Verslag raadscommissie Stedelijke Ontwikkeling
Tekst van het document
De gemeente hoeft niet te stringent te zijn, maar die regels zijn er niet helemaal voor niets. De heer Kersten begrijpt het punt van de heer Otten heel goed. Hij zou het best willen steunen omdat in het verleden is gebleken dat Erfgoed Leiden wel eens inconsequent en met een zekere willekeur handelt. Het standpunt is niet altijd even logisch. Over smaak valt niet te twisten of misschien juist heel veel. Het blijft moeilijk om hierin neen algemene lijn te trekken. Iemand kan zeggen dat de mensen in individuele gevallen altijd nog een bezwaarschrift tegen een besluit kunnen indienen. Het gaat, zoals de wethouder al zei, om bestaande woningen, niet over nieuwbouw. Hij vindt het moeilijk, maar hij zou het voorstel in principe willen steunen, maar met de aantekening dat de taak van Erfgoed Leiden wel degelijk moet worden gerespecteerd. De heer Haas denkt dat de heer Otten een interessant punt aansnijdt. Een huis is een woning, maar het is ook een thuis. Als iemand heel lang ergens woont, dan kan het soms prettig zijn om vanwege een gezinsuitbreiding of wat dan ook iets bij te bouwen op eigen grond. Maar hij voelt eigenlijk ook een bredere discussie Hij wil die nu niet voeren, maar hij wil toch iets zeggen over de rol van Erfgoed Leiden. Dat kwam ook al bij het energievraagstuk naar voren en misschien is het iets om ooit op de agenda te zetten om daarover na te denken.
Erfgoed Leiden neemt kennelijk af en toe een beperkende rol op zich. De heer Kersten noemt dat een soort willekeur en spreker ervaart dat ook nog wel eens. Misschien is het een idee om daar in algemene zin over na te denken. Dit is geen voorstel, maar het is interessant om erover na te denken. De heer Otten ziet veel steun voor het idee erachter. Tegelijkertijd ziet hij de zorg van het college over hoe het precies zit. Hij denkt zelf aan een oproep aan het college om hier nog eens goed naar te kijken en na te gaan of dit vaker voorkomt en of hier flexibel mee kan worden omgegaan waardoor iets meer woonruimte wordt gecreëerd. Hij wil dat echter afstemmen met een aantal fracties dat positief reageerde. Hij wil het meer insteken in de zin van dit uitzoeken. Hij kan ook een technische vraag stellen, maar hij kan zich voorstellen dat het vrij ingewikkeld is om dat in één week boven tafel te krijgen. Het lijkt hem betere om via een motie het college op te roepen om dit in kaart te brengen om te kunnen bekijken of het kan worden verbeterd zonder dat dit meteen tot regelwijziging leidt. Op die manier kan er weer iets worden gedaan aan de woningnood. Wethouder Spijker vraagt of zij dan moet enken aan een motie bouwen in de achtertuin of zoiets. Of gaat het verder dan dat? De heer Otten antwoordt dat in heel veel gevallen gaat om een opbouw op het eigen huis.
Op de begane grond is dan een uitbouw toegestaan, maar daarbovenop bouwen op de eerste verdieping mag dan vaak niet. Maar hij zal het nog verder verduidelijken. De voorzitter gaat ervanuit dat eerst nog enige research plaatsvindt en dan ziet hij wel of daar nog een voorstel uit voortkomt. Intussen heeft hij van de commissiegriffier begrepen dat het eten is gearriveerd. In principe is de pauze voor het diner gepland om 19.00 uur. Dat is het nu bijna. Er zijn nog discussiepunten van de PS en van de CU. Dat gaat toch wel even duren. Zijn voorstel is daarom om nu te schorsen en na de schorsing door te gaan met de laatste punten en daarna de reguliere
Commissie Stedelijke Ontwikkeling d.d. 2 november 2021
27
stukken te bespreken. Hij weet echter dat een aantal commissieleden zal wisselen. De heer de Crom erkent dat het de discussiepunten van twee fracties zijn. Hij wil daaraan recht doen, maar hij heeft niet het idee dat die fracties tien discussiepunten hebben. Daarom vraagt hij of die niet nu kunnen worden besproken. Dan begint de schorsing tien minuten later. Dit zou zijn voorkeur hebben en een aantal raadsleden verkeert in dezelfde situatie als hij. De voorzitter begrijpt dat thuis op de heer De Crom en een aantal anderen wordt gewacht. Hij vraagt aan de commissie of zij doorgaat en stelt vast dat zij inderdaad wil doorgaan. De leden hebben dan een extra reden om kort en bondig te zijn. Spreker komt bij de discussiepunten van de PS. Het eerste is een nieuw leven voor de wooncoach. Hij vraagt de heer Kersten om een korte en bondige toelichting. De heer Kersten herinnert eraan dat de raad al eens het voorstel voor een wooncoach, in het verleden seniorenmakelaar genoemd, heeft aangenomen. Er is een onderzoek uitgevoerd, maar daarna is de zaak blijven liggen door het idee dat er te weinig kleine woningen waren om die verhuisketens op gang te brengen. Dat is nu dus niet zo. Hij heeft hiervoor al steun gekregen van de PvdA. Mensen, vaak senioren, zitten in een te grote woning, zij zouden naar een kleinere woning willen, maar zitten dan vaak met een draconische huurverhoging.
In het systeem zoals dat indertijd door de PvdA als initiatiefvoorstel is ingediend zou dat niet meer zo zijn. De corporaties zouden hierin een belangrijke rol spelen. De wooncoach heeft een bemiddelende functie en is een soort oliemannetje om oudere mensen te brengen naar een gebied waar voorzieningen zijn. Starters kunnen dan bij elkaar gaan wonen en dan blijven er woningen over. Aan deze functie zitten vele facetten die nu niet hoeven te worden besproken. Dat is destijds al gebeurd. Het saldo aan woningen die over worden gehouden is nooit zo expliciet besproken. Dat voegt hij eraan toe. De kosten kunnen worden verdeeld tussen corporaties, Incluzio en de gemeente. Dat is kort en bondig de wooncoach. Punt. De heer Van Diepen merkt op dat de commissie het vandaag wel over veel nieuwe banen heeft. Hij heeft ooit met iemand van een van de corporaties gesproken. Die zei dat de corporaties hier al veel aan doen, maar dat het gewoon niet lukt. Er is veel in geïnvesteerd, maar er zijn uiteindelijk maar heel weinig mensen die die stap maken. Daarom vraagt hij wat dit gaat toevoegen aan wat de corporaties zelf doen. De heer Kersten kent het punt. De heer Radius, directeur van Ons Doel, zei tegen hem dat de corporaties wel achter de voordeur komen en dat dit helemaal niet nodig is. Maar dat is maar een heel beperkte groep. Intussen zijn de mens en de woonsituatie veranderd.
Er is wel degelijk veel behoefte aan, maar dat werd destijds gezegd door de directeur van Ons Doel. Hij is daar later overigens wel op teruggekomen. Spreker blijft dit toch heel nuttig vinden. De heer Otten hoort dat de heer Kersten refereert aan een initiatiefvoorstel van voorgangers van hem. Het is een heel complex probleem en de wooncoach is zeker geen wondermiddel dat alle problemen gaat oplossen, maar spreker blijft het een interessant middel vinden om mensen te helpen met alle ingewikkelde dingen die zich voordoen bij het verhuizen naar een meer passende woning. De PvdA vindt het wel een interessant idee. De heer Van Spronsen vindt dat het op zich positief en sympathiek klinkt. Het hangt echter wel af van de precieze doelstellingen Ook niet onbelangrijk is welke dekking er is. De heer Van der Woerd neemt dit mee naar zijn fractie. Die moet het echt bespreken en moet de voorwaarden zien. Hij kan er nu geen steun voor uitspreken. Voor mevrouw Heijnen geldt hetzelfde. Zij dacht dat er een particuliere organisatie is die dit al doet. Wethouder Spijker stelt dat het cruciale punt natuurlijk de doorstroming is en de beschikbaarheid van een volgende woning die aantrekkelijk genoeg is voor mensen om daarheen te verhuizen. Dat is ontzettend belangrijk. Er zijn veel mensen die alleen in een grote woning zitten.
