210309 CONCEPT Regiovisie Jeugdhulp Haaglanden.pdf
Tekst van het document
Regiovisie Jeugdhulp Haaglanden 2021-2026 Concept 9 maart 2021
VOORWOORD Gezinnen en jongeren, en hún kansen en hún mogelijkheden: daar werken wij voor. De veelheid aan documenten en teksten over beleid, organisatie en geld sneeuwt dat besef soms onder. Dat is ook het risico met een document als dit. Bij alle ambities, vraagt ‘het hoe en wanneer’ nu eenmaal soms veel woorden, zeker als je nog niet op alle vragen antwoord hebt en er nog ruimte nodig is voor verbeteren en ontdekken. Over die jongeren en gezinnen gesproken. De vraag naar jeugdhulp leek de afgelopen tijd haast wel oneindig, bijna onwerkelijk, als je het afzet tegen de uitkomsten van onderzoeken naar ons welbevinden en welvaartsniveau. Tegelijkertijd kennen we echter ook de schrijnende voorbeelden van armoede en grote kwetsbaarheden in de gezinnen en bij jongeren. Daar ligt voor ons de komende jaren de uitdaging: het onderscheiden van alledaagse problemen en tegenvallers die best groot kunnen voelen, en de situaties waarin gezinnen en kinderen in veel kwetsbaarder situaties verkeren dan hun draagvermogen aankan. Dit onderscheid maken is een delicaat vraagstuk, maar niet te vermijden als we de zorg betaalbaar willen houden en ook nog aan preventie willen toekomen. Belangrijk is dat we dit doen met gezinnen en jongeren en in partnerschap met alle betrokken partijen.
Daarom is er de afgelopen periode een intensieve gespreksronde geweest met die betrokkenen in heel veel, meest digitale, bijeenkomsten. Het was mooi om te zien dat, ondanks alle beperkingen tijdens de coronacrisis, de betrokkenheid groot bleef. Veel input heeft een plek gekregen in deze regiovisie. De nieuwe regiovisie jeugdhulp Haaglanden markeert een volgende fase in de transformatie van de jeugdhulp. De afgelopen jaren is keihard gewerkt om de jeugdhulp na de transitie op een goede manier op te nemen in het sociaal domein van de gemeenten. Dat ging met vallen en opstaan, met successen en met zorgen. De regiovisie geeft ons de komende jaren houvast bij de koersbepaling, en tegelijkertijd is het geen keurslijf dat bewegen en aanpassen onmogelijk maakt. Het sociaal domein is volop in beweging, er zal nog veel van onze lenigheid worden gevraagd om te reageren op nieuwe vraagstukken en ontwikkelingen. Maar de hoofdlijnen staan: niet zonder de stem van ouders en jongeren, maatwerk, integraal, nabij, betrokkenheid van context en betaalbaar. Haaglanden herbergt voornamelijk grote en middelgrote gemeenten. Dat maakt ons een heel krachtig netwerk om een zorglandschap te organiseren dat helpt. Daarbij heeft elk van de gemeenten de vaste overtuiging dat de hulp het best kan in en met het gezin, met betrokkenheid van de school en de voorzieningen in de wijk.
Zo willen we de zorg ook organiseren, dichtbij en kleinschalig als dat kan, vanuit een geïntegreerd sociaal domein. Dat staat in het geheel niet op gespannen voet met regionaal samenwerken, we zoeken alleen precies uit waar dat toegevoegde waarde biedt voor de hulp aan de gezinnen, voor de zorgaanbieders die massa en schaal nodig hebben en waar het ons als gemeenten helpt, zoals bij kennisdelen.
Wethouder Kavita Parbhudayal, namens de portefeuillehouders Jeugd van de H10-gemeenten
2
INHOUDSOPGAVE VOORWOORD
2
INHOUDSOPGAVE
3
INLEIDING
5
1.
7
JEUGDHULP IN DE REGIO HAAGLANDEN: WAAR STAAN WE NU?
1.1.
Fundament op lokaal niveau
8
1.2.
Ontwikkeling beroep op jeugdhulp (deze grafieken worden geactualiseerd)
9
1.3.
Jeugdhulp in het onderwijs
11
1.4.
Jeugdstelsel onder druk en onzekerheid over gevolgen corona-crisis
12
DEEL A
13
2.
14
JEUGDHULP IN DE REGIO HAAGLANDEN: WAAR WILLEN WE NAARTOE?
2.1.
Visie: waar doen we het voor?
14
2.2.
Leidende principes: concreet richtinggevend
14
3.
AMBITIES EN DOELEN
17
3.1.
Versterken van het gewone opvoeden en opgroeien
17
3.2.
Tijdig inzetten van de best passende hulp
19
3.3.
Kinderen en jongeren groeien zo thuis mogelijk op
22
3.4.
Duurzaam veilig opgroeien
24
4.
KOSTENBEHEERSING
27
4.1.
Wat willen wij bereiken?
27
4.2.
Wat doen we al en willen we versterken?
27
4.3.
Wat is nieuw?
27
DEEL B
29
5.
30
JEUGDHULP EN ONDERWIJS WERKEN EFFECTIEF SAMEN 3
DEEL C
33
6.
MISSIE EN KERNWAARDEN: HOE WILLEN WE DAT BEREIKEN?
34
7.
SAMEN LEREN EN HET VERSTERKEN VAN VAKMANSCHAP
35
7.1.
Wat willen wij bereiken?
35
7.2.
Wat doen we al en willen we versterken?
35
7.3.
Wat gaan we uitbreiden?
37
8.
STURINGSINSTRUMENTEN
38
8.1.
Wet- en regelgeving
38
8.2.
Inkoop en bekostiging
38
8.3.
Contractmanagement
39
8.4.
Communicatie
39
8.5.
Regionale samenwerking, de governance
39
8.6.
Monitoren en informatievoorziening
41
9.
FINANCIËN EN ORGANISATIE
43
Later actualiseren en aanvullen: Bijlagen: Participanten Startfoto “Zo zijn onze manieren” Leidende principes van JONG doet Mee! Begrippenlijst Wet- en regelgeving Lijst lokale plannen en beleidsdocumenten Verwijzingen naar rapporten en onderzoeken in voetnoten Alle grafieken actualiseren met data Jeugdhulpmonitor (per 1 februari 2021)
4
INLEIDING Voor u ligt de Regiovisie Jeugdhulp Haaglanden. Deze is ontwikkeld op initiatief en onder verantwoordelijkheid van de tien Haaglanden-gemeenten. In het voorjaar van 2020 spraken de wethouders Jeugd van deze samenwerkende gemeenten af om deze regiovisie voor de komende vijf jaar te ontwikkelen. Het doel: samen de transformatiebeweging naar een duurzaam en versterkt jeugdhulpstelsel kracht bijzetten. Met deze regiovisie willen zij: - de uitgangspunten voor hun duurzame samenwerking definiëren; - de koers voor de continue verbetering van de jeugdhulp uitzetten; - de kosten beheersbaar maken. De afgelopen jaren hebben we veel geïnvesteerd in de lokale organisaties, in samenwerking met de jeugdhulpaanbieders en andere betrokkenen vernieuwende projecten als Beter Samenspel, Jeugdhulp in gezinsvormen en in leernetwerken. Daarnaast hebben we nadrukkelijk ingezet op noodzakelijke kostenbeheersing en een nieuwe vorm van inkoop vormgegeven. Nu is het tijd om verder te bouwen en inhoudelijk gezamenlijk de jeugdhulp verder te vernieuwen en te verbeteren. Lokaal en samen regionaal De jeugdhulp regelen we in eerste instantie lokaal. Elke gemeente en zelfs elke wijk is anders. Wijken en gemeenten kennen hun eigen dynamiek dus het organiseren van de jeugdhulp voor jeugdigen en hun ouders (binnen het brede sociaal domein) past bij die lokale eigenheid.
