CConstaterende datLeidschendam-Voorburg
Koppel je AI →
Document · PDF

1959 Zienswijzennota Westeinde 132

Raadsvergadering 9 maart 2021, gemeente Leidschendam-VoorburgBij agendapunt: Raadsvoorstel: Definitieve verklaring van geen bedenkingen (vvgb) voor het oprichten van twee eengezinswoningen en vier appartementen aan het Westeinde 132b, 132c en 132d in Voorburg (1959).22.626 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Reactie: De inpassing van 12 parkeerplaatsen, conform de parkeernormen, bij de realisatie van dit plan is mogelijk. Alle parkeerplaatsen voldoen aan de geldende maatvoering, daarnaast zullen de parkeerplaatsen voornamelijk gebruikt worden door vaste gebruikers die de situatie ter plaatse kennen. De verwachting is dat dit niet tot problemen van het bereiken van de parkeerplaatsen leidt. Ook dienen bewoners van de nieuwe woningen gebruik te maken van de eigen parkeerplaats. De nieuwe bewoners komen niet in aanmerking voor een parkeerontheffing wanneer ze op eigen terrein kunnen parkeren en moeten dus van de eigen parkeergelegenheid gebruik maken. Op die manier wordt geborgd dat de bewoners zo veel mogelijk van de eigen parkeergelegenheid gebruik maken. 4. Verkeersonveilige situatie Om de planlocatie te bereiken moet door een smalle gang tussen de woningen aan het Westeinde 134 en 132A worden gereden. Deze doorgang is, inclusief trottoir voor voetgangers, circa 4 meter breed en 25 meter lang. Voertuigen kunnen elkaar niet veilig passeren om de woningen op de planlocatie te bereiken. In het ontwerpbesluit is niet overwogen hoe hiervoor een verkeersveilige situatie kan worden

Zienswijzennota projectafwijkingsbesluit “Westeinde 132b, 132c en 132d”

32

gecreëerd met deze omstandigheden. Evenmin is meegewogen dat het kruispunt met het Westeinde onoverzichtelijk is. Ook hiervoor ontbreekt in het ontwerpbesluit een zorgvuldige oplossing. Verder zal de ruimte om te kunnen parkeren bijzonder krap en onoverzichtelijk zijn, hetgeen resulteert in een verkeersonveilige situatie. Ook zal het in- en uitrijden leiden tot onveilige situaties voor de voetgangers op het Westeinde waarvan het merendeel schoolgaande kinderen betreft door de directe nabijheid van Pius X basisschool. Reactie: In het verleden was op deze locatie een bedrijf in sierbestratingen gevestigd, met ook parkeergelegenheid voor medewerkers én bezoekers op eigen terrein. Het in- en uitrijden heeft in het verleden niet tot ongelukken geleid, vandaar dat de verwachting niet is dat dat nu wel het geval is. Indien nodig kunnen er maatregelen genomen worden om zicht te verbeteren en attentieniveau te verhogen. In de praktijk zal de intensiteit en gebruik van deze toegangsweg beperkt zijn omdat het voornamelijk bewoners zijn die hier gebruik van gaan maken. In de onderbouwing wordt uitgegaan van een berekening van een totale verkeersgeneratie van 29 voertuigen per etmaal eventueel nog aangevuld met een deel zoekverkeer naar beschikbare plaatsen Het gaat dus om een beperkte hoeveelheid verkeersbewegingen.

