CConstaterende datLeidschendam-Voorburg
Koppel je AI →
Document · PDF

2573-06 Bijlage 03 toelichting, Structuurvisie Ruimte voor Wensen 2040, herijking 2012.pdf

Raadsvergadering 22 februari 2022, gemeente Leidschendam-VoorburgBij agendapunt: Raadsvoorstel: Vaststellen bestemmingsplan Stedelijk.24.686 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Verbeteren economische kansen en voorzieningenstructuur Ten aanzien van het verbeteren van economische kansen is het primaire doel de economie te stimuleren met activiteiten die recht

34 Structuurvisie Ruimte voor Wensen 2040

doen aan het karakter van de stad en dat karakter binnen de regionale context te versterken. Hierbij is de ambitie om ruimte te bieden voor kenniseconomie, innovatieve economie, zorgeconomie en kleinschalige bedrijvigheid in woonwijken. De kansen voor de commerciële winkelcentra worden versterkt door menging met leisure, wonen, werken en maatschappelijke voorzieningen. Leidschendam-Voorburg heeft niet de ambitie om nieuwe winkelcentra of winkelstrips toe te voegen. Wel willen we de detailhandel van de bestaande winkelgebieden versterken en de kwaliteiten van de vier kernwinkelcentra benutten. Daarbij is het van belang de positionering van de winkelcentra ten opzichte van elkaar in beeld te brengen waarbij we aspecten als doelgroepen, bereikbaarheid en parkeren belichten. De ambitie is om de complementariteit van de vier winkelcentra te behouden en te verbeteren. Een betere samenwerking tussen zowel de winkelorganisaties onderling als met de gemeente kan hieraan bijdragen. De bestaande plannen passen binnen de marktruimte. Er is geen uitbreidingsruimte in de dagelijkse sector, alleen specifieke uitbreiding in de niet-dagelijkse sector. De opgave is dus vooral kwalitatief: verbetering van de attractiviteit van de centra in combinatie met intensivering van ruimtegebruik.

Beter benutten en verbeteren regionale bereikbaarheid De externe bereikbaarheid van de gemeente Leidschendam-Voorburg is goed. Vanwege de strategische ligging in de regio en de Randstad ten opzichte van de economische mainports, is de gemeente een aantrekkelijke vestigingsplaats voor wonen en werken. De interne en externe bereikbaarheid van de gemeente willen we ook in de toekomst behouden. De RandstadRail, de N14 en lijn 19 vormen essentiële infrastructuur voor de verbetering van de bereikbaarheid van Leidschendam-Voorburg. Het is een opgave om het bestaande openbaar vervoer nog beter te benutten.

4.3 Huidige situatie en structuur De regionale en de gemeentelijke verstedelijkingsstrategie moet zich richten op het bestaande regionale netwerk als geheel en er moeten goed bereikbare locaties strategisch tot ontwikkeling worden gebracht. Het is nodig om de koppeling tussen ruimtelijke ontwikkelingen en mobiliteit te versterken en zo de economische en stedelijke efficiëntie te verbeteren. De toenemende mobiliteit binnen de regio moet naast de verbetering van autobereikbaarheid door de maatregelen in het kader van MIRT-Haaglanden worden opgevangen door betere benutting van de mogelijkheden van ketenmobiliteit. In deze herijking ligt de nadruk niet op de uitbreiding maar op het beter benutten van de goede auto- en OV-bereikbaarheid en verbetering van het fietsnetwerk. De ambitie is om een goede inpassing van de nieuwe auto-infrastructuur in het kader van de MIRT-opgaven Haaglanden te realiseren en om de potenties voor ruimtelijke ontwikkelingen binnen de gemeente beter te benutten. Daarnaast bestaat de ambitie om de recreatieve fietsverbindingen in het buitengebied te versterken.

autonetwerk versterken

ov-bereikbaarheid benutten

Karakterisering huidige structuur De gemeente Leidschendam-Voorburg, met circa 72.000 inwoners, ligt in een dynamisch stukje Nederland in de metropoolregio Rotterdam-Den Haag. Een van de kwaliteiten van de gemeente is haar ligging: enerzijds dicht bij het centrum van Den Haag, anderzijds direct aan het landelijk gebied dat toegang geeft tot een netwerk van provinciale landschappen zoals de Vlietzone, de zee en de duinen. Leidschendam-Voorburg ligt op de grens van zand en veen, en bestaat voor ongeveer 50% uit verstedelijkt gebied en 50% landelijk gebied. De gemeente is opgebouwd uit drie onderscheidende onderdelen: het stedelijk gebied, de Vlietzone en het buitengebied. Voorburg en Leidschendam waren tot 2002 twee afzonderlijke gemeenten. De verschillen in verschijningsvorm en identiteit zijn nog steeds goed zichtbaar. Voorburg, gelegen dicht tegen Den Haag, is eerder verstedelijkt. De stadsuitbreidingen in Leidschendam zijn later ruimer opgezet met de idealen van het ‘nieuwe bouwen’. Deze zijn te karakteriseren als tuinsteden. De diversiteit in woonmilieus is een bijzondere rijkdom van de gemeente en een goede basis voor een evenwichtige bevolkingsopbouw. Tot 2005 vormde de landscheiding een duidelijke grens tussen Voorburg en Leidschendam.

ontbrekende schakels in het fietsnetwerk opgaven uit het groenstructuurplan

opgaven uit het waterplan

Herijking 2012 35

Met de ontwikkeling van de N14 en het Sijtwendetracé in combinatie met wonen, werken en voorzieningen zijn de twee gemeenten ook ruimtelijk sterker met elkaar verbonden. Bovendien is dit een bijzonder voorbeeld van meervoudig en duurzaam ruimtegebruik. De gemeente wordt aan drie zijden begrensd door infrastructuur en kent een goede tot uitstekende bereikbaarheid. Door de infrastructuur heeft de gemeente ook scherpe fysieke begrenzingen met de buurgemeenten. Daarnaast kan de huidige grens naar het buitengebied gezien worden als een harde rode contour. Er zijn geen uitbreidingsmogelijkheden naar buiten toe. De laatste verandering in de positie van Leidschendam-Voorburg is ontstaan door de ontwikkelingen van de wijken Leidschenveen en Ypenburg, waardoor het stedelijk gebied bijna geheel aan drie zijden is ingebouwd. Leidschendam-Voorburg ligt dus redelijk opgesloten in de stedelijke agglomeratie, maar vormt nog altijd een stedelijk balkon, zowel aan de Vliet als aan het buitengebied. Het belang van de Vlietzone als een groene, recreatieve ruimte is toegenomen. Dit geldt eveneens voor het openhouden van het buitengebied.

De ruimtelijke vertaling van de verstedelijkingsopgaven ligt in het benutten van de bestaande stad, het openhouden van het buitengebied en de Vlietzone, het versterken van de recreatieve betekenis en het verbeteren van de verbindingen van de stad met het buitengebied. Bereikbaarheid De externe bereikbaarheid van de gemeente Leidschendam-Voorburg is goed. Binnen de stadsgrenzen hebben we daarnaast een goed functionerend en goed dekkend netwerk voor autoverkeer en openbaar vervoer. De bereikbaarheid per openbaar vervoer is uitstekend met drie stations aan het nationale spoornetwerk (Voorburg, Laan van NOI en Mariahoeve), de RandstadRail en een goede ontsluiting van het omringende stedelijk gebied per tram en bus. Ze zorgen voor de lokale structuur, verbindingen en bereikbaarheid, en ontsluiting in het

36 Structuurvisie Ruimte voor Wensen 2040

Randstedelijke netwerk. Mede door deze infrastructuur behoort de gemeente Leidschendam-Voorburg tot een van de best bereikbare grote gemeenten.

OR

VO EN

H ISC

AS

N-

E

DE

CENTR.

EN

W

JT

SI

OE

E

O NZ

GR

T IN UT L RE CH T

EE

H

SC

R

RE

ON

TR

I OR ST

NE

AS

-Z

EN

GR

T EN

O LO RA-

E AL

GE

IN

SP

INF

CE

Z EN

O

NT

ZI

ZO

R OO

SE

HI

BA

AN

NT

LI

E ON RZ OO SP

NZ

OE

E

GR

RZ

AL

E ON RZ OO SP

S -A

EN

NG

NI

IE

TR

O VO

N CE

TO RIS

CH

-

A FR

E ON

HIS

AS

IN

DE

CENTR.

