Verslag raadscommissie Stedelijke Ontwikkeling d.d. 28092021
Tekst van het document
Gezien de naam van de fractie van de heer Siwpersad begrijpt hij dat deze iets over participatie wil opnemen, maar in alle eerlijkheid lijkt dit hem niet de plek daarvoor. Omdat hij hierover twijfelt vraagt
Commissie Stedelijke Ontwikkeling d.d. 28 september 2021
27
hij aan de wethouder wat die hiervan vindt. Anders zal hij het woord geven aan de andere fracties. Wethouder Spijker had het idee dat de heer Siwpersad een algemeen verhaal hield. Zij zou denken dat dit eerder thuishoort bij het andere voorstel over de werkwijzer initiatieven derden. Daarin wordt ook een richting aangegeven voor hoe raad en college gaan toewerken naar een nieuwe participatieverordening. Zij kon het punt van de heer Siwpersad eigenlijk niet plaatsen in het kader van dit voorstel. Hierna spreekt de commissie over de werkwijzer Omgevingswet. Het punt van de heer Siwpersad houdt een inhoudelijke discussie in, terwijl dit punt en de werkwijzer meer procedurele zaken zijn. Dit is de reactie vanuit het college. De heer Siwpersad wil toch de mening van de commissie weten. De voorzitter gaat die dan vragen. De heer Van der Woerd stelt dat de Omgevingsvisie is bedoeld om de hoofdlijnen van de fysieke leefomgeving op Leids grondgebied en de langetermijnvisie daarop te beschrijven. Participatie is niet een aspect van de fysieke leefomgeving. Het is een concreet instrument om die in te gaan vullen. Over hoe dat wordt ingevuld komt de commissie straks en ook bij de behandeling van de participatieladder nog te spreken. De CU geeft dus geen steun aan een voorstel om daar in het kader van de Omgevingsvisie iets mee te doen. De heer Friso sluit zich aan bij de vorige spreker.
De heer Liemburg doet dat ook. De heer De Crom vindt ook dat de gemeente duidelijker moet communiceren over waarover mensen wel en niet kunnen participeren, maar dit is niet de plek. Hij vraagt om daarover eindelijk eens een goed voorstel te maken en dat in te brengen op de plek waar dat thuishoort. Verder is hij benieuwd naar wat de heer Siwpersad van de Omgevingsvisie vindt, maar dat terzijde. Zijn fractie geeft geen steun aan een voorstel om dit hier in te brengen. De heer Van Diepen sluit zich aan bij de vorige sprekers. De CU heeft het uitstekend verwoord. De heer Rovers lijkt het logisch om, zoals vorige sprekers ook al hebben aangegeven, dit te bespreken bij de verordening die hierover gaat en die later zowel bij de werkwijzer als in de raad nog wordt besproken. De SP geeft nu geen steun aan dit voorstel. De voorzitter vraagt de heer Siwpersad naar zijn conclusie. De heer Siwpersad gaat kijken waar zijn fractie dit voorstel wel kan inbrengen. De voorzitter stelt vast dat de commissie bijna klaar is met dit agendapunt. De wethouder zou nog op de vraag van de heer Van der Kaap ingaan. Wethouder Spijker voegt het woord ‘dier’ met liefde toe, tenzij er commissieleden zijn die daar bezwaar tegen hebben. De heer Van der Kaap heeft gewoon gelijk. Dit hoort in deze tijd gewoon toegevoegd te worden. Het is nota bene onderdeel van de naam van de partij van de heer Van der Kaap.
