CConstaterende datLeidschendam-Voorburg
Koppel je AI →
Document · PDF

2326 Bijlage 1 Water- en Rioleringsplan 2022-2027.pdf

Raadsvergadering 10 november 2021, gemeente Leidschendam-VoorburgBij agendapunt: Raadsvoorstel: Water- en Rioleringsplan 2022-2027.36.693 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

Omvang 0 90,819 Niet meer in systeem

Omvang 88,655 99 41

Eenheid km km st st

Eenheid km st St st

Peilbuizen in Leidschendam-Voorburg

Water- en rioleringsplan (WRP) 2022-2027 gemeente Leidschendam-Voorburg

62

Oppervlaktewater areaal Systeem Aanwezig oppervlaktewater

Baggerbeheer Dagelijks beheer (schonen) Oeverinrichting

Vaarwegbeheer (nautisch en bevaarbaarheid)

Ander areaal Systeem Divers

Onderdeel Watergangen Plassen (Vlietland) Waterberging Nieuwe Driemanspolder Watergangen binnen bebouwde kom Watergangen buiten bebouwde kom

Omvang 1.108.500 1.191.500 480.000 85,647 15,376 157.061 147.389 66.191

Eenheid m2 m2 m2 km km m2 m m

65.974 21.658

m m

276 25.152 13.838

m m m

Onderdeel Windmolen Fonteinen

Omvang 1 3

Eenheid st st

Dorpspomp

1

st

Lengte watergangen Onbeschoeid, onderwater beschoeid en natuurvriendelijke oevers Beschoeiingen (hout, GVC enz) Water- en grondkerende constructies van beton, staal of metselwerk (vallen onder kunstwerkenbeheer) Havens In beheer In beheer derden (provincie en hoogheemraadschappen)

Water- en rioleringsplan (WRP) 2022-2027 gemeente Leidschendam-Voorburg

63

4 Messagehouse WRP-communicatie Participatiedoelen Uitgangspunt is dat inwoners en bedrijven niet of nauwelijks (misschien alleen een beperkte groep) bekend zijn met het WRP. Daarnaast gaat het in dit stadium om het schrijven van een beleidsplan voor de komende 6 jaar en zijn er nog voldoende uitvoeringszaken niet in beton gegoten. Dit maakt het lastig om inwoners mee te laten denken wanneer niet duidelijk is wat en wanneer er bepaalde zaken uitgevoerd gaan worden. Inwoners/bedrijven moeten niet het idee krijgen dat er niets gedaan wordt met hun inbreng. De kaders en de termijn zijn belangrijk om op het juiste moment en de juiste manier een participatietraject te starten. Wanneer je dit niet doet is de kans groot dat het vertrouwen juist afneemt. Voor dit eerste participatietraject is er gekozen om de doelgroepen zoveel mogelijk in de breedte te informeren over het WRP en het belang om samen te zorgen voor een evenwichtige waterhuishouding extra te benadrukken. Doelgroepen/stakeholders Aangezien we in eerste instantie breed willen informeren (meeweten) hebben we ervoor gekozen om de doelgroepen in dit stadium nog niet onder te verdelen naar bepaalde wijken, achtergronden, organisaties, etc.

Het is vooral van belang dat zoveel mogelijk belanghebbenden uit de gemeente geïnformeerd worden over waar het WRP voor staat en hoe de diverse doelgroepen kunnen zorgen om het watermanagement zo goed mogelijk te laten verlopen. Participatie-/communicatieboodschap De communicatieboodschap is tot stand gekomen door een zogenaamde Messagehouse sessie. Een Messagehouse bestaat uit een kernboodschap (het dak), een aantal ondersteunende boodschappen (de muren) en bewijslast (de fundering). Het bevat de kernelementen die je nodigt hebt om je verhaal op te bouwen, zonder dat het voorschrijft hoe en in welke volgorde je ze illustreert of toelicht. Het is dus geen dichtgetimmerde kernboodschap, maar een gezamenlijke basis/rode draad voor veelkleurige communicatie. Met volop ruimte om je verhaal op een eigen manier te vertellen en het toe te spitsen op specifieke communicatiemomenten en -middelen. Messagehouse WRP

Water- en rioleringsplan (WRP) 2022-2027 gemeente Leidschendam-Voorburg

64

5 Uitwerkingsthema’s Oppervlaktewatersysteem

Oppervlaktewater kwaliteit en biodiversiteit Verbetering van de Ecologische en chemische waterkwaliteit is urgent en vraagt onze onverminderde aandacht voor een goede leefomgeving en om te voldoen aan de KRW. De partijen zetten in op (kosten) effectieve maatregelen en evalueren periodiek de resultaten hiervan. De partijen willen het huidige ingezette beleid voor verbetering van ecologie voortzetten en nog effectiever maken. De partijen zetten in op het creëren van zoveel mogelijk Natte Ecologische Zones (NEZ) en het verbinden ervan tot een aaneengesloten robuust ecologisch netwerk. Daarbij wordt steeds scherp gekeken hoe meer kansen kunnen benut kunnen worden voor verbetering van flora en fauna, zoals bij nieuw in te richten oevers. Beschoeiing wordt in Leidschendam zoveel mogelijk vervangen door natuurvriendelijke oevers (nvo’s). Dit versterkt de ecologische kwaliteit van het oppervlaktewater. Zie voor het huidige areaal natuurvriendelijke oevers bijlage 21.

KRW en overige waterfuncties Belangrijk onderdeel van de SSA is de samenwerking met de beide hoogheemraadschappen op het gebied van de KRW. Onder andere de Vliet, de Broeksloot, de Trekvliet, en de Stompwijkse Vaart zijn wateren in onze gemeente met een hogere KRWdoelstelling. Zie verder het kaartje hieronder. De Vogelplas is geen KRW-water maar heeft een gebruiksfunctie “natuur” volgens het ontwerp bestemmingsplan landelijk gebied, hier krijgt de waterkwaliteit extra aandacht vanwege de doelstelling vastgelegd in het bestemmingsplan: “instandhouding, versterking en/of ontwikkeling van ter plaatse voorkomende natuurwaarden, bestaande uit onder meer groepen bomen/ bossen, stinsenflora, graslandvegetaties, vegetatie van slootoevers en habitats van weidevogels”. De twee andere plassen in Vlietland hebben een zwemwaterfunctie en zijn in beheer bij de Provincie Zuid-Holland. Daarnaast is overig stedelijk water en agrarisch water aanwezig. Het volgende afsprakenkader is daarbij uitgangspunt: Het invoeren van ecologisch baggeren door zowel gemeente als hoogheemraadschappen volgens de zonekaarten zie Bijlage 19; Het uitbreiden van kroosruimen in watergangen nabij parken en pleinen door de gemeente; Ca.

75% afkoppelen in UPR-projecten door de gemeente; Monitoren effect van maatregelen/waterkwaliteit in overig water door het Hoogheemraadschap van Delfland en het Hoogheemraadschap van Rijnland. Het tegengaan van afvalwaterlozingen via het hemelwaterriool. Een praktijkonderzoek naar de effecten van watercirculatie op de waterkwaliteit in Leidschendam.

Water- en rioleringsplan (WRP) 2022-2027 gemeente Leidschendam-Voorburg

65

Kaart KRW-wateren en veendijken

Waterbeheer en -onderhoud Het oppervlaktewaterbeheer kent gedeelde verantwoordelijkheden. Zo zijn de Hoogheemraadschappen verantwoordelijk voor het onderhoud van het primaire watersysteem en de gemeente voor het secundaire water. Voor de inwoners is dat onderscheid niet zichtbaar. Bij het baggeren wordt er al samengewerkt met Delfland. In het Rijnlandgebied geeft de gemeente een aanvullende opdracht hiervoor aan een marktpartij, in overeenstemming met haar inkoopbeleid. Voor het maai- en slootbeheer wordt een balans gezocht tussen het belang voor afvoer en doorstroming en de ecologische belangen. De protocollen voor maaibeheer en baggeren wordt aangescherpt. Hierdoor wordt o.a. vissterfte voorkomen. Binnen het oppervlaktewatersysteem wordt hemelwater optimaal benut. Er zal vaker gerecirculeerd worden in het watersysteem om de opwarming tegen te gaan en de waterkwaliteit te verbeteren en de impact van gemengde rioolwateroverstorten beter te kunnen ontvangen.

