CConstaterende datLeiden
Koppel je AI →
Document · PDF

Verslag gemeenteraad Leiden 28 januari 2021 (wordt niet vastgesteld)

Gemeenteraad 28 januari 2021, gemeente Leiden24.825 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Als het zeer bijzondere objecten zijn, dan krijgt de raad die alsnog voorgelegd, mocht motie 7 worden aangenomen. Motie 9 ‘Bescherm bestaande horeca’ wordt ook niet omarmd door het college. Bij de bepaling waar nog wel horeca kan plaatsvinden, is in het hele proces een zorgvuldige afweging gemaakt binnen de aspecten in het gebied. Denk aan de verhouding met Retail, dienstverlening, cultuur en horeca en ook met het leefbaarheidsaspect. Daar waar horeca wordt toegevoegd, geeft het een extra boost, ook aan de Retail. Ook de Retail heeft het enorm moeilijk in deze crisis. Voor de reeds gevestigde horeca ondernemers, maar ook de detaillisten, dienstverleners en culturele instellingen is het belangrijk om op de aangewezen plekken, wel horeca toe te staan. In het participatieproces kreeg het college hiervoor steun, ook van Koninklijke Horeca Nederland en het Centrummanagement. Bij interruptie vraagt de heer Krol (CU) welke middelen het college dan wel ziet om echt 18

bescherming te bieden aan bestaande horeca ondernemers. Wethouder Van Delft legt uit dat het niet de taak van de gemeente is om bestaande horeca ondernemers te beschermen. Het is wel haar taak om te zorgen dat bestaande gebieden versterkt kunnen worden. Dat doet het college op verschillende manieren, ook in de coronacrisis, door de bestaande ondernemers op allerlei manieren te helpen, met grote terrassen, uitstel van betalingen en de subsidieregeling ‘duurzame terrasverwarmers. In bepaalde gebieden is het belangrijk om horeca toe te voegen, om de gebieden in zijn geheel sterker te maken. Bij interruptie vraagt de heer Krol (CU) hoe het college aankijkt tegen het feit dat voor iedere horecatent die opent er ook één op de fles gaat. Wethouder Van Delft herkent die trend en uitspraak niet. Het college kan dat niet staven met gegevens. Leiden heeft veel gezonde en duurzame bedrijven in de stad. Zij redden het ook in deze tijd, weliswaar met steun van de overheid, maar die is lang niet dekkend. Om tegen te houden dat nieuwe ondernemingen kunnen starten, dat is vanuit het economisch mededingingsbeleid erg lastig. Bij interruptie vraagt mevrouw Gilissen (VVD) of de wethouder het met de VVD eens is dat het niet de taak van de overheid is om ondernemers kost wat het kost overeind te houden. Wethouder Van Delft antwoordt dat dit in grote lijnen klopt.

Het college kijkt naar het stedelijk weefsel. Dat moet overeind worden gehouden. Er worden generieke maatregelen genomen om te zorgen dat iedereen het goed kan overleven. De overheid kan niet voor een individuele ondernemer iets speciaals doen. Dat zou overheidssteun zijn. Bij het amendement ‘Meer straten en gebieden uitzonderen van nieuwe horeca’ hecht de wethouder eraan om te noemen hoeveel nieuwe horeca mogelijk wordt gemaakt. Op het Rapenburg is dat er 1 (voorheen 2) en in de Pieterswijk 1 (voorheen 2). Daarnaast zijn er straten geschrapt. In de Haarlemmerstraat, het Cultuurkwartier, de Apothekersdijk-Stille Rijn, Heren-/ Doezastraat zijn allemaal 2 vestigingen mogelijk. In de Haarlemmerstraat Oost zijn er nog twee vestigingen over. In totaal gaat het om tien nieuwe vestigingen in de gehele stad en dan nog de twee in de Haarlemmerstraat Oost. Het college ontraadt dit amendement. Het verzoek is om een lijst aan te vullen, die niet bestaat. In de Horecavisie wordt per gebied aangegeven waar horeca kan of mag worden toegevoegd. Hierbinnen worden geen straten of delen daarvan gespecificeerd. In de opsomming staat een straat die niet tot het horeca gebied behoort, de Hooglandse Kerkgracht, straten die onderdeel uitmaken van een horecagebied en een nieuw horecagebied, het Pieterskwartier. Het college heeft een goede afweging gemaakt op alle aspecten van de binnenstad.

De plekken waar het nu wel kan, voege of inhoudelijk iets toe, ook voor de zittende ondernemers en voor de Retail. Dat geldt voor het Pieterskwartier. In de Heren-/Doezastraat is er echt de vraag vanuit de ondernemers, zodat het gebied meer kans heeft om te overleven. Het Cultuurkwartier is de plek die moet worden versterkt. Bij interruptie vraagt de heer Bleijie (CDA) of de wethouder met hem van mening is dat er in het voorstel wel degelijk een lijst staat met plekken waar horeca wordt uitgezonderd en dat het amendement daarop een aanvulling is. Wethouder Van Delft antwoordt dat er straten zijn genoemd waar horeca is verwijderd. Daarnaast zijn straten en gebieden genoemd waar horeca kan worden toegevoegd. De lijst is een combinatie 19

van beide. Het verschil tussen natte en droge horeca is anders dan in de motie ‘Opnemen streefwaarden natte en droge horeca’ wordt verondersteld. Nat is met alcohol ter plaatse en droog is zonder alcohol ter plaatse. Hotels vallen vaak onder de natte horeca. Als de motie kan worden geïnterpreteerd dat de natte horeca de reguliere horeca is (eten en drinken) en dat de droge horeca de hotels zijn, dan is het in ieder geval niet verstandig om het als streefwaarde op te nemen. Dat betekent dat de gemeente ergens naar streeft, terwijl dit maximumwaarden zijn die de gemeente in de gaten wil houden. In de evaluatie wordt een terugkoppeling gegeven. Daarnaast is het college bereid om bij de Jaarrekening te rapporteren over wat er dat jaar is gerealiseerd. Het college kan de motie niet omarmen, maar zal de raad rapporteren bij de Jaarrekening. De motie ‘Nieuw marktonderzoek uitbreidingsruimte horeca’ wordt ontraden. Door BAS, de reguliere horeca en BSV over de hotels onderzoek gedaan naar marktruimte voor restaurantcafés en hotels. Na het uitbreken van corona is eind maart aan deze bureaus gevraagd om deze onderzoeken opnieuw onder de loep te nemen. Deze adviezen zijn dus actueel en niet precorona. BAS heeft zelfs een nieuw advies uitgebracht. Dat is toegevoegd aan de stukken, waarvan de raad kennis heeft kunnen nemen.

De markruimte vanuit het eerdere advies is bijna compleet komen te vervallen. Er wordt alleen op horeca ingezet waar het ook toegevoegde waarde heeft voor de rest van de structuur. De hotels kennen een langere doorlooptijd, ook in de realisatie. De uitbreidingsplannen van de huidige hoteliers zijn nog steeds actueel. Die ruimte wordt wel toegekend. In eerste instantie wordt driekwart van de kamers vrijgegeven. Daarnaast is een evaluatiemoment ingebouwd. Het lijkt het college niet zinnig, voor zover het op dit moment al zou kunnen, om nu een nieuw marktonderzoek te doen. Bij interruptie vraagt de heer Bleijie (CDA) of het niet gek is dat een enorme ambitie aan hotelkamers wordt gebaseerd op een onderzoek van eind 2019, met een herziening in maart 2020. Toen was de omvang van de coronacrisis nog niet bekend. Wethouder Van Delft heeft net uitgelegd dat eerdere adviezen pre corona zijn gecontroleerd. Voor hotels bleek het advies nog te kloppen. Het is goed voor Leiden om ruimte voor hotels te maken. Er waren plannen en die zijn er nog steeds. Mocht het minder hard gaan dan wordt gedacht, dan is er niets aan de hand. Het is verstandiger om te sturen op basis wat er gebeurt in de markt, in combinatie met het bijstellen van de Horecavisie dan nu weer onderzoek te gaan doen.