Zij heeft in ieder geval in december 2021 een overleg met het Leidse Platform Wonen met als thema doorstroming. Dat is ook opgenomen in de langjarige prestatieafspraken. Zij gaat met de corporaties echt bekijken hoe zij dit verder gaan uitwerken. Of een wooncoach daarin een rol kan spelen zal daarbij ongetwijfeld ook
Commissie Stedelijke Ontwikkeling d.d. 2 november 2021
28
ter sprake komen. Maar op dit moment moet er eerst voor worden gezorgd dat er voldoende woningen zijn waarvan mensen denken dat zij daar wel voor voelen. Dit is iets dat echt prominent op de agenda staat. Besproken wordt wat mogelijk is, ook in het bredere perspectief. De voorzitter vraagt de heer Kersten naar zijn conclusie. De heer Kersten gaat goed geargumenteerd en met de vragen van de collega’s in het achterhoofd een motie maken en misschien een amendement en die gaat hij indienen. De voorzitter heeft als tweede punt van de heer Kersten genoteerd: een verhuurvergunning. Spreker vraagt hem dit kort toe te lichten. De heer Kersten zet uiteen dat dit instrument een aantal maanden geleden door Groningen is geïntroduceerd. Het is inmiddels door een aantal steden overgenomen, waaronder Haarlem en Amsterdam. Dit instrument is bedoeld om met name de huisjesmelkers, maar in het algemeen de verhuurders op het rechte pad te houden en om streng te zijn, als zij dat niet doen. Verder is het doel het onmogelijk te maken dat verhuurders hun huurders slecht behandelen, de huren naar wikkekeur verhogen en huurders terroriseren en bedreigen. De straf is het kwijtraken van de vergunning en in sommige gevallen volgens Groningen zelfs het kwijtraken van het huis. Dat laatste is wel heel drastisch. Hij weet niet of dat juridisch kan. Dat is de verhuurvergunning.
De heer Haas denkt dat er verschillende medeleden van deze commissie zijn die voorstander zijn van het niet overtreden van de wet. Hij denkt ook dat intimidatie en geweld tegen huurders niet de bedoeling is. In zekere zin zou hij ook voorstander zijn van strenger beleid in situaties waarin dat gebeurt. De exacte vorm waarin de heer Kersten dat nu voorstelt is hem wel een beetje onduidelijk. Als er meer toelichting op komt, kan hij hier misschien ja of nee op zeggen. Maar in principe is het duidelijk dat zijn fractie tegen machtsmisbruik door verhuurders is. De heer Otten kent het voorbeeld uit Groningen goed. Hij vindt dat interessant. In het conceptverkiezingsprogramma van de PvdA staat ook dat zijn partij daarnaartoe zou willen, maar dat betekent niet dat zijn fractie er nu voor is. Een dergelijke wijziging is wel een heel grote stap. Hij weet van de burgemeester dat deze nu ook al op korte termijn kan optreden, als er misstanden zijn. Met een vergunning is het mogelijk om alle vergunningen van een verhuurder in één keer aan te pakken, maar dat kost wel heel veel ambtelijke inzet. Het zou misschien iets kunnen zijn voor een nieuw college, maar het zou wel erg veel impact hebben om er nu even over te beslissen. Zijn fractie zal daar dus niet voor zijn.
De heer Friso heeft al tegen de heer Kersten gezegd dat GL in de discussie rond de verkamering het oor ook te luisteren heeft gelegd bij andere studentensteden en dat hij ook wist dat het toen in Groningen net was ingevoerd. Zijn fractie heeft toen gezegd dat zij wilde bekijken hoe het daar functioneert. Het is ook een systeem dat GL principieel wel ziet zitten. De gemeente zegt tegen iemand dat hij zich als een goede verhuurder gedraagt en dat hij in deze stad wel of niet mag verhuren en dat hij, als hij zijn recht verspeelt, in deze stad niet meer als verhuurder mag optreden. Leiden heeft nu een systeem dat niet een vergunning geeft aan een verhuurder, maar aan een pand. Het is maar net waar iemand voor kiest. Er werd toen gezegd dat dit systeem gemakkelijker in te voeren is omdat de gemeente al die onttrekkingsvergunningen heeft waarmee de gemeente voorwaarden mag stellen waaronder iemand een bepaald pand mag verhuren. GL heeft toen gevraagd om daarin in elk geval goed verhuurderschap en eerlijke huurprijzen voorwaardelijk te maken voor een dergelijke onttrekkingsvergunning. Al dat soort voorwaarden zitten nu dankzij zijn fractie in de vergunning per pand. Dan is het nog steeds mooi om per verhuurder, dus per persoon of per bedrijf, een vergunning in te stellen.
Het effect van een dergelijke stelselwijziging is echter relatief klein, terwijl wel het hele systeem overhoop wordt gehaald. Leiden heeft natuurlijk ook het huurteam dat tegen misstanden kan optreden en kan begeleiden naar politie en huurcommissie, als er echt grote misstanden zijn. Hij denkt dat de capaciteit van een stelselwijziging nu niet opweegt tegen de winst. Maar principieel vindt zijn fractie het ook een punt waar zij voor is en dat wil hij in het verkiezingsprogramma hebben. Wethouder Spijker wilde een heel betoog houden, maar de heer Friso geeft met uitzondering van zijn laatste opmerking over het verkiezingsprogramma precies weer hoe het zit en hoe Leiden het heeft geregeld. Zij raadt aan om dit te zijner tijd te betrekken bij de discussie over het verkameringsbeleid
Commissie Stedelijke Ontwikkeling d.d. 2 november 2021
29
en het ook te betrekken bij het vaststellen van het instrumentarium dat de raad ongetwijfeld onder de loep zal nemen voor de opkoopbescherming en de zelfbewoningsplicht. De raad kan dan zelf bekijken wat hij verder wil doen. Zij raadt ook aan om inde gaten te houden wat de heer Otten zei. Een stelselwijziging levert echt heel veel werk op. Ook moet de raad echt kijken of hij met het instrument dat hij wil inzetten ook zijn doel bereikt en hoe groot dat effect is. De voorzitter vraagt de heer Kersten naar zijn conclusie. De heer Kersten antwoordt op de opmerkingen van de wethouder, de heer Friso en ook een beetje op die van de heer Otten. Het gaat niet om verkamering en het gaat niet om een onttrekkingsvergunning. Het gaat om algemene verhuur. Elke huurder van een pand heeft een huisbaas. Dat is wel een belangrijk onderscheid. Hij gaat dit verder bekijken in zijn fractie. Hij denkt dat zijn fractie met een voorstel komt. Hij begrijpt het financiële aspect. Het moet worden bekostigd, maar dat is met veel maatregelen zo. De voorzitter citeert uit het bestuursakkoord: “Bij elk voorstel hoort, als het geld kost, een dekking.” Het laatste punt van de heer Kersten is het behoud van het Stadsbouwhuis. Dat standpunt heeft de commissie eerder gehoord en het is zojuist duidelijk verwoord, maar misschien kan de heer Kersten dat heel in het kort nog kracht bijzetten.
De heer Kersten brengt naar voren dat dit gebouw nu niet meer nodig is als compensatie voor De Doelen. De komende anderhalf jaar of misschien nog langer wordt het gebruikt voor statushouders. Hij stelt voor om het gewoon definitief te gaan gebruiken voor allerlei groepen. Er komen ook studenten in, mogelijk zitten er al studenten in. Er zijn goede argumenten om het gebouw te behouden. De raad heeft gezegd dat hij het gebouw liever niet wil slopen. Spreker stelt nu voor om definitief te besluiten niet te slopen en de wens van de Historische Vereniging Oud Leiden te volgen door het gebouw tot monument te verklaren. Wethouder Spijker wijst erop dat de raad het ontwikkelplan heeft opgesteld in aansluiting ook op de gebiedsvisie. Daarin staat dat er 145 woningen komen waarvan 56 sociale huurwoningen, Dat is inclusief de compensatiewoningen. Uitgaande van de uitgangspunten die de raad in de Woonvisie en in de uitvoeringsagenda heeft neergelegd (30% sociale huur en 20% middel-dure huur) blijft dit aantal gewoon in stand. Er zal misschien een verschil zijn van een paar woningen. Daarom heeft eerder de heer Friso er ook op gewezen dat zou moeten worden gekeken hoe dat programma verder kan worden uitgevoerd, als die compensatie niet hoeft te worden gerealiseerd. Grosso modo zal het echter hetzelfde zijn.
