RV 21.0056 Strategische uitgangspunten Omgevingsplan Leiden
Tekst van het document
Luchtkwaliteit namelijk ook op basis van de leefomgevingsfoto, ondanks de positieve verwachte autonome ontwikkeling, een aandachtspunt voor de gemeente (pg. 17-19). Daarnaast wordt gesteld dat luchtkwaliteit bij alle ontwikkeling, als één van de milieuaspecten onderdeel is van de te maken afweging, mede omdat het integraal onderdeel is van gezondheid. Dit betekent dan bij ruimtelijke ontwikkelingen de gezondheid niet negatief beïnvloed mag worden door een slechte(re) luchtkwaliteit (pg. 29 en 46). Op basis van de geformuleerde ambitie (en het bereiken ervan) is het logisch om deze ambitie van gezondheidswinst en een betere luchtkwaliteit als daadwerkelijk doel op te nemen in het Leids Omgevingsplan. Dit kan als doel, maar ook (verdergaand) als concrete Omgevingswaarde. Daarnaast is het gelet op het belang dat gehecht wordt aan het aspect schone lucht ook logisch om bij regels rondom bv. het bouwen aanvullende regels op te nemen t.a.v. de luchtkwaliteit, bijvoorbeeld dat de luchtkwaliteit, gelet op het doel gezondheidswinst, niet mag verslechteren o.i.d. door bouwactiviteiten.
Voorbeeld 3: het ‘sociaal’ domein in het Leids Omgevingsplan Waar het vorige voorbeeld zich enkel toespitste op gezondheidswinst kunnen er in het Leids Omgevingsplan veel meer zaken landen die nu nog vaak toebehoren aan het sociaal domein en in bestemmingsplannen als niet ruimtelijk relevant worden beschouwd. Hierbij kan u denken thema’s als sport en bewegen, roken, de inclusieve samenleving, voorzieningen en toegankelijkheid. In de Omgevingsvisie Leiden 2040 1.0 geeft u als raad aan dat u een trend ziet die vraagt om ander ruimtegebruik. Daarbij moet in ieder geval aandacht zijn voor het feit dat er in iedere buurt ruimte is om te spelen, te bewegen en te sporten (pg. 17). Daarnaast wordt ook door u de ambitie uitgesproken dat de openbare ruimte in 2040 veilig is en tevens uitnodigt tot spelen, bewegen en sporten (pg. 30). Deze ambitie strookt ook met uw eigen beleidskader Spelen en Bewegen (RV 17.0081). Deze ambitie kan uiteraard een ambitie blijven, maar kan ook op diverse manieren bereikt worden. De meest voor de hand liggende methode is om budget beschikbaar te stellen en faciliteiten aan te leggen, maar er zou ook voor gekozen kunnen worden om in het Leids Omgevingsplan regels te stellen die bijdragen aan het behalen van deze ambitie.
Een regel in het Leids Omgevingsplan kan bijvoorbeeld luiden: “Bij een ontwikkeling van meer als X woningen, dient minimaal X m² speelruimte te worden aangelegd in de openbare ruimte, binnen een straal van X meter.” Ook biedt het Leids Omgevingsplan kansen om (nog meer) in te zetten op het realiseren van rookvrije gebieden. Tot slot kan in het Leids Omgevingsplan ook meer gestuurd worden op het Pagina 16 van 20
bereiken van een goed voorzieningenaanbod/-niveau door dit, bijvoorbeeld bij ontwikkellocaties, op voorhand no meer te combineren, mits wenselijk. Hierbij wordt wel opgemerkt dat het voorzieningenniveau in de praktijk vaak niet afhangt van en/of samenhangt met het aantal woningen, maar gebaseerd is op demografische ontwikkelingen. Onderstaande regel is dus vooral ter illustratie dat u als raad kan sturen op het voorzieningenniveau. “Per Xm² woningbouw (of per X aantal woningen) dient Xm² aan X voorzieningen gerealiseerd te worden.”. Het Leids Omgevingsplan vormt daarmee ook voor u op ‘sociaal’ vlak een nieuw middel om te sturen op ambities en doelen uit o.a. de Omgevingsvisie Leiden 2040 1.0 en Visie Sociaal Domein (RV 19.0029). Daarbij geldt ook hier dat de kritische vraag gesteld moet worden of het Leids Omgevingsplan het beste middel is voor de te bereiken ambitie/doelen en hoe zich dit verhoudt tot andere ambities, doelen en regels. Naast het bepalen van welke thema’s, met regels, landen in het Leids Omgevingsplan, is het ook noodzakelijk om - op termijn - keuzes te maken in potentiële dilemma’s (potentiële regelgeving die elkaar tegenspreekt). Gelet op de vele goede ambities en doelen zal het in de praktijk, naar alle waarschijnlijkheid, wel eens kunnen gaan voorkomen dat ambities en doelen, of althans de uitwerking daarvan elkaar bijten/tegenspreken.
