Verslag raadscommissie Stedelijke Ontwikkeling d.d. 28092021
Tekst van het document
De vraag van de heer Van der Woerd kan wellicht ook worden opgevat als de vraag of de gemeente niet een instrumentarium kan inzetten, zoals programma’s of omgevingswaarden, in het kader van de Omgevingswet. Het college zegt daarvan dat raad en college dat met elkaar meer specifiek moeten maken en dat zij eerst moeten weten wat de gevolgen zijn voor de stad, voordat zij dit verder gaan concretiseren door bijvoorbeeld normen op te gaan leggen. Dit kwam ook bij GL terug. Het zou best iets voor de toekomst kunnen zijn, maar zij denkt dat de gemeente dan nog wel een verdiepende slag moet maken, ook om te kijken naar wat de gevolgen zijn van het opleggen van bepaalde normen voor bijvoorbeeld luchtkwaliteit of groen. Daarin moet dan natuurlijk ook extra geld worden geïnvesteerd. Op pagina 6 van het raadsvoorstel wordt de concreetheid waar de heer Van der Woerd om vraagt ook verwoord. De heer Van der Woerd ging ook in op de hoogbouw. Het standpunt daarover is in de besluittekst verwoord onder 1.d.1, onder 2 staat er ook nog iets. Als de commissie in de discussie concludeert dat zij dat nog verder wil verbijzonderen, dan zou het college een voorstel kunnen doen conform de tekst die is opgenomen in de Omgevingsvisie en die ook eerder in het raadsvoorstel terugkomt. Zij kan de commissie daarin faciliteren.
Commissie Stedelijke Ontwikkeling d.d. 28 september 2021
14
De heer Van der Woerd komt terug op het eerste punt, de balans tussen de verstedelijking en klimaatadaptatie, groen en gezondheid. Er wordt gesteld dat er nog nader onderzoek wordt gedaan naar welke middelen er zijn en welke maatregelen de gemeente kan nemen. Deze zorgen zijn geuit in het kader van het ontwerp van de Omgevingsvisie. Hij vraagt of, voordat de Omgevingsvisie in werking treedt of later, als die onderzoeken later klaar zijn, college en raad niet met elkaar zouden moeten bespreken of dat opgenomen kan worden in de Omgevingsvisie. Dat is het document waarin college en raad de hoofdlijnen van het beleid neerleggen en waarin volgens hem ook iets moet worden gezegd over knelpunten en over de richting waarin wordt gedacht voor de oplossing daarvan. Dat was het doel van zijn opmerking. Het ging hem er niet om concreet in de richting te gaan van programma’s of omgevingswaarden. Die kunnen op basis van de Omgevingsvisie straks worden vastgesteld. In eerste instantie was het een evaluatiemoment van de Omgevingsvisie zelf. Wethouder Spijker zal in ieder geval aan haar ambtenaren vragen wat op dat moment mogelijk is omdat de heer Van der Woerd dit dan eigenlijk koppelt aan de datum van 1 juli 2022. Wellicht is het dan ook mogelijk een doorzicht te geven op welk middel of welke maatregel daarvoor ingezet kan worden.
Zie ziet daarin twee niveaus: het ene is dat zij aan de raad aangeeft wat die daarvoor kan gebruiken en het tweede niveau is dat het daadwerkelijk wordt toegepast. Daarvoor is het wel nodig om eerst inzicht te hebben in de gevolgen. Zij komt daar later op terug omdat zij nu niet weet wat een haalbare kaart is. Dit is een goed punt. Het heeft betrekking op besluitpunt 8. De PS heeft het over de reacties op de reacties die zijn ingediend. Bij de stukken zitten ook die reacties. Er is dus echt wel gereageerd. Het lijkt haar afdoende. Zij ziet de heer Kersten knikken. De heer Kersten zag die reacties ook wel staan. Zij tonen een positieve grondhouding ten opzichte van die adviezen van de vier stadspartners, maar hij zou willen dat dat nog een keer naar de commissie terugkomt, wanneer het allemaal is verwerkt in de definitieve versie 1.1. De voorzitter heeft dit als discussiepunt genoteerd. In de discussie daarover kan de wethouder daarover ook namens het college een bijdrage leveren. Wethouder Spijker neemt het dan mee in de discussie. Maar de commissie moet wel weten dat, als zij deze Omgevingsvisie zo vaststelt, er juridisch gezien eerst nog een structuurvisie moet komen. Dan gaat die, wanneer op 1 juli 2022 de Omgevingswet in werking treedt, over in een omgevingsvisie. Het is niet zo dat, als de raad tot vaststelling besluit, het dan nog een soort concept is.
Dat is niet de opzet van dit raadsvoorstel. GL had het ook over de balans tussen verstedelijking en vergroening. Ook de heer Van der Woerd noemde dat daarnet. Zij heeft daar al in algemene zin op gereageerd, maar zij neemt graag deel aan de discussie. Ook zij vindt het vliegverkeer een belangrijk punt. Ook in Holland Rijnland is dit onderwerp opgepakt. Het is de bedoeling hierover iets op te nemen in de ROA (regionale omgevingsagenda) van Holland Rijnland. Vandaag is haar al een tekstvoorstel daarvoor voorgelegd. Zij kan de commissie aanbieden dat zij met een tekstvoorstel zal komen dat vergelijkbaar zal zijn met de tekst van de ROA. Overigens is de gemeente niet zelf bevoegd, maar zij meent wel dat het belangrijk is dat de gemeente dit statement afgeeft. Het punt van de PvdD komt straks aan de orde. De heer Van der Kaap ging in op de betekenis van het woord ‘maximum’. Zij ziet op haar scherm als betekenis opdoemen ‘niet meer dan’. Dat lijkt haar een andere connotatie dan ‘hoogstens haalbaar’. Zij neemt graag deel aan de discussie over de hoogbouw. De rest van de opmerkingen van de leden waren punten waarvan zij zeiden dat die bij andere punten aan de orde zouden komen. De voorzitter heeft een aantal discussiepunten genoteerd. Het lijkt hem goed om die langs te lopen in de volgorde waarin zij zijn ingebracht. De wethouder heeft op een aantal punten gereageerd.
De vraag is of dat de wens om daarover te discussiëren heeft beïnvloed. Als de leden over die punten willen discussiëren, vraagt spreker hen om niet de hele argumentatie voor dat punt naar voren te brengen, maar zich te beperken tot het concreet aangeven van het voorstel. Hoe concreter het voorstel is, des te beter is de discussie daarna. Hij vraagt de heer De Crom het punt bereikbaarheid en veiligheid van wijken toe te lichten. De heer De Crom ziet de Omgevingsvisie als een blauwdruk voor de toekomst. De gemeente slaat piketpalen. Het lijkt hem gezien de forse woningbouwopgave belangrijk dat de raad in deze Omgevingsvisie uitspreekt dat de gemeente verkeersknelpunten zo snel mogelijk gaat wegnemen en dat investeringen in infrastructuur hand in hand moeten gaan met woningbouwprojecten. Ook is het belangrijk dat open en eerlijk naar de raad wordt gecommuniceerd, als er aanvullende investeringen
Commissie Stedelijke Ontwikkeling d.d. 28 september 2021
15
nodig zijn om een wijk in de toekomst bereikbaar te houden. Dat element mist hij nu namelijk bij veel woningbouwplannen en er komen er nog heel wat bij. Ook bij de besluitpunten mist hij het voornemen om de woningbouw gepaard te laten gaan met een goed infrastructureel plan om bereikbaarheid en verkeersveiligheid te garanderen. De voorzitter ziet dat de heer Friso wil interrumperen. Hij vraagt hem meteen te reageren op het voorstel. De heer Friso hoort de heer De Crom eigenlijk vragen om een direct verband tussen woningbouwontwikkeling en bereikbaarheidsprojecten. Vindt de heer De Crom niet dat dit direct verband heel goed wordt gelegd in de nota Kostenverhaal die de commissie een tijdje geleden heeft besproken? Daarin wordt de ontwikkelaars gevraagd om een bijdrage te leveren aan die bereikbaarheidsprojecten die in de stad worden uitgevoerd in het kader van de woningbouw. De heer De Crom antwoordt dat zijn fractie het nodige had aan te merken op dat voorstel. Hij wil daarover nu niet discussiëren, maar in dat voorstel ging het er met name om wie de investeringen gaat betalen. Zijn punt is breder: hoe gaat de gemeente ervoor zorgen dat, als ergens massaal woningen worden bijgebouwd, tegelijkertijd slim wordt geïnvesteerd in de infrastructuur zodat wijken niet vastlopen? Er zijn nu al vaak knelpunten. Dat is iets dat in deze Omgevingsvisie onderbelicht blijft.