Het amendement ‘Hotels van 5 kamers of minder’ en de motie ‘Hotels van 5 kamers of minder’ worden beide ontraden. De Horecavisie stimuleert het kleinschalig logiesaanbod door medewerking te verlenen aan de ontwikkeling van hotels met minder dan vijf kamers. Juist die kleine hotelvoorzieningen bieden de gelegenheid om op een bijzondere plek te overnachten en te genieten van de stad. Ze zorgen voor de variatie in het hotelaanbod in de stad. Voorbeelden zijn: De Regentkamer. De Kamer in de Morspoort. Niet bestaande voorbeelden: overnachten op een historisch schip of in een hooischuur in de Oostvlietpolder. Bij de beoordeling van een dergelijke aanvraag zal het college zorgvuldig wegen of de ontwikkeling een toegevoegde waarde is in de stad. Vanwege de kleinschaligheid en de beperkte impact op de omgeving is een collegebesluit hier de geëigende procedure, wanneer het geen bijzondere objecten betreft. Als de betreffende motie van de CU wordt aangenomen door de raad zou het bij een bijzonder object langs de raad gaan. Het is nog altijd zo dat er een omgevingsvergunning moet worden aangevraagd. Het college moet wegen of op dat moment de onttrekking van de woonfunctie een dusdanige toevoeging biedt aan een gebied. De kans dat de woning wordt onttrokken zeker in de tijd van 20

woningnood is zeer klein. Bij interruptie vraagt de heer Bleijie (CDA) of het college de motie wel kan steunen. Daarbij gaat het namelijk meer om een registratie. De motie vraagt dus wat anders dan het amendement voorstelt. Wethouder Van Delft zegt dat het college bereid is om het aantal van het totaal aantal hotelkamers af te trekken. Het zullen er in aantal heel weinig zijn. Die toezegging kan de wethouder doen. Zoals eerder aangegeven zal het college de raad rapporteren. Daar kunnen deze initiatieven aan worden toegevoegd. Het amendement ‘Uitzonderingen en upgrading langs de raad’ wordt ontraden. Het upgraden van bestaande horecaconcepten is maar in een beperkt deel van het horecagebied in de binnenstad toegestaan. Daarbij gaat het over de Beestenmarkt, Stationsweg, Breestraat en Haven. Denk daarbij aan een buurthuis in een wijk of een transformatie van een snackbar naar een restaurant. Het is onverstandig om deze procedures langs de raad te laten gaan. Een dergelijk raadsbesluit vergt een lange doorlooptijd. De raad geeft in deze Horecavisie aan de voorkant de kaders mee. Wat is de toegevoegde waarde om opnieuw de gehele procedure langs de raad te doorlopen? Elke uitzondering op de Horecavisie die tot nu toe van kracht was, is aan de raad voorgelegd. De wethouder noemt daarbij de panden aan de Nieuwe Rijn en Haarlemmerstraat Oost.

Er wordt niet langer gesproken over een uitzondering, maar over een beleidslijn, die in deze Horecavisie is opgenomen. Het college raadt af om een upgrading of downgrading ter besluitvorming aan de raad voor te leggen. Over het amendement ‘Samenvoegen horecacategorieën 1 en 1*’ zegt de wethouder dat het college de keuze tussen 1 en 1* aan de raad heeft gelaten. Het college hoorde alle argumenten voorbij komen waarom dat wel of niet zou moeten gebeuren. In een stad kunnen maximaal 7 extra horecapunten komen om alcohol te schenken. Deze ondernemers kan de gelegenheid worden geboden om alcohol te schenken tijdens het lunchconcept. Een inspreker vertelde dat zijn horecapunt op dit moment voorbij wordt gelopen. Het college meende te hebben begrepen dat een meerderheid van de raadscommissie zich uitsprak voor het argument van gelijke monniken, gelijke kappen. Over de toevoeging van zeven mogelijke plekken waar alcohol tijdens de lunch geschonken kan worden, is door het college advies ingewonnen. Daaruit blijkt dat mensen daardoor niet direct een alcoholverslaving zullen oplopen. Het college voelt echter ook de spanning. Daarom laat het college het aan de raad. Bij interruptie vraagt de heer Bleijie (CDA) of de wethouder het met hem eens is dat de handhaving complexer wordt door het samenvoegen van categorie 1 en 1*.

Deelt het college de zorg van verslavingszorgorganisaties zoals Breider? Aan wethouder Dirkse heeft de heer Bleijie een vraag over het gezondheidsbeleid en bewegen. Het college is voornemens om alcoholconsumptie te ontmoedigen. Hoe kijkt de wethouder van gezondheid aan tegen het verruimen van de mogelijkheid tot alcohol schenken in Leiden? De voorzitter merkt op dat gezondheid onderdeel uitmaakt van de portefeuille van wethouder Damen. Het college spreekt met een mond. Wethouder Van Delft heeft de afweging die binnen het college speelde zelf al verwoord. Als er binnen het college het gevoel was dat het echt niet zou kunnen dan had het college een ander voorstel gedaan. Wethouder Van Delft komt bij het onderwerp horeca in de Lutherse kerk. Motie 1 vraagt om op voorhand horeca in de Lutherse kerk uit te sluiten. Het is een bijzonder object. In diverse steden 21

zijn mooie voorbeelden te noemen van historische gebouwen die niet meer hun originele functie vervullen en die zijn omgetoverd tot een horecagelegenheid, met alle respect voor het gebouw. Het gebouw Lutherse Kerk is verkocht voor particuliere doeleinden. Het is niet duidelijk wat de eigenaar ermee wil gaan doen. Als er een aanvraag komt voor zelfstandige horeca dan zal die worden afgewezen, omdat dit binnen een gebied valt waar geen zelfstandige horeca mag worden gevestigd. Mocht er aanvraag voor een boetiekhotel of iets dergelijks komen dan wil het college kijken of daar mogelijkheden toe zijn. De Afdeling Erfgoed kijkt mee. Voor de kerk moet een waardenstelling worden gemaakt. Er moet heel veel gebeuren, mocht er een hotelfunctie in de Lutherse Kerk komen. In de commissie heeft de wethouder aangegeven dat het ergste is wat een dergelijk gebouw kan overkomen is dat er geen functie wordt gevonden. Dan is er weinig ruimte voor onderhoud en dan is dit mooie gebouw ook niet openbaar toegankelijk voor anderen. De wethouder zou het onverstandig om dit bij voorbaat uit te sluiten. Ze kent een aantal alternatieven, maar deze blijken geen van alle haalbaar. In het kader van het behoud van het gebouw is het verstandig een mogelijkheid open te houden. De Lutherse Kerk in Arnhem is met steun van het Restauratiefonds en de Provincie omgebouwd tot een hotel.

Het is niet uit te sluiten dat het een heel mooie bestemming kan worden. Dan is het zonde om dat aan de voorkant al uit te sluiten. De wethouder heeft begrip voor het pleidooi om heel zorgvuldig om te gaan met deze bijzondere kerk en ook het interieur. Dat zal het college ten alle tijden doen. Het is onmogelijk om daar een discotheek, een restaurant of een groot terras te vestigen. Bij interruptie vraagt de heer Bleijie (CDA) waarom het college horeca in de Lutherse Kerk niet uitsluit, in de wetenschap dat alternatieven voor horeca in deze kerk wel degelijk kansrijk zijn. Wethouder Van Delft heeft net uitgelegd dat alternatieven geen van alle levensvatbaar bleken te zijn. Dan is het verstandig om de mogelijkheid voor de Lutherse Kerk open te houden. Het is erger om een monument leeg te laten staan, waardoor het van je af gaat. Over de motie ‘Registreren en handhaven AirBnB’ merkt de wethouder op dat het college werkt aan de voorbereidingen om in Leiden AirBnB te laten registreren. De Wet op de toeristische verhuur van woonruimtes is op 1 januari 2021 in werking getreden. Die wet bevat instrumenten voor gemeenten voor beheersing van de toeristische verhuur van woningen via platforms, zoals AirBnB, de invoering van de registratieplicht, een meldvergunningplicht, een dagencriterium en de heffing van toeristenbelasting.

