Reactie dhr van Prooijen op Zienswijzenota v010
Tekst van het document
Reactie indiener 90 op zienswijzennota LEAD (Definitief, 12 mei 2021) Bezwaar Z01: De reactietermijn op de ziensijzennota is te kort (brief 12 mei, tm inspreken 25 mei). Bezwaar Z02: Het is onduidelijk naar welke bezwaren en vragen elke samenvatting + reactie verwijst. Bezwaar Z03: 54 bezwaren zijn niet herleidbaar naar de zienswijzennota. Bezwaar Z04: 309 vragen niet herleidbaar naar nota zienswijzen. Bezwaar Z05: De zienswijzennota bevat vele dubbelingen in/ overlap tussen de samenvattingen. Bezwaar Z06: De zienswijzennota is onvolledig/incompleet in het beantwoorden van alle bezwaren en vragen van Indiener 90. Bezwaar Z07: De samenvattingen zijn op zichzelf onvolledig en doen tesamen onrecht aan de inhoud & de strekking van de zienszijze. Bezwaar Z08: In de zienswijzennota wordt niet op alle componenten van de samenvattingen gereageerd. Bezwaar Z09: De algemene strekking van de complete zienswijzennota is dat de gemeente zich bivakeert achter een lading documenten en daarmee doet alsof de kous af is. Dit terwijl de strekking van de zienswijze van Indiener 90 onder andere concludeert dat juist in deze reactieve houding – middels een niet objectieve intentie & strekking van de aangeleverde documenten – de schoen wringt in het totale vergunningsproces.
Bezwaar Z10: Het is frapant dat een zienswijze van 54 Bezwaren en 309 vragen (plus een interactieve 3D viewer en vele visualisaties, waaronder een schaduwkalender) 0,0 (nul) gevolgen kent volgens de gemeente. De totale zienswijzennota is daarmee als zeer twijfelachtig en mogelijk vooringenomen te duiden.
ID
Samenvatting ingekomen zienswijze (S) / Reactie (R)
Gevolg Commentaar van indiener 90
S – 90.1
Er worden bezwaren geuit en vragen gesteld over de noodzaak van Geen. woningbouw in deze vorm op deze locatie. Gevraagd wordt waarom gekozen is voor 580 woningen en wat de boven- en ondergrens is van het aantal te realiseren woningen van de in- en omliggende buurten.
De samenvatting is onvolledig & niet 1 op 1 herleidbaar naar specifieke, genummerde vragen en specifieke, genummerde bezwaren in de zienswijze van Indiener 90.
R – 90.1A
De initiatiefnemer van het planinitiatief LEAD heeft in november 2017 Geen. bij de gemeente haar concrete interesse kenbaar gemaakt het planinitiatief LEAD te gaan realiseren op deze locatie nabij de Willem de Zwijgerlaan.
Deze reactie is tekenend voor de houding van de gemeente. Ik zou hier verwachten te lezen ’te gaan willen realiseren’.
R – 90.1B
De keuze voor het aantal te realiseren woningen betreft dan ook een keuze van de initiatiefnemer, die onder meer is gebaseerd op de uitkomsten van het participatietraject.
Geen.
Incorrect. In het participatietraject is by design geen ruimte geweest voor afwijking van het beoogd aantal woningen.
R – 90.1C
Vervolgens is het aan de gemeente om te beoordelen of het aangevraagde project in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening en in dat kader planologische medewerking kan worden verleend aan de realisatie daarvan.
Geen.
Incorrect. Zie onder andere commentaar R – 90.10B.
R – 90.1D
Het planinitiatief LEAD voorziet in de realisatie van 580 woningen en Geen. levert daarmee een substantiële bijdrage aan de woningbehoefte. Verwezen wordt onder meer naar paragraaf 3.2.2.2 en 3.3.4 van de toelichting op het ontwerpbestemmingsplan. Daaruit volgt dat uit de ‘Regionale Woonagenda Holland Rijnland’ en de ‘Woonvisie Leiden 2020-2030’ de kwantitatieve behoefte aan het voorziene woonprogramma blijkt. Uit zowel het regionale als het gemeentelijk beleid blijkt daarnaast de behoefte aan een (hoog)stedelijk woonmilieu. Door in het planinitiatief zowel starterswoningen als woningen in het sociale, middel dure en dure segment te realiseren in combinatie met een levendige plint, wordt bijgedragen aan deze behoefte.
Deze plannen geven niet aan dat juist op de beoogde locatie zoveel woningen gebouwd moeten worden. Hoogbouw vereist niet perse 580 woningen.
R – 90.1E
De hoogte van de torens is nodig om voldoende woningen te kunnen Geen. realiseren zonder dat dit ten koste gaat van de groene ruimte in de stad.
Incorrect. Ook elders is ruimte. De verschillende hoogen laagbouw initiatieven aangrenzend aan beoogd bouwterrein staven dat. Zie voorbeelden Bezwaar #0
R – 90.1F
Om de gewenste ruimtelijke meerwaarde te kunnen bieden (zonder Geen. anderels de realisatie van een hoogwaardig stadspark) is een bepaalde hoogte nodig om tot uitvoerbare plannen te kunnen komen.
Incorrect. Sinds wanneer moet een flat gerealiseerd om een parkje te kunnen aanleggen? En van ‘hoogwaardig’ park is hier geen sprake, gezien de minimale bezonning ervan + locatie parallel aan een belangrijke verkeersader van Leiden.
R – 90.1G
Het woonprogramma realiseren binnen een veel lagere hoogte leidt Geen. tot een groot en massief blok, verlies van het stadspark en verstoring van het aspect skyline door het zicht op een gesloten blok in de horizon.
Incorrect. Deze cirkelredenering gaat alleen op omdat de keuze voor 580 woningen op de beoogde postzegel het uitgangspunt is.
R – 90.1H
De uitgangspunten van het project en die ook zijn opgenomen in de Nota van Uitgangspunten LEAD, zonder anderels ook de duurzaamheidsambities en de in artikel 5.6.3 van het bestemmingsplan opgenomen voorwaardelijke verplichting om minimaal 25% sociale huurwoningen te realiseren, zouden met een lager gebouw niet goed kunnen worden gerealiseerd.
Geen.
Incorrect. 40 Meter eraf zou slecht s70 woningen minder kosten. En omdat juist de duurdere woningen zijn, komt zo’n ontwerpaanpassing ten goede aan het percentage sociale woningen.
R – 90.1I
Het realiseren van veel lagere woontorens zou in dat kader economisch ook niet uitvoerbaar zijn.
Geen.
Incorrect. De skyline-torens zijn ook gerealiseerd.
R – 90.1J
De hoogte van de torens leidt niet tot onaanvaardbare ruimtelijke
Geen.
Incorrect. De hoogbouwvisie wordt overschreden met
effecten. Voor een bespreking van deze zienswijze wordt verder naar paragraaf 5.2.1 van deze zienswijzennota verwezen. Daar wordt uitgebreid toegelicht dat het project tot een kwalitatieve verbetering leidt, en dat wordt voldaan aan de criteria Eyeline & Skyline zonder anderels opgenomen in de Verstedelijkingsnotitie Leiden. Er wordt voldaan aan de afwijkingsmogelijkheid uit de Hoogbouwvisie. Verwezen wordt daarnaast naar de toelichting op het ontwerpbestemmingsplan, waarin de ruimtelijke effecten van het plan in kaart zijn gebracht en zijn afgewogen, alsmede naar de algemene themagewijze beantwoording in deze zienswijzennota.
twijfelachtige motivatie voor gebruik van de afwijkingsmogelijkheid. Bovendien laat de gemeente de ontwikkelaar zijn eigen vlees keuren door niet-onafhankelijke onderzoeken. Zie onder andere Bezwaar #2, #3, #6, #7, #8, #9. Zie tevens de inhoud en strekking van de complete zienswijze van Indiener 90.
R – 90.1K
Daarnaast wordt opgemerkt dat de vraag wat de boven- en ondergrens is van het aantal te realiseren woningen van de in- en omliggende buurten los staat van deze ontwerpbesluiten.
Geen.
Incorrect. De effecten op de omliggende buurten zijn groter dan de gemeente overziet. Zie Bezwaar #1.
S -2
De vraag wordt gesteld wat de gemeente zal doen om zwerfafval te voorkomen. De vraag wordt gesteld waar de volledige Milieu Effect Rapportage kan worden gevonden en hoeveel extra tijd wordt gegeven om hierover een zienswijze in te dienen.
Geen.
De samenvatting is onvolledig & niet 1 op 1 herleidbaar naar specifieke, genummerde vragen en specifieke, genummerde bezwaren in de zienswijze van Indiener 90.
