210309 CONCEPT Regiovisie Jeugdhulp Haaglanden.pdf
Tekst van het document
4.3. Wat is nieuw? •
•
In de regio Haaglanden gaan we meer aandacht besteden aan normaliseren en eigen kracht. Deze begrippen worden wel gebruikt, maar betekenen voor iedereen iets anders. Het AEFonderzoek laat zien dat hier een kostenbesparing te halen valt en dat het ook de kwaliteit van leven positief kan beïnvloeden. Ook kunnen groepsarrangementen verder ingebed worden in lokale basisvoorzieningen, zoals kinderopvang en BSO. Dit is verder uitgewerkt in paragraaf 3.1 Belemmeringen in de uitstroom verder wegnemen. Op diverse punten in de regiovisie staan onderwerpen genoemd die deze belemmeringen oplossen. Denk aan kleinschalige woonvoorzieningen realiseren, integrale problematiek met maatwerk aanpakken en hiervan leren op systeem niveau. We maken gebruik van businesscases van gemeenten elders in het
12 De Q-analyse is een check of jeugdhulpaanbieders declareren binnen de afspraken op inzet en volume
27
•
•
land. Die laten zien dat bijvoorbeeld het realiseren van uitstroom van de doelgroep van 17 jaar en ouder vanuit Jeugdwet, WMO en financiële ondersteuning naar zelfstandige woningen met zorgarrangementen op maat niet alleen beter is, maar ook goed goedkoper. Samenwerking jeugdhulp-onderwijs. Hoewel nog niet helemaal duidelijk is hoe dit te kwantificeren, is de verwachting dat betere samenwerking tussen jeugdhulp en onderwijs een kostenbesparing oplevert. Denk aan zorg-onderwijsarrangementen en ook een betere afbakening tussen onderwijs en jeugdhulp. Dit is verder uitgewerkt in paragraaf 3.5. We ontwikkelen de data-integriteitscontrole verder. Deze richt zich op opvallende afwijkingen in patronen, dubbelingen en doorlooptijden van inzet van producten door jeugdhulpaanbieders. Deze afwijkingen worden geautomatiseerd in beeld gebracht en zijn onderwerp van gesprek tussen gemeenten en aanbieders. De komende jaren organiseert de regio activiteiten die nodig zijn voor een effectieve inrichting en uitvoering van de preventie-, toezichts- en handhavingstaken.
28
DEEL B
29
5.
Jeugdhulp en onderwijs werken effectief samen
Toelichting aparte positionering in deze conceptfase Onderstaande paragrafen geven een overzicht van onze ambities rond de samenwerking tussen jeugdhulp en onderwijs. Hierover vindt momenteel nog bestuurlijk-ambtelijke afstemming binnen de gemeenten plaats. Op het onderwerp Onderwijs-Jeugdhulp ligt ook een andere besluitvormingsroute, namelijk een bespreking in het zgn. OOGO (= Op Overeenstemming Gericht Overleg). Een overleg tussen de wethouders Jeugd, Onderwijs en de besturen van de Samenwerkingsverbanden. Zodra de inhoud voldragen en intern afgestemd is en de afstemmingsroutes met de Samenwerkingsverbanden is gestart, wordt deze paragraaf samengevoegd met deel A en wordt het één geheel met de overige ambities.
Voor optimale ontwikkelingskansen van de kinderen en jongeren in onze regio staan gemeenten en onderwijspartners samen aan de lat. Deze paragraaf is in nauwe samenwerking tussen de H10gemeenten en de onderwijspartners in de regio Haaglanden tot stand gekomen. In de Jeugdwet en de Wet passend onderwijs is daarbij vastgelegd dat tussen de gemeenten en samenwerkingsverbanden Passend Onderwijs Op Overeenstemming Gericht Overleg (OOGO) plaatsvindt. Dit impliceert waar van toepassing ook afspraken op intergemeentelijk niveau. Dit is nodig omdat leerlingen in bijvoorbeeld het voortgezet -, het speciaal onderwijs en het MBO uit verschillende gemeenten en/of samenwerkingsverbanden komen en samenwerking met jeugdhulp voor het onderwijs dus ook verschillende gemeenten betreft. Wat willen we bereiken? PO en VO Het is de gezamenlijke ambitie van samenwerkingsverbanden Passend Onderwijs en de gemeenten in Haaglanden dat ieder kind of jongere zich veilig en optimaal ontwikkelt. Hiertoe willen zowel de gemeenten als de samenwerkingsverbanden hun preventieve inzet optimaal benutten en waar mogelijk op elkaar afstemmen. Veel leerlingen ontwikkelen zich goed, ontdekken hun talenten en leren hun capaciteiten goed in te zetten. Zij doorlopen het onderwijs met succes.
Daar waar dit minder soepel verloopt, kunnen de gemeenten jeugdhulp bieden, waarbij de ambitie is: snel, passend en efficiënt en in samenhang met het onderwijs. De mogelijkheden en talenten van het kind en de jongere zijn daarbij uitgangspunt. We hebben aandacht voor het systeem waarin kinderen en jongeren verkeren: thuis, op school en in de wijk. We beslechten samen de belemmeringen die het systeem opwerpt, zoals wettelijke (geografische) grenzen en blijven realistisch als het gaat om de inzet van menskracht en financiën. Ieder heeft daarin zijn eigen (wettelijke) verantwoordelijkheden en zorgt ervoor dat de basis op orde is. MBO Onderwijsinstellingen en gemeenten zorgen er samen met zorg- en hulpverleningsorganisaties voor dat MBO-studenten preventief passende begeleiding en/of ondersteuning kunnen krijgen tijdens hun studieloopbaan. Dit sluit aan op het regionale programma Voortijdig School Verlaten Haaglanden 2021-2024.
30
Wat doen we al en willen we versterken? PO en VO In de regio Haaglanden wordt al veel ondernomen om bovenstaande ambities te realiseren. Het vormgeven van (passend) onderwijs in samenhang met jeugdhulp vraagt om samenwerking, vertrouwen en samen leren en ontwikkelen. Binnen de regio Haaglanden zien we per samenwerkingsverband en per gemeente verschillen in accenten. Hoewel we sinds de decentralisatie van de Jeugdwet en de invoering Wet Passend Onderwijs goed op weg zijn, hebben we met elkaar ook nog veel te leren, bijvoorbeeld op het gebied van kansengelijkheid. Preventieve ondersteuning op de scholen Verschillende scholen organiseren al preventief ondersteuners die kortdurend begeleiding geven. Deze preventieve inspanningen willen we versterken. Gemeenten kunnen daaraan bijdragen met de functies Jeugdgezondheidszorg, leerplicht en bijvoorbeeld schoolmaatschappelijk werk of maatjesprojecten in het PO. Dekkend aanbod voor meest kwetsbare leerlingen We moeten goed in beeld krijgen wat de meest kwetsbare doelgroep nodig heeft en wat thuis, dicht bij huis of juist beter op een andere passende schaal georganiseerd kan worden. Daarom wordt een doelgroepenanalyse gemaakt vanuit zowel onderwijs als gemeentelijk perspectief.
Die geeft antwoord op de vraag: ‘Waar is welk onderwijsaanbod in relatie tot jeugdhulpaanbod nodig en voor wie?’ Versterken inzet specifieke expertise Op diverse plekken is al meer hulp binnen de school. Denk aan een (VO) jeugdteam gekoppeld aan school of een start- en finish aanbod in het SO. Waar nodig en waar dat kan zetten we in op groepen, in plaats van op individuele leerlingen. We onderzoeken naar effectieve manieren om jeugdhulp in te kunnen zetten (bijvoorbeeld onderwijs-jeugdhulparrangementen of andere vormen van beschikkingsvrij arrangeren), waarmee mogelijk ook structuren in de scholen en in de wijken versterkt worden. Daarnaast werken we al samen rondom specifieke expertises, bijvoorbeeld bij inzet expertise SO/SBO ten behoeve van regulier onderwijs. MBO Voor het MBO is de laatste jaren al intensief ingezet op voorkómen en bestrijden van vroegtijdig schoolverlaten door jongeren tussen de 12 en 23 jaar. Dit door middel van een intensieve verzuimaanpak, coaching en maatwerktrajecten. De evaluatie daarvan bracht een aantal knelpunten rond aansluiting zorg-onderwijs aan het licht. Die vragen om een regionale aanpak. Hier gaan wij mee aan de slag. Zo verloopt bij het bereiken van 18 jaar de overgang van zorg vanuit de Jeugdwet naar WMO en van jeugd-GGZ naar Zorgverzekeringswet niet soepel.
