1938_PlanMER CIDB Deelrapport 2 Ruimtegebruik en verstedelijking - 14juni2022 DEF.pdf
Tekst van het document
Milieueffectrapport MIRT-verkenning bereikbaarheid CID Binckhorst Deelrapport 2 – Ruimtegebruik en verstedelijking Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Provincie Zuid-Holland Metropoolregio Rotterdam Den Haag Gemeente Den Haag Gemeente Leidschendam-Voorburg Gemeente Rijswijk
14 juni 2022 DEFINITIEF
PLAN-MER MIRT-VERKENNING BEREIKBAARHEID CID BINCKHORST DEELRAPPORT 2 – RUIMTEGEBRUIK EN VERSTEDELIJKING
Inhoudsopgave 1
2
3
Inleiding
5
1.1
Aanleiding
5
1.2
Alternatieven
5
1.3
Deelrapport 2 - Ruimtegebruik en verstedelijking
6
1.4
Leeswijzer
7
Ruimtegebruik en verstedelijking
8
2.1
Wettelijk- en beleidskader
8
2.2
Beoordelingskader
16
2.3
Huidige situatie en autonome ontwikkeling
20
2.3.1
Voorziene verstedelijkingsopgave en bebouwing
20
2.3.2
Aanwezigheid wijkgroen
37
2.3.3
Mogelijkheden voor fietsers en voetgangers
44
2.4
Effecten
51
2.4.1
Wijkgroen
51
2.4.2
Barrièrewerking / oversteekbaarheid
53
2.4.3
Sloop panden
59
2.4.4
Verlies parkeerplaatsen
61
2.4.5
Ruimtelijke kwaliteit
66
2.4.5.1
Algemene kwaliteit openbare ruimte
67
2.4.5.2
Kwaliteit groen
76
2.4.5.3
Continuïteit in vormgeving op systeemniveau
77
2.4.5.4
Relatie tot bebouwing
79
2.4.6
Realiseerbaarheid van het verstedelijkingsprogramma
84
2.4.7
Kwalitatieve aansluiting maatregelenpakket op verstedelijkingsprogramma
87
2.5
Mitigerende en compenserende maatregelen
89
2.6
Leemten in kennis
91
Conclusies
92
Bijlage 1 Literatuurlijst
97
Bijlage 2 Begrippen- en afkortingenlijst
99
Bijlage 3 Analyse aantasting wijkgroen op kaart
102
3
Onze referentie: D10042535 - Datum: 14 juni 2022
PLAN-MER MIRT-VERKENNING BEREIKBAARHEID CID BINCKHORST DEELRAPPORT 2 – RUIMTEGEBRUIK EN VERSTEDELIJKING
Bijlage 4 Te slopen panden op kaart
115
Bijlage 5 Kaartbeelden met kwaliteiten bestaande en toekomstige situatie plangebied
126
Bijlage 6 Dwarsprofielen alternatieven en varianten
127
Colofon
136
4
Onze referentie: D10042535 - Datum: 14 juni 2022
PLAN-MER MIRT-VERKENNING BEREIKBAARHEID CID BINCKHORST DEELRAPPORT 2 – RUIMTEGEBRUIK EN VERSTEDELIJKING
1
Inleiding
1.1
Aanleiding
In de huidige situatie kent het CID een hoog stedelijk karakter en is de Binckhorst te karakteriseren als een gebied met nadruk op bedrijven en industrie. Met de verdichting, functiemenging en differentiatie wordt CID verder verdicht en transformeert de Binckhorst tot een hoogstedelijk gebied. Er is een toename in aantal woningen, voorzieningen en arbeidsplaatsen (zie ook Structuurvisie CID en Omgevingsplan Binckhorst). Dit zorgt voor een toename van het aantal verplaatsingen van en naar het gebied. Daarbij is in de Structuurvisie CID en het Omgevingsplan Binckhorst gesteld dat deze ontwikkelingen alleen mogelijk zijn met een mobiliteitstransitie van autogebruik naar duurzame mobiliteit, zoals lopen, fietsen en reizen met openbaar vervoer. Voor de ontwikkeling van het gebied CID Binckhorst tot een gemengd stedelijk gebied wordt ingezet op een goede bereikbaarheid van het gebied met alle vervoerswijzen op zowel stedelijk, regionaal als landelijk niveau. Door de transformatie van de Binckhorst verandert immers ook de mobiliteit en bereikbaarheid. Gezien de toename van het aantal inwoners en arbeidsplaatsen in het gebied is een sterke focus op lopen, fietsen, het openbaar vervoer en nieuwe vormen van (deel)mobiliteit nodig. De nadruk komt daarbij in grote delen van de Binckhorst meer te liggen op de leefbaarheid en de kwaliteit van de openbare ruimte.
Binnen de verkenning moeten de mobiliteitsmaatregelen daarbij invulling geven aan drie centrale opgaves (zie Hoofdrapport paragraaf 2.3): 1. Het mogelijk maken van verstedelijking en het versterken van de economische kracht van de (inter)nationale toplocaties CID en Binckhorst, door in iedere ontwikkelfase een passende duurzame mobiliteit aan te bieden. 2. Het bijdragen aan de bereikbaarheid van de Zuidelijke Randstad door het wegnemen van de NMCA OVknelpunten Rijswijkseplein en Binckhorstlaan en het voorkomen van extra belasting van het hoofdwegennet door de verstedelijking van CID/Binckhorst. 3. Het bijdragen aan regionale ambities rond OV en fiets. In de MIRT-verkenning Bereikbaarheid CID Binckhorst wordt een mobiliteitspakket met vijf alternatieven voor een HOV-verbinding onderzocht en vergeleken met de referentiesituatie (autonome ontwikkeling). Daarvoor is een beoordelingskader opgesteld voor de beoordeling van de effecten op diverse thema’s en aspecten. In voorliggend deelrapport ligt de focus op de aspecten ruimtegebruik en verstedelijking uit dit beoordelingskader.
1.2
Alternatieven
Er zijn in het Plan-MER vijf alternatieven met in totaal tien varianten onderzocht. Alle alternatieven zijn opgebouwd rond drie sturende bouwstenen: een verbinding met hoogwaardig openbaar vervoer (HOV) tussen Den Haag Centraal en station Voorburg, een aftakking van het HOV richting Rijswijk/Delft én een Basispakket Mobiliteit met maatregelen op het gebied van langzaam verkeer, Smart Mobility, logistiek en stations. Alleen de wijze waarop de HOV-verbinding met HOV-aftakking wordt ingevuld, verschilt in de alternatieven. Hierbij gaat het zowel om de routering van de HOVverbinding als om de modaliteit (HOV-bus, HOV-tram danwel lightrail). Het Basispakket Mobiliteit is in alle alternatieven en varianten hetzelfde en daarmee niet onderscheidend. Tabel 1-1 en figuur 1-1 tonen de vijf alternatieven en de daaronder vallende varianten die in de MIRT-verkenning zijn onderzocht. Voor de verbinding naar Rijswijk/Delft is alleen uitgegaan van de modaliteit bus of tram. Tabel 1-1 Overzicht beoordeelde alternatieven en varianten Alternatief
Variant
Tracé Den Haag Centraal – Voorburg
Tracé aansluiting Rijswijk/Delft
1B (HOV-bus)
Binckhorstlaan – Maanweg
Geestbrugweg
1T (HOV-tram)
Binckhorstlaan – Maanweg
Geestbrugweg
1L (Lightrail)
Binckhorstlaan – Maanweg (Tussen de Maanweg en station Voorburg zijn twee opties beschouwd, een verhoogde ligging (1L+1) en een verdiepte ligging (1L-1)
Geestbrugweg (tram)
2B (HOV-bus)
Binckhorstlaan – Zonweg – Regulusweg
Geestbrugweg
2T (HOV-tram)
Binckhorstlaan – Zonweg – Regulusweg
Geestbrugweg
2L (Lightrail)
Binckhorstlaan – Zonweg – Regulusweg
Geestbrugweg (tram)
3B (HOV-bus)
Binckhorstlaan – Zonweg – Melkwegstraat
Geestbrugweg
4T (HOV-tram)
Binckhorstlaan – Prinses Mariannelaan – lus Voorburg (Laan van Middenburg en Westeinde)
Geestbrugweg
5B (HOV-tram)
Binckhorstlaan – Maanweg
Jupiterkade – Broekslootkade
5T (HOV-tram)
Binckhorstlaan – Maanweg
Jupiterkade – Broekslootkade
1
2 3 4 5
5
Onze referentie: D10042535 - Datum: 14 juni 2022
PLAN-MER MIRT-VERKENNING BEREIKBAARHEID CID BINCKHORST DEELRAPPORT 2 – RUIMTEGEBRUIK EN VERSTEDELIJKING
Figuur 1-1 Overzicht alternatieven en varianten daarbinnen in HOV-typen
Naast de hierboven weergegeven vijf alternatieven is in de onderzoeken waar mogelijk tevens een variant met lightrail richting Zoetermeer meegenomen (LReg). De alternatieven in deze MIRT-verkenning richten zich op de HOVverbinding door Binckhorst, maar dit gedeelte is onderdeel van een langere verbinding in het kader van de Koningscorridor. Door tevens een doorkijk te geven naar de effecten van een lightrailvariant met een HOV-verbinding naar Scheveningen en Zoetermeer, kan de kansrijkheid van een eventuele toekomstige doortrekking in de afweging worden meegenomen.
