CConstaterende datLeiden
Koppel je AI →
Document · PDF

Verslag gemeenteraad Leiden 28 januari 2021 (wordt niet vastgesteld)

Gemeenteraad 28 januari 2021, gemeente Leiden24.825 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Verslag van het openbaar deel van de vergadering van de raad op donderdag 28 januari 2021

Voorzitter: Griffier:

de heer drs. H.J.J. Lenferink de heer G.F.C. van Leiden

Aanwezig zijn voorts 39 raadsleden: mevrouw Van den Berge (PvdD), de heer Bleijie (CDA), mevrouw Van Bree (GL), de heer De Crom (VVD), de heer Van Diepen (D66), de heer Dirkse (VVD), de heer Friso (GL), mevrouw Van Gaal (GL), de heer Gaulard (D66), mevrouw Gilissen (VVD), mevrouw Haliloviċ (D66), de heer Van Halm (SP), mevrouw Heijnen (CDA), mevrouw Herman (D66), mevrouw Van der Jagt (PvdA), de heer Jermoumi (PvdA), de heer Jitan (Leiden Participeert), mevrouw Jordan (D66), de heer Van der Kaap (PvdD), de heer Kersten (Partij Sleutelstad), mevrouw Klever (PvdA), de heer Köroğlu (D66), de heer Krijgsman (D66), de heer Krol (CU), de heer Leest (VVD), de heer Olthof (D66), de heer Otten (PvdA), de heer Van Peijpe (GL), de heer Rowaan (GL), mevrouw Van SchaikGerritsen (PvdD), mevrouw Schreuder (GL), de heer Van Spronsen (GL), de heer Storm (CDA), de heer Terlouw (GL), de heer Theeuwen (SP), mevrouw Verbree (VVD), mevrouw Voorwald (VVD), mevrouw Van Walraven (SP) en mevrouw Zeggelt (D66)

Tevens aanwezig: de wethouders Damen (PvdA), Van Delft (GL), Dirkse (D66), North (GL) en Spijker (D66) en gemeentesecretaris Van Vliet Afwezig zijn: Notulist: mevrouw I.L. Vos (Notuleerservice Nederland)

De vergadering vindt in een digitale omgeving plaats in verband met de recente Coronamaatregelen. Pers en publiek kunnen de uitzending vanuit huis volgen via de live uitzending. 1. Opening De voorzitter opent de vergadering en verwelkomt de aanwezigen. Om het quorum te kunnen vaststellen roept de voorzitter alle raadsleden in alfabetische volgorde op om zichtbaar in beeld naam en fractie te noemen. 2. Vaststelling agenda Op voorstel van de commissie Leefbaarheid en Bereikbaarheid wordt voorgesteld om agendapunt 19 Wensen en bedenkingen Uitvoeringsprogramma Handhaving openbare ruimte van de agenda af te voeren, omdat de behandeling in de commissie is uitgesteld. De agenda wordt vastgesteld. 3. Actualiteit Ondernemers die ‘buiten de boot vallen’ Mevrouw Voorwald (VVD) hoorde geluiden van ondernemers die niet voor steun in aanmerking

1

komen in het kader van coronamaatregelen. Voor hen is er geen ToZo of NOW. De economie wethouders van Barendrecht, Ridderkerk en Albrandswaard zijn voor deze ondernemers in actie gekomen. Ze hebben hen opgeroepen om zich te melden bij de gemeente als zij geen steun krijgen. De gemeente kan inventariseren hoe groot het probleem is en vervolgens een signaal afgeven aan de landelijke overheid, om vaart te maken met maatwerk. Wil het college deze oproep steunen en een inventarisatie maken van het probleem door de Leidse ondernemer op te roepen zich bij de gemeente te melden? Wethouder Van Delft antwoordt dat het college dit initiatief van genoemde economiewethouders graag wil ondersteunen. Het college herkent dat de landelijke maatregelen niet altijd passend zijn voor alle ondernemers. Het college zal met de partners in het Crisisteam Economie het probleem inventariseren, zodat een signaal kan worden afgegeven bij de Rijksoverheid. Meer ondernemers komen in de situatie dat ze voor de zware keuze staan welke richting zij op moeten met hun bedrijf. Ook daar wil het college passende begeleiden bieden. Het gaat om het doorgaan als ondernemer maar dan met een ander businessmodel, of een tijdelijk pauzeren van het bedrijf, met een ‘Time Out-arrangement’ (Toa), waardoor een faillissement voorkomen wordt, of om te stoppen met de onderneming en op zoek te gaan naar een baan in loondienst.

Daarbij wordt zo nodig gezorgd voor een warme overdracht naar schuldhulpverlening, of psychosociale hulp. De raad wordt binnenkort geïnformeerd over deze aanpak. De motie ‘nazorg ondernemers’ heeft daarom gevraagd. 4. Mededelingen Herdenking van twee overleden oud-raadsleden De voorzitter staat stil bij het recente overlijden van twee oud-raadsleden, de heer Cor Vergeer van de Socialistische Partij en de heer Wil Sorel van Leefbaar Leiden. De heer Vergeer is op 17 januari jl. overleden op de leeftijd van 74 jaar. Het is al even geleden dat hij in de raad zat. In 2002 nam hij na 20 jaar afscheid van de Leidse gemeenteraad. De burgemeester heeft hem dus net niet meer meegemaakt als raadslid, maar hij hoorde zijn naam nog regelmatig voorbij komen. De heer Vergeer had een sterk ontwikkeld rechtvaardigheidsgevoel en zette zich al sinds de jaren zeventig in voor Leidse burgers, vooral voor mensen aan de onderkant van de samenleving. Hij was mede oprichter van de SP in Leiden, die in 1982 een zetel bemachtigde in de Leidse gemeenteraad, waar de partij landelijk nog moest wachten tot 1994 voordat ze haar entree kon maken in de Tweede Kamer. Bij zijn afscheid was de heer Vergeer de nestor van de raad. Hij kreeg voor zijn verdiensten een Koninklijke onderscheiding. In zijn afscheidsspeech riep hij de raad op om zich meer als volksvertegenwoordiger op te stellen.

De heer Vergeer was ook sportief. Hij fietste en schaatste fanatiek, reed drie keer de Elfstedentocht en was betrokken bij de organisatie van de Joop Zoetemelk Classic. Namens de raad en het college heeft de voorzitter zijn vrouw en familie per brief gecondoleerd. Ook nu vanuit de raadsvergadering wenst de voorzitter de nabestaanden veel sterkte toe. De heer Sorel overleed op 13 januari jl. op 77-jarige leeftijd. Men kent hem uit de vorige raadsperiode, waarin hij een jaar samen met de heer Sloos de fractie van Leefbaar Leiden vertegenwoordigde. Toen leerde men vooral zijn menselijke kant kennen. Hij was zachtaardig en vol humor. Zijn bijdragen, eerder filosofische bespiegelingen, lieten vaak een glimlach bij je achter. De heer Sorel was van Franse aristocratische afkomst, in Vlaanderen geboren en in de jaren zeventig naar Leiden gekomen om er nooit meer weg te gaan. Hij had weinig nodig om zijn leven en zijn huis in te richten. Hij koos tot het einde van zijn leven voor een solitair bestaan. De heer Sorel overleed aan de gevolgen van corona. Zijn uitvaart is bij het ontbreken van nabestaanden door de gemeente vormgegeven, in overleg met zijn buurman. 2

De vergadering neemt een minuut stilte in acht om stil te staan bij het overlijden van de twee oudraadsleden. Actualiteit Coronadossier De voorzitter beperkt zich vanavond tot enkele punten. Op alle facetten van het dagelijks leven zijn er wel effecten. Ook op allerlei beleidsterreinen zijn er zaken die met de pandemie te maken hebben. Het college zal binnenkort een nieuwe update per brief aan de raad zenden. Aan de ontwikkeling van de besmettingen wordt duidelijk dat we er nog niet zijn. Een aantal weken daalde de regio Hollands Midden gemiddeld wat op de landelijke ranglijst. Dat stabiliseert zich nu. Binnen de regio was Leiden lang een van de laatste in rij met relatief weinig besmettingen. Ook daar kruipt de stad geleidelijk aan omhoog in het lijstje. Het virus is nog volop onder ons. Landelijk stabiliseert het ook redelijk met een zeer beperkte daling in de afgelopen weken. Sinds begin vorige week is de avondklok van kracht in een poging om het dalen te versnellen en om een zo goed mogelijke uitgangspositie te krijgen voor de Britse variant van het virus. Die heeft een grotere mate van besmettelijkheid. Rondom de avondklok zijn er nogal wat dingen gebeurt in het land. Er waren behoorlijk wat ongeregeldheden in verschillende steden.

