CConstaterende datLeiden
Koppel je AI →
Document · PDF

Concept-besluitenlijst Gemeenteraad Leiden 15 december 2020

Gemeenteraad 8 april 2021, gemeente LeidenBij agendapunt: Vaststelling besluitenlijsten van 18 maart 2021 en van 15 december 202016.512 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

GEMEENTERAAD VAN LEIDEN Besluitenlijst van de vergadering op 15 december 2020, 19:00 tot 23:50 uur _________________________________________________________________________________ VOORZITTER: de heer H.J.J. Lenferink PLV. VOORZITTER: de heer W. van Peijpe GRIFFIER: de heer G.F.C. Van Leiden LOCATIE: digitaal Aanwezig zijn voorts 39 raadsleden: mevrouw Van den Berge (PvdD), de heer Bleijie (CDA), mevrouw Van Bree (GL), de heer De Crom (VVD), de heer Van Diepen (D66), de heer Dirkse (VVD), de heer Friso (GL), mevrouw Van Gaal (GL), de heer Gaulard (D66), mevrouw Gilissen (VVD), mevrouw Haliloviċ (D66), de heer Van Halm (SP), mevrouw Heijnen (CDA), mevrouw Herman (D66), mevrouw Van der Jagt (PvdA), de heer Jermoumi (PvdA), de heer Jitan (LP), mevrouw Jordan (D66), de heer Van der Kaap (PvdD), de heer Kersten (PS), mevrouw Klever (PvdA), de heer Köroğlu (D66), de heer Krijgsman (D66), de heer Krol (CU), de heer Leest (VVD), de heer Olthof (D66), de heer Otten (PvdA), de heer Van Peijpe (GL), de heer Rowaan (GL), mevrouw Van Schaik-Gerritsen (PvdD), mevrouw Schreuder (GL), de heer van Spronsen (GL), de heer Storm (CDA), de heer Terlouw (GL), de heer Theeuwen (SP), mevrouw Verbree (VVD), mevrouw Voorwald (VVD), mevrouw Van Walraven (SP) en mevrouw Zeggelt (D66).

Tevens aanwezig: de wethouders Damen (PvdA), Van Delft (GL), Dirkse (D66), North (GL) en Spijker (D66) en de gemeentesecretaris mevrouw Van Vliet. Afwezig is: geen

1. Opening De voorzitter opent de vergadering. 2. Vaststelling van de agenda De agenda wordt gewijzigd vastgesteld met dien verstande dat:  op voorstel van de commissie WM, RV 20.0130 Voorstel tot wijziging van de verordening van precariobelasting 2020, als hamerstuk ipv als bespreekstuk wordt behandeld;  op voorstel van de commissie WM, RV 20.0135 Aanvraag gemeentegarantie Boerhaave voor hoogbouw, als bespreekstuk ipv als hamerstuk wordt behandeld. 3. Actualiteit Er worden geen vragen gesteld bij het agendapunt actualiteit. 4. Mededelingen De burgemeester staat stil bij de actuele situatie rond Covid-19 in onze stad en regio. De voorzitter meldt dat Sebastiaan van der Veer vorige week is beëdigd als duo-lid voor het CDA. Hij wordt woordvoerder cultuur en werk & inkomen in de commissie Werk en Middelen. De heer Bleijie blijft lid van deze commissie voor financiën en economie. De heer van Peijpe spreekt (als plv voorzitter) namens de gemeenteraad een woord van dank uit aan de mensen van de bodedienst, van ICT, van DZB en van de griffie, die de raads- en commissievergaderingen het afgelopen jaar ondersteunden.

1 / 40

5. Regeling van werkzaamheden De raad besluit overeenkomstig het voorstel met betrekking tot de Regeling van Werkzaamheden. 6. Ingekomen stukken

