Concept-besluitenlijst Gemeenteraad Leiden 15 december 2020
Tekst van het document
BESLUIT bij RV 20.0111: 1. Het Beleidsprogramma Fiets 2020-2030 ‘Leiden Fietsstad’ vast te stellen en daarmee de volgende 9 uitgangspunten: a. In 2030 is het fietsgebruik met 40% toegenomen b. Fietsen in Leiden is veilig c. Kinderen kunnen zelfstandig deelnemen aan het verkeer d. Iedereen heeft de mogelijkheid om te fietsen e. We spelen in op het gedrag van de fietser f. Fietsroutes zijn direct, samenhangend, comfortabel en aantrekkelijk g. Fietsenstallingen zijn er voldoende en van hoge kwaliteit h. De Fiets staat centraal in het beleid en bij projecten en gebiedsontwikkelingen in Leiden 2.
i. De gemeente investeert in het fietsen en in de fietser. De Nota herijking fietsroutes Leiden 2013-2020 in te trekken.
Bovenstaand raadsvoorstel wordt met algemene stemmen aangenomen.
22 / 40
18. RV 20.0120 Verordening tot wijziging van de Subsidieverordening Groene Daken Gemeente Leiden De tekst van het ingediende amendement is te raadplegen via https://gemeenteraad.leiden.nl (Politiek Portaal/ Documenten). Ingediend wordt door raadslid Jordan (D66) amendement: A20.0120/01 Onderwerp: Kleiner dak, hogere subsidie Bovenstaand amendement wordt met algemene stemmen aangenomen.
BESLUIT bij RV 20.0120 (incl. 2 errata): 1. De verordening tot wijziging van de Subsidieverordening Groene Daken Gemeente Leiden als volgt vast te stellen: Artikel 1. De “Subsidieverordening Groene Daken Gemeente Leiden” wordt als volgt gewijzigd: A In artikel 2 vervalt het jaartal 2012 B In artikel 4, eerste lid, wordt de datum van 1 januari 2021 gewijzigd in 1 januari 2023 en het bedrag van het subsidieplafond gewijzigd in € 75.000,- voor 2021 en € 75.000 voor 2022. De zin “ In 2018 kan geen aanspraak meer worden gedaan op subsidie op basis van deze verordening, tenzij de gemeenteraad de looptijd van deze verordening verlengt.” komt te vervallen. C In artikel 5 wordt de huidige bepaling genummerd als eerste lid en wordt aan dat artikel een tweede lid toegevoegd luidende: 2. Een aanvrager die voor de aanleg van een groen dak voor dat betreffende dak al een subsidie van de gemeente heeft ontvangen, komt niet in aanmerking voor een subsidie op grond van deze verordening.
D In artikel 7, eerste lid, wijzigen naar: De subsidie bedraagt per m2 te realiseren groen dak bij een vergroend dakoppervlak van minder dan 20m2 € 20,- per m2 bij een vergroend dakoppervlak van 20 tot 50m2 € 15,-per m2 bij een vergroend dakoppervlak groter dan 50m2 € 12,-per m2
E In artikel 7, tweede lid, wijzigen naar: Het totale subsidiebedrag dat per kalenderjaar aan een aanvrager kan worden toegekend is niet hoger dan € 10.000,-
F In artikel 8, eerste lid vervalt : a.
een gespecificeerde begroting van de kosten en/of een offerte van de kosten (uren, hoeveelheden en materialen;
c.
een situatietekening;
e.
een verklaring waarbij de aanvrager aangeeft voor minimaal vijf jaar het groene dak in stand te houden.
23 / 40
G In artikel 10, eerste lid, wordt “van € 190.000,-“geschrapt H Aan artikel 10 wordt een achtste lid toegevoegd, luidende; 8. aanvrager op grond van een andere gemeentelijke subsidieregeling al subsidie heeft ontvangen voor het aanleggen van een groen dak op zijn gebouw. I In artikel 12, vijfde lid word toegevoegd: a. een factuur met specificatie van de kosten (uren, hoeveelheden en materialen); d.
een situatietekening met aantal m2;
e.
een verklaring waarbij de aanvrager aangeeft voor minimaal vijf jaar het groene dak in stand te houden.
J In artikel 16, tweede lid, wordt 2020 vervangen door 2022.
Artikel 2. Deze verordening treedt na zijn bekendmaking in werking op 1 januari 2021 en werkt door tot en met 31 december 2022, dan wel tot het moment waarop het beschikbare jaarlijkse budget geheel is besteed indien daarvan sprake is voor 31 december 2022. 2. De volgende begrotingswijziging vast te stellen: Programma 2022 2023 2024 Bedragen in € (+ = nadeel, -/- = voordeel) Lasten Baten Lasten Baten Lasten Baten
Bovenstaand raadsvoorstel wordt met algemene stemmen aangenomen.