Daarnaast is er onder jongeren sprake van toenemende multi-problematiek, zoals schulden, verslaving en depressiviteit. Voor de MBO’s is het zorglandschap niet heel inzichtelijk en is er ‘grensverkeer’ door betrokkenheid van meerdere gemeenten. Een actuele verkenning om de gesignaleerde knelpunten op te lossen is de pilot ‘Aansluiting onderwijs-sociaal domein’ op zes MBO-locaties in de regio. Wat gaan we nieuw doen? PO en VO We ontwikkelen een regionaal actieprogramma waarin de samenwerking tussen gemeenten en de samenwerkingsverbanden in de regio Haaglanden concrete uitwerking krijgt. Eén van de prioriteiten binnen het actieprogramma is om knelpunten binnen het grensverkeer tussen onderwijsvoorzieningen en inzet van jeugdhulp met elkaar beter vorm te geven. We nemen de ruimte om te experimenteren en te leren, en we delen informatie, kennis en ervaringen. We laten 31
ons inspireren door de diversiteit tussen scholen en hun besturen en gemeenten. We maken afspraken, meestal lokaal of subregionaal (regio samenwerkingsverband) en soms regionaal. Vooraf stellen we vast wat we willen bereiken, binnen welke tijd en hoe dit te monitoren. Centraal staat het bieden van regulier onderwijs aan alle kinderen en met waar nodig extra ondersteuning. We keren de vraag ook om: wat als kinderen dagbehandeling hebben, hoe kun je daar dan ook goed onderwijs bieden? Tot slot vraagt de ombouw van grotere voorzieningen voor residentiële jeugdhulp naar kleinschalige voorzieningen samenwerking om het onderwijs ook hier passend te houden. MBO We zetten in de komende jaren gezamenlijk in op: • Inclusiever onderwijs (met de basis op orde) door onderwijsbegeleiding en jeugdhulp op school of schoolnabij te organiseren; • Een dekkend onderwijsaanbod; • Samenwerken in preventie: schulphulpverlening, jeugdgezondheidszorg, GGZ. Hierbij is het uitgangspunt dat de BIG 5 (zie paragraaf 3.3.) voor jongeren goed geregeld moet zijn, zodat zij zelfstandig in de maatschappij kunnen functioneren. Tot slot We onderzoeken de diverse pilots met het Nederlands Jeugdinstituut en ontwikkelen een voorstel voor wethouders en onderwijsbestuurders over de structurele inbedding van de nieuwe werkwijzen.
Daarnaast kijken we hoe we de verbinding naar het bredere sociaal domein en volwassen zorg beter kunnen vormgeven en borgen.
32
DEEL C
33
6.
MISSIE EN KERNWAARDEN: HOE WILLEN WE DAT BEREIKEN?
De gemeenten van de Jeugdhulpregio Haaglanden werken samen en zetten gezamenlijk in op de doorontwikkeling van kwalitatief goede en passende jeugdhulp. Bij de organisatie van de jeugdhulp in onze regio gaan we uit van vier kernwaarden:
I.
Kansen en mogelijkheden
We hebben de durf om buiten de gebaande paden te treden, de wil om mee te bewegen met nieuwe ontwikkelingen en de drive om te innoveren. Wij denken in kansen, talenten en mogelijkheden voor jeugdigen. We kijken vooral naar wat er wèl goed gaat en zijn ons bewust van het belang van hun toekomstperspectief. Op die manier kijken we ook naar onszelf: de organisatie en het beleid. Geen ‘ja maar’ maar ‘wat als’.
II.
Open en transparant
Samen met jeugdigen en ouders komen we tot inzichten. We staan open voor hun verhalen, ervaringen en ideeën. Deze zijn essentieel bij het verbeteren van de jeugdhulp. We doen wat van betekenis is en we onderzoeken mogelijkheden en alternatieven. We bespreken wederzijdse verwachtingen en de (on)mogelijkheden. Die openheid in het gesprek hanteren we ook op organisatorisch en beleidsniveau: doen we werkelijk wat nodig is? We maken keuzes en werken zo effectief en efficiënt mogelijk.
III.
Betrouwbaar
Goede jeugdhulp valt of staat met goede afspraken en vertrouwen. Bij het maken van afspraken zijn we alert op de belangen van de ander: jeugdigen en hun ouders. We houden altijd het doel voor ogen en we houden ons aan de afspraken. In ons werkveld hebben mensen elkaar nodig. We moeten op elkaar kunnen terugvallen. Op die manier realiseren we goede samenwerking en gezamenlijke sturing.
IV.
Samenhang en samenwerking
Als gezegd, we hebben elkaar nodig in het complexe speelveld dat jeugdhulp nu eenmaal is. Iedere schakel in het netwerk is essentieel om de jeugdhulp te laten stromen. Ook andere (maatschappelijke) partners waar we niet meteen aan denken (zoals sociale zekerheid en het fysieke domein vragen we waar zij kunnen bijdragen. Alleen samen kunnen we een duurzaam effectief en betaalbaar (ont)zorglandschap realiseren.
34
7.
SAMEN LEREN EN HET VERSTERKEN VAN VAKMANSCHAP
7.1.
Wat willen wij bereiken?
Het sociaal domein is continu in beweging. Er komt elke dag nieuwe kennis bij, zowel kennis die elders is ontwikkeld als kennis die vanuit de praktijk ontstaat. Om die kennis te benutten, moeten leren en verbeteren een vast onderdeel van de diverse werkprocessen blijven en waar nodig versterkt. Deze kennis helpt de professional om beter te worden. Het stuurt ook de beleidswensen. Want, we kunnen de ervaring en praktijkkennis van de professionals benutten bij het maken van keuzes in het jeugdbeleid en voor het formuleren van nieuwe onderzoeksvragen. We zijn daarbij alert op de belasting die dit continue ‘leren en verbeteren’ met zich meebrengt. Het komt immers naast de vele prioriteiten in de werkpraktijk en we willen de ambities scherp houden. Die ambitie is: onze samenwerking op regioniveau inzetten voor een vaste leerstructuur. We stimuleren onderzoek dat ten dienste staat van de kwaliteitsverbetering van de zorg voor de jeugd in de regio.
7.2.
Wat doen we al en willen we versterken?
Specifiek voor het leren in het jeugdhulplandschap is binnen het landelijke Actieprogramma Zorg voor de Jeugd een leercirkel ontwikkeld, met het primair hulpproces als basis. Die leercirkel vinden we een goed uitgangspunt. We stellen onszelf de opdracht om onderzoeken en projecten uit de verschillende elementen en projecten aan elkaar en aan dataverzamelingen te verbinden en voor leerdoelen toegankelijk te maken.
Doorontwikkeling en verbeteringen in het sociaal domein vragen daarbij om samen optrekken door aanbieders en gemeenten en ondersteuning vanuit de wetenschap en kennisinstellingen. De gemeenten en jeugdhulpaanbieders in Haaglanden hebben zowel binnen de eigen gelederen als in de onderlinge samenwerking vanuit het Transformatiefonds13 de afgelopen jaren in die gezamenlijkheid geïnvesteerd. Op regioniveau werken we daarbij samen met de Regionale Kenniswerkplaats SAMEN en het Kennisnetwerk Jeugd Haaglanden. In beide hebben ook 13 Het driejarige programma op basis waarvan projecten zijn uitgevoerd rond wachtlijstbeheer, integrale
jeugdzorg en verbinding met volwassenenzorg, kleinschalige woonvoorzieningen als onderzoek, werkconferenties en leren (Tellen en Vertellen). Begin 2022 verschijnt het verslag van dit driejarig programma.
