CConstaterende datLeiden
Koppel je AI →
Document · PDF

Concept-besluitenlijst Gemeenteraad Leiden 8 oktober 2020

Gemeenteraad 28 januari 2021, gemeente LeidenBij agendapunt: Vaststelling besluitenlijst van 8 oktober 202037.703 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

HMRI-99: Handleiding meten en rekenen industrielawaai, van het ministerie van Vrom, uitgave 1999; 36. Incidentele festiviteit: Een festiviteit of activiteit die gebonden is aan één of een klein aantal inrichtingen; 37. Inrichting: Inrichting type A of type B als bedoeld in het Activiteitenbesluit milieubeheer; 38. Kampeermiddel: Een onderkomen of voertuig waarvoor geen omgevingsvergunning voor het bouwen in de zin van artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is vereist, dat bestemd of opgericht is dan wel gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf; 39. Ligplaats: Een deel van het openbaar water waar het is toegestaan een vaartuig af te meren gedurende ten minste de periode tussen zonsondergang en zonsopkomst; 40. Ligplaatsvergunning: Een vergunning die door het college is verleend waarmee het is toegestaan een ligplaats in te nemen met een vaartuig of ander drijvend voorwerp; 41. NEN: Een door de Stichting Nederlands Normalisatie-Instituut uitgegeven norm; 42. NVTB: Nederlandse Vereniging van Taxateurs voor Bomen; 43. Omgevingsvergunning: Een omgevingsvergunning zoals bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, en artikel 2.2, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; 44. Openbare ruimte: a. In geval van houtopstanden: een voor het publiek toegankelijke plaats.

Hieronder vallen ook de weg, en erven en terreinen die niet kenbaar ten opzichte van de openbare weg zijn begrensd of afgescheiden door inrichting, beplanting of begroeiing; b. In overige gevallen: een plaats die krachtens de bestemming of vast gebruik openstaat voor het publiek, met uitzondering van gebouwen of besloten plaatsen als bedoeld in artikel 6, tweede lid, van de Grondwet; 45. Openbaar water: 69/95

a. In geval van ligplaatsen voor bedrijfs- en pleziervaartuigen: alle wateren die, al dan niet met enige beperking, voor het publiek bevaarbaar of op een andere manier toegankelijk zijn, met uitzondering van bevaarbare en openbaar toegankelijke wateren die geen eigendom zijn van de gemeente; b. In overige gevallen: alle wateren die voor het publiek bevaarbaar of op een andere manier toegankelijk zijn, met inbegrip van de wal; 46. Openbare weg: Alle wegen of paden die voor het openbaar verkeer open staan, inclusief de daarin gelegen bruggen en duikers, de paden, bermen of zijkanten die bij die wegen horen en de parkeerterreinen die aan die wegen liggen en die als zodanig zijn aangeduid; 47. Passantenhaven: Een gebied met ligplaatsen die zijn bedoeld voor pleziervaartuigen die op doorreis zijn en maximaal 72 uur in de gemeente Leiden verblijven, en waarvoor niet al voor een andere ligplaats binnen de gemeente Leiden binnenhavengeld wordt betaald en/of een ligplaatsvergunning is verleend; 48. Passantenplaats: Een ligplaats die is bedoeld voor pleziervaartuigen die op doorreis zijn en maximaal 24 uur in de gemeente Leiden verblijven; 49. Perceel: Een onroerende zaak, een stuk grond, al dan niet met bebouwing, die met erf en tuin een eenheid vormt; 50. Pleziervaartuig: Een vaartuig dat is bestemd of wordt gebruikt voor recreatief gebruik, dan wel voor sportbeoefening; 51.

Reclameaanduiding: Elk opschrift, aankondiging of afbeelding op of aan een onroerende zaak, die gericht is op het maken van handelsreclame; 52. Register bij de Groene Kaart: Het register dat door het college is vastgesteld met de locatie van de beschermde alleenstaande houtopstanden en de reden waarom deze op de Groene Kaart zijn opgenomen; 53. Religieus monument: Een onroerend monument dat eigendom is van een religieus genootschap en dat uitsluitend of grotendeels wordt gebruikt voor de uitoefening van godsdienst; 54. Rijksmonument: Monument of archeologisch monument dat is ingeschreven in het rijksmonumentenregister; 55. Standplaats: Het vanaf een vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen plaats te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten, gebruikmakend van fysieke middelen, zoals een kraam, een wagen of een tafel. Hieronder wordt niet verstaan een vaste plaats op een jaarmarkt of markt als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder h, van de Gemeentewet en een vaste plaats op een evenement als bedoeld in artikel 2:24 van de APV; 56. Vaartuig: Elk drijvend voorwerp, inclusief vaartuigen zonder waterverplaatsing, dat vanwege zijn drijfvermogen wordt gebruikt voor of bestemd is voor het vervoeren van personen of goederen te water, met uitzondering van woonschepen; 57.

Vellen: Alle handelingen niet zijnde bestendig beheer, zoals kappen, rooien, verplanten, vernielen, verkleinen van groeiplaats, en snoeien van meer dan 25 procent van de kroon of het wortelgestel, waardoor een houtopstand verdwijnt, ernstig ontsierd, beschadigd of gedood wordt; 58. Vergunninghouder: De natuurlijke- of rechtspersoon aan wie een vergunning is verleend; 59. Wachtlijst: Een lijst die door het college wordt bijgehouden waarop belangstellenden die voor een ligplaatsvergunning in aanmerking willen komen, zich kunnen (laten) inschrijven;

70/95

60. Welstand- en Monumentencommissie Leiden: De commissie die als taak heeft het college te adviseren ten aanzien van: a. de vraag of het uiterlijk of de plaatsing van een bouwwerk waarvoor een vergunningaanvraag is ingediend, in strijd is met redelijke eisen van welstand; b. vergunningaanvragen voor wijziging, verbouw of sloop van beschermde rijksof gemeentelijke monumenten; conform het Reglement van orde voor de Welstands- en Monumentencommissie Leiden. Bijlage 2. Ligplaatsenplan Hoofdstuk 1 Inleiding In het verleden werden ligplaatsenplannen opgesteld per categorie watergebruik. Dus een apart ligplaatsenplan voor iedere vaartuigcategorie. Er bestonden drie ligplaatsenplannen te weten: 3. Ligplaatsenplan Pleziervaartuigen, 4. Ligplaatsenplan Bedrijfsvaartuigen, 5. Ligplaatsenplan woonschepen. In dit ligplaatsenplan worden de eerste twee, het ligplaatsenplan pleziervaartuigen en het ligplaatsenplan bedrijfsvaartuigen samengevoegd. Het Ligplaatsenplan Woonschepen blijft buiten beschouwing omdat woonschepen sinds enige tijd planologisch worden geregeld en derhalve worden meegenomen bij (de actualisatie van) bestemmingsplannen. Het Ligplaatsenplan Woonschepen verliest daarmee stukje bij beetje zijn noodzaak en zal over afzienbare termijn overbodig zijn. Dit is mede ingegeven door de komst van het Omgevingsplan na de invoering van de Omgevingswet.

Bij deze wet wordt geregeld dat alle regelgeving die de fysieke leefomgeving raakt opgenomen moet worden in het Omgevingsplan. Het opnemen van woonschepen in de bestemmingsplannen is een manier om daarop voor te sorteren. Het opstellen van het Omgevingsplan zal niet voor de geplande invoering van de wet in 2021 plaatsvinden. Ligplaatsen voor bedrijfs- en pleziervaartuigen hebben naar hun aard thans geen plaats in een bestemmingsplan. Daarom is een werkwijze gelijk aan die voor woonschepen niet uitvoerbaar. Een herziening van het Ligplaatsenplan Bedrijfsvaartuigen 2009 en het Ligplaatsenplan Pleziervaartuigen 2010 kan echter niet wachten op een omgevingsplan. In de afgelopen jaren heeft zich een hele serie ontwikkelingen voorgedaan die een herziening van deze ligplaatsenplannen noodzakelijk maken. Dit betreft bouwontwikkelingen langs het water maar ook de aankoop door het gemeentebestuur van stukken water van onder andere het Rijk. Daarmee zijn er stukken openbaar water binnen de werkingssfeer van de verordening en de ligplaatsenplannen gekomen die nu niet in die ligplaatsenplannen zijn opgenomen. Tevens liggen er meerdere verzoeken tot (kleine) wijzigingen en zijn er ook binnen de gemeentelijke organisatie andere invalshoeken ontstaan over het gebruik van (delen van) het Leidse water.

