2573-34 Bijlage 31 toelichting, Bomennota, onderdeel beheer.pdf
Tekst van het document
Bijlage: 31
Bomennota Gemeente Leidschendam-Voorburg deel 2 Beheer
november 2017 gewijzigde versie n.a.v. motie
ii—Bomennota gemeente Leidschendam-Voorburg deel 2 beheer
Bomennota gemeente Leidschendam-Voorburg
Rapport Status Opdrachtgever Contactpersoon gemeente Rapport opgesteld door
Opdrachtnummer Projectleider/ projectmanager Auteurs
Bomennota gemeente Leidschendam-Voorburg deel 2 beheer Definitief Gemeente Leidschendam-Voorburg dhr. Ing. R. D. Priem DG Groep® bv Postbus 222 2770 AE Boskoop
Duitslandlaan 17 2391 PC Hazerswoude - Dorp
tel 0172 213460 fax 0172 210165 e-mail info@ggroep.nl internet www.dggroep.nl 139_006 Ir. J. de Vries Ing. J.A. van Stralen/ir. J. de Vries november 2017, gewijzigde versie n.a.v. motie Tweede druk, DG Groep bv
Datum Druk
DG Groep b.v. is niet aansprakelijk voor gevolgschade, alsmede voor schade welke voortvloeit uit toepassing van de resultaten van werkzaamheden of andere gegevens verkregen van de DG Groep b.v.. Opdrachtgever vrijwaart de DG Groep b.v. voor aanspraken van derden in verband met deze toepassing. © DG Groep® b.v. Dit rapport is vervaardigd op verzoek van de opdrachtgever hierboven aangegeven en is haar eigendom. Niets uit dit rapport mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden d.m.v. fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever hierboven aangegeven en de DG Groep b.v., noch mag het zonder een dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd.
Bomennota gemeente Leidschendam-Voorburg deel 2 beheer—iii
Sequoiadendron giganteum op de Raadhuisweide
iv—Bomennota gemeente Leidschendam-Voorburg deel 2 beheer
INHOUDSOPGAVE Bomennota gemeente Leidschendam-Voorburg deel 2 beheer—v
Ulmus pumila “Den Haag” in de wijk De Heuvel
2—Bomennota gemeente Leidschendam-Voorburg deel 2 beheer
1
Inleiding
1.1
Context
Deze nota is opgesteld voor de gemeentelijke bomen in de hoofdstructuur in de bebouwde kom van de gemeente Leidschendam-Voorburg. De gemeente wil een aantrekkelijke groene woonstad zijn, met een evenwichtige bevolkingsopbouw (Bron: Structuurvisie Leidschendam-Voorburg 2020 ‘Ruimte voor wensen’). De bomennota bestaat uit twee delen. Deel 2 gaat over het beheer van bomen. Dit is een nadere uitwerking van het beleid dat in deel 1 is beschreven. In deel 2 wordt ingegaan op de richtlijnen voor de aanleg, richtlijnen voor het beheer en de communicatie over bomen.
INLEIDING
Door allerlei ontwikkelingen in de openbare ruimte, zoals verdichting van het woningbestand, veranderingen in het profiel en de functie van wegen, staat het bestaande bomenbestand onder druk. Daarnaast komen bij de gemeente allerlei vragen en klachten binnen over bomen. Dit vraagt om een heldere visie op de toekomst van de (hoofd)boomstructuur, richtlijnen voor nieuwe ontwikkelingen, praktische handvatten voor boombescherming en boombeheer en het omgaan met vragen en klachten van bewoners. De gemeenten Leidschendam en Voorburg zijn in 2002 opgegaan in de gemeente Leidschendam-Voorburg. Beide gemeenten hadden beleid voor bomen ontwikkeld. In de gemeente Leidschendam was dit verwoord in het “Themaplan bomen in de stad (in 1996 vastgesteld door het bestuur) en in Voorburg in het Concept-Bomenstructuurplan (1999 niet vastgesteld). Beide plannen vragen om een herziening en toetsing aan de situatie in 2012. In 2009 is het groenstructuurplan Gemeente Leidschendam-Voorburg “Buitengewoon groen” opgesteld. In dit plan wordt de aanbeveling gedaan om het beleid voor de bomen nader te concretiseren in een apart beleidsplan voor de bomen in de hoofdgroenstructuur. Bomen bepalen voor een groot deel het groene uiterlijk van de gemeente Leidschendam-Voorburg en leveren een bijdrage aan de kwaliteit van de leefomgeving.
Hoe de gemeente omgaat met de inrichting en het beheer van de bomen is afhankelijk van de volgende aspecten: • Fysieke situatie: wat is gewenst op basis van de bodem, grondsoort, groeiruimte en omgeving en wat is de vitaliteit en technische kwaliteit van de bestaande bomen? • Gebruikswaarde: welke functie vervult de boom? • Cultuurhistorie: waarom staat een bepaalde boom op een bepaalde plaats en wat is de karakteristiek van het stedenbouwkundig ontwerp. Welke bijzondere betekenis heeft een boom voor de inwoners van Leidschendam-Voorburg? • Duurzaamheid en toekomstwaarde: hoe kan er voor de boom een optimale levensduur gerealiseerd worden?
1.2
Doel en inhoud van de bomennota deel 2
Onderwerp Deel 2 geeft algemene richtlijnen voor alle bomen die in eigendom en/of beheer zijn van de gemeente en specifieke richtlijnen voor aanleg en beheer.
Bomennota gemeente Leidschendam-Voorburg deel 2 beheer—3
Doelen De bomennota heeft als doel het komen tot een goede toekomstvisie voor de hoofdboomstructuren in de gemeente Leidschendam-Voorburg. In de nota staat de visie van de gemeente op de hoofdboomstructuur voor de komende 10 jaar. De visie in deel 1 ‘Beleid’ wordt in deel 2 ‘Beheer’ uitgewerkt in richtlijnen voor de aanleg, richtlijnen voor beheer en de communicatie over bomen. De bomennota dient als toetsingskader voor het nemen van besluiten voor de uitvoering van verordeningen (onder andere kapvergunningen en andere delen van de omgevingsvergunningen) voor bomen. Het vormt een basis voor het opstellen van (her)inrichtingsplannen en het bepalen van de gewenste keuze van soorten, variëteiten en cultivars. De nota geeft richting aan het beheer en de communicatie met bewoners. Werkwijze Voor het opstellen van de bomennota heeft een ambtelijke projectgroep gefunctioneerd. Voordat de bomennota als definitief concept naar het bestuur gaat, zal een concept ter inzage worden gelegd voor inwoners. Aanpassing naar aanleiding van motie Op 13 oktober 2015 heeft de gemeenteraad met algemene stemmen de motie “Boombehoud bij werken in de openbare ruimte” aangenomen. Aan de motie lagen de volgende overwegingen ten grondslag: • Door het kappen van grote, gezonde bomen verandert de uitstraling van een laan of straat ingrijpend, zelfs wanneer er nieuwe beplanting wordt teruggeplaatst.
• Bewoners laten steeds weer duidelijk blijken dat zij gehecht zijn aan de bomen in hun buurt wanneer mogelijke bomenkap aan de orde is. • Volgens de bomennota kan er pas een afweging worden gemaakt om bomen bij overlast te vellen als uit een enquete blijkt dat meer dan tweederde van de bewoners in de betreffende straat voor vellen is. De reikwijdte van zo’n enquete leidt in de praktijk tot discussie. Welke bewoners vraag je wel- en welke niet om hun mening? Het college is verzocht om: • Het behoud van gezonde bomen als uitgangspunt te hanteren bij werkzaamheden in de openbare ruimte. Pas tot kappen van gezonde bomen in de openbare ruimte te besluiten wanneer het sparen van die bomen aantoonbaar onverenigbaar is met een veilige, duurzame en economisch verantwoorde openbare inrichting. Of wanneer de bomen logischerwijs niet kunnen worden gehandhaafd binnen integrale beleidsplannen die door de gemeenteraad worden vastgesteld. • De uitvoering van het bomenbeleid van de gemeente Leidschendam-Voorburg dienovereenkomstig aan te passen. De wijzigingen ten behoeve van de uitvoering van het boombeleid en -beheer naar aanleiding van deze motie zijn in deze versie van de bomennota verwerkt.
