Vastgesteld besluit bij RV 21.0023 Verordening tot wijziging van de Verordening fysieke leefomgeving Leiden 2020 onderdeel bomen incl errata en amendementen
Tekst van het document
1. De bepaling van de actuele vervangingskosten wordt gedaan op grond van deop dat
moment aciuele gepubliceerde methode van de Nederlandse Vereniging van Taxateurs van Bomen (NVTB). ln een bosplantsoenvak geldt een waarde per m2. 2. Als de waarde van de houtopstand niet kan worden bepaald door middelvan de methode als bedoeld in het eerste lid, bepaalt het college de vervangingskosten, waarin in ieder geval worden meegerekend : a. Aankoop en planten van een vervangende boom; b. Passende groeiPlaatsaanleg; c. Nazorg voor ten minste 3 jaar. 3. Het kan voorkomen dat de vergunning voorschrijft dat de compensatie deels plaatsvindt op basis van het compensatieplan en deels via het storten van een financiële compensatie in het Bomenfonds. Artiket 5.1.1.3 Storting in het Bomenfonds is geoormerkt 1. De financiële compengatie die volgens een vergunningvoorschrift aan de uitvoering van de vergunning als waarborgsom in het Bomenfonds moet worden gestort, is geoormerkt als bedrag dat is bestemd voor de herplant in een aangewezen aanplantproject. 2. De geoormerkte gelden in het Bomenfonds kunnen alleen worden gebruikt voor het feitelilt<e aanplantproject dat in het vergunningvoorschrift is aangeduid en de daaraan grenzende aanplantprojecten zoals bedoeld in artikel 3.6.1 .12 Lid 2a.
18
3.
ln het vergunningvoorschrift over de herplantplicht in een aangewezen aanplantproject wordt aangegeven waar, wanneer, hoe en waarmee de vergunninghouder de feitelijke aanplant dient uit te voeren.
Artikel 5.1.1.4 Voorwaarden teruggave storting in Bomenfonds 1. Als na de oplevering van het aanplantproject is voldaan aan de vergunningvoorschriften kan de vergunninghouder verzoeken tot teruggave van de gehele ofvan een deel van de financiële compensatie in het Bomenfonds. 2. Een aanvraag om een teruggave moet uiterlijk binnen één jaar na oplevering van het aanplantproject schriftelijk worden ingediend. Daarna bestaat er geen recht meer op teruggave van de financiële compensatie en vervalt het oormerk van de storting in het Bomenfonds. 3. De aanvraag moet gemotiveerd zijn en zijn ondertekend door de aanvrager. De aanvraag bevat ten minste de opgave van de kosten van het aanplanten van de bomen en de begroting van het verzorgen van de aanplant op dusdanige wijze dat deze volledig aanslaat en gezond doorgroeit. 4. Het college of een door haar gemandateerd persoon beoordeelt de aanvraag en de bijbehorende documenten en beoordeelt de feitelijke toestand van de aanplant op gezondheid en bestendigheid. Het terug te storten bedrag wordt hierop afgestemd. 5. Het terug te storten bedrag is niet hoger dan de fínanciële compensatie die de vergunninghouder in het Bomenfonds heeft gestort. Alleen de kosten voor het aankopen van de houtopstand, het inrichten van de groeiplaats, het planten (inclusief volledig aanslaan en doorgroeien) en drie jaar beheerkosten worden teruggestort. 6.
De gelden in het Bomenfonds die niet meer geoormerkt zijn worden primair en hoofdzakelijk gebruikt voor de versterking van het bomenbestand. Deze gelden kunnen slechts worden aangewend voor versterking van ecologisch waardevol groen in zoverre dit plaatsvindt in de directe omgeving van en/of ten behoeve van de bodemverbetering van een nieuw te planten boom of een boom die is geplant binnen een termijn van 2 jaar voorafgaand aan de vaststelling van dit artikel.
