CConstaterende datLeidschendam-Voorburg
Koppel je AI →
Document · PDF

1938_220614 ROM CID-Binckhorst 14juni22 DEF.pdf

Commissie Omgeving 28 juni 2022, gemeente Leidschendam-VoorburgBij agendapunt: Raadsbrief: Terinzagelegging Ontwerp Masterplan Bereikbaarheid CID Binckhorst32.910 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

88

Figuur 85: Dwarsprofiel Melkwegstraat voor HOV-bus nabij de Zonweg

Tracedeel Prinses Mariannelaan (oost) Alternatief 4 4T

De bestaande halte in de Prinses Mariannelaan wordt aangepast en verlengd om geschikt te zijn voor de HOV-verbinding. Ook het fietspad achter de

HOV-tram

halte langs wordt hiervoor aangepast. Er is slechts

In deze variant wordt een HOV-tram verbinding via

ruimte voor perrons van ongeveer 2,5m in plaats

de Binckhorstlaan, de Prinses Mariannelaan en de

van 3 meter. Daarnaast gaat het verlengen van de

lus naar station Voorburg gerealiseerd.

halte ten koste van nabij gelegen parkeerplaatsen.

De gedachte achter deze variant is om gebruik te

Gezien de hoge parkeerdruk is in de volgende fase

maken van de bestaande sporen. In de Prinses

af te wegen hoe om te gaan met eventuele compen-

Mariannelaan is onvoldoende ruimte aanwezig om

satie van parkeergelegenheid of alternatieven zoals

een geheel vrijliggende HOV-baan in te passen,

deelmobiliteit.

waardoor het logisch is om gebruik te maken van de bestaande sporen.

Aandachtspunt bij deze variant is de verkeersveiligheid. In de Prinses Mariannelaan gaat de tram ge-

Aandachtspunten

mengd rijden met het overige verkeer. De tram rijdt

In het dubbelsporige deel van de Prinses

niet op een vrijliggende baan, waardoor het overige

Mariannelaan liggen de tramsporen echter te dicht

verkeer op elk punt met trams in conflict kunnen

op elkaar. Ongeveer driekwart van de lengte tussen

raken. Met name voor het langzaam verkeer is dit

de Binckhorstlaan en Laan van Middenburg voldoet

risicoverhogend. Daarnaast is te noemen dat het

niet aan het minimale profiel van vrije ruimte voor

verhoogde halteperron voor het overige verkeer een

de inzet van modern trammaterieel (op basis van

obstakel vormt. In de volgende fase moet overwogen

het Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT).

worden hoe hier in het ontwerp mee om te gaan.

In het schetsontwerp is daarom uitgegaan van het

Daarnaast is het gegeven dat de tram op de rijbaan

aanpassen en opschuiven van één van de twee spo-

bij de halte stopt niet bevorderlijk voor de door-

ren. In een volgende fase is een meer gedetailleerde

stroming van het achteropkomende autoverkeer en

inmeting van de sporen nodig, om de noodzaak

voldoet dit ook niet aan de beoogde HOV-kwaliteit.

tot aanpassing definitief vast te stellen. De overige

De noodzaak voor aanpassing van de sporen biedt

inrichting van de Prinses Mariannelaan blijft onver-

wel kansen tot optimalisatie van de weginrichting

anderd, met uitzondering van het kruispunt met de

(ook gericht op bestaande problemen).

Binckhorstlaan en de halte Diaconessenhuis. Op het kruispunt met de Binckhorstlaan zijn aanpassingen nodig voor aantakking van de sporen in de andere richtingen. Deze aanpassingen zijn echter wel nadelig voor de doorstroming van het autoverkeer op de route Geestbrugweg – Pr. Mariannelaan. Dit heeft ook een belangrijke relatie met het westelijke deel van de Prinses Mariannelaan.

Figuur 86: Dwarsprofiel Prinses Mariannelaan voor (HOV)tram

89

Tracédeel lus Voorburg Alternatief 4

Als optie is te overwegen om de veiligheid rond het tramspoor te verbeteren door een vrijliggende baan met afscherming te realiseren. Gezien de beperkte

Laan van Middenburg en Westeinde

ruimte in het dwarsprofiel gaat dit ten koste van

In de lus van de Laan van Middenburg en Westeinde

parkeerplaatsen en bomen. Nadeel bij een vrijlig-

is een optimalisatie van het huidige dwarsprofiel

gende trambaan in deze straten is dat er minder

voorzien. De belangrijkste reden hiervoor is dat

oversteekmogelijkheden zijn. Ook kan de vrijliggende

de fundering van de bestaande sporen onvol-

trambaan leiden tot hogere snelheden bij het auto-

doende stevig is voor frequente dienstregeling.

verkeer. En de tram kan met hogere snelheid rijden,

Het oppakken van het spoor biedt de kans om het

wat tot meer overlast bij omwonenden kan leiden.

volledige dwarsprofiel te optimaliseren (bijv. bredere

Een tweede optie is om de tram over de volledige

parkeerplaatsen), al is er weinig ruimte voor grote

lengte via de Prinses Mariannelaan te laten rijden

veranderingen.