19. RV 20.0134 Decemberwijziging 2020 De tekst van de ingediende motie is te raadplegen via https://gemeenteraad.leiden.nl (Politiek Portaal/ Documenten). Ingediend wordt door raadslid Kersten (PS) motie: 20.0134/01 Onderwerp: Leiden aan voortouw bij lobby gemeenten over wegvallende rijkscompensatie Bovenstaande motie wordt verworpen met 4 stemmen voor en 35 tegen, met dien verstande dat de aanwezige leden van de fracties van SP en PS voor de motie hebben gestemd. BESLUIT bij RV 20.0134: 1. De Programmabegroting 2020, de Programmabegroting 2021 en het meerjarenbeeld 2022-2024 als volgt te wijzigen:
24 / 40
Programma Bedragen in € (+ = nadeel, -/- = voordeel) Bestuur en dienstverlening Veiligheid Economie Bereikbaarheid Omgevingskwaliteit Stedelijke ontwikkeling Jeugd en onderwijs Cultuur, sport en recreatie Maatschappelijke ondersteuning Werk en inkomen Algemene middelen, Overhead, Vennootschapsbelasting en Onvoorzien Saldo van baten en lasten Mutatie reserves Resultaat
2020 Lasten Baten -289.348 -33.364 260.000 -260.000 -822.020 0 -1.759.369 0 -3.638.145 0 -6.459.335 582.310 -587.465 -49.053 -587.300 -75.000 -643.557 0 -2.395.562 678.238
2021 Lasten Baten 304.024 0 0 0 810.000 0 1.393.763 0 3.272.644 0 25.474.342 -19.763.743 538.772 0 362.385 0 3.959.740 0 6.780.341 -4.915.018
2022 Lasten Baten 41.450 0 0 0 10.000 0 300.500 0 79.862 0 36.045 -838 -86.228 0 60.218 0 84.853 0 4.785.018 -4.785.018
2023 Lasten Baten 21.701 0 0 0 10.000 0 510 0 120.741 0 -12.523 -831 -100.000 0 -5.326 0 84.853 0 4.785.018 -4.785.018
-1.492.348 -2.585.276 2.241.910 -2.750.199 33.939 -32.075 401.156 -18.554 -18.414.449 -1.742.145 45.137.921 -27.428.960 5.345.657 -4.817.931 5.306.130 -4.804.403 9.457.817 10.698.777 999.912 -18.708.873 -89 -527.637 -90 -501.637 0 0 0 0 neutraal neutraal neutraal neutraal
Programma 4: Bereikbaarheid. 2. Een krediet van € 125.000 beschikbaar te stellen voor het uitvoeren van quick-win maatregelen in het kader van het Masterplan Houtkwartier. Dit te dekken door het verlagen van het krediet “FPDS projecten fiets op 1”. 3. Een aanvullend krediet van € 210.000 beschikbaar te stellen voor “aanpassingen kruisingen Herenstraat”. Dit te dekken door het verlagen van het krediet “UVP wijkcirculatie en veiligheid” voor verkeersmaatregelen Herenstraat. Het voordeel op de kapitaallasten als gevolg van verschillende afschrijvingstermijnen van €3.150 te verwerken op de stelpost kapitaallasten. 4. Een krediet van € 843.000 beschikbaar te stellen voor het “uitvoeringsprogramma wijkcirculatie en veiligheidsplan”. In het meerjareninvesteringsplan is onder prestatie 4E1.2 Uitvoeren maatregelen op wijkniveau, rekening gehouden met deze investering. De kapitaallasten zijn gedekt in de begroting. 5. Het krediet “fietsenstalling De Geus” te verlagen met een bedrag van € 180.000 als gevolg van een foutieve besluittekst. Er zijn geen budgettaire consequenties. 6. Een bedrag van € 30.000 op te nemen bij de eerstvolgende actualisatie van het meerjareninvesteringsplan voor wandafwerking dr. Boyleviaduct. De afschrijvingslasten van € 750 te dekken uit de reserve afschrijving investeringen. Daartoe een bedrag van € 30.000 te storten in de reserve afschrijving investeringen.
De rentelasten van € 300 ten laste te brengen van de prestatie geldleningen. 7. Een aanvullend krediet van € 130.000 beschikbaar te stellen voor “het fietsparkeren plein station Lammenschans”. Dit te dekken door het verlagen van het krediet “reconstructie kruispunt Lammenschansweg-Tomatenstraat” te verlagen met € 130.000. 8. Een aanvullend Krediet van € 130.000 beschikbaar te stellen voor de MEAS-locatie RooseveltstraatVijfmeilaan en deze te dekken uit een verlaging van het krediet UVP Wijkcirculatie en verkeersveiligheid met hetzelfde bedrag. Het verschil in kapitaallasten van € 1.950 als gevolg van de verschillende afschrijftermijnen op te nemen op de stelpost kapitaallasten. Programma 5: Omgevingskwaliteit. 9. De dekking van het krediet “Singelpark energiepark” uit de reserve Groene Singels te verlagen met een bedrag van € 72.173 en dit te storten in de reserve afschrijving investeringen. Dit bedrag te activeren en in 25 jaar af te schrijven waarbij de afschrijvingslasten (€ 2.887) worden gedekt door een onttrekking aan de reserve afschrijving investeringen. De rentelasten van € 722 worden gedekt op de prestatie geldleningen. 10. Een krediet van € 350.000 beschikbaar te stellen voor de 3e minicontainer. In het meerjareninvesteringsplan is onder prestatie 5A1.04 inzamelen huishoudelijk afval hiervoor een investering opgenomen. De kapitaallasten zijn gedekt in de begroting.
11. Een aanvullend krediet van € 115.000 beschikbaar te stellen voor de “Valkbrug”. De afschrijvingslasten van € 1.917 te dekken uit de reserve afschrijving investeringen. Daartoe een bedrag van € 115.000 ten
25 / 40
laste van de post voor onvoorziene uitgaven te storten in de reserve afschrijving investeringen. De rentelasten van € 1.150 ten laste te brengen van de prestatie geldleningen. 12. Een aanvullend krediet van € 335.000 beschikbaar te stellen voor de vervanging van de “val Churchillbrug”. Dit te dekken door het verlagen van het krediet “technische installaties beweegbare bruggen” (met een kortere afschrijvingstermijn) voor een bedrag van € 150.000. 13. Een aanvullend krediet van € 80.000 beschikbaar te stellen voor “Singelpark - brugverbindingen”. De afschrijvingslasten van € 1.333 te dekken uit de reserve afschrijving investeringen. Daartoe een voordeel in de beheerkosten van de bruggen in 2020 van € 80.000 te storten in de reserve afschrijving investeringen. De rentelasten van € 800 ten laste te brengen van de prestatie geldleningen. 14. De kredieten Haven en Herenstraat af te sluiten en het projectresultaat van respectievelijk € 25.000 en € 140.000 op te nemen in het meerjarig investeringsplan om extra verwachte kosten te dekken van nog te realiseren projecten Openbare ruimte binnenstad. Programma 6: Stedelijke ontwikkeling. 15. De reserve Herstructurering Woongebied Portaal op te heffen en het restsaldo te storten in de reserve grondexploitaties. 16. Een aanvullend krediet van € 16.899 beschikbaar te stellen voor de “verbouwing Nieuwstraat 4”.
De kapitaallasten van € 845 te dekken door het verhogen van de jaarlijkse bijdrage van BplusC. 17. Een aanvullend krediet van € 788.751 beschikbaar te stellen voor de kosten van “initiatieven derden” en dit te dekken door een onttrekking uit de reserve grondexploitaties. 18. Het verlagen van het krediet “initiatieven derden” met een bedrag van € 105.000. De dekking van dit krediet, een bijdrage vanuit de reserve grondexploitaties, met het zelfde bedrag te verlagen. 19. Een krediet van € 130.000 beschikbaar te stellen voor de “inrichting Pasteurstraat”. Dit bedrag uit de reserve grondexploitaties te doteren aan de reserve afschrijvingen investeringen. De afschrijvingslasten van € 3.250 te dekken door een onttrekking aan de reserve afschrijvingen investeringen. De rentelasten van € 1.300 te dekken ten laste van de prestatie geldleningen. 20. Een aanvullend krediet van € 51.000 beschikbaar te stellen voor de kosten van “voorbereiding STEO trafolocatie 1”. Dit te dekken door het verlagen van de kredieten “voorbereiding STEO buskavel T1” met een bedrag van € 25.000 en “voorbereiding STEO Morspoortterrein M1-2-3” met een bedrag van € 26.000. 21. Een aanvullend krediet van € 120.000 beschikbaar te stellen voor de kosten van de “leiding over Oost” en deze te dekken door een bijdrage uit het budget voor de aardgasvrije stad uit het financieel perspectief duurzame stad.