Over het tweede punt twijfelde zij. Dat zit in de formulering. Zelf had zij die formulering positief gelezen: “We intensiveren de vergroening in de stad waar mogelijk”. Zij veronderstelt dat dit betekent dat er gezocht wordt naar plekken waar dit mogelijk is. De voorzitter denkt dat het dan een semantisch verhaal wordt. Gaat de wethouder een erratum schrijven of gebeurt er iets anders? De heer Van der Kaap leest deze formulering iets anders. Het is een soort afzwakking van de intentie die daarvoor wordt uitgesproken. De voorzitter oppert de mogelijkheid om er van te maken :”zoveel als mogelijk is”, maar hij kan zich voorstellen dat dit geen discussiepunt meer is. Hij stelt voor af te spreken dat de wethouder met een tekstvoorstel komt en dat de heer Van der Kaap, als hij het nog steeds niet begrijpt, met een motie of
Commissie Stedelijke Ontwikkeling d.d. 28 september 2021
28
een amendement komt. Wethouder Spijker meent dat de scherpte er wel in moet komen. Het is niet mogelijk overal groen toe te voegen. Deze tekst ziet erop dat het college naar groen zoekt. Dat blijkt ook uit dat groen/blauwe raamwerk. Als zij met een project bezig is, kan zij moeilijk zeggen dat, als daar woningbouw wordt gerealiseerd, daar niet kan worden vergroend. Waar de woning komt te staan, zal geen groen worden gerealiseerd. Zij kan dat ook niet per project toezeggen. Met dat groen/blauwe raamwerk heeft het college aangegeven wat de richting is van de stad, dat dit superbelangrijk is en dat waar dat mogelijk is het groen wordt geïntensiveerd en groen wordt toegevoegd. Zij ziet dit als uitdaging en als verzoek om hiermee aan de slag te gaan. De voorzitter ziet dat de wethouder de tekst niet gaat wijzigen. Als de heer Van der Kaap iets wil, moet hij een amendement indienen. Hij ziet dat de heer Friso wil reageren. De heer Friso wil dat alleen, als het een voorstel van de heer Van der Kaap wordt, maar hij weet niet of dat het geval is. Hij hoort dat de heer Van der Kaap dat van plan is. Spreker wijst de heer Van der Kaap erop dat hij zojuist toch heeft gehoord dat het in de praktijk 0.0 % verschil maakt. Waarom zou de commissie dan haar tijd verspillen aan een papieren werkelijkheid in plaats van aan de echte werkelijkheid? GL verleent dus geen steun aan dit voorstel.
De heer Van der Woerd begrijpt het belang dat de heer Van der Kaap wil benadrukken. Waar het mogelijk is, is het mogelijk en waar het niet mogelijk is, is het niet mogelijk. Hij denkt dat de raad ook moet beseffen dat hij niet klaar is bij de Omgevingsvisie. Hij kijkt naar het document bij het volgende agendapunt. Daarin wordt een beleidscyclus op drie niveaus beschreven. In de omgevingsplannen kan de raad hier wel degelijk meer concrete punten aan hangen. Dat kan per locatie en per project. Als het onderzoek naar het instrumentarium dat kan worden ingezet is afgerond, kan de raad ook daar nog op sturen. De raad is op dit ogenblik voldoende bediend. De CU verleent dus geen steun aan een voorstel om te sleutelen aan deze tekst. De heer Kersten wil wel steun geven omdat hij toch wel een nuanceverschil ziet tussen “we gaan vergroenen” en “het is te vaag” . Hij is het met de heer Van der Kaap eens dat ‘waar mogelijk’ er veel meer scherpte aan geeft. Hij draait het om: hij is het met de heer Rovers eens, het is juist scherper. Hij steunt dit voorstel dus juist niet, met verontschuldiging voor de verwarring. De voorzitter vraagt de heer Van der Kaap om een conclusie. De heer Van der Kaap stelt dat het een visiedocument is en dat in een visie taal en formulering heel belangrijk zijn. Hij beraadt zich op wat zijn fractie hiermee zal doen.
De voorzitter schorst de vergadering om 23.06 uur en heropent deze om 23.16 uur.
9.