1.3
Leeswijzer
In de bomennota voor de gemeente Leidschendam-Voorburg staat de toekomstvisie voor de hoofdboomstructuur voor de komende 10 jaar. Deel 2 gaat in op het beheer van bomen. In hoofdstuk 2 is een samenvatting van het huidige beleid van de gemeente op het gebied van bomen verwoord en wordt een opsomming gegeven van de belangrijkste wetten en regelingen voor bomen. Een nader toegelichte versie is te vinden in deel 1. De hoofdstukken 3 en 4 bevatten richtlijnen waar de gemeente rekening mee houdt bij de aanleg en het beheer van boombeplantingen. Er wordt antwoord gegeven op vragen zoals: de grootte van een plantplaats voor bomen, toe te passen soorten, omgaan met klachten en vragen van bewoners, boomziekten en jaarlijkse inspecties met bijbehorende juridische aansprakelijkheid. In hoofdstuk 5 staat de wijze waarop de gemeente met bewoners communiceert.
4—Bomennota gemeente Leidschendam-Voorburg deel 2 beheer
B ELEID VOOR BOMEN
2
Beleid voor bomen
2.1
Inleiding
Dit hoofdstuk gaat over het gemeentelijke beleidskader, de wettelijke kaders en de beleidsuitgangspunten van de gemeente voor het ontwerp, de inrichting en het beheer van bomen. Dit is een samenvatting van het hoofdstuk beleid voor bomen deel 1 In de gemeente Leidschendam-Voorburg staan in totaal 31.000 bomen. Een deel daarvan staat in de hoofdboomstructuur. De bestaande situatie van de bomen in Leidschendam-Voorburg is te vinden op de kaarten in het groenbeheersysteem. De gridvormige structuur en het stedenbouwkundig patroon van de gemeente worden op veel plaatsen versterkt door bomen. De hoofdboomstructuur ligt grotendeels op het grid. Om dit karakter nu en in de toekomst te waarborgen dient de juiste boom op de juiste plaats te staan. De gemeente Leidschendam-Voorburg streeft naar het behoud en versterking van het aanwezige groenbestand. Uitbreiding en verdichting van het stedelijk gebied mogen in principe niet ten koste gaan van de totale kwaliteit van het groen in de gemeente (bron: collegeprogramma 2006-2010). Bomen leveren een belangrijke bijdrage aan de beeldkwaliteit en de kwaliteit van de leefomgeving van de inwoners. Als wordt getoetst op de kwaliteit, zijn o.a. de volgende aspecten van belang: • samenhang, bomen vormen een ruimtelijk bindmiddel in een ruimte die in samenhang ontworpen is.
• duurzaamheid, vooral grote volwassen bomen bepalen de groenbeleving in de stad.
2.2
Bestaand gemeentelijk beleid voor bomen
Voor de ruimtelijke aspecten van het bomenbeleid vormt de Structuurvisie Leidschendam-Voorburg 2020 uit 2007 en het Groenstructuurplan “Buitengewoon groen” van 2010 het beleidskader. In het Waterplan Leidschendam-Voorburg 2007-2015 worden geen richtinggevende uitspraken over bomen gedaan. De uitvoering van de maatregelen uit het waterplan heeft wel effect op de bestaande boombestanden. Bijvoorbeeld als bomen gekapt moeten worden voor de uitbreiding van waterpartijen. Het Groenstructuurplan uit 2010 geeft een aantal principes voor de inrichting en beheer van de groenstructuur. Vooral het niveau Groene lijnen sluit nauw aan bij de (hoofd)boomstructuur. Aandachtspunten vanuit het Groenstructuurplan die van toepassing op het beheer zijn: • Boomkeuze moet afgestemd worden op de bodemkundige ondergrond. In veel gevallen is in het stedelijk gebied grond opgebracht, waardoor de oorspronkelijke ondergrond vrijwel niet herkenbaar is. • De maat van het groen moet aansluiten op de maat van het profiel. Indien mogelijk zal bij een breder profiel een boomsoort met een grotere omvang worden toegepast. • De lijnen haaks op de kustlijn krijgen een discontinu karakter – dit betekent bijvoorbeeld dat verschillende boomsoorten en overig groen worden toegepast - , in overeenstemming met de veranderende stedenbouwkundige ontstaansgeschiedenis en de veranderende bodemsamenstelling.
Bomennota gemeente Leidschendam-Voorburg deel 2 beheer—5
Aanbevelingen uit het groenstructuurplan zijn: • Het bomenbestand in de gemeente dient te bestaan uit verschillende soorten, niet te veel bomen van één soort om risico van massale ziekteverspreiding te voorkomen. • Binnen het bomenbestand is een evenwichtige leeftijdsfase belangrijk. • Oude bomen behouden. Door stressfactoren in de stenige ruimte hebben bomen een beperkte levensduur. Oude bomen moeten daarom extra beschermd worden. • Tussen stad en platteland nadrukkelijk verschil maken in groen. In de stad zowel in- als uitheemse beplanting toepassen. Op het platteland vooral inzetten op behoud en versterking van de bestaande landschappelijke waarden. Insteek hier is vooral gebiedseigen beplanting toe te passen.
2.3
Wettelijk kader en uitgangspunten voor het beheer van bomen
De belangrijkste wetten en regelingen voor bomen zijn: • De Boswet – vooral de herplantplicht van bosopstanden, • Bestemmingsplannen, • De Flora- en faunawet – bescherming van leefgebieden en soorten bij ruimtelijke ontwikkelingen en beheer van bomen, • De zorgplicht en aansprakelijkheid als boomeigenaar volgens het Burgerlijk Wetboek, mede vanwege de zorgplicht voert de gemeente jaarlijks boomveiligheidsinspecties uit. • Keur Delfland 2008 van het Hoogheemraadschap van Delfland. • Keur Rijnland 2009 van het Hoogheemraadschap van Rijnland.
6—Bomennota gemeente Leidschendam-Voorburg deel 2 beheer
Figuur 2.1 Verband Bomennota met andere (gemeentelijke) plannen
Bomennota gemeente Leidschendam-Voorburg deel 2 beheer—7
Ginkgo biloba in park ‘t Loo
8—Bomennota gemeente Leidschendam-Voorburg deel 2 beheer
RICHTLIJNEN VOOR DE AANLEG
3
Richtlijnen voor de aanleg
3.1
Toelichting programma voor de aanleg
In dit hoofdstuk staan richtlijnen voor het ontwerp en de aanleg van boombeplantingen beschreven. Het doel van de richtlijnen is om een optimale uitgangssituatie van bomen te creëren om zo problemen en hoge kosten in de beheerfase te voorkomen. In dit hoofdstuk zijn verwijzingen opgenomen naar het Handboek Beheer Openbare Ruimte Gemeente Leidschendam-Voorburg, “Duidelijkheid op straat” (versie april 2009). De paragrafen over groen algemeen en bomen zijn opgenomen als Bijlage A bij deze bomennota.
De gemeente streeft naar een boombestand dat duurzaam in stand gehouden en verder ontwikkeld kan worden. Dit betekent dat de juiste boom op de juiste plaats moet staan. Ook mag er nu en in de toekomst niet veel extra beheer en onderhoud - bijvoorbeeld kandelaberen, snoeien op licht in de kroon en intensieve wortelsnoei - nodig zijn om de bomen gezond en de omgeving veilig te houden. Deze extra beheerhandelingen zijn vaak het gevolg van een onjuiste boomkeuze, bijvoorbeeld een te grote boom voor de beschikbare ondergrondse of bovengrondse ruimte. Binnen de gemeente Leidschendam-Voorburg zijn de afgelopen decennia nieuwe woonwijken, infrastructuur en bedrijventerreinen gerealiseerd, daarnaast zijn wegen en woongebieden heringericht. Ook de komende jaren zijn aanleg van infrastructuur, woningbouwprojecten en herinrichtingen voorzien. Voor al deze plannen streeft de gemeente naar een duurzame inrichting met bomen, die ook in de toekomst voldoet aan de gestelde verwachtingen en waarbij beheerproblemen voorkomen worden. Vooral het reserveren van voldoende (groei)ruimte, zowel bovengronds als ondergronds, is belangrijk. In het buitengebied is een soortkeuze die afgestemd is op ecologische en cultuurhistorische doelen van belang. Boomstructuren kunnen een bijdrage leveren aan de samenhang en karakteristiek binnen Leidschendam-Voorburg.