Overigens heeft de raad ook bepaald dat er commerciële functies en een kinderdagverblijf in de plint zitten. Kort gezegd komt het erop neer dat het plan en de opgaven gewoon in stand blijven. Op basis daarvan is een weging verricht en uiteindelijk is op basis van allerlei factoren (ook groen, duurzaamheid, parkeren, etc.) besloten te kiezen voor het niet aanwijzen als monument en dus voor sloop en nieuwbouw. Er is echter een bezwaar ingediend. Uiteindelijk zal er nog een totale heroverweging plaatsvinden met een goede argumentatie en uiteindelijk volgt dan dat besluit. De heer Otten hoort de heer Kersten zeggen dat de raad graag zou willen dat het Stadsbouwhuis blijft bestaan. Volgens spreker heeft de raad hierover op 21 juni 2021 gestemd. Zeven raadsleden waren toen voor het behoud van het Stadsbouwhuis en dertig voor de sloop ervan en het bouwen van iets mooiers. Zijn fractie blijft de nieuwe plannen veel mooier vinden dan wat er nu staat en ziet geen reden om dat te veranderen. De heer Friso moet weerspreken wat de heer Otten nu zegt. De raad heeft niet gestemd over de vraag of de raad het gebouw wil slopen en vervangen door iets mooiers. Er is ooit een uitspraak van de raad geweest dat het gebouw behouden moest worden. Het gaat niet om mooi of lelijk, het gaat om cultuurhistorie en het zichtbaar maken van tijdlagen in de stad. Die argumenten staan in principe nog steeds.
GL is nog steeds van mening dat het een gebouw is dat bij voorkeur moet worden behouden, maar zijn fractie heeft ook een verantwoordelijkheid te nemen. Die verantwoordelijkheid was destijds die voor de bewoners van het Doelencomplex. Dat stukje valt weg, maar er zijn nog steeds heel veel woningzoekende in de stad, zeker in het sociale segment. GL vindt het uiteindelijk het belangrijkste dat die plannen door kunnen gaan, maar spreker hamert erop dat GL niet wil dat dit gebouw in één stap wordt vervangen door woningen in een hoger segment. Dat neemt echter niet weg dat, als het plaatje er nu anders uit zou zien, wat hem betreft nog steeds de uitspraak staat dat dit gebouw bij voorkeur behouden blijft. Vanuit die cultuurhistorische overwegingen staat GL daar nog steeds achter,
Commissie Stedelijke Ontwikkeling d.d. 2 november 2021
30
maar niet in die mate dat hij nu redenen ziet om terug te komen op de gebiedsvisie. De voorzitter onderbreekt de heer Friso zijn betoog is duidelijk. Hij hoort weinig steun voor het voorstel van de heer Kersten. Hij vraagt hem wat zijn conclusie is. De heer Kersten merkt ook weinig tegenwind. Wat dat betreft valt het wel mee. Hij denkt dat zijn fractie met een voorstel komt. De voorzitter stelt vast dat alle discussiepunten van de PS zijn besproken. Hij denkt dat een aantal door de CU genoemde punten al door de wethouder is besproken of eerder in de vergadering is behandeld. Daarom vraagt hij de heer Van der Woerd welke discussiepunten nog over zijn. De heer Van der Woerd geeft aan dat het eerste punt de woningbouwopgave betreft. In de begroting wordt aangekondigd dat college en raad weer met elkaar gaan spreken over een eventuele ophoging daarvan. Het discussiepunt daarbij is om in het kader van het streven naar kwaliteit (de juiste woningen voor de juiste Leidenaren op de juiste plaats) in die discussie de aandacht voor bijzondere doelgroepen expliciet te betrekken. Nu is de neiging om die groep (statushouders, levensloopbestendige woningen, divorced housing) een beetje weg te stoppen en te bespreken op projectniveau, terwijl het vaak lastig is om deze groepen in een project in te passen.
Het is ook een deel van het zorgvraagstuk dat bij deze commissie ligt en waarvoor echt een oplossing moet worden gevonden. Wat de CU betreft bespreekt de commissie dit als aandachtspunt bij de algemene discussie over de woningbouwopgave en laat zij dit niet liggen totdat het bij concrete projecten af en toe aan de orde komt. De heer Otten is het eens met de heer Van der Woerd. Hij weet niet of het college dit sowieso al van plan is, maar ook in de commissie Onderwijs en Samenleving zijn er vaak discussies over die tekorten en over de wachtlijsten. Het gaat over beschermd wonen en andere kwetsbare groepen. De PvdA vindt het goed om daar bovenop te blijven zitten. De heer Haas deelt mee dat de SP hier ook voor is. De heer Friso is het natuurlijk volledig eens met het doel van de heer Van der Woerd. Hij herinnert zich dat dit bij de Woonvisie ook uitgebreid aan bod is gekomen. Volgens hem heeft GL toen ook een motie ingediend om uit te zoeken waar ook in de regio die knelpunten zitten voor het realiseren van woningen voor bijzonder doelgroepen. Vermoedelijk is daar ooit op teruggekomen in de commissie Onderwijs en Samenleving. Hij weet niet wat een nieuwe toevoeging daaraan zou zijn, maar op zich steunt zijn fractie elke aansporing. De heer Kersten sluit zich bij de vorige sprekers aan. De voorzitter ziet verder geen reacties.
Er is behoorlijk wat steun, al is die afhankelijk van het dictum. De heer Van der Woerd kan aan de slag. Hij vraagt of de heer Van der Woerd nog meer discussiepunten heeft. De heer Van der Woerd heeft er nog twee. Het eerste gaat over de Humanities Campus. De commissie heeft daarover gesproken. De oorspronkelijke plannen gaan niet door zodat de bewoners die jarenlang tegen die plannen hebben gestreden kunnen blijven zitten. Hij vraagt of het niet mooi zou zijn om als raad uit te spreken dat de gemeente in de toekomst de woningen van het Doelencomplex ongemoeid laat. Hij zou dat een mooi gebaar vinden en hij is benieuwd hoe de commissie daarover denkt. De voorzitter interpreteert dit als een soort eeuwigdurend bestaansrecht. De heer Van Diepen denkt dat de voorzitter zojuist het pijnlijke punt heeft aangekaart. De raad gaat zo immers wel flink over zijn eigen graf heen regeren. Hij weet niet wat over tien jaar opeens de uitspraak zal zijn vanuit de raad of vanuit de stad. De voorzitter had zich niet moeten bemoeien met de discussie. Hij excuseert zich ervoor bij de heer Van der Woerd dat dit wordt aangegrepen.
Commissie Stedelijke Ontwikkeling d.d. 2 november 2021
31
Mevrouw Heijnen merkt op dat dit nu van de baan is. De bewoners hebben nu rust. Misschien wil de corporatie dit over tien jaar zelf aanpakken. Zij vindt het wat voorbarig om nu te zeggen dat de raad dat niet wil. De heer Friso weet niet wat dit toevoegt. In het verleden zijn er genoeg uitspraken gedaan en pleidooien geweest over behoud van de woonfunctie of terugkeergaranties. Toen had het een reële waarde om een dergelijke uitspraak te doen. Nu is de situatie gewoon zoals die op veel plekken in de stad is. Er is een corporatie die woningen heeft en er zijn bewoners. De uitkomst van het besluit van de universiteit is buitengewoon goed nieuws voor deze bewoners. Hij neemt aan dat zij worden betrokken bij de planvorming en bij de inrichting van de openbare ruimte. De voorzitter onderbreekt de heer Friso. Dit is een korte ronde om te zien wat de fracties ervan vinden. Daarin is de heer Friso duidelijk geweest. Hetzelfde geldt voor de volgende sprekers. De commissie moet nog een discussiepunt bespreken. De heer Kersten steunt het voorstel van de heer Van der Woerd. Hij kent de mensen daar goed. Zij zijn nog steeds een beetje in de zenuwen. Zij hebben ontzettend veel doorstaan en zij hebben psychiatrische hulp gevraagd. De commissieleden kunnen zich dat nauwelijks voorstellen.