Het college vertaalt het landelijke beleid naar lokale instrumenten. Daarvoor moet de Huisvestingsverordening worden gewijzigd. Na vaststelling van het beleid geldt er een registratieplicht voor via AirBnB verhuurde woningen in Leiden. Tot die tijd wordt gehandhaafd op AirBnB in Leiden op het moment dat daar overlast wordt geconstateerd. In deze periode komen er niet veel toeristen die gebruikmaken van AirBnB. Het onmiddellijk handhaven wordt daarmee lastig. Handhaving heeft op dit moment ook andere prioriteiten. Het college is bezig de 2500 panden waarvan geen bewoners zijn ingeschreven te inventariseren. Het kan dat daar AirBnB bij zit. Dat wordt gelijk meegenomen. De motie wordt niet omarmd. Motie 12 over de energiescans kan het college overnemen. Eerder zijn energiescans gemaakt. Dit jaar is er geen ruimte in het Programma Binnenstad, maar in 2022 wel. In het programma is het college gewend allerlei input te krijgen over wat er belangrijk is voor de binnenstad. Deze energiescans hebben financiële voordelen opgeleverd voor de ondernemers. De motie wordt beschouwd als input voor volgend jaar bij het opmaken van het programmaplan Binnenstad. Er worden er honderd beschikbaar gesteld. Onduidelijk is of ze allemaal worden gebruikt. Het college kan goed uit de voeten met motie 10 over het uit faseren van terrasverwarmers.

De Horecavisie ziet niet op het gebruik van terrasverwarming. Buiten deze visie is het op dit moment 22

niet aan de orde om meteen te beginnen met het uit faseren van terrasverwarmers. Het is wel een uitdrukkelijke wens om een einde te maken aan het verwarmen van de buitenlucht. Er zijn alternatieven. Op dit moment is er de vastgestelde tijdelijke stimuleringsregeling ‘Duurzame verwarming’. Het is goed om recht te doen aan de investeringen die daarmee bekostigd worden en de investeringen die ondernemers hebben gedaan. Bij interruptie vraagt de heer Olthof (D66) of het college deze motie niet te verstrekkend vindt. Er is ook sprake van elektrische toepassingen. Wanneer groene stroom wordt gebruikt dan is dat niet schadelijk voor het klimaat. Wethouder Van Delft denkt dat het uiteindelijk een kwestie van wennen is. Er zijn andere manieren, zoals dekens. Op dit moment is dat niet coronaproef, maar tegen die tijd vast wel. Als dit algemeen aanvaard wordt, dan is er een gelijk speelveld. Met een motie die groene zwakstroom mogelijk had gemaakt had het college ook uit de voeten gekund. De wethouder gaat het gesprek aan met de ondernemers, wanneer de motie wordt aangenomen, om met elkaar te kijken hoe het toch aangenaam kan worden gemaakt op de terrassen. Motie 11 “Plan van aanpak duurzame horeca’ wordt ontraden door het college. Er bestaat geen wettelijk basis waarop de gemeente eisen kan stellen aan de verduurzaming van de bedrijfsvoering van een horeca onderneming.

Daarom beperkt de Horecavisie zich tot het doen van aanbevelingen op het gebied van duurzaam ondernemerschap. De wethouder was ook teleurgesteld toen bleek dat het niet kan worden verplicht. Het is dus lastig om een plan van aanpak te maken. In het duurzaamheidsbeleid heeft de gemeente Leiden gekozen voor de energietransitie, de circulaire economie, vergroening en klimaat adaptatie. Dat zijn de lijnen waarlangs de acties worden genomen. Dat gebeurt niet branchegericht. De energiescans passen goed in de lijn. De wethouder is wel bereid extra te kijken naar de wijze van communiceren over de duurzaamheidsaanbevelingen. Naast publiceren kan mogelijk een manier worden bedacht om dit nog meer onder de aandacht te brengen. Het college heeft veel contact met Stichting Duurzame Horeca. De pilot met afval (Inzamelhelden) vindt ook al plaats. Motie 8 ‘Gezondheids- en preventiebeleid als onderdeel van de Horecavisie’ is sympathiek. Het definitieve Gezondheidsbeleid is vastgesteld. De gemeente wil graag dat veel mensen gaan sporten. Bij het opstellen van de Horecavisie heeft het college er rekening mee gehouden. Het college is terughoudend geweest met het aantal nieuwe vestigingen waar alcohol mag worden geschonken. De doelstelling van de Horecavisie is niet om het gezondheids- en preventiebeleid van de gemeente vorm te geven.

Het is dan wel bijzonder om met de grote nota over sport en gezondheid, die de raad vaststelde, en waarvan het gezondheids- en preventiebeleid een onderdeel zijn, nu apart een plan te gaan opstellen. De Horecavisie is vooral ruimtelijk economisch van aard. Het college zou het willen zoeken in het bestaande beleid en nu geen nieuw beleid gaan toevoegen, wat iets verder staat van de ruimtelijk economische componenten. De motie wordt ontraden. Deze gemeente doet heel veel op het gebied van gezondheid en preventie en sport. Het zou te ver doorvoeren om die nota hier te herhalen. Wat de motie vraagt is om deze ruimtelijk economische visie te gebruiken om horeca onderdeel te maken van het preventiebeleid. De gemeente heeft daar weinig bevoegdheden in. De heer Krol slaat de spijker op zijn kop wanneer hij vraagt wat het Rijk hierin kan doen. Dat is de plek waar dit soort beleid vandaan moet komen. In de overwegingen van motie 13 ‘Pesthuis natte horeca maximeren na inspraak’ staat dat wethouder Van Delft hierover iets in het Leidsch Dagblad zou hebben gezegd. De wethouder herkent dat niet. Het college betreurt het dat er overlast wordt ervaren van de horeca in het 23

Pesthuis. In de afgelopen periode waren er overigens weinig officiële klachten. In de Horecavisie is de ambitie opgenomen om de verbindende schakel te zijn tussen de culturele binnenstad en het Leidse BioScience Park. Het moet gaan bruisen. Het moet een trekker worden buiten de singels en horeca moet daarbij een rol spelen. De tekst van de motie is grotendeels overgenomen uit de Uitgangspunten Herontwikkeling Pesthuiscomplex. Dat document is al vastgesteld door de raad. Hier is de Horecavisie dus niet leidend, maar volgend geweest op eerdere documenten, die al zijn vastgesteld. Op twee momenten is de raad geïnformeerd, - in november 2019 en juni 2020 -, over de invulling van het Pesthuis en de horecafunctie. In deze Horecavisie wordt niet ingegaan op die concretisering. In het laatste kwartaal van dit jaar worden een bestemmingsplan en een Beeldkwaliteitsplan aangeboden aan de raad. Daarin besluit de raad over de grootte van de horeca daarin. De raad is dus nog aan zet. Met de bewoners worden gesprekken georganiseerd. Wat de motie vraagt vindt op dit moment plaats. Om te besluiten hoeveel horeca daar mag komen dat is lastig zonder de plannen te kennen. De motie wordt niet omarmd door het college. Bij interruptie vraagt de heer Kersten (PS) of het mogelijk is om een gesprek tussen bewoners, gemeente en Citystone te organiseren.

Wethouder Van Delft zegt dat de projectleider vanuit de gemeente betrokken is. De gemeente en het college zijn betrokken. Het college is degene die documenten voor de raad opstelt. Voordat tot schorsing wordt overgegaan meldt de heer Bleijie (CDA) dat de volgende voorstellen worden ingetrokken, vanwege de toezeggingen zoals die zijn gedaan door de wethouder. Amendement 3 over Hotels met 5 kamers of minder, Motie 5 over het registreren en handhaven AirBnB en motie 2 over hotels met 5 kamers of minder. Mevrouw Van Schaik (PvdD) meldt dat motie 11 ‘Plan van aanpak duurzame horeca’ wordt ingetrokken. De PvdD is tevreden met de toezegging van het college. De voorzitter schorst de vergadering voor circa vijf minuten. [SCHORSING] De voorzitter heropent de vergadering. Tweede termijn: De heer Olthof (D66) vertelt dat D66 de voorstellen voor het opnemen van een einddatum in de visie en het opnemen van indicatoren droge en natte horeca kan steunen. De motie over de Lutherse Kerk wordt niet gesteund. Horeca op voorhand uitsluiten op basis van de beschikbare feiten en omstandigheden is onzorgvuldig en onjuist. De Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed (RCE) zegt in haar rapport dat deze kerk een potentiële woonbestemming is. Dat orgaan is in Nederland het hoogste dat we kennen op dit vlak. Uiteraard moet dit gebeuren met respect voor bestaande hoog monumentale onderdelen van de kerk.