1.3
Deelrapport 2 - Ruimtegebruik en verstedelijking
Voorliggend deelrapport 2 - Ruimtegebruik en verstedelijking is onderdeel van het Milieueffectrapport verkenning Bereikbaarheid CID Binckhorst. In dit deelrapport zijn de effecten van de alternatieven en varianten voor de aspecten ruimtegebruik en verstedelijking beschreven en beoordeeld. De effecten op de mobiliteit zijn beschreven in het deelrapport 1 - Mobiliteit. De effecten van de aspecten archeologie & cultuurhistorie, natuur, bodem, water, geluid, luchtkwaliteit, trillingen, externe veiligheid en duurzaamheid zijn beschreven in het deelrapport 3 - Leefomgeving en duurzaamheid.
6
Onze referentie: D10042535 - Datum: 14 juni 2022
PLAN-MER MIRT-VERKENNING BEREIKBAARHEID CID BINCKHORST DEELRAPPORT 2 – RUIMTEGEBRUIK EN VERSTEDELIJKING
Het hoofdrapport van het Milieueffectrapport bevat een samenvatting en de belangrijkste conclusies uit de verschillende deelrapporten. Ook bevat het rapport meer informatie over de probleem- en doelstelling van het project, het gevolgde proces en gemaakte keuzes. Deze informatie wordt gebruikt bij de integrale effectbeoordeling van de alternatieven en het proces om te komen tot één voorkeursalternatief. Voor de verkenning is een beoordelingskader opgesteld, met onder andere criteria op het gebied van de leefomgeving. In het hoofdrapport is uitgebreider ingegaan op de samenstelling van het volledige beoordelingskader en de wijze van beoordeling. Dit rapport focust zich op de aspecten ruimtegebruik en verstedelijking. In paragraaf 2.2 zijn de beoordelingscriteria voor deze aspecten toegelicht.
1.4
Leeswijzer
Het voorliggende deelrapport bevat de resultaten uit het beoordelingskader gericht op de aspecten ruimtegebruik en verstedelijking (hoofdstuk 2). Hoofdstuk 2 kent de volgende opbouw: • • • • • •
Wettelijk- en beleidskader. Beoordelingskader. Huidige situatie en autonome ontwikkeling. Effecten. Mitigerende en compenserende maatregelen. Leemten in kennis
In hoofdstuk 3 zijn de conclusies opgenomen.
7
Onze referentie: D10042535 - Datum: 14 juni 2022
PLAN-MER MIRT-VERKENNING BEREIKBAARHEID CID BINCKHORST DEELRAPPORT 2 – RUIMTEGEBRUIK EN VERSTEDELIJKING
2
Ruimtegebruik en verstedelijking
2.1
Wettelijk- en beleidskader
In tabel 2-1 is het relevante beleid en vigerende wet- en regelgeving opgenomen met betrekking tot leefomgeving en openbare ruimte (verstedelijkingsprogramma, ruimtelijke kwaliteit e.d.) en stedelijk groen. Daarbij is aangegeven wat de relevantie is voor de MIRT-Verkenning Bereikbaarheid CID-Binckhorst. Tabel 2-1 Wettelijk- en beleidskader – Leefomgeving / Ruimtegebruik / Verstedelijking / Stedelijk groen Wet/regelgeving/beleidsstuk
Thema
Toelichting In de NOVI geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomst en de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. Er wordt ruimte gemaakt voor de klimaatverandering en de energietransitie, de Nederlandse economie wordt verduurzaamd en het groeipotentieel blijft behouden, de steden en regio’s worden sterker en leefbaarder gemaakt en het landelijk gebied wordt toekomstbestendig ontwikkeld.
Nationale Omgevingsvisie (NOVI), Duurzaam perspectief voor onze leefomgeving Leefomgeving (Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, september 2020).
Den Haag CID/Binckhorst is in de NOVI binnen de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH) opgenomen als zoekgebied voor grootschalige ontwikkellocatie. Het realiseren van deze grootschalige ontwikkellocaties is van groot belang voor het behalen van de ambities voor verstedelijking in deze regio’s. Daarnaast is in de NOVI aangegeven dat binnen de groeiende stedelijke gebieden structureel meer geïnvesteerd moet worden in stedelijke bereikbaarheid. Tegelijk moet ook de kwaliteit van verbindingen tussen de stedelijke regio’s verbeterd worden en waar nodig uitgebreid. Beide zijn gezien de grote woningbouwopgave en de groei van steden noodzakelijk. Gemeenten, provincies, waterschappen en Rijk zullen gebiedsgericht afwegingen moeten maken om te komen tot afgestemde keuzes met betrekking tot de ontwikkeling van het mobiliteitssysteem. Dit gebeurt voor CID/Binckhorst in het MIRT en bereikbaarheidsprogramma Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH). De provincie bereidt zich voor op de nieuwe Omgevingswet die 1 januari 2022 ingaat. Het omgevingsbeleid bestaat naast de Omgevingsvisie ook uit het Omgevingsprogramma en de Verordening, zie hierna. In de Omgevingsvisie geeft de provincie de strategische visie weer voor de lange termijn voor de gehele fysieke leefomgeving van de provincie.
In de Omgevingsvisie worden zeven ambities voor de provincie beschreven voor een betere fysieke leefomgeving. Bijlage 2 Programma Ruimte bevat een nadere invulling en operationalisering van ruimtelijk relevante onderdelen van de Omgevingsvisie. Het gaat bijvoorbeeld om een locatiespecifieke of programmatische invulling van beleidsbeslissingen uit de Omgevingsvisie. Bedrijventerrein Binckhorst is aangemerkt als belangrijk transformatiegebied naar gemengd stedelijk gebied, waar een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit voorop staat.
Omgevingsvisie Zuid-Holland (Provincie Zuid-Holland, in werking per 1 augustus 2020)
Leefomgeving
Omgevingsprogramma (provincie Zuid-Holland, 2020)
Leefomgeving
Het Omgevingsprogramma beschrijft welke maatregelen de provincie treft om de Omgevingsvisie waar te maken. Het Omgevingsprogramma is een overzicht van alle maatregelen inclusief de onderliggende activiteiten.
Leefomgeving
De Zuid-Hollandse Omgevingsverordening bevat de provinciale regelgeving voor de fysieke leefomgeving. Het betreft grotendeels de regels zoals eerder opgenomen in de Omgevingsverordening Zuid-Holland, die in werking is getreden op 1 april 2019. In de verordening is in Bijlage II is het gebied t.h.v. CID en Binckhorst opgenomen als grootstedelijke top- en centrumlocatie en het CID als OV-knooppuntlocatie: daarmee is het CID één van de weinige gebieden binnen de provincie waar bestemmingsplannen mogen worden opgesteld die voorzien in nieuwe (grootschalige) kantoren.
Zuid-Hollandse Omgevingsverordening (ZHOV) (provincie Zuid-Holland, 2021 vastgesteld)
Verstedelijkingsalliantie (Gemeenten Dordrecht, Rotterdam, Schiedam, Delft, Rijswijk, Den Haag, Zoetermeer, Leiden, Provincie Zuid-Holland, MRDH, 2017)
Het voormalige Stadsgewest Haaglanden heeft een onderzoek verricht naar alternatieven voor de uit te plaatsen milieuhinderlijke en watergebonden bedrijvigheid. Dit onderzoek heeft vooralsnog geen haalbare alternatieven opgeleverd. Daarom ligt het accent nu op optimale inpassing. Hierbij geldt het provinciale doel om voldoende ruimte voor watergebonden bedrijven en in milieucategorie 4 en hoger te houden. Woningbouw binnen de milieucontour van de betoncentrale is niet uitgesloten, mits de betoncentrale niet wordt beperkt in haar functioneren. Voor de Vlietzone heeft de gemeente in overleg met Rijswijk en LeidschendamVoorburg een gebiedsperspectief vastgesteld. In dit perspectief wordt ingegaan op de verbetering van de groene kwaliteiten van de Vlietzone en op de reservering voor een mogelijk toekomstige verstedelijking, passend bij de uitgangspunten van de verschillende deelgebieden.