Onder het mom van protest tegen de avondklok gebeurde dat, voor een deel oprecht, maar het is ook gekaapt door personen die niets anders van zins waren dan om de boel op stelten te zetten. Dat is onacceptabel en er is terecht hard tegen opgetreden. In Leiden is in de avond actief gecontroleerd. Er zijn diverse bekeuringen uitgedeeld. Tot dit weekend was er geen aanleiding om te veronderstellen dat het hier uit de hand zou lopen. Afgelopen maandag waren er signalen van concrete plannen om een relachtige situatie te laten ontstaan in het Kooipark en op het Kooiplein. Daarvoor heeft de burgemeester een noodverordening van kracht laten zijn en op de achtergrond een noodbevel achter de hand gehouden om te voorkomen dat daar ernstige misstanden zouden ontstaan. Er waren jongeren op de been voor een deel vanuit dorpen rondom Leiden en voor een deel ook uit Leiden afkomstig. Ze zijn niet in het gebied terechtgekomen. Daarmee zijn de veiligheid en de openbare orde niet in het geding gekomen. De vinger wordt goed aan de pols gehouden. Voor komend weekend zijn weer wat acties aangekondigd. Opnieuw wordt goed beoordeeld wat gedaan moet worden om te voorkomen dat zaken uit de hand lopen. Winkeliers, horecaondernemers en bewoners zijn bang dat er wat gaat gebeuren. Alles wordt in het werk gesteld om de vrede en veiligheid in Leiden te waarborgen.

Vanuit de raadscommissie kwam er vraag van de raad over de speeltuinen. De raad wil graag dat de speeltuinen weer opengaan. Formeel kan dat volgens de huidige regels niet. Het zit er voorlopig niet in dat die regels worden aangepast. Het college keek of de gemeente zelf een oplossing kan bedenken door de speelruimtes als openbaar gebied aan te merken, waar iedereen naar toe mag, waar geen toegangscontrole is. Er wordt dan ook geen entree geheven. Het college is het eens met deze lijn. De speeltuinen gaan weer open, zodat de kinderen in de wijken waar weinig openbare ruimte is, daarvan weer gebruik kunnen maken. Mevrouw Van Schaik (PvdD) is blij om te horen dat de speeltuinen weer open kunnen. Op welke termijn worden deze weer opengesteld? De heer Storm (CDA) bedankt het college. Het is heel goed voor de gezondheid van kinderen en ouders. De voorzitter vertelt dat de Leidse Bond van Speeltuinverenigingen vandaag is geïnformeerd. Het is even de vraag hoeveel voorbereidingstijd er nodig is. Het antwoord moet de voorzitter schuldig blijven. Hij veronderstelt dat het een kwestie van een of twee dagen is. 3

Terugkoppeling vergadering Algemeen Bestuur van Holland-Rijnland van 16 december 2020 Mevrouw Zeggelt (AB-lid Holland-Rijnland) meldt dat die vergadering een mooi podium was voor de heer Jaensch, portefeuillehouder uit het Dagelijks Bestuur met Financiën en Wonen in zijn portefeuille, want daarover ging het voornamelijk. Vanaf de begroting 2022 zal de indexering van de Holland Rijnlandgelden gebaseerd zijn op het aantal inwoners. Leiden had daar eerder om gevraagd en dat was ook al toegezegd. Dat betekent dat de bijdragen van het Rijk en provincie, die zelf nooit indexeren, ook niet door de gemeenten geïndexeerd gaan worden. Het betekent ook dat voor de begroting van 2022 een tekort van 60.000 wordt voorzien. Het Dagelijks Bestuur komt binnenkort met een voorstel om te laten zien wat er minder of niet gedaan kan worden om dit tekort weg te werken. De evaluatie van de Woonagenda kwam aan bod. Het blijft van belang dat er veel gebouwd wordt. Het percentage sociale woningbouw binnen de Holland Rijnland regio loopt goed in de pas. Vanuit Leiden was er de specifieke vraag over de agenda van de woonwagenbewoners. Het blijkt dat het veldonderzoek, op uitspraak van de Europese rechter, naar hoe woonwagenbewoners zouden willen en moeten wonen is gedaan. De resultaten worden op dit moment verwerkt.

Uiterlijk voor h et zomerreces zullen de portefeuillehouders, de doelgroep zelf en de gemeenteraden worden geïnformeerd over de uitkomsten. De vergadering eindigde met een presentatie over de Strategische agenda Ruimte. Een visie moet worden opgesteld over hoe de regio in 2040 wil zijn met betrekking tot wonen, werken, groen, energie, mobiliteit en het integraal afwegingskader. De Leidse vertegenwoordiging maakt zich zorgen over het voldoende geëquipeerd zijn van de gemeenteraden om besluiten te nemen over de Strategische agenda Ruimte, als over de RES. Aan de raad volgt binnen nu en tien dagen een brief over het onderwerp en de wijze waarop informatie verkregen kan worden. Met DB-lid, wethouder Spijker, griffie en ambtenaren organiseert de Leidse vertegenwoordiging informele bijeenkomsten in het komende jaar. Voordat formele besluiten genomen of adviezen gegeven moeten worden zal de raad zo goed mogelijk van informatie zijn voorzien. Niet alleen alle raden maar ook de inwoners van de Holland Rijnlandgemeenten moet zo goed mogelijk worden meegenomen. De voorzitter bedankt mevrouw Zeggelt. Het Regionaal Ruimtelijk Kader, de Regionaal Energie Strategie en de Regionale Mobiliteit Strategie hangen met elkaar samen en zullen tijd vragen van de raad. Het is goed dat één en ander in een brief wordt vervat. De griffie zal zich buigen over de planning. 5.

Regeling van werkzaamheden De raad besluit overeenkomstig de Regeling van Werkzaamheden. 6. Ingekomen stukken De fractie van GL verzoekt om brief nummer 13, de wethoudersbrief over circulaire bouw te agenderen voor een vergadering van de commissie Stedelijke Ontwikkeling. De fractie van de VVD verzoekt om brief nummer 29, collegebrief over de totstandkoming van het bezuinigingsvoorstel 2023-2024 te agenderen voor een vergadering van de commissie Werk en Middelen. Als tijdig behandelvoorstellen worden gemaakt vanuit de leden, dan zal het Presidium met een voorstel voor agendering komen. De raad besluit overeenkomstig het voorstel.

4

7. Vaststelling besluitenlijst 8 oktober 2020 De besluitenlijst van 8 oktober 2020 wordt vastgesteld. BENOEMING IN COMMISSIES 8. Benoeming in commissies Twee weken geleden is een nieuw duolid beëdigd, Agnes Glastra van de ChristenUnie. Namens de ChristenUnie wordt zij voorgedragen om als lid benoemd te worden van de commissie Onderwijs en Samenleving. Zij volgt mevrouw Amoureus op die gestopt is als duolid. Namens de VVD-fractie wordt de raad voorgesteld om mevrouw Gilissen weer te benoemen als lid van de commissie Stedelijke Ontwikkeling. Ze werd tijdelijk vervangen door de leden Leest en Dirkse. De raad besluit overeenkomstig het voorstel. HAMERSTUKKEN 9. RV 20.0138 Benoeming twee leden Raad van Toezicht Stichting Scholengroep Leonardo da Vinci De raad heeft kennis kunnen nemen van twee errata, waaronder het nadere voorstel om de voorgestelde benoeming van de heer Marcelis in te trekken. Reden hiervoor is helaas afgelopen weekend zeer actueel geworden met het bericht dat de heer Marcelis is overleden. Vanaf deze positie wenst de voorzitter zijn familie veel sterkte toe. De raad besluit overeenkomstig het voorstel. 10. RV 20.0139 Verordening gegevensverstrekking BRP gemeenten Leiden 2020 De raad besluit overeenkomstig het voorstel. 11. RV 20.0141 Tijdelijke wijziging van de Referendumverordening 2008 i.v.m. Covid 19 De raad besluit overeenkomstig het voorstel. 12.

