Concept-besluitenlijst Gemeenteraad Leiden 3 december 2020
Tekst van het document
GEMEENTERAAD VAN LEIDEN Besluitenlijst van de vergadering op 3 december 2020, 19:00 tot 21:40 uur _________________________________________________________________________________ VOORZITTER: de heer H.J.J. Lenferink GRIFFIER: de heer G.F.C. Van Leiden LOCATIE: digitaal Aanwezig zijn voorts 38 raadsleden: mevrouw Van den Berge (PvdD), de heer Bleijie (CDA), mevrouw Van Bree (GL), de heer De Crom (VVD), de heer Van Diepen (D66), de heer Dirkse (VVD), de heer Friso (GL), mevrouw Van Gaal (GL), de heer Gaulard (D66), mevrouw Gilissen (VVD), mevrouw Haliloviċ (D66), de heer Van Halm (SP), mevrouw Heijnen (CDA), mevrouw Herman (D66), mevrouw Van der Jagt (PvdA), de heer Jermoumi (PvdA), de heer Jitan (Leiden Participeert), mevrouw Jordan (D66), de heer Van der Kaap (PvdD), de heer Kersten (Partij Sleutelstad), mevrouw Klever (PvdA), de heer Köroğlu (D66), de heer Krijgsman (D66), de heer Krol (CU), de heer Leest (VVD), de heer Olthof (D66), de heer Otten (PvdA), de heer Van Peijpe (GL), de heer Rowaan (GL), mevrouw Van Schaik-Gerritsen (PvdD), mevrouw Schreuder (GL), de heer Van Spronsen (GL), de heer Storm (vanaf stemming RV agendapunt 15, CDA), de heer Terlouw (GL), de heer Theeuwen (SP), mevrouw Verbree (VVD), mevrouw Voorwald (VVD) en mevrouw Van Walraven (SP) Tevens aanwezig: de wethouders Damen (PvdA), Van Delft (GL), Dirkse (D66), North (GL) en Spijker (D66) en de
gemeentesecretaris mevrouw Van Vliet. Afwezig is: mevrouw Zeggelt (D66)
1. Opening De voorzitter opent de vergadering. 2. Vaststelling van de agenda De agenda wordt gewijzigd vastgesteld met dien verstande dat: • RV 20.0093 ‘Algemene Subsidieverordening 2021’ en RV 20.0109 ‘Zienswijze ontwerpbegrotingswijziging 3 VRIS’ als hamerstuk in plaats van als bespreekstuk worden behandeld; • RV 20.0106 ‘Voortgangsrapportage Herhuisvesting ambtenaren oktober 2020 en het beschikbaar stellen van een aanvullend krediet’ wordt aangehouden tot de volgende raadsvergadering, omdat de behandeling in de commissie is aangehouden. Dit op nader advies van de commissie WM. 3. Actualiteit Er worden geen vragen gesteld bij het agendapunt actualiteit. 4. Mededelingen De voorzitter meldt dat, in het kader van Covid 19, komende week een brief van het college van B en W en een brief van de voorzitter van de Veiligheidsregio komen. 5. Regeling van werkzaamheden De raad besluit overeenkomstig het voorstel met betrekking tot de Regeling van Werkzaamheden. 6. Ingekomen stukken 01. Brief informatie huurteam d.d. 06112020 Wethouder Spijker Brief voor kennisgeving aannemen 1 / 29
02. 6e Coronabrief aan raad B&W Brief d.d.091120 Brief desgewenst betrekken bij behandeling Corona-dossier in commissies 03. rksv Voetbalvereniging DoCoS d.d.061120 Brief voor kennisgeving aannemen 04. 17e Noodverordening COVID-19 VRHM Brief wordt tzt geagendeerd bij verantwoording maatregelen Corona 05. Persbericht najaarsronde Leids Mediafonds Subsidie voor 13 journalistieke onderzoeksprojecten Brief voor kennisgeving aannemen 06. Stand van zaken Lokale Inclusie Agenda Wethoudersbrief M.Damen d.d.041120 Brief voor kennisgeving aannemen voor OS&WM 07. Brief vuurwerkverbod Stichting Vuurwerkdealers Nederlands Consumentenvuurwerk d.d.091020 Brief voor kennisgeving aannemen 08. Herenstraat Uitvoering maatregelen verkeersveiligheid Gemeente Leiden d.d.061120 Brief voor kennisgeving aannemen 09. Urban Sportpark Leiden d.d.091020 Brief voor kennisgeving aannemen 10. Referendumvraag Roomburgpark d.d.091020 Kan betrokken worden bij behandeling RV vraagstelling Referendum Roomburgerpark in LB 26 november 2020 11. Brief van Referendumkamer aan indieners college raad over advisering vraagstelling referendum d.d.111120 Brief betrekken bij behandeling RV vraagstelling Referendumverzoek in LB 26 november 2020 12. Brief aan OR Reactie advies programmabegroting 2021 d.d. 12112020 Gem. Secr van Vliet Brief voor kennisgeving aannemen 13. Brief Vertrek directeur Lakenhal d.d.11112020 Weth.
van Delft Brief voor kennisgeving aannemen 14. Brief Ontwikkelingen internationale basisschool (IGBO) d.d. 12112020 College B&W Brief te agenderen in de commissie OS, behandelvoorstel is door VVD aangeleverd 15. Informatiebrief met betrekking tot publicatie van de zonnepanelenkaart d.d.09112020 Weth. Spijker Brief voor kennisgeving aannemen 16. Horecavisie Historische Vereniging Oud Leiden d.d161120 Is betrokken bij bespreking horecavisie in WM 17. Collegevoorstel Vraagstelling referendumverzoek Roomburgerpark Brief B&W d.d.181120 Brief betrekken bij behandeling RV vraagstelling en organisatie Referendumverzoek in LB 26 november 2020 18. Brief aan Raad Organisatie definitief verzoek referendum Roomburgerpark Brief B&W d.d.171120 Brief betrekken bij behandeling RV vraagstelling en organisatie Referendumverzoek in LB 26 november 2020 19. Advies Referendumkamer over de vraagstelling d.d.191120 Brief betrekken bij behandeling RV vraagstelling en organisatie Referendumverzoek in LB 26 november 2020 20. Advies Referendumkamer n.a.v. collegebrief vervolgproces referendum Roomburgerpark d.d.191120 Brief betrekken bij behandeling RV vraagstelling en organisatie Referendumverzoek in LB 26 november 2020 21. Kinderspeelveld achter de Blauwkarper Brief particulier d.d.111120 Brief voor kennisgeving aannemen 22.
Nieuw format voor de vergunningensite van de gemeente Leiden Bomenbond Rijnland d.d.111120 Brief voor kennisgeving aannemen 23. 1e Rapportage Uitvoeringsprogramma Leiden Duurzaam Bereikbaar Wethouder A. North d.d.181120
2 / 29
Brief voor kennisgeving aannemen 24. Rookhinder namens stichting rookoverlast Brief voor kennisgeving aannemen 25. Reactie op besluit Broekweg/Veluwemeerlaan (1) Brief voor kennisgeving aannemen 26. Brief reactie n.a.v. incident Visser t Hooft Lyceum Leiden Brief voor kennisgeving aannemen 27. Brief namens Visser t Hooft Lyceum inzake incident en reactie Moskeeen Platform Leiden Brief voor kennisgeving aannemen 28. Voortgangsnotitie namens Actiecomite Raden in Verzet Brief voor kennisgeving aannemen 29. Bestuurlijke reactie op de rekenkamerbrief Bio Science Park een waardevol deel van de stad Brief te agenderen in commissie WM 30. Vaststellingsovereenkomst Terras Annie's Brief voor kennisgeving aannemen 31. Verslag Participatiebijeenkomsten raad en college Brief voor kennisgeving aannemen 32. Boardletter Gemeente Leiden Audit d.d.12112020 Rapport te agenderen in Commissie voor de Rekeningen 33. Brief Stand van zaken Schipholdossier wethouder North d.d. 23112020 Brief voor kennisgeving aannemen 34. Wethoudersbrief BUIG Tozo en bijstand jongeren dd 24112020 Brief voor kennisgeving aannemen 35. Referendumkamer advies ondersteuningsformulieren definitief verzoek referendum wijksportpark Roomburgerpark d.d. 24112020 Te betrekken bij behandeling in commissie LB 26/11/2020 RV Vraagstelling en organisatie Referendumverzoek 36.
