2173-03 05032021_Toelichting bestemmingsplan Vlietvoorde_vastgesteld.pdf
Tekst van het document
“Vlietvoorde”
bestemmingsplan Vlietvoorde
Inhoudsopgave
Toelichting
5
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging en begrenzing van het plangebied 1.3 Vigerende bestemmingsplannen 1.4 Opbouw van het plan
6 6 6 8 10
Hoofdstuk 2 Beleidskader 2.1 Inleiding 2.2 Rijksbeleid 2.3 Regionaal en provinciaal beleid 2.4 Gemeentelijk beleid
11 11 11 13 21
Hoofdstuk 3 Bestaande situatie 3.1 Inleiding 3.2 Bestaande functies en ruimtelijke structuren
26 26 26
Hoofdstuk 4 Toekomstige situatie 4.1 Inleiding 4.2 Visie op het plangebied 4.3 Feitelijke ontwikkelingen in het plangebied 4.4 Gevolgen voor dit ruimtelijke plan
29 29 29 31 34
Hoofdstuk 5 Milieu- en omgevingsaspecten 5.1 Inleiding 5.2 Water 5.3 Bodem 5.4 Niet-gesprongen explosieven 5.5 Stikstofemissie 5.6 Luchtkwaliteit 5.7 Geluid 5.8 Flora en Fauna 5.9 Externe veiligheid 5.10 Kabels en leidingen 5.11 Duurzaamheid 5.12 Bedrijven - en milieuzonering 5.13 Verkeer en parkeren 5.14 Vormvrije m.e.r.-beoordeling
36 36 36 44 48 50 50 52 55 57 59 60 61 62 65
Hoofdstuk 6 Cultureel erfgoed 6.1 Inleiding 6.2 Archeologisch erfgoed 6.3 Cultuurhistorisch erfgoed
66 66 66 74
Hoofdstuk 7 Juridische vormgeving 7.1 Systematiek van de bestemmingsregels 7.2 Inleidende regels 7.3 Bestemmingsregels 7.4 Algemene regels, overgangs- en slotregels 7.5 Toepassing en handhaving van het bestemmingsplan
75 75 75 75 76 77
Hoofdstuk 8 Economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid 8.1 Economische uitvoerbaarheid 8.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid
78 78 79
2
(vastgesteld)
bestemmingsplan Vlietvoorde
Bijlagen Toelichting
84
Bijlage 1
Woonvisie woningmarktregio Haaglanden
85
Bijlage 2
Beeldkwaliteitplan Vlietvoorde
86
Bijlage 3
Quickscan flora & fauna
87
Bijlage 4
Aanvullende inventarisatie rugstreeppad
88
Bijlage 5
Vooronderzoek niet-gesprongen explosieven
89
Bijlage 6
Akoestisch onderzoek
90
Bijlage 7
Verkeersstudie Veursestraatweg
91
Bijlage 8
Archeologisch proefsleuvenonderzoek
92
Bijlage 9
Aerius berekening
93
Bijlage 10
Notitie archeologievriendelijk bouwen
94
Bijlage 11
M.e.r. aanmeldnotitie
95
Bijlage 12
Nota Zienswijzen
96
(vastgesteld)
3
bestemmingsplan Vlietvoorde
4
(vastgesteld)
bestemmingsplan Vlietvoorde
Toelichting
(vastgesteld)
5
bestemmingsplan Vlietvoorde
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Het plangebied 'Vlietvoorde' bevindt zich aan de Veursestraatweg tussen Leidschendam en Voorschoten. Voorheen bevonden zich op de percelen een groot glastuinbouwcomplex plus een tuincentrum met een oppervlakte van circa 130.000 m2. Door het gebruik van de gronden voor glastuinbouw is de oorspronkelijke (landschappelijke) inrichting van het gebied verdwenen. Wat op dit moment rest, na het weghalen van de glastuinbouw, zijn grote open weilanden met weinig reliëf en een beperkte (natuur)waarde. De gemeente Leidschendam-Voorburg heeft de ambitie om de Duivenvoordecorridor ecologisch en recreatief te versterken. Woningbouw is hierbij onder voorwaarden toegestaan. Waarbij binnen het plangebied 'Wonen als gast in het landschap' is. Initiatiefnemer heeft een visie voor een groen woonmilieu ontwikkeld. In drie verschillende landschappelijke woongebieden (Bos, de Kreek en de Plas) worden verschillende woningtypen ontwikkeld. Centraal tussen deze drie verschillende woongebieden wordt het in de 17de eeuw gestichte landgoed Oostbos in ere hersteld. Een vierde, nader te ontwikkelen woongebied valt buiten de ontwikkelingen binnen onderhavig bestemmingsplan. Het vierde toekomstige woongebied is in afbeelding 1 en 2 middels een wit kader globaal weergegeven.
Het plangebied 'Vlietvoorde' ligt binnen de vigerende beheersverordening '2017 Leidschendam Voorburg', zoals vastgesteld door de gemeenteraad van Leidschendam - Voorburg op 30 mei 2017. Het ontwikkelen van de beoogde woningen past niet binnen de vigerende bestemming. Het plangebied van 'Vlietvoorde' is groter dan het te ontwikkelen gebied. Onderdeel van het plangebied en onderhavig bestemmingsplan zijn ook de percelen en daarbij behorende bestaande woningen aan de Veursestraatweg. Voor deze woningen is onderhavig bestemmingsplan conserverend van aard. De bestaande planologische situatie, zoals die nu vigeert op basis van de beheersverordening, wordt gehandhaafd.
1.2
Ligging en begrenzing van het plangebied
Het plangebied is gelegen aan de Veursestraatweg (N447) tussen Leidschendam en Voorschoten. Het plangebied bevindt zich in de 'Duivenvoordecorridor', het landelijk gebied tussen Leidschendam-Voorburg en Voorschoten. Het plangebied grenst aan de zuidoostelijke zijde aan de Vliet en het achterliggende open landschap. De Veursestraatweg ligt ten westen van het plangebied. het plangebied bestaat uit 42 percelen, kadastraal bekend als gemeente Veur, sectie A, perceelnummers 347, 346, 362, 1063, 1079, 1080, 1117, 1120, 1184, 1188, 1239, 1263, 1348, 1377, 1378, 1379, 1381, 1382, 1383, 1384, 1434, 1435, 1442, 1449, 1450, 1478, 1514, 1515, 1521, 1522, 1523, 1524, 1525, 1526, 1540, 1580, 1581, 1582, 1583, 1584, 1585, 1611, 3233.
6
(vastgesteld)
bestemmingsplan Vlietvoorde
Afbeelding 1 Kadastrale gegevens plangebied 'Vlietvoorde'
Afbeelding 2 Ligging plangebied 'Vlietvoorde'
(vastgesteld)
7
bestemmingsplan Vlietvoorde
1.3
Vigerende bestemmingsplannen
Binnen het plangebied vigeert de 'beheersverordening 2017 Leidschendam-Voorburg' in combinatie met het bestemmingsplan 'Duivenvoordecorridor. De beheersverordening is vastgesteld op 30 mei 2017 en op 21 juni 2017 in werking getreden. Het onderliggende bestemmingsplan is vastgesteld op 5 september 2007 en onherroepelijk sinds 29 juli 2009.
Afbeelding 3 Uitsnede vigerende beheersverordening '2017 Leidschendam-Voorburg' Voor het plangebied gelden de enkelbestemmingen 'agrarisch gebied met landschappelijke waarden / open gebied', 'uit te werken buitenplaats', 'water', 'verkeers- en verblijfsgebied', 'bedrijfsdoeleinden nader uit te werken' en 'woondoeleinden'. De gronden op de plankaart voor 'uit te werken buitenplaats' zijn onder andere bestemd voor woondoeleinden met de daarbij behorende tuinen en erven. Delen van het plangebied die grenzen aan de opvaarten en de Vliet hebben de dubbelbestemming 'Primair waterkering'. Specifieke bebouwing in het gebied heeft de functieaanduiding 'cultuurhistorisch waardevolle bebouwing'. Het plangebied ligt net buiten de landgoederenzone Wassenaar Voorschoten - Leidschendam - Voorburg, dat is aangewezen als Rijksbeschermd dorpsgezicht.
