.) C. Moreau).

Kappen

Het geheel of grotendeels verwijderen van het bovengrondse deel van de houtopstand.

Klimplant

Verhoutend, overblijvend gewas dat zich hecht aan een dragend element, zoals een wand of muur. Bedoeld zijn beeldbepalende verticale begroeiingen van één of meer klimplanten van meer dan twee verdiepingen hoog.

Knotten

Het tot de oude snoeiplaats verwijderen van uitgelopen takken bij knotbomen als periodiek onderhoud.

NVTB

Nederlandse Vereniging van Taxateurs van Bomen.

RAW

Stichting voor Rationalisering en Automatisering in de Grond- Weg, en Waterbouw (nu opgenomen in het Centrum voor Regelgeving en Onderzoek in de Grond-, Weg- en Waterbouw te Ede).

Rooien

Het geheel verwijderen van het boven- en ondergrondse deel van de houtopstand.

30—Bomennota gemeente Leidschendam-Voorburg deel 2 beheer

Begrip

Verklaring

Schubconiferen

Deelverzameling van de klasse van coniferen met schubvormig blad, dit zijn kegeldragende soorten van de familie van de Cupressaceae met soorten als Juniperus, Chamaecyparis, Cypressus, Cypressocyparis, Thuja en Calocedrus (met uitzondering van de inheemse Jeneverbes). Niet tot de schubconiferen horen de naaldbomen zoals bijvoorbeeld inheemse jeneverbes, taxus (venijnboom), larix, den, spar en dergelijke.

Stamvoet

De grens van de stam aan de grond.

Struweel

Een begroeiing van hoofdzakelijk inheemse soorten heesters en struiken.

Tijdelijke kroon

Dat deel van de kroon van een boom, dat geen deel uitmaakt van de definitieve kroon bij het bereiken van het volwassen stadium. Tijdens de groei van de boom wordt de tijdelijke kroon geleidelijk gesnoeid door begeleidingssnoei.

Tweede grootte

Boomklasse van 10 tot 15 meter hoogte in volwassen toestand.

Vellen

Rooien; kappen; verplanten; het snoeien van meer dan 20 procent van de kroon of het wortelgestel, met inbegrip van kandelaberen; het verrichten van handelingen, zowel boven- als ondergronds, die de dood of ernstige beschadiging of ernstige ontsiering van de houtopstand ten gevolge kunnen hebben.

Vitaliteit VTA

Gezondheid (energie/levenskracht) van een boom Visual Tree Assessment. Een methode om de vitaliteit en kwaliteit van bomen te bepalen.

Wortelvoet

Wortellichaam dat aan de stam aansluit. Bij oude bomen is dit bovengronds te zien.

Bomennota gemeente Leidschendam-Voorburg deel 2 beheer—31

Tilia vulgaris, Herenstraat

32—Bomennota gemeente Leidschendam-Voorburg deel 2 beheer

Bijlage A Deel over groen algemeen en bomen uit Handboek Beheer Openbare ruimte

BIJLAGEN Bomennota gemeente Leidschendam-Voorburg deel 2 beheer—33

34—Bomennota gemeente Leidschendam-Voorburg deel 2 beheer

Bomennota gemeente Leidschendam-Voorburg deel 2 beheer—35

36—Bomennota gemeente Leidschendam-Voorburg deel 2 beheer

Bijlage B Poster boombescherming op bouwlocaties Stichting Stadswerk

Bomennota gemeente Leidschendam-Voorburg deel 2 beheer—37

Bijlage C Checklist van de BEA-standaard (Bron: Bomen Effect Analyse modelbeoordeling voor bouw en aanleg, Bomenstichting 2003)

Deze checklist is een hulpmiddel bij het invullen van de BEA-standaard. Dat wil zeggen dat sommige controlepunten in een concrete situatie niet relevant zijn, terwijl andere niet genoemd worden. Het uitgangspunt is een zorgvuldige en ter zake kundige beoordeling. Inleiding  Aanleiding opstellen BEA  De reden waarom besloten is tot het (laten) uitvoeren van een Bomen Effect Analyse. Bijvoorbeeld: op grond van een bestemmingsplanvoorschrift, een vergunningsvoorschrift of instandhoudingsplicht op basis van APV of de politieke of publieke wens de mogelijkheid van inpassen van de waardevolle boom te onderzoeken.  Vraagstelling of probleemstelling opdrachtgever  Naam opdrachtgever.  Specificatie vraag of probleem van opdrachtgever. Bijvoorbeeld: zijn bouw- of aanlegvoorwaarden ten behoeve van boom kostenneutraal te realiseren? Is het verplanten van deze boom een optie? Wat is maximaal mogelijk aan snoei van kroon of wortels? Wat is de monetaire waarde van de boom?  Standaardvraag BEA  Vermelding standaardvraag: kan de boom, in het perspectief van de voorgenomen bouw of aanleg, in zijn huidige verschijningsvorm en op deze standplaats, duurzaam behouden blijven?  Situatie en uit te voeren werk  Beschrijving van het voorgenomen werk in detail. De exacte locatie, omschrijving van de bouw of aanleg en de wijze van uitvoering.