R – 90.2A
Het optreden tegen zwerfafval betreft een handhavingsaspect dat is Geen. geregeld in de Afvalstoffenverordening van Leiden en maakt derhalve geen onderdeel uit van de ter inzage gelegde besluiten. In algemene zin wordt opgemerkt dat het niet aannemelijk is dat de hoeveelheid zwerfafval enkel zal toenemen door een toename van het aantal woningen. In het plangebied zullen (inpandig en in de openbare ruimte) voldoende afvalvoorzieningen aanwezig zijn voor de nieuwe bewoners..
Incorrect. Een ‘levendige plint’ brengt notair meer straatafval met zich mee, met effect op de omgeving.
S – 90.3
De vraag wordt gesteld waar de volledige Milieu Effect Rapportage kan worden gevonden en hoeveel extra tijd wordt gegeven om hierover een zienswijze in te dienen.
Geen.
Is dit een antwoord op Vraag 006?
Voor het project heeft een vormvrije m.e.r.-beoordeling plaatsgevonden, waarbij op basis van de aanmeldnotitie van de initiatiefnemer door de Omgevingsdienst West- Holland namens het
Geen.
R – 90.3A
Dit is een onvoldoende antwoord op Vraag 006: “Waar vind ik de volledige ‘ambtelijke’ – en niet de ‘bestuurlijke’ Milieu Effect Rapportage?” Incorrect. 580 woningen ≃ 1200 extra inwoners. Natuurlijk heeft dat wel effect. Iederen kuub beton, heeft effect.
college is geoordeeld dat geen sprake is van een activiteit die leidt tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu, zonder anderels bedoeld in het Besluit milieueffectrapportage. Verwezen wordt in dit kader naar bijlagen 20 en 21 bij de toelichting op het ontwerpbestemmingsplan. Het opstellen van een milieueffectrapport is gelet daarop niet vereist. S – 90.4
Op buurtniveau zal het aantal inwoners van Groenoord per hectare toenemen met 38%. Dit verandert het karakter van omliggende buurten te sterk. Er moeten mitigerende maatregelen worden genomen.
Geen.
De samenvatting is onvolledig & niet 1 op 1 herleidbaar naar specifieke, genummerde vragen en specifieke, genummerde bezwaren in de zienswijze van Indiener 90.
R – 90.4A
Onder verwijzing naar hetgeen in de toelichting op het ontwerpbestemmingsplan is opgemerkt, alsmede in de themagewijze beantwoording in deze zienswijzennota is opgemerkt, is het planinitiatief LEAD goed inpasbaar in de omgeving en leidt het project niet tot onaanvaardbare ruimtelijke effecten.
Geen.
Incorrect. Zie onder andere commentaar R – 90.1J
R – 90.4B
Gelet daarop bestaat geen reden om – anders dan de maatregelen die reeds onderdeel uitmaken van het planinitiatief LEAD om de ruimtelijke effecten van het project te beperken – aanvullende mitigerende maatregelen te nemen.
Geen.
Incorrect. Dit gaat verder dan alleen ruimtelijke effecten. Het omvat het merendeel van de thema’s uit de zienswijze van Indiener 90, zonder anderels: 1. Aantallen inwoners 2. Zicht 3. Schaduw 4. Wind 5. Lucht 6. De 7e valse belofte 7. Schijnparticipatie 10. Voorkom een stedelijke ‘wond’
R – 90.4C
Als gevolg van de verstedelijkingskeuzes van de gemeente acht zij Geen. een hogere bevolkingsdichtheid op de betreffende locatie in beginsel aanvaardbaar.
Onvolledig. Nu ben ik benieuwd, waar begint en eindigt ‘in beginsel’?
S – 90.5
Onduidelijk is hoe Leiden de reguliere voorzieningen gaat opschalen Geen. voor een toename van 20% tot 38% in het aantal inwoners per hectare. Het gaat onder andere om de bereikbaarheid en toegankelijkheid van zorg en onderwijs, afval op straat en om veiligheid.
De samenvatting is onvolledig & niet 1 op 1 herleidbaar naar specifieke, genummerde vragen en specifieke, genummerde bezwaren in de zienswijze van Indiener 90.
R – 90.5A
De toevoeging van 580 woningen genereert een bepaalde behoefte aan (maatschappelijke) voorzieningen.
Geen.
Incorrect. Er is al een behoefte aan (maatschappelijke) voorzieningen. En dat verschil tussen vraag en aanbod zal niet kleiner worden door het beoogd project.
R – 90.5B
De programmering van de behoefte aan (maatschappelijke) voorzieningen wordt gezien het groter voedingsgebied van de (maatschappelijke) voorzieningen en de woonopgave voor Leiden Noord bekeken binnen het Ontwikkelperspectief Leiden Noord als geheel. Voor zover in de toekomst blijkt dat naar aanleiding van de realisatie van LEAD een grotere behoefte ontstaat aan (maatschappelijke) voorzieningen, zal hiervoor op wijkniveau naar oplossingen worden gezocht in het ontwikkelperspectief.
Geen.
Onvoldoende. Zie onder andere Bezwaar #1.
R – 90.5C
Daarnaast geldt dat binnen het plan ruimte is voor 600 m2 aan commerciële en maatschappelijke functies, die een gedeelte van deze vraag kunnen opvangen
Geen.
Onvoldoende. Dit is breder dan maatschappelijke functies mogelijk in het beoogd project. Denk onder andere aan verkeer en veiligheid. Zie onder andere Bezwaar #1.
S – 90.6
Er lijkt sprake van belangenverstrengeling en de communicatie over Geen. het project is gekleurd. Burgerparticipatie wordt ondermijnd.
De samenvatting is onvolledig & niet 1 op 1 herleidbaar naar specifieke, genummerde vragen en specifieke, genummerde bezwaren in de zienswijze van Indiener 90.
R – 90.6A
Van een belangenverstrengeling is geenszins sprake.
Geen.
Incorrect. Zie de vele voorbeelden in de zienswijze van Indiener 90.
R – 90.6B
Voor een bespreking van deze zienswijze wordt verwezen naar Geen. paragraaf 5.2.9 van deze zienswijzennota. Daar wordt toegelicht dat er een uitgebreid participatietraject heeft plaatsgevonden waarin ruim aandacht is geweest voor het betrekken van de omgeving bij het planproces. De participatie heeft bovendien geleid tot concrete wijzigingen van het plan.
Incorrect. Het feit dat burgers zijn opgetrommeld en dat er een ‘participatieverslag’ is gepubliceerd, sluit niet uit dat er sprake was van schijnparticipatie. Bovendien zijn de ‘concrete wijzigingen’ minimaal.
R – 90.6C
Burgerparticipatie is dus niet ondermijnd.
Geen.
Incorrect. Zie de voorbeelden in het hoofdstuk 7. Schijnparticipatie in de zienswijze van indiener 90. met als klap op de vuurpijl de voorbeelden van intimidatie & van valsheid in geschrifte door projectontwikkelaar.
S – 90.7
De gemeente lapt de hoogbouwvisie aan haar laars. De
Geen.
De samenvatting is onvolledig & niet 1 op 1
hoogbouwvisie was tussen 12 mei 2020 tot en met 1 januari 2021 niet te vinden op de website van Leiden en ook in de documenten ingesloten bij de omgevingsvergunning is geen spoor te vinden van de hoogbouwvisie. Uit de hoogbouwvisie volgt een maximum van 70 meter voor hoogbouw. De visie zou een vertrekpunt moeten zijn voor de besluitvorming. De onderbouwing en argumentatie voor de afwijking is verstopt.
herleidbaar naar specifieke, genummerde vragen en specifieke, genummerde bezwaren in de zienswijze van Indiener 90.
R – 90.7A
Vooraf wordt opgemerkt dat de publicatie van de Hoogbouwvisie niet Geen. verplicht is.
Incorrect. Als de gemeente er op afwijkt, volgens een afwijkingsmogelijkheid, dan is de Hoogbouwvisie wel relevant en dus verplicht.
R – 90.7B
Daarnaast maakt de Hoogbouwvisie geen onderdeel uit van de ter inzage gelegde ontwerpbesluiten. Verder wordt benadrukt dat de Hoogbouwvisie dient als leidraad voor de maximale bouwhoogte bij het maken van nieuwe bestemmingsplannen.
Irrelevant, zie onder andere commentaar R – 90.7A.
R – 90.7C
Het kan dus zo zijn dat een ontwerp voor een project aanleiding geeft Geen. tot afwijking van de hoogtegrens uit de Hoogbouwvisie. Mits goed gemotiveerd is een afwijking toegestaan. De Hoogbouwvisie bevat een algemene afwijkingsmogelijkheid van de hoogten zonder anderels opgenomen in de visie. Van deze afwijkingsmogelijkheid is gebruik gemaakt. Voor een nadere toelichting hierop wordt verwezen naar paragraaf 5.2.1 van deze zienswijzennota verwezen, waarin de motivering van de afwijking van de Hoogbouwvisie is besproken.