35
vertegenwoordigers van ouders en jongeren een belangrijke plek. Concrete opbrengsten zijn onder meer methodieken, een nieuwe minor, een leercyclus rond stages en diverse praktijkgerichte onderzoeken. We zien daarbij de volgende verantwoordelijkheidsverdeling en aandachtspunten: • De gemeenten in Haaglanden zien het als hun rol om op stelselniveau leren en verbeteren te faciliteren en daarin burgers, professionals en organisaties een plek te geven. We maken onze onze kennis en ervaringen voor elkaar beschikbaar; • Professionals (en hun eventuele werkgevers) zijn, waar het vakbekwaamheid en de professionele standaarden betreft, eerst verantwoordelijken. De professional zorgt voor ‘een leven lang leren’ en de werkgever faciliteert. Op dit moment lopen de volgende projecten en onderzoeken. De kennisagenda is echter geen statisch geheel. Deze wordt in de komende jaren naar behoefte gewijzigd en of aangevuld.
(Onderstaand schema wordt nog gestileerd door de vormgever) Zorginnovatie Ontwikkeltafel Tellen en Vertellen Beter Samenspel Onderzoek integrale teams Evaluatie zorglogistiek Pilot gezinsvertegenwoordiger Vernieuwen Jeugdbeschermingsketen Jeugdhulp in gezinsvormen Aansluiting passend onderwijs en kinderopvang
Wetenschap Kwetsbare gezinnen Leernetwerken Normaliseren, Integraal werken, Onderzoeksagenda Kennisnetwerk Jeugd Leren van en sturen met data
Primair proces Resultaatdialoog Cliënttevredenheid Ontwikkeltafel-issues Leren van casuïstiek (naar voorbeeld Ketenbreed lerenintegraal werken, evaluatie uithuisplaatsingen) Administratieprotocol Kostenbeheersing Ophalen vragen en ervaringen bij burgers Zorg voor professionals Cliëntervaring Ervaringen van professionals Consultatie en advies Professionals Platform HGL Jongerenorganisatie en ExPex Kennisbijeenkomsten Opleidingscurriculum Samen werken, Samen leren Cursief=opstarten in 2021
36
7.3.
Wat gaan we uitbreiden?
Een optimale kennisinfrastructuur vraagt nog wat extra stappen. We gaan werken aan de volgende instrumenten: a.Clientervaring Door de regiogemeenten en jeugdhulpaanbieders wordt op uiteenlopende wijze clientervaring verzameld. Clientervaring vormt een belangrijke inspiratiebron voor verbeteringen, zowel van beleid als van werkprocessen. In samenwerking met de Haagse Hogeschool is een aanvullende werkwijze opgezet waarbij studenten in hun stage kwalitatieve clientervaringsonderzoeken uitvoeren. Nog niet overal wordt clientervaring op een eenvoudige maar gestructureerde manier opgehaald. Onderzocht wordt of een gezamenlijk instrument hierbij kan helpen, evenals bij het samenbrengen van de afzonderlijk verzamelde informatie. b. Digitaal Platform De gemeenten en het Servicebureau in Haaglanden delen kennis op een gezamenlijk platform14, waar ook ruimte is voor de aangesloten kenniscentra, aanbieders en cliëntvertegenwoordigende organisaties. Het platform biedt tevens ruimte aan ad-hoc samenwerking in sub-regionaal- of kleiner verband. c. Jeugdhulpmonitor We rapporteren periodiek over jeugdhulpgebruik, cliënten, verwijzers, producten, aanbieders en kosten. Deze kwantitatieve monitor maken we jaarlijks kwalitatief door de cijfers te duiden tijdens de conferentie ‘Tellen en Vertellen’. d.
Leernetwerken Het praktijkleren in de regio Haaglanden krijgt primair vorm door te werken met leernetwerken. Een leernetwerk omvat een gericht samengestelde homo- of heterogene groep deskundigen, een concreet vraagstuk en een leerdoel (opleiding, praktijk, beleid). De deelnemers putten primair uit de eigen ervaringen, bijvoorbeeld rond de thema’s ‘normaliseren’ en ‘eigen kracht’. e.Inzet op goed gekwalificeerde professionals en beschikbaarheid Door beperkte beschikbaarheid van kwalitatief goed personeel wordt de norm voor verantwoorde werktoedeling niet altijd gehaald. Hoewel dit een primaire verantwoordelijkheid van de jeugdhulpaanbieders is, zullen de gemeenten binnen hun mogelijkheden initiatieven ondersteunen die leiden tot meer werkplezier en behoud voor de sector. f. Coördinatie De coördinatie van ‘leren en verbeteren’ vindt in 2021 nog plaats vanuit het Transformatiefonds en wordt daarna geborgd binnen de activiteiten van de programma-organisatie.
14 https://jeugdhulphaaglanden.mett.nl/leren/default.aspx
37
8. STURINGSINSTRUMENTEN In hoofdstuk 3 en 4 hebben we de opgaven voor de komende vijf jaar beschreven, evenals de ambities in de transformatie en de kostenbeheersing. Het realiseren van deze opgaven is niet alleen een opdracht van de tien gemeenten, maar een opdracht aan de gemeenten en de partners in de jeugdhulp en Gecertificeerde Instellingen. Het is een oproep aan onze partners om inventief te zijn, het initiatief te nemen om thema’s uit deze visie op te pakken, samenwerking te zoeken en samen de kwaliteit van de jeugdhulp voor de kinderen en de jongeren in de regio Haaglanden te verbeteren. We werken samen met tien gemeenten en hun lokale teams, met vele jeugd- en huisartsen en Gecertificeerde Instellingen als verwijzer, met circa 170 jeugdhulpaanbieders en vier Gecertificeerde Instellingen in de jeugdbescherming en jeugdreclassering en een crisisinterventieteam, tiensamenwerkingsverbanden en vele scholen en schoolbesturen. Sommige dragen veel en andere veel minder bij aan het realiseren van de ambities. Toch vragen we allen mee te doen waar het kan. Samen staat we aan de lat om de ambities te realiseren. We zetten de volgende sturingsinstrumenten in om de resultaten ook daadwerkelijk te behalen:
8.1.
Wet- en regelgeving
De jeugdhulp is mede gestoeld op het wettelijk kader en de landelijke en lokale regelgeving, zoals het Internationale Verdrag inzake de Rechten van het Kind, de Jeugdwet die gemeenten verplicht om alle vormen van jeugdhulp te organiseren en te financieren en de Wet Maatschappelijke Ondersteuning bij de overgang naar volwassenheid. Meer informatie in bijlage 6.
8.2.
Inkoop en bekostiging
In 2021 hebben we voor de komende zes jaar een nieuwe inkoop van de jeugdhulp gerealiseerd. De te bereiken ambities en gewenste ontwikkeling van het zorglandschap worden de komende jaren via onder meer de ‘Ontwikkeltafel’ van gemeenten en aanbieders uitgewerkt in concrete projecten. Dit doen we aansluitend op initiatieven in het lokaal domein. We onderzoeken aan de hand van deze regiovisie en de vast te leggen concrete doelen welke diensten en producten het beste (boven)regionaal aangeboden worden en welke diensten en producten de lokale gemeenten nodig hebben voor inbedding in de lokale basis-infrastructuur. In het inkooptraject Jeugdhulp 2021 is voor een structuur gekozen waarbij de regiogemeenten de mogelijkheid hebben om de overeenkomsten tussentijds aan te passen. Hierdoor is zowel regionaal als lokaal de nodige ontwikkelruimte gecreëerd. We voeren in de komende jaren een onderzoek naar mogelijkheden tot wijziging van de bekostigingssystematiek – al of niet gedifferentieerd – uit. Deze ontwikkelruimte heeft als voordeel dat het rust en ruimte creëert om binnen de huidige inkoopcontracten met aanbieders te werken aan de inhoudelijke doelen uit de regiovisie. Het zorglandschap ontwikkelt zich daardoor dus gedifferentieerd.
Partners die in de jeugdhulpdomein van regio Haaglanden actief (willen) zijn, moeten zich conformeren aan de ambities uit de regiovisie en moeten bereid zijn om in de komende jaren mee te werken aan de ontwikkeling van dit gedifferentieerde zorglandschap binnen het beschikbare budget. Dit betekent dat de gemeenten in de regio stoppen met samenwerken met partijen die die verantwoordelijkheid niet aantoonbaar en expliciet nemen. Via sturing op kwaliteit, bepalen gemeenten wie voor hen de juiste samenwerkingspartners zijn. Dit leidt op termijn tot een beperking van het aantal aanbieders, met als randvoorwaarde het behoud van een dekkend zorglandschap. 38
8.3.