EN

NT

LI CH IS

HI

ON

NZ

OE

W JT SI

GR

EE TR

RA-

EN

NE ZO OLO

E

AS

INF

OR ST

Historisch lint (Parkweg, Oude Trambaan, Veursestraatweg) Het ‘historisch lint’ is een van de oudste identiteitsdragers van Leidschendam-Voorburg, samen met de Vliet. Aan dit lint is de rijke geschiedenis en de oorsprong van de gemeente Leidschendam-

NE

E

ON

AS

AFR N I

TO R

S

De gemeente Leidschendam-Voorburg kent vier kernwinkelgebieden: Oud-Voorburg, Leidschendam-Centrum, Julianabaan en Leidsenhage. Leidsenhage is een regionaal winkelcentrum, de overige drie zijn voornamelijk lokale winkelcentra. Oud-Voorburg en LeidschendamCentrum bevatten de twee historische kernen. Naast de lokale functie hebben zij een recreatieve functie op regionaal niveau. Identiteitsdragers in het stedelijk gebied Hieronder volgt een beschrijving van de karakterisering en betekenis van de belangrijkste structuurbepalende identiteitsdragers voor het stedelijke gebied van Leidschendam-Voorburg.

O

RZ

O PO

De occupatiepatronen of bebouwingsontwikkelingen van de gemeente volgen hoofdzakelijk de parallelstructuur van de strandwallen. Dit is nog steeds goed zichtbaar in de structuur als de lange lijnen parallel aan de Vliet. Oorspronkelijk waren er maar weinig dwarsverbindingen tussen deze patronen. De parallelstructuren evenwijdig aan de Vliet verbinden de twee kernen Voorburg en Leidschendam. Hiermee ontstond de basis voor een structuur van verschillende parallelle zones met woningbouw en voorzieningen, van elkaar gescheiden door wegen, groenstructuren en parken, die nu het kaartbeeld van Leidschendam-Voorburg bepalen. Deze langs- en dwarsverbindingen vormen de identiteitsdragers van het stedelijk gebied. De netwerken die de gemeente eigen zijn, vormen de ruggengraat van de dubbelkern Leidschendam-Voorburg. De netwerken van water, groen en infrastructuur zorgen voor structuur en samenhang en soms ook voor scheiding in de verschillende gebieden.

HIS

Stedelijk gebied

NT

LI

NE

EN T

RE E

UT

RE

CH

TS

EB

AA

N

identiteitsdragers in het stedelijk gebied groene identiteitsdragers dragen bij aan het versterken van de groene woonstad rode dragers richten zich primair op het versterken van de voorzieningenstructuur grijze dragers moeten worden benut en versterkt voor de regionale bereikbaarheid

Herijking 2012 37

Voorburg te ervaren, waaronder de landgoederen en de oude kernen. Daarnaast zijn mooie, groene historische woonmilieus gesitueerd aan deze identiteitsdrager. Dankzij de rijke cultuurhistorie heeft het lint ook recreatieve en toeristische waarde. Loo-zone Een tweede cultuurhistorisch belangrijke groene ruimte is de ‘Loo-zone’. Binnen het Regionaal Structuurplan Haaglanden is deze zone onderdeel van een belangrijke regionale groenzone die loopt vanaf de duinen via het Haagse Bos tot aan de A4. Binnen de gemeente verbindt deze ononderbroken groene ruimte met stedelijke allure het Haagse Bos met de Vlietzone. Er zijn bijzondere cultuurhistorische waarden te vinden zoals monumentale buitenplaatsen, de oorspronkelijke verbinding tussen Paleis Huis ten Bosch en Vreugd en Rust, en de middeleeuwse Broeksloot. De Infra-as De openbaarvervoersverbindingen (tram en bussen) zijn geconcentreerd op de lijn Koningin Julianalaan - Monseigneur van Steelaan - Heuvelweg, met een stedelijk groen karakter. De ‘Infra-as’ loopt vanaf het Haagse Bos tot aan het Schakenbosch. Over deze as lopen verschillende openbaarvervoerslijnen en aan deze as liggen veel OV-knopen en OV-haltes. Ter hoogte van Den Haag tot aan winkelcentrum Julianabaan en ter hoogte van Leidsenhage kent de Infra-as een stedelijke sfeer.

Centrale Groenzone (Veurse Achterweg - Noordsingel) De ‘Centrale Groenzone’ is een van de belangrijke groene zones binnen de gemeente en vormt de ruggengraat van de auto-ontsluiting voor het stedelijk gebied. De Centrale Groenzone draagt bij aan de variatie van groen binnen de gemeente doordat zowel de functies als de vormgeving en het groenbeeld duidelijk verschillend zijn van de andere zones. De stedelijke druk op deze zone is groot vanwege de centrale ligging, bereikbaarheid, onduidelijke ruimtelijke samenhang en ruimtelijke begrenzing.

38 Structuurvisie Ruimte voor Wensen 2040

Voorzieningen-as (Bach-as) De Bachlaan verbindt het regionale winkelcentrum Leidsenhage met het meer lokaal georiënteerde Leidschendam-Centrum. Momenteel worden beide voorzieningencentra versterkt en uitgebreid. In combinatie met ontwikkelingen rondom de centrale huisvesting van de gemeente in één bestuurscentrum, de komst van Nieuw Mariënpark en de uitbreiding van MCH Antoniushove, krijgt de Bachlaan steeds meer het karakter van een (stedelijke) voorzieningen-as. Entree Sijtwende De Utrechtsebaan (‘Entree Utrechtsebaan’) en Sijtwende/N14 (‘Entree Sijtwende’) vormen de auto-entrees naar het stedelijk gebied. De Entree Sijtwende (N14/ Sijtwendecorridor) is een hoofd entree en centrale verbinding van de gemeente met het rijkswegennet. Daarnaast is het een belangrijke verbinding vanaf de A4 naar de internationale zone in Den Haag en de kust en daarmee ook voor Leidschendam-Voorburg economisch interessant. Entree Utrechtsebaan De Utrechtsebaan, die vanaf het Prins Clausplein overgaat in de A12, is de hoofdontsluitingsweg voor Voorburg, het bedrijventerrein de Binckhorst en de Haagse binnenstad. De deels hooggelegen Utrechtsebaan en het naastgelegen spoor vormen op dit moment een fysieke barrière die sterk bepalend is voor de kwaliteit en ontwikkelmogelijkheden van het omliggende gebied. De Utrechtsebaan geeft toegang tot het omringende rijkswegennet A12 en A4/A13.

Spoorzone De ‘Spoorzone’ flankeert de spoorlijn Den Haag - Leiden en vormt een duidelijke grens met Den Haag aan de noordwestzijde van de gemeente. Het is een van de grote groene zones binnen de gemeente en heeft vanuit het Waterplan een belangrijke functie als waterbuffer. Een deel van de Spoorzone wordt ingericht als Spoorpark. Bereikbaarheid in deze zone wordt versterkt door een goede stad-landverbinding in combinatie met verbetering van groene en waterkwaliteiten.

Vlietzone

De Vlietzone speelt een prominente rol binnen de MIRT-opgave Haaglanden. Deze infrastructuurontwikkelingen hebben een grote impact op de toekomst van het gebied. Deze bereikbaarheidsopgaven richten zich op het scheiden van doorgaand en lokaal verkeer door middel van ontvlechting van de A4 (parallelstructuur), verbetering van de doorstroming van de N14 en de aanleg van de Rotterdamsebaan en de Rijnlandroute. Identiteitsdragers Vlietzone Hieronder volgt de karakterisering en betekenis van de belangrijkste structuurbepalende identiteitsdragers voor de Vlietzone. Vlietoevers De Vliet is een belangrijke cultuurhistorische identiteitsdrager en vervoersader over water. Tevens is het een van de belangrijke groenzones. De westelijke Vlietoever en Vlietland behoren tot het grondgebied van de gemeente en vormen binnen de gemeente, samen met de Vliet, een gebied met een hoogwaardige kwaliteit, geschikt voor recreatie

Vlietland

Vlietpanorama RS

VE

OE ET

I

VL

GE

SA

AS -P

A4

RS

VE

I

VL

GE

-P AS

stedelijke balkons

OE ET

SA

A4

De identiteit en de geschiedenis van Leidschendam-Voorburg is sterk verbonden met de Vliet en de Vlietzone. De Vlietzone is onderdeel van een groter gebied dat zich uitstrekt van de Zweth-zone tot aan Vlietland verdeeld over het grondgebied van meerdere gemeenten. De Vlietzone ter hoogte van Leidschendam-Voorburg wordt in deze structuurvisie gedefinieerd als het gebied tussen het historische lint en de Vliet en de Vlietoever (waaronder de westelijke en de oostelijke Vlietoever) en de A4. De structuurvisie 2006 beperkte zich tot een visie voor de Vlietoevers. De toekomstige inrichting van de totale Vlietzone is van grote betekenis voor de gemeente Leidschendam-Voorburg als groene woonstad. Daarom is in deze structuurvisie het gebied uitgebreid tot de regionale schaal De Vliet en de Vlietoevers hebben een hoge cultuurhistorische waarde dankzij de diverse landgoederen en de twee oude kernen, Oud-Voorburg en Leidschendam-Centrum.