De toegangsweg is niet heel lang en naar onze mening dus goed overzichtelijk. Als men de steeg in wil rijden en er komt al een auto aan dan zal hier even op gewacht moeten worden. Wij verwachten niet dat het vaak voor zal komen dat men elkaar in de toegangsweg tegenkomt. Mocht dit in de praktijk anders blijken, dan zouden er extra maatregelen getroffen kunnen worden om dit te voorkomen. 5. Geluidsoverlast In het geluidsonderzoek is niet nagegaan welke gevolgen het bouwplan heeft voor de geluidsbelasting van de bestaande woningen in de directe omgeving. Zowel de ruimtelijke onderbouwing als het voor een Besluit om hogere grenswaarden op grond van de Wet geluidhinder vast te stellen vereiste onderzoek zijn niet toereikend. Reactie: In het geluidsonderzoek is niet expliciet vermeld welke gevolgen het bouwplan heeft voor de geluidbelasting van de bestaande woningen in de directe omgeving, omdat de toetsing aan de Wet geluidhinder (Wgh) en het Besluit hogere grenswaarden, dat op die wet gestoeld is, alleen geldt voor de nieuwe woningen. Indien de geluidsbelasting op bestaande woningen met 2 dB of meer zou kunnen toenemen als gevolg van een bouwplan, dient hieraan aandacht te worden besteed in het Wghonderzoek. Bij dit bouwplan kan echter een dergelijke geluidstoename op bestaande woningen op voorhand worden uitgesloten.

Voor een toename van 2 dB is namelijk een verkeerstoename van circa 40% nodig. Een dergelijke verkeers- en geluidtoename ten opzichte van het aantal verkeersbewegingen en de soort voertuigen in de oorspronkelijke situatie (bedrijf Pleunis) kan worden uitgesloten. 6. Luchtkwaliteit Er is landelijk grote aandacht voor de luchtkwaliteit en de stikstofproblematiek. Afgevraagd wordt of de conclusie in de ruimtelijke onderbouwing ‘dat het aspect luchtkwaliteit geen belemmering is voor de uitvoering van dit plan’ toereikend is. Er wordt immers verwezen naar achtergrondconcentraties over 2017, en het is de vraag of die nog actueel zijn. Het is daarmee de vraag of de “Berekening t.b.v. Wet natuurbescherming’ aan een goede ruimtelijke onderbouwing ten grondslag kan worden gelegd. Ook is de vraag of de daarin gehanteerde methode tot resultaten leidt die in overeenstemming zijn met de unierechtelijke verplichting Natura 2000-gebieden te beschermen. Indien toch vergunning wordt verleend, wordt gevraagd rekening te houden met de bezwaren en te waarborgen dat de bouwoverlast wordt geminimaliseerd. Bovendien zou onderdeel van de vergunning moeten zijn dat de monumentale woningen van omwonenden worden beschermd o.a. door de verplichting aan de projectontwikkelaar op

Zienswijzennota projectafwijkingsbesluit “Westeinde 132b, 132c en 132d”

33

te leggen om voor de aanvang van de bouwwerkzaamheden een nulmeting uit te voeren aan de woningen. Reactie: De conclusie in de ruimtelijke onderbouwing ‘dat het aspect luchtkwaliteit geen belemmering is voor de uitvoering van dit plan’ is toereikend. De achtergrondconcentraties over 2017 mogen worden beschouwd als een overschatting van de luchtkwaliteit in 2020 en verdere jaren. Onder andere door de continue vernieuwing van het Nederlandse wagenpark dalen de emissies, ondanks eventuele verkeerstoename, en verbetert de luchtkwaliteit in de loop der jaren. Kortom als de luchtkwaliteit in 2017 voldoet, voldoet deze zeker ook in 2020 en verdere jaren. Overigens is de verwijzing naar de achtergrondconcentraties over 2017 niet relevant voor de conclusie dat de luchtkwaliteit niet in betekenende mate verslechtert als gevolg van het bouwplan. Ook is deze verwijzing niet relevant voor de berekening t.b.v. de Wet natuurbescherming. Deze berekening moet immers worden uitgevoerd met behulp van de wettelijk voorgeschreven AERIUS-calculator op basis van emissies, niet van achtergrondconcentraties. Ten aanzien van de berekening van de stikstofdepositie heeft nog een dubbelcheck plaatsgevonden vanwege de verplichte herberekening met de sinds 15 oktober 2020 voorgeschreven geactualiseerde versie van de AERIUS-calculator.