RV 20.0143 Benoemingen en ontslagverlening leden Raad van Toezicht Stichting Stedelijk Gymnasium Leiden De raad besluit overeenkomstig het voorstel. 13. RV 21.0001 Kredietvotering project Kopermolen Stemverklaringen: De heer Friso (GL) vindt het mooi dat de ontwikkelingen op deze locatie weer een stap verder zijn, nadat een pas op de plaats werd gemaakt. De belangen van huidige, toekomstige bewoners, groen en ondernemers in het winkelcentrum zijn bij elkaar gebracht. GL kijkt uit naar de verdere uitwerking van de plannen. De heer De Crom (VVD) constateert dat dit project bol staat van ambities en deelprojectjes. Er is 5

niks mis met ambitie, behalve als het sterft in schoonheid en niet haalbaar en betaalbaar is. De wethouder heeft verzekerd dat het krediet aan de kant van de gemeente voldoende moet zijn om alle ambities te verwezenlijken en eindelijk De Kopermolen te vernieuwen. De VVD vertrouwt daarop en houdt het college daaraan. De VVD kan instemmen met het voorstel, zeker omdat dit plan veel broodnodige woningen toevoegt. Mevrouw Heijnen (CDA) zegt dat het CDA blij is met deze doorstart. De fractie zal voor het voorstel stemmen, maar blijft kritisch en oplettend wat betreft participatie en het realiseren van alle besproken ambities binnen dit budget en project. De raad besluit overeenkomstig het voorstel. 14. RV 21.0004 Referendum raadsvoorstel Inrichtingsvoorstel wijksportpark Roomburgerpark De commissie Leefbaarheid en Bereikbaarheid komt tot het advies om het een hamerstuk te laten zijn, maar er zijn stemverklaringen. Stemverklaringen: De heer Dirkse (VVD) zegt dat de VVD met lede ogen aanziet hoe hier 250.000 euro aan gemeenschapsgeld wordt verspild aan een proces wat op geen enkele manier zal bijdragen aan het oplossen van alle knelpunten, die tot nu toe zijn beleefd in het vormgeven van de plannen voor het nieuwe hockeyveld, het bespreken van de verdere behandeling van het dossier en het nader tot elkaar komen van de partijen, die nu tegenover elkaar staan.

De VVD stemt tegen dit voorstel. De heer Jermoumi (PvdA) meldt dat het referendum een van de instrumenten is die de stad heeft. Het is goed dat de indieners de aantallen hebben behaald om een referendum te houden. De PvdA wenst de voor- en tegenstanders veel succes en hoopt op een positieve campagne waar op een goede argumenten over en weer gewisseld worden. De PvdA stemt graag in met het voorstel. De heer Jitan (Leiden Participeert) zegt dat als participatie was gelukt in dit dossier het referendum niet nodig was geweest. Hij wenst de initiatiefnemers en alle betrokkenen veel succes om het Roomburgerpark als voorbeeld te nemen waar de gemeente in haar participatieproces tekort geschoten is. Dit moet in de toekomst anders. De heer Kersten (Partij Sleutelstad) vertelt dat zijn fractie zeer enthousiast is. Het is geweldig dat na mislukte participatietrajecten Leidse burgers nu eindelijk het recht krijgen om een finaal oordeel te vellen over een gemeenteplan, de herinrichting van het Roomburgerpark. Het is immers de hardwerkende Leidenaar die de kosten van 4,5 miljoen euro van dit plan mag opbrengen en waarvoor de stad een verminkt park en minder natuur terugkrijgt. De raad besluit overeenkomstig het voorstel, met de stemmen van de VVD tegen. BESPREEKSTUKKEN 15.

RV 20.0104 Vaststellen Horecavisie 2020 De heer Bleijie (CDA) constateert dat het is gelukt een Horecavisie op te stellen waarin leefbaarheid en levendigheid samengaan. Dat verdient complimenten. De fractie steunt de richting die het college, wat betreft de horeca, wil gaan, maar ze wil nog wel wat toevoegen. Een goede Horecavisie moet een einddatum en een evaluatie hebben. Het is nu beleid zonder eind. Daarom dient het CDA een amendement (zie bijlage A200104.01) in om 2026 als einddatum op te nemen en een evaluatie te houden in 2025. 6

Het CDA is niet enthousiast over de uitzonderingsmogelijkheden voor het college. De raad moet aan zet blijven. Een amendement (zie bijlage A200104.04) wordt ingediend om uitzonderingen altijd aan de raad voor te leggen. Het CDA heeft moeite met het samenvoegen van horecacategorie 1 en 1*. Alcohol wordt hierdoor gewoner. Handhaving wordt complexer en het werkt oneerlijke concurrentie in de hand. Samen met de CU dient het CDA een amendement (zie bijlage A200104.02) in om samenvoegen te voorkomen. De Horecavisie maakt horeca in monumentale panden mogelijk. Bij panden die van binnen een monument zijn, zoals de Lutherse Kerk, ziet het CDA dit liever niet. Samen met de CU en PS dient het CDA een motie (zie bijlage M200104.01) in om horeca in de Lutherse Kerk te voorkomen. Bij interruptie vraagt de heer Olthof (D66) of het niet handig is om deze motie aan te houden of terug te trekken, aangezien de Bouwhistorische Opgave over de Lutherse Kerk en het advies van de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed concluderen dat horeca wel degelijk een optie is. De heer Bleijie (CDA) kent het eerste document, het tweede niet. Het is het CDA niet te doen om horeca in monumentale panden tegen te gaan. Het gaat om één pand in de stad waarvan de indieners van de motie vragen om horeca daar niet toe te staan vanwege de kwetsbaarheid van het pand en omdat er andere alternatieven zijn voor dit pand.

In de Horecavisie worden 15 straten uitgezonderd van extra horeca. Het CDA zou de horecavrije gebieden veel breder willen benoemen. Mede namens het CDA zal de CU daarvoor een voorstel indienen. De cijfermatige onderbouwing van de marktruimte voor horeca is van voor corona, verouderd dus. Het CDA roept het college per motie (zie bijlage M200104.03) op om opnieuw onderzoek te doen naar de toekomstige marktruimte en de Horecavisie op termijn te herzien. Per motie (zie bijlage M200104.04) wordt het college opgeroepen om de horeca-ambitie en de gerealiseerde horeca op te nemen als indicatoren in de Planning & Control cyclus. Dat geeft de raad zicht op de voortgang ervan. Bij interruptie vraagt mevrouw Gilissen (VVD) of het CDA bereid is om de laatste twee verzoeken in de motie over marktonderzoek daaruit te schrappen. De eerste twee verzoeken gaan over het onderzoek en de evaluatie. Dan kan de VVD de motie steunen. De heer Bleijie (CDA) licht toe dat de motie reeds op die manier gewijzigd. Het eerste monitoringsmonument in 2023 en de evaluatie worden aan elkaar gekoppeld. De voorzitter deelt mee dat het hier gaat over de motie die is ingediend. De heer Bleijie (CDA) zegt dat 11 procent van het aantal overnachtingen in Leiden illegaal plaatsvindt, namelijk via AirBnB. Dat werkt marktverstorend. Toch wordt er niet op gehandhaafd. Het is sinds kort om AirBnB bij wet te registreren.

Dat maakt handhaving makkelijker. Daarom per motie (zie bijlage M200104.05) het verzoek om te gaan handhaven op AirBnB, mede ingediend namens PS en CU. Bij interruptie vraagt de heer Van Peijpe (GL) of het niet verstandiger is om op de Leidse AirBnB verordening te wachten. De heer Bleijie (CDA) zegt dat er in de Tweede Kamer een wet is aangenomen die registratie van 7

AirBnB mogelijk maakt. Het Hoteloverleg heeft Leiden aangeboden om de helpende hand te bieden. Als geregistreerd wordt, kan worden gehandhaafd. In de Horecavisie wordt ruimte geboden voor hotels met vijf kamers of minder. Dat is in strijd met het Verkameringsbeleid. Woonruimte zou kunnen worden onttrokken aan de markt. Het CDA dient een amendement (zie bijlage A200104.03) in om deze initiatieven eerst aan de raad voor te leggen. Een motie (zie bijlage M200104.02) wordt ingediend om dit type hotels van maximaal vijf kamers of minder te binden, om geen overkill te krijgen en om de gerealiseerde hotelkamers in dit type hotel wel van de totale hoteldoelstelling af te halen. Anders vertroebelen de cijfers in het gerealiseerd aantal kamers. Het CDA wil dat er een actueel overzicht blijft van het aantal gerealiseerde hotelkamers in Leiden. Bij interruptie vraagt mevrouw Gilissen (VVD) waarom het CDA ervan uitgaat dat een hotel met vijf kamers of minder in strijd is met het Verkameringsbeleid. Wat heeft het CDA tegen hotels met vijf kamers of minder? De heer Bleijie (CDA) heeft niets met en niet tegen hotels met vijf kamers of minder. Het zou een mooie toevoeging kunnen zijn aan de Leidse hotelmarkt. Het is een deel dat op dit moment onderontwikkeld is. De fractie wil goed inzichtelijk hebben wat daar gebeurt. Bij dit type hotel bestaat de vrees dat het plaatsvindt in woonruimte.