Een functie van de hoofdboomstructuur is het benadrukken van de samenhang tussen de verschillende wijken en de herkenbaarheid van de onderdelen van de hoofdinfrastructuur. Bij de wijkboomstructuur gaat het er om de samenhang en identiteit binnen de wijk te bevorderen en de karakteristiek van de infrastructuur te benadrukken. Daarnaast kan een boomstructuur dienen als ruimtelijke begeleiding van verkeer, windscherm en voor onderverdeling van ruimtes. In § 3.2 zijn de randvoorwaarden voor en de kwaliteitseisen bij de plaatsing van bomen inzichtelijk gemaakt. Daarbij wordt specifiek ingegaan op de eisen en richtlijnen voor de inrichting met bomen bij nieuwe stedenbouwkundige ontwikkelingen en herinrichtingen. Er zijn veel functies waarin de openbare ruimte moet voorzien. Ook inpassing van bomen hoort daarbij. In veel gevallen gaan ondergrondse infrastructuur (kabels en leidingen) en verkeersvoorzieningen voor het inpassen van bomen. Om alle functies in de openbare ruimte recht te doen is het van belang om een integraal ontwerp te maken. Juist in de hoofdboomstructuur hebben bomen prioriteit boven de andere functies. Dit programma van eisen voor bomen is voor iedere betrokkene, maar vooral stedenbouwkundigen en ontwerpers (tussen de initiatieffase en nazorg/beheerfase) van belang.
Voor elke fase in de planvorming: initiatief, stedenbouwkundig programma van eisen, stedenbouwkundig plan (maaiveldontwerp), realisatie en nazorg geeft het richtlijnen.
Bomennota gemeente Leidschendam-Voorburg deel 2 beheer—9
Qua indeling sluit het programma aan bij de planfasen die een (her)inrichtingsplan binnen de gemeente Leidschendam-Voorburg doorloopt. Per planfase worden de belangrijkste randvoorwaarden en eisen gegeven aan de plaatsing van bomen. Specifieke richtlijnen voor de inrichting van de openbare ruimte vanuit het oogpunt van beheer en onderhoud staan in het Handboek Beheer Openbare Ruimte van de gemeente Leidschendam-Voorburg (versie september 2011). In Bijlage A zijn de richtlijnen uit het handboek opgenomen die betrekking hebben op bomen. Daarbij moet bedacht worden dat het om richtlijnen gaat en dat de ontwerper en de beheerder in samenspraak de juiste oplossing voor elke situatie moeten creëren. Een boomstructuur heeft ontwikkeling nodig. Alleen vanwege een gewijzigde ontwerpvisie mogen in principe geen bomen worden verwijderd. In het navolgend programma van eisen zijn drie grootteklassen bomen genoemd. De verwachte hoogte en kroondiameter staan in Tabel 3.1. De toegekende waarden zijn gemiddelden waarbij uitgegaan wordt van goede groeiomstandigheden. Er is hierbij geen rekening gehouden met bijzondere groeivormen (bijvoorbeeld sterk zuilvormige cultivars). Tabel 3.1 Grootteklassen bomen Grootteklasse Hoogte 1e grootte 2e grootte 3e grootte
3.2
> 15 meter 10 – 15 meter < 10 meter
Verwachte kroondiameter in volwassen fase Circa 15 meter Circa 7 meter Circa 5 meter
Programma van eisen per planfase
Initiatieffase De initiatieffase start op het moment dat het eerste voorwerk voor een plan in gang gezet wordt. Dit kan een vooronderzoek, verkenning, eerste ontwerpschets of voorlopige budgetaanvraag zijn. De verantwoordelijkheid voor een goede regie voor de initiatieffase ligt bij de afdelingen Ruimtelijke Ontwikkeling, Projectenbureau en Realisatie en Beheer van de gemeente Leidschendam-Voorburg. In de initiatieffase wordt een plan of activiteit aan de volgende zaken getoetst en/of moeten in ieder geval meegenomen worden: • Bestaande, gezonde bomen behouden en inpassen in het ontwerp. Dit tenzij het sparen van de bomen aantoonbaar onverenigbaar is met een veilige, duurzame en economisch verantwoorde inrichting of handhaving niet mogelijk is binnen de kaders van door de gemeenteraad vast te stellen integrale beleidsplannen. Hanteren van een vaste procedure voor de bescherming van bomen via een Bomen Effect Analyse (BEA) en een programma van eisen inclusief schaderegeling, bij bouw en aanleg. De checklist van de BEA-standaard staat in bijlage C. • Landelijk Register van Monumentale Bomen van de Bomenstichting raadplegen. Hierin staan ook bomen in Leidschendam-Voorburg. Nagaan of er bomen in het bestemmingsplan staan. • Streven naar een gevarieerde opbouw van de gehele boomstructuur in de gemeente door variatie in soort en leeftijd.
Als richtlijn geldt: van het totale bomenbestand mag het aandeel van een boomsoort niet meer zijn dan 10% en het aandeel van een cultivar niet meer dan 5%. • Zorgen voor de juiste boom op de juiste plaats, zodat bomen zich duurzaam kunnen ontwikkelen. • Vooronderzoek uitvoeren in hoeverre artikel 75 van de Flora- en faunawet van toepassing is. Dit artikel heeft betrekking op het beschermen van (leefgebied van) inheemse planten en diersoorten. • Functies van (toekomstig) groen in beeld brengen. • Beheertoets aan de hand van kengetallen van de beheerkosten in beeld brengen.
10—Bomennota gemeente Leidschendam-Voorburg deel 2 beheer
Stedenbouwkundig Programma van Eisen (SPvE) In de fase stedenbouwkundig Programma van Eisen wordt een masterplan en/of een structuurontwerp gemaakt. Voor deze fase zijn de volgende zaken van belang: • Het uitgangspunt is het behouden en ontwikkelen van een duurzame boomstructuur voor de belangrijkste structuurlijnen van Leidschendam-Voorburg. • Behouden en ontwikkelen van het cultuurhistorische karakter van de lijnen (strandwallen) door de keuze van een sortiment en structuur die past bij de karakteristiek van de plek. • Beschermen van waardevolle gemeentelijke en particuliere bomen bij ontwikkeling van het ontwerp. Zo nodig taxeren van waardevolle bomen via BEA. Principes voor boombescherming tijdens het planproces in SPvE opnemen. Momenteel houdt de gemeente Leidschendam-Voorburg geen lijst bij van monumentale en bijzondere bomen. Om een beeld te krijgen van het aantal bomen in de gemeente met een beschermwaardige status heeft de gemeente het voornemen om hiervoor in de toekomst een lijst op te stellen. • Beantwoorden aan de overige beleidsdoelen voor groenstructuren zoals die in het gemeentelijk beleid verwoord zijn (zie § 2.2). • Aansluiten op de streefbeelden voor de hoofdbomenstructuur zoals die in hoofdstuk 3 van deze bomennota zijn bepaald. • Vooronderzoek van de ondergrondse infrastructuur in verband met de standplaats van bomen.
• Een globale groenvisie voor het plangebied opstellen. Stedenbouwkundig Plan (Maaiveldontwerp) In deze fase wordt een (voorlopig) ontwerp gemaakt. Het ontwerp wordt ook op beheeraspecten getoetst. Hieronder staan de belangrijkste aspecten waar het ontwerp aan moet voldoen (zie ook bijlage A):
Figuur 3.1 Bomen alleen toepassen bij voldoende bovengrondse en ondergrondse groeiruimte (zie ook het Handboek Beheer Openbare Ruimte).
• • •
•
Figuur 3.2 Bomen moeten onderling voldoende hart tot hart afstand hebben (zie ook het Handboek Beheer Openbare Ruimte).
Bomenparagraaf met toetsbare doelen opnemen. Bomencompensatieplan en keuze voor te behouden bomen maken. Bomen alleen toepassen als er bovengronds en ondergronds voldoende (bewortelbare) ruimte is om tot volwassen exemplaren uit te groeien. De benodigde doorwortelbare ruimte is afhankelijk van de grootte van de boom. Waar nodig werken met boomkratten of boombunkers. Om optimale groeiomstandigheden te krijgen moeten bomen bij voorkeur worden gesitueerd in beplantingen en gras.
Bomennota gemeente Leidschendam-Voorburg deel 2 beheer—11
• •
•
•
•
Bij het aanbrengen van een nieuwe boombeplanting rekening houden met voldoende onderlinge hart op hart afstand, afstand tot gevels, erfgrens en de zijkant van lichtmasten. Bij bomen die in een weg of parkeerstrook worden geplant moet zoveel mogelijk voorkomen worden dat pekelwater in boomspiegels kan lopen. Door het bijvoorbeeld aanbrengen van verhoogde trottoirbanden kan dit voorkomen worden. Bovendien is een permanente boombescherming noodzakelijk om aanrijschade te voorkomen. Bij de sortimentskeuze van bomen is het belangrijk dat er rekening wordt gehouden met de omgeving waarin ze komen te staan. Voor bomen in en nabij verhardingen betekent dit: o Geen soorten toepassen die oppervlakkig wortelen (wortelopdruk verhardingen), o Zoveel mogelijk strooizoutbestendig soorten gebruiken, o Bestand tegen een stenig milieu en uitlaatgassen (rekening houden met omgeving), o Geen soorten toepassen met grote, rottende vruchten. Bij de situering van bomen rekening houden met bezonning en belichting van gebouwen, particuliere tuinen en speelplaatsen. Er dient rekening te worden gehouden met eventuele overmatige schaduwoverlast voor bewoners. Binnen de kroonprojectie van bestaande (te handhaven) bomen mogen geen kabels en leidingen worden aangebracht. Dit om schade aan het wortelgestel te voorkomen.