Water- en rioleringsplan (WRP) 2022-2027 gemeente Leidschendam-Voorburg

66

Kaart watersysteem

Baggeren, schonen en maaien Baggeren, schonen en maaien zijn in de afspraken opgenomen als een belangrijke onderhoudstaak voor het watersysteem om een goede aan- en afvoer te garanderen. Baggeren vindt vanuit kwantiteitsoogpunt plaats om de watergang op voldoende diepte te houden en daarmee voldoende doorstroming te garanderen. Baggeren kan ook positief effect hebben op de waterkwaliteit. Schonen en maaien vindt plaats vanuit kwantiteitsoogpunt. Vanuit ecologisch oogpunt is het veelal ongewenst. Het is zaak een goede balans te vinden tussen ecologie en het noodzakelijk onderhoud. Het is vanuit ecologie noodzakelijk om niet alle wateren in één keer te schonen, maaien en te baggeren. Ideaal zou zijn om niet meer dan 25% van de sloten in een polder in één jaar te schonen, maaien en baggeren. Voor sloten in poldersystemen geldt echter een zeer intensief schonings- en baggerbeleid. Het jaarlijks geheel opschonen van de oevers en baggeren naar leggerniveau is gebruikelijk en wordt vanuit de hoogheemraadschappen verplicht gesteld. Met de Hoogheemraadschappen dienen daarom afspraken te worden gemaakt om te komen van een generieke onderhoudsnorm naar een meer gedifferentieerde onderhoudsnorm over de gemeentelijke wateren. Deze afspraken worden vervolgens vastgelegd in een ecozonekaart lokaal water. Bagger wordt zoveel mogelijk ter plaatse bestemd.

In het buitengebied zal dit over het algemeen niet leiden tot problemen. In de bebouwde kom zal een maatwerkoplossing of afvoer van bagger nodig zijn. De methodiek van het baggeren zal verschuiven van planmatig naar toestand-gestuurd. Omdat de gemeente het baggeren meer toestand-gestuurd wil gaan laten plaatsvinden, zal in de komende jaren data worden verzameld en geanalyseerd over de aanwas van bagger per watergang. Hiervoor zal het beheersysteem worden gebruikt. De gemeente wil de verontreiniging van grond- en oppervlaktewater door diffuse bronnen reduceren. Als eerste stap wordt hiervoor een visie opgesteld in de komende planperiode. Daarbij wordt ook gekeken naar de waterbodem. Uitloging vanuit voedselrijk slib wordt beperkt door ecologisch baggeren waar dat kan, volgens een op te stellen baggerplan. Altijd zal daarbij een afweging worden gemaakt tussen het baggeren van voedselrijke lagen en een eventueel effect van toename van uitloging van andere stoffen uit diepere bodemlagen of toename van kwel.

Water- en rioleringsplan (WRP) 2022-2027 gemeente Leidschendam-Voorburg

67

Gedragscode soortenbescherming Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming in werking getreden. Deze vervangt de oude Flora- en faunawet. Behalve het behoud is ook het herstel en de ontwikkeling van de biodiversiteit de kern van de natuurwet De Wet natuurbescherming vraagt om aantoonbaar zorgvuldig te handelen op plaatsen met wettelijk beschermde soorten. Het gaat dus verder dan alleen het niet verstoren/beschermen van dier- en plantensoorten. Een hulpmiddel hierbij is de nieuwe gedragscode soortenbescherming gemeenten die door de Koninklijke Vereniging Stadswerk Nederland is opgesteld. Leidschendam-Voorburg hanteert in haar handelen deze gedragscode. Deze gedragscode is het instrument om invulling te geven aan het wettelijk verplichte zorgvuldig handelen. Daarmee worden nadelige effecten voor beschermde dieren en planten zo veel mogelijk voorkomen en wordt natuur-inclusief gewerkt. Daarnaast is deze gedragscode een door de rijksoverheid goedgekeurd wettelijk instrument die voor gemeenten een bepaalde vrijstellingsruimte geeft voor veel voorkomende werkzaamheden in de gemeente, waarbij onder strikte voorwaarden beperkte schade aan locaties van een aantal beschermde planten en dieren mogen optreden, zonder dat dit nadelige effecten op de instandhouding van soorten heeft.

De rapportage “Handleiding Natuur in de Stad Leidschendam-Voorburg - Groen met meerwaarde voor flora en fauna” (Helsdingen.A.A. van, Boer, E.J.F. de, Röell J.W., 2018, Natuur in de stad Leidschendam-Voorburg, Rapportnr. 18-332. Bureau Waardenburg, Culemborg), beschrijft in hoofdlijn de visie op de natuur in het stedelijke gebied van de gemeente en hoe de soortenrijkdom en de beleving daarvan voor de inwoners versterkt kunnen worden.

Krozen In de zomers van 2018 tot en met 2021 heeft Leidschendam-Voorburg, bij wijze van een pilot, in drie watergangen intensief kroos verwijderd om de belevings- en ecologische waarde van het water te vergroten. Naar aanleiding van meldingen in 2019 en 2020 is het kroosruimen uitgebreid met drie locatie waar sprake was van dikke kroosdekken en zijn deze vooralsnog extensief geruimd. De uitvoering is o.b.v. Sociaal Werkgeverschap (mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt). De van toepassing zijnde hoofdoelen van de pilot waren: 1.

2.

Het water is schoon. Ecologisch gezond water stroomt, ruikt fris, is helder, diep genoeg en kent een rijke flora en fauna. Schoon water ontstaat dankzij een watersysteem dat biologisch goed functioneert. Het water is aansprekend. Door water te zien als integraal onderdeel in alle ruimtelijke plannen en de potenties van water te benutten, kunnen we de leefomgeving aantrekkelijker maken.

Uit de evaluatie bleek dat er een brede steun van bewoners is voor het kroosruimen en dat de belevingswaarde van het water sterk is toegenomen. In sep 2020 is door het hoogheemraadschap van Delfland een quick-scan uitgevoerd van de macrofauna-populatie en het zuurstofgehalte. Er blijkt sprake is van een zeer langzame (verbeterende) ontwikkeling. Deze blijken ook afhankelijk van de locatiekenmerken van de watergang. De uitgevoerde quick-scan geeft een interessante richting voor vervolgonderzoek om inzicht te krijgen in langjarige ontwikkelingen. De komende planperiode zal het kroosruimen gaan plaatsvinden in watergangen met kroosdekken in alle verblijfsgebieden (parken en pleinen) van Leidschendam-Voorburg.

Krozen in Park Arentsburg te Voorburg

Water- en rioleringsplan (WRP) 2022-2027 gemeente Leidschendam-Voorburg

68

Waterketen De partijen streven naar een circulair (afval)watersysteem. Regenwater wordt zo min mogelijk afgevoerd naar de waterzuivering en zo veel mogelijk vastgehouden in de stad. Zo wordt het schone water, schoongehouden en kan het water benut worden om verdroging en stedelijke opwarming tegen te gaan. In 2013 hebben de partijen hier met elkaar afspraken over gemaakt. De partijen stimuleren afkoppelen, ontstenen en gedragsverandering op dit gebied. In Vlietvoorde wordt verkend of decentrale zuivering van grijs afvalwater een lokaal circulair alternatief kan zijn. Potentiele overstromingsrisico’s zijn ook benoemd in de stresstest. Maatgevend risico is een doorbraak van de regionale waterkeringen. De Hoogheemraadschappen nemen, waar nodig, maatregelen om ervoor te zorgen dat de kans van optreden valt binnen de kaders die voor de Leidschendamse en Voorburgse polders gesteld zijn.

