CConstaterende datLeiden
Koppel je AI →
Document · PDF

Vastgesteld besluit bij RV 21.0021 Vaststellen tweede tranche van de Verordening fysieke leefomgeving (incl. erratum)

Gemeenteraad 29 april 2021, gemeente LeidenBij agendapunt: RV 21.0021 Vaststellen tweede tranche van de Verordening fysieke leefomgeving16.651 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

1. De leidingexploitant is verplicht de leidingen te verwijderen binnen een door het college te bepalen termijn na het verlopen, opzeggen of geheel of gedeeltelijk intrekken van de vergunning. 2. De artikelen 3.7.2.1, 3.7.2.8, 3.7.2.9, 3.7.2.10 en 3.7.2.11 zijn van overeenkomstige toepassing op de verwijderingen als bedoeld in het eerste lid. Paragraaf 3.7.3 Rioleringen Artikel 3.7.3.1 De aanvraag voor een aansluiting (Rioolverordening) 1. Een nieuwe aansluiting of een wijziging van een bestaande aansluiting moet bij de gemeente worden aangevraagd door de rechthebbende van het betreffende perceel. 2. Als er werkzaamheden in de openbare weg nodig zijn bij de uitvoering van de aanleg of wijziging van de aansluiting van het particulier riool op de openbare riolering, of bij de verwijdering van een bestaande aansluiting als bedoeld in artikel 3.7.3.2, worden deze alleen door of namens de gemeente uitgevoerd. De kosten daarvan zijn op basis van de werkelijke kosten geheel voor rekening van de rechthebbende. 3. De uitvoering van de aanleg of wijziging van de aansluiting door of namens de gemeente vindt alleen plaats als het aan te sluiten riool tot aan het aansluitpunt aanwezig is, en als het voldoet aan de daaraan te stellen eisen. 4.

De datum en de voorlopig begrote kosten van de aanleg of wijziging van de aansluiting worden zo snel mogelijk na het ontvangen van de aanvraag vastgesteld en aan de rechthebbende meegedeeld. Bij het vaststellen van het tijdstip voor de uitvoering wordt zo veel mogelijk met de wensen van de rechthebbende rekening gehouden. 5. Pas als de voorlopig begrote kosten door de rechthebbende aan de gemeente zijn betaald en door de gemeente zijn ontvangen, gaat de gemeente de feitelijke werkzaamheden uitvoeren. 6. Als de werkzaamheden zijn uitgevoerd worden de werkelijke kosten daarvan vastgesteld in een definitieve afrekening. Deze worden verrekend met de voorlopig begrote kosten die door de rechthebbende zijn betaald. Artikel 3.7.3.2 (Sloop)werkzaamheden, verwijdering aansluiting (Rioolverordening) 1. Bij sloopwerkzaamheden of andere werkzaamheden op een perceel dat op het openbare riool is aangesloten, moet de rechthebbende voorzieningen treffen aan de particuliere afvoerleiding zodat verzanding van het openbare riool en de perceelaansluitleiding wordt voorkomen. 2. De gemeente heeft de bevoegdheid de aansluiting op het openbare riool af te sluiten als de rechthebbende niet voldoet aan de zorgplicht als bedoeld in het eerste lid. De kosten daarvan zijn voor rekening van de rechthebbende. 3.

De rechthebbende is verplicht de gemeente op de hoogte te stellen als het gebruik van de perceelaansluitleiding definitief wordt beëindigd. 4. De gemeente verwijdert de aansluiting als het gebruik van een aansluiting van een particulier riool op de openbare riolering definitief wordt en/of is beëindigd. De kosten daarvan zijn voor rekening van de rechthebbende. Artikel 3.7.3.3 Storingen (Rioolverordening) 1. Bij een verstopping, lekkage of een andere storing in de particuliere afvoerleiding onderzoekt de rechthebbende of de gebruiker of het gaat om een storing in de particuliere afvoerleiding (terreinleiding) of in de perceelaansluitleiding. Aan de perceelaansluitleiding mogen onder geen enkele voorwaarde werkzaamheden worden uitgevoerd zonder voorafgaande toestemming van de gemeente. 2. Als uit het onderzoek bedoeld in het eerste lid blijkt dat er sprake is van een verstopping of storing in de perceelaansluitleiding, of van een verstopping of storing als gevolg van Pagina 22 van 37

inspoeling vanuit het openbare riool, neem de rechthebbende of de gebruiker met de gemeente contact op voor het verrichten van de noodzakelijke werkzaamheden. De ontstoppingsvoorziening moet worden vrijgehouden totdat deze werkzaamheden zijn verricht. Als de rechthebbende of de gebruiker zelf aan een derde de opdracht geeft om werkzaamheden te verrichten, zonder dat de gemeente voorafgaand toestemming heeft gegeven, komen de kosten daarvan voor rekening van de rechthebbende of de gebruiker. 3. Als uit het onderzoek bedoeld in het eerste lid blijkt dat er sprake is van een verstopping, lekkage, breuk of storing in de particuliere afvoerleiding moet de rechthebbende of de gebruiker deze zelf verhelpen. De kosten daarvan zijn voor de rechthebbende of de gebruiker. 4. Als er sprake is van een verstopping of storing als bedoeld in het tweede lid, moet de rechthebbende of de gebruiker, voordat de gemeente met de werkzaamheden start, schriftelijk akkoord gaan met de voorwaarde dat de kosten van die werkzaamheden aan de rechthebbende of de gebruiker in rekening worden gebracht als blijkt dat deze kosten voor de rechthebbende of de gebruiker zijn. F.

In Hoofdstuk 4, Afdeling 4.2, Paragraaf 4.2.1 een artikel 4.2.1.2 toe te voegen dat luidt als volgt: Hoofdstuk 4 Beheer en onderhoud Afdeling 4.2 Overige bepalingen Paragraaf 4.2.1 Water en riolering Artikel 4.2.1.2 Beheer, onderhoud, renovatie en vervanging (Rioolverordening) 1. Het beheer en onderhoud, de renovatie dan wel de vervanging van de perceelaansluitleiding wordt uitgevoerd door of namens de gemeente en voor rekening van de gemeente, tenzij het aannemelijk is dat deze werkzaamheden moeten worden uitgevoerd door een onjuist gebruik van het particuliere riool. In dat geval zijn de kosten voor rekening van de rechthebbende of de veroorzaker. 2. Onder onjuist gebruik wordt in ieder geval begrepen: a. Het via deze aansluiting lozen van stoffen die door hun aard en samenstelling voor verstoppingen in de aansluitleiding of het openbare riool kunnen zorgen; b. Het via deze aansluiting lozen van stoffen die door hun aard of concentratie de constructie van de aansluitleiding of het riool aantasten; c. Het lozen van hemelwater en/of drainagewater op de drukriolering. 3. De kosten voor het beheer en onderhoud, de renovatie dan wel de vervanging van de particuliere afvoerleiding (terreinleiding) zijn voor rekening van de rechthebbende, tenzij vaststaat dat de noodzaak voor onderhoud is veroorzaakt door inspoeling vanuit het openbare riool.