Als dit langs de infrastructuur leidt tot ruimtelijke conflicten kan men bij bomen van de hoofdboomstructuur lokaal met sleufloze technieken of kabelgoten werken.
Realisatie De realisatiefase omvat de uitvoering van de werkzaamheden. Toezicht op de richtlijnen en toetsing op de in het ontwerp vastgelegde richtlijnen en maten is hier van belang. Hieronder staan de belangrijkste aspecten waarmee in de realisatiefase rekening moet worden gehouden. Specifieke eisen aan samenstelling en hoeveelheid staan in bijlage A. • Beschermen van waardevolle gemeentelijke en particuliere bomen bij de uitvoering van bouw- en aanlegactiviteiten. Opdrachtgever en aannemer informeren over inventarisatie en taxaties (BEA) en met hen afspraken maken over boombeschermende maatregelen. • Binnen een meter uit de kroonprojectie mag niet gegraven worden en de grond mag hier niet verdicht worden. Ook opslag van bouwmaterialen is hier niet toegestaan. Vast hekwerk aanbrengen rond kroonprojectie ter voorkoming van specifieke beschadigingen. De poster ‘Boombescherming op bouwlocaties’ van de Vereniging Stadswerk is integraal van toepassing (zie bijlage B). Tot 2 m uit de kroon mogen geen ophogingen plaatsvinden. Greppels en sloten binnen 5 m uit kroonprojectie mogen niet gedempt worden. Afwijken van deze regel kan alleen na inschakelen van een boomtechnisch onderzoeker. • Om vandalisme te voorkomen en sneller het gewenste eindbeeld te krijgen grotere maten bomen toepassen. In woonwijken is dat minimaal maat 18-20. In de hoofdboomstructuur is dat maat 20-25.
• (Uitgestelde) onverenigbaarheid voorkomen door in principe alleen bomen op eigen wortel aan te schaffen, geen geënte bomen toepassen. • Om een goede aanslag te bevorderen moet het plantmateriaal van eerste kwaliteit, soort- en rasecht zijn. Plantmateriaal moet voldoen aan de keuringseisen van de Naktuinbouw. • Bij het planten van bomen moet een goede groeiplaats worden gecreëerd. Bij bomen in trottoir en bij fietspaden wordt in principe bomenzand toegepast. Bomen die in parkeerplaatsen of nabij wegen staan dient bomengranulaat gebruikt te worden. De plantgaten van bomen in gazon en beplantingen worden voorzien van een grondmengsel geschikt voor bomen. Plantgaten worden doorgespit tot het grondwaterpeil. • Bij nieuwe bomen worden standaard 2 boompalen toegepast. Dit om een goede groei van de boom te bevorderen en (aanrij)schade te voorkomen. • In verband met het waarborgen van de water- en luchthuishouding worden bomen in verharding voorzien van een beluchting- en watergeefsysteem. Bomen in beplanting en gazon worden alleen voorzien van een gietrand ten behoeve van het watergeven.
12—Bomennota gemeente Leidschendam-Voorburg deel 2 beheer
•
Bij de uitvoering van grotere projecten en bij projecten waar bijzonder waardevolle bomen staan een bomenspecialist als toezichthouder bij bomen inzetten. Bij iedere wijziging in de uitvoering (van belang voor bomen) een bomenspecialist betrekken.
Nazorg Voordat een pas geplante boom naar het reguliere beheer overgaat, is er nog een periode van nazorg nodig. Deze omvat in ieder geval het geven van water in droge perioden gedurende het eerste jaar na aanplant, de controle van boompalen en boombanden en inboet.
3.3
Principes sortimentskeuze
Bij de keuze van boomsoorten is het van belang dat de juiste soort boom op de juiste plaats komt te staan. Uitgangspunt vanuit het groenstructuurplan is dat de boomstructuur de kenmerkende stedenbouwkundige structuur van de gemeente versterkt. Continuïteit in de groene lijnen evenwijdig aan de kust (de strandwallen) is belangrijk. De lijnen haaks op de kustlijn krijgen een meer discontinu karakter. Hier kunnen meerdere boomsoorten worden toegepast. Daarnaast is het belangrijk dat het bomenbestand van de gemeente bestaat uit verschillende soorten. Daardoor kan een massale ziekteverspreiding worden tegengaan. Een goede boomstructuur houdt rekening met gebruikswaarde, lusten en lasten en toekomstwaarde. De feitelijke keuze van het sortiment is de integrale verantwoordelijkheid van de ontwerper en de beheerder. De ontwerper brengt daarbij de expertise op het gebied van vormgeving, ruimtelijke kwaliteit en architectuur in. De beheerder gebruikt daarbij de kennis op het gebied van de beheerbaarheid en de ervaring hoe boomsoorten zich in Leidschendam-Voorburg ontwikkelen. De ontwerper en beheerder maken in samenspraak een keuze voor de soort.
Zij maken een afweging op basis van de volgende factoren: • de rol en de functie van de bomen in de boomstructuur, • de bijdrage die de boomsoort moet leveren aan biodiversiteit, ecologie, cultuurhistorische waarde en de karakteristiek van de plek, • het streefbeeld voor een gebied, lijn of plek, • de feitelijke groeiomstandigheden, • de beschikbaarheid van het sortiment, • de duurzaamheid van de situatie.
Bomennota gemeente Leidschendam-Voorburg deel 2 beheer—13
Ulmus glabra “Exoniensis” binnentuin Beatrixlaan
14—Bomennota gemeente Leidschendam-Voorburg deel 2 beheer
RICHTLIJNEN VOOR HET BEHEER
4
Richtlijnen voor het beheer
4.1
Inleiding beheerprincipes
Het hoofdstuk over de richtlijnen voor het beheer geeft de principes en richtlijnen voor het beheer van de bomen in Leidschendam-Voorburg aan.
Bomen in de openbare ruimte, in het bijzonder de bomen in de straatprofielen, hebben te maken met niet-optimale groeiomstandigheden. Dit vraagt naast het begeleiden van de ontwikkeling om bescherming en beheer van de boom. Het beheer en onderhoud van bestaande bomen is gericht op het: • tijdig uitvoeren van de onderhoudswerkzaamheden om de boom aan te passen aan de omstandigheden in de bebouwde omgeving; • realiseren van de gewenste kwaliteit (duurzaamheid), functionaliteit, karakteristiek en samenhang. De gemeente organiseert het beheer op een planmatige wijze. Het beheer van bomen bestaat uit regulier beheer en incidenteel beheer. Regulier beheer Het regulier beheer omvat maatregelen die periodiek terugkeren, zoals het snoeien van bomen en het schoffelen van de boomspiegel. Daarbij is inzichtelijk welke onderhoudsmaatregelen uitgevoerd zijn en welke budgetten daarvoor nodig zijn. Wat dit regulier beheer in Leidschendam-Voorburg inhoudt staat beschreven in bijlage F. Incidenteel beheer Vanwege de niet-optimale groeiomstandigheden van bomen in de openbare ruimte treden bij het beheer van bomen knelpunten op. Dit zijn onder meer: opdruk van verharding door boomwortels, problemen met ondergrondse- en bovengrondse groeiruimte en een beperkte afstand tot de gevel. Het incidenteel beheer omvat de maatregelen die als doel hebben dit soort knelpunten op te lossen.
Deze maatregelen zijn niet of moeilijk te voorspellen en in te plannen. In § 4.2 en 4.3 staat een beschrijving van de belangrijkste knelpunten met mogelijke oplossingen.