Deze dilemma’s zijn ook al (deels) benoemd in de Omgevingsvisie Leiden 2040 1.0. Voor het Leids Omgevingsplan is het vooral van belang om te weten hoe u als raad in eerste instantie met deze dilemma’s om wilt gaan. Het ruimtegebruik is immers schaars in Leiden en een bepaalde locatie kan dan ook niet (altijd) gebruikt worden voor bv. de aanleg van extra water (een watergang) en tegelijkertijd een nieuwe fietsroute. Uiteraard kan ook in het Leids Omgevingsplan slim ruimtegebruik landen, maar het zal ook af en toe nodig zijn om duidelijke keuzes te maken op thema’s, namelijk welk gebruik (ambitie/doel) prevaleert boven de andere en krijgt dus wel of geen plek in het Leids Omgevingsplan. Uiteraard kunnen deze dilemma’s ook aan de markt worden overgelaten, maar ook dan is het goed om dit met elkaar vast te stellen. Zoals gezegd schetst de Omgevingsvisie Leiden 2040 1.0 een aantal concrete dilemma’s. Op basis van de ontwerp Omgevingsvisie Leiden 2040 1.1 zien we ook dat er gewerkt wordt aan een groot aantal (concrete) oplossingen voor de eerder geconstateerde dilemma’s. In dat licht bezien gaan we u niet in dit kader vragen inhoudelijk keuzes op potentiële dilemma’s te maken. Deze keuzes zal u in eerste instantie moeten beslechten met elkaar bij de behandeling en vaststelling van de Omgevingsvisie Leiden 2040 1.1.
De Omgevingsvisie Leiden 2040 1.1, zal vervolgens, zoals eerder al is voorgesteld, als belangrijk (primaire) kader dienen. Mocht de Omgevingsvisie Leiden 2040 1.1 en ook ander door u vastgesteld beleid op onderdelen/thema’s (bijlage 3) onvoldoende houvast / (integrale) koers bieden, dan zal in de toekomst op die specifieke thema’s de verdere dialoog met elkaar gevoerd moeten worden. 5. De transitiefase Op basis van de door u gemaakte keuzes bepaalt u de eerste koers voor de totstandkoming van het Leids Omgevingsplan. Hiermee geeft u voornamelijk het college uitgangspunten mee om de komende periode aan de slag te gaan met de ontwikkeling van het Leids Omgevingsplan. Uiteindelijk zal het college u in etappes wijzigingen én daarmee stukjes van het Leids Omgevingsplan ter vaststelling aanbieden. Dit in etappes aanbieden zal vooralsnog de hele transitiefase in beslag nemen, tot uiterlijk 31 december 2029. Daarbij merken we gelijk op dat u, maar ook de samenleving, van dit alles op 1 januari 2022, op het moment van inwerkingtreding van de wet, nog niets zult merken. De eerste doorwerkingen van uw keuzes zullen pas daadwerkelijk merkbaar zijn als de eerste wijziging via één van de twee benoemde sporen aan u wordt aangeboden voor vaststelling. Financiën: Voor het opstellen van het Leids Omgevingsplan is budget beschikbaar tot en met 2022.