Incorrect, zie onder andere commentaar R1 – J & R – 90.7A.
S – 90.8
De noodzaak voor hoogbouw ontbreekt, een reductie van 40 meter scheelt slechts 70 woningen. Ruimte voor alternatieven ontbreekt.
Geen.
De samenvatting is onvolledig & niet 1 op 1 herleidbaar naar specifieke, genummerde vragen en specifieke, genummerde bezwaren in de zienswijze van Indiener 90.
R – 90.8A
De hoogte van de torens is nodig om voldoende woningen te kunnen Geen. realiseren zonder dat dit ten koste gaat van de groene ruimte in de stad. Het woonprogramma realiseren binnen een veel lagere hoogte leidt tot een groot en massief blok, verlies van het stadspark en verstoring van de skyline door het zicht op een gesloten blok in de horizon.
Incorrect. Zie onder andere commentaar R – 90.1G.
R – 90.8B
De uitgangspunten van het project die ook zijn opgenomen in de Nota van Uitgangspunten LEAD, waaronder de
Incorrect. Zie onder andere commentaar R – 90.1H.
Geen.
Geen.
duurzaamheidsambities en de in artikel 5.6.3 van het bestemmingsplan opgenomen voorwaardelijke verplichting om minimaal 25% sociale huurwoningen te realiseren, zouden met een lager gebouw niet goed kunnen worden gerealiseerd. R – 90.8C
Het realiseren van veel lagere woontorens zou in dat kader economisch ook niet uitvoerbaar zijn.
Geen.
Incorrect. Zie onder andere commentaar R – 90.1I.
R – 90.8D
De hoogte van de torens leidt niet tot onaanvaardbare ruimtelijke Geen. effecten. Voor een bespreking van deze zienswijze wordt verder naar paragraaf 5.2.1 van deze zienswijzennota verwezen. Daar wordt uitgebreid toegelicht dat het project tot een kwalitatieve verbetering leidt, dat wordt voldaan aan de criteria Eyeline & Skyline zonder anderels opgenomen in de Verstedelijkingsnotitie Leiden en dat het plan past binnen de afwijkingsmogelijkheid uit de Hoogbouwvisie. Verwezen wordt daarnaast naar de toelichting op het ontwerpbestemmingsplan, waarin de ruimtelijke effecten van het plan in kaart zijn gebracht en zijn afgewogen, alsmede naar de algemene themagewijze beantwoording in deze zienswijzennota.
Incorrect. Zie onder andere commentaar R – 90.1J.
R – 90.8E
De initiatiefnemer van het planinitiatief LEAD heeft in november 2017 Geen. bij de gemeente haar concrete interesse kenbaar gemaakt het planinitiatief LEAD te gaan realiseren.
Zie onder andere commentaar R – 90.1A.
R – 90.8F
Ook is het studiedocument “LEAD; grootstedelijk wonen in Leiden” opgesteld waarin het project wordt toegelicht.
Geen.
Onvoldoende.
R – 90.8G
Vervolgens is het ontwerpproces gestart en zijn alle ruimtelijke aspecten van het planinitiatief LEAD onderzocht, afgewogen en aanvaardbaar bevonden.
Geen.
Incorrect. Het ontwerpproces van het beoogde project lag al klaar. Zie onder andere commentaar R – 90.1A.
R – 90.8H
Verder heeft er een uitgebreid participatietraject plaatsgevonden. Daarin is ruim aandacht is geweest voor het betrekken van de omgeving bij het planproces. De participatie heeft bovendien geleid tot concrete wijzigingen van het plan (zie paragraaf 5.2.9 van deze zienswijzennota).
Geen.
Incorrect. Zie onder andere commentaar R – 90.7A en R – 90.6C.
R – 90.8I
Het is echter niet aan de gemeente om actief naar alternatieven te zoeken.
Geen.
De taken van de gemeente omvatten onder andere goed opdrachtgeverschap, controle & handhaving ipv het faciliteren en het aanpassen van bestemmingsplan
en omgevingsvisie op een project van derden. Om eens wat te noemen. Zie de adviezen genoemd in de zienswijze van Indiener 90. Zie tevens de inhoud en strekking van de complete zienswijze van Indiener 90. R – 90.8J
Beoordeeld dient te worden of het uiteindelijk aangevraagde project in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening en of gelet daarop planologische medewerking kan worden verleend.
Geen.
Incorrect. Zie R – 90.8I.
S – 90.9
De hoogbouw is in strijd met de Strategische Verkenning.
Geen.
De samenvatting is onvolledig & niet 1 op 1 herleidbaar naar specifieke, genummerde vragen en specifieke, genummerde bezwaren in de zienswijze van Indiener 90.
R – 90.9A
De Strategische Verkenningen 2014-2018 is een ambtelijke Geen. verkenning, vastgesteld door de Concerndirectie van de gemeente Leiden, zonder de bedoelde politieke lading (zie blz. 3 Strategische Verkenningen). De Strategische Verkenningen bevat onderwerpen die relevant kunnen zijn voor het later opstellen van een verkiezingsprogramma van politieke partijen en een beknopte update van de Staat van Leiden. De Strategische Verkenningen is dus geen beleidsdocument dat van belang is voor het al dan niet toestaan van het planinitiatief LEAD.
Incorrect. Ik noem niet ‘Strategische Verkenningen 2014-2018’ maar ‘Strategische Verkenningen 20182022’. Dat verandert de zaak.
R – 90.9B
Bovendien wordt in de Strategische Verkenningen alleen gesproken over de kans dat – ten gevolge van de economische crisiS – 90.het planinitiatief LEAD geen doorgang kan vinden (zie blz. 71 Strategische Verkenning).
Geen.
Irrelevant.
R – 90.9C
Van strijd met de Strategische Verkenning is derhalve geen sprake.
Geen.
Incorrect. Zie onder andere commentaar R – 90.9A.
R – 90.9D
Het door indiener gestelde criterium ‘minimale hinder door zon, zicht Geen. en wind’ is één van de zeven beloften die de initiatiefnemer aan zichzelf heeft opgelegd. Van een zelfstandig criterium is echter geen sprake.
Incorrect. Zie onder andere commentaar R – 90.8I.
S – 90.10
Afgevraagd wordt waarom het project voldoet aan het criterium “minimale hinder door zon, zicht en wind.”.
Incorrect. Ik stel onder andere dat het project niet voldoet aan het criterium “minimale hinder door zon, zicht en wind” en dat de gemeente haar controlerende
Geen.
rol niet neemt. Zie onder andere commentaar R – 90.1,0C R – 90.10D en R – 90.10E. Zie ook onder andere het complete hoofdstuk 6. De 7e valse belofte in de zienswijze van Indiener 90. Zie ook onder andere commentaar R – 90.31A. R – 90.10A
Het door indiener gestelde criterium ‘minimale hinder door zon, zicht Geen. en wind’ is één van de zeven beloften die de initiatiefnemer aan zichzelf heeft opgelegd. Van een zelfstandig criterium is echter geen sprake.
Incorrect. Zie onder andere commentaar R – 90.8I.
R – 90.10B
Om het plan vast te kunnen stellen is relevant of het plan in Geen. overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening en blijvend sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Dat is het geval, hiervoor wordt verwezen naar de toelichting van het bestemmingsplan en de algemene themagewijze beantwoording van deze nota.
Incorrect. Het bestemmingsplan en de omgevingsvisie zijn immers aangepast – als een maatwerk pak – op het voorstel van derde. Zie onder andere Bezwaar #43 in de zienswijze van Indiener 90.
R – 90.10C
Ten aanzien van het aspect bezonning wordt verwezen naar paragraaf 5.2.7 van deze zienswijzennota. Daar wordt uitgebreid toegelicht dat het project niet leidt tot onaanvaardbare effecten op de mate van bezonning voor de woningen in de omgeving van het project.
Geen.
Incorrect. Zie onder andere het complete hoofdstuk 3. Schaduw in de zienswijze van Indiener 90.
R – 90.10D
Ten aanzien het aspect zicht wordt verwezen naar paragraaf 5.2.1 van deze zienswijzennota. In deze paragraaf is beschreven dat de ontwikkeling past binnen de afwijkingsmogelijkheid die de Hoogbouwvisie biedt. en wordt uitgebreid toegelicht dat met het planinitiatief LEAD van onevenredige aantasting van karakteristieke zichtlijnen tussen het plangebied en het beschermd stadsgezicht geen sprake is.
Geen.
Incorrect. Zie onder andere het complete hoofdstuk 2. Zicht in de zienswijze van Indiener 90.