Brief college B&W Evaluatie Retailvisie Economie071 en Retailmonitor Economie 071 d.d. 24112020 Brief te agenderen voor een vergadering van de commissie WM in afwachting van een behandelvoorstel van het CDA. lndien dit voorstel niet tijdig wordt aangeleverd wordt de brief voor kennisgeving aangenomen. 37. Wethoudersbrief Collectieve Zorgverzekering Minima d.d. 2411202 Brief voor kennisgeving aannemen 38. Brief wethouder Damen Boeren voor Buren Brief voor kennisgeving aannemen 39. Brief college B&W Pilot inzameling GFE (groente- fruit- en etensresten) afval in de hoogbouw Brief voor kennisgeving aannemen 40. Brief Comité Opvang Ongedocumenteerden Leiden (COOL) over ongedocumenteerden in Leiden .d.d 24112020 Brief voor kennisgeving aannemen 41. Brief GS aan regio HR inzake opschorten voorbereiding aanbesteding OV concessie Zuid -Holland Noord d.d. 24112020 Brief voor kennisgeving aannemen 42. Brief College B&W bij RV 20.0137 Aanpassen Parkeerverordening Parkeerbelastingverordening en de Nadere voorschriften - K.31.2_ Te betrekken bij behandeling RV 20.0137 in cie LB De lijst van ingekomen stukken wordt gewijzigd (advies bij brief nr. 36) vastgesteld.
3 / 29
7. Vaststelling besluitenlijsten van 9 en 16 juli 2020 De besluitenlijsten van de vergaderingen van 9 en 16 juli worden ongewijzigd vastgesteld.
HAMERSTUKKEN
8. RV 20.0107 Intrekking Verordening tegemoetkoming woonlasten Kamerhuurders Leiden BESLUIT bij RV 20.0107: 1. vast te stellen de . Verordening tot intrekking van de Verordening Tegemoetkoming woonlasten kamerhuurders 2014 Artikel I Met ingang van 1 januari 2021, wordt de volgende verordening ingetrokken, met dien verstande dat deze van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan: De Verordening Tegemoetkoming woonlasten 2014, vastgesteld door de gemeenteraad van Leiden bij besluit van 19 december 2013; Artikel II Inwerkingtreding en citeertitel 1 Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. 2. De datum van ingang van de intrekking van deze verordening is 1 januari 2021. 3. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening tot intrekking van de verordening Tegemoetkoming woonlasten kamerhuurders 2014.
Bovenstaand raadsvoorstel wordt met algemene stemmen aangenomen.
10. RV 20.0123 Wensen en bedenkingen Regionaal toepassingskader tijdelijke wet maatregelen Covid19 BESLUIT bij RV 20.0123: 1. geen wensen en/of bedenkingen aan de burgemeester mee te geven ten aanzien van het Regionaal toepassingskader Tijdelijke wet maatregelen Covid-19 van de Veiligheidsregio Hollands Midden, ter bespreking in het Regionaal Beleidsteam van de Veiligheidsregio Hollands Midden en aansluitend de vaststelling door de burgemeester Bovenstaand raadsvoorstel wordt met algemene stemmen aangenomen.
9. RV 20.0108 Verordening tot wijziging van de Verordening maatschappelijke ondersteuning Leiden 2020 BESLUIT bij RV 20.0108 (incl. erratum): 1. Vast te stellen de verordening tot wijziging van de Verordening maatschappelijke ondersteuning 2020, luidend aldus: Artikel 1: Wijzigingen in de verordening De Verordening maatschappelijke ondersteuning Leiden 2020 wordt als volgt gewijzigd: 4 / 29
A. In Artikel 11 Regels voor het persoonsgebonden budget wordt het zesde lid als volgt gewijzigd: ‘Afwijkend van artikel 11 vijfde lid geldt voor huishoudelijke ondersteuning dat de hoogte van het persoonsgebonden budget: a. wanneer het professionele ondersteuning betreft die geboden wordt door een ter zake kundig gediplomeerde zelfstandige zonder personeel (zzp’er) wordt vastgesteld op 70% van het tarief in natura; b. voor niet professionele/informele ondersteuning wordt vastgesteld op 55% van het tarief in natura.’ wordt vervangen door: De hoogte van een persoonsgebonden budget voor een cliënt, in de vorm van huishoudelijke ondersteuning, wordt afwijkend van artikel 11 vijfde lid vastgesteld op basis van het door het college gecontracteerde tarief in natura waarbij wordt uitgegaan van: a. 70% van het tarief in natura wanneer het professionele ondersteuning betreft die geboden B. Artikel 12 Bijdrage in de kosten van algemene voorzieningen wordt genummerd als lid 1, en een tweede lid wordt toegevoegd, luidende: 2.
Het in het eerste lid genoemde bedrag is uitgedrukt in het prijspeil van 2021 en wordt ieder opvolgend kalenderjaar gewijzigd aan de hand van ontwikkeling van de Landelijke Tariefindex (LTI).
C.
Artikel 13 komt te luiden als volgt:
Artikel 13. Bijdrage in de kosten van maatwerkvoorzieningen of pgb’s 1.
2.
3.
4.
5. 6.
Een cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor een maatwerkvoorziening dan wel pgb, zolang de cliënt van de maatwerkvoorziening gebruik maakt of gedurende de periode waarvoor het pgb wordt verstrekt. De bijdrage, bedoeld in artikel 3.1, tweede lid, van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015, dan wel het totaal van de bijdragen, is gelijk aan de kostprijs, tot aan ten hoogste € 19 per bijdrageperiode voor de cliënt of de gehuwde cliënten tezamen, tenzij overeenkomstig artikel 2.1.4, derde lid, van de wet. In afwijking van het vorige lid is geen bijdrage verschuldigd voor de volgende maatwerkvoorzieningen: a. een rolstoel; b. het een maatwerkvoorziening in gemeenschappelijke ruimten van wooncomplexen; c. de maatwerkvoorziening, een hulpmiddel is voor een belanghebbende jonger dan 18 jaar; d. het de maatwerkvoorziening losse dagbesteding beschermd wonen of begeleiding individueel intensiteit waakvlam (lage frequentie van ondersteuning) betreft. e. individueel vervoer f. kortdurend verblijf g. verhuiskosten h. kosten van reparatie, verwijdering en onderhoud van hulpmiddelen en woningaanpassingen (met uitzondering van het onderhoud in het pgb voor een hulpmiddel) De kostprijs ten behoeve van de berekening van de eigen bijdrage door het CAK van een maatwerkvoorziening wordt bepaald door de kostprijs; a.
een persoonsgebonden budget voor een dienst is gebaseerd op het gecontracteerde tarief voor de dienst in natura; b. een persoonsgebonden budget voor een zaak wordt vastgesteld op basis van de in de betreffende situatie goedkoopst compenserende beschikbare zaak in natura, dan wel op basis van minimaal 1 offerte. In de gevallen, bedoeld in artikel 2.1.4b, tweede lid, van de wet, worden de bijdragen voor een maatwerkvoorziening of pgb door het CAK vastgesteld en geïnd. De bijdrage voor een maatwerkvoorziening of pgb ten behoeve van een woningaanpassing voor een minderjarige cliënt is verschuldigd door de onderhoudsplichtige ouders, daaronder 5 / 29
7.
8.
begrepen degene tegen wie een op artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek gegrond verzoek is toegewezen, en degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over een cliënt. In afwijking van artikel 2.1.4.a., vierde lid, van de Wet bedraagt de hoogte van de eigen bijdrage voor de maatwerkvoorziening voor het collectief vraagafhankelijk vervoer voor het instaptarief en per zone € 0,81 voor Wmo-pashouders. De in het zesde lid genoemde bijdrage is uitgedrukt in het prijspeil van 2021 en wordt ieder opvolgend kalenderjaar gewijzigd aan de hand van de ontwikkeling van de Landelijke Tariefindex (LTI).
