CConstaterende datLeidschendam-Voorburg
Koppel je AI →
Document · PDF

1938_PlanMER CIDB Deelrapport 3 Leefomgeving - 14juni2022 DEF.pdf

Commissie Omgeving 28 juni 2022, gemeente Leidschendam-VoorburgBij agendapunt: Raadsbrief: Terinzagelegging Ontwerp Masterplan Bereikbaarheid CID Binckhorst38.540 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

Milieueffectrapport MIRT-verkenning bereikbaarheid CID Binckhorst Deelrapport 3 – Leefomgeving en duurzaamheid (archeologie, cultuurhistorie, natuur, bodem, water, geluid, luchtkwaliteit, trillingen, externe veiligheid en duurzaamheid) Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Provincie Zuid-Holland Metropoolregio Rotterdam Den Haag Gemeente Den Haag Gemeente Leidschendam-Voorburg Gemeente Rijswijk

14 juni 2022 DEFINITIEF

PLAN-MER MIRT-VERKENNING BEREIKBAARHEID CID BINCKHORST DEELRAPPORT 3 – LEEFOMGEVING EN VERSTEDELIJKING

Inhoudsopgave 1

2

3

4

3

Inleiding

6

1.1

Aanleiding

6

1.2

Alternatieven

6

1.3

Deelrapport 3 - Leefomgeving en duurzaamheid

8

1.4

Leeswijzer

9

Archeologie en cultuurhistorie

10

2.1

Wettelijk- en beleidskader

10

2.2

Beoordelingskader

12

2.3

Huidige situatie en autonome ontwikkeling

13

2.3.1

Archeologie

13

2.3.2

Cultuurhistorie

16

2.4

Effecten

19

2.4.1

Archeologie

19

2.4.2

Cultuurhistorie

23

2.5

Mitigerende en compenserende maatregelen

25

2.6

Leemten in kennis

25

Natuur

26

3.1

Wettelijk- en beleidskader

26

3.2

Beoordelingskader

28

3.3

Huidige situatie en autonome ontwikkeling

30

3.4

Effecten

36

3.4.1

Natura 2000

36

3.4.2

NNN

37

3.4.3

Stedelijke groene hoofdstructuur

37

3.4.4

Beschermde soorten

42

3.5

Mitigerende en compenserende maatregelen

47

3.6

Leemten in kennis

48

Bodem

49

4.1

Wettelijk- en beleidskader

49

4.2

Beoordelingskader

50

4.3

Huidige situatie en autonome ontwikkeling

50

Onze referentie: D10042535 - Datum: 14 juni 2022

PLAN-MER MIRT-VERKENNING BEREIKBAARHEID CID BINCKHORST DEELRAPPORT 3 – LEEFOMGEVING EN VERSTEDELIJKING

5

6

7

8

4

4.4

Effecten

51

4.5

Mitigerende en compenserende maatregelen

52

4.6

Leemten in kennis

52

Water

53

5.1

Wettelijk- en beleidskader

53

5.2

Beoordelingskader

54

5.3

Huidige situatie en autonome ontwikkeling

56

5.4

Effecten

61

5.4.1

Waterkering en waterveiligheid

61

5.4.2

Oppervlaktewater

65

5.4.3

Grondwater

68

5.5

Mitigerende en compenserende maatregelen

69

5.6

Leemten in kennis

69

Geluid

70

6.1

Wettelijk en beleidskader

70

6.2

Beoordelingskader

70

6.3

Huidige situatie en autonome ontwikkeling

71

6.4

Effecten

73

6.4.1

Geluidgehinderden

73

6.4.2

Booggeluid

79

6.5

Mitigerende en compenserende maatregelen

80

6.6

Leemten in kennis

80

Luchtkwaliteit

81

7.1

Wettelijk- en beleidskader

81

7.2

Beoordelingskader

82

7.3

Huidige situatie en autonome ontwikkeling

85

7.4

Effecten

89

7.4.1

Stikstofdioxide (NO2)

89

7.4.2

Fijn stof (PM10)

99

7.4.3

Zeer fijn stof (PM2.5)

110

7.5

Mitigerende en compenserende maatregelen

119

7.6

Leemten in kennis

119

Trillingen

120

8.1

Wettelijk- en beleidskader

120

8.2

Beoordelingskader

120

Onze referentie: D10042535 - Datum: 14 juni 2022

PLAN-MER MIRT-VERKENNING BEREIKBAARHEID CID BINCKHORST DEELRAPPORT 3 – LEEFOMGEVING EN VERSTEDELIJKING

9

8.3

Huidige situatie en autonome ontwikkeling

121

8.4

Effecten

123

8.4.1

Hinder en kans op schade door trillingen

123

8.5

Mitigerende en compenserende maatregelen

124

8.6

Leemten in kennis

125

Externe veiligheid

126

9.1

Wettelijk- en beleidskader

126

9.2

Beoordelingskader

126

9.3

Huidige situatie en autonome ontwikkeling

126

9.4

Effecten

127

9.5

Mitigerende en compenserende maatregelen

128

9.6

Leemten in kennis

128

10 Duurzaamheid

129

10.1

Wettelijk- en beleidskader

129

10.2

Beoordelingskader

130

10.3

Huidige situatie en autonome ontwikkeling

132

10.4

Effecten

134

10.5

Mitigerende en compenserende maatregelen

136

10.6

Leemten in kennis

136

11 Conclusies

137

11.1

Alternatieven in plangebied

138

11.2

Doorkijkscenario met doortrekking lightrail naar regio

143

Bijlage 1 Literatuurlijst

145

Bijlage 2 Begrippen- en afkortingenlijst

146

Bijlage 3 Natuur: Aerius berekening gebruiksfase

149

Bijlage 4 Bodem: Milieuhygiënisch vooronderzoek (Quickscan)

150

Bijlage 5 Trillingen: Achtergrondrapport trillingen Binckhorst

151

Colofon

152

5

Onze referentie: D10042535 - Datum: 14 juni 2022

PLAN-MER MIRT-VERKENNING BEREIKBAARHEID CID BINCKHORST DEELRAPPORT 3 – LEEFOMGEVING EN VERSTEDELIJKING

1

Inleiding

1.1

Aanleiding

In de huidige situatie kent het CID een hoog stedelijk karakter en is de Binckhorst te karakteriseren als een gebied met nadruk op bedrijven en industrie. Met de verdichting, functiemenging en differentiatie wordt CID verder verdicht en transformeert de Binckhorst tot een hoogstedelijk gebied. Er is een toename in aantal woningen, voorzieningen en arbeidsplaatsen (zie ook Structuurvisie CID en Omgevingsplan Binckhorst). Dit zorgt voor een toename van het aantal verplaatsingen van en naar het gebied. Daarbij is in de Structuurvisie CID en het Omgevingsplan Binckhorst gesteld dat deze ontwikkelingen alleen mogelijk zijn met een mobiliteitstransitie van autogebruik naar duurzame mobiliteit, zoals lopen, fietsen en reizen met openbaar vervoer. Voor de ontwikkeling van het gebied CID Binckhorst tot een gemengd stedelijk gebied wordt ingezet op een goede bereikbaarheid van het gebied met alle vervoerswijzen op zowel stedelijk, regionaal als landelijk niveau. Door de transformatie van de Binckhorst verandert immers ook de mobiliteit en bereikbaarheid. Gezien de toename van het aantal inwoners en arbeidsplaatsen in het gebied is een sterke focus op lopen, fietsen, het openbaar vervoer en nieuwe vormen van (deel)mobiliteit nodig. De nadruk komt daarbij in grote delen van de Binckhorst meer te liggen op de leefbaarheid en de kwaliteit van de openbare ruimte.

Binnen de verkenning moeten de mobiliteitsmaatregelen daarbij invulling geven aan drie centrale opgaves (zie Hoofdrapport paragraaf 2.3): 1. Het mogelijk maken van verstedelijking en het versterken van de economische kracht van de (inter)nationale toplocaties CID en Binckhorst, door in iedere ontwikkelfase een passende duurzame mobiliteit aan te bieden. 2. Het bijdragen aan de bereikbaarheid van de Zuidelijke Randstad door het wegnemen van de NMCA OVknelpunten Rijswijkseplein en Binckhorstlaan en het voorkomen van extra belasting van het hoofdwegennet door de verstedelijking van CID/Binckhorst. 3. Het bijdragen aan regionale ambities rond OV en fiets. In de MIRT-verkenning Bereikbaarheid CID Binckhorst wordt een mobiliteitspakket met vijf alternatieven voor een HOV-verbinding onderzocht en vergeleken met de referentiesituatie (autonome ontwikkeling). Daarvoor is een beoordelingskader opgesteld voor de beoordeling van de effecten op diverse thema’s en aspecten. In voorliggend deelrapport ligt de focus op de aspecten archeologie, cultuurhistorie, natuur, bodem, water, geluid, luchtkwaliteit, trillingen, externe veiligheid en duurzaamheid uit dit beoordelingskader.