Ruimtelijke kwaliteit
Acht gemeenten (Dordrecht, Rotterdam, Schiedam, Delft, Rijswijk, Den Haag, Zoetermeer, Leiden) hebben samen met de Provincie Zuid-Holland en de MRDH de handen ineengeslagen in een verstedelijkingsalliantie. Vanuit gezamenlijke ambitie is een strategie ontwikkeld om tot versnelde ontwikkeling van woningbouwlocaties te komen. Uitgangspunt is hierbij dat de woningbouw goed aansluit bij de toekomstige regionale vraag, de programmering in onderlinge samenhang is bezien en op juist díe plekken gebouwd wordt waar deze de agglomeratiekracht ten goede komt. De doelstelling van deze alliantie is de realisatie van ruim 170.000 extra woningen tot 2040, waarvan 150.000 in een (centrum)stedelijk milieu met HOVoriëntatie en waarvan 75.000 in de directe nabijheid van treinstations. De alliantie benoemde 13 kansrijke transformatie locaties waar een fors aandeel van deze 170.000 woningen op (middel)lange termijn gerealiseerd kan gaan worden. Eén van deze locaties is CID/Binckhorst.
8
Onze referentie: D10042535 - Datum: 14 juni 2022
PLAN-MER MIRT-VERKENNING BEREIKBAARHEID CID BINCKHORST DEELRAPPORT 2 – RUIMTEGEBRUIK EN VERSTEDELIJKING
Wet/regelgeving/beleidsstuk
Structuurvisie Den Haag 2020 Wéreldstad aan Zee (Gemeente Den Haag, 2005)
Thema
Toelichting
Ruimtelijke kwaliteit
De gemeentelijke structuurvisie beschrijft het gewenste toekomstbeeld en de ruimtelijke veranderingen die de afgelopen vijftien jaar nodig waren om dat te bereiken. De stedelijkheid in het centrum, waaronder het gebied van het CID en een groot deel van de Binckhorst, wordt versterkt om de functie van het centrum als ontmoetingsplaats een impuls te geven. Woongebieden rond het centrum (Rivierenbuurt, Stationsbuurt en Bezuidenhout-West) bieden ruimte voor sterk gemengde stedelijke milieus. Met de sprong over het spoor naar de Binckhorst en Laakhavens ontstaat hier bijzondere binnenstedelijke milieus met een centrum stedelijke mix van wonen, voorzieningen en stedelijke bedrijvigheid. Eind 2016 is de Agenda Ruimte voor de Stad vastgesteld door de gemeenteraad. Deze agenda geeft richting aan de ruimtelijke ontwikkeling van Den Haag. De Agenda Ruimte voor de Stad geeft aan hoe de gemeente omgaat met demografische trends van groei van steden en grote vraag naar woningen (verwachte groei van 3.000-5.000 inwoners per jaar in Den Haag voor de komende decennia). Voor Den Haag worden strategische keuzes gemaakt over waar wordt verdicht, waarbij verdichting samen dient te gaan met kwaliteit van de leefomgeving. Ook wordt ingezet op een innovatieve kenniseconomie en toerisme, duurzaamheid, energietransitie, duurzame mobiliteit en buitenruimte.
Agenda Ruimte voor de Stad (gemeente Den Haag, 2016)
Nota Haagse Hoogbouw: Eyeline en Skyline (Gemeente Den Haag, 2017).
Leefomgeving
Ruimtelijke kwaliteit
In de Agenda zijn voor het deelgebied CID en Binckhorst de belangrijkste kansen en opgaven en de samenhang met lopende ontwikkelingen toegelicht. Het CID is opgenomen als economisch focusgebied in de stad. Het CID vormt samen met de Utrechtsebaan en de Rotterdamsebaan de entrees voor de stedelijke milieus die samen het centrum vormen: Binnenstad, Beatrixkwartier en Binckhorst/Laakhavens. Deze drie stedelijke milieus vormen een steeds meer samenhangend innovatief district waar de economische groeikansen zich concentreren. M.b.t. mobiliteit wordt ingezet op het stimuleren van vormen van vervoer die weinig ruimte vragen en duurzaam en gezond zijn: met name lopen, fietsen en OV. Ruimtelijk beleid en mobiliteitsbeleid gaan daarbij hand in hand. Zo zorgt de groei van het aantal inwoners in de bestaande stad er voor dat er meer gelopen en gefietst wordt op de korte afstanden. Aantrekkelijke stations en loop- en fietsroutes daar naartoe worden gekoppeld aan verdichting rond deze stations. M.b.t. regionaal OV zet Den Haag zich samen met haar regionale partners in op een schaalsprong in het regionale OV en het verbeteren van de first & last mile. Dit laatste is vooral cruciaal voor het CID en de Internationale Zone. De schaalsprong is o.a.
nodig voor het beter verbinden van de Scheveningse kust, Internationale Zone, CID en Binckhorst met de regio, RTH Airport, Schiphol, Utrecht en Amsterdam. Daarbij gaat het om snelheid, gemak en comfort. Aanleiding voor de nota Haagse hoogbouw: Eyeline en Skyline zijn de ruimtelijke opgaven uit de Agenda Ruimte voor de Stad uit 2016. De nota biedt handvatten om hoogbouw op een verantwoorde en zorgvuldige manier in te passen in de structuur van de stad, zodat initiatiefnemers duidelijkheid krijgen en uitgedaagd worden om bij te dragen aan een groene en duurzame stad en met innovatieve oplossingen te komen. In de Nota zijn o.a. het CID (waaronder Nieuw Centrum, omgeving Den Haag Centraal, Beatrixkwartier, Laakhaven Centraal en de Schenkverbinding) en Binckhorst (het gebied tussen Trekvliet, spoorlijn tussen HS, NOI en spoorlijn tussen Den Haag Centraal en station Voorburg en de Maanweg) aangewezen als intensiveringsgebied waar het begrip Haagse hoogbouw gestalte krijgt. Hoogbouw moet passend zijn bij de stad, van hoge kwaliteit zijn en dient ruimte te bieden aan nieuwe woonvormen en diensten, waarbij verrassende combinaties van functies en ontmoetingsplekken het CID en Binckhorst tot een onderscheidend gebied maken.
Voor specifieke deelgebieden in CID (Nieuw centrum, omgeving Den Haag Centraal, Beatrixkwartier, Laakhaven Centraal en de Schenkverbinding) en de Binckhorst zijn gebiedspecifieke regels opgesteld, als aanvulling of andere uitwerking van de generieke regels opgenomen in de Nota. Voor de Binckhorst zijn gebiedspecifieke regels opgenomen voor Gebouwtypologie en architectuur en Buitenruimte. Bij hoogbouw betreft het bijvoorbeeld dat wordt ingezet op innovatieve, experimentele en duurzame hoogbouw. De Binckhorstlaan vormt een stedelijke ruggengraat waarbij de metropolitane stadsentree wordt versterkt met aan weerszijde hoogbouw en straatgerichte plinten. De zones langs de woongebieden zoals het Waterfrontpark langs de Trekvliet en de bebouwing langs de Broekslootzone/Maanweg kennen geen hoogbouw, hier is wonen in de plint mogelijk. In de Binckhorst is een plint van minimaal 8m over 1 of 2 lagen voorgeschreven. Dit geldt voor de bebouwing grenzend aan grootschalige (infra)structuur. Langs de Binckhorstlaan mag de stedelijke laag een hoogte krijgen tot maximaal 40m. Met de Kadernota Openbare Ruimte geeft de gemeente Den Haag de richtlijnen voor de openbare ruimte van Den Haag weer voor de middellange termijn. De Kadernota wordt in 2020 geactualiseerd waarin vernieuwde kaders voor de middellange termijn worden vastgelegd.
Kadernota Openbare Ruimte Het CID en de Binckhorst zijn (en blijven ook in de geactualiseerde Kadernota) aangemerkt als (gemeente Den Haag, 2014 en te Openbare ruimte een gebied met Residentiekwaliteit. Residentiekwaliteit is een standaardkwaliteit, die geldt actualiseren in 2020) voor alle woon- en kantoorgebieden in de stad. De banken, prullenbakken, lantaarnpalen en tegels zijn van goede kwaliteit en niet tijdgebonden. Dit is een genormeerde wijze van inrichting en onderhoud voor een herkenbare en duurzame kwaliteit van de openbare ruimte, op peil gehouden met sterk geïntensiveerd onderhoud. Handboek Openbare Ruimte De HOR geeft (als uitwerking van de Kadernota Openbare Ruimte) de richtlijnen voor de (HOR), Richtlijnen voor ontwerp, openbare ruimte van Den Haag weer. Het HOR is te beschouwen als een instrument dat de uitvoering en beheer van de Openbare ruimte ambities en opgaven uit deze Kadernota Openbare Ruimte concreet uitwerkt naar richtlijnen inrichting Haagse openbare ruimte voor inrichting, gebruik en beheer van (onderhouds)projecten. (gemeente Den Haag, 2020)
9
Onze referentie: D10042535 - Datum: 14 juni 2022
PLAN-MER MIRT-VERKENNING BEREIKBAARHEID CID BINCKHORST DEELRAPPORT 2 – RUIMTEGEBRUIK EN VERSTEDELIJKING
Wet/regelgeving/beleidsstuk
Thema
Toelichting
In aanvulling op het Handboek Openbare Ruimte (HOR) is specifiek voor Binckhorst het Handboek Openbare Ruimte Binckhorst opgesteld als beleidskader voor plannen waarvoor Handboek Openbare Ruimte een omgevingsvergunning wordt aangevraagd. Het handboek geeft een concrete en Binckhorst (HORB) Openbare ruimte eenduidige materialisering en technische maatvoering van de buitenruimte in Binckhorst. Het (gemeente Den Haag, mei 2019, Handboek gaat uit van het prijsniveau voor Residentie Kwaliteit en is aangevuld met typische vastgesteld). Binckhorst elementen. Met dit handboek kunnen bestaande en toekomstige initiatieven op een positieve manier bijdragen aan de doelstellingen en ambities van de Binckhorst. De structuurvisie CID biedt een integrale langetermijnvisie tot 2040 op de ruimtelijke ontwikkeling van het gebied tussen en rondom de stations Den Haag Centraal, Hollands Spoor en Laan van NOI, ten aanzien van het ruimtelijk raamwerk, de mobiliteitsstrategie, programmering van economische functies en woningbouw en duurzaamheid. In de structuurvisie is de ambitie opgenomen voor een bouwprogramma van ongeveer 20.500 woningen en minimaal 25.000 arbeidsplekken. De structuurvisie biedt tevens de onderbouwing dat een (sterk) sturend mobiliteitspakket nodig is om de mobiliteitsdoelen te halen.