Waterveiligheid Waterveiligheid is een belangrijke randvoorwaarde voor alles wat er in de gemeente gebeurt. De waterkeringen en kades hebben (bijna) allemaal ook een andere functie: weg of fietspad, park of weiland. Samenwerking is nodig om de waterveiligheid te waarborgen. Bij onderhoudswerkzaamheden aan waterkeringen streven de partijen naar minimale overlast voor omwonenden, minimaliseren van grondstromen en een robuuste inrichting. Waar nodig maken de partijen aan het begin heldere afspraken wie verantwoordelijk is voor eigendom en beheer van de verschillende onderdelen van de kering. Veiligheid van veendijken krijgt speciale aandacht. Generieke communicatie over waterveiligheid heeft een relatie met de klimaatrisico-dialoog en pakken de partijen gezamenlijk op. Potentiele waterdiepten bij overstroming (bron klimaateffectatlas – middelgrote kans overstromingsdiepte)

Ruimtelijke Inrichting Verdere verdichting van de stad raakt alle water- en klimaatthema’s. Gemeenten en Hoogheemraadschappen werken samen om de gevolgen van verdere verdichting zo veel mogelijk te beperken, bijvoorbeeld door het vergroten van de sponswerking. De partijen benutten waar mogelijk de ruimtelijke dynamiek om eventuele (potentiele) knelpunten die uit de klimaatstresstest volgen aan te pakken. Gekozen wordt voor maatwerk in de gebieden waar de urgentie hoog is om de gevolgen van hoosbuien, maar ook droogte en hitte beter aan te kunnen. Daarbij worden inwoners en bedrijven uit het stedelijk gebied betrokken. Een belangrijke sleutel hierbij is het stimuleren van een gedragsverandering. Het creëren van voldoende waterbewustzijn op bijvoorbeeld de thema’s bodemdaling, woningbouw in laaggelegen gebieden etc. is een belangrijke factor. Gemeente en hoogheemraadschappen trekken hierbij zo veel mogelijk gezamenlijk op. Uiterlijk 2050 is Leidschendam-Voorburg klimaatbestendig ingericht.

Water- en rioleringsplan (WRP) 2022-2027 gemeente Leidschendam-Voorburg

69

Klimaatadaptief en duurzaam bouwen De gemeente Leidschendam-Voorburg werkt aan een leefomgeving met toekomstwaarde en doet dat op meerdere fronten. De eerste bouwstenen van de Omgevingsvisie die in 2021 worden vastgesteld vormen hiervoor de komende jaren een belangrijk strategisch kader. De beleidsnotitie Duurzaam Bouwen vormt een belangrijke uitwerking van de ambities naar concrete doelen voor duurzaam bouwen binnen de gemeente Leidschendam-Voorburg. Processchema duurzaam bouwen nieuwbouw en water

Ruimtelijk kader en anterieure overeenkomst Bestemmingsplan/omgevingsplan (watertoets, systemkeuze en vloerpeilen) Omgevingsvergunning (situering en dimensionering) Detailontwerp en bestek (check op vergunningsvoorschriften van bijv. ontwerp waterberging en aansluiting op riolering) Bij oplevering en overdracht openbare ruimte (check op juiste aanlegwijze en juiste revisie voor opname in beheerdata).

Gemeente Leidschendam-Voorburg werkt in de regio samen aan het thema klimaatadaptatie in de Regionale Adaptatiestrategie Haaglanden. De provincie Zuid-Holland heeft het convenant klimaatadaptief bouwen afgesloten met een groot aantal partijen (waaronder enkele gemeenten). Dit biedt concrete handvatten (ontwerp- en inrichtingsprincipes en maatregelen) die in de gebouwde omgeving kunnen bijdragen aan het opvangen van de gevolgen van klimaatverandering. Een belangrijke bijdrage aan het voorkomen van de overlast die door klimaatverandering kan ontstaan komt van het vergroten van het aandeel groen en water in de gebouwde omgeving. Groen zorgt voor afkoeling van de openbare ruimte door schaduw, maar houdt ook langer het vocht vast in het gebied. Daardoor komt regenwater vertraagd in het oppervlaktewater terecht en kan verdroging worden beperkt. Onderstaande afbeelding laat zien hoe groen en water in de gebouwde omgeving opgenomen kan worden. Op die manier zorgen we voor een klimaatbestendige stad.

Water- en rioleringsplan (WRP) 2022-2027 gemeente Leidschendam-Voorburg

70

Duurzaamheid en circulariteit Duurzaamheid en circulariteit zijn ook voor de gemeentelijke watertaken belangrijk. Op landelijk niveau zijn afspraken gemaakt in onder andere het Klimaatakkoord (49% reductie van broeikasgassen in 2030), Grondstoffenakkoord (Nederland circulair in 2050) en het Deltaprogramma ruimtelijke adaptatie (Nederland klimaatbestendig en waterrobuust in 2050). Vanuit de visie van Netwerk Waterketen Delfland (NAD) wordt gestreefd naar een gesloten watercyclus: De (afval)waterketen ontwikkelt richting een watercyclus waarbij alle partijen het fysieke systeem centraal stellen. Dat vraagt om samenwerking met verschillende partijen zoals drinkwaterbedrijven, energiebedrijven, onderzoeksinstellingen en particuliere initiatieven. De samenwerkende partners laten zich inspireren door verdienmodellen en gaan flexibel en transparant om met investeringen. Gemeenten en Hoogheemraadschap zullen vanuit NAD steeds nauwer met elkaar gaan samenwerken richting één kaderstellende en faciliterende maatschappelijke onderneming die regie houdt op de kosten, kwaliteit en kwetsbaarheid van de watercyclus, maar ruimte laat voor initiatief en innovatie. De verwachting is dat in de toekomst steeds meer energie en grondstoffen uit het afvalwater zullen worden teruggewonnen. Voor het gebied van Delfland is daarbij zoet water ook een belangrijke grondstof.

Daarnaast blijft de riolering ervoor zorgen dat de volksgezondheid, de leefomgeving en het milieu duurzaam worden veiliggesteld en beschermd. Het verbeteren van de waterkwaliteit en anticiperen op klimaatveranderingen zullen een belangrijke rol (blijven) spelen. De partijen nemen actief deel aan het opstellen van de Lokale Energie Strategie (LES) om samen kansen te pakken op het gebied van energietransitie, bijvoorbeeld bij grote infrastructurele werken. Ook hier worden bewoners en bedrijfsleven betrokken en wordt zo gestreefd naar synergie. Gezocht wordt naar een aanpak om opwarming van oppervlaktewater in de zomer te voorkomen bijv. door flexibel peilbeheer, watercirculatie of warmtewinning. Particulieren worden gestimuleerd hun regenwater her te gebruiken, te infiltreren of gescheiden van afvalwater aan te bieden. Zo kunnen inwoners meedoen met de afkoppelprojecten van de gemeente, kunnen tuinen worden vergroend, kunnen bergingsvijvers worden aangelegd of kan regenwater worden opgevangen door in regenwatertonnen om zo de tuin water te kunnen geven.

Duurzaam doen Het instrumentarium van DuurzaamGWW biedt gemeenten een praktische werkwijze om duurzaamheid in GWW-projecten een plaats te geven, gebaseerd op de volgende vijf basisprincipes: Vertaal de duurzaamheidsdoelen van je organisatie naar projecten en opgaves. Neem duurzaamheid zo vroeg mogelijk mee, het liefste al in het integrale gebiedsontwikkeling stadium. In de planfase liggen namelijk de grootste duurzaamheidskansen. Benut kansen om samen met andere partijen duurzaamheidsdoelen te bereiken. Focus per project of opgave op thema’s waar de meeste duurzaamheidswinst te behalen is. Creëer ruimte voor innovaties en nieuwe duurzame oplossingen door ruimte te laten om zelf met oplossingen te komen. Zo krijgen markt en innovaties meer kansen. Om duurzaamheid op uniforme wijze te toetsen, is er een set instrumenten gekozen, zodat duurzaamheid op een consistente wijze getoetst en geborgd wordt. Maak gebruik van het gezamenlijk instrumentarium zoals Omgevingswijzer, Ambitieweb, CO2Prestatieladder en DuboCalc. Deze principes kunnen worden toegepast in projecten op het gebied van de gemeentelijke watertaken.

Materiaalgebruik Ten aanzien van keuzes met betrekking tot (circulair) materiaalgebruik volgt de gemeente de pilots die landelijk en in de regio lopen. Voor materialen die voor langere tijd in de ondergrond moeten functioneren blijft ‘degelijkheid’ een hele belangrijke eigenschap. Voor de riolering is het toepassen van gerecyclede grondstoffen van belang, maar het is alleen minder opportuun om voorop te lopen met de riolering, omdat het materiaal in de grond ligt en de levensduur zo ontzettend belangrijk is. Optie is om bijvoorbeeld in andere sectoren proeven te doen en lessen te trekken over de levensduur van gerecyclede producten. Bewezen ontwikkelde producten kunnen dan worden ‘overgeheveld’ naar de rioleringssector.