De H10-gemeenten zijn ook trots op die diversiteit. Het uitgangspunt is dan ook dat jeugdhulp plaatsvindt in de leefomgeving van kinderen, jongeren en ouders: daar waar zij wonen, hun vrije tijd doorbrengen en naar school gaan. Gemeenten organiseren de jeugdhulp in de (nabije) toekomst in lokale arrangementen, met WMO, onderwijs en lokale voorzieningen. De Jeugdwet legt niet voor niets de verantwoordelijkheid voor de inrichting en uitvoering van de jeugdhulp bij gemeenten. Daarnaast kunnen gemeenten in verschillende samenstelling samenwerken, daar waar zij de meerwaarde van die samenwerking op thema’s zien. Op andere vlakken bij de (hoog)specialistische jeugdhulp en de Gecertificeerde Instellingen (jeugdbescherming en jeugdreclassering/GI) is het noodzakelijk om samen te werken. Al met al ervaren gemeenten dat de (boven)regionale samenwerking en afstemming tussen de gemeenten onmisbaar is. De gemeenten versterken elkaar en hebben elkaar nodig om de kwaliteit en continuïteit van de specialistische jeugdhulp en de GI, de organisatie van het aanbod en de financiering te kunnen waarborgen. Met deze regiovisie ijken wij onze samenwerking aan de uitdagingen van nu en bestendigen wij onze samenwerking voor de komende jaren. Van stelsel tot inhoud In onze regiovisie staat dit centraal: kinderen, jongeren en hun ouders helpen met gezond en veilig opgroeien.
Vanzelfsprekend zijn hierbij het Verdrag inzake de Rechten van het Kind en de Jeugdwet ons vertrekpunt. We bouwen daarbij voort op beleidsimpulsen, samenwerkingsafspraken en activiteiten die de afgelopen jaren in Haaglanden zijn ontwikkeld in het kader van de implementatie van de Jeugdwet. Voorheen ging de aandacht echter vooral uit naar de inrichting van het regionale jeugdhulpstelsel. En nu richten we ons met deze regiovisie nadrukkelijk op de inhoudelijke uitdagingen om meer te bereiken voor kinderen en jongeren die de hulp en ondersteuning het hardst nodig hebben. Van wie, met wie Als gezegd, is deze regiovisie ontwikkeld op initiatief en onder verantwoordelijkheid van de tien Haaglanden-gemeenten. Het belang van de regiovisie is uiteraard veel breder dan dat van het gemeentelijke beleid. Allereerst beogen we een positieve impact op de kansen en ontwikkeling van alle kinderen en jongeren uit Haaglanden. Daarnaast raakt deze visie het werk van vele professionals en betrokkenen en heeft het invloed op diverse organisaties uit het jeugdhulpveld en daarbuiten. 5
Om die reden is deze regiovisie ontwikkeld in overleg met aanbieders, professionals, ouders en jongeren, huisartsen, samenwerkingsverbanden passend onderwijs, beleidsmakers en lokale teams. Ook is al in een vroege fase met raadsleden gesproken over hun prioriteiten en keuzes. Er is in de afgelopen jaren immers al veel in gang gezet om de jeugdhulp te verbeteren. De ervaringen en kennis die daarmee zijn opgedaan, willen we graag blijven benutten. Daarnaast hebben we gesproken over nieuwe, waardevolle ideeën. We ijken onze bevindingen aan de VNG-Norm voor Opdrachtgeverschap, die door alle gemeenten is onderschreven in juni 2020. Kortom, deze regiovisie is ontwikkeld mèt de partners in de regio vóór de partners in de regio. Tijdspad De regiovisie biedt voor de komende vijf jaar houvast en richting voor de transformatie van de jeugdhulp. De richting van de transformatiebeweging zoals in deze regiovisie beschreven, wordt onder andere uitgewerkt in regionale jaarplannen met concrete tussendoelen en acties. Daarbij houden we rekening met de prioriteiten van dat moment: jaarplannen die we in samenwerking met de partners uitwerken. Leeswijzer Waar in deze regiovisie “we” geschreven wordt, bedoelen we de tien samenwerkende gemeenten, het Servicebureau en het Programmabureau die regionaal georganiseerd zijn. Deze regiovisie bestaat tijdelijk uit drie delen, A, B en C.
Deel A beschrijft de visie, de stip op de horizon die we willen bereiken met daarbij de leidende principes die aan de basis zal liggen van al wat we willen doen. De visie is uitgewerkt in een vijftal ambities. Deel B beschrijft de ambities op de samenwerking Jeugdhulp en Onderwijs. Dit deel is apart gepositioneerd omdat er een andere afstemmingsronde intern bij de gemeenten tussen jeugd en onderwijs plaatsvindt en deze nog verder uitgewerkt wordt. Daarnaast is dit onderdeel expliciet onderdeel van het OOGO (Op Overeenstemming Gericht Overleg). Zodra de interne afstemming, het vervolmaken van de paragraaf en de route op OOGO is ingezet, wordt deel B met deel A samengevoegd. Deel C beschrijft onze missie, wie wij zijn als tien gemeenten in de regio Haaglanden, onze werkwijze, met welke sturing en hoe we met onze partners willen samenwerken. De hoofdpunten uit deze regiovisie zijn verwerkt in een publieksversie. Deze is te vinden via: (link). De bedoeling Iedere tekst heeft een bedoeling, zoals ook de woorden en de taal in deze regiovisie een bedoeling hebben. Wij willen de lezer - raadslid of jeugdhulpaanbieder, beleidsmaker of professional, jongere of bestuurder - informeren, activeren, inspireren, misschien zelfs overtuigen om samen te werken aan het verbeteren van de jeugdhulp in de regio Haaglanden.
Dat is de bedoeling: met elkaar op weg naar het realiseren van de ambities zoals beschreven in hoofdstuk 3. Deze regiovisie heeft een tijdspanne van 5 jaar, maar we anticiperen op de wereld om ons heen en die kan koerswijzigingen met zich meebrengen. Deze regiovisie is opgesteld in door corona ontregelde tijden. Juist nu ervaren we dat we te maken hebben met een veranderende werkelijkheid om ons heen.
6
1. JEUGDHULP IN DE REGIO HAAGLANDEN: WAAR STAAN WE NU? De gemeenten Delft, Den Haag, Leidschendam-Voorburg, Midden-Delfland, Pijnacker-Nootdorp, Rijswijk, Voorschoten, Wassenaar, Westland en Zoetermeer werken samen om jeugdhulp te bieden aan de jeugdigen in de regio Haaglanden die dit nodig hebben. De gemeenten zijn samen verantwoordelijk voor het regionale jeugdhulpstelsel. In onderstaand schema geven we hiervan een overzicht. Er wonen in totaal zo’n 227.250 kinderen en jongeren tot 18 jaar in deze tien gemeenten. Daarvan ontvingen in 2020 zo’n 27.300 jeugdigen een vorm van jeugdhulp.
Schema 1: het jeugdhulpstelsel
7
1.1. Fundament op lokaal niveau Deze regiovisie gaat over onze samenwerking bij (hoog-)specialistische jeugdhulp, jeugdbescherming en jeugdreclassering en over de aansluiting daarvan op het lokaal domein, de leefwereld van de gezinnen. Het functioneren van dit domein is nauw verbonden met de vrij toegankelijke jeugdhulp en aanpalende terreinen (zie schema 1). Het uitgangspunt is dat jeugdhulp plaatsvindt in de leefomgeving van kinderen, jongeren en ouders, daar waar zij wonen, hun vrije tijd doorbrengen, naar school gaan of werken. De ambities en het beleid van de tien gemeenten zijn vastgesteld in verschillende lokale documenten zoals het manifest Opvoeden en opgroeien in Delft en beleidsplannen. (Zie bijlage ….voor een beknopt overzicht). De rode draad in dit lokale fundament bestaat uit de volgende elementen: a. Een sterke pedagogische basis Om de jeugd optimale kansen te geven, is een sterke pedagogische basis nodig: een opvoeden opgroeiomgeving waarin alle opvoeders elkaar aanvullen en versterken. Ouders zijn als eerste verantwoordelijk, maar bijvoorbeeld ook leerkrachten, jongerenwerkers en sportcoaches hebben invloed. Als regisseur van het hele sociale domein, waaronder het jeugdbeleid, dragen de gemeenten bij aan het versterken van zowel de informele hulp en zorg voor kinderen, jongeren en gezinnen, als de kwaliteit van de basisvoorzieningen. b.
Een stevig preventief aanbod De tien gemeenten bieden elk een breed palet aan preventieve voorzieningen. Deze bestaan uit algemene (vrij toegankelijke) en collectieve voorzieningen die gericht zijn op preventie en (vroeg)signalering van ontwikkelingsproblematiek bij kinderen en ter versteviging van opvoedvaardigheden van ouders. Bovendien werken wij met vele voorzieningen die (in het verlengde van hun kerntaak) ook een belangrijke preventieve bijdrage leveren aan het leven van kinderen en jeugdigen. Dit gebeurt bijvoorbeeld via het bieden van structuur en gezonde ontspanning, met name door het onderwijs, de kinderopvang en sport- en vrijetijdsorganisaties. c. Sterke lokale infrastructuur Lokale teams hebben een drieledige functie. Ze vormen a. de spil tussen de mogelijkheden die er zijn om jeugdigen en ouders in hun eigen netwerk steun te bieden, ze kunnen b. zelf hulp geven en c. zo nodig specialistische jeugdhulp erbij halen. Zij hebben dus een belangrijke rol in het opvangen van gewone opvoed- en opgroeivragen en het tijdig passende hulp bieden als dit nodig is. De gemeenten besteden continu aandacht aan het op niveau houden en doorontwikkelen van de vijf basisfuncties1 van deze lokale teams: a. Oog voor een veilige leefomgeving b. Tijdige vraagsignalering c. Vindbaar aanbod van toegankelijke hulp d. Handelen met een brede blik e.