D. Artikel 20 komt te luiden: Artikel 20. Maatwerkvoorziening in de vorm van een tegemoetkoming 1.
2. 3.
De tegemoetkoming voor vervoer per eigen auto, taxi- en rolstoeltaxivervoer wordt vastgesteld uitgaande van maximaal 2000 kilometer per jaar en rekening houdende met de vervoersbehoefte van de cliënt en diens partner, de leeftijd van de cliënt, de beschikbaarheid van een ander verplaatsingsmiddel en de mate waarin dat verplaatsingsmiddel in de vervoersbehoefte voorziet. De tegemoetkoming voor verhuis- en inrichtingskosten wordt gebaseerd op het gemiddelde van de geldende verhuis- en inrichtingstarieven voor een standaardwoning. Als toepassing is gegeven aan het vorige lid, draagt het college zorg voor de kenbaarheid van de laatstelijk in de plaats gestelde bedragen.
Artikel 2 Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2021. 2. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening tot wijziging van de Verordening maatschappelijke ondersteuning 2020. Wijzigingen in de toelichting bij de Verordening Maatschappelijke ondersteuning Leiden 2020 luiden als volgt: A. De toelichting op artikel 11 zesde lid ‘In afwijking hiervan wordt in het zesde lid bij huishoudelijke ondersteuning door een non-professional 55% van het tarief in Natura gehanteerd om te garanderen dat de gemeente een reële prijs betaalt voor de ondersteuning.’ komt te luiden: Het percentage van het tarief in Natura dat een non-professional ontvangt voor huishoudelijke ondersteuning is gelijk getrokken met dat van het reguliere pgb (50%) omdat er een te groot verschil was ontstaan met het minimumloon. Dit zal alleen opgaan voor nieuwe cliënten. Voor bestaande cliënten wordt een apart tarief toegevoegd aan het financieel besluit Wmo, waardoor voor hen het percentage van 55% gehandhaafd blijft. B. Aan de toelichting op artikel 20 wordt toegevoegd: Uitgangspunt bij verhuis- en inrichtingskosten is dat de inwoner zoveel mogelijk bestaande meubels meeneemt. Bij het bepalen van het tarief voor verhuis- en inrichtingskosten is uitgegaan van de prijzengids van het NIBUD.
Bovenstaand raadsvoorstel wordt met algemene stemmen aangenomen.
6 / 29
11. RV 20.0124 Herziening vergoeding administratiekosten erfpacht 2021-2025 BESLUIT bij RV 20.0124: 1. de jaarlijkse vergoeding voor administratiekosten van het Erfpachtbedrijf voor vijf jaar, met ingang van 1 januari 2021, vast te stellen op € 48,20 exclusief btw per contract, per jaar. 2.
de onderstaande begrotingswijziging vast te stellen.
Programma Bedragen in € (+ = nadeel, -/- = voordeel) Bestuur en dienstverlening Veiligheid Economie Bereikbaarheid Omgevingskwaliteit Stedelijke ontwikkeling Jeugd en onderwijs Cultuur, sport en recreatie Maatschappelijke ondersteuning Werk en inkomen Algemene middelen, Overhead,Vennootschapsbelasting en Saldo van baten en lasten Mutatie reserves Resultaat
2020 Lasten
2021 Baten
Lasten
0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 neutraal
2022 Baten
Lasten
2023 Baten
Lasten
Baten
0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
0 0 0 0 0 -32.848 0 0 0 0
0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
0 0 0 0 0 -32.848 0 0 0 0
0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
0 0 0 0 0 -32.848 0 0 0 0
0
0 32.848 0 neutraal
0 -32.848 0
0 32.848 0 neutraal
0 -32.848 0
0 32.848 0 neutraal
0 -32.848 0
0
Bovenstaand raadsvoorstel wordt met algemene stemmen aangenomen.
12. RV 20.0128 Vraagstelling en organisatie definitief referendumverzoek over inrichtingsvoorstel wijksportpark Roomburgerpark BESLUIT bij RV 20.0128 : 1. de volgende vraagstelling inzake Referendum raadsvoorstel ‘Inrichtingsvoorstel wijksportpark Roomburgerpark’ (RV20.0088) vast te stellen: “Bent u VOOR of TEGEN het raadsvoorstel Inrichtingsvoorstel wijksportpark Roomburgerpark?” O VOOR O TEGEN 2.
in te stemmen met de door het college voorgestelde aanvangsdatum van maandag 7
december 2020 om 09.00 uur, als bedoeld in artikel 10, lid 2 en 3 waarop de periode van zes weken begint waarin de Leidse kiesgerechtigden hun handtekening kunnen zetten ter ondersteuning van het definitief referendumverzoek. Einddatum is zondag 17 januari 2021, 23.59 uur. 3.
in te stemmen met de door het college aangewezen zeven locaties waar de handtekeningenlijsten beschikbaar zijn, zoals bedoeld in artikel 10, lid 2: 1. Stadskantoor, Bargelaan 170 2. Vijfmeibad, Boshuizerlaan 1 3. De Zijl Bedrijven, Le Pooleweg 11 4. Stedelijk Beheer, Admiraal Banckertweg 15 5. Bibliotheek Het Gebouw, Arubapad 4 6. Bibliotheek Stevenshof, Trix Terwindtstraat 6 7. Bibliotheek Merenwijk, Rosmolen 4
7 / 29
4. in te stemmen met de door het presidium conform artikel 10, lid 1 vastgestelde handtekeningenlijsten (o.v. kleine aanpassingen): (logo gemeente Leiden) Ondersteuningsverklaring referendumverzoek Roomburgerpark Met het versturen van dit formulier ondersteunt u het definitieve verzoek aan de gemeenteraad van Leiden om een raadgevend referendum te houden dat als vraagstelling heeft : [Hier wordt na vaststelling de vraagstelling ingevuld] Het mogelijke referendum zal raadgevend zijn. Dit betekent dat degenen die via het referendum hun stem laten horen, daarmee een advies uitbrengen aan de gemeenteraad. --Uw gegevens ([worden door DigiD automatisch ingeladen] Burgerservicenummer (BSN): Voorletters: Voornamen: Voorvoegsel(s): Achternaam: Geboortedatum: Straatnaam: Huisnummer: Huisletter: Huisnummertoevoeging: Postcode: Woonplaats: --Controleer of de gegevens hierboven kloppen. Mijn gegevens kloppen. --Door op verzenden te drukken ondersteun ik het definitieve verzoek aan de gemeenteraad van Leiden om een raadgevend referendum te houden over het Roomburgerpark. Verzenden ---
5. in te stemmen met de door het presidium conform artikel 10, lid 1 vastgestelde inhoud van de bij de digitale ondersteuning te gebruiken internetpagina (o.v. kleine aanpassingen): Webpagina Referendumverzoek Roomburgerpark Verkorte url: www.leiden.nl/referendumverzoekroomburgerpark Links naar de pagina: • Vanaf gemeentelijke website, op twee plekken. Een van de toptakenknoppen op de homepage wordt van 3 december tot 18 januari een link en er komt een knop rechtsbovenin op de pagina Denk en doe mee. • Vanaf website gemeenteraad. • Vanuit Stadsnieuws, Facebook, Twitter.
8 / 29
Dit staat op de pagina: Referendumverzoek Roomburgerpark Op deze pagina kunt u digitaal uw handtekening zetten als u het verzoek ondersteunt om een referendum te houden over het Inrichtingsvoorstel wijksportpark Roomburgerpark. De gemeenteraad neemt een beslissing over het organiseren van een referendum als er minstens 5000 geldige handtekeningen gezet zijn. Dit is de vraag die tijdens een mogelijk referendum aan de orde zal zijn: NOG IN TE VULLEN. Een mogelijk referendum zal een raadgevend referendum zijn. Dat betekent dat degenen die via het referendum hun stem laten horen daarmee een advies uitbrengen aan de gemeenteraad. Ondertekenen Uw ondertekening is geldig als u op het moment van ondertekenen: • 18 jaar of ouder bent • in Leiden staat ingeschreven als inwoner • zou mogen stemmen bij gemeenteraadsverkiezingen Niet online? U kunt uw handtekening ook op papier zetten. Dat kan op onderstaande locaties. Neem uw paspoort, rijbewijs of ID-kaart (geldig) mee.
