CConstaterende datLeiden
Koppel je AI →
Document · PDF

Vastgesteld besluit bij RV 21.0023 Verordening tot wijziging van de Verordening fysieke leefomgeving Leiden 2020 onderdeel bomen incl errata en amendementen

Gemeenteraad 3 juni 2021, gemeente LeidenBij agendapunt: RV 21.0023 Verordening tot wijziging van de Verordening fysieke leefomgeving Leiden 2020, onderdeel bomen10.757 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

RAADSVOORSTEL Rv. nr.: 21.0023

B en W-besluit d.d.: 30-3-2021 B en W-besluit nr.: 21.0173

Naam programma: 05 Omgevingskwaliteit Onderuverp: Verordening tot wijziging van de Verordening fysieke leefomgeving Leiden 2020, onderdeel bomen

Aanleiding: Bomen geven ons houvast. Ze zijn geplant door onze grootouders en we laten ze na aan onze kleinkinderen. Bomen ondersteunen onze gezondheid. Bomen filteren de lucht. Bomen brengen verkoeling doormiddel van verdamping en schaduw. Bomen ondersteunen de biodiversiteit door insecten en vogels onderdak te bieden. Bomen zijn belangrijk en daarom verdienen ze goede bescherming. Om waardevolle bomen in Leiden nog beter te kunnen beschermen en bomen, zodal ze de biodiversiteit versterken en optimaalfunctioneren om de gevolgen van klimaatverandering op te vangen, stelt het college voor om de bomenverordening aan te passen en toekomstbestendig te maken.

Huidige bomenbeleid kent nadelen De huidige regels rond bomen zijn laatstelijk inhoudelijk vastgesteld in de Bomenverordening Leiden 2015 en de Nadere Regels uitvoering Bomenverordening 2015, versie februari 2018. Sinds 1 januari 2021 ziin deze regels onderdeel van de Verordening fysieke leefomgeving Leiden 2O21, voor de leesbaarheid van dit voorstel worden deze verder aangeduid als de "vigerende boomregels". Deze vigerende boomregels hebben geleid tot een grotere bewustwording van het belang van bomen bij planvorming in de stedelijke ontwikkeling en daarmee de positie van bomen in Leiden versterkt. Dit is positief. Het behoud van bomen is immers van vitaal belang voor onze

stad. ln de nu voorgestelde wijziging die is vervat in de Verordening tot wijziging van de Verordening fysieke leefomgeving Leiden 2021, onderdeel bomen, willen we dat bestendigen en verder uitbreiden. Voor de leesbaarheid van dit voorstel wordt de Verordening tot wijziging van de Verordening fysieke leefomgeving Leiden 2021, onderdeel bomen verder aangeduid als de "Wijzigingsverordening bomen". Tegelijkertijd leert de ervaring van de afgelopen jaren dat het huidige bomenbeleid ook enkele onvoorziene nadelen kent, die onbedoeld een negatief effect blijken te hebben op twee grote duurzaamheidsuitdagingen waar Leiden de komende decennia voor staat: klimaatadaptatie en behoud/stimulering van biodiversiteit. Een belangrijk voorbeeld: het huidige beleid staat het tijdig vervangen van zieke of slecht-groeiende ('kwarrende') bomen niet toe. Het resultaat

hiervan is dat schriele bomen, die door hun slechte conditie nauwelijks tot geen bijdrage leveren aan schaduwwerking, wateropvang of ecologische versterking, langdurig blijven

verpieteren. ln plaats daarvan willen we kiezen voor gezonde bomen die in hun plaats wél tot volle wasdom zouden kunnen komen en bovendien door de soortkeuze de biodiversiteit kunnen vergroten.

1

Huidige bomenbeleid mist kansen Behalve enkele negatieve effecten, mist het huidige beleid ook kansen. Zo ontbreken objectieve criteria voor de bescherming van (ecologisch) waardevolle bomen, zijn

waardevolle bomen op grond van derden nog volledig onbeschermd en is er geen leidraad die bij nieuwe aanplant helpt om een optimale soortkeuze te maken met het oog op klirlaataclaptatie, biodiversiteit en belevingswaarde. De huidigc Grocnc Kaart biedt ook onvoldoende bescherming omdat bomen door rechthebbenden bij elke update weer kunnen worden afgevoerd. De Wijzigingsverordening bomen introduceert een nieuwe werkwijze die beter aansluit bij de wens echt waardevolle bomen te beschermen. Met het nieuwe bomenbeleid heffen we derhalve de bestaande nadelen op en benutten we de kansen om de bijdrage die bomen in Leiden leveren aan klimaatadaptatie, biodiversiteit en CO2-reductie su bstantieel te vergroten.

Doel: Onder het motto'Meer bomen betere bescherming, betere bomen meer ruimte' kiest het college met de Wijzigingsverordening bomen daarom om: o waardevolle bomen beter te beschermen. Dit zijn de bomen die continurïeit in het

.

stedelijk landschap brengen en volop hun functie voor biodiversiteit en kl imaatadaptatie vervullen; de aanplant van ecologische soorten met functies voor biodiversiteit in alle keuzes die we maken bij onze inzet en beheer van bomen sterk te stimuleren (bv. waardplant

voor insecten met bessen of zaden én veiligheid voor vugels) etr daarmee de klimaatadaptiviteiV klimaatbestendigheid en biodiversiteit in de stad te verbeteren. Zodoende bereiken we met het nieuwe bomenbeleid de volgende twee inhoudelijke hoofddoelen: 1. betere bescherming van het Leidse bomenbestand, in het bijzonder van (ecologisch) waardevolle bomen, middels de introductie van objectieve criteria, de zogenaamde Groene Norm.

2. effectievere inzet van de Leidse bomen voor het bereiken van onze duurzaamheidsdoelen: klimaatadaptatie & biodiversiteit. Een bijkomend voordeel is dat deze aanpak gelijktijdig helpt om te komen tot een duurzaam betere financiële beheersbaarheid van het bomen- en groenbeheer, met name door efficiënter te gaan werken en een verbetering van de objectiviteit en overzichtelijkheid van processen. Aanvullend op de twee inhoudeiijke hoofddoelen benoemen we dit dan ook als een derde, afgeleid doel: 3. Versterken van de financiële beheersbaarheid van het bomen- en groenbeheer. De raad stelt zowel de verordening als het toelichtende en ondersteunende beleidskader vast om de genoemde doelen juridisch goed te borgen.

Kader:

o Bomenverordening Leiden 2015 inclusief Groen kaart (RV 15.0103) o Nadere regels uitvoering Bomenverordening Leiden 20í 5, versie februari 2018 (B en W nr. 18.0075)

. Beleidsakkoord 2018-2022 'Samen maken we de stad' o Leiden Biodivers en klimaatbestendig, Samen maken we Leiden groener! Uitvoeri ngsprogram ma 2020-2023 Rv. 20.0027 2

o Leiden gaat voor biodiversiteit: ecologisch advies Stadsecoloog en invulling college (BenW 20.0í30)

o Raadsvoorstel Groene Kansenkaart (RV. 19.0042) Overuvegingen: Met de eerder beschreven doelen in het hoofd behouden we de sterke elementen uit de oude verordening ook in deze nieuwe verordening, zoals dat elke boom in openbaar toegankelijk gebied bescherming geniet vanaf een stamdiameter van 14 centimeter. Wat beter kan of beter moet, gaan we anders organiseren. Hieronder worden de nieuwe aspecten van de verordening toegelicht met de overwegingen om het anders te doen. ln de bijlage: "Schematisch overzicht maatregelen ten opzichte van Bomenverordening 2015" is dit alles nog eens schematisch samengevat.