Leren en verbeteren De context waarbinnen gemeenten hieraan invulling geven is zeer divers, bijvoorbeeld waar het percentage kinderen dat opgroeit in een uitkeringsgezin betreft (zie grafiek 1). Zij doen dat dan ook allemaal op eigen wijze, afhankelijk van de lokale prioriteiten, lokaal beleid en de sociale infrastructuur in de gemeente.
Zorg voor de jeugd, Basisfuncties voor lokale teams in kaart; Route en componenten onder de loep. (Den Haag, 2019).
8
d. Lokale arrangementen Wat de decentralisaties hebben geleerd, is dat nieuwe aanpakken nodig zijn en dat je niet één probleem van het gezin eruit kunt lichten om alleen daarmee aan de slag te gaan. We hebben geleerd dat we naar het gezin als geheel moeten kijken, naar de interactie binnen het gezin, naar de interactie van het gezin met school, werk etc. En: we kunnen het gezin als systeem met maatwerk verder helpen. Een focus op het eigen aanbod blijkt lang niet altijd het gewenste resultaat op te leveren. Integendeel, het problemen en kosten zelfs groter maken. Enkele gemeenten onderzoeken en werken uit hoe zij lokaal met aanbieders, bijvoorbeeld op geografische schaal, in de toekomst integrale zorg kunnen bieden door middel van lokale arrangementen.
Grafiek 1: Diversiteit H10 gemeenten De lokale context is divers (zie grafiek 1). Elke gemeente stelt lokaal prioriteiten en richt lokaal arrangementen in. De regionale samenwerkingsafspraken, het gezamenlijke beleid voor inkoop en de uitvoering daarvan, sluiten aan op de lokale situatie en ondersteunt de lokale inzet.
1.2. Ontwikkeling beroep op jeugdhulp2 (deze grafieken worden geactualiseerd) In 2020 kregen ruim 27.300 van de in totaal 227.250 van de kinderen en jongeren tot en met 17 jaar in Haaglanden een vorm van specialistische jeugdhulp of jeugdbescherming (zo’n 12%). We zien twee ontwikkelingen. Het aantal kinderen dat gebruik maakt was stijgend, maar vlakt de laatste 1 ½ jaar af. Tegelijkertijd neemt de gemiddelde duur dat kinderen jeugdhulp ontvangen toe. Deze trend doet zich niet alleen in onze regio voor, het is een landelijk gegeven. De jaarlijkse stijging van het aantal kinderen in jeugdhulp begon tientallen jaren geleden. Recent zien we in onze regio een voorzichtige afbuiging en afvlakking van die trend (zie grafiek 2).
2 De data over het jaar 2020 zijn gebaseerd op de gegevens die tot en met 1 februari 2021 zijn verwerkt.
9
Grafiek 2: Trend percentage jeugdigen dat jeugdhulp ontvangt
De stijging van zowel het aantal jeugdigen als van de kosten vindt vooral plaats binnen de ambulante jeugdhulp, met name voor kinderen en jongeren met een (licht) verstandelijke beperking en de jeugd-GGZ (zie grafiek 3).
Grafiek 3: Trend aantallen jeugdigen dat ambulante jeugdhulp ontvangt Als meer ambulante jeugdhulp eraan bijdraagt dat kinderen thuis kunnen blijven en niet (tijdelijk) naar jeugdhulp met verblijf hoeven, is dat een gewenste beweging. We constateren echter slechts een lichte daling van jeugdhulp met verblijf (zie grafiek 4). Binnen de jeugdhulp met verblijf zien we tevens dat het aantal kinderen in gezinshuizen en pleeggezinnen in de afgelopen jaren vrijwel stabiel is gebleven, ten opzichte van de andere vormen van verblijf. Deze woonvormen zouden we juist liever zien stijgen, aangezien dit meer tegemoet komt aan de behoefte om zoveel mogelijk een thuissituatie te bieden aan de jeugdigen.
10
Grafiek 4: Trend aantal dat jeugdhulp met verblijf ontvangt (Zie voor de aantallen en overige bewegingen bijlage 2 waarin we op hoofdlijnen een cijfermatig beeld geven van de ontwikkelingen van de afgelopen jaren in de jeugdhulp in Haaglanden.)
1.3. Jeugdhulp in het onderwijs Onderwijs, jeugdgezondheidszorg en jeugdhulp dragen er samen aan bij dat alle kinderen de kans krijgen zich te ontwikkelen op basis van eigen mogelijkheden en behoefte. Uit de verschillende gesprekken die we in het kader van deze regiovisie hebben gevoerd en uit landelijke onderzoeken, blijkt dat er nog veel te winnen is in het verbeteren van de samenwerking en een effectievere inzet van de jeugdhulp. Zo ervaren ouders vaker bureaucratie als ze te maken hebben met combinaties van ondersteuning vanuit de school en jeugdhulp. En ook op beleidsniveau zijn nog flinke stappen te zetten in kennisuitwisseling en daadwerkelijke afstemming.3 Kinderen en jeugdigen in het Speciaal onderwijs hebben bijvoorbeeld veelal extra jeugdhulp nodig. De jeugdhulp wordt op individueel kindniveau ingekocht, aansluitend bij de thuissituatie van het kind. Binnen de school kan dit leiden tot “drukte” in de klas, er zijn veel jeugdhulpverleners aanwezig. Zelf geven deze jeugdhulpverleners aan dat er zeker slagen zijn te maken in het verbeteren van de samenwerking. Gemeenten geven in hun Lokale Educatieve Agenda de doelen aan die zij willen bereiken op voortijdig schoolverlaten (VSV), thuiszitters en leerplicht.
Het afstemmen van beleid is extra moeilijk doordat de regionale indeling van de Samenwerkingsverbanden Passend onderwijs op een andere schaal plaatsvindt dan de specialistische jeugdhulp. In de regio Haaglanden hebben wij te maken met vijf Samenwerkingsverbanden4 voor het primair onderwijs en vijf voor het voortgezet onderwijs.
3 Ledoux, G. & Waslander, S., m.m.v. Eimers, T., Evaluatie passend onderwijs, Eindrapport mei 2020;
(Amsterdam: Kohnstamm Instituut 2020). 4 1. Delft, Pijnacker-Nootdorp, Midden Delfland, Lansingerland 2.Westland 3. Den Haag, LeidschendamVoorburg, Rijswijk 4. Zoetermeer 5. Regio Leiden met daarin Wassenaar en Voorschoten
11
1.4. Jeugdstelsel onder druk en onzekerheid over gevolgen corona-crisis De ontwikkelingen in het beroep op jeugdhulp door ouders en jongeren hebben de afgelopen jaren geleid tot grote toename van de uitgaven: van zo’n € 163 miljoen in 2015 tot ruim € 285 miljoen in 2020 (een stijging van bijna 75%) door de H10-gemeenten gezamenlijk. De gemeenten kregen hierdoor, ondanks de tijdelijke extra vergoedingen van het Rijk, te maken met grote tekorten. De situatie in Haaglanden is niet anders dan in de meeste andere Nederlandse gemeenten, maar is daarmee niet minder zorgwekkend. Het belang van jeugdhulp, jeugdbescherming en jeugdreclassering wordt zeker niet in twijfel getrokken, maar de realiteit is dat het stelsel in zijn huidige vorm onbetaalbaar wordt voor de gemeenten, het rijk en de samenleving als geheel. Dit dwingt ons tot nieuwe afwegingen en scherpe keuzes, zoals het ombuigen van de groei van de uitgaven en er sterker op sturen dat vooral de jongeren en gezinnen die de hulp het harst nodig hebben deze ook krijgen. Wij houden er ook rekening mee dat de coronamaatregelen directe en indirecte gevolgen kunnen hebben voor de inzet van jeugdhulp. Het toenemende aantal hulpvragen bij de Kindertelefoon en 113-zelfmoordpreventie zijn signalen die in die richting wijzen. Jongeren geven zelf aan dat zij zich zorgen maken over hun toekomstperspectief.