De heer Friso hoorde dat de heer De Crom dit in zijn bijdrage het gevecht om de ruimte noemde. Betekent dat ook dat ruimtevriendelijke vervoersalternatieven daarin voorrang moeten krijgen, zoals eigenlijk al is besloten in de Mobiliteitsvisie? De heer De Crom merkt op dat de raad in andere stukken stappen heeft gezet. Het komt in de Omgevingsvisie waarin in de richting van 2040 wordt gekeken ook weer terug. Hij meent dat over alles moet worden nagedacht. In de mobiliteitsnota die de VVD zelf enige tijd geleden heeft opgesteld spreekt zijn partij zich ook uit voor een transferium buiten de stad omdat zijn partij ook ziet dat mensen niet overal kunnen blijven rondrijden. Maar hij mist dat nog wel een beetje in deze overkoepelende Omgevingsvisie. Hij roept op om integraal naar woningbouw en infrastructuur te kijken. Hij ziet daarin kansen en daarom wil hij een voorstel indienen om dat meer te benadrukken. De heer Van der Kaap brengt naar voren dat dit stuk vooruitkijkt naar 2040. De gemeente moet ook mobiliteitsvormen zoeken die passen bij een toekomstbeeld. De mobiliteitsvorm waar de heer De Crom zich op beroept is geworteld in de negentiende eeuw.
Vindt hij ook niet dat de gemeente daar eens op een andere manier naar moet kijken en dat de samenleving niet kan vasthouden aan de auto als dominante factor in het mobiliteitssysteem? De voorzitter vraagt de heer Van der Kaap, wanneer dan de eerste T-Ford verscheen. Volgens hem was dat in de twintigste eeuw, maar hij kan zich vergissen. De heer Van der Kaap antwoordt dat Benz dateert van 1894. Volgens de voorzitter was dat dan het prototype. De heer De Crom wilde al vragen sinds wanneer de raad voorstander is van paard en wagen. Misschien is het wel charmant om dat vervoermiddel wat meer te gebruiken in deze stad. Hij raadt aan de mobiliteitsnota van de VVD nog eens te lezen. Die gaat echt niet alleen over de auto. De VVD gelooft wel in de transitie naar schoon vervoer, dus ook naar elektrische auto’s. Hij vroeg zich af of hij ook niet een voorstel zou moeten maken voor het meer faciliteren van elektrische laadpalen. Hij weet ook niet of mensen massaal de auto blijven gebruiken. Op de korte termijn zal dat wel gebeuren. Zijn fractie ziet wel dat er meer elektrische auto’s komen. Zijn fractie denkt dat mensen zich soms op vier wielen blijven voortbewegen. Daar moet goed over worden nagedacht en ook over de vraag hoe die elektrische auto’s straks de wijken in- en uitgaan.
Daarover verschillen de heer Van der Kaap en hij van mening, maar zijn fractie gelooft dat dit ook bij de toekomst hoort. De heer Van Diepen steunt dit voorstel. In de afgelopen vier jaar is er vaak over gesproken en elke keer is te zien dat de infrastructuur knelt waar woningen worden toegevoegd. Verdichting van de woningen betekent namelijk ook verdichting van de straat. Hij geeft wel mee om de infrastructuur dan zo breed mogelijk te houden omdat het ook veilig moet zijn voor de fietser en de voetganger. Onlangs
Commissie Stedelijke Ontwikkeling d.d. 28 september 2021
16
heeft de commissie gesproken over de Rooseveltstraat. Daar was het juist belangrijk voor de fietser om die infrastructuur mee te nemen. Maar in den brede steunt D66 dit voorstel om woningbouw en infrastructuur hand in hand te laten gaan. De heer Rovers denkt dat de SP dit voorstel niet kan steunen omdat dit aspect al voldoende wordt benoemd in het stuk zelf. Hoofdstuk 5.3 gaat over duurzame mobiliteit. In dit stuk is gewoon de keuze gemaakt voor de modal shift, een andere manier van bewegen dan per auto die gewoon veel ruimte inneemt. De auto de stad uitjagen zou het ruimtevraagstuk een heel andere dimensie geven. Het stuk gaat over 2040. Dan mag hij hopen dat de mensen af zijn van de illusie dat elektrische auto’s het probleem op zullen lossen. Het gaat er niet om of die auto’s elektrisch zijn of op waterstof rijden. Het gaat erom dat de auto heel veel ruimte inneemt voor het aantal mensen dat hij vervoert en dat er veel efficiënter methodes zijn, zoals in de negentiende eeuw bijvoorbeeld de trein. Iedereen weet nu dat er na de oorlog een kolossale fout is gemaakt door de stad in te richten rond de auto. Hij meent dat dit stuk de juiste keuze maakt door toe te werken naar die modal shift en dat een kortetermijnvisie niet thuishoort in dit stuk omdat het gaat over 2040. Daarom geeft de SP geen steun. De heer Siwpersad geeft aan dat LP dit voorstel wel kan steunen.
De heer Kersten hinkt op twee gedachten. Voor beide standpunten is iets te zeggen. Enerzijds kan hij het voorstel steunen. Een van de adviezen die het college had gevraagd was dat van de Adviesraad Sociaal Domein Leiden. Deze instelling heeft met name aandacht gevraagd voor mensen met beperkingen, zoals gehandicapten en kwetsbare doelgroepen die soms de auto juist nodig hebben omdat zij niet mobiel zijn. Daar moet de gemeente ook aandacht aan besteden. De gemeente moet niet denken dat zij alles kan oplossen door de auto weg te plannen. De knelpunten die de heer De Crom noemt moeten wel benoemd worden. Hij is dus toch wel geneigd om het voorstel te steunen. De heer Friso denkt dat zijn standpunt al doorschemerde in zijn interrupties. In de eerste plaats vindt hij het voorstel een beetje overbodig omdat in de commissie Leefbaarheid en Bereikbaarheid al uitgebreid is gediscussieerd over de mobiliteit in de toekomst en de relatie met de woningbouwopgave. Inzetten op ruimte bespaart inderdaad mobiliteit, maar er ligt een complete visie voor over het faciliteren van auto’s die er wel moeten zijn. Het is prima, als dat nog een keer wordt benoemd, maar volgens hem staat het er al prima in. De relatie met de woningbouw ziet hij vooral in het leveren van een bijdrage door de projectontwikkelaars.
Als de heer De Crom gesteund door andere fracties wil herbevestigen wat al beleid is, dan vindt hij dat erbij hoort dat ook wordt herbevestigd dat ontwikkelaars daar hun bijdrage aan moeten leveren. De heer Liemburg stelt dat het erom gaat wat het concrete voorstel van de VVD wordt. Als dat erop neerkomt dat zaken integraal moeten worden bekeken, dan kan niemand het daarmee oneens zijn, zoals hij het met veel dingen in deze visie niet oneens kan zijn. Maar het is ook de vraag wat het exact toevoegt. Zoals de SP en GL al hebben aangegeven, heeft de raad een aantal dingen al veel concreter vastgelegd. Dan ziet hij niet direct waarom de raad aan dit voorstel heel mooie volzinnen moet toevoegen. De heer Van der Kaap heeft nog twee cijfers. Bijna 40% van de ruimte in de stad wordt in gebruik genomen door de auto. De voorzitter wijst erop dat de heer Van der Kaap daarnet een aardige interruptie heeft gehad. Spreker vraagt hem mee te delen wat het standpunt van de PvdD is of de heer De Crom direct te interrumperen. Hij vraagt hem om statistieken over het autogebruik tijdens de schorsing met de heer De Crom te bespreken. De voorzitter vraagt naar de conclusie van de heer De Crom. De heer De Crom heeft een aantal suggesties gehoord. Die neemt hij ter harte. Hij komt dus wel met een voorstel.