nieuwe buitenplaatsen

en bijzondere woon- en werkmilieus. Bij de ontwikkeling van de oude kernen kan de ligging aan de Vliet veel meer benut worden als een specifieke kwaliteit en onderscheidende identiteit. A4-passage De ‘A4-passage’ vormt een harde ruimtelijke begrenzing van de Vlietzone en een brede infrastructurele barrière tussen de Vlietzone en de nieuwe woonwijken Leidschenveen en Ypenburg. De barrièrewerking is ook aanwezig in het buitengebied. Voor het buitengebied zijn de visuele verbindingen en de openheid van het landschap van belang. In het afgeschafte rijksbeleid viel de zone onder ‘snelwegpanorama’s’. De A4-zone is essentieel voor de ontsluiting van de gemeente nu en in de toekomst. De ontwikkelingspotenties in Overgoo, Klein Plaspoelpolder en Leidschendam-Zuid kunnen gunstig worden beïnvloed door de beoogde maatregelen in het kader van de MIRT-opgave Haaglanden. De eventuele nadelige effecten op de leefbaarheid en woonkwaliteit verdienen bijzondere aandacht bij de inpassing van de infrastructuur en de vormgeving van de stedelijke randen.

Herijking 2012 39

STRANDVLAKTE VEENWATERING

DUIVENVOORDECORRIDOR

Buitengebied

VLIETLAND

STA

AND DSR

STA

AND DSR

Bij het kruispunt van de Stompwijkse vaart, de Stompwijkseweg en wat nu de Meerlaan heet, is het Stompwijkse kerngebied ontstaan. Dit is momenteel nog de enige duidelijke aanwezige kern in het buitengebied. In dit geheel van bewegingen en veranderingen heeft het landschap steeds zijn karakteristiek ontleend aan een aantal landschappelijke dragers en kenmerken. Dit zijn in het bijzonder de boven het polderland uitstekende boezemwateren, de dijken, de wegen, de occupatiepatronen en -linten, de nog steeds aanwezige vergezichten en de herkenbare landschappelijke eenheden (tegenwoordig polders) met hun slotenpatronen en verkavelingsrichtingen. De groene ruimte in en om de stad wordt hoog gewaardeerd en wordt steeds belangrijker voor de stedeling.

VEENWEIDE

POLDERLINT

P

T

LIN

ER

D OL

DROOGMAKERIJEN

ZOETERMEERSE MEERPOLDER

DROOGMAKERIJEN

T ERLIN POLD

40 Structuurvisie Ruimte voor Wensen 2040

STADSRA

RAND

Stadsrand De gemeente vormt als geheel een stedelijk balkon aan het buitengebied en heeft daarmee een belangrijke positie bij het verbeteren van de stad-landrelaties in de regio. De lange stadsrand van de gemeente is divers in haar verschijningsvorm en typologie. In de structuurvisie 2006 werd aandacht besteed aan een deel van de stadsrand, namelijk de landschappelijke schakelzone (Schakenbosch en Duivenvoordecorridor). De aanleidingen voor het beschrijven van de totale stadsrand als identiteitsdrager zijn allereerst de ontwikkelingen rond het Regiopark en de toenemende betekenis van het buitengebied voor de

STADS

Identiteitsdragers buitengebied Hieronder volgt de karakterisering, kwaliteiten en betekenis van de belangrijkste structuurbepalende identiteitsdragers voor het buitengebied van onze gemeente.

ND

Voor een integraal eindbeeld van het Regiopark Duin, Horst en Weide, zie bijlage I.

stad en de stedeling. Met het onderkennen van een stadsrand wordt bewust gewerkt aan de fysieke en visuele verbetering van de stad-land relaties. Polderlinten De Stompwijkseweg, het Wilsveen en het Oosteinde zijn de belangrijkste lintwegen. Deze oude lijnen, middeleeuwse ontginningsbases, bepalen nog steeds de hoofdindeling van het landschap. Karakteristiek voor de linten is dat tussen de verspreide bebouwing veel doorkijkjes zijn naar het weidse landschap. De linten vormen door de opgaande erfbeplantingen groene lijnen in het landschap en zorgen voor het opdelen van het landschap in verschillende ruimten. De kwaliteiten van de lintwegen staan onder druk door meer en zwaarder verkeer.

4.4 Ambitie en visie In deze paragraaf worden de ambities en visie aan de hand van de driedeling bestaande uit de drie belangrijkste ruimtelijke entiteiten, stedelijk gebied, Vlietzone en buitengebied geïntegreerd met de drie pijlers. Het integrale ontwikkelingsbeeld is samengevat als een totaalkaart ‘Structuurvisie 2040’ voor de gemeente LeidschendamVoorburg. De kaart wordt toegelicht in de volgende paragraaf.

Haagse Bos

CBS-locatie

Sijtwende station Voorburg

De volgende identiteitsdragers en de aan de identiteitsdragers gekoppelde projecten, ontwikkelingen en opgaven dragen bij tot versterking van de groene woonstad: het historisch lint, de Loo-zone, de Infra-as en de Centrale Groenzone.

Oud-Voorburg

Oud-Voorburg

Ambitie en visie Stedelijk Gebied Versterking groene woonstad Wij hebben de ambitie om een groei van maximaal 5% van de bevolking te faciliteren en 80% van de (woning) bouwopgave binnenstedelijk te realiseren onder voorwaarde dat dit niet ten koste gaat van het groene karakter van de stad en de bestaande groene woonmilieus. De bouwopgave wordt gerealiseerd binnen de bestaande wijken, kerncentra, rondom stationslocaties en in de Duivenvoordecorridor aan de stadsrand. Het verbeteren van de aantrekkelijke groene woonstad is de leidraad voor de verbetering en uitbreiding van de woonmilieus. De bestaande kwaliteiten en diversiteiten in woonmilieus vormen het vertrekpunt bij intensivering van het ruimtelijk programma. De gemeente streeft naar een diversiteit in woonmilieus en een onderscheidend woonklimaat in de regio aansluitend op de positionering en de woningbehoefte en woningmarkt.

Julianabaan LeidschendamCentrum

Historisch lint

Loo-zone

Leidsenhage snelfietsverbinding

Sijtwendecorridor Leidsenhage

Sijtwende

Julianabaan

Laan van NOI Oud-Voorburg

Centrale Groenzone

Julianabaan

Voorburg-’t Loo RR

Infra-as

Herijking 2012 41

lijn 19

Verbetering economische kansen en voorzieningenstructuur Wij willen de complementariteit versterken en de specifieke bestaande kwaliteiten van de vier kernwinkelcentra benutten. De gemeente heeft niet de ambitie om nieuwe winkelcentra of winkelstrips toe te voegen. Wat we nodig hebben is een totaalvisie voor de vier winkelcentra gericht op de versterking van de aanvullende en onderscheidende kwaliteiten. De Voorzieningen-as en de daaraan gekoppelde projecten, ontwikkelingen en toekomstige opgaven dragen bij aan deze ambitie. De noodzaak tot transformatie van bedrijventerreinen tot woongebieden in de periode voor 2020, zoals beschreven in de structuurvisie 2006, vervalt. Er zijn voldoende nieuwe woonlocaties voor handen. De transformatiebehoefte schuift op naar de middellange termijn (na 2020). Wanneer de huidige functies wegtrekken, is de ambitie om de gebieden geleidelijk te transformeren tot gemengde woon-werkgebieden, die samen gaat met kwaliteitsverbetering van de gebieden en de directe omgeving. Verbeteren en beter benutten regionale bereikbaarheid In het stedelijke gebied is het de ambitie om de bestaande bereikbaarheid beter te benutten voor stedelijke ontwikkelingen, door woon- en werklocaties te koppelen aan de openbaarvervoersknopen en door verbetering van het netwerk van de langzaam verkeerverbindingen binnen de stad en naar de omringende stedelijke gebieden.

Onderdeel hiervan is verbetering van de recreatieve stad-landverbindingen en goede aansluiting op het stedelijke netwerk van langzaam verkeersroutes. De entree’s Utrechtsebaan en Sijtwende en de Spoorzone en de stedelijke ontwikkelingen aan deze identiteitsdragers dragen bij aan deze ambitie.