Programma 8: Cultuur, sport en recreatie. 22. Een aanvullend krediet van € 131.327 voor het “Combibad gebouw buitenbad de Vliet” beschikbaar te stellen. Dekking is Het verlagen van het krediet “Combibad gebouw binnenbad de Vliet” met een bedrag van € 131.327 Het verschil in de kapitaallasten van € 3.283 als gevolg van verschillende afschrijvingstermijnen wordt ten laste van de stelpost kapitaallasten gebracht. 23. Een aanvullend krediet van € 30.000 beschikbaar te stellen voor het verplaatsen hoofdveld FC Boshuizen. De afschrijvingslasten van € 1.500 te dekken uit de reserve afschrijving investeringen. Daartoe een voordeel in de dotatie aan de voorziening groot onderhoud sportaccommodaties van € 30.000 te storten in de reserve afschrijving investeringen. De rentelasten van € 300 ten laste te brengen van de prestatie geldleningen. 24. Een aanvullend krediet van € 461.123 beschikbaar te stellen voor de uitbreiding Lakenhal. Dekking hiervoor is het verlagen van het krediet renovatie en uitbreiding installaties Lakenhal met hetzelfde bedrag. Het voordeel in de kapitaallasten van €10.591 als gevolg van verschillende afschrijvingstermijnen wordt verwerkt op de stelpost kapitaallasten. Algemene middelen, overhead, Vpb en onvoorzien
26 / 40
25. De volgende kredieten met een totaalbedrag van € 1.145.577 te verlagen als gevolg van het begroten en verantwoorden van overheadkosten, conform wet- en regelgeving, op het programma algemene middelen, overhead, Vpb en onvoorzien. De dekking van deze investeringen vanuit een investeringsbijdrage (al dan niet gedekt door een reserve) wordt eveneens verlaagd voor hetzelfde bedrag. Project Bedrag Bodemsanering -10.263 Planvoorbereiding Leiden Bio Science Park -193.111 Wonen boven winkels
-3.854
Onderzoek Rijnlandroute
-48.761
Coördinatie uitvoering WOP Noord
-719
Bijdragen opstellen gebiedsvisie
-15.639
Voorbereiding fietsparkeren Leiden CS
-42.029
Programmasturing IP infrastructuur
-18.500
Huisvesting verg.houders Voorschoterweg
-6.990
Invoering omgevingswet
-162.797
Onderzoek herplaatsing Waaghoofdbrug
-3.583
Voorbereiding ontwikkeling entree LBSP
-51.153
Vollenhovekade
-1.949
Verpl.16 woningen Sumatrastraat Statushouders (dekking via voorziening) Morssingelblok H2-5
-57.848
STEO - De Geus
-41.102
PDF ontwikkeling Kaasmarkt
-25.708
PDF Paardenwei eo
-60.053
PDF Kopermolen
-18.990
PDF Werninkterrein
-73.028
PDF uitbreiding Haarlemmerstraatgarage PDF wijksportpark Roomburg
-13.935 -40.750
PDF Diamantplein
-67.127
PDF herontwikkeling Energiepark eo
-108.291
PDF Renovatie Trien Semlerstraat
-9.450
PDF herontwikkeling Telderskade
-38.069
Opstellen gebiedsontw. Telderskade
-11.020
Overheaddekking projecten kredieten
-1.145.577
-20.858
26. Een aanvullend krediet van € 209.135 beschikbaar te stellen voor het krediet “plankosten definitiefase” en dit te dekken door een onttrekking aan de reserve bedrijfsvoering plankosten. 27. Een aanvullend krediet van € 32.348 beschikbaar te stellen voor de “Paardenwei e.o.” en deze te dekken door een onttrekking aan de reserve bedrijfsvoering plankosten. Daartoe een bedrag van € 32.348 uit het budget voor plankosten in initiatieffase te doteren aan de reserve bedrijfsvoering plankosten.
Bovenstaand raadsvoorstel wordt met algemene stemmen aangenomen.
27 / 40
20. RV 20.0135 Aanvraag gemeentegarantie Boerhaave voor hoogbouw De tekst van het ingediende amendement is te raadplegen via https://gemeenteraad.leiden.nl (Politiek Portaal/ Documenten). Ingediend wordt door raadslid Bleijie (CDA) amendement: A20.0135/01 Onderwerp: Wens partners garantstelling Bovenstaand amendement wordt verworpen met 7 stemmen voor en 32 tegen, met dien verstande dat de aanwezige leden van de fracties van CDA, PvdD en PS voor het amendement hebben gestemd. BESLUIT bij RV 20.0135: 1. in te stemmen met het voornemen van het college om garant te staan aan Stichting Universitaire Woonwijk Boerhaave voor een bedrag van € 10.800.000,- tegen de in de Verordening gemeentegaranties voor geldleningen 2018 gebruikelijk voorwaarden met dien verstande dat : i. in afwijking van het bepaalde in artikel 8, lid 4 van de Verordening gemeentegaranties voor geldleningen 2018 er na 15 jaar annuïtair wordt afgelost in plaats van gedurende de gehele looptijd. 2.
geen wensen en bedenkingen mee te geven.
Bovenstaand raadsvoorstel wordt met algemene stemmen aangenomen.