0.01 Brief Voortgang verplaatsing FC Boshuizen d.d.24112020 College B&W Brief voor kennisgeving aannemen 0.02 Informatiebrief tijdelijke stimuleringsregeling duurzame terrasverwarming d.d. 24110202 College B&W Brief voor kennisgeving aannemen 0.03 Brief Verlichten van de Uniper schoorsteen d.d.26112020 Weth, Spijker Brief voor kennisgeving aannemen 0.04 Brief Schoolkeuzegids per schooljaar 2021-2022 d.d. 24112020 Weth. Dirkse Brief te agenderen voor een vergadering van de commissie OS in afwachting van een behandelvoorstel van het CDA. lndien dit voorstel niet tijdig wordt aangeleverd wordt de brief voor kennisgeving aangenomen. 0.05 Brief Holland Rijnland aan raden en colleges over coronagevolgen in OV d.d. 26112020 Brief voor kennisgeving aannemen 0.06 Rekenkamerbrief Duurzaam Leiden Worstelen met de ambities d.d. 26112020 Brief wordt betrokken bij behandeling in LB op 21 jan 2021 (presentatie) en 11 feb 2021 (inhoudelijke behandeling) 0.07 Brief voortgang benutten restwarmte in warmtetransitie d.d. 26112020 College B&W Brief voor kennisgeving aannemen 0.08 brief particulier 29nov2020 Brief in handen stellen van B&W ter afdoening 0.09 Brief Collegevoorstel CV Managementletter 2020 (Interne accountant) en boardletter externe accountant Brief voor kennisgeving aannemen 0.10 Brief Initiatiefvoorstel van Mw.

Schreuder (GroenLinks) ‘Verbetering acceptatie en emancipatie transgender personen in Leiden’ d.d.01122020 College B&W Brief te agenderen in commissie WM 0.11 Brief aan college adviesaanvraag rapport RKC Evaluatie duurzaamheidsbeleid gemeente Leiden d.d. 02122020 Gemeenteraad Leiden Brief in handen stellen van B&W voor advies 0.12 brief aan B&W persbericht voorgenomen actie vanuit vele KHN-afdelingen Brief in handen stellen van B&W ter afdoening 0.13 Terugkoppeling besluiten BO MIRT inzake spoorcorridor Leiden - Utrecht d.d.01122020 College B&W Brief voor kennisgeving aannemen 0.14 Brief enquete Raden in verzet november 2020 Brief in handen stellen van B&W voor advies 0.15 Brief wethouder jaarverslag WML 2019 d.d.03122020 Weth. Spijkers Brief voor kennisgeving aannemen 0.16 Brief Hoofdlijnen aanbesteden van cultuureducatieve activiteiten d.d.03122020 College B&W Brief te agenderen voor een vergadering van de commissie WM in afwachting van een behandelvoorstel van D66. lndien dit voorstel niet tijdig wordt aangeleverd wordt de brief voor kennisgeving aangenomen. 0.17 Brief Stand van zaken verbetering relatie samenwerking buurtverenigingen en onderzoeksopzet participatie d.d.03122020 College B&W Brief kan betrokken worden bij RV Onderzoeksopzet participatie LB 10 december 2020 0.18 Advies lokale verordening en landelijke regelgeving tbv referendum WSPR d.d.071220

2 / 40

te betrekken bij RV Beslissing Referendumverzoek Inrichtingsvoorstel Wijksportpark Roomburgerpark LB 21 januari 2021 0.19 Brief van acht buurtverenigingen d.d.081220 - Stand van zaken verbetering relatie samenwerking buurtverenigingen en onderzoeksopzet participatie Desgewenst bij RV Onderzoeksopzet participatie betrekken, LB 10/12 0.20 Realisatie warmtetransportnet in Zuid-Holland WarmtelinQ d.d.081220 Brief voor kennisgeving aannemen 0.21 Aankondiging onderzoek verbonden partijen Rekenkamercommissie Leiden-Leiderdorp d.d.071220 Brief voor kennisgeving aannemen 0.22 Discriminatie, seksisme en racisme brief d.d.081220 Brief voor kennisgeving aannemen 0.23 Brief VRHM intrekking 18e Noodverordening COVID-19 VRHM per 1 december 2020 Brief voor kennisgeving aannemen 0.24 12e Brief aan de raden COVID-19 VRHM d.d.101220 Brief wordt tzt geagendeerd bij verantwoording maatregelen Corona 0.25 0.25. Brief Voorlopige gunning Toegang jeugd d.d.11122020 Weth. Damen Brief voor kennisgeving aannemen 0.26 Brief Uitvoeringsprogramma Binnenstad 2021 d.d.10122020 College B&W Brief voor kennisgeving aannemen

De lijst van ingekomen stukken wordt gewijzigd (advies bij brieven nrs. 0.04 en 0.16) vastgesteld.