4.2
Knelpunten door groeiplaats, ziekten en aantastingen
In deze paragraaf worden belangrijkste knelpunten van bomen met betrekking tot hun groeiplaats behandeld. Het gaat om: • Groeistoornissen, • Schade door boomwortels aan verhardingen, kabels en leidingen, • Ziekten en aantastingen, • Strooizoutschade. Voor ieder knelpunt zijn telkens het probleem (1), de oorzaak (2) en mogelijke oplossingen (3) aangegeven. Bij het oplossen van knelpunten geldt de volgende prioriteit: 1. Hoofdboomstructuur, 2. Wijkboomstructuur, 3. Overige bomen Bij de aanpak van knelpunten wordt in elke situatie naar een passende oplossing gezocht. Er vindt een afweging plaats of en in welke mate in de betreffende boom of bomen wordt geïnvesteerd. De standplaats van de bomen, de kosten en effectiviteit van mogelijke oplossingen zijn criteria waarop deze afweging plaatsvindt. Bijvoorbeeld bij bomen in verharding of in de buurt van verhardingen kan schade aan verhardingen optreden door boomwortels. Bij bomen in de hoofdboomstructuur en wijkboomstructuur kan dit knelpunt worden opgelost door bijvoorbeeld wortelgeleidingsschermen te plaatsen (zie ook § 4.2.2). Bij de categorie “overige
Bomennota gemeente Leidschendam-Voorburg deel 2 beheer—15
bomen” zullen geen maatregelen worden uitgevoerd. Een tweede voorbeeld is dat bij conflicten van bomen met kabels en leidingen bij bomen in de hoofdboomstructuur gekozen wordt om in elk geval voorzieningen aan te brengen voor kabels en leidingen, bijvoorbeeld kabelgoten. Bij bomen in de wijkboomstructuur zullen eventueel bij herinrichtingen of reconstructies maatregelen worden genomen. Bij overige bomen worden geen voorzieningen aangebracht. 4.2.1 Groeistoornissen 1. Probleem In Leidschendam-Voorburg staan verschillende bomen – vooral in verharding – die nauwelijks groeien, weinig tot geen blad vormen en waarvan zelfs takken afsterven. 2. Oorzaak • Te krap bemeten plantplaats. Groeistoornissen bij bomen –vooral de bomen die in verharding staan – worden veroorzaakt door een te krap bemeten plantplaats. Vanaf de jaren vijftig zijn veel nieuwe woonwijken gebouwd op een ophoging van zeer voedselarm zand. De bomen in deze wijken hebben bij het planten te weinig goede humeuze grond meegekregen, meestal minder dan 1 m3 per boom. Hierdoor is het zogenaamde “bloempoteffect” ontstaan. De wortelgroei is beperkt gebleven tot de plantplaats. Na een aantal jaren heeft de boom het voedsel uit de plantplaats verbruikt en begint te kwijnen. Bovendien is de omringende bodem van opgespoten zand vaak ondoordringbaar door de hoge verdichtingsgraad. • Dichtheid van verharding.
Een slechte groei van bomen in de verharding kan veroorzaakt worden door de dichtheid van verharding rondom de boom en het type verharding (bijvoorbeeld dicht asfalt) dat is toegepast. Door de verdichting van de grond en de dichtheid van de verharding kan onvoldoende zuurstof bij de wortels komen. • Aanrijschade aan stam en takken. Dit komt ook voor bij bomen in gazon. Hier wordt de schade meestal veroorzaakt door maaimachines. Dit wordt ook veroorzaakt doordat tegenwoordig geen boomspiegels in het gazon meer worden toegepast. 3. Mogelijke oplossingen Groeistoornissen aan bomen kunnen op de volgende manieren opgelost worden: • Uitbreiden doorwortelbare ruimte met of zonder gronduitwisseling o Aanbrengen van voedingssleuven naar doorwortelbare plaatsen zoals groenstroken of tuinen. o Verruimen van de groeiplaats door het vervangen van het voedselarme zand rondom de groeiplaats door minimaal 9 m3 bomenzand (in verharding) of toepassing van boomkratten gevuld met bomengrond of granulaat. Bij bomen in gazon en beplanting bomengrond toepassen. De grond in het plantgat doorspitten tot de grondwaterspiegel. o Verruiming groeiplaats in verharding o.a. door het toepassen van boomkratten gevuld met voor bomen geschikte grond of het toepassen van bomengranulaat. o Het spitten of woelen van de grond (alleen zinvol bij bomen in groenstroken of gazons). o Het aanbrengen van grondpijlers.
o Het toepassen van luchtcompressiemethoden om de grond beter doorwortelbaar te maken. Deze maatregelen hebben over het algemeen slechts een kortdurend effect op de bomen en worden daarom niet aangeraden. •
Bemesten o het aanbrengen van voedingskokers of oppervlakkig bemesten
•
Het verbeteren van de zuurstofuitwisseling o Vergroten van de boomspiegel (meer oppervlakte open grond rondom de stam) en tevens het beplanten ervan om verdichting te voorkomen. o Vervangen van gesloten verharding (zoals asfalt) door open verharding en het toepassen
16—Bomennota gemeente Leidschendam-Voorburg deel 2 beheer
o o •
•
van verhardingselementen met openingen, zoals grasbetontegels of poreuze verhardingselementen. Aanbrengen van een beluchtingsysteem, zoals beluchtingskokers (alleen kortdurende oplossing). Toepassen van luchtcompressiemethoden.
Het verbeteren van de vochthuishouding o Vervangen van gesloten verharding (zoals asfalt) door open verharding en het toepassen van verhardingselementen met openingen, zoals grasbetontegels of poreuze verhardingselementen. o Aanbrengen watergeefsysteem. o Aanbrengen grondpijlers tot grondwater. Het aanbrengen van boombeschermers
4.2.2 Schade aan/door boomwortels 1. Probleem Wortels van bomen groeien allerlei richtingen op om voldoende voedsel, water en/of zuurstof te vinden. In de stedelijke omgeving zijn boomwortels vaak te vinden onder bestratingen, in aangrenzende tuinen, maar ook in riolen en in kruipruimten van woningen. Daarbij kunnen allerlei beschadigingen optreden, zoals opgedrukte bestratingen, verstopte riolen, kapot gedrukte leidingen of ontzette funderingen. Tevens beconcurreren boomwortels de plantengroei in particuliere tuinen. Daarnaast worden bij allerlei werkzaamheden in de infrastructuur, zoals het aanleggen of vervangen van kabels en leidingen boomwortels beschadigd. Hierdoor kan wortelen taksterfte optreden. Dit heeft een negatieve invloed op de vitaliteit en verankering van de boom. 2. Oorzaak • Natuurlijke groei - Sommige boomsoorten wortelen van nature breed en oppervlakkig. Het probleem treedt vooral op bij soorten zoals: Populus (populier) Pterocarya (vleugelnoot), Robinia (valse acacia) en Salix (wilg). Daarbij gaat het niet om soorten met bijvoorbeeld een gedwongen groei van het wortelgestel door een slechte groeiplaats of gedwongen groei door bijvoorbeeld een krappe groeiplaats van het wortelgestel. • Gebrek aan zuurstof/voedsel in de groeiplaats. • Te korte afstand tussen bomen en de ondergrondse infrastructuur, woningen of tuinen van particulieren.
• Slechte technische kwaliteit van funderingen en rioleringen. • Onbekendheid met de problematiek bij medewerkers van nutsbedrijven en civieltechnici. 3. • • • •
•
Mogelijke oplossingen Periodieke wortelsnoei in combinatie met kroonsnoei (behoud evenwicht kroon/wortelgestel). Aanbrengen van kunststof anti-wortelschermen (wortelgeleidingsschermen). Aanbrengen van voedingssleuven waardoor boomwortels naar goed doorwortelbare plaatsen worden ‘geleid’. Het voorschrijven van beschermende maatregelen ten behoeve van bomen bij werkzaamheden aan de infrastructuur. De voorschriften die aangegeven zijn op de poster “Boombescherming op bouwlocaties” van stichting Stadswerk (zie bijlage B) bij alle werkzaamheden aan de infrastructuur van toepassing verklaren. Voorlichting geven aan civieltechnische collega’s met als doel de consequenties van werken bij bomen duidelijk te maken en werkzaamheden aan de infrastructuur op elkaar af te stemmen.