Daarmee wordt woonruimte onttrokken aan de woningmarkt. Bij interruptie vraagt de heer Van Peijpe (GL) of het CDA hier met het juiste voorstel komt. Is het niet beter om een bepaalde hoeveelheid per jaar toe te staan, of juist aan te geven dat het niet is toegestaan in woonhuizen? De evaluatie in 2023 is wellicht een goed moment om te beoordelen of de gemeente op dat moment strenger moet zijn ten aanzien van dit type hotels. De heer Bleijie (CDA) zegt dat AirBnB op dit moment illegaal is. Dergelijke commerciële verhuur is niet toegestaan. Op basis van regelgeving kan worden gehandhaafd. Nu er een registratieplicht is kan eenvoudiger worden gehandhaafd. Het CDA wil daarmee niet wachten tot later, omdat het op dit moment 11 procent van de markt is. Het werkt marktverstorend voor de reguliere hotels, die wel netjes toeristenbelasting betalen. Bij interruptie vraagt de heer Van der Kaap (PvdD) het volgende over AirBnB. Als registratie ertoe zou Leiden dat AirBnB’s een bordje naast de deur hebben als ‘erkende AirBnB’ en dat ze toeristenbelasting afdragen zijn de bezwaren van het CDA tegen AirBnB dan weggenomen? De heer Bleijie (CDA) antwoordt bevestigend. AirBnB is geen slecht concept, maar op dit moment zijn het de befaamde ‘free riders’ en gelden er voor reguliere strengere regels.

De heer Krol (CU) vindt het lastig om te spreken over horeca in een tijd dat de horeca keihard wordt geraakt door corona. Twee uitgangspunten zijn cruciaal. Bestaande horeca moet zoveel mogelijk worden beschermd tegen nieuwe vormen van concurrentie. Inwoners moeten zoveel mogelijk worden beschermd tegen mogelijke overlast van horeca. In tijden zonder corona is de concurrentie tussen horeca moordend. Die trend zal met corona slechts heftiger worden. Er is alle reden om zittende horecaondernemers te beschermen en maximaal te faciliteren om hun voortbestaan te garanderen. Als het aan dit college ligt staat de gemeente nog meer horeca in de stad toe. Wat de CU betreft is dat mogelijk het failliet van de bestaande horecaondernemers. Het leidt tot extra overlast voor buurtbewoners. De binnenstad is boven alles een gewone woonwijk. Met deze Horecavisie wordt 8

de leefbaarheid van de binnenstad zeer aangetast. Dit blijkt ook uit de vele bezorgde reacties van inwoners. De binnenstad wordt steeds meer een permanente kermis. De CU doet een aantal belangrijke voorstellen. Bij interruptie vraagt de heer Van Peijpe (GL) of de heer Krol met hem van mening is dat er in de Horecavisie vijf horecagelegenheden minder staan dan de oude Horecavisie. Meer horeca gaat zorgen voor meer overlast, volgens de heer Krol. Waarom baseert de heer Krol dat minder horeca voor meer overlast gaat zorgen? De heer Krol (CU) legt de relatie tussen meer horeca en meer overlast niet zo een op een als door de heer Van Peijpe gesuggereerd. Het is een zorg die voor veel inwoners wordt geuit. De heer Krol wil maximaal bestaande horeca de zekerheid bieden om ‘de tent draaiende te kunnen houden’. Kijkend naar wat er nog in de pijplijn zit, dan klopt de aanname van de heer Krol dat er sprake is van meer horeca. Bij interruptie vraagt mevrouw Gilissen (VVD) waarop de CU baseert dat het de doodsteek voor de horeca zal zijn wanneer er een mogelijkheid is om andere horeca toe te staan. Heeft de heer Krol dat gehoord van bestaande horeca? Vanuit de insprekers, waaronder horecaondernemers en vanuit Koninklijke Horeca Nederland, afdeling Leiden heeft mevrouw Gilissen dit pleidooi niet gehoord.

De heer Krol (CU) zegt dat zelfs in tijden zonder corona het bijna zo was dat voor iedere twee horecagelegenheden die er geopend werden er één failliet ging. De wereld heeft nu te maken met een pandemie van ongekende grootte. Zeker de horeca wordt daar hard door geraakt. In deze tijd moet dus maximale bescherming worden geboden aan de bestaande horecaondernemers. Koninklijke Horeca Nederland moet twee belangen dienen, namelijk die van nieuwe horecaondernemers die zich willen vestigen en die van bestaande horecaondernemers. Die balans kan ingewikkeld zijn. De heer Krol hoort en ziet het bij ondernemers in de binnenstad. Zij zitten in deze tijd niet te wachten op extra concurrentie. Bij interruptie vraagt de heer Olthof (D66) hoe CU het geluid van de 27 binnenstadbewoners met bezwaren ten opzichte van de 20.000 binnenstadbewoners die niet hebben ingesproken. Zouden de laatsten niet gewoon tevreden zijn met hoe het er nu aan toegaat in Leiden? De heer Krol (CU) verwijst naar de twee genoemde uitgangspunten die heel zwaar wegen. De visie die de CU heeft voor de binnenstad is dat de binnenstad bovenal een woonwijk is. Dat is het vetrekpunt van waaruit moet worden geredeneerd wat er nog meer mogelijk is op het gebied van ondernemen, horeca en evenementen.

Met elkaar kan een mooie lijn worden gevonden in deze tijd waarbij én bestaande horeca zoveel mogelijk wordt beschermd en dat daarmee zoveel mogelijk tegemoet wordt gekomen aan de terechte zorgen onder vele inwoners, omdat zij overlast vrezen van nieuw te vestigen horeca. Die twee belangen kunnen hier mooi samenkomen. Er lijkt gesuggereerd te worden dat de CU geen oog heeft voor het belang van horeca. Dat heeft de CU wel en zeker voor bestaande horeca. Op een aantal plekken wil de heer Krol dat er geen nieuwe horeca mogelijk is. Er zijn ook plekken waar de heer Krol het college wel degelijk volgt, als het gaat over nieuwe horeca, zoals in het Cultuurkwartier. Bij interruptie vraagt mevrouw Klever (PvdA) waarop de heer Krol het idee baseert dat er horecaondernemers staan te trappelen om in Leiden te gaan investeren na afloop van deze crisis.

9

De heer Krol (CU) veronderstelt dat het er niet een heleboel zullen zijn. Juist in de tijd van crisis kunnen grotere horecaketens erg sterk staan ten opzichte van individuele ondernemers. Dat is een ongewenste ontwikkeling. De heer Krol heeft liever de eenmanszaak in stad dan de ketens. Het aannemen van de in te dienen voorstellen is voor de CU echt belangrijk wil de fractie met Horecavisie instemmen. Middels een motie (zie bijlage M200104.09) roept de CU op om bestaande horeca te beschermen. De motie wordt samen met de SP ingediend. De CU dient een amendement (zie bijlage A200104.05) in waarbij het Pieterskwartier en een aantal straten worden toegevoegd aan de lijst van straten waar geen nieuwe horeca gevestigd kan worden. Dit biedt bescherming aan bestaande horeca en aan inwoners om niet te worden blootgesteld aan onnodige extra overlast. Bij interruptie vraagt de heer Van Peijpe (GL) waarom het ene restaurant in het Pieterskwartier door de CU wordt geschrapt, terwijl niet wordt gekeken naar de Oude Singel, de Lange Scheistraat en Energiepark waar wel horeca mag, waar die nu juist nog niet is. Waarop baseerden de CU met het CDA deze keuze? De heer Krol (CU) vertelt dat een belangrijke afweging is gemaakt, naar aanleiding van de signalen die de fractie kreeg uit de stad. De CU is zeker niet tegen horeca op alle plekken in de stad maar de fractie wil het wel geclusterd doen.