Dit geldt ook voor verzamelleidingen in particuliere grond die zijn aangelegd voor de gezamenlijke afvoer van twee of meer woningen. 4. Als de hoogteligging van het aansluitpunt door de gemeente wordt gewijzigd, moet de rechthebbende ervoor zorgen dat de particuliere afvoerleiding hierop kan worden aangesloten zodat de afvoer vanuit het perceel ongehinderd kan plaatsvinden. G. In Hoofdstuk 4, Afdeling 4.2 een Paragraaf 4.2.2 toe te voegen die luidt als volgt: Hoofdstuk 4 Beheer en onderhoud Pagina 23 van 37

Afdeling 4.2 Overige bepalingen Paragraaf 4.2.2 Stadsverwarming Artikel 4.2.2.1 Stadsverwarming (Leidingenverordening) De beheerder van de stadsverwarming moet aan de gemeente aannemelijk maken dat de veiligheidsaspecten van de stadsverwarmingsleidingen in voldoende mate zijn gewaarborgd. De beheerder kan dit onder andere aannemelijk maken door een daartoe strekkende verklaring van de Autoriteit Consument & Markt aan te leveren. De hiervoor genoemde verplichting voor de beheerder van de stadsverwarming vervalt als een toereikende regeling voor de veiligheidsaspecten in de Warmtewet wordt opgenomen. H. In Hoofdstuk 5 een Afdeling 5.3 toe te voegen die luidt als volgt: Hoofdstuk 5 Financiële bepalingen Afdeling 5.3 Nadeelcompensatie Paragraaf 5.3.1 Nadeelcompensatie leidingen Artikel 5.3.1.1 Nadeelcompensatie (Leidingenverordening) Als blijkt dat een leidingexploitant als gevolg van een besluit van het college om de vergunning in te trekken of te wijzigen als bedoeld in artikel 3.7.2.6, onder g, schade lijdt of zal lijden die redelijkerwijs niet of niet geheel tot het normale bedrijfsrisico kan worden gerekend, en waarvan een vergoeding niet of niet voldoende is verzekerd, kent het college op verzoek aan hem een vergoeding toe. Een dergelijke vergoeding wordt toegekend zo lang de gemeente op grond van artikel 228 van de Gemeentewet precario kan heffen. I.

In Hoofdstuk 7, Afdeling 7.1, komt de titel van Paragraaf 7.1.1 als volgt te luiden: Hoofdstuk 7 Handhaving, overgangs- en slotbepalingen Afdeling 7.1 Handhaving en strafbepalingen Paragraaf 7.1.1 Toezichthouders en handhaving J. In Hoofdstuk 7, Afdeling 7.1, Paragraaf 7.1.1 de artikelen 7.1.1.2 tot en met 7.1.1.4 toe te voegen, luidende als volgt: Hoofdstuk 7 Handhaving, overgangs- en slotbepalingen Afdeling 7.1 Handhaving en strafbepalingen Paragraaf 7.1.1 Toezichthouders en handhaving Artikel 7.1.1.2 Marktmeester (Marktverordening) Het college stelt één of meerdere marktmeesters aan, en bepaalt zijn of hun taken en bevoegdheden. Artikel 7.1.1.3 Legitimatieplicht (Marktverordening) Pagina 24 van 37

Degene die een standplaats of een standwerkplaats op een markt inneemt of wil innemen, of die handelt met een bedienvergunning of opbouwvergunning, is verplicht aan te tonen dat hij daartoe gerechtigd is bij het eerste verzoek van een toezichthouder. Artikel 7.1.1.4 Onmiddellijke verwijdering (Marktverordening) Het college kan een vergunninghouder of iemand die hem bijstaat of vervangt gelasten onmiddellijk van de markt te vertrekken als deze zich op de markt schuldig heeft gemaakt aan wangedrag of aan bedrog, of een bij of krachtens deze verordening gestelde bepaling heeft overtreden. K. In Hoofdstuk 7, Afdeling 7.1, Paragraaf 7.1.2 de artikelen 7.1.2.4 tot en met 7.1.2.7 toe te voegen, luidende als volgt: Hoofdstuk 7 Handhaving, overgangs- en slotbepalingen Afdeling 7.1 Handhaving en strafbepalingen Paragraaf 7.1.2 Strafbepalingen Artikel 7.1.2.4 Strafbepaling markten (Marktverordening) Het overtreden van de artikelen in paragraaf 3.4.11 en artikelen 7.1.1.3 en 7.1.1.4 wordt gestraft met een geldboete van de tweede categorie of een hechtenis van ten hoogste drie maanden. Artikel 7.1.2.5 Bestuurlijke boete (Huisvestingsverordening) 1.

Het overtreden van de verboden als bedoeld in artikel 21 van de Huisvestingswet 2014, of het handelen in strijden met de voorwaarden of voorschriften als bedoeld in artikel 24 van de Huisvestingswet 2014, kan worden beboet met een bestuurlijke boete. 2. De boete voor het overtreden van de verboden als bedoeld in artikel 21 van de Huisvestingswet 2014 bedraagt: a. voor de eerste overtreding, en herhaalde overtreding na 24 maanden: €2.500,voor niet-bedrijfsmatige exploitatie en €5.000,- voor bedrijfsmatige exploitatie; b. voor herhaalde overtreding binnen 24 maanden: €5.000,- voor nietbedrijfsmatige exploitatie en €10.000,- voor bedrijfsmatige exploitatie. 3. De boete voor het handelen in strijd met de voorwaarden of voorschriften als bedoeld in artikel 24 van de Huisvestingswet 2014 bedraagt: a. voor de eerste overtreding, en herhaalde overtreding na 24 maanden: €1.000,voor niet-bedrijfsmatige exploitatie en €2.500,- voor bedrijfsmatige exploitatie; b. voor herhaalde overtreding binnen 24 maanden: €2.500- voor nietbedrijfsmatige exploitatie en €5.000,- voor bedrijfsmatige exploitatie.