• locaties nog in te vullen Meer informatie • Veelgestelde vragen over referendumsleiden.nl • Ondersteuningsverklaring referendumverzoek Inrichtingsvoorstel wijksportpark Roomburgerpark Planning • Openstelling ondertekenen referendumverzoek 7 december om 09.00 uur • Sluiting ondertekenen referendumverzoek 17 januari 2021 om 23.59 uur (of eerder, als eerder 5000 geldige handtekeningen geteld zijn) • Tellen handtekeningen Nog in te vullen • Bij voldoende handtekeningen: gemeenteraad beslist over houden referendum Nog in te vullen Nieuws Wekelijkse tussenstand aantal handtekeningen Hier komt elke week een tussenstand van het aantal handtekeningen, geknipt en geplakt uit de perssamenvatting. Lees meer Bovenstaand raadsvoorstel wordt met algemene stemmen aangenomen.
13. RV 20.0093 Algemene Subsidieverordening 2021 BESLUIT bij RV 20.0093: 1. De volgende verordening vast te stellen: Algemene subsidieverordening gemeente Leiden 2021 (ASV 2021) Hoofdstuk 1
Algemene bepalingen
9 / 29
Artikel 1 Begripsomschrijvingen In deze verordening wordt verstaan onder: a. raad: raad van de gemeente Leiden; b. college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Leiden; c. eenmalige subsidie: subsidie ten behoeve van incidentele projecten of activiteiten die niet behoren tot de reguliere bezigheden van de aanvrager en waarvoor het college slechts voor een van tevoren bepaalde tijd van maximaal vier jaar subsidie wil verstrekken; d. jaarlijkse subsidie: structurele subsidie voor jaarlijks terugkerende activiteiten die per jaar of voor een bepaald aantal jaren aan een aanvrager wordt verstrekt; e. subsidieregeling: dit zijn nadere regels, opgesteld door het college, die betrekking hebben op de subsidiabele activiteiten op een bepaald beleidsterrein; f. aanvrager: een rechtspersoon, of een natuurlijk persoon die op de voorgeschreven wijze een verzoek indient om subsidie te verkrijgen; g. subsidieontvanger: een rechtspersoon, of een natuurlijk persoon waaraan, al dan niet onder voorwaarden en verplichtingen, een subsidie is verleend; h. onderneming: iedere eenheid, ongeacht haar rechtsvorm of wijze van financiering, die een economische activiteit uitoefent; i. jaar: een kalenderjaar; j. boekjaar: periode waarover een financieel verslag loopt. Dit kan gelijk zijn aan een kalenderjaar maar dat hoeft niet; k.
Europees steunkader: een mededeling, richtsnoer, kaderregeling, besluit of vrijstellingsverordening op het gebied van staatssteun die de Europese Commissie of de Raad van de Europese Unie, gelet op de artikelen 106, derde lid, 107, 108 of 109 van het Verdrag heeft vastgesteld; l. wet: Algemene wet bestuursrecht; m. Verdrag: Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. Artikel 2 Reikwijdte 1. Deze verordening is van toepassing op de verstrekking van subsidies door college op de volgende beleidsterreinen, met uitzondering van subsidies waarvoor bij afzonderlijke verordening een uitputtende regeling is getroffen en subsidies als bedoeld in artikel 4:23, derde lid, van de wet (subsidies waarvoor geen wettelijke grondslag nodig is): a. algemeen bestuur; b. openbare orde en veiligheid; c. verkeer, vervoer en waterstaat; d. economische zaken; e. onderwijs; f. cultuur, sport en recreatie; g. sociale voorzieningen en maatschappelijke dienstverlening; h. (maatschappelijke) participatie; i. volksgezondheid; j. dierenwelzijn, natuur en milieu; k. duurzaamheid; l. ruimtelijke ordening en volkshuisvesting. 2. Ten aanzien van subsidies als bedoeld in artikel 4:23, derde lid, van de wet (subsidies waarvoor geen wettelijke grondslag nodig is) kan het college bepalen dat deze verordening geheel of gedeeltelijk van toepassing is.
Artikel 3 Subsidieregelingen Het college kan bij nadere regeling (subsidieregeling) vaststellen welke activiteiten in aanmerking kunnen komen voor subsidie. Voor zover van toepassing, wordt hierin tevens bepaald welke doelgroepen voor subsidie in aanmerking komen, hoe de subsidie wordt berekend en hoe de subsidiebedragen worden uitbetaald. Artikel 4 Bevoegdheid college 1. Het college is bevoegd te besluiten over het verstrekken van subsidies met in achtneming van de in de gemeentebegroting opgenomen financiële middelen of het subsidieplafond en - indien de begroting nog niet is vastgesteld, dan wel goedgekeurd - onder de voorwaarde dat de raad voldoende gelden ter beschikking stelt.
10 / 29
2. Het college is bevoegd om nadere verplichtingen aan de beschikking tot subsidieverlening te verbinden. Artikel 5 Staatssteunregels 1. Voor zover dat ten behoeve van het voldoen aan een Europees steunkader noodzakelijk is, kan het college bij subsidieregeling afwijken van deze verordening en deze aanvullen. 2. Bij subsidieregelingen waarbij is bepaald dat toepassing kan worden gegeven aan een Europees steunkader, verwijst de subsidieregeling naar het desbetreffende steunkader. 3. Bij subsidies waarop een Europees steunkader van toepassing is, verwijst de verleningsbeschikking naar de toepasselijke bepalingen van het steunkader. 4. Bij subsidies waarop een Europees steunkader van toepassing is, komen alleen de activiteiten, doelstellingen, resultaten en kosten voor vergoeding in aanmerking die voldoen aan de eisen van het desbetreffende steunkader. 5. Bij subsidies waarop een Europees steunkader van toepassing is, komen ondernemingen alleen in aanmerking voor zover de subsidieverstrekking voldoet aan de voorwaarden van het desbetreffende steunkader. Hoofdstuk 2
Subsidieplafond en begrotingsvoorbehoud
Artikel 6 Subsidieplafond en begrotingsvoorbehoud 1. De raad kan jaarlijks bij de vaststelling van de begroting besluiten tot het instellen van subsidieplafond(s). 2. Het college kan in dat geval bij subsidieregelingen de wijze van verdeling van het beschikbare bedrag bepalen. 3. Bij de bekendmaking van een subsidieplafond wordt gewezen op de mogelijkheid van verlaging en de gevolgen daarvan voor reeds ingediende aanvragen. 4. Een subsidie ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld of goedgekeurd, wordt verleend onder de voorwaarde dat voldoende middelen op de begroting beschikbaar zullen worden gesteld. Bij de verleningsbeschikking wordt daarop gewezen. Hoofdstuk 3 De subsidieaanvraag Artikel 7 Aanvraag 1. Een aanvraag om subsidie wordt schriftelijk en bij voorkeur digitaal ingediend bij het college en indien van toepassing, met behulp van een aanvraagformulier. 2. Bij de aanvraag overlegt de aanvrager in ieder geval de volgende gegevens: a. een beschrijving van de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd; b. de doelen en resultaten welke met die activiteiten worden nagestreefd, en hoe de activiteiten daaraan bijdragen; c. een sluitende begroting met inkomsten en uitgaven voor deze activiteiten.
De begroting bevat ook een opgave van bij anderen aangevraagde subsidies of vergoedingen ten behoeve van dezelfde activiteiten, onder vermelding van de stand van zaken daarvan; d. als het een subsidie betreft die per boekjaar aan een rechtspersoon wordt verstrekt, inzicht in het vermogen op het moment van de aanvraag. 3. Indien een aanvrager voor de eerste keer een jaarlijkse subsidie aanvraagt, voegt hij een exemplaar van de oprichtingsakte, de statuten, het jaarverslag, de jaarrekening en de balans van het voorgaande jaar als bijlage toe aan het aanvraagformulier. 4. Bij subsidieregelingen kan van de voorgaande leden worden afgeweken. Artikel 8 Aanvraagtermijn 1. Een aanvraag voor een jaarlijkse subsidie, wordt ingediend uiterlijk 1 juli voorafgaand aan het jaar of de jaren waarop de aanvraag betrekking heeft. 2. Het college kan in individuele gevallen afwijken van de termijn genoemd in lid 1. 3. Een aanvraag voor een eenmalige subsidie, wordt uiterlijk 13 weken voordat de aanvrager voornemens is te beginnen met de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd ingediend.