Het Cultuurkwartier is een slimme zet. Wat de CU denkt de raad na over een horecagebied rond de Nieuwe Rijn. De CU heeft een aantal straten benoemd, waar de primaire functie echt het wonen is. Wat de CU geldt die primaire functie voor het gehele centrum. Voor een aantal straten geldt het zeker, zoals de Hooglandse Kerkgracht en de Middelweg. Bij interruptie vraagt de heer Van Peijpe (GL) of de heer Krol het met hem eens is dat er ook wordt gewoond aan de Oude Singel en de Lange Scheistraat. De heer Krol (CU) antwoordt dat het voor het aanzien van de stad belangrijk is dat de horecagelegenheden geclusterd worden. Wat doet nieuwe horeca met bestaande horeca, terwijl er in sommige gevallen al voldoende aanbod is. De gemeenteraad moet het stuur stevig in handen hebben als het gaat over het toestaan van extra horeca in de stad. Dat geldt voor horeca in bijzondere panden, zoals scholen, kerken of gebouwen met een monumentale status, alsook voor horeca op ontwikkellocaties. Dat brede draagvlak kan uitstekend worden gevonden in de gemeenteraad. Hiervoor dient de CU twee moties (zie bijlagen motie M200104.06 en motie M200104.07) in, waarvan een met het CDA. Samen met het CDA dient de CU een voorstel in om in de Lutherse Kerk geen horeca toe te staan. De CU wil dat het college serieus werk maakt van het gezondheids- en preventiebeleid.

Het college gebruikt in de Horecavisie weliswaar mooie woorden over het belang van een gezonde stad, maar werkt dat niet nadrukkelijk uit. De Horecavisie is bij uitstek een middel om daar een bijdrage aan te leveren. Middels een motie (zie bijlage M200104.08) wordt het college opgeroepen om hierover het gesprek aan te gaan met de lokale horeca en te kijken naar instrumenten die er zijn vanuit het Rijk om hier verder vorm aan te geven. Vanwege het belang van een gezonde stad, dient de CU samen met het CDA een amendement in om de horeca categorieën 1 en 1* niet samen te voegen. In een gezonde stad moet onnodig gebruik van alcohol niet worden gestimuleerd.

10

Bij interruptie vraagt de heer Olthof (D66) hoe de motie rijmt met het pleidooi voor het beschermen van bestaande horecaondernemers en het leggen van een scheidslijn waardoor er een concurrentieverschil is, met gemiste inkomsten tot gevolg. Het gaat om zeven ondernemers. Ze geven aan dat hun level playing field in gevaar komt. De heer Krol (CU) antwoordt dat het gezondheidsperspectief hier zwaar weegt. Bij horeca 1 gelegenheden kan het nooit zo zijn dat de verkoop van alcohol een doorslaggevende factor moet zijn in de bedrijfsvoering. Vanuit het perspectief van een ondernemer kan het worden gezien als een mooi extraatje, maar het mag nooit de corebusiness zijn van de omzet van een horeca 1 gelegenheid. Tot slot wil de CU dat het college eindelijk handhavend gaat optreden voor wat betreft de verhuur via AirBnB. De regels die voor hotels en B&B’s gelden, gelden voor AirBnB niet, bijvoorbeeld als het gaat over het afdragen van toeristenbelasting. Dat is de CU een doorn in het oog. Er moet nog veel water door de Rijn wil de CU deze Horecavisie kunnen steunen. Mevrouw Van Schaik (PvdD) zegt dat de PvdD goede dinge en verbeterpunten ziet in de visie. De PvdD ziet drie concrete punten over duurzaamheid graag verbeterd in de Horecavisie.

Het college schrijft dat de visie toeziet op de planologische en economische vraagstukken van de horeca en dus niet gaat over de bedrijfsvoering van ondernemers. Daarom kiest het college ervoor om een lijst met aanbevelingen als bijlage op te nemen, met allerlei tips voor de individuele ondernemer. De PvdD ziet toch echt wel meer ruimte voor het college dan het zichzelf toedicht. Uit de visie wordt onvoldoende duidelijk op welke manier duurzaamheidtips bij de ondernemers terecht moeten komen. Er is een summiere onderbouwing waarom bepaalde maatregelen nodig zijn. Er is geen communicatieplan, geen tijdlijn. Er zit nog flink wat ruimte tussen de constatering dat de gemeente geen regels op kan leggen en een bijlage schrijven, in de hoop dat ondernemers die bijlage lezen. In een motie (zie bijlage M200104.11) roept de PvdD op om juist de ruimte die er wel is, veel beter te benutten en te bekijken wat de gemeente meer kan doen op het gebied van faciliteren, stimuleren en communiceren. Deze motie wordt ingediend samen met Partij Sleutelstad. In de tweede motie (zie bijlage M200104.12) stelt de PvdD voor om in het jaar 2022 een bedrag van 30.000 euro te reserveren voor het aanbieden van 100 energiescans aan horecaondernemers. Eerder gebeurde dit ook al succesvol. Het leidde tot een CO2-reductie van 93 ton. De PvdD stelt voor deze 30.000 euro te dekken uit het Programma Binnenstad.

De motie wordt samen ingediend met GroenLinks en Partij Sleutelstad. In de derde motie (zie bijlage M200104.10) komt de PvdD terug op het thema terrasverwarmers. Het doelbewust verwarmen van de buitenlucht staat haaks op alle energiebesparingsmaatregelen waar het college altijd voor pleit en op de energiebesparingsmaatregelen die de inwoners worden aangeraden. De PvdD stelt voor om terrasverwarmers uit te faseren, zodat er in 2026 geen terrasverwarmers meer in het straatbeeld zijn. Het jaartal 2026 is gekozen zodat rekening kan worden gehouden met de afschrijvingstermijn van eventueel nieuw aangekochte apparatuur. Deze motie wordt samen ingediend met GroenLinks, PvdA,. Partij Sleutelstad en Leiden Participeert. Bij interruptie vraagt de heer Olthof (D66) of de PvdD heeft overwogen om de elektrische toepassing hier buiten te laten. Als de terrasverwarmers op groene elektriciteit draaien dan zijn ze niet schadelijk voor de buitenlucht. Mevrouw Van Schaik (PvdD) antwoordt dat dit zeker is overwogen. Vanuit duurzaamheidsoogpunt is het vooral wenselijk om energie niet te besteden, ook groene energie. Als je die niet gebruikt, hoef je die ook niet op te wekken. Vanuit de trias energetica is het advies 11

om energie gewoon niet te gebruiken. Een ander argument is gericht op de uitvoerbaarheid. Het lijkt de PvdD lastig om per onderneming te moeten nagaan op welk soort energie een bepaalde terrasverwarmer draaiende wordt gehouden. Mevrouw Gilissen (VVD) zegt dat wat de VVD betreft deze Horecavisie nu niet behandeld zou worden. Hoe anders ziet de wereld er nu uit in vergelijking met de tijd van voor de coronacrisis, waarin deze visie is geschreven. De horeca heeft echter zelf aangegeven toch graag te zien dat deze visie wordt aangenomen om perspectief op de middellange termijn te krijgen, heeft de VVD daar geen punt van gemaakt. Wat een spijt heeft de VVD daar nu van. Het is ronduit schokkend dat er bijna twintig wijzigingsvoorstellen bij deze visie op tafel liggen. Veel voorstellen getuigen er niet van rekening te houden met de situatie waarin de Leidse horeca zich momenteel bevindt. Het is de vraag of de VVD de visie kan steunen, wanneer veel van deze voorstellen worden aangenomen. Op dit moment is het redden wat er te redden valt in de horeca. Het is onbestaanbaar dat allerlei plannen aan de horeca worden opgelegd, terwijl de ondernemers niet eens weten of ze morgen nog een zaak hebben, zoals het moeten meedenken of de horeca aansluit bij het gezondheid- en preventiebeleid van de gemeente. ze zijn aan het overleven. Bovendien gaat het om ondernemers en niet om opvoeders.