7. Vaststelling besluitenlijst van 17 september 2020 De besluitenlijst van de vergadering van 17 september 2020 wordt ongewijzigd vastgesteld.

HAMERSTUKKEN 8. RV 20.0122 Intrekken van de deelverordening ‘Subsidieregeling peuterspeelopvang en VVE, Leiden 2016’ BESLUIT bij RV 20.0122: 1. De deelverordening “Subsidieregeling peuterspeelopvang en VVE, Leiden 2016” in te trekken met ingang van 1 januari 2021. Bovenstaand raadsvoorstel wordt met algemene stemmen aangenomen.

9. RV 20.0125 Uitvoeringsbesluit geluidvoorzieningen c.a. Willem de Zwijgerbrug BESLUIT bij RV 20.0125: 1. in aansluiting op het geactualiseerd Kaderbesluit Leidse Ring Noord (RV 19.0109), het Uitvoeringsbesluit geluidvoorzieningen c.a. Willem de Zwijgerbrug vast te stellen met de volgende uitgangspunten: a. plaatsen van transparante geluidschermen van 1,5, meter hoog tussen rijbaan en fietspad aan de noord- en zuidzijde van de brug; b. het plaatsen van een begroeid scherm aan de zuidwestzijde van de brug; c. het verbreden van de huidige fietspaden op de brug van 3,0 meter breedte naar 3,5 (noordzijde) en 4,0 meter (zuidzijde); 3 / 40

d. e.

verbeteren van de aansluitingen aan de noordoost- en zuidoostzijde van de brug voor fietsers en voetgangers inclusief vergroeningsmaatregelen; aanbrengen van groenelementen in de middenberm op de brug;

2. voor de geluidvoorzieningen en overige maatregelen aan en nabij de Willem de Zwijgerbrug: a. een deel van het uitvoeringskrediet à € 377.000 dat bij kaderbesluit LRN (RV16.0050) beschikbaar is gesteld af te schrijven in 40 jaar in plaats van 60 jaar; b. de verhoging van de kapitaallast met € 3.142 als gevolg van de wijziging van de afschrijvingstermijn te dekken door het verlagen van de investeringsvolume in het meerjarig investeringsplan LRN Willem de Zwijgerlaan (40 jaar afschrijving) met € 90.000; c. een aanvullend krediet beschikbaar te stellen van € 673.000 waarbij de kapitaallasten van € 23.555 zijn gedekt in programma 4. Bereikbaarheid binnen de prestatie 4C1.4 Leidse Ring Noord (LRN deeltracé Willem de Zwijgerlaan met een afschrijvingstermijn van 40 jaar); 3. het budget van de beheerkosten op te hogen met € 8.500 vanuit het eerder beschikbaar gestelde beheerbudget van de Leidse Ring Noord en dit te dekken door het verlagen van de storting in de reserve bereikbaarheidsprojecten; 4.

De (meerjarige) begrotingswijziging zoals hieronder weergegeven vast te stellen: Programma Bedragen in € (+ = nadeel, -/- = voordeel) Bestuur en dienstverlening Veiligheid Economie Bereikbaarheid Omgevingskwaliteit Stedelijke ontwikkeling Jeugd en onderwijs Cultuur, sport en recreatie Maatschappelijke ondersteuning Werk en inkomen Algemene middelen, Overhead,Vennootschapsbelasting en Saldo van baten en lasten Mutatie reserves Resultaat

2020 Lasten

2021 Baten

Lasten

0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 neutraal

0 0 neutraal

0 -

0

Lasten

0 0 0 0 0 0 0 0 0 0

0 -

2023 Baten

0 0 0 0 0 0 0 0 0 0

0 -

0

Lasten

0 0 0 0 0 0 0 0 0 0

0 -

2022 Baten

0 0 0 0 0 0 0 0 0 0

0 0 neutraal

0 0 0 0 0 0 0 0 0 0

0 0 0 0 8.500 0 0 0 0 0

0

0 8.500 -8.500 0 neutraal

0

Baten 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0

Bovenstaand raadsvoorstel wordt met algemene stemmen aangenomen.