R – 90.10E
Ten aanzien van het aspect wind wordt verwezen naar paragraaf Geen. 5.2.4 van deze zienswijzennota. Daar wordt uitgebreid toegelicht dat door het planinitiatief LEAD geen onaanvaardbare verslechtering van het windklimaat optreedt.
Incorrect. Zie onder andere het complete hoofdstuk 4. Wind in de zienswijze van Indiener 90.
S – 90.11
De maatvoering van het project is buitenproportioneel in vergelijking met de huidige bebouwing in de omgeving.
De samenvatting is onvolledig & niet 1 op 1 herleidbaar naar specifieke, genummerde vragen en specifieke, genummerde bezwaren in de zienswijze
Geen.
van Indiener 90. R – 90.11A
De hoogte van de torens is nodig om voldoende woningen te kunnen Geen. realiseren zonder dat dit ten koste gaat van de groene ruimte in de stad. Het woonprogramma realiseren binnen een veel lagere hoogte leidt tot een groot en massief blok, verlies van het stadspark en verstoring van de skyline door het zicht op een gesloten blok in de horizon.
Incorrect. Zie onder andere commentaar R – 90.1G.
R – 90.11B
De hoogte van de torens is nodig om voldoende woningen te kunnen Geen. realiseren zonder dat dit ten koste gaat van de groene ruimte in de stad.
Incorrect. Zie onder andere commentaar R – 90.1E.
R – 90.11C
Het woonprogramma realiseren binnen een veel lagere hoogte leidt Geen. tot een groot en massief blok, verlies van het stadspark en verstoring van de skyline door het zicht op een gesloten blok in de horizon.
Incorrect. Zie onder andere commentaar R – 90.1G.
R – 90.11D
De uitgangspunten van het project die ook zijn opgenomen in de Nota van Uitgangspunten LEAD, waaronder de duurzaamheidsambities en de in artikel 5.6.3 van het bestemmingsplan opgenomen voorwaardelijke verplichting om minimaal 25% sociale huurwoningen te realiseren, zouden met een lager gebouw niet goed kunnen worden gerealiseerd.
Geen.
Incorrect. Zie onder andere commentaar R – 90.1H.
R – 90.11E
Het realiseren van veel lagere woontorens zou in dat kader economisch ook niet uitvoerbaar zijn.
Geen.
Incorrect. Zie onder andere commentaar R – 90.1I.
R – 90.11F
Voor een bespreking van deze zienswijze wordt verder naar paragraaf 5.2.1 van deze zienswijzennota verwezen. Daar wordt uitgebreid toegelicht dat het project tot een kwalitatieve verbetering leidt, dat wordt voldaan aan de criteria Eyeline & Skyline zonder anderels opgenomen in de Verstedelijkingsnotitie Leiden en dat het plan past binnen de afwijkingsmogelijkheid uit de Hoogbouwvisie.
Geen.
Incorrect. Zie onder andere commentaar R – 90.1J.
R – 90.11G
Onderdeel van het ontwerp van de torens is dat zoveel mogelijk is Geen. geprobeerd aansluiting te zoeken bij het omliggende gebied. De nieuwbouw sluit aan op de stedenbouwkundige opzet van de aangrenzende wijk, in het bijzonder het patroon van rooilijnen en bouwblokken. De onderbouw van het plan sluit aan op de rooilijn aan de Willem de Zwijgerlaan en voltooit het bouwblok in combinatie met
Irrelevant. Hetzelfde geldt voor een ‘ritmische’ afbouw van de stedelijke wand, in plaats van opbouw.
de bestaande gebouwen uit de omgeving: het 150 kV station en het appartementengebouw Koningsstaete. Het project sluit met haar drie hoogteaccenten daarnaast aan op de bestaande stedelijke bebouwing. De gebouwen langs de Willem de Zwijgerlaan hebben een oplopende tred. Met het planinitiatief LEAD wordt de stedelijke wand aan de Willem de Zwijgerlaan, reeds bestaande uit bebouwing met een bouwhoogte van 50 tot 60 meter, door middel van ritmische bebouwing afgemaakt. De rooilijn van LEAD sluit aan de westzijde aan op Skyline Next en door de knik in het ontwerp sluit het eveneens aan op de oostelijke bebouwing. R – 90.11H
De hoogte van de torens leidt daarnaast niet tot onaanvaardbare ruimtelijke effecten. Verwezen wordt naar de toelichting op het ontwerpbestemmingsplan, waarin de ruimtelijke effecten van het plan in kaart zijn gebracht en zijn afgewogen, alsmede naar de algemene themagewijze beantwoording in deze zienswijzennota.
Geen.
Incorrect. Zie onder andere commentaar R – 90.1J.
S -12
Het zichtlijnenonderzoek is misleidend. De gekozen standpunten Geen. zijn selectief en gekozen met een object voor het voorstel. Het perspectief is vreemd & incorrect. Het aanzicht van de torens klopt niet met de zichtlijn. De kleuren van het planvoorstel zijn overtrokken afgevlakt en vergrijsd. De gemeente heeft haar controlerende rol onvoldoende genomen om de misleiding bloot te leggen. Verwezen wordt naar een zelfgemaakte interactieve 3D viewer waarin het aanzicht kan worden verkend. Het accepteren van de zichtlijnenstudie betreft onbehoorlijk bestuur. Een zichtlijn vanaf de locatie op de kruising Groenoordstraat en Hansenstraat ontbreekt, alsmede vanaf de locatie te Groenoordplein, Theehuis Noord, het Noorderpark, de Maresingel, de locatie nabij Molen de Valk en Groenoord Noord. Verschillende zichtlijnen zijn niet beschreven, maar worden wel geblokkeerd.
De samenvatting is onvolledig & niet 1 op 1 herleidbaar naar specifieke, genummerde vragen en specifieke, genummerde bezwaren in de zienswijze van Indiener 90.
R – 90.12A
Voor een bespreking van deze zienswijze wordt primair naar paragraaf 5.2.6 van deze zienswijzennota verwezen. Daar wordt uitgebreid toegelicht dat het planinitiatief LEAD niet leidt tot onevenredige aantasting van karakteristieke zichtlijnen tussen het plangebied en het beschermd stadsgezicht.
Geen.
Incorrect. Zie onder andere commentaar R – 90.10D.
R – 90.12B
Daarnaast wordt erop gewezen dat het zichtlijnenonderzoek in
Geen.
Incorrect. Zie onder andere commentaar R – 90.10D
overeenstemming met de Nota van Uitgangspunten LEAD is uitgevoerd. In de Nota van Uitgangspunten LEAD is het zelfbindend toetsingskader neergelegd voor wat betreft het toestaan van het planinitiatief LEAD. In de Nota van Uitgangspunten LEAD is aangegeven dat de zichtlijnen telkens zijn gekozen vanuit de kenmerkende posities in de stad, zijnde pleinen, delen van de singel, lange lanen en straten met monumenten. Daarbij is het ongewenst bevonden dat het planinitiatief LEAD de historische binnenstad domineert (zie blz. 24 van de Nota). R – 90.12C
Verder is aangegeven dat de gevolgen voor het zicht vanuit Het Geen. Groene Hart en voor het historisch landschap door de initiatiefnemer verder zullen worden uitgewerkt (zie blz. 43 van de Nota).
Dus een besluit hierover kan niet met terugwerkende kracht plaatsvinden. Intussen ontbreken dus relevante stukken in de gepubliceerde vergunningsaanvraag. Wat betekent dat voor de aanvraag?
R – 90.12D
Aangezien het zichtlijnenonderzoek deze uitgangspunten van de Nota van Uitgangspunten LEAD volgt, achten wij het onderzoek representatief voor de impact op de zichtlijnen met het planinitiatief LEAD. Bij het vaststellen van de standpunten is een representatieve selectie gemaakt van karakteristieke zichtlijnen.
Geen.
Incorrect. Zie onder andere commentaar R – 90.10D
R – 90.12E
Gelet daarop is niet elke straat of gezichtspunt in de binnenstad van Leiden meegenomen in het zichtlijnenonderzoek.
Geen.
Incorrect. Zie onder andere commentaar R – 90.10D.
R – 90.12F
Opgemerkt wordt verder dat de bestaande bebouwing bij het bepalen Geen. van de locaties geen rol heeft gespeeld. Van belang is de beleving, bijvoorbeeld vanuit de binnenstad. Hierbij is onvermijdelijk, zeker in een dichtbebouwde omgeving, dat gebouwen in de zichtlijn staan. De zichtlijnen geven in dat kader ook een accuraat beeld van wat het effect van het project is op de bestaande stad.
Onvolledig. Zie onder andere commentaar R – 90.10D.
R – 90.12G
Wij zien daarom geen aanleiding voor het oordeel dat de gekozen locaties selectief zijn, of het perspectief vreemd of incorrect is.