11 / 29
Hoofdstuk 4 De subsidieverlening Artikel 9 Beslistermijn 1. Het college beslist op een aanvraag voor een jaarlijkse subsidie uiterlijk op 31 december van het jaar waarin de aanvraag is ingediend. 2. Het college beslist op een aanvraag voor een eenmalige subsidie binnen 13 weken nadat de volledige aanvraag is ingediend, dan wel, indien het college hiertoe regels heeft opgesteld, 13 weken gerekend vanaf de uiterste indieningtermijn voor het aanvragen van de subsidie. 3. Indien deskundigen of een commissie moet worden geraadpleegd over de kwaliteit van de subsidieaanvragen, kan het college deze beslistermijn tot tweeëntwintig weken verlengen. 4. Bij aanvragen om een subsidie die overeenkomstig artikel 108, derde lid, van het Verdrag worden aangemeld bij de Europese Commissie wordt de termijn verdaagd totdat de Europese Commissie een eindbeslissing heeft genomen. Artikel 10 Weigerings-, intrekkings- en terugvorderingsgronden 1. De subsidietoekenning kan naast de in artikel 4:25 tweede lid en artikel 4:35 van de wet genoemde gevallen worden geweigerd indien gegronde redenen bestaan om aan te nemen dat: a. de activiteiten van de aanvrager niet gericht zullen zijn op de gemeente of niet aanwijsbaar ten goede komen aan ingezetenen van de gemeente; b.
de gelden niet of in onvoldoende mate besteed zullen worden voor de activiteiten en/of het doel waarvoor de subsidie beschikbaar wordt gesteld; c. de aanvrager doelstellingen beoogt of activiteiten zal ontplooien die in strijd zijn met de wet, het algemeen belang of de openbare orde; d. de aanvrager ook zonder subsidieverstrekking over voldoende gelden, hetzij uit eigen middelen, hetzij uit middelen van derden, kan beschikken om de kosten van de activiteiten te dekken; e. de subsidietoekenning niet past binnen het beleid van de gemeente Leiden; f. de doelstellingen, activiteiten, statuten of reglementen van de aanvrager dan wel het beoogde gebruik van de subsidie discriminatie opleveren wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht, burgerlijke staat, seksuele gerichtheid, leeftijd of op welke grond dan ook. Onder discriminatie wordt in dit verband niet begrepen onderscheid ter opheffing van maatschappelijke achterstand; g. als de Europese Commissie overeenkomstig artikel 108, derde lid, van het Verdrag heeft vastgesteld dat de subsidie onverenigbaar is met de interne markt; h. als het een aanvrager betreft tegen wie een bevel tot terugvordering uitstaat ingevolge een eerdere beschikking van de Europese Commissie waarin de steun van Nederland onrechtmatig en onverenigbaar met de interne markt is verklaard; i.
als niet is aangetoond dat de subsidie noodzakelijk is voor het verrichten van de activiteiten waarvoor deze wordt gevraagd; j. als de subsidieverstrekking in strijd zou zijn met een wettelijk voorschrift. 2. Het college weigert de subsidie in ieder geval als de subsidieverstrekking in strijd zou zijn met een Europees steunkader omdat: a. subsidie verstrekt zou worden aan een aanvrager die een onderneming drijft die in moeilijkheden verkeert als bedoeld in het desbetreffende steunkader, of b. de subsidie geen stimulerend effect heeft als bedoeld in het desbetreffende steunkader. 3. Bij de verlening van een subsidie houdt het college rekening met het eigen financieel vermogen van de subsidieaanvrager. Indien het eigen vermogen ten opzichte van het totale vermogen (solvabiliteit) van de aanvrager, te laag is, kan het college beslissen de subsidie niet te verlenen. Artikel 11 Verlening subsidie 1. In de beschikking tot subsidieverlening geeft het college aan op welke wijze de verantwoording van de te ontvangen subsidie plaatsvindt. 12 / 29
2. Bij de beschikking tot subsidieverlening kan aan de subsidieontvanger een verklaring omtrent gedrag (VOG) worden gevraagd voor de bestuurders en medewerkers voor zover er geen wettelijke verplichting bestaat voor een VOG. 3. Een subsidie kan in bijzondere gevallen na afloop van de subsidiabele activiteiten worden verstrekt. 4. Bij beschikkingen tot verlening van subsidies van € 100.000 of meer wordt tevens een uitvoeringsovereenkomst afgesloten tenzij het college het aangaan van een uitvoeringsovereenkomst niet noodzakelijk, of zinvol acht. 5. Ten aanzien van beschikkingen tot verlening van subsidies van minder dan € 100.000 kan het college besluiten een uitvoeringsovereenkomst af te sluiten. 6. Bij jaarlijks verstrekte subsidies geldt het kalenderjaar als uitgangspunt voor de subsidieverlening. 7. Het college kan op verzoek van een subsidieontvanger een gebroken boekjaar als uitgangspunt voor de subsidieverlening toestaan, indien en voor zover bijzondere omstandigheden dit rechtvaardigen. 8. Indien lid 7 van toepassing is geeft het college aan welke gevolgen dit heeft t.a.v. de in de Algemene Subsidieverordening genoemde termijnen en verantwoordingsmomenten, alsmede de wijze van bevoorschotting. 9. Het college kan de subsidieontvanger ook andere verplichtingen opleggen die strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie.
Hoofdstuk 5 Verplichtingen van de subsidieontvanger Artikel 12 Meldingsplicht 1. De subsidieontvanger doet, zodra aannemelijk is dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend, niet of niet geheel zullen worden verricht of dat niet of niet geheel aan de aan de beschikking tot subsidieverlening verbonden verplichtingen zal worden voldaan, direct schriftelijk melding aan het college. 2. De subsidieontvanger betaalt het niet, dan wel deels niet, benutte subsidiebedrag op eerste aanzegging van het college direct op de voorgeschreven wijze terug. Artikel 13 Overige verplichtingen van de subsidieontvanger 1. De subsidieontvanger verricht de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend. 2. De subsidieontvanger informeert het college zo spoedig mogelijk schriftelijk over: a. besluiten of procedures die zijn gericht op de beëindiging van de activiteiten, waarvoor subsidie is verleend, dan wel ontbinding van de rechtspersoon; b. relevante wijzigingen in de financiële en organisatorische verhouding met derden; c. ontwikkelingen die er toe kunnen leiden dat niet of slechts gedeeltelijk aan de verplichtingen zoals aan de beschikking tot subsidieverlening verbonden, kan worden voldaan; d. wijziging van de statuten voor zover het betreft de vorm van de rechtspersoon, de persoon van de bestuurder(s) en het doel van de rechtspersoon. 3.
Het college kan nadere verplichtingen aan de subsidieontvanger stellen betreffende een zo optimaal mogelijke deelname van en toegankelijkheid voor personen met een geestelijke en/of lichamelijke beperking aan de door de subsidieontvanger georganiseerde activiteiten. 4. De subsidieontvanger heeft de toestemming van het college nodig voor handelingen als vermeld in artikel 4:71 van de wet. Artikel 14 Weerstandsvermogen en egalisatiereserve 1. Bij jaarlijks verstrekte subsidies wordt een eigen financieel vermogen van de subsidieaanvrager van maximaal 10% van de totale jaaromzet als weerstandsvermogen aangemerkt en bij de beoordeling over de hoogte van het te verlenen subsidiebedrag buiten beschouwing gelaten. 2. Bij de verlening van een subsidie kan worden bepaald dat de subsidieontvanger van een jaarlijks verstrekte subsidie van € 50.000 of meer een egalisatiereserve als bedoeld in artikel 4:72, eerste lid, van de wet vormt.