10. RV 20.0126 ‘Onderzoeksrapport Rekenkamercommissie Leiden – Leiderdorp inzake Leiden Bio Science Park BESLUIT bij RV 20.0126: 1. het college te verzoeken binnen drie maanden na dit raadsbesluit heldere tussendoelen te formuleren bij de doelstellingen uit het beleidsakkoord gericht op het Leiden Bio Science Park; 2. het college te verzoeken de raad, naast de rapportages in het kader van de planning- en controlcyclus, één maal per jaar afzonderlijk te informeren over de ontwikkelingen bij het Leiden Bio Science Park en daarbij aan te geven in hoeverre het bereiken van de geformuleerde doelstellingen op koers ligt en daarbij in te gaan op de effecten van de inspanningen om bedrijven aan te trekken en op de samenwerking daarbij met andere partijen; 3. het college te verzoeken om jaarlijks, bij de in het vorige punt genoemde informatieverschaffing, een bijeenkomst te organiseren waarvoor de gehele raad wordt uitgenodigd om over de ontwikkeling van het gebied te spreken;

4 / 40

4. te bepalen dat bij het agenderen van zaken met betrekking tot het Leiden Bio Science Park in een raadscommissie de leden van de andere raadscommissies daarop uitdrukkelijk geattendeerd zullen worden. 5. het college rapporteert over de voortgang met betrekking tot punten 1, 2 en 3 en dat de raad punt 4 bewaakt. Bovenstaand raadsvoorstel wordt met algemene stemmen aangenomen.

11. Verordeningen lokale heffingen 2020-2021 RV 20.0129 Verordening op de heffing en invordering van onroerende-zaakbelastingen Leiden 2021 RV 20.0130 Verordening tot wijziging van de verordening precariobelasting 2020 RV 20.0131 Verordening tot wijziging van de verordening binnenhavengeld 2020 RV 20.0132 Verordening op de heffing en invordering van leges 2021 RV 20.0133 Verordening op de heffing en invordering van binnenhavengeld Leiden 2021 BESLUIT bij RV 20.0129 (incl. erratum): 1. Vast te stellen de volgende verordening: Verordening op de heffing en invordering van onroerende-zaakbelastingen Leiden 2021 (Verordening onroerende-zaakbelastingen Leiden 2021) Artikel 1 Belastingplicht 1. Onder de naam 'onroerende-zaakbelastingen' worden voor binnen de gemeente gelegen onroerende zaken twee directe belastingen geheven: a. een gebruikersbelasting van degene die bij het begin van het kalenderjaar een onroerende zaak die niet in hoofdzaak tot woning dient, al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt, verder te noemen: gebruikersbelasting; b. een eigenarenbelasting van degene die bij het begin van het kalenderjaar van een onroerende zaak het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht, verder te noemen: eigenarenbelasting. 2. Bij de gebruikersbelasting wordt: a.

gebruik door degene aan wie een deel van een onroerende zaak in gebruik is gegeven (verder: de gebruiker), aangemerkt als gebruik door degene die dat deel in gebruik heeft gegeven (verder: de gebruikgever); de gebruikgever is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op de gebruiker; b. het ter beschikking stellen van een onroerende zaak voor volgtijdig gebruik aangemerkt als gebruik door degene die die onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld; degene die de onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene aan wie die zaak ter beschikking is gesteld. 3. Voor de eigenarenbelasting wordt als genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die bij het begin van het kalenderjaar als zodanig in de basisregistratie kadaster is vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is. Artikel 2 Belastingobject 1. Als onroerende zaak wordt aangemerkt de onroerende zaak, bedoeld in hoofdstuk III van de Wet waardering onroerende zaken. 2. Een onroerende zaak dient in hoofdzaak tot woning indien de waarde die op grond van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken is vastgesteld voor die onroerende zaak in hoofdzaak kan worden