Geen.
Incorrect. Zie onder andere commentaar R – 90.10D.
R – 90.12H
Voor wat betreft de kleurstelling van de toren wordt erop gewezen dat op de overzichtskaarten in het zichtlijnenonderzoek door middel van een kleurcodering per locatie is aangegeven of het planinitiatief LEAD ‘niet dominant’ (grijs), ‘herkenbaar’ (lichtgroen), of ‘dominant’ (donkergroen) aanwezig is.
Geen.
Incorrect. Van een dergelijke kleurcodering is geen sprake in de formele stukken. Zie onder andere de genoemde bronnen in hoofdstuk 2. Zicht in de zienswijze van Indiener 90.
R – 90.12I
De kleuren op de afbeeldingen in het zichtlijnenonderzoek zijn dus Geen. niet bepalend voor de conclusies van het zichtlijnenonderzoek. Ook hierin zien wij geen reden aan te nemen dat het zichtlijnenonderzoek niet goed is uitgevoerd.
Incorrect. Let wel, het gaat hier niet alleen om de conclusies van het zichtlijnenonderzoek, maar ook hoe het zichtlijnenonderzoek een verkeerd beeld heeft geschetst. Met alle gevolgen van dien. Zie onder andere Bezwaar #6 en #7.
S – 90.13
Er is in projectfoto’s misbruik gemaakt van isometrisch perspectief Geen. en selectieve gezichtspunten en de slagschaduw van de nieuwbouw is te kort ingetekend. Hierdoor is de politiek en zijn burgers onvoldoende geïnformeerd.
De samenvatting is onvolledig & niet 1 op 1 herleidbaar naar specifieke, genummerde vragen en specifieke, genummerde bezwaren in de zienswijze van Indiener 90.
R – 90.13A
Van misbreuk van isometrisch perspectief is geen sprake. De torens van LEAD zijn op verschillende manieren in beeld gebracht.
Geen.
Incorrect. Zie de thema’s uit de zienswijze van Indiener 90, zonder anderels: 2. Zicht 6. De 7e valse belofte 7. Schijnparticipatie 10. Voorkom een stedelijke ‘wond’
R – 90.13B
Ook in de toelichting op het ontwerpbestemmingsplan zijn de torens vanuit verschillende hoeken getoond. Datzelfde geldt voor de uitgevoerde zichtlijnenstudie.
Geen.
Incorrect. Zie onder andere commentaar R – 90.13A
R – 90.13C
Verder geldt dat uit de bouwtekeningen die bij de ontwerpomgevingsvergunning voor de torens horen, de directe voor- en zijaanzichten in beeld zijn gebracht. Gelet hierop is van misbruik van isometrisch perspectief geen sprake.
Geen.
Incorrect. Zie onder andere commentaar R – 90.13A. Je zou dit ‘mosterd na de maaltijd’ kunnen noemen.
R – 90.13D
Opgemerkt wordt verder dat de gevolgen van het plan op de bezonning uitgebreid zijn onderzocht in het onderzoek van iTX Bouwconsult, dat onderdeel is van de Hoogbouweffectrapportage die als bijlage 27 bij het ontwerpbestemmingsplan is gevoegd.
Geen.
Incorrect. Zie onder andere commentaar R – 90.13A.
R – 90.13E
Verwezen wordt verder naar paragraaf 5.2.7 van deze zienswijzennota, waaruit volgt dat geen sprake is van onevenredige effecten op de mate van bezonning op woningen.
Geen.
Incorrect. Zie onder andere commentaar R –10C.
S – 90.14
Het ontwerp is monolitisch en niet rank. Afgevraagd wordt waarom de gemeente dit een passend aanzicht vindt.
Geen.
De samenvatting is onvolledig & niet 1 op 1 herleidbaar naar specifieke, genummerde vragen en specifieke, genummerde bezwaren in de zienswijze van Indiener 90.
R – 90.14A
De visie dat het ontwerp monolitisch is, wordt niet gedeeld.
Geen.
Incorrect. Zie onder andere de frontale aanzichten van de torens uit het plan en zie ook de vele renderings & standpunten in hoofdstuk 2. Zicht in de zienswijze van Indiener 90.
R – 90.14B
Onderdeel van het ontwerp van de torens is dat zoveel mogelijk is geprobeerd aansluiting te zoeken bij het omliggende gebied.
Geen.
Incorrect. Als dat het geval zou zijn, dan was de ‘stedelijke wand’ niet zo extreem opgetrokken en wellicht zelfs afgebouwd ipv opgebouwd. Zie onder andere de vele renderings & standpunten in hoofdstuk 2. Zicht in de zienswijze van Indiener 90.
R – 90.14C
De nieuwbouw sluit aan op de stedenbouwkundige opzet van de aangrenzende wijk, in het bijzonder het patroon van rooilijnen en bouwblokken.
Geen.
Incorrect. Zie onder andere commentaar R – 90.14B.
R – 90.14D
De onderbouw van het plan sluit aan op de rooilijn aan de Willem de Zwijgerlaan en voltooit het bouwblok in combinatie met de bestaande gebouwen uit de omgeving: het 150 kV station en het appartementengebouw Koningsstaete.
Geen.
Irrelevant. Rooilijnen gaan over een grondplan, niet over een bouwvolume.
R – 90.14E
Het project sluit met haar drie hoogteaccenten daarnaast aan op de bestaande stedelijke bebouwing. De gebouwen langs de Willem de Zwijgerlaan hebben een oplopende tred. Met het planinitiatief LEAD wordt de stedelijke wand aan de Willem de Zwijgerlaan, reeds bestaande uit bebouwing met een bouwhoogte van 50 tot 60 meter, door middel van ritmische bebouwing afgemaakt.
Geen.
Irrelevant. Er is geen stedebouwkundige noodzaak voor verdere opbouw van bouwhoogtes.
R – 90.14F
De rooilijn van LEAD sluit aan de westzijde aan op Skyline Next en door de knik in het ontwerp sluit het eveneens aan op de oostelijke bebouwing.
Geen.
Irrelevant.
S – 90.15
De voorbeelden van schaduwwerking blijven beperkt tot de zeer directe nabijheid van het beoogde object en het begrip hinder door schaduw wordt gebagatelliseerd met het eufemistische begrip bezonning. In de bezonningsstudies ontbreken visualisaties van de effecten van schaduw door het voorstel op gebieden zonder anderels onder andere de stadstuinen rond de Lucas van Leijdenstraat, het Stedelijk Gymnasium Leiden Socrates, het Theehuis Noord, het Noorderpark, het Islamitisch Centrum Imam Malik Leiden, de speelgebieden rond de Anna van Burenhof en
Geen.
De samenvatting is onvolledig & niet 1 op 1 herleidbaar naar specifieke, genummerde vragen en specifieke, genummerde bezwaren in de zienswijze van Indiener 90.
Juliana van Stolberghof, de Speeltuin Noorderkwartier en andere gebieden in Groenoord, Noorderkwartier en De Kooi. Verwezen wordt naar een zelfgemaakte schaduwkalender. Er is onvoldoende schaduwonderzoek uitgevoerd in een straal van 450 meter rondom het voorstel. Het park wordt aangelegd in een vrijwel permanent schaduwgebied. Qua schaduwwerking is geen sprake van een aantoonbare kwalitatieve verbetering zodat de gemeente zich niet mag permitteren af te wijken van de hoogbouwvisie. Er is nagelaten om te toetsen wat de sociale/leefbaarheidswaarde is van de gebieden met verschillende schaduwperiodes. In het schaduwonderzoek van iTX Bouwconsult is niet geduid tot hoever de schaduw reikt en welke woningen wel en niet zijn meegenomen in de studie. R – 90.15A
Voor de mate van bezonning gelden geen wettelijke normen.
Geen.
Irrelevant en onvolledig. Er zijn richtlijnen en precedentwerkingen. Als een rechtbank zicht kan buigen oveR – 90.bijvoorbeeld – schaduwhinder door een 8 meter hoge haag, dan geldt dat ook voor schaduwwerking door 3 torens van 65, 85 en 115m hoog. Zie ook de thema’s uit de zienswijze van Indiener 90, zonder anderels: 2. Zicht 6. De 7e valse belofte 7. Schijnparticipatie 10. Voorkom een stedelijke ‘wond’
R – 90.15B
Voor de invloed van het planinitiatief LEAD op de woningen die bezonningseffecten ondervinden van het project is evenwel onderzoek gedaan. Verwezen wordt naar paragraaf 5.2.7 van deze zienswijzennota, waaruit volgt dat geen sprake is van onevenredige effecten op de mate van bezonning op woningen.
Geen.
Incorrect. Zie onder andere commentaar R – 90.15A
R – 90.15C
Voor schaduwwerking op openbare plekken gelden geen algemene normen.