1.2

Alternatieven

Er zijn in het Plan-MER vijf alternatieven met in totaal tien varianten onderzocht. Alle alternatieven zijn opgebouwd rond drie sturende bouwstenen: een verbinding met hoogwaardig openbaar vervoer (HOV) tussen Den Haag Centraal en station Voorburg, een aftakking van het HOV richting Rijswijk/Delft én een Basispakket Mobiliteit met maatregelen op het gebied van langzaam verkeer, Smart Mobility, logistiek en stations. Alleen de wijze waarop de HOV-verbinding met HOV-aftakking wordt ingevuld, verschilt in de alternatieven. Hierbij gaat het zowel om de routering van de HOVverbinding als om de modaliteit (HOV-bus, HOV-tram danwel lightrail). Het Basispakket Mobiliteit is in alle alternatieven en varianten hetzelfde en daarmee niet onderscheidend. Tabel 1-1 en figuur 1-1 tonen de vijf alternatieven en de daaronder vallende varianten die in de MIRT-verkenning zijn onderzocht. Voor de verbinding naar Rijswijk/Delft is alleen uitgegaan van de modaliteit bus of tram. Tabel 1-1 Overzicht beoordeelde alternatieven en varianten Alternatief

Variant

Tracé Den Haag Centraal – Voorburg

Tracé aansluiting Rijswijk/Delft

1B (HOV-bus)

Binckhorstlaan – Maanweg

Geestbrugweg

1T (HOV-tram)

Binckhorstlaan – Maanweg

Geestbrugweg

1L (Lightrail)

Binckhorstlaan – Maanweg (Tussen de Maanweg en station Voorburg zijn twee opties beschouwd, een verhoogde ligging (1L+1) en een verdiepte ligging (1L-1)

Geestbrugweg (tram)

2B (HOV-bus)

Binckhorstlaan – Zonweg – Regulusweg

Geestbrugweg

2T (HOV-tram)

Binckhorstlaan – Zonweg – Regulusweg

Geestbrugweg

2L (Lightrail)

Binckhorstlaan – Zonweg – Regulusweg

Geestbrugweg (tram)

3B (HOV-bus)

Binckhorstlaan – Zonweg – Melkwegstraat

Geestbrugweg

4T (HOV-tram)

Binckhorstlaan – Prinses Mariannelaan – lus Voorburg (Laan van Middenburg en Westeinde)

Geestbrugweg

5B (HOV-tram)

Binckhorstlaan – Maanweg

Jupiterkade – Broekslootkade

5T (HOV-tram)

Binckhorstlaan – Maanweg

Jupiterkade – Broekslootkade

1

2 3 4 5

6

Onze referentie: D10042535 - Datum: 14 juni 2022

PLAN-MER MIRT-VERKENNING BEREIKBAARHEID CID BINCKHORST DEELRAPPORT 3 – LEEFOMGEVING EN VERSTEDELIJKING

Figuur 1-1 Overzicht alternatieven en varianten daarbinnen in HOV-typen

Naast de hierboven weergegeven vijf alternatieven is in de onderzoeken waar mogelijk tevens een variant met lightrail richting Zoetermeer meegenomen (LReg). De alternatieven in deze MIRT-verkenning richten zich op de HOVverbinding door Binckhorst, maar dit gedeelte is onderdeel van een langere verbinding in het kader van de Koningscorridor. Door tevens een doorkijk te geven naar de effecten van een lightrailvariant met een HOV-verbinding naar Scheveningen en Zoetermeer, kan de kansrijkheid van een eventuele toekomstige doortrekking in de afweging worden meegenomen.

7

Onze referentie: D10042535 - Datum: 14 juni 2022

PLAN-MER MIRT-VERKENNING BEREIKBAARHEID CID BINCKHORST DEELRAPPORT 3 – LEEFOMGEVING EN VERSTEDELIJKING

1.3

Deelrapport 3 - Leefomgeving en duurzaamheid

Voorliggend deelrapport 3 - Leefomgeving en duurzaamheid is onderdeel van het Milieueffectrapport verkenning bereikbaarheid CID Binckhorst. In dit deelrapport zijn de effecten van de alternatieven en varianten van de aspecten archeologie, cultuurhistorie, natuur, bodem, water, geluid, luchtkwaliteit, trillingen, externe veiligheid en duurzaamheid beschreven en beoordeeld. De effecten op de mobiliteit zijn beschreven in het deelrapport 1 - Mobiliteit. De effecten van de aspecten ruimtegebruik en verstedelijking zijn beschreven in het deelrapport 2 - Ruimtegebruik en verstedelijking. Het hoofdrapport van het Milieueffectrapport bevat een samenvatting en de belangrijkste conclusies uit de verschillende deelrapporten. Ook bevat het rapport meer informatie over de probleem- en doelstelling van het project, het gevolgde proces en gemaakte keuzes. Deze informatie wordt gebruikt bij de integrale effectbeoordeling van de alternatieven en het proces om te komen tot één voorkeursalternatief. Voor de verkenning is een beoordelingskader opgesteld, met onder andere criteria op het gebied van leefomgeving. In het hoofdrapport is uitgebreider ingegaan op de samenstelling van het beoordelingskader en de wijze van beoordeling. Dit rapport focust zich op de groene en blauwe milieuaspecten. Tabel 1-2 toont deze criteria uit het beoordelingskader die in deelrapport zijn beoordeeld.

Tabel 1-2 Overzicht beoordelingskader m.b.t. de leefomgeving – archeologie en cultuurhistorie, natuur, bodem en water Thema

Aspect

Criterium (indicator)

Methodiek

Effect op (bekende) archeologische waarden

GIS-analyse en expert judgement

Effect op waardevolle monumenten, industrieel erfgoed en waardevolle stadsgezichten

GIS-analyse en expert judgement

Natura2000-gebieden

Expert judgement, Aerius-berekening gebruiksfase

Natuurnetwerk Nederland (NNN)

GIS-analyse en expert judgement

Soorten

GIS-analyse en expert judgement

Bodemverontreiniging

GIS-analyse en expert judgement

Waterkeringen en waterveiligheid

GIS-analyse en expert judgement

Oppervlaktewater

GIS-analyse en expert judgement

Grondwater

GIS-analyse en expert judgement

Aantal gehinderden binnen verschillende geluidsklassen

Geluidsmodellering

Verandering in concentraties NO2

Modellering luchtkwaliteit

Verandering in concentraties PM10

Modellering luchtkwaliteit

Verandering in concentraties PM2,5

Modellering luchtkwaliteit

Trillingen

Aantal gehinderden / schadepanden

Trillingscontouren

Externe veiligheid

Risico’s externe veiligheid

Expert judgement o.b.v. risicokaart

Bijdrage aan energietransitie

Emissiereductie CO2

Expert judgement

Archeologie en cultuurhistorie

Natuur

Bodem Agglomeratiekracht: aantrekkelijke Water leefomgeving Geluid

Luchtkwaliteit

Duurzaamheid

Bijdrage aan Circulaire Economie Hoeveelheid benodigd materiaal in realisatiefase

Expert judgement

Bijdrage aan klimaatadaptatie

Expert judgement

Omvang van mogelijkheden / risico's

Hinder tijdens de aanleg Met betrekking tot de aanlegfase geldt dat in dit stadium van de verkenning de precieze uitvoering van het project nog niet bekend is. De invulling van de uitvoering, zoals de fasering, de duur, de periode en methode van uitvoering wordt op een later moment uitgewerkt (planuitwerkingsfase). Tijdens de aanleg van de HOV-verbinding en het Basispakket Mobiliteit vinden gedurende een langere tijd sloop- en bouwwerkzaamheden plaats. Er wordt een HOV-baan aangelegd of aanpassingen aan bestaande tramsporen/wegen gedaan met bijbehorende voorzieningen in stedelijk gebied, een gebied waar mensen wonen, werken en recreëren. Deze werkzaamheden zullen (tijdelijke) effecten veroorzaken die de leefbaarheid voor de huidige bewoners en gebruikers van het gebied onder druk kunnen zetten. Deze hinder (verkeershinder, geluidshinder, bouwtrillingen e.d.) is een belangrijk aandachtspunt in alle alternatieven en niet bepalend voor de afweging over het voorkeursalternatief. Uitgangspunt is dat gedurende de aanlegfase maatregelen getroffen worden waardoor hinder zoveel mogelijk beperkt blijft en bereikbaarheid gegarandeerd is.

8

Onze referentie: D10042535 - Datum: 14 juni 2022

PLAN-MER MIRT-VERKENNING BEREIKBAARHEID CID BINCKHORST DEELRAPPORT 3 – LEEFOMGEVING EN VERSTEDELIJKING

1.4

Leeswijzer

Het voorliggende deelrapport bevat de resultaten uit het beoordelingskader gericht op archeologie en cultuurhistorie (hoofdstuk 2), natuur (hoofdstuk 3), bodem (hoofdstuk 4), water (hoofdstuk 5), geluid (hoofdstuk 6), luchtkwaliteit (hoofdstuk 7), trillingen (hoofdstuk 8), externe veiligheid (hoofdstuk 9) en duurzaamheid (hoofdstuk 10). Hoofdstuk 2 t/m 10 van voorliggend deelrapport kent per aspect de volgende opbouw: • • • • • •

Wettelijk- en beleidskader. Beoordelingskader. Huidige situatie en autonome ontwikkeling. Effecten. Mitigerende en compenserende maatregelen. Leemten in kennis

In hoofdstuk 11 zijn de conclusies opgenomen.