 Beschrijving van de locatie van de boom of bomen in relatie tot het voorgenomen werk.  Plattegrond / situatieschets. Beoordeling  Kwaliteit van de houtopstand  beleidstatus  Bijvoorbeeld: Opgenomen in het bestemmingsplan, het landelijk Register van monumentale bomen of een gemeentelijke lijst van waardevolle bomen; onderdeel uitmakend van (hoofd) groenstructuur, beeldbepalende boom, bijzondere soort. Zoveel mogelijk refereren aan bestemmingsplannen, groenstructuur- of bomenbeleidsplannen, danwel het kapvergunningenbeleid of andere plaatselijke beleidsuitgangspunten.  visuele boomcontrole  Beoordeling conditie. Bij het beoordelen hiervan dient onder meer gekeken te worden naar de bladbezetting, -kleur en -grootte, de scheutlengte, het vertakkingspatroon, de hoeveelheid dood hout of schimmels en aantastingen. Bij het vaststellen van een verminderde conditie moet ook de mogelijke oorzaak achterhaald worden, zodat maatregelen geadviseerd kunnen worden (bijvoorbeeld in de groeiplaats) om de conditie van de boom te verbeteren. Zie voor onderzoeksmethodieken: Stadsbomen Vademecum 3A: Boomcontrole en onderzoek, IPC Groene Ruimte, Arnhem 2002.  Beoordeling mechanische structuur. Hierbij dient beoordeeld te worden of er aanwijzingen zijn dat de structuur van de boom is aangetast, hetgeen kan leiden tot breuk van takken of stam of het omwaaien van de boom.

Mechanische verzwakkingssymptomen als verdikkingen, holten, scheuren, plakoksels, afwijkende bastpatronen of verdikkingsgroei moeten onderzocht worden. Zie voor inspectiepunten van de visuele structuurbeoordeling: KBB© versie 2001, NOCB, Westervoort en/of: Stadsbomen Vademecum 3A: Boomcontrole en onderzoek, IPC Groene Ruimte, Arnhem 2002. Naast de bovengrondse situatie is het van belang te weten op welke wijze het wortelstelsel is opgebouwd. De belangrijkste stabiliteitswortels moeten in kaart worden gebracht.  toekomstverwachting in onveranderde of verbeterde omstandigheden  Beoordeling van de toekomstverwachting van de houtopstand wanneer de voorgenomen

38—Bomennota gemeente Leidschendam-Voorburg deel 2 beheer

bouw of aanleg niet plaatsvindt. Indien een verminderde conditie is geconstateerd, moet worden ingeschat wat de toekomstverwachting is wanneer de omstandigheden worden geoptimaliseerd, uiteraard binnen realistische mogelijkheden. Fase waarin project zich bevindt  Een nauwkeurige beschrijving van de fase waarin het project verkeert, geeft aan hoe concreet de plannen zijn. Indien het project reeds verschillende fasen doorlopen heeft, is het van belang na te gaan wat de mogelijke uitgangspunten ten aanzien van de houtopstand in deze fasen waren. Mogelijk dat in een startnotitie een intentieverklaring is opgenomen over het inpassen van de houtopstand. Of dat de politiek hierover een uitspraak heeft gedaan. onomkeerbare besluiten  Nagaan welke beslissingen ten aanzien van de bouw of aanleg reeds zijn genomen en in hoeverre deze onomkeerbaar zijn. Door dit inzichtelijk te hebben, is duidelijk wat de bewegingsruimte is voor het stellen van randvoorwaarden ten aanzien van de bouw of aanleg. Gevolgen werk voor boom  per bouwonderdeel of -fase  De effecten voor de houtopstand dienen in kaart gebracht te worden op grond van de plannen die er liggen en op grond van voorzienbare problemen bij de uitvoering. Hoe concreter het project, des te beter zijn de effecten voor de houtopstand te beoordelen.