Conclusie De bovenstaande zienswijze geeft geen aanleiding om het bouwplan aan te laten passen of de omgevingsvergunning niet te verlenen. 3.6 Indiener(s) zienswijze 6 Samenvatting van de zienswijze: 1. Ruimtelijke onderbouwing niet passend voor deze locatie De ruimtelijke onderbouwing is op diverse punten strijdig met lokaal beleid waardoor deze niet passend of aannemelijk is voor deze locatie. De beoogde ontwikkeling in deze vorm past niet op de locatie en in het ruimtelijk beleid van de gemeente. Met name door de massaliteit van voorgenomen bouwwerk wordt er afbreuk gedaan aan de basisstructuren van de locatie. Dat betekent dat de voorgenomen ontwikkeling in strijd komt met de Omgevingsvisie van de Provincie-Zuid Holland en daarmee kan van een goede ruimtelijke onderbouwing geen sprake zijn. In november 2015 is een ruimtelijk kader vastgesteld voor de transformatie van deze Pleunislocatie. Het ontwerpbesluit wordt onderbouwd met de mededeling dat de afwijking van het bestemmingsplan aan dat kader is getoetst. Er wordt niet aan het nieuwere bestemmingsplan getoetst, dat anders dan het ruimtelijke kader het juridisch instrument is om bouwplannen zoals dit te beoordelen. Verwijzing naar dit ruimtelijk kader uit 2015 kan dan ook niet de goede ruimtelijke onderbouwing opleveren voor de afwijking van het bestemmingsplan.

Ook was er bij de vaststelling van het ruimtelijk kader geen formele bezwaarmogelijkheid. Toen de planlocatie aan een nieuwe projectontwikkelaar is overgedragen heeft de gemeente zich op geen enkel moment bereid getoond deze opnieuw te bespreken, bezwaren te overwegen of in overleg te treden. Omwonenden hebben herhaaldelijk verzocht samen met de gemeente en de nieuwe projectontwikkelaar in overleg te gaan. Ten onrechte is het ruimtelijk plan – zonder gemotiveerde weerlegging van de belangen van omwonenden – als uitgangspunt genomen voor de “goede ruimtelijke ordening”. Reactie: Het voorliggende bouwplan is getoetst aan het geldende bestemmingsplan Voorburg West-Park Leeuwenbergh. Aangezien het plan hiermee in strijd is wordt een afwijkingsprocedure doorlopen. Voor de ontwikkeling naar woningbouw is destijds een ruimtelijk kader door de raad vastgesteld. Nu het bouwplan voldoet aan de uitgangspunten uit dit ruimtelijk kader en in de ruimtelijke onderbouwing verder is

Zienswijzennota projectafwijkingsbesluit “Westeinde 132b, 132c en 132d”

34

toegelicht waarom het plan voldoet aan een goede ruimtelijke ordening zijn wij van mening dat medewerking aan het plan kan worden verleend. Bij de vaststelling van het ruimtelijk kader was er destijds geen formele bezwaarmogelijkheid, wel was er destijds de mogelijkheid om in te spreken bij de behandeling van het ruimtelijk kader in de raad. Dit heeft niet geleid tot aanpassing van het voorstel. De nieuwbouw past in de schaal en maat van de directe omgeving. De langs het water gesitueerde grotere bouwvolumes gelden hierbij in tegenstelling tot het beeld van deze losse objecten langs het water niet als eerste referentie. Het Diaconessenhuis, de kerk, de appartementen van Nieuw Bleijenburg zijn allen grote, unieke bouwvolumes in een ruime veelal groene setting, wat hun grotere schaal verklaart en rechtvaardigt. Op deze locatie zal door de (lastige) vorm van het perceel, de breedte en diepte verhouding en de relatief korte afstand tot omliggende woningen qua schaal en maat aangesloten worden op de aanwezige woningen langs het Westeinde. De unieke plek vraagt om een eigentijdse op de locatie gerichte architectuur. Het bouwblok op het diepere deel van het perceel kan zowel in de breedte als in de diepte wat forser zijn. De bestaande rooilijn van de woningen langs het Westeinde is maatgevend. Er wordt aangehaakt op de cultuurhistorische verkavelingsrichting op de oude strandwal.