Structuurvisie CID (inclusief Plan-MER CID) (gemeente Den Haag, juli 2021 vastgesteld)
Ruimtelijke ontwikkeling Ruimtelijke kwaliteit
In CID is de ambitie dat wordt ingezet op een mobiliteitstransitie. Lopen, fietsen, OV, deelmobiliteit, minder autogebruik, zeker op korte afstanden in de stad moet vanzelfsprekend zijn. Met de groei van het ruimtelijk programma in het CID, en daarnaast ook de Binckhorst, is het urgent om te investeren in de capaciteit en de snelheid van het netwerk. De structuurvisie zet in op het creëren van de ruimtelijke condities die nodig zijn voor het ontwikkelen van een centrummilieu met mobiliteit op menselijke maat in combinatie met een schaalsprong van het OV en een aantrekkelijke en duurzame leefomgeving. De schaalsprong OV heeft in CID betrekking op de lightrailcorridors Koningscorridor en Leyenburgcorridor. De Leyenburgcorridor zorgt ervoor dat het CID snel en frequent verbonden is met Den Haag Zuidwest, Loosduinen en het Westland. De Koningscorridor is aangeduid ter hoogte van Den Haag Centraal en in de Rijn/Lekstraat en verbindt op de lange termijn het CID snel en frequent met Scheveningen, de Internationale zone en via de Binckhorst met Zoetermeer en Delft. De structuurvisie maakt van het CID een aantrekkelijk gebied om te werken, wonen en te recreëren – een centrummilieu, dat de omvang van het huidige centrum verdubbelt.
Om te zorgen dat rustige woonmilieus en dynamische woon-werkomgevingen naast elkaar kunnen bestaan krijgen straten en bouwblokken een profiel: ‘rust’, ‘reuring’, ‘ruis’ of een combinatie daarvan. Het Inspiratiedocument CID (bijlage 8 bij de structuurvisie) levert inspiratie/verbeeldingskracht en uitgangspunten vanuit stedenbouwkundig perspectief. In het Plan-MER CID zijn de milieueffecten in beeld gebracht van 6 alternatieven die zijn opgebouwd uit een combinatie van een bouwprogramma (minimaal: 18.500 woningen / 25.000 arbeidsplekken en maximaal: 24.500 woningen / 30.000 arbeidsplaatsen) en een mobiliteitsstrategie (vraagvolgend: voortzetting mobiliteitsbeleid, vraagsturend: stimuleren OV, fietsers en voetgangers en sterk vraagsturend: sterker sturen op (H)OV). In het Plan-MER CID is een bouwopgave in de kop van Binckhorst ook meegenomen, de bouwopgave in de structuurvisie betreft alleen het CID.
Gebiedsagenda College Campus (Den Haag HS/Laakhavens) (Gemeente Den Haag, 2018c), Gebiedsagenda Policy Campus Centraal (Overkluizing Utrechtsebaan (A12)/CS-Oost) (Gemeente Den Haag, 2018b) Gebiedsagenda ICT- Security Campus (Den Haag Laan van NOI) (Gemeente Den Haag, 2018e).
Binnen het CID zijn drie deelgebieden, met elk hun eigen gebiedsagenda. Gebiedsagenda College Campus (Den Haag HS/Laakhavens), Gebiedsagenda Policy Campus Centraal (Overkluizing Utrechtsebaan (A12)/CS-Oost) en Gebiedsagenda ICT- Security Campus (Den Haag Laan van NOI). De Gebiedsagenda geeft de samenhangende visie op het gebied weer, met als doel: • positioneren van de gebiedsagenda in het CID; Openbare ruimte • formuleren van een gebiedsperspectief; • benoemen van sturingsprincipes op kwaliteit en samenhang van buitenruimte, programma, mobiliteit, duurzaamheid, leefbaarheid en beeldkwaliteit; • overzicht geven van ontwikkelingen en opgaven in het betreffende gebied; • benoemen van nader uit te werken of te onderzoeken kwesties; • eerste inzicht in de haalbaarheid van de ontwikkeling; • tijdpad inzichtelijk maken; stroomlijnen van planvorming. De Gereedschapskist Openbare Ruimte CID sluit aan bij bestaande beleidsdocumenten, bijvoorbeeld Agenda Ruimte voor de Stad (2016) en Nota Duurzaamheid (2019). Het laat zien hoe de openbare ruimte verandert bij verdichting en hoe de projecten voor verdichting rekening moeten houden met de openbare ruimte. In de gereedschapskist zijn verschillende aspecten van inrichting en beheer in kaart gebracht. Het sluit aan bij de ruimtelijke hoofdthema’s uit de structuurvisie CID:
Gereedschapskist Openbare Ruimte CID (gemeente Den Haag, 2020)
• verdichten en differentiëren van het gebied; • verbinden van verschillende zones binnen en buiten het CID, dus het opheffen van barrières; Openbare ruimte • verbeteren van de openbare ruimte om ontmoeting en samenwerking optimaal te faciliteren; • vergroenen en verduurzamen van het gebied; • aantrekken en behouden van investeringen, talent en innovatieve instellingen. De Gereedschapskist laat strategieën zien hoe een kwalitatief hoogwaardig stuk stad ontstaat met een consistent kwaliteitsniveau. De gereedschapskist is bedoeld voor de gemeente (beslissers, bedenkers, uitvoerders en beheerders) en de markt (ontwikkelaars en ontwerpers). Het moet duidelijkheid scheppen over de onderlinge afhankelijkheden tussen gebruik van de ondergrond, kwaliteit op maaiveld en (hoogbouw) ontwikkelingen.
10
Onze referentie: D10042535 - Datum: 14 juni 2022
PLAN-MER MIRT-VERKENNING BEREIKBAARHEID CID BINCKHORST DEELRAPPORT 2 – RUIMTEGEBRUIK EN VERSTEDELIJKING
Wet/regelgeving/beleidsstuk
Thema
Toelichting In het Handboek Openbare Ruimte (HOR) van de gemeente Den Haag wordt onderscheid gemaakt tussen twee soorten kwaliteit: Hofstadkwaliteit en Residentiekwaliteit. 1. Residentiekwaliteit is de standaardkwaliteit, die geldt voor alle woon- en kantoorgebieden in de stad. 2. Hofstadkwaliteit is de standaardkwaliteit in gebieden met veel bezoekers, zoals de binnenstad, Scheveningen, Kijkduin en de Internationale Zone. De verschillende deelgebieden van het CID zijn deels aangewezen als Hofstadkwaliteit en deels als Residentiekwaliteit. In november 2018 is het Omgevingsplan Binckhorst door de gemeenteraad van Den Haag vastgesteld en sinds 7 maart 2019 in werking getreden. Naar aanleiding van beroepen bij de Raad van State is het omgevingsplan met een herstelbesluit ex artikel 6:19 Awb op een paar punten gewijzigd vastgesteld op 25 november 2020. Met een herstelbesluit is het omgevingsplan aangepast voordat de Raad van State de beroepen behandelt, waardoor aan (een deel van) de beroepen tegemoetgekomen wordt. Het gewijzigd vastgestelde omgevingsplan Binckhorst (ex artikel 6:19 Awb) is op 3 maart 2021 in werking getreden. Op 24 november 2021 heeft de Raad van State uitspraak gedaan. In de uitspraak heeft de Afdeling geoordeeld dat de manier van planologisch inrichten van de Binckhorst niet in strijd is met de rechtszekerheid.
