CConstaterende datLeiden
Koppel je AI →
Document · PDF

Verslag raadscommissie Stedelijke Ontwikkeling

raadscommissie Stedelijke Ontwikkeling 2 november 2021, gemeente Leiden31.249 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Het andere punt is dat van de kleinere initiatieven, waarvan hij een voorbeeld heeft getoond, die moeilijk voet aan de grond krijgen in het kader van innovatief en snel bouwen. Hij heeft begrepen dat de initiatiefnemers van het door hem genoemde project inmiddels een afspraak hebben met de wethouder. Hij wilde de oproep doen om er echt serieus naar te kijken. Hij vindt het ook in het licht van de motie van GL en VVD belangrijk om aan de slag te gaan met innovatieve initiatieven. Wellicht zou dit een eerste actie van het college kunnen zijn om op een gegeven moment die motie af te doen. Dan hoeft dit niet te worden besproken. Over blijven dan als discussiepunten het tekort aan koopwoningen en de ambtelijke capaciteit. Wethouder Spijker heeft inderdaad een afspraak staan. Zij heeft trouwens heel veel afspraken met partijen. Zij gaat dit gesprek heel open in. Meestal heeft daarvoor al ambtelijk overleg plaatsgevonden, maar zij zal er serieus naar kijken. Van alles dat in deze stad kan worden gedaan, ook op het gebied van innovatief bouwen, gaat haar hart sneller kloppen. De voorzitter vraagt de heer De Crom om het discussiepunt ambtelijke capaciteit heel kort toe te lichten. De heer De Crom leest dat er sprake is van onderbezetting bij het verlenen van omgevingsvergunningen. Het zou zijn fractie heel wat waard zijn om in ieder geval die onderbezetting tegen te gaan.

Dan is het misschien nog krap. Het wordt een beetje technisch, maar hij vraagt zich af of het mogelijk is met incidenteel geld voor de komende twee jaar een bijdrage te verlenen aan het verminderen van die onderbezetting. Zelf vraagt hij zich af of er iets kan worden gedaan met de gelden die in het Financieel Perspectief Duurzame Stad zitten. Die gelden worden voor allerlei belangrijke zaken gebruikt, maar het gaat er wel om dat de basis, de middelen en het team op het stadhuis, in orde zijn. Of dat een bron is moet hij met de griffie bespreken. Het politieke punt is dat er iets wordt gedaan aan die onderbezetting en de capaciteitsproblemen. Wat hem betreft gebeurt dat. De heer Friso meent dat het probleem dat de heer De Crom aansnijdt herkenbaar is. Hij ziet dat ook vaak terugkomen in voortgangsrapportages, etc. Er wordt veel aan gedaan met die interne klasjes. Extra handen zijn natuurlijk altijd welkom. Spreker loopt vooral aan tegen de vraag wat dan de dekking is en of het incidenteel of structureel is. Dat is een beetje technisch, maar het is wel relevant. Hij hoort dat de heer De Crom wil kijken of er iets mogelijk is met incidentele middelen. Spreker vindt het wat lastig om zich voor te stellen hoeveel de gemeente eraan heeft, als er voor twee jaar budget kan worden vrijgemaakt voor personeel.

Tegen de tijd dat iemand aan de slag gaat eindigt zijn termijn misschien alweer. Volgens hem heeft het vooral zin, als het structureel kan worden gemaakt. Dan zou hij er wel voor waken om daarvoor het Financieel Perspectief Duurzame Stad aan te spreken omdat dat echt bedoeld is voor de langetermijninvestering om de stad zelf duurzaam te verstedelijken. Het gaat hier om de uitwerking en daar is GL heel benieuwd naar.

Commissie Stedelijke Ontwikkeling d.d. 2 november 2021

14

De heer Van der Woerd meldt dat zijn reactie een beetje in het verlengde ligt van die van de heer Friso. Het is een goed uitgangspunt om hier eens goed naar te kijken. Het zegt ook iets over wat de gemeente uitstraalt. Het gaat niet alleen om het faciliteren van projecten van grote ontwikkelaars, maar ook om het tijdig behandelen van kleinere projecten die ook een bijdrage leveren aan de stad of de verduurzaming van de stad. De CU staat hier zeker positief tegenover, maar heeft wel een kritische blik op waar het geld vandaan moet komen en de vraag of het Financieel Perspectief hiervoor moet worden gebruikt. Dat neemt hij mee naar zijn fractie. Mevrouw Heijnen herinnert aan de IT-problemen van het afgelopen jaar toen ambtenaren documenten van het ene systeem naar het andere zaten te downloaden. De vraag waar het nu aan ligt dat het zo druk is op die afdeling is een technische vraag. Als er daarvoor totaal geen oorzaken zijn aan te geven, dan zou zij op zich positief tegenover het voorstel kunnen staan. Maar als die IT-problemen die onderbezetting voor een deel kunnen verklaren, dan is dat probleem opgelost of zal het hopelijk snel worden opgelost. Wethouder Spijker reageert, ook naar aanleiding van de opmerkingen over de ICT. Op dit ogenblik is dat op orde. Dat is echt wel intensief geweest, maar met veel inspanning is dat probleem aangepakt.

Er blijven trouwens punten van aandacht. De ICT speelt een belangrijke rol bij de vergunningverlening. Maar los hiervan zijn er heel veel initiatieven in deze stad. Daarom is ook in het huidige beleidsakkoord bepaald dat de ambtelijke capaciteit wordt ingezet voor de projecten waar de gemeente substantieel iets kan toevoegen. Zij herhaalt dat dit niet betekent dat het college niets doet voor de kleinere projecten of de projecten die buiten de verstedelijkingsas liggen. Dat is destijds al aangegeven in de Verstedelijkingsnotitie en later ook in de Omgevingsvisie. Maar als zij kijkt naar de opgave, dan wil zij vanuit haar ervaring voor de volgende periode meegeven daar goed naar te kijken en als partijen daarvoor geld vrij te maken. Zij zou dan zelf gaan voor het structurele geld en niet zozeer voor het incidentele. De heer Van Diepen meent, geheel in lijn met wat de commissie daarnet al hoorde, dat hiervoor structureel geld nodig is. Het lijkt hem echt iets voor de coalitieonderhandelingen die na maart 2022 zullen plaatsvinden. De heer Otten vindt het op zich een interessant punt. Hij kan zich voorstellen dat, als de raad dit volgend jaar misschien structureel wil regelen, er wordt gekeken of er voor volgend jaar iets incidenteels kan worden gedaan. Hij heeft twee vragen die hij ook in de richting van het college stelt. De eerste is of het hier puur om geld gaat.

Is het ook ingewikkeld om goed en geschoold personeel te krijgen of is het zo dat, als er meer geld is, er ook direct meer mankracht is? In de tweede plaats merkt hij op dat in de septembercirculaire een ton wordt vrijgemaakt voor de uitvoering van het woonbeleid tot 2023 met de vraag of dat ook structureel moet worden gemaakt. Hangt dat hier ook mee samen of zijn het twee verschillende punten? Wethouder Spijker merkt over die ton voor woonbeleid op dat de gemeente best veel heeft bepaald voor het woonbeleid in de Woonvisie en de uitvoeringsagenda. Zij heeft de commissie destijds ook aangegeven dat dat nodig is, als de gemeente dit goed wil aanpakken. Daarnaast is er op dit moment een sterke drang naar regulering. Dat is een landelijk verschijnsel, het komt bij alle gemeenten terug. Zij proberen zo de verhitte woningmarkt enigszins onder controle te krijgen. Dat betekent een behoorlijke ambtelijke inzet en zeker als de raad volgend jaar naar systemen wil voor opkopen, bescherming en zelfbewoningsplicht. Zij heeft in juni 2021 toegezegd dat zij daarover iets aan de raad zal voorleggen. Dat betekent dan ook iets voor de handhaving. De commissie moet zich ervan bewust zijn dat die kant er ook aan zit bij het invoeren van systemen. Dat heeft zij ook bij de verkamering gezien.