Kiezen voor: functionerende groenstrqcturen met optimate ktimaatadaptatie De vigerende boomregels schrijven voor zieke, 'kwarrende' en slecht aangepaste bomen te behouden. Alleen bij gevaarzetting, groot maatschappelijk belang en overlast kunnen bomen worden verwijderd. Het behoud van dergelijk bomen is echter duur en heeft een averechts effect op klimaatadaptatie en biodiversiteit. Uiteindelijkzal de boom verloren gaan en alle kosten die je maakt tot die tijd om de boom veilig te behouden zoals snoei en inspecties zijn loze investeringen. Bovendien hebben deze bomen een beperkte omvang van de bladmassa, verdampen ze minder water en dragen zodoende minder bij aan de doelstellingen voor biodiversiteit en kl imaatadaptatie. ln de Wijzigingsverordening bomen kiezen we voor de volledige groenstructuur in plaats van

de individuele boom als basis voor de regelgeving. Het goed functioneren van het ecosysteem als geheel zetten we centraal. De ondergrondse groeimogelijkheden van bomen in de stad zijn beperkt. ln een relatief kleine stad als Leiden komen veel belangen samen op een kleine oppervlakte, zoals verharding, riolering, kabels en leidingen; allemaal eisen ze hun plek op in de bodem. Het college wil investeren in verbetering van groeiplekken van bomen omdat zij met hun schaduw en verdamping van water de omgeving verkoelen en zo belangrijk bijdragen aan een prettig leefklimaat. We zien ons geconfronteerd met een warmer wordend klimaat dat ín de stad leidt tot

extremen in temperatuur en waterhuishouden. Extreme droogte en piekbuien wisselen elkaar af. Dit trekt een zware wissel op bomen in onze versteende omgeving. We zien dít terug in de beperkte levensduur van bomen in de smalle straten die Leiden ríjk is. Onder deze omstandigheden is het functioneren van de groenstructuur als geheel belangrijker dan het behoud van de individuele boom. Als een dergelijke structuurboom ziek wordt of verval vertoont is investeren in nieuwe bomen met groeiplaatsverbetering zowel efficiënter qua kosten als beter voor het functioneren van de groenstructuur voor klimaatadaptatie en biodiversiteit. Om hier actief op te kunnen handelen is een duidelijkere en minder omslachtige procedure wenselíjk. We kiezen er daarom voor om zieke, 'kwarrende' en slecht aangepaste bomen in de openbare ruimte te kunnen laten vervangen via een meldplicht. De meldplicht kan alleen worden gebruik met dit doel én als er direct ter plaatse

wordt herplant. ln alle andere situaties geldt nog steeds de vergunningplicht. Door het inzetten van nieuwe ecologisch waardevolle bomen met groeiplaatsverbetering scheppen we letterlijk ruimte voor nieuwe bomen met hoge (toekomst)waarde en die een grotere bijdrage kunnen leveren aan het opvangen van de gevolgen van klimaatverandering. Wordt niet aan 3

deze basisvoonruaarden zoals gesteld in art. 3.6.1.6 voldaan, dan wordt de melding afgewezen via een kapverbod en wordt de melder gewezen op de vergunningsplicht

Kiezen voor: Biodiversiteit en sterkere rol Ecologie ln de vigerende boomregels is geen rol weggelegd voor de ecologische waarde van een boom. Dit terwijl bomen in de stad de voornaamste dragers zijn van biodiversiteit. Vogels en insecten zijn afhankelijk van onze inheemse bomen voor hun voortbestaan. Daarom introduceren we met het nieuwe bomenbeleid de volgende instrumenten om de ecologische kwaliteit van het Leidse bomenbestand zelf te verbeteren en daarnaast de bomen een grotere bijdrage te laten leveren aan de leefomstandigheden voor andere soorten en daarmee de stedelijke biodiversiteit als geheel: 1. Register Ecologische Bomen, een leidraad en puntensysteem ten behoeve van een optimale ecologische soortkeuze bij nieuwe aanplant 2. Ecologische vervanging na melding

3. Slimmere keuzes bijverplanten 4. Dunnen als beheermaatregel in bosplantsoen 5. Biociiverse bestedingen Bomenfonds Deze vijf middelen worden hieronder nader toegelicht.

1. Reqister Ecologische Bomen Om cie biodiversiteit in de stacj te stimuieren moet de ecologisehe waarde van de boomsoort worden afgewogen. ln het ecologisch advies "Ecologische kansen in de gemeente Leiden, investeren in een basiskwaliteit natuur" heeft de stadsecoloog een lijst met houtige gewassen opgesteld die de voorkeur genieten bij aanplant. Deze lijst hebben we uitgebreid, na consultatie bij Naturalis als kenniscentrum voor biodiversiteit. Alle boomsoorten die in Leiden voorkomen hebben een ecologische waardering gekregen in het Register Ecologische Bomen. De invasieve exoten met beoordeling -1 worden niet meer aangeplant. Bomen met waardering 3-4 zijn de inheemse soorten bomen met rijke ecologische relaties in ons landschap. Deze bomen willen we extra beschermen en worden reeds met 70 iaar, doorgaans overeenkomend met een diameter van 70cm, aangewezen als waardevol. Met die status krijgen ze een extra stevige bescherming bovenop de basisbescherming die voor alle bomen al geldt met een stamdiameter van 14 centimeter of meer. Daarnaast krijgen deze ecologische bomen een meer vooraanstaande rol in compensatieplannen. De ecologisch waarde van compensatie moet daarin groter zijn dan 0 en zeker de helft van dit assortiment bestaat uit bomen met ecologische waarde van 2 of meer' Deze aanpak garandeert de inpassing van meer ecologische waardevolle bomen in de stad

zodaldeze meer biodiversiteit kan dragen.

2. Ecolooische vervanging na melding Het college kiest ervoor om voor 'gewone' bomen met bescherming (de zogenaamde 'functionele bomen', zie cat. 2a in het beleidskader) een meldplicht in te stellen zodat bomen

in lanen en straten, structuurbomen genoemd, bij overlast, kwarren en ziekte sneller kunnen worden vervangen. Kappen met melding kan alleen wannecr een boom 1 op 1 wordt vervangen om voornoemde redenen. ln alle andere gevallen blijft de vergunningplicht van kracht. Als een boom met een melding kan worden vervangen dan is dat door een boom van dezelfde of (liefst) een hogere ecologische kwaliteit. Die vervangende boom kan daardoor de rol van de verwijderde boom in het verbeteren van (de ecologische kwaliteit van) de

4

leefomgeving weer vervullen. Bij vervanging is van belang dat de functie van de

groenstructuur behouden blijft. Deze vorm van beheer houdt de uitvoerbaarheid en kosten beheersbaar. De meldplicht geeft een aanzienlijke verlichting in de regeldruk. Bovendien is het door de soortkeuze volgens het Register Ecologische Bomen een plus voor biodiversiteit

en klimaatadaptatie.

3. Slimmer verplanten Verplanten van bomen is een goede manier om bomen te kunnen behouden bij ruimtelijke ingrepen. Verplanten is echter ook risicovol en te vaak niet succesvol. Niet alle boomsoorten

verdragen verplanten even goed. Het zijn vaak juist exoten die verplanten goed doorstaan

teruijl we die liever vervangen voor exemplaren die bijdragen aan de biodiversiteit. Daarom stellen we verplanten alleen verplicht bij bomen met een ecologische waarde groter of gelijk aan 3 en waarbij de kosten van het verplanten niet hoger is dan de boomwaarde. Dit zorgt ervoor dat deze ingreep bijdraagt aan de doelstellingen van het college om biodiversiteit en klimaatadaptatie te versterken.

4. Dunnen noodzakeliik beheermaatreqel Dunnen is een noodzakelijke beheermaatregel in bosplantsoenen. Het vergroot de biodiversiteit omdat licht weer kan doordringen tot de bosbodem waar kruiden en struiken van

profiteren en gevolglijk ook alle fauna die afhankelijk zijn van deze planten. Ook neemt de kwaliteit van overgebleven bomen toe en blijft het bosplantsoen veilig voor bezoekers. De huidige bomenverordening kent geen bepaling voor dunnen. Hierdoor is dunnen feitelijk

onmogelijk, omdat het wordt gezien als reguliere kap en er daarom een compensatieplicht geldt. ln deze nieuwe bomenverordening definiëren we dunnen als een beheermaatregel in vastgestelde en openbaar beschikbaar gemaakte beheerplannen voor bosplantsoen. Hierdoor kunnen we onze bospercelen goed en tijdig onderhouden, blijven de kosten beheersbaar en is voor iedereen navolgbaar waat dunnen wel en niet is toegestaan

5. Biodiverse bestedingen reserve Bomenfonds Het bomenfonds functioneert als een garantiefonds (voorzieninq Bomenfonds) voor nieuwe boomaanplant na het ontwikkelen van projecten. Het is een financiële prikkel die we inzetten om compensatie van de boomwaarde in ruimtelijke ontwikkelingsprojecten te garanderen. Deze werking als garantiefonds blijft in de Wijzigingsverordening bomen ongewijzigd. Vanuit het projectbudget wordt de te compenseren boomwaarde ín het fonds gestort en kunnen de

projecten dit na realisatie terugvorderen na overleg van bescheiden die aantonen dat de compensatie heeft plaatsgevonden. Ook bij í00% herplant is de in het fonds gestorte boomwaarde vaak hoger dan de onttrokken sommen voor herplant. Compensatie van de volledige boomwaarde is niet altijd mogelijk. Deze som van resterende boomwaarde vervalt dan aan de reserve Bomenfonds. De huidige bomenverordening stelt dat de middelen uit deze reserve Bomenfonds moeten worden aangewend voor het maken van extra boomwaarde in de stad. Die opgave is niet altijd gemakkelijk in een stad zo verdicht als de onze. Bovendien zijn extra bomen niet altijd het

meest relevante antwoord op het gebied van klimaatadaptatie en biodiversiteit. Andere maatregelen zoals natuurvriendelijke oevers, ecologische beheerd kruidenrijk grasland, groene daken en houtige gewassen in de vorm van struweel spelen ook een belangrijke rol.