Die bewoners zullen voorlopig het gevoel blijven houden dat zij altijd nog een beetje op de wip zouden kunnen zitten. Hij vindt het wel belangrijk. Er zou gesproken kunnen worden over de komende tien jaar of de komende twintig jaar. Die woningen zijn 36 jaar oud, dus hun levensduur is helemaal nog niet om. De voorzitter onderbreekt de heer Kersten. Hij heeft verzocht het kort en bondig te houden. De heer Kersten gaat nu zelfs het voorstel van de heer Van der Woerd nader invullen. Dat kan hij doen in de aanloop naar de raadsvergadering, als zij elkaar daarin kunnen vinden. De heer De Crom geeft geen steun. Hij denkt dat de gemeente er in een veranderende stad als Leiden voor moet oppassen met dit soort absolute uitspraken die de gemeente over twintig jaar misschien niet waar kan maken. De heer Haas merkt op dat de SP zich heel lang voor deze mensen heeft ingezet. De SP heeft een klein feestje gevierd met de mensen. De opluchting was intens, de emoties warren dat ook. Hij denkt alleen wel dat het heel moeilijk is om dit in een wetsding in welke vorm ook vast te leggen. Maar als hij de commissie ziet, dan denkt hij dat alle leden het met elkaar eens zijn dat zij hier in de komende jaren niet aan moeten gaan zitten. Met dat voorzichtige gevoel neemt hij in zekere zin wel genoegen. Hij denkt ook dat de bewoners daar tevreden mee zullen zijn.
Wethouder Spijker denkt dat de commissie hierover op een goede manier heeft gediscussieerd. Iemand weet nooit wat er in een stad gebeurt. Recent is er een besluit genomen, maar nergens in de stad is er zekerheid in die zin. De raad staat aan het roer, ook met de bestemmingsplannen en allerlei planologische besluiten. Zij zou hier niet iets eeuwigdurends gaan opleggen. De heer Van der Woerd merkt op dat dit ook precies de bedenking was die zijn fractie had. Die vroeg hoe dit dan wordt geregeld. Hij neemt dit mee terug naar zijn fractie. Hij kan zich goed vinden in de woorden van de heer Haas. Als de commissie de zorg voor deze groep mensen breed voelt, dan denkt hij dat zijn fractie daarmee een belangrijk doel heeft bereikt. De voorzitter ziet dat de CU nog een punt heeft over het Werninkterrein. De heer Van der Woerd geeft aan dat dit laatste punt gaat over de energietransitie en met name over isolatie als onderdeel daarvan. Eigenlijk roept zijn fractie op om het Manifest Nationaal Isolatieprogramma lokaal te omarmen. Het is een manifest dat met name landelijke wetgeving wil uitlokken en actie wil, maar het doet ook een duidelijke oproep aan gemeenten om dit te faciliteren. Leiden doet al veel op dit gebied en daarom stelt hij ook geen concrete maatregel voor.
Hij wil het college oproepen om naar dat manifest te kijken en mogelijk sluit het zich aan bij de isolatiestrategie op lokaal niveau. De voorzitter vraagt of iemand wil reageren.
Commissie Stedelijke Ontwikkeling d.d. 2 november 2021
32
Wethouder Spijker hoort een oproep en natuurlijk kijkt het college daarnaar. Het college is er al mee bezig. Het is goed dat de heer Van der Woerd het punt nog eens maakt. Zij begrijpt dat het eigenlijk niet een voorstel is voor een motie waarin wordt genoemd wat de heer Van der Woerd heeft gesteld. Het is met name een oproep om ook hiervoor aandacht te hebben. De heer Van der Woerd vindt het zeker mooi om er aandacht voor te hebben, maar ook om er wat mee te gaan doen. Hij neemt het mee naar zijn fractie, maar een steuntje in de rug zou de CU wel mee willen geven. De heer Friso oppert de mogelijkheid om te bekijken of dat steuntje in de rug of die oproep kan worden geïntegreerd in het voorstel waar CDA en GL aan gaan werken. Misschien kan het op die manier een plek krijgen. Volgens de voorzitter is daar nog tijd voor. Hij denkt dat de commissie ook de punten van de CU heeft besproken. De heer Siwpersad van LP had geen discussiepunten. Hij heeft zich niet laten horen in de discussie en hij zal de vergadering verlaten. Spreker gaat de vergadering schorsen. Voor de schorsing staat een uur. De vergadering is een klein kwartier uitgelopen. De commissie zou dus om ongeveer 20.00 uur weer kunnen beginnen. Hij ziet dat de commissie ermee akkoord gaat om 20.00 uur als begintijd aan te houden. De voorzitter schorst de vergadering en heropent deze om 20.11 uur.
8.
RV 21.0101 Raadsvoorstel Vaststellen Ontwikkelperspectief Leiden-Noord, We bouwen voort aan Leiden –Noord
De voorzitter zet uiteen dat in opdracht van het college dit ontwikkelperspectief is opgesteld. Het behandelvoorstel is om vanavond de insprekers te horen. De inhoudelijke bespreking is op 23 november 2021. De commissieleden kunnen nog tot 16 november 2021 technische vragen stellen. Die worden dan uiterlijk op 22 november 2021 beantwoord. Er hebben zich geen insprekers gemeld. Dit betekent dat de commissie verder kan gaan met het volgende agendapunt.
9.
RV 21.0089 Vaststelling bestemmingsplan Haagweg-Noordman
De voorzitter vat voor de mensen die thuis naar deze vergadering kijken dit onderwerp heel kort samen. De raad heeft in 2019 de uitgangspunten al vastgesteld. Als het goed is, is het bestemmingsplan een vertaling daarvan. Het is aan de commissie en later aan de raad om te beoordelen of het goed is. Er zijn vier zienswijzen ingediend. De leden hebben de beantwoording daarvan kunnen lezen in de zienswijzennota. De commissie heeft een inspreker gehoord, de heer Boting, die vermoedelijk speciaal voor deze bespreking hiernaartoe is gekomen om te kijken hoe de commissie het doet. Hij heet de heer Boting welkom. Er is een korte standpuntenronde van één minuut per fractie. De leden kunnen dan aangeven wat zij eventueel anders zouden willen zien. Daarover gaan de commissieleden vervolgens met elkaar in gesprek. Volgens de heer Van Spronsen is het een klein bestemmingsplan. Wat GL betreft had het wel iets socialer mogen zijn qua woningen, maar dat is eerder al besproken. Het viel zijn fractie wel op dat er in de nota van uitgangspunten staat dat het zo groen mogelijk moet zijn. GL heef uitgerekend dat er 24 parkeerplaatsen nodig zijn en er zijn er 29 ingetekend. Strikt genomen is het dus niet zo groen als mogelijk is. Daarover zou hij met de commissie willen discussiëren en misschien is het handig om van de wethouder te horen wat zij daarvan vindt.
Mevrouw Heijnen meldt dat het CDA te spreken is over de inhoud en de uitwerking van dit plan. Haar fractie heeft één overweging. Dat is de openbaarheid van de steigers aan het water. Zij wil de commissie polsen over de mogelijkheid om op te nemen dat dat openbaar toegankelijk zou moeten zijn. Zij zouden volgens het plan bij de achtertuinen gaan horen. De heer Liemburg deelt mee dat de PvdA het voorstel steunt. Hij heeft geen discussiepunt. De heer Van der Woerd geeft aan dat de CU het voorstel ook steunt. Zijn fractie heeft geen discussiepunten.
Commissie Stedelijke Ontwikkeling d.d. 2 november 2021
33
Mevrouw Gilissen meldt dat ook de VVD positief is over het voorliggende voorstel. Haar fractie vraagt zich wel af waarom niet geregeld kan worden dat er een vaste, niet te omzeilen afscheiding komt tussen dit plan en het terrein van de buurtbewoners waar de heer Boting over heeft ingesproken. Het zou haar fractie veel waard zijn, als de wethouder toezegt dat zij dat gaat organiseren en regelen. Anders overweegt haar fractie om op dat punt met een voorstel te komen. De heer Van Diepen vindt het een mooi voorstel. Wat D66 betreft zijn er geen bespreekpunten. De heer Kersten merkt op dat mevrouw Gilissen daarnet zijn woorden heeft uitgesproken. Hij wil exact hetzelfde. Hij begrijpt ook niet waarom die vaste erfafscheiding waar de insprekers om hebben gevraagd niet gemakkelijk kan worden toegevoegd aan het voorstel. Ook de PS vraagt de wethouder daar even welwillend naar te kijken. Het is allemaal veel beter voor de veiligheid van de kinderen die daar spelen en ook voor de verkeersafwikkeling is het veel beter om dat goed te scheiden. De heer Rovers geeft aan dat de SP het een voorstel vindt. Programmatisch heeft zijn fractie wat aanmerkingen net als GL. Zijn fractie wil ook van gedachten wisselen over de openbaarheid van de steiger. Hij merkt ook op dat hier ook weer woonboten verdwijnen. Het zijn weliswaar papieren boten, maar de mogelijke ligplaatsen komen niet terug.