Terugkomend op de vraag van de heer Otten geeft zij aan dat die ton op zich mooi is meegenomen, maar dat meer geld zeker zou helpen om de uitvoering volwaardiger op te pakken. Als de stad die verstedelijking nog hoger zet, dan moet zij daarvoor ook nog meer geld beschikbaar maken. Dat betekent dat de gemeente dan meer dingen kan oppakken, maar zij herhaalt dat, als zij vandaag het geld heeft, zij morgen niet direct de krachten heeft. Maar er kunnen sneller mensen van de markt worden gehaald, zeker als de gemeente mensen wat meer kan bieden. De heer Kersten zou er zeker voor pleiten om het structureel aan te pakken. Daar moet inderdaad haast mee worden gemaakt. Hij is het op dat punt met het voorstel eens. De gemeente moet niet wachten totdat er na de verkiezingen een samenwerkingsakkoord is gesloten. Hij stelt voor dit nu

Commissie Stedelijke Ontwikkeling d.d. 2 november 2021

15

meteen aan te nemen en er meteen mee te beginnen. Misschien kan de raad dan een potje van de 4,2 miljoen euro uit het Gemeentefonds daarvoor bestemmen. Dat kan de raad in de toekomst ook steeds doen. Het is belangrijk genoeg, mensen moeten niet wachten op deze vergunningen. De voorzitter vraagt de heer De Crom naar zijn conclusie. De heer De Crom komt tot de conclusie dat er wel degelijk een behoefte is en dat de fracties dat ook zien. Dan gaat het om de uitwerking. Structureel geld is natuurlijk lastiger te regelen op korte termijn. Hij kan ernaar kijken, maar misschien kan er met incidenteel geld al een impuls komen. Hij las ook dat in verband met de lastige arbeidsmarkt onvoldoende talent was te vinden. Misschien kan incidenteel geld worden besteed aan wervingsmiddelen, maar hij gaat niet op de stoel van de bestuurder zitten. Misschien is dit echter wel de manier om een inhaalslag te maken. Hij komt dus wel met een voorstel. Hij moet er echt even goed naar kijken of de dekking incidenteel of structureel is. De heer Kersten zou dan toch wel de knoop of het structureel of incidenteel wordt nu willen doorhakken en ook willen beslissen of de gemeente dit gaat doen of niet. Anders wacht het weer te lang. De voorzitter merkt op dat het gaat om het zoeken naar dekking. Dat lukt niet tijdens de vergadering, tenzij iemand het nu al op een rijtje heeft.

Hij kan zich voorstellen dat de heer De Crom op zoek gaat naar dekking. Dat is meestal een hele opgave, hoewel er in dit geval er wel wat op de plank ligt. Spreker wacht het voorstel af. Hij vraagt de heer De Crom zijn tweede discussiepunt toe te lichten. De heer De Crom zet uiteen dat dit gaat over het inlopen van het tekort aan koopwoningen. Hij heeft de wethouder gehoord en hij leest in de woningbouwmonitor dat het de aandacht van het college heeft en dat het college er actief op gaat sturen. Hij wil niet vervelend doen, maar hij vindt dat iets te vrijblijvend omdat het tekort al een paar jaar bestaat. Hij begrijpt dat het lastig is. Hij hoort dat de wethouder bezig is met een instrumentarium, met middelen en werkwijzen om daar actiever op te sturen, maar er ligt sinds vorig jaar een motie. Het zou de VVD wat waard zijn, als commissie en raad wat meer inzicht krijgen in hoe daar dan actief op wordt gestuurd in plaats van dat hij hoort dat het de aandacht van het college heeft en dat het college hoopt het te doen. Hij wil er dus toch een punt van blijven maken en wil dit niet tot na de verkiezingen laten liggen. Voor het einde van deze raadsperiode wil hij op zijn minst een paar scenario’s zien of manieren waarop dit college aan de slag kan gaan om actiever te sturen om meer koopwoningen te krijgen.

Het is hem om het even of de wethouder dit kan toezeggen of dat hij er een voorstel van maakt. Zijn fractie vindt dit te belangrijk om dit nu zomaar even af te doen. Wethouder Spijker heeft erover nagedacht tijdens de korte schorsing. Zij is bereid om toe te zeggen dat zij in ieder geval het instrumentarium in kaart zal brengen voor hoe het college überhaupt kan sturen op die koop. Zij zal dan ook aangeven hoe dat in de praktijk werkt en wat het college kan doen om actief te blijven sturen. Zij kan ook toezeggen dat zij dit materiaal in het voorjaar en in elk geval voor de verkiezingen zal aanleveren zodat de fracties dit kunnen meenemen. De heer Haas heeft net van de wethouder vernomen dat er ontzettend veel initiatieven zijn in Leiden. Dan zou een voorselectie op die plekken waar in zijn ogen sociale huur of betaalbare koop zit de prioriteit kunnen hebben. Dat zou volgens hem een vrij snel filter kunnen zijn. Wethouder Spijker zal daarnaar kijken. Het college is sowieso altijd aan het kijken hoe het optimaal uitvoering kan geven aan de Woonvisie. Dat zal ook afhangen van de eigenaar van de grond, van waartoe die initiatiefnemer bereid is en of die het plan rond krijgt. Maar het college heeft er zeker oog en aandacht voor. Zij zal in elk geval haar toezegging gestand doen. Dan kan de commissie zelf discussiëren over hoe zij daar zelf sturing aan zou willen geven.

Het college gaat intussen aan de slag. De heer De Crom waardeert dit als een eerste goede stap. Bovendien ligt de motie van CU, D66 en VVD om met bijsturingsvoorstellen te komen er nog steeds. Dat gecombineerde pakket stemt zijn fractie op dit punt tevreden. Zij komt dan niet met een apart voorstel. De voorzitter ziet dat er dus één voorstel komt van de VVD. Van D66 heeft hij geen discussiepunten genoteerd. De heer Van Diepen mengt zich met liefde in de discussie. Hij heeft twee punten staan van

Commissie Stedelijke Ontwikkeling d.d. 2 november 2021

16

mevrouw Heijnen: iets met koopwoningen, waarvan hij niet weet of het een discussiepunt is, en handhaving op verkamering nu er tijdelijk een stop is. Hij weet niet of dat een discussiepunt blijft. De wethouder is daar even op ingegaan. Het is al ter sprake gekomen en de burgemeester is er niet. Hij vraagt welk discussiepunt mevrouw Heijnen op tafel wil leggen. Mevrouw Heijnen heeft daarnet voldoende antwoord gekregen op haar punt van de koopwoningen. Haar tweede discussiepunt ging specifiek over het bestrijden van energiearmoede. Dat onderwerp is daarnet al naar voren gekomen. Het CDA overweegt een voorstel om met een aantal oplossingen te komen die haar fractie in de stad heeft gehoord. Tijdens de schorsing hoorde zij dat de energieambassadeurs goed hebben gelobbyd om hen een aantal projecten te laten uitvoeren waarin zij een meer proactief op kunnen treden. Zij kunnen dan bijvoorbeeld bij mensen langsgaan waar de isolatie slecht is en adviezen geven over het goed afstellen van de centrale verwarming. Zij zien echt wel mogelijkheden om hun taak beter uit te voeren. Een idee was om de extra handhavingsfaciliteit hier ook voor een deel voor in te zetten nadat de standstill voor verkamering is ingegaan. Een ander idee van de energieambassadeurs was om MBO-studenten met een technische opleidingsrichting in te zetten om CV’s af te stellen, maar dan gaat zij wel erg op de inhoud in.

Het CDA wil, kort gezegd, een voorstel doen om de bestrijding van de energiearmoede door de energieambassadeurs meer proactief te laten oppakken. De heer Friso merkt op dat mevrouw Heijnen al aangaf dat zij beiden tijdens de schorsing al tot de conclusie kwamen dat zij met ongeveer dezelfde intenties naar deze vergadering waren gekomen. Sprekers fractiegenoot de heer Terlouw heeft hier ook hard aan gewerkt. Deze was van plan dit ook bij de bespreking in de commissie Werk en Middelen te betrekken omdat het ook een component armoedebestrijding heeft. Het heeft natuurlijk ook een component energietransitie. Ook GL ziet veel in het beter equiperen van die wijkambassadeurs, zeker als die brug naar de MBO-studenten kan worden geslagen. Die kunnen daarmee ook werkervaring opdoen. Met incidenteel geld kan zo structurele winst worden behaald door met ‘quick wins’ huurwoningen deels te verduurzamen. Wat GL betreft is dat één sterk onderdeel van de aanpak van energiearmoede. Volgens hem kunnen CDA en GL hierin samen optrekken. Voortbordurend op de door hem gestelde technische vragen wil hij hieraan toevoegen dat het hier vooral gaat over corporatiehuurders, maar dat er ook echt iets moet worden gedaan aan het bewegen van particuliere verhuurders. Het college geeft in het antwoord aan hier een rol te zien voor het huurteam. Die rol ziet hij ook wel, maar dat is een incidentele aanpak.