De nieuwe bebouwing hecht zich op deze manier stevig in zijn omgeving. De rooilijn van de twee volumes hebben dezelfde hoofdrichting, maar komen door de tapse doorsnijding van de Vliet trapsgewijs langs het water te staan. Dit levert een vriendelijk en dynamisch beeld op langs de Vliet en voorkomt een strakke wand. Op deze manier wordt er een goede verbinding gemaakt tussen de grotere schaal van de Vliet, het beeld daar langs en de kleinere schaal, de in passing op de locatie. De hoofdgebouwen sluiten qua bouwhoogte aan op de directe omgeving en kunnen maximaal drie lagen worden. 2. Strijd met beleid over welstand, inrichting Vlietzone, Historisch lint en bestemmingsplan De gekozen ontwikkeling is in strijd met het vastgestelde beleid van de gemeente over welstand, de inrichting van de Vlietzone, het Historische lint Voorburg en het geldende bestemmingsplan. De afwijkingen zijn onvoldoende gemotiveerd en foutief onderbouwd. Reactie: Het voorliggende plan sluit inderdaad niet aan op al het door reclamanten genoemde beleid. Dat is ook de reden dat er een ruimtelijk kader opgesteld is. Om de gemeenteraad een afweging te laten maken voor verschillende doelstellingen uit het beleid, ook is aangegeven wanneer echt is afgeweken en waarom de gemeente vindt dat er ondanks dat reclamanten dit anders zien wel invulling wordt gegeven aan bepaald beleid.

Omdat het bouwplan in strijd is met het geldende bestemmingsplan, wordt de voorliggende afwijkingsprocedure doorlopen. De visuele aspecten van het bouwplan, zowel op zichzelf, als in relatie tot zijn omgeving, worden beoordeeld door de welstandscommissie. Deze commissie is een onafhankelijk en deskundig adviesorgaan, dat het college adviseert over de welstandsaspecten van ingediende aanvragen. De commissie houdt bij de beoordeling van een bouwplan rekening met de beoordelingsaspecten zoals die in de welstandsnota zijn vastgelegd. Ook wordt rekening gehouden met de oorspronkelijke architectuur van de wijk. De welstandscommissie heeft het voorgestelde plan diverse keren beoordeeld, advies gegeven hoe het plan aangepast diende te worden en uiteindelijk op 25 februari 2020 geadviseerd dat het plan voldoet aan redelijke eisen van welstand. Uit vaste jurisprudentie (o.a. ABRS, 20 december 2017, ECLI:NL:RVS:2017:3476) blijkt dat het college, hoewel het niet aan een welstandsadvies is gebonden en de verantwoordelijkheid voor welstandstoetsing Zienswijzennota projectafwijkingsbesluit “Westeinde 132b, 132c en 132d”

35

bij hen berust, aan het advies in beginsel doorslaggevende betekenis toekennen. Tenzij het advies naar inhoud of wijze van totstandkoming zodanige gebreken vertoont dat het bevoegd gezag dit niet - of niet zonder meer - aan zijn oordeel omtrent de welstand ten grondslag heeft mogen leggen, behoeft het overnemen van een welstandsadvies in beginsel geen nadere toelichting. Dit is anders indien de aanvrager of een derde-belanghebbende een advies overlegt van een andere deskundig te achten persoon of instantie dan wel gemotiveerd aanvoert dat het welstandsadvies in strijd is met de volgens de welstandsnota geldende criteria. Zoals al aangegeven heeft de commissie het plan meerdere keren beoordeeld en geadviseerd hoe het plan aangepast diende te worden om uiteindelijk aan redelijke eisen van welstand te kunnen voldoen. Wij zijn dan ook van mening dat de commissie een weloverwogen advies heeft uitgebracht Aangezien wij geen deskundig tegenadvies hebben ontvangen, zijn wij van mening dat wij het welstandsadvies voor onze besluitvorming hebben kunnen overnemen. 3. Verlies privacy, licht, bezonning en uitzicht Meerdere buurtbewoners verliezen privacy, licht en bezonning, zicht op de Vliet en landgoed Dorrepaal.