8
(vastgesteld)
bestemmingsplan Vlietvoorde
Afbeelding 4 Landgoederenzone Wassenaar - Voorschoten - Leidschendam - Voorburg (kleine groene kader valt buiten het plangebied) De maximale footprint aan nieuwe gebouwen die met voorliggend bestemmingsplan mogelijk worden gemaakt zijn gebaseerd op het bestuursconvenant Duivenvoordecorridor. In paragraaf 2.3.1 wordt het bestuursconvenant nader toegelicht aan de hand van een tabel. Voorliggend bestemmingsplan maakt onderdeel uit van het totale programma Vlietvoorde waarbinnen maximaal 18.200 m 2 aan nieuwe bebouwing is toegestaan. De gemeente Leidschendam - Voorburg en de initiatiefnemer hebben een overeenkomst gesloten waarin is afgesproken dat er maximaal 12.200 m2 nieuwe bebouwing binnen de woongebieden 'bos', 'plas' en 'kreek', zoals weergegeven op de verbeelding, gerealiseerd mag worden. Aanvullend maakt voorliggend bestemmingsplan de realisatie van een landhuis (500 m 2) en een paviljoen (300 m2) mogelijk. Voor het landhuis wordt een binnenplanse afwijkingsbevoegdheid opgenomen waarmee het maximale oppervlakte kan worden vergroot tot maximaal 750 m2 ten behoeve van een maatschappelijke functie.
De totale footprint die met voorliggend bestemmingsplan gerealiseerd wordt bedraagt daarmee 13.000 m2 , indien de afwijkingsbevoegdheid voor het landhuis wordt toegepast bedraagt de maximale footprint 13.250 m2 De ontwikkeling van drie verschillende landschappelijke woonmilieus en landgoed Oostbos past niet binnen de vigerende beheersverordening. Met het voorliggende bestemmingsplan 'Vlietvoorde' wordt de beoogde ontwikkeling juridisch-planologisch mogelijk gemaakt.
(vastgesteld)
9
bestemmingsplan Vlietvoorde
1.4
Opbouw van het plan
Het bestemmingsplan ''Vlietvoorde'' bestaat uit een drietal onderdelen, te weten: de toelichting (plus bijlagen); de regels (plus bijlagen); de verbeelding (in de vorm van geometrisch bepaalde planobjecten). 1.4.1
De toelichting
Na een inleiding in dit eerste hoofdstuk, is de toelichting als volgt opgebouwd: In hoofdstuk 2 wordt ingegaan op het ruimtelijk beleid op Europees-, rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk niveau. De relevante onderdelen worden benoemd en waar nodig vertaald naar het bestemmingsplan; In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op de bestaande situatie; In hoofdstuk 4 wordt het toekomstbeeld voor het plangebied geschetst. Daarbij wordt specifiek ingegaan op onderhavige ontwikkeling; In hoofdstuk 5 wordt ingegaan op diverse relevante milieuaspecten; Hoofdstuk 6 gaat in op de in het plangebied aanwezige cultuurhistorische waarden en archeologie; In hoofdstuk 7 is opgenomen hoe de in het bestemmingsplan benoemde keuzes juridisch worden vormgegeven in de regels en op de verbeelding; Tenslotte wordt in hoofdstuk 8 de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan beschreven. Hierbij wordt ingegaan op het overleg met andere partijen, de maatschappelijke en de financieel-economische uitvoerbaarheid. 1.4.2
De regels
De regels en de (digitale) verbeelding vormen samen het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan. Zij leggen de bouw- en gebruiksmogelijkheden van de gronden en opstallen in het plangebied vast en vormen het formele beoordelingskader voor de aanvraag van een omgevingsvergunning. De regels en de verbeelding zijn opgesteld in overeenstemming met de geldende verplichte standaarden voor digitaal vergelijkbare en uitwisselbare bestemmingsplannen, die onder meer zijn vastgelegd in de IMRO2012 en de SVBP2012.
10
(vastgesteld)
bestemmingsplan Vlietvoorde
Hoofdstuk 2 2.1
Beleidskader
Inleiding
In dit hoofdstuk wordt een overzicht gegeven van het voor het plangebied 'Vlietvoorde' relevante ruimtelijk beleid op Rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk schaalniveau. Dit beleidskader vormt de formele basis voor ontwikkelingen in het plangebied en is daarnaast een onderbouwing voor de beleidskeuze die in het plan zijn gemaakt.
2.2
Rijksbeleid
2.2.1
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte
De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte, door de minister vastgesteld op 13 maart 2012, geeft een totaalbeeld voor het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid op rijksniveau. Het Rijk formuleert drie hoofddoelen om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te houden voor de middellange termijn (2028): Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland; Het verbeteren, in stand houden en ruimtelijk zeker stellen van de bereikbaarheid, waarbij de gebruiker voorop staat; Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden blijven. Het Rijk stelt heldere ambities voor Nederland in 2040 en geeft haar visie hoe Nederland in 2040 er voor moet staan. Dit op basis van de (inter)nationale ontwikkelingen die de ruimtelijke en mobiliteitsopgaven, zowel bovengronds als ondergronds, richting 2040 bepalen. Zo werkt het Rijk aan een concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig Nederland. Het Rijk kiest voor een selectieve inzet van rijksbeleid op slechts 13 nationale belangen. Buiten deze 13 belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. Tevens wordt een eenvoudigere regelgeving nagestreefd.
Daarbij verwacht het Rijk dat andere overheden zich eveneens inzetten voor meer eenvoud en verdere integratie op het gebied van ruimtelijke regelgeving. De 13 belangen in de SVIR zijn gelijkwaardig aan elkaar en beïnvloeden elkaar onderling. Vergroten van de concurrentiekracht van Nederland 1. Een excellente ruimtelijk-economische structuur van Nederland door een aantrekkelijk vestigingsklimaat in- en goede internationale bereikbaarheid van de stedelijke regio's met een concentratie van topsectoren; 2. Ruimte voor het hoofdnetwerk voor (duurzame) energievoorziening en energietransitie; 3. Ruimte voor het hoofdnetwerk voor vervoer van (gevaarlijke) stoffen via buisleidingen; 4. Efficiënt gebruik van de ondergrond; Verbeteren en ruimtelijke zekerstellen van de bereikbaarheid 5. Een robuust hoofdnet van wegen, spoorwegen en vaarwegen rondom en tussen de belangrijkste stedelijke regio's inclusief de achterlandverbindingen; 6. Betere benutting van de capaciteit van het bestaande mobiliteitssysteem; 7. Het instandhouden van het hoofdnet van wegen, spoorwegen en vaarwegen om het functioneren van het mobiliteitssysteem te waarborgen;
(vastgesteld)
11
bestemmingsplan Vlietvoorde Waarborgen kwaliteit leefomgeving 8. Verbeteren van de milieukwaliteit (lucht, bodem, water) en bescherming tegen geluidsoverlast en externe veiligheidsrisico's; 9. Ruimte voor waterveiligheid, een duurzame zoetwatervoorziening en kaders voor klimaatbestendige stedelijke (her)ontwikkeling; 10. Ruimte voor behoud en versterking van (inter)nationale unieke cultuurhistorische en natuurlijke kwaliteiten; 11. Ruimte voor een nationaal netwerk van natuur voor het overleven en ontwikkelen van flora- en faunasoorten; 12. Ruimte voor militaire terreinen en activiteiten; 13. Zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. Doorwerking plangebied De Duivenvoordecorridor heeft een hoge cultuurhistorische waarde. Door de invulling met grootschalige glastuinbouw heeft het plangebied zijn oorspronkelijk landschaps- en cultuurhistorische waarden verloren. Door de sloop van de tuinbouwkassen en het realiseren van de beoogde ontwikkeling, keren de landschappelijke-, cultuurhistorische en ecologische waarden in het plangebied terug. Het behouden en versterken Zuid - Hollandse landgoederenlandschap in combinatie met de aanleg van bos, wateren en doorzichten zijn essentieel voor de cultuurhistorische waarden en identiteit van Nederland.
