CConstaterende datLeidschendam-Voorburg
Koppel je AI →
Document · PDF

1938_PlanMER CIDB Hoofdrapport - 14juni2022 DEF.pdf

Commissie Omgeving 28 juni 2022, gemeente Leidschendam-VoorburgBij agendapunt: Raadsbrief: Terinzagelegging Ontwerp Masterplan Bereikbaarheid CID Binckhorst54.804 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 6 van 7

In de Geestbrugweg gaan circa 14 schuinparkeren en 2 parkeerplaatsen in de Penninglaan verloren bij de inpassing van de halte aan de noordzijde van de weg. De inpassing van de tramhalte en aanpassing sporen nabij de Haagweg gaat ten koste van circa 7 parkeerplaatsen. • Prinses Mariannelaan (oost) en station Voorburg (alternatief 4) – De aanpassing van de halte Diaconessenhuis in variant 4T gaat ten koste van circa 9 parkeerplaatsen en de nieuwe tramhalte bij het stationsplein Voorburg tussen de bestaande tramsporen en de rijbaan gaat ten koste van circa 16 parkeerplaatsen en een deel van een parkeerplaats voor bussen. –

88

Onze referentie: D10045588 - Datum: 14 juni 2022

PLAN-MER MIRT-VERKENNING BEREIKBAARHEID CID BINCKHORST HOOFDRAPPORT

• –

Broekslootkade (alternatief 5) In beide alternatieven gaat de HOV-baan ten koste van de parkeerplaatsen langs de noordzijde van de Broeksloot over een afstand van circa 215 meter (inschatting circa 35 parkeerplaatsen).

Ruimtelijke kwaliteit De beoordeling van de ruimtelijke kwaliteit is gebaseerd op de verandering van de kwaliteit van de openbare ruimte als gevolg van een HOV-baan (belevingswaarde en gebruikswaarde), kwaliteit groen, Continuïteit vormgeving HOV en relatie tot bebouwing. •

•

•

•

Voor de kwaliteit van de openbare ruimte zijn in het algemeen de tramvarianten gunstiger dan de busvarianten omdat bij een busbaan het verhard oppervlak wordt vergroot. In de tram- en lightrailvarianten zijn er meer mogelijkheden voor de kwalitatieve inrichting van de straat ten opzichte van de busvarianten. Varianten 1T en 2T tasten de openbare ruimte het minst aan waar alternatief 5 (5B en 5T) en de variant 1L heel zichtbaar zijn vanwege de (zware) infrastructurele constructies. In variant 1L en alternatief 5 komt dat vooral doordat de HOV-baan door een bestaande rustige woonwijk loopt met constructies (hellingbaan in de Binckhorstlaan en hellingbanen met hefbrug in de route via de Jupiterkade/Broekslootkade). Dit past niet goed bij de plannen voor dit gebied. Variant 4T is met name negatief in Voorburg maar heeft minder effecten in de Binckhorst. Voor de verbinding naar Rijswijk/Delft in alternatief 1 t/m 4 past HOV op zich in het beeld verkeersroute, het lommerrijke karakter van de Prinses Mariannelaan en Geestbrugweg wordt niet / nauwelijks aangetast. In de vervolgfase is bij de uitwerking van het voorkeursalternatief verdere inpassing noodzakelijk om effecten te beperken en binnen de beoogde visies kwalitatief in te passen.

Bij kwaliteit groen is beoordeeld of het huidige karakter van het groen danwel het lokaal beoogd beleid voor groen met een hoogfrequente HOV-verbinding wordt versterkt of juist niet. Alternatief 5 en de lightrailvarianten scoren hierop zeer negatief (- -), de overige varianten zijn beoordeeld als negatief (-). In alternatief 5 wordt naast de groenstrook (stedelijke ecologische verbindingszonde (EVZ) Laakzone) in de Maanweg ook de groenstrook (eveneens EVZ Laakzone) in de Broekslootkade aangetast. De groene afwerking van de trambaan helpt om het groene beeld van deze verbinding te behouden, dit leidt echter niet tot een minder negatieve score ten opzichte van een busbaan. In de lightrail gaan de hellingen in de Binckhorstlaan (Voorburg) in 1L en in de Binckhortslaan na de Zonweg ten koste van groen en beleidsplannen. In de overige varianten zijn er negatieve effecten te zien in de Maanweg, Opa’s veldje, Zonweg, Regulusweg, Prinses Mariannelaan en Geestbrugweg. Vanuit oogpunt continuïteit in vormgeving op systeemniveau zijn de lightrailvarianten en alternatief 5 zeer negatief beoordeeld (o.a. hellingbanen en tevens hefbrug bij alternatief 5) en busvarianten neutraal. Voor de lightrail geldt dat met een zorgvuldig en modern/innovatief ontwerp het wel mogelijk is om een positieve impact (met groen karakter) te krijgen.

De tramvarianten 1T en 2T zijn positief beoordeeld omdat de tram in Den Haag reeds een dominant onderdeel is van het bestaande OV-netwerk. Qua beeld en ervaring sluit een tram in de CID Binckhorst daarmee goed op dit systeem. Variant 4T ligt in Voorburg in een gebied waar dit minder past en is neutraal beoordeeld omdat er in de bestaande situatie wel een tramspoor ligt (dat niet in gebruik is) waardoor de uitstraling binnen het straatbeeld weinig verandert. Voor de relatie tot bebouwing (beleving HOV-baan) zijn de bus- en tramvarianten van alternatief 1 en 2 en variant 4T minder negatief beoordeeld dan de lightrailvarianten (1L en 2L), variant 3B en alternatief 5. In de varianten 1L, 2L, 3B en alternatief ligt de HOV-baan dicht bij de gebouwen, dit maakt het moeilijker om een kwalitatief betere ruimte te maken voor woningen. Ook hiervoor geldt dat de hellingbanen in variant 1L en alternatief 5 voor de verbinding met Rijswijk/Delft een verslechtering zijn voor de bestaande (lage) bebouwing. De bus of tram rijden in alternatief 1 t/m 4 in de Prinses Mariannelaan en de Geestbrugweg met het verkeer mee (waar ook in de referentiesituatie sprake is van een busverbinding), waardoor er geen impact op bebouwing is. Bij de lightrailvarianten 1L en 2L is sprake van een verlies van kwaliteit voor de functies die op de hoogte van de lightrail liggen, vooral voor woningen is dit slechter.

De verhoogde lightrailvarianten zijn ook bij Opa’s veldje vanwege de zichtbaarheid negatiever beoordeeld dan de bus- en tramvarianten.

Realiseerbaarheid van het verstedelijkingsprogramma (capaciteit verkeersnetwerk) Alle alternatieven genereren grofweg hetzelfde aantal verplaatsingen van en naar CID Binckhorst. Dit verschilt niet veel van het aantal verplaatsingen in de referentiesituatie. De mensen die van of naar het gebied willen reizen, kunnen dat over het algemeen ook. Er zijn goede alternatieven voor de auto nodig en het autonetwerk moet anders vormgegeven worden om bereikbaarheid en leefbaarheid in de stad te borgen. Het systeem moet voldoende capaciteit hebben en de stromen op een efficiënte manier verdelen. •

89

Capaciteit OV: De verschillende HOV-typen hebben een andere capaciteit, waardoor zij ook in verschillende mate kunnen bijdragen aan de verstedelijking. Er is gekeken naar zowel de OV-capaciteit die aan het OV-systeem wordt toegevoegd als de mate waarin daar daadwerkelijk gebruik van wordt gemaakt (o.b.v. bezettingspercentage). In de resultaten zijn vergelijkbare resultaten te zien voor elk OV-systeem, respectievelijk de busvarianten, de tram- en lightrailvarianten: Onze referentie: D10045588 - Datum: 14 juni 2022

PLAN-MER MIRT-VERKENNING BEREIKBAARHEID CID BINCKHORST HOOFDRAPPORT

–

Bij de tram- en lightrailvarianten is sprake van een aanzienlijk capaciteitsvergroting, aangezien zowel de zitcapaciteit van de voertuigen groter is (158 zitplaatsen) als de frequentie toeneemt. Hierbij is bovendien te zien dat de toegevoegde capaciteit ook goed gebruikt wordt. Wel valt op dat er hierbij een ongelijke verdeling is te zien in de tak naar Rijswijk (ongeveer 130% bezet) en de tak naar Voorburg (ongeveer 35%). Op de verbinding tussen Binckhorst en Den Haag resulteert dit in een goede bezetting van iets meer dan 80%. – De maximale bezettingsgraad in de busvarianten blijft beperkt tot ongeveer 60% van de capaciteit en buslijn 26 wordt minder belast. Alle OV-systemen zijn voldoende in staat om de hoeveelheid reizigers te vervoeren. Bij alle varianten valt het aantal verwachte reizigers binnen de bandbreedte van de geschiktheid van het betreffende OV-systeem. Varianten met tram of lightrail geven het meest invulling aan de latente vervoersvraag voor openbaar vervoer vanuit het gebied (++). De bijdrage van variant met HOV-bus is hierin minder groot (+). Alle varianten dragen daarmee bij aan het verstedelijkingsprogramma. • Capaciteit fietsverkeer: In de omgeving van de CID Binckhorst wordt in de referentiesituatie uitgegaan van het aantrekkelijker maken van diverse fietsroutes in het kader van Ruim baan voor de Fiets.