Daar staat tegenover dat, hoe concreter het project, des te meer beslissingen ten aanzien van de uitvoering reeds genomen zijn, waardoor er minder gelegenheid en/of mogelijkheid is tot aanpassingen. Het is raadzaam onderscheid te maken in onderdelen of fasen van het bouw- of aanlegproces. De wijze waarop eventuele sloop wordt uitgevoerd kan andere gevolgen hebben voor de boom of bomen dan de manier waarop de bouw wordt gerealiseerd. Soms is sprake van afgeleide consequenties. Voor de aanleg van een fundering zal een funderingssleuf gegraven moeten worden. Of: bij de bouw van een garage is te voorzien dat er later ook een uitrit moet komen.  bovengronds  De noodzakelijke snoei is (on)verantwoord. De boom kan bijvoorbeeld ten behoeve van de bouw deskundig gesnoeid worden, zodat sprake is van een duurzame instandhouding. Omgekeerd kan de snoei dermate rigoureus zijn dat de kans op het inrotten van de wonden of andere problemen groot is. Bijvoorbeeld bij het voor de wegaanleg noodzakelijk opkronen van oude bomen. De beoordeling van de effecten hangt mede af van de boomsoort. Sommige soorten hebben een beter reactievermogen dan andere.  De windbelasting gaat veranderen. Bijvoorbeeld doordat de boom meer vrijgesteld wordt of juist tegen de nieuwbouw aangeplakt komt te staan.  Het uitgroeien van de kroon is (on)mogelijk.

Bij het handhaven van bijvoorbeeld een halfwas beuk op een halve meter afstand van het balkon zijn klachten van toekomstige bewoners voorspelbaar. Bij deze beoordeling speelt de boomsoort ook een rol. Een paardekastanje of beuk houdt meer licht tegen dan een berk of een iep.  Het nieuwe gebouw zorgt voor reflectie en/of opwarming. De kans op zonnebrand is groot bij een beuk aan de zuidkant van een nieuw spiegelgebouw. Ook hier speelt de soortgevoeligheid een rol.  ondergronds  De verdichting van de bodem is (on)verantwoord. Door de bouwwerkzaamheden onder de kroon raakt de bodem te zeer verdicht, waardoor een te groot deel van het wortelstelsel afsterft, zeker wanneer deze activiteiten in natte omstandigheden worden uitgevoerd.  De realisatie gaat gepaard met een (on)acceptabel verlies van wortels. De boom raakt bijvoorbeeld belangrijke stabiliteitswortels kwijt door plaatsing van de fundering (verticale afgraving). Of een boom die afhankelijk is van het hangwater verliest een te groot deel van zijn wateropnamecapaciteit door het verwijderen van de toplaag

Bomennota gemeente Leidschendam-Voorburg deel 2 beheer—39

(horizontale afgraving).  De toekomstige doorwortelbare ruimte is (on)voldoende. Een betonbak van 4 m³ voor een volwassen eik of kastanje is bijvoorbeeld onvoldoende.  De voorgestelde ophoging of verharding (afdichting) onder de kroon is gezien de dikte van het pakket, het materiaalgebruik, het verhardingstype, het deel van de kroonprojectie en/of de boomsoort (on)verantwoord.  Er vindt bronbemaling plaats hetgeen leidt tot grondwateronttrekking. Bomen in de wijde omgeving lopen in het groeiseizoen het gevaar te verdrogen.  Alternatieven in uitvoering  Een deel van het bouwvolume kan elders gerealiseerd worden, waardoor drastische snoei van de kroon achterwege kan blijven. Of: de geplande verbreding van de weg is niet nodig omdat dit (verkeers)knelpunt ergens anders kan worden opgelost. De praktijk wijst uit dat conflicterende belangen vaak niet ter plaatse kunnen worden opgelost, maar wel elders. De smalle tweebaansweg hoeft bijvoorbeeld niet meer verbreed te worden ten koste van de monumentale bomenrij, omdat de desbetreffende weg door een andere verkeerscirculatie eenrichtingsverkeer wordt.  Het plaatsen van windschermen of een verankering kan de effecten van veranderde windbelasting beperken.  De stam omwikkelen met jute of het gebruik van een andere materiaalsoort kan de effecten van reflectie verminderen.