21. RV 20.0137 Aanpassen Parkeerverordening, Parkeerbelastingverordening en de Nadere voorschriften (K.31.2) De teksten van de ingediende amendementen zijn te raadplegen via https://gemeenteraad.leiden.nl (Politiek Portaal/ Documenten). Ingediend wordt door raadslid Dirkse (VVD) amendement: A20.0137/01 Onderwerp: Geen ideologische parkeertarieven Bovenstaand amendement wordt verworpen met 10 stemmen voor en 29 tegen, met dien verstande dat de aanwezige leden van de fracties van VVD, CDA en LP voor het amendement hebben gestemd. Ingediend wordt door raadslid Kersten (PS)amendement: A20.0137/02 Onderwerp: Geen onredelijke verhoging parkeertarieven Bovenstaand amendement wordt verworpen met 11 stemmen voor en 28 tegen, met dien verstande dat de aanwezige leden van de fracties van VVD, CDA, PS en LP voor het amendement hebben gestemd. Ingediend wordt door raadslid Kersten (PS) amendement: A20.0137/03 Onderwerp: Gefaseerde verhoging parkeertarieven Bovenstaand amendement wordt verworpen met 11 stemmen voor en 28 tegen, met dien verstande dat de aanwezige leden van de fracties van VVD, CDA, PS en LP voor het amendement hebben gestemd. BESLUIT bij RV 20.0137 (incl. erratum): 1. vast te stellen de navolgende VERORDENING OP HET GEBRUIK VAN PARKEERPLAATSEN EN DE VERLENING VAN VERGUNNINGEN VOOR HET PARKEREN GEMEENTE LEIDEN 2021 AFDELING I
DEFINITIES EN BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN
Artikel 1: Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder:
28 / 40
-
-
-
-
-
-
-
-
-
RVV 1990: het Reglement verkeersregels en verkeerstekens van 26 juli 1990, Stb. 459; het College: het College van Burgemeester en Wethouders van Leiden; motorvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1van het RVV 1990, met uitzondering van motorvoertuigen die uitsluitend voor recreatieve doeleinden zijn ingericht en / of worden gebruikt; brommobiel: voertuig op vier wielen, met een maximumsnelheid van 45 km/uur en een gewicht van minder dan 350 kg. parkeren: het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten staan van een voertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen van goederen, op binnen de gemeente gelegen voor het openbaar verkeer openstaande terreinen of weggedeelten, waarop dit doen of laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift is verboden; houder: degene die naar de omstandigheden als houder van een voertuig moet worden beschouwd, met dien verstande dat voor een voertuig dat is ingeschreven in het -krachtens de Wegenverkeerswet 1994- aangehouden register van opgegeven kentekens als houder wordt aangemerkt degene op wiens naam het voor het motorvoertuig of brommobiel opgegeven kenteken ten tijde van het parkeren in het register was ingeschreven; parkeerapparatuur: parkeermeters, parkeerautomaten met inbegrip van
verzamelparkeermeters, centrale computer voor het verlenen van diensten op het gebied van telefonische en/of elektronische betaling bestemt voor de registratie van parkeerbewegingen, en hetgeen naar maatschappelijke opvatting overigens onder parkeerapparatuur wordt verstaan parkeerapparatuurplaats: een parkeerplaats waarvoor parkeerbelasting wordt geheven door middel van parkeerapparatuur; vergunninghouderplaats: een parkeerplaats die 1. is aangeduid met bord E9 uit bijlage I van het RVV 1990, of 2. gelegen is binnen een zone aangeduid met bord E9 uit bijlage I van het RVV 1990 met het opschrift zone, voorzover deze plaats niet is uitgezonderd; parkeervergunning: een door het college verleende vergunning, krachtens welke het is toegestaan een motorvoertuig te parkeren op daartoe aangewezen parkeerapparatuur en/of vergunninghouderplaatsen; vergunninghouder: de natuurlijke of rechtspersoon aan wie een parkeervergunning is verleend; bewoner: inwoner van de gemeente Leiden die de leeftijd van achttien jaar heeft bereikt en staat ingeschreven als ingezetene in de gemeentelijke basisadministratie van de gemeente Leiden op het adres dat hij/zij bewoont als zelfstandige woning of degene die, niet is ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie, maar kan aantonen werkzaam en woonachtig te zijn in Leiden; adres: het adres zoals dat bekend staat in de Basisregistratie Adressen en
Gebouwen (BAG); zelfstandige woning: woning die als een onroerende zaak wordt aangemerkt in artikel 16 Wet waardering onroerende zaken, zoals geregistreerd bij de gemeente, alsmede een woonboot op een daarvoor bestemde ligplaats; zone: afgebakend gebied waarbinnen parkeervergunningen kunnen worden verleend indien en voor zover in dat gebied voor parkeren parkeerbelasting wordt geheven; autodaten: het herhaald en opeenvolgend gezamenlijk gebruik van motorvoertuigen op grond van een overeenkomst tussen natuurlijke personen en een aanbieder;
29 / 40
-
autodateplaats: autodateplaats: een parkeerplaats uitsluitend voor auto's voorzien van een autodateparkeervergunning die is aangeduid met bord E9, uit bijlage I van het RVV 1990 met onderbord waarop "autodate" vermeld staat; - autodelen: het herhaald en opeenvolgend gezamenlijk gebruik van motorvoertuigen op grond van een overeenkomst tussen particulieren uit meer dan één huishouden - centrale computer: computer van het bedrijf waarmee de gemeente Leiden een overeenkomst heeft gesloten, bestemt voor de registratie van parkeerbewegingen in het kader van het verlenen van diensten op het gebied van betaald parkeren met gebruik van een telefoon of ander communicatiemiddel; t. parkeervoorziening op eigen terrein: parkeerplaats op een terrein of in een garage dat eigendom is van de aanvrager of uitgegeven in erfpacht, gebruik of verhuurd aan de aanvrager. parkeerplaats op het terrein of in de garage van een complex waarvan in de bouwvergunning, splitsingsakte, erfpachtvoorwaarden of de huur- of koopovereenkomst is vastgelegd dat deze bedoeld is als parkeergelegenheid voor het adres van de aanvrager. voormalige parkeerplaats op eigen terrein die door of vanwege de aanvrager een andere bestemming heeft gekregen. parkeerafspraak vastgelegd in een parkeerovereenkomst waarin geen gebruik wordt gemaakt van openbare parkeerplaatsen. u.