Artikel 7.1.2.6 Hardheidsclausule (Huisvestingsverordening) Het college kan van het bepaalde in paragraaf 3.2.2 en in artikel 7.1.2.5 van deze verordening afwijken door te besluiten een aanvraag om een onttrekkingsvergunning niet te weigeren, als door bijzondere omstandigheden het strikt toepassen van deze bepalingen volgens het college zou leiden tot een onrechtvaardige uitkomst. Artikel 7.1.2.7 Strafbepaling leidingen (Leidingenverordening) Het overtreden van de artikelen 3.7.2.1, 3.7.2.3, tweede lid, 3.7.2.8, tweede lid, 3.7.2.10, eerste lid, en 3.7.2.13 wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste twee maande of een geldboete van de tweede categorie. Pagina 25 van 37

L. In Hoofdstuk 7, Afdeling 7.2, Paragraaf 7.2.1 de artikelen 7.2.1.2 en 7.2.1.3 toe te voegen, luidende als volgt: Hoofdstuk 7 Handhaving, overgangs- en slotbepalingen Afdeling 7.2 Overgangsrecht Paragraaf 7.2.1 Overgangsrecht Artikel 7.2.1.2 Overgangsrecht leidingen (Leidingenverordening) 1. Voor leidingen die op de datum van inwerkingtreding van de Leidingenverordening 2012 aanwezig waren en in gebruik zijn, geldt de schriftelijke toestemming of vergunning op grond waarvan die leidingen zijn gelegd, als een vergunning krachtens deze verordening. Voorschriften die zijn verbonden aan een eerder verleende schriftelijke toestemming of vergunning zijn daarop niet van toepassing. 2. Als het college van oordeel is dat een schriftelijke toestemming of een eerder verleende vergunning als bedoeld in het eerste lid niet voldoet aan de voorschriften bij of krachtens deze verordening, dan kan het college de leidingexploitant een termijn stellen waarbinnen hij het college meer informatie over de leiding moet geven of een vergunning moet aanvragen. Als de leidingexploitant dat niet doet komt de schriftelijke toestemming te vervallen op een tijdstip dat door het college wordt bepaald. Artikel 7.2.1.3 Overgangsrecht markten (Marktverordening) 1. De krachtens de Marktverordening Leiden 2015 vastgestelde wacht- en anciënniteitslijsten gelden als lijsten krachtens deze verordening. 2.

Degenen die op de dag van inwerkingtreding van deze verordening op de wacht- of anciënniteitslijst stonden, behouden de rechten die daaruit voortvloeien volgens de regels die op die dag gelden gedurende één jaar na de inwerkingtreding van deze verordening. M. In Hoofdstuk 7, Afdeling 7.3, Paragraaf 7.3.1, artikel 7.3.1.2 te wijzigen in die zin dat er een tweede lid wordt toegevoegd en het artikel komt te luiden aldus: Hoofdstuk 7 Handhaving, overgangs- en slotbepalingen Afdeling 7.3 Slotbepalingen Paragraaf 7.3.1 Slotbepalingen Artikel 7.3.1.2 Inwerkingtreding 1. Deze verordening treedt in werking op de dag na bekendmaking. 2. Paragraaf 3.2.2 en artikelen 7.1.2.5 en 7.1.2.6 vervallen op 1 juli 2024 en worden dan herzien.

N. In Hoofdstuk 3, Afdeling 3.4, Paragraaf 3.4.4, artikel 3.4.4.1 het eerste en het vierde lid te wijzigen. Het artikel komt daarmee als volgt te luiden: Pagina 26 van 37

Hoofdstuk 3 Activiteiten in de fysieke leefomgeving Afdeling 3.4 Activiteiten op of bij wegen of bij wateren in beheer bij de gemeente Paragraaf 3.4.4 Bruikbaarheid, uiterlijk aanzien en veilig gebruik van openbare ruimten Artikel 3.4.4.1 Voorwerpen op of aan de weg (APV) 1. Het gebruiken van de weg of een weggedeelte, anders dan overeenkomstig de publieke functie daarvan, is alleen toegestaan als het college daar een vergunning voor heeft verleend. 2. De vergunning wordt als omgevingsvergunning verleend als het gebruik als bedoeld in het eerste lid een activiteit betreft als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder j of k, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 3. Naast de weigeringsgronden in artikel 3.1.2.6 kan een vergunning worden geweigerd: a. als het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg, gevaar oplevert voor de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg; b. als het beoogde gebruik, op zichzelf of in verband met de omgeving, niet voldoet aan de redelijke eisen van welstand. c. om overlast voor gebruikers van een nabij gelegen onroerende zaak te voorkomen of te beperken. 4. Het eerste lid is niet van toepassing op: a. evenementen als bedoeld in artikel 2:24 van de APV; b. terrassen als bedoeld in artikel 2:27, tweede lid, van de APV; c.

standplaatsen als bedoeld in artikel 3.4.9.1; d. voorwerpen of stoffen waarop gedachten of gevoelens worden geopenbaard; e. categorieën van voorwerpen die door het college zijn aangewezen; f. situaties waarin wordt voorzien door de Omgevingsverordening van de provincie Zuid-Holland. 5. De weigeringsgrond als bedoeld in het derde lid, onder a, is niet van toepassing als in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeersweg 1994. 6. De weigeringsgrond als bedoeld in het derde lid, onder b, is niet van toepassing op bouwwerken. 7. De weigeringsgrond als bedoeld in het derde lid, onder c is niet van toepassing als in de voorkoming van overlast wordt voorzien door de Wet milieubeheer. 8. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. O. In Hoofdstuk 3, Afdeling 3.4, Paragraaf 3.4.4, artikel 3.4.4.3 het eerste en het derde lid te wijzigen. Het artikel komt daarmee als volgt te luiden: Hoofdstuk 3 Activiteiten in de fysieke leefomgeving Afdeling 3.4 Activiteiten op of bij wegen of bij wateren in beheer bij de gemeente Paragraaf 3.4.4 Bruikbaarheid, uiterlijk aanzien en veilig gebruik van openbare ruimten Artikel 3.4.4.3 Maken, veranderen van een uitweg (APV)