Geschiedenis De ligplaatsen zoals die zijn vastgelegd in de voorgaande ligplaatsenplannen zijn tot stand gekomen in een periode dat het water veel minder intensief gebruikt werd dan nu. Bij de vaststelling van met name het Ligplaatsenplan Bedrijfsvaartuigen 2009 is expliciet gekozen om de tot dat moment historisch gegroeide ligplaatsen vast te leggen en niet te kiezen voor 71/95

een ander systeem of een herverdeling van plekken. Sinds de vaststelling van dat ligplaatsenplan is de (bedrijfsmatige) activiteit op het water alleen maar toegenomen. Niet alleen is het drukker geworden op het water door meer pleziervaart maar ook zijn er in de bedrijfsvaart ondernemers bijgekomen, zien bestaande ondernemers hun bedrijf groeien en bezoeken bedrijven van buiten Leiden steeds vaker de Leidse wateren. Slechts heel sporadisch verdwijnt er een bedrijf. Op dit moment wedijveren ook verschillende vormen van gebruik om de beperkte hoeveelheid openbaar water in Leiden. Naast de vraag naar meer ruime voor de bedrijfsvaart is er een lange wachtlijst voor pleziervaartuigplekken en neemt het aantal passanten en varende bezoekers aan Leiden toe. Dit laatste is in lijn met een groeiend toerisme in de stad Leiden. Daarbij is er in de stad meer aandacht voor het water an sich maar ook voor alles wat zich om het water bevindt op cultureel maar ook op het gebied van groenontwikkeling. Het Singelpark is daar bij uitstek een voorbeeld van. Met dit ligplaatsenplan trachten we recht te doen aan de eisen van vandaag en zoeken we naar een balans tussen de rechten van de verschillende vormen van gebruik van het openbaar water. Voor dit ligplaatsenplan kiezen we niet voor een ingrijpende herstructurering van alle ligplaatsen.

Dit nu te doen zou een te grote wijziging zijn tegen de achtergrond van een markt die continu in beweging is. Te meer omdat reeds eerder is vastgesteld dat rust op het water zou moeten gaan boven innovatie 1 . Dit ligplaatsenplan is dan ook conserverend van aard, echter niet zonder dat er de nodige wijzigingen worden doorgevoerd om een aantal geconstateerde problemen op te lossen. Ook voeren we een aantal algemene wijzigingen door die bevorderlijk zijn voor bedrijfsvoering van de verschillende bedrijfsvaartondernemers en voor het recreatief gebruik van de Leidse wateren. Leeswijzer Dit ligplaatsenplan beschrijft in hoofdstuk 2 de verschillende type walkanten van watergangen die worden onderscheiden. Vervolgens wordt in hoofdstuk 3 van het in dit ligplaatsenplan nieuw toegevoegde water beschreven welke status daaraan wordt gegeven en welke vormen van gebruik daar wordt toegestaan. In hoofdstuk 4 worden de wijzigingen ten opzichte van de voorgaande ligplaatsenplannen die in dit ligplaatsenplan worden doorgevoerd besproken en tot slot in hoofdstuk 5 worden de overige regelingen die met dit ligplaatsenplan worden getroffen besproken. Kaart Bij dit ligplaatsenplan hoort een kaart waarop alle watergangen en bijbehorende functies staan afgebeeld. Deze kaart heet: Ligplaatsenplan Bedrijfs- en Pleziervaartuigen 2017, d.d. 01-06-2018, met nummer Z/17/434605/1063790.

Hoofdstuk 2 Categorieën walkanten In het Ligplaatsenplan Pleziervaartuigen 2010 waren de walkanten voorzien van een kleurcodering. Deze codering bestond uit de volgende vijf kleuren: Rood: Geen ligplaatsen mogelijk Geel: Ligplaatsen voor passanten Groen: Ligplaatsen vergunninghouders Paars: Particuliere wal Bruin: Ligplaatsen voor Woonschepen, Bedrijfsvaartuigen en Terrasboten

72/95

Aan deze categorieën wordt in dit ligplaatsenplan een aantal wijzigingen aangebracht. Hieronder wordt per categorie de wijziging besproken. Rood Onder het Ligplaatsenplan Pleziervaartuigen 2010 waren specifieke watergangen of delen van watergangen om een verscheidenheid van redenen aangewezen als plekken waar geen ligplaatsen konden worden afgegeven. Dat kon te maken hebben met de staat van de oever en het soort oever maar ook bijvoorbeeld voor het vrijhouden van het aangezicht van monumenten. Daarnaast waren veel, vaak kleinere watergangen in het geheel niet aangeduid. In feite houdt dat ook in dat er daar geen ligplaatsen uitgegeven kunnen worden. Uit het oogpunt van eenduidigheid zal in dit ligplaatsenplan enkel worden aangegeven waar wel ligplaatsen mogelijk zijn. Op plekken waar niet is aangegeven dat er ligplaatsen mogelijk zijn zullen derhalve ook geen ligplaatsen worden uitgegeven. Dit betekent niet per definitie dat er niet (kortstondig) mag worden afgemeerd. Voor een afmeerverbod is een verkeersbesluit op basis van de Scheepvaartwet noodzakelijk en zal een locatie met bebording kenbaar moeten worden gemaakt. Dit valt derhalve ook buiten de werking van dit ligplaatsenplan. Voorts werden onder het oude plan de commerciële of verenigingsjachthavens ook aangeduid met de rode kleur.

Hoewel het klopt dat het college daar geen ligplaatsvergunningen verleend is het niet zo dat daar geen ligplaatsen mogelijk zijn. Deze ligplaatsen worden echter op een andere wijze door de rechthebbende verdeeld. Deze havens zullen daarom met een andere kleur worden aangeduid. Geel Onder ligplaatsen voor passanten werden onder het ligplaatsenplan pleziervaartuigen 2010 alle plaatsen waar passanten voor langere of kortere tijd een ligplaats in konden nemen geschaard. Onder de Verordening fysieke leefomgeving Leiden 2020 wordt een onderscheid gemaakt tussen de passantenhaven waar men over het algemeen een of meerdere nachten verblijft en overige plekken in de stad waar me alleen kortstondig ligt als passant, zowel op doorvaart als recreatief. Deze 2 verschillende categorieën krijgen derhalve onder het onderhavige plan een eigen aanduiding. De passantenhavens krijgen de kleur oranje en de passantenligplaatsen blijven geel. Groen Met de groene kleur worden de ligplaatsen voor pleziervaartuigen aangeduid. Hieraan vind geen wijziging plaats. Paars In het Ligplaatsenplan Pleziervaartuigen 2010 werd de kleur paars gebruikt om particuliere wal achter en aan woonhuizen aan te duiden. Deze vorm van particuliere wal blijft bestaan en met dit ligplaatsenplan voegen we twee sub categorieën van particuliere wal toe.

Particuliere wal achter of bij woonhuizen Aan deze particuliere wal kan de bewoner van het perceel een aanvraag doen voor het aanleggen van één pleziervaartuig onder voorwaarde dat de breedte van het perceel achter of bij de woning niet wordt overschreden en op voorwaarde dat de doorvaarbaarheid van de watergang waarin de ligplaats is gewenst niet in gevaar komt. Om de reden van doorvaarbaarheid kan het voorkomen dat aan bepaalde stukken particuliere wal de status 73/95

particuliere wal, zoals bedoeld in dit ligplaatsenplan, en de bijbehorende kleur niet wordt toegekend. Particuliere wal bij appartementen e.d. Op een aantal plekken in de stad bestaat de situatie dat de particuliere wal een perceel van een appartementencomplex of ander woongebouw met meerdere wooneenheden betreft. In beginsel komen dan alle eigenaren en/of bewoners van die wooneenheden in aanmerking voor een ligplaats. Gewoonlijk is er echter geen ruimte om iedereen een plek voor een vaartuig te geven. In de regel zou het dan zijn dat degene die zich het eerste meldt bij het college voor een vergunning die ook krijgt. Omdat een dergelijke werkwijze wellicht als oneerlijk kan worden gezien is het voor een Vereniging van Eigenaren van een pand mogelijk om een convenant met de gemeente af te sluiten om zo de verdeling van de ligplaatsen aan deze vorm van particuliere wal te reguleren. Particuliere wal bij bedrijfspercelen Op een aantal plekken in de stad bestaat de situatie dat de particuliere wal een bedrijfsperceel betreft. Bij een dergelijk perceel is het mogelijk dat de eigenaar of gebruiker een ligplaatsvergunning voor een pleziervaartuig aan particuliere wal aanvraagt. Hiervoor gelden dezelfde voorwaarden als bij een reguliere vergunning voor een pleziervaartuig aan een woning.