(en niet via de lus van de Laan van Middenburg en Westeinde). Hierbij rijdt de tram via een gebieds-

In het schetsontwerp blijft de ligging van het tram-

ontsluitingsweg, die functioneel beter geschikt is

spoor ongeveer gelijk en ligt hier in de rijbaan in een

voor grotere voertuigen zoals trams. De inpassing

30km-zone. Er is hier sprake van menging met het

is vergelijkbaar met het overige deel van de Prinses

overige verkeer. Voor fietsers is hier een schrikstrook

Mariannelaan (zie hier).

buiten het profiel van vrije ruimte van de tram mogelijk. De ligging van de sporen wordt iets verschoven,

Aandachtspunt is dat ook hier de tram gemengd rijdt

zodat enige extra ruimte voor tegenliggers van de

met het overige verkeer.

tram mogelijk is. De huidige parkeerplaatsen en bestaande bomen blijven gehandhaafd.

Halte stationsplein Voorburg Bij station Voorburg wordt gebruik gemaakt van de

Dit ontwerp betekent een geringe aanpassing ten

bestaande sporen op het stationsplein. Wel worden

opzichte van de huidige situatie en betekent dat de

hier de benodigde perrons ingepast. En wordt aan de

tram gemengd is met zowel voertuigen als langzaam

zijde van het stationsplein de bestrating aangepast.

verkeer. Het mengen van de tram met het overige

Aan de zijde van de rijbaan moet een nieuw perron

verkeer is nadelig voor de verkeersveiligheid. Vanuit

worden gerealiseerd, wat ten koste gaat van de

de principes van Duurzaam Veilig is het niet wen-

parkeerplaatsen. Er moet nader bekeken worden of

selijk om in 30km-zones grote verschillen tussen

de bestaande bomen gehandhaafd kunnen blijven.

massa (tram vs langzaam verkeer) te mengen. In de praktijk kunnen verkeersdeelnemers overal oversteken en een risico is dat fietsers in de rails ten val komen. Dit betekent dat de tram met een lage snelheid moet rijden en gevoelig is voor vertragingen.

Figuur 87: Dwarsprofiel Laan van Middenburg voor tram

90

Tracédeel Jupiterkade Alternatief 5 5B

5T

zijden een ruimte van ongeveer 5 meter over voor trottoir c.q. kade. Overwogen moet worden of dit voldoende is voor de bereikbaarheid van de woonbo-

Bij de route via de Jupiterkade/Broekslootkade loopt

ten. De bereikbaarheid van de parkeergarages blijft

de HOV-baan over de Jupiterkade. De inpassing is

behouden omdat deze via de Junostraat worden

voor HOV-bus en HOV-tram vergelijkbaar. In dit deel

ontsloten. Aandachtspunt is dat de HOV-baan op de

van het gebied Binckhorst is de ontwikkeling van het

Jupiterkade deels in een hellingbaan komt te liggen

bouwplan Junopark voorzien. In de ontwikkeling van

om het hoogteverschil met de nieuwe brug over de

dit plan is echter geen rekening gehouden met de

trekvliet te overbruggen. Dit betekent dat de HOV-

inpassing van een HOV-baan. In de uitwerking van

baan hoger komt te liggen dan de rest van de kade.

een alternatief via deze route moet de ruimtelijke

De exacte hoogte en lengte van de hellingbaan zijn

inpassing nader onderzocht worden. In het gebied-

afhankelijk van de hoogte van de brug (zie paragraaf

spaspoort Junopark (niet vastgesteld) is voor de

6.15). In een volgende fase is daarom nader onder-

kade een nadruk op het ‘verblijven’ voorzien met een

zoek nodig naar de stedenbouwkundige inpassing

wandelroute en groen, en een rijbaan voor auto- en

van de HOV-baan op de kade in combinatie met de

fietsverkeer. Tevens is in het Beeldkwaliteitsplan

eigenschappen van de brug.

Binkchorst is dit gebied gemarkeerd als entree van het waterfrontpark en als Binckplek, een verblijfsplek

Verder is de aftakking in de Binckhorstlaan nabij

in de Binckhorst waar de openbare ruimte veel

de Binckhorstbrug een aandachtspunt. Enerzijds

aandacht krijgt. De OV-baan kruist het voorgestelde

wordt de aftakking een kruispunt met verkeers-

interactiemilieu en heeft daarom een negatieve

lichten, waarbij de regeling samenhangt met de

impact op de kwaliteit van de openbare ruimte. Met

Binckhorstbrug en kruispunt met de Maanweg.

de inpassing van de HOV-baan gaat dat karakter

Anderzijds ligt de aftakking in een helling vanwege

van de kade grotendeels verloren. Uitgaande van de

het hoogteverschil met de Binckhorstbrug. De tech-

huidige kadebreedte met positionering van de HOV-

nische inpassing hiervan vraagt nadere uitwerking en

baan in het midden van de kade blijft er aan beide

heeft mogelijk gevolgen voor de hoogteligging van de Jupiterkade en Binckhorstlaan.