Contractmanagement
De sturing is tot nu toe vooral gericht op de individuele aanbieders. Het zwaartepunt ligt nu bij de aanbieders met de grootste omzet. Het gaat om (contractmanagement op de 20% van de aanbieders die 80% van de omzet realiseren. Het blijkt hierdoor ingewikkeld om aanbieders gezamenlijk op een verantwoordelijkheid aan te spreken, hetgeen wel onze wens is. We gaan dan ook meer sturen op samenhang van kwaliteit van zorg, integraliteit, budget en doelmatigheid. We verleggen de sturing van aanbiedergericht naar gericht op inzet en resultaat, zodat doelmatigheid en beheersbaarheid van de ondersteuning in de jeugdhulp centraal komen te staan. Dit kan op verschillende manieren worden ingevuld. We gaan de sturing per gebied, sturing per productgroep (zoals jeugd-GGZ of jeugdhulp met verblijf) en sturing op beweging in een keten (de beweging van verblijf naar ambulante zorg bijvoorbeeld) verkennen. Voor deze sturing zijn reeds gegevens beschikbaar over zorggebruik (volume, duur) en prijs. We hebben verder nodig; inzicht in de kwaliteit van zorg, de clientstromen (ook wel zorgpaden), de beschikbaarheid van zorg en inzicht in de clientervaring. Met deze data en de nieuwe contractsturing gaan we integraler sturen om de gewenste doelen te bereiken.
8.4.
Communicatie
Communicatie is een belangrijk sturingsinstrument dat we de komende jaren beter willen benutten. De ontwikkeling van deze regiovisie is een goede stap in de constante dialoog met ouders, jongeren, professionals en andere betrokkenen over de beoogde maatschappelijke resultaten, de concretisering van de leidende principes in het dagelijkse werk en het dichterbij brengen van de doelen. Deze dialoog blijven we de komende jaren vorm en inhoud geven en we zoeken onze partners op. Verder hebben we, naast de website van het Servicebureau en de nieuwsbrief voor aanbieders, een digitaal leer- en ontwikkelplatform gelanceerd. Dit is een interactief platform voor professionals die in de jeugdhulp werken in de regio Haaglanden. Hier is onder andere ruimte voor de aangesloten kenniscentra, aanbieders en cliënt-vertegenwoordigende organisaties om kennis en ervaringen te ontwikkelen en uit te wisselen.
8.5.
Regionale samenwerking, de governance
In de regionale samenwerking werken we met verschillende actoren en gremia. Hoe we met elkaar en met onze omgeving willen samenwerken, is onderstaand beschreven. Voor een overzicht van deze actoren zie bijlage 1. Positie Colleges B&W en gemeenteraden Voor taken van het contractmanagement, de administratie en informatievoorziening, is voor onbepaalde tijd een Bedrijfsvoeringorganisatie ingericht, ingesteld met een Gemeenschappelijke Regeling: Servicebureau Jeugd Haaglanden. Namens de tien colleges bestaat het bestuur van de GR uit een vertegenwoordiging van drie wethouders. Dit bestuur stuurt het Servicebureau aan. De gemeenteraden stellen de jaarlijkse begroting en de jaarrekening van de GR vast. Ten aanzien van colleges en raden heeft het GR-bestuur inlichtingen- en verantwoordingsplicht. De gemeenteraden stellen de Regiovisie (het kader) vast. Hierin zijn de gezamenlijke ambities benoemd, gericht op de transformatie en de kostenbeheersing. De concretisering van de Regiovisie gebeurt in jaarplannen, inclusief begroting. Halfjaarlijks en jaarlijks rapporteren de tien gemeenten, Programmabureau en Servicebureau de colleges over de voortgang. Het jaarverslag wordt aangeboden aan de raden. 39
2. Aanspreekpunt en woordvoering De gemeente Den Haag is bestuurlijk aanspreekpunt en kan extern optreden namens de regio. Dit geldt ook voor de woordvoering. Wethouders stemmen onderling af en worden geadviseerd vanuit het Directeuren Overleg (DO). Een oproepbaar beraad bestaande uit een vertegenwoordiging van H1, H4 en H5 kan deze rol overnemen bij urgente zaken. 3. Wijze van besluitvorming De regionale netwerksamenwerking werkt op basis van consensus. Bij de GR is er sprake van een gewogen stemverhouding. Het stemgewicht wordt per gemeente bepaald op basis van het inwoneraantal van 1 januari van het voorgaande jaar. 4. Duur van de regionale samenwerking De Jeugdhulpregio Haaglanden verbindt zich aan elkaar voor onbepaalde tijd. De samenwerking wordt één keer per twee jaar geëvalueerd. De GR voorziet in een regeling voor uittreding. (art. 20). 5. Regionale samenwerking met jeugdhulpaanbieders en GI’s De samenwerking met de jeugdhulpaanbieders en GI’s heeft de vorm van een ontwikkelingsgericht arrangement op strategisch niveau. Voor de doorontwikkeling van een aantal openstaande thema’s uit het recent doorlopen inkooptraject is een ontwikkeltafel ingericht.
Voor het gezamenlijk bespreken en duiden van de bewegingen in het zorglandschap is een driejaarlijks strategisch ambtelijk overleg voorzien, met een vertegenwoordiging van de grote, middelgrote en kleinere jeugdhulpaanbieders. Twee keer per jaar vindt dit op bestuurlijk niveau plaats. Daarnaast kan op informele wijze via seminars en werkbezoeken op informele wijze afstemming plaatsvinden. Om de deelname aan programma’s of projecten van aanbieders, partners uit andere sectoren en anderen te faciliteren, wordt er situationeel gezamenlijk nagegaan hoe de samenwerking het best kan worden vormgegeven. 6.
Governance met betrekking tot de bovenregionale samenwerking De samenwerking rond het Actieprogramma Jeugdhulp-Plus (JHP) kent een werkagenda. De gemeente Rotterdam is accounthouder, in de stuurgroep wordt de jeugdhulpregio Haaglanden vertegenwoordigd door de gemeente Leidschendam-Voorburg. • Voor de samenwerking rond de GI’s is Den Haag de rol van accounthouder toegekend. • Voor de ontwikkeling van zogenoemde Expertcentra/netwerken is Rotterdam voor het landsdeel Zuid-Holland een coördinerende rol toebedeeld. Het Expertiseteam Complexe Zorg vervult de rol van projectleider. In de stuurgroep vertegenwoordigt Rijswijk de H10. • In voorkomende gevallen kan ook de regio Haaglanden worden betrokken bij continuïteitsvraagstukken van bovenregionaal werkende aanbieders. Onze beleidslijn daarbij is dat we primair kiezen voor het zo lokaal/regionaal mogelijk organiseren van aanbod. Maar, voor het behoud van aantoonbaar schaars specialisme nemen we medeverantwoordelijkheid. •
7. Governance van opgaven de regiovisie De Regiovisie wordt door colleges en raden voor de komende 5 jaar vastgelegd. Het is het kader voor de opgaven op de transformatie en kostenbeheersing. Om de ambities en doelstellingen te realiseren is niet alleen intensieve samenwerking tussen de tien gemeenten en aanbieders nodig. We vragen ook betrokkenheid van actoren buiten de jeugdhulpsector, van ervaringsdeskundigen en andere relevante partijen. De governance rond de concrete opgaven (programma’s of projecten) moet vooral helpen om vaart te maken, om verantwoordelijkheid te nemen en te delen, en om gezamenlijk concrete stappen te zetten. Daar is geen blauwdruk voor. Om actieve en enthousiaste betrokkenheid en commitment van aanbieders en anderen te stimuleren en te accommoderen, gaan we per programma/project samen na hoe we de samenwerking op dat niveau het meest effectief tot bloei laten komen. 40
8.6. Monitoren en informatievoorziening Een gezamenlijke H10 jeugdhulpmonitor In de regio Haaglanden werken wij gezamenlijk met de jeugdhulpaanbieders aan de inrichting van een regionale informatievoorziening als basis voor onze Regionale Jeugdhulpmonitor. De informatievoorziening (‘de technische voorziening’) stelt ons de komende jaren steeds beter in staat om te monitoren (volgen en sturen), te leren en de verantwoording aan de gemeenteraden te vereenvoudigen. Wij pakken dit op als een gezamenlijke opgave met de jeugdhulpaanbieders, om efficiënter te gaan werken en te leren van elkaar. Efficiëntie Gemeenten maken samen afspraken over de wijze van informatieverzameling en een uniforme regionale set van te verzamelen data voor jeugdhulp. We gebruiken de data van het Servicebureau (landelijk berichtenverkeer en declaratiebestanden), maar waar nodig vragen we ook lokale teams om data-input te leveren. We benutten ook bronnen als CBS (o.a. via de Urban datacenters van Den Haag en Leidschendam-Voorburg). Deze samenwerking biedt efficiencyvoordelen, vermindert de administratieve lasten en verbetert de kwaliteit van de informatievoorziening, zowel voor de gemeenten binnen Haaglanden als voor de jeugdhulpaanbieders.