Bomennota gemeente Leidschendam-Voorburg deel 2 beheer—17
4.2.3 Schade door strooizout 1. Probleem De kwaliteit van straatbomen kan negatief beïnvloed worden door de toepassing van strooizout in de gladheidbestrijding. De kans op vitaliteitvermindering door strooizout geldt met name voor zoutgevoelige boomsoorten. Het probleem treedt op als de bomen dicht bij de rijbaan en fietspaden van hoofdontsluitingswegen en op intensief gestrooide pleinen en straten staan. Bij vrijwel al deze bomen treedt verdroging, vergeling en vervroegde bladval en schorsverbranding op. Het gevolg hiervan is verminderde groei en versneld teruglopende vitaliteit. De schade is jaarlijks sterk wisselend en hangt af van hoeveel er gestrooid is. De gemeente past momenteel de ‘natte strooimethode’ toe. Deze strooimethode zorgt ervoor dat er minder zout naast de weg waait. Daarnaast wordt momenteel ook met GPS gestrooid, waarbij de strooibreedte automatisch aangepast wordt aan de breedte van de weg. Algemene conclusie is dat de levensduur van bomen die jaarlijks te maken hebben met strooizout wordt verkort. 2. Oorzaak Tijdens de gladheidbestrijding komt een deel van het zout in plantstroken en boomspiegels terecht. Daarnaast kan een mengsel van opspattend smeltwater en zout in groenstroken en boomspiegels komen. 3. • • • •
Mogelijke oplossingen Bij boomspiegels verhoogde banden gebruiken om instromend smeltwater te voorkomen. Realiseren goede afvoer van smeltwater. De ontwikkelingen van samenstelling van strooimateriaal en innovaties van strooimaterieel volgen en bij de keuze hiervan bescherming van bomen betrekken. Selectief strooiprogramma uitvoeren en strooimaterieel goed afstellen.
4.2.4 Ziekten en aantastingen 1. Probleem Naast de aantastingen die het gevolg zijn van natuurlijke of mechanische beschadigingen zijn er ziekten en plagen die de groei van de boom belemmeren of tot de dood van de boom leiden. Sommige zoals rupsenaantastingen en rottingsverschijnselen komen algemeen voor. Andere zijn gebonden aan bepaalde boomsoorten. Binnen een boomsoort zijn bepaalde variëteiten en cultivars minder gevoelig of soms geheel immuun. De aard en omvang van ziekten en aantastingen kan in plaats en tijd zeer verschillen. De meeste ziekten en plagen leiden niet direct tot de dood van de boom. Uitzonderingen zijn: iepziekte, bacterievuur, verwelkingsziekte, kastanje- of bloedingsziekte (bij ernstige aantasting) en watermerkziekte. Sommige aantastingen hebben een verzwakking van stam en takken tot gevolg. Boomsoorten zoals Acer (esdoorn), Tilia (linde) en Ulmus (iep) hebben vaak last van luis. Het afscheidingsproduct van deze luis (kleverige stof waarop vaak roetdauw voorkomt) zorgt voor enige overlast op auto’s en straatmeubilair. Bij sommige boomsoorten kan (uitgestelde) onverenigbaarheid optreden. Dit verschijnsel treedt op bij bomen die op de verkeerde onderstam zijn geënt en kan leiden tot het onverwacht vlak boven de grond (bij de ent) afbreken van de boom of de ontwikkeling van rotte plekken. 2. Oorzaak • Slechte groeiplaats.
Bomen die in slechte conditie verkeren, worden vaak sneller ziek of aangetast dan gezonde bomen. Een slechte conditie wordt vaak veroorzaakt door een slechte groeiplaats. Bomen die op een slechte groeiplaats staan zijn vaak vatbaarder voor ziekten en aantastingen. • Aantasting door bacterie of schimmel. Iepziekte, bacterievuur, verwelkingsziekte, kastanje- of bloedingsziekte en watermerkziekte worden veroorzaakt door een bacterie of schimmel en tasten ook gezonde bomen aan. Veel ziekten en aantastingen zijn soortgebonden. De iepziekte bijvoorbeeld zal alleen iepen aantasten. • Onverenigbaarheid. (uitgestelde) Onverenigbaarheid komt voor bij zwaardere bomen die geënt zijn
18—Bomennota gemeente Leidschendam-Voorburg deel 2 beheer
op een onderstam. Het wortelgestel van de betreffende boom is dan van een andere soort of cultivar. 3. Mogelijke oplossingen • Bomen met aantasting door iepziekte, bacterievuur en watermerkziekte zo spoedig mogelijk verwijderen en vernietigen om verspreiding van de ziekte tegen te gaan. • Bomen met aantasting door Kastanjebloedingsziekte moeten extra worden geschouwd om het verloop van de ziekte te volgen. Bomen kappen als de ziekte de boom zo heeft aangetast dat geen herstel meer mogelijk is. Gekapte bomen vooralsnog niet herplanten met dezelfde soort. Momenteel worden in de Prins Albertlaan de paardenkastanjes die verwijderd moeten worden als gevolg van de kastanje- of bloedingsziekte vervangen door Indische paardenkastanje (Aesculus indica) en de gele paardenkastanje (Aesculus flava ‘Vestita’) om te kijken of deze kastanjesoorten ook door deze ziekte aangetast worden. • Luis in bomen wordt in principe niet bestreden. Door de gemeente zijn proeven gedaan met het bestrijden van luis op een biologische wijze, o.a. het uitzetten van lieveheersbeestjes. De resultaten hiervan zijn erg wisselend. • Het nemen van preventieve maatregelen, zoals het injecteren van iepen. Omdat dit zeer kostbaar is komen alleen de bomen in de hoofd- en wijkboomstructuur hiervoor in aanmerking. Zo worden de iepen langs de Prinsensingel en de Burgemeester Kolfschotenlaan jaarlijks geïnjecteerd.
• Zorgen voor optimale groeiomstandigheden van de boom. • (Uitgestelde) onverenigbaarheid kan alleen in de ontwerp- en aanlegfase worden voorkomen. In de beheerfase in de enige oplossing het verwijderen van de boom. Aan de hand van uiterlijke kenmerken is niet te voorspellen dat een boom zal afbreken. Een oplossing is het toepassen van niet geënte bomen, dus bomen op eigen wortel.
4.3
Knelpunten door blad, bloesem, vruchten en schaduw
Naast problemen met bomen die veroorzaakt worden door groeiplaatsfactoren, ziekten en aantastingen zijn er knelpunten die vallen in de categorie ‘overlast’. Ze worden veroorzaakt door de boom zelf en niet door externe factoren. Deze knelpunten zijn vaak zeer persoonsgebonden. Door de ene persoon wordt dezelfde boom als een probleem ervaren, terwijl de ander de boom juist zeer waardeert. 1. Probleem Verspreid over de gemeente staan bloeiende en vruchtdragende bomen. Op bepaalde momenten van het jaar laten de bomen hun blad, bloesem en vruchten vallen. Het straatbeeld wordt dan bedekt met de bovenstaande ‘producten’ van de boom. Daarnaast veroorzaken bomen soms overlast door schaduwwerking. 2. Oorzaak • Sommige bomen produceren in bepaalde (vaak korte) perioden van het jaar bloesem, pluizen, stuifmeel, vruchten en zaden. Nadat deze producten van de boom zijn afgevallen worden ze door de wind verspreid, of juist op hopen geblazen. De omvang en het moment is per boomsoort verschillend en afhankelijk van weersomstandigheden. Ook is het zo dat in het ene jaar meer wordt geproduceerd als in het andere jaar. • Schaduwoverlast wordt veroorzaakt doordat bomen dicht op gevels van woningen zijn geplant. Dit zijn meestal boomsoorten die te groot zijn voor het profiel van de straat. 3. Mogelijke oplossingen • Snoeien van bomen die te dicht op gevels staan.
• Voorlichting geven aan bewoners over regulier onderhoud.
Bomennota gemeente Leidschendam-Voorburg deel 2 beheer—19
•
4.4
Bij vervanging van bomen in de directe woonomgeving geen boomsoorten toepassen met een grote bloei- en vruchtproductie.
Uitgangspunten omgaan met klachten en vragen van bewoners over bomen
Het Meldpunt Openbare Ruimte van de gemeente en de voormannen van wijkbeheer ontvangen jaarlijks de nodige klachten en vragen over bomen. In § 4.2 en 4.3 zijn een aantal knelpunten rondom bomen beschreven. De meeste klachten die de gemeente binnen krijgt rondom bomen treden op doordat bewoners hinder en overlast ondervinden van de bomen die in hun directe woonomgeving staan. In § 4.3 is een aantal knelpunten rond bomen benoemd die in genoemde categorie vallen. Ook het opdrukken van verharding door boomwortels is een regelmatig terugkerend probleem. Vaak ontstaan interpretatieverschillen in de klachten. Wat voor de ene bewoner een grote last is, is voor de ander juist geen probleem. De gemeente heeft te maken met verschillende belangenpartijen rondom bomen in de openbare ruimte. Naast bewoners zijn dat bijvoorbeeld nutsbedrijven die bomen vaak als een last zien, omdat de wortels kabels en leidingen in de weg zitten. Aan de andere kan zijn er ook verschillende (natuur)belangenorganisaties die strijden voor het behoud van de bomen als dragers van de openbare ruimte en bevordering van de leefbaarheid in de stad.