Geen.
Incorrect. Zie onder andere commentaar R – 90.15A.
R – 90.15D
Wij achten het niet aannemelijk dat de schaduwwerking van LEAD op Geen. openbare plekken onaanvaardbaar zal zijn. Hoewel de resultaten van de bezonningsstudie niet concreet zien op openbare plekken, volgt
Incorrect. Zie onder andere commentaar R – 90.15A.
hieruit wel dat in de omgeving van het bouwplan bij alle woningen wordt voldaan aan de bezonningsnorm. R – 90.15E
Nu voor de woningen in de wijde omtrek van het plan wordt voldaan aan de bezonningsnorm, ...
Geen.
Incorrect. Zie onder andere commentaar R – 90.15A.
R – 90.15F
… bestaat – mede gelet op het feit dat geen concrete normen voor Geen. bezonning op openbare plekken bestaan - ook geen reden om aan te nemen dat de mate van bezonning op de door indiener genoemde openbare plekken in de omgeving van het bouwplan onaanvaardbaar zal zijn.
Incorrect. Zie onder andere commentaar R – 90.15A.
R – 90.15G
Alle woningen die effect ondervinden van de schaduwwerking door LEAD zijn onderzocht door iTX Bouwconsult.
Geen.
Incorrect. Zie onder andere commentaar R – 90.15A.
R – 90.15H
Evenwel zijn in het onderzoek enkel de woningen uitgewerkt waarvan Geen. na een eerste controle onduidelijk is of ze voldoen aan de TNO- norm ‘licht’.
Irrelevant. Zie onder andere commentaar R – 90.15A.
R – 90.15I
De woningen waarvan bij een eerste controle evident blijkt dat zij voldoen aan de TNO-norm, zijn niet nader genoemd of uitgewerkt in het onderzoek.
Geen.
Incorrect. Zie onder andere commentaar R – 90.15A.
R – 90.15J
Bij deze kritische wooneenheden is tevens gekeken naar de afname van de bezonningsduur. Al deze kritische woningen zijn nader uitgewerkt in het rapport van iTX Bouwconsult.
Geen.
Incorrect. Zie onder andere commentaar R – 90.15A.
R – 90.15K
De grens van 450 meter wordt niet als zodanig gehanteerd, nu voor iTX Bouwconsult de maat van de slagschaduw zelf van belang is, gemeten tussen 9:15 uur en 16:45 uur. In dit geval lag slagschaduw rond 9:15 uur globaal in het oosten bij de Haarlemmerweg en Frans van Mierisstraat. Bij het einde van de meting om 16:45 uur reikte de slagschaduw in het volkstuinen complex.
Geen.
Incorrect. Zie onder andere commentaar R – 90.15A.
R – 90.15L
Overigens is de afstand van de slagschaduw bij het begin 570 meter en aan het eind 720 meter.
Geen.
Incorrect. Zie onder andere commentaar R – 90.15K.
R – 90.15M
Tussen het begin en het eind wordt de slagschaduw als gevolg van de hogere zonnestand korter.
Geen.
Relevant, doch onvolledig. Zie onder andere commentaar R – 90.15A.
R – 90.15N
Er is dus wel degelijk onderzoek gedaan naar de mate van bezonning Geen. op een afstand van 450 meter, en zelfs daarbuiten.
Relevant, doch onvolledig. Zie onder andere commentaar R – 90.15A.
S – 90.16
In de lijst met oude bekendmakingen (eind april 2020) is geen Geen. windonderzoek opgenomen. Het windonderzoek van Actiflow bevat rommelig gefundeerde conclusies. De verwijzing naar en de toetsings op NEN 8100 is ondermaats, het geeft handvatten voor voetgangers maar laat fietsers, scootmobielen en brommers in den minne als het gaat over windhinder en windgevaar. Datzelfde geldt voor hardlopers en ouderen met een rollator. NEN 8100 wordt niet door nationale wetgeving aangewezen. Het windonderzoek zegt niets over dakterrassen en mogelijke horecagelegenheden met een terras. De toegepaste NEN 8100 is niet vrijelijk beschikbaar en kost geld. Het document ontbreekt in de bekendmaking. De cilindervormen in de modellering zijn qua dimensionering en vorm veel te massief en solide om een boom of struik te kunnen representeren en om realistische conclusies te kunnen trekken over windhinder en windgevaar op 1,75 meter hoogte. Er is minimaal oog geweest voor de realiteit. De begroeiing is onnodig overgedimensioneerd qua volume en ondergedimensioneerd qua vorm. Er is onafhankelijk onderzoek van een derde partij nodig. Onduidelijk is of het down draft effect, het height/speed effect, down wind eddy en counter current effect, het venturi effect en eventuele andere effecten zijn meegenomen. Onduidelijk is hoe de verschuivingen in het maaiveld zijn meegenomen.
De toelichting van 3D interactie van de verschillende windeffecten ontbreekt. Onduidelijk is of de bestaande situatie een jaarrgemiddelde, zomergemiddelde, wintergemiddelde of een gemiddelde van een specifieke maand betreft. In figuur 4.2a moet als bijschrift “wintergemiddelde” staan in plaats van “wintersituatie” en in figuur 4.2b moet staan “zomergemiddelde” in plaats van “zomersituatie”. Onduidelijk is waarom categorie D zo breed gedefinieerd is en afgevraagd wordt in hoeverre de geschetste windhinder en windgevaar in het lage, midden of hogere gebied van categorie D zit. Jaar- en seizoensgemiddelde vergelijkingen tussen de bestaande en nieuwe situatie ontbreken voor de dominante windrichtingen en elke windsterkte van deze windrichtingen. Er wordt in het midden gelaten of de seizoenen astronomische of meteorologische seizoenen betreffen. Overschrijdingskansen voor
De samenvatting is onvolledig & niet 1 op 1 herleidbaar naar specifieke, genummerde vragen en specifieke, genummerde bezwaren in de zienswijze van Indiener 90.
15 m/s ontbreken en de figuren projecteren gemiddelden over twee seizoenen en slaan zo excessen plat. De overschrijdingskans van 6% betekent dat op 21,9 dagen per jaar de kans te hoog is. Het windonderzoek gaat teveel uit van gemiddelden en toont resultaten over een te klein gebied. Er moeten mitigerende maatregelen worden genomen om de verkeersveiligheid te waarborgen. R – 90.16A
Vooropgesteld wordt dat het windonderzoek onderdeel is van de ter inzage gelegde stukken, zodat indiener het onderzoek heeft kunnen inzien en daarop een zienswijze heeft kunnen indienen.
Geen.
Irrelevant. Het windonderzoek had in een eerdere bekendmaking (april 2020) reeds op tafel moeten liggen, omwille het criterium ‘zon, zicht en wind’.
R – 90.16B
Verder volgen wij de bezwaren over het onderzoek door Actiflow niet. Geen. Primair wordt verwezen naar paragraaf 5.2.4 van deze zienswijzennota. Daar wordt het uitgevoerde onderzoek uitgebreid toegelicht.
Incorrect. Zie onder andere het complete hoofdstuk 4. Wind in de zienswijze van Indiener 90.
R – 90.16C
Benadrukt wordt verder dat er in Nederland geen wettelijke regeling is vastgesteld voor het bepalen van de aanvaardbaarheid van het windklimaat in de ruimtelijke ordening. Daarom is het windklimaat onderzocht aan de hand van NEN-norm 8100:2006.
Geen.
Incorrect en onvolledig. Zie onder andere commentaar R – 90.15A. Zie ook de thema’s uit de zienswijze van Indiener 90, zonder anderels: 4. Wind 6. De 7e valse belofte 7. Schijnparticipatie 10. Voorkom een stedelijke ‘wond’
R – 90.16D
Ook de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft Geen. reeds geoordeeld dat gebruik van de NEN 8100:2006 aanvaardbaar is (AbRvS 6 november 2019,ECLI:NL:RVS:2019:3734, r.o. 16.3-16). De classificering en visualisatie betreffende windhinder enerzijds en windgevaar anderzijds is volledig in lijn met de norm. Er is dan ook geen reden om de resultaten anders te tonen.
Incorrect en onvolledig. Zie onder andere commentaar R – 90.16C.
R – 90.16E
Conform de norm dient ingegaan te worden op het windklimaat voor Geen. voetgangers in het openbaar gebied. In de rapportage is aanvullend ingegaan op het fietspad, hetgeen extra inzicht geeft in het bereikte windklimaat ter plaatse terwijl dit geen onderdeel is van de NENnorm. Het bereikte windniveau wordt aanvaardbaar geacht.
Incorrect en onvolledig. Zie onder andere commentaar R – 90.16C.
R – 90.16F
Horecaterrassen en dakterrassen vallen buiten de beoordeling conform NEN8100:2006.