Met de realisatie van onderhavig planvoornemen wordt de bemaling in het gebied stopgezet, het water krijgt de vrijheid. Vrijheid geven aan oppervlakte water heeft een positief effect op de waterveiligheid en de klimaatbestendigheid van woongebieden. De toevoeging van extra oppervlakte water draagt bovendien op een positieve wijze bij aan hittebestrijding. Met de sanering van de glastuinbouwkassen zijn fragmenten van de cultuurhistorische rijkdom in het gebied al weer zichtbaar geworden. Door de sloop van de tuinbouwkassen heeft er nadere cultuurhistorisch en archeologisch onderzoek kunnen plaatsvinden en zijn archeologische vondsten in het plangebied blootgelegd, waaronder het Romeinse kanaal van Corbulo en de buitenplaats van het landgoed Oostbos. Gezamenlijk vormen ze de herkenbare en beeldbepalende structuren en richtingen in het gebied en zijn ze het uitgangspunt voor het landschappelijk en stedenbouwkundig plan van Vlietvoorde. Daardoor houdt het plan 'Vlietvoorde' rekening met de in het SVIR benoemde belangen en krijgen ecologie, landschap, water en cultuurhistorie weer ruimte in het gebied.
12
(vastgesteld)
bestemmingsplan Vlietvoorde
2.3
Regionaal en provinciaal beleid
2.3.1
Bestuursconvenant Duivenvoordecorridor
Het convenant, ondertekend op 19 februari 2008 tussen het voormalig Ministerie van VROM, de provincie Zuid Holland en de gemeenten Leidschendam-Voorburg en Wassenaar, heeft tot doel om een ruimtelijke invulling te geven voor de Duivenvoordecorridor. De ambitie is het realiseren van een duurzame landschappelijke structuur en het waarborgen de aanwezigheid van de duurzame recreatiefunctie in een overwegend groen landschap. In de Duivenvoordecorridor dient niet meer woningbouw plaats te vinden dan strikt noodzakelijk. Het bestuursconvenant maakt de realisatie van woningbouw mogelijk, als kostendrager voor de kosten voor verwerving en sloop van voormalige tuinbouwbedrijven, waarbij de footprint/bebouwingsoppervlakte van de nieuwe woningbouw niet groter mag zijn dan 15% van de oppervlakte aan voormalig tuinbouwbedrijf. In onderstaande tabel is een overzicht opgenomen van het aantal gesloopte opstallen en te realiseren woonbebouwing in de Duivenvoordecorridor.
Reeds gesloopt Reeds verantwoord in provinciale beschikking 177.265 m2 d.d. 19 september gesloopt in 2016, 2017, 2018 en 2019
34.439 m2
Totaal gesloopt t//m heden
211.704 m2
(Maximaal) te bebouwen in (deelplannen) Duivenvoordecorridor Maximaal te bebouwen footprint conform het bestuursconvenant Duivenvoordecorridor
31.755,6 m2
Programma Noorthey
4000 m2
Programma Buitenvoorde
1500 m2
Programma 't Schakelstuk
1000 m2
Programma Vlietvoorde
18.200 m2
Totaal bebouwd oppervlakte (gepland)
24.700 m2
Resterende programma ruimte
7,055,6 m2
De vrijkomende ruimte moet betekenis hebben voor de groene ruimte en op een duurzame manier worden ingepast. Er is een kwaliteitsteam (Q-team) ingesteld om hierover te adviseren en plannen te beoordelen. Na een heroriëntatie van de oorspronkelijk plannen in de Duivenvoordecorridor in de loop van 2015, heeft de Gemeente Leidschendam-Voorburg in 2016 de spelregels voor de planontwikkeling opnieuw vastgelegd in een Ruimtelijke uitnodiging. Alle kwantitatieve en kwalitatieve afspraken uit het convenant voor de Duivenvoordecorridor zijn daarbij als uitgangspunt gehanteerd. De Ruimtelijke uitnodiging wordt beschreven in paragraaf 2.4.2. Op basis van het bestuursconvenant bedraagt de maximale footprint aan nieuwe bebouwing binnen het gehele programma Vlietvoorde maximaal 18.200 m2. De gemeente Leidschendam - Voorburg en de initiatiefnemer hebben een overeenkomst gesloten waarin is afgesproken dat er maximaal 12.200 m2 nieuwe bebouwing binnen de woongebieden 'bos', 'plas' en 'kreek', zoals weergegeven op de verbeelding, gerealiseerd mag worden. Aanvullend maakt voorliggend bestemmingsplan de realisatie van een landhuis (500 m2) en een paviljoen (300 m2) mogelijk. Voor het landhuis wordt een binnenplanse afwijkingsbevoegdheid opgenomen waarmee het maximale oppervlakte kan worden vergroot tot 750 m2 ten behoeve van een maatschappelijke functie.
De totale footprint die met voorliggend bestemmingsplan gerealiseerd wordt bedraagt daarmee 13.000 m 2 , indien de afwijkingsbevoegdheid voor het landhuis wordt toegepast bedraagt de maximale footprint 13.250 m2 .
(vastgesteld)
13
bestemmingsplan Vlietvoorde Met de realisatie van 12.200 m2 nieuwe bebouwing binnen de woongebiedengebieden 'bos', 'plas' en 'kreek' resteert er nog 6.000 m2 voor het vierde woonveld binnen het volledige programma Vlietvoorde. De vrijkomende ruimte moet betekenis hebben voor de groene ruimte (het landschap) en op een duurzame manier worden ingepast. Het eerder genoemde Q-team heeft een adviserende taak en beoordeelt de voorgestelde ontwikkelingen binnen de Duivenvoordecorridor. Het plan 'Vlietvoorde' wordt dan ook in afstemming met het Q-team geconcretiseerd en ingevuld.
2.3.2
Beeldkwaliteitplan Duivenvoordecorridor
Het Rijk, de Provincie Zuid-Holland en de gemeenten Leidschendam- Voorburg en Voorschoten willen de komende jaren aan het landschap van de Duivenvoordecorridor weer kwaliteit toevoegen. Zij willen de cultuurhistorische waarde, de recreatieve mogelijkheden en haar betekenis als ecologische verbinding versterken. Verouderde glasbestanden worden omgevormd tot open landschap. Lanen worden hersteld en het bosbestand wordt uitgebreid. De venige gronden langs de Vliet worden deels ontwikkeld tot natte ecologische verbindingszone. Alle ruimtelijke plannen binnen de Duivenvoordecorridor worden getoetst door een kwaliteitsteam, het eerder genoemde Q-team. Deze wordt gevormd door d stedenbouwkundigen van de gemeenten, vertegenwoordigers van de beide gemeentelijke welstandscommissies en externe landschapsarchitecten en stedenbouwkundigen. Met dit beeldkwaliteitplan wil het kwaliteitsteam aan ontwikkelende partijen vooraf aangeven aan welke kwaliteitseisen plannen moet voldoen, opdat van meet af aan helder is waaraan de plannen worden getoetst. Een goed ontwerp is meer dan de optelsom van randvoorwaarden, het gaat daarbij ook om de samenhang der dingen, om de balans die tussen de verschillende uitgangspunten is gevonden. Iedere ontwerper en ontwikkelaar kent het gevoel dat niet alles zich in toetsbare regels laat vatten.
Om die reden zijn naast de ‘regels’ ook de achtergronden bij die regels verwoord. Het beeldkwaliteitplan treedt in de plaats van de welstandsnota van de beide gemeenten en is een aanvulling op de voornoemde bestemmingsplannen, de notitie ‘Werken aan een vernieuwd historisch landschap’ en de inrichtingsplannen die beide gemeenten voor hun deel van de Duivenvoordecorridor hebben vastgesteld. Doorwerking plangebied Met onderhavig bestemmingsplan wordt de gewenste kwaliteit toegevoegd aan het plangebied. In het beeldkwaliteitplan is de nadruk gelegd op het terugbrengen van de cultuurhistorische, ecologisch en recreatieve waarden. Onderhavig bestemmingsplan stelt de gemeente Leidschendam - Voorburg in staat het oude landgoed Oostbos in ere te herstellen. Het landgoed wordt grotendeels openbaar en kan door de inwoners voor recreatieve doeleinden gebruikt worden. Het beeldkwaliteitplan is vastgesteld in maart 2013 waarmee het inmiddels verouderd is. Het beeldkwaliteitplan is de basis geweest voor de ruimtelijke uitnodiging van de gemeente Leidschendam - Voorburg waarmee de gewenste kwaliteit is geborgd. In paragraaf 2.4.2 wordt toegelicht op welke wijze onderhavig bestemmingsplan past binnen de ruimtelijke uitnodiging van de gemeente Leidschendam - Voorburg.