Hiermee is het Omgevingsplan Binckhorst op een paar kleine punten na onherroepelijk. Met herstelbesluit 1c wordt nog verduidelijking gegeven van de toegestane bedrijfsactiviteiten in de tabel die als bijlage bij de planregels is opgenomen. Het omgevingsplan benoemt de ambities en een globaal eindbeeld (2040) voor een geleidelijke transformatie van een industrieel naar hoog stedelijk gebied. Dit is vertaald in planregels, waaraan nieuwe initiatieven worden getoetst. Binnen de Binckhorst zijn 5 (overige) zones onderscheiden: de Trekvlietzone, het Gasfabriekterrein en omgeving, de Spoorboogzone, de Begraafplaatszone en Binckhorsthaven & Maanplein.
De verbeelding (voorheen ook wel plankaart genoemd) geeft de beoogde functies aan (vergelijkbaar met bestemmingen in een bestemmingsplan). Het gaat daarbij om functies als railverkeer, verkeer, water, groen, verkeer-verblijfsgebied en transformatiegebied. Voor de diverse functies gelden planregels (artikel 7 t/m 13 uit de Regels) voor nieuwe activiteiten in een deelgebied (de regels gelden niet voor bestaande activiteiten). • De ruimtereservering ‘gebiedsaanduiding - openbaar vervoerstracé' voor een toekomstige HOV-verbinding ligt in transformatiegebied of verkeer-verblijfsgebied van de Binckhorstlaan ten zuiden van het knooppunt Binckhorstlaan-Supernovaweg. Deze ruimtereservering is bedoeld om in geval van nieuwe initiatieven die uitgaan van bouwen in deze zone de aanleg van het OV-tracé niet onmogelijk te maken. Er is opgenomen dat rekening moet worden gehouden met een duurzame mobiliteit (een verschuiving van de modal split; van Ruimtelijke autogebruik naar andere modaliteiten). Dit is uitgewerkt in een beleidsregel. ontwikkeling • De Maanweg maakt deel uit van de bestemming Transformatiegebied.
Binnen de functie Omgevingsplan Binckhorst Transformatiegebied zijn veel verschillende activiteiten mogelijk (zoals het voortzetten van Ruimtelijke (inclusief een bestaand bedrijf, maar ook de vestiging van een nieuw bedrijf of het realiseren van één kwaliteit OmgevingsEffectRapport (OER)) of meer woningen). De Maanweg kent geen ruimtereservering voor HOV. (gemeente Den Haag, vastgesteld Stedelijk groen • Ook de Zonweg maakt deel uit van de bestemming Transformatiegebied. De Zonweg ligt 25 november 2020) tussen de Begraafplaatszone (noordzijde) en de zone Binckhorsthaven & Maanplein (stedelijke (zuidzijde). In de Zonweg is de gebiedsaanduiding Overige zone - leiding gas aanwezig ecologische voor een gasleiding (inclusief belemmeringenstrook). verbindingszone) • De begraafplaatszone (ten noorden van de Zonweg) wordt gezien als ‘groene long’ met veel groen en klimaatmaatregelen. • De Regulusweg maakt deel uit van de bestemming verkeer. In de Regulusweg is ook de gebiedsaanduiding Overige zone - leiding gas aanwezig. • De Jupiterkade maakt deel uit van de bestemming Transformatiegebied en ligt in de Trekvlietzone. De Trekvlietzone is een aaneengesloten gebied waar woningbouw is toegestaan.
• Het gebied langs de Trekvliet en Jupiterkade bevat de overige zone Waterfrontpark, bedoeld voor de ontwikkeling van een groen-recreatieve zoom waar mensen kunnen werken, wonen, sporten, recreëren en ontspannen. Dit waterfrontpark is een zone gericht op het water, met insteekhavens, openbare kades, bebouwing georiënteerd op het water en voorzieningen in de plint. • Binnen het plangebied moet voorzien worden in voldoende parkeergelegenheid. Via het parkeerbeleid wordt invulling gegeven aan dit criterium. In het parkeerbeleid1, zoals dat nu van toepassing is, zijn parkeernormen opgenomen, waarvan onder voorwaarden van afgeweken kan worden. Met deze regel is een dynamische verwijzing opgenomen. Als de raad in de toekomst nieuw parkeerbeleid vaststelt, dient vanaf dat moment aan het nieuwe beleid te worden voldaan. • De functie groen is opgenomen voor de stedelijke ecologische verbindingszone van de Broeksloot die langs de Maanweg ligt. Voor het thema natuur en groen is opgenomen dat er (a.g.v. nieuwe activiteiten) geen sprake mag zijn van ontoelaatbare aantasting van de zich daar bevindende ecologische waarden. Hiervoor geldt een motiveringsplicht. • De functie transformatiegebied betreft de hiervoor genoemde (deel)gebieden. Deze functie is gebruikt om de verdere transformatie van het gebied mogelijk te maken.
• Ruimtelijke kwaliteit: Bij de ambitie om de Binckhorst te transformeren tot een gemengd hoogstedelijk woon-, werk-, en leefgebied past een andere ruimtelijke kwaliteit dan nu in de Binckhorst aanwezig is. Dit is een open norm die is uitgewerkt in een beleidsregel. De beleidsregel bestaat (op dit moment) uit drie kaarten en aanvullende regels/toelichting.
1
11
Hiervoor heeft de gemeente Den Haag specifiek voor CID en Binckhorst de Nota parkeernormen CID-Binckhorst (Den Haag, 2020) vastgesteld.
Onze referentie: D10042535 - Datum: 14 juni 2022
PLAN-MER MIRT-VERKENNING BEREIKBAARHEID CID BINCKHORST DEELRAPPORT 2 – RUIMTEGEBRUIK EN VERSTEDELIJKING
Wet/regelgeving/beleidsstuk
Thema
Toelichting De beleidsregel is onder meer opgesteld op basis van de thans bestaande stukken (zoals het Ontwikkelperspectief Trekvlietzone), maar ook ander beleid dat in de toekomst wordt vastgesteld, kan worden gebruikt voor de (verdere) invulling van deze beleidsregel. In de regels zijn randvoorwaarden opgenomen, zodat ondanks het open kader wel het kader voor de beleidsregel wordt geboden. Zo is artikel 7 opgenomen dat de bouwhoogte van nieuwe bebouwing ten minste 8 meter en niet meer dan 70 meter bedraagt, met dien verstande dat de minimale en maximale hoogte van de bebouwing en de hoogteaccenten verschilt per (deel)gebied. In de beleidsregel “ruimtelijke kwaliteit” is een verdere differentiatie van de hoogte opgenomen. In uitzondering op deze maximale hoogte zijn hoogteaccenten tot een hoogte van 140 meter voor de bebouwing vanaf het kruispunt van de Binckhorstlaan met de Zonweg/Verlengde Zonweg tot aan het kruispunt Binckhorstlaan met de Supernovaweg toegestaan. • Het Waterfrontpark is een zone gericht op het water, met insteekhavens, openbare kades, bebouwing georiënteerd op het water en voorzieningen in de plint. Het bebouwingspercentage binnen het Waterfrontpark, ter plaatse van de aanduiding "overige zone - Waterfrontpark" op de verbeelding, mag per initiatief niet meer dan 40% bedragen.
Om het gebied Binckhorst te laten transformeren naar een gemengd woon-werkgebied voorziet het omgevingsplan in een behoefte van 5.000 woningen. Als de gebruiksruimte voor woningen uitgeput is, kan worden afgeweken van het omgevingsplan ten einde extra woningen toe te staan. In het Omgevingsplan zijn de volgende oppervlakten (niet woningen) beschikbaar2: • • • • • •
250.000 m2 BVO bedrijfsruimte, 63.500 m2 BVO kantoren, 27.000 m2 BVO creatieve industrie, 13.500 m2 BVO detailhandel, 4.125 m2 BVO horeca, maatschappelijke diensten, commerciële dienstverlening, cultuur en ontspanning (=leisure) en recreatie zonder beperking wat omvang betreft.
In het omgevingsplan wordt onderscheid gemaakt tussen bestaande en nieuwe activiteiten. Bestaande activiteiten zijn activiteiten die op dit moment plaatsvinden en zijn voorzien in het plangebied. Deze activiteiten claimen samen met aanwezige activiteiten en bebouwing een deel van de totale ruimte in de Binckhorst (‘feitelijk gebruikte gebruiksruimte’). Daarnaast zijn er reeds omgevingsvergunningen en milieuvergunningen verleend om activiteiten in de Binckhorst te gaan ontplooien (‘toegekende ruimte’). De resterende ruimte betreft daarmee ‘gebruiksruimte’. (Een deel van) deze gebruiksruimte kan worden gereserveerd door een aanvraag om omgevingsvergunning of verzoek om reservering voor nieuwe initiatieven (‘gereserveerde gebruiksruimte’). Voor het Omgevingsplan Binckhorst zijn de effecten op de fysieke leefomgeving in beeld gebracht. Dit heeft geleid tot een OmgevingsEffectRapport (OER) (2020). Bij het Omgevingsplan hoort ook een gebiedsaanpak Binckhorst (2018) en de daaraan gebonden uitwerkingen van het Omgevingsplan, zoals het Handboek Openbare Ruimte Binckhorst (2019), Beeldkwaliteitsplan Binckhorst (2020), Plan openbare ruimte & buitenruimte Binckhorst (2019), Voorzieningenprogramma Binckhorst (2019) etc. Er is een wijkenergieplan (WEP) voor Binckhorst in voorbereiding.