 Ver- of afdichting van de ondergrond is te voorkomen door een deel van het gebouw of de weg zwevend te funderen. Op de belangrijke punten van de te bouwen woning of de aan te leggen weg worden palen of putten op een grote diepte in de grond geschroefd, geheid of geboord, waarbij rekening gehouden wordt met het patroon van de belangrijke stabiliteitswortels.  De wortels onder het nieuwe fietspad worden overkluisd, waardoor ze onder het fietspad door kunnen blijven groeien, in plaats van dat ze afgehakt worden of afsterven ten gevolge van afdichting.  Prefab-bouw draagt ertoe bij dat ter plaatse minder ruimte nodig is voor de uitvoering.  Het gebruik van kleinere machines kan schade aan bomen voorkomen.  Voor de aanleg van kabels en leidingen of bijvoorbeeld het vervangen van het riool kan gebruikgemaakt worden van zogeheten sleufloze technieken. Hierbij hoeft geen sleuf gegraven te worden, waardoor geen wortels worden doorsneden, maar wordt bijvoorbeeld gebruikgemaakt van de techniek van gestuurd boren onder de wortels door. Een ander alternatief is het handmatig graven ter hoogte van de kroonprojectie, waarbij alle wortels dikker dan 5 centimeter gespaard dienen te worden.  Afgraven van de toplaag vanwege bodemvervuiling is rond bomen niet altijd noodzakelijk.

Er zijn alternatieve methoden, waaronder die van gedeeltelijke gronduitwisseling tussen de wortels gecombineerd met een gedeeltelijke ophoging, waardoor een nieuwe leeflaag wordt gerealiseerd.  Noodzakelijke ophoging binnen de kroonprojectie kan uitgevoerd worden met behulp van bijvoorbeeld lavakorrels en beluchtingsbuizen, waardoor verstikking van onderliggende wortels wordt voorkomen. Of alleen ophogen met grof zand en dit niet te zwaar verdichten, dat wil zeggen tot een indringingsweerstand van maximaal 1,5 mpa.  Het plaatsen van een damwand buiten de kroonprojectie van de boom of bomen kan uitdroging tegengaan. Bronnering dient zoveel mogelijk buiten het groeiseizoen te gebeuren (half oktober t/m februari)  meest boomvriendelijk alternatief  De voorwaarden waaraan de bouw of aanleg moet voldoen, zodat een zo goed mogelijke inpassing van de houtopstand in bouw of aanleg wordt gewaarborgd. Dat kan één alternatief of een combinatie van alternatieven voor de bouw of aanleg zijn. Conclusie  Antwoord op de vraag: kan de boom, in het perspectief van de voorgenomen bouw of aanleg, in zijn huidige verschijningsvorm en op deze standplaats, duurzaam behouden blijven?  Ja: eventueel onder randvoorwaarden voor de uitvoering en met hulp van aanbevolen/ noodzakelijke boombeschermende maatregelen (per bouwfase).

40—Bomennota gemeente Leidschendam-Voorburg deel 2 beheer

 Bijvoorbeeld: de effecten van de realisatie van bouw of aanleg staan een duurzame instandhouding van de houtopstand niet in de weg.  Of: een eenvoudige randvoorwaarde voor de uitvoering of een kleine aanpassing van de bouw of aanleg kan leiden leidt tot een duurzame instandhouding.  Of: het meest boomvriendelijke alternatief biedt het beste perspectief voor een duurzame relatie tussen boom en gebouw. Gezien de relatief kleine aanpassing en investering biedt dit alternatief een hoge meerwaarde en is derhalve aan te raden.  Nee: niet met alternatieve boommaatregelen.  Bijvoorbeeld: bij een boom met een matige tot slechte toekomstverwachting in de huidige omstandigheden is inpassing in de herinrichtingsplannen in de meeste gevallen niet zinvol.  Of: de realisatie van het bouwvolume is niet te combineren met het duurzaam instandhouden van het kroonvolume. Er zal een keuze gemaakt moeten worden tussen het gebouw en de boom. Beide gaan niet samen. De boom is overigens gezien het bewortelingspatroon niet op korte termijn te verplanten.  Eindoordeel vraag/probleem opdrachtgever  Bijvoorbeeld: De getaxeerde waarde van de boom is € 27.550,-Aanbevelingen  Nader onderzoek  De uitvoering van bepaalde onderdelen van de bouw of aanleg waren ten tijde van het opstellen van de Bomen Effect Analyse niet bekend. Wanneer deze bekend worden, is nader onderzoek gewenst.

 Bij iedere wijziging in het plan of de uitvoering dient een terugkoppeling plaats te vinden met de uitvoerder van de BEA, zodat deze kan beoordelen of conclusies en aanbevelingen nader dienen te worden aangescherpt.  Boombeschermende maatregelen voorafgaand aan en tijdens de uitvoering, bijvoorbeeld door het plaatsen van een vast, twee meter hoog bouwhek rond de kroonprojectie.  Controle  Het aanstellen van een bomentoezichthouder is sterk aan te bevelen in bouwen aanlegsituaties die meerdere fasen moeten doorlopen en/of voor onderdelen gebruikmaken van verschillende aannemers. Deze toezichthouder (een vakkundig boomverzorger) behartigt de belangen van de bomen tijdens de voorbereiding, het bouwoverleg en de uitvoering. Hij heeft de bevoegdheid handelend op te treden, indien niet conform de afspraken gewerkt wordt en dit schadelijk is voor de de bomen.  Na het afronden van de bouw- of aanlegactiviteiten dient te worden beoordeeld of deskundig kroononderhoud en/of bodemverbeterende maatregelen zijn aan te bevelen.  In het bestek staat welke boombeschermingsmaatregelen door de uitvoerende aannemer(s) in acht genomen moeten worden. Indien toch schade aan de houtopstand wordt toegebracht, dient deze schade door een taxateur van de Nederlandse Vereniging van Taxateurs van Bomen (NVTB) beoordeeld te worden.