Geen.
Onvolledig. Zie onder andere commentaar R – 90.16C.
R – 90.16G
Aan het beperken van windhinder voor terassen is aandacht besteed Geen. gedurende het ontwerpproces.
Onvolledig. Zie onder andere commentaar R – 90.16C.
R – 90.16H
Verder geldt dat bij het opstellen van het onderzoek gebruik is Geen. gemaakt van berekeningen op basis van Computational Fluid Dynamics (CFD). Zonder anderels omschreven in het onderzoek worden deze berekeningen uitgevoerd aan de hand van een driedimensionaal CAD-model van de nieuwbouw en directe omgeving. In dit model zijn relevante terreinhoogten, relevante vegetatie (bomen), relevante bestaande gebouwen en de nieuwbouw opgenomen. Het model is opgebouwd conform de richtlijnen in NEN8100:2006 en best-practice guidelines omtrent het bepalen van het windklimaat in de stedelijke omgeving. Conform de NEN-norm worden 12 windrichtingen doorgerekend, zodat een compleet beeld wordt verkregen van de windstroming bij diverse hoeken van aanstromen. Vervolgens kunnen de resultaten met behulp van de lokale windstatistiek worden verwerkt tot de overschrijdingskans van de drempelwaarde voor windhinder enerzijds en windgevaar anderzijds. Hiermee worden de optredende windhinderklassen en risico’s op windgevaar bepaald. De klassen en risico’s worden conform de NEN-norm op een hoogte van 1,75 meter boven het grondvlak gevisualiseerd.
Incorrect en onvolledig. Zie onder andere commentaar R – 90.15A. Zie ook de thema’s uit de zienswijze van Indiener 90, zonder anderels: 4. Wind 6. De 7e valse belofte 7. Schijnparticipatie 10. Voorkom een stedelijke ‘wond’
R – 90.16I
Bij sprongen in het maaiveld kan het zijn dat er ook een sprong in het Geen. resultaat zichtbaar is. Dit is bijvoorbeeld zichtbaar in de tunnelbak, welke door de afscherming aan twee zijden relatief luw is gelegen ten opzichte van het naastgelegen maaiveld.
Onvolledig. Zie onder andere commentaar R – 90.16H.
R – 90.16J
In de berekeningen worden alle mogelijke stromingsfenomenen Geen. bepaald. Indien er specifieke stromingsfenomenen op gaan treden, zonder anderels downwash, cornerstream, tunnelling, horshoe vortices e.d., dan wordt dit binnen de berekening bepaald. De visualisaties op 1,75 meter boven het grondvlak zijn hier het resultaat van.
Onvolledig. Zie onder andere commentaar R – 90.16H.
R – 90.16K
In het onderzoek worden vier situaties getoond, te weten:
Irrelevant en onvolledig. Zie onder andere commentaar
Geen.
– de bestaande situatie in de herfst/winter (lees: bladverliezende bomen als bladloos) – de nieuwe situatie in de herfst/winter – de nieuwe situatie in de lente/zomer (lees: alle bomen bladdragend) – de nieuwe situatie als jaargemiddelde (lees: gemiddelde van herfst/winter, lente/zomer). Hierbij dienen de resultaten op twee wijzen te worden getoetst. Indien het effect van de nieuwbouw op de ruime omgeving wordt bepaald dan kunnen beide herfst/winter situaties worden beschouwd. Hierbij is geconcludeerd dat de nieuwbouw overwegend een blokkerend en hiermee positief effect heeft op het windklimaat nabij omliggende bestaande bebouwing. In tweede instantie is het toevoegen van vegetatie ingezet om in de directe nabijheid van de nieuwbouw zorg te dragen voor het mitigeren van het windklimaat. Dit om het windklimaat op looproutes en nabij entrees van de nieuwbouw te optimaliseren. In de lente/zomersituatie geeft dit een zeer positief beeld, echter zal de jaargemiddelde situatie conform de norm dienen als toetsingsgrond. In dat kader wordt geconcludeerd dat het windklimaat voldoet aan de eisen die in relatie tot de beoogde functie kunnen worden gesteld.
R – 90.16H.
R – 90.16L
Het toetsen aan excessen, zonder anderels indiener voorstelt, valt onder het onderdeel windgevaar’ in de NEN-norm. Duidelijk mag zijn dat er van dergelijke excessen in geen van de situaties sprake is.
Geen.
Incorrect. Zie onder andere commentaar R – 90.16H.
R – 90.16M
De bomen die gemodelleerd zijn, komen qua type, hoogte, locatie en volume overeen met hetgeen is opgegeven door de landschapsarchitect. In dit geval zijn in het windklimaatonderzoek versimpelde cilindrische volumes gebruikt, welke qua invloed representatief zijn voor de aanwezige of geplande bomen. Hierbij wordt in het onderzoek uitgegaan van een poreus medium, waarbij het effect van de boomkruin op de stroming wordt bepaald op basis van best-practice guidelines en wetenschappelijk onderzoek op dit gebied.
Geen.
Onvolledig en ncorrect. Zie onder andere commentaar R – 90.16H.
R – 90.16N
Gelet op het voorgaande bestaat geen reden om te twijfelen aan het windonderzoek van Actiflow.
Geen.
Incorrect. Zie onder andere commentaar R – 90.16H.
S – 90.17
Het fenomeen van een verlaagde gevoelstemperatuur is niet onderzocht.
Geen.
De samenvatting is onvolledig & niet 1 op 1 herleidbaar naar specifieke, genummerde vragen en specifieke, genummerde bezwaren in de zienswijze van Indiener 90.
R – 90.17A
Deze stelling rondom de verlaagde gevoelstemperatuur wordt niet Geen. nader onderbouwd. Niet is aannemelijk dat de gevoelstemperatuur in de omgeving van LEAD lager wordt door het project. Door een juiste mate van windcomfort te garanderen, zonder anderels aangetoond in het windonderzoek van Actiflow, zal het risico op discomfort door een te lage gevoelstemperatuur beperkt zijn.
Incorrect. Zie onder andere Bezwaar #30 en Vraag 190.
R – 90.17B
Daarnaast geldt dat de effecten op de gevoelstemperatuur geen ruimtelijk relevant aspect betreft dat wij voor de vaststelling hebben moeten beoordelen.
Geen.
Onvolledig. Zie onder andere commentaar R – 90.17A.
S – 90.18
Het voorstel is niet gecorrigeerd op het nieuwe samenleven en werken sinds Covid-19. Voor de derde Lorentztoren zijn wel ontwerpeisen aangepast.
Geen.
De samenvatting is onvolledig & niet 1 op 1 herleidbaar naar specifieke, genummerde vragen en specifieke, genummerde bezwaren in de zienswijze van Indiener 90.
R – 90.18A
Het aanpassen van het bouwwerk op basis van de pandemie is niet noodzakelijk. Hoewel momenteel sprake is van een pandemie, is de verwachting dat deze beëindigd is ruim voordat het planinitiatief LEAD is gerealiseerd. Ten aanzien van de derde Lorentztoren geldt dat de projectontwikkelaar zelf heeft gekozen voor het wijzigen van het ontwerp. Een verplichting daartoe is er niet.
Geen.
Akkoord.
R – 90.18B
Het planinitiatief LEAD dient op haar eigen merites te worden Geen. beoordeeld, dat elders aanpassingen zijn gedaan aan het ontwerp van een bouwwerk betekent niet dat dergelijke aanpassingen moeten worden doorgevoerd ten aanzien van dit project.
Twijfelachtig. Waarom niet leren van derden?
S – 90.19
De belofte “minimale hinder door zon, zicht en wind” is een Geen. schijnredenering. De bandbreedte waarbinnen wordt voldaan aan de belofte is onduidelijk.
De samenvatting is onvolledig & niet 1 op 1 herleidbaar naar specifieke, genummerde vragen en specifieke, genummerde bezwaren in de zienswijze
van Indiener 90. R – 90.19A
Het door indiener gestelde criterium ‘minimale hinder door zon, zicht Geen. en wind’ is één van de zeven beloften die de initiatiefnemer aan zichzelf heeft opgelegd. Van een zelfstandig criterium is echter geen sprake.
Incorrect. Zie onder andere commentaar R – 90.8I.
R – 90.19B
Om het plan vast te kunnen stellen is relevant of het plan in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening en blijvend sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Dat is het geval.
Incorrect. Zie onder andere commentaar R – 90.10B.
R – 90.19C
Voorafgaand aan de vaststelling van het ontwerpbestemmingsplan Geen. zijn de in de belofte genoemde aspecten uitvoerig onderzocht. Dat de bandbreedte waarbinnen wordt voldaan aan de belofte onduidelijk is, kan niet worden gevolgd.