In zowel de referentiesituatie als bij de alternatieven is sprake van een hoge belasting van het fietsnetwerk. De maatregelen in het Basispakket Mobiliteit (zoals voorzien in alle alternatieven op het gebied van langzaam verkeer) zorgen voor een verlaging van de druk op de fietsroutes, door extra verbindingen (zoals Waldorpstraat-Parallelweg). De toevoeging van nieuwe en verbetering van bestaande fietsverbindingen in en van/naar CID Binckhorst zorgt voor een verbetering in directheid en kwaliteit. Ondanks een (kleine) toename in het fietsgebruik binnen en van/naar CID Binckhorst, worden de omliggende fietsroutes enigszins minder belast. Hiermee dragen de maatregelen in het Basispakket Mobiliteit bij aan de realiseerbaarheid van het verstedelijkingsprogramma. • Capaciteit autoverkeer: Geconstateerd is dat tussen de huidige situatie en referentiesituatie een stijging van de hoeveelheid verkeer is te verwachten. Het wegennet rondom Binckhorst heeft in de referentiesituatie daarbij onvoldoende restcapaciteit om deze groei op te vangen, vooral op het stedelijk wegennet. Dit uit zich onder meer in problemen met de verkeersafwikkeling op verschillende kruispunten, met name de Binckhorstlaan-Supernovaweg, Maanweg, Prinses Mariannelaan-Geestbrugweg en Haagweg. In alle varianten is een (zeer) lichte afname van de hoeveelheid autoverkeer te verwachten ten opzichte van de referentie.

Toch is er geen grote verbetering als gevolg van de varianten te verwachten (0). Bij autonome ontwikkeling zijn problemen in de verkeersafwikkeling op het stedelijk wegennet te verwachten. De varianten zorgen echter niet voor vermindering van de knelpunten op het hoofd- of het stedelijk wegennet. Ook kan de inpassing van de HOV-verbinding op een aantal kruispunten tot verdere vermindering van de afwikkelcapaciteit leiden. Bij een meer sturend mobiliteitsbeleid neemt de hoeveelheid autoverkeer (in zowel referentie als alternatieven) minder sterk toe, waardoor de knelpunten in het stedelijk wegennet beperkter zijn. Kwalitatieve aansluiting maatregelenpakket op verstedelijkingsprogramma Alle alternatieven zijn in meer of mindere mate van invloed op de ontwikkelmogelijkheden van naastliggende percelen. De haltes bij de Lekstraat en station Voorburg in alle alternatieven kunnen een impuls geven bij de herontwikkeling van het Schenkviaduct en bieden mogelijkheden voor nieuwe ontwikkelingen rondom het station. In de Binckhorstlaan is de bereikbaarheid van de percelen in alle alternatieven voor de vervolgfase een aandachtspunt (o.a. tankstation) omdat met de HOV-baan ontsluiting wijzigt. Varianten 1L, 3B en alternatief 5 zijn zeer negatief (- -) beoordeeld, de overige varianten zijn negatief beoordeeld (-).

Variant 1L heeft ruimtebeslag op het perceel van Dana Petroleum en daarmee impact op de Visie Maanweg en de ontwikkeling van de Maanhaven. Variant 3B heeft impact op bouwplannen in ontwikkeling, zoals de OneMilkyway en Frank is een Binck omdat deze niet via de Melkwegstraat toegankelijk zijn. Alternatief 5 legt ruimtebeslag op de Jupiterkade en gaat ten koste van ontwikkelruimte op de kade, dit past daarmee niet bij de visie voor het Junopark. Archeologie Voor de tracés van de vijf alternatieven en de mogelijke HOV-varianten bus, tram en lightrail zijn de effecten op archeologie in beeld gebracht. Het verschil tussen de varianten wordt enerzijds bepaald door de ligging van het tracé en anderzijds de mate van bodemverstoring op dit tracé waarbij bekende en verwachte waarden verstoord kunnen worden. De geplande ingrepen die leiden tot bodemverstoring zijn als onderscheidend effect bij de beoordeling genomen, een verdiepte ligging leidt tot meer aantasting ten opzichte van een ligging op maaiveld of een verhoogde ligging. Alle alternatieven doorsnijden meerdere zones met een hoge verwachtingswaarde wat negatief is beoordeeld. De verdiepte constructie bij de Maanweg/Opa’s veldje in de varianten 1L-1, 2B en 2T zorgt voor een negatievere beoordeling (- -) ten opzichte van een doorsnijding op maaiveld (of verhoogd).

90

Onze referentie: D10045588 - Datum: 14 juni 2022

PLAN-MER MIRT-VERKENNING BEREIKBAARHEID CID BINCKHORST HOOFDRAPPORT

Cultuurhistorie Binnen het plangebied ontbreken cultuurhistorische structuren en gebieden. Om die reden is in de beoordeling van cultuurhistorie alleen onderscheid gemaakt tussen monumenten, industrieel erfgoed en waardevolle stadsgezichten. Langs het HOV-tracé bevinden zich enkel monumenten. Langs de Binckhorstlaan zijn monumenten aanwezig en ten zuiden van station Voorburg ligt het landgoed Hofwijck (rijksmonument Huygens’ Hofwijck). • Voor alle alternatieven geldt als aandachtspunt de krappe passage van de HOV-verbinding bij de beeldbepalende karakteristieke bebouwing Bink36 (na sporendriehoek), met mogelijke route voor voetganger en fietser voor het gebouw. De bebouwing zelf wordt niet aangetast. • In het geval de Binckhorstbrug wordt vervangen (1T, 2T, 2L, 4T, 5T), is er sprake van aantasting van het cultuurhistorisch waardevolle brugwachtershuisje (Binckhorstlaan 390). Aangenomen is dat dit gebouw wordt verplaatst. Bij het aanleggen van de nieuwe brug zal ook het beeldbepalende uitzicht rond de Binckhorstbrug • veranderen. De varianten 1T, 1L, 2T, 2L, 4T en 5T zijn vanwege voorgaande negatief (-) beoordeeld. • In de varianten 1L en 2L wordt door de verhoogde (netkous)constructie de beleefbaarheid van de cultuurhistorische waarden van het rijkmonument kasteel De Binckhorst en de voormalige school op het Fokkercomplex (gemeentelijk monument) negatief beïnvloedt (-).

In variant 1L verandert door de nieuwe lightrailbrug ook beeldbepalende karakter van de Binckhorstbrug die behouden blijft. • De busvarianten 1B, 2B en 3B zijn beoordeeld als neutraal omdat er geen verstoringen in het gebied plaatsvinden die een effect hebben op het behoud en beleefbaarheid van de cultuurhistorische waarden. • De brug over de Trekvliet in alternatief 5 heeft invloed op het blikveld van de landgoedbiotoop Cromvliet en de hooggewaardeerde historische landschappelijke lijn van de trekvaart. Omdat de varianten effect hebben op de beleefbaarheid maar geen effectieve aantasting van het monument geeft, scoren variant 5B en 5T negatief (-). Natuur Bij het aspect natuur zijn de effecten op beschermde gebieden (Natura 2000-gebieden en Natuurnetwerk Nederland (NNN)), stedelijke groene hoofdstructuur en beschermde soorten beoordeeld. De varianten zijn alleen onderscheidend ten opzichte van elkaar voor aantasting van de stedelijke groene hoofdstructuur: •

•

•

•

91

Natura 2000-gebieden liggen op meer dan 3 km van het plangebied. Gezien de afstand en de ligging van bebouwing en wegen met bijbehorende activiteiten tussen het plangebied en de Natura 2000-gebieden, zijn effecten door verstoring in de aanlegfase uitgesloten (0). Voor de gebruiksfase is een stikstofdepositieberekening uitgevoerd voor variant 1L, maar voor de overige alternatieven is sprake van een vergelijkbaar effect: het openbaar vervoer leidt tot een vermindering van wegverkeer. Een vermindering van wegverkeer leidt tot een afname van de stikstofemissie en daarmee tot een afname van de stikstofdepositie in de omgeving. Dit is een positief effect, maar het is te gering om te leiden tot een wezenlijke veranderingen in de Natura 2000-gebieden. Hierin verschillen de alternatieven niet wezenlijk. Het effect is (licht) positief voor alle alternatieven (+). Voor de uitvoeringsfase geldt dat voor de verschillende alternatieven in grote lijn vergelijkbare werkzaamheden worden uitgevoerd. Dit leidt mogelijk tot beperkte tijdelijke stikstofdepositie, maar dit is niet onderscheidend in de alternatieven. De alternatieven verschillen van elkaar in effecten op de stedelijke groene hoofdstructuur. Alternatief 4 heeft geen aantasting (andere route).