Daarnaast is het mogelijk in het geval dat een bedrijf dat is gevestigd op het perceel dat grenst aan het water en dat vanaf dat perceel bedrijfsmatig een watergebonden activiteit uitvoert hiervoor een of meerdere ligplaatsen wenst. Met dit ligplaatsenplan bieden we de mogelijkheid dat het college voor watergebonden bedrijfsmatige activiteit een of meerdere ligplaatsvergunningen voor bedrijfsvaartuigen aan particuliere wal kan verlenen. Hierbij geldt dat de ligplaatsen de breedte van het perceel niet mogen overschrijden en dat het aan de beoordeling van het college is of deze watergebonden bedrijfsmatige activiteit en deze ligplaatsen wenselijk zijn op de aangevraagde locatie. Bij deze beoordeling kunnen verkeerstechnische zaken en een goede ruimtelijke ordening worden betrokken. Bruin Onder deze kleur werden alle ligplaatsen voor woonschepen, terrasboten en bedrijfsvaartuigen. Voor woonschepen en terrasboten geldt dat we die nu planologisch regelen. De delen van het water waarin deze liggen hebben of krijgen binnen het bestemmingsplan de bestemming die past bij het gebruik als woonschip of terras. Op die plek kan dan ook geen andere vorm van ligplaats mogelijk worden gemaakt. Aan een terrasboot is het niet toegestaan om vaartuigen aan te leggen in verband met de beperkingen die dat oplevert voor de doorvaart.

Deze plekken zijn dus niet geschikt voor ligplaatsen van enig soort en zullen derhalve onder dit plan geen aanduiding meer krijgen. Blijft over dat de kleur bruin enkel nog voor de ligplaatsen voor bedrijfsvaartuigen gebruikt wordt. Bij deze categorie is het mogelijk dat per (deel van een) watergang onderscheid wordt gemaakt voor welke type bedrijfsvaartuigen de ligplaatsen zijn bedoeld. We onderscheiden dan de volgende categorieën: a. Passagiersschip type 1: een door een fossiele of organische brandstofmotor aangedreven vaartuig dat is ingericht en hoofdzakelijk wordt gebruikt voor het bedrijfsmatig vervoer van meer dan twaalf personen, de bemanning daaronder niet begrepen;

74/95

b. Passagiersschip type 2: een elektrisch aangedreven vaartuig dat is ingericht en hoofdzakelijk wordt gebruikt voor het bedrijfsmatig vervoer van meer dan twaalf personen, de bemanning daaronder niet begrepen; c. Verhuurboot type 1: een door een fossiele of organische brandstofmotor aangedreven vaartuig voor maximaal twaalf personen, dat hoofdzakelijk wordt gebruikt voor bedrijfsmatige verhuur zonder bemanning aan wisselende personen gedurende korte perioden; d. Verhuurboot type 2: een elektrisch aangedreven vaartuig, dat hoofdzakelijk wordt gebruikt voor bedrijfsmatige verhuur zonder bemanning aan wisselende personen gedurende korte perioden; e. Verhuurboot type 3: een door spierkracht voortbewogen vaartuig, dat hoofdzakelijk wordt gebruikt voor bedrijfsmatige verhuur zonder bemanning aan wisselende personen gedurende korte perioden; f. Rondvaartboot type 1: een door een fossiele of organische brandstofmotor aangedreven vaartuig dat is ingericht en hoofdzakelijk wordt gebruikt voor het bedrijfsmatig vervoer van maximaal twaalf personen, de bemanning daaronder niet begrepen; g. Rondvaartboot type 2: een elektrisch aangedreven vaartuig dat is ingericht en hoofdzakelijk wordt gebruikt voor het bedrijfsmatig vervoer van maximaal twaalf personen, de bemanning daaronder niet begrepen; h. Vrachtschip: een vaartuig, dat hoofdzakelijk wordt gebruikt voor het vervoer van goederen; i.

Sleepboot: een vaartuig, dat blijkens bouw en inrichting is bestemd of wordt gebruikt voor het slepen of duwen van andere schepen; j. Dekschuit: een bedrijfsvaartuig met een gesloten en vlak dek, zonder opbouw of aandrijving dat niet in gebruik is als terrasboot waarvoor een vergunning in gevolge de Algemene Plaatselijke Verordening is verleend; k. Duw- of beunbak: vaartuig zonder eigen voortstuwing, meestal zonder verblijfsruimten en met een vrij rechthoekige bouw, al dan niet voorzien van een beun, inhoudende een waterdicht ruim meest bedoeld voor het vervoer van zand, bagger en aanverwante lading; l. Samenstel: een samenstel van een of meer duw- of sleepboten en een of meer andersoortige vaartuigen waarbij de duw- of sleepboten dienen voor het voortbewegen dan wel voor het voortbewegen en het sturen van de andersoortige vaartuigen; m. Historische vaartuig: een varend vaartuig dat is opgenomen in het Register Varende Erfgoed Nederland (RVEN) of het Nationaal Register Mobiel Erfgoed (NRME) of door het college eveneens als behoudenswaardig wordt beoordeeld; n. Historisch bedrijfsvaartuig: een Historisch vaartuig dat bedrijfsmatig wordt gebruikt.

De kleurcoderingen voor aanduidingen voor de kades die aangehouden worden in dit ligplaatsenplan zijn dan als volgt: Groen: Ligplaatsen vergunninghouders Geel: Ligplaatsen voor passanten Oranje: Passantenhaven(s) Paars: Particuliere wal Bruin: Ligplaatsen voor Bedrijfsvaartuigen

75/95

Waarbij geldt dat daar waar geen kleur is aangegeven het innemen van een ligplaats niet mogelijk is en ligplaatsvergunningen niet worden uitgegeven. Hoofdstuk 3 Nieuw water Sinds de vaststelling van het Ligplaatsenplan Bedrijfsvaartuigen 2009 en het Ligplaatsenplan Pleziervaartuigen 2010 is er door de gemeente Leiden water aangekocht dat tot dan toe niet of niet geheel in het ligplaatsenplan was opgenomen. Ook is er water dat wel openbaar toegankelijk is én onder gemeentelijk beheer valt maar wat nog niet eerder was openomen in de ligplaatsenplannen. Deze wateren worden in dit ligplaatsenplan wel opgenomen en daar waar noodzakelijk voorzien van aanduidingen voor ligplaatsen. Het betreft de volgende watergangen: Groenoord Dit betreft het bevaarbaar water in de nieuwbouwwijk Groenoord, de op dit moment nog onbenoemde watergang waar de tuinen van de woningen aan de Lebeauhof direct aan grenzen. Achter deze woningen kunnen ligplaatsvergunningen voor pleziervaartuigen aan particuliere wal worden verleend. In verband met de breedte van de watergang kunnen aan de openbare wal aan de overzijde (Cornetkade en Evenementenlaan) geen vergunningen worden uitgegeven. Oude Rijn Dit betreft het water in de Oude Rijn tussen de Schrijversbrug (Zijlsingel) en de Sumatrabrug (Admiraalsweg).

Dit water heeft een totale lengte van ongeveer 420 meter, 250 meter daarvan is particuliere wal en aan de westzijde van de Sumatrabrug aan de Willem Barentszstraat zijn al 2 ligplaatsen bedrijfsvaartuigen opgenomen in eerdere ligplaatsenplannen. Voor nieuwe ligplaatsen blijft daar dan ongeveer 150 meter over. Dit vertaalt zich in 10 ligplaatsen voor bedrijfsvaartuigen of 15 ligplaatsen voor pleziervaartuigen. Gezien de locatie en de voornamelijk bedrijfsmatige omgeving kiezen we ervoor om in het ligplaatsenplan deze watergang op te nemen als ligplaatsen voor bedrijfsvaartuigen. Op dit moment ligt er nog een aantal vaartuigen illegaal afgemeerd. Voordat er vergunningen voor ligplaatsen kunnen worden uitgegeven zal daar eerst handhavend tegen moeten worden opgetreden. Pas op het moment dat dat traject voldoende is afgerond zal er met de uitgifte worden begonnen. Potgieterlaan Dit betreft het water dat is gelegen tussen de Potgieterlaan en de spoorlijn Leiden Centraal – Leiden Lammenschans. Het water heeft een directe verbinding met De Rijn. Dit water heeft een lengte van ongeveer 330 meter en biedt daarmee plaats aan ongeveer 33 ligplaatsen voor pleziervaartuigen. In dit water liggen van oudsher al pleziervaartuigen.