Benchmarken en leren Een gezamenlijke jeugdhulpmonitor biedt bovendien de mogelijkheid om binnen Haaglanden te benchmarken en regionale ontwikkelingen te monitoren en te verklaren. Door prestaties op een vergelijkbare manier te meten, komen gemeenten, aanbieders en cliënten meer te weten over de effecten en kwaliteit van jeugdhulp. Bij de informatievoorziening gaat het ook om het verhaal achter de cijfers. Het is ‘tellen en vertellen’. Aanbieders, lokale teams en onderzoekers krijgen de gelegenheid om aan te geven wat verklaringen of oorzaken (kunnen) zijn van trends of resultaten en hoe zij deze gebruiken om verbeteringen in hun hulpverlening of diensten aan te brengen. Voor gemeenten is het gesprek met de aanbieders belangrijk om een succesvolle meet- en verbeterbeweging op gang te brengen, die uiteindelijk tot realisatie van de gestelde beleidsdoelen zal leiden. Er is ruimte om lerend te ontwikkelen, om bij te stellen. Bij goed opdrachtgeverschap is de stem van de jeugd en hun ouders een belangrijke factor. Wat willen wij bereiken? •
•
We maken gebruik van actuele, betrouwbare financiële en inhoudelijke (trend)gegevens over de jeugdhulp. Dit is enerzijds nodig om te kunnen sturen op kwaliteit en de gewenste transformatiedoelen, anderzijds om te kunnen sturen op geleverde prestaties binnen de jeugdhulpsector en op kostenbeheersing. We willen inzicht in de resultaten van geleverde hulp en ondersteuning én we willen zicht houden en grip krijgen op de uitgaven. Onze Regionale Jeugdhulpmonitor is een betrouwbare en relevante databron voor onze leercirkel (zie paragraaf 3.6). Dit vormt een belangrijk onderdeel van onze rol om op stelselniveau het leren en verbeteren te faciliteren. Daarnaast willen de Regionale Jeugdhulpmonitor benutten om de gemeenteraden regelmatig de relevante informatie te bieden over de stand van zaken en de ontwikkelingen op het terrein van de jeugdhulp, zodat zij hun kaderstellende en toetsende rol op de inhoud van het beleid en controlerende rol op de resultaten en bestedingen kunnen uitoefenen.
41
Wat doen we al en willen we versterken? Doorontwikkeling Regionale jeugdhulpmonitor Het datafundament voor onze Regionale Jeugdhulpmonitor bestaat met name uit de data uit het berichtenverkeer tussen de gemeenten en aanbieders over de inzet en declaraties voor jeugdhulp. In 2020 is ingezet op de Q-analyse en tijdige declaratie door aanbieders, waardoor deze onderliggende dataset verbeterd is. In 2021 krijgt dit een verder vervolg. Data uit het berichtenverkeer worden verrijkt met data uit andere bronnen, bijvoorbeeld over voortijdig schoolverlaten en van lokale teams. Zo krijgen we een regionaal beeld, met en van alle gemeenten. Een ander belangrijk aandachtspunt voor de komende tijd is het werkend krijgen van de landelijke basisset voor het monitoren van de outcome van jeugdhulp. Duiden van de gegevens We gaan door met het jaarlijks organiseren van Tellen&Vertellen-sessies om te inspireren en te vernieuwen en om samen met partners de gegevens te vertalen in informatie. Wat zien we? Wat valt op? Wordt dit herkend? Wat betekent dat? Deze duiding is essentieel om betekenis te geven aan de data en hiervan te kunnen leren. Wat gaan we nieuw doen? Kwalitatieve informatie Naast de kwantitatieve informatie uit de Jeugdhulpmonitor is kwalitatieve informatie nodig om een goed beeld te krijgen van wat goed gaat en wat (nog) beter kan.
Op deelonderwerpen gaan we hiervoor kwalitatief onderzoek (laten) uitvoeren. Koppeling van praktijk- en cliëntervaring aan cijfers Voor verdere inkleuring en een goed begrip van de gegevens is inzicht in casuïstiek en ervaringen van cliënten en professionals belangrijk. Wat leren we van de casuïstiek? Het meten van resultaten als instrument om te sturen op kwaliteit We bouwen hiermee een fundament als waarborg om te toetsen of publieke middelen adequaat worden ingezet voor kinderen jeugdigen en hun gezin.
42
9. FINANCIËN EN ORGANISATIE Regionale begroting De gemeenten hebben een regionale programmaorganisatie ingericht. bestaande uit een netwerkorganisatie met een coördinerend programmabureau, een Servicebureau ingesteld bij gemeenschappelijke regeling (GR) en tien samenwerkende gemeenten. De programmaorganisatie zorg voor de uitvoering van de regiovisie, maar kan dit niet alleen. Zij doet dit samen met haar partners in de regio. Denk aan jeugdhulpaanbieders, netwerkpartners, ouders en jongeren en andere partners in het sociaal domein. De financiële middelen zijn beperkt en de doelen uit de Regiovisie kunnen zowel qua menskracht als financiën niet in een jaar gerealiseerd worden. Daarom stellen we jaarlijks aan de hand van urgente vraagstukken in de samenleving prioriteiten, met als basis de regiovisie. Vervolgens besluiten we wat in het jaar wordt opgepakt in een jaarplan. Het programmabureau adviseert. De tien gemeentelijke directeuren met Jeugd in de portefeuille leggen het jaarplan voor aan het BO-J, het Bestuurlijk Overleg van de tien wethouders met Jeugdhulp in hun portefeuille. Herverdeling van het Gemeentefonds in 2023 De Rijksoverheid koerst op een herijking van het gemeentefonds per 1 januari 2023. De herverdeling van de middelen kan zowel negatieve als positieve effecten hebben op de gemeenten in de regio Haaglanden.
Wat die effecten zijn, zal pas in de loop van 2021 bekend worden. De herijking van het Gemeentefonds hangt deels af van de afspraken die rijk en gemeenten, en dus ook het nieuwe kabinet, over de dossiers als het sociaal domein met elkaar maken, maar bijvoorbeeld ook het thema Klimaat is van invloed op de herverdeling. Het is dus mogelijk dat na de herijking van het Gemeentefonds de situatie in de regio verandert, er een nieuwe realiteit ontstaan en dat daardoor een ook herijking van deze visie nodig zal zijn. Innovatiefonds In de afgelopen jaren zijn op lokaal en regioniveau met aanbieders tal van activiteiten en projecten uitgevoerd met het oog op transformatie van de jeugdhulp. Sinds 2019 werd in het kader van het regionale Transformatieprogramma, dat eind 2021 eindigt, extra geïnvesteerd in: - Versterking van de toegangsfunctie (het vakmanschap van de professionals, het oplossen van knelpunten met betrekking tot regie in complexe gezinnen, het samenspel tussen lokaal team en GI) ; - De kwaliteit (kinderen zo thuis mogelijk laten opgroeien, ook in complexe situaties vaker oplossingen creëren in de eigen leefwereld en daarmee het gebruik van residentiële voorzieningen terugdringen) - Kosteneffectiviteit (kosteneffectieve inzet van de jeugdhulp).