Omgevingswet De Omgevingswet, die waarschijnlijk in 2022 van kracht wordt, vraagt een verandering in denken en doen van overheden. Naast nieuwe instrumenten en een digitale transformatie beoogt de Omgevingswet ook een andere manier van werken die wensen uit de samenleving begeleidt en uitgaat van samenwerking met alle betrokken partijen (de digitale transformatie biedt kansen om slimmer te werken). Dit wordt vormgegeven door van elkaar en met elkaar te leren. Door middel van gezamenlijke pilots en afstemming in regionaal verband wordt gekomen tot een gezamenlijke aanpak voor opgaven en passen we werkprocessen op elkaar aan. De ontvangen watervisie van Delfland wordt verwerkt in de gemeentelijke watervisie. De gemeentelijke visie wordt samen met Delfland en Rijnland opgesteld en uitgewerkt in het Omgevingsplan. Nieuwe mogelijkheden die de Omgevingswet biedt om knelpunten uit de klimaatstresstest aan te pakken zullen worden benut.

Water- en rioleringsplan (WRP) 2022-2027 gemeente Leidschendam-Voorburg

71

Watervisiekaart Hoogheemraadschap van Delfland

Water- en rioleringsplan (WRP) 2022-2027 gemeente Leidschendam-Voorburg

72

6 Verantwoordelijkheden rond grondwater Verantwoordelijkheden van de gemeente rond grondwater Op basis van de Waterwet heeft de gemeente een beperkte zorgplicht voor het grondwater. De zorgplicht betreft: 1. 2. 3.

4. 5.

Alleen het treffen van maatregelen in de openbare ruimte behoren tot de zorgplicht (dus drainage of andere maatregelen op privaat terrein behoort daartoe niet); Maatregelen worden alleen getroffen als er een structurele te hoge of te lage grondwaterstand optreedt (dus niet alleen in natte perioden maar gedurende langer aaneengesloten perioden); De gevolgen van de hoge grondwaterstand zijn nadelig voor de aan de grond gegeven bestemming (een tuin mag nat zijn en in de kruipruimten bij woningen mag water staan, want de vloer en de muren moeten water- en vocht ondoorlatend zijn, in overeenstemming met bouwbesluit); De maatregelen moeten doelmatig te nemen zijn (zo mag gewacht worden op een rioolreconstructie in de toekomst voor het nemen van maatregelen); De gemeente neemt alleen maatregelen als dit niet tot de zorglicht van andere instanties behoort (het Hoogheemraadschap gaat bijvoorbeeld over verdroging van (veen)dijken en over waterpeilen van oppervlaktewater).

De grondwaterstand is, zeker in bebouwd gebied, niet volledig te sturen, en zeker niet in de diepe polders van LeidschendamVoorburg. Daarom heeft de gemeentelijke grondwaterzorgplicht het karakter van een inspanningsverplichting en niet van een resultaatsverplichting. Dit betekent dat de gemeente aanspreekbaar is voor grondwaterproblemen, maar niet dat zij ook aansprakelijk is. Daarnaast beantwoordt de gemeente vragen over grondwater van haar inwoners. Bij de uitvoering van de grondwaterzorgplicht gaat het om voorkomen of beperken van overlastsituaties. Grondwater is een natuurlijk fenomeen waarin bij voorkeur zo min mogelijk wordt ingegrepen om verdroging en bodemdaling te voorkomen. Een lagere grondwaterstand leidt tot, inklinking en zettingen van veen en kleilagen. In droge perioden is meer inlaat van gebiedsvreemd water noodzakelijk, juist als dit water schaars is (Brielse meer voor Delfland). Hierbij speelt mee dat de Rijn op lange termijn steeds meer een regenrivier wordt en minder een gletsjerrivier. De aanvoer via de Rijn zal in de zomer veel lager worden (Rijnland). In geval van te lage grondwaterstanden wordt het lokaal hoger instellen van grondwater als een klimaatadaptieve maatregel onderzocht en zo mogelijk toegepast. Een belangrijk aspect hierbij is dat kruipruimten kunnen vernatten.

Bij een goed aangelegde vochtdichte vloer van de woning leidt dat niet tot problemen. Bewoners zijn verantwoordelijk voor het waterdicht maken en houden van hun woning. Op dit moment is in het Bouwbesluit al geen sprake meer van een eis tot aanleg van een kruipruimte zoals vroeger.

Verantwoordelijkheden andere partijen rond grondwater Verantwoordelijkheden rond de grondwaterzorg zijn naast de verantwoordelijkheid van de gemeente ook nog verspreid over andere partijen. Hieronder volgt een overzicht van de verantwoordelijkheden.

Verantwoordelijkheden grondwater perceel eigenaar De perceeleigenaar is primair verantwoordelijk voor tegengaan van grondwaterlast op eigen terrein. Dit geldt ook voor funderingsproblemen. Water in kruipruimten is in Leidschendam-Voorburg vanwege de hoge grondwaterstanden en zetting niet altijd te voorkomen. De woningeigenaar moet zorgen dat voldaan wordt aan de bouwkundige regelgeving, o.a. zodat ondergrondse gebruiksruimtes van panden, zoals een kelder of een souterrain, maar ook dat de begane grondvloer volgens de bouwregelgeving vocht- en dampdicht is, bij bouwvergunningen afgegeven vanaf 1994. Voor oudere woningen is de eigenaar verantwoordelijk voor de renovatie zodat aan de vernieuwde eisen wordt voldaan. Bij het isoleren van vloeren is een aandachtspunt dat de hoogte van de kruipruimte te gering wordt. Het verdiepen of minder ophogen van de kruipruimte kan leiden tot vaker grondwater in de kruipruimte. Een vochtdichte vloer is dan extra belangrijk.

Verantwoordelijkheden grondwater Hoogheemraadschappen Het hoogheemraadschap beheert het peil van het oppervlaktewater. Dit beïnvloedt de grondwaterstanden. Het hoogheemraadschap heeft tevens de zorg voor het watersysteem (Hoogheemraadschapswet). Er dient melding te worden gedaan van grondwaterontrekkingen en het hoogheemraadschap verleent ook vergunningen voor grondwateronttrekkingen als die vastgestelde kwaliteits- en kwantiteitswaarden overschrijden. Zie voor meer informatie en de waarden voor melding en vergunning, de site van het Hoogheemraadschap van Delfland of het Hoogheemraadschap van Rijnland.

Water- en rioleringsplan (WRP) 2022-2027 gemeente Leidschendam-Voorburg

73

Verantwoordelijkheden grondwater Provincie Zuid-Holland De Provincie verleent vergunningen voor grondwateronttrekkingen als deze niet onder de bevoegdheid vallen van andere overheden. Zie de beleidsregel grondwatervergunningen van de provincie Zuid-Holland voor gedetailleerde informatie. De Provincie verleent vergunningen voor de aanleg van open bodemenergiesystemen (WKO’s) en bij de provincie dient een melding gedaan te worden van gesloten bodemenergiesystemen. De uitvoering hiervan is belegd bij de Omgevingsdienst Haaglanden (ODH).

Water- en rioleringsplan (WRP) 2022-2027 gemeente Leidschendam-Voorburg

74

7 Wensbeeld grondwaterstanden 2050 Kaart: Ontwateringsdiepte bij de structurele hoge grondwaterstand (worden 5% van de tijd overschreden) Verschil tussen de terreinhoogte volgens de Algemene Hoogtekaart Nederland versie 3 en de gemodelleerde grondwaterstand.

Omdat de weghoogten in de bebouwde kom steeds verschillen gebruiken we de term ontwatering. Dit is het hoogteverschil tussen de terreinhoogte (dus van weg of tuin of vloerpeil) en de grondwaterstand. De uitgangspunten voor een optimale ontwatering bij een hoge grondwaterstand die in 5% van de tijd wordt overschreden zijn: Woningen met houten vloeren: 1 m onder vloerpeil. Woningen met betonnen vloeren in niet zettingsgevoelige gebieden: 0,9 m onder vloerpeil Woningen met betonnen vloeren in zettingsgevoelige gebieden: 0,8 m onder vloerpeil. Woningen met vochtdichte vloeren of zonder kruipruimte: 0,7 m onder vloerpeil. Bedrijfsruimten: 0,7 m onder vloerpeil. Wegen 0,7 m, woonstraten bestaand gebied 0,5 m onder ontwerphoogte van de kruin van de weg. Bij nieuwe aanleg en rioolrenovatie 0,7 m. De grondwaterstand onder de weg is niet hoger dan de ontwatereis van de aanliggende woningen. Tuinen en groenvoorzieningen 0,3 m – 0,5 m onder ontwerphoogte van het maaiveld.