Door te streven naar een maximale bebouwing van het plot moeten er concessies worden gedaan aan de leefkwaliteit van de omwonenden welke voorkomen kunnen worden bij een bescheidener planvolume. Deze opties zijn steeds van de hand gedaan met als enige argument de financiële haalbaarheid van het project. Reactie: Het uitzicht zal door het voorgestelde bouwplan inderdaad veranderen. Er bestaat echter geen recht op vrij uitzicht. Ter bescherming van de visuele privacy tussen buren is in artikel 5:50 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek het volgende opgenomen: “Tenzij de eigenaar van het naburige erf daartoe toestemming heeft gegeven, is het niet geoorloofd binnen twee meter van de grenslijn van dit erf vensters of andere muuropeningen, dan wel balkons of soortgelijke werken te hebben, voor zover deze op dit erf uitzicht geven”. Er is geen sprake van aantasting van de privacy, nu er zich geen ramen binnen twee meter van de grenslijn van de naastgelegen erven bevinden. Naar aanleiding van de ingediende zienswijzen heeft de aanvrager een bezonningsstudie gemaakt. Hieruit blijkt dat het plan voor een aantal percelen op bepaalde momenten meer schaduw zal opleveren, maar ook op bepaalde momenten voor een aantal percelen juist minder schaduw zal opleveren. Volgens het geldende bestemmingsplan geldt een maximale bouwhoogte van 9,00 meter voor de huidige bedrijfsbestemming.

De huidige bedrijfsbebouwing heeft een hoogte variërend van 3,00 meter oplopend tot 4,00 meter, 5,00 meter en maximaal 7,00 meter. Een bedrijfsgebouw met een maximale hoogte van 9,00 meter zal ook een andere schaduwwerking voor de naastgelegen percelen opleveren en is op grond van het bestemmingsplan op deze locatie rechtstreeks toegestaan. Ook van de situatie met bebouwing van 9,00 meter is door de aanvrager een schaduwberekening gemaakt. Hieruit blijkt dat het voorgestelde plan een minder grote impact op de schaduwwerking heeft dan wanneer er een bouwplan conform het huidige bestemmingsplan gerealiseerd zal worden. Wij zijn dan ook van mening dat de verandering in schaduwwerking door het voorgestelde plan niet zodanig is, dat er geen medewerking aan het plan kan worden verleend. Het voorgestelde bouwplan zal dus inderdaad een gewijzigde schaduwwerking en ander uitzicht voor de naastgelegen percelen opleveren. Er is naar onze mening echter geen sprake van een zodanig slechtere bezonningssituatie of verandering van uitzicht, dat aan het plan redelijkerwijs geen medewerking kan worden verleend. Het gevoel van vermindering van woongenot betreft een subjectieve omstandigheid, welke per individu kan verschillen. Van een onacceptabele aantasting van de leefomgeving is naar ons oordeel echter geen sprake.

Daarbij zijn wij van mening dat het wonen in een stedelijke omgeving een zeker en normaal risico op veranderingen in de directe omgeving met zich meebrengt.