In de alternatieven 1, 2, 3 en 5 is sprake van ruimtebeslag op de ecologische verbindingszone (EVZ) Laakzone langs de Maanweg en in alternatief 5 ook langs de Broekslootkade. In alternatief 2 is de aantasting minimaal, het ruimtebeslag bedraagt circa 190 m2 bij zowel variant 2B als 2T en 140 m2 bij variant 2L. Dit is beoordeeld als neutraal (0). De varianten 1B, 3B en 1T zijn beoordeeld als negatief (-), met name vanwege het ruimtebeslag bij de halte omdat daardoor de oeverruimte afneemt. De aantasting is in de busvarianten 1B/3B minder dan tramvariant 1T (en 5T) omdat de busvarianten uitgaan een smaller (weg)profiel. Het totale ruimtebeslag van 1B bedraagt circa 1.400 m2 en in varianten 1T en 5T circa 3.750 m2. Varianten 1L en alternatief 5 (5B/5T) zijn zeer negatief (- -) beoordeeld vanwege de versmalling van de EVZ in de Broekslootkade en daarmee het goed functioneren van de EVZ belemmeren. Het ruimtebeslag in variant 1L is circa 6.100 m2. Varianten 5B en 5T hebben in de Maanweg hetzelfde ruimtebeslag op de EVZ als varianten 1B en 1T. Daarnaast is ook sprake van ruimtebeslag op de EVZ in de Broekslootkade, het betreft circa 4.000 m2 in variant 5B en circa 2.400 m2 in variant 5T. In de Broekslootkade is geen ruimte aanwezig voor uitbreiding van de groenstrook. Het NNN ligt niet binnen of nabij het plangebied van de alternatieven en varianten.

Uitzondering hierop is alternatief 4: het tracé ligt op de weg langs het Park Middenburg. Dit park maakt onderdeel uit van het NNN. De tramverbinding wordt echter ingepast in de huidige weg (zoals nu ook aanwezig). Voor alle alternatieven zijn effecten als gevolg van ruimtebeslag op NNN uitgesloten. Voor soorten zijn alle alternatieven met bijbehorende varianten voor de aanleg zonder mitigerende maatregelen beoordeeld als zeer negatief (- -) en met mitigerende maatregelen als negatief (-). Dit is voornamelijk het gevolg van de sloop van meerdere panden, wat mogelijk effecten heeft op huismussen, gierzwaluwen en vleermuizen. Het kappen van bomenrijen kan invloed hebben op vliegroutes van vleermuizen. Langs de wegen bevinden zich geen belangrijke foerageergebieden, deze bevinden zich meer boven de wateren, parken en begraafplaatsen. De vliegroutes worden echter mogelijk wel permanent onderbroken indien er geen sprake is van herplant. Voor de natuurwaarden in de omgeving geldt dat er geen verschil in effecten is voor wat betreft een verhoogde (1L+1) of verdiepte ligging (1L-1, 2B en 2T) bij Opa’s veldje. Onze referentie: D10045588 - Datum: 14 juni 2022

PLAN-MER MIRT-VERKENNING BEREIKBAARHEID CID BINCKHORST HOOFDRAPPORT

Bodem Voor het plangebied van de alternatieven is op basis van geodata van de Omgevingsdienst Haaglanden en diverse bodemdossiers onderzoek gedaan naar locaties waar sprake kan zijn van (ernstige) bodemverontreiniging. Wanneer de HOV-variant een bodemlocatie ‘raakt’ met een ernstige bodemverontreiniging, zal directe sanering plaatsvinden van de verontreiniging. Dit heeft een positief effect op de bodemkwaliteit. Alle varianten raken twee gevallen met ernstige bodemverontreiniging (Inrit Binckhorstlaan 263-271 en Park Prinses Mariannelaan Voorburg). Voor zeven locaties in het plangebied (Lekstraat terrein naast autosloop, Binckhorstlaan Noord weg en trottoir tussen Plutostraat en Mercuriusweg, Binckhorstlaan 340-350, Binckhorstlaan 192-310 (en Vestaweg) incl. Rotterdamsebaan, Zonweg 41-53, Maanweg 2-8 en Maanweg 80) is niet bekend of er gesaneerd is. Daar waar de lightrailvariant bovengronds wordt aangelegd is alleen voor de pylonen grondverzet vereist. Bij de varianten 1L en 2L is daardoor in principe minder impact van de nog aanwezige bodemverontreiniging ten opzichte van de bus- en tramvarianten die op maaiveld liggen. Bij de aanleg van de onderdoorgang Maanweg in de varianten 2B en 2T komt naar verwachting licht verontreinigde grond vrij.

Bij variant 3B is de bodem in het noordelijke deel van de Melkwegstraat door de hier aanwezige chemische industrie met verdacht op verhoogde gehaltes aan Poly- en perfluoralkylstoffen (PFAS), die beperkend kunnen zijn bij grondverzet. Aandachtspunt in alternatief 5 is een verhoogd gehalte aan PFOS (tussen 2 en 3 ug/kg ds) in de bovengrond nabij de kruising Haagweg en de Broekslootkade. Het verhoogde gehalte aan PFOS kan beperkend zijn bij grondverzet. De varianten zijn niet onderscheidend, alle varianten zijn positief (+) beoordeeld. Water Voor het aspect water geldt dat de verdiepte doorsnijding van de waterkering bij de Maanweg in de varianten 1L-1, 2B en 2T zorgt voor een negatievere beoordeling ten opzichte van een doorsnijding op maaiveld (of verhoogd). Alternatief 5 doorsnijdt ook de waterkering Cromvlietkade en is om die reden ook zeer negatief beoordeeld. In de vervolgfase dient nader onderzocht te worden op welke wijze de sterkte en stabiliteit van de waterkeringen geborgd kan worden om de effecten te beperken. Geluid Uit de beoordeling volgt dat de varianten onderling niet onderscheidend zijn met betrekking tot geluidgehinderden. Langs drukke verkeerswegen is de extra bijdrage van het geluid afkomstig van het HOV ondergeschikt aan het geluid van het autoverkeer.

Langs rustige wegen, zoals de Broekslootkade en de Laan van Middenburg/Westeinde, zal een nieuwe tram- of busbaan wel akoestisch waarneembaar zijn omdat de verkeersintensiteiten op deze wegen erg laag zijn. In de kaarten met geluidscontouren voor het gehele plangebied zoals opgenomen in deelrapport 3 (paragraaf 6.4.1) zijn lokaal (op deelgebied niveau) wel kleine verschillen te zien in verschuiving van geluidsklassen. Omdat de totale geluidsbelasting langs deze rustige wegen in de varianten 4 en 5, dus inclusief het geluid van tram- of busverkeer, niet hoger is dan 55 dB bij de woningen, leidt dit niet tot meer geluidgehinderden in de tellingen. De varianten zijn daarmee niet onderscheidend van elkaar op het criterium geluidgehinderden en zijn allen beoordeeld als neutraal. De effecten van een verdiepte ligging (tunnelbak of tunnel) of verhoogde ligging zijn lokaal en mede afhankelijk van de uitvoering van deze constructies. Bij het ontwerp van deze constructies zal aandacht besteed moeten worden aan het voorkomen van extra geluidhinder door reflecties (galm) van tunnelbakwanden, voegovergangen of uitstraling door de kunstwerken en booggeluid. De overige varianten verschillen op een aantal locaties van elkaar: • • • • • •

In variant 1L is sprake van een hellingbaan zowel na de sporendriehoek als in het Voorburgse deel van de Binckhorstlaan. In variant 1L-1 is naast de hellingbaan na de sporendriehoek en de hellingbaan in het zuidelijk deel van de Binckhorstlaan ook sprake van een hellingbaan in de Maanweg die overgaat in een verdiepte bak en ten slotte een tunnel voor de ondergrondse halte bij Voorburg. In de varianten 2B en 2T is sprake van een verdiepte bak voor de kruising van de Maanweg onderlangs. In variant 2L is sprake van een hellingbaan zowel na de sporendriehoek als na de Zonweg (voor de tramverbinding naar Rijswijk/Delft). In variant 5B en 5T is een hellingbaan voorzien op de Jupiterkade en in de Broekslootkade voor de aansluiting op de nieuwe hefbrug. De varianten 1B, 1T, 3B, 4T liggen op maaiveld en hebben geen verdiepte/verhoogde constructies (uitgezonderd de beperkt verdiepte kruising van de sporendriehoek).