Figuur 88: Impressie van inpassing hellingbaan en de hefbrug voor HOV-baan langs de Jupiterkade

91

Tracédeel Brug over Trekvliet Alternatief 5 5B

5T

In het schetsontwerp is nu uitgegaan van een vrije doorvaarthoogte (bij gesloten brug) van 2,1 meter boven het wateroppervlak. Met deze hoogte kunnen

Voor het kruisen van de Trekvliet is de realisatie

kleine vaartuigen (zoals kleine boten en kano’s)

van een brug nodig. In het schetsontwerp is het

ongehinderd onder de brug door. Wanneer de brug

uitgangspunt dat de vaarklasse van de Trekvliet, de

open gaat is dat nadelig voor de reistijd en be-

zwaaikom en de haven onveranderd blijven

trouwbaarheid van het HOV. Met deze hoogte is het

(CEMT II). Dit betekent dat een beweegbare brug

tevens mogelijk om de regionale fietsroute langs de

zonder pilaren in de zwaaikom nodig is. Gezien de

Trekvliet (Cromvlietkade) ongehinderde doorgang te

grote overspanning (ongeveer 100 meter) is dit

bieden met een onderdoorgang onder de HOV-baan

alleen mogelijk met een hefbrug. Een andere vorm

door van ongeveer 2,5 meter hoog (aandachtspunt

van een brug vraagt altijd om extra steunen in het

sociale veiligheid).

water voor de stabiliteit van de HOV-baan. Tevens is te benoemen dat de ligging van de brug in De inpassing van een hefbrug op deze locatie heeft

de omgeving voor geluidsoverlast kan zorgen. Het

een stedenbouwkundige impact op het straatbeeld,

geluid van het HOV verplaatst zich relatief makkelijk

vanwege de hijstorens van de hefbrug en de helling-

door de hoogte van de brug en de positie boven het

banen op beide oevers. De torens worden ongeveer

water.

25 meter hoog (doorvaarthoogte van 7 meter bij geopende brug). De hijstorens aan de zijde van de

Tot slot biedt de realisatie van een nieuwe brug een

Jupiterkade moeten deels in het water komen, om

kans om een extra verbinding over de Trekvliet te

de inpassing van de HOV-baan op de Jupiterkade

maken voor langzaam verkeer. Wel betekent de in-

mogelijk te maken. Deze staan wel buiten de

passing een nog grotere impact op de omgeving, met

doorvaart voor het scheepverkeer, maar wel moeten

name bij beide hellingbanen. Aan de Jupiterkade

hiervoor woonboten verplaatst worden. De helling-

blijft hierdoor weinig ruimte over op de kade. Aan

banen op beide oevers zijn ruim 100 meter lang.

de Broekslootkade gaat dit ten koste van de groene

De hoogte van de HOV-baan ligt daar ongeveer 3,5

zone.

meter boven maaiveld.

Figuur 89: Impressie van de hefbrug over de Trekvliet vanaf de Trekweg

92

Tracédeel Broekslootkade Alternatief 5 5B

5T

Het inpassen van een vrijliggende HOV-baan in de Broekslootkade hangt in grote mate samen met de vraag hoe om te gaan met de groene zone. De groenstrook en watergang vormen samen één ecologische verbinding, waarbij het wenselijk is om die zoveel mogelijk te behouden. De watergang heeft een verzamelfunctie, waarbij de capaciteit minimaal behouden moet blijven (en bij voorkeur wordt uitgebreid). De overige voorzieningen in de Broekslootkade (trottoirs, rijbaan, parkeerplaatsen) zijn reeds minimalistisch uitgevoerd. Er is geen ruimte te winnen door deze onderdelen smaller uit te voeren. Voor de schetsontwerpen is uitgegaan van twee mogelijke inpassingen: in een zijligging aan één zijde

Figuur 90: Dwarsprofiel Broekslootkade voor HOV-bus en HOV-tram

van de groenstrook (variant 5B HOV-bus) of een gesplitste ligging aan beide zijdes van de groenstrook

komt deze parkeergelegenheid grotendeels te

(variant 5T HOV-tram). Deze principes zijn op beide OV-systemen toe te passen en de conclusies zijn dan

vervallen. •

ook grotendeels uitwisselbaar.

Het is wenselijk om nabij de Haagweg een halte in te passen (alleen richting Den Haag Centraal). Andere richting kan gebruik maken

HOV-bus

van de bestaande halte op de Haagweg. Er is in

In variant 5B is de HOV-baan aan de noordzijde

de Broekslootkade geen ruimte om deze halte

van de groenstrook ingepast. Om de HOV-baan aan

in te passen. Mogelijkheden hiervoor zijn het

één zijde in te passen is de volledige breedte van

realiseren van een ‘zwevend’ perron boven de

de groenstrook aan de noordzijde nodig. Hierbij

watergang of een halte op één van de andere

komt een wand bij de watergang. De breedte van de

armen in de Haagweg.

watergang kan wel goeddeels in stand blijven, zodat

•

Tegenover de Stuwstraat is een oversteek

er geen impact is op de hoeveelheid oppervlakte-

voor langzaam verkeer voorzien. Dit om de

water. Ook de groenstrook aan de zuidzijde van de

korte afstanden tussen beide zijden van de

Broekslootkade blijft geheel behouden

Broekslootkade te behouden.