5 / 40

toegerekend aan delen van die onroerende zaak die dienen tot woning dan wel volledig dienstbaar zijn aan woondoeleinden. Artikel 3 Maatstaf van heffing 1. De heffingsmaatstaf is de op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken voor de onroerende zaak vastgestelde waarde voor het kalenderjaar bedoeld in artikel 1. 2. Als voor een onroerende zaak geen waarde is vastgesteld op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken wordt de heffingsmaatstaf van die onroerende zaak bepaald met overeenkomstige toepassing van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 17, 18, en 20, tweede lid, van de Wet waardering onroerende zaken. Artikel 4 Vrijstellingen 1. In afwijking in zoverre van artikel 3 wordt bij de bepaling van de heffingsmaatstaf buiten aanmerking gelaten, voor zover dit niet al is gebeurd bij de bepaling van de in dat artikel bedoelde waarde, de waarde van: a. Voor de land- of bosbouw bedrijfsmatig geëxploiteerde cultuurgrond, daaronder mede begrepen de open grond, alsmede de ondergrond van glasopstanden, die bedrijfsmatig aangewend wordt voor de kweek of teelt van gewassen, zonder daarbij de ondergrond als voedingsbodem te gebruiken; b. glasopstanden, die bedrijfsmatig worden aangewend voor de kweek of teelt van gewassen, voor zover de ondergrond daarvan bestaat uit de in onderdeel a bedoelde grond; c.

onroerende zaken die in hoofdzaak zijn bestemd voor de openbare eredienst of voor het houden van openbare bezinningssamenkomsten van levensbeschouwelijke aard, een en ander met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die dienen als woning; d. één of meer onroerende zaken die deel uitmaken van een op de voet van de Natuurschoonwet 1928 aangewezen landgoed dat voldoet aan de voorwaarden genoemd in artikel 8 van het Rangschikkingsbesluit Natuurschoonwet 1928, met uitzondering van de daarop voorkomende gebouwde eigendommen; e. natuurterreinen, waaronder mede worden verstaan duinen, heidevelden, zandverstuivingen, moerassen en plassen, die door rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid welke zich uitsluitend of nagenoeg uitsluitend het behoud van natuurschoon ten doel stellen, beheerd worden; f. openbare land- en waterwegen en banen voor openbaar vervoer per rail, een en ander met inbegrip van kunstwerken; g. waterverdedigings- en waterbeheersingswerken die worden beheerd door organen, instellingen of diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen, met uitzondering van de delen van zodanige werken die dienen als woning; h.

werken die zijn bestemd voor de zuivering van riool- en ander afvalwater en die worden beheerd door organen, instellingen of diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen, met uitzondering van de delen van zodanige werken die dienen als woning; i. werktuigen die van een onroerende zaak kunnen worden afgescheiden zonder dat beschadiging van betekenis aan die werktuigen wordt toegebracht en die niet op zichzelf als gebouwde eigendommen zijn aan te merken. j. onroerende zaken voor zover die bestemd zijn te worden gebruikt voor de publieke dienst van de gemeente, met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die bestemd zijn te worden gebruikt voor het geven van onderwijs; k. straatmeubilair, waaronder begrepen alle zodanige gebouwde eigendommen - niet zijnde gebouwen welke zijn geplaatst voor het belang van het publiek, ten dienste van het verkeer of ter verfraaiing van de gemeente, zoals lichtmasten, verkeersinstallaties, standbeelden, monumenten, fonteinen, banken, abri's, hekken en palen;

6 / 40

l.

plantsoenen, parken en waterpartijen, die bij de gemeente in beheer zijn of waarvan de gemeente het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht, met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die dienen als woning; m. begraafplaatsen, urnentuinen en crematoria, met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die dienen als woning. 2. De vrijstelling voor de in onderdeel j van het eerste lid bedoelde onroerende zaken voor de eigenarenbelasting geldt niet voor zover de gemeente van die zaken niet het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht. 3. In afwijking in zoverre van artikel 3 wordt bij de bepaling van de heffingsmaatstaf voor de gebruikersbelasting buiten aanmerking gelaten de waarde van gedeelten van de onroerende zaak die in hoofdzaak tot woning dienen dan wel in hoofdzaak dienstbaar zijn aan woondoeleinden. Artikel 5 Belastingtarieven 1. Het tarief van de belasting bedraagt een percentage van de heffingsmaatstaf. Het percentage bedraagt voor: a. de gebruikersbelasting 0,51464% b. de eigenarenbelasting 1. voor onroerende zaken die in hoofdzaak tot woning dienen 0,12402%; 2. voor onroerende zaken die niet in hoofdzaak tot woning dienen 0,51527%. 2.