In zijn inleidende betoog heeft hij nergens gesteld dat hij met een voorstel voor meer ruimte voor de auto komt. Hij heeft aangegeven dat hij wil kijken naar bereikbaarheid in bredere zin. Het is soms vechten tegen vooroordelen die hij overigens wel begrijpt. De voorzitter gaat verder met het tweede discussiepunt van de VVD: meer doen met suggesties van ondernemers. Het is voor hem wat cryptisch. Hij vraagt om een korte toelichting en een concreet discussiepunt.
Commissie Stedelijke Ontwikkeling d.d. 28 september 2021
17
De heer De Crom heeft gemerkt dat in de discussie veel terugkwam dat deze Omgevingsvisie wat uitgebreider was, maar soms wat algemeen bleef. Allerlei zaken worden dus natuurlijk uitgewerkt en nu is het zo dat Ondernemend Leiden gesteund door ondernemersgroepen een aantal mooie suggesties heeft voor die uitwerking en voor het waarborgen van dat aantrekkelijke vestigingsklimaat. Het lijkt zijn fractie sympathiek om in de uitwerking en in de volgende versie van de Omgevingsvisie die suggesties zoveel mogelijk ter harte te nemen. Hij denkt dat dit een motie wordt om in de uitwerking van deze visie samen met Ondernemend Leiden tot goede plannen te komen die ervoor zorgen dat er voldoende banen blijven en komen in de richting van 2040. De heer Friso is als vertegenwoordiger van GL een groot voorstander van een ondernemersvriendelijk klimaat. Dat staat volgens hem ook in veel ambities in de Omgevingsvisie. Het is natuurlijk bijzonder fijn, als er in de stad organisaties zijn die daar concrete suggesties voor hebben, maar hij vindt het wel een beetje apart om nu in een motie er één belangenvertegenwoordiger uit te lichten en te zeggen dat de gemeente specifiek met hem aan de slag gaat om daar invulling aan te geven. Er zijn heel veel reacties op het ontwerp gekomen en het college heeft naar veel inspraakreacties gekeken.
Voor een deel heeft zij die onderbouwd overgenomen, voor een deel niet. Nu is het aan de politiek om, als zij daarin dingen mist, concrete voorstellen in het stuk te krijgen. Hij vraagt de heer De Crom dan om aan te geven wat hij inhoudelijk wil toevoegen. Van het eruit lichten van één organisatie waarmee de gemeente dan verder in gesprek moet gaan ziet hij de meerwaarde wat minder. De heer De Crom merkt op dat Ondernemend Leiden namens een aantal ondernemers ook suggesties heeft gedaan, maar het is goed dat wordt gezegd dat die groep breder is. Er is ook de organisatie Bedrijvig Leiden. Hij zou het dan zo breed mogelijk willen opvatten. Hij heeft ook overwogen om hier een aantal suggesties in te brengen, maar dan zou hij een aardige lijst moties hebben. Met een aantal van die ideeën zijn hij en zijn fractie het eens. Dat kan ook een afweging zijn, maar dan komt er wel een heel rijtje moties en wijzigingsvoorstellen aan. Daarom wilde hij het wat breder oppakken. De voorzitter wil deze mogelijkheid eerst even laten bezinken. De heer Liemburg is het in grote lijnen eens met wat de heer Friso al zei. Hij vindt het ook wel ingewikkeld om nu het college met een soort blanco cheque op pad te sturen om met ondernemers over details van deze visie te gaan onderhandelen. Dan heeft hij liever dat de heer De Crom met concrete voorstellen komt voor verbetering.
Die kan de commissie dan in ieder geval op hun merites beoordelen. De voorzitter stelt vast dat er geen reacties van andere fracties zijn. Hij vraagt de heer De Crom naar zijn conclusie. De heer De Crom denkt dat het misschien toch wel goede en terechte opmerkingen zijn. Die kunnen nu niet in detail worden besproken. Hij komt dan met een aantal concrete verbetervoorstellen om het economische klimaat verder te verbeteren. Die zullen de commissieleden dan in hun mailbox ontvangen. De voorzitter merkt op dat dat kan, maar dat het nadeel is dat de commissie er dan niet over kan discussiëren. Hij verzoekt de heer De Crom om die voorstellen dat tijdig op te stellen zodat zij in de fracties wel goed kunnen worden besproken. De heer Siwpersad voelt wel iets voor de gedachte van de VVD. Hij wacht die voorstellen af, maar hij denkt dat zijn fractie die wel zal steunen. Ondernemers zijn heel belangrijk in de huidige omstandigheden. De voorzitter denkt dat het hard werken wordt voor de heer De Crom tijdens de 3 oktoberfeesten. De raad is op 7 oktober 2021 en veel fractievergaderingen zijn verplaatst naar dinsdag. Enige spoed lijkt hem in elk geval gewenst. Als derde discussiepunt van de VVD heeft hij genoteerd: sociale vaardigheid verbeteren. Dat kan heel veel zijn. Hij vraagt om een toelichting. De heer De Crom noemde de sociale veiligheid.
Het wordt hard werken, want zijn fractie heeft een paar opmerkingen. De Omgevingsvisie kan algemeen zijn, maar zij zet wel de piketpalen voor de
Commissie Stedelijke Ontwikkeling d.d. 28 september 2021
18
toekomst uit. De VVD ziet een negatieve trend bij de sociale veiligheid in de stad. In het stadsdeel Midden is er sprake van sociale overlast, in Noord en West is er sprake van fysieke verloedering. Dat wordt ook aangegeven in de stukken. Het is wel zorgwekkend dat er in deze visie bijzonder weinig staat over hoe de gemeente dit concreet gaat verbeteren. Ongetwijfeld wordt er nog van alles uitgewerkt, maar hij roept het college op om werk te maken van die sociale veiligheid. Ook in het OER komt naar voren dat dit niet gigantisch zal verbeteren richting 2040. Zijn fractie heeft enkele concrete ideeën en suggesties die zij heeft opgedaan tijdens rondes met de politie. Het is belangrijk om er bij al die ontwikkelingen in de stad voor te zorgen dat er geen onveilige plekken bestaan waar verloedering of overlast op de loer ligt. Dat mist zijn fractie en dat zal zij graag toevoegen. De heer Kersten begrijpt waarom de heer De Crom dit voorstelt. Hij verwijst dan echter weer naar het uitvoerige advies van de Adviesraad Sociaal Domein Leiden. Heeft de heer De Crom gekeken of daarin iets staat over dit onderwerp en over hoe het college daarop heeft gereageerd? Daarom was spreker ook zo benieuwd naar hoe dat te zijner tijd allemaal wordt verwerkt. Ook voor dit punt is dat cruciaal. De heer De Crom heeft in allerlei reacties suggesties gezien. Hij neemt die ter harte.
Wat het college ermee gaat doen weet hij ook niet. Als de vraag van de heer Kersten inhoudt dat hij vraagt om goed te kijken naar de suggesties die in dat advies over de sociale veiligheid worden gedaan, dan neemt de VVD dat zeker ter harte. De heer Friso meent dat dit alle raadsleden ter harte zou moeten gaan. Een veilige stad is voor iedereen belangrijk. Volgens hem werkt het college daar ook aan met verschillende vormen van een nieuwe aanpak. Dat is heel positief. Als de heer De Crom suggesties heeft om dat hier nog duidelijker aan te geven, dan staat GL daar best voor open, maar die slimme aanpak moet daar wel een plek in krijgen. Voor een deel is het een fysiek verhaal, maar voor een deel is het ook een sociaal verhaal. Het hangt ervan af hoe het wordt geformuleerd, maar zijn fractie kan op zichzelf niet tegen het onderstrepen van het doel van sociale veiligheid zijn. Hij moet alleen bekijken of datgene waar de heer De Crom mee komt toegevoegde waarde heeft. De heer De Crom zal erover nadenken of het een amendement of een motie wordt. Sociale veiligheid wordt wel ergens in het grote stuk genoemd, maar het viel zijn fractie op dat in de inhoudelijke uitgangspunten bij het besluit dat de raad zal nemen veiligheid nergens terugkomt. Hij gaat hierover sparren met de commissiegriffier en hij komt met een voorstel.