Hierbij wordt opgemerkt dat volgens de woningwet kruipruimten, garages, schuren en bergruimten geen onderdeel uitmaken van de woning. Hiervoor gelden deze eisen dus niet. Deze zijn in de praktijk vaak vochtiger. De uitgangspunten voor optimale grondwaterstanden in relatie tot lage grondwaterstanden zijn: Niet lager dan rond streefpeil oppervlaktewater of hoger (+/- 10 cm) Niet lager dan de hoogte waarbij funderingsschade op kan treden: 10 cm boven houten paalfunderingen.

Water- en rioleringsplan (WRP) 2022-2027 gemeente Leidschendam-Voorburg

75

In de praktijk zijn deze optimale grondwaterstanden niet altijd haalbaar vanwege de geringe drooglegging en doorlatendheid van de bodem. Daarom wordt in geval van grondwateroverlast of onderlast voor elke situatie een apart wateradvies opgesteld op basis van de omstandigheden op locatie. In combinatie met de bouwwijze van de woningen zijn vooral in Essesteijn, ’t Hert, Stompwijk en de Oude Bleijk natte kruipruimten te verwachten. Veel woningen hebben daarom een drainage onder de kruipruimte liggen. Woningeigenaren zijn zich vaak niet bewust dat deze drainages onderhoud nodig hebben. Ook de wegen in deze wijken zijn niet altijd voldoende ontwaterd. Naast deze wijken is ook in Duivenvoorde sprake van meldingen en plaatselijk hoge grondwaterstanden. Dit vergt nader onderzoek. Kaart: Ontwateringsdiepte bij de structurele lage grondwaterstand (worden 5% van de tijd onderschreden):.

Deze kaart geeft informatie waar lage grondwaterstanden voorkomen. In combinatie met houten paalfunderingen geeft deze kaart informatie over een van de risico’s op funderingsschade. Vooral in Voorburg Noord is nader onderzoek gewenst. Dit is vooral een verantwoordelijkheid van de woningeigenaar. De gemeente laat onderzoeken of met behulp van satelietdata zettingen van gebouwen zijn opgetreden met het oog op het voorkomen van verdere schade aan de woningen bij rioolvervanging.

Water- en rioleringsplan (WRP) 2022-2027 gemeente Leidschendam-Voorburg

76

Het hoogheemraadschap bepaalt de waterpeilen in een gebied. Daarbij houden zij zoveel mogelijk rekening met de verschillende belangen. Voorbeelden van verschillende belangen zijn: Bewoners willen een waterpeil dat goed is voor huis en tuin. Recreanten willen een waterpeil dat goed is voor waterrecreatie. Natuurbeheerders willen een waterpeil dat goed is voor natuurontwikkeling. Boeren willen een waterpeil dat goed is voor het telen van gewassen. Het hoogheemraadschap legt het gewenste peilbeheer vast in een peilbesluit. Een peilbesluit geeft aan welke peilen gehanteerd worden voor de verschillende peilvakken. Onderstaande kaart geeft de waterpeilen weer waarover een peilbesluit is genomen. Kaart peilgebieden

Water- en rioleringsplan (WRP) 2022-2027 gemeente Leidschendam-Voorburg

77

Een gemeentelijk grondwatermeetnet bestaat uit grondwaterpeilpunten, peilbuizen genaamd. Deze peilbuizen zijn systematisch in een gebied geplaatst. De grondwaterstanden in de peilbuizen worden met een vastgestelde frequentie gemeten. De meetgegevens worden per peilbuis opgeslagen en zijn vervolgens te raadplegen. De verkregen (meerjarige) meetgegevens geven informatie over de fluctuatie van de grondwaterstand in het gebied

Kaart locaties peilbuizen van het grondwatermeetnet in Leidschendam-Voorburg

Water- en rioleringsplan (WRP) 2022-2027 gemeente Leidschendam-Voorburg

78

8 Uitwerking zorgplicht inzamelen afvalwater Inzamelen en verwerken van huishoudelijk afvalwater bestaande bouw Bijna alle panden op het gemeentelijk grondgebied van Leidschendam-Voorburg, inclusief de paar glastuinbouwbedrijven, zijn voorzien van gemeentelijke riolering. Er resteren nog 30 panden die vanwege bijzondere omstandigheden nog niet aangesloten konden worden. Het is de bedoeling om deze ooit aan te sluiten als de kans zich voordoet en het ook doelmatig is. Panden die nog niet zijn aangesloten op de riolering (stand 1 januari 2021) LozingsAdres nummer Plaats object Woning Meerburgerlaan 2a, 2b, 7 en 9 Leidschendam

Gepland nee

Woning

Meeslouwerweg

1, 2, 3, 3a en 4

Leidschendam

nee

Woning

Oosteinde

9a en 11

Leidschendam

nee

Woning

Westeinderweg

6, 8, 8a, 10, 10a, 12, 14 en 16

Leidschendam

Woning

Veursestraatweg

288, 290, 300 en 302

Leidschendam

Manege

Veursestraatweg

288

Leidschendam

Woonhuis

Stompwijkseweg

24, 26 en 28

Leidschendam

Voornemen is om te onderzoeken of aansluiten in de planperiode van deze panden haalbaar is, door oprukkende bebouwing van Vlietvoorde Voornemen is om te onderzoeken of aansluiten in de planperiode van deze panden haalbaar is, door oprukkende bebouwing van Vlietvoorde Voornemen is om te onderzoeken of aansluiten in de planperiode van deze panden haalbaar is, door oprukkende bebouwing van Vlietvoorde nee

Woonhuis

Meerpolder

1a

Leidschendam

nee

Woonhuis

Kniplaan

4

Leidschendam

nee

TOTAAL

29 stuks

Water- en rioleringsplan (WRP) 2022-2027 gemeente Leidschendam-Voorburg

79

Ongerioleerde panden Leidschendam-Voorburg

Aanleggen van een huisaansluitleiding om het afvalwater aan te bieden op de riolering is een verplichting van de huiseigenaar. Beheer en onderhoud van deze huisaansluitleidingen op het eigen perceel is ook de verantwoordelijkheid van de perceeleigenaar. De gemeente onderhoudt de leiding in openbaar gebied (kadastraal eigendom gemeente). In gebieden buiten de bebouwde kom zijn drukrioleringspompputten en afvoerende persleidingen vaak op particulier terrein gesitueerd. De gemeente is eigenaar van de drukrioleringspompput en de afvoerende persleiding. Aansluitleidingen vanaf gebouwen en woningen naar de pompput zijn eigendom van de woningeigenaar. Op deze stelsels mag voor een goede werking geen hemelwater zijn aangesloten. De woningeigenaren zijn daarom verplicht eventueel in het verleden aangesloten hemelwaterafvoeren en toestromend regenwater op een andere wijze te verwerken in de bodem of in oppervlaktewater. Bij aanleg van de drukriolering is dit niet gecontroleerd door de gemeente en daarom is dit tot nu toe gedoogd. De komende jaren zal een begin worden gemaakt om in overleg met de eigenaren de verharding af te koppelen. Indien er een verantwoordelijkheid hiervoor bij de gemeente blijkt te liggen, zal de gemeente een bijdrage in de kosten leveren. In de komende planperiode zullen kleinere drukrioleringsstelsels, overlastproof worden gemaakt.

Dat houdt in dat er voldoende berging en tijdige melding is om het afvalwater bij storingen 24 uur te bergen zonder dat dat leidt tot een overstorting van vuil water maar het oppervlaktewater. Inzamelen en verwerken van huishoudelijk afvalwater nieuwbouw De gemeente zal ook van nieuwbouw het huishoudelijk afvalwater inzamelen en verwerken. De ongeveer 150 panden in de nieuwe wijk Vlietvoorde worden in de komende planperiode aangesloten op de riolering. Onderzocht wordt of de 4 niet aangesloten panden in de omgeving kunnen worden aangesloten op de riolering. De eigenaar van ieder pand heeft een aansluitplicht als er gemeentelijke riolering in de buurt aanwezig is. Grondwaterlozingen en lozingen op open water (ook via een IBA) zijn in dat geval wettelijk niet toegestaan (in overeenstemming met het Besluit lozing afvalwater huishoudens - Blah). Individueel maatwerk is alleen mogelijk waar het gaat om de bescherming van de bodem en het oppervlaktewater. Om aan te kunnen sluiten doet de eigenaar een verzoek tot aansluiting aan het college. Maatwerk wordt verleend, mits de aansluiting de goede werking van de vrijverval riolering, het transportsysteem en de zuiveringen niet nadelig beïnvloeden en mits openbare riolering nabij aanwezig is of doelmatig aangelegd kan worden.