Indien het totaalbedrag van een aanslagbiljet waarop verschillende aanslagen zijn verenigd, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat, het bedrag daarvan minder is dan € 5,00 wordt dit bedrag niet geheven. Artikel 6 Wijze van heffing De belastingen worden bij wege van aanslag geheven. Artikel 7 Termijnen van betaling 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later. 2. In afwijking van het bepaalde in lid 1 geldt dat, ingeval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan, meer is dan € 75,00 doch minder dan € 5.000,00 en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, de aanslagen moeten worden betaald in maximaal acht termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens één maand later. 3. De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste en het tweede lid gestelde termijnen.

Artikel 8 Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven voor de heffing en de invordering van de onroerende-zaakbelastingen. Artikel 9 Overgangsrecht De 'Verordening onroerende-zaakbelastingen 2020' van 17 december 2019 wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 10, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. Artikel 10 Inwerkingtreding

7 / 40

1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. 2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2021. Artikel 11 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als 'Verordening onroerende-zaakbelastingen Leiden 2021'. Bovenstaand raadsvoorstel wordt aangenomen met 30 stemmen voor en 9 tegen, met dien verstande dat de aanwezige leden van de fracties van VVD en CDA tegen het voorstel hebben gestemd.

BESLUIT bij RV 20.0130: 1. vast te stellen de navolgende Verordening tot wijziging van de verordening op de heffing en invordering van precariobelasting 2020 Artikel I Hoofdstuk 6 van de tarieventabel behorende bij de verordening op de heffing en invordering van precariobelasting 2020 wordt als volgt gewijzigd: Hoofdstuk 6 Terrassen 6.1

Het tarief bedraagt voor terrasgebonden voorwerpen (niet zijnde elektrisch verlichte reclamevoorwerpen) op of boven een terras waarbij in aanmerking wordt genomen de totale oppervlakte zoals vermeld in de vergunning, bedraagt:

6.1.1

per m2, per maand

€

4,04

6.1.2

per m2, per jaar

€

24,20

6.2

In afwijking van het bepaalde in artikel 8, eerste lid en hetgeen hiervoor onder 6.1 is bepaald bedraagt het tarief voor (een gedeelte van) een terras dat is gelegen op het water en boven gemeentegrond:

6.2

In afwijking van het bepaalde in artikel 8, eerste lid en hetgeen hiervoor onder 6.1 is bepaald bedraagt het tarief voor (een gedeelte van) een terras dat is gelegen op het water en boven gemeentegrond:

6.2.1

per m2, per week

€

0,49

6.2.2

per m2, per maand

€

1,46

6.2.3

per m2, per jaar

€

14,52

Artikel II Deze verordening treedt in werking op de dag na bekendmaking en werkt terug tot en met 1 januari 2020. Artikel III Deze verordening wordt aangehaald als “eerste wijziging verordening precariobelasting 2020”. Gedaan in de openbare raadsvergadering van 15 december 2020, Bovenstaand raadsvoorstel wordt met algemene stemmen aangenomen.

8 / 40

BESLUIT bij RV 20.0131: 1. vast te stellen de navolgende Verordening tot wijziging van de verordening op de heffing en invordering van binnenhavengeld 2020 Artikel I Letter e. van de tarieventabel behorende bij de verordening op de heffing en invordering van binnenhavengeld 2020 wordt als volgt gewijzigd: e.

voor bedrijfsvaartuigen waarvoor door het college van burgemeester en wethouders een vaste ligplaats is toegestaan, per kalenderjaar of gedeelte daarvan per box 1. Indien het een door een fossiele of organische brandstofmotor aangedreven vaartuig of een vaartuig zonder eigen voortstuwing betreft 2. Indien het een elektrisch aangedreven vaartuig betreft 3. Indien het een aantoonbaar bij het Register Varend Erfgoed Nederland of in het Nationaal Register Mobiel Erfgoed ingeschreven vaartuig betreft

€

433,37

€

99,49

€

112,64

Artikel II Deze verordening treedt in werking op de dag na bekendmaking en werkt terug tot en met 1 januari 2020. Artikel III Deze verordening wordt aangehaald als “eerste wijziging verordening binnenhavengeld 2020”.

Bovenstaand raadsvoorstel wordt met algemene stemmen aangenomen.