Bij de alternatieven met een tram of een lightrail is sprake van de aanwezigheid van verschillende krappe bogen, hier bestaat een kans op het ontstaan van booggeluid als de bocht te krap is. Dit is een piepend geluid met een hoge toon. 92

Onze referentie: D10045588 - Datum: 14 juni 2022

PLAN-MER MIRT-VERKENNING BEREIKBAARHEID CID BINCKHORST HOOFDRAPPORT

Het wordt veroorzaakt doordat de star aan elkaar bevestigde wielen van het stadsspoor-materieel door een bocht rijden. De tram- en lightrailvarianten zijn om die reden negatief (-) beoordeeld. De busvarianten zijn neutraal (0) beoordeeld. Luchtkwaliteit Voor luchtkwaliteit is de verandering in concentraties stikstofdioxide (NO 2) en (zeer) fijn stof (PM10 en PM2,5) op woningen inzichtelijk gemaakt met berekeningen. Uit de verkeerscijfers van de varianten volgt dat er kleine verschillen zijn tussen de aantallen auto’s, trams (lightrail) en bussen. Maatgevend in de verkeersaantallen is het wegverkeer. De HOV-bussen die in de busvarianten (1B, 2B, 3B en 5B) ingezet worden, betreffen elektrische bussen waardoor ze alleen beperkte fijn stof (PM10) emissie hebben. De tramvarianten (1T, 2T, 4T en 5T) en lightrailvarianten (1L en 2L) veroorzaken vanwege slijtage aan rails en bovenleiding een kleine fijn stof (PM10) emissie. De alternatieven zijn onderling niet onderscheidend en allen als neutraal beoordeeld. •

•

• •

De jaargemiddelde concentratie NO2 in 2030 is in de alternatieven vrijwel gelijk aan de referentiesituatie. Realisatie van een HOV-verbinding zorgt voor een lichte afname van verkeer, waardoor de jaargemiddelde concentratie NO2 heel licht zal afnemen. Deze afname is zo beperkt dat dit vrijwel geen effect heeft op de luchtkwaliteit. Net als in de referentiesituatie zijn er enige concentratiepieken te herkennen langs de A12, op de Binckhorstlaan bij tunnelmond van de Rotterdamsebaan en bij de aansluiting van het Schenkviaduct. In 2030 bedraagt de jaargemiddelde concentratie NO2 in het grootste deel van het studiegebied in alle alternatieven 15-20 µg/m3. Ter hoogte van woningen en gevoelige bestemmingen bedraagt de NO2 concentratie maximaal 29 µg/m3 vanwege de zeer nabije ligging van de A12. Hier wordt voldaan aan de grenswaarden voor de luchtkwaliteit volgens zowel de Nederlandse Wet Milieubeheer als de WHO-advieswaarden zoals deze golden tot september 2021 (40 µg/m3 voor beiden)72. De jaargemiddelde concentratie PM10 in 2030 is in de alternatieven vrijwel gelijk is aan de referentiesituatie. In 2030 bedraagt de jaargemiddelde concentratie in het grootste deel van het studiegebied in alle alternatieven 1418 µg/m3. Net als in de referentiesituatie zijn er enkele concentratieverhogingen rond de A12 en de Binckhorstlaan en Neherkade.

Nergens in het studiegebied is de berekende jaargemiddelde concentratie fijn stof in de alternatieven hoger dan 20 µg/m3. Hiermee wordt voldaan aan de grenswaarden voor fijn stof volgens de Nederlandse Wet Milieubeheer (40 µg/m3) en volgens de WHO-advieswaarden zoals deze golden tot september 2021 (20 µg/m3)72. De jaargemiddelde concentraties PM2.5 bedraagt in alle alternatieven 6-10 µg/m3. Net als in de autonome ontwikkeling zijn er enkele concentratieverhogingen rond de A12 en de Binckhorstlaan en Neherkade. De maximaal berekende jaargemiddelde concentratie zeer fijn stof bedraagt bij woningen en gevoelige bestemmingen 9,8 µg/m3. Hiermee wordt ruimschoots voldaan aan de grenswaarden uit de wet Milieubeheer (25 µg/m3). Ook aan de grenswaarden volgens de WHO-advieswaarden zoals deze golden tot september 2021 (10 µg/m3) 72 wordt voldaan. De verandering van de jaargemiddelde concentratie NO2, PM10 en PM2.5 is in het gehele studiegebied kleiner dan 0,4 µg/m3 ten opzichte van de referentiesituatie. Uit de tellingen van het aantal woningen blijkt dat er geen veranderingen in de jaargemiddelde concentraties optreden. Voor luchtkwaliteit geldt dat er geen verschil in effecten is voor wat betreft een verhoogde of verdiepte ligging ter hoogte van het tracédeel bij Opa’s veldje.

Trillingen Trillingshinder (en kans op schade) is afhankelijk van de bron (het HOV-type), de overdracht (via de bodem) en de ontvanger (het pand). Voor de HOV-varianten zijn contourlijnen bepaald waarbinnen mogelijk panden trillingshinder ondervinden of er kans op schade is 73. Binnen deze contouren is het aantal panden geschat dat mogelijk hinder en/of kans op schade heeft, hierbij is rekening gehouden met de panden die geamoveerd worden. Bij beide lightrailvarianten (1L en 2L) is één adres wat binnen de hindercontouren valt: het pand aan de Lekstraat ten zuiden van nummer 168. Bij de HOV-busvariant 3B zijn twee adressen met hinder: Melkwegstraat 21 en Saturnusstraat 39, welke in 1 pand zitten. Voor alle gevallen is de toename echter zeer beperkt. De beperkte toename komt door de zeer zandige ondergrond in Den Haag, Voorburg en Rijswijk, waardoor trillingen slecht verplaatsen door de bodem. In variant 1L-1 wordt de lightrail in een tunnel(bak) aangelegd tussen Maanweg en station Voorburg. Door de verdiepte ligging van de lightrail wordt de afstand tussen het spoor van de lightrail en het spoorhuis groter.

72

73

93

In september 2021 heeft de WHO nieuwe advieswaarden gepubliceerd die vele malen lager dan zijn dan de advieswaarden die tot dan golden (het betreft voor NO2 10 µg/m3, voor PM10 15 µg/m3 en voor PM2,5 5 µg/m3), De nieuwe advieswaarden zijn vooralsnog niet overgenomen door centrale en decentrale overheden. Om deze advieswaarden te bereiken, zullen gemeenten, provincies en het Rijk naast maatregelen als het stimuleren van het gebruik van schonere brandstoffen en duurzame mobiliteit met elektrische voertuigen extra maatregelen moeten nemen. Onder panden met trillingshinder wordt verstaan het aantal panden waar de streefwaarde voor hinder (SBR-B richtlijn) wordt overschreden. Onder panden met kans op schade wordt verstaan het aantal panden waar de grenswaarde voor schade (SBR-A richtlijn) wordt overschreden.

Onze referentie: D10045588 - Datum: 14 juni 2022

PLAN-MER MIRT-VERKENNING BEREIKBAARHEID CID BINCKHORST HOOFDRAPPORT

Met een grotere afstand wordt het gunstiger voor trillingen, al helemaal met de zandige bodem in Den Haag. Een verdiepte ligging zorgt dus niet voor problemen. Alle alternatieven zijn beoordeeld als neutraal (0). Externe veiligheid Op basis van de Risicokaart en de daarop aangegeven risicobronnen (buisleidingen, inrichtingen en transportroutes) zijn de risico’s externe veiligheid bepaald. Omdat alle alternatieven voorzien in een aanpassing aan de infrastructuur is er geen invloed op het plaatsgebonden risico en groepsrisico van de omliggende risicobronnen. Om die reden zijn de alternatieven en de varianten in HOV-typen beoordeeld als neutraal (0). Wel geldt dat in alle alternatieven het bestaande fietspad wordt opgeschoven in oostelijke richting op de HOV-baan in te passen binnen de reserveringszone. Het verlegde fietspad ligt in de schetsontwerpen over de parkeerplaatsen en deels onder de luifel van het tankstation Binckhorstlaan 100. Als gevolg hiervan is daarmee een (ingrijpende) aanpassing nodig van dit tankstation. Het vervallen van het waterstoftankstation is in het kader van de energietransitie en duurzaamheid (schone brandstof, geen geluid van verbrandingsmotoren) niet gewenst. In de verdere planuitwerking vergt dit nadere inpassing. De varianten zijn hiervoor niet onderscheidend.