Bij de inpassing aan de noordzijde komt de HOV-

HOV-tram

baan in de groenstrook tussen de rijbaan en water-

Bij variant 5T HOV-tram gaat het schetsontwerp

gang te liggen. Naast de impact op de groenzone

uit van een gesplitste ligging van de sporen in de

speelt nog een aantal andere aandachtspunten bij

Broekslootkade. Ook bij deze manier van inpassen

deze inpassing:

komt de HOV-baan in de huidige groenstrook te

•

Aan de noordoostzijde van de Broekslootkade

liggen. Dit principe is vergelijkbaar met de tram-

komt een hellingbaan om het hoogteverschil

sporen in de Laakkade. Aan beide zijden van de

met de brug te overbruggen. Deze hellingbaan

groenstrook een deel van het groen verloren gaat

neemt iets meer ruimte in beslag dan een

en bomen gekapt moeten worden. Bij keuze voor

HOV-baan op maaiveld en vormt bovendien een

een tram is het wel mogelijk om de tramsporen een

visuele belemmering van het uitzicht vanuit de

groene groene afwerking te geven, zodat dit beter

woningen.

past in de omgeving. Verdere aandachtspunten

Naast de rijbaan wordt aan de zijde van de

bij dit ontwerp zijn vergelijkbaar bij de noordelijke

groenzone geparkeerd. In het schetsontwerp

ligging (HOV-bus):

•

93

•

Aan de noordoostzijde van de Broekslootkade komt een hellingbaan om het hoogteverschil

•

eenrichtingsverkeer nodig. •

Inpassing van extra HOV-baan heeft impact op

met de brug te overbruggen.

de verkeersafwikkeling op het kruispunt, wat

Vanwege de hellingbaan komt de HOV-baan

nadelig is voor de doorstroming voor andere

voor een groot deel niet in gesplitste ligging aan

richtingen.

beide zijden van de groenstrook. Op ongeveer

•

•

een derde van de lengte komt de HOV-baan dan

Andere opties

aan één zijde van de groenstrook te liggen.

Na keuze voor een voorkeursalternatief is een nadere

De ligging van de tram langs de buitenrand van

integrale studie nodig naar de beste (stedenbouw-

de groenzone zorgt voor barrière voor het zicht

kundige) inpassing in de Broekslootkade. Naast de

op en gebruik van de groenzone.

twee weergegeven schetsontwerpen zijn twee andere

In het schetsontwerp komt de parkeergelegen-

opties te overwegen:

heid aan de zijde van de groenzone grotendeels

•

te vervallen. Behoud van parkeren is wel

Optie 1. Situering van de HOV-baan in het midden

mogelijk, maar betekent een verdere versmalling

van de Broekslootkade boven de watergang. Hiermee

van de groenstrook.

blijven groenstroken aan de zijkanten aanwezig

Het is wenselijk om nabij de Haagweg een halte

en blijft het groene straatbeeld vanaf de rijbaan/

in te passen (alleen in de richting van Den Haag

woningen behouden. Nadeel hiervan is dat de gehele

Centraal). Hiervoor is alleen ruimte aanwezig

groenstrook verandert en de samenhang tussen wa-

in de groenstrook aan de zijde van het water.

ter en groen verdwijnt. Ook vraagt dit om het geheel

De andere richting kan gebruik maken van de

ondergronds brengen van de watergang.

bestaande halte op de Haagweg. Er is aan de

•

Broekslootkade geen ruimte om deze halte

Optie 2. Het HOV inpassen op de huidige rijbaan

in te passen. Mogelijkheden hiervoor zijn het

en gemengd laten rijden met het overige verkeer.

realiseren van een ‘zwevend’ perron boven de

Deze optie voorkomt aantasting van de groenstrook,

watergang of een halte op één van de andere

zodat deze waarde behouden blijft. Het grootste

armen in de Haagweg.

nadeel is dat de kwaliteit van het openbaar vervoer

Tegenover de Stuwstraat is een oversteek

zonder vrije baan niet volledig voldoet aan de eisen

voor langzaam verkeer voorzien. Dit om de

van HOV. Daarnaast komt de HOV-lijn dichter bij de

korte afstanden tussen beide zijden van de

woningen te rijden. Bovendien is dit nadelig voor de

Broekslootkade te behouden.

verkeersveiligheid. In de basis past het mengen van openbaar vervoer in een woonstraat niet bij de prin-