9

Onze referentie: D10042535 - Datum: 14 juni 2022

PLAN-MER MIRT-VERKENNING BEREIKBAARHEID CID BINCKHORST DEELRAPPORT 3 – LEEFOMGEVING EN VERSTEDELIJKING

2

Archeologie en cultuurhistorie

2.1

Wettelijk- en beleidskader

In tabel 2-1 is het relevante beleid en vigerende wet- en regelgeving opgenomen met betrekking tot archeologie en cultuurhistorie. Daarbij is aangegeven wat de relevantie is voor het project Verkenning Bereikbaarheid CID-Binckhorst. Tabel 2-1 Wettelijk- en beleidskader – Archeologie en cultuurhistorie Wet/regelgeving /beleidsstuk Aspect

Erfgoedwet (2016)

Toelichting

De Erfgoedwet is gericht op de bescherming van onroerend en roerend cultureel erfgoed en omvat de bescherming van gebouwen (rijks-, provinciale of gemeentelijke monumenten), stads- of dorpsgezichten, archeologische monumenten en van elementen of ensembles van de UNESCOWerelderfgoedlijst. Voor wijzigingen aan monumenten (en hun omgeving) is afstemming met en advies van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) nodig voor vergunningverlening. De omgang met cultuurhistorie in de fysieke leefomgeving wordt onderdeel van de Omgevingswet. Archeologie Cultuurhistorie Totdat de Omgevingswet ingaat blijven de artikelen uit de Monumentenwet 1988 die niet terugkomen in de Erfgoedwet van kracht, waaronder regelingen voor archeologie omtrent omgevingsvergunningen en bestemmingsplannen. De voorgenomen maatregelen hebben mogelijk effect op aanwezige en te verwachten archeologische waarden en beschermde monumenten in of in de directe omgeving van het plangebied. Deze effecten worden in dit rapport beschreven. In de Monumentenwet 1988 is de aanwijzing en bescherming geregeld van • Gebouwde rijksmonumenten, inclusief ‘groene’ monumenten; • Archeologische rijksmonumenten; • Stads- en dorpsgezichten.

Monumentenwet (1988)

Archeologie De voorgenomen maatregelen hebben mogelijk effect op aanwezige en te verwachten Cultuurhistorie archeologische waarden en beschermde monumenten in of in de directe omgeving van het plangebied. Deze effecten worden in dit MER beschreven. Een deel van de monumentenwet is opgenomen in de erfgoedwet (2016). Bij het implementeren van de omgevingswet wordt de rest van de monumentenwet in de omgevingswet opgenomen. De monumentenwet is daarna niet meer van kracht.

Besluit Ruimtelijke Ordening

Wet Ruimtelijke Ordening

Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo)

Cultuurhistorie

Archeologie Cultuurhistorie

Het Besluit geeft aan dat rekening moet worden gehouden met de geanalyseerde cultuurhistorische waarden. Deze waarden worden beoordeeld in dit rapport. Volgens de Wet ruimtelijke ordening (Wro) moeten overheden in hun ruimtelijk beleid de relevante belangen meewegen. Ook de zorg voor cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten archeologische monumenten, hoort daarbij. Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) verplicht gemeenten om rekening te houden met deze waarden. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het nodig bij ruimtelijke ontwikkelingen zoals de verkenning CID-Binckhorst cultuurhistorische en landschappelijke waarden en archeologie te inventariseren en analyseren.

Archeologie In de Wabo is het vergunningstelsel voor gebouwde monumenten en archeologie opgenomen. Cultuurhistorie

Structuurvisie Den Haag 2020 Cultuurhistorie

De Structuurvisie Den Haag 2020 benoemt als één van de vier troeven van Den Haag de monumentale residentie. De Binckhorst is niet aangewezen als gemeentelijk of rijksbeschermd stadsgezicht. Wel is op een aantal plekken sprake van karakteristieke beeldbepalende bebouwing. In dit document zijn alle beleidsregels opgenomen met de uitleg van de regels die zijn opgenomen in het omgevingsplan Binckhorst (2018, vastgesteld 2019). 9. Archeologie: Deze beleidsregel geeft een uitwerking van de in artikel 7.2.3 onder a, artikel 8.2.3 onder a, artikel 9.2.3 onder a, 10.2.3 onder a, artikel 11.2.3 onder a en artikel 14.2.1 onder k van het omgevingsplan Binckhorst opgenomen regel: “er wordt rekening gehouden met archeologische waarden en verwachtingen”. In de Binckhorst bevindt zich één terrein van archeologische waarde. Daarnaast worden in een groot deel van het plangebied archeologische resten en sporen in de ondergrond verwacht. In het omgevingsplan is de regel opgenomen dat rekening gehouden dient te worden met archeologische waarden en verwachtingen.

Beleidsregels Omgevingsplan Binckhorst, behorende bij het Archeologie omgevingsplan Binckhorst Cultuurhistorie 10. Cultuurhistorie: De beleidsregel Cultuurhistorie geeft een uitwerking van de in artikel 7.2.5 onder a van het omgevingsplan Binckhorst opgenomen regel: “er wordt rekening gehouden met (Gemeente Den Haag, 2019) cultuurhistorische waarden en karakteristiek beeldbepalende bebouwing.” Waardevolle bebouwing is opgenomen op de kaart in de bijlage bij de beleidsregel Cultuurhistorie. De bescherming van rijks- en gemeentelijke monumenten is reeds geborgd via de Erfgoedwet en de Monumentenverordening Den Haag. Voor beeldbepalende karakteristieke bebouwing geldt de beschermende werking van de Erfgoedwet en de Monumentenverordening Den Haag niet. Om te voorkomen dat beeldbepalende karakteristieke bebouwing zonder nadere afweging kan worden gesloopt, is in de planregels bepaald dat voor het geheel of gedeeltelijk slopen van beeldbepalende karakteristieke bebouwing een omgevingsvergunning benodigd is, waarbij het bevoegd gezag advies vraagt aan de Monumentencommissie.

10

Onze referentie: D10042535 - Datum: 14 juni 2022

PLAN-MER MIRT-VERKENNING BEREIKBAARHEID CID BINCKHORST DEELRAPPORT 3 – LEEFOMGEVING EN VERSTEDELIJKING

Wet/regelgeving /beleidsstuk Aspect

Toelichting In het plangebied van deze verkenning zijn Bink36 en de Binckhorstbrug met brugwachtershuisje (Binckhorstlaan 390) aangeduid als Beeldbepalende karakteristieke panden, zie figuur 2-4.

Archeologische Waarden- en Verwachtingenkaart (AWVK) Gemeente Den Haag

Archeologie

Voor het gehele grondgebied van Den Haag heeft de gemeente een Archeologische Waarden- en Verwachtingenkaart (AWVK) opgesteld. In de Beleidsnota Archeologie 2011-2020 'In het verleden ligt het heden' (RIS 180680) geeft de gemeente aan hoe ze zorg wil dragen voor de archeologische sporen en resten in de Haagse ondergrond. Op de gemeente dekkende AWVK komen drie eenheden voor waaraan de gemeente haar beleid heeft gekoppeld:

Archeologische Waarden- en Verwachtingenkaart (AWVK) Gemeente Den Haag

Archeologie

1. Terreinen met een archeologisch waarde, dat wil zeggen: waarvan is vastgesteld dat er zich belangrijke archeologische sporen en resten bevinden. In het kader van de archeologische monumentenzorg stelt de gemeente hier voorwaarden aan bodemverstorende activiteiten dieper dan 50 cm onder maaiveld; 2. Gebieden waar archeologische resten en sporen kunnen worden verwacht (op basis van de bodemopbouw en/of historische kaarten). Bij activiteiten met een bodemverstoring groter dan 50 m2 en dieper dan 50 cm onder maaiveld stelt de gemeente hier voorwaarden voor onderzoek en bescherming van mogelijk aanwezige sporen en resten. 3. Gebieden waar geen archeologische sporen/resten (meer) worden verwacht. Hier verbindt de gemeente op het gebied van de archeologie geen voorwaarden aan bodemverstorende activiteiten. De ambitie van het AWVK is (net als de wetgeving voor archeologie) het tegengaan van aantasting van archeologische waarden (bekende en geregistreerde vindplaatsen) en archeologische verwachtingen (gebieden waarin zich naar verwachting archeologische waarden bevinden of waar waarden bekend zijn zonder dat over de datering, de grootte of het belang iets nader te zeggen valt). Behoud van waarden kan op verschillende manieren: door het in situ in de grond bewaren als meest duurzaam behoud of het zorgvuldig opgraven van archeologische resten.