gehandicaptenparkeerkaart: parkeerkaart als bedoeld in artikel 49 Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer, een ingevolge de Regeling Gehandicaptenparkeerkaart of daarmee gelijkgestelde parkeerkaart; v. Mantelzorg: het structureel zorgen voor een chronisch zieke, gehandicapte of hulpbehoevende partner, ouder, kind of ander familielid, vriend of kennis. Mantelzorgers zijn geen beroepsmatige zorgverleners, maar geven zorg omdat zij een persoonlijke band hebben met degene voor wie ze zorgen. w. klusbedrijf: een klein bedrijf dat verbouwingen, reparaties en lichte werkzaamheden uitvoert. x. klussenbus: een voertuig, bij de RDW geregistreerd als bedrijfswagen, met een maximaal toegestaan gewicht van 3.500 kg die uitsluitend is ingericht voor het vervoer van goederen, benodigd bij verbouwingen, reparaties en lichte werkzaamheden; Afdeling II
Plaatsen voor bezoekers en vergunninghouders en parkeervergunningen
Artikel 2: Aanwijzen plaatsen en tijden 1. Het College wijst, bij openbaar te maken besluit, terreinen en/of weggedeelten aan die bestemd zijn voor het parkeren door vergunninghouders of voor het parkeren door bezoekers. Daarbij kan zij weggedeelten aanwijzen die alleen bestemd zijn voor het parkeren van één bepaalde categorie vergunninghouders. 2. Het College wijst, bij openbaar te maken besluit, de tijdstippen aan waarop het parkeren aan vergunninghouders en bezoekers is toegestaan. 3. Het College wijst, bij openbaar te maken besluit, de betaald parkeerzones aan zoals genoemd in artikel 3. Artikel 3: Verlenen parkeervergunning 1 Het college kan op een daartoe strekkende aanvraag een parkeervergunning verlenen voor het parkeren op belanghebbendenplaatsen en/of parkeerapparatuurplaatsen. 2 Een parkeervergunning kan worden verleend aan de eigenaar of houder van een motorvoertuig wanneer deze: bewoner is van een adres binnen een van de betaald parkeerzones, zolang het vastgesteld maximum aantal te verlenen parkeervergunningen niet is overschreden en deze niet op andere wijze in parkeerruimte kan voorzien, te noemen bewonersparkeervergunning; uit hoofde van een beroep of bedrijf gevestigd is binnen één van de betaald parkeerzones en aantoont dat het in het belang van diens beroeps- of 30 / 40
3.
4.
5.
6.
7.
8.
9.
bedrijfsuitoefening noodzakelijk is in die zone een motorvoertuig te parkeren en die niet op andere wijze in parkeerruimte kan voorzien. De hiervoor bedoelde noodzaak wordt slechts aanwezig geacht, indien voor het vervoer van zware, kwetsbare of omvangrijke goederen, over de auto moet kunnen worden beschikt, te noemen bedrijfsparkeervergunning. c. werkzaam is in Leiden als zelfstandig werkende huisarts, verloskundige,professionele (thuis)zorg- of hulpverlener of dierenarts. De aanvrager dient bij de aanvraag aan te tonen dat het in het belang van diens beroeps- of bedrijfsuitoefening noodzakelijk is het motorvoertuig te parkeren binnen de betaald parkeerzones en dat er niet op andere wijze in parkeerruimte kan worden voorzien te noemen zorgparkeervergunning; d. uit hoofde van een beroep of bedrijf aantoont dat het in het belang van diens beroeps- of bedrijfsuitoefening noodzakelijk is de klussenbus te parkeren binnen de betaald parkeerzones, te noemen klussenbusparkeervergunning; e. kaderwerk verricht binnen een formele vereniging, met volledige rechtsbevoegdheid, opgericht bij notariële akte in de Nederlandse taal en voorzien van de statuten, ingeschreven in het (verenigings)register van de Kamer van Koophandel en gevestigd in één van de betaald parkeerzones, te noemen verenigingsparkeervergunning. f.
aangetoond heeft het voertuig te delen met een andere particuliere deler; te noemen deelautoparkeervergunning g houder is van een gehandicaptenparkeerkaart, niet uitgegeven door de gemeente Leiden, waarmee geparkeerd kan worden op gehandicaptenparkeerplaatsen en parkeerapparatuurplaatsen in alle gebieden, te noemen gehandicaptenparkeervergunning Aan bewoner van een adres binnen één van de betaald parkeerzones kan per adres; a. ten behoeve van het parkeren van het voertuig van bezoekers een parkeervergunning worden verleend, te noemen bezoekersparkeervergunning; b. voor het ontvangen van mantelzorg een vergunning worden verleend, te noemen mantelzorgparkeervergunning. Aan een door het college goedgekeurd autodatebedrijf kan een vergunning verstrekt worden waarmee het toegestaan wordt om motorvoertuigen van autodatebedrijven te parkeren op aangewezen parkeerplaatsen voorzien van verkeersbord E9, RVV 1990, met onderbord waarop autodate vermeldt staat, te noemen autodateparkeervergunning. Aan een werkgever gevestigd binnen één van de betaald parkeerzones kan voor het parkeren van de werknemer een parkeervergunning worden verstrekt, te noemen werknemersparkeervergunning.
Aan een werkgever gevestigd binnen één van de betaald parkeerzones kan voor het parkeren van de werknemer op zaterdag een parkeervergunning worden verstrekt, te noemen werknemersparkeervergunning Z Aan politie, brandweer, (dieren)ambulancedienst, Hoogheemraadschap Rijnland en gemeente, kan voor de voertuigen, ten behoeve van beroepsuitoefening zonder herkenbare auto en/of gemeentelijke taken, een parkeervergunning worden verstrekt, te noemen functionele parkeervergunning. a. Een parkeervergunning verleend op grond van lid 1 tot en met 7 van dit artikel is, pas geldig op het moment dat het kenteken waarvoor deze parkeervergunning wordt gebruikt, is aangemeld bij de centrale computer. Indien de parkeervergunning nog niet gedigitaliseerd is moet de parkeervergunning duidelijk zichtbaar in het voertuig worden; aangebracht; b. een week-, maand- en jaarkaart als aangehaald in onderdelen I, II en III van Verordening parkeerbelastingen, is pas geldig op het moment dat het kenteken waarvoor deze parkeervergunning wordt gebruikt, is aangemeld bij de centrale computer. Aan de parkeervergunning kunnen door het college zowel beperkingen worden verbonden met betrekking tot de te gebruiken parkeerplaatsen als met betrekking tot de tijdstippen waarop de parkeervergunning van kracht is.
31 / 40
10.
11.
Het College kan aan de genoemde parkeervergunningen ook andere voorschriften en beperkingen verbinden. Deze voorschriften en beperkingen mogen alleen strekken tot bescherming van het belang van een goede verdeling van de beschikbare ruimte. Het College kan in de gevallen, waarin toepassing van dit artikel tot een bijzondere hardheid leidt, een parkeervergunning ook verlenen aan eigenaren of houders van motorvoertuigen, die niet voldoen aan één van de genoemde voorwaarden.
Artikel 3a: Weigeren parkeervergunning 1. Het college zal op een daartoe strekkende aanvraag een bewonersparkeervergunning als bedoeld in artikel 3, lid 2, sub a, een bezoekersparkeervergunning als bedoeld in artikel 3, lid 3, sub a en een deelautoparkeervergunning als bedoeld in artikel 3, lid 2, sub f weigeren indien de aanvraag betrekking heeft op bewoning van na inwerkingtreding van de gewijzigde Parkeerverordening 2017 op 2 oktober 2019 te realiseren nieuwe woningen, ontstaan door nieuwbouw, door functiewijziging van bestaande gebouwen, door omzetten van zelfstandige in onzelfstandige woonruimte of door verbouwing en/of juridische splitsing van één woning tot twee of meer zelfstandige woonruimten. Als datum van realisatie zal aangehouden worden de datum van het besluit om omgevingsvergunning krachtens hoofdstuk 2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht bij omgevingsvergunningplichtige activiteiten en de datum van het besluit krachtens hoofdstuk 4 van de Huisvestingswet bij niet omgevingsvergunningplichtige activiteiten. 2.