Daarom is het voorstel dat met deze nieuwe verordening de mogelijkheid ontstaat tot de inzet van de reserve Bomenfonds voor bomen en andere vormen van ecologisch waardevol groen.

5

Hiermee worden investeringen in andere ecologische waardevolle groene vormen van biodiversiteit en klimaatadaptie dan enkel bomen mogelijk gemaakt. Zodoende kunnen we sneller en beter een grote impact leveren op het versterken van de biodiversiteit in onze stad Besluiten over de inzet van de reserye Bomenfonds worden voorgelegd aan de gemeentera ad. Zo kan de Raad te allen tijde toetsen of het bestedingsvoorstel aan ander groen dan bomen in haar ogen daadwerkelijk de biodiversiteit voldoende stimuleert. Kiezen voor: Objectieve en Optimale bescherming - Groene Norm (obiectief) i.p.v. G roene Ka a ft (s u bjecti ef) De vigerende boomregels voorzien in een Groene Kaart waarop waardevolle bomen en boomstructuren staan aangegeven. De manier van aanmelden voor deze Groene Kaart heeft echter geleid tot grote willekeur in welke bomen zijn aangewezen als waardevol. Veel gelijke situaties kennen een verschillend beschermingsregime en het college vindt dit onwenselijk. De Groene Kaart is daarnaast de enige manier om bomen bij particulieren bescherming te bieden. De nadere regels 2018 geven echter de rechthebbende de mogelijkheid bij elke update van de Groene Kaart tromen weer van deze kaart te laten verwijderen. Hierdoor ontbreekt een gegarandeerde bescherming van waardevolle bomen bij particulieren.

Beide situaties staan haaks op de wens van het college echt waardevolle bomen in heel Leiden te kunnen beschermen. Het opstellen van de Groene Kaart is bovendien een complex en bureaucratisch proces met navenante kosten. Voorcirachten moeien worcjen verwerkt en beoordeeld, de kaart ingetekend en onderhouden. Dit is een arbeidsintensief proces wat

jaarlijks moet worden herhaald. De huidige Groene Kaart is dus geen doelmatige weergave van de waardvolle bomen en boomstructuren die we in Leiden extra willen beschermen. Het is niet wenselijk om te vast zitten aan een momentopname van het opstellen van de Groene Kaart. Het college stelt daarom met de Wijzigingsverordening bomen objectieve criteria op voor het aanwijzen van waardevolle bomen: de Groene Norm. Met deze Groene Norm kunnen we op een eenduidige en meetbare (omtrek) methode vaststellen of een boom waardevol is. Deze heldere, objectieve criteria zijn makkelijk te beoordelen, behoeven geen onderhoud of periodieke update en zorgen voor betere bescherming. De Groene Norm zorgt dus voor een versterking van de bescherming van het bomenbestand. Kort samengevat werkt deze norm als volgt. Alle bomen, ook op particulier terrein, van 80 jaar en ouder (wat veelal overeenkomt met een stamdiameter van 80cm) zijn waardevol en verdienen extra bescherming. Daarnaast zijn alle bomen in de Groene Hoofstructuur en in onze parken aangewezen als waardevol. Met deze criteria beschermt de Bomenverordening 2021 meer echt waardevolle bomen dan vta de oorspronkelijke Groene Kaart, doordat ook alle bomen van particulieren die aan de norm

voldoen beschermd zijn en gevrijwaard zijn van willekeur in de aanmeldingen en afvoeren zoals in de huidige Groene Kaart. De vigerende boomregels kennen geen regels voor het aanwijzen van waardevolle bomen bij particulieren.

Participatie ln voorbereiding op de Wijzigingsverordening bomen heeft participatie plaatsgevonden. De

Bomenbond Rijnland, de Universiteit Leiden en Woningbouwvereniging Ons Doel gingen in op onze uitnodiging voor ronde tafelgesprekken. ln twee rondes bespraken we dilemma's en oplossingen. ln de gespreken werden ideeën opgehaald en de oplossingsruimte verkend. O.a.: het belang van dunnen en de problematiek rond de Groene Kaarl 6

Dit heeft bijgedragen aan het vinden van oplossingen voor de dilemma's waar het bomenbeleid ons in de praktijk voor plaatst. Zie voor de uitgebreidere samenvatting van de resultaten en inpassing daarvan de bijlage: "Participatie Bomenverordening 2021". De Leidse Milieu Raad (LMR) heeft op verzoek van het college op 26 februari 2021 een reactie en advies op de concept Wijzigingsverordening bomen gegeven. ln de reactie onderschrijft de LMR de noodzaak om het beheer van het Leidse bomenbestand in de bredere context van klimaatadaptatie en versterking van de biodiversiteit te beschouwen. Bovendien heeft ze een reeks waardevolle aanbevelingen gedaan die de Wijzigingsverordening bomen versterkten. Met de meeste adviezen kon het college prima uit de voeten. Het advies heeft tot een aantal aanscherpingen geleid, zoals een scherpere terminologie en een duidelijkere beschrijving van de bescherming van bomen. Bovendien herkennen we in de adviezen van de LRM aanmoedigingen van diverse beleidslijnen, zoals het streven naar een heterogene aanplant, het behoud van waardevolle stronken en d u urzaa m hergebru k v an af gezaagde stam men/takken. i

Expert judgernenÍs Ter versterking van de nieuwe bomenverordening heeft het college tijdens de inspraakperiode zowel op juridisch als ecologisch vlak deskundigen gevraagd om een expert judgement te geven over het voorgestelde beleíd. Voor de juridische toets is landsadvocaat Pels Rijcken benaderd. Naturalis is gevraagd een second opinion te geven over het Register Ecologische Bomen. Uit deze consultaties volgde een bevestiging van de juridische respectievelijk ecologische grondslagen onder deze documenten. De 'expert judgements' zijn als bijlage opgenomen. Aanbevelingen ter aanscherping van het nieuwe beleid heeft het college overgenomen en verwerkt in het voorliggende voorstel, zie hieronder bij 'Zienswijzen' onder de kopjes'Register Ecologische Bomen' en 'Juridische grondslag'.