Pagina 27 van 37

1. Het maken van een uitweg naar de weg, of een verandering aanbrengen in een bestaande uitweg naar de weg, is alleen toegestaan als het college daar een omgevingsvergunning voor heeft verleend. 2. Naast de weigeringsgronden in artikel 3.1.2.6 moet een vergunning worden geweigerd: a. om gevaar op de weg te voorkomen; b. als een openbare parkeerplaats door de uitweg verdwijnt, zonder dat dat nodig is; c. als door de uitweg het openbaar groen op een onaanvaardbare manier wordt aangetast; d. als de uitweg is bedoeld om een perceel te ontsluiten dat al door een andere uitweg wordt ontsloten en door de aanleg van de tweede uitweg een openbare parkeerplaats of openbaar groen verdwijnen. 3. Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de waterschapskeur of de Omgevingsverordening van de provincie Zuid-Holland. P. In Hoofdstuk 3, Afdeling 3.4, Paragraaf 3.4.4, artikel 3.4.4.9 het tweede lid te wijzigen. Het artikel komt daarmee als volgt te luiden: Hoofdstuk 3 Activiteiten in de fysieke leefomgeving Afdeling 3.4 Activiteiten op of bij wegen of bij wateren in beheer bij de gemeente Paragraaf 3.4.4 Bruikbaarheid, uiterlijk aanzien en veilig gebruik van openbare ruimten Artikel 3.4.4.9 Voorwerpen op, in of boven openbaar water (APV) 1.

Het is niet toegestaan een voorwerp, anders dan een vaartuig, op, in of boven openbaar water te hebben of aan te brengen als dit op enige manier gevaar of belemmering oplevert voor het doelmatig en veilig gebruiken, beheren of onderhouden van het openbaar water. 2. Het plaatsen van een steiger, meerpaal of ander voorwerp met een permanent karakter op, in of boven het openbaar water is alleen toegestaan als daarvan minimaal twee weken van tevoren een melding aan het college is gedaan. 3. De melding als bedoeld in het tweede lid bevat in ieder geval de naam, het adres en de contactgegevens van de melder, en een beschrijving van de aard en de omvang van het voorwerp. 4. De melding wordt op de gebruikelijke manier bekendgemaakt. 5. Het verbod als bedoeld in het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Scheepsvaartverkeerswet, het Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de Waterwet, de Omgevingsverordening van de provincie Zuid-Holland of het bepaalde bij of krachtens de Telecommunicatiewet. Q. In Hoofdstuk 3, Afdeling 3.4, Paragraaf 3.4.5, artikel 3.4.5.1 het eerste lid te wijzigen. Het artikel komt daarmee als volgt te luiden: Hoofdstuk 3 Activiteiten in de fysieke leefomgeving Afdeling 3.4 Activiteiten op of bij wegen of bij wateren in beheer bij de gemeente

Pagina 28 van 37

Paragraaf 3.4.5 Terrassen Artikel 3.4.5.1 Terrasvergunning (APV) 1. Het is niet toegestaan om zonder vergunning van het college en daarnaast in afwijking van de regels als bedoeld in deze paragraaf, een terras in te richten, te exploiteren of in gebruik te geven op een openbare ruimte, op openbaar water of op een voor publiek toegankelijk terrein. 2. Een vergunning als bedoeld in het eerste lid wordt geweigerd als: a. een terras (op het water) niet direct grenst aan, of zich in de directe nabijheid van de horeca-inrichting van de aanvrager bevindt; b. blijkt dat het terras gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg en het openbaar water, of voor het doelmatig beheer van de weg en het openbaar water; c. blijkt dat het terras breder is dan de gevelbreedte van de horeca-inrichting, tenzij het college vindt dat een afwijkende breedtemaat vereist of aanvaardbaar is, gelet op onder meer de belangen van de eigenaren/gebruikers van aangrenzende percelen;’ d. de aanvraag betrekking heeft op een terras op een binnenplaats of binnenterrein omsloten door woningen, tenzij het college vindt dat overlast voor de eigenaren/gebruikers van aangrenzende percelen kan worden voorkomen door het verbinden van voorschriften aan de vergunning; e.

de aanvraag betrekking heeft op een terras op het water voor het Rapenburg (met uitzondering van de locatie hoek Rapenburg/Noordeinde), de Herengracht, de Zoeterwoudsesingel, de Witte Singel, de Morssingel, de Rijnsburgersingel, de Maresingel, de Herensingel en de Zijlsingel; f. het verlenen van de vergunning de rechten en/of vrijheden van anderen zal aantasten, dan wel voor ontoelaatbare overlast zal zorgen; g. voor het terras ook andere vergunningen, ontheffingen, vrijstellingen en dergelijke zijn vereist, die krachtens de desbetreffende wettelijke bepalingen niet kunnen worden verleend. 3. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer. 4. Op de vergunning als bedoeld in het eerste lid is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing. R. In Hoofdstuk 3, Afdeling 3.4, Paragraaf 3.4.6, artikel 3.4.6.3 het eerste, vierde, tiende, dertiende, veertiende, achttiende, negentiende en twintigste lid te wijzigen. Het artikel komt daarmee als volgt te luiden: Hoofdstuk 3 Activiteiten in de fysieke leefomgeving Afdeling 3.4 Activiteiten op of bij wegen of bij wateren in beheer bij de gemeente Paragraaf 3.4.6 Stadsschoon en handelsreclame Artikel 3.4.6.3 Vergunningsplicht stadsschoon en handelsreclame (APV) 1.

Zonder vergunning is het niet toegestaan voor de eigenaar of gebruiker van een onroerend goed daarop of daarin opschriften, aankondigingen of afbeeldingen te hebben, in welke vorm dan ook en op welke manier dan ook. 2. Het verbod uit het eerste lid geldt alleen voor opschriften, aankondigingen of afbeeldingen, in welke vorm dan ook, die zichtbaar zijn vanaf de openbare ruimte, het