Dat vindt de SP jammer, maar zij maakt er geen halszaak van. Wethouder Spijker heeft drie punten genoteerd. Zij begint met de ontsluiting van het perceel. Dit punt is eerder opgeworpen. Er is een verzoek neergelegd om een onafgebroken perceelafscheiding. Die is er nu ook niet, maar het voornaamste probleem is dat dit niet af te dwingen is in het bestemmingsplan. De vrees onder dat verzoek is, zoals zij het begrijpt, de vrees dat er gebruik wordt gemaakt van of ontsloten wordt via het naastgelegen perceel. Maar het bouwplan zelf voorziet in een andere ontsluitingsmogelijkheid aan de zijde van de molen. Dat is ook te lezen in het bestemmingsplan. Het bestemmingsplan heeft betrekking op dit perceelblok en daarin is dus een afdoende ontsluiting gerealiseerd. De vrees dat gebruik zal worden gemaakt van het naastgelegen perceel wordt in feite weggenomen door een goede ontsluiting aan de zijde van de molen. Daar komt bij dat het niet afdwingbaar is in een bestemmingsplan. Er komt overigens een groenstrook. Het kan niet worden afgedwongen en daar is eigenlijk ook geen aanleiding voor. De heer Kersten begrijpt absoluut niet dat het niet in een bestemmingsplan kan worden afgedwongen. Waarom kan dat niet? De wethouder zegt dat dit ook niet hoeft en dat het anders ontsloten kan worden.
Maar het gaat erom dat moet worden afgedwongen dat het ontsloten wòrdt omdat anders auto’s er aan alle twee de kanten eruit kunnen. Automobilisten moeten worden gedwongen een bepaalde kant uit te gaan. Wethouder Spijker legt uit dat het punt van het niet af kunnen dwingen van een erfscheiding gewoon zit in de juridische uitgangspunten die bij bestemmingsplannen worden gehanteerd. Een gemeente kan nooit een verplichting opnemen. Tegenwoordig is er wel het vraagstuk van een voorwaardelijke verplichting, maar dat speelt hier niet. Er kan gewoon worden ontsloten via de andere kant en dat gebeurt dan ook. Mevrouw Gilissen had dezelfde vraag. Zij zal die dus niet herhalen. Als de buren nu toch vasthouden aan hun wens dat het een vaste, niet te omzeilen afscheiding wordt, is er dan voor hen geen enkele mogelijkheid om daarin stappen te ondernemen? Wethouder Spijker vindt dat eigenlijk een heel goede vraag. Zij weet niet wat de mogelijkheden zijn op het eigen terrein van het naastgelegen perceel, maar zij neemt aan dat het bestemmingsplan voor dat perceel dat nu niet voorligt ruimte biedt om op dat perceel op te richten wat iemand daar wil oprichten. Het tweede punt zijn de ligplaatsen. Daar liggen nu geen woonboten. Er ligt alleen een kantoorschip van Noordman zelf, maar dat gaat daar weg. Het zijn nog niet ingenomen ligplaatsen. Daarover is inderdaad een zienswijze ingediend.
Die kade is echter van Noordman en dit is een privaat initiatief. Daarmee is dus het openbaar maken van die kade van de baan. Het derde punt betreft het groen. Uit de woorden van GL proeft zij de vraag of hier niet wat meer groen kan worden gerealiseerd. Het aantal van 29 parkeerplaatsen voldoet aan de parkeernorm. Zij moet dit even laten narekenen en nazoeken, maar het is goed om aan te geven wat er aan groen wordt gedaan. Er wordt extra groen gecreëerd doordat de funderingsplaten van de houthandel die eerst zouden blijven liggen toch worden verwijderd. Dat geeft de mogelijkheid om te vergroenen. Er komt een haag rond het
Commissie Stedelijke Ontwikkeling d.d. 2 november 2021
34
appartementengebouw. Er komen sierplantvakken met vaste planten, gras en bomen in de straten. Er is gekozen voor inheemse bomen vanwege de diversiteit. Er komen ook sierplantvakken aan het water. Er komt een groene toegang tot het gebied vanaf de Haagweg tot aan de Rijn voor voetgangers. De ontwikkelaar onderzoekt de mogelijkheid van bruine daken, dus zonnepanelen met een groen dak. Dat wil Leiden heel graag. In totaal krijgt het gebied ca. 450 m2 groen. Dat is 10% van het plangebied en dat is relatief veel gezien de ruimte die er ook moet zijn voor bijvoorbeeld verkeer en parkeren. Het groen is hier maximaal opgerekt. Zij denkt dat het een mooi bouwplan is. Het voldoet in elk geval aan de nota van uitgangspunten. Zij hoopt dat dit de heer Van Spronsen geruststelt. De heer Van Spronsen is blij met het antwoord van de wethouder. Hij kan zich niet aan de indruk onttrekken dat er nog wel andere opties zijn, zoals inpandige garages bij die grote woningen. Dat had weer zeven parkeerplekken gescheeld. Maar hij begrijpt dat de inzet van de wethouder groot is geweest en dat zij geen ijzer met handen kan breken. De voorzitter vraagt de heer Van Spronsen of hij nog iets gaat doen. Hij begrijpt dat dat niet zo is. Hij vraagt mevrouw Heijnen of zij van de openbaarheid van de steigers nog een discussiepunt wil maken. Mevrouw Heijnen doet dat niet.
Zij heeft de uitleg van de wethouder gehoord en begrijpt dat dat niet kan. De voorzitter ziet dat de heer Rovers zich daarbij aansluit. Mevrouw Gilissen en andere leden waaronder de heer Kersten hebben de erfafscheiding genoemd. Hij vraagt hoe mevrouw Gilissen de beantwoording van het college interpreteert. Mevrouw Gilissen antwoordt dat de reactie van de wethouder duidelijk was en dat het niet zou kunnen. Zij neemt dit mee terug naar haar fractie. De heer Kersten geeft aan dat dat ook zijn punt was. Ook hij neemt dit mee terug naar zijn fractie om te kijken of die ontsluiting kan of moet. De voorzitter meent dat de commissie de discussiepunten snel heeft besproken. Omdat de raad de volgende week vergadert verzoekt hij eventuele voorstellen voor de fractievergaderingen van aanstaande mandag te verspreiden zodat de fracties zich daarop kunnen voorbereiden. Hij sluit dit agendapunt af.
10.
RV 0091 Nota van uitgangspunten bouwplan Verbeekstraat
De voorzitter deelt mee dat het hier gaat om het toevoegen van nieuwbouw en het verhogen van bestaande panden aan de Verbeekstraat. Hierdoor kunnen ongeveer 250 woningen worden gerealiseerd waarvan 30% sociaal, 40% middel-dure koop en een deel koop met oppervlaktes van meer dan 60 m2. Er komen voorzieningen in de plint. Het bestemmingsplan moet daarvoor worden aangepast en voordat dat gebeurt moet de raad een nota van uitgangspunten vaststellen. Die nota bespreekt de commissie vanavond. Op 12 oktober 2021 heeft de commissie de heer Saab horen inspreken namens Bewoners Belangenvereniging Bockhorst. Vanavond bepaalt de commissie haar standpunt. De fracties hebben daarvoor elk twee minuten. De heer Rovers meldt dat de SP dit op zich een mooi plan vindt met een goede verdeling van het programma. Dit is hoogbouw op een plek nabij invalswegen naar de stad waarvan de raad van tevoren heeft gezegd dat het daar kan. Het college heeft dat goed gedaan. Het college heeft tijdens de participatie goed geluisterd waardoor er een toren is weggehaald en de aansluiting van het groen nu beter is. Dat lijkt hem een uitstekende manier om te zien of dat traject heeft gewerkt.