Zienswijzen Het college heeft in januari de Wijzigingsverordening bomen voor het indienen van zienswijzen vastgesteld. De aanvankelijke periode was tot en met 4 maart 2021. Begin maart hebben de Bomenbond en andere partijen een verzoek ingediend om de zienswijze termijn te verlengen omdat er nog behoefte was aan meer informatie en vanwege het recente verschijnen van een rapport van de Rekenkamer Commissie (RKC). Het college nam het signaal van deze partners vanzelfsprekend serieus. Het college heeft beaamd dat een duurzaam en toekomstbestendig boombeheer, gericht op een effectieve bijdrage aan klimaatadaptatie en biodiversiteit, per definitie een uitdagend thema is en daarmee ook deze bijbehorende verordening. Daarom heeft het college besloten in de inspraaktermijn met twee weken te verlengen. Gedurende deze periode heeft de gemeente ook een extra informatieavond aangeboden en georganiseerd voor het beantwoorden van vragen. Daarnaast zijn schriftelijk tweemaal een ruime hoeveelheid extra technische vragen beantwoord door de ambtelijke organisatie. Hiermee heeft het college de indieners van

zienswijzen van zo duidelijk mogelijke informatie willen voorzien zodat zij hun zienswijze zo goed als mogelijk kunnen doen. De deelnemers hebben veelal hun dank uitgesproken voor deze extra mogelijkheden om te reageren, toelichting te vragen en van gedachten te wisselen met de organisatie. Er zijn in totaal 64 zienswijzen binnengekomen. Deze grote betrokkenheid bij de

Wijzigingsverordening bomen juichen we toe. ln de Nota van Beantwoording (zie bijlage) heeft het college een reactie op opmerkingen en de punten uit de zienswijzen gegeven. Tevens zijn hierbij de consequenties voor de besluitvorming aangegeven. Graag geven we in

7

dit raadsvoorstel een kort overzicht van de voornaamste punten die hebben geleld tot wijzigingen ter versterking van de Wijzigingsverordening bomen: a

Doel meldpticht.We constateerden dat er veel onduidelijkheid is over de meldplicht. We voeren deels een meldplicht in. Die is alleen voor beheer en vervanging van zieke, 'kwarrende' en slecht aangepaste bomen in de openbare ruimte. De meldplicht kan alleen worden gebruik met dit doel én als er direct ter plaatse wordt herplant. Als niet aan de voonrvaarden wordt voldaan, legt het college een kapverbod op en wordt de melder gewezen op de vergunningsplicht. Met dit instrument kan derhalve geen boomplek verloren gaan. Alle kap als gevolg van stedelijke ontwikkeling, waarbij boomplaatsen ter plekke werkelijk in het geding zijn, blijven onder alle omstand igheden vergunningsplichtig.

a

Register Ecotogische Bomen. Er zijn veelvragen gesteld op welke uitgangspunten het Register Ecologische Bomen zich baseert. De lijst is gefundeerd op het sortiment boomsoorten dat reeds aanwezig is in Leiden. Daarnaast is bijVan de Berk (grootste handelaar in bomen in Nederland) de selectie die zij op de website aanprijzen voor hun ecologische bijdrage toegevoegd in de analyse. Hiermee zijn de meest relevante soorten in de praktijk voor bescherming en aanplant in de stad opgenomen. De ecolcgische waardering die .renrolgens is aanbracht bij deze soorten loopt van -1 (schadelijke exoot) tot +4 (ecologisch zeer waardevol). De beoordeling is gedaan door de ecologen van de gemeente Leiden. Daarnaast heeft het college om extra zekerheid en vertrouwen op te bouwen rond het ecologisch register een second opinion gevraagd bij Naturalis. Hun conclusie is dat het een goed afwegingskader is voor hei bepaien weike ecoiogisch waarcievoiie bomei-r extra bescherming gaan genieten en de voorkeur krijgen in compensatieplannen. Het Register Ecologische Bomen heeft naar aanleiding van de second opinion 4 kleine wijzigingen ondergaan, waaronder 2 foutjes met de Walnoot en Wilde Kardinaalsmuts die konden worden gerepareerd . Deze punten zijn aangepast in de lijst.

a

Juridische grondslag. Wij hebben advocatenkantoor Pels Rijcken gevraagd om een second opinion op de concept verordeningsregels en het beleidskader. ln algemene zin was het advies dat de regels en het beleidskader voldoen voor een goede bescherming van de groenstructuren en bomen in Leiden. Echter constateerden zij dat de teksten op punten nog aanvulling of verduidelijking behoefden. Met een aantal insprekers waren zijvan mening dat met name de meldplicht enige aanpassing en verduidelijking vergde. Ook de status van het Beleidskader als enerzijds toelichting op de verordeningsregels en anderzijds beleidsregels behoefde verduidelijking. Wij volgen het advies en hebben de betreffende punten in de concept verordeningsregels en beleidskader conform aangepast.

a

a

a

Groene Kaart yersus Groene Norm. Er zijn verschillende vragen gesteld over de motivatie rond de voorgestelde overstap naar de Groene Norm. De Groene Kaart biedt volgens het college ook na een update of herontwikkeling onvoldoende / geen gegarandeerde bescherming voor bomen. Daarom kiest het college voor een nieuw instrument. Zie voor verdere toelichting p.5 en 6 van dit raadsvoorstel' Wens inzicht en controle. Het college waardeert de grote betrokkenheid bij de bomen en bomenverordening. We staan positief tegenover de roep voor een meer transparant bomenbeleid maar tekenen tegelijk op dat een effectief en kostendekkend bomenbeleid alleen met enige mate van vertrouwen kan worden gedaan. Om daar aan te kunnen werken hebben wij de Wijzigingsverordening bomen nodig. Daarbij gaan we ook de interne processen verbeteren.

Bestedingen Reserve bomenfonds. Er zijn veel reacties gekomen op het voornemen van het college om de bestedingen van de reserve bomenfonds in het uiterste geval uit te breiden naar ook ander ecologisch waardevol groen.

8

Ook bij 100% herplant van bomen blijft er boomwaarde over. Dit vanwege het simpele feit dat oudere te kappen bomen op papier meer boomwaarde hebben dan nieuwe aanplant. Hoewel er dan dus evenveel bomen worden teruggeplant, is de waarde van de nieuwe bomen bij aanplant nog lager dan van de gekapte bomen. Die waarde groeit past door de jaren heen, naarmate de boom groeit. ln het Bomenfonds blijft dan dus resterende waarde over. Het college stelt voor om deze resterende boomwaarde-middelen in eerste instantie inzetten voor meer bomen elders in de stad. omdat (1) er nog veel reserves z\n, (2) extra bomen planten in een volle stad als Leiden lastig is en (3) het bovenliggende doel een meer ecologische en klimaatadaptieve stad is, kiest het college er voor om in het uiterste geval middelen ook te kunnen besteden aan ander waardevol ecologisch groen. Het strikt houden aan alleen bomen is niet productief en beperkt daarmee de slagkracht om de zo gewenste ecologische verbeteringen in de stad door te voeren. ln die uiterste gevallen waarin wordt voorgesteld om de middelen aan te wenden voor ander ecologisch groen dan bomen, wordt de raad altijd eerst geraadpleegd. Zijheeft hierover het eindoordeel, zodat zij altijd kan toetsen of het bestedingsvoorstel aan ander groen dan bomen in haar ogen daadwerkelijk de biodiversiteit voldoende stimuleert. a

SnoeÍen. ln de Wijzigingsverordening bomen is een gewijzigde tekst over snoeien opgenomen. Er zijn vragen gesteld over de achterliggende reden hiervoor. Het percentage vergunningsvrij snoeien wordt uitgebreid van 25 naar 40 procent. Snoeien wordt ook uitgevoerd binnen de richtlijnen Handboek Bomen van het Norminstituut Bomen. Deze richtlijnen vermelden onder welke omstandigheden en voonruaarden de uitzonderlijk hoge 40% snoeivan toepassing is. omdat de snoei daarin volgens landelijke en beproefde standaarden wordt beschreven is ook gezien de vragen van insprekers besloten om geen percentage opnemen in de verordening zelf maar te verwijzen naar deze landelijk erkende standaard.

Ra pport Reken ka m ercom m i s si e

De Rekenkamercommissie Leiden Leiderdorp (verder afgekort RKC) heeft onderzoek gedaan naar de werking van het Bomenfonds van de gemeente Leiden. Het onderzoek heeft de titel 'Bomen in Leiden, papier en praktijk' en is maandag22februari202l gepresenteerd. ln een collegebrief (zie bijlage) heeft het college per alinea uitgebreid reactie gegeven op de naar haar mening belangrijkste conclusies en gevolgen voor de beoogde besluitvorming. Graag benadrukt het college dat het advies van de RKC een bredere scope betreft dan het onderzoek naar het Bomenfonds. Op de opmerkingen van de RKC over deze Wijzigingsverordening bomen heeft geen ambtelijke wederhoor plaatsgevonden. Dat vinden wij spijtig, omdat de RKC haar opmerkingen over de nieuwe verordening helaas voor een belangrijk deel baseert op de onjuist aanname dat de meeste bomen in het nieuwe beleid niet langer vergunningsplichtig zouden zijn. Dat is niet het geval. ln principe geldt voor alle bomen met een stamdiameter van 14 centimeter de vergunningsplicht en geldt de meldplicht alleen in uitzonderingsgevallen en onder scherpe voorwaarden. ldealiter had de organisatie middels wederhoor de RKC hierop gewezen, zodal.zij de feitelijke basis onder haar advies hierop had kunnen aanpassen. De RKC heeft een aantal voorstellen gedaan die in de Wijzigingsverordening bomen zijn verwerkt.