Hier werden echter geen vergunningen voor verleend door het college omdat dit water onder de oude verordening en ligplaatsenplannen niet binnen het havengebied viel. De vaartuigen die hier nu liggen, liggen er derhalve illegaal en komen in beginsel niet voor legalisering in aanmerking. De Rijn Dit betreft het gedeelte van de Rijn tussen de A44 en de Rijnzichtbrug. Dit water is grotendeels al opgenomen in het ligplaatsenplan pleziervaartuigen 2010. In verband met provinciale regelgeving moeten er enkele kleine wijzigingen in vooral de status van de openbare wal worden doorgevoerd. Dit betreft onder andere de Andrej Sacharovstraat waar 76/95

in het ligplaatsenplan pleziervaartuigen 2010 een aantal ligplaatsen voor pleziervaartuigen is gerealiseerd. Hierbij is in het verleden abusievelijk vastgesteld dat dit ligplaatsen aan particuliere wal zouden zijn. Dit zal met dit ligplaatsenplan worden rechtgezet. Dit betekent dat in beginsel de ligplaatsen onder het reguliere regime komen te vallen. De op dit moment op dit locatie verleende vergunningen voor ligplaatsen behouden onder de nieuwe verordening hun status. De Snorhaven Dit betreft een inham van de Zijl aan het Steneveltpark. Ter plaatse zijn twee insteekhavens die behoorden bij de scheepswerf Boot die vroeger op deze locatie was gevestigd. Na het verdwijnen van de scheepswerf is ter plaatse een woongebouw gerealiseerd en zijn de oude insteekhavens als waterpartij bewaard gebleven. In de jaren 90 is door de gemeente Leiden en de woningbouwvereniging Zijl en Vliet, thans woningbouwvereniging De Sleutels, in de zuidelijke insteekhaven een haven met ongeveer 26 ligplaatsen gerealiseerd. De noordelijke insteekhaven is afgesloten voor vaartuigen en voorzien van wandel en vissteigers. Het water is in eigendom en beheer van de gemeente Leiden. In het in 1993 tussen de woningbouwvereniging en de gemeente gesloten convenant zijn afspraken gemaakt over de verdeling van rechten en plichten.

Kortweg betekende dit dat de verhuur van de ligplaatsen en het dagelijks onderhoud door de woningbouwvereniging werd gedaan en al het overige door de gemeente. Met de komst van de Woningwet 2015 mag een corporatie als De Sleutels dergelijke activiteiten niet meer uitvoeren. Dit deel zal derhalve ook aan de gemeente worden overgedragen. Nadat er tussen de gemeente en de woningcorporatie afspraken zijn gemaakt over de overdracht zal aan de huidige houders van een ligplaats ambtshalve een vergunning worden verstrekt. Vooruitlopend op dit proces nemen we dit deel van het water vast op in dit ligplaatsenplan. Veilingkade Dit betreft het water dat is gelegen tussen het bedrijventerrein De Veiling aan de noordzijde en de Moerbeistraat aan de zuidzijde. De totale lengte openbare wal is daar ongeveer 250 meter en zou ruimte bieden aan zo’n 25 ligplaatsen voor pleziervaartuigen. Net als bij de Potgieterlaan liggen hier van oudsher al pleziervaartuigen. Hier werden echter geen vergunningen voor verleend door het college omdat dit water onder de oude verordening en ligplaatsenplannen niet binnen het havengebied viel. De vaartuigen die hier nu liggen, liggen er zonder enige vergunning of toestemming en komen in beginsel niet voor legalisering van hun ligplaats in aanmerking.

Hoofdstuk 4 wijzigingen ten opzichte van voorgaande ligplaatsenplannen In dit hoofdstuk worden de wijzigingen besproken die worden doorgevoerd in dit ligplaatsenplan ten opzichte van het Ligplaatsenplan Pleziervaartuigen 2010 en het Ligplaatsenplan Bedrijfsvaartuigen 2009. Dit hoofdstuk is opgedeeld in een paragraaf over wijzigingen in bestaand water en een paragraaf over technische wijzigingen ten opzichte van de voorgaande ligplaatsenplannen. 4.1 Wijzigingen in bestaand water Aalmarkt/Stille Rijn Dit betreft de weerszijden van de Rijn tussen de nieuwe Catharinabrug en de Kippenbrug. Dit gedeelte komt door de oplevering van het Aalmarktproject in een ander licht te staan voor wat betreft de rol binnen het kernwinkelgebied en als verblijfsgebied. In dit ligplaatsenplan wordt er dan ook voor gekozen om hier meer mogelijkheden te creëren voor passanten om 77/95

kortstondig af te meren. De bestaande vaste ligplaatsen voor pleziervaartuigen worden opgeheven. Hierbij zullen reeds verleende vergunningen niet worden ingetrokken maar er zal wel een uitsterfbeleid worden gevoerd. De gehele kade aan beide zijden van het water, met uitzondering van de hieronder te benoemden ligplaatsen voor bedrijfsvaartuigen, wordt aangewezen als passantenligplaats. Aalmarktzijde Er zijn aan de Aalmarkt in het Ligplaatsenplan Bedrijfsvaartuigen 2009 twee ligplaatsen voor bedrijfsvaartuigen ten westen van de Catharinabrug gesitueerd en een ligplaats voor een bedrijfsvaartuig ten oosten van de Catharinabrug tussen de brug en het Waaghoofd. Ten einde meer ruimte rond de Catharinabrug te creëren ten behoeve van passanten verplaatsen we twee ligplaatsen van de huidige locatie ter hoogte van de huisnummers 11-17 naar de locatie ter hoogte van huisnummers 3-7 en verplaatsen we de oostelijke ligplaats bedrijfsvaart naar locatie ter hoogte van de huisnummers 12-13. Stille Rijnzijde Er zijn aan de Stille Rijn in het Ligplaatsenplan Bedrijfsvaartuigen 2009 twee ligplaatsen voor bedrijfsvaartuigen direct ten westen van de Catharinabrug gesitueerd. Door aan de westzijde een ligplaats voor een bedrijfsvaartuig toe te voegen wordt een ruimtelijk probleem elders in de stad opgelost.

De ondernemer die de toegevoegde ligplaats gaat innemen zal elders een aan hem vergunde ligplaats moeten inleveren. Apothekersdijk In dit deel van de Rijn zijn in een eerder ligplaatsenplan twee ligplaatsen voor bedrijfsvaartuigen en twee ligplaatsen voor pleziervaartuigen op dezelfde locatie vergund. Dit betreft de situatie ter hoogte van de huisnummers 28, 29 en 30 en moet worden rechtgezet. Uit dossieronderzoek blijkt dat de ligplaatsvergunningen voor pleziervaartuigen eerder zijn uitgegeven dan de vergunningen voor de bedrijfsvaartuigen. Daarbij zijn de ligplaatsen voor de pleziervaartuigen uitgegeven tegenover de woningen van de vergunninghouders. Dit betekent dat de ligplaatsen voor bedrijfsvaartuigen moeten wijken. Bij een inventarisatie ter plaatse blijkt een omvangrijke verplaatsingsoperatie zoals die in eerste instantie was voorzien niet noodzakelijk. Er blijkt in de praktijk voldoende ruimte voor het verplaatsen van de meest oostelijke ligplaats naar de westzijde van de drie oostelijke ligplaatsen. De situatie in dat rak wordt dan van west naar oost: een ligplaats voor bedrijfsvaartuigen, twee ligplaatsen voor pleziervaartuigen, twee ligplaatsen voor bedrijfsvaartuigen, vijf ligplaatsen voor pleziervaartuigen, drie ligplaatsen voor bedrijfsvaartuigen en vier ligplaatsen voor pleziervaartuigen. De overige vrije ruimte in dit rak is dan bestemd voor passanten.