13 / 29
3. De subsidieontvanger kan het college verzoeken een egalisatiereserve te mogen vormen. In dat geval is artikel 4:72 van de wet van overeenkomstige toepassing. Hoofdstuk 6 Verantwoording en vaststelling van de subsidie Artikel 15 Verantwoording subsidies tot en met € 5.000 1. Subsidies tot en met € 5.000 worden door het college: a. direct vastgesteld of; b. ambtshalve vastgesteld binnen 13 weken, vanaf de datum waarop de activiteiten uiterlijk moeten zijn verricht. 2. Bij een ambtshalve vaststelling als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, kan het college de aanvrager verplichten om op de door haar aangegeven wijze aan te tonen dat de activiteiten, waarvoor de subsidie wordt verstrekt, zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen. 3. Het college zal bij subsidies die direct worden vastgesteld, steekproefsgewijs controleren of de gesubsidieerde activiteiten overeenkomstig de subsidieaanvraag en eventuele overige verplichtingen zijn gerealiseerd. Artikel 16 Verantwoording subsidies vanaf € 5.000 tot € 100.000 1. Bij subsidies vanaf € 5.000 tot € 100.000 dient de subsidieontvanger een aanvraag tot subsidievaststelling in bij het college: a. bij een eenmalige subsidie, uiterlijk 13 weken na het verricht zijn van de activiteiten; b. bij een jaarlijks verstrekte subsidie, uiterlijk vóór 1 mei in het jaar na afloop van kalenderjaar. 2.
Het college kan in individuele gevallen afwijken van de termijn genoemd in lid 1. 3. De aanvraag tot subsidievaststelling bevat: a. een inhoudelijk verslag, waaruit blijkt dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht; b een financieel verslag, waaruit de aan de verrichte activiteiten verbonden inkomsten en uitgaven blijken. De subsidie van gemeente is in het financieel verslag duidelijk weergegeven. Artikel 17 Verantwoording subsidies vanaf € 100.000 1. Bij subsidies vanaf € 100.000 of meer dient de subsidieontvanger een aanvraag tot subsidievaststelling in bij het college: a. bij een eenmalige subsidie, uiterlijk 13 weken na het verricht zijn van de activiteiten; b. bij een jaarlijks verstrekte subsidie, uiterlijk vóór 1 mei in het jaar na afloop van het kalenderjaar. 2. Het college kan in individuele gevallen afwijken van de termijn genoemd in lid 1. 3. De aanvraag tot vaststelling bevat: a. een inhoudelijk verslag, waaruit blijkt dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht; b. een financiële verantwoording van de subsidiegelden. Dit kan zijn in de vorm van een integrale verantwoording in de jaarrekening of een separate financiële verantwoording. Uit de verantwoording blijken de baten en lasten van de verleende subsidie. De subsidie van gemeente is in het financieel verslag duidelijk weergegeven. c.
een balans op de slotdatum van het afgelopen subsidietijdvak met een toelichting daarop; d. een controleverklaring van een accountant dat voldoet aan het verantwoordingsen controleprotocol zoals door de gemeente is opgesteld. 4. Het college kan bepalen dat ook andere, of minder dan, de in dit artikel bedoelde gegevens en bescheiden die voor de vaststelling van belang zijn, worden overlegd. Hieronder kan ook vallen een rapport van feitelijke bevindingen van de accountant van de subsidieontvanger.
14 / 29
het
Artikel 18 Vaststelling subsidie 1. Het college stelt binnen 13 weken na ontvangst van de aanvraag tot subsidievaststelling dan wel, indien geen aanvraag vereist is, na het indienen van de verantwoording, de subsidie vast. 2. Indien uit de aard van de subsidie, dan wel de verantwoording daarvan, volgt dat voor de beslissing op de vaststelling van de subsidie een langere termijn nodig is dan de in het eerste lid genoemde termijn, dan bericht het college de subsidieontvanger daarvan zo spoedig mogelijk na ontvangst van de aanvraag tot subsidievaststelling dan wel de verantwoording. 3. Het college kan categorieën van subsidies aanwijzen, waarvoor de subsidie direct wordt vastgesteld zonder dat de subsidieontvanger een aanvraag tot subsidievaststelling hoeft in te dienen. 4. Indien de aanvraag tot subsidievaststelling niet binnen de in het eerste lid van artikel 15, 16 (of indien van toepassing tweede) en 17 (of indien van toepassing tweede) genoemde termijn is ontvangen, gaat het college 6 weken na een eenmalige rappel over tot ambtshalve vaststelling en het terugvorderen van het toegekende bedrag.
Hoofdstuk 7 Overige en slotbepalingen Artikel 19 Hardheidsclausule Het college kan, in bijzondere gevallen, een artikel of artikelen van deze verordening buiten toepassing laten of daarvan afwijken - met uitzondering van de artikelen 1, 2, 3, 4 en 10 van deze verordening - voor zover toepassing gelet op het belang van de aanvrager of subsidieontvanger leidt tot onbillijkheid van overwegende aard. Het toepassen van dit artikel wordt gemotiveerd in het besluit. Artikel 20 Intrekking De Algemene Subsidieverordening gemeente Leiden 2012 wordt ingetrokken. Artikel 21 Overgangsbepaling 1. Aanvragen om subsidie die zijn ingediend voor 1 januari 2021 worden behandeld volgens de bepalingen van de Algemene Subsidieverordening gemeente Leiden 2012. 2. Besluiten, genomen krachtens de verordening bedoeld in artikel 20 die golden op het moment van de inwerkingtreding van deze verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten kent, gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening. Artikel 22 Inwerkingtreding Deze verordening treedt op 1 januari 2021 in werking. Artikel 23 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als “Algemene Subsidieverordening gemeente Leiden 2021”. 2. Motie ‘Onderzoek naar breder invoeren van vereiste van geen bezwaar’ bij RV 18.0011 ingediend door VVD/Van Wijk-Meijer op 15 februari 2018 als afgedaan te beschouwen.
Bovenstaand raadsvoorstel wordt met algemene stemmen aangenomen.
14. RV 20.0109 Zienswijze ontwerpbegrotingswijziging 3 VRIS BESLUIT bij RV 20.0109: 1. in te stemmen met ontwerpbegrotingswijziging VRIS 3 van de Gemeenschappelijke Regeling Servicepunt71, 2.
dit besluit kenbaar te maken aan het Bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling Servicepunt71.
15 / 29
Bovenstaand raadsvoorstel wordt met algemene stemmen aangenomen.
BESPREEKSTUKKEN 15. RV 21.0084 Initiatiefvoorstel CDA – Samen tegen eenzaamheid De tekst van de ingediende motie is te raadplegen via https://gemeenteraad.leiden.nl (Politiek Portaal/ Documenten). Ingediend wordt door raadslid Herman (D66) motie: M21.0084/01 Onderwerp: In gesprek met Join Us Bovenstaande motie wordt met algemene stemmen aangenomen BESLUIT bij RV 20.0084 (incl. erratum): 1. Binnen het beleidskader ‘Sterke Sociale Basis’ het thema eenzaamheid blijvend aandacht geven. 2. Beslispunt 1 uit te voeren doormiddel van het inzetten op communicatie en informatie over eenzaamheid. Wij willen de volgende resultaten bereiken: a. 75-plussers in Leiden tenminste één keer bezoeken en te wijzen op de beschikbare ondersteuning en activiteiten; b. Het organiseren tenminste één bijeenkomst waarin de gemeente Leiden optreedt als netwerkregisseur. Tijdens deze bijeenkomst werken (welzijns)organisaties, religieuze(instellingen), vrijwilligers en bedrijven aan een gezamenlijk uitvoeringsplan tegen eenzaamheid; c. Het versterken van bewustwording van het thema ‘eenzaamheid’ bij betrokkenen (zoals mantelzorgers, professionele hulpverleners, vrijwilligers en organisaties) door het aanbieden van training, informatie en opleiding. d.