GL zou daarnaast de oproep willen doen om in de richting van de transitievisie die eraan komt een soort prijsprikkel uit te werken om ervoor te zorgen dat eigenaren echt worden gestimuleerd om te gaan verduurzamen. Nu ontbreekt die financiële prikkel vaak. Dit zou zijn fractie hier graag aan koppelen. Wethouder Spijker vindt dit een heel mooie discussie. Dit is iets dat het college al langere tijd op de agenda heeft staan. Het geeft daar ook handen en voeten aan met de wijkambassadeurs en met de corporaties. Er is ook een specifieke opleiding op MBORijnland. Vorig jaar heeft zij in de coronatijd nog op Lammenschansdriehoek met studenten op de foto gestaan. Zij is blij dat het nu aandacht heeft en ook integrale aandacht. Zij merkt nu dat die extra urgentie wordt gevoeld door de stijging van de gasprijs en het omhooggaan van de energierekening. Zij constateert zelf dat voor het maken van de grote slag geld nodig is. Zij ziet dat ook het Rijk op dat punt beweegt. Ook merkt zij dat mensen zullen moeten besparen, maar ook moeten isoleren en opwekken. De gemeente doet al heel veel, maar moet dat nog verder verbeteren en moet kijken waar de connecties kunnen worden gemaakt. Zij raadt ook aan om even het antwoord op de vragen af te wachten. Het college heeft die vragen vrij uitvoerig beantwoord.

Donderdag voor de commissievergadering waar de heer Friso over sprak liggen die antwoorden er. Dit heeft natuurlijk ook een connectie met het armoedebeleid. Straks komt de gemeente ook echt achter die voordeur. Dan zijn er verschillende varianten met huurwoningen, koopwoningen, mensen die het echt niet kunnen betalen en mensen die het misschien wel kunnen betalen, maar die in de knel zitten. Met een doelgroepenbenadering moet ervoor worden gezorgd dat die grote slag in Leiden wordt geslagen. Er is heel veel gaande, maar zij denkt dat er een reden is en een urgentie met die stijgende energierekeningen om dit nog meer te versnellen. De heer Haas is blij te constateren dat dit onder de aandacht komt. Het is belangrijk om hieraan toe te voegen dat bij het energievraagstuk en de energietransitie een scheiding moet worden aangebracht tussen energie en warmte. 80% van het hele vraagstuk is de warmteopwekking, veel meer dus dan de energie. Maar bij de ideeën die er liggen voor aquathermie (warmte uit water) en geothermie (warmte uit de grond) moet er ook over een herverdelingsvraagstuk worden nagedacht. Als bijvoorbeeld een rivier van A naar B stroomt en in het begin alle warmte eruit wordt gehaald, dan heeft het einde van de

Commissie Stedelijke Ontwikkeling d.d. 2 november 2021

17

rivier helemaal niets meer. Als dit soort oplossingen in Leiden wordt toegepast, dan moet dit met een integrale aanpak worden benaderd. Dan moet ook over dit verdelingsvraagstuk worden nagedacht. Hij denkt dat het idee om het puur per huis aan te pakken de energietransitie niet op een heel hoog niveau zal brengen en dat het misschien ook niet het vraagstuk van de energiearmoede zal oplossen. Los daarvan steun hij de gedachte dat Leiden dit absoluut moet doen, maar hij denkt dat een collectieve aanpak niet verheeld moet worden. De heer Kersten steunt het voorstel zeker. Hij vestigt er echter de aandacht op dat hij in de laatste weken een aantal gevallen heeft gehoord van mensen die een subsidie wilden hebben voor hun huis met oog op de stijgende energiekosten, maar merkten dat het energiepotje steeds leeg was. Hij wil weten hoe dat zit. Moet daar geen aandacht aan worden besteed? De heer Otten vindt het een goed onderwerp. Hij denkt dat alle commissieleden dit belangrijk vinden. Zijn enige kanttekening hierbij is dat de PvdA minder enthousiast is om daar nu de handhavingscapaciteit voor in te zetten. Hij denkt dat die mensen, ook als er minder handhaving is bij verkamering, ontzettend veel te doen hebben in het kader van het handhavingsbeleid. De heer Friso ziet da de heer Haas het echt wat breder trekt en het maatschappelijke vraagstuk ziet. Spreker herkent dat wel.

De wethouder zegt dat het hier om heel veel doelgroepen gaat waarvoor beleid moet worden gemaakt. Voor GL staan twee uitgangspunten voorop: terugdringen van de CO2-uitstoot en verkleinen van de kloof tussen rijk en arm. Zijn fractie beoordeelt eigenlijk alle voorstellen daarop. Nu zijn er twee kwesties. Het ene is de vraag hoe de gemeente op korte termijn aan de slag gaat met dergelijke ‘quick wins’ voor de komende winter. Het CDA en zijn fractie hadden daarvoor soortgelijke ideeën. Het andere is eigenlijk een wat grotere strategie voor hoe de gemeente ervoor zorgt dat in die energietransitie, op dit moment vooral een kwestie van warmte, iedereen meekomt en het liefst die ongelijkheid wordt verkleind. Daarom vraagt hij aan de wethouder of het college ook voornemens is om daar aandacht aan te besteden in die transitievisie warmte. Of is het nodig dat de raad zelf daarin meer richtinggevende uitspraken doet? Wethouder Spijker vraagt de heer Friso zijn vraag concreet te herhalen. De heer Friso vraagt of er in die transitievisie warmte ook aandacht is voor het verkleinen van de kloof tussen rijk en arm en het eerlijk verdelen van kosten en baten of dat de raad, als die daar extra aandacht voor wil, daarin moet bijsturen. Wethouder Spijker antwoordt dat er sowieso aandacht is voor de betaalbaarheid.

Dat uit zich ook in energiearmoede, de wijze waarop iemand kan verduurzamen en wat dat betekent. Dat komt in die transitievisie wel terug. De commissie heeft echt een gelegenheid om daarover te discussiëren zodra dat stuk naar de commissie toekomt. De commissie en de raad gaan daarover. Deze visie ligt nu ter inzage. De leden kunnen er dus een blik op werpen. De heer De Crom vindt het op zich een mooi en sympathiek punt, maar hij heeft net als de PvdA wat twijfels over het inzetten van de middelen van het toezicht. Hij constateert dat die dan niet worden besteed aan bouwtoezicht. Dat is ook heel belangrijk. De bezetting was ook al een tijdje krap bij het project Leegstand dat de VVD ook belangrijk vindt. Als de commissie het zo wil oplossen, dan is het de vraag of zijn fractie daarin mee kan gaan omdat zij die andere aspecten ook belangrijk vindt. Maar de VVD wacht het voorstel nog even af. De voorzitter merkt op dat ook de heer Van der Woerd in zijn inbreng de energiearmoede heeft genoemd. Wil hij reageren? Volgens de heer Van der Woerd is dat misschien wel goed. Tijdens de schorsing sprak hij hier al even over. Hij denkt dat het goed is om over concrete voorstellen na te denken. Zijn inbreng was iets algemener van aard en hij zou die algemeen willen houden om te kijken of Leiden dat Isolatie Manifest kan omarmen en kan verwerken in wat hier lokaal wordt gedaan.

Dit zou daar een concrete uitwerking van kunnen zijn. De voorzitter vraagt mevrouw Heijnen en mogelijk ook de heer Friso of zij met een voorstel komen en wat de strekking daarvan zal zijn. Gaan de twee fracties elkaar vinden?