We zien tevens dat de feitelijke beschikbaarheid van jeugdhulp geraakt wordt. Instellingen worden als gevolg van corona beperkt in hun handelen door bijvoorbeeld uitval van personeel en de vereiste van 1,5 meter afstand. Op langere termijn kunnen de sociaal economische gevolgen van de corona-crisis indirect de vraag naar jeugdhulp doen toenemen. Met deze regiovisie geven we weliswaar duidelijk richting aan onze ambities op het terrein van jeugdhulp, maar we blijven inspelen op eventuele nieuwe prioriteiten.
12
DEEL A
13
2. JEUGDHULP IN DE REGIO HAAGLANDEN: WAAR WILLEN WE NAARTOE? In hoofdstuk 1 hebben we de huidige stand van de jeugdhulp in regio Haaglanden beschreven. In de volgende hoofdstukken beschrijven we wat we in de komende vijf jaar willen bereiken en wat ervoor nodig is om daar te komen. We gaan er daarbij van uit dat er sprake is van een doorlopend verandertraject, waarbij een gevoel van urgentie bij alle partners bestaat om de visie en ambities uit deze regiovisie te realiseren.
2.1. Visie: waar doen we het voor? Alle kinderen en jongeren groeien gezond, veilig en kansrijk op - gewoon thuis, bij hun eigen ouders waarbij zij zich ontwikkelen tot veerkrachtige (jong)volwassenen die naar vermogen actief mee doen in de samenleving. Ouders zijn daarvoor primair verantwoordelijk. Waar die ontwikkeling hapert of zelfs vastloopt, bieden wij met jeugdhulp een vangnet vanuit een stevige sociale infrastructuur. We bieden jeugdhulp met als gewenste kenmerken: rekening houdend met de menselijke maat, precies passend bij wat nodig is (niet meer en niet minder), duurzaam effectief en blijvend betaalbaar. Wij willen kansengelijkheid tussen kinderen. De meest kwetsbare kinderen ontvangen met voorrang de juiste hulp op de juiste plaats.
2.2. Leidende principes: concreet richtinggevend Onze leidende principes5 zijn de handvatten voor onze beleidsontwikkeling en kunnen houvast bieden aan organisaties in het jeugddomein en alle professionals die werkzaam zijn bij de lokale teams en bij de jeugdhulpaanbieders. Daardoor kan iedereen vanuit de eigen rol en verantwoordelijkheid bijdragen aan het effectiever en efficiënter maken van de jeugdhulp. Deze leidende principes zijn continu onderwerp van gesprek tussen alle betrokken partijen binnen de jeugdhulp. Ze leiden tot inzicht, betrokkenheid en motivatie als we ze toepassen in de praktijk.
A. We accepteren dat opgroeien gepaard gaat met vallen en opstaan Elke fase in het leven van kinderen brengt specifieke uitdagingen met zich mee. Iedere ouder zal dat kunnen beamen. Het is belangrijk dat zowel ouders als verwijzers, professionals in de jeugdhulp en andere professionals die met en voor kinderen werken, bewust handelen vanuit het perspectief van normaliseren. Dit houdt in dat zij meer kijken naar talenten, dat zij de sterke kanten benadrukken en beschermende factoren versterken en de genoemde uitdagingen niet onnodig problematiseren (of diagnosticeren). Jeugdhulp is niet altijd de oplossing. Daar waar jeugdhulp wordt verleend, dient zo mogelijk vanaf de start worden gewerkt aan versterking van het gewone leven. De hulp wordt tijdig afgerond of zo mogelijk overgedragen aan ondersteuning in het eigen netwerk.
B. Jeugdigen en hun ouders/opvoeders zijn het uitgangspunt Ouders/verzorgers zijn zelf verantwoordelijk voor het opvoeden van hun kinderen en het reilen en zeilen van gezin. Daar waar jeugdhulp nodig is, is het van belang dat er een open gesprek op gang komt met de jeugdigen en hun ouders/verzorgers. We onderzoeken samen met hen wat de problemen zijn en besluiten ook samen hoe deze het beste kunnen worden opgelost (Shared 5 De leidende principes zijn vastgesteld in overleg met de jeugdhulpaanbieders, lokale teams, jongeren en
gemeenten. JONG doet Mee! heeft de leidende principes van jongeren beschreven op hun website “Zo zijn onze manieren in Haaglanden” (zie bijlage 4).
14
Decision Making). We zoeken dus de dialoog, ook (of juist!) als dat moeilijk is. We werken mensgericht en sluiten aan bij wat van betekenis is voor de jeugdige en zijn of haar toekomstperspectief door: • te kijken naar wat wèl kan, wat wèl goed gaat. We gaan dus uit van kansen en mogelijkheden, van talenten en competenties; • duidelijk te krijgen welk resultaat jeugdigen en hun ouders verwachten van de eventueel geboden jeugdhulp (Zolang die wens en verwachting niet in strijd zijn met kinderrechten of een zwaarwegend maatschappelijk belang, zijn deze leidend); • duidelijk te maken wat vanuit gemeenten en zorgaanbieders de mogelijkheden en wenselijke resultaten zijn; • te werken aan duurzame oplossingen, die geworteld zijn in het eigen netwerk van de jeugdigen en hun ouders/opvoeders.
C. We zoeken de oplossing dicht bij huis Gesprekken tussen de direct betrokkenen kunnen ertoe leiden dat gespecialiseerde jeugdhulp nodig is. Die steun en hulp moet in onze optiek zo nauw mogelijk aansluiten bij het eigen netwerk (en dit waar nodig helpen opbouwen), bij de eigen leefwereld van ouders en kinderen en bij de basisvoorzieningen zoals het onderwijs en de kinderopvang.
D. We kijken met een brede blik en werken integraal aan oplossingen Bij alle hulp en ondersteuning staat altijd de toegevoegde waarde voor ouders, kinderen en jongeren voorop. Die toegevoegde waarde kan door jeugdhulpaanbieders, maar ook door verschillende andere partijen worden gerealiseerd. Denk aan maatschappelijk werk, scholen, schuldhulpverlening, et cetera. We kijken met een brede blik naar wat nodig is om maatwerk te leveren. Het kan bijvoorbeeld voor een gezin of jongere noodzakelijk zijn om eerst de huisvesting en/of financiën op orde te hebben. In dat geval trekken jeugdhulp en professionals op andere leefgebieden gezamenlijk op. Professionals hebben dus ook ruimte nodig om te denken in mogelijkheden en kansen en zo tot maatwerk te komen. Die brede, integrale aanpak mag niet tot verwarring leiden bij jongeren en gezinnen. Om dat te voorkómen, helpen we hen om het overzicht en regie te houden en we stemmen met hen de prioriteiten af.
E. We zijn alert op veiligheid Er komen situaties voor waarbij kinderen of jongeren in een onveilige situatie opgroeien. In dat geval staat in eerste instantie (het herstellen van) de veiligheid van dat kind of die jongere voorop. We gaan altijd in gesprek met de ouders en zo nodig ook met andere direct betrokkenen. In het uiterste geval vragen we aan de rechter of de verantwoordelijkheid van de ouders kan worden overgenomen. Bij acuut onveilige situaties doen we dat via crisisinterventies. We werken zo veel mogelijk toe naar herstel van duurzame veiligheid. Daarbij is het streven dat het kind of de jongere thuis opgroeit, want dat heeft de voorkeur.
F. De beste jeugdhulp bieden voor de beste prijs; we zijn scherp op de balans tussen baten en kosten Jeugdhulp moet oplossingsgericht zijn. Daarom willen we dat met de inzet van jeugdhulp resultaten worden geboekt, waarbij de ambitie is dat kinderen en jeugdigen leeftijdsadequaat kunnen functioneren in hun omgeving en in de samenleving. Aanbieders die naar verhouding achterblijven in
15
het realiseren van afgesproken resultaten (zie ook C) worden uitgedaagd om zich te verbeteren. We sturen op: • normaliseren; • afschalen en uitstroom wanneer dat kan; • inzet van effectieve interventies waar dat mogelijk is; • verminderen administratieve lasten; • aandacht verleggen naar uitvoering van beleid en intenties.
16
3.