Zo wordt in de Wijzigingsverordening bomen niet langer gewerkt met twee losse onderdelen (verordening vs. nadere regels) maar zijn deze samengevoegd en onderdeel van één door de raad vastgesteld besluit. Daarmee is ook de werking van de voorziening bomenfonds als garantiefonds voor herplant van boomwaarde goed belegd. Ten opzichte van de vigerende boomregels is dit het meest fundamentele aandachtspunt voor de verordening. Daarnaast heeft het college met de RKC vastgesteld dat er behoefte is aan meer inzicht over de aantalsontwikkeling van bomen in de stad in relatie tot het gevoerde beleid. Een simpele bomenbalans is echter niet toereikend, omdat zoals we eerder al vaststelden, we boomwaarde moeten vergelijken en we niet enkel 'stammetjes moeten tellen'. Daarbij

I

ontwtkkelen bomen zich continu. lnzicht in dê ontwlkkellng van het bomenbestand zal daarotrl ook inzicht moeten geven in de meerwaarde ervan voor met name klimaatadaptatie en biodiversiteit. Daarom onderzoekt het college momenteel de mogelijkheid om met nieuwe technieken, zoals luchtfoto's, de omvang en het verloop van het totale bomenbestand in Leiden beter in beeld te brengen. De volledige collegereactie op de aanbevelingen van de RKC is bijgevoegd als bijlage.

Financiën: De goedkeuring van de Wijzigingsverordening bomen heeft in zichzelf geen directe financiële consequenties. Wel heeft de Wijzigingsverordening bomen als bijkomend voordeel dat deze voor de toekomst bijdraagt aan een duurzaam betere financiële beheersbaarheid van het bomen- en groenbeheer, met name door efficiènter te gaan werken en een verbetering van de objectiviteit en overzichtelijkheid van processen. Dit heeft in eerste instantie geen directe financiële consequenties, maar helpt wel voorkomen dat in de toekomst kosten onevenredig toenemen. Met het goedkeuren van de Wijzigingsverordening bomen geeft de raad akkoord op het breder inzetten van de middelen van de reserve bomenfonds.

Evaluatie: ln de producten van de P&C cyclus geven wijvoortgang van het beleid weer. Het nieuwe Bomenbeleid wordt, mede naar aanleiding van het rapport van de Rekenkamercommissie (RKC), ook aangegrepen om de gemeentelijke administratieve organisatie aan te scherpen zodat bij vergunningverlening stevig is geborgd dat facturen uitgaan en er meer zicht wordt gehouden op de (tinanciêle) reallsatie van de compensatie bij bomenkap. Ook hierover rapporteren wij in de producten P&C cyclus.

Bijgevoegde informatie:Beleidskader met afweging voor aanwijzing en bescherming bomen Leiden

-

Concept Register ecologische bomen Schematisch overzicht maatregelen ten opzichte van Bomenverordening 2015

ParticipatieBomenverordening202l Nota van Beantwoording Bomenverordening 2021 met bijlage College brief met reactie op het Rekenkamercommissie-rapport 'Bomen in Leiden, papier en praktijk' Collegebrief met reactie op het advies van de Leidse milieuraad. Expert judgement Pels Rijcken Expert judgement Naturalis Gebundeldeinspraakreacties(VERTROUWELIJK) Verordening fysieke leefomgeving Leiden 2020 na wijziging onderdeel bomen

10

RAADSBESLUIT De raad van de gemeente Leiden: Gezien het voorstel van burgemeester en wethouders (Raadsvoorstel 21.0023 van 2021), mede gezien het advies van de commissie Leefbaarheid en Bereikbaarheid op 17 juni 2021,

BESLUIT

1. de Verordening tot wijziging van de Verordening fysieke leefomgeving Leiden 2020, onderdeel bomen vast te stellen; luidende als volgt:

Verordening tot wijziging van de Verordening fysieke leefomgeving Leiden 2020, onderdeel bomen. Artikel 1 Wijzigen verordening De Verordening fysieke leefomgeving Leiden 2020 wordt als volgt gewijzigd A. De volgende artikelen komen te vervallen

Hoofdstuk 2 Aanwijzingen in de fysieke leefomgeving Afdeling 2.4 Groen Paragraaf 2.4.í Groen kaart Artikel 2.4.1.3 Het voorstel tot aanwijzing of afuoer (nadere regels Bomenverordening) Artikel 2.4.1.4 Jaarlijkse vaststelling van de Groene Kaart (nadere regels Bomenverordening)

B. Hoofdstuk 2, Afdeling 2.4, Paragraaf 2.4.1, artikel 2.4.1.1 en artikel 2.4.1.2 komen als volgt te luiden:

Hoofdstuk 2 Aanwijzingen in de fysieke leefomgeving Afdeling 2.4 Groen Paragraaf 2.4.1 Groene Norm voor waardevolle bomen en boomstructuren Artikel 2.4.1.1 Aanwijzing waardevolle bomen 1. Het college stelt een Register Ecologische Bomen vast. 2. Alle aanwezige bomen in gemeente Leiden worden, voorafgaand aan activiteiten daaraan of het voornemen daartoe getoetst aan de in dit artikel onder lid 3 neergelegde aanwijscriteria, de Groene Norm. 3. Een boom is in ieder geval waardevol als deze voldoet aan tenminste één of meer van de volgende waarden, toegelicht in het Beleidskader met afwegingen voor Aanwijzing en bescherming bomen Leiden: a. monumentale waarde: op grond van leeftijd van minimaal 80 jaar of minimale grootte van 80 centimeter stamdiameter op 1,3 meter boven maaiveld (250 centimeter stamomtrek);

b. ecologische waarden: conform het Register Ecologische Bomen met minimaal 3 punten, met een minimale leeftijd van 50 jaar of minimale grootte van 50 centimeter stamdiameter op 1,3 meter boven maaiveld (125 centimeter stamomtrek); c. cultuurhistorische waarden: als herdenkingsboom, onderdeelvan monumentaal ' stadsgezicht, of in ensemble met monumentaal pand; d. bijzondere waarde: door de aanwezigheid binnen de gemeentegrenzen van Leiden van maximaal 10 volwassen exemplaren van de soort.

11

Artike I 2. 4. 1 . 2 Aanwiizing waardevolle boomstructure n

1. Alle aanwezige bomen in gemeente Leiden worden, voorafgaand aan activiteiten daaraan of het voornemen daartoe getoetst aan de in het Werkboek Groene Hoofdstructuur /^^r^\ r r:r..^^-i--^-- L^4 lltil, rJll,vuttililgDPt\rgtciltlltta (zu lo, (ill

itntn tnt4l zvzv--v4s

l.racahrarran veowrileYerr

^F^Àn6 vrvvrrv

l.rnnfr{cfrrtntttran rrvvrver,

2. Een boom is in ieder geval onderdeel van een waardevolle boomstructuur als deze: a. staat in een van de parken, zoals deze zijn vastgelegd in figuur 3.3 van

Uitvoeringsprogramma 2020-2023 - Leiden biodivers en Klimaatbestendig (RV

20.0027);

b. Onderdeel is van een van de in het Uitwerkingsplan Groene Hoofdstructuur (BW 1

S.01 48) beschreven ecologische hoofdstructuren;

c. Vermeld staat als boomstructuur of laan op de Groene Kaart (versie 2017) en gesitueerd zijn in de openbare ruimte in eigendom van de gemeente Leiden.