Voor de gehele gemeente Leidschendam-Voorburg is in 2013 door de gemeente een herijkte archeologische beleidskaart gemaakt. Binnen het gemeentelijk beleid wordt onderscheid gemaakt tussen vier verschillende eenheden:

Gemeente LeidschendamVoorburg

Archeologie

1. In gebieden die als Archeologische rijksmonumenten zijn aangeduid dient bij ingrepen die groter zijn dan 0 m2 en dieper dan 20 cm -mv archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd. 2. In gebieden die als AMK-terreinen zijn aangeduid dient bij ingrepen die groter zijn dan 0 m2 en dieper dan 30 cm -mv archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd. 3. In gebieden met een hoge archeologische verwachting dient bij ingrepen die groter zijn dan 100 m2 en dieper 30 cm -mv. archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd. 4. In gebieden met een lage archeologische verwachting dient bij ingrepen die groter zijn dan 2000 m2 en dieper 100 cm -mv archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd.

De Erfgoedverordening beschermt de boven- en ondergrondse cultuurhistorische waarden van de gemeente Leidschendam-Voorburg. De verordening regelt o.a. de aanwijzing van (gemeentelijke) Erfgoedverordening Gemeente Cultuurhistorie, monumenten, gemeentelijke dorpsgezichten, gemeentelijke groenmonumenten, gemeentelijke Leidschendam-Voorburg, 2010 Archeologie kerkelijke monumenten, vergunningstelsel voor aanpassing aan gemeentelijke en beschermde (rijks)monumenten, eisen die gesteld worden aan cultuurhistorisch en archeologisch onderzoek. Actualisering nota Cultureel Erfgoed gemeente Rijswijk

De Actualisering nota Cultureel Erfgoed van de gemeente Rijswijk betreft een beleidsdocument Archeologie, waarin de verantwoordelijk voor de aanwijzing en instandhouding van monumenten, het maken van Cultuurhistorie en de inpassing van erfgoedbeleid in de ruimtelijke instrumenten en het zorg dragen voor de naleving van archeologische wetgeving binnen de gemeente is beschreven. Voor de gemeente Rijswijk is een archeologische waardenkaart opgesteld voor de periode ‘Neolithicum, Brons- en IJzertijd’ en ‘Romeinse tijd en de Late Middeleeuwen/Nieuwe tijd’. Voor de verschillende archeologische tijdsperioden zijn vier verwachtingszones aangegeven. Binnen het gemeentelijk beleid wordt onderscheid gemaakt tussen onderstaande eenheden:

Gemeente Rijswijk

11

Archeologie

1. Geen verwachting, er gelden geen beperkingen binnen deze zone 2. Gebieden met een lage verwachting. Er geldt een onderzoeksplicht voor werkzaamheden met een verstoringsoppervlakte van meer dan 100m2 en verstoringsdiepte vanaf 50 cm beneden het maaiveld. 3. Gebieden met een middelhoge verwachting. Er geldt een vrijstelling voor werkzaamheden tot een diepte van 50 cm beneden maaiveld. 4. Gebieden met een hoge verwachting. Er geldt geen vrijstelling.

Onze referentie: D10042535 - Datum: 14 juni 2022

PLAN-MER MIRT-VERKENNING BEREIKBAARHEID CID BINCKHORST DEELRAPPORT 3 – LEEFOMGEVING EN VERSTEDELIJKING

2.2

Beoordelingskader

In tabel 2-2 zijn de criteria opgenomen waarmee archeologie en cultuurhistorie worden beoordeeld. Na de tabel volgt een korte toelichting op de gehanteerde methode. Tabel 2-2 Beoordelingskader Plan-MER - Archeologie en cultuurhistorie Aspect

Criterium

Methodiek

Archeologie

Effect op de bekende waarden en hoge verwachtingswaarden

GIS analyse en expert judgement

Cultuurhistorie

Effect op de cultuurhistorische waarden

GIS analyse en expert judgement

Archeologie Terreinen met bekende archeologische waarden zijn terreinen waarvan is vastgesteld dat er zich belangrijke archeologische sporen en resten bevinden. De archeologische verwachtingswaarde is de aan een gebied toegekende verwachting op het voorkomen van archeologische resten. Voor archeologie worden de effecten kwalitatief in beeld gebracht op basis van de archeologische verwachtingskaart, waarbij in de beoordeling gekeken wordt naar de bekende archeologische waarden en hoge archeologische verwachtingswaarden (zie tabel 2-4). De archeologische verwachtingswaarde komt voort uit de archeologische waarden- en verwachtingskaart van de gemeente Den Haag, de archeologische beleidskaart van de gemeente Leidschendam-Voorburg en de archeologische beleidskaart van de gemeente Rijswijk (zie figuur 2-1). De vijf alternatieven verschillen van elkaar voor de routes naar station Voorburg (via de Maanweg in alternatief 1 en 5, via de Zonweg-Regulusweg in alternatief 2, via de Zonweg-Melkwegstraat-Maanweg in alternatief 3 of via Prinses Mariannelaan en de lus door Voorburg in alternatief 4) en de route richting Rijkwijk/Delft (via de Binckhorstlaan (Voorburg)-Prinses Mariannelaan-Geestbrugweg in alternatief 1 t/m 4 en via de Jupiterkade-Broekslootkade in alternatief 5).

Binnen de varianten per alternatief (HOV-bus, HOV-tram of lightrail) is een kwantitatieve beoordeling van het aantal vierkante meters ruimtebeslag niet onderscheidend. Op basis van expert judgement wordt in de beoordeling rekening gehouden met de tracélengte en verschillen in hoogteligging (een verdiepte ligging, maaiveldligging of verhoogde ligging) tussen de alternatieven en varianten. Om een vergelijking te kunnen maken, is daarom bij de beoordeling van de effecten op archeologie gekeken naar de geplande ingrepen en de effecten daarvan op de bekende en verwachte archeologische waarden. Algemene uitgangspunten in de beoordeling: •

Bij het aanleggen van de trambaan op maaiveld is in de tramvarianten op basis van expert judgement uitgegaan van een bodemverstoring van circa 70cm onder het maaiveld met een breedte van 6,5 meter. Deze breedte en diepte zijn nodig voor het aanleggen en stabiliseren van de betonnen onderplaat met rails. Voor de lightrail geldt dat op de tracédelen met hoger gelegen rails en haltes het ruimtebeslag op archeologische waarden minder groot is qua oppervlakte, maar dat verstoring wel dieper gaat dan bij rails op maaiveld (vergelijkbaar met tram; betonnen onderplaat met daarop rails). Voor de verhoogde delen van de lightrail zorgen alleen de funderingen voor bodemverstoring. Voor de lightrail op maaiveld wordt net als bij de tram een diepte van de bodemverstoring aangehouden van 70cm onder het maaiveld. Voor de constructie van de lightrail zijn twee uitvoeringsvarianten mogelijk: een netkousconstructie of een slanke constructie. In het ontwerp van variant 1L/2L is uitgegaan van netkousconstructies bij de haltes in de Binckhorstlaan en station Voorburg en een eenvoudiger constructie op de overige delen. De slanke constructie heeft één punt waarop de rail is gefundeerd en de bodem dus verstoord wordt. De netkousconstructie heeft twee funderingspalen en daardoor twee punten of een bredere zone waarop de bodem verstoord wordt.

De slanke constructie heeft daarmee een kleiner effect op archeologie. Voor de lightrailvariant 1L-1 is sprake van een verdiepte ligging ter hoogte van het spoor langs de A12 waarbij het tracé eindigt met een ondergrondse halte bij station Voorburg. In alternatief 2 is bij de varianten 2B en 2T sprake van een verdiepte kruising met de Maanweg. Hier is een tunnelbak voorzien.

•

•

• •

Tabel 2-3 Beoordelingsschaal archeologie Score Toelichting Archeologie ++

Niet van toepassing.

+

Niet van toepassing.

0

Geen aantasting van bekende archeologische waarden en gebieden met een hoge verwachtingswaarde.

-

Geen aantasting van bekende archeologische waarden en beperkte aantasting van de gebieden met een hoge verwachtingswaarde.

--

Aantasting van gebieden met een bekende archeologische waarde en grote aantasting van gebieden met een hoge verwachtingswaarde.

12

Onze referentie: D10042535 - Datum: 14 juni 2022

PLAN-MER MIRT-VERKENNING BEREIKBAARHEID CID BINCKHORST DEELRAPPORT 3 – LEEFOMGEVING EN VERSTEDELIJKING

Cultuurhistorie Onder cultuurhistorie worden de overblijfselen van de geschiedenis van de door de mens gemaakte en beïnvloede leefomgeving verstaan. De effecten op cultuurhistorische waarden worden op hoofdlijnen inzichtelijk gemaakt aan de hand van de landschappelijke en cultuurhistorische waardenkaart1 en de MonumentenKaart2 (zie figuur 2-3 t/m figuur 2-5). De alternatieven verschillen van elkaar in tracering (zie de toelichting bij archeologie). Omdat per alternatief het tracé van de varianten gelijk is, is de aanwezigheid van (het aantal) monumenten en waardevolle gebouwen niet onderscheidend. Het effect van de ingrepen van het HOV-tracé op de beleefbaarheid en het behoud van de (gebouwde) monumenten is wel onderscheidend en is voor deze effectbeoordeling beoordeeld (zie tabel 2-4). Tabel 2-4 Beoordelingsschaal cultuurhistorie Score Toelichting Cultuurhistorie ++

Sterke verbetering van conservering en/of beleefbaarheid.