AMBITIES EN DOELEN
Op basis van de beschikbare data en ervaringen met onder andere projecten uit het Transformatiefonds hebben wij verschillende gesprekken gevoerd met jeugdigen en ouders uit de regio, lokale teams, jeugdhulpaanbieders, Gecertificeerde Instellingen en maatschappelijke partners. We hebben met hen gekeken naar de huidige situatie en we hebben ervaringen in de jeugdhulp opgehaald. Zij hebben aangegeven welke kansen, mogelijkheden en verbeterpunten zij zien. Ook is besproken wat nodig is om de doelen te realiseren. Deze doelen zijn deels door henzelf geformuleerd, deels komen ze voort uit de Jeugdwet en transformatiedoelen en deels werden ze door ons als gemeenten al eerder geformuleerd. Dit proces heeft geleid tot de volgende inhoudelijke ambities, met bijbehorende doelen: 1. Versterken van het gewone opvoeden en opgroeien 2. Kinderen en jongeren groeien zo thuis mogelijk op 3. Kinderen en jongeren krijgen tijdig de best passende hulp 4. Kinderen en jongeren groeien op in een duurzaam veilige situatie 5. Jeugdhulp, onderwijs en kinderopvang/bso werken samen in het belang van de kinderen Deze ambitie willen we objectief overbrengen, met reële doelstellingen. Waar we kunnen en er cijfers bekend zijn, maken we doelstellingen concreet. Waar geen cijfers bekend zijn of waar we geen concrete doelstelling kunnen aangeven, geven we de beweging aan.
Bijvoorbeeld: ‘We willen normaliseren’ versus ‘We willen geen wachtlijsten meer’. Het eerste is minder concreet, maar het geeft de beweging aan die we gaan maken in de regio Haaglanden. De ambities reiken verder dan de taken en verantwoordelijkheden van alleen de tien gemeenten. Ouders en jongeren zelf, jeugdhulpaanbieders, onderwijs- en andere maatschappelijke instellingen spelen een cruciale rol bij de realisatie ervan. Om onze rol duidelijk te maken, beschrijven we hierna per ambitie: • Wat willen wij bereiken? • Wat hebben we al in de afgelopen jaren al in gang gezet en zetten we door of breiden we uit? • Wat gaan we anders of extra doen?
3.1. Versterken van het gewone opvoeden en opgroeien Wat willen wij bereiken? • •
• •
Begrippen als ‘normaliseren’ en ‘eigen kracht’, krijgen een eenduidige betekenis en worden vertaald naar de dagelijkse praktijk. Dit zijn belangrijke begrippen in het hele jeugdveld, van basisvoorzieningen tot jeugdbescherming. Ouders vullen het ouderschap op een verantwoordelijke manier in en beschikken hiertoe over voldoende inzicht, vaardigheden en veerkracht. Zij voelen de vrijheid om open te praten over de hobbels die bij het opvoeden en opgroeien horen, zonder bang te hoeven zijn dat er onmiddellijk een etiket of oordeel volgt. Zowel lokale teams, als mede-opvoeders (bijvoorbeeld scholen en kinderopvang) beschikken over voldoende handelingsperspectief om te kunnen omgaan met ander gedrag van kinderen en jongeren en ze kunnen hierover het gesprek met ouders voeren. Een inclusieve(re) samenleving waarbij zo veel mogelijk kinderen van de algemene jeugdvoorzieningen gebruik kunnen maken.
17
Wat doen we al en willen we versterken? Het versterken van de pedagogische infrastructuur gebeurt veelal in wijken en buurten. Elke gemeente geeft daar op eigen wijze invulling aan. Daarbij wordt onder meer de verbinding tussen basisvoorzieningen, sociale netwerken en informele hulp versterkt. Bij het versterken van de rol van ouders biedt de bijvoorbeeld de Ouderschapstheorie houvast. Deze houdt rekening met het gegeven dat ouderschap per definitie kwetsbaar maakt en dat er verschillende buffers zijn die ouders een steuntje in de rug kunnen bieden. Op bovenregionaal niveau nemen we deel aan het Leernetwerk Normaliseren van de Werkplaats SAMEN. Dit zetten we komende jaren voort en bouwen we als volgt uit: • Stimuleren van normaliseren en benutten eigen kracht Wij kijken meer naar de sterke kanten van jongeren en gezinnen. We versterken, onder andere door de mede in onze regio ontwikkelde tool ‘GIZ’6, beschermende factoren. De focus ligt wat de betrokkenen binnen de context kan veranderen. Er wordt niet onnodig geproblematiseerd of gediagnosticeerd. Er wordt meer oplossingsgericht gewerkt. Door het benutten van de kracht van ervaringsdeskundigen kunnen we sneller en beter aansluiten bij het perspectief van kinderen, jongeren en ouders; zowel als het gaat om de inzet van jeugdhulp, als bij het afronden of afschalen van de hulp.
• Versterking van de algemene jeugdvoorzieningen We bieden mogelijkheden om pedagogisch medewerkers in de reguliere kinderopvang en BSO groter handelingsrepertoire aan te reiken. Daardoor zijn zij voldoende toegerust om kinderen die meer bijzondere aandacht nodig hebben, ook te kunnen opvangen. We verwachten dat dit het beroep op de specialistische jeugdhulp doet afnemen en een inclusieve(re) samenleving bevordert, waarbij alle kinderen van de basisvoorzieningen dicht bij huis gebruik maken.
Wat is nieuw? •
•
•
Samen met de maatschappelijke partners gaan we het begrip normaliseren vullen en toepassen in de dagelijkse praktijk, van lokale teams tot hoog specialistische jeugdhulp, van onderwijs tot ketenpartners. Dit doen we om deze begrippen te ‘laden’ en om rollen, verantwoordelijkheden en de vertaling van het handelen in de praktijk te duiden zodat toepassen in ieder zijn/haar werkzaamheden mogelijk is. Naast de kaders geven aan wat we wel en wat we niet meer willen doen, is normaliseren een ontwikkeltraject binnen het vakmanschap in de jeugdhulp en een cultuurombuiging. Per 2021 werken we met een richtinggevend kader dat inzicht geeft in de duur en intensiteit van trajecten. Het richtinggevend kader (RGK) is een instrument voor medewerkers van lokale teams en medewerkers van jeugdhulpaanbieders om dialoog te voeren, om zo tot beter passende toewijzingen en kostenbewustzijn te komen. In samenwerking met jeugdhulpaanbieders ontwikkelen we het instrument door. Daardoor kunnen we beter het gesprek voeren over ‘goed is goed genoeg’, oplossings- en resultaatgericht werken en normaliseren. We leren daar gezamenlijk van. Daarnaast verkennen we of het RGK ook door andere professionals gebruikt kan worden, bijvoorbeeld door gezinsvoogden van de GI’s.
Grenzen verkennen waar ruimte bij andere domeinen en wetten ligt, die effectiever benutten en de breedte verkennen van de plicht om jeugdhulp te verlenen. Gaat het meervoudige gezinsproblematiek, dan kijken we daar nu al met een brede blik naar. Deze omvat alle terreinen van het sociaal domein, van jeugd, schuldhulpverlening,
6 Gezamenlijk inschatten zorgbehoefte
18
ouderproblematiek tot huisvesting. Door die bredere blik kunnen we beter antwoord geven op vragen als: • Wanneer kan de ondersteuning in de vrij toegankelijke jeugdhulp worden verleend? • Wanneer is er sprake van hulp in het kader van de Jeugdwet? • Wanneer valt het binnen een ander wettelijk kader? • Waar kunnen we beter integraal afstemmen? Hiervoor ontwikkelen we een juridisch, economisch en bestuurlijk kader waarbinnen we in de regio Haaglanden jeugdhulp verlenen en inperken.
3.2. Tijdig inzetten van de best passende hulp Wat willen wij bereiken? Als specialistische hulp nodig is, bieden we op het juiste moment passende hulp. De hulp en/of ondersteuning wordt zo snel als nodig geboden. Alles is gericht op integrale duurzame oplossingen voor ouders en jeugdigen. Hiermee voorkómen we lange zorgcarrières met weinig resultaat. Bij de inzet van passende hulp gelden de uitgangspunten normaliseren en ‘goed is goed genoeg’. Daar waar schaarste is, verlenen we voorrang aan de meest kwetsbare kinderen. Daarnaast willen we het aantal doorplaatsingen van aanbieder naar aanbieder verminderen om zo lange zorgcarrières voorkomen. En willen we de uitstroom uit de jeugdhulp naar lichtere vormen van ondersteuning bevorderen. De regio Haaglanden neemt de verantwoordelijkheid om beschikbaar te hebben: (boven)regionaal expertise, flexibel inzetbaar behandelaanbod, indien nodig (maatwerk)verblijfmogelijkheden. Typen zorg die niet elke gemeente altijd nodig heeft, worden gezamenlijk (boven)regionaal in stand gehouden. Regionaal en bovenregionaal wordt expertise gedeeld en benut (expertiseteam en bovenregionaal expertise netwerk, zie ook schema 1).