RV 21.0087 Bestuurlijke werkafspraken over de Omgevingswet: werkwijzer Bestuur en Omgevingswet
De voorzitter laat omwille van de tijd de toelichting achterwege. De technische vragen zijn beantwoord. Zij zijn te vinden op Politiek Portaal. De commissie gaat spreken over de afspraken die nodig zijn om de Omgevingswet vorm te geven en over de rol die de raad daarin speelt. Het is een lijvig document met veel besluitpunten. Ook hier vraagt hij dus aan de leden om waar mogelijk met een concreet voorstel te komen. Spreker gaat ook iets strenger dan hiervoor om met te lange uitweidingen, als die niet bijdragen aan de discussie. De spreektijd is twee minuten per fractie. De heer Van der Woerd vindt het belangrijk om te spreken over de manier waarop de raad gaat werken onder de Omgevingswet, en over de verhouding raad-college, de kaders stellende rol en wat daar allemaal bij komt kijken. Het college heeft een mooie voorzet gedaan. Met elkaar moeten college en raad gaan zoeken naar de beste werkwijze. Hij heeft enkele punten. Als hij leest over de kaders stellende rol en kaders, ziet hij dat het erg veel beleidskaders zijn en geen juridische kaders. Hij denkt dat de raad zich daar bewust van moet zijn. Hij leest iets over het stellen van kaders in de vorm van marges. In een uitvoeringsplan zijn er bijvoorbeeld verscheidene uitvoeringsvarianten of marges voor
Commissie Stedelijke Ontwikkeling d.d. 28 september 2021
29
de hoogte of het aantal woningen. De ervaring leert dat het stellen van marges toch wordt gelezen als het maximum. De vraag is hoe zinvol die marges zijn. Hij wil daar graag over discussiëren. Hij noemt nog een concreet punt uit het raadsbesluit. Dat gaat over de wijze waarop in 3.c.i is omschreven wat nu een omgevingsvisie is. Deze wordt omschreven als een document met ambities en hoofdlijnen. Dat is echter maar een beperkte uitleg. Het gaat om de hoofdlijnen van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving en voorgenomen ontwikkelingen, bescherming en behoud. Hij mist toch het brede kader dat die omgevingsvisie is. Hij zou dat graag terugzien in de besluittekst. Het tweede punt gaat over 3.c.iii. Daar wordt gesproken over het omgevingsplan. Dat vindt hij overigens niet zozeer operationeel beleid, maar echt een juridisch kaders stellend document. Net iets te kort door de bocht worden daar het omgevingsplan, het afwijken van het omgevingsplan en het bindend advies van de raad genoemd. Dat bindend adviesrecht ziet hij als een belangrijk instrument om ook nog te kunnen sturen. Hij zou dat wat prominenter in de tekst willen hebben en dat in de vorm van een apart punt willen vermelden als een sturingsinstrument van de raad. Verder meent hij dat college en raad aan de slag moeten gaan: learning by doing om een mooie Nederlandse term te gebruiken.
De raad zal hier nog wel vaker over spreken. De heer Rovers vraagt de heer Van der Woerd hoe hij aankijkt tegen besluitpunt 4.g over het adviesrecht. Vindt hij het voldoende om er daar iets aan toe te voegen of moet het ook in besluitpunt 3 uitgebreider naar voren komen? Spreker vindt dat daar wel wat concreter staat wat ermee gaat gebeuren. Er komt nog een apart voorstel voor. Is dat voldoende? De heer Van der Woerd leest 4.g als een verzoek aan het college om de lijst uit werken van de gevallen waarin de raad wel of niet advies zou moeten geven. Besluitpunt 3 ziet hij als een opsomming van de instrumenten die de raad heeft. Hij zou daar dat instrument als een apart punt en niet ondergesneeuwd onder het omgevingsplan benoemd willen hebben als een belangrijk instrument dat de raad nog wel houdt. De heer Van Diepen ziet dat de raad nu samen met de strategische uitgangspunten die de commissie drie weken geleden heeft besproken eigenlijk een soort pakketje krijgt van strategie, inhoud en proces. Nu wordt gesproken over de procesafspraken. Over de rolverdeling tussen college en raad heeft de commissie al vaker gesproken. Zeker met de oefeningen die de commissieleden met de ambtenaren hebben gedaan komen zij steeds meer in hun rol. Die rol ligt D66 erg goed. Zijn fractie kan dan ook instemmen met de voorliggende procesafspraken.
Als hij door de stukken heen kijkt, dan proeft hij eigenlijk al een beetje dat de commissie zelf ook al steeds meer zo aan het werk gaat. Hij heeft er ook wel vertrouwen in dat de raad ook in de nieuwe samenstelling na maart 2022 hiermee aan de slag kan gaan. Hij zal zich verder mengen in de discussie. D66 heeft geen bespreekpunten. Mevrouw Heijnen kan heel kort zijn. Het CDA heeft geen bespreekpunten bij dit stuk. Volgens de heer Liemburg is de Omgevingswet een oplossing op zoek naar een probleem. Twee dingen zijn zeker: die wet zal niet in werking treden op 1 juli 2022 en de commissie heeft het er maar druk mee. Het is een redelijk curieus besluit. De huidige raad gaat werkafspraken maken met het college voor de volgende raad en voor het volgende college. Het is wel bijzonder dat de raad over het graf heen regeert, terwijl het college geen enkel middel heeft om de raad straks aan die besluiten te binden. Hoe de aanstaande raad concreet invulling zal geven aan de Omgevingswet, als de volgende raad de raad is die daarmee aan de slag gaat, moet te zijner tijd nog blijken. Maar op zich staat er een aantal zinnige punten in het voorstel en daarom kan de PvdA het steunen. Het is goed om daar nu al over na te denken, mocht het zover komen dat deze wet binnen een jaar in werking treedt. Zijn fractie heeft geen discussiepunten.