Zelfs dan is in theorie horeca gewoon mogelijk. De overwegingen van kwetsbaarheid en onherstelbare schade zijn voor D55 ongegrond. Juist op basis van de autoriteit van de RCE. Wat betreft de belofte van de schilderijen vanuit het Rijksmuseum merkt de heer Olthof het volgende op. Natuurlijk juicht D66 de komst van drie schilderijen naar Leiden van harte toe. Daarover bestaan nog geen concrete plannen, anders dan een sympathieke intentie van het Rijksmuseum, De directeur geeft in antwoord op vragen mee dat er sprake moet zijn van goede klimaats- en veiligheidsmaatregelen. De Lutherse Kerk is een 24

fantastisch gebouw, dat wat D66 betreft voor een breed publiek toegankelijk moet blijven, uiteraard met het grootste respect voor de geschiedenis, architectuur en de hoge monumentale waarde van enkele onderdelen van de kerk. Dit kan in theorie nog steeds in de vorm horeca zo zijn, maar ook andere publiekstoegankelijke concepten zijn voor D66 een optie. Daarom kan D66 de motie op dit moment niet steunen. Wat betreft de motie van de PvdD zegt de heer Olthof dat fossiele terrasverwarmers zo snel mogelijk uit gefaseerd moeten worden. Elektrische toepassing met groene energie is niet schadelijk. Voor D66 is de motie te verstrekkend om deze te kunnen ondersteunen. Bij interruptie vraagt de heer Bleijie (CDA) waarom D66 zich blindstaart op wat de RCE aangeeft en niet op wat bewoners en de Historische Vereniging Oud Leiden ervan vinden. De heer Olthof (D66) antwoordt dat D66 horeca niet wil uitsluiten. Er zijn ook mensen die heel graag zouden willen overnachten in een bijzonder pand als dit. Gezien de aard van het horecaobject valt niet veel overlast te verwachten voor omwonenden. D66 wil eerste alle opties afwachten. De fractie vertrouwt er op dat met de bestaande wet- en regelgeving er nadrukkelijk rekening wordt gehouden met het behoud van monumentale onderdelen.

De heer Van Peijpe (GL) zegt dat voorstellen die niet stroken met de goede balans tussen leefbaarheid en levendigheid niet worden gesteund door GL. Ook daar waar bevoegdheden naar de raad worden getrokken, waar dat niet nodig is, zal GL dat niet steunen. Een uitzondering is het voorstel als het gaat om bijzondere gebouwen. Over de streefwaarden van natte en droge horeca vraagt de heer Van Peijpe of het CDA die motie heeft aangepast. De wethouder bood aan om te rapporteren bij de jaarstukken. De motie zoals die er nu ligt wordt niet gesteund. Betreffende de Lutherse Kerk sluit de zich aan bij de woorden van de heer Olthof van D66. Mevrouw Klever (PvdA) sluit zich aan bij de twee vorige sprekers als het gaat over een goede balans tussen levendigheid en leefbaarheid in de stad. De heer Van Halm (SP) zegt dat de SP de voorstellen van de PvdD, CU en PS zal steunen. Van het CDA worden de voorstellen gesteund, met uitzonder van het voorstel inzake het samenvoegen van categorie 1 en 1* en het voorstel inzake uitzonderingen en upgrading langs de raad. De heer Kersten (PS) zegt over het Pesthuis dat wel degelijk is geklaagd door omwonenden. De wethouder is niet ingegaan op het dictum van de laatste versie.

De motie vraagt niet alleen om een gesprek maar ook om het maximeren van het aantal vierkante meters natte horeca om zodoende een radicaal ander gebruik van het Pesthuis alsook overlast te voorkomen. De raad zou regelmatig over de gesprekken geïnformeerd moeten worden. Wethouder Van Delft zegt dat op dit moment gesprekken plaatsvinden om te komen tot een plan voor het Pesthuis dat ook wordt voorgelegd aan de gemeenteraad. Het is op dit moment niet nodig om het aantal vierkante meters natte horeca te maximeren. De raad kan er alsnog zelf over beslissen. Bij interruptie vraagt de heer Kersten (PS) of het college bereid is al voor die gesprekken te sturen op maximering van het aantal vierkante meters. De voorzitter merkt op dat de wethouder net heeft opgemerkt dat het college dat niet nodig vindt. 25

De voorzitter gaat over tot stemming. A200104.01 “Opnemen einddatum en evaluatie’ Amendement 1 wordt met algemene stemmen aangenomen. A200104.02 ‘Samenvoegen horecacategorieën 1 en 1*’ Amendement 2 wordt verworpen met 34 stemmen tegen en 5 stemmen voor. A200104.04 ‘Uitzonderingen en upgrading langs de raad’ Amendement 4 wordt verworpen met 31 stemmen tegen en 8 stemmen voor. A200104.05 ‘Meer straten en gebieden uitzonderen van nieuwe horeca’ Amendement 5 wordt verworpen met 28 stemmen tegen en 11 stemmen voor. M200104.01 ‘Horeca in de Lutherse Kerk’ Motie 1 wordt verworpen met 28 stemmen tegen en 11 stemmen voor. M200104.03 ‘Nieuw marktonderzoek uitbreidingsruimte horeca’ Motie 3 wordt verworpen met 28 stemmen tegen en 11 stemmen voor. M200104.04 ‘Opnemen streefwaarden natte en droge horeca’ Motie 4 wordt aangenomen met 22 stemmen voor en 17 stemmen tegen. M200104.06 ‘De gemeenteraad aan zet bij horeca in bijzondere objecten’ Motie 6 wordt aangenomen met 33 stemmen voor en 6 stemmen tegen. M200104.07 ‘De gemeenteraad aan zet bij horeca op ontwikkellocaties’ Motie 7 wordt verworpen met 28 stemmen tegen en 11 stemmen voor. M200104.08 ‘Gezondheids- en preventiebeleid als onderdeel van de horecavisie’ Stemverklaring: De heer Van Peijpe (GL) vindt tegen een motie stemmen die over gezondheid gaat altijd lastig.

In dit geval volgt GL de uitleg van de wethouder dat het niet in deze visie thuishoort. GL stemt tegen de motie. Motie 8 wordt verworpen met 28 stemmen tegen en 11 stemmen voor. M200104.09 ‘Bescherm bestaande horeca’ Motie 9 wordt verworpen met 28 stemmen tegen en 11 stemmen voor. M200104.10 ‘Uitfaseren terrasverwarmers Motie 10 wordt aangenomen met 21 stemmen voor en 18 stemmen tegen. M200104.12 ‘Energiescans’ Motie 12 wordt aangenomen met 30 stemmen voor en 9 stemmen tegen. M200104.13 ‘In het Pesthuis natte horeca maximeren na inspraak’ Motie 13 wordt verworpen met 28 stemmen tegen en 11 stemmen voor. RV 20.0104 ‘Vaststellen Horecavisie 2020’ Stemverklaringen: De heer Bleijie (CDA) zegt dat het CDA een poging heeft gedaan om de raad 26

meer aan zet te krijgen, om een besluit te nemen op basis van actuele cijfers, om ontwikkelingen inzichtelijk te maken en om horeca in bewonersgebied te matigen en om dat ene monument uit te zonderen van horeca. Na een goed debat hebben deze voorstellen het niet gehaald. Een aantal andere voorstellen van het CDA heeft het wel gehaald en daar is de fractie blij mee. Met de richting en de strekking van de Horecavisie is het CDA het eens. Op basis daarvan kan het CDA schoorvoetend instemmen met de Horecavisie. De heer Krol (CU) vertelde eerder dat twee uitgangspunten belangrijk zijn voor de CU. Bestaande horeca ondernemers moeten beschermd worden, juist in de tijd en de gemeente moet tegemoet komen aan veel zorgen die er zijn bij inwoners als het gaat om het toevoegen van extra horeca. Deze Horecavisie komt aan beide uitgangspunten onvoldoende tegemoet. De CU deed voorstellen om dat wel te laten gebeuren, maar die hebben het niet gehaald. De CU kan dan ook niet instemmen met de Horecavisie. De visie gaat teveel uit van het belang van horeca en evenementen. Dat vindt de heer Krol de verkeerde volgorde. De binnenstad is primair een woonwijk. Van daaruit redeneert de CU wat er wel kan. Het college doet dat niet. Een gemiste kans. Mevrouw Van Schaik (PvdD) is blij met de aangenomen moties, zodat duurzaamheid een concretere plek krijgt in de Horecavisie.