Blauwpoortshaven, Turfmaktzijde In dit deel van de Blauwpoortshaven liggen nu drie terrasboten. De uitbater van de terrasboot direct naast de Blauwpoortsbrug heeft de wens uitgesproken om deze terrasboot op te geven in ruil voor het aldaar afmeren van zijn bedrijfsvaartuig dat nu een ligplaats heeft in de Oude Singel. Voor de terrasboot is in het verleden een ligplaatsvergunning op basis van de Verordening op de bedrijfsvaartuigen 2010 afgegeven. Er zijn in beginsel geen bezwaren om de terrasboot op die locatie te laten vervallen en deze te vervangen voor een bedrijfsvaartuig met veel geringere afmetingen. Deze wijziging wordt met dit ligplaatsenplan dan ook doorgevoerd. Dit heeft wel tot gevolg dat de ligplaats in de Oude Singel van het betreffende bedrijfsvaartuig komt te vervallen, zie daarover ook hieronder onder Oude Singel.

78/95

Galgewater ter hoogte van de Rembrandtplaats Ter plaatse zijn vier ligplaatsen voor bedrijfsvaartuigen gelegen waarvan er twee tegen een woonschip zijn gesitueerd en twee aan particuliere wal. Deze ligplaatsen waarvoor vergunningen waren uitgegeven voor verhuurboten en roeiboten zijn alleen bruikbaar en bereikbaar met toestemming van de eigenaren en bewoners van het woonschip en/of de woning. Dit maakt dat deze ligplaatsen niet uit te geven zijn als een reguliere ligplaats voor een bedrijfsvaartuig. Ook eventuele overdracht van deze plekken is door die beperking niet op de reguliere wijze mogelijk. Daarbij heeft de vergunninghouder in 2016 zijn ligplaatsvergunningen voor het grootste deel opgezegd. Zoals beschreven in hoofdstuk 2, worden ligplaatsen voor bedrijfsvaartuigen aan particuliere wal conform dit ligplaatsenplan op een andere wijze uitgegeven dan ligplaatsen voor bedrijfsvaartuigen aan openbare wal. Om die reden en gezien voornoemde beperkingen op de ligplaats zullen deze vier ligplaatsen niet in dit ligplaatsenplan als ligplaats voor een bedrijfsvaartuig terugkeren en krijgt de kade aldaar de aanduiding particuliere wal. Waarbij de twee ligplaatsen die gesitueerd zijn tegen het woonschip worden aangemerkt als “particuliere wal” zoals bedoeld in hoofdstuk 2 van dit ligplaatsenplan.

Galgewater ter hoogte van het Rembrandtpark Ter plaatse is een ligplaats gesitueerd aan de waterzijde van een woonschip. Daarmee is deze plek alleen te bereiken vanaf of via het woonschip en alleen bruikbaar en bereikbaar met toestemming van de eigenaren en bewoners van het woonschip. Voor regulier gebruik als ligplaats bedrijfsvaartuig is deze niet geschikt. Deze plek was in een eerder ligplaatsenplan gerealiseerd voor een atelierschip. Deze plek wordt echter al vele jaren niet gebruikt. Met de Verordening fysieke leefomgeving Leiden 2020 en dit ligplaatsenplan wordt op ligplaatsen voor bedrijfsvaartuigen enkel watergebonden bedrijvigheid toegestaan. Een atelierschip zou daarom niet meer voor een vergunning in aanmerking komen. Om deze redenen verdwijnt met dit ligplaatsenplan deze ligplaats. Galgewater ter hoogte van de Van der Tasstraat Tegen de woning Van der Tasstraat 13 en deels tegen de openbare wal aan de Van der Tasstraat is in een eerder ligplaatsenplan een ligplaats voor een bedrijfsvaartuig mogelijk gemaakt. Deze locatie is ontstaan omdat de toenmalige bewoner een bedrijfsvaartuig had. Inmiddels is deze ligplaats al enige jaren niet meer in gebruik en is de betreffende vergunninghouder niet meer daar woonachtig.

De ligplaats voor een bedrijfsvaartuig komt in dit ligplaatsenplan om die reden niet meer terug en de kade wordt aangemerkt als particuliere wal als bedoeld in hoofdstuk 2 van dit ligplaatsenplan. Kom Annies Het punt waarop de Oude Rijn en de Nieuwe Rijn samenkomen. Op deze plek is een nieuw drijvend terras beoogd op de plaats van het huidige terras van Annie’s Verjaardag. Daarnaast is de Waaghoofdbrug vervangen door de Catharinabrug en de walkant aan de zijde van de Stille Mare is heringericht. Dit noopt ertoe om anders te kijken naar de afmeermogelijkheden in deze kom. De afmeermogelijkheden waren eerder al beperkt. Aan de Stille Mare zijde was een op- en afstapplaats voor een rondvaartboot. Aan de Aalmarktzijde waren passantenplekken ingetekend in het Ligplaatsenplan Pleziervaartuigen 2010. De op- en afstapplaats voor de rondvaatboot is verplaatst naar een locatie verderop aan de Stille Rijn. De kade op die plaats is nu hoger gemaakt en grenst direct aan een terras van een horecabedrijf. Voor wat betreft de passantenplekken geldt dat deze weinig tot niet werden gebruikt door de hoogte van de kade. Door de gewijzigde locatie van de brug is het 79/95

waaghoofd vrijgekomen. Door de hoge kade aldaar en door de aanwezigheid van een horecaterras op het waaghoofd is dat ook geen geschikte locatie voor het (tijdelijk) afmeren van pleziervaartuigen. In dit ligplaatsenplan zal dan ook de mogelijkheid voor (passanten)ligplaatsen op deze locatie niet terugkeren. Meelfabriek Dit betreft de kade van de Zijlsingel direct grenzend aan (het terrein van) de Meelfabriek. In het Ligplaatsenplan Pleziervaartuigen 2010 zijn hier geen ligplaatsen toegestaan. Op dit moment wordt de Meelfabriek ontwikkeld tot een combinatie van wonen, werken en leisure. Daar past mogelijk ook de noodzaak voor een of meerdere ligplaatsen bij. Daarom zal de betreffende kade de status “Particlier” (paarse kleur) krijgen. Zodoende ontstaat de mogelijkheid voor eigenaren en gebruikers om een ligplaatsvergunning te krijgen wanneer de doorvaarbaarheid en de overige belangen die de verordening en het ligplaatsenplan beogen te beschermen niet worden geschaad. Oude Singel tussen de Turfmarktbrug en de Lijsbethbrug In het water van de Oude Singel zijn drie ligplaatsen voor bedrijfsvaartuigen gesitueerd ter hoogte van de huisnummers 10 tot en met 26. De twee vergunninghouders voor deze ligplaatsen hebben beide wensen tot het wijzigen van de ligplaats.

De ene wijziging betreft de verplaatsing van een bedrijfsvaartuig naar de Blauwpoortshaven (zie hierboven onder Blauwpoortshaven Turfmarktzijde). De andere wijziging is de wens om de twee bestaande ligplaatsen direct aansluitend te situeren en daarbij enkele meters in oostelijke richting te verplaatsen in verband met een obstakel dat zich onder de oppervlakte bevindt. De verplaatsing van een ligplaats naar de Blauwpoortshaven maakt deze wijziging mogelijk zonder dat daarmee ligplaatsen verloren gaan. deze wijzigingen worden in dit ligplaatsenplan vastgelegd. Rijnoever Dit betreft het water in de Rijn nabij de Rijnzichtbrug en grenzend aan het appartementencomplex Rijnoever 1 t/m 47. Op dit terrein is enige jaren geleden een appartementencomplex ontwikkeld. Hierbij zijn op de onderste woonlaag woningen gecreëerd die direct grenzen aan het water. Daarmee is een situatie ontstaan zoals bedoeld in het in hoofdstuk 2 beschreven “Particuliere wal achter of bij woonhuizen”. Deze locatie wordt in dit ligplaatsenplan met de paarse kleur aangeduid en kunnen er door het college op aanvraag vergunningen voor ligplaatsen voor pleziervaartuigen worden verleend. Slaaghsloot Tussen de Slaaghsloot en de Zijl ligt het Zijleiland. De zuidelijke punt van het Zijleiland is in particulier eigendom en krijgt in dit ligplaatsenplan de aanduiding particuliere wal.