De heer Kersten is het geheel eens met de heer Van der Woerd over het bindend adviesrecht van de raad. Dit voorstel is een goed stuk. Tijdens een informatieavond heeft hij zich laten overtuigen dat het goed doortimmerd is qua bestuurskracht. Het zal de commissie niet verbazen dat het enige dat volgens hem nog ontbreekt de participatie is. Net zo goed als de raad dat bindend adviesrecht steeds moet bewaken met die Omgevingswet moet hij bewaken dat de participatie voor de burgers al in het begin wordt verwezenlijkt. Het punt dat een andere fractie daarnet wilde maken bij een ander punt had de PS hier willen maken. Dat is het punt dat het bindend advies van de participatie van groot belang is. Zijn fractie stelt voor dat van het begin af de participatieladder wordt ingestoken in het hele proces van dit voorstel.
Commissie Stedelijke Ontwikkeling d.d. 28 september 2021
30
De heer Rovers denkt dat er wel wat goede punten zijn genoemd. Over het algemeen is het een aardig stuk. Hij herhaalt de kanttekening, die hij daarnet ook al maakte, dat het heel erg samenhangt met wat de raad besluit bij die strategische uitgangspunten voor wat betreft uitgangsplanologie, afstand, hoe groot en hoe precies de raad de kaders wil maken en hoezeer de raad aan het stuur wil zitten. Als de raad besluit om toch wat meer aan het stuur te gaan zitten, dan zullen hier ook wel wat veranderingen moeten worden doorgevoerd. De SP maakt zich vooral zorgen over de samenhangende regie en de monitoring. Er wordt een paar keer gesteld dat de raad de regie houdt door middel van monitoring, maar monitoring kan helaas alleen achteraf plaatsvinden en de regie zou hij toch graag aan de voorkant willen voeren. Hij heeft daarvoor nu geen concreet veranderingsvoorstel dat zinnig is. Het is een manier van denken die door het hele stuk heen zit. Zijn fractie is echter wel erg bang dat de raad daarmee het stuur kwijtraakt doordat die pas achteraf kan bedenken of de gemeente een goed beleid maakt. De heer Van Spronsen zal niet herhalen wat er allemaal al is gezegd. Het is bekend dat ook GL geen groot voorstander is van de Omgevingswet. Hij complimenteert het college wel met het stuk.
Dit stuk is lijvig en het is niet altijd even boeiende literatuur, maar het is wel een nuttige ladder waarbij de raad kan zien waar het heengaat en welke stappen nog moeten worden gezet. Hij bedankt daarvoor omdat dit enorm helpt. Zijn fractie heeft geconstateerd dat zij er vooral op moet blijven letten dat de raad stevig aan het stuur blijft zitten niet alleen voor de kaders, maar ook voor de momenten waarop bij concrete projecten conflicten ontstaan en waarden moeten worden beschermd. Hij had twee discussiepunten, maar bij het nalezen van het punt in het raadsvoorstel heeft hij geconstateerd dat het daar vager stond dan hij dacht. Dan is het alleen nog een vraag aan de wethouder. In het raadsbesluit staat namelijk dat in de raad in 2022 onderzoekt hoe de vergader- en commissiestructuur het beste kan aansluiten op deze werkwijzer. Zijn vraag is dan of het college hierin een actieve rol of een ondersteunende rol in zal vervullen of dat dit een oproep is aan de raad zelf. Het eerste zou hij namelijk op zich waarderen, maar hij zou het wel wat vreemd vinden, als het college aan het stuur zit bij de discussie over hoe de raad tewerk gaat. Een tweede punt voor GL is dat zijn fractie zoveel mogelijk punten op een lijst wil hebben waarvoor de raad bindend adviesrecht heeft. De raad moet immers goed sturen en de mazen zo klein mogelijk maken.