+

Verbetering van conservering en/of beleefbaarheid.

0

(Vrijwel) geen verandering van cultuurhistorische waarden

-

Verslechtering door aantasting en/of verminderde beleefbaarheid van cultuurhistorische waarden

--

Sterke verslechtering door aantasting en/of verminderde beleefbaarheid van cultuurhistorische waarden

2.3

Huidige situatie en autonome ontwikkeling

2.3.1

Archeologie

Archeologische bekende en verwachte waarden Gemeente Den Haag Binnen het plangebied bevinden zich geen terreinen met archeologische waarden. In de gemeente Den Haag geldt een hoge verwachting op het aantreffen van archeologie voor alle perioden vanaf het Neolithicum (op de strandwallen) tot en met de Nieuwe Tijd. Ook zijn er zones zonder archeologische verwachting (figuur 2-1). Gemeente Leidschendam-Voorburg Binnen het archeologie beleid van de gemeente Leidschendam-Voorburg worden de archeologische rijksmonumenten en de AMK-terreinen als archeologische waarden gezien. Dit zijn beschermde terreinen waarvan bekend is dat er in de grond archeologische sporen en resten bevinden. Binnen het plangebied bevinden zich geen bekende archeologische waarden in de vorm van een AMK-terrein. De bekende landgoederen ten zuiden van het plangebied zijn echter wel als AMK-terrein aangeduid (zie figuur 2-1). Net ten zuiden van de Prinses Mariannelaan bevindt zich ook het archeologisch rijksmonument 508083. Dit betreft een archeologisch monument met resten uit de Romeinse tijd. Ook bevindt zich hier het werelderfgoed de Neder-Germaanse Limes. Voor het gedeelte van het tracé dat binnen deze gemeente loopt, geldt een hoge archeologische verwachting op vindplaatsen vanaf het Neolithicum tot en met de Nieuwe Tijd (zie figuur 2-1).

Grenzend aan de A12 ligt een bekende vindplaats vlakbij station Voorburg waar de resten van een Laat Middeleeuws huis zijn gevonden. Gemeente Rijswijk Binnen het plangebied in de gemeente Rijswijk komen geen archeologische (AMK-)terreinen voor. Voor het gedeelte van het tracé dat binnen de gemeente Rijswijk ligt, geldt een hoge verwachting voor het Neolithicum en een middelhoge verwachting voor de Brons- en IJzertijd. Voor het meest noordelijke deel van de gemeente (ter hoogte van de Broekslootkade) geldt een lage verwachting voor de Romeinse tijd en een hoge verwachting voor de Late Middeleeuwen en Nieuwe Tijd. De rest van het plangebied heeft binnen de gemeente Rijswijk een middelhoge verwachting voor de Romeinse tijd en een hoge verwachting voor de Late Middeleeuwen en Nieuwe Tijd. Aan de meest westelijke zijde van de tracés grenzen de tracés aan een terrein met een hoge verwachting vanaf het Neolithicum tot en met de Nieuwe Tijd (zie figuur 2-2 en figuur 2-3).

1 2

13

Provincie Zuid-Holland, te raadplegen via: http://pzh.b3p.nl/viewer/app/Cultuur_historische_atlas. Gemeente Den Haag, te raadplegen via: https://ddh.maps.arcgis.com/apps/webappviewer/index.html?id=3bb52d6c778f40e0954a20fc9badeda7.

Onze referentie: D10042535 - Datum: 14 juni 2022

PLAN-MER MIRT-VERKENNING BEREIKBAARHEID CID BINCKHORST DEELRAPPORT 3 – LEEFOMGEVING EN VERSTEDELIJKING

Figuur 2-1 Tracévarianten op de archeologische verwachtings- en beleidskaarten van gemeente Den Haag, Leidschendam-Voorburg en Rijswijk.

14

Onze referentie: D10042535 - Datum: 14 juni 2022

PLAN-MER MIRT-VERKENNING BEREIKBAARHEID CID BINCKHORST DEELRAPPORT 3 – LEEFOMGEVING EN VERSTEDELIJKING

Figuur 2-2 Tracévarianten op de archeologische verwachtingskaart van gemeente Rijswijk.

15

Onze referentie: D10042535 - Datum: 14 juni 2022

PLAN-MER MIRT-VERKENNING BEREIKBAARHEID CID BINCKHORST DEELRAPPORT 3 – LEEFOMGEVING EN VERSTEDELIJKING

2.3.2

Cultuurhistorie

Structuren en gebieden De voormalige trekvaarten en kanalen en de historische wegen en paden, en de verschillende landgoedbiotopen, vormen de belangrijkste cultuurhistorische structuren in het plangebied (figuur 2-3). Het Haagse Bos en het Malieveld vormen waardevolle landschappelijke elementen ten noorden van het plangebied, buiten het tracé van de alternatieven. Langs de Vliet zijn ook meerdere landgoedbiotopen aanwezig, deze liggen ten zuiden van het plangebied. Uit de cultuurhistorische kaart van de provincie Zuid-Holland blijkt dat de Binckhorstlaan een molenbiotoop doorkruist en in het zuiden aansluit op een gebied waar tussen 1850 en 1940 zandnederzettingen lagen. Ten noorden van de Maanweg bevindt zich een haven en havenkanaal. Deze zone heeft geen verdere landschappelijke en cultuurhistorische waarden. Langs de Westeinde en ter hoogte van de Cromvlietkade zijn enkele landgoedbiotopen binnen het plangebied aanwezig.

Figuur 2-3 Cultuurhistorische waarden gecombineerd met de tracévarianten

16

Onze referentie: D10042535 - Datum: 14 juni 2022

PLAN-MER MIRT-VERKENNING BEREIKBAARHEID CID BINCKHORST DEELRAPPORT 3 – LEEFOMGEVING EN VERSTEDELIJKING

Figuur 2-4 Beleidskaart waardevolle bebouwing met rijksmonumenten, gemeentelijke monumenten en beeldbepalende karakteristieke gebouwen in de Binckhorst (bron: Omgevingsplan Binckhorst, gemeente Den Haag, 2020).

Figuur 2-5 Rijksmonumenten en de tracévarianten

17

Onze referentie: D10042535 - Datum: 14 juni 2022

PLAN-MER MIRT-VERKENNING BEREIKBAARHEID CID BINCKHORST DEELRAPPORT 3 – LEEFOMGEVING EN VERSTEDELIJKING

Monumenten Uit figuur 2-4 en figuur 2-5 blijkt dat er zich enkele rijksmonumenten en een gemeentelijk monument langs de tracés voor het HOV bevinden. Op de tracés bevinden zich geen cultuurhistorisch waardevolle industriële complexen of waardevolle stadsgezichten. Rijksmonumenten Den Haag Langs het gedeelte van het tracé dat in de gemeente Den Haag loopt, ligt ten zuiden van de Uranusstraat aan de Binckhorstlaan het rijksmonumentale kasteel De Binckhorst (monumentnummer 17465). In dit 17de eeuwse kasteel is tegenwoordig de Bergmankliniek gevestigd (zie foto 2-1). De eerste bronnen van dit kasteel komen al uit de 14e eeuw waar wordt vermeld dat het kasteel door de graaf van Holland aan een van zijn vertrouwelingen is geschonken. Het kasteel ligt aan de Trekvliet die langs het oude veengebied tussen Den Haag en Voorburg liep. De hoofdingang naar het kasteel lag aan de kade hiervan ten westen van het kasteel. Pas in de 19e eeuw is een ingang aan de zijkant gemaakt, aan de huidige Binckhorstlaan.

Foto 2-1 Rijksmonument Kasteel De Binckhorst met daarin de Bergmankliniek (bron: Arcadis, 30 juni 2020 en Beeldkwaliteitsplan Binckhorst, 2020)

Gemeentelijk monument Den Haag Ter hoogte van de Binckhorstlaan 249 ligt een voormalig schoolgebouw dat onderdeel is van het Fokkercomplex en als gemeentelijk monument is beschermd. Naast dit gemeentelijk monument bevindt zich ook beeldbepalende karakteristieke bebouwing langs het tracé, namelijk: • •

Binckhorstlaan 36, Bink36 Bedrijfscomplex. Binckhorstlaan 390, Brug met brugwachtershuis.