42 Structuurvisie Ruimte voor Wensen 2040

Spoorpark MCH Antoniushove aantrekkelijke langzaam verkeerverbinding Leidsenhage

bestuurscentrum

Leidsenhage

Leidschendamcentrum

Randstadrail

3e oeververbinding

10 min. tot aan DH CS

multimodale knoop buitengebied

Voorzieningen-as

N4

Entree Sijtwende

4

zoeklocatie (Stedenbaan)station

entree Voorburg-Noord Den Haag Centrum

Mariahoeve

WaterspoorparkNoord

Oud-Voorburg

entree Voorburg

Entree Utrechtsebaan

A4

WaterspoorparkZuid Laan van NOI

Spoorzone

Ambitie en visie Vlietzone Aan de Vliet bevinden zich diverse buitenplaatsen en de Vliet kent een charmante ambiance. De Vlietzone is ook deels verrommeld. Voor Leidschendam-Voorburg en voor het omringende stedelijke gebied is het belang van de Vlietzone als een groene, recreatieve ruimte toegenomen. Deze visie wordt gedeeld in de Provinciale Structuurvisie. In het Regionaal Structuurplan Haaglanden zijn in samenhang met de A4-zone drie opgaven geformuleerd voor de Vlietzone: economische ontwikkeling, realisatie van een aantrekkelijke groene zone en verbetering van de bereikbaarheid en doorstroming. De toekomstige inrichting van de Vlietzone is van belang voor de gehele omringende stedelijke agglomeratie en daarmee is het een regionale opgave. Versterken groene woonstad Samen met de gemeenten Den Haag, Rijswijk, het stadsgewest Haaglanden en de provincie Zuid-Holland wordt gewerkt aan een bijzondere woonomgeving met een rijkdom aan excellente groene en stedelijke voorzieningen. Daarbij wordt gedacht aan voorzieningen in een campus-setting passend bij de identiteit van Den Haag als internationale stad van recht, vrede en veiligheid en de kennisas Leiden-Dordrecht.

De ambitie van de gemeente en de provincie is om de Vlietzone te ontwikkelen tot een robuust (openbaar) toegankelijk en aantrekkelijk gebied voor groen, natuur, recreatie (sport) en landgoederen verbonden met Midden-Delfland en Vlietland, voorzien van een daarbij passende stedelijke ontwikkeling, ontdaan van verrommeling en met een terughoudend vormgegeven, goed ingepaste infrastructuur. De gemeente richt zich op behoud en ontwikkeling van excellente woonmilieus op de westelijke Vlietoever zoals wonen aan het water, buitenplaatsen en andere hoogwaardige groene woonmilieus. We streven naar transformatie van incidentele werkgebieden tot aantrekkelijke woonmilieus en de realisatie van openbare oevers of stedelijke

balkons aan de westelijke kant. De mogelijkheden van varen willen we benutten. Daartoe willen we zowel de vaarverbindingen als aanlegplaatsen uitbreiden. Bovendien willen we de cultuurhistorische uitstraling benutten en versterken. De Vlietoevers met de huidige projecten en toekomstige opgaven en gewenste ontwikkelingen dragen bij aan een onderscheidend en hoogwaardig woonmilieu. Versterken economische kansen en voorzieningenstructuur Met de ontwikkelingen in en rondom de Vlietzone speelt de gemeente Leidschendam-Voorburg in op de nieuwe behoeften van de stedeling. De bijzonder gunstige en strategische ligging van de kernen en de recreatiegebieden is van grote economische waarde. De gemeente Leidschendam-Voorburg streeft naar versterking van de ruimtelijke eenheid rondom de Vliet en vergroting van de sportieve, recreatieve en toeristische beleving, waarbij de nadruk ligt op oever- en waterrecreatie. Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moeten bijdragen aan de ruimtelijke en functionele kwaliteit en rekening houden met de kleinschaligheid, cultuurhistorische elementen en de landschappelijke waarden. Daarbij willen we geen ontwikkeling van (watergebonden) bedrijventerreinen en milieuhinderlijke bedrijvigheid in de Vlietzone.

De Vlietoevers, Vlietland en de ontwikkelingen rondom Leidschendam-Centrum, Overgoo en Klein Plaspoelpolder dragen bij aan de economische kansen en verbetering van de voorzieningenstructuur van de gemeente. Verbeteren en beter benutten regionale bereikbaarheid Binnen de MIRT-opgave Haaglanden zijn de ambities voor de gemeente en de regio een goede ruimtelijke inpassing van de Rotterdamsebaan, een parallelbaan voor de A4, de Rijnlandroute en het benutten en verbeteren van de vestigingsfactoren voor de gewenste woon- en werkmilieus (de ‘R’ in MIRT) de ambities voor de

Herijking 2012 43

gemeente en de regio. De potenties voor slimme knooppuntontwikkelingen en kansen voor ketenmobiliteit tussen regionaal openbaar vervoer, autovervoer en regionale fietsroutes dienen onderzocht te worden in het kader van de MIRT-studies. Deze potenties liggen vooral bij de knoop N14/ A4 in relatie met RandstadRail, lijn 19 en de regionale fietsroute. Bij versterking van de recreatieve betekenis van de Vlietzone in de sterk verstedelijkte agglomeratie moet aandacht besteed worden aan wandelen en fietsen in de Vlietzone. Wij streven naar de totstandkoming van een ononderbroken recreatieve route langs de Vliet tussen Vlaardingen en Leiden. De gemeente koppelt aan de MIRT-opgaven het verbeteren van de bereikbaarheid van de gemeente en het waarborgen van de ruimtelijke kwaliteit en leefbaarheid. Bij de Vlietzone gaat het in de eerste plaats om een zorgvuldige landschappelijke inpassing van de Rotterdamsebaan, en in de tweede plaats om een zorgvuldige afstemming tussen de (mogelijke) maatregelen aan de A4 ten behoeve van de ontvlechting van het lokale en regionale verkeer, en het toekomstige ruimtelijke ontwikkelingsprogramma in de Vlietzone. Om de bereikbaarheid van onze gemeente en de regio te versterken pleiten wij voor de aanleg van een parallelstructuur, gebundeld aan de A4.

Deze parallelstructuur is tevens voorwaardelijk voor de –op lange termijn– gewenste ruimtelijke ontwikkeling in en rondom Overgoo. Daarnaast wordt een nieuwe oeververbinding als een directe ontsluiting tussen A4, Klein Plaspoelpolder en Overgoo onderzocht. De huidige ontsluiting door de oude kern van Leidschendam dient te worden ontlast. De nieuwe oeververbinding is integraal onderdeel van een ambitie voor de ontwikkeling van de Leidschendam-Zuidzone. De A4-passage met de stedelijke aansluitingen, in combinatie met mogelijke koppelingen aan regionaal openbaar vervoer, draagt primair bij aan de verbetering van de regionale autobereikbaarheid. De Vlietoevers dragen bij aan de regionale bereikbaarheid voor recreatief langzaam verkeer.

44 Structuurvisie Ruimte voor Wensen 2040

N14 stedelijk balkon

Leidschendam

Voorburg

multimodale knoop Overgoo Forepark A12

Vlietoevers

A4-passage

Ambitie en visie buitengebied In de structuurvisie 2006 lag de nadruk op het zoeken naar nieuwe woningbouwlocaties in het buitengebied. Het beleid en de visie hierop zijn gewijzigd. De oorspronkelijk geplande woningbouwlocaties buiten de kern Stompwijk en de Leidschendammerhout zijn vervallen. Het buitengebied heeft grotendeels een agrarische functie, dit blijft nog steeds de primaire drager van het landschap. Gedurende de laatste jaren is er een kentering zichtbaar in het denken over het buitengebied van de gemeente, als onderdeel van het grotere groengebied Duin, Horst en Weide. Het gebied wordt niet meer gezien als tegenhanger van de stad maar als een belangrijk groen gebied dat onderdeel vormt van het verstedelijkt gebied. De verstedelijking van de afgelopen decennia heeft Duin, Horst en Weide behoorlijk onder druk gezet. Ook ontwikkelingen zoals schaalvergroting in de landbouw, verandering van productiegebied naar gebruiksgebied, duurzame voedselproductie en toename van mobiliteit van de bevolking zijn hierop van invloed geweest. Er vindt een ontwikkeling plaats waar stad en ommeland juist verweven zijn in een zogenaamd metropolitaan landschap. Hierin fungeert de groene en landelijke omgeving rondom de steden als ‘voortuin’ voor de stedeling.