Voor de HOV-baan in de Binckhorstlaan (alle alternatieven) en alternatief 2 en 3 langs de Zonweg geldt daarnaast dat rekening moet worden gehouden met de bestaande aardgasleiding. Er moet 5 meter afstand worden gehouden aan weerszijde van de bestaande gasleiding (anders is verplaatsen noodzakelijk). Duurzaamheid De alternatieven leveren geen significante extra bijdrage aan de energietransitie ten opzichte van de autonome ontwikkeling (0). Voor thema duurzaamheid zijn de lightrailvarianten bij het aspect circulaire economie negatiever beoordeeld dan de bus- en tramvarianten omdat er meer inzet van grondstoffen- en materiaal verwacht wordt. Voor klimaatadaptatie is gekeken naar de toe/afname van verharding ten opzichte van hoeveelheid groen en naar de toe/afname van een verdiepte ligging van het HOV-tracé. Voor wat betreft het totale ruimtebeslag zijn alle alternatieven zeer vergelijkbaar. De varianten 1L-1, 2B en 2T zijn name door de tunnelbakconstructies nabij de Maanweg negatiever beoordeeld ten opzichte van de overige varianten. Doorkijkscenario met doortrekking lightrail naar regio De exacte tracéuitwerking van een regionaal (H)OV netwerk is nog niet bekend, dit is onderwerp van studie vanuit het project Koningscorridor. Bij de uitbreiding van het (light)railnetwerk richting Zoetermeer, Delft en Scheveningen (LReg) wordt over een groter gebied een railverbinding voorzien.

Hieronder is op hoofdlijnen ingegaan op de effecten op verschillende aspecten. Voor de aspecten ruimtegebruik (wijkgroen, barrièrewerking / oversteekbaarheid, sloop panden, verlies parkeerplaatsen, ruimtelijke kwaliteit) en verstedelijking is situatie met doorkoppeling (LReg) niet beoordeeld omdat dit samenhangt met de lokale situatie (en daarmee worst-case zou zijn beoordeeld). •

•

• •

94

Archeologie: Bij de uitbreiding van het (light)railnetwerk richting Zoetermeer, Delft en Scheveningen worden over een groter gebied bodemverstoringen uitgevoerd. Dit maakt dat er meer kans is op het verstoren van archeologische waarden en verwachtingszones dan wanneer er aangesloten wordt op de bestaande tramrails verbinding. Om deze reden scoort een alternatief met doorkoppeling naar de regio waarbij een nieuw tracé wordt voorzien negatiever dan de situatie waarin geen sprake is van uitbreiding van het HOV-netwerk. De situatie met doorkoppeling is daarom als zeer negatief (- -) beoordeeld. Cultuurhistorie: Ten zuiden van station Voorburg ligt het landgoed Hofwijck waarvan zowel het gebouw als de tuin als rijkmonument is beschermd. Bij het verlengen van de lightrail wordt ter hoogte van het spoortalud mogelijk een klein deel van de tuin verstoord. Ook het zicht en daarmee de beleefbaarheid op het landhuis wordt belemmerd wanneer er een verhoogde lightrail langs loopt. Door het tracé in het spoortalud te plaatsen, kan het ruimtebeslag en effect op beleefbaarheid worden beperkt. Zonder verdere uitwerking is het effect vooralsnog beoordeeld als zeer negatief (- -). Een variant op dit alternatief is het aanleggen van een ondergrondse lightrail naar en voorbij station Voorburg.

In dit geval blijft de beleefbaarheid van het landgoed behouden en hoeven er, afhankelijk van hoe de ondergrondse lightrail wordt aangelegd, geen ingrepen in de monumentale tuin plaats te vinden. Om deze reden scoort de doortrekking van variant 1L-1 neutraal (0) op het aspect cultuurhistorie. Natuur: Bij de uitbreiding van het (light)railnetwerk richting Zoetermeer, Delft en Scheveningen zullen er over een groter gebied effecten op natuur zijn als gevolg van ruimtebeslag, verstoring, te amoveren panden en te verwijderen beplanting. De scores zijn in dit stadium vergelijkbaar aan de alternatieven in het planbied. Bodem: Voor de situatie waarin sprake is van een doortrekking van de HOV verbinding zal in beeld gebracht moeten worden waar dat tracé komt te liggen en zal bij realisatie de aanwezige verontreiniging moet worden gesaneerd. Op basis van de geraadpleegde gegevens wordt verwacht dat hierbij in de richting van Zoetermeer nog 1 tot 3 gevallen van ernstige van bodemverontreiniging doorkruist dienen te worden. Ook in de richting van Delft wordt verwacht dat 1 tot 3 gevallen van ernstige bodemverontreinigingen dienen te worden doorkruist.

Onze referentie: D10045588 - Datum: 14 juni 2022

PLAN-MER MIRT-VERKENNING BEREIKBAARHEID CID BINCKHORST HOOFDRAPPORT

• •

•

•

•

Water: Bij de uitbreiding van het (light)railnetwerk richting Zoetermeer, Delft en Scheveningen kan van invloed zijn op het aspect water. Om deze reden is de doorkoppeling naar de regio als zeer negatief (- -) beoordeeld voor waterkeringen/waterveiligheid en negatief (-) voor respectievelijk oppervlaktewater en grondwater. Geluid: Het doortrekken van het lightrail op spoorbaanvakken buiten het onderzoeksgebied, kan een toename van de geluidsbelasting geven langs die spoorbaanvakken. Bij een verhoogde of verdiepte ligging hoeft het HOV geen rekening te houden met het overige verkeer, waardoor de snelheid mogelijk hoger is dan bij maaiveldligging, tenzij bij maaiveldligging ook sprake is van een vrije ligging van de HOV-baan. Verwacht wordt dat het lightrail verder gaat langs of over het bestaande spoor. Dit kan betekenen dat de geluidsbelasting van het totale railverkeer toeneemt buiten het onderzoeksgebied. Indien dit leidt tot een afname van het autoverkeer, dan kan dit ook een positief effect hebben. Vanwege al deze onzekerheden in de exacte uitwerking van de doortrekking is Lreg niet beoordeeld. Luchtkwaliteit: Uit de berekeningsresultaten van de bijdragen van tram en lightrail is voor alle varianten gebleken dat vrijwel niet bijdragen aan de jaargemiddelde concentratie stikstofdioxide.

Ook wanneer het (light)railtracé wordt doorgetrokken naar de regio, is ditzelfde patroon te verwachten. Wel is het mogelijk dat de verkeersaantallen nabij het tracé verder afnemen. Hierdoor kan het doortrekken van het (light)railtracé indirect leiden tot een lichte verbetering van de luchtkwaliteit. Trillingen: Vanwege de zandige ondergrond verplaatsen trillingen slecht door de bodem. Een afstand van 9 m maximaal uit het tracé kan worden aangehouden als grens voor overschrijding van de streefwaarden voor hinder bij de lightrail. Het water rondom Huygens Hofwijck is al breder dan 10 m. Zolang de lightrail buiten het water langs loopt, zal dit dus sowieso niet tot problemen leiden. Duurzaamheid: Uit de berekeningsresultaten van de bijdragen van tram en lightrail is voor alle varianten gebleken dat vrijwel niet bijdragen aan de jaargemiddelde concentratie stikstofdioxide. Ook wanneer het (light)railtracé wordt doorgetrokken naar de regio, is ditzelfde patroon te verwachten. Wel is het mogelijk dat de verkeersaantallen nabij het tracé verder afnemen. Hierdoor kan het doortrekken van het (light)railtracé indirect leiden tot een lichte verbetering van de luchtkwaliteit.

4.2.3

Hinder tijdens de aanleg

Met betrekking tot de aanlegfase geldt dat in dit stadium van de verkenning de precieze uitvoering van het project nog niet bekend is. De invulling van de uitvoering, zoals de fasering, de duur, de periode en methode van uitvoering wordt op een later moment uitgewerkt (planuitwerkingsfase). Tijdens de aanleg van de HOV-verbinding en het Basispakket Mobiliteit vinden gedurende een langere tijd sloop- en bouwwerkzaamheden plaats. Er wordt een HOV-baan aangelegd of aanpassingen aan bestaande tramsporen/wegen gedaan met bijbehorende voorzieningen in stedelijk gebied, een gebied waar mensen wonen, werken en recreëren. Deze werkzaamheden veroorzaken (tijdelijke) effecten die de leefbaarheid voor de huidige bewoners en gebruikers van het gebied onder druk kunnen zetten. Deze hinder (verkeershinder, geluidshinder, bouwtrillingen, omrijroutes e.d.) is een belangrijk aandachtspunt in alle alternatieven en voor de afweging over het voorkeursalternatief niet bepalend. Uitgangspunt is dat gedurende de aanlegfase maatregelen getroffen worden waardoor hinder zoveel mogelijk beperkt blijft. Voor een maximale bruikbaarheid van voorliggend Plan-MER is het niet noodzakelijk en zelfs niet zinvol een gedetailleerde effectbeschrijving voor een hypothetische aanlegfase uit te voeren. Dit zou immers niet noodzakelijk overeenkomen met de werkelijke effecten.