Naast de reguliere regionale begroting onderzoeken we of wederom een fonds kan worden ingericht voor innovaties of eenmalige investeringen die nodig zijn om de ambities te realiseren. Programmabureau/programmaorganisatie Haaglanden Het programmabureau is ondersteunend aan de tien gemeenten en krijgt zijn opdracht uit het directeurenoverleg H10. Het programmabureau heeft twee grote opgaven: • De transformatie vormgeven; • Kostenbeheersing.
43
Daarnaast stuurt het programmabureau de regionale netwerksamenwerking van de tien gemeenten aan. Het Programmabureau ontleent zijn opdracht uit de Regiovisie en stelt jaarlijks in samenwerking met de tien gemeenten een jaarplan op. Servicebureau Jeugdhulp Haaglanden Het Servicebureau is de bedrijfsvoeringsorganisatie met een gemeenschappelijk regeling als juridische basis. Het doel van dit bureau is: de belangen van de gemeenten behartigen op het terrein van uitvoering van inkooptaken binnen het sociaal domein. Taken van het Servicebureau zijn: Contracten met jeugdhulpaanbieders afsluiten; De gehele administratie afwikkelen rond digitale declaraties, het controleren van het berichtenverkeer, het verzorgen van een betaalbestand voor de gemeenten; Informatie genereren en ontwikkelen voor sturing en beheersing van de gehele keten; Contractbeheer en – in samenwerking met lokale functionarissen- contractmanagement; Analyse maken van de regionale uitgaven, advies geven, bijdragen aan de verantwoordingscyclus en adequate managementinformatie leveren; Regie voeren op de administratieve processen bij de netwerkpartners; Inkoop Het Servicebureau draagt zorg voor het bepalen van de wijze van inkoop, de inkoopprocedure en de contracten. Het Servicebureau realiseert hiermee de inkoop. Bij alle inkoop is inhoudelijke expertise nodig van de deelnemende gemeenten.
Dit is een continu-proces vanwege de mogelijkheid om de overeenkomsten tussentijds aan te passen. Beroep op partners uit het jeugdhulpstelsel De transformatiebeweging vraagt niet alleen inzet van financiële middelen en menskracht van de 10 tien gemeenten, het Servicebureau en het Programmabureau. Het vraagt ook om denkkracht, menskracht en de wil van jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen om samen aan de ambities te werken. Daarom doen wij dan ook een beroep op de 180 jeugdhulpaanbieders en de gecertificeerde instellingen die actief zijn in onze regio. Voor het verwezenlijken van de ambities is het noodzakelijk dat wij gezamenlijk optrekken. Elk doet dit vanuit zijn of haar eigen rol en verantwoordelijkheid. Samen zoeken we naar de benodigde ruimte, creatieve oplossingen en het (waar mogelijk) beschikbaar stellen van middelen.
44
BIJLAGE 1: PARTICIPANTEN (later)
45
BIJLAGE 2: STARTFOTO (deze worden geactualiseerd)
jeugdigen neemt in de ambulante jeugdhulp toe; stijgen bijna overal, maar met name in ambulante jeugdhulp (bron: declaraties Haaglanden)
Aantallen jeugdigen per jaar
Kosten per jaar
in de ambulante jeugdhulp nemen over de hele linie toe en vooral in de LVB en GGZ (bron: declaraties Haaglanden)
Kosten per jaar
46
707
cliënten met Jeugdbescherming of Jeugdreclassering ten opzichte van het totaal aantal in jeugdhulp tussen 2015 en 2019 in Haaglanden, vergeleken met de landelijke trend (bron: declaraties Haaglanden en CBS) 2831 jeugdigen
2497 jeugdigen
1066 jeugdigen 707 jeugdigen
Het kinderen in jeugdhulp met verblijf in Jeugd GGZ, Jeugd LVB en Jeugd en Opvoedhulp neemt sinds 2017 af (bron: declaraties Haaglanden)
47
Het kinderen in Gezinshuizen en Pleegzorg (samen: jeugdhulp in gezinsvormen) is vrijwel stabiel terwijl overig verblijf in J&O afneemt. (bron: declaraties Haaglanden)
Het unieke jeugdigen in perceel Crisis steeg aanvankelijk, maar is in 2019 gedaald (bron: declaraties Haaglanden)
48
Het dat terugkeert in hulp na 6 maanden (of langer) is jaarlijks gestegen (Bron: declaraties Haaglanden)
(in dagen) van de jeugdhulptrajecten neemt toe (Bron: declaraties Haaglanden)
49
per jaar tussen 2015 en 2019 zijn gestegen. Dit is een grote stijging t.o.v. de groei van de bevolking en de prijsindexatie. (Bron: declaraties Haaglanden)
De van de kosten is hoger dan van het aantal cliënten; de per jeugdige nemen dan ook toe, dat zien we in vrijwel alle percelen (Bron: declara es Haaglanden)
50
BIJLAGE 3: HET ZORGLANDSCHAP Wat betekent de Jeugdwet voor gemeenten? Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van de hele Jeugdwet. De uitvoering zelf is belegd bij diverse partijen, zoals toegangsorganisaties en jeugdhulpaanbieders. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het beschikbaar stellen van alle vormen van jeugdhulp, voortkomend uit de Jeugdwet. Denk hierbij aan hulp aan huis bij problemen in het gezin, maar ook bij psychische en gedragsproblemen van kinderen en jongeren. Gemeenten hebben de plicht om jeugdhulp en ondersteuning te bieden, bijvoorbeeld aan jongeren met een beperking, stoornis, aandoening of opgroeiproblemen. Door die verplichting, de jeugdhulpplicht, moeten gemeenten in ieder geval: • de jongere adviseren welke hulp het beste past; • samen met de jongere de goede vorm van jeugdhulp kiezen; • zorgen dat de gekozen jeugdhulp ook echt beschikbaar is. Preventie in de sociale basis is primair een lokale aangelegenheid. Jeugdhulp, jeugdbescherming en jeugdreclassering wordt samen met de tien gemeenten in de regio Haaglanden vormgegeven. JeugdzorgPlus (gesloten jeugdhulp) wordt vanuit Haaglanden gezamenlijk met regio Rotterdam Rijnmond georganiseerd. Daarnaast zijn er nog hoog specialistische vormen van jeugdhulp die landelijk georganiseerd worden. Denk hierbij bijvoorbeeld aan specialistische centra voor kinderen met ernstige eetstoornissen.
De Jeugdwet stelt dat gemeenten verantwoordelijk zijn voor de uitvoering gericht op: • Het voorkomen en de vroege signalering van en vroege interventie bij opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen; • Het versterken van het opvoedkundige klimaat in gezinnen, wijken, buurten, scholen, kinderopvang en peuterspeelzalen; • Het bevorderen van de opvoedvaardigheden van de ouders, opdat zij in staat zijn hun verantwoordelijkheid te dragen voor de opvoeding en het opgroeien van jeugdigen; • Het inschakelen, herstellen en versterken van de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de jeugdige, zijn of haar ouders en de personen die tot hun sociale omgeving behoren, waarbij (voor zover mogelijk) wordt uitgegaan van hun eigen inbreng; • Het bevorderen van de veiligheid van de jeugdige in de opvoedsituatie waarin hij of zij opgroeit; • Integrale hulp aan de jeugdige en zijn of haar ouders, indien sprake is van multiproblematiek; • Het tot stand brengen en uitvoeren van familiegroepsplannen en het verlenen van hulp op basis van familiegroepsplannen. Jeugdhulp in Haaglanden: vier bouwstenen We onderscheiden vier bouwstenen: • Lokale teams dicht bij huis, in de eigen omgeving; • Ambulante jeugdhulp en dagbehandeling; • Jeugdhulp met verblijf; • Uitvoering van jeugdbescherming en jeugdreclassering.