Daarom zal de PvdD voor het voorstel stemmen. Wel blijft de fractie moeite houden met de uitbreiding van het aantal hotelkamers en met de ruimte voor nieuwe horeca in de binnenstad. Op dit moment valt de afweging uit ten gunste van deze nieuwe horecavisie. Mevrouw Gilissen (VVD) is tevreden dat niet alle voorstellen zijn aangenomen. Wel zijn er voorstellen aangenomen waarmee de VVD niet gelukkig is, met name de motie van het uitfaseren van de terrasverwarmers en het betalen van energiescans uit het Programma Binnenstad. Uiteindelijk zal de VVD voor het raadsvoorstel stemmen. De heer Kersten (PS) vertelt dat zijn fractie moest wikken en wegen. Er zijn goede voorstellen aangenomen maar ook niet aangenomen. In deze coronatijd zou PS de Horecavisie ook helemaal niet willen steunen. De uitbreiding van de horeca die mogelijk is in de binnenstad vindt PS voor de bewoners en de bestaande horeca onverkoopbaar. Partij Sleutelstad zal tegen stemmen. Het zojuist geamendeerde RV 200104 wordt met 37 stemmen voor en 2 stemmen tegen aangenomen. 16. RV 20.0105 Initiatiefvoorstel raadslid M. Schreuder (GroenLinks) inzake de verbetering en acceptatie en emancipatie van transgender personen Mevrouw Voorwald (VVD) spreekt haar complimenten uit aan de initiatiefneemster. In Nederland zou iedereen zichzelf moeten kunnen zijn. Dat is een mantra waarvoor de VVD altijd zal blijven strijden.

Voor de acceptatie en emancipatie van transgenderpersonen moet nog veel werk worden verzet. Nog altijd vindt 38 procent van de transgenderpersonen geen baan en zijn ze zeven keer zo vaak slachtoffer van geweld. Dit initiatiefvoorstel doet een aantal goede voorstellen, die bijdragen aan acceptatie en emancipatie van transgenderpersonen op de werkvloer. De VVD is blij dat ook individuele werkafspraken mogelijk zijn. Juist die vrijheid om te kiezen is cruciaal voor emancipatie en acceptatie. De vrijheid om te kiezen ziet de VVD graag terug bij het transitieverlof. De VVD, D66 en het CDA dienen daarom een motie (zie bijlage M200105.01) in voor maatwerk verlof. Het transitieverlof verloopt voor iedere persoon anders. De motie stelt voor om het maatwerkverlof vast te leggen en uit te werken in HR-beleid. Werknemers moeten dit verlof ten alle tijden kunnen bespreken met een vertrouwenspersoon van binnen de organisatie, zodat een transgenderwerknemer zelf kan kiezen om, en wanneer, dit met collega’s te delen. Die vrijheid is cruciaal voor emancipatie en acceptatie.

27

De heer Krijgsman (D66) complimenteert de initiatiefneemster voor het interessante voorstel om Leiden inclusiever en diverser te maken, specifiek voor transgenderpersonen in de samenleving. Het voorstel kent drie losse componenten. Het eerste deel gaat over een inclusieve werkomgeving voor transgenderpersonen binnen de gemeente Leiden. Bij dit onderdeel is D66 content dat de ‘verklaring van Dordrecht’ ondertekend gaat worden. D66 bedankt voor het erratum, waardoor besluitpunt 2 gesplitst is. Voor het transitieverlof heeft D66 samen de VVD en CDA een voorstel uitgewerkt om bij de uitwerking hiervan meer in te zetten op de praktijk van maatwerk, die al in voorkomende gevallen door het college is toegepast. De motie is een versterking van dit deel van het initiatiefvoorstel. D66 is zeer positief over deel 2 van het initiatiefvoorstel, de arbeidsmarktpositie en reintegratietrajecten voor transgenderpersonen. De fractie hoopt dat te zijner tijd bij de evaluatie ook blijkt dat dit is waargemaakt. Bij het derde deel vindt D66 het een mooie toevoeging dat vanuit het blikveld van de gemeente hieraan aandacht wordt besteed. D66 kijkt uit naar de uitvoering van dit initiatiefvoorstel door het college. De heer Bleijie (CDA) sluit zich aan bij de complimenten aan mevrouw Schreuder voor dit initiatiefvoorstel.

Er is veel respect voor de betrokkenheid en vastberadenheid waarmee mevrouw Schreuder aandacht vraagt voor deze kwetsbare groep. Het CDA steunt de gedachte die achter het initiatiefvoorstel zit. Iedereen in Leiden moet kunnen zijn wie die wil zijn. Tegelijkertijd heeft het CDA twijfels bij de uitwerking van dit voorstel. Het is een gedetailleerd voorstel, waarmee de raad wel erg op de stoel van de werkgever gaat zitten. Voorstellen als deze hebben het risico dat elke gemeente in Nederland een ander beleid gaat voeren op dit punt. Dit moet vooral op een cao-tafel liggen of via landelijke wetgeving worden geregeld. Het CDA gelooft vooral in een balans tussen rechten en maatwerk. Daar gaat het initiatiefvoorstel aan voorbij.. Het doet bovendien geen recht aan de inzet die nu al door de gemeente Leiden op dit punt wordt gevoerd. Het CDA zal daarom de motie van de VVD en D66 ondersteunen en ziet deze als een belangrijke indicator of het initiatiefvoorstel moet worden gesteund of niet. De heer Terlouw (GL) spreekt van een heel mooi initiatief van zijn fractiegenoot. Hij complimenteert haar voor het vele werk dat hierin is gestoken. Mevrouw Schreuder had intensief contact met de doelgroep en verdiepte zich in hun behoeften, waarna dat is omgezet in een prachtig voorstel.

De transgendergemeenschap mag zich gelukkig prijzen met iemand die met zo een enorme betrokkenheid de belangen van deze groep heeft opgepakt en deze in de raad verdedigt. Het uitgangspunt is dat iedereen in de samenleving gelijkwaardig is en een gelijke kans verdient in het leven. Voor groepen en individuen waarvoor dit niet vanzelfsprekend is zijn extra inspanningen nodig. Met dit voorstel krijgen transgenderpersonen de kans om een volwaardige plek in de samenleving te hebben als het gaat om zichtbaarheid, bejegening en werk. Het college krijgt de opdracht om de ‘verklaring van Dordrecht’ te ondertekenen, jaarlijks de transgendervlag te hijsen en de gemeentelijke website en communicatie met burgers zo te organiseren dat alle groepen in de samenleving zich op de juiste wijze aangesproken voelen. Ook wordt gevraagd HRM-beleid te ontwikkelen waarbij transgenderpersonen de kans en faciliteiten krijgen om in transitie te gaan. Een door de overheid bekostigde transgenderverlofregeling is hierbij, wat GL betreft, een grondrecht. Hierover moet geen enkel misverstand bestaan. In het voorstel staat bijzonder betaald verlof voor transgenderwerknemers, voor bezoeken aan een arts of psycholoog in het kader van de diagnostische en hormonale fase in de transitieperiode. Dus geen ziekteverlof waar anderen over spreken.

Voor de financiering van integratieprogramma’s gericht op de doelgroep wordt gedurende twee jaar een bedrag van 10.000 euro gevraagd. Een zeer compleet voorstel, waarvan GL samen met de transgendergemeenschap hoopt dat het in zijn geheel wordt aangenomen door de raad.

28

Mevrouw Van der Jagt (PvdA) begint ook met het uitspreken van complimenten voor mevrouw Schreuder. Dit voorstel gaat over iets heel wezenlijks. In Leiden is iedereen welkom en moet iedereen zich thuis kunnen voelen, ongeacht wie je bent. Dit voorstel benadrukt het belang van een inclusieve stad. PvdA kan instemmen met dit voorstel. In de commissie is uitgebreid gesproken over het transitieverlof. De PvdA heeft daarover extra vragen gesteld. Op basis van de antwoorden heeft de fractie een afweging gemaakt. De motie van D66 en VVD wordt gesteund om transitieverlof in de vorm van maatwerk uit te werken in HRbeleid. Bij interruptie vraagt de heer Terlouw (GL) waarom de PvdA de motie steunt, terwijl de fractie iets anders voorstaat dan dat transgenderpersonen tijdens hun transitie in de Ziektewet terechtkomen. Mevrouw Van der Jagt (PvdA) antwoordt dat het college in principe uitgaat van bijzonder verlof. Het college geeft aan goed te kijken naar wat een medewerker nodig heeft en wat de meest passende vorm van verlof is. Het kan voorkomen dat verlof wordt aangeduid als ziekteverlof, als dat in het belang van de medewerker is. Dat is voor de PvdA heel belangrijk. Bovendien zijn er waarborgen ingebouwd. Iemand kan terecht bij de bedrijfsarts of bij een vertrouwenspersoon.