14
(vastgesteld)
bestemmingsplan Vlietvoorde 2.3.3
Omgevingsvisie provincie Zuid - Holland
Het Omgevingsbeleid van de provincie Zuid-Holland bestaat uit twee kader stellende instrumenten: de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening. De Provinciale Staten van Zuid-Holland hebben op 20 februari 2019 de Omgevingsvisie Zuid-Holland en de Omgevingsverordening Zuid-Holland vastgesteld. Beiden zijn op 1 april 2019 in werking getreden en opgesteld in het kader van de Omgevingswet die in 2022 in werking treed. Het beleid is gericht op het realiseren van maatschappelijke belangen en het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit. De Omgevingsvisie benoemt voor de provincie de visie, ambities en opgaven voor de provincie Zuid-Holland. De omgevingsvisie bevat zes richtinggevende ambities in de fysieke leefomgeving: Naar een klimaatbestendige delta; Naar een nieuwe economie: the next level; Naar een levendige meerkernige metropool; Energievernieuwing; Best bereikbare provincie; Gezonde en aantrekkelijke leefomgeving. Naast de zes ambities stelt de provincie in de omgevingsvisie 12 provinciale opgaven voor de omgevingskwaliteit vast. De provincie werkt bij deze opgaven samen met andere overheden en maatschappelijke partners.
De 12 provinciale opgaven omgevingskwaliteit zijn: Landschap en cultuurhistorie, Gezondheid en veiligheid, Natuur en recreatie, Ruimte en verstedelijking (de bebouwde ruimte beter benutten), Wonen, Bodem en ondergrond, Cultuurparticipatie en bibliotheken, Klimaatadaptie, Zoetwater en drinkwater, Bereikbaarheid, Regionale economie en Energievoorziening. Ook het programma Ruimte en de Kwaliteitskaart zijn onderdeel van de Omgevingsvisie van de provincie Zuid - Holland. Het programma Ruimte bevat een nadere invulling en operationalisering van ruimtelijk relevante onderdelen van de Omgevingsvisie. Daarbij gaat het om locatie specifieke of de programmatische invulling van beleidsbeslissingen uit de Omgevingsvisie. Om aan te geven wat de provincie verstaat onder gebiedskwaliteit is een integrale Kwaliteitskaart opgenomen in de Omgevingsvisie. Deze integrale Kwaliteitskaart is opgebouwd uit vier lagen: 1. Laag van de ondergrond. De grondslag van de provincie en de natuurlijke (landschapsvormende) processen; 2. Laag van de cultuur-en natuurlandschappen. De laag van het zichtbare landschap en (grondgebonden) nut; 3. Laag van de stedelijke occupatie. De steden en dorpen en hun onderlinge netwerken; 4. Laag van de beleving. De identiteit en (recreatieve) beleving. De kwaliteitskaart bevat de belangrijkste kenmerken (richtpunten) van een gebied.
Karakteristiek voor Zuid-Holland zijn de delta-, veen-, rivieren- en kustlandschappen. Deze moeten herkenbaar blijven. Een richtpunt beschrijft hoe de provincie Zuid-Holland kwaliteit van een gebied bij nieuwe ontwikkelingen wil behouden of versterken. Bij aanpassingen in het landschap moet rekening gehouden worden met deze richtpunten. Een plan dat de kwaliteiten van een gebied versterkt is in ieders belang. Per laag is een aantal specifieke richtpunten aangegeven waar bij de ontwikkeling van een gebied rekening moet worden gehouden. Uitgangspunt daarbij is dat ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk zijn, zolang er sprake is van behoud of versterking van de gedefinieerde ruimtelijke kwaliteit in de Kwaliteitskaart (ja, mits-beleid). Dit beleid geldt zowel voor het stedelijk als het landelijk gebied.
(vastgesteld)
15
bestemmingsplan Vlietvoorde Doorwerking plangebied De voorgestelde ontwikkeling draagt bij aan de provinciale ambitie van een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving. In het plan 'Vlietvoorde' wordt wonen met het nieuwe te creëren landschap verbonden. De woningen zijn 'gast' in het landschap. Dat betekent dat landschap en natuur direct vanuit de woning waarneembaar is. Een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving wordt als prettig ervaren, nodigt uit tot gezond gedrag en beschermt tegen negatieve omgevingsinvloeden. Deze doelstellingen worden met het plan 'Vlietvoorde' gehaald. Door de landschappelijke en ecologische kwaliteiten van het gebied, de ruime opzet en onder andere de recreatieve mogelijkheden in het gebied is 'Vlietvoorde' een aantrekkelijke woonomgeving. Bos, groen en water is direct vanuit de woning binnen handbereik. Daarmee is de drempel laag om in het gebied te wandelen, fietsen, sporten en recreëren. Het gezonde gedrag van bewoners wordt optimaal gestimuleerd.
2.3.3.1 De Kwaliteitskaart De voorgestelde ontwikkeling is aan de verschillende lagen van de kwaliteitskaart getoetst. 1. Laag van de ondergrond Het plangebied heeft verschillende ondergronden. Het noordelijke gedeelte valt binnen de contouren van de ondergrond 'strandwallen en oude duinen'. Het voormalige strand- en duinlandschap is een reliëfrijk, overwegend niet gecultiveerd, zandlandschap van strand en jonge duinen met hoge natuur- en recreatiewaarden; De kern van het plangebied valt binnen de contouren van de ondergrond 'kustcomplex'. Ontwikkelingen op deze ondergrond versterken en gebruiken waar mogelijk de natuurlijke dynamiek en omstandigheden van de kust (o.a. vooroevers en voordelta's); Het zuidelijke gedeelte valt binnen de contouren van de ondergrond 'veencomplex'. Een groot deel van Zuid-Holland bestaat uit veengronden met een hoge waterstand. Ontwikkelingen in het veenlandschap dragen zorg voor behoud van het veen en zijn met name bij de diepe veenpakketten gericht op het beperken van de bodemdaling De hoofddoelstelling van de 'laag van de ondergrond' is dat ontwikkelingen zorg dragen voor het behoud van het openbare karakter en de afwisseling in de belevingskwaliteit (van druk naar rustig) langs de kust van Zuid-Holland. 2. Laag van cultuur- en natuurlandschappen Het plangebied is onderdeel van de contouren van het landgoederenlandschap.
Het landgoederenlandschap kenmerkt zich door het herkenbare en afwisselende patroon van historische buitenplaatsen en landgoederen, volgroeide bossen en open ruimtes met nog deels een agrarische functie. Hier is de landschapsgradiënt van duin naar veen nog herkenbaar terug te vinden. Deze gebieden hebben een hoge recreatieve en cultuurhistorische waarde. Belangrijke richtpunten zijn dat ontwikkelingen bijdragen aan het vergroten van de herkenbaarheid van het landgoederenlandschap, de afwisseling tussen beboste strandwallen met landgoederen en buitenplaatsen en de kwaliteit van het ensemble van het landhuis, bijgebouw, tuin en park en de herkenbaarheid van het landgoed in het landschap. 3. Laag van de stedelijke occupatie Het plangebied valt binnen de contouren voor bouwwerken voor energieopwekking die in de laag 'stedelijke occupatie' zijn opgenomen. Nieuwe vormen van energie zullen steeds meer het landschap beïnvloeden. Diverse nieuwe energiedragers zijn bouwwerken die, afhankelijk van locatie, vorm en grootte, matige tot grote invloed op het landschap kunnen hebben. 4. laag van de beleving Binnen de laag 'beleving' is de contour die de groene buffer aangeeft relevant. Het plangebied is onderdeel van deze groene buffer contour. Een groene buffer is een niet verstedelijkt landschap van relatief beperkte omvang tussen of grenzend aan de steden.
De bufferende werking hiervan is van grote waarde. De kwaliteit “niet-verstedelijkt gebied" of luwte blijft behouden of wordt waar mogelijk versterkt. Het richtpunt is dat er in principe geen grootschalige ontwikkelingen plaatsvinden. De ontwikkelingen die wel plaatsvinden dragen bij aan de recreatieve gebruiks- en belevingswaarde en de contrastkwaliteit met het stedelijk gebied.