De verwachting is dat we, gelet op het veelzijdige en omvangrijke karakter van het omgevingsplan, ook na 2022 nog volop bezig zullen zijn met de (door)ontwikkeling van het Leids Omgevingsplan. Medio 2022 zullen we in de besluitvorming rondom de P&C cyclus naar verwachting separaat bij u terugkomen om extra budget te vragen ten behoeve van het opstellen/ontwikkelen van het Leids Omgevingsplan. Pagina 17 van 20
Inspraak/participatie: Gelet op de fase van planvorming rondom het Leids Omgevingsplan en het doel van onderhavig raadsvoorstel heeft er ten behoeve van het opstellen van dit raadsvoorstel heeft geen inspraak en/of participatie plaatsgevonden met de stad en/of (maatschappelijke) partners. Uiteraard zal bij het daadwerkelijk opstellen, ontwikkelen van het Leids Omgevingsplan vanzelfsprekend participatie en inspraak plaatsvinden. Daarbij schrijft, zoals eerder ook al opgemerkt, de wet zelfs voor dat aan de voorkant van het proces de gemeente moet aangeven hoe zij het participatieproces gaat insteken (kennisgevingverplichting), én dient zij bij vaststelling te motiveren hoe het participatieproces is doorlopen en tot welke resultaten dit heeft geleid (motiveringsplicht). Hoe dit participatieproces er t.z.t exact uit zal gaan zien, zal zoals gezegd op een later moment aan u worden voorgelegd. Vervolgproces: Na de vaststelling van onderhavig raadsvoorstel gaan we verder met het opstellen van een planning en participatieaanpak. Over beide onderdelen zult u z.s.m. (verder) worden geïnformeerd. Na het bepalen van de participatieaanpak en planning kan daadwerkelijk gestart worden met het opstellen van het Leids Omgevingsplan.
Naast bovenstaande zijn we de komende periode (tot uiterlijk eind 2021) druk bezig met alles klaarzetten voor het tijdelijke Omgevingsplan-van-rechtswege én zijn we als ambtelijke organisatie druk aan het oefenen met én voorbereiden op de komst van het Omgevingsplan als nieuw (wettelijk) instrument. Evaluatie: Met het vaststellen van dit raadsvoorstel geeft u het college uitgangspunten mee voor de ontwikkeling van het Leids Omgevingsplan. Deze ontwikkeling zal stapsgewijs plaatsvinden, waarbij u via meerdere besluiten (raadsvoorstellen) het Leids Omgevingsplan stuk voor stuk vaststelt. Elk te nemen besluit zal in de toekomst ook dienen als evaluatiemoment. Aan de ene kant zal het college in de voorbereiding van de voorstellen aangeven hoe de uitgangspunten uit onderhavig voorstel hebben uitgepakt c.q. zijn meegenomen. Aan de andere kant kunt u als raad deze toekomstige momenten ook aangrijpen om te reflecteren en eventueel nieuwe uitgangspunten mee te geven aan het college. Daarnaast zal het college bij het opstellen van een nadere planning ook rekening houden met het inbouwen van diverse evaluatiemomenten. Bijgevoegde informatie: 1. Advies Royal Haskoning DHV ‘Strategische keuzes Omgevingsplan’, d.d. 24 maart 2021 2. Technische informatie over het (Leids) Omgevingsplan (van-rechtswege); 3. Beleidsoverzicht ten behoeve van het Leids Omgevingsplan d.d. 18 mei 2021; 4.
Presentatie informatieve raadsessie ‘Omgevingsplan (in) Leiden’, d.d. 16 maart 2021.
Pagina 18 van 20
RAADSBESLUIT:
De raad van de gemeente Leiden: Gezien het voorstel van burgemeester en wethouders (Raadsvoorstel 21.0056 van 18 mei 2021), mede gezien het advies van de commissie Stedelijke Ontwikkeling, BESLUIT In het kader van het opstellen van het Leids Omgevingsplan voor de gemeente Leiden aan de voorkant van het totstandkomingsproces van het Leids Omgevingsplan: 1. Het Leids Omgevingsplan te zien en te gebruiken als een middel om te sturen op het behalen van de gemeentelijke ambities en doelen; 2. Het Leids Omgevingsplan te gebruiken als kaderstellend instrument, waarmee de raad (nog meer) invulling geeft aan zijn kaderstellende rol en de uitvoerende rol (nog meer) neerlegt bij het college; 3. Het college de volgende uitgangspunten mee te geven, welke als koers kunnen worden gebruikt bij de voorbereiding op en het opstellen van het Leids Omgevingsplan: a. Ten aanzien van het onderdeel ‘sturing’: i. Te kiezen voor een situationele aanpak, met een voorkeur voor uitnodigingsplanologie, luidend ‘uitnodigingsplanologie, tenzij’; ii. Te kiezen voor een meer conserverende en gedetailleerde aanpak wanneer de gemeentelijke ambities en doelen meer gericht zijn op het behouden en beheren van bestaande kwaliteiten, zoals bijvoorbeeld in het beschermd stadsgezicht en in het bijzonder de Binnenstad; iii.