Zo kan de gemeente eisen stellen aan de afvoer (liter per seconde) om de goede werking van de gemeentelijke riolering te blijven behouden. Dan dient de aanvrager te voorzien in een berging of vermindering van de afvoersnelheid. De kosten ook in het openbare gebied komen voor rekening van de aanvrager. Het is niet toegestaan om hemelwater en/of grondwater aan te sluiten en te lozen op de druk, vuilwater- of gemengde riolering. Waar het enigszins mogelijk is, wordt hemelwater verwerkt op het eigen terrein (bijvoorbeeld opgeslagen in een buffertank voor toiletspoeling, wasmachine en/of besproeiing van de tuin) of direct afgevoerd op een nabije watergang. Het drinkwaterbedrijf DUNEA heeft hiervoor ook beleid rond waterbesparing. In geval geen hemelwaterriolering aanwezig en geen oppervlaktewater rond het perceel aanwezig is, dient in bemalingssgebieden met vrijverval riolering het hemelwater gescheiden van het afvalwater te worden aangeleverd bij het openbare gebied. De gemeente kan dan bij aanleg van hemelwaterriolering de aansluiting eenvoudig overzetten. In geval van drukrioleringsgebieden dient het water in de bodem op het eigen perceel te worden verwerkt of op oppervlaktewater te worden aangesloten via openbare grond of particuliere grond (van derden).

Water- en rioleringsplan (WRP) 2022-2027 gemeente Leidschendam-Voorburg

80

In aangewezen wateroverlastgebieden (in de riolering of oppervlaktewater) geldt dat bij nieuwbouw een waterberging van 50 mm neerslag (50 liter/m2 aanwezige en aan te leggen verharding) moet worden gerealiseerd voordat lozing op de riolering is toegestaan. Voor nieuwbouwwijken die na de bouwfase overgedragen gaan worden aan de gemeenten geldt actuele Wet- en regelgeving en de eisen die zijn vastgelegd in de anterieure overeenkomsten, de hemelwaterverordening en in de meest actuele versie van het gemeentelijke Handboek Beheer Openbare Ruimte op het betreffende moment van opleveren. Hiermee wordt uniformiteit, een minimaal kwaliteitsniveau en een goede onderhoudbaarheid verkregen van het over te dragen systeem tegen een vergelijkbaar kostenniveau met bestaande wijken. Inzamelen en verwerken afvalwater bedrijven De gemeente heeft een zorgplicht voor de inzameling en afvoer van stedelijk afvalwater, maar deze zorgplicht is niet onbeperkt. Zo geldt voor bedrijven dat de gemeente aan hun lozing aanvullende voorwaarden mag stellen. Deze lozingen worden beschouwd als een indirecte lozing en het hoogheemraadschap heeft hier ook een adviesrecht in, die als bindend wordt beschouwd als het gaat om de werking van het transportsysteem en de zuivering. Voorwaarden en normen voor deze lozingen zijn opgenomen in de “Nota bevordering doelmatige werking zuiveringtechnische werken, 2016”.

Dit met het oog op doelmatigheid. Er wordt een afweging gemaakt tussen grote investeringen en maatwerkoplossingen zoals bufferen of het spreiden van de lozing. Ook aan het lozingswater van (tijdelijke) bronneringen dat zonder bezwaar afgevoerd kan worden naar oppervlaktewater of via een retourbemaling in de ondergrond gebracht kan worden, kan de gemeente eisen stellen. De gemeente heeft slechts enkele grote lozers op haar grondgebied te weten: Stichting Haaglanden Medisch Centrum H vestiging Antoniushove aan de Burg. Banninglaan; Stichting Rivierduinen aan de Veursestraatweg Schakenbosch BV aan de Veursestraatweg Stichting Reinier De Graaf Groep aan de Fonteynenburghlaan Unibail-Rodamco Nederland Winkels B.V aan de Wegelia en Burg. Banninglaan.

Water- en rioleringsplan (WRP) 2022-2027 gemeente Leidschendam-Voorburg

81

9 Garanderen goede werking afvalwatersysteem Garanderen goede werking van drukrioolsystemen Hemelwater dat is aangesloten op pompputten van het drukrioleringssysteem ontregelt het systeem in zodanige mate, dat het niet acceptabel is voor het totale functioneren van het drukrioleringssysteem. Aansluiten van hemelwater op drukriolering is daarom niet toegestaan. Bestaande hemelwateraansluitingen dienen te worden verwijderd. Toenemende intensiteit van de regenbuien veroorzaken steeds grotere problemen. De afvoer via de pompen van buren die hun waterhuishouding wel op orde hebben, wordt weggedrukt door de grote hoeveelheid water tijdens regenval vanuit de pompen waar hemelwater wel op aangesloten is, met mogelijk schades en overlast tot gevolg. Zoals in paragraaf 3.5.3 is en bijlage 9 omschreven is het ook niet toegestaan om drainage aan te sluiten op de drukriolering. In drukrioleringsgebieden worden daarom projecten opgestart om geleidelijk aan de in het verleden aangesloten verhardingen die door de gemeente gedoogd zijn alsnog af te koppelen. Eventuele kosten die de gemeente hiervoor maakt worden vanwege de toenemende extreme neerslag gefinancierd uit de kredieten voor klimaatadaptatie (Bui van de Eeuw).

Voorkomen van schade door vuilwater In straten waar nog een gemengde riolering ligt of dakoppervlak nog is aangesloten op het vuilwaterstelsel dragen inwoners bij om schade te voorkomen in hun woningen en andere gebouwen. Daarvoor brengen inwoners een overloopvoorziening met stankscherm aan in alle regenpijpen (in overeenstemming met het bouwbesluit en NEN-EN Binnenhuisriolering). Dit relatief eenvoudige systeem voorkomt, dat bij hoge druk in het gemeentelijke stelsel en in de huisriolering ten gevolge van extreme regenval, vies rioolwater via de toiletpot, douche of gootsteen de woning of het gebouw instroomt en schade en onhygiënische situaties veroorzaakt in het gebouw. De overloopconstructie zorgt ervoor dat dit rioolwater buiten het gebouw overstroomt. Overloopvoorzieningen

Goed functioneren persleidingen Om afvalwater te transporteren ligt in de gemeente een relatief beperkt persleidingenstelsel vanaf en tussen de gebiedsrioolgemalen. De gemeente inspecteerde en reinigde, in overeenstemming met het geldend beleid, de persleidingen tot 2019 niet planmatig, omdat persleidingen zelfreinigend horen te zijn. Reiniging gebeurde incidenteel, na meldingen en op basis van storingsmeldingen waaruit herleid kon worden dat er sprake was van sterk vervuilde persleidingen. In de komende planperiode wordt hiermee eenmalig planmatig omgegaan om gegevens te verzamelen voor structureel risico gestuurd onderhoud. Steeds wordt één derde deel van alle persleidingen gereinigd om de bedrijfszekerheid te vergroten. Tijdens deze éénmalige complete reinigingsronde met een totale doorlooptijd van 3 jaar, zal relevante data worden verzameld voor een verder risico gestuurd onderhoud. Hierbij wordt eenmalig bepaald welke persleidingen daadwerkelijk (sterk) vervuilen en welke persleiding (redelijk) zelfreinigend zijn. Er zal daarna een aangepaste risico gestuurde reinigingsstrategie voor alle persleidingen worden uitgewerkt waarbij op basis van de verkregen data, de vervuiling, kosten, toename van het energiegebruik en de risico’s, integraal worden afgewogen.

Afvalwater van bodemenergiesystemen (WKO) Bij de aanleg en het onderhoud van de “bodemenergiesystemen” komt afvalwater vrij. Dit afvalwater kan als volgt worden onderscheiden: Spoelwater als gevolg van de aanleg van bodemenergiesystemen: Dit is een eenmalige, relatief kleine lozing. Het water bevat bentoniet en polymeren. Spoelwater als gevolg van het onderhouden (regenereren) van bodemenergiesystemen: Dit zijn periodieke lozingen van grote hoeveelheden grondwater.