16
(vastgesteld)
bestemmingsplan Vlietvoorde
Doorwerking plangebied Het plan 'Vlietvoorde' is gesitueerd tussen de Veursestraatweg en de Vliet. Vanuit de Veursestraatweg wordt één centrale ontsluitingsweg aangelegd die de (woon)gebieden van Vlietvoorde met de omgeving ontsluit. Om het openbare karakter van het gebied en de belevingskwaliteit vanaf de Veursestraatweg en Vliet te borgen zijn in het stedenbouwkundig- en landschappelijk plan verschillende zichtlijnen opgenomen. De zichtlijnen zorgen voor een zichtbaarheid en beleving van het gebied in onderlinge samenhang en vanuit de omgeving. Vlietvoorde wordt daarmee geen afgesloten of solitair gelegen gebied, maar is op een logische manier ingebed in het landschap. De stedenbouwkundige- en landschappelijke opzet van het plangebied houdt rekening met de verschillende ondergronden in het gebied. Het plangebied heeft de kenmerken van een kleine delta. Onder andere door het terugbrengen van water in het gebied worden de waardevolle veenlandschappen beschermd en versterkt. In de middenzone van het 'Vlietvoorde' wordt het voormalige landgoed en landhuis Oostbos in ere hersteld als landgoed ingericht om daarmee aan te sluiten op de kenmerken van de laag 'cultuur- en natuurlandschappen'. Woningen zijn te gast in het landschap om grootschalige ontwikkeling in het gebied te voorkomen en beleving van het gebied te versterken.
Het groen en landschap bepaald nadrukkelijk de hoofdstructuur en zorgt voor de bufferfunctie zoals benoemd in de laag 'beleving'. Gezien de cultuurhistorische- en landschappelijke kwaliteiten van het gebied is de realisatie van bouwwerken voor energieopwekking zoals windmolens en/of zonneweides minder passend. In de te realiseren hoofdbebouwing worden elementen toegevoegd zodat deels in eigen energie kan worden voorzien.
(vastgesteld)
17
bestemmingsplan Vlietvoorde 2.3.4
Omgevingsverordening provincie Zuid-Holland
De Omgevingsverordening Zuid-Holland is gezamenlijk met de Omgevingsvisie op 20 februari 2019 vastgesteld en op 1 april 2019 in werking getreden. Ook de Omgevingsverordening is in het kader van de Omgevingswet opgesteld en het juridische fundament van de Omgevingsvisie. De Omgevingsverordening stelt regels over de volgende aspecten: activiteiten door burgers en bedrijven; tot het openbaar bestuur gerichte regels over het ambitieniveau voor de leefomgevingskwaliteit; onderlinge taakverdeling; doorwerking provinciaal beleid naar andere bestuursorganen via instructieregels; financiële bepalingen; procedures van voorbereiding; handhaving; schade; monitoring en informatie; adviesorganen; overgangsrecht. De omgevingsverordening geeft invulling aan de maatschappelijke opgaven uit de provinciale omgevingsvisie. De omgevingsverordening bevat alle provinciale regels voor de fysieke leefomgeving. Dit kunnen regels zijn over activiteiten, zoals een stedelijke ontwikkeling. Onderhavig bestemmingsplan maakt een stedelijke ontwikkeling mogelijk buiten bestaand stedelijk gebied. Het artikel 'stedelijke ontwikkelingen' is relevant voor de voorgenomen ontwikkeling. Artikel 6.10 Stedelijke ontwikkelingen 1. Een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, voldoet aan de volgende eisen: a.
de toelichting van het bestemmingsplan gaat in op de toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking overeenkomstig artikel 3.1.6, tweede, derde en vierde lid van het Besluit ruimtelijke ordening; b. Indien in de behoefte aan de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stads- en dorpsgebied kan worden voorzien en voor zover daarvoor een locatie groter dan 3 hectare nodig is, wordt gebruik gemaakt van locaties die zijn opgenomen in het Programma ruimte. 2. Gedeputeerde Staten kunnen bij de aanvaarding van een regionale visie aangeven in hoeverre de ladder voor duurzame verstedelijking op regionaal niveau geheel of gedeeltelijk is doorlopen. In de toelichting van het bestemmingsplan kan in dat geval worden verwezen naar de regionale visie bij de beschrijving van de behoefte aan een nieuwe stedelijke ontwikkeling, als bedoeld in artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening 3. Gedeputeerde Staten kunnen een regionale visie voor wonen of bedrijventerreinen vaststellen. Een bestemmingsplan bevat geen bestemmingen die in strijd zijn met de door gedeputeerde staten vastgestelde regionale visie. Om de voorgestelde ontwikkeling binnen de regels van omgevingsverordening te kunnen realiseren is het noodzakelijk dat de Ladder voor duurzame verstedelijking wordt doorlopen.
De Ladder is opgenomen in artikel 3.1.6, tweede, derde en vierde lid van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro).
18
(vastgesteld)
bestemmingsplan Vlietvoorde 2.3.5
Ladder voor duurzame verstedelijking
Bij de bepaling van de behoefte aan een voorgenomen woningbouwontwikkeling die een nieuwe stedelijke ontwikkeling (12 of meer nieuwe woningen) behelst, gaat het volgens de Ladder voor duurzame verstedelijking om de confrontatie van de lange termijn prognose van de vraag met het woningaanbod in de bestaande plancapaciteit om in die vraag te voorzien. Ook als alleen een oordeel nodig is of een plan in overeenstemming met goede ruimtelijke ordening is, moet volgens het Besluit ruimtelijke ordening beoordeeld en onderbouwd worden of de mogelijke woningbouwontwikkeling voorziet in een behoefte (binnen een planperiode van in beginsel tien jaar). De Ladder voor duurzame verstedelijking bestaat nu uit twee onderdelen. Het tweede lid van artikel 3.1.6. Bro omvat de Ladder voor duurzame verstedelijking. Deze luidt: 'De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.' 1. Behoefte van de voorgestelde ontwikkeling De gemeente Leidschendam-Voorburg werkt samen met buurgemeenten bij de afstemming van de woningbouwprogramma's.
De provincie Zuid-Holland heeft de woningmarktregio’s gevraagd om een gezamenlijke woonvisie op te stellen en hun woningbouwprogramma regionaal af te stemmen. Dit heeft geresulteerd in de 'Woonvisie woningmarktregio Haaglanden 2017 - 2021'. De woonvisie woningmarktregio Haaglanden 2017 - 2021 is toegevoegd in bijlage 1. De regionale woonvisie is richtinggevend voor gemeente bij hun lokale woonbeleid. Het visiedeel van de regionale woonvisie kijkt daarbij zo'n 10 jaar vooruit. De concrete ambities en maatregelen zijn gericht op de korte termijn: de periode 2017 tot en met 2021. Zeker tot 2025 groeit het aantal huishoudens in de regio Haaglanden (50.000). De nieuwe huishoudens zijn gemiddeld kleiner, bestaan wat minder uit (klassieke) gezinnen zijn (iets) vaker éénverdieners. Voor de regio betekenen deze cijfers dat er in de komende jaren een aanzienlijke bouwopgave ligt om iedereen aan een goede woning te helpen. Een opgave waarbij de focus niet alleen ligt op eengezinswoningen, maar ook op gestapelde woningbouw. Dit laatste vanwege de verwachte toename van het aantal kleinere huishoudens. In de woonvisie wordt geconstateerd dat door het sterk toegenomen marktvertrouwen de vraag in de (middel)dure segmenten weer toe neemt. Jarenlang zijn er nagenoeg geen woningen in deze segmenten gerealiseerd.
Het herstel op de koopwoningmarkt in de regio neemt toe en de vraag naar het (middel)dure segment neemt toe. In 2012 is onder de huishoudens in de regio onderzoek geweest onder de naam 'Grote Woontest Haaglanden'. Hieruit komt naar voren dat driekwart van de huishoudens in de regio tevreden is met hun huidige woonomgeving en woning. De bewoners van de suburbane wijken geven aan eigenlijk liever in een andere woonomgeving te willen wonen, namelijk in een omgeving die meer exclusief, meer dorps of juist meer stedelijk is. Een omgeving met een duidelijkere herkenbaarheid en eigen identiteit. Om beter op deze vraag in te spelen is het zaak om het aanbod van stedelijke, dorpse en exclusieve woonmilieus in de regio toe te laten nemen. Dit kan zowel door middel van een hierop geënt nieuwbouwprogramma voor nieuwe wijken, maar ook door het aanpassen van de bestaande wijken aan de hand van transformatie, verdichting en/of kleinschalige sloop-nieuwbouw. De ambitie is dan ook om het geplande nieuwe aanbod van ruim 50.000 woningen beter aan te laten sluiten op de behoeften van de consument door programma's om te buigen naar meer gewenste woningtypen en prijscategorieën binnen met name rustig stedelijke of dorpse woonmilieus. De regio gaat hierop sturen aan de hand van te verlenen bouwvergunningen en bestemmingsplanwijzigingen.