Inzet door lokale teams dicht bij huis, in de eigen omgeving Conform de bedoeling van de decentralisatie organiseert elke gemeente naar eigen inzicht de lokale jeugdhulp, passend bij de lokale prioriteiten en de sociale infrastructuur. Hierbij spelen lokale basisvoorzieningen als sport, welzijn, school (en leerplicht) en de jeugdgezondheidszorg een belangrijke rol. Dit is het geval in onder andere de vroegsignalering, maar ook bij het bieden van steun aan kwetsbare jeugdigen en gezinnen. Multidisciplinaire lokale teams zijn bij vragen of problemen beschikbaar voor advies en hulp bij het zoeken naar oplossingen. Die oplossingen zoeken 51
we eerst en vooral binnen de eigen mogelijkheden van de ouders en jeugdigen met een hulpvraag. Lokaal organiseren we het preventieve aanbod, onder andere door middel van eerstelijns jeugdhulp vanuit de lokale teams. Ambulante jeugdhulp en dagbehandeling Er zijn hulpvragen die zo complex zijn dat ze niet (alleen) lokaal door lokale teams kunnen worden beantwoord. Lokale teams (en andere ‘toegangen’ zoals de huisartsen) kunnen er in dit geval tijdelijk specialistische jeugdhulp bijhalen. Dit kan bijvoorbeeld in de vorm van ambulante hulp in het gezin, op school of op locatie van de aanbieder of door de inzet van dagbehandeling. Jeugdhulp met verblijf Voor een klein deel van de jeugdigen is, aanvullend op de ambulante of dagbehandeling, een behandeling met verblijf nodig. Het gaat hier om complexe, weinig voorkomende jeugdhulp. Denk hierbij aan opname in de JeugdhulpPlus en klinische behandeling van anorexia of psychoses. Daarnaast is er een eveneens kleine groep jeugdigen die niet thuis kan opgroeien en waarvoor een vervangend thuis gevonden moet worden (pleeggezin, gezinshuis, kleinschalige woonvoorziening). Uitvoering van jeugdbescherming en jeugdreclassering De zogenoemde Gecertificeerde Instellingen (‘GI’) voeren de jeugdbescherming en jeugdreclassering uit.
De taken op het vlak van jeugdbescherming en jeugdreclassering vloeien voort uit rechterlijke machtigingen, dan wel lopen daarop vooruit (‘preventieve jeugdbescherming’). In gezinssituaties waar sprake is van een juridische maatregel bieden de lokale teams en jeugdhulpaanbieders feitelijk de door de GI bepaalde hulp. We onderscheiden hier dus toezicht (door de GI) van de geboden hulp (door lokale teams en jeugdhulpaanbieders). JB-West voert de taak ‘Crisisinterventie team (CIT)’ uit. Het gaat hier om 24-uurs bereikbaarheid en de zorg/verantwoordelijkheid voor adequate inzet van jeugdhulp in crisissituaties. Als gemeenten samen sterker en efficiënter Op een aantal onderwerpen bundelen de gemeenten, los van de regionale inkoop, al langere tijd de krachten in aansturing en bekostiging. Dit blijven zij doen. Voorbeelden hiervan zijn: • Integrale Vroeghulp is een multidisciplinair team dat zich inzet ten behoeve van jonge kinderen met (een vermoeden van) ontwikkelingsproblemen. Er kunnen zorgen zijn rondom de emotionele, verstandelijke en/of lichamelijke ontwikkeling. Maar ook met vragen over het gedrag van hun kind kunnen ouders terecht bij Integrale Vroeghulp. Integrale Vroeghulp voorziet zo in een behoefte van ouders om duidelijkheid te krijgen over een eventuele diagnose en/of waar zij met hun kind terecht kunnen voor passende hulp.
De verbinding met dit multidisciplinair team en de gemeenten vindt plaats via een lokale casemanager gaat die schakelt met lokale structuur (o.a. JGZ en lokale teams) van alle gemeenten. • Kenniscentrum Kind en Scheiding bundelt voor de gemeenten in Haaglanden alle beschikbare kennis en informatie op het gebied van hulp en ondersteuning bij scheidingen, onder andere door bureaudienst en spreekuren op de eigen locatie en in de gemeenten. Het is er voor kinderen, ouders en het netwerk die te maken hebben met een (complexe) scheiding. Daarnaast biedt het ondersteuning aan professionals om beter om te gaan met vraagstukken op het gebied van scheiding, coördineert het aanbod van interventies in alle gemeenten zodat deze beschikbaar zijn voor de doelgroep en is het aanmeldpunt voor het uniforme hulpaanbod van de rechtbank. • Gezamenlijk inschatten zorgbehoeften (GIZ) In de regio Haaglanden wordt door meeste gemeenten (lokale teams) en door de twee jeugdgezondheidszorgorganisaties (JGZ Den Haag en JGZ ZHW) gebruik gemaakt van het analyse-instrument GIZ. Het landelijk beheer van GIZ is ondergebracht bij het Nederlands Centrum Jeugdgezondheid (NCJ). Voor onderhoud en 52
doorontwikkeling worden licentiekosten in rekening gebracht. Uit efficiëntie/kostenbesparingsoverwegingen is een gezamenlijke overeenkomst met NCJ aangegaan en is er één contactpersoon. Deze contactpersoon zit in de landelijk klankbordgroep van het NCJ en in de adviesgroep GIZ. • JONG doet mee! is het platform van jongerenraden en jongeren die ervaring hebben met de jeugdhulp in Haaglanden. Zij geven gevraagd en ongevraagd advies aan gemeenten en instellingen om de hulp te verbeteren. In 2014 begon dit platform met een groep jongeren van jongerenraden uit de specialistische zorg en ouders om te praten en dromen over een andere jeugdhulp. Doel was de jeugdhulp verbeteren, dichterbij organiseren en normaliseren. De gemeenten financieren dit platform gezamenlijk en zorgen dat alle gemeenten (uitvoering en beleid) goede verbindingen hebben met het platform.
53
BIJLAGE 4: LEIDENDE PRINCIPES JONGDOET MEE! : ZO ZIJN ONZE MANIEREN IN HAAGLANDEN
Zo zijn onze manieren in Haaglanden In Haaglanden werken we samen met jeugdigen en opvoeders in de jeugdhulp. Dit is belangrijk omdat de jeugdhulp dan effectiever wordt, omdat het verplicht is in de jeugdwet én omdat opvoeders en jeugd aangeven ook meer wíllen samenwerken Uitgaan van wat opvoeders en jeugdigen belangrijk vinden, krijgt vorm op de verschillende niveaus van praktijk, organisatie en beleid uiteenlopend. De kern is het gesprek met elkaar, helder krijgen wat ieder bedoelt en de vertaling ervan naar de ondersteuning en hulp, de werkwijzen en procedures, domeinoverstijgend werken, de toegang en de inkoop, de monitoring enz. De volgende 8 punten vinden opvoeders en jeugdigen belangrijke waarden voor jeugdhulp:
54
BIJLAGE 5: BEGRIPPENLIJST (nog aanvullen) (BRONNEN: www.nji.nl en www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/jeugdhulp/)
De term ‘jeugdhulp’ gebruiken wij als verzamelnaam voor alle vormen van hulp en ondersteuning: - Hulp bij psychische problemen, verstandelijke beperking, opvoedproblemen, variërend van licht-ambulant tot en met intensieve, zeer gespecialiseerde zorg in een al dan niet gesloten setting - Jeugdbescherming - Jeugdreclassering Hulp bij psychische problemen, verstandelijke beperking, opvoedproblemen. Uitgevoerd door jeugdhulpaanbieders. Jeugdhulp zonder verblijf (ambulant): • Geboden door de lokale teams (niet elke gemeente biedt lichte hulp of ondersteuning) • Ambulante hulp geboden op locatie aanbieders • Daghulp geboden op locatie aanbieders • Hulp in een netwerk in de leefomgeving van een kind of jongere (thuis, op school) Jeugdhulp met verblijf (residentieel): • Pleegzorg • Gezinsgerichte opvang (logeerhuizen of zorgboerderijen) • JeugdzorgPlus (gesloten plaatsing in instelling) • Overige jeugdhulp met verblijf (waaronder ook kamertraining) Jeugdbescherming: Maatregelen die wordt opgelegd door de Kinderrechter als de ontwikkeling van een kind in gevaar is door problemen in het gezin, nadat is gebleken dat vrijwillige hulp geen effect heeft gehad of niet werd geaccepteerd. Uitgevoerd door gecertificeerde instellingen. • Ondertoezichtstelling (OTS) • Voogdij Jeugdreclassering: Begeleiding voor jongeren die een proces-verbaal hebben gehad van de politie of leerplichtambtenaar.