Wat doen we al en willen we versterken? We ondersteunen het versterken van de jeugdhulpexpertise bij de huisarts en ook daar zetten we in op normaliseren Door de inzet van jeugdhulpexpertise bij de huisarts kunnen kinderen, jeugdigen en hun ouders in de praktijk zelf geholpen worden, op een voor het kind en ouders vertrouwde plek. Met de aansluiting van jeugdhulpexpertise bij de huisartsenpraktijk willen de gemeenten met huisartsen werken aan positieve gezondheid van kinderen en jongeren: aandacht voor de lichamelijke gezondheid, voor het welbevinden van het kind (met waar nodig kortdurende behandeling op de huisartsenpraktijk) en de sociale participatie. Als inzet van specialistische jeugdhulp nodig is zorgen we samen voor verwijzingen die gerichter en meer passend zijn. Naast goede zorg is daarbij kostenbeheersing belangrijk. Als gemeenten werken we al enige tijd, ieder op onze eigen wijze, aan de inzet van deze jeugdhulpexpertise bij de huisarts.
Gezamenlijk zetten we in op: • Het gesprek met zorgverzekeraars (op subregionaal niveau), Zorgverzekeraars Nederland, Landelijke Huisartsenvereniging en koepels van huisartsen om een goede invulling te geven aan de inzet van jeugdhulpexpertise in de huisartsenpraktijk (bijvoorbeeld Praktijkondersteuner GGZ jeugd); • (sub)Regionaal leren en ontwikkelen, zowel tussen gemeenten als tussen huisartsen/POH GGZ jeugd, jeugdteams en aanbieders op het punt van normaliseren en positieve gezondheid • Inrichten van een consult- en expertisefunctie voor huisartsen vanuit de specialistische jeugdhulp. Denk hierbij aan het meekijk consult, voorlichting en training door de 19
kinderpsychiaters en GZ-psycholoog om problemen en vragen sneller te verhelpen en waar nodig te komen tot een goede triage. We organiseren (elders) hulp voor ouders met problematiek: daar waar deze hoort Een deel van de problematiek die tot inzet van jeugdhulp leidt, vindt zijn oorsprong in problematiek van de ouders, bijvoorbeeld bij complexe scheidingen. In dat geval moet de focus van steun of hulp op de volwassene liggen. Dit om patronen te doorbreken en jeugdigen niet onnodig met jeugdhulp te belasten. Hulp en steun voor de schadelijke gevolgen die kinderen ondervinden van de volwassenproblematiek, is wel van belang. We spreken ouders nadrukkelijk aan op hun verantwoordelijkheid en ontwikkelen ook manieren om daar op een niet-vrijblijvende wijze vorm aan te geven. We zetten in op gezinsarrangementen, op de verbinding met de volwassenen-GGZ en op het borgen van de acties uit de pilot Regiolab in het landelijk programma Scheiden Zonder Schade.
Thema’s zijn: • Deskundigheidsbevordering voor onder andere de lokale teams, bijvoorbeeld via de handreiking (v)echtscheidingsproblematiek (NJi); • Monitoring met als doel beter zicht te krijgen in de aantallen, type hulpvragen en kosten die samenhangen met (v)echtscheidingen; • Met zorgverzekeraars borgen van de tijdige inzet en bereikbaarheid van GGZ voor volwassenen, in casussen waarin de kinderen last hebben van de problematiek van de ouders.
Wat gaan we nieuw doen? We ontwikkelen een kader voor het verlenen van voorrang aan meest kwetsbare kinderen Samen met ouders en jongeren en jeugdhulpaanbieders definiëren we het begrip kwetsbare kinderen. Vervolgens gaan we aan de slag op waar en hoe deze kinderen vindbaar zijn en hoe wij deze kinderen met voorrang kunnen ondersteunen. Maximaal aan de slag met lange wachttijden, residentieel en ambulant Lang moeten wachten op jeugdhulp kan zeer schadelijk zijn en dit willen we voorkómen. Ook aanbieders, lokale teams en jeugdigen en hun ouders benoemen lange wachttijden voor jeugdhulp als een urgent probleem. Daarom hebben we de afgelopen jaren geïnvesteerd in het project Zorglogistiek dat tot doel heeft om vanuit zicht op in-, door-, en uitstroom in de residentiele zorg het plaatsingsproces incl. wachtlijstbemiddeling te bevorderen. Op twee plekken worden nog problemen gesignaleerd: • Wachttijden bij de lokale teams; • Wachten op de start van hulp of specialistische zorg- en ondersteuning. Wachten op hulp is soms onvermijdelijk. De wachttijden worden meer acceptabel door overbruggingshulp en wachtlijstbemiddeling. Wanneer een acceptabele wachttijd overschreden wordt en deze niet in lijn is met het traject wat een kind doorloopt, noemen we dat een ‘zorgelijk of schadelijk wachtende’.
De effecten van corona op de inzet van organisaties en medewerkers geven aan dit onderwerp extra urgentie. In de resultaatovereenkomsten 2021 met de jeugdhulpaanbieders is contractueel opgenomen dat zij moeten aangeven: • De wachttijd tot de zorg start; • De interne wachttijd; • Het aantal jeugdigen op de wachtlijst. In samenwerking met contractmanagers en jeugdhulpaanbieders gaan we: • Het percentage zorgelijke wachtenden in residentiële zorg terugdringen naar nul; 20
• • •
Samen met aanbieders een actueel overkoepelend beeld van zorgelijk wachtenden voor ambulante zorg maken. Het overkoepelend beeld maakt de informatie toegankelijk voor burgers en verwijzers; Voor ambulante zorg gaan we in voorkomende gevallen, net als bij residentiele zorg, zorgbemiddeling organiseren om het aantal zorgelijk wachtenden terug te brengen; Acties ondernemen bij wachtlijsten bij andere cruciale organisaties.
Maatwerk voor jeugdigen en gezinnen met complexe problemen en voorkomen dat kinderen op de verkeerde plek zitten Jeugdigen krijgen soms behandeling op een plek ver weg van huis en worden soms rondgepompt in het ‘systeem’, bijvoorbeeld door de entry – exit paradox : ‘je bent verslaafd, en je wordt uit de verslaafdenzorg gezet omdat je verslaafd bent’ of de ‘exit-exit’-paradox: je komt er niet ‘in’ omdat je zo complex bent dat geen aanbieder hulp kan bieden. Jeugdigen blijven daarnaast soms te lang in zorg, terwijl de effectiviteit van de interventie al na een paar maanden afneemt.
(bovenstaande grafiek wordt vervangen door een grafiek met actuele data uit onze Jeugdhulpmonitor) De uitstroom is continu lager is dan de instroom. Daarnaast constateren we in de regio Haaglanden dat de intensiteit van trajecten toeneemt. Naast dat het voor de kinderen en jongeren belangrijk is dat zij hulpen ondersteuning op de juiste plek en het juiste moment krijgen, is dit ook een potentiële besparingsmaatregel7. We gaan in samenwerking met de jeugdhulpaanbieders maatregelen nemen op belemmeringen in de uitstroom. Onderdeel hiervan is het versnellen van doorstroom naar de WLZ. Onze aanpak toetsen wij te zijner tijd aan regionale visie Beschermd Wonen. Wij: • • •
onderzoeken welke jeugdigen (te) langdurig in een behandelsetting verblijven en realiseren alternatieven: intensieve begeleiding thuis, flexibele woonunits met zware begeleiding, housing in, kamertraining, begeleid wonen en tussenvormen (met aanbieders); onderzoeken momenteel welke jeugdigen qua indicatie onder de Wet Langdurige Zorg vallen waardoor jeugdigen een meer passende woonplek en stabiliteit ontberen; ontwikkelen op basis hiervan samen met de zorgkantoren een strategie om kinderen beter te laten doorstromen naar een passende plek;
7 A. Hildrink e.a., Stelsel in groei, Een onderzoek naar financiële tekorten in de jeugdzorg (Andersson Elffers
Felix: Utrecht, 2020)
21
•
•
steunen het initiatief van aanbieders om een convenant op te stellen waarin zij er de verantwoordelijkheid voor nemen dat kinderen en jongeren met complexe problematiek en contra-indicaties niet ‘tussen wal en schip vallen’, waarbij zij goed kijken naar uitsluitingsmechanismen; stimuleren bij aanbieders die werken met complexe doelgroepen het implementeren van de maatwerkmethode van Instituut Publieke Waarde, zodat hun professionals op die manier gaan werken.