Foto 2-2 Bink36 (Bron: Beeldkwaliteitsplan Binckhorst, 2020)

Binckhorsthaven

Figuur 2-6 Bovenaanzicht Binckhorstbrug en brugwachtershuisje (Bron: Beeldkwaliteitsplan Binckhorst, 2020)

18

Onze referentie: D10042535 - Datum: 14 juni 2022

PLAN-MER MIRT-VERKENNING BEREIKBAARHEID CID BINCKHORST DEELRAPPORT 3 – LEEFOMGEVING EN VERSTEDELIJKING

Rijksmonumenten Leidschendam-Voorburg In de gemeente Leidschendam-Voorburg ligt het landgoed Hofwijk; Huygens Hof, een 17de eeuws landgoed met een monumentale geometrisch aangelegde tuin (zie foto 2-2, rijksmonument 508184). Het landgoed Hofwijk is het voormalige buitenhuis van de Nederlandse dichter, diplomaat, geleerde, componist en architect Constantijn Huygens. Het huis en de bijzondere tuin zijn door Jacob van Campen ontworpen en gebaseerd op de maatverhoudingen van het menselijk lichaam, waarbij het huis in het ontwerp het hoofd vormt en de inrichting van de tuin de rest van het lichaam. Naast het hoofdgebouw van het landgoed zelf zijn ook de tuin en het poortgebouw als rijksmonument aangewezen. Langs Westeinde bevindt zich ook de buitenplaats Middenburg (rijksmonument 37973), een in parkaanleg gelegen gepleisterd landhuis met souterrain, bel-etage en verdieping, gebouwd in circa 1910. Het Park Sonnenburgh (rijksmonument 524453) en het bij de buitenplaats Middenburg behorende koetshuis met paardenstallen (rijksmonument 524451) bevinden zich ook ter hoogte van dit deel van Westeinde.

Foto 2-3 Monument Huygens Hof, direct naast de A12 en het spoor (bron: Arcadis, 30 juni 2020)

Rijksmonument Rijswijk In de gemeente Rijswijk bevindt zich het rijksmonument 518139 ter plaatse van de Geestbrugweg 66. Dit is een woonhuis uit 1904 gebouwd in overgangsarchitectuur met invloeden uit Jugendstil en chaletstijl.

2.4

Effecten

Tabel 2-5 geeft een overzicht van de effecten van de alternatieven en varianten met betrekking tot de criteria archeologie en cultuurhistorie. De verschillende tracés gecombineerd met archeologie en cultuurhistorische waarden en verwachtingen zijn te zien op de kaarten hiervoor in het hoofdstuk. De aanduiding +1 en -1 heeft betrekking op de hoogteligging van de lightrail ter hoogte van Opa’s veldje (verhoogd danwel verdiept). De situatie waarin sprake is van verdere doorkoppeling met de regio (‘doorkijkscenario’, LReg) is beoordeeld op basis van expert judgement. Tabel 2-5 Effecten Plan-MER – Archeologie en cultuurhistorie Aspect

Criterium

Ref.

3

4

1B

1T

1 1L +1

1L -1

2B

2T

2 2L +1

3B

4T

5B

5 5T

2040 L Reg

Archeologie

Effect op bekende waarden en hoge archeologische waarden

0

-

-

-

--

--

--

-

-

-

-

-

--

Cultuurhistorie

Effect op waardevolle monumenten, industrieel erfgoed en waardevolle stadsgezichten

0

0

-

-

-

0

-

-

0

-

-

-

--

2.4.1

Archeologie

Voor de tracés van de vijf alternatieven en de mogelijke HOV-varianten bus, tram en lightrail zijn de effecten op archeologie in beeld gebracht. Het verschil tussen de varianten wordt enerzijds bepaald door de ligging van het tracé en anderzijds de mate van bodemverstoring op dit tracé waarbij bekende en verwachte waarden verstoord kunnen worden. De geplande ingrepen die leiden tot bodemverstoring zijn als onderscheidend effect bij de beoordeling genomen. Hierna is per deelgebied een beschrijving van de ingreep en eventueel het effect op de bekende en verwachte waarden. Per deelgebied is aangegeven voor welke alternatieven en varianten dit geldt. Aansluitend wordt ingegaan op beoordeling van de alternatieven als geheel. 19

Onze referentie: D10042535 - Datum: 14 juni 2022

PLAN-MER MIRT-VERKENNING BEREIKBAARHEID CID BINCKHORST DEELRAPPORT 3 – LEEFOMGEVING EN VERSTEDELIJKING

Ingreep per deelgebied Lekstraat (alle alternatieven) In de Lekstraat worden de huidige tramsporen omgevormd tot tram-/busbaan. De ingrepen hiervoor vinden plaats in zeer waarschijnlijk al geroerde grond, die daardoor een lage archeologische verwachting heeft. De tram- en lightrailvarianten maken gebruik van de bestaande tramsporen in de Lekstraat, hierbij vinden geen bodemverstorende ingrepen plaats. Omgeving Sporendriehoek (alle alternatieven) Vanuit het No-regretpakket zijn autonome aanpassingen aan de spoorviaducten voorzien. Alle alternatieven/varianten voorzien in een nieuw HOV-tracé met een halte dat op maaiveld (over bedrijfspanden). De HOV-baan gaat iets verdiept onder de spoorviaducten door. Naar verwachting wordt hierbij de bodem tot ca. 1,5 tot 2 meter onder het maaiveld verstoord. Onder de meest zuidelijke spoorovergang vindt een verstoring in een hoge verwachtingszone plaats. Binckhorstlaan (sporendriehoek-Zonweg) (alle alternatieven) Na de kruising van de spoorviaducten lopen de varianten met een bus- en trambaan op maaiveld langs de oostzijde van de Binckhorstlaan afwisselend door zones met een hoge verwachting en zones zonder archeologische verwachting. Voor de trambaan dient een laag van het maaiveld te worden afgegraven (waarschijnlijk ca. 70 cm), waarna een betonnen onderplaat met daarop de rails wordt geplaatst.

Hierbij treedt in alle zones met een hoge verwachtingswaarde in deze straat bodemverstoring op. Na kruising van de spoorviaducten ligt de lightrail (1L en 2L) op hoogte langs de oostzijde van de Binckhorstlaan. Hier liggen zones met afwisselend een hoge verwachting of zonder archeologische verwachting. Een halte is in alle alternatieven voorzien t.h.v. de Mercuriusweg t.p.v. een zone zonder archeologische verwachting. Binckhorstlaan (Zonweg-Maanweg) (alle alternatieven) Alle alternatieven liggen in de ruimtereservering in de Binckhorstlaan (zijligging oostzijde). De bus- en trambaan liggen op maaiveld. In de lightrailvarianten ligt variant 1L op een bovengrondse constructie (+1 niveau) en variant 2L voorziet hier in een hellingbaan. De tunnel Rotterdamsebaan wordt bovengronds gekruist met toepassing van een betonnen fundatieconstructie over de tunnel. Deze constructie komt in een gebied te liggen dat bij de bouw van de tunnel waarschijnlijk al verstoord is geraakt en daarom een lage verwachting op archeologie heeft. Bij de bus- en de tramvarianten is een halte is voorzien t.h.v. de Zonweg t.p.v. een zone met een hoge archeologische verwachting. Bij variant 2L is een halte voorzien ten noorden van de Binckhorstbrug (maaiveld). Variant 1L heeft geen halte op dit tracédeel.

Binckhorstbrug en kruispunt Binckhorstlaan/Maanweg (alle alternatieven) In de busvarianten blijft de brug behouden en wordt voorzien in twee nieuwe bruggen voor langzaam verkeer. In de tramvarianten (1T-2T-3T-4T en ook 2L) wordt de brug vervangen door een bredere brug voor alle verkeer. Het vervangen van de brug heeft geen effect op archeologie, wel vindt de verbreding van het landhoofd aan de zuidkant van de brug plaats in een gebied met een hoge verwachtingswaarde wat effect op eventueel aanwezige archeologische resten kan hebben. Variant 1L gaat uit van een nieuwe (hoge) brug voor de lightrail. Variant 2L ligt voor de verbinding naar Rijswijk/Delft als tram op deze locatie op maaiveld, waarbij net als de tramvarianten wordt voorzien in een nieuwe brug voor alle verkeer. Het kruispunt Binckhorstlaan/Maanweg wordt aangepast. Hierbij zullen naar verwachting ook bodemverstorende ingrepen plaatsvinden in een zone met een hoge verwachting. Zuidelijk deel Binckhorstlaan (Voorburg) De alternatieven 1 t/m 4 voorzien in een HOV-baan in het midden van de Binckhorstlaan. De busvarianten 1B, 2B en 3B, de tramvarianten 1T, 2T en 4T en ook de variant 2L (hier voorzien als trambaan) liggen op maaiveld. Variant 1L ligt in het Voorburgse deel van de Binckhorstlaan op een hellingbaan.