Bomennota gemeente Leidschendam-Voorburg deel 2 beheer—41

Bijlage D Elementprijzen boomrenovatie \

42—Bomennota gemeente Leidschendam-Voorburg deel 2 beheer

Bijlage E Criteria VTA inspectie bomen

In deze bijlage staat een overzicht van de opname criteria voor de VTA inspectie. Boomsoort: Locatie Boomvorm:

Standplaats:

Plantjaar/leeftijd:

Opmerkingen:

Inspectiedatum: Inspecteur: Diameterklasse:

Bereikbaarheid Goed Slecht Takvrije doorgang: Voldoende: Onvoldoende: Conditie:

afkorting boomnaam, 8 posities of gehele wetenschappelijke soortnaam X- en Y-coördinaten (verloopt via GPS) Normale boom : geen bijzondere snoeivorm, o.i.d. Monumentale boom : status monumentaal op grond van register Bolvorm: boom met “ronde kroon op stam” Leivorm: door leiden aangebrachte cultuurvorm Dakvorm: door snoeien verkregen “platte” kroon Zuilvorm: door snoeien verkregen opgaande kroonvorm Knotboom: tot op knotten terug te snoeien boom Particulier (in particuliere tuin) (wordt niet opgenomen; wel in keuzelijst Verharding Gras Beplanting (onderscheid maken tussen lage beplanting (heesters, bodembedekkers) en hoge beplanting (bosplantsoen) Op grond van inschatting van de boom of bijvoorbeeld aan de hand van de ouderdom van de wijk (ongeacht of het een verplante boom Let op: een boom op een slechte groeiplaats groeit veel minder goed dan één op een optimale bodem! Weeg dit mee bij het oordeel.

vrij veld, vullen met woorden: foutloos getypte boomsoort, indien deze niet in de lijst staat foutloos getypte straatnaam, indien deze niet in de lijst staat boom onjuist: indien er onterecht een puntje staat op de kaart boom afwezig: lege plantplaats die invulling behoeft: “inboeten” kiezen bij maatregelen Datum van inspectie Naam inspecteur Stamdiameter op 130 centimeterhoogte, in klassen zoals gebruikt in de RAW systematiek Aangehouden wordt de indeling, zoals gebruikt in de RAW systematiek. De gegevens kunnen worden gebruikt bij het maken van een bestek. De hoogte is een goede schatting (n.b. de inspecteur ijkt regelmatig zijn schattingen met een gemeten hoogte!) Is een indicatie van de standplaats in verband met het uitvoeren van werkzaamheden (vnl. snoeiwerk) Geen obstakels in de directe omgeving Bereikbaar met hoogwerker zonder speciale voorzieningen In de directe nabijheid van parkeerplaatsen of andere obstakels Niet bereikbaar met hoogwerker, speciale voorzieningen vereist (klimmen) onder de boom is voldoende ruimte aanwezig om verkeer zonder schade te laten passeren (meewegen: boomvorm en verkeersdruk) de takken bevinden zich dermate laag boven de weg dat (reeds nu of binnen een jaar) een vergrote kans op schade aan passerend verkeer (en de boom) aanwezig is

Bomennota gemeente Leidschendam-Voorburg deel 2 beheer—43

Goed: Redelijk: Matig: Slecht: Dood:

Goed groeiende twijgen, gezonde dikke knoppen op kort- en langloten Redelijke twijggroei, enigszins transparante kroon door verminderde ontwikkeling van zijknoppen, plaatselijk afstervende twijgen in hogere kroondelen Transparante kroon door deels afstervende twijgen, matige twijggroei, afstervende takuiteinden, regeneratiegroei op hoofdtakken (zeer) Transparante kroon door grootschalig afgestorven twijgen, nauwelijks groei, afgestorven takuiteinden Boom is dood

44—Bomennota gemeente Leidschendam-Voorburg deel 2 beheer

VTA BEOORDELING Inspectiedatum: Inspecteur: Code schadelocatie:

Datum van inspectie Inspecteur Kroon Stam Stamvoet

Code Schade: Schade per schadelocatie

Bestrating De inspecteur vermeldt een schade indien verwacht wordt dat op korte termijn, in ieder geval binnen de volgende VTA-ronde, gevaar op kan treden; Indien vermeld, resulteert dit in een of meerdere maatregelen. Beoordelen of sprake is van een ernstige schade of een minder ernstige schade. Bij een ernstige schade vult de inspecteur een gepaste maatregel in, bijvoorbeeld vellen, snoeien, nader onderzoek etc. Bij een minder ernstige schade vult de inspecteur een eerdere VTA-ronde in. Bijvoorbeeld indien de boom als deze niets zou mankeren over drie jaar opnieuw gecontroleerd moet worden en er is een schade, kies dan bijvoorbeeld voor VTA over 3 jaar of 1 jaar, maar ook bijvoorbeeld bij plakoksel: over 2 jaar vta.

Toelichting criteria voor de kroon: dood hout: Bij uitbreken kans op schade (5 cm of dikker); overbelasting: Alle groeisignalen in het hout, die wijzen op een (te) grote belasting: plakoksel: Plakokselverbinding met signalen die wijzen op toenemende spanning losse tak: Bij vallen kans op schade (5 cm of dikker) scheur/holte: Indien sprake is van bijvoorbeeld forse holte, scheur met flankerende recente groei (ribben) Indien sprake is van ernstige ziekte (zeker vermelden (!!): iepziekte, bacterievuur, kastanjeziekte, enz). In het opmerkingenveld de Nederlandse naam vermelden dood: Dood en aftakelend; geen herstel mogelijk Toelichting criteria voor de stam: inrotting/holte: Iedere meer dan oppervlakkige rotting of een holte oppervlakkige wond: Elke maximaal oppervlakkig ingerotte wond breder dan 20 % van de stamomtrek Houtparasitaire zwam: Iedere schimmelaantasting of vruchtlichaam vermelden. De Nederlandse naam vermelden in het opmerkingenveld dode bastzone: Iedere dode zone vermelden. De Nederlandse naam vermelden in het opmerkingenveld ziekte:

rib of –scheur:

Elke rib of scheur vermelden. Beoordelen of de oorzaak van de scheur nog steeds actueel is (ribben zijn langgerekte wondlijsten langs een scheur) Recente scheefstand: Er zijn signalen van recente scheefstand zichtbaar, bijv: grondscheuren, niet-opgerichte takgroei, opgerichte kluit Afgebroken: De boom of een groot deel hiervan is afgebroken (behoud is zinloos) Toelichting criteria voor de stamvoet: inrotting/holte: Iedere meer dan oppervlakkige rotting of een holte oppervlakkige wond: Elke maximaal oppervlakkig ingerotte wond breder dan 20 % van de stamomtrek houtparasitaire zwam: Iedere schimmelaantasting of vruchtlichaam vermelden De Nederlandse naam vermelden in het opmerkingenveld. dode bastzone: Iedere dode zone vermelden. De Nederlandse naam vermelden in het opmerkingenveld rotte wortel(s): In alle gevallen (waarneembare) dode wortels vermelden. wilgenhoutrups: Ernstige aantastingen vermelden in opmerkingenveld Toelichting criteria voor de bestrating: beginnende opdruk: opdruk, minder dan 3 cm, nog geen struikelgevaar ernstige opdruk: zware opdruk, struikelgevaar (tegels 3 cm of meer opgedrukt) Conclusie VTA: geen afwijking: geen signalen van verstoorde groei

Bomennota gemeente Leidschendam-Voorburg deel 2 beheer—45

Attentieboom :

er zijn signalen van verstoorde groei geconstateerd, maar er is nog geen reden te twijfelen aan de breukvastheid van de boom; de boom blijft wel extra onder de aandacht

risicoboom:

vanwege de signalen van verstoorde groei is nader onderzoek naar de breukvastheid van de boom noodzakelijk ziekte; Nederlandse naam schimmel; Nederlandse naam ernstige aantasting Wilgenhoutrups ook hier vermelden: “inprikdiepte” Resultaten hamergebruik

Opmerkingen: (vrije tekst)

VTA acties Inspectiedatum: Inspecteur: Maatregel: vellen: nader onderzoek:

Datum van inspectie Inspecteur (bij elke maatregel hoort een urgentie) boom verwijderen, let op: urgent kiezen bij direct vellen; anders < 1 jaar Op later tijdstip nader onderzoek op grond van twijfel over de veiligheid (bij geconstateerde gebreken, schimmelaantastingen, dode bastzones, scheefstand etc.) verwijderen van dode of loshangende takken dikker dan 5 cm verwijderen van probleemtakken in de tijdelijke kroon bij jonge bomen, als duidelijk is dat dit op korte termijn voor problemen gaat zorgen. Meestal gaat het om een forse ingreep. verwijderen van probleemtakken in de tijdelijke kroon bij jonge bomen

nalopen en controle: snoei -achterstallige begeleidingssnoei snoei- begeleidingsnoei: (= inclusief opkronen) snoei-krooncorrectie snoei-kroon verkleinen groeiplaatsonderzoek/-verbetering Urgentie urgent: jaarplanning meerjarenplanning/regulier onderhoud: VTA herinspectie frequentie 1 jaarlijks 3 jaarlijks 5 jaarlijks

aanpassen zuiger/plakoksel, uitzakkende takken, uitlichten innemen kroon in verband met stabiliteitgevaar/breukrisico onderzoek groeiplaats in verband met bijv. slechte conditie en verbetering groeiplaats (aan elke maatregel): vanwege het directe gevaar: prioriteit 1 noodzakelijk, maar nog niet direct gevaarlijk/niet zeer dringend kan wachten tot de gebruikelijke onderhoudsronde wordt uitgevoerd als geen nader onderzoek noodzakelijk is, kan aan de hand van de huidige toestand een volgende controle worden aanbevolen jaarlijks inspecteren elke 3 jaar inspecteren elke 5 jaar inspecteren

46—Bomennota gemeente Leidschendam-Voorburg deel 2 beheer

Bijlage F Inhoud regulier beheer van bomen Momenteel wordt het onderhoud aan bomen in de gemeente Leidschendam-Voorburg uitgevoerd door de afdeling Wijkbeheer. Gelijktijdig met het regulier onderhoud aan groen controleren de wijkvoormannen de bomen. Op basis van deze controle wordt het aantal risicobomen bepaald, waarvoor een onderzoeksplicht geldt. In principe voeren de wijkteams de begeleidingssnoei van jonge laanbomen uit. Het wijkondersteuningsteam (WOT) kroont de bomen (om de 3 jaar) op. Bij de oudere bomen worden door het WOT of aannemers de afhangende of uitgebroken takken verwijderd (ook om de 3 jaar). Het is wenselijk het beheer aan bomen op planmatige wijze te organiseren. Dit type beheer bestaat uit de categorieën planmatig jaarlijks onderhoud, planmatig meerjaren onderhoud, service onderhoud en inspecties. De basis voor het planmatig werken is de registratie van het bomenbestand in het groenbeheersysteem met de bijbehorende kaarten. Wijzigingen in hoeveelheden en soorten worden jaarlijks bijgehouden. Elk jaar stelt de gemeente een concreet maatregelenplan op. Dit gebeurt op basis van de maatregelpakketten in het groenbeheersysteem, de technische inspectie door de opzichters, de uitkomsten van de VTA-inspectie en de geplande renovaties en herinrichting. De gemeente moet voldoen aan de wettelijke zorgplicht voor bomen.

De zorgplicht is onderscheiden in drie typen, nl: • Algemene zorgplicht, • Verhoogde zorgplicht, • Onderzoeksplicht. In § 4.5 van de bomennota staat een beschrijving van de zorgplicht en de noodzakelijke maatregelen. Planmatig jaarlijks onderhoud Dit deel van de geplande onderhoudswerkzaamheden vindt ieder jaar eenmalig of meerdere keren plaats. Het bestaat voornamelijk uit het onderhoud van de boomspiegels, verwijderen van (stam)opslag en het snoeien van leibomen. De werkhandelingen en frequenties zijn omschreven in de maatregelpakketten in het groenbeheersysteem. Planmatig meerjaren onderhoud Het planmatig meerjaren onderhoud bestaat uit onderhoudswerkzaamheden die eenmaal in de paar jaar moeten worden uitgevoerd. Voor de bomen is dit over het algemeen de begeleidingssnoei tot deze in volwassen fase zijn (de termijn is afhankelijk van standplaats en soort), de onderhoudssnoei van bomen in volwassen fase en het snoeien van knotbomen. De richtlijnen voor het planmatig onderhoud zijn hierna beschreven. Begeleidingssnoei De boom moet in de openbare ruimte geschikt gemaakt worden voor zijn standplaats. Ieder type weg of pad vereist zijn eigen vrije doorrijhoogte. De te laag zittende takken in de tijdelijke kroon van de boom moeten in de jeugdfase verwijderd worden. Worden de takken te laat verwijderd, dan wordt de boom onnodig zwaar beschadigd door grote snoeiwonden.