Het communiceren naar alle inwoners van Leiden over het voorkomen van ‘eenzaamheid; in de jaarlijkse nationale Week van de Eenzaamheid startende met een Leidse bewustwordingscampagne tegen eenzaamheid. e. Het expliciet meenemen van het thema ‘eenzaamheid’, in de operationele gang van zaken binnen de WMO, doelende op (her)indicatiegesprekken, voortgangsgesprekken, keukentafelgesprekken etc. etc. f. Een meldpunt voor eenzaamheidsignalen binnen het brede sociaal domein te onderzoeken. Eventueel kan dit meldpunt worden toegevoegd aan de al bestaande infrastructuur. 3. In samenwerking met de denktank Student & Stad, onderwijsinstellingen en welzijnspartners SOL, Incluzio en Buzz in het najaar van 2021 een onderzoek te doen naar alle vormen van eenzaamheid onder jongeren en studenten en hierbij specifiek te kijken naar eventuele effecten van de coronacrisis en andere oorzaken van eenzaamheid 4. De uitkomsten van het eerdergenoemde onderzoek mee te nemen in de lerende aanpak tegen eenzaamheid en de Raad hierover eind 2021 te informeren. 5. De plannen van dit initiatiefvoorstel financieel te dekken uit de vastgestelde budgetten voor de Sterke Sociale Basis Bovenstaand raadsvoorstel wordt met algemene stemmen aangenomen.
16.RV 20.0095 Actieplan Leiden op Leeftijd De teksten van de ingediende moties zijn te raadplegen via https://gemeenteraad.leiden.nl (Politiek Portaal/ Documenten). Ingediend wordt door raadslid Herman (D66) motie: M20.0095/01
16 / 29
Onderwerp: Oudroze is ook een mooie kleur Bovenstaande motie wordt met algemene stemmen aangenomen. Ingediend wordt door raadslid Van Gaal (GL) motie: M20.0095/02 Onderwerp: Racisme en discriminatie Leidenaren op leeftijd Bovenstaande motie wordt aangenomen met 32 stemmen voor en 6 tegen, met dien verstande dat de aanwezige leden van de fractie van de VVD tegen de motie hebben gestemd. Ingediend wordt door raadslid Otten (PvdA) motie: M20.0095/03 Onderwerp: Leidse hofjes, nieuwe stijl Bovenstaande motie wordt met algemene stemmen aangenomen. BESLUIT bij RV 20.0095 (incl. 2 errata): 1. In te stemmen met het actieplan Leiden op Leeftijd 2. Motie M.190112.43 CU Actieplan vergrijzing af te doen. 3.
90.000,00 euro te onttrekken uit de reserves sociaal domein voor de incidentele kosten van het actieplan Leiden op Leeftijd in 2021.
4. De Programmabegroting 2021 als volgt te wijzigen: Programma Bedragen in € (+ = nadeel, -/- = voordeel) Maatschappelijke ondersteuning Saldo van baten en lasten Mutatie reserves Resultaat
2020 2021 Lasten Baten Lasten Baten 0 0 90.000 0 90.000 0 0 0 -90.000 0 0 neutraal neutraal
Bovenstaand raadsvoorstel wordt met algemene stemmen aangenomen. Toezegging Wethouder Damen zegt toe om eind 2021 de raad te informeren over de eerste resultaten en wat er nog staat te gebeuren inzake het tegengaan van racisme en discriminatie bij Leidenaren op leeftijd.
17. RV 20.0102 Regionaal programma vervolgaanpak laaggeletterdheid De teksten van de ingediende moties zijn te raadplegen via https://gemeenteraad.leiden.nl (Politiek Portaal/ Documenten). Ingediend wordt door raadslid Van der Jagt (PvdA) motie: M2.00102/01 Onderwerp: Jong geleerd Bovenstaande motie wordt aangenomen met 30 stemmen voor en 8 tegen, met dien verstande dat de aanwezige leden van de fractie van GL tegen de motie hebben gestemd. Ingediend wordt door raadslid Van der Jagt (PvdA) motie: M20.0102/02 Onderwerp: Weten wat je wilt Bovenstaande motie wordt met algemene stemmen aangenomen. Ingediend wordt door raadslid Krol (CU) motie: M20.0102/03 Onderwerp: Het voorkomen en tegengaan van laaggeletterdheid 17 / 29
Bovenstaande motie wordt aangenomen met 35 stemmen voor en 3 tegen, met dien verstande dat de aanwezige leden van de fractie van de PvdD tegen de motie hebben gestemd. BESLUIT bij RV 20.0102 (incl. erratum): 1. het Regionaal programma integrale aanpak laaggeletterdheid Holland Rijnland 2020-2024 vast te stellen en daarmee in te stemmen met: i.
aansluiting bij de landelijke doelstellingen van de vervolgaanpak laaggeletterdheid 2020-2024: a. een groter bereik onder laaggeletterden met Nederlands als moedertaal b. integrale aanpak c.
meer regie door gemeenten bij de aanpak van laaggeletterdheid
d. werkgevers betrekken e. intensieve monitoring met name van de besteding van de WEB-middelen f. ii.
borging van de kwaliteit van het aanbod
de integrale aanpak, zoals omschreven in hoofdstuk 4 waarbij laaggeletterdheid niet meer als een geïsoleerd probleem maar in samenhang met problematiek rond werkloosheid, armoede, schulden, welzijn en gezondheid wordt benaderd.
2. in het uitvoeringsplan voor de gemeente Leiden in te zetten op uitvoering van de in hoofdstuk 4 genoemde actielijnen: i. de eigen rol van de gemeente ii.
werk en participatie
iii.
armoede en schulden
iv.
het voorkomen van laaggeletterdheid
v.
gezondheid en welzijn.
Bovenstaand raadsvoorstel wordt met algemene stemmen aangenomen.
18. RV 20.0103 Wijziging Gemeenschappelijke Regeling (GR) RDOG HM De tekst van het ingetrokken amendement is te raadplegen via https://gemeenteraad.leiden.nl (Politiek Portaal/ Documenten). Ingediend wordt door raadslid Rowaan (GL) amendement: A20.0103/01 Onderwerp: Gemeenschappelijke adviescommissie Bovenstaand amendement wordt voor de stemming ingetrokken door de indiener. BESLUIT bij RV 20.0103: 1. in te stemmen met het voorstel tot wijziging van de Gemeenschappelijke Regeling Regionale Dienst Openbare Gezondheidszorg Hollands Midden tot een collegeregeling conform de bijgevoegde wijziging van de Gemeenschappelijke Regeling Regionale Dienst Openbare Gezondheidszorg Hollands Midden. 2. het college van burgemeester en wethouders toestemming te verlenen tot het vaststellen van deze wijziging van de Gemeenschappelijke Regeling Regionale Dienst Openbare Gezondheidszorg Hollands Midden. Bovenstaand raadsvoorstel wordt met algemene stemmen aangenomen.
18 / 29
Toezegging Wethouder Damen zegt toe dat het college de discussie zal starten over de verschillende instrumenten die ingezet kunnen worden voor de gemeenschappelijke regelingen om de democratische legitimiteit te waarborgen. Dit in voorbereiding op de nieuwe wet gemeenschappelijke regelingen (WGR) die in aantocht is. En naar aanleiding van een voorstel van Rowaan (GL) (A.20.0103/01 ingetrokken) om te komen tot de instelling van een gemeenschappelijke adviescommissie door het AB van de RDOG HM.
19. RV 20.0106 Voortgangsrapportage herhuisvesting ambtenaren oktober 2020 en beschikbaar stellen aanvullend krediet Dit agendapunt is aangehouden tot de raadsvergadering van 15 december 2020.
20. RV 20.0113 tot en met 20.0116 Verordeningen lokale heffingen 2020-2021 De tekst van de ingetrokken motie is te raadplegen via https://gemeenteraad.leiden.nl (Politiek Portaal/ Documenten). Ingediend wordt door raadslid Van Schaik (PvdD) motie: M20.0116/01 Onderwerp: De vervuiler betaalt Bovenstaande motie wordt voor de stemming ingetrokken door de indiener.