Pagina 29 van 37

openbaar water, de spoorbaan of enige andere voor het publiek toegankelijke plaats, voor zover de bedoeling hiervan is een boodschap naar die plaatsen over te brengen. 3. Het verbod uit het eerste lid geldt niet voor: a. onroerend goed dat is gelegen in het landelijke gedeelte van de gemeente, als bedoeld in de provinciale verordening bescherming landschap en natuur ZuidHolland; b. naamborden en opschriften die betrekking hebben op de dienst, het beroep of het bedrijf dat daar wordt uitgeoefend, mits het naambord of opschrift niet groter is dan 0,15 m2 waarbij geen afmeting groter is dan 0,50 meter; c. aankondigingen die worden gedaan om te voldoen aan een wettelijke verplichting, waarbij de in het wettelijk voorschrift genoemde minimum afmetingen niet mogen worden overschreden. Als er geen maten zijn vastgesteld dan geldt als maximum een oppervlakte van 0,15 m2 waarbij geen afmeting groter is dan 0,50 meter; d. aankondigingen waarbij een onroerend goed geheel of gedeeltelijk te koop of te huur wordt aangeboden, mits deze worden aangebracht op dat onroerend goed dan wel daar waar de verkoping zal plaatsvinden en de aankondiging niet groter is dan 0,35 m2 en geen afmeting groter is dan 1 meter. Per onroerend goed zijn maximaal twee aankondigingen toegestaan. De aankondigingen zijn slechts toegestaan zolang zij feitelijk betekenis hebben; e.

aankondigingen die van tijdelijke aard zijn, mits de aankondiging niet groter is dan 0,75 m2 en geen afmeting groter is dan 1 meter. De aankondiging mag maximaal vier weken aanwezig zijn. Aankondigingen aan een onroerend goed die betrekking hebben op daar in gehouden wettelijk toegestane uitverkopen of opruimingen mogen niet groter zijn dan 3 m2 waarbij geen afmeting groter is dan 3 meter. Voor aankondigingen aan een bioscoop van de daarin te vertonen films gelden geen maximummaten; f. opschriften, aankondigingen en afbeeldingen in een onroerend goed voor zover deze niet de bedoeling hebben om een boodschap over te brengen naar de openbare ruimte, het openbaar water, de spoorbaan of enige andere voor het publiek toegankelijke plaats; g. opschriften, aankondigingen en afbeeldingen op zuilen, borden en muren die daarvoor door de gemeente zijn aangewezen; h. opschriften, aankondigingen en afbeeldingen op stationsemplacementen; i. opschriften, aankondigingen en afbeeldingen die zijn aangebracht op een gebouw en waarvoor een omgevingsvergunning voor de activiteit Bouwen als bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is verleend; j. opschriften, aankondigingen en afbeeldingen die dienen ter uitoefening van artikel 7 van de Grondwet; k. monumenten in de zin van de Erfgoedwet en de Erfgoedverordening; l.

handelsreclame, voor zover deze voldoet aan de in deze verordening opgenomen regels. 4. Een opschrift, aankondiging of afbeelding dat op, aan of in een onroerend goed is aangebracht volgens het bepaalde in het derde lid, onder b tot en met h, mag niet in ernstige mate in strijd zijn met de redelijke eisen van welstand. Bij overtreding is het college bevoegd de eigenaar of de gebruiker van het onroerend goed aan te schrijven het opschrift, de aankondiging of de afbeelding binnen een gestelde termijn te verwijderen of op de aan te geven manier te wijzigen. 5. Als het college een eigenaar of gebruiker van een onroerend goed herhaaldelijk heeft aangeschreven op grond van het vierde lid, kan zij besluiten dat het verbod uit het eerste lid toch van toepassing is. Pagina 30 van 37

6. Bij het aanvragen van een vergunning als bedoeld in het eerste lid moet een tekening of foto worden geleverd die aangeeft hoe het opschrift, de aankondiging of de afbeelding eruitziet, waarbij in ieder geval de materialen en kleuren worden vermeld. Deze stukken moeten in tweevoud worden aangeleverd. Het college beslist binnen acht weken nadat zij de aanvraag heeft ontvangen. 7. Het college kan een vergunning weigeren als het onroerend goed of de omgeving daarvan dreigen te worden ontsierd, of als het stadsschoon in het algemeen wordt geschaad. 8. Het college kan een vergunning in ieder geval intrekken als daar binnen zes maanden na dagtekening geen gebruik van is gemaakt, of, als de vergunning eerst wel is gebruikt, het gebruik hiervan ten minste zes achtereenvolgende maanden is gestaakt. 9. Als een opschrift, aankondiging, of afbeelding is aangebracht op, in of aan een roerend goed en deze het stadsschoon ontsiert, is het college bevoegd de eigenaar of gebruiker van dat goed aan te schrijven het opschrift, de aankondiging of de afbeelding binnen een gestelde termijn te verwijderen of op de aan te geven manier te wijzigen. 10. Het bepaalde in het negende lid geldt ook voor voorwerpen of inrichtingen op, in of aan een onroerend goed die zijn bestemd of worden gebruikt voor het aanbrengen van opschriften, aankondigingen of afbeeldingen. 11.

De eigenaar of gebruiker van een gebouwd onroerend goed mag de muren daarvan niet zelf, of door een ander laten, verven, sausen of bepleisteren in een kleur die afwijkt van de omgeving, voor zover deze muren zichtbaar zijn vanaf de openbare ruimte, het openbaar water, de spoorbaan of enige andere voor het publiek toegankelijke plaats. 12. De eigenaar of gebruiker van gebouwd onroerend goed mag de ruiten daarvan niet zelf, of door een ander laten, verven, voor zover deze muren zichtbaar zijn vanaf de openbare ruimte, het openbaar water, de spoorbaan of enige andere voor het publiek toegankelijke plaats. 13. Het bepaalde in het elfde en twaalfde lid is niet van toepassing als het college hiervoor een vergunning heeft verleend. Het bepaalde in het zevende en achtste lid is hierop van toepassing. 14. Het bepaalde in het elfde en twaalfde lid is niet van toepassing op opschriften, aankondigingen en afbeeldingen als bedoeld in het eerste en tweede lid. 15. Als de kleur(en) van een gebouwd onroerend goed in samenhang met de omgeving het stadsschoon ontsiert/ontsieren, is het college bevoegd de eigenaar of gebruiker van dat goed aan te schrijven de kleur(en) binnen een gestelde termijn te verwijderen of op de aan te geven manier te wijzigen. 16.