Commissie Stedelijke Ontwikkeling d.d. 2 november 2021

18

Mevrouw Heijnen komt zeker met een voorstel. Tijdens de discussie heeft zij nog een aantal punten opgeschreven over huurwoningen, maar ook over koopwoningen. Een punt is of het toezicht wel of niet wordt gewijzigd. Zij denkt dat de heer Friso en zij elkaar opzoeken om dit te gaan uitwerken. Er is zeker iets moois te maken over tocht-strips en bubbelfolie. De heer Friso sluit zich hier helemaal bij aan. Volgens hem zitten mevrouw Heijnen en hij redelijk op één lijn met wat verschillende invalshoeken die alleen maar tot een rijker voorstel kunnen leiden. Zij gaan er met elkaar aan werken. De heer Kersten heeft nog geen reactie gehad van de wethouder of van een van de indieners op zijn opmerking over dat subsidiepotje dat regelmatig leeg blijk te zijn. De voorzitter meent dat, als dit een technische vraag was, de heer Kersten zijn vraag als technische vraag had moeten stellen. Als de wethouder daar nu direct een antwoord op heeft, dan is dat prima. Als dat niet het geval is, dan moet de heer Kersten die vraag via de griffie insturen. Dan krijgt hij er ongetwijfeld wel antwoord op. Wethouder Spijker vraagt of de heer Kersten de vraag naar de griffie kan sturen. Dan geeft zij daar een goed antwoord op. De heer Kersten kan dat uiteraard, maar hij vond dit wel relevant in deze discussie. Die mensen hebben subsidie nodig. Wethouder Spijker begrijpt dat.

In zijn algemeenheid kan zij zeggen dat er voor de hele energietransitie en de verduurzaming een behoorlijke subsidie nodig is. De vraag is wie dat gaat betalen. Het Rijk zal ook aan zet zijn. Zij hoopt dat er in de kabinetsformatie ook iets uitkomt. Mevrouw Heijnen denkt dat het elkaar niet per se zal bijten omdat het verschillende dingen zijn. De heer Kersten denkt waarschijnlijk meer aan subsidie voor zonnepanelen, warmtepompen of isolatie. Zij denkt meer aan zaken zoals tocht-strips of bubbelfolie. Dat laatste kost 3 euro per rol. Zij is benieuwd naar het antwoord op de vraag wat voor subsidies er daarvoor zijn. Dat wacht zij dan af. De voorzitter weet uit eigen ervaring dat er subsidies van het Rijk zijn, wanneer iemand twee verschillende maatregelen neemt die helpen om een woning te verduurzamen. Die ervaring geeft hij alvast mee. Dat kost de gemeente Leiden geen rode cent. Hij stelt vast dat het discussiepunt van het CDA is besproken. Bij GL begint hij met de inbreng van de heer Van Spronsen. Omdat sprekers aantekeningen zeer slecht leesbaar zijn, vraagt hij de heer Van Spronsen om zijn discussiepunten toe te lichten. Die beginnen met iets over meten en duurzaam. De heer Van Spronsen stelt dat duidelijk is dat meten en duurzaamheid bij GL horen.

Zijn fractie wil een voorstel doen om te kijken of in de halfjaarlijkse bouwmonitor toch kan worden opgenomen hoeveel gebouwen in houtbouw en biobased bouwen er worden gebouwd. Dat hoeft helemaal niet uitgebreid te zijn. Uit de technische vragen bleek dat er al heel veel voorbeelden kunnen worden genoemd. Het is belangrijk om te zien hoe het toepassen van deze bouwmethoden in de loop van de tijd stijgt. Daarnet is gesproken over energiearmoede. Houtbouw is op dit punt heel goed omdat het in de zomer koeler en in de winter warmer is. Er is dus minder noodzaak om te koelen of te verwarmen. Belangrijk is ook dat de bouw heel veel uitstoot. De voorzitter wijst erop dat het pleidooi van de heer Van Spronsen voor houtbouw inmiddels in de commissie bekend is. Zijn voorstel is om dat te meten. Hij ziet dat er geen reacties uit de commissie komen. Wethouder Spijker merkt dat de voorzitter haar altijd aankijkt, als er geen reactie komt. In zijn algemeenheid kan zij wel iets zeggen. Alles wat in deze stad wordt gedaan zou zij wel willen meten. Zij kan nu niet zeggen wat het betekent, als de gemeente dit ook nog voor houtbouw gaat bijhouden. Zij gaf dat ook al in haar introductie aan. Maar het is sowieso waardevol om de projecten op een rij te hebben. De bouwmonitor is in het leven geroepen en zij is daar wel trots op. Zij heeft gezegd dat die verder kan worden uitgebreid.

Maar zij moet dan wel even kijken wat dat voor extra werk oplevert. De commissie moet zelf discussiëren over wat zij daarin belangrijk vindt en hoe zij die monitor wil uitbreiden voor de toekomst. Zij kan het nu niet precies zeggen. Van haar ambtenaren krijgt zij nu het

Commissie Stedelijke Ontwikkeling d.d. 2 november 2021

19

bericht dat zij geen exacte gegevens hebben. Het moet dus worden geïnventariseerd op basis van wat bekend is. Zij geeft dit mee voor het geval dat de heer Van Spronsen een motie wil maken. De voorzitter ziet dat de toelichting van de wethouder geen reactie oproept. Hij vraagt wat de heer Van Spronsen gaat doen. De heer Van Spronsen neemt dit mee terug naar zijn fractie. De voorzitter noemt als tweede discussiepunt van de heer Van Spronsen de studentenkamers en de cijfers van het Rijk. De wethouder is daar even op ingegaan op basis van wat de heer De Crom heeft ingebracht. Hij vraagt of dat voldoende was voor de heer Van Spronsen. De heer Van Spronsen antwoordt dat er nog één punt is. Voor de lange termijn gaat het om bijbouwen voor studenten, Daarbij moet worden gekeken naar wat de balans is omdat er ook andere doelgroepen zijn die woningen nodig hebben. Voor de korte termijn heeft Leiden natuurlijk een fantastische pilot om studenten bij een hospita te krijgen. Maar er staan plannen op stapel om zelfstandige eenheden te bouwen. Misschien is het mogelijk om een deel daarvan om te bouwen tot onzelfstandige eenheden, dus studentenkamers, waarbij dan een aantal keukens, wc’s en douches kan worden geschrapt en de ‘fusie’ kan worden toegevoegd. Zo kan het oude studentenhuis worden verkregen. Dat is niet alleen leuker, maar het zou ook extra kamers opleveren.

Misschien is dat een mogelijkheid. Hij hoort wel van de wethouder of er bezwaren of drempels zijn. Wethouder Spijker merkt op dat eerder aandacht is gevraagd voor de zogenaamde ‘fusie’. Voor haar als oud-Amsterdams student was dat een nieuw woord. (Zij is bewust niet in Leiden gaan studeren omdat haar familie hier woonde.) Het is een gemeenschappelijke ruimte en dat woord gebruikt zij ook. Zij heeft dat direct ingebracht bij de taskforce Studentenhuisvesting. Vanuit DUWO die goed zicht heeft op vraag en aanbod kwam de reactie dat er in Leiden best veel woningen zijn met een fusie en dat er echt ook wel aandacht voor is, maar dat het vaak aantrekkelijker is om zelfstandige woningen te bouwen omdat dan ook huursubsidie kan worden verkregen. Daar zit een soort prikkel in om zelfstandige eenheden te bouwen. Zij heeft dit zelf ook bij het Rijk aangekaart. In de Woondeal is ook iets opgenomen over studentenhuisvesting voor deze regio. Vanuit de steden Delft en Leiden is hiervoor aandacht gevraagd, maar op dit moment is dat subsidiesysteem nog niet gewijzigd. Maar de balans tussen studentenwoningen en zelfstandige studenteneenheden heeft wel steeds de aandacht van het college.

De heer Van Spronsen meent dat het niet alleen gaat om zelfstandig en niet-zelfstandig, maar om het feit dat, als er onzelfstandige eenheden van worden gemaakt er misschien wel extra ruimte is om op korte termijn studentenkamers toe te voegen. Hij vraagt of dat onderzocht kan worden. Wethouder Spijker meent dat dat erg ingewikkeld wordt. Voor bestaande bouw heeft de gemeente het verkameringsbeleid en voor nieuwe woningen is met name DUWO aan zet. DUWO bouwt op een bepaalde manier. Zij ziet niet dat hiermee een substantieel aantal extra studenteneenheden zou kunnen worden toegevoegd omdat dit efficiënter is. Zij heeft dit eerder besproken, maar niet vanuit het argument dat de heer Van Spronsen aandraagt. Het heeft de aandacht van het college. De voorzitter vraagt de heer Van Spronsen of dit mogelijk leidt tot een voorstel van GL. De heer Van Spronsen neemt ook dit mee terug naar zijn fractie. De voorzitter voorziet dat het een zware tas wordt voor de heer Van Spronsen. Deze heeft nog een spannende ‘teaser’ zoals hij het zelf aankondigde. De heer Van Spronsen brengt naar voren dat het Stationsgebied veel aandacht krijgt omdat er gebouwd wordt, omdat er veel groen is en het langzaam maar zeker een steeds belangrijker as wordt in deze stad. Vroeger was er aan de achterkant van het station niet zoveel, maar tegenwoordig ligt daar een plein dat steeds prominenter wordt.