De voorzitter komt bij het laatste discussiepunt van de VVD: de Oostvlietpolder. De heer De Crom kan dit uitgebreid toelichten, maar het komt erop neer dat de VVD iets wil veranderen. Nu staat in de Omgevingsvisie dat de Oostvlietpolder onbebouwd moet blijven. Dat lijkt zijn fractie onverstandig omdat Leiden dan echt geen uitwijkmogelijkheden meer heeft in de toekomst. De stad groeit soms harder dan verwacht. Zijn fractie is het veel waard dat in de toekomst de discussie hierover überhaupt nog kan worden gevoerd. Hij komt niet met een voorstel om de Oostvlietpolder te bebouwen, maar hij vindt het belangrijk om daarover in de komende jaren een open discussie te kunnen voeren, als dat nodig is. De voorzitter gaat de fracties langs. De collega van de heer De Crom, mevrouw Gilissen, heeft dit balletje ook al eens opgeworpen. De reacties zullen dus misschien niet verrassend zijn. De heer Van der Woerd merkt op dat dit document dat vlak voor de verkiezingen uitkomt niet heel veel gevaarlijke en spannende beleidswijzigingen bevat en ook niet op dit punt. Hij vraagt waarom de heer De Crom bang is dat, als de raad het zo laat staan, er na de verkiezingen niet een mogelijkheid is om alsnog die discussie open en vrij te voeren. Een standpunt goed onderbouwd wijzigen kan altijd. Daar hoeft de raad niet nu al op voor te sorteren.
De heer De Crom is blij te horen dat de heer Van der Woerd te allen tijde bereid is van gedachte te veranderen. Dit is echter wel een belangrijk document. De raad stelt hier al wel belangrijke kaders. Het is een aanzet voor een blauwdruk voor de toekomst. De raad neemt daarover een serieus besluit en dit serieuze besluit staat hier ook al in. Hij is niet bang om na maart 2022 die discussie weer te voeren, maar hij denkt dat dat lastiger is en ook onbetrouwbaarder ten opzichte van de raad zelf, als nu al in dit stuk in de richting van 2040 wordt vastgelegd dat de Oostvlietpolder per definitie
Commissie Stedelijke Ontwikkeling d.d. 28 september 2021
19
onbebouwd wordt gelaten. Hij meent dat dat besluit niet zo dicht op de verkiezingen moet worden genomen. De raadsleden hebben geen glazen bol richting 2040. De heer Kersten begrijpt de gevoelens van de heer De Crom wel, maar hij vraagt hem of hij het niet erg vermoeiend vindt, als de raad elke keer bij een monument, zoals de Hooglandse Kerk, moet vaststellen of dat wel of niet moet worden beschermd. Het is nu eenmaal een monument. Dat is ook het geval met de Oostvlietpolder. De raad heeft vastgesteld dat die moet blijven. Spreker wil dat zo laten. Vindt de heer De Crom dat niet vergelijkbaar? De heer De Crom geniet van het groen rond de stad en zijn fractie doet dat ook. De VVD wil dat ook zoveel mogelijk behouden, maar de realiteit is alleen dat de stad enorm groeit. De woningbouwopgave is enorm en die kan in de richting van 2040 nog wel eens groter worden dan deze commissie denkt. Leiden heeft een maximum en het zou kunnen zijn dat Leiden wel heel dicht bij dat maximum voor hoogbouw en infrastructuur komt. Zijn fractie heeft ook geen glazen bol, maar het zou kunnen zijn dat Leiden uitwijkruimte nodig heeft. De heer Kersten zegt dat het een monument is, maar dan zegt hij eigenlijk ook dat de gemeente mogelijke woningnood in de toekomst niet kan oplossen omdat Leiden vol is en er geen uitwijkmogelijkheid meer is. Hij vindt die benadering wat te gemakkelijk.
De voorzitter lijkt het goed de discussie hierover enigszins te kanaliseren. Het onderwerp is eerder besproken en er kan de hele avond over worden gedebatteerd. Dat lijkt hem niet verstandig. Het gaat er vooral om de heer De Crom duidelijk te maken of er steun is voor zijn voorstel. De leden mogen hun mening geven, maar hij wil een discussie tussen de heer De Crom en andere fracties enigszins in tijd beperken. Anders zit de commissie hier morgen nog. Wethouder Spijker meent dat er een heel duidelijke uitspraak is gedaan dat de Oostvlietpolder onbebouwd moet blijven. Dat is dus ook in de Omgevingsvisie opgenomen. Zij wil de heer De Crom er met name op wijzen dat er een Regionale Omgevingsagenda is vastgesteld. Met de eigen verstedelijkingsnotitie en alle plannen die daarna zijn gekomen is het doorzicht geboden dat de aantallen woningen haalbaar zijn, mits ook andere maatregelen worden getroffen. De gemeente moet dus ook het groen laten meegroeien. Er zijn allerlei aspecten waar de commissie zich nu over buigt, maar zij wil er toch op wijzen dat in het kader van de Regionale Omgevingsagenda is vastgesteld dat er in Holland Rijnland verder gebouwd zal worden langs die as Katwijk-Zoeterwoude en vervolgens Zoeterwoude- Alphen aan den Rijn. Zij vraagt de heer De Crom uit te zoomen en ook te kijken naar hoe binnen deze regio bepaalde opgaven kunnen worden opgepakt.
De heer Rovers deelt mee dat, verbazingwekkend genoeg, de SP dit voorstel niet steunt. Zijn fractie is best blij met het besluit dat de Oostvlietpolder groen moet blijven. Hij vindt dat al veel te vaak ter sprake komt of dat nog wel zo moet zijn. Hij heeft er geen zin in om dit nog vaker ter sprake te laten komen. De raad kan inderdaad niet in een glazen bol kijken, maar hij stelt nu wel een stuk vast voor 2040 met bestaand beleid. Het bestaande beleid is de Oostvlietpolder groen houden. Dan moet de raad dat in het staande beleidsstuk laten staan. Dat lijkt hem geen gekke houding. De heer Van der Kaap herinnert eraan dat een aantal jaren geleden een manifest is opgesteld dat door alle fracties is ondertekend om de Oostvlietpolder groen te houden. Ook de handtekening van de VVD staat eronder. Als de heer De Crom betrouwbaar wil overkomen, dan ziet spreker niet in waarom hij daarop terugkomt. De heer De Crom stelt dat deze discussie wel eens is gevoerd. De VVD is wel bereid om realistisch te kijken naar wat er op deze stad afkomt. Zijn fractie ziet ook nu al buurten op hun achterste benen staan door de massale hoogbouw. Zijn fractie steunt ook het streven om die woningnood op te lossen, maar zij denkt dat er echt een maximum is voor wat de stad aankan. Met voortschrijdend inzicht moet iemand ook wel toegeven dat er misschien wel eens wat meer ruimte nodig is dan gedacht.
Vandaar dat zijn fractie niet een voorschot wil nemen. Maar dat is een herhaling van zetten. De voorzitter had verwacht dat de heer De Crom zou reageren op de opmerking over het zetten van de handtekening door zijn fractie onder het manifest. De heer De Crom wil op die vraag een eerlijk antwoord geven. Omstandigheden veranderen en soms sneller dan verwacht. Daar speelt zijn fractie op in.
Commissie Stedelijke Ontwikkeling d.d. 28 september 2021
20
De voorzitter wil niet een heel debat hierover voeren. De heer Liemburg hoort de VVD zelden zeggen dat er een maximum is voor wat deze stad aankan, als het om asfalt gaat. De VVD zegt ook vaak dat de politiek gewoon moet durven kiezen. De politiek heeft gekozen. Terwijl er geen enkele indicatie is dat er in de Oostvlietpolder gebouwd zou moeten worden en terwijl er geen plannen liggen om dat te doen laat de VVD boven de markt hangen dat dat eventueel wel zou moeten kunnen gebeuren. Dat is niet de manier om deze stad te besturen. De raad moet gewoon keuzes maken en knopen doorhakken. De Oostvlietpolder blijft tot 2040 groen. De heer Friso vindt het grappig dat de heer De Crom doet alsof de Oostvlietpolder geen bestemming heeft en dat de gemeente daarmee iets zou kunnen doen. Maar die polder heeft een bestemming. Hij heeft in de Omgevingsvisie zelfs een centrale plek in de tweede groene ring die keihard nodig is om de stad klimaatbestendig te houden. Leiden heeft een maximum en dat maximum wordt voor een deel begrensd door wat Leiden aan groen en biodiversiteit en daarmee aan klimaatadaptatie heeft. Daar is die tweede groene ring met de Oostvlietpolder een cruciaal onderdeel van. De bestemming die de polder nu heeft is dus prima. De heer Van Diepen brengt naar voren dat wat D66 betreft de polder groen blijft. De heer Siwpersad deelt mee dat LP het voorstel niet zal steunen.