Als geblindeerde ramen van een gebouwd onroerend goed in samenhang met de omgeving het stadsschoon ontsieren, is het college bevoegd de eigenaar of gebruiker van dat goed aan te schrijven de blindering binnen een gestelde termijn te verwijderen of op de aan te geven manier te wijzigen. 17. Als een erf dat bij een bouwwerk hoort wordt gebruikt voor het stallen van één of meer motorrijtuigen op meer dan twee wielen op een manier waardoor het stadsschoon wordt ontsierd, is het college bevoegd de eigenaar of gebruiker van dat erf aan te schrijven dat deze moet zorgen dat de betreffende motorrijtuigen van het erf of een aangewezen deel daarvan worden verwijderd en verwijderd gehouden. 18. Het bepaalde in het negende, tiende, vijftiende, zestiende en zeventiende lid geldt alleen voor zover de ontsiering van het stadsschoon zichtbaar is vanaf de openbare ruimte, het openbaar water, de spoorbaan of enige andere voor het publiek toegankelijke plaats. 19. Om te bepalen of er sprake is van ontsiering van het stadsschoon als bedoeld in dit artikel, wordt advies gevraagd aan de Welstands- en monumentencommissie Leiden, dan wel de opvolger daarvan. De commissie betrekt de Welstandsnota bij haar oordeel. Pagina 31 van 37

20. Het bepaalde in het elfde tot en met het vijftiende, en het zeventiende lid is niet van toepassing op monumenten in de zin van de Erfgoedwet en de Erfgoedverordening. S. In Hoofdstuk 3, Afdeling 3.4, Paragraaf 3.4.9, artikel 3.4.9.1 het eerste en zesde lid te wijzigen. Het artikel komt daarmee als volgt te luiden: Hoofdstuk 3 Activiteiten in de fysieke leefomgeving Afdeling 3.4 Activiteiten op of bij wegen of bij wateren in beheer bij de gemeente Paragraaf 3.4.9 Standplaatsen Artikel 3.4.9.1 Standplaatsvergunning en weigeringsgronden (APV) 1. Het innemen van een standplaats is alleen toegestaan als het college daar een vergunning voor heeft verleend. 2. Het college weigert de vergunning als deze in strijd is met een geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit. 3. Naast de weigeringsgronden in artikel 3.1.2.6 kan een vergunning worden geweigerd als: a. de standplaats op zichzelf of in verband met de omgeving niet voldoet aan de redelijke eisen van welstand; b. een beperking in aantal of in plaats als gevolg van bijzondere omstandigheden nodig is in verband met een dwingende reden van algemeen belang in de gemeente of een deel daarvan. 4. Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of de Omgevingsverordening van de provincie Zuid-Holland. 5.

De weigeringsgrond als bedoeld in het derde lid, onder a, is niet van toepassing op bouwwerken. 6. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing. T. In Hoofdstuk 3, Afdeling 3.4, Paragraaf 3.4.9, artikel 3.4.9.2 te wijzigen. Het artikel komt daarmee als volgt te luiden: Hoofdstuk 3 Activiteiten in de fysieke leefomgeving Afdeling 3.4 Activiteiten op of bij wegen of bij wateren in beheer bij de gemeente Paragraaf 3.4.9 Standplaatsen Artikel 3.4.9.2 Toestemming rechthebbende (APV) De rechthebbende op een perceel mag daarop alleen een standplaats toestaan als het college daar een vergunning voor heeft verleend. U. De begrippen, 44 en 55 van Bijlage 1 van Verordening fysieke leefomgeving Leiden 2020 komen als volgt te luiden 44. Openbare ruimte: a. In geval van houtopstanden: een voor het publiek toegankelijke plaats. Hieronder vallen ook de weg, en erven en terreinen die niet kenbaar ten opzichte van de Pagina 32 van 37

55.

openbare weg zijn begrensd of afgescheiden door inrichting, beplanting of begroeiing; b. In geval van leidingen: alle publiek openbare en toegankelijke – zij het mogelijk met restrictie – plaatsen binnen de gemeente Leiden; c. In overige gevallen: een plaats die krachtens de bestemming of vast gebruik openstaat voor het publiek, met uitzondering van gebouwen of besloten plaatsen als bedoeld in artikel 6, tweede lid, van de Grondwet; Standplaats: a. In het geval van markten: De ruimte die voor de duur van de markt is aangewezen voor het uitoefenen van de markthandel; b. In overige gevallen: het vanaf een vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen plaats te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten, gebruikmakend van fysieke middelen, zoals een kraam, een wagen of een tafel. Hieronder wordt niet verstaan een vaste plaats op een jaarmarkt of markt als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder h, van de Gemeentewet en een vaste plaats op een evenement als bedoeld in artikel 2:24 van de APV;

V. Aan Bijlage 1 van Verordening fysieke leefomgeving Leiden 2020 wordt onder vernummering van de overige begrippen de volgende begrippen toe te voegen luidende als volgt: Aansluitleiding: Combinatie van perceelaansluitleiding en/of ontstoppingsstuk en/of terreinleiding; Aansluitpunt: Het punt waar de perceelaansluitleiding aansluit op het openbare riool. Bij openbare vrijvervalriolering betreft die de inlaat in de buis van het openbaar riool. Bij openbare drukriolering betreft dit de inlaat in de punt van het drukrioolgemaal; Aanvaardbaar woon- en leefklimaat: Een leefbare woonomgeving die aansluit bij voorwaarden en behoeften die in zijn algemeenheid daaraan worden gesteld; Anciënniteitslijst: De genummerde lijst van vergunninghouders van een vaste standplaats, met vermelding van de datum waarop de betrokkenen voor het eerst een vaste standplaatsvergunning werd verleend en met vermelding van de branche waartoe zij behoren of de artikelen die zij verhandelen; Artikelgroepen: Door het college vastgestelde lijst van producten die bij voorkeur op een markt worden aangeboden; Bedienvergunning: Een vergunning voor het serveren van eten en/of drinken bestemd voor consumptie ter plaatse aan personen werkzaam op het marktterrein; Biologische producten: Door Stichting Skal gecertificeerde biologische producten; Buitenriolering: De afvoerleiding(en) met inbegrip van alle hulpstukken,

stankafsluiters, zettingsconstructies, ontlastputten en verbindingen tussen gebouwaansluiting en perceelsgrens; Dagplaats: De standplaats die per marktdag ter beschikking wordt gesteld aan een vergunninghouder, omdat deze niet als vaste standplaats is toegewezen dan wel ingenomen; Drukriool: Het openbaar riool, voor de afvoer van afvalwater, exclusief hemelwater, waarbij het transport door het riool plaats vindt door middel van met pompinstallaties veroorzaakte druk; Drukrioolgemaal: De rioolput van de gemeente, waar de terreinleiding op loost en het afvalwater in het drukriool wordt gepompt. Dit gemaal kan niet het hemelwater afvoeren; Duurzame gemeenschappelijke huishouding: Een vaste groep van personen tussen wie een band bestaat die het enkel gezamenlijk bewonen van een bepaalde woonruimte te boven gaat en die de bedoeling hebben om bestendig voor onbepaalde tijd een huishouden te vormen. Er dient sprake te zijn van een samenlevingswens tussen de personen die niet overwegend wordt bepaald door de beslissing om de betrokken woonruimte te delen;