In het najaar van 2018 is door Woningmarktregio Haaglanden een actueel overzicht van het woningbouwprogramma in de regio en de stand van zaken omtrent de regionale woonvisie naar de provincie Zuid-Holland gestuurd. Het plan 'Vlietvoorde' is als één van de concrete ontwikkelingen in dat woningbouwprogramma genoemd. In een reactie daarop (brief d.d. 21-05-2019) heeft de provincie laten weten in te stemmen met het aangeleverde woningbouwprogramma voor de plannen tot 2030 (waaronder Vlietvoorde) en ook instemt met de behoefteonderbouwing voor de plannen in de periode tot 2030. De provincie geeft aan dat het toevoegen van een significant deel aan de middeldure woningvoorraad gunstig is voor de doorstroming tussen de verschillende marktsegmenten. Het plan Vlietvoorde speelt daar op in.
(vastgesteld)
19
bestemmingsplan Vlietvoorde Er wordt een nieuw rustig stedelijk woonmilieu gerealiseerd dat aansluit op het karakter van Leidschendam en het gebied (buitengebied). De ontwikkeling speelt dan zowel kwantitatief als kwalitatief in op de behoefte. 2. Waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied? Op verschillende plekken binnen de gemeente Leidschendam-Voorburg worden locaties herontwikkeld naar woningbouw. Echter blijft de woningbouwopgave in de gemeente en in de regio onverminderd groot en zijn ook andere locaties buiten het stedelijk gebied noodzakelijk om te kunnen voldoen aan de vraag voor nieuwe woningbouwlocaties. De herontwikkeling van een voormalig glastuinbouwgebied is hiervoor uitermate geschikt. In paragraaf 2.3.1 is reeds toegelicht hoeveel vierkante meter aan oude opstallen en bebouwing gesloopt is binnen de gehele Duivenvoordecorridor. De gemeente Leidschendam - Voorburg en de provincie Zuid - Holland hebben gezamenlijke afspraken gemaakt hoeveel woningbouw hiervoor in ruil gerealiseerd mag worden. Binnen de grenzen van het volledige programma Vlietvoorde mag in totaal 18.200 m 2 aan nieuwe bebouwing gerealiseerd worden binnen de vier woongebieden. Met de realisatie van 12.200 m2 nieuwe bebouwing binnen de deelgebieden 'bos', 'plas' en 'kreek' resteert er nog 6.000 m 2 voor het vierde woonveld.
De open omgeving en de ligging aan de Vliet biedt kansen voor de ontwikkeling van een rustig landelijk woonmilieu in een groene omgeving nabij de Vliet. De realisatie van een rustig landelijk woonmilieu past niet binnen het bestaand stedelijk gebied van de gemeente Leidschendam Voorburg. De gemeente Leidschendam-Voorburg kiest er voor om vraag naar gestapelde woningbouw vooral in het stedelijke gebied te concentreren. Dit woningtype past beter in een dergelijke omgeving. Met de herontwikkeling van dit voormalig kassengebied ontstaan er bovendien kansen om natuurontwikkeling in het gebied te stimuleren. Op basis van de cultuurhistorische atlas van de provincie Zuid - Holland kan geconcludeerd worden dat het plangebied behoort tot de landgoedbiopoot. Het plangebied ligt binnen het zogenaamde 'blikveld'. Met de voorgestelde ontwikkeling wordt de identiteit van de provincie Zuid - Holland en de Duivenvoordecorridor versterkt.
Afbeelding 5 Landgoed biotopen provincie Zuid - Holland (bron: cultuurhistorische atlas pzv) Met het doorlopen van de Ladder voor duurzame verstedelijking is voldoende gemotiveerd dat het plan Vlietvoorde voldoet aan de marktvraag en behoefte. Het plan sluit aan op de uitgangspunten en ambities van de regionale woonvisie en de actuele inzichten zoals deze door Woningmarktregio Haaglanden met de provincie Zuid-Holland is gedeeld. De provincie heeft hiermee ingestemd.
20
(vastgesteld)
bestemmingsplan Vlietvoorde
2.4
Gemeentelijk beleid
2.4.1
Structuurvisie Ruimte voor Wensen 2040, herijking 2012
De Structuurvisie Ruimte voor Wensen 2040 is vastgesteld in 2006 en herijkt vastgesteld op 25 september 2012. De structuurvisie vormt de basis voor de (bestuurlijk) strategische keuzes en geeft richting aan de hoofdlijnen van het gewenste ruimtelijke ontwikkelingsbeeld van de gemeente tot 2040. Als overkoepelende ambitie streeft de structuurvisie naar een positionering van de gemeente als aantrekkelijke, groene en duurzame woon- en werkstad. De herijkte uitgangspunten (opgaven, doelstellingen en ambities) zijn vertaald naar drie pijlers: versterken van de groene woonstad; verbeteren van economische kansen en voorzieningenstructuur; beter benutten en verbeteren van de bereikbaarheid. De structuurvisie gaat daarbij uit van een indeling van de gemeente in een stedelijk gebied, de Vlietzone en het buitengebied. Het plangebied 'Vlietvoorde' valt binnen de Vlietzone. De Duivenvoordecorridor is het enige gebied waar ontwikkeling plaats mag vinden buiten de rode contouren. Afbeelding 5 laat zien dat het plangebied 'Vlietvoorde' binnen de Duivenvoordecorridor gesitueerd ligt. Voor het buitengebied zijn de onderstaande opgaven geformuleerd.
Ambities en ontwikkelingen in de Vlietzone benutten en verder versterken van de groen-blauwe kwaliteiten en de recreatieve potentie van de Vlietzone; grote ruimtelijke dynamiek creëren op de middellange en lange termijn in samenhang met verbetering van de bereikbaarheid (MIRT-opgaven Haaglanden); versterken van de identiteit van de kernen en benutten van de ligging van de oude kernen en cultuurhistorische kwaliteiten aan de Vliet; excellente woonmilieus creëren aan de Vlietoevers. Het gehele spectrum aan woonmilieus is binnen de gemeente Leidschendam-Voorburg aanwezig, van vroeg naoorlogse wijken, landgoederen, groen wonen, stedelijk wonen, vooroorlogse wijken en historische dorpskernen tot flatwijken. Het gemeentelijk streven is gericht op ‘complete wijken’ met alle voorzieningen en verschillende woningtypen in verschillende prijsklassen in aansluiting op de behoefte en de markt. Versterking van de cultuurhistorische waarden van gebieden als Vlietzone, Duivenvoordecorridor, het historische lint en de kernen draagt bij aan de identiteit en diversiteit van de bestaande en nieuwe woonmilieus. De economische kansen worden ondersteund door de diversiteit in aanbod van woonmilieus.
Afbeelding 6 Uitsnede structuurbeeld 'integrale opgaven stedelijk gebied'. Het plangebied is rood omcirkeld.
(vastgesteld)
21
bestemmingsplan Vlietvoorde Doorwerking plangebied De ontwikkeling van een landschappelijk woonmilieu binnen de Duivenvoordecorridor past binnen de verschillende pijlers zoals in de structuurvisie opgenomen. Door de grootschalige glastuinbouw heeft het plangebied zijn natuur en cultuurhistorische waarden verloren. Met de beoogde ontwikkeling keren de landschappelijke-, cultuurhistorische en natuurlijke functie van het plangebied terug die ten tijde van de glastuinbouw verloren zijn gegaan. De Duivenvoordecorridor is bovendien het enige gebied waar ontwikkeling van woningbouw plaats mag vinden buiten de rode contouren. Met de ontwikkeling van Vlietvoorde wordt er een nieuw woongebied met eigen karakter en identiteit ontwikkeld. In de stedenbouwkundige opzet van Vlietvoorde vormen de groen-blauwe kwaliteiten de basis van het plan. In het gebied is 'wonen te gast' en geeft deze bebouwingstypologie een specifieke identiteit aan het gebied. Vlietvoorde is daarmee aanvullend op de reeds bestaande woongebieden binnen de gemeente Leidschendam-Voorburg. Met de realisatie van een landelijk woonmilieu draagt het bestemmingsplan bij aan de realisatie van 'excellente woonmilieus aan de Vlietoevers'. Ook de recreatieve potentie wordt met het plan Vlietvoorde versterkt.