GL stelt voor om dat plein te noemen naar de in 2009 overleden bekende Nederlandse zanger en acteur Ramses Shaffy. Daarvoor zijn er twee redenen. In de eerste plaats groeide hij op de plek waar nu Lebkov & Sons zit. Daar stond het huis van zijn pleegouders waar hij van zijn zesde toe zijn achttiende woonde. De tweede reden is een reden waarom spreker meent dat de raad er iets over moet zeggen. Dat is dat Ramses Shaffy wel een

Commissie Stedelijke Ontwikkeling d.d. 2 november 2021

20

lhbti-icoon is omdat hij al in de jaren zestig uitkwam voor zijn voorliefde voor mannen. Daarmee is hij echt een steun geweest voor veel mensen. Daarbij moet worden bedacht dat er in deze stad dan één mens is waarnaar een straat is vernoemd omdat hij iets heeft gedaan met homo-emancipatie in die tijd. Diversiteit en representatie zijn gewoon belangrijk. Dat is een reden om dit te doen. Straten worden vernoemd naar mensen die belangrijk worden gevonden. Rembrandt heeft er een, evenals Mary Bey, de zangeres zonder naam. Zichtbaarheid draagt bij aan acceptatie. Bovendien is het gewoon Nederlands beste chansonnier. Spreker stelt voor dit te gaan doen. De voorzitter ziet reacties uit de commissie. Hij vraagt om na te gaan of het huis van Shaffy daar inderdaad stond. In zijn beleving stond op de plek van Lebkov & Sons het laad- en losplateau van Gend & Loos en woonde Ramses Shaffy aan het Terweepark. Dat is misschien interessant voor de research, maar niet voor de discussie. De heer Haas is blij met het warme pleidooi van GL voor de lgbt-community. Als onderdeel van deze groep en als belangenbehartiger daarvan wil spreker toch zeggen dat er ook een commissie is die over de straatnamen gaat. Hij vindt het pleidooi van de heer Van Spronsen heel fijn en prettig om te horen, maar hij beveelt hem aan om dit in te brengen bij de commissie die daarover gaat.

Dan hoeft het hier verder geen punt van discussie te zijn. Mevrouw Heijnen sluit zich aan bij de woorden van de heer Haas. Bij een vorig project heeft de commissie de wethouder op pad gestuurd om aan de straatnamencommissie een straatnaam door te geven waarop de straatnamencommissie een advies ging geven aan de wethouder om dat te vernoemen. Misschien kan de wethouder aan de straatnamencommissie zeggen dat de hele commissie Stedelijke Ontwikkeling het een goed idee vond. Dat zou de voorkeur van het CDA hebben, ook in het kader van de werkverschaffing. De heer De Crom merkt op dat ook in zijn fractie altijd de discussie speelt of dit nu een taak is van de raad. Misschien kan de heer Van Spronsen aangeven of hij dat vindt. Overigens is zijn particuliere mening als groot muziekliefhebber dat het niet zou misstaan om een prominente plek naar Ramses Shaffy te vernoemen. De heer Van der Woerd sluit zich aan bij vorige sprekers. Het is een discussiepunt dat de raad mogelijk niet zou moeten bespreken, maar inhoudelijk kan de CU dit wel steunen. De heer Otten heeft er niet zoveel problemen mee om dit als raad in te brengen. Het is een mooi signaal dat hij ondersteunt. Hij merkt wel op dat Rembrandt, de Zangeres zonder Naam en de heer Shaffy na hun jeugd Leiden hebben verlaten. Hij weet niet of de gemeente dat moet promoten, maar hij vindt het een mooi idee.

De heer Kersten is het geheel eens met wat de heer Otten zegt. De gemeente moet er wel voor oppassen dat het niet het Ramsesplein wordt genoemd. Dat bestaat al in Caïro. Naar zijn mening kwamen de ouders van Ramses Shaffy daarvandaan. Hij is het eens met het voorstel van de heer Van Spronsen en meent dat de raad dit moet kunnen doen. De heer Van Spronsen hoorde de vraag van de heer De Crom of de raad hier wel of niet over gaat. Sinds de vorige keer heeft hij zijn research beter gedaan. Sinds de wet BAG (Basisregistratie Adressen en Gebouwen) uit 2009 is het een bevoegdheid van de gemeenteraad om te besluiten over straatnamen. In 2015 heeft de raad die bevoegdheid gedelegeerd aan het college en dat heeft een wethouder gemandateerd. Die wethouder heeft een adviescommissie die haar adviseert over straatnamen. De raad gaat er dus over en, als de commissie het belangrijk genoeg vindt, stelt hij voor er iets mee te doen. Het had ook via de straatnamencommissie gekund, maar het belang van het zich uitspreken over diversiteit en representativiteit is een goede reden om er hier in deze commissie over te spreken. De voorzitter vraagt de heer Van Spronsen of hij een voorstel gaat schrijven. De heer Van Spronsen is dat wel van plan. De voorzitter komt bij de punten van de heer Friso. Deze had een punt over een motie die in een ver verleden is ingediend door een raadslid.

De wethouder heeft daarop gereageerd. Dat lijkt spreker

Commissie Stedelijke Ontwikkeling d.d. 2 november 2021

21

voldoende. De heer Friso heeft ook energiearmoede genoemd. Daarover is zojuist uitgebreid gediscussieerd. Hij heeft nog wel een punt over het Energiepark en sociale woningbouw daar. Spreker vraagt hem dit toe te lichten. De heer Friso herinnert eraan dat de raad een gebiedsvisie voor het Energiepark heeft vastgesteld. Daarin staan onder andere die compensatiewoningen op de locatie van het Stadsbouwhuis. Nu die niet doorgaan is het mogelijk om op die locatie van alles te doen. De plannen kunnen worden heroverwogen, die woningen kunnen wel worden gebouwd als reguliere sociale huur, er kan meer park worden gerealiseerd en er zou een hoger segment kunnen worden gerealiseerd met een kleiner tekort op de gebiedsexploitatie. GL heeft daarin een voorkeur voor sociale huur of, als dat een optie zou zijn, voor kijken naar wat er mogelijk is in het huidige Stadsbouwhuis. Het gaat zijn fractie er echter vooral om dat zij er iets over te zeggen wil hebben. Dat geldt eigenlijk ook voor de andere locaties die zijn verkend. Ook die kunnen worden benut. De universiteit wijzigt nu haar plannen, maar heeft ook nog steeds een verantwoordelijkheid, bijvoorbeeld voor het huisvesten van studenten. GL stelt dus voor om voor die ander compensaties samen met de universiteit te bekijken of daar toch iets kan worden gerealiseerd in de sfeer van studentenhuisvesting.

Zijn voorstel is dus om nog nader te spreken over wat er moet worden gedaan met de compensatielocaties die verkend zijn. Misschien heeft de wethouder een procesvoorstel hiervoor. Wethouder Spijker wijst erop dat de raad heel duidelijke kaders heeft gesteld voor de plek op het Energiepark, ook voor het percentage sociale huurwoningen. Die komen er gewoon. Het is niet zo dat de gemeente daarmee iets anders gaat doen. Voor de andere locaties hangt het af van de situatie daar. Dit was de directe aanleiding. De heer Friso stelde daarover ook zijn introductievraag. Het college heeft daar gewoon het percentage sociaal opgenomen en is aan de slag gegaan in het kader van zowel de gebiedsvisie als het ontwikkelplan. Ook de marktpartijen die betrokken zijn geweest bij het ontwikkelplan zijn daarmee aan de slag gegaan. Dat is ook weer de basis geweest voor het met elkaar uitwerken van het plan. Eigenlijk is het college nu op weg naar een bestemmingsplan met brede reikwijdte waarin uitvoering wordt gegeven aan de gebiedsvisie en het ontwikkelplan. De heer Friso geeft aan dat in de gebiedsvisie staat dat hier sociale huurwoningen komen die bedoeld zijn als compensatiewoningen. Dat is niet meer aan de orde.