Die kan in het bijzonder benut worden voor een deel van de vrijetijdsactiviteiten die de stedeling onderneemt vanuit de eigen woning. Het ontwikkelen van het buitengebied van de gemeente Leidschendam-Voorburg, als onderdeel van het Regiopark Duin, Horst en Weide wordt gezien als één van de belangrijkste opgaven zowel op korte als lange termijn. Daar waar de stad geleidelijk overgaat in ommeland is het de ambitie de fysieke verbindingen en de recreatieve routes te versterken en uit te breiden. De bestaande karakteristieken van de verschillende delen van de stadsrand en de typering van de stadsrand vormen het uitgangspunt bij toekomstige ontwikkelingen.

drager van het buitengebied van onze gemeente, verder kunnen ontwikkelen. Hierbij zijn twee belangrijke taken voor de landbouw weggelegd: de duurzame voedselproductie en de aanbieder van open landschap, natuur, recreatie en biodiversiteit. Een goed functionerende landbouw leidt dan ook tot een goed onderhouden en recreatief aantrekkelijk landschap. Agrariërs worden uitgedaagd hun diensten te verbreden en de stedeling uit te dagen als directe klanten. Daarnaast ligt er voor hen de kans het groen-blauwe netwerk verder uit te breiden en te beheren.

WASSENAAR

ZOETERWOUDE

VOORSCHOTEN

te onderzoeken recreatief knooppunt Duivenvoorde

glastuinbouwgebied Stompwijk

De Drie Molens

Versterken groene woonstad In het Landschapsontwikkelingsplan (LOP) Duin, Horst en Weide, opgesteld door de gemeenten Leidschendam-Voorburg, Wassenaar en Voorschoten, is de visie geformuleerd om een levend en dynamisch groen netwerk te creëren van recreatiegebieden, natuurgebieden en verbindingen naar het Groene Hart. Duin, Horst en Weide wordt ontwikkeld tot een gebied dat uitnodigt om de aanwezige kwaliteiten verder toegankelijk te maken, te investeren en een podium te bieden aan inspirerende werkomgevingen en woonmilieus afgestemd op de ruimtelijke kwaliteiten.

ZOETERMEER

ZOETERMEER

Stadsrand

Polderlinten

Versterken economische kansen en voorzieningenstructuur De landbouwgebieden maken een herkenbaar onderdeel uit van Duin, Horst en Weide en vormen een karakteristiek onderdeel van het groot groengebied. De landbouw moet zich, als belangrijke economische

Herijking 2012 45

4.5 Herijking ruimtelijk ontwikkelingsbeeld In de strategische visie (2004) en in de structuurvisie Ruimte voor Wensen (2006) werd een overkoepelende ambitie geformuleerd voor de gemeente als aantrekkelijke groene woonstad. Hoewel deze en vele andere oorspronkelijke ambities uit de structuurvisie 2006 overeind blijven, vertonen de maatschappelijke ontwikkelingen en ruimtelijke opgaven tussen 2006 en 2012 wel duidelijke nuanceringen en accentverschuivingen. Bij deze ontwikkelingen ligt de nadruk op het beter benutten van de bestaande kwaliteiten zoals de groene woonstad, het goede voorzieningenniveau en de goede bereikbaarheid. De driedeling van de gemeente in stedelijk gebied, de Vlietzone en het buitengebied is een basis voor het herijkte ontwikkelingsbeeld. De positionering, de uitgangspunten en de drie pijlers voor de ontwikkeling van de stad zijn in de vorige paragrafen vertaald naar gemeentelijke ambities. In het integrale ontwikkelingsbeeld zijn deze ambities vertaald naar de verschillende ruimtelijke opgaven voor de gemeente tot 2040. Het integrale ontwikkelingsbeeld is samengevat als een totaalkaart ‘Structuurvisie 2040” voor de gemeente Leidschendam-Voorburg. De kaart wordt toegelicht in deze paragraaf.

De afzonderlijke integrale opgaven die allen bijdragen aan de drie pijlers zijn in hoofdstuk 5 toegelicht aan de hand van de identiteitsdragers en de grootste gebiedsgerichte opgaven en ontwikkelingen.

Uitgangspunten herijking ontwikkelingsbeeld en verschillen met structuurvisie 2006 Regionale context Leidschendam-Voorburg ligt binnen een dynamisch stedelijk netwerk. Vooral in de stedelijke regio’s Den Haag en Rotterdam zien we schaal-

46 Structuurvisie Ruimte voor Wensen 2040

vergroting door intensivering van samenwerking op verschillende terreinen, zoals infrastructuur, economie, voorzieningen en groen. Gemeentegrensoverstijgende samenwerking neemt meer dan ooit in betekenis toe. Onze gemeente richt zich, gelet op deze ontwikkelingen, ook steeds meer op regionale samenwerking. Het ruimtelijke ontwikkelingsbeeld van 2006 concentreerde zich op het gemeentelijke grondgebied als één geheel. De gemeentegrensoverstijgende en voor de gemeente relevante regionale opgaven, het Regiopark Duin, Horst en Weide, de Vlietzone en de MIRT-opgaven zijn nu onderdeel van de visie. Bevolkingsgroei en ontwikkelingsruimte In de structuurvisie 2006 was de ambitie om slechts 40% van de destijds forse bevolkingsgroei (15%) in tien jaar tijd binnen het stedelijke gebied te realiseren. Er werd een transformatie voorzien van de huidige bedrijventerreinen tot woningbouwlocaties voor 2020. Buiten de rode contouren waren locaties voor nieuwe woningbouw aangewezen. Deze lagen in de landschappelijke schakelzone (Duivenvoordecorridor en Schakenbosch), in de Leidschendammerhout en op locaties aansluitend op de kern van Stompwijk.

In het actuele ruimtelijke ontwikkelingsbeeld is de verwachte en gewenste groei van de bevolking tussen 2011-2040 gesteld op 5% (Primos prognose 2010), daarbij wordt aangesloten op het regionale beleid om 80% van de (woning)bouwopgave binnen bestaand stedelijk gebied te realiseren. De Duivenvoordecorridor is het enige gebied waar ontwikkeling plaats mag vinden buiten de rode contouren. Een inventarisatie van de beschikbare locaties heeft aangetoond dat binnen het stedelijk gebied voldoende ontwikkelruimte aanwezig is om een bevolkingsgroei van gemiddeld 5% tussen 2012 en 2040 te faciliteren. Tot op middellange termijn zijn er voldoende binnenstedelijke woningbouwlocaties bekend, een deel hiervan is reeds in ontwikkeling. De potentiële transformatiebehoefte van bedrijventerreinen ontstaat pas op lange termijn. Ontwikkeling infrastructuur en verbetering bereikbaarheid In het ontwikkelingsbeeld 2006 was voor de uitbreiding van de infrastructuur een parallelbaan langs de A4 voorzien. De noordelijke rondweg, de aansluiting tussen de A4 en de Noordsingel, was als een optie opgenomen. Deze optie is onderzocht in het kader van de MIRT-verkenning Haaglanden maar blijkt geen verbetering van de doorstroming over de N14 op te leveren. De optie wordt niet functioneel, realistisch of wenselijk geacht, en is dan ook uit het ontwikkelingsbeeld verwijderd.

De huidige MIRT-varianten zijn uitgangspunten voor de herijking van het ontwikkelingsbeeld. Daarnaast wordt gekozen voor een nader onderzoek van een mogelijke oeververbinding ter hoogte van Klein Plaspoelpolder.

Opbouw en inhoud structuurvisiekaart 2040 In het kaartbeeld structuurvisie 2040 worden de verschillende opgaven getoond in samenhang met elkaar. De integrale opgaven en ontwikkelingen zijn concrete ruimtelijke vertalingen van de ambities van de gemeente binnen het stedelijk gebied, Vlietzone en Buitengebied. Binnen deze driedeling is sprake van versterking van de ruimtelijke structuur door verbetering van de ruimtelijke kwaliteiten van de zogenoemde ‘identiteitsdragers’. Deze vormen een ruimtelijke ruggengraat en samenhangende kaders voor private ontwikkelingen. Nieuwe verbindingen vullen de essentiële ontbrekende schakels aan. De knopen zijn plekken waar functionele en/of ruimtelijke accenten gewenst zijn. Driedeling Het stedelijk gebied dankt zijn groene karakter aan de vele groene woonmilieus, parken, lanen en landgoederen. Daarnaast is de ligging aan het buitengebied en de Vliet een zeer gunstige factor voor het vestigingsklimaat. Deze driedeling naar stedelijk gebied, de Vlietzone en het buitengebied is in deze herijking een uitgangspunt om de eigen identiteiten, karakteristieken, knelpunten en ontwikkelingskansen van deze gebieden inzichtelijk te maken. De basis voor toekomstige ontwikkelingen ligt in het benutten en uitbouwen van de eigen sterke punten van deze ruimtelijke entiteiten.