Witte Singel ter hoogte van de Sterrenwacht Dit is de kade van de witte Singel tussen de 5e Binnenvestgracht en de Vreewijkbrug. Dit terrein is in particulier eigendom (Universiteit Leiden) en is door de eigenaar herontwikkeld. Er worden hier woningen gerealiseerd. Een deel van deze woningen grenst aan het water van de Witte Singel Waar in voorgaande ligplaatsenplannen hier geen ligplaatsen waren toegestaan (kleuraanduiding: Rood) zal er in dit ligplaatsenplan de aanduiding Particuliere wal (Paars) worden opgenomen.

80/95

Zijlsingel De kade aan de Zijlsingel tussen de Schrijversbrug en de Weverbrug was in het voorgaande ligplaatsenplan grotendeels aangewezen als ligplaats voor passanten, in het zuidelijk deel ter hoogte en tegenover de Meelfabriek waren vier ligplaatsen voor pleziervaartuigen en tot slot liggen er twee woonschepen. Gezien de toegenomen vraag naar ligplaats voor bezoekende grote passagiersschepen van het type (fiets)vakantieboot komen met dit ligplaatsenplan de ligplaatsen voor pleziervaartuigen te vervallen. Dit met dien verstande dat de op dit moment daar verleende vergunningen niet zullen worden ingetrokken maar dat daarvoor een uitsterfbeleid zal worden gehanteerd. De ter plaatsen aanwezige woonschepen worden planologisch geregeld in het bestemmingsplan Binnenstad. 4.2 Technische wijzigingen ten opzichte van het Ligplaatsenplan Pleziervaartuigen 2010 Technische wijzigingen in verband met gewijzigde inzichten met betrekking tot ruimtelijke aspecten. Het betreft hier met name wijzigingen in de aantallen ligplaatsen binnen een bepaald rak.

Raknummer BW04 gazon Coebelweg Raknummer DW04 Jo de Clerstraat Raknummer MS04 Maresingel Raknummer MS06 Maresingel Raknummer NR12 Nieuwe Rijn Raknummer NR17 Nieuwe Rijn Raknummer OV07 Oude Vest Raknummer SM03 Lorentzkade Raknummer SM04 van den Brandelerkade Raknummer SM05 Lorentzkade Raknummer SM09 Lorentzkade Raknummer TV07 Trekvliet Raknummer VL01 Vliet

Opnemen als particuliere wal Doorvaarbaarheid, geen ligplaatsen meer toestaan wijzigen max aantal van 6 naar 5 wijzigen max aantal van 12 naar 13 wijzigen max aantal van 8 naar 6 wijzigen max aantal van 15 naar 12 wijzigen max aantal van 16 naar 13 wijzigen max aantal van 5 naar 6 wijzigen max aantal van 7 naar 6 wijzigen max aantal van 30 naar 25 wijzigen max aantal van 10 naar 8 wijzigen max aantal van 30 naar 31 wijzigen max aantal van 2 naar 3

Hoofdstuk 5 Overige regelingen 5.1 Ligplaatsen bij Woonschepen Voor woonschepen is de regelgeving zoals bepaald in het vigerende bestemmingsplan en / of de Verordening Woonschepen 2009 met het bijbehorende Ligplaatsenplan Woonschepen 2000 van toepassing. Die regelgeving stelt de eisen aan de afmetingen en het gebruik van de ligplaats voor het woonschip. Daarbij kan een bijboot inbegrepen zijn. Een bijboot is een klein vaartuig dat is bestemd en wordt gebruikt voor de bereikbaarheid en/of het onderhoud van het woonschip. Een bijboot is geen pleziervaartuig zoals bedoeld in de Verordening fysieke leefomgeving Leiden 2020 en dit ligplaatsenplan, een pleziervaartuig mag dan in beginsel ook niet binnen de ligplaats van het woonschip worden afgemeerd.. De ruimtelijke situatie rond een woonschip in openbaar water is vergelijkbaar aan de situatie “particuliere wal achter of bij een woonhuis” zoals beschreven in hoofdstuk 2 van dit ligplaatsenplan. Daarom is het begrijpelijk dat het in sommige gevallen voor de bewoners van

81/95

woonschepen wenselijk is om een pleziervaartuig aan het woonschip af te meren. Met dit ligplaatsenplan maken wij het mogelijk dat het college aan eigenaren en gebruikers van een woonschip op aanvraag één ligplaatsvergunning voor een pleziervaartuig bij het woonschip verleend. Hierbij geldt dat bij realisatie van die ligplaats de doorvaarbaarheid en de overige belangen die de verordening en het ligplaatsenplan beogen te beschermen niet worden geschaad. 5.2 Op en afstapplaatsen bedrijfsvaartuigen In het Ligplaatsenplan Pleziervaartuigen 2010 waren globaal een aantal aanduidingen opgenomen van locaties van op en afstapplekken voor bedrijfsvaartuigen. Dit betreffen openbare op en afstapplekken voor algemeen gebruik. Een aantal van deze plekken is ook als zodanig ingericht zoals bijvoorbeeld de Trouwsteiger bij het Stadhuis of de afmeerlocatie bij Stedelijk Museum de Lakenhal. Een aantal andere plekken hebben nooit de bedoelde functionaliteit gekregen en komen in dit ligplaatsenplan dan ook te vervallen. Tot slot is er een plek die niet opgenomen was in eerdere ligplaatsenplannen maar die wel deze inrichting en functionaliteit heeft.

De in dit ligplaatsenplan opgenomen openbare op- en afstapplekken voor de bedrijfsvaart zijn:  De Blauwpoortshaven de steiger tussen Bloemenboot de Watertuin en Rederij Rembrandt;  De Morssingel ter hoogte van Park de Put;  De Oude Singel ter hoogte van Stedelijk Museum de Lakenhal;  De Oude Singel ter hoogte van de Leidse Schouwburg;  Het Rapenburg ter hoogte van het Academiegebouw;  Het Rapenburg ter hoogte van het Rijksmuseum voor het Rijksmuseum van Oudheden;  Het Rapenburg ter hoogte van het Universiteitsgebouw RAP70;  De Trouwsteiger in de Nieuwe Rijn ter hoogte van het Stadhuis;  De Maliebaan, ter hoogte van het gebouw van de Rechtbank Den Haag, zittingsplaats Leiden aan de Witte Singel 1;  Zijlpoort, direct ten oosten van het terras, in de Oude Rijn. 5.3 Afmetingen ligplaatsen De ligplaatsen voor bedrijfsvaartuigen zoals bedoeld in dit ligplaatsenplan hebben een standaard afmeting. Iedere ligplaats is een box met een lengte aan de kade van 12,5 meter en een breedte van 4 meter. Conform artikel 3.36 van de Verordening fysieke leefomgeving Leiden 2020 mag de vergunninghouder naar eigen inzicht gebruik maken van de ligplaats voor elk van zijn bedrijfsvaartuigen, mits hij daarbij de buitengrenzen van de individuele ligplaats niet overschrijdt.

In het geval dat hij meerdere aaneengesloten ligplaatsen ten behoeve van bedrijfsvaartuigen heeft kan van het geheel van die ligplaatsen gebruik maken voor elke van zijn bedrijfsvaartuigen - inclusief de tussen iedere ligplaats geprojecteerde twee-meter vaartuigvrije zone - mits hij daarbij de buitengrenzen van de gezamenlijk aaneengesloten ligplaatsen niet overschrijdt. In voorkomende gevallen is er sprake van een afwijkende maat van een ligplaats, bijvoorbeeld indien de breedte van de watergang een smallere ligplaats noodzakelijk maakt om de doorvaart te garanderen of indien door lokale omstandigheden in het verleden een vergunning voor een afwijkende maatvoering is verleend. Voor die gevallen wordt maatwerk toegepast. Deze afwijkende maatvoering wordt in de bij dit ligplaatsenplan behorende tekening vermeld en in de voor die ligplaats verleende vergunning vermeld.

82/95

83/95

Bijlage 3. Voorbeeldkaartjes terrassen Voorbeeldkaartje 1.

Voorbeeldkaartje 2

84/95

Voorbeeldkaartje 3.

Voorbeeldkaartje 4.

85/95

2.