Zonweg (alternatief 2 en deels 3) De HOV-baan ligt langs de noordzijde van de Zonweg, de Zonweg wordt daarbij opnieuw ingericht. Het tracé van alternatief 3 buigt halverwege de Zonweg af naar de Melkwegstraat. De bus- en trambaan liggen op maaiveld en de variant 2L ligt op een bovengrondse constructie (+1 niveau). 20

Onze referentie: D10042535 - Datum: 14 juni 2022

PLAN-MER MIRT-VERKENNING BEREIKBAARHEID CID BINCKHORST DEELRAPPORT 3 – LEEFOMGEVING EN VERSTEDELIJKING

Melkwegstraat (alternatief 3) De HOV-busbaan (3B) ligt in zijligging aan de westzijde van de Melkwegstraat. Een HOV-bushalte is voorzien nabij de kruising met de Maanweg. Regulusweg (alternatief 2) Bij de bus- en tramvariant (2B en 2T) wordt de HOV-baan in de Regulusweg ingepast zonder het spooremplacement (noemenswaardig) aan te tasten. De lightrail kruist de Regulusweg en het spooremplacement op hoogte ongelijkvloers met een pergolaconstructie. De HOV-baan ligt ten noorden van de Regulusweg in het talud naast het hoofdspoor Den Haag-Utrecht. Maanweg (alternatief 1 en 5 en deels 3) De HOV-baan van alternatief 1 en 5 wordt in een zijligging (zuidzijde) in het dwarsprofiel ingepast, direct grenzend en deels in de rand van de groene zone (ecologische verbindingszone). Variant 3B ligt tussen de Melkwegstraat en de Westenburgstraat in zijligging. Het profiel van de busbaan is iets smaller dan de trambaan om de groenstrook te ontzien. Dit profiel kan ook in de tramvarianten worden toegepast. Bij de HOV-busvarianten 1B en 5B, de tramvarianten 1T en 5T en variant 1L is een halte is voorzien t.h.v. de Melkwegstraat. In de groenstrook kan de bodem nog redelijk intact zijn vanwege het ontbreken van bestrating.

Over de hele lengte van de Maanstraat geldt een hoge archeologische verwachting, waardoor deze ingreep dus over de hele Maanstraat een verstoring geeft van eventueel aanwezige archeologische resten. De fundering van de lightrailvariant 1L op +1 niveau kan enige verstoring in dit gebied met een hoge verwachting vormen. Bij de variant 1L-1 komt een hellingbaan in de Maanweg (zodat de halte bij station Voorburg geheel verdiept is). Bij deze variant zijn over een groot deel diepe bodemverstoringen in zones met een hoge archeologische verwachting te verwachten. Bij het kruispunt Maanweg-Regulusweg wordt de verkeersregelinstallatie (VRI) aangepast. Het is aannemelijk dat hierbij nieuwe kabels gelegd moeten worden wat eveneens voor bodemverstoring zorgt. Opa’s veldje-Aanlanding station Voorburg (alternatief 1, 2, 3 en 5) Tussen de Maanweg en station Voorburg kruisen de busbaan (1B, 2B, 3B en 5B) en de trambaan 1T, 2T en 5T) de groene zone. De Huygenstraverse wordt langs de bus- en de trambaan opnieuw ingepast. Het tracé van de varianten 2B en 2T liggen iets noordelijker in een tunnelbak omdat de kruising met de Maanweg onderlangs plaatsvindt. De busverbinding eindigt bij het huidige busstation onder station Voorburg. De tramverbinding eindigt op het stationsplein bij station Voorburg bij de bestaande tramhalte.

Een deel van het plein moet worden heringericht voor de aansluiting van deze verbinding. Deze aanpassingen vinden plaats in een zone met een hoge verwachting op het aantreffen van archeologie. Voor de inpassing van de lightrailvariant 1L en 2L bij station Voorburg wordt geanticipeerd op een mogelijke toekomstige doortrekking van de lightrail richting Zoetermeer met bovengrondse halte op hoogte (+1). De HOV-baan staat op palen in de watergang. Het tracé van 1L ligt naast het talud van het hoofdspoor. In variant 2L ligt het tracé in het talud van het hoofdspoor. Voor variant 1L is ook de optie met een ondergrondse halte bij station Voorburg (1L-1) beoordeeld. Hiervoor is in de Maanweg een hellingbaan nodig i.v.m. het te overbruggen hoogteverschil en langs Opa’s veldje ligt de HOV-baan in een tunnelbak die overgaat in een geheel verdiepte ligging met een ondergrondse halte bij station Voorburg. Prinses Mariannelaan (oost), Laan van Middenburg en Westeinde (alternatief 4) In de Prinses Mariannelaan rijdt de HOV-tram (4T) gemengd met overig verkeer, waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande sporen. De halte Diaconessenhuis wordt aangepast. In de Laan van Middenburg en Westeinde is een optimalisatie van het huidige dwarsprofiel voorzien omdat de fundering van de bestaande sporen onvoldoende stevig is voor frequente dienstregeling.

Bij het stationsplein komt een tramhalte naast de rijbaan. Prinses Mariannelaan (west) en Geestbrugweg (alternatief 1 t/m 4) De HOV-bus (1B, 2B, 3B) rijdt met het verkeer mee waardoor er geen grote ingreep aan de weg nodig is. De haltes nabij de Geestbrug en Haagweg worden verlengd. Bij de halte in de Prinses Mariannelaan wordt de rijbaan met fietsstrook enigszins opgeschoven. De HOV-tram (1T, 2T, 4T en ook 1L en 2L) rijdt met het verkeer mee. De ligging van de bestaande sporen wordt over bijna de hele lengte tussen de Binckhorstlaan en de Geestbrug aangepast. Ook zijn er aanpassingen aan het kruispunt Binckhorstlaan en de halte bij de Geestbrug en Haagweg voorzien. De haltes bij de Geestbrug worden aan beide zijden van de brug ‘omgedraaid’ (dus halte noordzijde gaat naar zuidzijde en andersom).

21

Onze referentie: D10042535 - Datum: 14 juni 2022

PLAN-MER MIRT-VERKENNING BEREIKBAARHEID CID BINCKHORST DEELRAPPORT 3 – LEEFOMGEVING EN VERSTEDELIJKING

Voor archeologie is reeds sprake van verstoring van de aanwezige waarden als gevolg van de aanleg van de eerdere tramverbinding. Jupiterkade en Trekvliet (alternatief 5) Inpassing busbaan (5B) en trambaan 5T) deels op een hellingbaan (ongeveer 100 meter lang) om het hoogteverschil met de brug te overbruggen. Voor het behouden van de volledige doorvaart in de zwaaikom is een hefbrug over de Trekvliet met een grote overspanning nodig. De hefbrug kent op de hoekpunten grote kolommen. Broekslootkade (alternatief 5) Aan de zijde van de Trekvliet komt in de varianten 5B en 5T een hellingbaan naar de nieuwe brug langs de noordzijde van de Broeksloot. In variant 5B ligt de busbaan in de groenstrook langs de noordzijde van de Broeksloot waarbij de bestaande straat wordt behouden. In variant 5T is het tracé tot de Stuwstraat vergelijkbaar met variant 5B. Vanaf de oversteek bij de Stuwstraat liggen de tramsporen gesplitst aan weerszijden van de Broeksloot deels in de groenzone langs de Broeksloot. De bestaande straat blijft behouden. In de groenstrook kan de bodem nog redelijk intact zijn vanwege het ontbreken van bestrating. Over de hele lengte van de Broekslootkade geldt een hoge archeologische verwachting, waardoor deze ingreep dus een verstoring geeft van eventueel aanwezige archeologische resten.

Beoordeling alternatieven Het aantal bekende en verwachte archeologische waarden dat geraakt wordt door de verschillende varianten is deels gelijk. Het grootste verschil tussen de varianten is de mate van bodemverstoring op het tracé waarbij bekende en verwachte waarden verstoord kunnen worden. De geplande ingrepen die leiden tot bodemverstoring zijn daarom als onderscheidend effect bij de beoordeling genomen, in plaats van het aantal verstoorde bekende en verwachte waarden. Voor de alternatieven en varianten geldt resumé het volgende: •

•

•

•

•

22

Alternatief 1: Alle varianten (1B, 1T en 1L) bevinden zich afwisselend in zones zonder archeologische verwachting en in zones met een hoge archeologische verwachting. Doordat er binnen de varianten 1B, 1T en 1L geen bekende archeologische waarden worden verstoord maar wel verschillende zones met een hoge archeologische verwachtingswaarde worden verstoord, scoort alternatief 1 negatief (-) op archeologie. In variant 1L-1 wordt in de Maanweg een hellingbaan gemaakt die vervolgens ondergronds gaat en ondergronds aansluit bij station Voorburg. Bij deze variant worden over een groot deel diepe bodemverstoringen uitgevoerd in zones met een hoge archeologische verwachting. Indien voor deze variant gekozen wordt, scoort variant 1L-1 zeer negatief (- -) op archeologie. Alternatief 2: Alle varianten (2B, 2L en 2T) bevinden zich afwisselend in zones met een lage archeologische verwachting en in zones met een hoge archeologische verwachting. Doordat er binnen variant 2T geen bekende archeologische waarden worden verstoord maar wel verschillende zones met een hoge archeologische verwachtingswaarde worden verstoord, scoort alternatief 2L negatief (-) op archeologie. Voor de aanlanding op station Voorburg kruizen de varianten 2B en 2T de Maanweg onderlangs met een tunnelbak.