Zijn fractie begrijpt ook de inspreker en zij had graag gezien dat het integraal samen met de Plesmanlaan 100 zou worden beschouwd omdat dat een aangrenzend gebouw is en de SP toch wel bang is dat de Bockhorst misschien overschaduwd zal worden. Maar de inspreker heeft gezegd dat hij dat zelf scherp in de gaten zal houden. Sprekers fractie zal proberen die signalen ook op te vangen zodra die ontstaan. Natuurlijk hoopt hij dat dat niet het geval zal zijn. Verder heeft zijn fractie hier echter weinig over te klagen. De heer Kersten heeft gehoord dat de heer Saab, de inspreker, dit in één bestemmingsplan wilde behandelen. Spreker vindt dat een heel goede en heel slimme gedachte. Saab betekent in het
Commissie Stedelijke Ontwikkeling d.d. 2 november 2021
35
Arabisch moeilijk, maar die gezamenlijke aanpak is juist een gemakkelijk idee. De plannen worden gestroomlijnd. Er is een gemeenschappelijke ontsluitingsweg nodig en er moeten verschillende dingen gemeenschappelijk worden bekeken. Spreker zou het idee om het in één bestemmingsplan te behandelen toch wel willen honoreren. Dat wil hij het college dus vragen. Mevrouw Gilissen brengt naar voren dat de VVD dit een prima plan vindt. Het zal de commissie niet verbazen dat haar fractie meent dat de 30% te veel is en dat zij zou willen dat 10% daarvan wordt gebouwd voor starters die nog steeds op zoek zijn naar woningen. Voor de collega’s die dat regelmatig vragen zal zij dan maar stellen dat dit voor de starters is die niet in de categorie van de sociale huurkosten vallen. Dan gaat het om huren van 800 tot 1000 euro. Wellicht kunnen studenten daar ook nog gebruik van maken. Voor die twee doelgroepen blijft de VVD zich inzetten. Eventueel zal haar fractie een voorstel indienen om van de 30% sociaal 10% voor de andere doelgroep in te zetten. De heer Liemburg merkt op dat deze gemeenteraad een beleid heeft vastgesteld om 30% sociaal te bouwen in deze periode. De VVD blijft bij herhaling vragen om bij elk bouwproject minder dan dat percentage te bouwen. Spreker kent de VVD ook als een partij die graag wil dat de overheid betrouwbaar overkomt.
Hoe rijmt mevrouw Gilissen haar wens om telkens tegen het beleid in te gaan met haar eigen wens om als overheid betrouwbaar over te komen in de richting van de burgers? Mevrouw Gilissen meent dat dit een discussie is die iedere keer wordt herhaald. Er is in deze stad niet afgesproken dat er van ieder plan sowieso 30% sociale woningen gebouwd moet worden, maar dat aan het einde van de rit over de hele linie 30% van wat er gebouwd is sociaal zou moeten zijn. Dat betekent dus niet 30% in ieder project. Hier ligt dat percentage op 30 en wat de VVD betreft is 20% prima. Op sommige plannen zit 0% en op andere 100%. Ook dat komt hier voorbij. De voorzitter noteert een discussiepunt. De heer Gaulard constateert dat D66 er vanavond steeds in slaagt om verwarring te scheppen over wie nu het woord voert. De fractie zal dat beter stroomlijnen. Na alle opmerkingen die gemaakt zijn over het feit dat dit voorstel binnen de kaders valt die de raad heeft gesteld kan hij melden dat D66 dat ook vindt. Vanuit die hoek kan zijn fractie dit steunen. De SP heeft al gesteld dat het heel wat is dat door de inspraak een compleet onderdeel, een flat, wordt weggehaald. De vraag of de participatie hier goed is verlopen is daarmee volgens hem wel beantwoord. De SP en anderen noemden dat ook.
Het sluit ook een beetje aan bij wat door GL en D66 is ingebracht bij de eerdere besluitvorming over de vraag hoe de gemeente zorgt voor de integraliteit van de inrichting van de openbare ruimte. Het is nu te laat om dat breed uit te meten, maar hij denkt wel dat dit een heel interessant vraagstuk is, ook voor de toekomst. Het is een beetje een kip-en-ei-discussie. Hoe weet iemand hoeveel ruimte er over is om een integrale openbare ruimte in te richten, als er nog geen plannen zijn die daaromheen moeten worden uitgevoerd? Maar als die plannen voor wat eromheen komt er wel zijn, dan kost het moeite om de openbare ruimte integraal te ontwikkelen. Dat is een zoektocht die college en raad in de komende jaren wel moeten ondernemen. Hij heeft nog een vraag en misschien is dat wel een discussiepunt. Misschien is de openbare ruimte sowieso al een punt om kort bij stil te staan. Zijn vraag is of de wethouder in het separate voorstel van de Verbeekstraat dat de raad waarschijnlijk krijgt, als het bestemmingsplan naar de raad komt, een zekere vorm van integraliteit voor al deze verschillende bouwprojecten mee kan nemen. Spreker denkt dat dat de discussie wel bevordert en dat het de buurt misschien ook wat meer geruststelt dat er voor zover het kan naar de integraliteit wordt gekeken. Hij denkt dat dit een discussiepunt is.
De heer Van der Woerd geeft aan dat de CU met dit plan als opzichzelfstaand plan kan instemmen. Er is een mooi, divers woningaanbod en het plan past ook in de kaders voor dit gebied. De integraliteit blijft echter een punt van aandacht. De wethouder heeft eerder vanavond gezegd dat de gemeente de opgaven meer integraal moet benaderen. Deze losse projecten naast elkaar zijn daar niet een schoolvoorbeeld van. Dat blijft een lastig punt. De heer Gaulard noemde dat ook al. De CU gaat zover dat zij in de onderzoeken over de openbare ruimte die worden uitgevoerd in het kader van het bestemmingsplan die integraliteit zoveel mogelijk wil opzoeken. Op een aantal punten zal dat ook wel wettelijk verplicht zijn. Maar ook waar dat niet wettelijk verplicht is, wil zij die integraliteit waarborgen en laten zien hoe dat plan integraal uitwerkt. Maar dat is een punt voor de discussie waar hij zich graag in mengt. Hij heeft geen nieuwe discussiepunten. De heer Liemburg bericht dat ook voor de PvdA dit een mooi en evenwichtig plan is. Met
Commissie Stedelijke Ontwikkeling d.d. 2 november 2021
36
Plesmanlaan 100 heeft de gemeente al aangegeven dat transformatie van dit gebied hard nodig is. Hij heeft één discussiepunt. In het voorstel staat dat het college met de ontwikkelaar zal kijken of de grond die nog nodig is voor de bouw en die nu eigendom van de gemeente is in eigendom zal worden overgedragen of in erfpacht zal worden uitgegeven. De PvdA vindt dat geen triviale keuze. Zijn fractie heeft daar graag controle op. Voor de PvdA is het uitgangspunt dat deze grond in erfpacht wordt uitgegeven en niet in eigendom wordt overgedragen, nu de gemeente via het erfpachtmiddel meer sturing had op de grond die daar ligt. In een dichtbebouwde stad is enige sturing ook gewenst. Mevrouw Gilissen heeft een vraag. De PvdA geeft aan liever in erfpacht uit te geven dan in eigendom over te dragen omdat sturing gewenst is. Kan de heer Liemburg toelichten wat hij daarmee wil bereiken of voorkomen? Wat is de achterliggende gedachte? De heer Liemburg antwoordt dat, als de gemeente die grond in eigendom houdt, zij daar zelf ook beter controle op uit kan oefenen. Dan blijft de grond van de gemeente in plaats van dat die in eigendom wordt overgedragen aan een andere partij. Aan de erfpacht kan de gemeente voorwaarden verbinden en dat is soms nodig. Mevrouw Heijnen deelt mee dat het CDA zeer tevreden is over het plan voor de Verbeekstraat.
Haar fractie heeft dan ook geen punten over het plan op zich. Wel had haar fractie een gevoel van déjà vu na de bespreking van de nota van uitgangspunten voor de Plesmanlaan. Daar sprak haar fractie met bewoners die vroegen waar hun groenvoorzieningen bleven en hoe het stond met het recreatieve groen. Toen is in de commissie ook heel lang gediscussieerd over de integraliteit. Daar kwam uit dat het één plan is en dat de gemeente een gebiedsvisie heeft. Het CDA wil een voorstel indienen dat het toen ook heeft ingediend. Dat is het voorstel om bij het bestemmingsplan ook aan de raad voor te leggen hoe en waar het groen in de buurt van dit bouwplan komt. De heer Friso dacht bij het bestuderen van de stukken heel even dat dit voorstel over de openbare ruimte ging omdat er wat titels door elkaar liepen, maar het bleek wel degelijk te gaan om de nota van uitgangspunten voor de bouwplannen. Die plannen bevallen GL wel. Leegstaande kantoren worden omgebouwd en krijgen een facelift met een kwalitatief goede opbouw en uitbouw en de woningen behoren tot de segmenten waar behoefte aan is. Zijn fractie is daar zeer over te spreken. Ook aan GL worden door de bewoners vragen gesteld over de integraliteit. Volgens zijn fractie zit het belang van die integraliteit nog veel meer in die openbare ruimte.