BESLUIT bij RV 20.0132: 1. vast te stellen de volgende verordening Verordening op de heffing en invordering van leges Leiden 2021 (Legesverordening Leiden 2021)

Artikel 1 Definities Deze verordening verstaat onder: a. ‘dag’: de periode van 00.00 uur tot 24.00 uur, waarbij een gedeelte van een dag als een hele dag wordt aangemerkt; b. ‘week’: een aaneengesloten periode van zeven dagen; e e c. ’maand’: het tijdvak dat loopt van n dag in een kalendermaand tot en met de (n-1) dag in de volgende e e kalendermaand, met dien verstande dat als de n dag in een kalendermaand 30 of 31 januari is, de (n-1) dag in de volgende kalendermaand altijd de laatste dag van de maand februari is; e e d. ‘jaar’: het tijdvak dat loopt van de n dag in een kalenderjaar tot en met de (n-1) dag in het volgende kalenderjaar; e. ‘kalenderjaar’: de periode van 1 januari tot en met 31 december. Artikel 2 Belastbaar feit 1. Onder de naam ‘leges’ worden rechten geheven voor: a. het genot van door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten; b. het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag van een Nederlandse identiteitskaart of een reisdocument;

9 / 40

een en ander zoals genoemd in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel. 2. Hetgeen in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel is bepaald over een Nederlandse identiteitskaart voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is van overeenkomstige toepassing op een vervangende Nederlandse identiteitskaart voor personen met een uitreisverbod, ongeacht de leeftijd van de betrokken persoon. Artikel 3 Belastingplicht Belastingplichtig is de aanvrager van de dienst, de Nederlandse identiteitskaart of het reisdocument, dan wel degene ten behoeve van wie de dienst is verleend of de handelingen zijn verricht. Artikel 4 Vrijstellingen Leges worden niet geheven voor: a. attestaties de vita tot het ontvangen van pensioenen of lijfrenten ten laste van het Rijk, de provincie of de gemeente; b. stukken of nasporingen, die ten behoeve van onvermogenden in hun persoonlijk belang op bewijs van onvermogen worden afgegeven of verricht, met inbegrip van de bewijzen van onvermogen zelf; c. stukken of nasporingen, welke ter voldoening aan de wet of wettelijk voorschrift kosteloos moeten worden afgegeven of verricht; d.

het raadplegen en inzage nemen van de plans en registers van het kadaster door particulieren, indien dit geschiedt in verband met de naleving van of voldoening aan wetten of wettelijke voorschriften; e. woonvergunningen, als bedoeld in hoofdstuk 9 van de tarieventabel, welke worden afgegeven als gevolg van vorderingen tot ontruiming van woonruimte of wel als gevolg van in overleg met burgemeester en wethouders of namens hen met het hoofd van de Sector Wonen tot stand gekomen vrijwillige ontruimingen van woonruimte; f. woonvergunningen, als bedoeld in hoofdstuk 9 van de tarieventabel, welke worden afgegeven voor het in gebruik nemen van een woning, wegens gedwongen verhuizing ten behoeve van renovatie, stadsvernieuwing of sanering; g. een abonnement ten bate van publicatie van de gegevens in het plaatselijke dagblad uit de registers van de burgerlijke stand zoals bedoeld in hoofdstuk 1 Burgerlijke stand, onderdeel 1.1.7 van de Tarieventabel bij de Legesverordening; h. diensten waarvan de kosten krachtens afdeling 6.4 van de Wet ruimtelijke ordening (grondexploitatie) zijn of worden verhaald. i. diensten die ingevolge wettelijk voorschrift zijn vrijgesteld van rechtenheffing of kosteloos moeten worden verleend. Artikel 5 Maatstaven van heffing en tarieven 1.