Dat alles tezamen maakt dat de PvdA er voldoende vertrouwen in heeft dat er passend maatwerk wordt geleverd, waar de persoon zelf het meest mee geholpen is. De heer Van Halm (SP) complimenteert mevrouw Schreuder voor het initiatief. Er is veel input geleverd door experts op dit gebied en mensen die persoonlijke ervaringen hebben hierin. Er ligt een vrij uitgebreid voorstel. Het aansluiten bij het verdrag van Dordrecht, het kijken naar eigen HRM-beleid lijken de SP goede zaken. Het zijn belangrijke stappen die kunnen helpen in de acceptatie en emancipatie. De gemeente Leiden kan hier concreet iets aan bijdragen. Het gaat om haar eigen beleid. Vanavond wordt een belangrijke stap gezet vanuit de gemeente voor meer acceptatie en emancipatie van transgenderpersonen in Leiden. Daar is de SP erg blij mee. Wethouder Dirkse vertelt dat het college terugkijkt op een goede discussie, welke goed was onderbouwd door een aantal insprekers. Wat het college is hier sprake van een mooi voorbeeld van hoe een raadslid indruk kan maken met een mooi initiatiefvoorstel. De geformuleerde errata zien er goed uit. De motie stelt voor om het recht op transitieverlof in de vorm van maatwerk voor de eigen werknemers vast te leggen en uit te werken in HR-beleid. Dat sluit goed aan op hoe Leiden dat als werkgever wil organiseren. Het college kan de motie omarmen.

Het punt dat er staat dat het niet noodzakelijk is om met de direct leidinggevende te spreken dat zou men kunnen lezen als dat er weinig vertrouwen is in de leidinggevende capaciteiten van mensen bij de gemeente. Het college wil juist uitstralen over de volle breedte dat het management iedereen, dus ook transgenders, met begrip tegemoet wil treden en goed wil begeleiden. Mocht dat misgaan dan is er altijd die waarborg. Mevrouw Schreuder (GL) is blij dat er vanavond nog eens over haar initiatiefvoorstel kan worden gesproken. Met dit voorstel kunnen concrete en effectieve stappen worden gezet om de acceptatie en emancipatie van transgenderpersonen te verbeteren. Ze is blij met de brede steun voor de gespecialiseerd re-integratietrajecten, het trans-inclusieve HR-beleid, het hijsen van de transgendervlag en het ondertekenen van de ‘verklaring van Dordrecht’. Ook blijkt er steun te zijn voor transitieverlof. De VVD, D66 en CDA hebben hierover een motie ingediend om geen vast transitieverlof te bieden maar te kiezen voor maatwerk. Maatwerk is, hoe goed bedoeld ook, principieel geen alternatief voor hetgeen mevrouw Schreuder met transitieverlof, zoals in het voorstel staat, beoogt. Ze heeft problemen met het idee van maatwerk. Je zet mensen op een van de meest kwetsbare momenten aan de onderhandelingstafel. Ze staan daarin met 1-0 achter. Met 29

maatwerk wordt niet in het belang van deze doelgroep gehandeld, maar in het belang van de werkgever. Mevrouw Schreuder hoopt dat de indieners de mening delen dat het in dat geval onwenselijk is om dit te laten afhangen van de goede wil van de leidinggevende. Ze benadrukt dat uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat juist op de werkvloer er nog veel onbegrip is over een transitie, ongeacht de tijd of de vorm. Ten tweede levert een gebrek aan duidelijke regels en afspraken een extra barrière op om een transitie op de werkvloer aan te kondigen. Die onzekerheid maakt dat er een groter risico is op stress, burn-out klachten, ziektedagen of zelfs gehele uitval. Alleen als er vaste afspraken wordt de transgenderpersoon in kwestie de zekerheid gegeven die nodig is om die stap te maken. Mevrouw Schreuder roept op om de opvatting over maatwerk in het perspectief te plaatsen, bijvoorbeeld in relatie tot zwangerschapsverlof. Ten derde, zoals ook uit de beantwoording van technische vragen blijkt, wordt bij het invullen van maatwerk ziekteverlof niet uitgesloten. Dat kan bijdragen aan het medicaliseren en stigmatiseren van transgenderpersonen. Maatwerk is daarin niet in het belang van deze doelgroep, naar de mening van mevrouw Schreuder. Ze ontraadt de motie. Ze bedankt alle mensen die hebben bijgedragen aan de totstandkoming van dit voorstel, zoals Transgendernetwerk Nederland.

COC Leiden, Transwerkt, Gendertalent en alle andere individuen die hun verhaal hebben gedeeld met mevrouw Schreuder. Tot slot overhandigt mevrouw Schreuder symbolisch de bewuste rosé-wit-blauwe vlag aan het college. Bij interruptie vraagt de heer Bleijie (CDA) of het klopt dat mevrouw een grote rol voor zichzelf of de raad ziet weggelegd in het werkgeversbeleid. Of is mevrouw Schreuder toch bereid het maatwerk verhaal te ondersteunen? Mevrouw Schreuder (GL) is zich er terdege bewust van dat ze de randen opzoekt. Naar haar mening ligt dat binnen hetgeen wat kan en mogelijk is en met een bepaalde urgentie en noodzaak die zij voelt als politicus, om zich hierover uit te spreken en voor deze doelgroep op te komen. Voor hen maakt ze graag een uitzondering. Over maatwerk denkt ze echt anders. Als kader geeft ze het college mee dat er vaste afspraken moeten worden gemaakt, maar ze geeft ook de ruimte aan het college om die afspraken zelf in te vullen. Tweede termijn: De heer Terlouw (GL) zegt dat mevrouw Schreuder duidelijk heeft uitgelegd waarom het voorstel zo belangrijk is en waarom het transitieverlof zou moeten zijn zoals het in het voorstel staat. GL steunt dat omdat de transgendergemeenschap daarmee het meest gebaat is. Of de raad daarmee dan wat meer op de stoel van de werkgever gaat zitten, dat is dan maar zo. GL doet dat graag voor deze groep. De motie wordt niet gesteund.

Bij interruptie vraagt de heer Bleijie (CDA) of de heer Terlouw zich ervan bewust is dat het geen taak of rol van de raad is. Het behoort niet tot de bevoegdheden van de raad. De heer Terlouw (GL) is zich daarvan bewust. Hij denkt dat het op de grens ligt. Mevrouw Schreuder heeft in haar voorstel de grenzen opgezocht. Mevrouw Van Schaik (PvdD) vertelt dat de PvdD erg blij is met dit voorstel. Veel dank en hulde aan mevrouw Schreuder. Het oorspronkelijke voorstel wordt gesteund. De motie wordt niet gesteund. 30

De voorzitter schorst de vergadering voor enkele minuten. [Schorsing] De voorzitter heropent de vergadering en gaat over tot stemming. M200105.01 ‘Vertrouwen in maatwerk’ Motie 1 wordt aangenomen met 24 stemmen voor en 15 stemmen tegen. RV 20.0105 ‘Initiatiefvoorstel inzake de verbetering van de acceptatie en emancipatie van transgenderpersonen’ Stemverklaring: De heer Bleijie (CDA) vertelt dat de inbreng van het CDA twee gezichten had. Enerzijds grote complimenten voor mevrouw Schreuder voor het inzet en betrokkenheid op dit onderwerp. Anderzijds heeft het CDA sterke twijfels of het een goede zaak is dat de raad op de stoel van de werkgever gaat zitten. Alles overwegende en ook omdat de motie is aangenomen, zal het CDA voor het voorstel stemmen. De heer Krol (CU) spreekt complimenten uit richting mevrouw Schreuder. Er was een mooi debat in de commissie en vanavond ook in de raad. De CU kan van harte instemmen met dit voorstel. De heer Kersten (PS) zegt dat PS ook erg blij is met het prachtige voorstel van mevrouw Schreuder. Wat betreft transitieverlof vindt de fractie dat er zowel wat tegen en voor maatwerk te zeggen valt als voor een algemene regeling. Uiteindelijk kwam PS tot de conclusie dat de belangendoelgroep met een algemene regeling het beste zijn geborgd. PS heeft daarom tegen de motie gestemd en zal nu voor het voorstel stemmen.