Zienswijzennota projectafwijkingsbesluit “Westeinde 132b, 132c en 132d”

36

4. Geluid In het geluidsonderzoek is niet nagegaan welke gevolgen het bouwplan heeft voor de geluidsbelasting van de bestaande woningen in de directe omgeving. Zowel de ruimtelijke onderbouwing als het geluidsonderzoek in het kader van het Besluit hogere grenswaarde zijn dan ook niet toereikend. Reactie: In het geluidsonderzoek is niet expliciet vermeld welke gevolgen het bouwplan heeft voor de geluidbelasting van de bestaande woningen in de directe omgeving, omdat de toetsing aan de Wet geluidhinder (Wgh) en het Besluit hogere grenswaarden, dat op die wet gestoeld is, alleen geldt voor de nieuwe woningen. Indien de geluidsbelasting op bestaande woningen met 2 dB of meer zou kunnen toenemen als gevolg van een bouwplan, dient hieraan aandacht te worden besteed in het Wghonderzoek. Bij dit bouwplan kan echter een dergelijke geluidstoename op bestaande woningen op voorhand worden uitgesloten. Voor een toename van 2 dB is namelijk een verkeerstoename van circa 40% nodig. Een dergelijke verkeers- en geluidtoename ten opzichte van het aantal verkeersbewegingen en de soort voertuigen in de oorspronkelijke situatie (bedrijf Pleunis) kan worden uitgesloten. 5. Risico schade aangrenzende woningen Reclamanten maken zich grote zorgen over mogelijke schade aan de woningen op het Westeinde.

De aanvrager heeft op aandringen van de directe omwonenden in een laat stadium een monitoringsplan gedeeld, deze had echter onderdeel moeten zijn van de afgegeven vergunning en betrekking moeten hebben op alle woningen en gebouwd in de omgeving en niet alleen de woningen in een straal van 25 meter. Er is onvoldoende getoetst of de bouw op 1 meter van de kade en slechts 5 meter van de omliggende woningen veilig kan geschieden. Een risico inventarisatie ontbreekt of is ten onrechte niet ter inzage gelegd. Er is bij de vergunningsaanvraag geen informatie ter inzage gelegd over de bouwmethode en de daarmee gepaarde trillingen en bodemverschuiving en het effect hiervan op de woningen aan het Westeinde. Reactie: In bijlage D, punt 4, van het ontwerpbesluit is aangegeven dat de uitgangspunten voor een monitoringsplan ter voorkoming van schade aan naburige bouwwerken (o.a. trillingen, zettingen, rotaties, grondwaterstand en bijbehorende grenswaarden) nog ter goedkeuring aan de gemeente dient te worden voorgelegd. Het is gebruikelijk om dit als voorwaarde op te nemen bij nieuwbouwprojecten in een stedelijke omgeving. Gelet op deze specifieke locatie nabij gemeentelijke monumenten is dit aspect al eerder onderkend en vroegtijdig onder de aandacht gebracht bij de ontwikkelaar.

Het overlegde concept plan van aanpak en monitoringsplan dat de ontwikkelaar aan de gemeente en omwonenden heeft aangeboden is door de gemeentelijke constructeur beoordeeld en voorzien van opmerkingen. In overleg met de constructeur van de gemeente is besloten dat een trillingsarme heimethode wordt toegepast met kleine heistelling. Dit om de overlast ten aanzien van het aan-/afrijden van de heimachine en trillingen tijdens heien tot een minimum te beperken. De definitieve keuze voor een trillingsarme heimethode zal nog ter goedkeuring worden voorgelegd aan de gemeente. Zonder gemeentelijke instemming op het plan van aanpak en monitoringsplan met betrekking tot de hei-methode zal de ontwikkelaar niet kunnen starten met de (hei)werkzaamheden. Het inschakelen van een onafhankelijk extern expertise bureau en dit als voorwaarde opnemen in de vergunning is niet aan de orde, aangezien er binnen de gemeente voldoende expertise is in de hoedanigheid van twee gekwalificeerde constructeurs. 6. Aansprakelijkheid ontwikkelaar Het is onduidelijk of in de anterieure overeenkomst of de vergunningaanvraag ook de aansprakelijkheid van de ontwikkelaar voor planschade, schade bij uitvoering etc. naar de bewoners voldoende is afgedekt.