Een energiescan laten uitvoeren, die dan ook nog eens wordt betaald uit het Programma Binnenstad, terwijl het geld daaruit juist bedoeld is voor het stimuleren van het ondernemerschap en een bruisende binnenstad. Voorstellen om boetiekhotels en horeca in bijzondere panden en op ontwikkellocaties het liefst te verbieden en als dat dan niet kan dan moeten alle plannen eerst maar langs de raad. Waarom geen voorstel om het college ook af te schaffen? Ook vestiging van nieuwe horeca wordt zoveel mogelijk onmogelijk gemaakt. Het mag alleen als de bestaande horeca en de buurt het ermee eens zijn. Iets wat de VVD als liberale partij zeker niet kan steunen. Wie wel op de steun van de VVD kan rekenen is de Leidse horeca. Mevrouw Gilissen vraagt haar collega’s in de raad met klem om nog eens goed na te denken voordat ze met deze berg aan ontijdige en onnodig belemmerende voorstellen instemmen. Op verzoek van de VVD heeft de wethouder toegezegd om zo snel mogelijk in 2023 in ieder geval in het eerste kwartaal de raad een eerste evaluatie van deze visie voor te leggen. Dan is het vroeg genoeg om een eerste balans op te maken en bij te sturen waar nodig. Laat de gemeente nu eerst de horeca helpen om uit het diepe dal te komen waarin die nu verkeert.

Bij interruptie vraagt de heer Bleijie (CDA) of de VVD hiermee niet een dikke middelvinger opsteekt naar alle bewoners die hier heel veel moeite mee hebben vanuit de bewonersoptiek. Mevrouw Gilissen (VVD) antwoordt dat de VVD dat niet doet. Zoals kan worden vastgesteld is het een groot tranendal in de horeca. Ze verwacht niet dat de horeca voor het eerste kwartaal van 2023 al weer op volle sterkte draait in de binnenstad. Tot die tijd hebben de bewoners van de binnenstad en de wijken waar horeca is gevestigd veel minder last, -als ze dat al hadden-, dan voorheen. Laat de raad wachten met al deze voorstellen totdat de eerste evaluatie er ligt. Dan is er nog tijd genoeg om alsnog met voorstellen te komen. Bij interruptie vraagt mevrouw Van Schaik (PvdD) of mevrouw Gilissen weet dat een van de doelen van het Programma Binnenstad juist het stimuleren van duurzaam ondernemen is. De energiescans komen de volle honderd procent ten goede aan de ondernemers. Waarom gunt de VVD de ondernemers dat niet? Mevrouw Gilissen (VVD) gunt de horeca scans, die ze zelf niet hoeven te betalen. Deze discussie is eerder gevoerd waarbij het ging over de middelen van het Programma Binnenstad, die naar de mening van de VVD die aan duurzaamheidsdoelen worden uitgegeven. Dat is niet zoals de VVD 12

de middelen wil inzetten. Dat houdt de VVD ook in dit geval vol. Prima als de PvdD de scans wil, maar laat de PvdD dat uit een duurzaamheidspot elders dekken. Het zou een mooi streven zijn, maar wat de VVD betreft zou dat niet in 2022 aan de orde moeten zijn. Bij interruptie vraagt de heer Kersten (PS) waarom de VVD de horecaondernemers niet wil beschermen tegen eventuele nieuwe vestiging in deze onzekere coronatijd. Mevrouw Gilissen (VVD) legt uit dat de VVD een voorstander is van markten die alle kansen moeten krijgen. Als ondernemers vinden dat zij een kans zien om in Leiden een horeca onderneming te kunnen starten, dan zouden ze dat moeten doen. De VVD is geen politieke partij van protectionisme. Iedereen moet dezelfde kans krijgen. Uiteraard moet er altijd zorgvuldig worden gekeken naar wat er past binnen de kaders die worden vastgesteld. De kaders zoals enkele partijen die op dit moment willen vaststellen, is niet de manier waarop de VVD naar dit soort zaken kijkt. Dat zal de partij ook niet gaan doen in de toekomst. Bij interruptie vraagt de heer Krol (CU) of de VVD met hem van mening is dat de realiteit is dat voor iedere horecatent die er opengaat er ook een op de fles gaat. Is de VVD bereid om naar dat stukje ‘ongezonde economie’ te kijken en het juist op te nemen voor de horeca die er al zit? Mevrouw Gilissen (VVD) is dat niet met de heer Krol eens.

Ze is het ook niet van plan. Als er enerzijds horeca opstaat en er horeca aan de andere kant moet sluiten, dan legt ze dat in eerste instantie bij de ondernemer zelf. Het zou kunnen betekenen dat het concept van het bedrijf dat moet sluiten niet aanslaat, om welke reden dan ook. Als politicus zit mevrouw Gilissen niet op de stoel van de ondernemer en is zij dat ook niet van plan. Ze gaat zich er niet in mengen en daar keuzes in maken. De VVD kiest niet perse voor de kant van bestaande of van nieuwe horeca. De VVD kiest voor de ondernemers die in staat zijn ondernemingen neer te zetten, die succesvol kunnen zijn, of dat een bestaande is dan is dat prachtig, maar als het een nieuwe is, is het ook goed. De heer Olthof (D66) constateert dat het stil is in de stad. De vrolijke aanblik van volle terrassen is niet meer te zien. De heerlijkste geuren uit de restaurants zijn niet meer te ruiken en het vrolijkste gelach uit de cafés niet meer te horen. Iedereen weet waarom dat zo is en waarom dat zo moet, maar toch, de levendigheid is weg en de schadelijke stilte is oorverdovend. Veel ondernemers staat het water inmiddels tot aan de lippen. Toch is het belangrijk dat de gemeente juist nu perspectief biedt. Er gaan betere tijden komen. Dan speelt de horeca een belangrijke rol in zowel economisch als mentaal herstel.

Horecabezoek blijkt al jaren de belangrijkste reden om de Leidse binnenstad te bezoeken. Door het gedwongen thuiswerken of gedwongen thuisonderwijs is de behoefte aan fysiek contact, sfeer en beleving alleen maar toegenomen. De horeca vervult een belangrijke, sociale functie. Als straks weer op een terras kan worden afgesproken is dat niet alleen goed voor de horecaondernemer, maar krijgt ook de kledingwinkel ernaast de kans om wat te verkopen. Helaas kunnen door de strenge maatregelen de winterjasterrassen nog niet worden gebruikt. Meer ruimte is essentieel van groot belang voor horeca ondernemers om te kunnen overleven. D66 is blij dat het college in gesprek is met de KHN om de ruimere terrasregels ook voor komend jaar mogelijk te maken. Deze Horecavisie biedt perspectief. Daar is D66 blij mee. De nieuwe horecagebieden geven duidelijkheid. De aandacht voor duurzaamheid draagt bij aan een leefbare toekomst. D66 kan van harte instemmen met deze visie. Deze zorgt voor een goede balans tussen levendigheid en leefbaarheid en kan rekenen op draagvlak vanuit de ondernemers. Door een florerende horeca komt de levendigheid weer terug in de stad. 13

Bij interruptie vraagt de heer Van Halm (SP) hoe de heer Olthof alle inspraakreacties heeft gelezen. Het draagvlak onder inwoners voor deze Horecavisie is immers kleiner dan onder de horeca ondernemers. De heer Olthof (D66) las 27 inspraakreacties, waarvan twee van overkoepelende bewonersverenigingen. De meeste zijn niet positief. Tegelijkertijd wonen er 20.000 mensen in de binnenstad. De meeste zijn niet op de hoogte van lokale ontwikkelingen. Zij zijn blij dat de politiek ook besluiten neemt. Van 20.000 binnenstadbewoners zijn er 27 insprekers. D66 komt op voor de groep die behoefte heeft aan ruimte voor meer horeca. Die belangen zijn ook meegenomen en meegewogen in het traject dat in 2018 is begonnen. Daarin is nadrukkelijk de samenwerking gezocht tijdens meerdere avonden. De heer Olthof is blij dat er aandacht is voor bewonersgebieden. Er is een stapje teruggezet in het Pieterswijkkwartier. Er zijn gebieden waar nu 12 in plaats van 40 horecavestigingen zijn toegestaan. Dat is een forse vermindering. Er is wel degelijk goed geluisterd. Er moet alsnog ruimte zijn voor nieuwe horeca en nieuwe concepten. Bij interruptie vraagt de heer Bleijie (CDA) hoe de horeca categorie 1 en 1* zich verhoudt tot de gezondheidsvisie en de bewegingsvisie. De heer Olthof (D66) vertelt dat ook hier de belangen zijn gewogen door D66. De fractie snapt heel goed het gezondheidsperspectief.