Te kiezen voor een meer conserverende en gedetailleerde aanpak wanneer bescherming, gelet op de gemeentelijke ambities en doelen, van bepaalde onderdelen wenselijk en noodzakelijk is, zoals bijvoorbeeld bij het kappen van bomen en de bescherming van (gemeentelijke) monumenten; b. Ten aanzien van het onderdeel ‘samenwerking’: i. Actief te kijken welke thema’s kunnen worden overgelaten aan de samenleving en hiervoor voorstellen te doen; ii. Proactief de afstemming te zoeken met andere bestuursorganen voor o.a. het oppakken van gebiedsoverstijgende ambities en doelen; c. Ten aanzien van het onderdeel ‘planning’: i. Te streven naar een zo goed mogelijke kwaliteit, waarbij in beginsel kwaliteit prevaleert boven snelheid; d. Ten aanzien van de knoppen die invloed hebben op de ‘planning’: i. Bij de totstandkoming van het Leids Omgevingsplan in te zetten op het (verder) positief formuleren van regels, van nee, tenzij naar ja, mits; ii. Bij de totstandkoming van het Leids Omgevingsplan wordt voor de verdere toegankelijkheid van de regelgeving ingezet op het (verder) herschrijven en formuleren van regels op B1 (taal)niveau; iii. Bij de totstandkoming van het Leids Omgevingsplan wordt door het college gekeken of er mogelijkheden zijn om bestaande regels te dereguleren en hiervoor concrete voorstellen te doen. e. Ten aanzien van het onderdeel ‘regelen van activiteiten en functies’: i.
Het casco voor het omgevingsplan van de VNG als basis te gebruiken voor het Leids Omgevingsplan; ii. Het onderdeel ‘regelen van activiteiten en functies’ (vooralsnog) te beschouwen als een resultante van de keuze(s) op het onderdeel ‘sturing’; iii. Als de resultante nadelig uitpakt of wanneer door voortschrijdend inzicht andere keuzes op dit onderdeel noodzakelijk dan wel wenselijk zijn hierover opnieuw de dialoog te voeren met elkaar.
Pagina 19 van 20
Ten aanzien van de onderdelen ‘gebieden’ en ‘inhoudelijke thema’s’: i. De Omgevingsvisie Leiden 2040 1.0 (of haar rechtsopvolger(s)) en de Leidse Ontwikkelperspectieven te gebruiken als primaire kader voor het bepalen van de inhoudelijke koers op de onderdelen gebieden en inhoudelijke thema’s; ii. Wanneer de documenten zoals benoemd onder besluitpunt 3, onder f onder i onvoldoende antwoord geven, wordt - indien mogelijk teruggevallen op al ander (secundair) vastgesteld beleid (bijlage 3) voor het bepalen van de inhoudelijke koers op de onderdelen gebieden en inhoudelijke thema’s; iii. Wanneer de documenten onder besluitpunt 3, onder f onder i en ii onvoldoende antwoord geven wordt over deze gebieden en/of inhoudelijke thema’s opnieuw de dialoog voeren met elkaar (raad en college). 4. Het college te verzoeken om een (nadere) planning te maken voor het verdere proces van de totstandkoming van Leids Omgevingsplan, waarbij aandacht is voor, de volgorde van totstandkoming, de participatie, de noodzakelijke middelen en de verdere met elkaar te voeren dialoog, en de raad hierover uiterlijk in Q1 2022 per brief te informeren. f.
Gedaan in de openbare raadsvergadering van, de Griffier,
de Voorzitter,
dhr. G.F.C. Van Leiden
drs. H.J.J. Lenferink
Pagina 20 van 20