Het bewaren en koesteren van de complementaire ruimtelijke en groene kwaliteiten is een uitgangspunt. Identiteitsdragers De basis voor het ruimtelijke ontwikkelingsbeeld in 2006 werd gevormd door het raamwerk van openbare ruimte. Hiermee werd de kwalitatieve verbetering en versterking van de ruimtelijke structuur geïntegreerd met de (sectorale) opgaven. De identiteitsdragers vormen het raamwerk van openbare ruimte en daarmee wordt voortgebouwd op het ontwikkelingsbeeld van 2006. De kwalitatieve opgaven voor bebouwde en onbebouwde ruimte worden beschreven in relatie tot de opgaven en tot de ontwikkeling van de identiteitsdragers. De sectorale ambities en bestaande initiatieven en ontwikkelingen zijn geïntegreerd en georganiseerd langs deze identiteitsdragers. Het benoemen van ambities voor de identiteitsdragers zorgt ervoor dat de afzonderlijke ontwikkelingen bijdragen aan de totale kwaliteitsverbetering van de openbare ruimte. Op deze manier wordt de samenhang tussen de verschillende ontwikkelingen gewaarborgd en wordt er tegelijkertijd gewerkt aan het duidelijker en herkenbaarder maken van de ruimtelijke structuur van de stad. Daarbij staat het streven centraal om de bestaande kwaliteiten, verwoord in de drie pijlers, beter zichtbaar te maken.

Het aantal identiteitsdragers, structuren die van belang zijn voor de ontwikkeling van de gemeente is uitgebreid tot een volledig gemeentedekkend raamwerk. De betekenis van de identiteitsdragers voor de ontwikkeling van de gemeente is toegelicht in paragraaf 4.3 en 4.4.

Gebieden In het ruimtelijke ontwikkelingsbeeld zijn tevens de grote, samenhangende ontwikkelingen zowel op regionaal als op gemeentelijk niveau als vlakken weergegeven. De meeste grote ontwikkelingen vinden hun oorsprong in de visie van 2006 en een aantal is inmiddels al in de initiatieffase of in ontwikkeling. Deze ontwikkelingen zijn van belang voor de positionering van de gemeente en kunnen als strategisch aangemerkt worden. Met deze opgaven krijgen de vestigingsfactoren voor duurzame ontwikkeling op het gebied van wonen, werken, voorzieningen en recreëren een sterke impuls. Verbindingen Ontwikkelingen bij verbindingen kunnen een verbetering van de gebruikswaarde van de verbinding zelf betekenen, zoals het verminderen van barrières en het verbeteren van de toegankelijkheid, of een verbetering van de beleving of de ruimtelijke kwaliteit van de verbinding. Knopen en accenten Dit zijn strategisch gelegen plekken die een bijzondere potentie hebben voor de verdere ontwikkeling en positionering van de gemeente. Deze plekken danken hun huidige en toekomstige ontwikkelpotentie tot knooppunt of accent aan de ligging aan de entree’s, in de kernen, aan multimodale vervoersknooppunten of recreatieve knooppunten.

Bij de ontwikkeling van deze knopen en accenten dient rekening gehouden te worden met de bijzondere potentie van de plek en de mogelijke waarde om een aantrekkings- of een herkenningspunt te creëren.

Herijking 2012 47

structuurvisie 2040

48 Structuurvisie Ruimte voor Wensen 2040

legenda

leeswijzer

driedeling

Het stedelijk gebied (rood) en het buitengebied (groen) zijn helder afgebakend. De Vlietzone (geel) strekt zich uit over delen van het stedelijk gebied en het buitengebied, en verbindt deze met elkaar en de aanliggende gemeenten.

stedelijk gebied Vlietzone buitengebied

integrale opgaven

driedeling

identiteitsdragers

versterken groene woonstad Stadsrand Infra-as, Centrale Groenzone, Historisch lint, Loozone Vlietoevers economische kansen en voorzieningenstructuur Voorzieningen-as

Het specifieke bestaande karakter en de te ontwikkelen kwaliteit is aangeduid door de benoeming van de identiteitsdragers. De namen zoals ‘Infra-as’, ‘Centrale Groenzone’ en ‘Historisch lint’ duiden de specifieke ruimtelijke en typologische kwaliteiten van deze lijnen aan. De kleuren verwijzen naar de drie kernthema’s waar de identiteitsdragers primair aan bijdragen.

verbeteren regionale bereikbaarheid Entree Sijtwende, Entree Utrechtsebaan, Spoorzone Polderlinten identiteitsdragers

1

gebieden

2

1 2

gebieden

gebiedsopgave Regiopark Duin, Horst en Weide regionale gebiedsopgave Vlietzone wonen

bedrijven/kantoren

voorzieningen

cultuurhistorie

groen

recreatie

water

gemengd programma

verbindingen

De verbindingen zijn weergegeven als pijlen die staan voor verbeteren of versterken van ruimtelijke en/ of functionele verbindingen. Een gestippelde lijn duidt een nader te onderzoeken verbinding aan.

knopen

De knopen en accenten zijn weergegeven als cirkels. De kleur van de cirkels verwijst naar de belangrijkste functie. De geblokte/ gestippelde cirkels staan voor nog te onderzoeken nieuwe knopen en accenten. Witte cirkels markeren ruimtelijke knopen.

MIRT-opgave recreatieve of langzaam verkeerverbinding te onderzoeken/ te agenderen verbinding

knoop ruimtelijke knoop te onderzoeken/ te agenderen knoop verbindingen en knopen

De vlakken zijn samengesteld uit bolletjes. De kleuren van de bolletjes staan voor de verschillende functies die samen het programma vormen dat binnen deze gebieden een plek heeft of moet krijgen.

Herijking 2012 49

5 Opgaven 5.1 Inleiding Doel definitie opgaven In hoofdstuk 4 zijn het ruimtelijk ontwikkelingsbeeld en de ambities beschreven. In dit hoofdstuk ligt de focus op de opgaven die voortvloeien uit de geformuleerde ambities. In de opgaven zijn de kwalitatieve en kwantitatieve ambities concreter geformuleerd tot mogelijke maatregelen en ontwikkelingen die bijdragen aan de realisatie van de ambities. Met de definitie van concrete opgaven maken wij met deze herijking een verdiepingsslag ten opzichte van de structuurvisie 2006. De opgaven vormen een concreet handvat voor de uitwerking van een uitvoeringsprogramma en -strategie. Tevens is het een concreet onderdeel dat het monitoren van de structuurvisie mogelijk maakt. De opgaven zijn gerelateerd aan de in het ruimtelijke ontwikkelingsbeeld beschreven ambities voor de identiteitsdragers, de gebieden, de nieuwe verbindingen en knooppuntontwikkelingen. Naast de kwalitatieve doelstellingen is de potentiële plancapaciteit van de genoemde opgaven uitgerekend als een eerste toets op de programmatische wensen. De getoonde gebieden bieden voldoende ruimte om binnenstedelijk een bevolkingsgroei van 5% te accommoderen met behoud en versterking van groen-blauwe structuren.

De opgaven De meeste opgaven vinden hun oorsprong in de structuurvisie van 2006 en het beleid dat daarna is geformuleerd. Een aantal is inmiddels al in de initiatieffase of in ontwikkeling.

50 Structuurvisie Ruimte voor Wensen 2040

De opgaven bij de identiteitsdragers bestaan uit gewenste maatregelen, gericht op het versterken van de identiteit, kwaliteit en beleving van de stedelijke ruimte. Daarbij staat het streven centraal om de bestaande en de toekomstige kwaliteiten die bijdragen aan de groene woonstad beter beleefbaar en zichtbaar te maken. Het Groenstructuurplan en het Waterplan vormen een basis voor de gewenste kwaliteitsverbeteringen. De kans voor de realisatie van de kwaliteitsverbetering ligt in het ‘meekoppelen’ van de private ontwikkelingen en die zodanig aansturen dat er meerwaarde ontstaat voor de openbare ruimte. De gebiedsgerichte opgaven betreffen grote, samenhangende ontwikkelingen van gebieden zowel op regionaal als op gemeentelijk niveau. Deze opgaven dragen bij aan de duurzame ontwikkeling en versterking van de positionering op het gebied van wonen, werken, voorzieningen, recreëren en bereikbaarheid. De opgaven voor (nieuwe) verbindingen en knooppuntontwikkelingen zijn beschreven als onderdeel van de bovenstaande opgaven.

Koppeling met uitvoeringsprogramma en -strategie Op gemeentelijk niveau zijn de gemeente of private partijen aan zet. Bij de opgaven op regionaal of bovenregionaal niveau zal de rol van de gemeente variëren. Met het benoemen van de regionale opgaven in de gemeentelijke structuurvisie wordt benadrukt dat deze van grote invloed kunnen zijn op de realisatie van de gemeentelijke ambities. De prioritering en de rolverdeling tussen de verschillende

NT

O

SP

S

-A

A FR

OE

ZO

R OO

AS NGE IN EN ZI OR VO

IN

CE

NE

SP

R

NT

ON

DE

CENTR.