Tevens moet bij een gesplitste ligging het kruispunt

cipes van Duurzaam Veilig (grote verschillen in mas-

met de Haagweg aangepast worden. Er is een nadere

sa). Daarnaast ontstaat een gestrekter straatbeeld,

studie nodig naar de exacte wijze waarop dit kruis-

waardoor hogere snelheden van het autoverkeer te

punt kan worden vormgegeven. Er komt een aantal

verwachten zijn (meer karakter van een ontsluitings-

vraagstukken bij elkaar:

weg dan woonstraat). Verdere aandachtspunten zijn

•

De gesplitste ligging van de tramsporen en

dat het HOV dan ook gemengd rijdt met verkeer van

boogstralen zorgen voor een grootschalige opzet

en naar de basisschool en dat fietsverkeer (onge-

van de kruispunten.

wenst) tegen de richting in gaat rijden. Het bieden

Op het kruispunt is reeds een splitsing van

van meer ruimte voor fietsverkeer gaat ten koste

tramsporen aanwezig, waar rekening mee moet

van groen. Verder moet de ontsluitingsstructuur van

worden gehouden met inpassing van de extra

omliggende buurten opnieuw opgezet worden.

•

splitsing naar de Broekslootkade. •

De beide zijden van de Broekslootkoade zijn niet langer op één punt op het kruispunt aan te takken. Mogelijk zijn aanpassingen in de ontsluitingsstructuur van omliggende wijken en

94

3

Beoordeling

3.1

Beoordelingskader De focus van de effectbeoordeling ligt in het Plan-MER primair op de onderlinge verschillen van de alternatieven, op de kansen en risico’s van de alternatieven en op de haalbaarheid van de alternatieven als voorkeursalternatief. De effectbeoordeling richt zich in het Plan-MER daarmee alleen op de aspecten die bepalend zijn voor de te maken afwegingen, die onderscheidend zijn en nodig zijn om de juridische haalbaarheid te bepalen. THEMA

Aspect

Criterium (Indicator)

Methodiek

Verbinding met kennisclusters

Reistijd van/naar TU Delft en Universiteit Leiden (min)

Bepalen gemiddelde reistijd vanuit plangebied o.b.v. V-MRDH model

Nationale bereikbaarheid

Reistijd tot REOS toplocaties Schiphol-Amsterdam Zuidas, stationsgebieden Utrecht, Eindhoven en Rotterdam (min)

Bepalen gemiddelde reistijd vanuit plangebied o.b.v. V-MRDH modellering

Internationale bereikbaarheid

Reistijd tot Schiphol, Rotterdam The Hague Airport, Den Haag Centraal, Rotterdam Centraal (min)

Bepalen gemiddelde reistijd vanuit plan- en studiegebied o.b.v. V-MRDH modellering

Toename regionale agglomeratiekracht

Bijdrage aan de concurrentiepositie en het functioneren van de regio ten opzichte van regio- en sectorspecifieke concurrenten

Expert judgement op basis van concurrentieanalyse

Bereikbaarheid van mensen, arbeidsplaatsen en voorzieningen

Bereik per modaliteit (auto, OV, fiets en voetgangers) binnen 30 en 45 minuten, van mensen, arbeidsplaatsen en voorzieningen/ recreatiegebieden

Analyse op basis van reistijd isochronen uit V-MRDH model

Mobiliteitstransitie

Mate van stimuleren transitie auto naar andere modaliteiten

Kwalitatieve beschouwing van procentuele wijzigingen in modal split (auto-, OV- en fietsritten en voetgangers) in relatie tot verstedelijkingsopgave en doelstellingen

Verkeersmodellering met het V-MRDH model

Beperken (NMCA) knelpunten hoofdwegennet

Effect op bestaande knelpunten spoor

Mate waarin knelpunten worden verholpen of toenemen

Expert judgement impact op knelpunten op basis van kwalitatieve inschatting van verhouding gebruik (uit model) / capaciteit

Beperken (NMCA) knelpunten spoor

Effect op bestaande knelpunten spoor

Mate waarin knelpunten worden verholpen of toenemen

Expert judgement impact op knelpunten op basis van kwalitatieve inschatting van verhouding gebruik (uit model) / capaciteit

Beperken bestaande (NMCA) knelpunten bus, tram, metro

Effect op bestaande capaciteitsknelpunten bus, tram, metro

Mate waarin knelpunten worden verholpen of toenemen

Expert judgement impact op knelpunten op basis van kwalitatieve inschatting van verhouding gebruik (uit model) / capaciteit

Bijdrage aan ambities OV

Robuustheid, capaciteit en betrouwbaarheid van het OV- netwerk

Mate waarin alternatieve routes en overstapmogelijkheden beschikbaar zijn (robuustheid). Mate waarin het netwerk de (grote) groei kan opvangen en de kansen op verstoringen (betrouwbaarheid en capaciteit).