Tegelijkertijd zou pragmatisch naar deze casus gekeken moeten worden. Het gaat om een beperkt gebied, met daarin zeven ondernemers, die een terras hebben waar nu geen alcohol geschonken mag worden . In de praktijk komt het erop neer dat een groep toeristen bij de betreffende horeca aankomt. Ze willen een glas wijn. Dat gaat niet, maar twintig meter verderop kan wel een glas wijn worden besteld. Het gaat om een heel beperkte groep. Het gaat niet om verplicht alcohol schenken. Hen wordt de mogelijkheid geboden. De betreffende ondernemers vragen om die ruimte. Dat valt te verdedigen ook in het licht van het gezondheidsbeleid. Bij interruptie vraagt de heer Bleijie (CDA) waarom het voor D66 niet mogelijk is om voor een monumentaal pand een uitzondering te maken. De heer Olthof (D66) heeft daarvoor nog niet de goede argumenten gehoord. De heer Van Peijpe (GL) staat stil bij twee voor GL belangrijke aspecten in de Horecavisie: levendigheid en duurzaamheid. Hij wijst op het belang dat de horeca heeft voor de levendigheid en het leven in Leiden. De horeca heeft een grote sociale en maatschappelijke betekenis voor Leiden en haar inwoners. Het is een plek waar men elkaar ontmoet, waar men werkt, feest viert en politieke discussies voert. Dat is belangrijk voor de ontwikkeling van een open en tolerante stad.

GL snapt de zorgen van een groep binnenstadbewoners en enkele partijen in de gemeenteraad. Horeca kan ook overlast geven. In aanloop naar dit debat is er naar de mening van spreker teveel aandacht geweest voor de overlast en minder voor de belangen van de horeca. In deze nieuwe visie wordt er minder horeca toegestaan in de binnenstad dan in de bestaande. Duurzaamheid is belangrijk voor GL. Mevrouw Van Schaik heeft het goed verwoord. Als het gaat om wet- en regelgeving zijn er niet veel instrumenten om de horeca in Leiden heel veel te verduurzamen. Het is goed dat er adviezen in de Horecavisie staan. De gemeente is behulpzaam wanneer horecaondernemers vragen om hen te helpen te verduurzamen, zoals ten aanzien van de energiescans en de terrasverwarmers. Op het gebied van duurzaamheid is er nog wat werk aan de winkel. GL vindt het een uitstekende Horecavisie, die kan rekenen op de steun van de 14

fractie. Bij interruptie vraagt de heer Bleijie (GL) of Leiden met het huidige horeca-aanbond niet sfeervol genoeg is. Is er meer horeca nodig om een sfeervolle stad te zijn? De heer Van Peijpe (GL) heeft niet gezegd dat Leiden nieuwe horeca nodig heeft. Hij benadrukte het belang van het diverse horeca-aanbod. Bij interruptie vraagt de heer Bleijie (GL) over de motie, die oproept om een monumentaal pand voor horeca uit te zonderen, waarom het voor GL niet mogelijk is om die uitzondering te maken. De heer Van Peijpe (GL) vindt het bijzonder dat de heer Bleijie ervan uitgaat dat GL de motie niet zal steunen. Het debat is nog niet voorbij. GL deelt met het CDA de liefde voor monumentale panden en erfgoed. GL is een voorstander van het hergebruik van deze panden. Zonder hergebruik is een pand ten dode opgeschreven. In dat licht zal de heer Van Peijpe deze motie tijdens een schorsing aan zijn fractie voorleggen. Mevrouw Klever (PvdA) zegt dat horeca ondernemers op dit moment wel iets anders aan hun hoofd hebben dan de horecavisie. Op het moment dat de coronamaatregelen versoepelen, kunnen zij weer aan de slag. De Horecavisie biedt hun perspectief. De PvdA is blij dat er in de visie minder plek is voor horeca in de stegen van de binnenstad en meer plek in de wijken daarbuiten.

Deze verspreiding vergroot de mogelijkheden voor verschillende vormen van horeca, versterkt het verblijfsklimaat in de hele stad en maakt de binnenstad leefbaarder. De PvdA is een voorstander van deze Horecavisie. Er zijn veel moties en amendementen ingediend. Hoewel de PvdA de zorgen van inwoners begrijpt, verzet de fractie zich tegen het beeld dat horeca gelijkgesteld wordt met overlast. Onder horeca vallen ook ijssalons en broodjeszaken, die alleen overdag open zijn. Een deel van de moties en amendementen verzoekt de gemeenteraad een grotere rol te geven bij het toestaan van horeca. De PvdA is er een tegenstander van om de regeldruk te vergroten en de flexibiliteit voor ondernemers te verkleinen. Op die manier heeft de PvdA de moties en amendementen getoetst. Bij interruptie vraagt de heer Bleijie (CDA) wie het beeld heeft geschetst dat horeca gelijk staat aan overlast. Mevrouw Klever (PvdA) vindt dat de discussie heel vaak gaat over het feit dat overlast moet worden ingeperkt, dat overlast een reden is om horeca niet toe te staan en dat de gemeenteraad over de vestiging van horeca in panden moet gaan. Dat wekt de indruk dat horeca overlast veroorzaakt. Dat beeld herkent spreekster niet en dat onderschrijft ze ook niet. Bij interruptie vraagt de heer Bleijie (CDA) waarom de PvdA het voorstel betreffende het monumentale pand niet kan steunen.

Mevrouw Klever (PvdA) gaat hierin mee met de heer Van Peijpe. Om een monument te behouden, moet het ook gebruikt worden. Er zijn ook horecatoepassingen denkbaar die zeer goed in een dergelijk pand uitgebaat kunnen worden. De gemeente heeft een goede afdeling ‘Erfgoed Leiden’, die zorgvuldig omgaat met datgene wat in monumenten mag, bij de vergunningverlening, als tijdens het gehele proces. De heer Van Halm (SP) vindt het ook redelijk ongemakkelijk om nu te besluiten over een Horecavisie, terwijl de realiteit nu en in de komende jaren moeilijk te voorspellen is. Dat maakt de 15

Horecavisie voor de SP een onwerkelijk bespreekstuk. De visie is op dit moment omringd met vaagheden. Er zit veel werk in, maar de coronacrisis heeft veel van dat werk teniet gedaan. De visie is deels aangepast aan de coronapraktijk, maar wat de SP betreft niet genoeg. Het college gaat nog steeds uit van voorspellingen die niet te voorspellen zijn. Nu evalueren is veel logischer dan grote stappen nemen. Ook de aandacht voor behoud van horeca zou logischer zijn dan uitbreiding. De SP ziet dat niet terug in het stuk. De fractie hoort veel klachten van inwoners van het centrum, omdat zij niet tevreden zijn over de balans die het college zegt te hebben gevonden. De SP zegt niet dat er niet gesproken is met binnenstadbewoners, maar participatie is meer dan alleen praten. Het gaat erom wat er gebeurt met de input van mensen, die het meeste te maken zullen krijgen met de horeca. In de commissie was hierover een flinke discussie gaande. Door een pijnlijke brief van de werkgroep Horeca van de wijkverenigingen in de binnenstad is de zorg van de SP bevestigd. De visie is vooral en prioritair opgesteld in samenspraak met ondernemers en niet zozeer met de wijkverenigingen. Dat terwijl het zoeken naar de balans zo hoog in het vaandel staat bij deze visie. De SP heeft de motie van de CU, die oproept tot een pas op de plaats maken, van harte mee ondertekend.

Bij interruptie vraagt de heer Van Peijpe (GL) waarop de SP zich baseert dat de horeca mag worden uitgebreid. In de thans geldende Horecavisie mogen in de Pieterswijk twee horecavestigingen komen. In de nieuwe visie is dat er nog maar een, en bovendien kleiner dan 350 m2. In de afgelopen acht jaar is er meer horeca bijgekomen dan in de nieuwe Horecavisie het geval is. Wat is daarop de reactie van de heer Van Halm? De heer Van Halm (SP) maakte geen vergelijking met de oude en nieuwe Horecavisie. De SP vindt de nieuwe Horecavisie beter. Er komen wel twaalf nieuwe vestigingen bij. Een aantal bewoners vindt dat alsnog teveel. De aanpassingen die zijn gemaakt, zijn er te weinig wanneer dit wordt vergeleken met de klachten die er zijn geweest vanuit de binnenstad. Bij interruptie vraagt de heer Van Peijpe (GL) of alleen het geluid van een aantal bewoners van de Pieterswijk moet worden gehonoreerd, wat de SP betreft. De heer Van Halm (SP) heeft dat niet letterlijk gezegd. Hij is een groot voorstander van de motie van de heer Krol die hij samen met de SP indient. Zolang de coronacrisis bestaat, zou een pas op de plaats moeten worden gemaakt. Daarna kan verder worden gekeken. De SP ziet liever voorzichtigheid. Dat betekent niet dat de fractie helemaal nooit nergens horeca bij zouden willen.