Hoe gaat de gemeente om met deze belangen? Wordt een boom wel of niet gekapt als hiervoor een verzoek wordt ingediend? Uitgangspunt van de afweging op het gebied van hinder en overlast door bomen is dat enerzijds de beleidstatus van de boom weegt en anderzijds de mate van ernst van de hinder/overlast. De beleidstatus van de boom of houtopstand kan zijn: onbeschermd, beschermd, onderdeel van hoofdboomstructuur of wijkboomstructuur. Anderzijds is de hinder in te delen naar licht, matig of ernstig. Dit is afhankelijk van de afstand van de boom tot de plek waar de hinder ervaren wordt, de ruimtelijke verhoudingen, duur van overlast, alternatieven, preventiemogelijkheden, precedentwerking en aard van de hinder. De stedenbouwkundige opbouw van een wijk bepaalt vaak hoeveel ruimte er is voor gemeentelijke bomen. Te veel bomen in verhouding tot de ruimte en functie van het openbaar gebied leidt op den duur tot problemen als groeistoornissen en overlast. Het verwijderen van bomen is soms nodig en/of door velen gewenst als er ernstige overlast optreedt bijvoorbeeld in de vorm van te veel schaduw, te hoog opgedrukte verharding, ernstige vervuiling door vruchten of benodigde ruimte voor andere functies. Geringe overlast van bomen is – vanwege het belang van bomen voor de openbare ruimte - geen reden om in te grijpen.
De beoordeling van de mate van overlast en hinder zal altijd in zekere mate subjectief zijn. Conform vaste rechtspraak op het gebied van overlast en hinder door bomen dient iedereen een zekere mate van naburige hinder te dulden en te dragen. Enkel in het geval van disproportionele hinder door publieke bomen neemt de gemeente maatregelen. In elk geval wordt er niet ingegrepen – met uitzondering van de in Tabel 4.1 benoemde gevallen - indien de hinder of overlast bestaat uit: • Normale bladval inclusief val van bloesems; • Normale vruchtval inclusief zaad- en pluisval; • Aanwezigheid van enkele vogelnesten of rustplaatsen van vogels (vogelpoep); • Aanwezigheid van vleermuizen; • Schaduwhinder in delen van tuinen, balkons, erven en op bouwwerken zonder woonfunctie; • Normale groene of algenaanslag op bestrating, muren, daken, enz. • Normale tijdelijke overlast door insecten in bomen inclusief honing- en roetdauw. • Wortelopdruk die bestrating op gemeentelijk terrein niet meer dan 3 centimeter opdrukt. • Wortelingroei in funderingen of huisaansluitingen (voor rekening en risico van eigenaar volgens vaste
20—Bomennota gemeente Leidschendam-Voorburg deel 2 beheer
• •
rechtspraak). Uitzichtbelemmering door bomen, Allergie door bomen bij mensen,
Nog nader uit te werken • Schaduwhinder op zonnepanelen of zonnecollectoren. Daarnaast hanteert de gemeente een prioriteitsvolgorde in de locaties waar klachten het eerst opgelost worden. Er wordt onderscheid gemaakt in bomen die in de hoofdboomstructuur staan, wijkboomstructuur (bomen in de directe woonomgeving) en overige bomen. In de onderstaande tabel staan de beleidsuitgangspunten voor bescherming, omgaan met overlast en principe maatregelen per categorie. Tabel 4.1 Beleidsuitgangspunten voor de bescherming van bomen per categorie Onderdeel
Overlast
Hoofdboomstructuur en bomen die in monumentale parken staan Hoge categorie beschermwaardige bomen (cat. A). Geen velling vanwege overlast, tenzij veiligheid in het geding komt.
Wijkboomstructuur
Overige bomen
Middelste beschermingscategorie (cat. B) Geen velling vanwege overlast, tenzij veiligheid in het geding komt.
Laagste beschermingscategorie (cat. C)
Eventueel snoei of schadebeperkende maatregelen (schermdoek of wand)
Eventueel snoei of schadebeperkende maatregelen (schermdoek of wand)
Eventuele velling vanwege overlast bij individuele klacht, afhankelijk van de mate, bijvoorbeeld bij wortelopdruk van meer dan 3 cm en als tuin/ balkon per dag (tussen 10 en18 uur) meer dan 3 uur geheel (100%) in de schaduw van een boom ligt. Hierbij wordt de voor-,achter en eventuele zijtuin als één tuin beschouwd. Dit betreft de periode tussen 21 april en 21 augustus (dit geldt niet als huis pas gebouwd is toen boom er al stond). Eventueel snoei of schadebeperkende maatregelen (schermdoek of wand). Eventueel vervanging type boom.
Bij andere, ernstiger vormen van overlast en hinder zullen de eventuele ingrepen afhangen van de ernst van de overlast, de mogelijke oplossingen en de aanwezigheid of mogelijkheid van compenserend groen. Uiteraard spelen ook kosten (budgetten en prioriteiten) een rol. Hierbij gelden de volgende principes: • Snoei van bomen geniet de voorkeur boven bomen verwijderen. • “Snoei” en kandelaberen in de vorm van toppen of halveren is nooit een optie. • Het snoeien van een vrij uitgroeiende boom tot vormboom vindt in principe niet plaats. • Het streven is altijd gericht op minimaal behoud van de “hoeveelheid boom”. Dit kan ook leiden tot een oplossing waarbij een aantal kleinere bomen, slecht groeiend of overlast gevend, worden vervangen door een of enkele exemplaren van een grotere boomsoort op een gunstigere plek. De impact (beeld, milieu, waardering en dergelijke) van een grote boom is vaak hoger dan die van een aantal kleinere bomen samen. Bomennota gemeente Leidschendam-Voorburg deel 2 beheer—21
4.5
Inspectie en controle van bomen
De gemeente moet volgens het Nieuw Burgerlijk Wetboek voldoen aan de wettelijke zorgplicht ten aanzien van het bomenbestand dat in haar eigendom is. Zorgplicht houdt mede in dat er regelmatig boomveiligheidscontroles en onderhoud wordt uitgevoerd. Op basis van jurisprudentie worden de volgende drie typen onderscheiden: 1. Algemene zorgplicht (lage gevaarzetting) Verplichting om bomen regelmatig en systematisch op deskundige wijze te (laten) beoordelen. Een locatie met een verlaagde gevaarzetting is een plek waarbij takbreuk of windworp geen verhoogd risico voor schade en letsel vormen voor de omgeving. Voorbeelden van locaties met een verlaagde gevaarzetting zijn: rustige woonstraten, parken en begraafplaatsen.
2. Verhoogde zorgplicht (hoge gevaarzetting) Verplichting om bomen op locatie met verhoogde gevaarzetting tenminste 1 keer per jaar te controleren. Een locatie met een verhoogde gevaarzetting is een plek waarbij takbreuk of windworp een verhoogd risico voor schade en letsel vormen voor de omgeving. Voorbeelden van locaties met een verhoogde gevaarzetting zijn: drukke straten en hoofdinfrastructuur, winkelcentra, scholen en hun directe omgeving, speellocaties en intensief bezochte (delen van) parken. 3. Onderzoeksplicht. Voor bomen waarbij uitwendige gebreken of symptomen voor verborgen gebreken zijn vastgesteld die een potentieel risico kunnen betekenen (risicobomen) geldt een onderzoeksplicht. Het uitvoeren van nader onderzoek moet uitwijzen wat de aard en de ernst van de gebreken is en welke maatregelen noodzakelijk zijn. De bomen worden vooral beoordeeld op veiligheidsaspecten en het bevorderen van een duurzame instandhouding. Er wordt onder andere gekeken naar de volgende aspecten: • Conditie, • Breukvastheid (o.a. verzwakkingssymptomen, beschadigingen), • Stabiliteit (o.a. scheefstand, wortelaanzetten). De gemeente gaat hier op een praktische manier mee om. Om de drie jaar worden de bomen visueel gecontroleerd door een extern bedrijf. Er zijn zes onderhoudswijken. Elk jaar worden twee onderhoudswijk nagelopen.
Uit deze controle komen snoei- en kapadviezen voort of er wordt geadviseerd om nader onderzoek uit te voeren bij bepaalde bomen. Deze nadere onderzoeken worden weer door een ander bureau uitgevoerd dan de visuele boomcontrole. De snoei- en kapadviezen worden door de eigen dienst of door een aannemer uitgevoerd.