4.2.4

Mitigatie en compensatie en mogelijke ontwerpoptimalisaties

Voor meerdere milieuaspecten is sprake van (zeer) negatieve effecten als gevolg van de alternatieven. Om deze effecten te minimaliseren, zijn mitigerende maatregelen voorgesteld in de deelrapporten 1, 2 en 3 bij dit Plan-MER. De onderzochte alternatieven brengen voor een aantal milieuaspecten geen negatieve of zelfs positieve effecten met zich mee. Voor deze aspecten is het dan ook niet nodig om mitigerende maatregelen voor te stellen. Het overzicht van de voorgestelde maatregelen is weergegeven in tabel 4-8. Bij de verdere uitwerking van het (voorlopig) voorkeursalternatief in de planuitwerkingsfase kunnen deze maatregelen verder worden uitgewerkt. De varianten in dit Plan-MER zijn beoordeeld op basis van schetsontwerpen die zijn opgesteld (zie bijlage 6). Hierbij zijn ook aandachtspunten aanwezig in de varianten. In de verdere planuitwerking zijn er verdere optimalisaties mogelijk. Een overzicht van mogelijke ontwerpaanpassingen is opgenomen in tabel 4-9 die bij de verdere uitwerking van het voorkeursalterantief overwogen kunnen worden.

95

Onze referentie: D10045588 - Datum: 14 juni 2022

PLAN-MER MIRT-VERKENNING BEREIKBAARHEID CID BINCKHORST HOOFDRAPPORT

Tabel 4-8 Overzicht mitigerende maatregelen Aspect

Alternatief

Deelgebied

Mitigerende maatregel

Agglomeratiekracht: Aansluiting Lekstraat – In plaats van bussen met een lus naar het busplatform te laten rijden, kan er gehalteerd 1B, 2B, 3B, 4B Economisch Den Haag CS worden in de Schedeldoekshaven of Lekstraat. Mobiliteitstransitie

Alle

Gehele gebied

Het aandeel autoverkeer blijft hoog, waardoor knelpunten voor autoverkeer niet verminderen. Sturend mobiliteitsbeleid om gebruik van de auto af te remmen (parkeermaatregelen, snelheidsmaatregelen) in de regio Den Haag kan dit mitigeren.

Beperken (NMCA) knelpunten hoofdwegennet

Alle

Gehele gebied

Er is geen vermindering van knelpunten op het hoofdwegennet en een toename van de problematiek met betrekking tot de verkeersafwikkeling van het stedelijk wegennet. Sturend mobiliteitsbeleid om gebruik van de auto af te remmen (parkeermaatregelen, snelheidsmaatregelen) in de regio Den Haag kan dit mitigeren.

1B, 2B, 3B, 4B Rijswijkseplein

De HOV-busvarianten ontlasten het knelpunt Rijkswijkseplein niet. Ter mitigatie zullen andere maatregelen (bijv. vergroten capaciteit Rijswijkseplein en/of verminderen overige auto of OV stromen) geïmplementeerd moeten worden om de druk aldaar te verminderen.

Beperken (NMCA) knelpunten bus, tram, metro

Verkeersveiligheid

Wijkgroen

1, 2, 3, 4

Op een deel van de route is er sprake van menging van het HOV met het overige Prinses Mariannelaan verkeer. De nadelige effecten die dit kan hebben op de verkeersveiligheid, kunnen (west) en gemitigeerd worden door herinrichting van straten ten behoeve van langzaam verkeer, Geestbrugweg door een knip bij de Geestbrug om de hoeveelheid autoverkeer te verminderen. Lus door Voorburg

Om de verkeersveiligheid te verhogen in de gemengde verkeerssituatie bij de lus door Voorburg, kan de tram geheel (in beide richtingen d.m.v. keerspoor) via de Prinses Mariannelaan rijden. Hierdoor wordt wel een deel van de Mariannelaan dubbelspoor in plaats van het huidige enkele spoor.

1L+1, 2L

Daar waar lightrail verhoogd ligt

Nader onderzoek kan uitwijzen op welke wijze er ruimte is voor groen en (eventueel iets kleinere) bomen

Alle

Lekstraat

Inpassing van nieuwe aanplant is mogelijk

Alle

Binckhorstlaan noord In het profiel met HOV-baan is ruimte voor een groenstrook met bomen en midden

2, 3

Zonweg

Er is ruimte voor de inpassing van bomen tussen de HOV-baan en het trottoir/fietspad. Een mogelijke, andere ligging van fietspad resulteert in behoud van meer bomen.

1, 3, 5

Maanweg

Ontzien van de groenzone is een belangrijk vraagstuk. Om die reden zijn de busvarianten smaller toegepast. Dit is ook de voorkeur voor tram- en lightrailvarianten.

1, 5

Maanweg

Het verder uit elkaar leggen van de halte en het kruispunt Melkwegstraat maakt het mogelijk om een smallere strook van de groenzone te gebruiken.

4T

Stationsplein Voorburg Mogelijk behoud van de bestaande bomen

1T, 2T, 5T

Aanlanding station Voorburg

Verplaatsing van de halte naar de noordwestzijde van de Prinses Mariannelaan voorkomt een kruising met de trambaan. Het nadeel is dat de tramhalte dan verder verwijderd ligt van de overige stationsvoorzieningen.

Binckhorstlaan Zuid

in de alternatieven 1 t/m 4 worden door de HOV-baan in een middenligging de aantakkende straten (Overburgkade, Corbulokade, Flaviusstraat en Paradijsstraat) minder goed bereikbaar omdat verkeer van/naar de zijstraten de HOV-baan niet kan kruisen. Hierdoor zijn deze straten bij de Binckhorstlaan slechts in één richting te benaderen en verlaten. In de planuitwerkingsfase zal opnieuw naar de verkeersstructuur en wijze van ontsluiting van de omliggende wijken worden gekeken (herziening routering) om de bereikbaarheid van de zijstraten te borgen bij een ligging van de HOV-baan in de middenberm.

1L-1

Maanweg

De hellingbaan kan westelijker langs de Maanweg worden ingepast, waardoor een overbrugging van de Westenburgstraat over het tracé mogelijk gemaakt wordt. De Westenburgstraat kan dan aangesloten blijven op de Maanweg. Dit vraagt wel om een langere tunnel.

2B, 2T

Zonweg

Er is een mogelijkheid om 1 van de 3 aantakkingen te behouden voor de ontsluiting van het gebied vanaf de Zonweg (bijvoorbeeld de Zuiderkroonstraat), mits deze beveiligd wordt.

2, 3

Zonweg

De afstand tussen de huidige bebouwing is aan beide zijden net voldoende om inpassing zonder sloop mogelijk te maken. De keerzijde is dat er geen ruimte overblijft voor een groene structuur met bomenlaan en vrij liggende fietspaden. Daarnaast moeten kabels en leidingen worden verplaatst om te voorkomen dat de HOV-baan hier bovenop komt.

1, 2, 3, 4

Prinses Mariannelaan Mogelijkheden zoeken naar realiseren van parkeerruimte elders in de wijk. west en Geestbrugweg

1, 2, 3, 4 Barrièrewerking / oversteekbaarheid

Te slopen panden

1B, 1T, 2B, 2T, Prinses Mariannelaan Een smaller trottoir maakt het mogelijk om meer parkeerplaatsen terug te brengen 3, 4, 5 Verlies parkeergelegenheid 1B, 2B, 3, 5B

Algemeen

1B, 1T, 2B, 2T, Haagweg 3, 4, 5

96

Het verwijderen van tramsporen maakt het mogelijk om bushaltes anders in te passen en parkeergelegenheid terug te brengen. Inpassing van een halte in de Haagweg in plaats van de Geestbrugweg is een optie om de parkeergelegenheid in de Geestbrugweg op deze locatie te behouden. Er is echter in de Haagweg een vergelijkbare beperkte inpassingsruimte als in de Geestbrugweg.