C. Hoofdstuk 3, Afdeling 3.6, Paragraaf 3.6.1, artikel 3.6.1.1 tot en met artikel 3.6.1.12 komen als volgt te luiden: 7

Hoofdstuk 3 Activiteiten in de fysieke leefomgeving Afdeling 3.6 Activiteiten met betrekking tot planten en dieren Paragraaf 3.6.1 Activiteiten met betrekking tot houtopstanden Artikel 3.6.1.1 Activiteiten met betrekking tot houtopstanden Deze paragraaf gaat over de activiteiten die een tenietdoende invloed hebben op de houtopstanden in gemeente Leiden. Deze activiteiten omvatien: a. het vellen van bomen; b. het direct of indirect onomkeerbaar aantasten van bomen. Artike t 3. 6. 1 . 2 V e rg u n ni ng s Bt i cht voor w aard evo lle h outo psta nd

1. Het is niet toegestaan om zonder vergunning van het college een boom die voldoet aan

de criteria voor waardevolle bomen of onderdeel is van een waardevolle boomstructuur in Leiden te vellen of te doen vellen. 2. Het verbod als bedoeld in het eerste lid geldt niet voor een houtopstand die moet worden geveld krachtens de Plantenziektenwet of krachtens een last onder bestuursdwang van het college. De bepalingen in deze verordening over herplant en schadevergoeding blijven daarbij van kracht. 3. Het verbod als bedoeld in het eerste lid geldt niet voor een houtopstand die slecht groeit ("kwarrende boom"). Artiket 3.6.1.3 Vergunningsplicht voor vellen van houtopstanden in van een boomstructuur Het is niet toegestaan om zonder vergunning van het college een als zodanig te

1.

herkennen boomstructuur voor geheel of gedeeltelijk te vellen;

2. Het bepaalde in het eerste lid geldt cumulatief voor alle vellingen binnen een als eenheid te herkennen boomstructuur binnen 1 groeiseizoen.

3. De vergunningsplicht zoals bedoeld in het eerste lid wordt omgezet in een meldplicht als

bedoeld in artikel 3.6.1.6 van deze verordening als het gaat om een individuele boom in een boomstructuur die verwijderd wordt in het kader van overlast of veiligheid, niet zijnde een ruimtelijke ontwikkeling, en met het venvijderen van die boom het structuurverband niet verslechtert, ook met inachtneming van het tweede lid. 4. Het verbod als bedoeld in het eerste en tweede geldt niet voor een houtopstand die moet worden geveld krachtens de Plantenziektenwet of krachtens een last onder bestuursdwang van het college. De bepalingen in deze verordening over herplant en schadevergoeding blijven daarbij van kracht. Artikel 3.6.1.4 Vergunningsplicht voor bomen in de openbare ruimte

1. Het is niet toegestaan om zonder vergunning of melding als bedoeld in deze paragraaf

een boom in de openbare ruimte met een omtrek van 45 centimeter, gelijkstaand aan een diameter van 14 centimeter, of groter te vellen of te doen vellen.

12

2. Het is niet toegestaan om zonder vergunning van het college een boom te vellen of te doen vellen die op grond van artikel 3.6.1.8, lid 2, sub f en / of artikel 3.6.1.12 is geplant (herplantplicht) als deze nog niet de omvang heeft bereikt als bedoeld in artikel 3.6.1.4,

lid 1.

3. Het verbod als bedoeld in het eerste en tweede lid geldt niet voor een houtopstand die moet worden geveld krachtens de Plantenziektenwet of krachtens een last onder

bestuursdwang van het college. De bepalingen in deze verordening over herplant en schadevergoeding blijven daarbij van kracht. 4. Het verbod als bedoeld in het eerste en tweede lid geldt niet voor een boom die onderdeel is van een compensatieplan en die binnen 3 jaar na aanplant niet is aangeslagen, zoals bedoeld in artikel 3.6.1 .10, lid 2 van deze verordening.

Artikel 3.6.1.5 Vergunningsplicht voor houtopstanden bij (her)ontwikkelingen in de openbare ruimte 1. Het is niet toegestaan om zonder vergunning van het college in het kader van een activiteit zoals bedoeld in afdeling 3.2 en 3.4 van deze verordening een houtopstand in openbaar toegankelijke ruimte of in ruimte die na de ontwikkelactiviteiten wordt overgedragen naar de openbaar toegankelijke ruimte, te vellen of te doen vellen.

2. Het verbod als bedoeld in het eerste lid geldt niet voor een houtopstand die moet worden geveld krachtens de Plantenziektenwet of krachtens een last onder bestuursdwang van het college. De bepalingen in deze verordening over herplant en schadevergoeding blijven daarbij van kracht.

Artikel 3.6.1.6 Meldplicht voor vellen van houtopstanden in de openbaar toegankelijke ruimte 1. Voor het vellen van een houtopstand in de openbaar toegankelijke ruimte geldt een meldplicht, mits het niet betreft: a. Het vellen van meer dan 30 procent van een als zodanig te herkennen boomstructuur; of

b. vellen van een houtopstand in de openbaar toegankelijke ruimte of in ruimte die na de ontwikkelactiviteiten wordt overgedragen naar de openbaar toegankelijke ruimte als onderdeel van een activiteit zoals bedoeld in afdeling 3.2 of 3.4. c. Een houtopstand die moet worden geveld krachtens de Plantenziektenwet of krachtens een last onder bestuursdwang van het college. De herplantplicht als bedoeld in artikel 3.6.1.10 blijft hierbij van toepassing. 2. De melding dient tenminste 4 weken voor aanvang van het vellen bij het bevoegd gezag te zijn ingediend. De reactie van het bevoegd gezag op iedere melding wordt tijdig gepubliceerd. 3. Bij de melding worden gegevens en bescheiden overlegd waaruit blijkt dat de activiteiten ruimtelijke inpasbaar zijn. De gegevens omvatten ten minste: a. Een plaatsaanduiding van de betreffende houtopstand; b. Bij vellen uit veiligheid of beheerbaarheid vanwege sterk teruglopende kwaliteit of conditie een afschrift van een recente boomveilígheidscontrole of een boomveiligheidsrapportage , in opdracht van de aanvrager opgesteld door een ETT-er of gelijkwaardig niveau; c. Bij vellen uit oogpunt van waterveiligheid van een waterkering binnen gemeente Leiden een afschrift van een recente gemotiveerde negatieve beoordeling hiervan opgesteld door een daarvoor gecertificeerde part| in opdracht van de beheerder van de waterkering. d.

Bijvellen vanwege overlast de afhandeling van de overlastmelding conform de daarvoor vastgestelde beleidsnota 'Versterken en verbinden van groen in Leiden', met de bijlage 'Overlast van bomen?'; e. Een compensatieplan met beschrijving van de wijze waarop de te veruvijderen houtopstand passend wordt gecompenseerd, binnen welke termijn, met welke boomsoort en welke groeiplaatsinrichting, mits het niet betreft het voor de eerste keer knotten of kandelaberen, of een beheermaatregel. Voor deze compensatie gelden de voorschriften zoals benoemd in artikel 3.6.1.12. 4. Het college kan aan de melding voorschriften verbinden die zien op het moment van herplant, de nazorg van de aanplant en de vervanging bijaanplant die niet aanslaat. 5. Het college zal indien de melding niet voldoet aan het in dit artikel gestelde eisen een kapverbod opleggen. 13

Artiket 3.6.1.7 lndienen aanvraag kapvergunning voor waardevolle houtopstand en bii

aantasting boomstructuren 1. Een riergunning als bedoeld in artikel 9.6.1.2 en artikel 3.6.1 .3 wordt aangevraagd door de rechtÍebOeÀde of gemachtigde daarvan van de betreffende houtopstand' 2. De aanvrager levert bii de aanvraag in ieder geval de volgende stukken en documenten: a. een kaart waalop de betreffende houtopstand en de huidige situatie zijn aange9even;

b. welk maatschappelijk belang van de aanvrager zwaarder weegt dan het belang

van het in stand nouden van de houtopstand op grond van de waarden als bedoeld in artikel 2.4.1.1, derde lid; c. welke alternatieven voor het behouden van de houtopstand zijn onderzocht en niet houdbaar ziin bevonden; d. een afschrift van een recente boomveiligheidscontrole, in opdracht van de aanvrager uitgevoerd door een boomtechnisch deskundige met certificaat als ETT of gelijkwaardig, als de aanvraag is ingediend voor vellen uit veiligheid of beheerbaaineid vanwege sterk teruglopende kwaliteit of conditie, gelet op het belang van het voorkomen van letsel of ernstige schade, of een afschrift van een recenie gemotiveerde negatieve beoordeling hiervan opgesteld door een . daarvoor gecertificeerde partij in opdracht van de beheerder van de waterkering; e^-on Lllvvr trfr.onÍ analrreo nf neliikwaardia technisch onderzoek waaruit blijkt dat ggll uulllEll lt. ^rrslJsv de bomen niet duurzaam behouden kunnen blijven; f. Een compensatieplan (artikel 3.6.1.12) met voorstel voor duurzame, kwalitatieve compensatie, conform beleid, van de verloren gaande houtopstand, door middel van gelijkwaardige herplant en/of financiële compensatie. De kwaliteit wordt nepaátC- aan de Éanci van cje mate waarop cie herpiant bijdraagt aan ecologie, klimaat en beeldkwaliteit. 3.