22—Bomennota gemeente Leidschendam-Voorburg deel 2 beheer
5
Communicatie over bomen
5.1
Principes voor communicatie
COMMUNICATIE
De bomennota vervult verschillende functies: • Ze geeft het belang aan van de waarde en betekenis van de (hoofd)boomstructuur in de bebouwde kom van de gemeente; • Ze biedt een toetsingskader voor verschillende vergunningaanvragen; • Ze vormt een basis voor het maken van (her)inrichtingsplannen en de keuzebepaling van boomsoorten; • Ze maakt duidelijk in welke gevallen van ervaren overlast de gemeente wel of niet ingrijpt. De gemeente hecht veel waarde aan heldere, open en actieve communicatie over het beleid op het gebied van bomen, wijzigingen in de inrichting van de openbare ruimte en het beheer van bomen. Communicatie over de bomennota moet bij verschillende doelgroepen iets teweeg brengen op het gebied van kennis (ze moeten iets weten), houding (ze moeten er iets van vinden) en gedrag (ze moeten iets doen). Doelgroepen Communicatie over het boombeleid vindt plaats met verschillende partijen. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen interne partijen (binnen de gemeentelijke organisatie) en externe partijen (buiten de gemeentelijke organisatie). Hieronder staat een overzicht van de belangrijkste doelgroepen. Intern • verschillende afdelingen die betrokken zijn bij plannen, projecten en vergunningen waarbij bomen een rol spelen, zoals de afdeling Vergunningen en de afdeling Wijkbeheer.
• meld- en informatiecentrum (MIC) • overige medewerkers gemeente • burgemeester en wethouders • gemeenteraad Extern • inwoners gemeente of specifieke wijken • wijkplatforms • melders van overlast door bomen • natuur- en milieuorganisaties (o.a. Platform Duurzaam Leidschendam-Voorburg, natuurwerkgroepen, NME-organisatie De Groene Basis, en dergelijke) • pers
5.2
Communicatiemiddelen
De in de bomennota voorgestelde maatregelen voor de hoofdboomstructuur hebben betrekking op een groot deel van de gemeente. De bomennota is op grond van de inspraakverordening onderwerp van inspraak. Inwoners en specifieke doelgroepen krijgen gelegenheid hun zienswijze op de plannen te geven. Wellicht vervult een informatiebijeenkomst tijdens de inspraakprocedure een belangrijke functie. Over elke uit te voeren maatregel vindt communicatie plaats met omwonenden en direct betrokkenen. Afhankelijk van de doelgroep zetten we voor het kennisniveau brede middelen in, zoals de gemeenterubriek en de gemeentelijke website. De mogelijke doelgroepen en de te gebruiken communicatiemiddelen zijn samengevat in Tabel 5.1.
Bomennota gemeente Leidschendam-Voorburg deel 2 beheer—23
Tabel 5.1 Doelgroepen-middelenmatrix bij bomen Middel Gemeente- Brief (InforOverleg Website Intranet Folder rubriek matie) bijeenkomst Doelgroep Betrokken X X afdelingen MIC X X X Overige X medewerkers B&W X Gemeenteraad Inwoners Wijkplatforms Melders Natuurorganisaties Verkrijgers bouwvergunning Pers
X X X
X
X
X X
X X
X
X
X
X
X X
X
Persbericht
X X X
X
X X
X
X X
X
In Tabel 5.2 staat een nadere uitwerking van de wijze waarop de gemeente communiceert met de inwoners over bomen. Tabel 5.2. Toelichting communicatiemiddelen Aspect Doelgroep Communicatiemiddel of wijze Algemene informatie over bomen
Alle inwoners
Postbus 905
Samenvatting van de bomennota op de gemeentelijke website met daarbij een link naar het volledige plan. Informatieavond met bewoners in de vorm van een inloopbijeenkomst.
24—Bomennota gemeente Leidschendam-Voorburg deel 2 beheer
X
Tabel 5.2. Toelichting communicatiemiddelen Aspect Doelgroep Communicatiemiddel of wijze Omgevingsvergunningen
Aanvragers Vergunningen m.b.t bouw of aanleg
Alle bewoners van LeidschendamVoorburg Verkrijgers van een vergunning voor bouw of aanleg
Hinder of overlast van bomen
Alle inwoners Omgevingsvergunning voor kappen van bomen Alle inwoners van LeidschendamVoorburg
Voor het indienen van aanvragen is een digitaal loket ingesteld. Aanvragers van bouw- en aanlegvergunningen informeren over wat het beleid van de gemeente is voor bomen en hen in het bijzonder wijzen op de beschermings- en schaderegeling bij voorkeur via een folder. Bij publicaties over omgevingsvergunningen (bijvoorbeeld voor bouw en aanleg) de gevolgen voor boombeplantingen duidelijk kenbaar maken in de gemeentepagina Als er sprake is van bouw- of aanleg een poster overhandigen over de manier waarop de gemeente bomen bij bouw beschermt. De vergunninghouder informeren over de afspraak om posters op bouwhekken en in overblijfruimtes in bouwketen te hangen. De algemene informatie over kapvergunningen en de APV zijn beschikbaar op de gemeentelijke website. Geven van voorlichting aan bewoners op momenten dat last van bomen zich voor kan gaan doen, afhankelijk van seizoen en situatie op de gemeentelijke website en op de gemeentepagina. Uitbreiden van de seizoensinformatie op de website met bijvoorbeeld over hooikoorts in april, luis in bomen in de zomer. Informatie over hoe de gemeente met overlast van bomen omgaat (zie Bomennota § 4.4) op de gemeentelijke website plaatsen.
De bescheiden kosten voor communicatie kunnen worden gedekt uit het beschikbare budget voor de bomennota.
Bomennota gemeente Leidschendam-Voorburg deel 2 beheer—25
Ulmus hollandica Vegeta, Frans Cobellaan
26—Bomennota gemeente Leidschendam-Voorburg deel 2 beheer
Bronnen
Algemeen
B RONNEN & W OORDENLIJST
Bomenstichting, 2003, Bomen effect analyse, Modelbeoordeling voor bouw en aanleg, Utrecht Bomenstichting, 2005, Monumentale bomen, Folder met informatie over Landelijk Register van Monumentale Bomen, Utrecht Bomenstichting, 2006, Geef monumentale bomen een toekomst, Visie op beschermen en in stand houden, Utrecht Bomenstichting, 2009, De bomenplanner, bouwen aan duurzaam groen, Utrecht Hiemstra, dr. Ir. J.A., ir. E. Schoenmaker - van der Bijl en drs. A.E.G. Tonneijck, 2008. Bomen een verademing voor de stad, Plant Publicity Holland (PPH) en Vereniging van Hoveniers en Groenvoorzieners (VHG), 2008 Hoogheemraadschap van Rijnland, Keur Rijnland 2009 Hoogheemraadschap van Delfland, Keur Delfland 2010 IPC Groene Ruimte, 2004, Stadsbomenvademecum, deel 3B, Arnhem IPC Groene Ruimte Kuypers, V. en E.A. de Vries, 2008. Groen voor lucht, Alterra, Wageningen Loon, Annemiek van, 2003, Ruimte voor de Stadsboom, Betekenis, groeiplaatsverbetering, sortiment, methodiek en beleid. Wageningen, Blauwdruk Nederlandse Vereniging van Taxateurs van Bomen, 2005, Richtlijnen NVTB, versie 2005 Renterghem, Ir. T. van, Botteldoorn, Prof. Dr. Ir. D., 2003.
Bomenrijen ter verbetering van de efficiëntie van geluidsschermen bij blootstelling aan wind Vereniging Stadswerk, 2006, Gedragscode Flora- en faunawet – Bestendig beheer gemeentelijke Groenvoorzieningen, maart 2006, Ede Van Stralen, J., 2004, Inrichten is beheren, Handboek Openbaar Groen Ede, Inrichtingseisen en randvoorwaarden voor nieuwe werken, herinrichtingen en reconstructies, afstudeerrapport Hogeschool Larenstein Vereniging Stadswerk, 2005, Model-Bomenverordening Visser, mr. Bas.M., 2009, Bomen en Wet, Geldend recht voor bomen, Bomenstichting Utrecht Plannen en rapporten gemeente Leidschendam-Voorburg Gemeente Leidschendam, 1996, Themaplan Bomen in de stad, sector Stadsbeheer, afdeling Beheer openbare ruimte. Gemeente Leidschendam-Voorburg, 2004. “Thuis in de wijk”, Visie op wijkgericht werken in Leidschendam-Voorburg, een groeimodel Gemeente Leidschendam-Voorburg, 2009, Buitengewoon groen, Groenstructuurplan Gemeente Leidschendam-Voorburg, conceptversie Gemeente Leidschendam-Voorburg, 2009, Duidelijkheid op straat, Handboek