Begrijpt hij goed dat de conclusie dan is dat het reguliere sociale huurwoningen worden? Wethouder Spijker antwoordt dat de heer Friso in elk geval die verdiepende technische vragen heeft gesteld naar aanleiding van de antwoorden op eerdere vragen. Zij heeft daarnet aangegeven dat zij niet precies het aantal kent. De raad heeft haar een kadertje meegegeven. Als deze vraag bij de heer Friso leeft, dan kan hij die als technische vraag stellen. Dan zal zij daar ten behoeve van de raad antwoord op geven. Zij weet nu gewoon niet waar dit toe leidt in de doorrekening. Zij weet wel dat er nu wordt gekeken wat dit uitgaande van de kaders die de raad heeft gesteld betekent voor de aantallen sociale huurwoningen, maar dat zal niet wezenlijk tot andere aantallen leiden. De heer Friso dankt voor de extra toelichting. Hij had inderdaad van tevoren die vraag als technische vraag gesteld. Misschien is het goed die vraag in de richting van de raad nog iets specifieker technisch uit te vragen zodat de raad dat plaatje compleet heeft. Het gaat hem erom dat voor zijn gevoel de situatie op deze compensatielocatie en op de andere is veranderd en dat die locaties optimaal worden benut.

Hij zal nagaan hoe dit het beste technisch uitgevraagd kan worden in de richting van de raad, maar hij wil wel met de commissie van gedachten wisselen over de vraag of zij het eens is met het idee om die compensatielocaties, waar mogelijk en in samenspraak met de universiteit die hier voor een groot deel over gaat, te benutten voor een vorm van sociale huisvesting of studentenhuisvesting. De heer De Crom vindt dit meer dan terecht. Die compensatielocaties zijn niet meer nodig. De situatie is veranderd en dan is het goed om samen te kijken wat raad en college daarmee willen doen. Buiten het feit dat het een blamage is dat die Humanities Campus niet wordt ontwikkeld vindt hij het niet zo gek om dan in het kader van de trotse studentenstad misschien op die locaties iets te doen met studentenhuisvesting, min of meer als doekje voor het bloeden. Zijn fractie zou dat graag zien op die locatie. De heer Van Diepen is het ermee eens dat het goed zou zijn om de andere locaties evengoed te blijven ontwikkelen. Hij denkt dat het dan alleen om de Paviussstraat gaat. De Plexuslocatie blijft

Commissie Stedelijke Ontwikkeling d.d. 2 november 2021

22

immers, nu er niet die omslag komt met de Humanities Campus. Er lag een goed plan waar de gemeente mee door kan gaan. Misschien is er wel meer mogelijk voor bijvoorbeeld de Paviusstraat. De heer Kersten heeft al aangestipt dat de raad eerst vond dat het Stadsbouwhuis eigenlijk niet gesloopt moest worden. Daar worden nu tijdelijk statushouders geplaatst. Er zou op den duur ook kunnen worden gedacht aan opvang van asielzoekers in een gedeelte ervan. Er komen ook studenten in. Dat pand kan zeker worden gebruikt. Hij zou daarover een uitspraak willen hebben. Misschien kan dat in dit kader worden meegenomen. De voorzitter heeft het Stadsbouwhuis als discussiepunt van de heer Kersten staan. Volgens hem wil de heer Kersten dat dit blijft staan. Het lijkt spreker een discussie waard. De heer Otten meldt dat de PvdA voor het idee van de heer Friso is. Wat de heer Van Diepen zegt klopt. De Plexuslocatie is waarschijnlijk geen optie meer. Hij meent dat er op de Waardgracht nog een vierde optie was. Hij weet niet precies of daar iets mogelijk is. Zijn fractie vindt het interessant om te kijken of daar alsnog woningen kunnen worden gerealiseerd. Zijn fractie steunt het idee. Het is goed om het verder uit te zoeken. De heer Haas lijkt het nuttig om locaties waar de gemeente iets kan doen aan een woonruimteprobleem gedefinieerd als betaalbare huur daadwerkelijk te ontwikkelen.

Als de ambitie van GL is om dat in het betaalbare segment te doen, dan is er steun van de SP. Mevrouw Heijnen steunt het voorstel ook. De heer Friso vindt het goed deze reacties te horen. Bij dit soort voorstellen is het zaak om duidelijk te krijgen wat de situatie is, wat de plannen zijn en welke invloed de gemeente daarop heeft, maar er is nog tijd om dit na te gaan voor de raad. Dan neemt zijn fractie dit mee en dan kijkt die of het zinvol is om met een aansporing of met een voorstel te komen. De voorzitter heeft als punt van de heer Friso ook nog verkamering opgeschreven, maar hij weet niet of dit echt een discussiepunt is. Hij begrijpt dat het dat niet is. Dan zijn alle discussiepunten van GL besproken. De heer Haas heeft een aantal punten naar voren gebracht. De wethouder heeft op de meeste daarvan gereageerd. Hij vraagt of er nog een discussiepunt overblijft. De heer Haas is blij met wat de wethouder heeft gezegd over het woonruimte-verdeelsysteem. Als dat wordt geborgd, is het voor hem geen discussiepunt. Ook zijn vraag over de woonwagenbewoners is beantwoord. Hij wil nog eens benadrukken dat in Leiden en in de Leidse regio te onderzoeken, maar dat is geen discussiepunt waard. Voor de rest neemt hij met evenveel liefde als D66 deel aan het debat over de andere discussiepunten. De voorzitter heeft drie discussiepunten van de PvdA genoteerd.

Het eerste punt is een gebiedsmanager voor Leiden-Noord. Hij vraagt de heer Otten om een korte toelichting. De heer Otten zou willen dat de gemeente net als in het Energiepark en in het Bio Science Park de regie gaat voeren in Leiden-Noord waar vele problemen spelen en dat de gemeente zegt dat zij dat met elkaar wil verbinden door een gebiedsmanager of een gebiedsmakelaar aan te stellen. De heer Haas begrijpt de visie van de PvdA en haar voorliefde voor managers met een klein oog naar het Centrummanagement. Hij vindt een manager voor een gebied heel interessant. De vraag is dan alleen voor wie hij gaat managen. Dat is een belangrijk onderdeel van dit vraagstuk en hij laat het daarvan afhangen of de SP dit voorstel wel of niet steunt. De heer Van Diepen vraagt zich af waarom de PvdA specifiek voor dit gebied een gebiedsmanager wil. Het is vooral een doorontwikkeling van een woonwijk met wel wat verdichting, maar er komen toch vooral wooncomplexen, terwijl er in het Bio Science Park heel veel bedrijvigheid is en in het Energiepark ook veel functies samenkomen. Er wordt hier wel verdicht, maar het blijft gewoon een woonwijk. De heer Otten wil niet een hele discussie over het ontwikkelgebied voeren, maar zijn fractie denkt wel dat er in deze wijk heel veel dingen samenkomen, zoals de ontwikkeling van scholen, sociale

Commissie Stedelijke Ontwikkeling d.d. 2 november 2021

23

vraagstukken en de ontwikkeling van het sportpark. Op veel facetten gaat er de komende jaren veel gebeuren. Er worden inderdaad veel woningen gebouwd en er komt een ontwikkeling in De Hoven in combinatie met de Willem de Zwijgerlaan. Juist die combinatie van die fysieke vraagstukken met de sociale vraagstukken vraagt erom dat de gemeente niet alleen iets meer de regie voert, maar ook dingen met elkaar verbindt in plaats van dat er allemaal losse projectjes over de wijk worden uitgestrooid. De kans bestaat dat dat allemaal op de gemeente afkomt zonder dat het in samenhang wordt opgepakt. De heer Van Spronsen geeft aan dat GL op zich die coördinatie voor een dergelijk gebied waar inderdaad veel van dat soort complexe problemen bij elkaar komen en waar er nogal veel opgaven zijn wel ziet zitten. Het hangt ervan af waar het geld vandaan komt en wat precies de opdracht wordt, maar op zich beoordeelt GL dit voorstel positief. De heer De Crom is als inwoner van Leiden-Noord ook benieuwd naar wat er op hem afkomt. De koffie staat dus klaar voor eventuele makelaars, maar hij constateert wel dat het in Leiden stikt van de coaches en makelaars. Het is prima om daar iemand op te zetten, maar dan wel binnen de bestaande capaciteit. Zoals daarnet al is besproken, ziet zijn fractie nog wel een paar andere prioriteiten waarvoor er te weinig capaciteit is.