Indien de aanvraag betrekking heeft op projecten of gebieden die na inwerkingtreding van de gewijzigde Parkeerverordening 2017 op 2 oktober 2019 door het college zijn aangewezen, waarin bewoners niet in aanmerking komen voor een bewonersparkeervergunning, bezoekersparkeervergunning en deelautoparkeervergunning, is het eerste lid van overeenkomstige toepassing. Artikel 4: Aanvragen parkeervergunning 1. Het college kan met inachtneming van het bepaalde in de volgende leden van dit artikel, nadere regels vaststellen voor het aanvragen en verlenen van parkeervergunningen. 2. Het college stelt, bij openbaar te maken besluit, het maximaal aantal uit te geven parkeervergunningen en maximaal aantal uren voor de bezoekersparkeervergunning vast. 3. Het college kan, indien het maximaal uit te geven aantal parkeervergunningen zijn verleend als bedoeld in het tweede lid van dit artikel: a. de aanvraag voor een bewonersparkeervergunning voor onbepaalde tijd op een wachtlijst plaatsen.. b. de aanvraag voor een werknemersparkeervergunning (Z) en deelautoparkeervergunning voor onbepaalde tijd op een wachtlijst plaatsen. 4. Het college beslist binnen vier weken na ontvangst van een aanvraag voor een parkeervergunning. 5. Het college kan de in het vierde lid genoemde termijn met ten hoogste vier weken verlengen.
Van een verlenging van deze termijn wordt de aanvrager schriftelijk in kennis gesteld. Artikel 5: Geldigheidsduur en gegevens parkeervergunning 1. Een parkeervergunning wordt voor de duur van een betalingstijdvak en ten hoogste een jaar verleend. 2. De parkeervergunning bevat in ieder geval de volgende gegevens: a. de periode waarvoor de parkeervergunning geldt; b. het gebied waarvoor de parkeervergunning geldt; c.
de naam van de vergunninghouder of het kenteken van het voertuig waarvoor de parkeervergunning is verleend.
Artikel 6: Vervallen, intrekken of wijzigen parkeervergunning 1. De parkeervergunning vervalt van rechtswege wanneer de
32 / 40
2.
3.
Afdeling III
vergunninghouder niet of niet tijdig aan zijn of haar betalingsplicht voor de parkeervergunning heeft voldaan overeenkomstig artikel 6, tweede lid, van de geldende Verordening op de heffing en invordering van parkeerbelastingen. Als de vergunninghouder tijdig aan zijn of haar betalingsplicht voor de parkeervergunning heeft voldaan overeenkomstig artikel 6, tweede lid van de geldende Verordening op de heffing en invordering van parkeerbelasting, wordt de parkeervergunning verleend voor het volgende betalingstijdvak. Het college kan een parkeervergunning intrekken of wijzigen: A. op verzoek van de vergunninghouder; wanneer de vergunninghouder verhuist of daar uit hoofde van het beroep of bedrijf niet meer gevestigd is, dan wel de beroeps- of bedrijfsuitoefening daar feitelijk beëindigt; B. wanneer er zich een wijziging voordoet in één van de omstandigheden die relevant waren voor het verlenen van de parkeervergunning; c. wanneer de vergunninghouder niet (meer) voldoet aan de gestelde voorwaarden in deze Parkeerverordening of in de nadere voorschriften (k.31.2), met dien verstande dat de parkeervergunning in die gevallen wordt ingetrokken met ingang van het eerstvolgende betalingstijdvak; d. wanneer voor het betreffende gebied het stelsel van parkeervergunningen komt te vervallen; e.
wanneer de vergunninghouder handelt in strijd met de aan de parkeervergunning verbonden voorschriften of gelegenheid geeft tot misbruik van de parkeervergunning; f. wanneer blijkt dat bij de aanvraag van de parkeervergunning onjuiste gegevens zijn verstrekt; g. om redenen van openbaar belang Verbodsbepalingen
Artikel 7 1. Het is verboden om enig voorwerp, niet zijnde een motorvoertuig of brommobiel, te plaatsen of te laten staan: a. op een parkeerapparatuurplaats; b. op een vergunninghouderplaats. 2. Het is verboden een fiets, een bromfiets of enig ander voorwerp op zodanige wijze tegen of bij een parkeermeter te plaatsen of te laten staan, dat daardoor een normaal gebruik van die meter wordt belemmerd of verhinderd. 3. Het college kan ontheffing verlenen van het bepaalde in het eerste lid van dit artikel. Aan deze ontheffing kan onder meer het voorschrift worden verbonden dat de houder van deze ontheffing een vergoeding is verschuldigd de grootte van de tarieven van een dag, week, maand of jaar, zoals vastgesteld in de vigerende Parkeerbelastingverordening, Onderdeel II onder 1. Artikel 8 Het is verboden parkeerapparatuur op andere wijze of met andere middelen, dan die in de kennisgeving op de parkeerapparatuur staan aangegeven, in werking te stellen.
Afdeling IV
Strafbepaling
Artikel 9: Diefstal, verlies of vermissing 1. In geval van diefstal, verlies of vermissing van een nog niet gedigitaliseerde parkeervergunning op kenteken kan een duplicaatparkeervergunning worden verstrekt. 2. In geval van diefstal, van een parkeervergunning op naam wordt slechts een duplicaat verstrekt indien hiervan aangifte is gedaan bij de politie en tegen overlegging van het proces-verbaal.
33 / 40
3. In geval van verlies of vermissing van een parkeervergunning op naam wordt slechts een duplicaat verstrekt indien hiervan aangifte is gedaan bij de gemeente en tegen overlegging van het bewijs van aangifte. 4. Duplicaten van een parkeervergunning op kenteken of op naam worden hoogstens één maal per jaar verstrekt, terwijl op een duplicaat géén kentekenwijziging kan worden doorgevoerd. 5. Een duplicaatvergunning wordt niet eerder afgegeven dan na voldoening van de verschuldigde legeskosten. Artikel 10 Overtreding van het bepaalde in afdeling III van deze verordening wordt gestraft met een geldboete van de eerste categorie. Artikel 11 Met de opsporing van overtredingen van deze verordening zijn, behalve de in artikel 141 van het Wetboek van strafvordering genoemde opsporingsambtenaren, de door het college aangewezen ambtenaren belast. Afdeling V
Overgang- en slotbepaling
Artikel 12 Citeertitel Deze verordening kan worden aangehaald als Parkeerverordening gemeente Leiden 2021 Artikel 13 Intrekken oude verordening De Verordening op het gebruik van parkeerplaatsen en de verlening van parkeervergunningen voor het parkeren (Parkeerverordening 2017) zoals deze laatstelijk gewijzigd is bij raadsbesluit van 19 september 2019 wordt ingetrokken. Artikel 14 Overgangsrecht Besluiten, genomen krachtens de verordening bedoeld in artikel 13, die golden op het moment van de inwerkingtreding van deze verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten kent, gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening. Artikel 15 Inwerkingtreding Deze verordening treedt op 1 januari 2021 in werking.