Water- en rioleringsplan (WRP) 2022-2027 gemeente Leidschendam-Voorburg

82

Voor open bodemenergiesystemen is de provincie bevoegd gezag. Voor de aanleg is een watervergunning vereist. Ondanks dat het niet wettelijk verplicht is, is het van belang dat door de Provincie, voordat verlening van de vergunning plaatsvindt, afgestemd wordt met de gemeente. De lozingen kunnen namelijk kwaliteitsproblemen (bijvoorbeeld brak water) en hydraulische problemen veroorzaken voor de riolering. Algemene regels voor de lozingsroute zijn van toepassing zoals opgenomen in: Besluit lozen buiten inrichtingen hoofdstuk 3a. alsmede Algemene regels ten aanzien van bodemenergiesystemen; Artikel 3a.2. Activiteitenbesluit § 3.2.8. Installeren en in werking hebben van een gesloten bodemenergiesysteem; Artikel 3.16h. waarin gesteld is dat lozen van spoelwater dat bij het boren voor een gesloten bodemenergiesysteem vrijkomt, is toegestaan in of op de bodem. Er kan aanvullende regelgeving gelden zoals de Provinciale Milieuverordening Zuid-Holland en aanvullende regels in en nabij drinkwaterwingebieden. De gemeente stelt in de aansluitverordening aanvullende eisen voor lozingen op de riolering. De Hoogheemraadschappen stellen aanvullende eisen voor lozingen op het oppervlaktewater.

Rioolvreemd water Rioolvreemd water is schoon water dat ten onrechte als afvalwater in de riolering terecht komt, zoals bijvoorbeeld grondwater dat in lekke riolering spoelt of hemelwater dat foutief is aangesloten op de DWA-riool. Het belast onnodig de riolering en de AWZI en vult onnodig de beschikbare berging, waardoor er minder ruimte is voor berging en afvoer van hemelwater bij buien. De gemeente heeft alleen inzicht in de hoeveelheid rioolvreemd water op de vijf hoofdgemalen. Over 2020/2021 worden op basis van pompdata en drinkwaterdata de hoeveelheden bepaald in het kader van de OAS Harnaschpolder door het NAD Gemalenbeheer of door het Dataplatform NAD. Voor bemalingsgebieden waar veel rioolvreemd water wordt afgevoerd en waar dit problematisch is, wordt een plan van aanpak opgesteld om de hoeveelheid rioolvreemd water in de planperiode te gaan te beperken.

Water- en rioleringsplan (WRP) 2022-2027 gemeente Leidschendam-Voorburg

83

10 Toelichting op afkoppelen Het scheiden van schoon en vervuild water, het zogenaamde afkoppelen van verhard oppervlak van de gemengde riolering, is om verschillende redenen aantrekkelijk. Afkoppelen kan de afvoercapaciteit van de riolering vergroten en het risico op wateroverlast daarmee verkleinen. Daarnaast kan de oppervlaktewaterkwaliteit verbeteren doordat het huishoudelijk water niet meer via overstorten in het oppervlaktewater kan komen en de extra hoeveelheid schoon regenwater voor meer doorstroming zorgt in de watergangen. Ook neemt de kwantitatieve belasting van rioolgemalen en zuivering af en is minder afvoer- en verwerkingscapaciteit nodig. Kleinere rioolgemalen die minder lang draaien verbruiken minder energie waardoor minder CO2 wordt geproduceerd. In de afvalwaterriolering kan met kleinere buizen worden volstaan, die goedkoper in aanleg en beheer zijn. Naast de kwantitatieve belasting verandert ook de kwalitatieve belasting van de zuivering. Het water dat nog wel naar de zuivering wordt verpompt is namelijk vuiler (want minder verdund met schoon regenwater), waardoor het zuiveringsproces efficiënter wordt en de mogelijkheid tot het rendabel terugwinnen van grondstoffen en produceren van energie uit afvalwater groter wordt.

In bestaand gebied vergt afkoppelen substantiële investeringen ondanks de zoveel mogelijk gelijktijdige uitvoering met andere noodzakelijke werkzaamheden, zoals vooral rioolvervanging. De gemeente kiest de strategie van een zorgvuldige afweging van kosten en baten op basis van risico’s op wateroverlast, verwachte kwantitatieve en kwalitatieve effecten op het oppervlaktewater en draagvlak bij bewoners. Voor bepalen van de effecten van afkoppelen is het belangrijk is om inzicht te hebben in de werking van het water- en rioleringssysteem. De periodieke stresstest draagt bij aan dit inzicht, evenals meldingen van burgers over wateroverlast en waterstandsmetingen in de riolering. Afkoppelen combineren we bij voorkeur met andere werken zoals weg- of wijkreconstructies (herstratingswerken in combinatie met groenwerken). De kansen die zich dan voordoen gebruiken we om hemelwater af te koppelen van de vuilwaterriolering terwijl er gelijk onderzocht wordt of er Steenbreekkansen benut kunnen worden. In de gemeente Leidschendam-Voorburg is circa 47% van het verhard oppervlak afwaterend op de gemengde riolering al afgekoppeld. Doelstelling is om 0,5% van het nog wel aangesloten verhard oppervlak gemiddeld per jaar af te koppelen (in overeenstemming met de KPI’s Bestuursakkoord 2021-2027 NAD). Dat wil zeggen dat in 2027 de 50% wordt bereikt.

Daar waar nieuwe riolering wordt aangelegd of een rioolvervanging plaatsvindt, zal dat altijd een gescheiden stelsel zijn (met uitzondering van bedrijventerreinen, waar maatwerk nodig is), ook als dat inhoudt dat de gescheiden riolering tijdelijk nog onderdeel is van een gemengd rioleringsstelsel en nog niet direct als gescheiden stelsel kan functioneren. Bij de keuze voor afkoppelen geldt als randvoorwaarde dat het oppervlaktewatersysteem voldoende ruimte heeft om de extra afvoer te bergen en af te voeren, hiervoor wordt afstemming gezocht met het Hoogheemraadschap. Mogelijk zijn aanvullende maatregelen nodig om risico’s op wateroverlast vanuit het oppervlaktewater niet te laten toenemen. De gemeente streeft per wijk (waar mogelijk) naar een groene inrichting, minder verharding, ontharden en het toepassen van infiltratie-voorzieningen. Ook de aanleg van wadi’s of overstroombare oevers zijn mogelijkheden om water vertraagd af te voeren en piekwaterstanden in het oppervlaktewater te verlagen. Speeltuinen (eventueel thematisch ingericht), groenstroken en delen van parken worden bij de Water- en rioleringsplan (WRP) 2022-2027 gemeente Leidschendam-Voorburg

84

afkoppelprojecten betrokken om te dienen als tijdelijk overloopbuffer bij hevige regenval of als middel om te komen tot een vertraagde afvoer naar oppervlaktewater.

Water- en rioleringsplan (WRP) 2022-2027 gemeente Leidschendam-Voorburg

85

11 Klimaatontwikkeling Dat het klimaat verandert staat vast, de trend is duidelijk waarneembaar (zie onderstaande figuur) maar het is nog onzeker hoeveel en hoe groot de effecten op het waterbeheer in de toekomst zullen zijn. De geprognotiseerde buienintensiteit is namelijk te relateren aan de verwachte gemiddelde temperatuurstijging in de toekomst en daar zit een onzekerheidsmarge op.

Jaartemperatuur op 5 KNMI-hoofdstations (bron: KNMI)

Tussen 1910 en 2013 nam de jaarlijkse neerslag in Nederland toe met 26 procent. Tussen 1951 en 2013 bedroeg de toename 14 procent (Figuur Waargenomen jaarlijkse neerslag). Alle seizoenen, behalve de zomer, zijn natter geworden. Tussen 1951 en 2013 nam in Nederland het aantal dagen per jaar toe met ten minste 10 millimeter neerslag in de winter of ten minste 20 millimeter neerslag in de zomer. Gemiddeld overschrijdt de neerslag deze drempelwaarden overal in Nederland enkele keren per jaar. De grootste toename van deze gematigde extremen vond plaats in de kustgebieden. Het totaal aantal dagen met meer dan 0,1 millimeter neerslag, zogeheten 'natte dagen' of 'regendagen', veranderde niet. Door de toename van de temperatuur is ook de hoeveelheid waterdamp in de lucht toegenomen sinds 1950. Dit verklaart gedeeltelijk de toename van de jaarlijkse hoeveelheid neerslag. Het effect op zware buien is nog groter. Uit waarnemingen blijkt dat bij de meest extreme buien de hoeveelheid neerslag per uur toeneemt met ongeveer 12 procent per graad opwarming. Ter vergelijking zijn hieronder twee grafieken van gemeten neerslag weergegeven.