Zienswijzennota projectafwijkingsbesluit “Westeinde 132b, 132c en 132d”

37

Reactie: In de anterieure overeenkomst is onder andere opgenomen dat de ontwikkelaar het project geheel voor eigen rekening en risico ontwikkelt en realiseert. Ook is opgenomen dat het risico van planschade als bedoeld in artikel 6.1 Wro voor rekening van de ontwikkelaar is. Wij gaan ervan uit dat de aannemer alles in het werk stelt om schade aan omliggende percelen tot een minimum te beperken. De aannemer zal aansprakelijk zijn, wanneer er onverhoopt toch schade ontstaat die het gevolg is van de bouwactiviteiten; deze zal dit via zijn (CAR) verzekering kunnen afwikkelen. Voor de start van de werkzaamheden zal door de aannemer een opname van de huidige toestand gemaakt worden (O-meting) om later eventuele schade te kunnen aantonen. Het opstellen van een vooropname (nulmeting) is een zaak tussen de aannemer en zijn verzekeringsmaatschappij. De gemeente heeft daar geen inmenging in, maar zal wel een exemplaar van de vooropname (nulmeting) ontvangen. 7. Verkeersveiligheid Reclamanten maken zich zorgen over de gevolgen van het voorgenomen plan voor de verkeersveiligheid. Om de planlocatie te bereiken moet door een smalle gang tussen de woningen aan het Westeinde 132a en 134 worden gereden. Deze doorgang is, inclusief stoep voor voetgangers, circa 4,00 meter breed en 25,00 meter lang. Voertuigen kunnen elkaar niet veilig passeren om de woningen op de planlocatie te bereiken.

In de ontwerpbesluiten is niet overwogen hoe onder deze omstandigheden een verkeersveilige situatie kan worden gecreëerd. Evenmin is meegewogen dat het kruispunt met het Westeinde onoverzichtelijk is en dat de stoep ter hoogte van nummer 134 erg smal is. Ook zal het in- en uitrijden leiden tot onveilige situaties voor de voetgangers op het Westeinde. Het merendeel daarvan zijn schoolgaande kinderen van de nabijgelegen Pius X basisschool. Reclamanten vragen zich af of de gemeente zich realiseert dat de betreffende doorgang openbaar gebied zal zijn waarmee de aansprakelijkheid bij eventuele ongelukken bij de gemeente zal liggen. Daar komt bij dat er nog twee ingrijpende bouwplannen (IKC Heeswijk en herontwikkeling Fonteijnkerk) worden verwacht, steeds met een ad hoc ruimtelijke onderbouwing en op eigen wijze in afwijking van het recente bestemmingsplan en overig gemeentelijk beleid. Er is hier een samenhangende ruimtelijke visie geboden en die ontbreekt in de ruimtelijke onderbouwing. Reactie: In het verleden was op deze locatie een bedrijf in sierbestratingen gevestigd, met ook parkeergelegenheid voor medewerkers én bezoekers op eigen terrein. Het in- en uitrijden heeft in het verleden niet tot ongelukken geleid, vandaar dat de verwachting niet is dat dat nu wel het geval is. Indien nodig kunnen er maatregelen genomen worden om zicht te verbeteren en attentieniveau te verhogen.