Punt van discussie is of er naast die lijst van onderwerpen waarvoor het college voorstelt om wel het adviesrecht toe te kennen een lijst moet komen van de onderwerpen die afgevallen zijn met de reden waarom die niet worden voorgesteld. De voorzitter ziet dit als een vraag waar de wethouder wellicht op kan reageren. Volgens de heer Van Spronsen kan het ook een discussiepunt zijn voor de raad. Als de raad daar misschien geen voorstander van is, hoeft hij de wethouder daar ook niet mee op pad te sturen. De heer Van der Kaap geeft aan dat de PvdD ook geen groot fan is van de Omgevingswet. Als het gaat om het beschermen van kwetsbare waarden, hecht zijn fractie toch meer aan ‘nee, tenzij’ dan aan ‘ja, mits’. Het beeld dat hij heeft van de Omgevingswet is dat van een lavastroom die langzaam, maar onstuitbaar op hem afkomt. Het heeft weinig zin om ervoor te gaan liggen. Er komen echter geen voorstellen van zijn fractie. De heer De Crom ziet die lavastroom eigenlijk heel blij tegemoet. Zijn fractie kan eigenlijk niet wachten tot die wet in werking treedt. Hij is een optimist en hoopt, anders dan de heer Liemburg, dat de datum voor de inwerkingtreding wordt gehaald. Omdat hij andere dingen naar voren moest brengen heeft hij daarnet niet kunnen zeggen dat het heel positief is hoe Leiden aan de slag gaat met de Omgevingswet.
Het overkomt de gemeente niet en zij heeft de lead bij het omgaan met deze wet. Hij dankt het college en het team daarvoor. Hij heeft daarom ook niet erg veel opmerkingen over dit stuk. Het ziet er heel goed uit. Op één punt ontbreekt die voortvarendheid misschien nog wat. Dat is het punt van het in 2022 onderzoeken hoe de commissie- en vergaderstructuur eruit gaat zien in het kader van de werkwijzer Bestuur en Omgevingswet. Zijn fractie vindt dat wat aan de late kant, zeker als de wet medio 2022 in werking treedt. De VVD zou eigenlijk graag zien dat er voor het einde van deze raadsperiode toch wel een voorstel is voor hoe daarmee wordt omgegaan in de volgende raadsperiode. De leden van zijn fractie en de andere leden van de commissie zijn hier in de afgelopen jaren mee bezig geweest. Hij hoopt dat niet, maar misschien verdwijnen er een paar collega’s en het lijkt hem wijs om de kennis en ervaring van iedereen te benutten voor een goed voorstel voor die vergader- en commissiestructuur. Hij weet niet of het iets is voor de wethouder, de griffie of de commissie zelf, maar hij is er voorstander van om er eerder mee te starten zodat er eerder een voorstel ligt. Misschien moet dit een amendement worden. Dan heeft hij toch een discussiepunt.
Commissie Stedelijke Ontwikkeling d.d. 28 september 2021
31
De voorzitter reageert als ouwe rot in het vak in op wat wordt gezegd over de structuur of de namen van de commissies. Zolang hij in de raad zit is dat een discussiepunt. Uiteraard gaat de raad daarover en de commissieleden gaan daarover. Maar gaan de commissieleden nu over hun graf heen regeren door een nieuwe commissiestructuur voor te stellen met andere namen of laten zij dat over aan de nieuwe raad? De nieuwe raad weet er vaak te weinig van en laat dan liever alles zoals het was. Dit wordt ook besproken in het fractieleidersoverleg en het presidium. Het is dus wel degelijk onderwerp van gesprek. Dat is een beetje de achtergrond bij de vraag die de leden oproepen. Wethouder Spijker vraagt of de voorzitter wil dat zij op alle opmerkingen reageert of alleen op dit laatste punt. De voorzitter deelt mee dat de heer Siwpersad de vergadering heeft verlaten. Spreker heeft alle fracties gehoord en vraagt de wethouder op alle opmerkingen te reageren. Wethouder Spijker bedankt voor de complimenten over het stuk. Het is best een taai stuk, maar het college heeft gemeend dit voor te moeten leggen, ook om richting te geven. Het is ook een vrij compleet stuk en zij is blij dat dit er nu ligt. De raadsleden kunnen dan ook nadenken over hun rol. Het stuk geeft een goed overzicht van wat er gaat komen. Het college heeft ook geprobeerd het zo expliciet mogelijk te maken.