RV 20.0105 wordt met algemene stemmen aangenomen. 17. RV 20.0127 Integraal Huisvestingsplan voor Onderwijs 2020-2032 (Herijking IHP 2019-2030) Mevrouw Voorwald (VVD) zegt dat een groot aantal Leidse scholen in slechte staat verkeert. Zelfs zo slecht dat het onmogelijk is om te bepalen welke school het eerst opgeknapt moet worden. Het IHP stelt toch een volgorde voor. Sommige scholen moeten nog zes tot elf jaar wachten tot een opknapbeurt. Zeventig miljoen is onvoldoende om alle scholen te vernieuwen of op te knappen voor 2026. Als er tegenvallers zijn bij het opknappen van scholen kan het zomaar gebeuren dat nieuw geld ook al is uitgegeven. Dan wordt de wachttijd voor scholen nog langer. Schoolbesturen hebben aangegeven dat ze eigenlijk niet meer kunnen wachten. De VVD vindt het plan erg onverstandig. De raad kan feitelijk alleen tekenen bij het kruisje. Bijsturen op renovatieplannen kan niet. Samen met de CU dient de VVD een motie (zie bijlage M200127.01) in om bij ieder raadsvoorstel voor nieuwbouw of renovatie bezuinigingsopties te presenteren, zodat de raad kan bijsturen en zodat de raad ervoor kan zorgen dat ook die andere scholen sneller aan de beurt komen. In plaats van zoeken naar besparingsmogelijkheden wil het college op basis van prognoses twee nieuwe scholen bouwen. De VVD denkt dat nieuwbouw nu minder prioriteit zou moeten krijgen dan renovatie.

In bestaande gebouwen zitten al leerlingen. Die zijn hiervan de dupe. Samen met het CDA dient de VVD een onderzoeksmotie (zie bijlage M200127.02) in. De motie vraagt het college om uit te werken welke wissellocaties er mogelijk zijn in plaats van nieuwbouw en welke kosten dit met zich meebrengt. Het geld dat vrijkomt kan sneller worden besteed aan renovaties. Bij interruptie vraagt mevrouw Van der Jagt (PvdA) wat maakt dat de VVD denkt dat er nog 31

bezuinigd kan worden op de voorstellen die het college gaat doen. Mevrouw Voorwald (VVD) antwoordt dat de VVD het belangrijk vindt dat wordt gekeken naar mogelijkheden die er zijn om leerlingen die nu in verouderde schoolgebouwen zitten zo snel mogelijk in een mooi nieuw gebouw te krijgen. Dan moeten alle mogelijkheden zijn onderzocht om daarin bij te sturen. De VVD wil zich ervan verzekeren dat dat het geval is, voordat aan de slag wordt gegaan met de voorliggende planning. Bij interruptie vraagt de heer Rowaan (GL) of de VVD verwacht dat er echt bespaard kan worden op nieuwbouwprojecten. Het college gaat al uiterst sober te werk. Mevrouw Voorwald (VVD) zegt dat de gemeente vooral een betrouwbare partner moet zijn. Tweeënhalf jaar gelden werd ook over het IHP gesproken. Toen bleek dat projecten duurder waren dan gepland. Daardoor moeten scholen nu langer wachten. Als het mogelijk blijkt om toch nog op zaken te besparen, ook al is die kans klein, dan is het wel belangrijk om daar naar te kijken. De heer Bleijie (CDA) vertelt dat het CDA constateert dat het college investeringen wil doen in het basisonderwijs en die investeringen ook serieus neemt. De fractie is daar blij mee. Toch zijn er ook zorgpunten. De voorgenomen nieuwbouw van scholen in Leiden-Noord en in De Mors. Nieuwbouw is duurder dan verbouwing en uitbreiding van huidige scholen.

Leidse onderwijskoepels geven aan graag te willen uitbreiden. Uitbreiding van bestaande scholen moet de norm zijn. Mocht er toch voor nieuwbouw worden gekozen dan ontvangt het CDA eerst graag informatie voordat hierover een besluit wordt genomen. Hiervoor wordt door het CDA samen met de VVD en CU een motie ingediend. Het tweede punt gaat over financiën en financiële zekerheid. Vanaf 2026 is er geen dekking voor het IHP. Voor alle scholen in fase 3 van het IPH is geen geld. Het IHP is met veel bombarie gepresenteerd terwijl dekking er halverwege niet meer is. Het CDA vindt dat oprecht jammer. Bij interruptie vraagt mevrouw Haliloviċ (D66) of de heer Bleijie met haar van mening is dat de gemeente prognoses en ontwikkeling in de gaten houdt en op die manier kan bijsturen. Is het gevraagde onderzoek dan niet extra? De heer Bleijie (CDA) denkt van niet. Het is logisch en goed dat bij dit soort projecten het college vinger aan de pols houdt als het gaat om planning en monitoring. Als het gaat over de vraag om nieuwbouw of verbouwen/uitbreiden dan ziet het CDA daar graag een onderzoek. De heer Rowaan (GL) spreekt van een mooi staaltje werk. GL complimenteert het college het een plan waarin de meeste urgente problemen met Leidse scholen worden aangepakt en waarin goed rekening is gehouden met de kosten.

Twee punten moeten de hoogste prioriteit krijgen wat GL betreft: kansengelijkheid en optimaal duurzame gebouwen. Er is sprake van segregatie. Hieraan moet echt iets worden gedaan. De huisvesting van scholen kan een grote rol spelen in het bevorderen van kansengelijkheid. GL is blij met het tegengaan van segregatie als onderdeel van de nieuwe Omgevingsvisie. Wat betreft de optimaal duurzame gebouwen wil GL de ambitie opschroeven. Schoolgebouwen moeten bij nieuwbouw energieneutraal worden. Voor schoolbesturen is het niet altijd duidelijk dat er een lening van de gemeente beschikbaar is om tot energie-neutrale gebouwen te komen. GL dient een motie (zie bijlage M200127.03) in waarin wordt opgeroepen om het kader te stellen dat energie-neutrale gebouwen vanaf nu grote prioriteit moeten krijgen bij onderwijshuisvestingsprojecten.

32

Bij ínterruptie vraagt de heer Krol (CU) hoe deze wens zich verhoudt tot de realiteit dat de gemeente al extra moet betalen. Dan komt de raad ook nog met aanvullende eisen. Is dat wel op zijn plek? De heer Rowaan (GL) zegt dat het geld beschikbaar is in de vorm van een lening. GL pleit er niet voor om er extra middelen aan toe te kennen. GL vraagt alleen om de schoolbesturen over te halen om gebruik te maken van die lening. Bij interruptie vraagt mevrouw Van der Jagt (PvdA) over de term ‘topprioriteit’ in de motie van GL of hierdoor de kans bestaat dat andere zaken minder prioriteit krijgen. De heer Rowaan (GL) zegt dat het niets afdoet aan alle andere prioriteiten. Een schoon binnenklimaat, een goede omgeving en een veilige school zijn belangrijk, net als de ventilatie. Dat blijft allemaal even belangrijk. De motie vraagt om ambitie te tonen. In 2050 moeten alle gebouwen energieneutraal zijn. Doe dat eerder. Zorg voor minder uitstoot. Het is belangrijk dat de lening ook gebruikt wordt. Bij interruptie vraagt de heer Bleijie (CDA) of GL rekening heeft gehouden met het grote (financiële) verschil tussen de BENG- en ENG-norm. Zo ja, waarom voorziet de motie niet in een dekking? De heer Rowaan (GL) herhaalt dat het college wordt gevraagd om naar de schoolbesturen te gaan met de boodschap om gebruik te maken van de lening, die het college beschikbaar stelt.

De lening kan worden terugbetaald om dat er winst wordt gemaakt op energieverbruik. Duurzaamheid levert geld op. Dit voorstel gaat geen extra geld kosten. De gemeente betaalt volledig de nieuwbouw van scholen. Dan voldoen ze aan de BENG-norm. Dat is wat de gemeente doet voor scholen. Voor een volledig energieneutraal gebouw wordt een lening beschikbaar gesteld. Dat is al geïncorporeerd in het IHP. Die dekking is er al. Bij interruptie vraagt mevrouw Haliloviċ (D66) wat de motie toevoegt aan wat het college op dit moment al doet. De heer Rowaan (GL) antwoordt dat het toevoegt dat het college actiever communiceert dat deze mogelijkheden er zijn en dat de gemeente de ambitie van energie-neutrale gebouwen graag verwezenlijkt. De toevoeging is dat de raad dat kader stelt. Mevrouw Haliloviċ (D66) weet dat Leiden vooruitstrevend is, ook als het gaat over onderwijshuisvesting. Bij het Ministerie van Onderwijs is een wetsvoorstel in de maak, waardoor gemeenten worden verplicht om een IHP op te stellen. Leiden heeft dit al. De financiën voor het IHP bleken onvoldoende voor de ingeplande renovaties en nieuwbouw. D66 vindt dat de gemeente en schoolbesturen tijdig hebben ingegrepen. Met het IHP kan de gemeente nu een aantal jaren vooruit. D66 is blij dat er gebruik is gemaakt van een extern bureau dat die planning heeft gemaakt.