Onze referentie: D10045588 - Datum: 14 juni 2022

PLAN-MER MIRT-VERKENNING BEREIKBAARHEID CID BINCKHORST HOOFDRAPPORT

Aspect

Alternatief

Archeologie

Alle

Alle

Cultuurhistorie

97

Gebieden met archeologische waarde

Nabij Bink36

Mitigerende maatregel De archeologische waarden in de bodem blijven zoveel mogelijk behouden door deze gebieden te ontzien van bodemverstorende werkzaamheden of waar mogelijk minder diep uit te voeren. Het invoegen van een referentie naar archeologische waarden geeft bekendheid aan deze waarden. De krappe passage van de HOV-baan is een aandachtspunt voor de planuitwerking. Een zorgvuldige inpassing met oog voor detail zou kunnen helpen met de integratie van de HOV-baan met de huidige karakteristieke bebouwing.

1T, 2T, 2L, 4T, Binckhorstbrug 5T

Het brugwachtershuis is aangegeven als beeldbepalende karakteristieke bebouwing en kan bij het vervangen van de Binckhorstbrug niet op deze locatie behouden blijven. Dit kan gemitigeerd worden door het gebouw te herplaatsen.

1L

Algemeen

Dor de hoogte en mogelijke netkousconstructie vindt verstoring en belemmering van cultuurhistorische waarden en monumenten plaats. Dit kan gemitigeerd worden door de implementatie van een minder zware constructie.

LReg

Station Voorburg – Huygens’ Hofwijk

Ondergrondse plaatsing van de lightrail voorkomt bij doortrekking richting Zoetermeer doorkruising van het rijksmonumentale landgoed Huygens’ Hofwijk. Mocht dit onmogelijk blijken, dan kan de lightrail zorgvuldig worden ingepast door een open constructie, onopvallende kleur en detaillering (zo dicht mogelijk op het bestaande spoor in het spoortalud).

Alle

Natura 2000: Voer de werkzaamheden uit met materieel met beperkte emissies. De voorkeur heeft elektrische materieel omdat deze geen emissie heeft. Deze maatregel heeft geen effect op de effectscores, maar in de Wsn is wel opgenomen dat Algemeen, aanlegfase werkzaamheden zo schoon mogelijk moeten worden uitgevoerd. Ook vanuit het oogpunt van duurzaamheid en stikstofproblematiek, is het belangrijk om de werkzaamheden zo schoon mogelijk uit te voeren. Dit beperkt ook juridische risico’s in de toekomst als regels rond stikstofdepositie in Natura 2000-gebied veranderen. Stedelijke groene hoofdstructuur: • Maanweg: Bij tram- en lighrrailvarianten (1T, 5T en 1L) kan door toepassen van een smaller (weg)profiel de EVZ Laakzone meer worden ontzien zoals nu al wel is toegepast in de busvarianten 1B, 3B en 5B. • Maanweg: Bij nadere uitwerking in de vervolgfase is een afweging om de halte in de Maanweg bij alternatief 1 (1B, 1T, 1L) en alternatief 5 (5B, 5T) en het kruispunt Melkwegstraat verder uit elkaar te liggen. Door het verplaatsen van de halte is mogelijk een smallere strook van de groenzone nodig (maar wel over grotere lengte). • Maanweg: Compensatie voor het verlies aan ruimtebeslag (alteratief 1, 2, 3 en 5). • Broekslootkade: Compensatie voor het verlies aan ruimtebeslag als gevolg van alternatief 5 (5B, 5T).

1, 2, 3, 5

Algemeen, gebruiksfase

Alle

Mitigerende maatregelen voor soorten kunnen negatieve effecten op soorten in met name de aanlegfase beperken, maar niet helemaal weggenomen. Zo blijft sprake van het verdwijnen van verblijfplaatsen van gierzwaluw, huismus en vleermuizen en vliegroutes van vleermuizen en van verstoring tijdens werkzaamheden. Het effect op soorten wijzigt daarmee van zeer negatief (- -) naar licht negatief (-): • Voer werkzaamheden (en dan met name verwijderen opgaande vegetatie, kap van bomen, sloop van gebouwen) uit buiten het broedseizoen. Algemeen, aanlegfase • Voer de sloop van gebouwen uit buiten het gevoelige seizoen voor gierzwaluwen, huismussen en vleermuizen. • Als het niet mogelijk is om buiten de gevoelige periodes te werken, maak percelen en gebouwen ongeschikt voor broedvogels (waaronder gierzwaluw en huismus) en vleermuizen. • Neem tijdelijk maatregelen om vliegroutes van vleermuizen in stand te houden. Dit is echter afhankelijk van de uitkomsten van onderzoek.

Alle

Algemeen, gebruiksfase

Compenserende maatregelen voor soorten hebben met name effect op de gebruiksfase. Bij herstel van verblijfplaatsen is geen wezenlijk verschil met de huidige situatie. Daarmee wijzigt het effect op soorten in de gebruiksfase van zeer negatief (- -) naar neutraal (0): • Bij de aanwezigheid van jaarrond beschermde nesten van gierzwaluw en huismus en/of verblijfplaatsen van vleermuizen moet gecompenseerd worden voor verlies. Dieren moeten voorafgaand aan de sloop voldoende tijd hebben om te wennen aan de nieuwe situatie en er moeten meer nieuwe voorzieningen worden getroffen dan in de huidige situatie verloren gaan. De precieze uitwerking is afhankelijk van de exacte functie en aantallen dieren. • Bij aantasting van vliegroutes van vleermuizen moeten permanente voorzieningen worden getroffen om deze te herstellen. Dit wordt in principe gedaan door het planten van bomen. Deze bomen moeten voldoende omvang hebben en op een niet te grote afstand van elkaar staan.

Algemeen

Vanwege de aanleg van extra verhard oppervlak zijn waterbergingen nodig om een versnelde afvoer vanaf het verhard oppervlak te compenseren. De hoeveelheid waterberging die moet worden aangelegd, wordt met het Hoogheemraadschap van Delfland afgestemd. De watersleutel geeft een eerste indruk van hoeveel water er moet worden gegraven ter compensatie van het extra verhard oppervlak. In de planuitwerkingsfase dient dit nader onderzocht te worden.

Natuur

Water

Deelgebied

Alle

Onze referentie: D10045588 - Datum: 14 juni 2022

PLAN-MER MIRT-VERKENNING BEREIKBAARHEID CID BINCKHORST HOOFDRAPPORT

Aspect

Alternatief

Alle

Deelgebied

Mitigerende maatregel

Maanweg Trekvliet

Ook voor de kruising van waterstaatswerken en beschermingszones geldt dat de sterkte en stabiliteit behouden moet blijven, de te treffen maatregelen dienen in de planuitwerkingsfase te worden bepaald, de (zeer) negatieve effecten wijzigen dan in neutraal.

Algemeen

Retourbemalingen kunnen grondwaterstandsveranderingen gedeeltelijk of geheel voorkomen worden door het bemalingswater weer in de bodem te infiltreren. De kwaliteit van het water hiervoor is van belang, maar niet bekend op dit moment. Daarnaast zijn technische oplossingen als damwanden ook mogelijk.

Algemeen

De effecten van verdiepte of verhoogde liggingen zijn lokaal en zijn mede afhankelijk van de uitvoering van deze constructies. Bij het ontwerp van deze constructies zal aandacht besteed moeten worden aan het voorkomen van extra geluidhinder door reflecties (galm) van tunnelbakwanden, voegovergangen of uitstraling door de kunstwerken.

Geluid 1T, 2T, 4T, 5T Krappe bochten 1L, 2L

Indien mogelijk bochtstraal zo ruim mogelijk houden bij de verdere uitwerking van het (als voorkeursalternatief gekozen) schetsontwerp. Ruimere bochten verkleinen de klein op boogeluid en minder slijtage van de rail en daarmee onderhoud. Het toepassen van smering van het contact tussen wiel en rail en regelmatig onderhoud van de rails bij de bogen. Rustig berijden van de bochten.

Alle

Algemeen

De impact op circulaire economie (materialenstroom en materiaaltransport) kan in de verder uitwerking en fases substantieel verkleind worden door weloverwogen keuzes te maken voor duurzaam materiaalgebruik, bouwlogistiek en bouwmaterieel.

Algemeen

De negatieve impact op klimaatadaptatie door het verdwijnen van groen kan opgelost worden door een groene inrichting van het tracé en compensatie van het wijkgroen dat verloren gaat. Afhankelijk van het gekozen tracé geldt dat dit niet overal ter plaatse mogelijk is. Dit geldt in alternatief 3 voor de Melkwegstraat, bij alternatief 5 in de Broekslootkade en in de alternatieven 1 t/m 4 in het Voorburgse deel van de Binckhorstlaan. Verder kan met technische oplossingen de kwetsbaarheid van de verdiepte ligging voor wateroverlast verkleind worden.