Incorrect. Zie onder andere commentaar R – 90.8I.
R – 90.19D
Onderzocht dient te worden tot in hoeverre de effecten van het planinitiatief LEAD op de aspecten bezonning, zicht en wind aanvaardbaar zijn. Die onderzoeken zijn uitgevoerd.
Geen.
Onvolledig. Zie onder andere commentaar R – 90.8I.
R – 90.19E
Ten aanzien van het aspect bezonning wordt verwezen naar paragraaf 5.2.7 van deze zienswijzennota. Daar wordt uitgebreid toegelicht dat het project niet leidt tot onaanvaardbare effecten op de mate van bezonning voor de woningen in de omgeving van het project.
Geen.
Incorrect. Zie onder andere commentaar R – 90.10C.
R – 90.19F
Ten aanzien het aspect zicht wordt verwezen naar paragraaf 5.2.1 van deze zienswijzennota. In deze paragraaf is beschreven dat de ontwikkeling past binnen de afwijkingsmogelijkheid die de Hoogbouwvisie biedt. en wordt uitgebreid toegelicht dat met het planinitiatief LEAD van onevenredige aantasting van karakteristieke zichtlijnen tussen het plangebied en het beschermd stadsgezicht geen sprake is.
Geen.
Incorrect. Zie onder andere commentaar R – 90.10D.
R – 90.19G
Ten aanzien van het aspect wind wordt verwezen naar paragraaf Geen. 5.2.4 van deze zienswijzennota. Daar wordt uitgebreid toegelicht dat door het planinitiatief LEAD geen onaanvaardbare verslechtering van het windklimaat optreedt.
Incorrect. Zie onder andere commentaar R – 90.10E.
S – 90.20
Hinder door lichtweerspiegeling is niet onderzocht.
De samenvatting is onvolledig & niet 1 op 1 herleidbaar naar specifieke, genummerde vragen en
Geen.
Geen.
specifieke, genummerde bezwaren in de zienswijze van Indiener 90. R – 90.20A
LEAD wordt niet gerealiseerd met een materiaal dat effecten voor Geen. weerspiegeling met zich brengt. Zo is door de ontwikkelaar gekozen om geen pv-panelen in de gevel op te nemen. Daarnaast geldt dat het materiaalgebruik mat is nu gebruik wordt gemaakt van beton en keramiek met een zeer lage reflectie. Keramisch materiaal heeft reliëf waardoor reflectie gespreid wordt.
Incorrect. Er zit wel degelijk spiegelend materiaal in het ontwerp. Mensen kopen geen betonnen muren. Zij kopen ruimte en zicht. Daar is glas voor nodig.
R – 90.20B
Verder zijn de grootste aaneengesloten gevelvlakken gesitueerd op het noorden en reflecteren zij daarom niet. De overige gevelvlakken zijn door de vorm van de gebouwen beperkt in grootte.
Geen.
Incorrect. Of moet ik hier lezen dat er een enorm schaduwvlak ontstaat op de gevelwand noordzijde? In dat geval, zie Hoofdstuk 3. Schaduw de zienswijze van Indiener 90.
R – 90.20C
Tot slot geldt dat de zuidgevels van het gebouw ter hoogte van het Geen. huidige Monuta-gebouw en van de losstaande toren worden voorzien van luifels die reflectie breken.
Extra Vraag 310: Waar vind ik dat terug in het ontwerp / ingediende stukken?
R – 90.20D
Dat hinder door lichtweerspiegeling zal optreden is dan ook niet aannemelijk.
Geen.
Onvolledig. Een voorbeeld: Een openslaand raam van een der appartementen aan de Skyline weerspiegelt bij mij thuis al hinderlijk. Laat staan het effect van 580 woningen.
S – 90.21
Hinder door avondverlichting is niet onderzocht. De belofte dat sprake zal zijn van minimale hinder door zicht wordt niet nagekomen
Geen.
De samenvatting is onvolledig & niet 1 op 1 herleidbaar naar specifieke, genummerde vragen en specifieke, genummerde bezwaren in de zienswijze van Indiener 90.
R – 90.21A
Dat onevenredige lichthinder zal optreden is niet aannemelijk en ook niet aannemelijk gemaakt in de zienswijze.
Geen.
Incorrect. In het verlengde van R – 90.20D: Sinds de voltooiing van Skyline heb ik verduisterende gordijnen moeten aanbrengen, omwille nachtelijke hinder door verlichting van Skyline.
R – 90.21B
Anders dan voor bijvoorbeeld bedrijven die grote lichtinstallaties gebruiken (zonder anderels op sportterreinen) gelden voor licht vanuit woningen geen normen. Reguliere consumentenverlichting in woningen is immers niet inherent hinderlijk van aard. Dit is niet anders wanneer sprake is van hoogbouw. Voor zover sprake is van lichtexcessen in individuele woningen van de hoogbouw, geldt dat
Geen.
Incorrect. Zie onder andere commentaar R – 90.8I.
het burenrecht hierop van toepassing is. S – 90.22
Er is sprake van schijnparticipatie. Men is onvoldoende geïnformeerd. Verwezen wordt tevens naar de Alternatieve Factsheet Zorgen om Lead. Afgevraagd wordt of voorstanders tijdens de inspraak daadwerkelijk belanghebbenden zijn en geen stromanfiguren. Participanten kregen telkens kort op de vervolgsessie informatie toegespeeld. De dialoog over de maatvoering werd teniet geslagen. De gemeente heeft niet geluisterd naar participanten. Bepaalde bewonersgroepen zijn niet betrokken. De participanten zijn niet representatief voor de doelgroep waarop het voorstel impact heeft. Participatie over de nieuwe hoogbouwvisie komt als mosterd na de maaltijd. De ontwikkelaar heeft ten minste één participant geïntimideerd en van één participant de identiteit valselijk gebruikt.
Geen.
De samenvatting is onvolledig & niet 1 op 1 herleidbaar naar specifieke, genummerde vragen en specifieke, genummerde bezwaren in de zienswijze van Indiener 90.
R – 90.22A
Voor een bespreking van deze zienswijze wordt verwezen naar Geen. paragraaf 5.2.9 van deze zienswijzennota. Daar wordt toegelicht dat er een uitgebreid participatietraject heeft plaatsgevonden waarin ruim aandacht is geweest voor het betrekken van de omgeving bij het planproces. De participatie heeft geleid tot concrete wijzigingen van het plan.
Incorrect. Zie onder andere commentaar R – 90.6B
R – 90.22B
Van schijnparticipatie is naar onze mening geen sprake.
Geen.
Incorrect. Zie het hoofdstuk 7. Schijnparticipatie in de zienswijze van indiener 90. Met als klap op de vuurpijl de voorbeelden van intimidatie & van valsheid in geschrifte door projectontwikkelaar.
R – 90.22C
Dat de participanten niet representatief zijn voor de doelgroep waarop het voorstel impact heeft kan niet worden gevolgd. Op aangeven van de gemeente werden in de projectomgeving 3.500 uitnodigingen verspreid. Naar aanleiding van de eerste publieksbijeenkomst op 11 september 2018 gaven daarnaast 40 mensen zich op voor een plangroep om de onderwerpen met de initiatiefnemer te bespreken. Hieraan hebben 35 mensen actief deelgenomen. Ook is een woonenquête gehouden onder ruim 1.300 belangstellenden. Gelet hierop bestond de mogelijkheid voor alle belanghebbenden om hun mening te delen over het project.
Geen.
Incorrect. Zie het hoofdstuk 7. Schijnparticipatie in de zienswijze van indiener 90.
R – 90.22D
Opgemerkt wordt dat het ontwerp van de nieuwe Omgevingsvisie van Geen. Leiden van 2 april tot en met 14 mei 2021 ter inzage is gelegd. In de nieuwe Omgevingsvisie wordt ook uitgegaan van de locatie van LEAD als een plek waar hoogbouw is toegestaan en is LEAD als zodanig ook onderdeel van de Omgevingsvisie.
Incorrect. De nieuwe omgevingsvisie wordt ‘misbruikt’ door een project dat nog beoordeeld/verleend/gegund moet worden als praktisch gerealiseerd in te tekenen op de kaart.
R – 90.22E
Ten aanzien van de participatie die wordt gestart met betrekking tot de nieuwe Omgevingsvisie, geldt dat dit niet afdoet aan het feit dat voor dit concrete project een uitgebreid participatietraject is doorlopen, waarbij ook verschillende aspecten van het ontwerp zijn aangepast op basis van de inbreng van belanghebbenden.
Geen.
Incorrect. Zie onder andere commentaar R – 90.22D.
R – 90.22F
Voor de argumenten die hebben geleid tot de afwijking van de huidige Hoogbouwvisie, wordt verwezen naar paragraaf 5.2.1 van deze zienswijzennota.