Maar hij begrijpt de heer De Crom heel goed. Ooit werd gezegd dat de overheid niet aan het Groene Hart zou komen, maar de omstandigheden veranderen. De heer Van der Woerd waardeert de vasthoudendheid van de VVD en de heer De Crom om dit punt steeds ter sprake te brengen. De CU gaat een discussie hierover in de toekomst ook niet uit de weg, maar het uitgangspunt van zijn fractie is goed verwoord in de Omgevingsvisie. De CU steunt geen voorstel om daaraan te tornen. Wethouder Spijker denkt dat de heer Friso het meest terecht was met zijn opmerking. Leiden heeft het groen van de Oostvlietpolder hard nodig, als de gemeente binnenstedelijk wil verdichten. Dat maakt ook onderdeel uit van deze Omgevingsvisie. Voor zover de heer De Crom dit ter discussie zou willen stellen, is dit een heel belangrijke reden om juist te zeggen dat de polder echt groen moet worden gehouden. De voorzitter vraagt de heer De Crom wat zijn conclusie is nadat hij alle fracties heeft gehoord. De heer De Crom komt tot de conclusie dat er niet veel steun is. Maar het is echt wel een essentieel punt voor de VVD. Hij gaat dit voorstel absoluut wel maken omdat hij denkt dat zijn fractie anders niet in de spiegel kan kijken. Leiden raakt steeds voller en dit zou een mooie kans zijn om er bijvoorbeeld de groenste wijk van Leiden van te maken. Dat wordt hier niet gezien, maar zijn fractie is daarvan overtuigd.
De voorzitter stelt vast dat de heer De Crom ook hierover dit weekeinde een voorstel gaat schrijven. De commissie heeft de discussiepunten van de VVD besproken. Hij wil dit agendapunt afmaken en dan schorsen, tenzij de commissie iets anders wil. Hij gaat iets strakker op de discussie toezien, maar het is ook een zaak van de discipline van de leden zelf of en hoelang zij interrumperen. Dat geldt overigens ook voor hemzelf. De SP vindt het omgevingsplan een betere plek om de uitnodigingsplanologie te bespreken. Dat is het ook en dat gebeurt in de raad van 7 oktober 2021. De wethouder heeft gereageerd op de opmerkingen van de CU over de snelheid van de plannen en hoe die landen en over de Leidse hoogte. Hij heeft ook genoteerd of dit met een erratum te regelen is. De heer Van der Woerd stelt dat de CU graag zou zien dat de raad de uitkomsten van het onderzoek vroeg bespreekt en kijkt hoe de uitkomsten daarvan dan terecht kunnen komen in de Omgevingsvisie. Het is een levend document waar de raad aan blijft werken. Als daarover een toezegging kan worden gedaan of er een verduidelijking komt, dan hoeft hij er niet uitgebreid over te discussiëren. Hetzelfde geldt voor de hoogte. In de besluittekst mist hij de nuance die wel in de Omgevingsvisie zelf staat. Als er aan de tekst iets kan worden gedaan, dan hoeft hij daar ook niet uitgebreid te discussiëren.
Anders dan de heer Van der Kaap kan de CU wel leven met de keuzes die in het document zijn gemaakt over de hoogbouw.
Commissie Stedelijke Ontwikkeling d.d. 28 september 2021
21
Wethouder Spijker kan volmondig toezeggen dat zij voor dat erratum kan zorgen conform de nuance in het stuk zelf, maar de commissie moet zelf beslissen of zij dat wil. Over het tweede punt dat gaat over punt 8.c van het raadsvoorstel heeft zij overleg gehad met haar ambtenaren. Wat het college kan aanleveren op 1 juli 2022 is een algemeen overzicht van het juridische instrumentarium dat kan worden ingezet. Maar het echte diepteonderzoek naar hoe hieraan vorm moet worden gegeven en naar de keuze voor een programma of een omgevingswaarde moet de commissie even afwachten. Het is allemaal behoorlijk nieuw. Zij kan dus wel toezeggen dat zij bij de inwerkingtreding van de Omgevingsvisie kan aangeven wat grosso modo het instrumentarium is waaraan kan worden gedacht. Dat is een wat meer juridische bespiegeling over wat erin kan worden gezet. Dat zou dan de start van een discussie kunnen zijn in de dan zittende raad over wat die in de toekomst wil. De heer Friso merkt op dat GL dat punt 8.c ook had genoemd. Hij weet niet of het handig is om nu te vertellen wat de ideeën van GL zijn of dat dit apart op het lijstje van de voorzitter staat. De voorzitter heeft dat apart genoteerd. Hij wil eerst het punt van de heer Van der Woerd over een erratum afdoen. De heer Friso wacht dat dan af. De heer Van der Woerd denkt dat het probleem van het punt over de hoogbouw is opgelost.
Voor een deel gaat zijn tweede punt over de vraag welke middelen kunnen worden ingezet en hoe de raad daarmee omgaat. Hij denkt dat dit zelfs iets is dat bij de werkafspraken hoort die de commissie straks bespreekt. Maar als de raad op enig moment dat inzicht krijgt, dan kan dat een aanleiding zijn om keuzes te maken die invloed hebben op de formulering van de Omgevingsvisie. Hij ziet niet hoe hij daar nu een concreet discussiepunt van kan maken. Hij neemt hier dus voor nu even genoegen mee. De voorzitter heeft gezien dat D66 een prachtige plattegrond heeft die deze fractie tijdens de schorsing aanbiedt. Hij heeft niet het idee dat de opmerking van de PS echt een discussiepunt is. Als dat wel het geval is, dan moet de heer Kersten hem en misschien anderen in de commissie duidelijk maken wat hij bedoelt. De heer Kersten zet uiteen dat de raad op verzoek van de PS en heel kort voor deze vergadering de door het college gevraagde adviezen van de stadspartners heeft ontvangen. Het is te veel om dat allemaal te kunnen vergelijken en te verwerken. Zijn fractie heeft gezien dat de reacties van het college op die adviezen een positieve grondhouding hebben, maar dat lang niet alles wordt gehonoreerd en dat niet alles ergens terechtkomt. Hij zou het resultaat ervan willen zien zoals dat terechtkomt in de Omgevingsvisie, desnoods met errata, om te bekijken of er iets mee is gedaan.
In de nota van beantwoording kunnen wel positieve reacties staan op die adviezen, maar hij zou die teksten graag verwerkt willen zien en ook de dingen willen zien die niet in de Omgevingsvisie staan. Het was gewoon veel te kort dag. De voorzitter onderbreekt de heer Kersten. Hij probeert diens discussiepunt te begrijpen. Volgens spreker is deze visie gebaseerd op de inbreng van een aantal partijen waar de heer Kersten het over heeft. Dan begrijpt hij niet precies wat de heer Kersten precies wil. De heer Kersten acht het mogelijk dat het een misvatting is, maar hij dacht dat de meeste van die punten nog in het definitieve raadsvoorstel verwerkt moesten worden. Als de wethouder hem nu kan zeggen dat het allemaal verwerkt is, dan is hij gerustgesteld. Wethouder Spijker doet een poging om de heer Kersten gerust te stellen. Er zijn heel veel reacties ingediend. Het college heeft daarop de reacties op deze inspraakreacties geschreven. Die staan in een overzicht dat bij de stukken zit. Ook dat overzicht wordt vastgesteld, wanneer de raad tot vaststelling van de visie besluit in de volgende raadsvergadering. Bij de stukken bevindt zich ook nog een bijlage bij de Omgevingsvisie waarin een overzicht staat van de brieven die een reactie zijn op de inbreng van de partners zoals de Adviesraad Sociaal Domein Leiden.
Dat zijn brieven van begin juli 2021 en het college geeft daarin heel specifiek aan wat het verwerkt heeft en in welk hoofdstuk. Volgens haar is dat overzicht compleet en dan begrijpt zij de vraag van de heer Kersten niet erg goed. Zij meent dat het college heeft gedaan wat het moest doen. De heer Kersten concludeert dat het dan een misvatting is.