Zij hoorde een punt van de CU over besluitpunt 3.c.i. De heer Van der Woerd zou dat wat breder geformuleerd willen hebben conform de wet. Zij kan daarvoor zorgen. Zij denkt dat het goed is hier de tekst van de wet aan te houden. Verder wil de heer Van der Woerd het in 3.c.iii genoemde bindende adviesrecht apart vermeld hebben. De heer Rovers heeft erop gewezen dat dit ook al onder 4.g staat. De heer Van der Woerd heeft daarna zelf aangegeven dat het hier on iets anders gaat dan in 4.g. Zij laat het aan de commissie over om te beslissen of zij dit apart wil benoemen of dat zij genoegen neemt met de uitwerking onder 4.g. Deze adviesrol is buitengewoon belangrijk en voor de commissie is het belangrijk dat dat voorstel er zo snel mogelijk ligt. Daarom heeft het college als tijdstip opgenomen eind 2021. Zij gaat in één keer door naar het verzoek van GL om bij het adviesrecht ook inzichtelijk te maken waar dan niet voor is gekozen. Zij heeft gevraagd of dat mogelijk is. Er komt in ieder geval een lijst met gevallen voor dat voorstel. Dat is eigenlijk te vergelijken met de vvgb (verklaring van geen bedenkingen) waar die exercitie eerder is uitgevoerd. Het lijkt haar goed om gewoon te kijken wat het college de commissie mee kan geven. Het zal altijd een discussie worden over wat de commissie los wil laten en wat zij wil behouden.
De heer Rovers vroeg hoe hij de regie kan voeren met monitoring. Zij wilde daar toch wel op ingaan omdat zij denkt dat de raad heel goed in staat is om regie te voeren op basis van monitoring. De kaders worden nu duidelijk gesteld. Dat is ook te zien bij de bouwopgave. Daarvoor krijgt de commissie de bouwmonitor. Vandaag heeft de commissie weer een actualisatie daarvan ontvangen. Daarin kan de commissie heel goed zien waar de gemeente nu eigenlijk staat. Als de commissie dan projecten voorgelegd krijgt waar zij zelf een besluit over neemt, kan zij aangeven dat het college op moet letten en bijvoorbeeld wat meer richting koop moet gaan. Het wordt concreter en met monitoring kan de raad heel goed de regie voeren. Als blijkt dat in de uitvoering dingen niet haalbaar zijn, dan maakt die monitoring dat ook inzichtelijk en dan moet de raad misschien zijn beleid wijzigen. Zo werkt eigenlijk het hele systeem van de Omgevingswet. GL vroeg of het organiseren van de commissiestructuur een opdracht aan de raad zelf is of dat het iets is dat het college gaat oppakken. Spreekster heeft dit zelf gezien als een opdracht die de raad aan zichzelf geeft. Het college kan ergens nog een rol vervullen, maar zij ziet dit primair als een taak van de raad om daarover na te denken. In aansluiting daarop zei de VVD dat zij dit misschien wel eerder wil aanpakken.
Zij laat het aan de commissie over om te beoordelen of de commissieleden met elkaar nu al in staat zijn om dit nog onder deze raad te organiseren of dat zij dit overlaten aan de volgende raad. Zij kan zich voorstellen dat het handig is om daarover bij de aanstelling van de nieuwe raad te besluiten. Maar als de commissie het eerder wil, als de urgentie wordt gevoeld en als er voldoende draagvlak is bij de leden, dan kan de commissie altijd kijken of zij dat proces eerder in gang kan zetten. De heer Van Spronsen vraagt of, als de raad het oppakt, het college bereid is om eventueel ambtelijk advies mogelijk te maken over de inhoud van de voorstellen van de raad. Is die mogelijkheid er? De voorzitter zet even de pet van lid van het presidium op om duidelijk te maken dat er vier commissies zijn. Toevallig gaat dit over hoe de Omgevingswet in een commissie terechtkomt. Het is te zien dat de werkdruk bij deze commissie veel hoger ligt dan bij een aantal andere commissies. Ook dat is al eens onderdeel geweest van fractievoorzittersoverleg. In dit voorstel wordt de
Commissie Stedelijke Ontwikkeling d.d. 28 september 2021
32
commissiestructuur genoemd, maar het gaat natuurlijk over alle commissies. De vraag is of de commissie Stedelijke Ontwikkeling daar een uitspraak over wil doen of dat dit beter via de fractievoorzitters kan lopen. Dit als opmerking terzijde. Wethouder Spijker geeft aan dat de griffie de regie voert, maar dat vanuit het college altijd ambtelijke bijstand kan worden verleend, ook om doorzicht te geven op wat handig is vanuit de opgaven. Zij denkt dat er echt wel wat essentiële punten onder zitten. Willen de commissieleden de structuur van de commissie veranderen met misschien een wat meer integrale gedachte? Zij kan zich ook voorstellen dat de raadsleden zeggen dat per onderwerp de raadsleden van een fractie aanschuiven die nauw betrokken zijn bij dat onderwerp. Ook is het mogelijk naar een commissiestructuur te gaan waarbij experts worden ingeschakeld. Ook kan er op een andere wijze met het horen van insprekers worden omgegaan. Zij zou het in één keer oppakken, maar de vraag is wat haalbaar is. Het college kan altijd bijstand verlenen op dat punt, zeer zeker inhoudelijk. De voorzitter deelt mee dat er een beperkt aantal discussiepunten is en wellicht geen een. Dat is enigszins afhankelijk van de reactie van de heer Van der Woerd op de reactie van de wethouder. De heer Van der Woerd had drie punten genoemd. Bij het tweede punt heeft spreker een vraagteken staan.