Bij interruptie vraagt mevrouw Klever (PvdA) of de SP niet denkt dat er mensen zijn die juist in de binnenstad wonen omdat er zoveel horeca en gezelligheid is, zodat ze om de hoek een broodje kunnen eten en een glas wijn kunnen drinken. De heer Van Halm (SP) denkt dat dit zeker het geval zal zijn. Mensen die in de binnenstad (gaan) wonen weten dat er veel horeca is en dat het eventueel voor overlast kan zorgen. Het is de verantwoordelijkheid van de gemeente om te zorgen dat die balans goed blijft. De vraag is of er meer horeca bij zou moeten komen en of de balans nog goed behouden blijft. Gehoord hebbende de geluiden denkt de SP dat het laatste niet het geval is. Bij interruptie vraagt mevrouw Klever (PvdA) of de heer Van Halm het met haar eens is dat de groep waarover ze sprak, geen geluid laat horen. De heer Van Halm (SP) denkt dat zij op hun wenken bediend zijn. In de binnenstad is er heel veel aanbod van horeca. Hij hoorde niet veel geluiden dat er te weinig horeca is en dat er snel horeca 16

gelegenheden bij moeten komen. De SP stelt voor om de coronacrisis af te wachten om dan te beoordelen wat er te bespreken valt. De heer Kersten (PS) zegt dat zijn fractie het opkomen voor de lokale belangen hoog in het vaandel heeft staan. De stad als geheel, de individuele en de georganiseerde burger, maar ook de kleine middenstander. Al deze aspecten zijn vertegenwoordigd in de Horecavisie. De stad vaart wel bij een bloeiend uitgaansleven, de burgers als zodanig ook, evenals de horeca ondernemers, die het nu zo ontzettend moeilijk hebben. In de wijken moet de balans tussen horeca en woningen scherp in de gaten worden gehouden. Partij Sleutelstad vindt deze Horecavisie een knap stuk werk. Dergelijke complexe materie met zoveel kansen op disbalans. Zo is er het gevaar van uitbreiding van horeca in wijken in de binnenstad. PS vindt ongewenst in de Pieterswijk en Rapenburg. Concurrentie zou in deze coronatijd ‘killing’ kunnen zijn. Toch zijn er nog punten waar de raad wil en moet sleutelen aan zaken die het college over het hoofd heeft gezien. De raad is er om het college hierin te helpen. PS houdt het niet bij zeggenschap aan de tap, maar steunt alle moties en amendementen die zijn ingediend. Een aantal zijn mede ingediend door PS. De fractie heeft een eigen motie (zie bijlage M200104.13), die ze samen met het CDA indient.

De raad heeft zich eerder sterk gemaakt voor een invulling met kunst en cultuur van het door de Rijksgebouwendienst aan de privésector te verkopen Pesthuis, met daarbij een rol voor ondersteunende horeca en een sterrestaurant, ten bate van de exploitatie. Bij het vaststellen van de Nota van Uitgangspunten heeft de raad een verder niet gekwantificeerde balans cultuur, kunst en horeca vastgelegd. Ook hier is er een belang van omwonenden. Die kwamen er door losse mededelingen in de raad en pers achter dat er sprake was van grootschalige en dominante horeca. Zij vrezen voor hun rust en hebben afgelopen jaar bij twee evenementen al veel overlast gehad. Intussen is duidelijk dat de ontwikkelaar in zijn op zich gewaarde plannen inderdaad een hoofdrol aan droge en natte horeca heeft toebedeeld en maar een categorie kunst en cultuur. De motie vraagt of de gemeente met de bewoners en City Stone in gesprek wil gaan over deze verdeling en de bewoners steun wil geven en de raad daarmee een stem in deze kwestie. PS wil op deze manier voor het historisch, monumentale gebouw een passende oude dag. De statigheid van het Pesthuis mag niet worden verpest door te dominante horeca. Het aantal vierkante meters horeca wil PS maximeren. Dit kan in goed overleg met bewoners en raad worden vastgesteld.

Bij interruptie vraagt de heer Olthof (D66) of het klopt dat de motie verzoekt om verloedering van het statige monument door teveel horeca tegen te gaan. De heer Kersten (PS) verduidelijkt dat het woord verloedering in de oude versie van de motie. Liever spreekt de heer Kersten over het verpesten van de status dan over verloedering. Hij zou niet over woorden willen strijden. Wethouder Van Delft beaamt dat het een heel bijzondere tijd is voor de horeca. De ziel is in feite uit de stad. Dan is het wellicht wat gek om de Horecavisie nu te bespreken. Toch blijven het ondernemers. Ondernemers hebben ook behoefte aan perspectief. Tegelijkertijd maken ze nieuwe plannen. Die nieuwe plannen zijn belangrijk om te overleven. Het college keek ten opzichte van de vorige visie opnieuw naar de leefbaarheid van de stad en het wonen versus de horeca. Het college wil de zittende horeca versterken en consolideren door hen meer mogelijkheden te geven en mee te bewegen in de groei en verandering in behoeftes van de mensen en de stad. Het college wil nieuwe horeca toelaten in gemengde stedelijke gebieden, de verduurzaming van alle bestaande horeca, maar ook een versimpeling van de leesbaarheid. De vorige visie was lastig te lezen.

Over het amendement ‘Opnemen einddatum en evaluatie’ merkt de wethouder op dat het niet verstandig is om een einddatum op te nemen, juist omdat het nu zo onzeker is en omdat 17

evaluatiemomenten zijn opgenomen. Het college wil er vanaf om einddata te noemen om de bestuurlijke drukte te drukken. Mocht het de raad comfort geven om een einddatum te noemen dan zou het college 2026 als einddatum willen noemen. Dit zal tegelijkertijd een evaluatie zijn, met voorstellen voor een nieuwe Horecavisie. 2026 is het laatste jaar van een college. Bij interruptie vraagt de heer Van Halm (SP) waarom een einddatum niet handig zou zijn, vanwege de coronacrisis, Wethouder Van Delft zegt dat in 2023 of 2024 toch blijkt dat het allemaal anders is dan werd voorzien. Dan zou toch aan een andere Horecavisie gedacht kunnen worden. Vandaar dat het college niet voor een einddatum heeft gekozen. Het college laat het aan de raad. Motie 7 ‘De horeca aan zet bij horeca in bijzondere objecten’ is van belang voor de andere moties. In de commissie bleek dat er veel partijen inspraak zouden hebben in het al dan niet toekennen van een horecabestemming op dat soort objecten, zoals kerken, kazernes en scholen. Het college is bereid deze motie over te nemen. Het zal voor een breder draagvlak zorgen als de raad wordt betrokken in de besluitvorming bij deze vaak prominente en markante objecten in de stad. Schaalgrootte van de panden, ligging in woonwijken, niet gelegen in een horecagebied en de monumentale status zijn voorwaarden waaraan moet worden voldaan.

Het zou moeten gaan om de functie van zelfstandige horeca en niet van ondergeschikte horeca. De motie ‘De gemeenteraad aan zet bij horeca op ontwikkellocaties’ wordt niet omarmd door het college. Bij het ontwikkelen van gebieden worden diverse stukken opgesteld die door de raad worden vastgesteld, zoals Gebiedsvisies, Nota van Uitgangspunten, Stedenbouwkundige visies, stedenbouwkundige ambitiedocumenten. In die stukken staat op hoofdlijnen op genomen welke ontwikkelingen in dat gebied wenselijk zijn. Daar wordt ook de wens tot horeca opgenomen. In die gevallen en ook bij bestemmingsplannen wordt die al door de raad vastgesteld. Het zou bijzonder zijn om die apart aan de raad voor te leggen. Als er een daadwerkelijk aanvraag is, is het logischer om die door het college af te laten handelen. Bij interruptie vraagt de heer Krol (CU) of de wethouder met hem eens is dat documenten waarin een en ander geregeld kan worden, er niet voor gebieden zijn, zoals de Meelfabriek of de Lammerschansdriehoek. Het is dan toch juist goed om voor dat soort gebieden een visie te ontwikkelen om te kijken wat er mogelijk is op het gebied van horeca? Wethouder Van Delft zegt dat er voor die gebieden allerlei documenten zijn vastgelegd. Daarin staat bijvoorbeeld dat horeca in de plint kan worden gevestigd. De wethouder kan geen gebied noemen waarvoor daarover niets is gezegd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9771497/1