BESLUIT bij RV 20.0113: 1. vast te stellen de volgende verordening Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing Leiden 2021 (Verordening afvalstoffenheffing Leiden 2021) Artikel 1 Definities 1. Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder ‘gebruik maken’: gebruik maken in de zin van artikel 15.33 Wet milieubeheer. 2. Voor de toepassing van deze verordening wordt als één perceel aangemerkt: a. hetgeen in artikel 16 van de Wet waardering onroerende zaken als één onroerende zaak wordt aangemerkt; b. een roerende zaak; c. een gedeelte van een roerende zaak dat blijkens zijn indeling is bestemd om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt; d. een samenstel van twee of meer roerende zaken of in onderdeel c bedoelde gedeelten daarvan die bij dezelfde belastingplichtige in gebruik zijn en, naar de omstandigheden beoordeeld, bij elkaar behoren. Artikel 2 Aard van de belasting en belastbaar feit 1. Onder de naam 'afvalstoffenheffing' wordt een directe belasting geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer. 2. De afvalstoffenheffing als bedoeld in deze verordening wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven ter zake van het gebruik maken van een perceel ten aanzien waarvan krachtens de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.
Artikel 3 Belastingplicht De belasting wordt geheven van degene die in de gemeente naar de omstandigheden beoordeeld al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruik maakt van een perceel ten aanzien waarvan ingevolge de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt. 19 / 29
Artikel 4 Maatstaf van heffing en belastingtarief 1. De belasting bedraagt per perceel per belastingjaar € 208,08 indien het perceel wordt gebruikt door één persoon. 2. De belasting bedraagt per perceel per belastingjaar € 299,16 indien het perceel wordt gebruikt door twee personen. 3. De belasting bedraagt per perceel per belastingjaar € 390,36 indien het perceel wordt gebruikt door drie of meer personen. 4. In afwijking van de voorgaande leden bedraagt de belasting, indien het perceel op 1 januari van het belastingjaar of, indien de belastingplicht later aanvangt, bij aanvang van de belastingplicht, niet permanent mag worden bewoond, € 208,08. 5. Indien in de loop van het belastingjaar een verandering plaatsvindt van het derde naar het tweede lid, respectievelijk van het tweede lid naar het eerste lid, respectievelijk van het derde naar het eerste lid, wordt het tarief als bedoeld in het tweede lid of het eerste lid toegepast met ingang van de eerst volgende kalendermaand, tenzij in dezelfde dan wel de eerstvolgende kalendermaand opnieuw sprake is van lid 3 dan wel lid 2. Artikel 5 Belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel 6 Wijze van heffing De belasting wordt bij wege van aanslag geheven. Artikel 7 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang 1.
De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. Indien de belastingplicht aanvangt op de eerste dag van een kalendermaand wordt die kalendermaand aangemerkt als een volle kalendermaand. 3. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. Indien de belastingplicht eindigt op de eerste dag van een kalendermaand wordt die kalendermaand aangemerkt als een volle kalendermaand. Artikel 8 Termijnen van betaling 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet een aanslag worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later. 2.
In afwijking van het bepaalde in lid 1 geldt dat, ingeval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan, meer is dan € 75,00 doch minder dan € 5.000,00 en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, de aanslagen moeten worden betaald in maximaal acht termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens één maand later. 3. De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste en tweede lid gestelde termijnen. Artikel 9 Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en invordering van de afvalstoffenheffing. Artikel 10 Overgangsrecht De 'Verordening afvalstoffenheffing 2020' van 3 december 2019 wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 11 tweede lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.
20 / 29
Artikel 11 Inwerkingtreding 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. 2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2021. Artikel 12 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als 'Verordening afvalstoffenheffing Leiden 2021'. Bovenstaand raadsvoorstel wordt aangenomen met 31 stemmen voor en 7 tegen, met dien verstande dat de aanwezige leden van de fracties van VVD en PS tegen het voorstel hebben gestemd.
BESLUIT bij RV 20.0114: 1. vast te stellen de volgende verordening: Verordening op de heffing en invordering van precariobelasting Leiden 2021 (Verordening precariobelasting Leiden 2021) Artikel 1 Definities Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: a. jaar: een kalenderjaar; b. maand: een kalendermaand; c. week: een periode van zeven achtereenvolgende dagen; d. dag: een periode van vierentwintig achtereenvolgende uren, beginnende bij 0.00 uur; e. vergunning: een door het gemeentebestuur verleende en in een gemeentelijke registratie opgenomen toestemming op grond waarvan een persoon een of meer voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond mag hebben. f. een reclame- of ander aankondigingsbord met kunstverlichting: een reclame- of ander aankondigingsbord voorzien van inwendige of uitwendige kunstverlichting dan wel geschikt om kunstverlichting te voeren. Artikel 2 Belastbaar feit Onder de naam precariobelasting wordt een directe belasting geheven ter zake van het hebben van voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, bedoeld of genoemd in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel.
Artikel 3 Belastingplicht De precariobelasting wordt geheven van degene die het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond heeft, dan wel van degene ten behoeve van wie dat voorwerp of die voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond aanwezig zijn. Artikel 4 Vrijstellingen De precariobelasting wordt niet geheven ter zake van het hebben van a. voorwerpen of werken, welke door of vanwege de gemeente Leiden, of een andere gemeente, de provincie of het rijk, noodzakelijk voor de uitoefening van hun publiekrechtelijke taak zijn aangebracht of geplaatst; b. brievenbussen, postzegelautomaten en telefooncellen, praatpalen en snuffelpalen; c. wegwijzers, borden en palen welke uitsluitend zijn aangebracht ten algemene nutte ofwel ter opluistering van nationale of plaatselijke feesten, winkelweken en dergelijke; d. een brug of pont over gemeentewater, die de enige gelegenheid biedt om van een perceel de openbare weg te bereiken; 21 / 29
e. f. g. h. i.
j. k. l. m. n.
deuren of hekken; vlaggen zonder reclame of handelsnaam en vlaggenstokken met de bijbehorende vlaggenstokhouders; brandleidingen en brandputten ten behoeve van bouw- of kunstwerken, vermeld op de voorlopige lijst der Nederlandse Monumenten van Geschiedenis en Kunst; monumenten en luifels, kroonlijsten, stoepen, stoeppalen, trap, ingang keldergat of iets dergelijks aan of bij percelen die voorkomen op de lijst van beschermde monumenten in Leiden; voorwerpen, welke behalve de naam niet meer bevatten dan een aanduiding of afbeelding omtrent het beroep of bedrijf, dat wordt uitgeoefend in het perceel, waaraan het voorwerp is bevestigd, mits aan de gevel is aangebracht en de grootste afmeting niet meer dan 1 m. en oppervlakte ten hoogste 0,50 m2 bedraagt; spiegels, bloem- of plantenbakken en dergelijke voorwerpen of bloemversieringen; balkons, erkers, dakgoten, vensterbanken, afvoerbuizen voor hemelwater en gevelrooster, welke aan een perceel zijn aangebracht; een sierlamp of - lantaarn zonder opschrift of reclame; voorwerpen die dienen tot bescherming van de walkant; plinten, pilasters en dergelijke uitstekende bouwgedeelten, met uitzondering van luifels.
Artikel 5 Maatstaf van heffing en belastingtarief De precariobelasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel, met inachtneming van het overigens in deze verordening bepaalde. Artikel 6 Berekening van de precariobelasting 1. Voor de berekening van de precariobelasting wordt met betrekking tot een in de tarieventabel genoemde lengte- of oppervlaktemaat een gedeelte daarvan als een volle eenheid aangemerkt. 2. Indien een tarief per oppervlakte is vastgesteld, wordt de precariobelasting berekend naar de oppervlakte van de horizontale projectie van de voorwerpen, tenzij anders is bepaald. 3. De oppervlakte van andere dan rechthoekige voorwerpen wordt gesteld op het product van de twee aangrenzende zijden van een om het voorwerp geplaatste denkbeeldige rechthoek. 4. Indien de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, wordt voor de berekening van de precariobelasting aangesloten bij de geldigheidsduur van die vergunning, tenzij blijkt dat het belastbaar feit zich gedurende een kortere periode heeft voorgedaan. 5.