Pagina 33 van 37

Eigen toegang: Elke deur die direct toegang geeft tot de woning, bereikbaar via de straatzijde, dan wel vanuit een gemeenschappelijke verkeersruimte en die is voorzien van een van gemeentewege verleend huisnummer; Gebruiksoppervlakte: Gebruiksoppervlakte als bedoeld in NEN 2580; Gebouwaansluiting: De buiten het gebouw gelegen overgang van de gebouwriolering op de buitenriolering, gelegen op een afstand van maximaal 0,5 meter vanaf het gebouw of zoveel korter dan een zettingsconstructie in de buitenriolering vereist; Gebouwriolering: Stelsel van afvoerleidingen en ontspanningsleidingen, met inbegrip van alle hulpstukken, dakafvoeren, stankafsluiters, afdichtingen en bevestigingen – voor zover geen deel uitmakend van lozingstoestellen – dat zich binnen een gebouw bevindt, of buiten een gebouw voor zover het aan het gebouw is bevestigd; Gebruiker: In het geval van riolering: de perceeleigenaar, de zakelijk gerechtigde van het perceel of de huurder die gebruik maakt van de aansluiting op het openbaar riool; Gemengd stelsel: Het openbaar riool voor de afvoer van afvalwater, inclusief hemelwater; Gescheiden stelsel: Het openbaar riool met een buizenstelsel voor de afvoer van hemelwater en een buizenstelsel voor de afvoer van het overige afvalwater; Handboek Leidingen: Door het college vastgestelde of nader vast te stellen regels betreffende het aanleggen, het houden en verwijderen

van kabels en leidingen; Herstructurering: Planmatig en veelal grootschalig ingrijpen in de gebouwde omgeving om verouderde en verloederde gebieden zodanig te vernieuwen dat zij voldoen aan de huidige eisen op het gebied van wonen, werken, recreëren en mobiliteit; Huishouden: Een alleenstaande dan wel twee of meer personen die een duurzame gemeenschappelijke huishouding (willen) voeren. Alleenstaanden die bij elkaar wonen, vormen in de regel geen huishouden; Huurprijs: Prijs die bij huur en verhuur is verschuldigd voor het enkele gebruik van een woonruimte, uitgedrukt in een bedrag per maand; Huurprijsgrens: De subsidiabele huurprijs per maand zoals genoemd in de Wet op de huurtoeslag; Infrastructurele voorziening: Voor de geleiding van een leiding specifiek aangebrachte constructie, waaronder in ieder geval wordt verstaan: leidingentunnels en leidingenviaducten, en in infrastructuur aanwezige constructies waar ook leidingen in, op of aan kunnen worden bevestigd; Inwoning: Bewoning van een woonruimte die onderdeel uitmaakt van een woonruimte die door een ander huishouden in gebruik is genomen; Kamer: Een verblijfsruimte zoals bedoeld in artikel 1.1 van het Bouwbesluit 2012 (Stb.

2011, 416); Koopprijs: De prijs die voor de enkele koop van een woonruimte daadwerkelijk is of zal worden betaald; Koopprijsgrens: De prijs van een woning onder de maximale koopsom zoals deze wordt genoemd in de Wet bevordering eigenwoningbezit; Kwetsbare doelgroepen: Mensen die begeleid worden door maatschappelijke instanties en enige vorm van zorg ontvangen van maatschappelijke instanties; Leiding: Een buis bestemd voor het transport van vaste stoffen, vloeistoffen en gassen, of een kabel gelegen in, op of boven de grond, met uitzondering van bovengrondse hoogspanningskabels, of in infrastructurele voorzieningen, met alle daarbij behorende voorzieningen, zoals mantelbuizen, kabelgoten, afsluiters, brandkranen, kasten, etc.; Leidingexploitant: Degene onder wiens verantwoordelijkheid een leiding wordt aangelegd, beheerd of geëxploiteerd, waaronder tevens wordt begrepen degene die een vergunning voor het aanleggen van een leiding heeft aangevraagd; Markt: De door het college ingestelde warenmarkt; Marktmeester: De persoon die als zodanig is aangewezen door het college; Pagina 34 van 37

Meeloper: Een gegadigde voor een standplaats die zich heeft gemeld voor het innemen van een dagplaats; Meeloperslijst: De doorgenummerde lijst van meelopers voor een dagplaatsvergunning, waarbij meelopers bij inschrijving hebben aangegeven of zij in aanmerking willen komen voor een vaste standplaatsvergunning; Ondergrondse obstakels: Bodemverontreiniging, materialen, objecten en stoffen die nadelige beïnvloeding van de staat van de aan te leggen of gelegde leiding tot gevolg hebben of kunnen hebben; Ontstoppingsstuk: Voorziening die toegang geeft tot het inwendige van een leiding en waarmee beheer en onderhoud van de leiding van binnenuit mogelijk wordt; Onttrekken: Het slopen of het gebruiken van een (deel van de) woning voor een ander doel dan permanente bewoning door één huishouden; Onttrekkingsvergunning: De vergunning als bedoeld in artikel 21 van de Huisvestingswet 2014; Onzelfstandige woonruimte: Een deel van een woning dat dient voor de huisvesting van één huishouden. Kenmerkend is niet het hebben van een eigen toegang, het gezamenlijke gebruik (met bewoners van andere onzelfstandige woonruimte in de woning) van sanitaire voorzieningen en/of een keuken met kooktoestel.