Commissie Stedelijke Ontwikkeling d.d. 28 september 2021
22
De voorzitter gaat verder met de discussiepunten van GL: groen en het klimaat, grenzen van bebouwing en besluitpunt 8.c. Hij vraagt de heer Friso hoe concreet hij dit kan maken. De heer Friso zal een poging doen. In zowel de inbreng van de Leidse Milieuraad als in het rapport van Royal HaskoningDHV, wordt aangegeven dat verstedelijking en verduurzaming elkaar kunnen gaan bijten. Met het huidige beleid gaat in elk geval de klimaatbestendigheid achteruit en met voorstellen voor aanvullende maatregelen blijft Leiden qua klimaatbestendigheid zitten waar het zich nu bevindt. Dat is mooi, maar het zou volgens GL beter moeten worden. Het college geeft in besluitpunt 8.c aan dat het een middel wil ontwikkelen om die afweging tussen verstedelijking en klimaatbestendigheid beter te kunnen maken. Zijn fractie wil graag een richting meegeven voor het uitwerken van dat middel. Het streven moet zijn om als stad het klimaat-adaptief vermogen te verbeteren. De ruimte die wordt gewonnen met vergroening moet dus niet meteen worden opgevuld met woningbouw, maar moet er per saldo ook op vooruitgaan. Dat heeft een direct verband met de woningbouw en dus wil GL, ook omdat de wethouder heeft gezegd dat er een kostenplaatje aan vastzit, ook voor de uitwerking van dat instrument meegeven dat ook naar de ontwikkelaars moet worden gekeken voor een bijdrage aan die vergroening.
Misschien willen andere fracties andere denkrichtingen voor dat fictieve instrument meegeven, maar dit is wat hij wil voorleggen. Wethouder Spijker merkt op dat het even de vraag is wat mogelijk is. Naar aanleiding van de vraag van de heer Van der Woerd heeft zij al aangegeven dat het college grosso modo kan zeggen welk juridisch instrumentarium het college in kan zetten. De vraag van de heer Friso om nog concreter te worden en zijn wens om als richting aan te geven dat klimaatadaptatie in de weging eigenlijk heel belangrijk is begrijpt zij natuurlijk vanuit de achtergrond van de heer Friso. De raad moet erover discussiëren of hij dat nu al wil vastpinnen of dat hij die belangen op een later moment wil afwegen. Zij wil met name reageren op het punt van de heer Friso om de ontwikkelaars mee te laten betalen. Volgens haar laat de gemeente de ontwikkelaars in deze stad al behoorlijk bijdragen en wordt er een behoorlijk program opgelegd. Onlangs heeft de raad met die nota Kostenverhaal vastgesteld dat er nog een extra bijdrage van 4800 € per woning aan vastzit. Dat is een aanzienlijk bedrag, ook gezien de andere eisen die de gemeente oplegt. De opbrengsten heeft de raad toegekend aan Fiets op 1 en verduurzaming van de Leidse ring. Dat is eigenlijk het instrument.
Als de commissie die 4800 €, toch op een andere manier wil inzetten, dan zou zij zeggen dat de nota Kostenverhaal opnieuw onder de loep moeten worden gelegd. Zij zou het meer in dat plaatje, dus dat van de betaalbaarheid, willen plaatsen of de commissie moet zeggen dat zij de gemeentefinanciën op een andere manier gaat inzetten en verdelen. Die discussie gaat daarachter schuil. Zij is daarom ook heel blij dat deze Omgevingsvisie er nu ligt. Wanneer de verkiezingen komen, zal die visie bruikbaar zijn bij de keuzes die gemaakt worden vanuit de partijpolitieke standpunten. De heer Liemburg vindt het voorstel van GL om nu al zwaar in te zetten op die verduurzamingsslag wel ingewikkeld. Hij kan niet goed afwegen wat dat concreet zal betekenen. Betekent dat dat bepaalde bouwplannen ingewikkelder zullen worden of niet meer zullen worden uitgevoerd? Dat risico zou hij niet bij voorbaat willen nemen. Hij is niet per definitie enthousiast over het voorstel. De heer De Crom sluit zich grotendeels aan bij de woorden van de heer Liemburg. De heer Friso schetst de spanningen goed, maar de vraag is of hij klimaatadaptatie en groen boven de binnenstedelijke verstedelijkingsrol stelt. Het zou kunnen dat de stad erop vooruitgaat qua klimaatadaptatie en groen, maar dat er dan minder binnenstedelijk moet worden gebouwd omdat die elementen elkaar bijten.
Zijn vraag is ook of, als de heer Friso zowel op het punt van klimaatadaptatie en groen als op het punt van verstedelijking meer vooruit wil gaan, dat ook kan. De heer Friso kan die wens meegeven en spreker hoopt dat dat lukt, maar hij weet niet of dat realistisch is. Daarom aarzelt hij bij dit voorstel. De heer Van der Kaap brengt naar voren dat de PvdD zich wat positiever opstelt ten aanzien van dit voorstel. Een onleefbare stad heeft ook geen zin. Om de stad leefbaar te houden zal er moeten worden vergroend. Zijn fractie steunt het voorstel. De heer Rovers kan wel meegaan met het tweede gedeelte van de redenering van de wethouder dat die nota aangepast zou moeten worden. Dat hoort misschien niet hier thuis. Maar als wat het eerste gedeelte betreft in een motie of in een amendement wordt opgeroepen om een zwaarder accent te leggen op klimaatadaptatie zodat de balans iets meer doorslaat naar klimaat-adaptief dan naar
Commissie Stedelijke Ontwikkeling d.d. 28 september 2021
23
verstedelijking, zou de SP daar in wel mee kunnen gaan. Als er immers woningen moeten worden gebouwd voor mensen met kieuwen omdat alles onder water staat, kan de gemeente wel doldwaas gaan verstedelijken, maar dat heeft dan niet zo heel veel zin. De SP zou wel voor dat voorstel te porren zijn. De voorzitter ziet dat er leden zijn die willen reageren op de opmerking van de heer Rovers. Hij geeft toch het woord aan de heer Van der Woerd om wille van de tijd. Gezien het aantal discussiepunten en het feit dat er nog een agendapunt is wil hij de debatjes beperken. De heer Van der Woerd geeft aan dat de CU natuurlijk voorstander is van een verstedelijking die aandacht heeft voor groen, klikmaatadaptatie en leefbaarheid. Maar uit de reacties bij dit punt en ook bij zijn eigen punt begrijpt hij eigenlijk besluitpunt 8.c. Daarin staat dat wordt onderzocht welk instrumentarium de gemeente kan inzetten, wanneer dat inzichtelijk is gemaakt. De raad kan dan zelf nog keuzes maken. Hij begrijpt nog niet goed hoe het voorstel van GL past binnen 8.c. Als het meer algemeen wordt om het belang hiervan te benadrukkern, dan vindt de heer Friso de CU aan zijn zijde. De heer Kersten deelt mee dat de PS ook sympathiek staat tegenover het voorstel. Hij wil alleen van de wethouder horen of dit er al niet op de een of andere manier in staat.
Hij kan zich niet voorstellen dat dit niet is opgenomen in de Omgevingsvisie. Anders steunt hij het voorstel van de heer Friso. De heer Siwpersad merkt op dat LP haar bedenkingen heeft, maar afwacht wat er komt. De heer Friso lijkt het goed om zijn conclusie samen te vatten in een reactie op de woorden van de heer De Crom. GL wil vooruit bij beide zaken, woningbouw en groen. Dat gaat grotendeels hand in hand en het college zet vaak ook stappen om het hand in hand te laten gaan. Zijn fractie is daar heel tevreden over, maar zij ziet bij deze stukken eigenlijk voor het eerst in een vrij objectief beeld van Haskoning dat de stad minder leefbaar wordt bij het huidige beleid. Als de gemeente de leefbaarheid en de klimaatadaptatie op peil wil houden, dan moeten er extra stappen worden gezet. De gemeente doet al heel veel, dus volgens GL ligt de sleutel bij de ontwikkelaars omdat er een verband is met die woningbouw. Hij begrijpt ook wel dat moet worden bekeken waar dat dan juridisch moet worden geregeld. Misschien is dat laatste nu niet op zijn plaats, maar hij denkt dat een uitspraak hierover wel; kan helpen. Maar hij hoort ook de heer Van der Woerd. Misschien dat juist dat instrument daar niet de plaats voor omdat dat de gemeente in staatstelt om per geval een afweging te maken. Buiten de vergadering zal hij kijken of hij kan komen met een voorstel met toegevoegde waarde.