Voor de financiêle compensatie van het herplanten van een te vellen houtopstand wordt de rechthebbende daarvan gevraagd om een berekening van de actuele vervangingskosten van de houtopstand aan de aanvraag toe te voegen. Artiket 3.6.1.8 tndienen aanvraag kapvergunning voor bomen en houtopstanden bii

(her)ontwikketingen in (na geptande overdracht) openbaar toegankeliike ruimte i. Ê"n u"rgunning ats beáoeld in artikel 3.6.í.4 en artikel 3.6.1.5 wordt aangevraagd door de rechtheboenoe of gemachtigde van de betreffende houtopstand. 2. De aanvrager levert Uí; Oe aanvraag in ieder geval de volgende stukken en documenten: a. een kaart waalop de betreffende houtopstand en de huidige situatie zijn gekapt; aangegeven, en waarop te zien is waarom de houtopstand moet worden b. welk maatschappelijk belang van de aanvrager zwaatdq weegt dan het belang van het in stand houden van de houtopstand; c. welke alternatieven voor het behouden van de houtopstand zijn onderzocht en niet houdbaar ziin bevonden; d. een afschrift van een recente boomveiligheidscontrole, in opdracht van de aanvrager uitgevoerd door een boomtechnisch deskundige met certificaat als ETT of-gelijkwaardig, als de aanvraag is ingediend voor vellen uit veiligheid of beheerbaarheid vanwege sterk teruglopende kwaliteit of conditie, gelet op het belang van het voorkomen van letsel of ernstige schade, of een afschrift van een recenie gemotiveerde negatieve beoordeling hiervan opgesteld door een . daarvooigecertificeerde partij in opdracht van de beheerder van de waterkering; e. een Bomen Effect Analyse of gelijkwaardig technisch onderzoek waaruit blijkt dat de bomen niet duurzaam behouden kunnen blijven; f.

een kwalitatief compensatieplan, conform artikel3.6.1.12. De kwaliteitwordt bepaald aan de hand van de mate waarop de duurzame herplant bijdraagt aan ecologie, klimaat en beeldkwaliteit. 3. Voor de finanóiete compensatie van het herplanten van een te vellen houtopstand wordt de rechthebbende daarvan gevraagd om een berekening van de actuele vervangingskosten van de houtopstand aan de aanvraag toe te voegen.

14

Artikel 3.6.1.9 Criteria voor weigering vergunning velten beschermde houtopstanden 1. Een vergunning wordt geweigerd als de belangen niet opwegen tegen de van toepassing zijnde waarden van de houtopstand als waardevolle boom of als een als zodanig te herkennen boomstructuur, zoals bedoeld in artikel 2.4.1.1en artikel 2.4.1.2 van deze verordening.

2. Een vergunning kan worden geweigerd als naar boomtechnisch deskundige maatstaven: a. De mogelijkheden en/of alternatieven voor duurzaam behoud niet voldoende gemotiveerd zijn onderzocht;

b. De reden van de aanvraag verband houdt met mogelijke gevaarzetting en dit niet voldoende gemotiveerd wordt aangetoond.

c. Het compensatieplan niet voldoende voorziet in een duurzame bijdrage aan ecologie, klimaat en beeldkwaliteit, conform het Beleidskader met afirvegingen voor Aanwijzing en bescherming bomen Leiden.

Artikel 3.6.1.10 Biizondere voorschriften bij vergunning en melding; her- en verplanten, storting Bomenfonds 1. Aan de vergunning en bij melding wordt het voorschrift verbonden dat herplant moet plaatsvinden volgens het compensatieplan. Het college geeft bij een vergunningverlening hiervoor een termijn, welke ten laatste in het eerstvolgende plantseizoen is, en aanwijzingen voor de manier waarop de herplant moet plaatsvinden. 2. lndien een plicht tot herplant wordt opgelegd dan dient de vervangende herplant tenminste drie jaar afdoende nazotg te krijgen. Wanneer de herplant niet aanslaat, dient deze binnen een jaar te worden vervangen op de aangegeven manier. Voor elke nieuwe vervanging geldt opnieuw drie jaar nazorg. 3. Als bij een vergunning niet ter plaatse, op hetzelfde perceel of in de nabije omgeving kan worden herplant met bomen van kwalitatief vergelijkbare waarde, wordt als voorschrift opgenomen dat een financiële bijdrage in het Bomenfonds moet worden gestort. Deze bijdrage is gelijk aan de actuele vervangingskosten. 4. Van het opleggen van een verplantverplichting kan door het college worden afgezien voor bomen met ecologische waarde minder dan 3 of wanneer de kosten van het verplanten hoger zijn dan de actuele vervangingskosten. De compensatieverplichtingen blijft onverminderd van kracht. 5.

Van het opleggen van een compensatieverplichting zoals beschreven n artikel 3.6.1.12 kan door het college worden afgezien als het gaat om het vellen van een houtopstand in een boomstructuur in het kader van bestendig beheer.

Artikel 3.6.1 .11 Herplant-/instandhoudingsplicht bij vetlen zonder vergunning 1. Als een houtopstand zonder vergunning of melding is geveld teruvijl daar wel een vergunning of melding voor nodig was, kan het college bij een last onder dwangsom de verplichting opleggen aan de overtreder om te herplanten. De herplant vindt plaats volgens de bij een last onder bestuursdwang aangegeven manier en binnen de aangegeven termijn. Deze verplichting wordt opgelegd aan de rechthebbende van de gevelde houtopstand en/of degene die de houtopstand heeft geveld of heeft laten vellen. 2. Als er niet fysiek kan worden herplant, moeten de actuele vervangingskosten van de gevelde houtopstand, berekend met behulp van de meest actuele richtlijnen van de NVTB door een bijde NVTB aangesloten taxateur van bomen, als financiële bijdrage worden gestort in het Bomenfonds, inclusief de taxatiekosten. 3. Bij de verplichting als bedoeld in het eerste lid, wordt bepaald dat wanneer de herplant niet aanslaat, dat deze binnen één jaar moet worden vervangen op de aangegeven manier, en dat nazotg geldt conform artikel 3.6.1.10 lid 2. 4.

Als het voortbestaan van een als waardevol te beschouwen houtopstand bij (her)ontwikkelingen in (na geplande overdracht) openbaar toegankelijke ruimte wordt bedreigd door menselijk handelen, kan het college aan de rechthebbende van de houtopstand, of aan degene die op een andere manier bevoegd is voorzieningen te treffen, in het kader van de op te leggen last onder bestuursdwang, de verplichting opleggen om: a. De activiteiten die de bedreiging veroorzaken onmiddellijk te stoppen en een onherroepelijk geworden omgevingsvergunning voor de activiteit vellen te hebben, voordat de activiteiten mogen worden voortgezet;

15

b. Volgens de aangegeven manler en binnen de aangegeven termijn voorzieningen

te treffen die de bedreiging wegnemen; c. De activiteiten die de bedreiging veroorzaken onmiddellijk te stoppen en een Bomerr EtÍect Analyse of gelijkwaardig technisch ondcrzoek op te stellen en aan het college voor te leggen; d. De schaàe die wordt veroorzaakt aan bomen die eigendom zijn van de gemeente te vergoeden door het bedrag van een boomschade-taxatie, berekend met behulp van de meest actuele richtlijnen van de NVTB door een bij de NWB aangesloten taxateur van bomen, door overtreder te laten vergoeden door een storting in het Bomenfonds, inclusief de taxatiekosten. Artikel 3.6. 1 . 1 2 I nhoud compensatieplan

1. Een compensatieplan maakt deel uit van de te verlenen omgevingsvergunning of wordt toegevoegd aart de rnek"lirrg voor het vellen van een houtopstand'

2. ln het compensatieplan wordt het volgende bepaald: a. Waar zal worden herplant, op hetzelfde perceel of in de nabije omgeving,

aangegeven op een voldoende gedetailleerde kaart; b. Een omschrijving van de te herplanten houtopstand (soortnaam, maatvoering), inclusief een aaÀduiding van de ecologische waarde daarvan conform de lijst van Register ecologische bomen ; n Fon nnaorhnr nrvinn dat de vv kwalitatieve waarde van de aanplant verbetert ten opzichte rv ve! lvvl vvuvrrr Lvl I vl w. van de te vellen hóutopstand, gebaseerd op ecologische waarden, waarde voor klimaatadaptatie, waarde voor een functionele aankleding van de directe leefomgeving; d. Een omschrijving van de groeiplaats (bovengronds en ondergronds) met oncjerbouwing ciát cieze gioeipiaats van voidoende kwaiiiatieve waai"de is om de te herplanten houtopstand, conform het gestelde wenselijke eindbeeld ter plaatse, duurzaam te handhaven; e. Een beheerplan voor de eerste drie jaren, gerekend vanaf de aanplant, waarin onder andere de termijn voor de eerste aanplant, inboetperioden, aanwijzingen voor plantgatvoorberêiding, verzorging- en groeibevorderende maatregelen, welk plantmateriaal, welke soort, de stamomtrek en het aantal is opgenomen; f. indien sprake is van kap van 30 procent of meer van een als eenheid te herkennen structuur, de wijze waarop fasering van de kap en herplant over meerdere groeiseizoen en zal worden toegepast.