Vast te stellen de Verordening tot wijziging van de Algemene plaatselijke verordening Leiden 2020, luidende aldus: Verordening tot wijziging van de Algemene plaatselijke verordening Leiden 2020 Artikel I Wijziging verordening De Algemene plaatselijke verordening Leiden 2020 wordt als volgt gewijzigd: A. De volgende artikelen komen te vervallen: Hoofdstuk 2. Openbare orde en veiligheid, volksgezondheid en milieu Afdeling 2. Bruikbaarheid, uiterlijk aanzien en veilig gebruik van openbare plaatsen 2:10 tot en met 2:15 2:21 tot en met 2:23 Afdeling 4. Toezicht op openbare inrichtingen 2:28 Afdeling 8. Maatregelen ter voorkoming van overlast, gevaar of schade 2:57 2:64 Hoofdstuk 4. Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente Afdeling 1. Voorkomen of beperken geluidhinder en hinder door verlichting 4:2 tot en met 4:4, 4:6 4:9 4:13 tot en met 4:19 Hoofdstuk 5. Andere onderwerpen betreffende de huishouding van de gemeente Afdeling 1. Parkeerexcessen en stopverbod 5:2 tot en met 5:10 5:12 5:12A Afdeling 4. Standplaatsen 5:17 tot en met 5:20 Afdeling 6. Openbaar water en waterstaatswerken 5:24 Afdeling 7. Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in natuurgebieden 5:32 5:33 B. Hoofdstuk 1, artikel 1:1 komt als volgt te luiden: Hoofdstuk 1.

Algemene bepalingen Artikel 1:1 Definities In deze verordening wordt verstaan onder: - bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een omgevingsvergunning als bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;

86/95

-

-

bouwwerk: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1, eerste lid, van de Bouwverordening 1992; bromfiets: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder e, van de Wegenverkeerswet 1994; college: het college van burgemeester en wethouders; gebouw: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, van de Woningwet; handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen; openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op andere wijze toegankelijk zijn; openbare plaats: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van de Wet openbare manifestaties; parkeren: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990; rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht; voertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, met uitzondering van kleine wagens zoals kruiwagens, kinderwagens en rolstoelen; weg: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994.

C. Hoofdstuk 4, afdeling 1, artikel 4:1 komt als volgt te luiden: Hoofdstuk 4. Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente Afdeling 1. Voorkomen of beperken geluidhinder en hinder door verlichting Artikel 4:1 Definities In deze afdeling wordt verstaan onder: a. collectieve festiviteit: festiviteit die niet specifiek aan één of een klein aantal inrichtingen is verbonden; b incidentele festiviteit: festiviteit of activiteit die gebonden is aan één of een klein aantal inrichtingen; D. Hoofdstuk 6, Artikel 6:6 komt als volgt te luiden Artikel 6:6 Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na bekendmaking. Artikel II Inwerkingtreding Deze wijzigingsverordening treedt in werking op de eerste dag na bekendmaking Artikel III Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als Wijzigingsverordening Algemene plaatselijke verordening Leiden 2020. Artikel IV Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op het moment dat de Verordening voor de fysieke leefomgeving Leiden 2020 in werking treedt. 87/95

3.

Vast te stellen de Verordening tot wijziging van de Erfgoedverordening Leiden 2017, luidende aldus:

Verordening tot wijziging van de Erfgoedverordening Leiden 2017 Artikel I Wijziging verordening De Erfgoedverordening Leiden 2017 wordt als volgt gewijzigd: A. De volgende artikelen komen te vervallen: Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 2 Artikel 3 Hoofdstuk 2 Beschermde gemeentelijke monumenten Paragraaf 1: De aanwijzing als beschermd gemeentelijk monument en de registratie in het gemeentelijk erfgoedregister. Artikel 4 tot en met 9 Paragraaf 2: Vergunningen tot wijziging of afbraak van beschermde gemeentelijke monumenten Artikel 10 tot en met 14 Hoofdstuk 3 Beschermde rijksmonumenten Artikel 15 Hoofdstuk 4 Beschermde gemeentelijk stadsgezichten Artikel 16 tot en met 21 Hoofdstuk 6 Slot- en overgangsbepalingen Artikel 24 tot en met 27 Artikel 28, tweede lid B. Hoofdstuk 1, artikel 1 komt als volgt te luiden: Artikel 1 Begripsbepalingen In deze verordening en de daarop berustende voorschriften wordt, tenzij anders is bepaald, verstaan onder: a. beschermd gemeentelijk cultuurgoed: roerend object dat is aangewezen op grond van deze verordening en deel uit maakt van cultureel erfgoed; b.

cultureel erfgoed: uit het verleden geërfde materiële en immateriële bronnen, in de loop van de tijd tot stand gebracht door de mens of ontstaan uit de wisselwerking tussen mens en omgeving, die mensen, onafhankelijk van het bezit ervan, identificeren als een weerspiegeling en uitdrukking van zich voortdurend ontwikkelende waarden, overtuigingen, kennis en tradities, en die aan hen en toekomstige generaties een referentiekader bieden; c. verzameling: 88/95

cultuurgoederen die uit cultuurhistorisch of wetenschappelijk oogpunt bij elkaar horen; C. Hoofdstuk 6, artikel 29 komt als volgt te luiden: Artikel 29 Inwerkingtreding en citeertitel 1.Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na bekendmaking. 2.Deze verordening kan worden aangehaald als Erfgoedverordening Leiden 2017. Artikel II Inwerkingtreding Deze wijzigingsverordening treedt in werking op de eerste dag na bekendmaking. Artikel III Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als Wijzigingsverordening Erfgoedverordening Leiden 2017. Artikel IV Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op het moment dat de Verordening voor de fysieke leefomgeving Leiden 2020 in werking treedt. 4.

Vast te stellen de Verordening tot wijziging van de Bouwverordening 1992, luidende aldus:

Verordening tot wijziging van de Bouwverordening 1992 Artikel I Wijziging verordening De Bouwverordening 1992 wordt als volgt gewijzigd: A. De volgende artikelen komen te vervallen: Hoofdstuk 2 De aanvraag omgevingsvergunning voor het bouwen Paragraaf 1 Gegevens en bescheiden Artikel 2.1.5 Het onderzoek naar bodemverontreiniging Paragraaf 4 Het tegengaan van bouwen op verontreinigde bodem Artikel 2.4.1 Verbod tot bouwen op verontreinigde bodem Artikel 2.4.2 Voorwaarden omgevingsvergunning voor het bouwen Hoofdstuk 10 Overige administratieve bepalingen Artikel 10.6 Herziening en vervanging van aangewezen normen en andere voorschriften B. Hoofdstuk 1, artikel 1.1 komt als volgt te luiden: Artikel 1.1 Begripsomschrijvingen 1. In deze verordening wordt verstaan onder:  bevoegd gezag: bestuursorgaan, als bedoeld in de Woningwet, artikel 1, eerste lid, onderdeel e, dan wel, bij het ontbreken van een bestuursorgaan als bedoeld in dit artikellid, burgemeester en wethouders;  bouwbesluit: de algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 2 van de Woningwet;

89 / 95

bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct hetzij indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren;  hoogte van de weg: de hoogte van de weg zoals die door of namens burgemeester en wethouders is vastgesteld;  NEN: een door de Stichting Nederlands Normalisatie-Instituut uitgegeven norm;  omgevingsvergunning voor het bouwen: vergunning voor een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;  straatpeil: a. voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; b. voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst de hoogte van het terrein ter plaatse van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw;  weg: alle voor het openbaar rij- of ander verkeer openstaande wegen of paden daaronder begrepen de daarin gelegen bruggen en duikers, de tot de wegen of paden behorende bermen en zijkanten, alsmede de aan de wegen liggende en als zodanig aangeduide parkeerterreinen. 2. In deze verordening wordt mede verstaan onder:  bouwwerk: een gedeelte van een bouwwerk; gebouw: een gedeelte van een gebouw. C.

Hoofdstuk 12, artikel 12.6 komt als volgt te luiden: Artikel 12.6 Slotbepaling 1. Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na bekendmaking. 2. (vervallen) 3. (vervallen) Artikel II Inwerkingtreding Deze wijzigingsverordening treedt in werking op de eerste dag na bekendmaking. Artikel III Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als Wijzigingsverordening Bouwverordening 1992. Artikel IV Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op het moment dat de Verordening voor de fysieke leefomgeving Leiden 2020 in werking treedt. 5.