Als binnen de bestaande capaciteit iemand of een groepje wordt aangewezen om daar in Leiden eens integraal naar te gaan kijken, dan heeft hij daar niets op tegen. De heer Gaulard gaat, geïnspireerd door GL, ook eens meedoen, ook al is hij niet de woordvoerder voor D66. Hij vraagt de PvdA wat het verschil is met de wijkregisseur voor Leiden-Noord die een gedeelte van de problemen die de PvdA constateert al in portefeuille heeft, met name op het gebied van de sociale ontwikkelingen in de wijk. Is het niet wat overbodig om nu nog een persoon aan te stellen voor Leiden-Noord, terwijl er al iemand is aangewezen vanuit de sociale kant om dat daar te regelen? Het voelt als dubbelop. De heer Otten geeft aan dat er wijkregisseurs zijn in de hele stad. Er is er ook een in Noord en in de Merenwijk. Dat is meer een aanpreekpunt waar mensen naartoe kunnen gaan en dat klachten kan doorgeven aan de ambtelijke organisatie. Maar met alle problemen die in deze wijk spelen zou het heel wenselijk zijn om vanuit de gemeente projecten met elkaar te verbinden en ervoor te zorgen dat er gezamenlijk aan de slag wordt gegaan met het ontwikkelperspectief voor de hele wijk. Dit plan voor een gebiedsmanager gaat dan ook een stuk verder. Actief moet hij allerlei dingen die de gemeente in de wijk gaat doen met elkaar verbinden.

Dat gaat verder dan het werk van de wijkregisseurs waar zijn fractie overigens heel blij mee is. De heer Gaulard vindt het een heel interessante discussie. Hij denkt dat in de komende periode na zijn vertrek nog verder moet worden gegaan om de verbinding te maken tussen sociale vraagstukken en stedelijke ontwikkeling. Alles schijnt met elkaar te maken te hebben. De raad gaat nog praten over het ontwikkelperspectief Leiden-Noord. Misschien moet de rol van de wijkregisseur daarin beter worden geborgd. Maar als hij op de gemeentesite leest dat de wijkregisseurs het middelpunt zijn in de wijkaanpak en dat zij samen met wijkbewoners, partners en collega’s zoeken naar kansen en mogelijkheden om het leven in de wijk te verbeteren, dan ligt het voor hem niet erg voor de hand om nu weer extra laag in te zetten in een tijd met flink wat tekorten aan ambtenaren. Hij wacht natuurlijk het voorstel af. De heer Kersten is het eigenlijk wel eens met het idee van de heer Otten, maar hij is het ook weer met de heer Gaulard eens dat er geen dubbel werk moet ontstaan. De problematiek die als argumentatie wordt gebruikt door de heer Otten ziet hij wel degelijk in Noord, zoals die ook in het Energiepark en in het LBSP (Leiden Bio Science Park) te zien is. Er is daar echt wel iemand nodig op een hoger niveau zoals een gebiedsmanager of een projectmanager.

Daarnaast is de wijkregisseur nodig om daar dwars doorheen te lopen. Die kan zich met andere dingen bezighouden in de Merenwijk en misschien in een andere wijk. Hij ziet niets in een dubbelfunctie, maar in Noord waar heel veel staat te gebeuren, zoals LEAD en de Ringweg Noord, is een gebiedsmanager buitengewoon nuttig. Hij is het er volkomen mee eens. De heer Otten vindt het een mooie discussie. Hij hoort nog wel terechte bedenkingen. De ideeën van de PvdA zijn ook nog niet helemaal uitgekristalliseerd. Hij neemt dit mee terug naar zijn fractie en gaat kijken hoe hij het precies moet verwoorden en hoe zijn fractie dit zou willen financieren. Maar hij heeft dan in elk geval de input vanuit de commissie al gehoord. Hij verwacht dat zijn fractie met een voorstel

Commissie Stedelijke Ontwikkeling d.d. 2 november 2021

24

komt, maar hij neemt ook nog contact met fracties die nog vraagtekens hebben. De voorzitter wacht dat dan af. Hij heeft een tweede punt genoteerd: handhaving verkamering. Daar is uitgebreid over gesproken en de heer Lenferink is er niet. Hij vraagt of daar nog iets van blijft hangen. De heer Otten heeft bewust de heer Lenferink hier niet voor gevraagd. Hij weet immers dat de burgemeester in juni anderhalf uur bij een vergadering heeft gezeten om één klein vraagje van hem te beantwoorden. Het is ook niet zo nodig omdat hij denkt dat wethouder Spijker hier ook veel verstand van heeft. Als er echt een voorstel komt, dan kan de heer Lenferink daar in de raad altijd op reflecteren. De PvdA begrijpt dat dit in de handhaving altijd lastig ligt. Zijn enige punt is dat, als iemand nu tijdens de standstill een woning gaat verkameren met het grote risico dat het pand mogelijk in de vroegere staat moet worden teruggebracht, het risico bestaat dat mensen straks dat huis uitgezet moeten worden. Zijn fractie wil proberen dat voor te zijn. Zij begrijpt dat er misschien uitzonderingen zijn, maar het is beter om dit voor te zijn. Misschien gaan mensen dat risico nemen en dan ontstaat alsnog een discussie.

Misschien moet de gemeente de mensen zo goed mogelijk informeren: “weet wel dat u, als u nu gaat verkameren, een groot risico loopt dat dat onder het nieuwe beleid niet meer mag.” De PvdA blijft wel de zorg houden over hoe de gemeente straks misschien niet handhaaft op de verkameringsstop en dat daarmee de hele verkameringsstop geen stop is. De voorzitter hoort dat de heer Otten zijn zorg uit. Dat is dus geen voorstel. Het is hem niet helemaal duidelijk wat zijn voorstel zou zijn. De heer Otten denkt dat het voorstel een oproep aan het college zou kunnen zijn om toch wel te blijven handhaven op die specifieke nieuwe gevallen, maar hij kijkt ook naar de commissie. Hij weet ook niet of dat echt helpt. Hij weet dat het een complexe discussie is. Over die standstill heeft de commissie niet gediscussieerd. Misschien hebben collega’s er andere ideeën over en anders laat hij het hierbij. De heer De Crom denkt dat de heer Otten terecht een risico noemt. Hij herinnert eraan dat deze coalitie beleid heeft gemaakt dat niet uitvoerbaar blijkt. Nu zit de gemeente met een standstill waar niemand blij van wordt en waar ook nog de nodige risico’s aan kleven. Hij stelt voor dat de coalitiepartners eens bij elkaar kruipen en bekijken welk soort risico’s dit zijn en hoe zij die weg kunnen nemen. De coalitiepartners zijn zelf verantwoordelijk voor deze warboel. Hij geeft dit mee ter overweging.

De heer Kersten zou het geen warboel willen noemen. Hij begrijpt de dilemma’s wel, maar hij heeft al aangegeven dat het zeer in strijd is met zijn rechtvaardigheidsgevoel dat mensen alsnog hiermee wegkomen. Hij is het met de heer Otten eens en hij zal zeker dat voorstel dat komt willen steunen. De heer Friso denkt dat dit ook weer raakt aan wat eigenlijk het doel is dat de commissie wil bereiken. In het antwoord op de technische vragen van de heer Otten wordt gezegd dat het college wil handhaven op overlast. Waar het hem echter om gaat is het beschermen van die schaarse woningen voor de Leidenaren. Dat is veel belangrijker. Hij zou eerder meegeven dat gehandhaafd moet worden op nieuwe gevallen waarin woningen aan de markt worden onttrokken dan dat gehandhaafd moet worden op overlast. Dat is in de ogen van GL hier niet het hoofdprobleem. Hij weet niet of dit op dit moment een voorstel behoeft omdat de situatie is zoals zij is en eraan wordt gewerkt. Iedereen die nu verkamerd heeft neemt, net als degenen die dat in de afgelopen jaren deden in een periode waarin er helemaal geen regels waren, zoals de heer De Crom zegt, een ondernemersrisico. Hij weet dat hij mogelijk illegaal bezig is en daarmee wel een verplichting aangaat richting huurders, als blijkt dat de situatie niet gelegaliseerd kan worden. Daar mogen mensen zich van bewust zijn.