Het Plan Openbare Ruimte en Buitenruimte Binckhorst is het ambitiedocument van de gemeente Den Haag dat dient als gemeentelijk sturingsdocument bij de transformatie van de Binckhorst. Het plan verbeeldt vanuit de context, thema’s, kaarten, maatvoering en ontwerpprincipes, de met het omgevingsplan Binckhorst beoogde ambitie van de gemeente Den Haag. Het plan geeft inzicht en richting bij komende ontwikkelingen in de Binckhorst en geeft door de integrale benadering de gemeente regie op de transformatie van de Binckhorst. Plan openbare ruimte & buitenruimte Binckhorst Openbare (gemeente Den Haag, mei 2019, (buiten)ruimte vastgesteld)
2
12
Het plan is bedoeld als richtinggevend kader voor ontwikkelingen, gebiedspaspoorten, ontwikkelvisies waarbij de gemeente vanuit de eigen grondpositie een regisserende en sturende rol heeft. Daarnaast is dit document een handreiking voor de omgevingstafel om planinitiatieven binnen de kaders van het omgevingsplan te beoordelen. De openbare ruimte plankaart is een concluderende kaart die het gewenste netwerk weergeeft. In dit netwerk zijn alle thema’s voor de buitenruimte verweven. Het gaat onder andere om thema’s als klimaat en verkeersstructuur. In de Binckhorst zijn aanwezige bijzondere gebouwen en locaties, de Binckplekken, als onderdeel van het netwerk benoemd. Voorbeelden zijn Trekvlietplein, Bink 36, de begraafplaats, Caballerofabriek, kasteel Binckhorst, Uranushaven (en brug). Op deze locaties kunnen bijzondere functies aan de buitenruimte worden verbonden wat kansen biedt. Door het bundelen van de thema’s versterken de thema’s elkaar en ontstaat een robuuste buitenruimte die nodig is voor het goed functioneren van het toekomstig hoog stedelijk woonen werkmilieu van de Binckhorst.
Boven de genoemde vierkante meters is er ook 27.000 m2 BVO voorzien voor een nieuw eenheidsbureau politie Binckhorst (vergund). RIS302378
Onze referentie: D10042535 - Datum: 14 juni 2022
PLAN-MER MIRT-VERKENNING BEREIKBAARHEID CID BINCKHORST DEELRAPPORT 2 – RUIMTEGEBRUIK EN VERSTEDELIJKING
Wet/regelgeving/beleidsstuk
Thema
Beeldkwaliteitsplan Binckhorst, Leefomgeving Uitwerking van de gebiedsaanpak Binckhorst Ruimtelijke (gemeente Den Haag, juni 2020, kwaliteit vastgesteld)
Kompas van de Leefomgeving (gemeente LeidschendamVoorburg, 2019 Kompas van de Leefomgeving, Op weg naar de Omgevingsvisie Leidschendam-Voorburg (gemeente LeidschendamVoorburg, 2018)
Toelichting Het beeldkwaliteitsplan volgt uit de gebiedsaanpak Binckhorst en beschrijft een toekomstig eindbeeld voor de Binckhorst als een woon- en werkomgeving. Samen met het omgevingsplan Binckhorst (2020) vormt het beeldkwaliteitsplan Binckhorst het kader waarmee de gemeente de uitvoering van een kwalitatief hoogwaardige stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt. In het Beeldkwaliteitsplan zijn 13 Binckplekken aangegeven: Bink36, Trekvlietplein, Afvalkathedraal/ Poolsterhaven, Uranushaven, Kasteeltuin, Fokkerhaven, Jupiterkade, Pollux / Orionstraat / Komeetweg industriehallen, Begraafplaats St. Barbara, Betonfabriek, Industriehallen (Melkwegstraatcomplex), Saturnushaven en Caballero fabriek. Het beeldkwaliteitsplan bevat algemene principes voor stedenbouw en architectuur en inspiratie voor programma. Het gaat in op principes en kaders die gelden voor het totale plangebied, voor deelgebieden en voor de hoogbouwzone aan de Binckhorstlaan (Binckse hoogte). Deze principes vormen specificaties van de ambities uit de Nota Eyeline en Skyline. Daarnaast zijn voor specifieke locaties met waardevolle gebouwen (Binckplekken) ontwerpprincipes en kaders beschreven. Het Kwaliteitsteam Binckhorst en de Welstandscommissie gebruiken de ontwerpkaders om richting te geven aan de ontwerpkwaliteit.
Na de inwerkingtreding van de Omgevingswet (naar verwachting 1 januari 2023) dienen ruimtelijke ontwikkelingen gefaciliteerd te worden door één Omgevingsvisie voor elke gemeente.
Leefomgeving Ruimtelijke kwaliteit
Het Kompas van de Leefomgeving is de eerste stap in het opstellen van de omgevingsvisie voor Leidschendam-Voorburg. De kern voor het toekomstbeeld is een groene aantrekkelijke woongemeente met drie kernen. Het Kompas omvat zeven doelstellingen met elk een aantal agendapunten die de stip aan de horizon vormen. Twee relevante doelstellingen in relatie tot dit project zijn de doelstelling voor het behouden en ontwikkelen van de aantrekkelijke groene woongemeente met drie karakteristieke kernen. De andere doelstelling zet in op een goed bereikbare gemeente: het realiseren van een gezonde leefomgeving, verdere verbetering van het netwerk voor langzaam verkeer en goed openbaar vervoer dat de inclusieve samenleving bevordert. Voor het verbeteren van de positionering van de gemeente zijn in de Structuurvisie Ruimte voor Wensen 2040, herijking 2012, drie pijlers geformuleerd waarmee de ontwikkeling van de stad op een evenwichtige en duurzame wijze vorm kan krijgen: 1. Het versterken van de groene woonstad; 2. Het verbeteren van de economische kansen en voorzieningenstructuur; 3. Het beter benutten en verbeteren van de (regionale) bereikbaarheid. Ter hoogte van het plangebied Binckhorst is het volgende af te leiden:
Leefomgeving Structuurvisie Ruimte voor Wensen 2040 (herijking 2012) (gemeente LeidschendamVoorburg, januari 2012)
Verkeer en vervoer Ruimtelijke kwaliteit Stedelijk groen
Bestemmingsplan Laakwijk – Schipperskwartier Ruimtegebruik (gemeente Den Haag, vastgesteld 9-7-2009)
• De Utrechtsebaan (meest westelijke deel van de A12) en het naastgelegen spoor vormen op dit moment een fysieke barrière tussen de gemeenten Den Haag en LeidschendamVoorburg. Deze barrière bepaalt in sterke mate de kwaliteit van de (leef) omgeving rondom de Utrechtsebaan en de ontwikkelingsmogelijkheden van het omliggende gebied. Station Voorburg moet worden ontwikkeld als verbinding tussen de Binckhorst en Oud-Voorburg en de ruimtelijke kwaliteit moet worden verbeterd. • Het gebied tussen de Binckhorstlaan en de Westenburgstraat is aangeduid als stedelijk gebied. • De groenstrook langs de Maanweg is onderdeel van de Centrale Groenzone. Hierbij gaat het om het behouden en versterken van de groene kwaliteiten en het verbeteren van de ruimtelijke samenhang en continuïteit tussen verschillende groene stedelijke voorzieningen • De Geestbrugweg en de Prinses Mariannelaan zijn onderdeel van een historisch lint. Dit historisch lint (met Parkweg, Oude Trambaan, Veursestraatweg) is een van de oudste identiteitsdragers van Leidschendam-Voorburg, samen met de Vliet. Aan dit lint is de rijke geschiedenis en de oorsprong van de gemeente Leidschendam-Voorburg te ervaren, waaronder de landgoederen en de oude kernen. • Het gebied ten westen van de Utrechtsebaan betreft gebied met een gemengd programma. • De MIRT opgaven Haaglanden: de ‘inprikker’ Utrechtsebaan (A12) en de Rotterdamsebaan.
• De Vliet (met oevers) is belangrijke identiteitsdrager. De Broekslootkade heeft als bestemming Verkeer – 2 met een dubbelbestemming ‘waarde archeologie’. De Broeksloot heeft als bestemming Water. De groenzone langs de Broeksloot heeft als bestemming Groen met een dubbelbestemming ‘waarde - archeologie’. In de planregels is opgenomen dat de groenzone langs de Broeksloot primair bestemd is voor waterberging. De Kade langs de Trekvliet heeft tevens de dubbelbestemming ‘Waterstaat – Waterkering’.
Beheersverordening Cromvliet (gemeente Rijswijk, vastgesteld 2013)
13
Ruimtegebruik
De Geestbrugweg en de Broekslootkade hebben als bestemming openbaar gebied met een dubbelbestemming ‘waarde – archeologie’.