Het herstel hiervan duurt langer en de verhouding tussen ondergrondse en bovengrondse delen wordt nadelig beïnvloed. Dit laatste leidt tot het afsterven van wortels. Het uiteindelijke gevolg is vermindering van de vitaliteit. De laag zittende takken van bomen die vrij kunnen uitgroeien in bijvoorbeeld gazon of beplantingen hoeven niet of nauwelijks te worden gesnoeid. Naast het geschikt maken voor de standplaats moet de boom ook gesnoeid worden om het bij de planvorming vastgestelde beeld te realiseren (solitair, groep, aaneengesloten rij, transparante rij of dak). Onderhoudssnoei Volwassen en oude bomen vergen vooral verzorging door de toename van dood hout en gebroken takken in de boomkroon. Om planmatig te werken worden voor het snoeien van straatbomen snoeischema’s opgesteld. De werkzaamheden en frequenties worden bijgehouden in het geautomatiseerde groenbeheersysteem.

Bomennota gemeente Leidschendam-Voorburg deel 2 beheer—47

Vervanging en inboet Als op een bepaalde locatie een boom uitvalt, wordt deze normaliter vervangen door een nieuwe. Afhankelijk van het streefbeeld plant de gemeente dezelfde soort of een andere soort terug. De keuze hangt af van het streefbeeld (zie voor hoofdboomstructuur hoofdstuk 5 van de bomennota). Bij het incidenteel vervangen van een dode of slechte boom wordt in principe ingeboet met dezelfde boomsoort. Als blijkt dat door bijvoorbeeld klimatologische factoren een boomsoort niet geschikt voor de standplaats is, dan moet niet automatisch worden overgegaan tot het inboeten of vervangen met dezelfde soort. Onderzocht moet worden welke alternatieve soorten toegepast kunnen worden om de ontwerpdoelstelling te realiseren. Indien uit de VTA-inspectie blijkt dat de conditie van een boombeplanting in een straat voor het overgrote deel valt in de klasse “matig” en “slecht”, dan moet niet zonder meer tot inboeten worden overgegaan. Nader onderzoek moet uitwijzen of verbetering van de groeiomstandigheden gewenst is of dat er herinrichting moet plaatsvinden. Als dit laatste wordt geadviseerd dan zullen uitvallers niet worden ingeboet. Bij het wegvallen van enkele bomen uit een oude en uitgeleefde boombeplanting moet eveneens niet automatisch ingeboet worden. In verband met de continuïteit moet overwogen worden of het opstellen van een vervangingsvoorstel niet de voorkeur verdient.

Uiteraard moet ook in het vervangingsvoorstel rekening gehouden worden met de mogelijkheid om enkele bijzondere exemplaren te handhaven. Service onderhoud Het deel van het reguliere beheer dat niet te plannen is, ontstaat door onverwachte omstandigheden. Dit bestaat onder andere uit het opruimen van door storm afgebroken takken of het verhelpen van klachten van bewoners over overhangende takken.

48—Bomennota gemeente Leidschendam-Voorburg deel 2 beheer

Bijlage G. Lijst gemeentelijke bomen per wijk met soortaanduiding

Bomennota gemeente Leidschendam-Voorburg deel 2 beheer—49

50—Bomennota gemeente Leidschendam-Voorburg deel 2 beheer

Bomennota gemeente Leidschendam-Voorburg deel 2 beheer—51

52—Bomennota gemeente Leidschendam-Voorburg deel 2 beheer

Bomennota gemeente Leidschendam-Voorburg deel 2 beheer—53

54—Bomennota gemeente Leidschendam-Voorburg deel 2 beheer

Bomennota gemeente Leidschendam-Voorburg deel 2 beheer—55

56—Bomennota gemeente Leidschendam-Voorburg deel 2 beheer

Bomennota gemeente Leidschendam-Voorburg deel 2 beheer—57

58—Bomennota gemeente Leidschendam-Voorburg deel 2 beheer

Bomennota gemeente Leidschendam-Voorburg deel 2 beheer—59

60—Bomennota gemeente Leidschendam-Voorburg deel 2 beheer

Bomennota gemeente Leidschendam-Voorburg deel 2 beheer—61

62—Bomennota gemeente Leidschendam-Voorburg deel 2 beheer

Bomennota gemeente Leidschendam-Voorburg deel 2 beheer—63

64—Bomennota gemeente Leidschendam-Voorburg deel 2 beheer

Bomennota gemeente Leidschendam-Voorburg deel 2 beheer—65

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leidschendam&id=917d889d-b65a-40b8-aedc-e13f892e6d7b