3.3. Kinderen en jongeren groeien zo thuis mogelijk op Op naar ‘nul uithuisplaatsingen’. Nederland is nummer 1 ter wereld in uithuisplaatsingen en sinds de decentralisatie is gemiddeld weinig verbetering te zien. In 2019 telde ons land 3,4 miljoen jeugdigen (0 tot 18 jaar), waarvan 1,26 % niet thuis woonde. We willen dat dit verandert, dat thuisoplossingen de norm worden. Op naar nul uithuisplaatsingen is de beweging StroomOp die we willen zien , de droom en geeft aan dat we naar een sterke daling willen. Daar zijn tal van maatregelen voor nodig die op meerdere plekken in deze regiovisie staan genoemd, zoals het versterken van ambulante zorg. Wat de werkelijke daling wordt gaan we jaarlijks monitoren om blijvend de koers vast te houden.
Wat willen wij bereiken? De meest kwetsbare jeugdigen, krijgen eerder, sneller en beter passende hulp - samen met hun ouders - zodat tijdig geïnvesteerd wordt in een omgeving die liefdevol, stabiel en veilig is en perspectief biedt op een gezonde ontwikkeling, zo thuis mogelijk. Dat bereiken we door: • intensieve vormen van hulp voor gezinnen; • voldoende passende alternatieven als een kind of jongere toch niet thuis op kan groeien; • de schaarste aan passende zelfstandige woonruimte voor jongeren aan te pakken.
Wat doen we al en willen we versterken? Ook met de Gecertificeerde Instelling, Jeugdbescherming West (JBW), hebben we afspraken gemaakt over het terugdringen van uithuisplaatsingen. In het kader van het verbeterplan8 en de daarmee gemoeide gelden voor de caseloadverlaging heeft JBW het volgende opgenomen in het projectplan: • Het aantal uithuisplaatsingen (exclusief netwerkplaatsingen) bij nieuwe ondertoezichtstellingen daalt naar 25%; • De caseloadverlaging in de teams zorgt ervoor dat zij meer tijd met het gezin kunnen doorbrengen. Dat geeft geeft meer informatie. Die is nodig om een betere analyse van patronen te maken en te bepalen wat nodig is om deze patronen te doorbreken. Deze analyse is dus helpend bij het vraaggericht formuleren wat er nodig is voor het gezin. Het helpt in onze doelstelling om het aantal uithuisplaatsingen te verlagen. Meer geschikte alternatieven als een kind of jongere toch niet thuis op kan groeien Als herstel in het eigen gezin toch niet mogelijk blijkt, is een alternatief gezin de beste secundaire oplossing. Dit kan in de vorm van een pleeggezin of gezinsgerichte opvang. Aanvullend is er behoefte aan kleinschalige woonvoorzieningen waar zeker de wat oudere kinderen – langdurig of tijdelijk – kunnen wonen als het thuis niet meer gaat.
We gaan door met het programma Jeugdhulp In Gezinsvormen9 en actualiseren het programma met de geleerde lessen van de afgelopen jaren. 8 Plan op basis van het Inspectierapport ‘Kwetsbare kinderen onvoldoende beschermd’, nov. 2019 9 Met onder andere actiepunten rond de positie van jongeren en ouders, omgaan met trauma en
ondersteuning van opvoeders en pleegouders
22
(nog invoegen: afbeelding: pleegzorg en gezinsgericht als % van verblijf op basis van actuele gegevens Jeugdhulpmonitor Haaglanden) In de regio Haaglanden zien we dat de groei van het aantal pleeggezinnen achterblijft bij de vraag en er behoefte is alternatieven. Samen met pleegzorgaanbieders en Gecertificeerde Instellingen willen wij meer pleeggezinnen en gezinstehuizen creëren en de continuïteit in de pleegzorg versterken. Dit doen we door onder andere: • meer focus op de samenwerking tussen ouders en pleegouders; • versterking van het sociale netwerk en de steun rondom pleeggezinnen; • zicht op de mogelijkheden om pleeggezin-plus in de regio vorm te geven; • versterking van werving, matching en stimulering van gezamenlijke wervingsacties van gemeenten en aanbieders; • verbetering van de nazorg voor pleegouders bij beëindiging van een plaatsing; • mogelijkheden te creëren voor intensieve begeleiding of behandeling voor pleegkinderen met gedrags- of ontwikkelingsproblemen. Afbouw van gesloten plaatsen jeugdhulp en opbouw van alternatieven Voor gesloten jeugdhulp werkt de regio Haaglanden samen met de andere jeugdhulpregio’s in ZuidHolland (‘Regio Zuidwest’). In 2015 is op niveau van Zuidwest het toenmalige beleid van VWS voortgezet met het afbouwen van de gesloten plaatsen.
Binnen de bovenregionale samenwerking is in een ambitieus plan afgesproken de opbouw van alternatieven te versnellen, waardoor gebouwen voor gesloten groepen kunnen worden afgebouwd. De ambitie is dat in 2024 de huidige capaciteit van 300 plaatsen is teruggebracht naar een palet van 100 bedden plus nieuwe voorzieningen als kleinschalige woonvormen, gezinsopname, ambulante hulp en opvang en onderwijs van 8-20 uur. Ook wordt het verblijf op het bed waar mogelijk verkort. In 2020 is een werkagenda vastgesteld waaraan de komende jaren uitvoering wordt gegeven. Ook bij deze bijzondere en intensieve vorm van jeugdhulp is de ambitie dat deze zich meer gezinsgericht ontwikkelt. Belangrijke voorwaarden daarbij zijn tijdige en goede diagnostiek, veiligheid en een doorlopende onderwijslijn met een goed ontwikkelperspectief voor de jongere. Tijdens de doorontwikkeling gaat de regio Haaglanden sturen op een beperkte duur van de plaatsing (maximaal 6 maanden) om zo ook ‘werkende weg’ sneller te komen tot maatwerk en een goed toekomstplan voor deze jeugdigen.
Wat is nieuw? De opbouw en ontwikkeling kleinschalige woonvoorzieningen Op basis van de adviezen van het Expertiseteam Complexe Zorg en de werkagenda Gesloten Jeugdhulp krijgen kleinschalige woonvoorzieningen voorrang. Voorbereiding hiervan vond plaats in 2020. Zo wordt in 2021 een eerste kleinschalige voorziening voor gesloten jeugdhulp gestart. Tevens wordt in 2021 een vernieuwend concept gerealiseerd voor jongeren met ernstig autisme, waar nodig aangevuld met ambulante hulp en verbonden met voorzieningen voor onderwijs en vrijetijds- en dagbesteding. Verblijf en behandeling worden van elkaar losgekoppeld. Daardoor is continuïteit van de zorg geborgd wanneer, bijvoorbeeld, een jeugdige een andere verblijfplaats krijgt. Ook beogen we samenwerking met het Zorgkantoor, zorgverzekeraar en WMO (maatwerk, beschermd wonen en maatschappelijke opvang). Dit met het oog op continuïteit bij wijziging van de financieringsgrondslag (Wlz) en zodat de jongere dan niet hoeft te verhuizen. The Big 5! en verbinding met de uitvoeringsagenda regionale woonvisie Er is onvoldoende woonruimte beschikbaar om jeugdigen te laten uitstromen uit een instelling. Daardoor blijven zij onnodig op dure verblijfsplekken ‘hangen’ en ontstaan er wachtlijsten voor die 23
instellingen. We omarmen het advies van JONG doet mee!, met daarin de vijf voorwaarden om te kunnen stoppen met de jeugdhulp.10 (zie kader).
The Big 5 van JONG doet mee! 1. Ik heb een dak boven mijn hoofd. 2. Ik ga naar school, volg een opleiding of heb werk. 3. Ik heb een volwassene die ik vertrouw en waar ik op kan terugvallen. 4. Ik ben goed voorbereid op mijn financiële zelfstandigheid (eventueel heb ik een bewindvoerder). 5. Ik heb een sociaal netwerk.
Daarom: • vragen wij jeugdhulpaanbieders om waar mogelijk duurzaam af te schalen en jongeren uit te laten stromen; • wordt er gewerkt aan een uitvoeringsagenda van de regionale woonvisie. Het vergroten van de beschikbaarheid van woningen voor jongeren die uitstromen uit jeugdhulp met verblijf maakt hier onderdeel van uit. We sluiten aan bij de uitvoeringsagenda door: o Input te leveren voor en aanjagen van de uitvoeringsagenda (onder andere door de vraag naar passende woonvoorzieningen te kwantificeren en aandacht te vragen voor initiatieven als kamers-met-kansen; o Op het moment dat woonruimte beschikbaar komt, ook te zorgen voor (zo nodig) beschikbaarheid van steun en hulp.