2. vast te stellen de navolgende Verordening op de heffing en invordering van parkeerbelastingen gemeente Leiden 2021 Artikel 1 Begripsomschrijvingen Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: a) parkeren: het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten staan van een voertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen van goederen, op binnen de gemeente gelegen voor het openbaar verkeer openstaande terreinen of weggedeelten, waarop dit doen of laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift is verboden: b) houder: degene die naar de omstandigheden als houder van een voertuig moet worden beschouwd, met dien verstande dat voor een voertuig dat is ingeschreven in het - krachtens de Wegenverkeerswet 1994 - aangehouden register van opgegeven kentekens als houder wordt aangemerkt degene op wiens naam het voor het motorvoertuig of brommobiel opgegeven kenteken ten tijde van het parkeren in het register was ingeschreven; c) parkeerapparatuur: parkeermeters en individuele, in het voertuig aanwezige parkeerapparatuur inclusief mobiele telefoons, waarmee ter zake van het parkeren van een voertuig de parkeerbelasting kan worden voldaan.
34 / 40
Artikel 2 Belastbaar feit Onder de naam "parkeerbelastingen" worden de volgende belastingen geheven: a) een belasting ter zake van het parkeren van een voertuig op een bij, dan wel krachtens deze verordening in de daarin aangewezen gevallen door het College van Burgemeester en Wethouders te bepalen plaats, tijdstip en wijze; b) een belasting ter zake van een van gemeentewege verleende vergunning voor het parkeren van een voertuig op de in die vergunning aangegeven plaats en wijze. Artikel 3 Belastingplicht 1. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a., wordt geheven van degene die het voertuig heeft geparkeerd. 2. Als degene die het voertuig heeft geparkeerd wordt mede aangemerkt: a. degene die de belasting voldoet, dan wel te kennen geeft of heeft gegeven de belasting te willen voldoen; b. zolang geen voldoening van de belasting genoemd in artikel 2, onderdeel a, heeft plaatsgevonden: de houder van het voertuig, met dien verstande dat 1. indien een voor ten hoogste drie maanden aangegane huurovereenkomst wordt overgelegd waaruit blijkt wie ten tijde van het parkeren ingevolge deze overeenkomst de huurder van het voertuig was, niet de houder maar de huurder wordt aangemerkt als degene die het voertuig heeft geparkeerd; 2.
indien blijkt dat een ander in het kentekenregister had moeten staan ingeschreven, wordt die ander aangemerkt als degene die het voertuig heeft geparkeerd. 3. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt niet geheven van degene die op grond van het tweede lid, onderdeel b, als degene die het voertuig heeft geparkeerd wordt aangemerkt, indien deze aannemelijk maakt dat ten tijde van het parkeren een ander tegen zijn wil van het voertuig heeft gebruik gemaakt en dat hij dit gebruik redelijkerwijs niet heeft kunnen voorkomen. 4. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt geheven van degene die de vergunning heeft aangevraagd. 5. De belastingen genoemd in artikel 2, onderdeel a, zijn niet verschuldigd indien het voertuig is voorzien van een geldige gehandicaptenparkeerkaart, mits het voertuig geparkeerd is op een algemene gehandicaptenparkeerplaats en mits de gehandicaptenparkeerkaart zodanig in of aan het motorvoertuig is geplaatst, dat deze met het oog op toezicht en controle van buitenaf goed zicht- en leesbaar is. 6. De belastingen genoemd in artikel 2, onderdeel a, zijn niet verschuldigd indien het kenteken van het voertuig door een houder van een geldige gehandicaptenparkeerkaart, uitgegeven door de gemeente Leiden, van tevoren op voorgeschreven wijze is aangemeld bij de gemeente (gehandicaptenvergunning).
Artikel 4 Maatstaf van heffing, belastingtarief en belastingtijdvak De maatstaf van heffing, het belastingtarief en het belastingtijdvak zijn vermeld in de bij deze verordening behorende en daarvan deel uitmakende tarieventabel. Artikel 5 Ontstaan van de belastingschuld 1. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a., is verschuldigd bij de aanvang van het parkeren. 2. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b., is verschuldigd op het tijdstip waarop de vergunning wordt verleend. Artikel 6 Wijze van heffing, termijnen van betaling en restitutie 1. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven door voldoening op aangifte. Als voldoening op aangifte wordt aangemerkt: a. het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur op de daartoe bestemde wijze en met inachtneming van de door het college gestelde voorschriften.
35 / 40
2.
3. 4.
5.
b. het bij aanvang van het parkeren inbellen of aanmelden op een centrale computer op de daartoe bestemde wijze en met inachtneming van de door het college gestelde voorschriften. De belasting als bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt geheven bij wege van voldoening op aangifte en moeten worden betaald op het tijdstip waarop de vergunning wordt verleend dan wel vóór het in de vergunning aangegeven tijdstip. De belasting als bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt bij aanvang van de belastingplicht berekend e vanaf de 1 dag van de maand van verlening van de vergunning. Indien de belastingplicht bedoeld in artikel 2, onderdeel b, uitgezonderd de bezoekersparkeervergunning, in de loop van de vergunningperiode eindigt, bestaat het recht op restitutie over zoveel volle kalendermaanden als er in die periode na het tijdstip van de belastingplicht nog resteren. Een naheffingsaanslag moet terstond worden betaald.
Artikel 7 Bevoegdheid tot aanwijzing parkeerplaatsen De aanwijzing van de plaats waar, het tijdstip en de wijze waarop tegen betaling van de belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, mag worden geparkeerd geschiedt in alle gevallen door het college van burgemeester en wethouders bij openbaar te maken besluit. Artikel 8 Kosten 1. De kosten van de naheffingsaanslag ter zake van de belasting bedoeld in artikel 2 zijn vermeld in de bij deze verordening behorende en daarvan deel uitmakende tarieven- en kostentabel. Artikel 9 Kwijtschelding Bij de invordering van deze belasting wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel 10 Nadere regels door het College van Burgemeester en Wethouders Het College van Burgemeester en Wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en invordering van de parkeerbelastingen. Artikel 11 Intrekken oude verordening De "Verordening op de heffing en invordering van parkeerbelastingen 2020",van 3 december 2019, wordt ingetrokken met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich hebben voorgedaan vóór die datum van ingang van de heffing.