Het punt waar het om gaat heeft hij duidelijk gemaakt. Hij kijkt of het zinvol is om dat in een voorstel te gieten. De voorzitter stelt vast ook de heer Friso het 3 oktoberweekeinde aan de slag gaat met het schrijven van een voorstel. Het dictum is in dit geval wel relevant. Over het tweede discussiepunt van GL, het vliegverkeer, heeft de wethouder duidelijk gezegd dat zij daarvoor een erratum kan schrijven. Hij vraagt de heer Friso of hij daarover desondanks nog een discussie wenst. De heer Friso antwoord dat, als het een mooi erratum is, hij bijzonder tevreden is. Misschien kan de wethouder nog iets zeggen over de richting daarvan. De voorzitter denkt richting Schiphol. Wethouder Spijker heeft wel een tekstje. Zij kan dat voorlezen. Het gaat uiteindelijk om een toevoeging, ook aan de Omgevingsvisie. In het tekstje staat dat de gemeente de urgentie ziet door wijzigingen in de Wet geluidhinder en de wijziging van de aanvliegroutes. Er wordt gezegd dat dit grote gevolgen kan hebben voor de leefbaarheid en de ontwikkeling van de stad en dat de gemeente een intensieve samenwerking heeft met de regio, de provincie en het Rijk op dit dossier. Verder wordt gezegd dat de gemeente hier echt mee aan de slag wil gaan waarbij de inzet is dat de effecten van Schiphol de in deze Omgevingsvisie en de Regionale Omgevingsagenda beschreven ambitie niet belemmeren en dat de hinder vermindert.
Dat is dus echt wel een uitdrukkelijke oproep. De voorzitter lijkt het verstandig dat de wethouder deze tekst nog even aan de heer Friso mailt. Dan kan die reageren. Als hij niet tevreden is, komt er wellicht een voorstel. Spreker gaat naar de discussiepunten van de PvdD. Het eerste gaat over het manifest van de wijkverenigingen met nadruk op de meetbaarheid van het groen. Spreker was niet duidelijk wat het concrete voorstel was. Hij vraagt de heer Van der Kaap zich daarop te richten.
Commissie Stedelijke Ontwikkeling d.d. 28 september 2021
24
De heer Van der Kaap geeft aan dat het er concreet op neerkomt dat de PvdD graag een meetbaarheid ziet van de toename van het groen. In het manifest werd gesproken over 75 m 2 groen per inwoner als streefcijfer voor 2040. Dat zou zijn fractie graag opgenomen zien in dit besluit. De heer Friso vindt die meetbaarheid van het groen wel interessant omdat hij daar ook een beetje aan dacht. Klimaatbestendigheid is heel erg meetbaar. Daar is nu ook een rapport over. Ook biodiversiteit is meetbaar, daarvoor kunnen doelen worden vastgesteld. Maar groen is niet meetbaar, tenzij het over oppervlak gaat. Is een vierkante meter gras evenveel waard als een vierkante meter waar een honderd jaar oude boom op staat? Hij zou liever focussen op die meetbare dingen, dus de klimaat-adaptieve waarden en de biodiversiteit, dan alleen de oppervlakte. Als de heer Van der Kaap het meer in die richting zoekt, dan denkt hij dat zij samen kunnen optrekken. Wethouder Spijker denkt dat de wens van de heer Van der Kaap de wens is van iedereen. Uit die leefomgevingsfoto blijkt wel dat dit een stad is met heel veel ruimteclaims. Zij denkt dat de gemeente in de toekomst ook kan gaan toewerken naar een normering, maar zij vindt het echt te vroeg om nu een norm te gaan stellen omdat raad en college niet goed weten wat de consequenties zijn.
Daarom heeft het college in het raadsvoorstel ook opgenomen dat het als eerste stap wil nagaan welke middelen en welk instrumentarium kunnen worden ingezet, wanneer de Omgevingswet in werking treedt op 1 juli 2022. Stapsgewijs wil het college inzichtelijk maken wat een maatregel zoals een bepaald aantal vierkante meters groen eigenlijk betekent. Dan moet ook de discussie worden gevoerd over wat dan als groen wordt gezien. De heer Friso heeft daar wel een belangrijk punt te pakken. Leiden Zuidwest is bijvoorbeeld heel ruim opgezet. Bij het ontwikkelperspectief kwam dat ook naar voren. Maar het groen wordt niet zo intensief beleefd als het beleefd zou kunnen worden. Dat betekent ook dat de gemeente daar de ambitie heeft neergelegd om het groen beter toegankelijk te maken, maar ook om waar dat kan te verdichten en vergroening samen te laten gaan met verstedelijking. Het is te vroeg om een goed inzicht te krijgen in wat nu de beste weg is om uiteindelijk die vergroening een goede plek te geven. De contouren zijn nu aangegeven in de Omgevingsvisie, maar dit vergt echt wel wat denkwerk en nadere uitwerking. De heer Liemburg is het eens met de vorige sprekers. In deze tijd is de samenleving al te veel bezig met het meetbaar maken van allerlei dingen en dat alles met een telraampje erbij.
De vraag is dan of mensen bezig zijn met het meten van dingen die meetbaar zijn of van dingen die echt belangrijk zijn. Volgens hem moet de gemeente focussen op de kwaliteit van het groen in plaats van op het vastleggen van een arbitraire norm en vierkante meters te gaan lopen scoren. De heer Van der Woerd vindt aandacht voor het groen ongelofelijk belangrijk. Hij ziet dat dat nu al veel gebeurt op projectniveau. Daar vraagt de raad steeds aandacht voor de openbare ruimte en wijst hij op het belang van groen voor de leefbaarheid van de stad, juist in een omgeving waar veel bebouwing wordt toegevoegd. Hij kan zich voorstellen dat de gemeente, ook gelet op eerdere afspraken en het Rekenkameronderzoek dat oproept om niet per project allerlei details af te spreken, maar dat algemener te regelen, op termijn wel tot dit soort normeringen of meetbare instrumenten komt. Hij voelt echter ook wel iets voor het standpunt van de wethouder om dat nog verder uit te zoeken. Op dit moment zal de CU dit voorstel niet ondersteunen, maar zij blijft dit onderwerp wel aandachtig volgen om er op termijn iets serieus mee te gaan doen. De heer De Crom wijst erop dat ook de VVD een groene stad wil. Het is alleen de vraag of daar vierkante meters op kunnen worden geplakt. Als de heer Van der Kaap dit wil weten, is dat goed.
maar als de gemeente dit gaat doen voor de woningbouw en alle ontwikkelingen in de richting van 2040, dan wil sprekers fractie ook wel weten of de stad er dan op vooruitgaat. Spreker is een fan van meetbaarheid, maar als hij de wethouder hoort, dan weet hij niet in hoeverre de stad erop vooruit gaat, als er nu al een concreet aantal vierkante meters op kan worden geplakt. Anders ligt het wanneer de heer Van der Kaap zegt dat er 75 m2 bij moet per hoofd van de bevolking en dat er dan maar minder woningen moeten woerden gebouwd. Dat is dan een fair en duidelijk standpunt, maar die toevoeging hoort er wel bij. De voorzitter vraagt de heer Van der Kaap wat hij doet met deze informatie. De heer Van der Kaap moet de heer De Crom wel gelijk geven. Het zou wel betekenen dat, als dat niet gehaald wordt, dan misschien wat minder zou moeten worden gebouwd of dat er op een andere
Commissie Stedelijke Ontwikkeling d.d. 28 september 2021
25
manier zou moeten worden gebouwd. Ook de gebouwde omgeving zelf kan deel uitmaken van het groen. Verticaal groen zou ook mee kunnen worden geteld. Dat zou betekenen dat iemand zou worden verplicht om op een bepaalde, groene manier te gaan bouwen omdat anders die norm niet wordt gehaald. Het kan een soort incentive zijn om groener te bouwen dan nu al wordt gedaan. In die zin is het heel belangrijk. Bij de discussie over de kwaliteit moet hij denken aan het Roomburgerpark. Daar werd ook gezegd dat het wel minder werd, maar kwalitatief beter, en dat het daarom wel mocht. De leden hebben gezien wat de reactie was van de bevolking. In Leiden Zuidwest wilde de gemeente containerwoningen neerzetten op een grasveld dat toch n iet zo belangrijk was. De omwonenden kwamen daarachter. De voorzitter wijst de heer Van der Kaap erop dat hij hem heeft gevraagd of hij een voorstel indient. De heer Van der Kaap geeft aan dat de voorzitter een voorstel van de PvdD kan verwachten over dit onderwerp. De voorzitter excuseert zich voor het afkappen van het betoog van de heer Van der Kaap, maar deze weidde wel erg uit. De heer Van der Kaap is van mening dat het ook een belangrijk punt is. De voorzitter wijst erop dat elke fractie die hier iets inbrengt dat belangrijk vindt. De punten van de heer Van der Kaap zijn niet belangrijker dan die van anderen.