3.4. Duurzaam veilig opgroeien Wat willen wij bereiken? We willen dat jeugdigen duurzaam veilig opgroeien. Onveiligheid in de opvoedsituatie moet tijdig herkend worden. Hierbij is aandacht voor de achterliggende oorzaken van de onveiligheid en wordt ingezet op het doorbreken van patronen. Als de thuissituatie die veiligheid niet kan bieden en kinderen onder verantwoordelijkheid van de overheid worden geplaatst in een pleeggezin, gezinshuis of een instelling, dan moeten zij daar een veilige omgeving vinden. We gaan: • Beter Samenspel in de hele regio implementeren, borgen en verbreden; • de jeugdbeschermingsketen hervormen; • de visie op inzet van jeugdhulp in strafrechtelijk kader verder uitwerken; • met aanbieders van residentiële jeugdhulp en pleegzorg een project starten over (on)veiligheid binnen de jeugdhulp n.a.v. het rapport “Onvoldoende beschermd”. Onze aanpak toetsen te zijner tijd aan regionale visie Huiselijk Geweld.
Wat doen we al en willen we versterken? Beter Samenspel implementeren, borgen en verbreden Een belangrijke innovatie van de afgelopen jaren is het programma Beter Samenspel voor veilig opgroeien. Lokale Teams en Gecertificeerde instellingen (GI’s) zetten zich er binnen dit programma samen voor in dat kinderen en jongeren duurzaam veilig op kunnen groeien, zo veel mogelijk thuis 10 JONG doet mee! Is het hét jongerenplatform van jongerenraden en jongeren die ervaring hebben in de
jeugdhulp uit Haaglanden.
24
en met zo min mogelijk escalaties die leiden tot een (voorlopige) ondertoezichtstelling. Door het maken van een betere (gezamenlijke) analyse van de situatie in een gezin dragen zij eraan bij dat gezinnen tijdig de juiste hulp krijgen en (intergenerationele) patronen doorbroken worden. We gaan door met de implementatie van Beter Samenspel en het borgen van de werkwijze. We leggen hierbij de verbinding met ontwikkelingen binnen de aanpak Huiselijk Geweld (in het bijzonder de gefaseerde ketenaanpak) en de forensische jeugdhulp. Eerder was het doel om implementatie van deze aanpak te realiseren in eerste helft van 2021. Door corona, tekorten op de arbeidsmarkt en snelle wisselingen in het personeelsbestand verloopt deze implementatie trager, maar blijft deze gericht op 2022 en verder. Hervorming van de jeugdbeschermingsketen Beter Samenspel is een passende opmaat voor verdere ontwikkelingen en vereenvoudiging van de jeugdbeschermingsketen. In 2020 is in Haaglanden voor dit laatste een verkenning gestart op basis van de kabinetsbrief ‘Perspectief voor de jeugd’ van maart 2020. Landelijk wordt gewerkt aan een toekomstscenario als basis voor regionale invulling dat in 2021 het vertrekpunt is voor de regionale planvorming en mogelijke pilots.
Inzet van jeugdhulp in strafrechtelijk kader Er is sprake van jeugdhulp in het strafrechtelijk kader wanneer deze hulp expliciet is opgenomen in een strafrechtelijke beslissing binnen het jeugdstrafrecht. Wanneer een jongere deze hulp niet binnen de voorgeschreven tijd in het vonnis kan ontvangen, dreigt gevangenisstraf. Met de inzet van jeugdhulp in strafrechtelijk kader wil men de kans verkleinen dat een jeugdige opnieuw een strafbaar feit pleegt en weer in aanraking met Justitie komt. Daarnaast is het doel dat de jongere weer perspectief op een goede toekomst krijgt. Samen met verwijzers (Raad voor de Kinderbescherming, G.I., reclasseringsorganisaties) en aanbieders van forensische zorg werken we de visie op dit type hulp verder uit. We vinden het belangrijk dat forensische jeugdhulp minder een apart domein blijft en beter aansluit bij de rest van de keten11.
Wat gaan we nieuw doen? We gaan in gesprek over (on)veiligheid Onveiligheid is een diffuus begrip. Professionals voeren hierover een open gesprek. Gezamenlijk werken gemeenten en aanbieders toe naar een situatie waarin dit een normaal gespreksonderwerp wordt, waarin het voor ouders minder bedreigend is om aan te geven dat ze steun nodig hebben. Aanbieders en gemeenten bieden steun aan professionals bij het maken van de afweging om in te grijpen bij onveilige situaties of te voorkomen dat er ingegrepen moet worden. Dit is een beladen vraagstuk dat veel maatschappelijke discussie oproept. Het gaat hier om steun die verder gaat dan de ‘normale’ inzet die vanuit de eigen organisatie verwacht mag worden. Het is op dit punt dan ook nodig om het gesprek hierover breed en open te voeren. Het vergt een cultuuromslag en het erkennen van onze gezamenlijke verantwoordelijkheid hierin. Binnen dit kader hebben we blijvende aandacht voor de Meldcode Kindermishandeling. Rapport commissie “Onvoldoende beschermd” In juni 2019 presenteerde de Commissie Onderzoek naar Geweld in de Jeugdzorg (onder voorzitterschap van Micha de Winter) het rapport "Onvoldoende beschermd". Op landelijk niveau worden maatregelen genomen om slachtoffers te erkennen, blijvend te leren van wat er is gebeurd en verder geweld in de jeugdhulp te voorkomen.
De ministeries zouden samen met brancheorganisaties maatregelen nemen om geweld in de jeugdhulp zoveel mogelijk te voorkómen. 11 Andersson Elffers Felix, Jeugdhulp in strafrechtelijk kader, Knelpunten in de advisering en ten
uitvoerlegging en eerste oplossingsrichtingen (Utrecht 2020)
25
Dit komt echter nog niet goed van de grond. Verschillende ambities en acties uit onze regiovisie liggen in lijn met de aanbevelingen uit het rapport. Wij willen daarom een project starten in de regio om met (vertegenwoordigers van) kinderen, jongeren en ouders en betrokken organisaties na te gaan welke acties nodig zijn en afspraken maken over de uitvoering hiervan.
26
4. KOSTENBEHEERSING 4.1. Wat willen wij bereiken? In de regio Haaglanden willen we dat kinderen gezond en veilig opgroeien, nu en in de toekomst. De ambities opgenomen in hoofdstuk 3 beogen naast meer kwalitatieve jeugdhulp ook kostenbeheersing. Maar naast deze inhoudelijke ambities zetten we ook instrumenten in die specifiek gericht zijn op de kostenbeheersing of, waar dat kan, kostenreductie. Geld voor de zorg is niet oneindig beschikbaar. Daarom maken we scherpe keuzes over hoe we de beschikbare middelen inzetten. In dit hoofdstuk staat enerzijds een opsomming van de eerder inhoudelijk benoemde ambities in hoofdstuk 3 en daarnaast een aantal instrumenten die specifiek op de kostenbeheersing worden ingezet.
4.2. Wat doen we al en willen we versterken? De stelselwijziging van 2015 heeft in de jaren daarna tijd, aandacht en geld gekost. De transformatie ging langzamer dan verwacht en de kosten liepen ondertussen op. In de regio hebben we daarom een aantal kwaliteitsimpulsen ingezet die naar verwachting zullen leiden tot kostenbeheersing, impulsen gericht op de transformatie of impulsen instrumenteel op de kostenbeheersing. Elders in de regiovisie staan impulsen al genoemd, voor de overzichtelijkheid staan ze hier bij elkaar: • Jeugdhulpexpertise bij de huisartsenpraktijken; • Versnellen van de doorstroom naar de Wet Langdurige Zorg; • Onderzoek naar de belemmeringen bij uitstroom; • Q-analyse 12en de ontwikkeling van een goede dataset voor (data)sturing , Tellen & Vertellen (jeugdhulpmonitor); • Werken met een richtinggevend kader dat inzicht geeft in de duur en intensiteit van trajecten; • Bestedingsruimte. Met de nieuwe inkoop per 2021 is ook een bestedingsruimte per aanbieder ingevoerd. Hiermee wil de regio meer inzicht en grip krijgen op de budgetten per aanbieder; • Zicht op de bedrijfsvoering van jeugdhulpaanbieders. Dat betreft o.a. het financieel inzicht: hoe staat de jeugdhulpaanbieder er financieel voor. Bij aanvang van een overeenkomst wordt de financiële draagkracht van de aanbieder getoetst.