Hij vraagt de heer Van der Woerd of er nog iets is overgebleven waarover hij met de commissie in debat wil gaan. De punten gaan over marges, omgevingsplan en bindend advies meer expliciet opnemen in de besluittekst. De heer Van der Woerd antwoordt dat er niets is overgebleven. Toen hij het al had uitgesproken realiseerde hij zich dat het punt van de marges iets is dat kan worden besproken bij het maken van een omgevingsplan. Dan kan worden beslist of er marges worden opgenomen of concrete getallen. Wat de omschrijving van de Omgevingsvisie betreft heeft de wethouder gezegd dat daarbij de wettekst wordt aangehouden. Het punt van het apart noemen van het bindend advies neemt hij mee terug naar zijn fractie, maar hij hoeft daar nu niet meer uitgebreid over te discussiëren, tenzij commissieleden er nog iets over willen zeggen. De voorzitter kijkt nog naar de heer De Crom. Over diens voorstel is van gedachten gewisseld. De heer De Crom denkt dat het verstandig is dat voor het einde van deze raadsperiode een besluit wordt voorbereid waar de gemeenteraad als geheel naar kijkt, zeker in relatie tot de Omgevingswet. Hier staat het een beetje als: ‘We kijken in 2022 wel waar het schip strandt” bij de commissie- en vergaderstructuur. Het lijkt hem prima dat de nieuwe raad erover besluit, maar hij denkt wel dat deze raad de regie moet nemen.
Hij begrijpt dat de commissie er zo niet over zal besluiten, maar uiteindelijk ligt dit voorstel ook voor in de raad. Hij heeft dit ook besproken met zijn fractie en zijn fractievoorzitter. Zijn fractie denkt dat het mede gezien de relatie met de Omgevingswet verstandig is iets eerder aan de slag te gaan met een voorstel. Het is wat buiten de orde om hier daarover te discussiëren. De voorzitter zegt dat dit punt op de agenda van het fractievoorzittersoverleg staat. Als de rest van de commissie dat ook zo vindt, dan zou de voorzitter er daar op kunnen wijzen dat het gezien de urgentie door de relatie met de Omgevingswet verstandig is om eerder aan de slag te gaan met een voorstel voor een nieuwe commissie- en vergaderstructuur. De heer Rovers waardeert het dat de heer De Crom de kennis van de huidige commissieleden op prijs stelt en het met deze groep mensen wil doen, maar hij zou een volgende raad, zeker met het af en toe uitstellen van de Omgevingswet, toch de kans willen geven om die structuur op te zetten. Natuurlijk is het goed dat er nu al over wordt nagedacht en de leden van de commissie zouden nu al hun input op een rijtje kunnen zetten, maar hij zou het voorbarig vinden om daar nu al over te besluiten. Die urgentie voelt hij niet helemaal. Of is dat precies wat de heer De Crom wil? De heer De Crom vindt dit een goed punt. Het besluit is dan aan de nieuwe raad.