D. ln Hoofdstuk 3, Afdeling 3.6, Paragraaf 3.6.1 een Artikel 3.6.1.í 3 toe te voegen dat luidt als volgt:

Hoofdstuk 3 Activiteiten in de fysieke leefomgeving Afdeling 3.6 Activiteiten met betrekking tot planten en dieren Paragraaf 3.6.í Activiteiten met betrekking tot houtopstanden Artiket 3.6.1.13 Bestriiding iepziekte en andere boomziekten

1. Als op een erf of ierrein één of meer iepen zich bevinden die volgens het college gevaar

opleveren voor het verspreiden van de iepziekte of voor vermeerdering van de iepenspintkever, is de rechthebbende die daarvoor door het college is aangeschreven verplicht binnen de daarvoor gegeven termijn: a. De iepen te vellen als deze in de grond staan; b. De iepen ter plaatse te ontschorsen en de schors te vernietigen, of; c. De niet ontschorste iepen of delen daarvan te vernietigen of te behandelen zodat de verspreiding van de iepziekte wordt voorkomen. is niet toegestaan gevelde iepen of delen daarvan te hebben of te vervoeren, met Het 2. uitzondering vàn geneet ontschorst iepenhout en op iepenhout met een doorsnede van minder dan 4 centimeter. 3. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod als bedoeld in het tweede lid.

16

E. Hoofdstuk 4, Afdeling 4.1, Paragraaf 4.1 .1, artikel 4.1 .1 .1 en 4.1 .1 .2 komen als volgt te luiden:

Hoofdstuk 4 Beheer en onderhoud Afdeling 4.1 Groen Paragraaf 4.1.1 Activiteiten bij of aan bomen Artikel 4.1.1.1 Toegelaten activiteiten aan bomen Activiteiten aan bomen zijn toegestaan als deze geen afbreuk doen aan de doelstellingen zoals bedoeld in artikel 1.3 van deze verordening of als instandhouding niet verantwoord is vanwege kans op letsel of schade aan personen of goederen. Tot deze activiteiten behoren a. activiteiten die betrekking hebben op bestendig beheer, conform de actuele versie van het Handboek Bomen van het Norminstituut Bomen, en b. activiteiten in het kader van de Plantenziektewet. Artikel 4.1.1.2 kabel en/of leidingwerkzaamheden in de nabijheid van bomen 1. Bij kabel en/of leidingwerkzaamheden in de nabijheid van bomen wordt de minimale graafafstand tot stabiliteitskluit conform de actuele versie van het Handboek Bomen van het Norminstituut Bomen in acht genomen; 2. De schade aan bomen wordt achteraf vastgesteld op basis van de meest actuele richtlijnen van de NWB (Nederlandse vereniging van Taxateurs van Bomen). De aansprakelijkheidsstelling voor de schade vindt plaats conform het civiele aansprakelijkheidsrecht. Het totale schadebedrag wordt opgebouwd uit de getaxeerde schade inclusief taxatiekosten, beredderingskosten en overige bijkomende kosten zoals voor verhalen van schade.

F. ln Hoofdstuk 4, Afdeling 4.1, Paragraaf 4.1.1., een artikel 4.1.1 .3 toe te voegen dat luidt als volgt: Artikel 4.1.1.3 activiteiten in de nabijheid van bomen 1. lndien in de nabijheid van houtopstanden werkzaamheden gaan plaatsvinden die duurzaam behoud van de houtopstand nadelig kunnen beïnvloeden, is de uitvoerder verplicht van de werkzaamheden een Boom Effect Analyse (standaard beoordeling van de gevolgen voor houtopstanden bijvoorgenomen bouw-, aanleg-, of herinrichtingsprojecten) op te stellen voorafgaand aan de werkzaamheden en de daaruit voortvloeiende maatregelen met betrekking tot bescherming van de houtopstand op te volgen. 2. Bij de uitvoer van de werkzaamheden dienen de richtlijnen van de actuele versie van het Handboek Bomen van het Norminstituut Bomen in acht genomen te worden. 3. Bijaangerichte schade ten gevolge van de aanleg, instandhouding en opruiming van werkzaamheden in de nabijheid van bomen, laat gemeente Leiden het herstel verrichten door een door de gemeente geselecteerde aannemer. De marktconforme kosten worden aan de uitvoerder doorberekend. De uitvoerder wordt hiervan vooraf (schriftelijk of per mail) op de hoogte gebracht door de gemeente Leiden; 4. De schade aan bomen wordt achteraf vastgesteld op basis van de Richtlijnen NWB (Nederlandse Vereniging van Taxateurs van Bomen).

De aansprakelijkheidsstelling voor de schade vindt plaats conform het civiele aansprakelijkheidsrecht. Het totale schadebedrag wordt opgebouwd uit de getaxeerde schade inclusief taxatiekosten, beredderingskosten en overige bijkomende kosten zoals voor verhalen van schade.

G. ln Hoofdstuk 4, Afdeling 4.1 een Paragraaf 4.1 .2loe te voegen die luidt als volgt: Paragraaf 4.í.2 Boomveiligheidscontrole en beheerplan Arti ke I 4. 1 . 2. 1 Prog ra m m a boo mve i I ig he id scontro le 17

1. Het college stelt een programma boomveiligheidscortlrule vast. 2. Het programma betreft vier uitvoeringsjaren en vier verschillende stadsdelen. 3. Per uitvóeringsjaar wordt binnen het aangewezen stadsdeel de boomveiligheidscontrole in opdraclrt van het college uitgevoerd.

4. Het jaarprogramma betreft de houtopstanden in eigendom van de gemeente' Artikel 4.1.2.2 lnhoud van een beheerplan

1. Het beheerplan geeft per onderdeel of type beplanting aan hoe vaak bestendig beheer

plaatsvindt, in welke tijd van het jaar, en of er gefaseerd wordt gewerkt. Ook kunnen voorschriften worden opgenomen voor compensatiemaatregelen. 2. Het beheerplan moet door het college worden goedgekeurd voordat het voor het uitvoeren van bestendig beheer kan worden gebruikt.

H. Hoofdstuk 5, Afdeling 5.1, Paragraaf 5.1.1, artikel 5.1.1.1 tot en met artikel 5,1.1.4 komen

als volgt te luiden:

Hoofdstuk 5 Financiële bepallngen Afdeling 5.í Groen Paragraaf 5.í.1 Bomenfonds Artikel 5.1.1.1 Bomenfonds 1

. ln het door Gemeenteraad ingestelde Bomenfonds (RV 12.0085) worden financiële gestori cioor: bijciragen a. Vèrgunninghouders ter uitvoering van een voorschrift dat is opgenomen in de omgevingsvergunning voor het vellen van een houtopstand;

b. ReCnthebbenden en/of overtreders in situaties als bedoeld in artikel 3.6.1.1í, tweede lid.

2. Als aan de omgevingsvergunning of de melding voor het vellen van een houtopstand het voorschrift is vórbonden dat de waarde van de houtopstand geheel of gedeeltelijk moet worden gecompenseerd, dan moet deze financiële compensatie in het Bomenfonds worden gestort. 3. Het college beheert het Bomenfonds. 4. Het Bomènfonds wordt gebruikt voor de versterking van het bomenbestand en andere vormen van ecologisch waardevol groen in de stad. Artikel 5. 1 . 1 .2 Financiële compe nsatie

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10310931/1