l. Hoofstuk 7, Afdeling 7.1, Paragraaf 7.1.2, artikel 7.1.2.2 eerste lid komt als volgt te luiden
Hoofdstuk 7 Handhaving, overgangs- en slotbepalingen
Afdeling 7.í Handhaving Paragraaf 7. í.2 Strafbepaling Artikel 7 .1 .2.2 Strafbepaling bomen 1. Degene die handelt in strijd met het bij of krachtens artikel 3.6.1.2 tot en met artikel 3.6.1 .6, en artikel 3.6.1.1 1 lid 2bepaalde kan worden gestraft met een hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie. Tevens kan een rechterlijke veroordeling op grond van dit artikel openbaar gemaakt worden. Bij de strafmaatbepaling kan rekening worden gehouden met de actuele vervangingskosten. J. Debegrippen, 10, 13. 16, 17,20,22,23,55en 10zvan Bijlage l vanverordeningfysieke leefomgeving Leiden 2020 komen als volgt te luiden:
Bijlage 1. Begrippenlijst 10. Beheerplan: Een beschrijving van de werkzaamheden die moeten worden uitgevoerd om individuele bomen, houtopstanden of samenhangende houtopstanden optimaal te laten ontwikkelen. Een beheerplan geldt voor 5, 10 of 15 jaar; 13. Beschermde houtopstand: Een houtopstand die voldoet aan de in beleid vastgestelde criteria voor waardevolle bomen; 16. Bomen Effect Analyse: Een standaard beoordeling van de gevolgen van voorgenomen bouw of aanleg voor een boom op of in de buurt van het betreffende perceel, uitgevoerd
19
door een boomtechnisch deskundige op basis van landelijke richtlijnen van de Bomenstichting; 17. Bomenfonds: Het door het college ingestelde fonds waarin vergunninghouders gelden storten ter uitvoering van in de omgevingsvergunning opgenomen voorschrift tot financiële compensatie van de houtopstanden die met de vergunning worden geveld; of ter uitvoering van handhavingsmaatregelen voor als een houtopstand zonder de benodigde vergunning of melding is gekapt en er geen herplantplicht op het perceel kan worden opgelegd;
20. Boom deskundige: Een natuurlijk persoon die in het bezit is van een geldig European Tree Technician-certificaat of vergelijkwaardig niveau;
22. Boomstructuur: Een lijn- of vlakvormige, ecologische of ruimtelijke functionele groep bomen die als eenheid te herkennen is, vaak in de midden- en/of zijbermen van een weg of langs een watenrveg, of als onderdeel van een park, die als groep een meerwaarde voor de omgeving biedt;
23. Boomveiligheidscontrole: Visual Tree Assessment (VTA), uitgevoerd door een boomtechnisch deskundige;
55. Houtopstand: Een zelfstandige eenheid van een of meerdere bomen, boomvormers, struiken, hakhout of griend;
107. Vellen: Alle handelingen niet zijnde bestendig beheer, zoals rooien, met inbegrip van
verplanten, het voor de eerste keer knotten kandelaberen, of kandelaren, het voor de eerste keer omvormen naar hakhoutbeheer, het snoeien van meer dan 40o/o van een boomkroon in één keer, alsmede het verrichten van handelingen die de dood ten gevolge kunnen hebben of ernstige beschadiging of ernstige en onomkeerbare aantasting van de habitus waardoor de houtopstand zijn beeldbepalende karakter verliest kunnen veroorzaken. Onder vellen wordt niet verstaan het knotten of kandelaberen van wilgen, r.a+ tunaÍtanl, La^.,lalol.raran n{ l\qr rvvrsr alc ncr"indinka nnderhnttf'lsmaatfeOel rvvrvrrv wl Ir vr luandala.on nal lwglqvgl I lEt Al lvttgl t,vr
-9-'
nadat dg "--'
betreffende re) houtopstand al eens geknot, gekandelaberd of gekandelaard is, het uitvoeren van periodiek terugkerend hakhoutbeheer oÍ hel dutrtretr in een bosplantsoenvak als onderhoudsmaatregel ; K. Aan Bijlage 1 van Verordening fysieke leefomgeving Leiden 2020 wordt onder vernummering van de overige begrippen de volgende begrippen toe te voegen luidende als volgt:
.
a
Dunnen: verwijderen van boomvormers uit een houtopstand als onderhoudsmaatregel ter bevordering van de groeivan de overblijvende houtopstand, waarbij geen oppervlakte van de betreffende houtopstand verloren gaat, conform een vastgesteld beheerplan. Ecologisch waardevol groen: Een areaal natuurlijke vegetatie met een oorspronkelijk karakter.