Kwalitatieve beschrijving

Bijdrage aan ambities fiets

Robuustheid, capaciteit en betrouwbaarheid van het fietsnetwerk

Mate waarin alternatieve routes en overstapmogelijkheden beschikbaar zijn

Kwalitatieve beschrijving

Bijdrage aan ketenmobiliteit

Robuustheid en betrouwbaarheid van het integrale vervoerssysteem

Mate waarin netwerken van verschillende modaliteiten op elkaar aansluiten en onderdeel zijn van een netwerk

Kwalitatieve beschrijving

Verkeersveiligheid

Effect op verkeersveiligheid

Verkeersveiligheidsrisico’s Scheiding modaliteiten en aantal (deel)conflictpunten

Kwalitatieve beschrijving

Bereikbaarheidseffecten

Agglomeratiekracht: economisch

Agglomeratiekracht: aantrekkelijke leefomgeving

Tabel 7: Beoordelingskader voor mobiliteit

96

THEMA

Aspect

Criterium (Indicator)

Methodiek

Toe- en afname beschikbare aantrekkelijke openbare ruimte: - Wijkgroen. - Barrièrewerking, oversteekbaarheid. - Te slopen panden. - Verlies parkeergelegenheid. - Ruimtelijke kwaliteit

Expert judgement

Realiseerbaarheid van het verstedelijkingsprogramma (capaciteit verkeersnetwerk)

Expert judgement op basis van beschrijving maatregelenpakket, verkeersmodellering en effecten op alle doelstellingen

Kwalitatieve aansluiting maatregelenpakket: ontwikkelmogelijkheden naastliggende percelen

Expert judgement

Effect op (bekende) archeologische waarden

GIS-analyse en expert judgement

Effect op waardevolle monumenten, industrieel erfgoed en waardevolle stadsgezichten

GIS-analyse en expert judgement

Gebiden

GIS-analyse en expert judgement

Soorten

GIS-analyse en expert judgement

Bodemverontreiniging

GIS-analyse en expert judgement

Waterkeringen en waterveiligheid

GIS-analyse en expert judgement

Oppervlaktewater

GIS-analyse en expert judgement

Grondwater

GIS-analyse en expert judgement

Aantal gehinderden binnen geluidsklassen

Geluidsmodellering

Verandering in concentraties NO2

Modellering luchtkwaliteit

Verandering in concentraties PM10

Modellering luchtkwaliteit

Verandering in concentraties PM2,5

Modellering luchtkwaliteit

Trillingen

Aantal gehinderden / schadepanden

Trillingscontouren

Externe veiligheid

Risico’s externe veiligheid

Expert judgement o.b.v. risicokaart

Bijdrage aan energietransitie

Emissiereductie CO2

Expert judgement

Bijdrage aan Circulaire Economie

Hoeveelheid benodigd materiaal in realisatiefase

Expert judgement

Bijdrage aan klimaatadaptatie

Omvang van mogelijkheden / risico’s

Expert judgement

Kosten in relatie tot kansen voor financiering

Kostenraming alternatieven en varianten bandbreedte 40%. Kostenraming voorkeursalternatief bandbreedte 25%.

SSK kostenraming

Verhouding tussen maatschappelijke kosten en baten

Met een MKBA, conform de nationale richtlijnen voor bereikbaarheidsprojecten, worden de maatschappelijke kosten en baten van de alternatieven en varianten t.o.v. de referentie in beeld gebracht.

Overzicht effecten m.b.t. de leefomgeving

Ruimtegebruik

Verstedelijking

Archeologie en cultuurhistorie Agglomeratiekracht: aantrekkelijke leefomgeving Natuur Bodem Water

Geluid

Luchtkwaliteit

Duurzaamheid

Financiële haalbaarheid

Betaalbaarheid

Kosten/baten

Kosten in relatie tot doelbereik en vervoerswaarde (baten)

Exploitatie openbaar vervoer

Verandering in exploitatiesaldo (opbrengsten en kosten)

Verandering in exploitatiesaldo (opbrengsten en kosten)

Op basis van een analyse van de veranderingen in exploitatiekosten en -opbrengsten worden de effecten op exploitatiesaldo en de kostendekkingsgraad bepaald

Adaptiviteit

Mogelijkheid voor bijstelling van het maatregelenpakket in de tijd

Aandeel mobiliteitsmaatregelen versus grote, onomkeerbare keuzes, ook i.r.t. toekomstvastheid en flexibiliteit van de alternatieven

Expert judgement

Tabel 8: Beoordelingskader leefomgeving en financiële haalbaarheid

97

Referentiesituatie Het Plan-MER brengt in beeld wat de milieu- en leefomgevingskwaliteit is op dit moment (huidige situatie) en in een toekomst waarbij de beoogde ontwikkeling van een Basispakket Mobiliteit (inclusief HOV) niet zou plaatsvinden (referentiesituatie). De referentiesituatie is de situatie in 2040 als er géén HOV-verbinding en een Basispakket Mobiliteit is gerealiseerd, maar overige vastgestelde projecten en ontwikkelingen en ruimtelijke ambities wel worden uitgevoerd. Dit zijn projecten of ontwikkelingen waarvoor de ruimtelijke procedures zijn doorlopen en/of recent zijn gerealiseerd en daarmee autonoom gerealiseerd kunnen worden. Belangrijke ontwikkelingen die onderdeel zijn van de referentiesituatie, zijn de vastgelegde verstedelijkingsopgave in CIDBinckhorst en ambities voor de Binckhorst70 en de mobiliteitsmaatregelen uit het in 2019 vastgestelde No-regretpakket CID-Binckhorst. De vijf alternatieven en bijbehorende tien varianten zijn vergeleken met deze referentiesituatie. De verschillen tussen de referentiesituatie enerzijds en de alternatieven/varianten anderzijds zijn de projecteffecten.