Als er, zeker op dit tijdstip weer nieuwe argumenten op tafel komen, terwijl hij vraagt om een conclusie, dan vraagt hij om het wat korter te maken. Bovendien heeft de heer Van der Kaap nog twee andere punten. Het ene is het begrip ‘maximum’, dat zou hij anders willen zien. De heer Van der Kaap vindt het idee van de Leidse hoogte een goed idee. De Leidse hoogte zou dan een maximum moeten zijn. Wat de PvdD betreft zou er een punt kunnen komen achter ’als maximum aan te houden’. Zijn fractie komt met een amendement hierover. De voorzitter merkt op dat de CU dit punt heeft genoemd en dat de wethouder daarop heeft gereageerd. Zij zou met een erratum komen. Het is jammer dat dit punt toen niet naar voren is gekomen. Dit voorstel gaat verder. Het lijkt hem dat de commissie hierover alsnog in debat moet gaan. Spreker vraagt de fracties te reageren. De heer Van der Woerd brengt naar voren dat 70 m al de maximum hoogte is in het huidige hoogbouwbeleid. Maar als hij de locaties bekijkt die worden aangewezen en waar mag worden afgeweken van dat maximum van 70 m, dan ziet hij dat voor een groot deel concrete plannen worden genoemd waarover de raad al heeft besloten. Hij ziet onder andere LEAD en de Schipholweg. Welke vrees heeft de heer Van der Kaap dat het toch stiekem meer mag worden? De projecten waar het om gaat zijn immers al zijn genoemd en zijn voor een deel de raad al gepasseerd.
Sprekers fractie was het daar ook niet altijd mee eens, maar het is niet nieuw. De heer Van der Kaap antwoordt dat dat klopt. Zijn fractie was het daar ook niet mee eens. Als er een visie-document wordt opgesteld, zou dat de visie zijn van de PvdD voor de maximale hoogte. Die gebouwen staan er nog niet. Het is altijd mogelijk terug te komen op verkeerde beslissingen. De heer Liemburg komt op het laatste punt van de heer Van der Kaap terug. Of het mogelijk is zomaar terug te komen op genomen besluiten is nog maar de vraag. Dat geldt vooral voor een plan als LEAD. Natuurlijk kan de gemeente daar op terugkomen, maar dan moet zij wel een flinke zak geld meenemen om dat plan alsnog aan te passen. Voor de rest sluit hij zich aan bij het standpunt van de CU. De raad heeft een aantal besluiten genomen en het doet de stad goed, als de raad daarin consistent is en niet telkens probeert terug te onderhandelen. Volgens de heer De Crom moet de raad dan ook zeggen dat dan het probleem van het woningtekort niet volledig wordt opgelost. Als de heer Van der Kaap daarvoor kiest, dan mag dat. Maar hij wijst ook de andere fracties erop dat, als de raad dit gaat beperken en het maximum echt op 70 m zet en daar bij een aantal belangrijke projecten niet van afwijkt, Leiden dat woningtekort niet inloopt.
Als de heer Van der Kaap dat wenst, moet hij dat ook open en eerlijk laten weten: “You can’t have your cake and eat it”. Dit geeft hij mee voor de fracties die dit voorstel wellicht willen steunen.
Commissie Stedelijke Ontwikkeling d.d. 28 september 2021
26
De heer Van Diepen sluit zich in redelijke mate aan bij wat de CU hierover heeft gezegd. Het zijn een paar locaties en zij zijn al bekend. Met dit stuk wordt het beleid tot 2040 vastgesteld, dus daarmee weet de heer Van der Kaap wat hij de komende twintig jaar kan verwachten. De heer Kersten denkt dat het niet helemaal zeker is dat die locaties beperkt blijven. Hij kan zich voorstellen dat er in de toekomst locaties worden gevonden voor gebouwen hoger dan 70 m. Hij is daar niet tegen. Het is net zo arbitrair als een maximum van 100 m. De raad is er zelf bij om vast te stellen of het hier en daar wel of niet kan. Hij zegt tegen de heer Van der Kaap dat hij er niet bang voor hoeft te zijn. Hij denkt dat de raad iets arbitrairs van 70 m niet moet vervangen door iets anders dat arbitrair is. Het maximum is elke keer ad hoc door de raad vastgesteld. De heer Friso geeft aan dat GL juist denkt dat het wel goed is om houvast te geven en duidelijkheid te verschaffen in een dergelijke visie. Over deze bouwhoogtes is al een besluit genomen, maar zijn fractie denkt dat het heel goed is dat nu op een rijtje staat dat het echt 70 m is met uitzondering van die locaties. Dan weet iedereen waar hij aan toe is. Zijn fractie vindt het goed dat niet alleen dat besluitpunt erin staat, maar dat er ook in staat dat er een kwaliteitstoets bijkomt.
Als er op die locaties iets wordt gebouwen, dan gebeurt dan alleen zo dat het er fatsoenlijk uitziet. Dat maakt dat GL eigenlijk best tevreden is over dit besluitpunt. De voorzitter vraagt de heer Van der Kaap of hij met een voorstel komt. De heer Van der Kaap neemt dit mee terug naar zijn fractie. De voorzitter heeft genoteerd dat de PvdD nog een derde discussiepunt heeft, maar hij weet niet of dat tot een voorstel leidt. De heer Van der Kaap heeft nog twee kleine puntjes. Die horen bij dat groen/blauwe raamwerk. Daar staat: “Wij realiseren een robuust groen/blauw raamwerk voor klimaatadaptatie, mens en natuur”. De PvdD hecht eraan om daarvan te maken: “raamwerk voor klimaatadaptatie, mens, dier en natuur”. Hij stelt dit voor omdat zijn fractie het niet zo heeft op de antropocentrische manier van denken die hieruit spreekt. Het tweede punt is de ‘intensivering van de vergroening in de stad waar mogelijk’. Zijn fractie stelt voor om de woorden ‘waar mogelijk’ te schrappen. De voorzitter denkt dat het hier gaat om toevoegingen die eerder tekstuele of complementerende punten zijn dan pure discussiepunten. Wethouder Spijker vraagt of de punten even herhaald kunnen worden. De voorzitter deelt mee dat het ene punt is het in besluitpunt 1.f.1 toevoegen van het woord ‘dier’. Het andere is het schrappen in dat besluitpunt van de woorden ‘waar mogelijk’.
De wethouder kijkt er even naar. Spreker heeft gehoord dat mevrouw Heijnen zich aansloot bij de discussie over groen. Die is uitvoerig gevoerd. Spreker vraagt of zij daarmee akkoord gaat. De heer Siwpersad wil participatie meteen inzetten. Spreker vraag hem kort en bondig aan te geven hoe zijn voorstel eruit zou zien en hoe dat terecht moet komen in deze Omgevingsvisie. De heer Siwpersad geeft aan dat zijn fractie meent dat de participatieladder die Leiden al heeft bij het begin van alle projecten in moet worden gezet zodat er duidelijkheid gecreëerd wordt naar de bewoners toe en zij direct weten of zij mee mogen doen of niet. Als dat duidelijk is, wordt heel veel frustratie vermeden. Zijn fractie heeft gemerkt dat het niet overkomt bij de bewoners. Zijn discussiepunt is de participatieladder zo inzetten dat direct duidelijk wordt of de burgers mee mogen doen of niet. De voorzitter wil hier in zijn hoedanigheid van voorzitter op reageren. In zijn ogen is dit iets dat vooral gaat over hoe participatie plaatsvindt. Daar is al over gesproken. Er komt nog een reactie van het college en daar gaat de commissie opnieuw over spreken. Ook worden de verordeningen aangepast. Er zijn heel veel momenten voor discussie hierover.