Vanwege de verdiepte ligging in zones met een hoge archeologische verwachting scoren deze alternatieven zeer negatief (- -) op het aspect archeologie. Alternatief 3: Variant 3B bevindt zich afwisselend in zones zonder archeologische verwachting en in zones met een hoge archeologische verwachting. Doordat er binnen alternatief 3B geen bekende archeologische waarden worden verstoord maar wel verschillende zones met een hoge archeologische verwachtingswaarde worden verstoord, scoort alternatief 3 negatief (-) op archeologie. Alternatief 4: Variant 4T bevindt zich afwisselend in zones met een lage archeologische verwachting en in zones met een hoge archeologische verwachting. Doordat er binnen variant 4T geen bekende archeologische waarden worden verstoord maar wel verschillende zones met een hoge archeologische verwachtingswaarde worden verstoord, scoort alternatief 4 negatief (-) op archeologie. Alternatief 5: Alle varianten (5B en 5T) bevinden zich afwisselend in zones met een lage archeologische verwachting en in zones met een hoge archeologische verwachting. Doordat er binnen de varianten geen bekende archeologische waarden worden verstoord maar wel verschillende zones met een hoge archeologische verwachtingswaarde worden verstoord, scoort alternatief 5 negatief (-) op archeologie.

Onze referentie: D10042535 - Datum: 14 juni 2022

PLAN-MER MIRT-VERKENNING BEREIKBAARHEID CID BINCKHORST DEELRAPPORT 3 – LEEFOMGEVING EN VERSTEDELIJKING

Doorkijk naar situatie met doorkoppeling naar regio (lightrail regionaal (LReg) De exacte tracéuitwerking van een regionaal (H)OV netwerk is nog niet bekend, dit is onderwerp van studie vanuit het project Koningscorridor. Bij de uitbreiding van het (light)railnetwerk richting Zoetermeer en Scheveningen worden over een groter gebied bodemverstoringen uitgevoerd. Dit maakt dat er meer kans is op het verstoren van archeologische waarden en verwachtingszones dan wanneer er aangesloten wordt op de bestaande tramrails verbinding. Om deze reden scoort een alternatief met doorkoppeling naar de regio waarbij een nieuw tracé wordt voorzien negatiever dan de situatie waarin geen sprake is van uitbreiding van het HOV-netwerk. De situatie met doorkoppeling is daarom als zeer negatief (- -) beoordeeld.

2.4.2

Cultuurhistorie

De nieuwe HOV-verbinding wordt bij Den Haag Centraal op een bestaande verbinding aangesloten. Hierdoor vinden hier geen verstoringen in dit gebied plaats die een effect op het behoud en beleefbaarheid van de cultuurhistorische waarden. Om deze reden hebben alle alternatieven dan ook geen effect op de cultuurhistorisch waardevolle structuren en gebieden aan de noordkant van het tracé bij station Den Haag Centraal. Op de overige delen van het HOV-tracé in Den Haag ontbreken cultuurhistorische structuren en gebieden. Dit criterium is daarom niet onderscheidend en wordt niet verder bij de effectbeoordeling behandeld. Bij monumenten is onderscheid gemaakt tussen monumenten, industrieel erfgoed en waardevolle stadsgezichten. Langs het HOV-tracé bevinden zich enkel monumenten. Bij de effectbeoordeling dan ook gekeken naar cultuurhistorische beleving of kwaliteit. Voor alle alternatieven geldt als aandachtspunt de krappe passage van de HOV-verbinding bij de beeldbepalende karakteristieke bebouwing Bink36 (na sporendriehoek), met mogelijke route voor voetganger en fietser voor het gebouw. De bebouwing zelf wordt niet aangetast. Alternatieven in plangebied Alternatief 1 In de huidige situatie zijn langs de Binckhorstlaan monumenten aanwezig en ligt ten zuiden van station Voorburg het landgoed Hofwijck (rijksmonument Huygens' Hofwijck).

Langs de Maanweg zijn geen cultuurhistorische waarden en monumenten aanwezig, vanuit cultuurhistorisch oogpunt zijn er daarmee geen effecten op dit deel van het tracé. Voor de drie varianten geldt het volgende: • •

•

• •

23

Variant 1B heeft geen verdere invloed op de cultuurhistorische beleving of kwaliteit en scoort derhalve neutraal (0). Het tracé van 1T loopt langs het brugwachtershuisje (Binckhorstlaan 390) dat in het Omgevingsplan Binckhorst is opgenomen als Beeldbepalend karakteristiek bebouwing. In het ontwerp is uitgegaan van een geheel nieuwe brug op deze locatie. In het geval van deze variant wordt aangenomen dat het huisje verplaatst wordt (bijvoorbeeld naar andere zijde van de brug), omwille van de cultuurhistorische waarde van dit gebouw. Bij het aanleggen van de nieuwe brug zal ook het beeldbepalende uitzicht rond de Binckhorstbrug veranderen. Omdat deze variant effect heeft op de beleefbaarheid scoort variant 1T negatief (-). Varianten 1B en 1T stoppen bij station Voorburg waardoor er geen ingegrepen op het landgoed Hofwijck plaats hoeven te vinden die een belemmering van de beleefbaarheid kunnen zijn of voor aantasting van het monument zouden kunnen zorgen. Beide varianten zijn daarom op dit aspect beoordeeld als neutraal (0). Variant 1L loopt grotendeels over een verhoogd tracé boven de grond. Het verhoogde tracé loopt over de Binckhorstlaan, de Maanweg en sluit op een verhoogd perron aan bij station Voorburg.

Rondom de rails wordt alleen bij de haltes in de Binckhorstlaan en station Voorburg een netkousconstructie aangebracht waardoor de rails en het zicht op de lightrail wordt afgeschermd. Deze netkousconstructie is semi open, maar zorgt wel voor een flinke belemmering van het zicht. Op de overige delen van het tracé is een eenvoudiger constructie voorzien. Langs het tracé is zicht op het rijkmonument kasteel De Binckhorst en de voormalige school op het Fokkercomplex (gemeentelijk monument). Omdat de lightrail alleen effect heeft op de beleefbaarheid maar geen effectieve aantasting van het monument geeft, scoort variant 1L negatief (-). De lightrail komt op een zelfstandige brug naast de Binckhorstbrug te liggen. De bestaande brug wordt gehandhaafd voor het langzaam en autoverkeer. Het beeldbepalende karakter van de brug wordt door de nieuwe lightrail brug aangetast, daardoor scoort variant 1L negatief (-). Voor variant 1L is naast een grotendeels verhoogde ligging ook beoordeeld wat de effecten zijn op cultuurhistorie indien het tracé aan het einde van de Maanweg ondergronds ligt in een ondergrondse halte bij station Voorburg. De variant 1L-1 waarin een deel van de lightrail verdiept ligt, is niet van invloed op cultuurhistorie.

Omdat er op het tracé langs de Binckhorstlaan wel sprake is van invloed op de beleving van cultuurhistorische waarden is de beoordeling voor de gehele variant 1L-1 (inclusief verdiepte aanlanding bij Voorburg) negatief (-).

Onze referentie: D10042535 - Datum: 14 juni 2022

PLAN-MER MIRT-VERKENNING BEREIKBAARHEID CID BINCKHORST DEELRAPPORT 3 – LEEFOMGEVING EN VERSTEDELIJKING

Alternatief 2 Variant 2B heeft geen invloed op de cultuurhistorische beleving of kwaliteit en scoort derhalve neutraal (0). Bij variant 2T en ook variant 2L (tracé gaat vanaf Zonweg als tram richting Rijswijk/Delft) wordt de Binckhorstbrug vervangen door een geheel nieuwe brug, waarbij is aangenomen dat het brugwachtershuisje (Binckhorstlaan 390) omwille van de cultuurhistorische waarde van dit gebouw wordt verplaatst (net als bij variant 1T en 4T). Bij het aanleggen van de nieuwe brug zal ook het beeldbepalende uitzicht veranderen. Omdat beide varianten effect hebben op de cultuurhistorische waarden scoren varianten 2T en 2L negatief (-). Varianten 2L en 2T stoppen bij station Voorburg waardoor er geen ingegrepen nabij het landgoed Hofwijck plaats vinden die een belemmering van de beleefbaarheid kunnen zijn of voor aantasting van het monument zouden kunnen zorgen. Beide varianten zijn daarom beoordeeld als neutraal (0) op dit aspect. Langs het tracé is zicht op het rijkmonument kasteel De Binckhorst en de voormalige school op het Fokkercomplex (gemeentelijk monument). Omdat de lightrail alleen effect heeft op de beleefbaarheid maar geen effectieve aantasting van het monument geeft, scoort variant 2L negatief (-).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leidschendam&id=22449ab5-5878-495d-8f86-ecca295aa139