Water- en rioleringsplan (WRP) 2022-2027 gemeente Leidschendam-Voorburg

86

Waargenomen jaarlijkse neerslag in Nederland. Horizontale lijnen: gemiddelden over 30 jaar (bron: KNMI)

Bron: Rioned

Zie ook de site van het KNMI “Waarnemingen klimaatveranderingen”

Bui van de Eeuw De Bui van de Eeuw is gebaseerd de laatste en meest ongunstige klimaatscenario’s van het KNMI en is in 2018 vastgesteld. De Bui van de Eeuw is ontleend aan de DPRA-norm voor regenwateroverlast van 70 mm neerslag in 1 uur in het meest ongunstige klimaatscenario van het KNMI. Deze bui ligt op de lijn in bovenstaande grafiek, die eindigt bij de bui in Herwijnen 2011 en heeft daarbij een herhalingstijd van 200 jaar. In 2050 zal dat 100 jaar zijn. De Bui van de Eeuw is door de gemeente voorzien van een piekwaarde. De regenbui is daarvoor opgedeeld in blokjes van 5 minuten en zijn opgeteld 70 mm neerslag. In de piek van de bui valt er in 5 minuten 20 mm regen. Deze ontwerpbui wordt nu door het NAD gebruikt voor de klimaatstresstest in alle gemeenten die afvalwater afvoeren naar de AWZI Harnaschpolder.

Water- en rioleringsplan (WRP) 2022-2027 gemeente Leidschendam-Voorburg

87

Ontwerpregenbui 1x per 100 jaar 20

Neerslag in mm of liter/m2

18 16 14 12 10 8 6 4 2 0 5

10

15

20

Neerslag mm in 5 min

25

30

35

40

45

50

55

60

Tijd (minuten)

Water- en rioleringsplan (WRP) 2022-2027 gemeente Leidschendam-Voorburg

88

12 Klimaatadaptatie Resultaat stresstest We kunnen constateren dat het aantal potentiele knelpunten beperkt is en een deel van die potentiele knelpunten al is aangepakt of de aanpak daarvan zit al in de planning. Zo worden potentiele wateroverlastknelpunten vanuit het bui-van-de eeuwprogramma systematisch aangepakt of meegenomen in het rioolprogramma. Wat betreft hitte en droogte wordt preventief ingezet op het meer vasthouden van regenwater via afkoppelen van verharding en daken, infiltratie en groene daken. Onder andere Operatie Steenbreek wordt geïntensiveerd door extra communicatie, een programma voor het beperken van hittestress en droogte door het vergroenen van de leefomgeving. Via de risicodialoog wordt periodiek afgestemd met onder andere corporaties en de hulpdiensten. Zo worden de uitkomsten van deze eerste dialoog benut om de stresstest verder te verfijnen en te kijken waar de gemeente samen met de dialoogpartners tot verdere verbeteringen kan komen. Alhoewel de gemeente klimaatadaptatie qua beleid en uitvoering goed verankerd heeft is er geen reden om achterover te leunen. De klimaatscenario’s van het KNMI worden periodiek bijgesteld en de klimaatverandering lijkt zich te versnellen. Stilstand betekent daardoor door toenemende verstedelijking, bodemdaling en klimaatverandering feitelijk een achteruitgang.

In de komende planperiode blijft de gemeente zich daarom actief inzetten op vergroening, vasthouden van water en klimaatbestendig maken van Leidschendam-Voorburg. Iedere 6 jaar (de volgende dus in 2026) zal de stresstest opnieuw uitgevoerd worden en geijkt worden aan de dan geldende uitgangspunten voor verwachte temperatuurstijging en andere verwachtingen rond klimaatparameters.

Water- en rioleringsplan (WRP) 2022-2027 gemeente Leidschendam-Voorburg

89

Klimaatadaptieve maatregelen Het meest relevant voor dit WRP is het risico op schade ten gevolge van hevige regen. Maar we beschouwen de effecten in samenhang en kiezen bij voorkeur oplossingen die helpen tegen zoveel mogelijk effecten tegelijk. Dit betekent een uitdaging voor het riolerings- en waterbeheer in het stedelijk gebied. Wateroverlast treedt hier eerder op vanwege een groot percentage verhard oppervlak. Tegelijk is de schade bij wateroverlast hier groot vergeleken met het landelijk gebied door de grote dichtheid aan ‘hoogwaardige’ functies zoals winkels, bedrijven en particuliere woningen. Het verschil tussen vloerpeilen en weghoogten is gering; water kan gemakkelijk naar binnen stromen. Ondertussen heeft de gemeente zelf of samen met andere partijen de waterbergingstekorten in de polders goeddeels opgelost. De klimaatverandering zet echter door. In de Regionale Klimaatadaptatiestrategie Haaglanden 2014 (RAS) worden de veranderingen in beeld gebracht en is een strategie geschetst om te anticiperen op die klimaatverandering. Deze strategie wordt gevolgd om waterbergings- en verdrogingsproblemen voor te blijven en het systeem robuust te houden. De gemeente wil anticiperen op de toekomst en inzicht krijgen in de ‘zwakke plekken’ van riolering en het stedelijk watersysteem bij extreme neerslag. Vervolgens is het de vraag hoe schade bij wateroverlast beperkt kan worden.

De gemeente kiest zowel in het verkrijgen van inzicht als de keuze van maatregelen voor een innovatieve aanpak. Uit de uitgevoerde stresstest wateroverlast volgen de kwetsbare plekken in het systeem en waar het mogelijk zinvol is voorzorgsmaatregelen te treffen. De gemeente focust zich daarbij vooral op een klimaatbestendige inrichting van het openbaar gebied. Van oudsher is het hoogteverschil van 20 tot 30 cm tussen vloerpeil en straatpeil bedoeld om wateroverlast door extreme neerslag te voorkomen. Door klimaatverandering, veranderingen in de inrichting van straten, eisen voor toegankelijkheid voor minder validen en verminderde acceptatie van wateroverlast is dit hoogteverschil niet overal aanwezig. Soms is er zoveel verharding in de directe omgeving en de weg zo smal, dat dit hoogteverschil van 20 cm niet meer voldoende is. Het verhogen van stoepen en drempels bij bestaande bebouwing is een voorbeeld van meer klimaatbestendige inrichting. In ruimtelijke plannen voor nieuwbouw wordt daarom gewaarborgd dat het vloerpeil op voldoende hoogte ten opzichte van de straat wordt aangelegd. Hiermee wordt gestreefd naar het tijdelijk bergen van water op straat. Het betreft hier de tijd tot circa 1 uur na de bui die de riolering nodig heeft om het water af te voeren.

Bij opstellen van spelregels voor inbreidingsplannen en aanvragen voor omgevingsvergunning van nieuwe bouwplannen is afstemming binnen de gemeente over de keuze van het bouwpeil noodzakelijk. Bij het advies wordt ook de ontwateringsdiepte van het grondwater meegenomen. De insteek is minimaal 20 cm hoogteverschil te realiseren, maar dit is niet altijd inpasbaar vanwege bestaande bebouwing in de omgeving. Wel wordt als dat nodig is aanpassing van het wegprofiel geëist.

Water- en rioleringsplan (WRP) 2022-2027 gemeente Leidschendam-Voorburg

90

Europees en Nationaal wordt ingezet op fysieke maatregelen om de effecten van de klimaatverandering op te vangen. Tevens wordt gekeken naar reductie aan de bron, zoals beperken vrijkomen CO2. De Nederlandse overheid zet verder vooral in op het vergroten van de afvoer van rivieren en de opvang van water binnen stroomgebieden van de rivieren en het versterken van rivierdijken, zeedijk en duinen. Regionaal en gemeentelijk vindt een verdere vertaling plaats naar fysieke maatregelen op basis van specifieke gebiedskenmerken. Hierbij gaat het om: het opvangen en afvoeren van overtollig hemelwater; het vasthouden, bergen en aanvoeren van water om verdroging tegen te gaan en zo hitteopbouw met behulp van voldoende vitaal groen, te kunnen beperken. De gemeente kan niet garanderen dat er geen wateroverlast of hinder ontstaat. Steeds heviger buien maken dat onmogelijk. Eens in de honderd jaar kan wel 70 millimeter in een uur gaan vallen6. Wel proberen we wateroverlast zoveel mogelijk te voorkomen, de duur van de overlast te beperken en het water op straat zoveel mogelijk in goede banen te leiden en tijdelijk op te slaan in daarvoor aangewezen gebieden (parken, groenstroken, speelplaatsen). Schade willen we binnen hetgeen wat maatschappelijk verantwoord is, voorkomen of beperken.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leidschendam&id=13fed589-ab0f-47b1-86e8-5750f8da630a