Duuzaamheid Alle

Tabel 4-9 Overzicht van mogelijke optimalisaties en aandachtspunten in het schetsontwerp Variant

Deelgebied

Alle

Het ontwerp van de HOV-baan heeft in alle alternatieven ter hoogte van de spoorviaducten een slingerend verloop van het alignement. Dit is nadelig voor de Alignement van de HOV-baan Sporendriehoek74 snelheid (ongeveer 25 km/u) en strekken. voor de aantrekkelijkheid en snelheid van de dienstregeling. De opeenvolging van bochten zorgt daarnaast voor een lager niveau van comfort voor de reizigers.

1L, 2L

1T, 5T

74

98

Uitgangspunt schetsontwerp

Optimalisatie

Effect Het voordeel is dat het HOV met een hogere snelheid de spoorviaducten kan passeren. Het gestrekte alignement is dan ook minder nadelig voor het comfort van passagiers. Nadelen zijn de impact op de omgeving, zoals het (deels) slopen van Bink36 en waarschijnlijk hogere kosten. Inpassing van een gestrekter tracé is ook mogelijk zonder Bink36 te raken, maar vraagt verregaande aanpassingen aan de spoorviaducten.

Binkhorstlaan Maanweg Zonweg Opa’s veldje spoorzone

Voor het bovengrondse deel van de lightrail is uitgegaan van een hoogte van ongeveer 8,5 meter (maaiveld-bovenkant spoor). Deze hoogte is aangehouden vanwege de benodigde vrije doorvaarhoogte bij de Binckhorstbrug, zodat daar geen beweegbare brug nodig is. Deze hoogte is over de hele lengte van het bovengrondse lightrailtracé consequent doorgezet, vanwege kwalitatief ruimtelijk straatbeeld.

Maanweg

Zoveel mogelijk ontzien van de groenzone en inpassen dwarsprofiel De trambaan ligt langs de zuidzijde Maanweg binnen resterende ruimte. van de Maanweg waarbij inpassing Het trottoir en de naastliggende Minimaliseren aantasting stedelijke van het dwarsprofiel zorgt voor groenstrook (multifunctionele strook) ecologische zone. (enige) aantasting van stedelijke worden dan smaller uitgevoerd. (Dit is ecologische zone. nu in de schetsontwerpen met HOVbus toegepast en kan ook voor de tram/lightrail toegepast worden.)

Hoogte van de lightrail (deels) te Mogelijke kostenverlaging, maar wel beperken tot bijvoorbeeld 5,5 meter. vermindering kwaliteit openbare ruimte Wel zijn meerdere hoogteverschillen bij verschillende hoogteliggingen op nodig om bij de Binckhorstbrug toch korte afstand (disconitinuer beeld). voldoende hoogte te hebben.

De exacte uitwerking van de sporendriehoek en aanpassing van de spoorviaducten is nog in onderzoek bij de gemeente Den Haag en ProRail. Bij een andere oplossing van de sporendriehoek wijzigt mogelijk de ligging van het HOV-tracé, de varianten in het Plan-MER verschillen hier alleen in HOV-type en zijn niet onderscheidend ten opzichte van elkaar.

Onze referentie: D10045588 - Datum: 14 juni 2022

PLAN-MER MIRT-VERKENNING BEREIKBAARHEID CID BINCKHORST HOOFDRAPPORT

Variant

1B, 3B, 5B, 1T, 5T

Deelgebied

Uitgangspunt schetsontwerp

Optimalisatie Eventueel gevellijn ‘naar achteren’ verplaatsen.

Maanweg

Bij de kruisingen en bij de halte is Bij nadere uitwerking in de ruimte nodig voor de inpassing wat vervolgfase is een afweging om de zorgt voor aantasting stedelijke halte en het kruispunt verder uit ecologische zone. elkaar te liggen, waardoor een smallere strook van de groenzone nodig is.

Effect

Minimaliseren aantasting stedelijke ecologische zone.

Om de bestaande bomen te De HOV-baan ligt langs de behouden kan gekozen worden voor noordzijde van de Zonweg en het een iets andere opbouw van het Minimaliseren aantasting bestaande wegprofiel gaat uit van vrijliggende dwarsprofiel, bijvoorbeeld door de bomen. fietspaden op de plek van de fietspaden tegen de rijbaan aan te bestaande bomen leggen (groenstrook en fietspad verwisselen). Alternatief 2 en 3

2B, 2T

Zonweg

Het dwarsprofiel in de Zonweg met De afstand tussen de huidige HOV-baan gaat ten koste van de bebouwing aan beide zijden Minimaliseren aantasting bedrijfspanden. meerdere bedrijfspanden langs de van de Zonweg is (net) voldoende om Er geen ruimte is voor een groene noordzijde. ook zonder sloop van gebouwen in structuur met bomenlaan en vrijliggende het westelijk deel van de Zonweg een fietspaden. HOV-tracé in te kunnen passen. Verleggen van een deel van de grote Bij variant 2L kan gekozen worden kabels en leiding is nodig (deze mogen voor dubbel ruimtegebruik, met de niet onder de HOV-baan liggen). lightrail boven de rijbaan.

Regulusweg

Geen aantasting spooremplacement waardoor bij het kruispunt Regulusweg – Zonweg er geen opstelvakken in verschillende richtingen mogelijk zijn. Fietsers moeten hier in één keer zowel de HOV baan als de weg oversteken.

Prinses Mariannelaan

Tram rijdt over de volledige lengte via Tram rijdt met het verkeer mee via de Prinses Mariannelaan naar station Veiligheid rond het tramspoor te de Prinses Mariannelaan en de Voorburg (via een keerspoor weer verbeteren in Laan van Middenburg en Laan van Middenburg en terug en niet via de lus van de Laan Westeinde Westeinde (lus Voorburg) van Middenburg en Westeinde).

Laan van Middenburg en Westeinde

Tram rijdt met het verkeer mee in de Laan van Middenburg en Westeinde (lus Voorburg)

4T

Een optie is om het dwarsprofiel van Impact op het functioneren van het de Regulusweg te verbreden, zodat spoorwegemplacement. De eerste 2 dit meer past bij de standaarden voor (van 5) sporen zullen verwijderd moeten dit type weg. worden. Het dwarsprofiel wordt dan circa (Stedelijke Hoofdweg) 11 meter breder.

Vrijliggende baan met afscherming realiseren om veiligheid rond het tramspoor te vergroten.

Gezien de beperkte ruimte in het dwarsprofiel gaat dit ten koste van parkeerplaatsen en bomen. Er zijn minder oversteekmogelijkheden bij een vrijliggende HOV-baan.

Geen busbaan langs Opa’s veldje Mogelijk optie is een routering via (ruimtelijke kwaliteit). bestaande wegen en geen vrije HOVGeen ruimtebeslag op aanwezige baan aan te leggen op dit deel. Dit archeologische waarden, watergang en De HOV-verbinding eindigt bij het kan door de bussen vanaf de waterkering. Opa’s veldje huidige busstation onder station Maanweg via de Westenburgstraat Toekomstige opties voor doortrekking 1B,2B, 3B, 5B Aanlanding Voorburg met een verbinding naar en Prinses Mariannelaan naar het blijven open. station Voorburg de Maanweg langs het hoofdspoor busstation v.v. te laten rijden. Of de Nadelig voor verkeersveiligheid, en Opa’s Veldje. bussen rijden een rondje via de betrouwbaarheid en snelheid van het Westerbrugstraat, busstation en Laan HOV. van Nieuw Oosteinde terug naar de Nadelig voor leefbaarheid voor Maanweg. omwonenden Westenburgstraat. Bij het stationsplein moet de Een mogelijke optimalisatie is om de Het kruisen van de Prinses Prinses Mariannelaan gekruist tramhalte aan de noordwestzijde van Mariannelaan is niet nodig en er is meer Aanlanding 1T, 2T, 4T, 5T worden en moet een kruiswissel de Prinses Mariannelaan te situeren. ruimte voor de kruiswissel nabij de halte. station Voorburg ingepast worden om de trams van Hier is ook een perrontoegang van Nadeel is dat de tramhalte verder van de spoor te kunnen laten wisselen. het NS station Voorburg.

overige stationsvoorzieningen af ligt. 1B, 2B, 3B

Binckhorstlaan (Voorburg)

Busbaan in middenligging

1T, 2T, 4T, 5T

Binckhorstlaan (Voorburg)

Trambaan in middenligging

99

Onze referentie: D10045588 - Datum: 14 juni 2022

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leidschendam&id=875b587d-6cee-4eb8-8722-3b5bb2f75000