Bestaande watergangen (opvaarten) in het gebied zijn naast een drager van het stedenbouwkundig plan ook een mogelijkheid voor recreatief gebruik. De opvaarten blijven in verbinding staan met de Vliet en zijn toegangen tot de waterpartijen rondom de woningen van 'Kreek' en 'Plas'. Zowel de opvaarten als het water rondom de woningen wordt geschikt gemaakt voor het aanmeren van onder andere kleine bootjes. Naast waterrecreatie heeft het landgoed Oostbos eveneens een recreatieve functie in het gebied. Het gebied is straks geschikt voor een wandeling en educatie. Ook het cultuurhistorische kanaal van Corbulo zal door middel van bovengrondse recreatieve aanwijzingen weer tot leven komen voor wandelaars en fietsers. Het geplande horecapaviljoens aan de opvaart maakt het voor recreatieve bezoekers aantrekkelijker om het landgoed te bezoeken. Na oplevering van de ontwikkeling zal het plangebied duurzaam en met zorg worden onderhouden. Het beheer en bezit van het landschap en de openbare ruimte komt voor een groot deel in collectieve handen van de gebruiker en de bewoners. Beheer van het groen en de verzorging van de aanwezige flora en fauna. Vlietvoorde moet een duurzame ontwikkeling worden waarbij zowel collectief als individueel wordt ingezet op een circulaire samenleving. De verdere duurzaamheidsmaatregelen en ambities worden besproken in paragraaf 5.11.
De beoogde opzet en gebruik van het gebied Vlietvoorde sluit aan op de in de structuurvisie gestelde ambities.
2.4.2
Ruimtelijke uitnodiging: 'Maak het in de Duivenvoordecorridor'
De gemeente Leidschendam - Voorburg heeft op 7 juni 2018 de ruimtelijke uitnodiging voor onderhavig bestemmingsplan vastgesteld. Na een uitgebreid overleg met verschillende belanghebbende vormt de ruimtelijke uitnodiging het kader voor de gewenste ontwikkelingen binnen Vlietvoorde. Met de ruimtelijke uitnodiging biedt de gemeente Leidschendam - Voorburg de ontwikkelingsplannen niet volledig uitgewerkt ter uitvoering aan, maar schetst het alleen de kaders, wensen en ambities voor elk deelplan in Vlietvoorde. De uitdaging is aan de markt om creatief, inventief en onderscheidend invulling te geven aan het werkelijke programma, de fasering en onze samenwerking. De gemeente Leidschendam - Voorburg zocht een initiatiefnemer die met visie, vastberadenheid en vakmanschap een groen landschap weet te versterken en optimaal invulling te geven aan een onderscheidend woonmilieu buiten de bestaande contour van de gemeente. De centrale opgave luidde als volgt: “Van de toekomstige Duivenvoordecorridor wordt verwacht dat het een ecologische en landschappelijke kwaliteit heeft die is gebaseerd op de historische kenmerken en kwaliteiten van het gebied.
De kwaliteit moet het onderscheidende karakter van de woonmilieus definiëren en het gebied ecologisch en recreatief versterken." Binnen Vlietvoorde staan landschap en ecologie, cultuurhistorie en archeologie, wonen, recreatie en duurzaamheid centraal.
22
(vastgesteld)
bestemmingsplan Vlietvoorde Doorwerking plangebied Initiatiefnemer heeft de ruimtelijke uitnodiging van de gemeente Leidschendam - Voorburg ter harte genomen en een planboek voor Vlietvoorde ingediend. De gemeente Leidschendam - Voorburg en initiatiefnemer zijn gezamenlijk tot een akkoord gekomen over de ontwikkelingen binnen Vlietvoorde. Initiatiefnemer heeft aan de belangrijkste thema's binnen de ruimtelijke uitnodiging van de gemeente Leidschendam - Voorburg een invulling gegeven. In onderhavig bestemmingsplan worden deze al volgt geborgd Landschap en ecologie Grote delen van het plangebied krijgen een groene invulling waarbij een afwisselend beeld van groen ontstaat. Het woongebied bos en het landgoed Oostbos zijn de pijlers van de groene afwisseling binnen het plangebied. Grote delen van het plangebied krijgen de bestemmingen 'Bos', 'Groen' en 'Water' om de realisatie van het landschap planologisch te borgen. Binnen het woongebied 'bos' wordt middels een nadere functieaanduiding 'bos' een groene long die aansluit op het landgoed Oostbos gewaarborgd. Cultuurhistorie en archeologie Het landgoed wordt de centrale drager van cultuurhistorie in het gebied. Het biedt plaats aan een scala aan activiteiten en functies.
Om voldoende ruimte te bieden aan die functies náást de aanwezige cultuurhistorische elementen, is gekozen voor een verlenging van het open veld tot dezelfde maat als het Kanaal van Corbulo. Op het landgoed komen alle bezoekers en bewoners samen om elkaar te ontmoeten, cultuurhistorie opdoen en te recreëren. Met zichtlijnen, doorzichten en paden worden landgoed en woonbuurten met elkaar in verbinding gesteld. Wonen De Duivenvoordecorridor is een aantrekkelijk natuurlandschap vol met cultuurhistorie. Binnen de woongebieden wordt rekening gehouden met de groene basisstructuur. In het bestemmingsplan worden beeldbepalende groene structuren planologisch geborgd middels de bestemming 'Groen'. Belang in de ruimtelijke uitnodiging zijn het creëren van groene oevers, afwisselende woningbouwtypologieën en structureel groen. Onderhavig bestemmingsplan maakt een afwisselend woningbouwprogramma mogelijk en draagt tevens bij aan de terugkeer van water en groene oevers nabij de Vliet. Recreatie De Duivenvoordecorridor vormt een van de weinige groene verbindingen tussen het Duingebied langs de kust en het Groene Hart. Bevordering van de landschaps- en natuurbeleving is een essentieel onderdeel van de versterking van het recreatieve profiel in de Duivenvoordecorridor.
Onderhavig bestemmingsplan maakt recreatie in de verschillende vormen mogelijk door de aanleg van wandelroutes, de realisatie van vaarroutes kleinschalige bootjes en de mogelijkheid tot oeverrecratie ter plaatse van de oevers.
2.4.3
WOONvisie gemeente Leidschendam - Voorburg 2016 - 2020
In de woonvisie gemeente Leidschendam - Voorburg 2016 -2020 zijn de actuele thema's op het gebied van huisvesting (met eventueel daarbij behorende knelpunten) binnen de gemeente in kaart gebracht. De gemeente stelt zich in de woonvisie doelen om specifieke opgaven te behalen. 1. Langer zelfstandig wonen is een ontwikkeling die vraagt om nieuwe oplossingen op het snijvlak van wonen en zorg. Er moet meer worden ingespeeld op de behoefte aan geschikte woonvormen in relatie tot de behoefte aan zorg en begeleiding. Dit vraagt enerzijds om anders te kijken naar de inzet van voorzieningen op het gebied van welzijn en zorg en de bestaande praktijk van de woningtoewijzing. Anderzijds moeten er in samenspraak met andere partijen creatieve oplossingen worden bedacht om het zelfstandig wonen voor mensen met een zorgvraag daadwerkelijk mogelijk te maken. 2. Er zijn onvoldoende goedkope woningen voor mensen met lage inkomens beschikbaar. De oplossing ligt, naast bijvoorbeeld nieuwbouw van sociale huurwoningen voor specifieke doelgroepen, ook in een meer op doelgroepen gerichte toewijzing van de bestaande sociale woningvoorraad en het bouwen van de juiste woningen in de middeldure sector om daarmee doorstroming te bevorderen.
(vastgesteld)
23
bestemmingsplan Vlietvoorde 3. Betaalbaarheid van het wonen vormt met name voor bewoners van corporatiewoningen een toenemend probleem. Binnen de beperkte oplossingsmogelijkheden die de gemeente heeft, wordt naast toepassing van de bestaande maatregelen voor mensen met lage inkomens of schuldproblemen gestuurd op het beperken van de woonlasten door stimulering van energiebesparende maatregelen en voorlichting. 4. Woonmilieus en leefbaarheid. De kwaliteit van de woningvoorraad en woonomgeving heeft in de voorgaande periode onvoldoende centraal gestaan. Door het definiëren van de gewenste woonmilieus in Leidschendam-Voorburg richt de gemeente zich meer op de leefbare en duurzame wijken, die meer aansluiten bij de woningbehoefte op de lange termijn. Doorwerking plangebied In de woonvisie zijn 2016 - 2020 zijn de woningbouwontwikkelingen binnen de Duivenvoordecorridor niet meegenomen. De ontwikkeling binnen de Duivenvoordecorridor vinden hun grondslag in de regionale en provinciale afspraken, het zogenaamde bestuursconvenant die in paragraaf 2.3.1 reeds is benoemd. Met de ontwikkeling van het woongebied 'Vlietvoorde' wordt de kwaliteit van de woningvoorraad en de woonomgeving vergroot. In het woongebied is 'wonen te gast' en geven de landschappelijke en ecologische kwaliteiten (in combinatie met de woningen) een bijzondere identiteit aan het gebied.