Artikel 12 Overgangsrecht Besluiten, genomen krachtens de verordening bedoeld in artikel 11, die golden op het moment van de inwerkingtreding van deze verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten kent, gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening. Artikel 13 Inwerkingtreding 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na bekendmaking. 2. De ingangsdatum van heffing is 1 februari 2021. Artikel 14 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening parkeerbelastingen gemeente Leiden 2021.
TARIEVEN- EN KOSTENTABEL, BEHORENDE BIJ DE VERORDENING PARKEERBELASTINGEN 2021 Onderdeel I. In deze tabel wordt verstaan onder: a. parkeermeter: hetgeen daaronder in het spraakgebruik wordt verstaan, met inbegrip van verzamelparkeermeters en parkeerautomaten; b. dag: periode van 24 uur; c. week: periode van 7 dagen; d. maand: periode van 30 dagen; e. kwartaal: een kalenderkwartaal; f. jaar: een kalenderjaar; Onderdeel II. Tarief van de belasting als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, van de verordening. 36 / 40
1. Het tarief voor het parkeren bij een parkeermeter bedraagt: Parkeerzone A, tariefzone I, zoals aangegeven op de bij het geldende aanwijzingsbesluit K.31.1 behorende kaart en gedurende de in dat besluit vermelde tijd: per 60 minuten € 3,20, minimaal belastingbedrag € 0,20;
Parkeerzone B1, tariefzone II, zoals aangegeven op de bij het geldende aanwijzingsbesluit K.31.1 behorende kaart en gedurende de in dat besluit vermelde tijd: per 60 minuten € 2,50, minimaal belastingbedrag € 0,20
Parkeerzone B2, tarief II zoals aangegeven op de bij het geldende aanwijzingsbesluit K.31.1 behorende kaart en gedurende de in dat besluit vermelde tijd: e - 1e en 2 uur; per 60 minuten € 0,10, minimaal belastingbedrag € 0,10; e - 3 uur en langer; per 60 minuten € 2,50; voor alle tariefzones per dag € 20,00; voor alle tariefzones per week € 90,00; voor alle tariefzones per maand € 280,00; voor alle tariefzones per jaar € 2.800,00;
2. Het tarief voor het parkeren op een vergunninghoudersplaats, anders dan krachtens een parkeervergunning, inclusief bezoekersparkeervergunning, bedraagt: voor alle tariefzones per dag € 20,00; voor alle tariefzones per week € 90,00; voor alle tariefzones per maand € 280,00; voor alle tariefzones per jaar € 2.800,00; Onderdeel III. Tarief van de belasting als bedoeld in artikel 2, onderdeel b, van de verordening. Het tarief voor een parkeervergunning, voor het parkeren op bepaalde wegen of gedeelten van wegen en/of bepaalde tijden, bedraagt per aangegeven tijdseenheid bij een: Vergunning e 1 bewonersparkeervergunning e 1 bewonersparkeervergunning e 2 bewonersparkeervergunning e 2 bewonersparkeervergunning e 3 bewonersparkeervergunning Bedrijfsparkeervergunning Bedrijfsparkeervergunning Zorgparkeervergunning Klussenbusparkeervergunning Verenigingsparkeervergunning Deelautoparkeervergunning Bezoekersparkeervergunning + 20 uur parkeertijd Opwaarderen bezoekersvergunning Mantelzorgparkeervergunning Autodateparkeervergunning Werknemersparkeervergunning Werknemersparkeervergunning Werknemersparkeervergunning Z Functionele parkeervergunning
tijdseenheid kwartaal Jaar kwartaal Jaar Jaar kwartaal Jaar kwartaal Jaar Kwartaal Jaar Jaar Jaar ste 1 aanschaf
zone A € 47,15
zone B € 53,50
€ 141,42 € 188,50 € 377,20 € 117,30 € 94,30 € 376,05 € 94,30 € 376,05 € 187,55 € 187,55 € 14,70
€ 364,55 € 94,30 € 376,05 € 94,30 € 376,05 € 53,45 € 53,45 € 6,30
Per uur
€ 0,73
€ 0,32
Jaar
€ 45,00
€ 45,00
Kwartaal Kwartaal Jaar Jaar Jaar
€ 47,10 € 108,95 € 435,80 € 435,80 € 364,55
€ 47,10
37 / 40
€ 149,80 € 149,80 € 364,55
Onderdeel IV. Kosten van de naheffingsaanslag als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, van de verordening. De kosten van de naheffingsaanslag wordt, met inachtneming van het “Besluit gemeentelijke parkeerbelastingen” vastgesteld op € 65,30
38 / 40
Kaart behorende bij Aanwijzing terreinen, weggedeelten en tijdstippen voor betaald parkeren als bedoeld in de geldende parkeerverordening en de geldende verordening parkeerbelastingen (parkeerrestrictiegebied) K.31.1
39 / 40
3.
Kennis te nemen van de aanpassingen van het K.31.2 besluit (voorschriften bij parkeervergunningen)
Bovenstaand raadsvoorstel wordt aangenomen met 28 stemmen voor en 11 tegen, met dien verstande dat de aanwezige leden van de fracties van VVD, CDA, PS en LP tegen het voorstel hebben gestemd.
22. Motie Vreemd aan de Orde van de Dag – Zonder medefinanciering geen internationale basisschool De tekst van de ingediende motie is te raadplegen via https://gemeenteraad.leiden.nl (Politiek Portaal/ Documenten). Ingediend wordt door raadslid Voorwald (VVD) motieVOD Onderwerp: Zonder medefinanciering geen internationale basisschool Bovenstaande motie wordt verworpen met 17 stemmen voor en 22 tegen, met dien verstande dat de aanwezige leden van de fracties van VVD, CDA, PvdD, SP, PS en CU voor de motie hebben gestemd.
SLUITING 23. Sluiting van de vergadering De voorzitter blikt kort terug op een bijzonder jaar voor de stad en voor de raad, dankt iedereen voor de inzet en wenst iedereen prettige feestdagen en sluit de vergadering om 23:50 uur.
Vastgesteld in de vergadering van 8 april 2021, de Griffier,
de Voorzitter,
40 / 40