EN

W JT

SI

T IN UT L RE CH T

SE

BA

HI

stakeholders en overheden worden in het uitvoeringsprogramma uitgewerkt. In deze tijd van bezuinigingen is het van groot belang om meerdere doelen aan elkaar te koppelen en meerwaarde te ontwikkelen, meer te doen met minder geld en met minder overheidsbemoeienis.

E

ON

EE

EE

CH

O ST

NZ

NZ

TR

TR

S RI

OE

GR

GR

EN

EN

E

AS

E

RA-

N ZO OLO

INF

E AL

AN

Termijnen De planhorizon voor de opgaven is 2040. Het is geenszins mogelijk of wenselijk om aan alle opgaven tegelijk te gaan werken. De prioritering van de opgaven volgt in het uitvoeringsprogramma . In het bijgevoegde schema is een indicatie gegeven van de periode waarin de realisatie van de opgaven (mogelijk) speelt. Hierbij moet opgemerkt worden dat ook voor de opgaven die pas op lange termijn gerealiseerd worden, al visieontwikkeling op korte en middellange termijn nodig zal zijn. Dit onderscheid in voorbereidingsfase en realisatie zal nader uitgewerkt worden in het uitvoeringsprogramma. De termijnen zijn gedefinieerd als volgt: korte termijn (2012-2015), middellange termijn (2015-2025) en lange termijn (2025-2040).

A4

-P AS

GE

SA

D

AN DSR STA POLDERLINT

INT RL

E LD

T

ND

ERLIN

POLD

STADSRA

PO

RAND STADS

Herijking 2012 51

S

ER

EV TO

IE

VL

AND

stedelijk gebied Vlietzone buitengebied

GE

SA

AS -P

A4

DSR STA

De indeling van dit hoofdstuk volgt uit de indeling van hoofdstuk 4. De opgaven die bijdragen aan de drie pijlers zijn ingedeeld per deelgebied (stedelijk gebied, Vlietzone, buitengebied).

RS VE OE ET

I VL

HIS TO RIS CH

LI

E

ON

Z OR

integrale opgaven stedelijk gebied

Duivenvoordecorridor

recreatieve verbinding

zoeklocatie (Stedenbaan)station

Schakenbosch

MCH Antoniushove NS Mariahoeve

ISV De Heuvel

Essesteijn

Leidsenhage

CBS-locatie

recreatieve verbinding LeidschendamDe Star Centrum

snelfietspad RR/NS Den Haag Centraal RR/NS Laan van NOI

RR Voorburg ‘t Loo

Bovenveen

Klein Plaspoelpolder

RR Leidschendam-Voorburg Julianabaan

ISV Leidschendam-Zuid zoeklocatie Recreatief knooppunt De Drie Molens

multimodale knoop Overgoo

Voorburg-Noord NS Holland Spoor Oud-Voorburg NS Voorburg

Rotterdamsebaan

‘t Loo

parallelstructuur A4

52 Structuurvisie Ruimte voor Wensen 2040

5.2 Stedelijk gebied Samenvatting ambities in het stedelijk gebied: Kwantitatief: • Realisatie van 80% van de woningbouwopgave binnen bestaand stedelijk gebied. • Faciliteren van 5% groei van de bevolking in de periode 2012-2040. Kwalitatief: • Behoud en versterking van het groene karakter van de stad en van de kwaliteit van de bestaande woonmilieus, toevoegen van nieuwe woonmilieus. • Verbetering van de leefbaarheid van bestaande wijken en kwaliteitsverbetering van het stedelijk raamwerk en de identiteitsdragers. • Duurzame stedelijke ontwikkeling, onder meer door meervoudig ruimtegebruik, het beter benutten van de openbaarvervoerscapaciteit en verbetering van fietsverbindingen. • Versterken van de buurt- en wijkvoorzieningen, versterken van de complementariteit en verbeteren van het kwaliteitsniveau van de winkelcentra. • Nieuwe economische kansen creëren door functieverandering, herstructurering en transformatie van gebieden, passend bij de positionering als groene woon-werkstad. De hierna beschreven opgaven dragen bij aan de drie pijlers voor de ontwikkeling van de stad: versterken van de groene woonstad, verbeteren van de economische kansen en voorzieningenstructuur, beter benutten en verbeteren van de (regionale) bereikbaarheid.

Stedelijk gebied: versterken groene woonstad De volgende identiteitsdragers en de daaraan gekoppelde opgaven en bestaande ontwikkelingen dragen primair bij aan dit thema: Historisch lint, Loo-zone, Infra-as en Centrale Groenzone. De ontwikkeling van de gebieden Schakenbosch, Duivenvoordecorridor, Leidsenhage, VoorburgNoord-Bovenveen en stedelijke ontwikkeling van openbaarvervoersknooppunten en stationslocaties dragen bij aan de variatie in woonmilieus.

Schakenbosch/ Duivenvoordecorridor

Eemwijk/ RandstadRail LeidschendamCentrum Oud-Voorburg

Historisch lint Verbetering van de herkenbaarheid en continuïteit We richten ons op het vergroten van de herkenbaarheid en continuïteit ten behoeve van de recreatieve waarde en functie van de route RijswijkLeiden met respect en aandacht voor cultuurhistorische waarden. Hierbij is het van belang om de beslotenheid binnen het stedelijk gebied en de openheid in het buitengebied te behouden.

Historisch lint

Verbetering van de verbinding tussen de kernen Hierbij gaat het om het vergroten van de betekenis als langzaam verkeerverbinding, het benutten van de dubbele structuur van het lint, terugdringen van het autoverkeer en behoud van een dekkend OV-netwerk. Daarbij werken we aan het verbeteren van het verblijfskarakter en de functie van de fietsverbinding Oosteinde, zoals de verbinding tussen Sijtwende en Leidschendam-Centrum. Versterking van de cultuurhistorische betekenis en de relatie met de Vliet Bij nieuwe ontwikkelingen zoals Leidschendam-Centrum willen we het cultuurhistorische karakter behouden en benutten, en laten aansluiten op de historische bebouwing. Bij de transformatie van Klein Plaspoelpolder ontstaat een kans om de ruimtelijke continuïteit en de cultuurhistorische betekenis van het lint plaatselijk te herstellen. Voorbeelden hiervan zijn: gepaste schaal van de bebouwing aan het lint, herstel van het oorspronkelijke profiel en realisatie van zichtlijnen naar de Vliet.

Herijking 2012 53

Loo-zone Loo-zone ontwikkelen tot hét stadspark met verblijfs- en woonallure De Loo-zone willen we ontwikkelen tot een aantrekkelijk, herkenbaar doorgaand stadspark met meerwaarde voor de omgeving, deels door het verbeteren van de architectuur van wanden, deels door verbetering van de recreatieve waarde en de verblijfskwaliteit. Hierbij willen we de cultuurhistorische waarden benutten en versterken en de wateropgave integreren. Realiseren van goede langzaamverkeerverbindingen We richten ons op het verbeteren van een hoogwaardige en herkenbare, doorgaande langzaam verkeerroute van Leidschenveen tot aan het Haagse Bos met goede aansluitingen op het regionale netwerk Haaglanden, en het verbeteren van de oversteekbaarheid bij de doorkruisende infrastructuur. Versterking van de ruimtelijke samenhang en woonkwaliteit De focus hierbij ligt op het realiseren van langzaam verkeerroutes in de Loo-zone en het versterken van de relatie met de winkelcentra Julianabaan en Oud-Voorburg en de woonwijken. Hier willen we een kwaliteitsslag maken door de randbebouwing te verbeteren en te herontwikkelen ten behoeve van excellente stedelijke woonmilieus.

Infra-as Versterking van de herkenbaarheid en continuïteit van de OV-as Hierbij werken we aan behoud van het gevarieerde karakter van de bebouwing aan de Infra-as en verbetering van de herkenbaarheid en de continuïteit door middel van het realiseren van een continu profiel, gekoppeld aan de MIRT-opgave. Realiseren van een hoogwaardige stad-landverbinding We willen een hoogwaardige stad-landverbinding ontwikkelen waarbij de nadruk ligt op het clusteren van verschillende openbaar vervoerslijnen,

54 Structuurvisie Ruimte voor Wensen 2040

naast ruimte voor auto, fiets en voetganger. Daarbij richten we ons op het realiseren en verbeteren van de continuïteit van de langzaam verkeerverbinding Schakenbosch-Regiopark, vooral voor fietsers.

CBS-locatie

Spoorpark

Bovenveen

Verbetering van de kwaliteit van de openbare ruimte en OV-haltes Van belang is hier het benutten van de OV-bereikbaarheid in omliggende gebieden. We richten ons op de ontwikkelpotentie van stedelijke knopen en OV-knopen (Stedenbaan-concept) en -haltes, en verbetering van de kwaliteit van OV-knopen en -haltes, zoals bij station Laan van NOI, Mariahoeve en Leidsenhage. Daarnaast concentreren we onze inzet op het ontwikkelen van creatieve woon-werkmilieus langs de OV-as, zoals in Voorburg-Noord en Bovenveen.