Onze referentie: D10042535 - Datum: 14 juni 2022
PLAN-MER MIRT-VERKENNING BEREIKBAARHEID CID BINCKHORST DEELRAPPORT 2 – RUIMTEGEBRUIK EN VERSTEDELIJKING
Wet/regelgeving/beleidsstuk
Thema
Toelichting
Bestemmingsplan Voorburg West / Park Leeuwenbergh (gemeente Leidschendam-Voorburg, vastgesteld 2016)
Ruimtegebruik
De Binckhorstlaan en de Prinses Mariannelaan, Laan van Middenburg, Westeinde en Stationsplein hebben als bestemming verkeer met een dubbelbestemming ‘waarde – archeologie 3’. Daarnaast is er in de Binckhorstlaan een locatie met de bestemming nutsvoorziening in plaats van verkeer.
Bestemmingsplan Rotterdamsebaan (gemeente Leidschendam-Voorburg, vastgesteld 2013)
Ruimtegebruik
De Prinses Mariannelaan heeft als bestemming verkeer met een dubbelbestemming ‘waarde – archeologie 5’.
Stedelijk groen
Dit rapport betreft een verkenning naar de kansen om groen en blauw (water) te ontwikkelen en te versterken in Den Haag bij verdere verdichting van de stad. Stedelijke verdichting dient namelijk samen te gaan met vergroening. Een selectie van veelbelovende ideeën is geclusterd tot een zevental icoonprojecten: 1. CID/Utrechtsebaan, 2. Schenkzone, 3. Binckhorstpark en trekvlietzone, 4. Stadsboulevard Laak, 5. Knoop Moerwijk, 6. Zuidwest en 7. Verversingskanaal. De kaart van de te versterken groenblauwe structuren uit dit rapport fungeert stadsbreed als onderlegger en inspiratiebron voor de integrale gebiedsontwikkelingen.
Haagse iconen, kansen voor de groenblauwe structuur van de stad (MUST i.o.v. de gemeente Den Haag, 2018)
Het gebied langs het spoor en de A12 heeft de bestemming groen en water, de scouting heeft de bestemming Maatschappelijk. Ook in dit gebied is sprake van dubbelbestemming ‘waarde – archeologie 3’.
De agenda Groen zet het groenbeleid van de gemeente Den Haag uiteen. Met de Agenda Groen voor de Stad verplicht de gemeente Den Haag zich tot het duurzaam in stand houden en versterken van de Stedelijke Groene Hoofdstructuur. Centrale ambitie is het groen in de gemeente als basis voor een goede leefkwaliteit door een verdere kwalitatieve ontwikkeling van het Haagse groen, waarbij ruimte bestaat voor verandering en initiatief en bij ontwikkelingen groen toekomstbestendig wordt vormgegeven. Gemeentelijk beleid: Agenda Groen voor de Stad 2016 Stedelijk groen (Gemeente Den Haag, 2016b)
In de Haagse Agenda Groen zijn ambities opgenomen voor kwalitatieve verbetering van het aanwezige groen, vergroening van versteende plekken en alternatieve groenoplossingen op plekken waar bomen niet of met grote moeite mogelijk zijn. In de agenda Groen is de stedelijke groene hoofdstructuur vastgelegd. Ter hoogte van de Maanweg is een strook aanwezig dat deel uitmaakt van de groene hoofdstructuur van Den Haag als verbindingszone. In de verkenning Bereikbaarheid CID Binckhorst zijn de effecten op deze zone meegenomen bij ruimtegebruik (wijkgroen) omdat het geen wettelijke natuurstatus heeft.
Natuurwaarden kaarten 2018 (Gemeente Den Haag, 2018)
Stedelijk groen
De natuurwaardenkaart biedt inzicht in de Haagse natuur en dient als input voor de nieuw op te stellen nota stadsnatuur. De natuurwaardenkaart is gebaseerd op gegevens van de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF). Als groengebied is in Binckhorst aangewezen de begraafplaats St. Barbara en het perceel van Kasteel De Binckhorst. Langs de zuidzijde van de Maanweg en langs de Broekslootkade ligt een ecologische verbindingszone (EVZ Laakzone) en daarnaast is ter hoogte van de Haagvlieg/Trekvliet en het Schenkviaduct een hoofdbomenstructuur aangegeven. In de verkenning Bereikbaarheid CID Binckhorst is de fysieke aantasting van stedelijk groen (zowel functioneel wijkgroen als ecologisch belangrijk en waardevol groen) in beeld gebracht bij ruimtegebruik (wijkgroen). Bij het aspect natuur (zie deelrapport 3) zijn de effecten op het functioneren van de stedelijke groene hoofdstructuur (EVZ Laakzone) opgenomen. De Nota Stadsnatuur is de opvolger van de Nota Ecologische Verbindingszones 2008-2018. Deze nota heeft een stadsbrede scope waarbij wordt ingezet op het in stand houden en verder ontwikkelen van een gezond stadsecosysteem.
Nota Stadsnatuur Voor een leefbaar en biodivers Den Haag (gemeente Den Haag, 2020, vastgesteld)
Ter hoogte van de Maanweg en de Broekslootkade maakt de groenstrook (het water met de Stedelijk groen oevers, gras, struweel en bomenrijen) deel uit van de stedelijke groene hoofdstructuur van (stedelijke Den Haag als onderdeel van de ecologische verbindingszone (EVZ) Laakzone. Uitgangspunt ecologische in de Nota Stadsnatuur is het in stand houden van het bestaande areaal van de ecologische verbindingszone) verbindingszones. Bij ruimtebeslag in de ecologische verbindingszones geldt een compensatieverplichting. In het Plan-MER zijn de effecten op de ecologische verbindingszone meegenomen het aspect natuur (zie deelrapport 3) waarbij rekening is gehouden met de kaders voor deze zone.
Richtlijn Licht op Natuur (gemeente Den Haag, 2017)
Stedelijk groen
Eventuele lichtuitstraling op groengebieden en ecologische verbindingszones moet zoveel mogelijk worden voorkomen. Het uitgangspunt is dat er in groengebieden geen licht wordt toegepast, met uitzondering van noodzakelijke verlichting langs hoofdfietspaden. In de Natura2000-gebieden wordt geen openbare verlichting toegepast. Autowegen en wandel- en fietspaden die grenzen aan groengebieden en ecologische verbindingszones, worden dusdanig verlicht dat de maximale uitstraling op het groengebied 5 meter is. Hierbij geldt dat uitstraling op water te allen tijde moet worden voorkomen. Voor huidig verlichte locaties bij groengebieden, zoals fiets- en wandelpaden of parkeerplaatsen, geldt dat er wordt gekeken naar verwijdering of vermindering van strooilicht of intensiteit. In het Plan-MER zijn de effecten op de ecologische verbindingszone meegenomen het aspect natuur (zie deelrapport 3).
14
Onze referentie: D10042535 - Datum: 14 juni 2022
PLAN-MER MIRT-VERKENNING BEREIKBAARHEID CID BINCKHORST DEELRAPPORT 2 – RUIMTEGEBRUIK EN VERSTEDELIJKING
Wet/regelgeving/beleidsstuk
Thema
Toelichting De groene ambitie uit de Structuurvisie ‘Ruimte voor Wensen’ is door de gemeente Leidschendam-Voorburg geconcretiseerd in het groenstructuurplan. Dit plan geeft op hoofdlijnen aan welk groen van belang is op gemeentelijk niveau en waar het groen versterkt kan worden. De nadruk ligt daarbij op het stedelijk gebied binnen de gemeente. Om het groen in de gemeente te versterken dient er ingezet te worden op drie niveaus:
Groenstructuurplan, Buitengewoon groen. (gemeente LeidschendamVoorburg, november 2009) Uitvoeringsprogramma & investeringsagenda Groenstructuurplan (gemeente LeidschendamVoorburg, 2012)
Stedelijk groen
Groenbeheerplan Voorburg West en Park Leeuwenbergh, 2016-2020 (gemeente LeidschendamVoorburg, 2015)
• Groene zones: deze zorgen naast het huisvesten van groene stedelijke functies zoals sportvelden, parken, volkstuinen, kinderboerderijen e.d. In het plangebied (Voorburg West, ten westen van het spoor) ligt een aantal parken voortkomend uit buitenplaatsen, te weten Sonnenburgh / Middenburg, Huygens’ Hofwijck en buiten het plangebied Arentsburgh en Buitengoed Dorrepaal. • Groene lijnen: de groene lijnen ondersteunen de stedelijke gridstructuur. Dit groen heeft een belangrijke belevingswaarde omdat veel mensen in aanraking komen met dit groen. De Binckhorstlaan en de Prinses Mariannelaan zijn onderdeel van het niveau ‘groene lijnen’. • Groene wijken: de groene wijken zorgen voor een aantrekkelijke groene woonomgeving en dit groen geeft identiteit aan de wijk. In het plangebied (Voorburg West) is hoofdzakelijk sprake van ‘klassieke wijken’ waar het openbaar groen zich beperkt tot straatbomen, een groen plein(tje) en parken. Ten zuiden van de Prinses Mariannelaan ligt ten westen van Arentsburg een ‘villawijk’ waar meer particulier groen (monumentale bomen) aanwezig is. Naast het groenstructuurplan werkt de gemeente Voorburg groenbeheerplannen uit waarin per wijk is aangegeven op welke wijze de gemeente het groen en de leefbaarheid in de wijk wil verbeteren.