Maar als dan nog moet worden begonnen met het voorbereiden van een voorstel voor een nieuwe commissiestructuur, dan lijkt hem dat wat laat. Iets met elkaar voorbereiden als gemeenteraad voor het einde van deze raadsperiode lijkt hem wel handig. De heer Van der Woerd voelt er eigenlijk wel iets voor. Die Omgevingswet stelt de gemeente voor een aanpak die integraliteit nastreeft. Dat zou tot veranderingen kunnen leiden in de wijze waarop nu in commissieverband wordt vergaderd. Hij denkt dat het goed is een nieuwe raad met een andere samenstelling die daarin wat minder ervaring heeft toch wat mee te geven. Deze raad hoeft daar niet
Commissie Stedelijke Ontwikkeling d.d. 28 september 2021
33
over te besluiten, maar het kan geen kwaad aandachtspunten in een soort overdrachtsdocument mee te geven. Daar kan hij zich wel in vinden. De heer Van Spronsen geeft aan dat het volgens GL een goed idee is. Leiden is op allerlei punten zeer voortvarend bij de Omgevingswet. Dan is het raar, als de raad dat niet is bij de wijze waarop de raad straks die Omgevingswet, als die er ooit komt, gaat behandelen om ervoor te zorgen dat de raad straks aan het stuur blijft. Dan lijkt het hem handig om daarover een doorwrocht advies te maken waarover de nieuw raad kan besluiten. De voorzitter ziet dat er verder geen reacties zijn. Hij is het discussiepunt van de heer Kersten vergeten, maar hij komt daar nog op terug. De heer Kersten wil zijn steun uitspreken voor dit voorstel. Wethouder Spijker vindt het punt dat de heer De Crom noemt een belangrijk punt. Het zou binnen de bestaande tekst van het raadsvoorstel kunnen omdat het besluit in 2022 wordt genomen. Het is een opdracht aan de raad zelf om dit eerder te starten. De heer De Crom wil hier niet nodeloos een bespreekstuk van maken. Het gaat er meer om te prikkelen om hiermee aan de slag te gaan.
Voor hem hoeft de tekst van het voorstel niet per se te worden gewijzigd, maar hij wil wel dat de raadsleden de koppen bij elkaar steken De voorzitter sluit de discussie over dit punt af met de conclusie dat er niet een voorstel komt, maar dat de inbreng van de heer De Crom wel serieus wordt meegenomen. Spreker zal dat in elk geval doen. Hij constateert dat het ook nog een begrotingsraad is. Dat is een moment waarop alle commissies aanwezig zijn. Over twee weken is het fractievoorzittersoverleg en dan staat dit ook op de agenda. De heer Kersten had nog een punt over participatie. Spreker vraagt hem om kort en bondig mee te delen of dit een amendement, een motie of iets anders wordt en wat de strekking daarvan is. De heer Kersten denkt dat het een amendement moet worden. Hij zou hetzelfde rijtje instrumenten in willen zetten om in het besturingstraject en in het bestuurskader de participatie ofwel het adviesrecht van de burger met een participatieladder meteen op te nemen opdat er geen misverstanden ontstaan. Het lijkt hem goed om dat participatierecht in dit stuk op te nemen. Dat lijkt hem essentieel. Wethouder Spijker weet dat de heer Kersten dit heel belangrijk vindt. Eigenlijk is de systematiek in dit voorstel dat met de inwerkingtreding van die Omgevingswet geen procedures meer worden gefaciliteerd op basis van de werkwijzer.
Daarvoor in de plaats komt dan de nieuwe participatieregeling op grond van de Omgevingswet. Die wordt ook op korte termijn voorgelegd. Onder besluitpunt 4.j heeft die een heel belangrijke positie gekregen. Wat de raad wil in het kader van die participatieregeling wordt voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet aan de raad voorgelegd. Dat wordt nu opgestart. Het college zegt dus eigenlijk dat wat de gemeente nu heeft van tafel gaat bij de inwerkingtreding van de wet en dat er iets voor in de plaats komt dat in deze maanden wordt voorbereid. Het mooie daarvan is dat de raad dit zelf kan beoordelen. Het loopt natuurlijk parallel met de discussies die andere commissies zijn gevoerd. De raad kan dan dus alles in één keer oppakken. De heer Kersten legt zich daarbij neer. Wethouder Spijker merkt op dat het aan de voorzitter is om conclusies te trekken, maar dat zij heeft genoteerd dat zij een erratum zal voorbereiden naar aanleiding van het verzoek van de heer Van der Woerd. Zelf heeft zij geen punten meer staan en dat is mooi voor een zo mooi en groot stuk. De voorzitter concludeert dat dit voorstel als hamerstuk naar de raad kan met steun van alle fracties. Dat is fijn voor de wethouder en haar team. Hij stelt vast dat de commissie alle agendapunten heeft besproken. De commissie is dus redelijk vroeg klaar.
Hij verzoekt de fracties die voorstellen schrijven om dat echt op tijd te doen. Ook vraagt hij in de raadsvergadering die een erg volle agenda heeft niet alle discussies opnieuw te voeren. De voorzitter sluit de vergadering om 23.52 uur.
Commissie Stedelijke Ontwikkeling d.d. 28 september 2021