Met de ontwikkeling van Vlietvoorde staat de kwaliteit van de woningvoorraad en de woonomgeving weer centraal. Het te realiseren woningtype sluit aan op actuele marktbehoefte (zie paragraaf 2.3.4. Ladder voor Duurzame verstedelijking). Onderhavig bestemmingsplan sluit aan op de behoefte van de doelgroep landelijk buitenwonen. Het aanbod aan landelijk buitenwonen binnen bestaand stedelijk gebied is schaars en kan een impuls gebruiken. Onderhavig plangebied in combinatie met het bestuursconvenant Duivenvoordecorridor biedt een uniek kader voor de realisatie van landelijke buitenwoningen ter plaatse van de voormalige tuinbouwkassen. Alhoewel onderhavig bestemmingsplan niet expliciet aansluit op de doelstellingen in de woonvisie gemeente Leidschendam - Voorburg kunnen er wel positieve effecten aangewezen worden vanwege de realisatie van het woningbouwprogramma: De realisatie van woningen in een duurder segment zal zorgen voor doorstroming op de woningmarkt; Onderhavig plangebied leent zich voor de realisatie van woningen in een duurder segment waardoor locaties die geschikter zijn voor goedkopere woningen niet worden verdrongen. 2.4.4
Water- en rioleringsplan Leidschendam - Voorburg 2016 -2021
Het water- en rioleringsplan gaat ervan uit dat het watersysteem zo veel water kan bergen dat wateroverlast en verdroging voorkomen wordt. Bovendien moet het water dan schoon en ecologisch gezond zijn en bijdragen aan een prettige leefomgeving. Daarnaast dient bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening te worden gehouden met de effecten van klimaatverandering. Om de ambitieuze doelen van het Water- en rioleringsplan te realiseren moet water een integraal onderdeel zijn van alle strategische en ruimtelijke plannen. Het waterplan moet het waterbeheer inhoudelijk en procesmatig verbeteren, met voortdurende aandacht voor duurzaamheid. Waterbeheer en watertoets Bij een ruimtelijk plan dient een initiatiefnemer in het kader van de watertoets in een vroeg stadium overleg te voeren met de waterbeheerder over het planvoornemen. Hiermee wordt voorkomen dat ruimtelijke ontwikkelingen in strijd zijn met duurzaam waterbeheer. Het plangebied ligt binnen het beheersgebied van het Hoogheemraadschap van Rijnland. Het Hoogheemraadschap is verantwoordelijk voor het waterkwantiteit- en waterkwaliteitsbeheer in het plangebied. Tevens zijn zij in het kader van het vooroverleg op grond van de Wro betrokken bij het tot stand komen van het bestemmingsplan.
Het plan Vlietvoorde houdt rekening met de beleidsuitgangspunten van zowel het Hoogheemraadschap als het gemeentelijk beleid zoals opgenomen in het water- en rioleringsplan.
24
(vastgesteld)
bestemmingsplan Vlietvoorde 2.4.5
Verkeers - en Vervoerplan
De bereikbaarheid in Leidschendam-Voorburg wordt over het algemeen als (zeer) positief gewaardeerd. Op langere termijn zal de mobiliteit, waarschijnlijk flink groeien en kent verkeer zeker in dit deel van de Randstad geen grenzen. Het verkeers - en Vervoerplan vormt samen met het parkeerbeleid van de gemeente Leidschendam - Voorburg de basis voor het aspect verkeer - en parkeren in bestemmingsplannen. De gemeente Leidschendam-Voorburg hanteert de landelijke, provinciale en regionale doelstellingen op het gebied van verkeer en vervoer als uitgangspunten voor haar verkeers- en vervoerbeleid. Als hoofddoelstelling geldt: "Leidschendam-Voorburg is een leefbare stad met een hoge verkeersveiligheid en een goede bereikbaarheid". Doorwerking plangebied De auto is en blijft een belangrijk vervoermiddel in onze gemeente. Grote delen van Leidschendam-Voorburg zijn vaak uitstekend bereikbaar per auto, maar niet op ieder moment van de dag. Bij nieuwe ontwikkeling moet derhalve rekening gehouden worden met de gevolgen op de bereikbaarheid en mobiliteit van de gemeente als geheel. Voor onderhavige ontwikkeling wordt in paragraaf 5.13 nader ingegaan op de aspecten parkeren en verkeersgeneratie rondom auto verkeer. Nabij het plangebied worden twee bushaltes gerealiseerd voor buslijnen vanaf het plangebied naar zowel Leidschendam als Voorburg.
Voor fietsers en voetgangers is voldoende ruimte binnen het plangebied, behoudens de noodzakelijk ontsluitingswegen tussen de woongebieden en landgoed Oostbos, zullen grote delen van het plangebied alleen voor langzaam verkeer worden ingericht.
(vastgesteld)
25
bestemmingsplan Vlietvoorde
Hoofdstuk 3 3.1
Bestaande situatie
Inleiding
Dit hoofdstuk beschrijft de ruimtelijke en functionele analyse van het plangebied op basis van de bestaande situatie, de ruimtelijke hoofdstructuur en de aanwezigheid van verschillende functies in het plangebied of in de directe nabijheid daarvan.
3.2
Bestaande functies en ruimtelijke structuren
3.2.1
Bestaande functies
Het plangebied van het gebied Vlietvoorde omvat meerdere percelen aan de Veursestraatweg in het landelijk gebied de Duivenvoordecorridor. Voorheen stonden er in het gebied circa 130.000 m 2 aan glastuinbouw, een bijbehorend tuincentrum en enkele woningen. De bedrijfsmatige opstallen binnen de plangrens van het plangebied zijn inmiddels verwijderd. De woningen aan de Veursestraatweg blijven, net als enkele andere woningen in het plangebied gehandhaafd. Op dit moment (2020/2021) heeft het gebied een invulling als weiland/grasland. Het plangebied heeft enkele bestaande waterstructuren die voornamelijk vanaf de Veursestraatweg richting de Vliet lopen. Afbeelding 7 geeft de huidige situatie en de oude situatie in het plangebied weer.
26
(vastgesteld)
bestemmingsplan Vlietvoorde
Afbeelding 7 Oude situatie vergeleken met de huidige situatie (2004 vergeleken met 2020) 3.2.2
Bestaande ruimtelijke structuren
Het plangebied is opgebouwd uit meerdere ruimtelijke structuren. Groenstructuur: De groenstructuur van het plangebied bestaat voornamelijk uit weiland/grasland, van elkaar gescheiden door waterlopen (opvaarten en kleinere sloten). De huidige groenstructuur is voornamelijk tot stand gekomen na het saneren van de glastuinbouw. Op basis van de quickscan flora en fauna, toegevoegd als bijlage 3 bij deze toelichting, kan geconcludeerd worden dat deze groenstructuur in het plangebied geen specifieke ecologische waarden heeft die beschermd dienen te worden. Waterstructuur: De waterstructuur van het plangebied bestaat uit meerdere waterlopen. Vanaf de Veursestraatweg lopen enkele opvaarten richting de Vliet. Tussen de opvaarten liggen enkele kleinere sloten. Enkele opvaarten zijn onderdeel van het waterkeringsnetwerk. In het vigerend bestemmingsplan is deze specifieke functie planologisch vastgelegd middels de dubbelbestemming 'Primaire Waterkering'. Het plangebied wordt in de huidige situatie bemaald waardoor er sprake is van een polderlandschap. Zonder de bemaling zouden de woongebieden 'kreek' en 'plas' grotendeels onder water komen te staan. Bebouwingsstructuur: Alle bedrijfsmatige opstallen in het plangebied zijn gesaneerd. In de huidige situatie zijn de bestaande woningen de enige vorm van bebouwing binnen het plangebied.