L. ln Bijlage 1 van Verordening fysieke leefomgeving Leiden 2020 komen, onder vernummering van de overige begrippen, de volgende begrippen te vervallen:
14. Beschermde solitaire houtopstand: Een houtopstand die op de Groene Kaart is opgenomen als herdenkingsboom, monumentale boom, toekomstboom of waardevolle boom;
i9. Boombeschermingsplan: een beschrijving van handelingen en werkzaamheden,
gebaseerd op een Bomen Effect Analyse, ter voorkoming van schade aan bomen op het perceel in verband met een voorgenomen bouw of aanleg; 21. Boomgebied: Een gebied met veel groen, zoals een park, volkstuincomplex, begraafplaats of botanische tuin. ln een boomgebied kunnen alleenstaande bomen staan en/of bosvormige elementen en smalle lijnvormige houtopstanden, zoals houtwallen; 25. Boomwaardebepaling: Volgens de NWB uitgevoerde systematiek om de waarde, uitgedrukt in Euro's, van een boom vast te stellen. ln een boomgebied geldt een waarde per m2;
20
49. Groene Kaart: De kaart bij deze verordening die door het college is vastgesteld waarop de locaties van beschermde houtopstanden zijn aangegeven, met het bijbehorende register;
97. Register bij de Groene Kaart: Het register dat door het college is vastgesteld met de locatie van de beschermde alleenstaande houtopstanden en de reden waarom deze op de Groene Kaarlzijn opgenomen; Artikel I I lnwerkingtred ing Deze wijzigingsverordening treedt in werking op de eerste dag na bekendmaking.
Artikel I ll Overgangsrecht Aanvragen voor vergunningen op grond van de Verordening fysieke leefomgeving Leiden 2020, onderdeel bomen, waarop op het moment van inwerkingtreding van deze wijzigingsverordening nog geen beslissing is genomen, worden afgehandeld op grond van de door deze wijzigingsverordening gewijzigde Verordening fysieke leefomgeving Leiden 2020, onderdeel bomen.
Artikel lV Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als Wijzigingsverordening Verordening fysieke leefomgeving Leiden 2020, onderdeel bomen.
2. vast te stellen het Beleidskader met afiruegingen voor aanwijzing en bescherming bomen Leiden 2021 metals belangrijkste uitgangspunten; . De gemeente Leiden kiest in zijn bomenbestand voor een groene kwaliteit met hoge ecologische waarde die bijdraagt aan klimaatadaptatie; o De introductie van de Groene Norm en het afschaffen dan de Groene Kaart; . De introductie van het register Ecologische bomen voor het bepalen van de ecologische waarde van bomen; . Het instellen van een meldplicht voor de 1 op I vervanging van overlast gevende, zieke en kwarrende bomen in de openbare ruimte; e Opnemen van dunnen als een vergunningsplichtige maatregel, waarvoor geen compensatie in de vorm van herplant of storting in het Bomenfonds benodigd is als het gaat om het vellen van een houtopstand in het kader van bestendig beheer; . Verbreding van de bestedingen vanuit de reserve bomenfonds; o De bescherming van bomen die zijn aangeplant als onderdeel van een compensatieverpl ichting; 3. kennis te nemen van het Register Ecologische Bomen; 4. gezien de grote urgentie om de stad ecologischer en klimaatbestendiger in te richten, in te stemmen om de middelen uit de reserve Bomenfonds in tweede instantie ook in
te kunnen zetten voor de toevoeging van ander waardevol groen dan strikt bomen en wanneer die situatie zich voordoet hierover nader te besluiten in de P&C-cyclus.
5. Vast te stellen om 2 jaar na ingang van deze verordening over te gaan tot evaluatie van de meldplicht op ieder geval de punten doelmatigheid voor wat betreft de vervanging van kwarrende bomen, uitvoerbaarheid en verhoopt efficiëntiewinst ten opzíchte van een vergunningenstelsel.
21
Gedaan in de openbare raadsvergadering van 3 juni de
dhr
.C. Van Leiden
.J Lenferink
22