In het groenbeheerplan staat welke functie groen in een bepaalde wijk heeft, wat de huidige kwaliteit en functionaliteit van het groen is en waar wij met het groen in een wijk naartoe willen. Voor het gebied ten zuiden van de Binckhorst en ten westen van het spoor geldt het groenbeheerplan Voorburg West en Park Leeuwenbergh. Het groene karakter van Voorburg West en Park Leeuwenbergh wordt voornamelijk gevormd door de landgoederen langs de Vliet. De Prinses Mariannelaan, de Binckhorstlaan, het Westeinde, de Laan van Middenburg en de Westenburgstraat vormen het groene geraamte van deze wijk, ondersteund aan de randen door de Vliet en de Broeksloot. In het coalitieakkoord geeft de gemeente Rijswijk haar plannen omtrent de ruimtelijke kwaliteit en groenstructuur. Met betrekking tot de groenzones heeft Rijswijk de volgende ambitie: • Het versterken en beschermen van de ‘groene longen’. Een openbare ruimte die voor iedereen uitnodigt tot lopen, fietsen, buitenspelen en ontmoeten is het streven.
Coalitieakkoord Rijswijk 2019 2022 & ‘’Rijswijk maken we samen’’ – Ons werkprogramma (gemeente Rijswijk, 2018)
Ruimtelijke kwaliteit Stedelijk groen
Rijswijk heeft prachtig groen, onze parken zijn onze ‘longen’. De groenzones, versterken én beschermen is daarom belangrijk. De openbare ruimte dient uit te nodigen tot lopen, fietsen, buitenspelen en ontmoeten. Inzet is het verder ontwikkelen van groenzones en deze ook benutten voor sport, spel en recreatie. Naast de aandacht voor groen zijn twee van de kernwaarden voor een prettige woonplaats: een schone woonomgeving en een veilige woonomgeving. Inzet is een leefbare stad die schoon, heel en veilig is. En bij ‘groen’ hoort ook aandacht voor ‘blauw’ zodat er voldoende waterberging in Rijswijk is. Dit is onderdeel van de te ontwikkelen strategie voor klimaatadaptatie In het (inmiddels verlopen) groenbeleidsplan 2010-2020 is de visie gegeven op de groene ambities van de gemeente Rijswijk. De groenstructuur van Rijswijk bestaat uit de boomstructuur, natuurstructuur en recreatiestructuur. Duurzaam, verbinden en beleven zijn de leidende principes in het groenbeleidsplan. De visie bestaat uit het creëren van een duurzame groenstructuur, door het behoud van de bestaande hoeveelheid groen, de identiteit en de kwaliteit van het groen te versterken en te zorgen voor groen dat in de omgeving past. Verbindingen zorgen voor samenhang in de groenstructuur. Dit vergroot de belevingswaarde van het groen.
Investeren in de groenstructuur door middel van herinrichting en beheer betekent investeren in de stad als geheel. Het groenbeleidsplan fungeert als het groene toetsingskader voor ontwikkelingen en geeft richting aan het denken over groen, prioritering bij de uitvoering en keuzes in groenbeheer.
Groenbeleidsplan 2010-2020 ‘BomeNatuuRecreatie’ (gemeente Rijswijk, vastgesteld 2010)
Stedelijk groen
De Geestbrugweg en de Broekslootkade maak deel uit van deelgebied I Cromvliet & Leeuwendaal in het groenbeleidsplan. • De Geestbrugweg is binnen de Hoofd boomstructuur aangeduid als bomenlaan (es/iep bij vervanging of aanplant). Als kans is benoemd om de ruimtelijke relatie met Voorburg te versterken door de bomenrijen langs de Geestbrugweg (es of iep) door te trekken. • De Broekslootkade maakt binnen de Hoofd natuurstructuur deel uit van een primaire verbinding naar de regio die aansluit op de verbindingszone Laakzone. Langs de Broekslootkade is weinig openbare ruimte aanwezig om een natuurverbinding te kunnen realiseren. Er wordt gestreefd naar een groene natuurverbindingszone naar de landgoederenzone. Als streefbeeld voor het aanwezige water geldt ‘praktisch water’. Als kans is benoemd door (her)inrichting van de Broekslootkade met bloemrijk gras en plasdras oevers de doorgaande natuurverbinding (droog/nat) tussen de landgoederenzone en de Vliet te versterken. Bij aanvulling van bomen langs de Broekslootkade zullen bomen in rijen (els, linde) worden toegepast, maar kunnen ook solitaire bomen (treurwilg, els, es) worden toegepast. In het Plan-MER zijn de effecten op de ecologische verbindingszone Laakzone meegenomen het aspect natuur (zie deelrapport 3).
15
Onze referentie: D10042535 - Datum: 14 juni 2022
PLAN-MER MIRT-VERKENNING BEREIKBAARHEID CID BINCKHORST DEELRAPPORT 2 – RUIMTEGEBRUIK EN VERSTEDELIJKING
Wet/regelgeving/beleidsstuk
Thema
Groenbeheerplan 2020 – 2023 'Basis op Orde' in Rijswijk voor een groene, duurzame woon- en Stedelijk groen werkstad (gemeente Rijswijk, 12 december 2019)
2.2
Toelichting Rijswijk is een stedelijke gemeente met een groen karakter, vooral met de parken en landgoederen aan de rand van de stad. Deze vormen een belangrijke drager van Rijswijk als ‘groene buitenplaats’. Rijswijk wil een groene, duurzame woon- en werkstad zijn. Er zijn veel ambities voor behoud en versterken van het groen. Het huidige groenbeleidsplan is verlopen, maar de uitgangspunten en inhoud zijn nog steeds van toepassing en aangescherpt in dit beheerplan. Uitgangspunt is behoud en versterking, in lijn met de Stadsvisie (Groene Buitenplaats).
Beoordelingskader
In tabel 2-2 zijn de criteria opgenomen waarmee ruimtegebruik (aantrekkelijke leefomgeving) en de aansluiting van de alternatieven op het verstedelijkingsprogramma is beoordeeld. Na de tabel volgt een korte toelichting op de gehanteerde methoden. Tabel 2-2 Beoordelingskader Plan-MER - Ruimtegebruik en aansluiting op het verstedelijkingsprogramma Thema
Aspect
Criterium (indicator)
Methodiek
Aantasting wijkgroen. Agglomeratiekracht: aantrekkelijke Ruimtegebruik leefomgeving
Barrièrewerking/oversteekbaarheid. Sloop panden.
Expert judgement
Verlies parkeergelegenheid. Ruimtelijke kwaliteit (inpasbaarheid alternatieven in straatbeeld)
Verstedelijking
Expert judgement op basis van Realiseerbaarheid van het Mate van faciliteren realisatie verstedelijkingsopgave beschrijving maatregelenpakket, verstedelijkingsprogramma (volledigheid en tempo) in relatie tot het netwerk (auto, OV, fiets verkeersmodellering en effecten (capaciteit verkeersnetwerk) en voetgangers) als onderdeel van de mobiliteitstransitie. op alle doelstellingen. Kwalitatieve aansluiting Kwalitatieve aansluiting bereikbaarheidsoplossing op maatregelenpakket op (hoog)stedelijk milieu. verstedelijkingsprogramma
Expert judgement.
Ruimtegebruik In het onderzoek naar ruimtegebruik zijn de effecten op de openbare ruimte (leefomgeving) in beeld gebracht. De vijf alternatieven en bijbehorende varianten (HOV-bus, HOV-tram of lightrail) zijn kwalitatief beoordeeld waarbij gebruik is gemaakt van expert judgement (deskundigen op het gebied van de criteria). Het tracé is hierbij langsgelopen op basis van de schetsontwerpen van de varianten, ondersteund met beschikbare kaarten en waar mogelijk en relevant kwantitatieve gegevens over het ruimtebeslag van de varianten. Het aanleggen van een vrijliggende HOV-baan in alle alternatieven heeft als effect het opofferen van stuk openbare ruimte. Bij het aspect ruimtegebruik is de toe- en afname van de beschikbare aantrekkelijke openbare ruimte beoordeeld aan de hand van de criteria wijkgroen, barrièrewerking/oversteekbaarheid, sloop panden, verlies parkeergelegenheid en ruimtelijke kwaliteit die hierna zijn toegelicht. In deze (verkennings)fase is nog niet gekeken naar criteria die verband houden met verdere uitwerking van het ontwerp zoals vormgeving en daadwerkelijk inpassing en uitwerking van de haltes en verdere optimalisaties. De haltes zijn in deze fase nog indicatief en moeten worden gezien als zoeklocaties. In de planuitwerkingsfase wordt dit verder uitgewerkt en beoordeeld (zoals sociale veiligheid).