Bij de Plesmanlaan heeft zijn fractie daar een amendement over ingediend waarin gevaagd wordt om een separaat voorstel juist voor een integrale visie op die openbare ruimte. Daar kijkt zijn fractie naar uit. Zij heeft in de toelichting op dat amendement ook gevraagd dat de verschillende plannen daar ook op aansluiten zowel fysiek als qua biodiversiteit. GL gaat er eigenlijk vanuit dat er parallel wordt gewerkt aan het integrale plan voor de openbare ruimte en dat intussen deze verschillende plannen daar ook op worden aangesloten zodat op die manier die integraliteit gewaarborgd is. Volgens GL wordt bij dat voorstel duidelijk hoe het groen en de openbare ruimte eruit komen te zien. Dat is goed geborgd met het voorstel van zijn fractie bij de Plesmanlaan. Zijn fractie kijkt daarnaar uit. Voor nu gaat GL akkoord met deze nota van uitgangspunten. De voorzitter wil het woord geven aan de wethouder die op een aantal punten is aangesproken en misschien enige duiding kan geven. Daarna kijkt hij wat de discussiepunten zijn die resteren. Wethouder Spijker denkt dat de gemeente hier een mooie ontwikkeling mogelijk kan maken met veel woningen in bestaande bouw. Dat is ook hard nodig in deze stad. Er komen 250 woningen waarvan 30% sociale huur en 40% middel-dure koop. Bij de begroting is ook gesproken over koop. Hier wordt dat 40%. Dat is dus bijzonder mooi.
Zij ziet met name aandachtspunten ten aanzien van de openbare ruimte. Zij heeft alle stukken erbij gepakt omdat dit uitgebreid aan de orde kwam bij Plesmanlaan 100. Zij heeft toen ook toegezegd dat het bestemmingsplan voor het bouwplan van Plesmanlaan 100 gelijk op zou lopen met het kaderbesluit voor de openbare ruimte. Medio 2022 zal dat naar verwachting naar de raad komen. Daar zit dus die openbare ruimtebasis van het schetsontwerp bij en een dekkingsvoorstel. Dan loopt dat heel mooi parallel op. Het college heeft die ontwikkeling gescheiden van deze ontwikkeling omdat het nooit mogelijk is om alles gelijk op te laten lopen. Het college wil ook vaart maken. Bovendien zijn het verschillende initiatiefnemers met een eigen ritme. Tegelijkertijd is die integraliteit gewaarborgd door dat kaderbesluit voor de openbare ruime dat direct oploopt met Plesmanlaan 100 en dit komt daar weer direct achteraan. De commissie kan dat goed bekijken. Zij heeft immers deze nota van uitgangspunten ook al bekeken. Het is ook geen volledige nieuwbouw,
Commissie Stedelijke Ontwikkeling d.d. 2 november 2021
37
het zijn grotendeels bestaande panden. De leden van deze commissie kunnen zich dus best een goede voorstelling maken van wat het gaat worden, als zij straks die openbare ruimte beoordeelt. Zij heeft nog één punt. Dat gaat over de erfpacht. Zij weet dat de PvdA een voorliefde heeft voor erfpacht. Die drang ziet zij soms bijna niet te bedwingen opkomen, maar zij vraagt toch dat punt hier niet aan de orde te stellen. Dit is niet in overeenstemming met het grondbeleid van de gemeente. Voor woningbouw geeft de gemeente grond in eigendom uit en niet in erfpacht. Toen de heer Liemburg dit vorig jaar ook opperde heeft zij hem gezegd dat dit een grondige herziening vergt van de blik van de raad op hoe de gemeente omgaat met grondpolitiek. Maar zij wil niet voor één bouwplan zeggen dat het dan maar erfpacht moet worden. Dat is niet standaard en het is niet de bedoeling. Verder mengt zij zich in de discussie. De voorzitter begint met de discussie. De SP had geen discussiepunten. De heer Kersten wil de bestemmingsplannen samenvoegen. Dat is op zich een vrij duidelijk standpunt en hij heeft dat in zijn bijdrage ook uitgelegd. Hij denkt dat de commissie direct kan bekijken hoe zij dit voorstel ziet.
De heer Gaulard begrijpt waarom de heer Kersten dit vraagt, maar hij vraagt zich af of de commissie daarmee niet het tempo van de ontwikkelingen traineert omdat dan moet worden gewacht op de laatste wagon van de trein. Spreker denkt niet dat de bestemmingsplannen voor de bouwplannen de bottleneck zijn. Hij denkt dat de commissie met name op zoek is naar de integraliteit van de inrichting van de openbare ruimte. Hij zou liever een treintje zien dat logisch op elkaar aansluit door de verschillende plannen die beslag leggen op de openbare ruimte. Hij weet niet of dat kan omdat de raad met het bijstellingsplan voor de Plesmanlaan al de eerste wagon van de openbare ruimte krijgt voor dat perceel. Maar als dat zo modulair is ingericht dat de raad alvast een doorkijk krijgt vanuit de nota van uitgangspunten voor dit plan en als er gezocht gaat worden of dat een integraal geheel gaat worden conform de motie die er ligt, dan gelooft hij daar meer in dan in het op elkaar gaan wachten van de bestemmingsplannen voor de bouwplannen. Hij denkt dat dit in potentie vertragend zou gaan werken en dat wil de commissie natuurlijk ook niet. Wethouder Spijker wijst erop dat dat schetsontwerp voor de openbare ruimte, dus dat kaderbesluit met een dekkingsvoorstel, betrekking heeft op de totale openbare ruimte. Het ziet dus eigenlijk op de bouwplannen bij elkaar. Dat is juist heel mooi.
Overigens is het ook zo dat de gelden gegenereerd moeten worden uit deze opbrengsten. De gemeente moet daar dus zicht op hebben. Vandaar dat er ook voldoende geld moet zijn. Maar zij denkt dat de commissie op deze manier heel goed in staat is om straks te bekijken wat het integraal doet. De heer Van der Woerd denkt dat het goed is om duidelijkheid te hebben over hoe deze twee bestemmingsplannen zich in de tijd tot elkaar verhouden. Dat is dan tegelijk een vraag aan de wethouder. Want als het zo is dat er nu binnen de ambtenarij door twee verschillende groepen, misschien wel dezelfde twee, twee bestemmingsplannen worden voorbereid waarbij de onderzoeken, deels op wettelijke gronden, betrekking moeten hebben op de wederzijdse beïnvloeding, dan lijkt het hem een kleine stap om dat samen te voegen. Maar hij kan zich voostellen dat dat niet helemaal parallel loopt en dan werkt het misschien wel vertragend. Misschien is het verhelderend voor de discussie om dat te horen. Wethouder Spijker merkt op dat het precies is zoals de heer Van der Woerd aangeeft. De Plesmanlaan 100 gaat op dit moment eerder. Die was ook al eerder in procedure. Het zou dus echt vertragend werken om Plesmanlaan 100 te laten wachten op wat nu voorligt. Dat leidt tot enorme vertraging, terwijl Leiden enorm hard woningen nodig heeft.