Julianabaan

Oud-Voorburg

Loo-zone Schakenbosch/ Duivenvoordecorridor

Centrale Groenzone Ontwikkelen als centrale groene allee Hierbij gaat het om het behouden en versterken van de groene kwaliteiten en het verbeteren van de ruimtelijke samenhang en continuïteit tussen verschillende groene stedelijke voorzieningen, onder meer ter hoogte van Entree Sijtwende, bij de aansluiting op de Loo-zone en bij nieuwe ontwikkelingen (realiseren van voorkanten). Daarbij behouden en versterken we de beeldbepalende zichtlijnen in het groen in de lengte van de as. Goed aansluiten op het regionale netwerk Dit betreft het handhaven en versterken van de functie als centrale auto-ontsluiting en het realiseren van een goede aansluiting op de Rotterdamsebaan en N14 (MIRT-opgave). Tevens gaat het hier om verbetering van de continuïteit en kwaliteit van de recreatieve en woon-werkroutes (snelfietsroute) en het langzaam verkeer tot in het buitengebied, en om aansluiting op het regionale routenetwerk.

Bovenveen

Leidsenhage lijn 19 RR

Voorburg Noord

Infra-as Schakenbosch/ Duivenvoordecorridor

aansluiting N14

Leidsenhage

aansluiting Rotterdamsebaan

Oud-Voorburg aansluiting A12

Centrale Groenzone

Integraal verbeteren van de kwaliteit We richten ons op het benutten van ontwikkelingen zoals Heuvelweg, Schakenbosch en Duivenvoordecorridor. Andere locaties voor het intensiveren of vervangen van de bebouwing liggen ten zuiden van Noordsingel en bij Leidsenhage. Hierbij kan gedacht worden aan woon-zorg- en woonwerkcombinaties met behoud en versterking van het groenstructuur.

Schakenbosch-Duivenvoordecorridor Schakenbosch vormt samen met de Duivenvoordecorridor de zogenoemde landschappelijke schakelzone van de gemeente, aangemerkt als stadsrandzone in het Regionaal Structuurplan Haaglanden. Duivenvoordecorridor In de Duivenvoordecorridor stellen we de sanering van glastuinbouw en het herstellen van het cultuurhistorisch landgoederenlandschap centraal. Voor de Duivenvoordecorridor richten we ons op landschappelijk, landelijk en cultuurhistorisch wonen in een sfeer van nieuwe buitenplaatsen. Hier willen we werken aan excellente grondgebonden woningen in het hogere segment, met landelijke en recreatieve voorzieningen. Tevens willen we de mogelijkheden van varen benutten en uitbreiden, zowel met vaarverbindingen als met aanlegplaatsen. De Duivenvoordecorridor is een essentiële schakel voor het Regiopark als het als één park moet gaan functioneren. Daarom is het opnemen van goede stad-landverbindingen en voldoende openbaar vervoer binnen het landgoederenlandschap van groot belang. Schakenbosch In Schakenbosch zijn de ontwikkelingen voorzien voor de middellange termijn, na 2015. De beoogde functies en daarbij behorende woon- en/of werkmilieus worden concreter in beeld gebracht totdat er duidelijkheid is in hoeverre Schakenbosch aanvullend is op de ontwikkelingen in de Duivenvoordecorridor.

Concurrentie tussen de twee gebiedsontwikkelingen is ongewenst en wordt voorkomen door scherpe prioriteitstelling en fasering van toekomstige ontwikkelingen.

Voorburg Noord-Bovenveen In Voorburg-Noord is inmiddels een grote onderhoudsoperatie in het kader van stedelijke vernieuwing uitgevoerd. Op de lange termijn zijn nieuwe ruimtelijke opgaven aan de orde. Voorburg-Noord en (delen van) Bovenveen bieden de potentie ontwikkeld te worden tot wijken met gemengde functies. De strategische ligging van de Binckhorst en het Beatrixkwartier kunnen worden benut om aan te sluiten op de innovatieve economie. Concrete ontwikkelingen zijn echter alleen in Bovenveen voorzien vanaf de middellange termijn. Dit is niet aan de orde in Voorburg-Noord.

Duivenvoordecorridor

Schakenbosch

Schakenbosch - Duivenvoordecorridor

De Utrechtsebaan en het naastgelegen spoor vormen op dit moment een fysieke barrière tussen de gemeenten Den Haag en LeidschendamVoorburg. Deze barrière bepaalt in sterke mate de kwaliteit van de (leef) omgeving rondom de Utrechtsebaan en de ontwikkelingsmogelijkheden van het omliggende gebied. In de structuurvisie 2006 is de ambitie vastgelegd om de Utrechtsebaan ruimtelijk beter in te passen. In het onderzoek ‘Verkenning Utrechtsebaanzone’ is een globale kostenschatting opgesteld voor een aantal mogelijke tunnelvarianten voor de Utrechtsebaanzone. Hieruit is gebleken dat een tunneloplossing onder de huidige condities op korte termijn onhaalbaar is. Er zijn wel alternatieven ontwikkeld om de Utrechtsebaan op lange termijn beter in te passen. In voorliggende herijking van de structuurvisie wordt de ambitie tot inpassing afgezwakt. In de eerste plaats is door het aanbrengen van nieuwe hogere geluidsschermen de noodzaak tot ingrijpende maatregelen voor een verbeterde inpassing van de Utrechtsebaan niet noodzakelijk. De nadelige geluids- en luchteffecten zijn tot een acceptabel niveau gereduceerd. In de tweede plaats is de beoogde transformatie van de Binckhorst naar een hoogwaardig gemengd woon- en werkgebied, mede vanwege de financieel-economische situatie, naar de lange termijn verschoven (na 2025).

Voor onze gemeente is er geen directe aanleiding om actieve planontwikkeling te initiëren rondom de Utrechtsebaanzone.

Bovenveen

Voorburg-Noord

Voorburg Noord - Bovenveen

Herijking 2012 55

Stedelijke ontwikkeling openbaarvervoersknooppunten en stationslocaties De gemeente Leidschendam-Voorburg spant zich in voor versterking van het openbaarvervoersnetwerk. Dit doen we in combinatie met het bevorderen van stedelijke ontwikkeling rondom openbaarvervoersknooppunten. In de eerste plaats moeten de knooppunten van de NS-stations en RandstadRailhaltes goed bereikbaar zijn en blijven. In het kader van Stedenbaan-Plus willen we bij de stationslocaties Voorburg, Laan van NOI en Mariahoeve ook ruimtelijke ontwikkelingen faciliteren die bijdragen aan versterking van de genoemde stationsomgevingen. Voor de RandstadRaillocaties Voorburg-’t Loo en Leidschendam-Voorburg richten we onze inzet voornamelijk op verbetering van ketenmobiliteit, door toevoeging van meer fietsfaciliteiten. De gewenste langetermijnontwikkelingen binnen Overgoo, Klein Plaspoelpolder en Leidsenhage kunnen bijdragen aan de vervoerswaarde van lijn 19.

Stedelijk gebied: verbeteren economische kansen en voorzieningenstructuur Voorzieningen-as

Versterking van de kwaliteit van de voorzieningen-as Hierbij is het van belang kaders te stellen en ontwikkelingen te benutten in Leidsenhage, Leidschendam-Centrum, de Heuvel en rondom stedelijke knopen en OV-knopen en de Vliet ten behoeve van de verbetering van de kwaliteit van de as.

Leidschendam-Zuidzone Binnen de Leidschendam-Zuidzone bevindt zich een aantal prioritaire gebiedsontwikkelingen die een ruimtelijk-functionele samenhang kennen. Het gaat om Leidschendam-Centrum, Klein Plaspoelpolder, Overgoo, Leidschendam-Zuid en De Star. Deze gebieden vormen samen een van de entrees van de gemeente Leidschendam-Voorburg. Hierbinnen zijn diverse ontwikkelingen aan de orde in verschillende (plan)fasen. Hier willen we zorgen voor een gemengd stedelijk milieu waarbij we de ligging aan de Vliet en de cultuurhistorische setting benutten. Op termijn kunnen we mogelijk de werkgebieden Overgoo, Klein Plaspoelpolder en De Star transformeren tot gemengde woon-werkgebieden met excellente voorzieningen. Verder willen we een totaalvisie opstellen voor Leidschendam-Centrum en onderzoek doen naar een nieuwe oeververbinding (voor autoverkeer) ter hoogte van Klein Plaspoelpolder.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leidschendam&id=ec27aaa1-0a83-46ec-8a12-b5807584fc83