98

3.2 Bereikbaarheidseffecten Deze paragraaf is gebaseerd op het onderzoek uit deelrapport 1 van het PlanMER. In dit deelrapport is specifiek ingegaan op de bevindingen ten aanzien van bereikbaarheidseffecten, veranderingen in mobiliteitsgedrag en verkeersveiligheid, aan de hand van de daarvoor geldende criteria uit het beoordelingskader. In onderstaande tabel is een overzicht gegeven van de beoordelingen van alle criteria voor elke variant. Ref Aspect

Alt 1 1B

Criterium

1T

Alt 2 1L +1

1L -1

2B

2T

Alt 3

Alt 4

2L +1

3B

4T

Alt 5 5B

2040 5T L Reg

Agglomeratiekracht: Verbinding met kenniseconomisch clusters (reistijden)

0

0

0

+

+

0

0

++

0

0

0

0

+

Nationale bereikbaarheid (reistijden)

0

0

+

++

++

0

+

++

0

+

0

+

++

Internationale bereikbaarheid (reistijden)

0

+

+

++

++

+

+

++

+

+

+

+

++

Toename regionale agglomeratiekracht (concurrentiepositie)

0

+

++

++

++

+

++

++

+

++

+

++

++

0

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

++

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Effect op knelpunten Beperken (NMCA) knelpunten hoofdwegennet

0

-

-

0

0

-

-

0

-

-

-

-

0

Beperken (NMCA) knelpunten spoor

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

+

Beperken bestaande (NMCA) knelpunten bus, tram, metro

0

0

+

+

+

0

+

+

0

+

0

+

++

0

0

+

++

++

0

+

++

0

0

0

+

++

Bijdrage aan ambities fiets

0

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

Bijdrage aan ketenmobiliteit

0

0

+

+

+

0

+

+

0

+

0

+

++

0

0

+

++

++

0

+

++

0

-

0

+

++

Agglomeratiekracht: Bereikbaarheid van aantrekkelijke mensen, arbeidsplaatleefomgeving sen en voorzieningen (reistijd-isochronen) Mobiliteitstransitie

Bijdrage aan ambities ov en fiets

Verkeersveiligheid

Mate van stimuleren transitie van auto naar andere modaliteiten

Bijdrage aan ambities OV

Tabel 9: Overzicht scores per variant op de criteria uit het beoordelingskader voor mobiliteit

Economische agglomeratiekracht In algemene zin is te concluderen dat de effecten

De economische agglomeratiekracht wordt vanuit

van de alternatieven en varianten zich met name on-

het oogpunt van bereikbaarheid voor een groot

derscheiden naar OV-systeem (met een paar kleine

deel bepaald door de nabijheid van belangrijke

afwijkingen). Dit wil zeggen dat alle varianten met

bestemmingen. Een goede bereikbaarheid zorgt

een HOV-bus redelijk vergelijkbaar scoren. Ditzelfde

ook voor een betere concurrentiepositie. Hierbij is

geldt voor de varianten met HOV-tram en Lightrail.

primair gekeken naar de reistijd (uit het verkeersmo-

Veel bevindingen bij het beoordelingskader zijn dan

del) tussen de Binckhorst en belangrijke locaties

ook naar OV-systeem te maken. Conclusie daarbij is

(kennisclusters TU Delft en Universiteit Leiden;

dat de routekeuze weinig onderscheidt maakt in de

REOS-toplocaties Schiphol-Amsterdam Zuidas,

effecten.

stationsgebieden Utrecht, Eindhoven en Rotterdam;

99

Schiphol, Rotterdam The Hague Airport, Rotterdam

noemenswaardige verandering in het gebied dat bin-

Centraal).

nen 45 minuten te bereiken is. Conclusie is dat zowel in de autonome ontwikkeling als bij de onderzochte

In algemene zin kan geconcludeerd worden dat

varianten er geen grootschalige effecten zijn op het

de reistijden van/naar belangrijke bestemmingen

bereik van de fiets en auto vanuit Binckhorst. Wel is

afnemen. Dit geldt voor alle varianten en alle OV-

op te merken dat richting de autonome ontwikkeling

systemen. In de varianten wordt de meeste reistijd-

de bereikbaarheid voor de auto iets verslechterd aan

winst geboekt op het gedeelte tussen de Binckhorst

de randen van het gebied.