Uitgevoerd door gecertificeerde instellingen. • Toezicht en begeleiding gedwongen • Toezicht en begeleiding vrijwillig • Individuele trajectbegeleiding Jeugdbescherming en jeugdreclassering vormen samen het ‘gedwongen kader’. Dit gaat over verplichte maatregelen voor ouders of jongeren. Deze verplichte maatregelen worden ingezet als de veiligheid van een kind of van de samenleving in het geding is. Niet de gemeente maar de kinderrechter legt deze maatregelen op, na advies van de Raad voor de Kinderbescherming. Wat is het verschil tussen vrij toegankelijke voorzieningen en specialistische jeugdhulp Vrij toegankelijke voorzieningen zijn voorzieningen waar alle kinderen tot 18 jaar gebruik van kunnen maken. Bijvoorbeeld het consultatiebureau, het lokale (wijk)team, de school, de sportclub, de peuterspeelzaal, jongerenwerk. 55
Specialistische jeugdhulp voorziet in individuele hulp wanneer vrij toegankelijke voorzieningen niet toereikend zijn. Er is een beschikking nodig om deze te krijgen. Kinderen kunnen hier alleen gebruik van maken als ze worden doorverwezen door een wettelijke verwijzer (zoals een huisarts of kinderarts) of als de gemeente daar toestemming voor geeft, bijvoorbeeld via het wijkteam.
56
Bijlage 6 Wet- en regelgeving Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind Het wettelijk kader van deze regiovisie begint bij het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind. Dit VN-verdrag beschrijft de rechten van kinderen op bijvoorbeeld bescherming, onderwijs en opvoeding door de eigen ouders, alsook op het recht op bescherming tegen uitbuiting en mishandeling en op bescherming als het kind geen gezin meer heeft. Het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens vormt de juridische basis van de nationale wetgeving voor de jeugdbescherming: in artikel 6 staat dat iedereen recht heeft op de behandeling van zijn zaak door een onafhankelijk rechter en artikel 8 omschrijft het recht van iedereen op een ongestoord gezinsleven. Jeugdwet De Jeugdwet verplicht gemeenten om alle vormen van jeugdhulp te organiseren en te financieren. Behalve voor het aanbieden van jeugdhulp van goede kwaliteit zijn gemeenten verantwoordelijk voor het organiseren van jeugdbescherming en jeugdreclassering en moeten zij maatregelen nemen voor de aanpak van kindermishandeling. Daarbij moet de samenwerking met andere sectoren zoals zorg, politie en justitie gezocht worden, alsmede met het onderwijs dat, zo stelt de Wet Passend Onderwijs, een zorgplicht heeft ten aanzien van kinderen die extra ondersteuning nodig hebben.
Wet passend onderwijs (bron www.NJi.nl) Het doel van de Wet passend onderwijs is dat alle kinderen een plek krijgen op een school die past bij hun kwaliteiten en mogelijkheden. Ook als zij extra ondersteuning nodig hebben. Scholen in dezelfde regio werken samen in een samenwerkingsverband. In de Wet passend onderwijs staat dat deze samenwerkingsverbanden verplicht een ondersteuningsplan op moeten stellen. In dit ondersteuningsplan staan onder meer afspraken over: • het niveau van de basisondersteuning op de scholen; • de manier waarop een samenhangend geheel van voorzieningen voor extra ondersteuning binnen en tussen de scholen wordt georganiseerd; • de verdeling van de middelen. Volgens de Wet passend onderwijs is een samenwerkingsverband verplicht hun ondersteuningsplan af te stemmen op het beleidsplan over jeugdhulp van de gemeente. Soms is het ook nodig dat onderwijs, jeugdhulp en gemeente afstemmen rondom individuele ondersteuning. Een school moet elke leerling die bij de school is aangemeld een zo passend mogelijke vorm van onderwijs aanbieden (zorgplicht). Kan de school dat niet zelf, dan moet zij de ouders een voorstel doen voor een ander, wél passend aanbod binnen hun samenwerkingsverband. Alle scholen, ook scholen in het (voorgezet) speciaal onderwijs, ontvangen vanuit het Rijk een vast budget (basiskosten) per ingeschreven leerling.
Daarnaast ontvangt het samenwerkingsverband van de scholen een aanvullend budget voor extra ondersteuning. Het budget voor extra ondersteuning is in verhouding met het aantal leerlingen binnen het samenwerkingsverband. Het samenwerkingsverband verdeelt het budget voor extra ondersteuning over de scholen, zodat er meer maatwerk mogelijk is.
57
Overige relevante wetgeving De Wet maatschappelijke ondersteuning (WMO) is een relevante aanpalende wet, bijvoorbeeld bij de overgang naar volwassenheid. Dat geldt ook voor de Zorgverzekeringswet. Daarnaast is uit oogpunt van preventie (vroeg-signalering) de Wet publieke gezondheid van belang omdat deze onder meer de gemeentelijke verplichtingen met betrekking tot de jeugdgezondheidszorg beschrijft. Tot slot zijn van belang de Wet langdurige zorg en de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen. De Norm voor Opdrachtgeverschap (Bron: Vereniging van Nederlandse Gemeenten; Jeugdzorg Nederland; ministerie van VWS) De Nederlandse gemeenten hebben medio 2020 ingestemd met de Norm voor Opdrachtgeverschap, waarin staat hoe ze regionaal en bovenregionaal willen samenwerken bij de inkoop van jeugdhulp, beschermd wonen en maatschappelijke opvang. Dat heeft de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, opsteller van de norm, bekendgemaakt. Met de Norm voor Opdrachtgeverschap erkennen de gemeenten dat voor sommige vormen van zorg regionale en bovenregionale samenwerking vereist is. De norm schetst hoe ze dat willen regelen. Het gaat daarbij vooral om de beschikbaarheid van weinig voorkomende en specialistische vormen van hulp.
In de norm staat dat gemeenten in regionaal verband een regiovisie opstellen, in overleg met onder meer jeugdhulpaanbieders, gecertificeerde instellingen, jongeren en ouders. De regiovisie moet helderheid bieden over hoe gemeenten in regioverband zorgdragen voor de beschikbaarheid en continuïteit van specialistische jeugdhulp. Ook staat in de regiovisie hoe de toegang tot de gecontracteerde hulp geregeld is. Verder beschrijft de regiovisie hoe en voor welke functies gemeenten bovenregionaal samenwerken, bijvoorbeeld bij de realisatie van bovenregionale expertisecentra. De norm verplicht gemeenten om binnen hun regio dezelfde contractvoorwaarden te hanteren en zich te houden aan dezelfde zorgvuldigheidseisen bij de inkoop. Ook willen de gemeenten reële tarieven hanteren.
58
Bijlage 7 De regionale actoren De regionale netwerksamenwerking Haaglanden kent de volgende actoren c.q. gremia: • Gemeenteraden en colleges van B en W • H1: gemeente Den Haag • H4: de gemeenten Delft, Midden-Delfland, Rijswijk en Westland • H5: de gemeenten Leidschendam-Voorburg, Pijnacker-Nootdorp, Voorschoten • Wassenaar en Zoetermeer • GR en Servicebureau Jeugd Haaglanden, de beleidsarme bedrijfsvoeringorganisatie • BO-J: de vergadering van de 10 Haaglandse wethouders die verantwoordelijk zijn voor de beleidsbepaling van de jeugdhulp • DO: de vergadering van de Haaglandse directeuren die verantwoordelijk zijn voor de beleidsvoorbereiding van de jeugdhulp • PTJ: de vergadering van beleidsmedewerkers ‘ jeugd’ uit de 10 Haaglandse gemeenten • BVO: de vergadering van financieel specialisten op het gebied van jeugdhulp uit de 10 gemeenten, • Programmabureau, dat het gezamenlijke beleid op de transformatie en de kostenbeheersing expliciteert, coördineert en organiseert • Programma-organisatie: de 10 gemeenten met het Servicebureau en Programmabureau
59