Die planning is gebaseerd op het oorspronkelijke IHP maar wel aan de hand van bepaalde actoren, zoals de technische staat van gebouwen, leerlingenprognoses en stedelijke ontwikkeling. De resultaten mogen er zijn. De schoolbesturen stemden in met het plan. Dat doet D66 deugd. Het IHP kent daarnaast ook een leerlingenparticipatie. Wederom is er aandacht voor de greendeal. Omdat het proces zorgvuldig is doorlopen en draagvlak uit het veld kent, kan het op de steun van D66 rekenen. De fractie volgt de ontwikkelingen uiteraard op de voet. Mevrouw Van der Jagt (PvdA) vindt dat kinderen verzekerd moeten zijn van goed onderwijs. Ze 33

brengen een groot deel van hun tijd door op school. De PvdA vindt het goed dat samen met schoolbesturen een nieuw IHP is opgesteld. DE fractie kan instemmen met het voorliggende plan. Ze is blij met de toezeggingen van de wethouder. Voor een punt vraagt de PvdA nog aandacht en dat is voor de toegankelijkheid van scholen. Kinderen met een handicap moeten les kunnen krijgen op elke Leidse school en dat leraren met een handicap op elke Leidse school kunnen werken. Het is goed dat de toegankelijkheid van scholen onderdeel uitmaakt van de lokale Inclusieagenda en dat de gemeente hierover in gesprek gaat met scholen. Het college blijkt echter niet precies te weten welke scholen toegankelijk zijn voor mensen met een handicap. Dat past niet bij de coördinerende rol die de gemeente heeft in het kader van de lokale Inclusieagenda. Het college wordt opgeroepen om in beeld te brengen wat er per school moet gebeuren. Op deze manier kan een goed gesprek met de scholen worden gevoerd en kunnen de doelen worden bereikt. Mevrouw Van Walraven (SP) zegt dat een goed gebouw ontzettend belangrijk is voor goed onderwijs. Dat betekent niet dat de gemeente niet op het budget moet letten. De SP is erg ontevreden over de enorme kostenoverschrijding. De fractie kan het IHP niet steunen. De moties van de VVD, CDA en CU worden wel gesteund. De motie van GL wordt eveneens gesteund.

De heer Krol (CU) verwijst naar het spoeddebat over het IHP afgelopen zomer. Hij is blij dat het spoeddebat is gevoerd. Nu kan de CU zich richten op de inhoud van het voorstel. De heer Krol stoort zich aan het gemak waarmee dit college een miljoenenrekening neerlegt bij het volgende college. Het volgende college mag dan feitelijk de plannen van dit college financieren. Dat type van begroten zal men bij de CU niet zien. Met de VVD wordt daarom een motie ingediend om bij ieder voorstel voor nieuwbouw, verbouwing of renovatie van Leidse scholen bezuinigingsopties te presenteren, waarmee de raad desgewenst het budget per project naar beneden kan bijstellen. Met het CDA doet de CU het voorstel om zaken te onderzoeken om te beoordelen of de uitvoering van het IHP effectiever en efficiënter kan. De motie van GL vindt de heer Krol sympathiek maar de motie heeft ook een hoog gehalte ‘gratis geld’. De motie gaat ook niet veel opleveren. De regeling is goed bekend bij schoolbesturen. Hiermee wordt de suggestie gewekt dat het allemaal nog beter kan of moet, terwijl nog een half jaar geleden de raad meer dan 60 miljoen euro extra beschikbaar moest stellen om het IHP te voltooien. De motie wordt niet gesteund. Bij interruptie vraagt de heer Rowaan (GL) waarom de CU de motie van GL niet kan steunen als het veld aangeeft niet bekend te zijn met de duurzaamheidslening.

De heer Krol (CU) sprak ook met schoolbesturen. Mede door de ronde van raadsleden zijn schoolbesturen nu wel bekend met de regels die er zijn. Dan is het helemaal overbodig om het college dat nog eens dunnetjes over te laten doen. De heer Jitan (Leiden Participeert) is blij met het IHP. Het document is volledig herijkt. De gemeente is verantwoordelijkheid voor de veiligheid en onderhoud van schoolgebouwen. Goed onderwijs is essentieel voor de toekomst van kinderen in de gemeente. Schoolbesturen streven naar een samenleving die toekomstbestendig is voor volgende generaties. Leiden Participeert wil een IHP dat haalbaar is. Het college wil twee nieuwe scholen bouwen. Zijn deze twee scholen wel nodig? Kunnen zij niet beter in de toekomst worden gerealiseerd wanneer er betere economische tijden komen? De voorkeur van Leiden Participeert gaat uit naar het renoveren en verduurzamen van bestaande schoolgebouwen, mits dit bouwtechnisch mogelijk is. Hierdoor wordt de levensduur verlengd. Kan het college prioriteiten stellen om de luchtkwaliteit in schoolgebouwen te 34

verbeteren? Wethouder Dirkse zegt dat het IHP een lange aanloop kende. In samenspraak, samenhang en samenwerking met de schoolbesturen is het college gekomen tot het voorliggend IHP. Hiermee kan een groot aantal scholen op het gewenste niveau brengen qua onderwijshuisvesting. Er zijn drie moties ingediend. De motie Zo goed als nieuw roept op tot een onderzoek. Het eerste punt is al onderdeel van het uitvoeringsprogramma. Dat is het eerste deel van het onderzoek. Een deel van de motie moet streng worden ontraden. Er is voorafgaand goed onderzoek gedaan naar wat nodig is. In de periode van de totstandkoming van dit IHP heeft het college, en vooral wethouder Spijker, hard gewerkt aan plannen voor extra woningen in de stad. Ongeveer is duidelijk waar die woningcapaciteit komt. Ook is bekend wat de leerlingenprognoses doen. Het is verstandig om alvast voor te sorteren op twee nieuwe scholen. Die zijn nodig gezien de prognoses en de toename van woningen. Een nieuwe school is ook nodig als wissellocatie. Er kan anders niet worden begonnen met de logistieke operatie. Blijken de prognoses of de woningbouwopgave anders te lopen dan zal het college eerst onderzoek doen. Het eerste deel van de motie staat dus al ingepland om te gaan doen. De Eerste Leidse Schoolvereniging in De Mors zit in fase 3. Er moet dan wel een wissellocatie zijn. Anders kan niet worden begonnen aan het project.

De motie in deze vorm is sterk te ontraden, zeker gezien de onderlinge afhankelijkheden tussen fase 2 en 3 en de logistieke volgorde daarvan. Bij interruptie vraagt mevrouw Voorwald (VVD) of de wethouder kan uitleggen waarom hij tegen de onderzoeksmotie is, als de raad nog geen uitsluitsel heeft. Wethouder Dirkse is niet zozeer tegen het onderzoek. Het eerste deel van de motie gaat het college in elk geval doen. Te voorzien valt dat er nieuwe scholen nodig zijn. Dat onderzoek zal overigens niet klaar zijn voor de Kaderbrief 2022. De punten 3 en 4 van de motie hebben te maken met de wissellocaties. Het heeft geen zin om dat nu te gaan onderzoeken. Het begint met onderzoek zoals onder punt 1 aangegeven. De conclusie kan zijn dat het kan worden opgevangen met de huidige voorraad. Een nieuwe school is in elk geval nodig. Wanneer die eerder wordt gebouwd dan kan de school worden gebruikt als wissellocatie. Noodlokalen kosten ook geld. Het college baseert zich op het werk van extern adviseur ICS en wat met de schoolbesturen is besproken. Er zijn landelijke bronnen beschikbaar voor leerlingenprognoses. Die zijn redelijk goed te voorspellen op basis van wat er in de stad gebeurt. Veranderen daar zaken in dan zal het college bijsturen. Het college wil efficiënt en effectief met het geld omgaan. Het college houdt de vinger aan de pols.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9771497/1