en Den Haag Centraal. Bij een eventuele toekom-

In het OV-netwerk zijn de verbeteringen groter en

stige doortrekking (L Reg) wordt ook reistijdwinst

wordt een groter deel van plaatsen of zelfs nieuwe

geboekt tussen Binckhorst en Zoetermeer/Utrecht.

plaatsen bereikbaar t.o.v. de referentie. Het gaat

De reistijdwinst bij de HOV-busvariant is relatief

hierbij om grotere steden als Leiden, Zoetermeer en

beperkt (neutrale score, met alleen lichte verbete-

Delft. Uit de bereikbaarheidskaarten voor OV volgt

ring naar Schiphol en Rotterdam The Hague Airport).

dat bij de HOV-busvarianten er binnen 45 minuten

Door de vrijliggende baan is er een snellere verbin-

reistijd een kleine verbetering in de bereikbaarheid

ding Binckhorst – Den Haag Centraal. Nadelig voor

zichtbaar is in Segbroek, Haagse Hout, Nootdorp en

de reistijd is dat er minder rechtstreekse verbindin-

Leiden. Het bereik voor de tram is marginaal groter.

gen zijn en reizigers vaker moeten overstappen (in

De lightrailvarianten 1L en 2L (zonder regionale

Den Haag Centraal, Voorburg of Rijswijk). Bij een

doortrekking) kennen een vergelijkbaar bereik als

HOV-tram zijn de reistijden enigszins korter dan de

de tram. Ondanks de snellere verbinding neemt

HOV-busvarianten. De kortere reistijden bij HOV-

het aantal bereikbare gebieden niet sterk toe. Alle

tram wordt vooral verklaard doordat reizigers minder

varianten zijn daarmee (licht) positief (+) beoordeeld

vaak hoeven over te stappen (directe verbindingen

en niet onderscheidend. Alleen bij een eventuele

richting Den Haag en Delft) en snellere overstap op

doortrekking naar Zoetermeer (L Reg) wordt de

Den Haag Centraal. Bij de lightrailvarianten worden

omvang van het te bereiken gebied verder vergroot

de voordelen van de HOV-tram verder versterkt door

met Zoetermeer.

hogere snelheden op de vrijliggende HOV-baan. Dit resulteert in duidelijke reistijdwinst en een sterk

Mobiliteitstransitie

positieve score op de criteria.

Om woonplaatsen aantrekkelijk te houden voor inwoners en bezoekers wordt steeds vaker ingezet op

Verder is bij economische agglomeratiekracht

mobiliteitstransitie. Dit biedt enerzijds mogelijkhe-

gekeken naar de concurrentiepositie. De concur-

den voor (grootschalige) gebiedsontwikkelingen om

rentiepositie is meetbaar gemaakt door het aantal

te voldoen aan woningbouwopgaves en geeft ander-

arbeidsplaatsen dat binnen 45 minuten met OV

zijds meer ruimte voor een aantrekkelijke leefomge-

vanuit de Binckhorst te bereiken is te beoordelen.

ving. Mobiliteitstransitie wil zeggen meer gebruik van

Bij alle varianten sprake is van een toename in het

duurzame mobiliteit (zoals te voet, per fiets of het

aantal bereikbare arbeidsplaatsen. De toename is

OV) en minder van de auto. In Den Haag is hiervoor

circa 18% in de busvarianten (+), 25% in de tramva-

in februari 2022 de Strategie Mobiliteitstransitie

rianten (++) en 29% in de lightrailvarianten.

vastgesteld en ook bij de ontwikkeling van CID-

Agglomeratiekracht: aantrekkelijke leefomgeving

100

Binckhorst zijn reeds stappen in die richting gezet (met bijvoorbeeld strenge parkeernormen).

Naast de economische bereikbaarheid gaat het

In het beoordelingskader is gekeken in hoeverre de

bij agglomeratiekracht ook om een aantrekkelijke

varianten bijdragen aan de beoogde mobiliteitstran-

leefomgeving. Een aantrekkelijke leefomgeving voor

sitie. In de beoordeling van de mobiliteitstransitie

inwoners van het gebied gaat over de mate waarin

is gefocust op de effecten in het gebied Binckhorst.

inwoners en bezoekers andere mensen kunnen

Het gebied CID wordt al goed ontsloten met ver-

ontmoeten en waarin voorzieningen en functie

schillende intercitystations en meerdere tramlijnen

voorhanden zijn. In de beoordeling is gekeken hoe

met een hoge frequentie. Een HOV-verbinding door

groot het gebied is dat vanuit de Binckhorst binnen

Binckhorst heeft beperkt onderscheidend vermogen

een reistijd van 45 minuten bereikt kan worden.

voor de vervoerswijzekeuzes in het CID. In het gebied

Voor zowel reizigers per fiets als per auto is er geen

Binckhorst zijn deze wel terug te zien.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leidschendam&id=9752a340-88cc-4929-8cdd-3c8ca3ad9be1