Vast te stellen de gewijzigde Beleidsregels en Nadere regels Terrassen 2019, luidende aldus:

Intitulé Beleidsregel van de raad van de gemeente Leiden houdende regels omtrent terrassen (Beleidsregels en Nadere regels Terrassen 2019) De raad van de gemeente Leiden; gelet op 2:28, derde lid, van de Algemene Plaatselijke Verordening 2015 en artikel 4:81 e.v. van de Algemene wet bestuursrecht; besluit vast te stellen de Beleidsregel van de raad van de gemeente Leiden houdende regels omtrent terrassen Beleidsregels en Nadere regels Terrassen 2019, luidende aldus:

90 / 95

Beleidsregel van de raad van de gemeente Leiden houdende regels omtrent terrassen Beleidsregels en Nadere regels Terrassen 2019 Artikel 1 Aanvraag terrasvergunning en nadere regels voor gebruik van een terras 1. -vervallen2. -vervallen3. -vervallen4. -vervallen5. -vervallen6. Terrassen mogen geen belemmering vormen voor de ambulante handel, kermis, evenementen en bijzondere gebeurtenissen. 7. -vervallen8. -vervallen9. -vervallen10. -vervallen11. -vervallen12. Het college kan vanuit het oogpunt van verkeersveiligheid nadere eisen stellen aan de situering van de terrassen, dan wel besluiten om terrassen niet te vergunnen. Artikel 2 Algemene nadere regels voor terrassen 1. De verstrekking van drank dient vanuit de inrichting plaats te vinden. Tappunten op terrassen zijn niet toegestaan, behalve in uitzonderlijke situaties als daarvoor door de burgemeester voor zwakalcoholische dranken ontheffing is verleend volgens artikel 35 van de Drank- en Horecawet. 2. Het terras en de omgeving (ook het aangrenzend openbaar water) dient vrij te blijven van papier, afval en andere ongerechtigheden, afkomstig van of veroorzaakt door het gebruik van het terras. 3. Terrasmeubilair moet binnen de terrasgrenzen worden opgeslagen of neergezet en zodanig dat geen hinder voor het verkeer kan ontstaan. 4.

De terrasexploitant is gehouden te doen en na te laten hetgeen redelijkerwijs gevergd kan worden om hinder en overlast, veroorzaakt door op het terras aanwezige bezoekers, te voorkomen of te beperken. 5. De terrasexploitant dient op eerste aanzegging van de gemeente medewerking te verlenen aan projecten, zoals herbestrating, reconstructie van wegen, vernieuwing van kabels en leidingen en dergelijke, en aan gemeentelijke taken in verband met openbare orde en veiligheid, zonder dat hij daaraan enig recht op schadevergoeding kan ontlenen. 6. Aanwijzingen gegeven door politie, brandweer, omgevingsdienst of daartoe dan wel door het college aangewezen ambtenaren dienen terstond door de terrasexploitant te worden opgevolgd. 7. -vervallen8. Paracommerciële rechtspersonen als genoemd in artikel 4, eerste lid, van de Drank- en Horecawet komen niet in aanmerking voor een terrasvergunning. 9. Voor zover het verstrekken van dranken op of vanaf het terras is toegestaan, blijkens een ontheffing op grond van artikel 35 van de Drank- en Horecawet, dienen tijdens het Leidens Ontzet (2 en 3 oktober) en op andere door het college aangewezen momenten alle dranken uitsluitend te worden uitgeschonken in een eco-glas. 10. Onder een “eco-glas” wordt verstaan een drinkbeker die aan alle volgende criteria voldoet; a.

de drinkbeker is bedacht, ontworpen en in de handel gebracht om te worden hergebruikt als drinkbeker; b. voor de drinkbeker wordt door de horecaexploitant statiegeld geheven voor een bedrag van minimaal € 1,-;

91 / 95

de drinkbeker kan bij de horecaexploitant die de drinkbeker heeft uitgegeven voor minimaal € 1,retour statiegeld worden ingewisseld dan wel, als de horecaexploitant er voor kiest om deel te nemen aan een gezamenlijk systeem met meerdere evenementenorganisatoren/ horecaexploitanten /standplaatshouders, bij alle aan dat systeem deelnemende evenementorganisatoren/ horecaexploitanten / standplaatshouders voor minimaal € 1,- retour statiegeld worden ingewisseld; d. de drinkbeker is gemaakt van Polypropyleen, Polycarbonaat of van Copolyester; e. de drinkbeker is niet gemaakt van een materiaal voor eenmalig gebruik. c.

Artikel 3 Ruimtelijk-functionele nadere regels voor terrassen 1. Het terras dient te worden opgesteld volledig binnen de grenzen die worden aangegeven op de bij de terrasvergunning behorende tekening. 2. Terrasgrenzen worden waar nodig gemarkeerd met markeringspunaises waar de Leidse sleutels op staan. 3. De gemeente Leiden is verantwoordelijk voor plaatsing van de markeringspunaises. 4. Voor versterkte- en niet versterkte muziek op een terras moet een evenementenvergunning worden aangevraagd bij de burgemeester. Artikel 4 Nadere regels met betrekking tot ruimtelijke kwaliteit van terrasmeubilair -vervallenArtikel 5 Parasols -vervallenArtikel 6 Intrekken oude beleidsregel -vervallen-. Artikel 7 Overgangsrecht 1. Vergunningen die zijn verleend onder de werking van de Beleidsregels en Nadere regels Terrassen 2017 (BW17.0475) en die van kracht zijn op het moment van inwerkingtreding van deze verordening, worden aangemerkt als vergunningen krachtens deze Beleidsregel. 2. Indien vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een aanvraag om vergunning op grond van de Beleidsregels en Nadere regels Terrassen 2017 (BW17.0475) is ingediend waarop nog niet is beslist, wordt daarop deze beleidsregel toegepast. Artikel 8 Inwerkingtreding Deze beleidsregel treedt in werking op de eerste dag na bekendmaking.

Artikel 9 Citeertitel Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregels en Nadere regels Terrassen 2019. 6.

7.

In te trekken de volgende verordeningen: a. Bedrijfs- en Pleziervaartuigenverordening Leiden 2017; b. Ligplaatsenplan Bedrijfs- en Pleziervaartuigen 2017; c. Bomenverordening Leiden 2015; In te stemmen met het intrekken van de volgende regelingen en het college te verzoeken deze in te trekken: a. Nadere Regels uitvoering Bomenverordening Leiden 2015, versie februari 2018; b. Nadere regels handelsreclame 2010.

92 / 95

8.

Te bepalen dat voornoemde vaststellingen en intrekkingen in werking treden op de eerste dag na bekendmaking.

Bovenstaand raadsvoorstel wordt met algemene stemmen aangenomen. TOEZEGGING Wethouder Spijker zegt toe om in de tweede tranche van het raadsvoorstel ‘vaststellen fysieke leefomgeving’ expliciet aan te geven waar het is gelukt om de ja-mits gedachte te verwerken en waar niet.

21. RV 20.0080 Vaststelling Ruimtelijke strategie bedrijventerreinen 2020-2030 De teksten van de ingediende moties zijn te raadplegen via https://gemeenteraad.leiden.nl (Politiek Portaal/ Documenten). Ingediend wordt door raadslid Gilissen (VVD) motie: M.20.0080/01 Onderwerp: Harde garantie voor ondernemers Bovenstaande motie wordt verworpen met 18 stemmen voor en 20 tegen, met dien verstande dat de aanwezige leden van de fracties van D66, VVD en CDA voor de motie hebben gestemd. Ingediend wordt door raadslid Gilissen (VVD) motie: M.20.0080/02 Onderwerp: Convenant met nieuwe bewoners Bovenstaande motie wordt verworpen met 7 stemmen voor en 31 tegen, met dien verstande dat de aanwezige leden van de fracties van VVD en PS voor de motie hebben gestemd. Ingediend wordt door raadslid Gilissen (VVD) motie: M.20.0080/03 Onderwerp: Onderzoek wonen op bedrijventerreinen in Leiden Bovenstaande motie wordt verworpen met 10 stemmen voor en 28 tegen, met dien verstande dat de aanwezige leden van de fracties van VVD, CDA en LP voor de motie hebben gestemd. Ingediend wordt door raadslid Van Peijpe (GL) motie: M.20.0080/04 Onderwerp: Beeldkwaliteit bedrijventerreinen Bovenstaand amendement wordt aangenomen met stemmen 29 voor en 9 tegen, met dien verstande dat de aanwezige leden van de fractie van VVD en CDA tegen de motie hebben gestemd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9665635/1