Hij neemt aan dat vastgoedondernemers zich ook in de regels verdiepen voordat zij overgaan tot de business van het verhuren van kamers. De heer Van Diepen sluit zich volledig aan bij wat de heer Friso zojuist zei. Dat was ook zijn betoog. De voorzitter vraagt de heer Otten om een conclusie. De heer Otten zal misschien nog enkele dingen technisch navragen, maar hij verwacht niet dat hij met een voorstel komt.

Commissie Stedelijke Ontwikkeling d.d. 2 november 2021

25

De voorzitter wacht dat af. Als laatste punt van de PvdA heeft hij staan: verdichting. De heer Otten weet niet of zijn fractie met een voorstel komt. De PvdA krijgt signalen uit de stad die hij wel interessant vindt. Mensen met twee kinderen vinden hun woning aan de kleine kant. Zij willen niet verhuizen, maar willen hun woning graag uitbouwen. In het verleden zijn kleine woningen in een aantal wijken zoals De Lage Mors vaak uitgebreid met extra kamers of een badkamer. Dat werd vaak toegestaan, maar sinds een aantal jaren is te zien dat, als eenzelfde voorstel voor een uitbouw wordt gedaan, Erfgoed Leiden zegt dat het dat eigenlijk niet meer wil en dat niet toestaat, ook al is er vanaf de straat niets te zien. Er is niet veel overlast en de buren gaan ook akkoord. Zijn fractie denkt dan dat, als de woningnood zo groot is en overal in de stad wordt geprobeerd woninkjes bij te bouwen, het wel gek voelt, wanneer deze instantie heel kritisch wordt op elke plek waar de woonruimte in een huis wordt uitgebreid. Zijn fractie vroeg zich af of Erfgoed Leiden hierin wat flexibeler zou kunnen zijn. Misschien kan het college hierop reageren.

Uiteraard wil zijn fractie niet overal de gekste uitbouwen toestaan en de lelijkste situaties krijgen, maar als zij het signaal krijgt dat op een heleboel plekken helemaal niets mag, dan vindt zij dat dit niet helemaal past bij de wijze waarop Leiden probeert de woningnood op te lossen. Hij is benieuwd naar hoe andere fracties dit zien. De heer De Crom vindt het een heel sympathiek idee. Als hij dit zo hoort, dan zou hij wel willen meedenken, als de heer Otten een dergelijk voorstel maakt. Zijn fractie en mogelijk ook andere fracties hebben het er wel eens over gehad dat mensen in moeilijkheden kwamen omdat zij een opbouw op hun huis wilden regelen. Op een aantal huizen in een straat mocht dat dan wel, maar op andere plekken in die straat mocht dat dan weer niet. Juist in deze tijd van woningnood waarin gezinnen uit hun woning barsten en geen nieuwe woning kunnen kopen lijkt het hem heel goed om hier flexibeler mee om te gaan. Zijn fractie steunt dus dit voorstel. Mevrouw Heijnen stelt dat er heel veel plekken in Leiden zijn waar zij langsfietst en dan denkt dat dit ooit mocht. Dat is het lastige met dit voorstel. Gelukkig mag dat nu niet meer, ook al is dat wat wrang. Zij denkt dat het voor de commissie belangrijk is om te weten hoeveel aanvragen dan niet gehonoreerd kunnen worden, voordat de gemeente Erfgoed Leiden aan gaat pakken.

Heeft de heer Otten daar technisch uitgevraagde cijfers van of heeft hij dit gehoord van mensen die zelf een aanvraag hebben gedaan die niet is gehonoreerd? De heer Otten hoort dit van vier huizen in de Coornhertstraat waar een aanvraag geweigerd is en van een aantal huizen in de Professorenwijk. Deze wijk ligt in het beschermd stadsgezicht, dus misschien is het beleid daar sowieso wat strenger. Hij heeft niet nagevraagd hoe groot het probleem in de hele stad is. Hij weet ook niet of het wenselijk is om per se de regels aan te scherpen. Het gaat meer om een flexibele toepassing van hoe het gemeentelijk beleid wordt uitgevoerd. Hij denkt daarover graag verder mee. Het is zeker niet zijn bedoeling om heel gekke uitbouwtjes in een straat die er lelijk uitzien toe te staan, maar hij zag wel een aantal gevallen waar er volgens hem niets geks was, maar waar de vergunning toch werd geweigerd. Gezien de grote urgentie vindt hij dat wel jammer. Wethouder Spijker vraagt de heer Otten wat zij hier nu mee moet. Zij weet niet waar hij op doelt, al concretiseerde hij het wel wat, maar zij kent de situatie niet. Zij weet ook niet of het voortvloeit uit landelijk regelgeving, of het lokaal is of dat het een invulling is van de gemeente vanuit die regels.

Dat is van belang om te kunnen bekijken of hier een probleem is en, als het een probleem is en als de heer Otten wil bereiken dat meer wordt toegestaan, wat dan nodig is om dat doel te kunnen bereiken en of zijn voorstel daaraan bijdraagt. Zij kan op dit ogenblik niet goed reageren op het voorstel. Geluiden dat mensen niet kunnen uitbouwen zijn belangrijke geluiden, maar er moet echt wel worden gekeken waarop die geluiden zijn gebaseerd. Zij vindt het echt moeilijk om te beoordelen of de heer Otten hier een structureel probleem te pakken heeft. De heer Friso vindt de gedachte wel leuk. Ook met het uitbouwen van bestaande woningen is het mogelijk om stedelijk te verdichten. Wat hem betreft zouden dat soms best gekke uitbouwtjes mogen zijn, als het maar op een creatieve manier en kwalitatief goed gebeurt. Dan kan het zelfs een verrijking zijn. Maar hij zou dan eerder iets zien in een soort kwaliteitstoets: voegt het iets aan het straatbeeld toe? Zeker in een beschermd stadsgezicht is dat ook wel een factor. Het is altijd een afweging en hij denkt dat het goed is dat de raad die afweging een beetje bij de experts laat, maar wel met een bepaalde richting. Hij vindt het lastig om op di moment in te schatten of de regels wel of niet moeten worden bijgesteld, maar zijn fractie steunt wel het idee dat iets mogelijk moet zijn, zolang het geen

Commissie Stedelijke Ontwikkeling d.d. 2 november 2021

26

afbreuk doet, maar iets toevoegt aan het straatbeeld. Wethouder Spijker heeft zojuist iets nog niet gezegd. Meestal is het zo dat een uitbouw afhankelijk is van het bestemmingsplan. Het is dan een percentage voor wat vergunningsvrij gebouwd of anderszins gebouwd kan worden. Waar het gaat om het bestemmingsplan gaat de raad zelf over de mogelijkheden qua bouwvlak. In heel veel gevallen staat de raad dus aan het roer. Waar een bestemmingsplan en straks een omgevingsplan of een deel van een omgevingsplan voorligt kan de raad steeds inbrengen dat hij ruimere mogelijkheden wil hebben. Dan moet de raad ook weer belangen afwegen en overwegen wat de buren ervan vinden en wat dat ruimtelijk betekent. De heer Van der Woerd lijkt het alsof de wethouder hem aanvoelde. Dit was een punt dat hij ook naar voren wilde brengen. Het is een lastige materie. Voor een deel mag iemand iets zonder vergunning doen. Dat hangt af van de locatie. Hij kan zich voorstellen dat het soms als knellend wordt ervaren. Hij is benieuwd naar de verdere analyse van het probleem. Waar ligt dat en zijn de gemeentelijke richtlijnen te streng? De vraag is of de commissie daarover moet discussiëren. Hij denkt dat de commissie dat best kan doen, maar dan zou hij eerst een nadere analyse willen zien voordat hij instemt met versoepelingen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10766793/2