In de praktijk zal de intensiteit en gebruik van deze toegangsweg beperkt zijn omdat het voornamelijk bewoners zijn die hier gebruik van gaan maken. In de onderbouwing wordt uitgegaan van een berekening van een totale verkeersgeneratie van 29 voertuigen per etmaal eventueel nog aangevuld met een deel zoekverkeer naar beschikbare plaatsen Het gaat dus om een beperkte hoeveelheid verkeersbewegingen. De toegangsweg is niet heel lang en naar onze mening dus goed overzichtelijk. Als men de steeg in wil rijden en er komt al een auto aan dan zal hier even op gewacht moeten worden. Wij verwachten niet dat het vaak voor zal komen dat men elkaar in de toegangsweg tegenkomt. Mocht dit in de praktijk anders blijken, dan zouden er extra maatregelen getroffen kunnen worden om dit te voorkomen. 8. Parkeren De massaliteit van het bouwplan heeft ook zijn uitwerking op de vereiste parkeerruimte. Het plan laat te weinig ruimte om te parkeren en bij dat parkeren te manoeuvreren. Meerdere vakken hebben geen mogelijkheid uit het vak te manoeuvreren op het moment dat alle vakken bezet zijn. De kans dat volwaardig op eigen terrein gaat worden geparkeerd is nihil. Op de ingetekende plaatsen is het niet mogelijk om op een veilige manier in- en uit de parkeervakken te komen.

Zienswijzennota projectafwijkingsbesluit “Westeinde 132b, 132c en 132d”

38

Reactie: De inpassing van 12 parkeerplaatsen, conform de parkeernormen, bij de realisatie van dit plan is mogelijk. Alle parkeerplaatsen voldoen aan de geldende maatvoering, daarnaast zullen de parkeerplaatsen voornamelijk gebruikt worden door vaste gebruikers die de situatie ter plaatse kennen. De verwachting is dat dit niet tot problemen van het bereiken van de parkeerplaatsen leidt. Ook dienen bewoners van de nieuwe woningen gebruik te maken van de eigen parkeerplaats. De nieuwe bewoners komen niet in aanmerking voor een parkeerontheffing wanneer ze op eigen terrein kunnen parkeren en moeten dus van de eigen parkeergelegenheid gebruik maken. Op die manier wordt geborgd dat de bewoners zo veel mogelijk van de eigen parkeergelegenheid gebruik maken. 9. Groen Het project doet het groene aanzicht dat de omgeving verdient geen recht. In strijd met de structuurvisie van de gemeente wordt het doortrekken van de groene strook onder miskenning van de massaliteit van het bouwwerk als toereikende versterking van het groene karakter van Voorburg gepresenteerd. Met enkele bomen zou het groene karakter van de Vlietzone worden versterkt en voldaan aan het gemeentelijke Groenstructuurplan.

De combinatie van het verwijderen van de verharding met de sloop en het plaatsen van enkele bomen is naar het oordeel van reclamanten niet toereikend om de strijd met het gemeentelijke beleid op te heffen, danwel deugdelijk te motiveren. Reactie: Op dit moment gaat het om een volledig verhard bedrijfsterrein. De transformatie naar woningen met tuinen zorgt er voor dat het beeld aanzienlijk zal vergroenen. In het ruimtelijk kader is het volgende over het bouwplan in relatie tot groen opgenomen: “Door de situering en de vergroening van de oever draagt de nieuwbouw bij aan de Groenelijn, de Vliet, uit de structuurvisie. Dit komt vooral tot uitdrukking in de vormgeving van de gevel richting het water en de brug en de groene openruimten tussen de gebouwen. Daarnaast leveren een goede en nette detaillering een belangrijke bijdrage aan de beleving en identiteit van het beeld langs de Vliet. De nieuwe buitenruimte sluit aan bij de bestaande inrichting van het Westeinde, met voldoende oog voor kwalitatief groen (bomen)”. In de akten met toekomstige kopers worden zaken rondom groen geregeld. Zoals het in stand houden van de groene hagen. Daarnaast wordt een voorziening gecreëerd in de vorm van een ‘bloembak’ langs de kade, waardoor kopers gestimuleerd worden dit groen in te richten.

Conclusie De bovenstaande zienswijze geeft geen aanleiding om het bouwplan aan te laten passen of de omgevingsvergunning niet te verlenen.

Zienswijzennota projectafwijkingsbesluit “Westeinde 132b, 132c en 132d”

39

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leidschendam&id=492cb21a-ed41-4198-9308-3b32d38381bc