Een onzelfstandige woonruimte kan uit meerdere kamers bestaan; Openbaar riool: Buitenriolering zoals bedoeld in de NEN3215:2011, exclusief de aansluitleiding; Openbare buitenriolering: De perceelaansluitleiding en het openbaar riool; Perceelaansluitleiding: Het deel van de aansluitleiding vanaf de perceelsgrens/ontstoppingsstuk tot aan het aansluitpunt op het openbare riool; Rechthebbende: In het geval van riolering: degene die krachtens eigendom, bezit of beperkt recht het genot heeft van een op de riolering aan te sluiten en/of aangesloten perceel; Standwerken: De activiteit waarbij de vergunninghouder publiek om zich heen verzamelt en dat publiek door een aansprekende uiteenzetting probeert over te halen tot de aankoop van een artikel; Standwerkersplaats: De standplaats die per marktdag ter beschikking wordt gesteld om te standwerken; Seizoensplaats: De standplaats die alleen beschikbaar is voor de periode van 5 oktober tot en met 4 april; Terreinleiding: Deel van de aansluitleiding vanaf het gebouw tot aan de perceelsgrens/ontstoppingsstuk; Vaste standplaats: De standplaats die voor onbepaalde tijd ter beschikking is gesteld aan een vergunninghouder; Verkeersruimte: Ruimte anders dan een ruimte in een verblijfsgebied, een toiletruimte, een badruimte of een technische ruimte, bestemd voor het bereiken van een andere ruimte; Wezenlijke voorzieningen: Douche- en/of badruimte,

toilet en keuken; Woningcorporatie: Toegelaten instelling als bedoeld in artikel 19 van de Woningwet die feitelijk werkzaam is in de gemeente; Woningvorming: Het splitsen van een zelfstandige woonruimte in twee of meer woonruimten als bedoeld in artikel 21, aanhef en onder d, van de Huisvestingswet 2014; Woningvormingsvergunning: De vergunning als bedoeld in artikel 21, aanhef en onder d, van de Huisvestingswet 2014; Zelfstandige woonruimte: Een woning die dient voor de huisvesting van één huishouden. Kenmerkend voor de woning is de aanwezigheid van een eigen toegang tot de woning, eigen sanitaire voorzieningen en keuken met kooktoestel. W. In Hoofdstuk 7, Afdeling 7.1, Paragraaf 7.1.2, artikel 7.1.2.3 te wijzigen. Het artikel komt daarmee als volgt te luiden: Pagina 35 van 37

Hoofdstuk 7 Handhaving, overgangs- en slotbepalingen Afdeling 7.1 Handhaving en strafbepalingen Paragraaf 7.1.2 Strafbepalingen Artikel 7.1.2.3 Strafbepaling erfgoed (Erfgoedverordening) Het overtreden van de artikelen in afdeling 3.5 wordt gestraft met een geldboete van de tweede categorie, als deze overtreding niet al strafbaar is gesteld krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. X. In Hoofdstuk 3, Afdeling 3.4, Paragraaf 3.4.5, artikel 3.4.5.2 te wijzigen in die zin dat het sub a van het tweede lid, onder hernummering van de opvolgende leden, wordt gewijzigd in het derde lid. Het artikel komt daarmee als volgt te luiden: Hoofdstuk 3 Activiteiten in de fysieke leefomgeving Afdeling 3.4 Activiteiten op of bij wegen of bij wateren in beheer bij de gemeente Paragraaf 3.4.5 Terrassen Artikel 3.4.5.2 Aanvraag terrasvergunning en nadere regels voor gebruik van een terras (Regels terrassen) 1. Een terras en/of een terras op het water ligt direct aangrenzend aan, of in de directe nabije omgeving van de horeca-inrichting van de aanvrager. 2. Terrassen zijn alleen toegestaan binnen het vlak dat loodrecht op de voorgevel ligt, binnen de zijdelingse perceelgrenzen ter hoogte van de voorgevel (zie bijlage 3, voorbeeldkaartjes 1 en 2). 3.

Terrassen die niet tegen de eigen gevel liggen mogen daarnaast ook niet binnen een afstand van 4 meter tot panden van derden worden geplaatst, tenzij met de eigenaar van deze panden overeenstemming is bereikt (zie bijlage 3, voorbeeldkaartje 3). 4. Een terrasboot op het water mag niet meer dan 10 centimeter boven de kademuur uitsteken. 5. Het is niet toegestaan voorwerpen zwaarder dan 15 kilogram te plaatsen, of voorwerpen in de grond te verankeren, binnen een straal van 90 centimeter rondom een brandkraan of -deksel, gemeten vanuit het hart van de brandkraan of –deksel. 6. Het is niet toegestaan nooduitgangen en –toegangen voor derden met de daarbij behorende looproutes te blokkeren. 7. Het is niet toegestaan objecten te plaatsen binnen een afstand van 50 centimeter van een geleidelijn, markering of natuurlijke gidslijn die is bedoeld ter aanduiding van looproutes voor mensen met een visuele beperking. 8. Het is niet toegestaan een terras te hebben op een binnenplaats, binnenterrein of andere door woningen omsloten terrein, tenzij het college anders besluit. 9. Als zich in straten trottoirs bevinden moet de vrije breedte voor voetgangers op trottoirs minimaal 1,5 meter bedragen.

De vrije breedte moet minimaal 2 meter bedragen bij de trottoirs van de Stationsweg, de Steenstraat, de Nieuwe Beestenmarkt, de Turfmarkt, de Prinsessekade, het Kort Rapenburg, de Breestraat, de Korevaarstraat, de Lange Mare en de Doezastraat.

Pagina 36 van 37

10. In stegen en straten die smaller zijn dan 4 meter en waar alleen voetgangers zijn toegestaan, zijn terrassen mogelijk tot 1 meter uit de eigen gevel, mits deze geen overlast (ten aanzien van geluid en vrije doorgang) voor omwonenden zullen veroorzaken en mits de looproute minimaal 1,5 meter breed blijft. 11. Op de Beestenmarkt moet voor de toegang van calamiteitendiensten een vrije breedte van minimaal 4 meter bestaan tussen de gevelterrassen en de eilandterrassen. De vrije breedte wordt gerekend vanaf de lijngoot (richting het plein) (zie bijlage 3, voorbeeldkaartje 4). Artikel II Inwerkingtreding Deze wijzigingsverordening treedt in werking op 1 juni 2021. Artikel III Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als Wijzigingsverordening Verordening fysieke leefomgeving Leiden 2020, tranche 2. 2.

In te trekken de volgende verordeningen: a. Marktverordening Leiden 2015; b. Instellingsbesluit markten Leiden 2016; c.

Huisvestingsverordening, onderdeel woonruimtevoorraad, Leiden 2020;

d. Leidingenverordening gemeente Leiden 2012; e. Rioolverordening Buitenriolering Leiden 2015. 3.

Te bepalen dat voornoemde intrekkingen in werking treden op 1 juni 2021.

Gedaan in de openbare raadsvergadering van 29 april 2021, de Griffier,

de Voorzitter,

dhr. G.F.C. van Leiden

drs. H.J.J. Lenferink

Pagina 37 van 37

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10297889/1