Wat de wens om de integraliteit te beoordelen betreft wordt de commissie goed bediend. De raad heeft al een besluit genomen over Plesmanlaan 100. Dat gaat straks verder in concretisering naar een bestemmingsplan. Dan ligt ook dat kaderbesluit voor de totale openbare ruimte en daar komt dan op basis van de nota van uitgangspunten die nu voorligt een planologisch besluit voor de Verbeekstraat bij. Zij wijst er nogmaals op dat het hier grotendeels gaat over bestaande gebouwen. De commissie heeft bij dat kaderbesluit over de openbare ruimte vrij goed zicht op wat zij doet. Het is geen nieuw ontwerp voor een wijk of een deel van een wijk. De voorzitter vraagt de heer Kersten of hij iets gaat indienen. De heer Kersten voelt veel aarzeling bij de commissie en ook bij hemzelf of dit nu wel of niet vertragend werkt. Hij wil de wethouder op haar woord geloven dat het vertragend werkt. Hij vraagt of
Commissie Stedelijke Ontwikkeling d.d. 2 november 2021
38
bij de openbare ruimte ook de ontsluitingsweg naar de Plesmanlaan hoort. Voor wethouder Spijker wordt het nu wat technischer. Zij moet dan wachten op wat er uit de ambtelijke ring komt. In principe heeft de commissie destijds gesproken over de openbare ruimte en alles wat bij die openbare ruimte hoort. Om te beoordelen of daar ook een weg in zit zou zij daar weer in moeten duiken. Per bouwplan wordt sowieso bekeken wat het verkeerstechnisch doet. Beide bouwplannen staan nu op hun wagonnetje en zij rijden dus. In Leiden wordt zo gewerkt dat het ene project van het andere weet wat er gebeurt. Zo is de gemeente verkeerstechnisch veel breder bezig dan een paar jaar geleden. De gemeente kijkt gewoon naar het totaalplaatje. De heer Kersten neemt aan dat zijn vraag zo voldoende is beantwoord, hij gaat er nog op studeren. De voorzitter heeft genoteerd dat mevrouw Gilissen een discussiepunt heeft over het percentage sociale huur. Hij begrijpt dat zij geen behoefte heeft om dit toe te lichten. Wethouder Spijker komt terug op het punt van de vetraging. Zij heeft net meegekregen dat de vertraging een klein jaar zou zijn. Zij zou daar dus niet aan beginnen. Het onderliggende belang wordt daar niet mee gediend. Het zit vooral in de openbare ruimte en dat gaat mee met het eerstvolgende planologische besluit. De voorzitter denkt dat de heer Kersten dit in het achterhoofd houdt.
Hi stelt het discussiepunt van de VVD aan de orde. De heer Liemburg denkt dat het de commissie niet zal verbazen dat de PvdA dit voorstel niet zal steunen. Tegen al die mensen die al zeven jaar op de wachtlijst staan zegt de VVD: “Zoek het maar uit en ga maar ergens anders wonen”. Dat is niet de lijn van de PvdA. Zijn fractie meent dat die mensen een huis in Leiden moeten kunnen vinden. De heer Friso zou dit aan kunnen grijpen om weer een ronkend pleidooi houden over waarom sociale huur zo hard nodig is. Maar hij houdt het kort. Uit zijn fractie komt geen steun voor dit voorstel. De heer Rovers zegt: geen steun. De heer Kersten herhaalt: geen steun. De heer Van der Woerd is af en toe best bereid om eens mee te kijken naar de samenstelling en daar vindt de CU ook wel eens iets van. Van dit voorstel vindt zijn fractie ook wat: het is een evenwichtige verdeling. Zijn fractie geeft dus geen steun. Wethouder Spijker meent dat het ook maar is zoals iemand het bekijkt. Bij 30% sociale huur en 40% middel-dure koop zitten ook wel woningen voor starters. De gemeente voorziet hiermee in de behoefte van de heel grote groep die woningzoekend is. Mevrouw Gilissen verbaast dit uiteraard niet. Zo eindigt het negen van de tien keer met deze voorstellen. Zij neemt het mee terug en hoogstwaarschijnlijk komt haar fractie met een voorstel voor die 10%.
De voorzitter ziet dat D66 en de CU een integrale inrichting hebben genoemd, maar daarover heeft de commissie al het een en ander meegekregen, onder andere dat er een schetsontwerp komt. Hij denkt dat dat voldoende is. De heer Gaulard lijkt dat voldoende. Zijn fractie wacht dan met smart op de eerste wagon. De heer Van der Woerd wacht ook met smart en komt niet met een voorstel. Wethouder Spijker wil volledig zijn. Zij deelt mevrouw Gilissen mee dat in Plesmanlaan 100 maar 20% sociale huur zit. Niet altijd wordt die 30% aangehouden, stadsbreed natuurlijk wel. Maar dat betekent dat om alles in te lopen het bijna altijd 30% sociaal is. Er is ook afgesproken om dat aandeel stadsbreed te halen.
Commissie Stedelijke Ontwikkeling d.d. 2 november 2021
39
De voorzitter denkt dat mevrouw Gilissen dit dan weer meeneemt richting fractie. De heer Liemburg wil de grond liever in erfpacht houden in plaats van die te verkopen. Ook dit is een duidelijk punt. De wethouder heeft erop gereageerd. Hij vraagt de mening van de andere fracties. De heer Gaulard weet van eerdere voorstellen dat de verkoop van gemeentelijke grond en het verkrijgen in blote eigendom als middel wordt gebruikt om de ontwikkelaar in staat te stellen om de openbare ruimte fatsoenlijk in te richten. Hij zou willen weten of ook in dit specifieke geval de gedachtegang is dat de gemeente de grond laat kopen om daarmee de openbare ruimte beter in te richten. Als dat zo is vindt hij dat wel een overweging. Wat is het de gemeente dan waard om zeggenschap te hebben over de eigen grond of wil de gemeente die gronden gebruiken om de openbare ruimte beter in te richten? Dan denkt hij dat zijn fractie eerder neigt naar het inrichten van de openbare ruimte dan naar het in eigen bezit houden van de grond. Misschien kan de wethouder toelichten of dat ook de gedachtegang is bij dit specifieke plan. De heer Friso moest ook even terug naar de discussie over de Plesmanlaan. Daarin is gesproken over het door de ontwikkelaar laten betalen van die openbare ruimte via die erfpachtsuppletie. De gemeente mag volgens hem geld vragen voor het omzetten van de functie naar wonen.
Dan is de grond meer waard en dan betaalt de ontwikkelaar daar geld voor. Op die manier betaalt de ontwikkelaar de groene openbare ruimte van het project. Het omzetten van de functie is echter niet hetzelfde als de verkoop van de grond. Mocht daar extra geld mee te verdienen zijn, dan biedt dat mogelijkheden voor een nog betere openbare ruimte, maar volgens hem moet de financiering van de openbare ruimte uit de suppletie komen. Dat is wat het voorstel van GL beoogde. De heer Rovers wordt helemaal terug geslingerd in de tijd. Hij vindt het wel een aardig voorstel, maar hij begrijpt ook het punt van de wethouder wel. De SP is er geen voorstander van om, als de raad een beleid heeft vastgesteld, daar dan tegenin te gaan en uitzonderingen te maken voor individuele projecten, zoals dat bij het hoogbouwbeleid voor LEAD is gebeurd. Dan zou zijn fractie liever het beleid aanpakken en daar is zij wel een groot voorstander van. Dan zou eens moeten worden overlegd om dat op tafel te krijgen zodat het beleid kan worden aangepast en dit bij alle projecten kan worden gedaan. De SP is namelijk wel voor het sturen op het gebruik van de openbare ruimten en de mogelijkheden die erfpacht daarbij biedt. De heer Liemburg reageert op het laatste punt waar de wethouder aan refereert. Vorig jaar is de PvdA die discussie voorzichtig gestart.
De wethouder vroeg toen ook daar niet aan te beginnen omdat de gemeente voor grote opgaven stond en omdat de gemeente het helemaal niet meer zou trekken, als er nog een grote opgave bij zou komen. Zijn fractie heeft het toen even laten rusten. Dit punt is anders omdat het project al voor de helft op erfpachtgrond staat. Als hij het stuk goed leest, blijft het voor dat stuk ook zo en worden in de erfpachtovereenkomst afspraken gemaakt over de aansluiting van de gebouwen op de openbare ruimte. Dat maakt het voor hem anders dan reguliere voorstellen en dat maakt dat zijn fractie ervoor is om die andere helft ook in erfpacht uit te geven. De voorzitter denkt dat de heer Liemburg het moet doen met de reacties die hij zojuist gehad heeft. Het wordt langzamerhand ook wel wat technisch. Misschien moet er nog wat heen en weer worden gevraagd. De heer Friso geeft de heer Liemburg en het college de tip dat GL zich graag laat overtuigen door een duidelijk inzicht in de voor- en nadelen van beide opties. Het is wat lastig om die nu te taxeren. Wethouder Spijker merkt op dat het verzoek van de heer Liemburg betrekking heeft op de situatie van die nieuwe gronden, voor bestaande gronden geldt iets anders. Zij raadt aan om het in het midden te laten.