De leges worden geheven naar de maatstaven en tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel, met inachtneming van het overigens in dit artikel bepaalde. 2. Voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het nemen van een projectuitvoeringsbesluit als bedoeld in artikel 2.10 van de Crisis- en herstelwet bedraagt het tarief de som van de bedragen die op grond van deze verordening verschuldigd zouden zijn voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning, ontheffing, vrijstelling of enig ander besluit in het kader van de ontwikkeling en verwezenlijking van het project, voor zover het projectuitvoeringsbesluit strekt ter vervanging van deze besluiten, zoals bedoeld in artikel 2.10, derde lid, van de Crisis- en herstelwet. 3. Voor de berekening van de leges wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt. Artikel 6 Wijze van heffing

10 / 40

De leges worden geheven door middel van een mondelinge, elektronische, dan wel een gedagtekende schriftelijke kennisgeving, waaronder mede wordt begrepen een stempelafdruk, zegel, nota of andere schriftuur. Artikel 7 Termijnen van betaling 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de leges worden betaald ingeval de kennisgeving als bedoeld in artikel 6: a. mondeling wordt gedaan, op het moment van het doen van de kennisgeving; b. schriftelijk wordt gedaan, op het moment van uitreiken van de kennisgeving, dan wel in geval van toezending daarvan, binnen 14 dagen na de dagtekening van de kennisgeving; c. bij een elektronische indiening van de aanvraag wordt gedaan, op het moment van het doen van elektronische aanvraag. 2. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijnen. Artikel 8 Vermindering of teruggaaf Gehele of gedeeltelijke vermindering of teruggaaf van leges voor een in de bij deze verordening behorende tarieventabel omschreven dienst wordt verleend overeenkomstig een met betrekking tot die dienst in die tarieventabel opgenomen bepaling.

Artikel 9 Voorlopige aanslag De in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar legt een voorlopige aanslag op, indien het bedrag waarop de aanslag vermoedelijk zal worden vastgesteld, na verrekening van voorheffingen en reeds opgelegde voorlopige aanslagen, zulks naar zijn mening rechtvaardigt. Artikel 10 Overdracht van bevoegdheden Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd tot het wijzigen van deze verordening, indien de wijzigingen: a. van zuiver redactionele aard zijn; b. een gevolg zijn van nieuwe of gewijzigde rijksregelgeving die in werking treedt binnen drie maanden na de officiële bekendmaking van de inwerkingtreding ervan in het Staatsblad of de Staatscourant en het de volgende hoofdstukken of onderdelen van titel 1 van de tarieventabel betreft: 1. onderdeel 1.1.8.1 (akten burgerlijke stand); 2. hoofdstuk 2 (reisdocumenten); 3. hoofdstuk 3 (rijbewijzen); 4. onderdeel 1.4.4 (verstrekkingen uit de basisregistratie personen); 5. onderdeel 1.7.1.1 (verklaringen omtrent het gedrag); 6. hoofdstuk 12 (kansspelen); een en ander voor zover met deze wijzigingen niet reeds bij het vaststellen of latere wijziging van deze verordening bij raadsbesluit rekening is gehouden.

Artikel 11 Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de leges. Artikel 12 Overgangsrecht 1. De legesverordening 2020 van 17 december 2019 wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 13, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

11 / 40

2. Indien de datum van inwerkingtreding van deze verordening ligt na de in artikel 13, tweede lid, opgenomen datum van ingang van de heffing, blijft de in het eerste lid genoemde verordening gelden voor de in de tussenliggende periode plaatsvindende belastbare feiten voor zover de heffing van de leges hiervoor in die periode plaatsvindt. Artikel 13 Inwerkingtreding 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. 2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2021. Artikel 14 Citeertitel Deze verordening kan worden aangehaald als " Legesverordening Leiden 2021". Bovenstaand raadsvoorstel wordt met algemene stemmen aangenomen.

BESLUIT bij RV 20.0133: 1. vast te stellen de volgende verordening: Verordening op de heffing en invordering van binnenhavengeld Leiden 2021 (Verordening binnenhavengeld Leiden 2021) Artikel 1 Definities In deze verordening wordt verstaan onder: a. havengebied: het water binnen de grenzen van de gemeente, dat in eigendom, beheer of onderhoud is van de gemeente; b. openbaar water: alle wateren die, al dan niet met enige beperking, voor het publiek bevaarbaar of op een andere manier toegankelijk zijn, met uitzondering van bevaarbare en openbaar toegankelijke wateren die geen eigendom zijn van de gemeente; c. vaartuig: elk drijvend voorwerp, inclusief vaartuigen zonder waterverplaatsing, dat vanwege zijn drijfvermogen wordt gebruikt voor of bestemd is voor het vervoeren van personen of goederen te water; d. woonschip: elk vaartuig, dat uitsluitend of in hoofdzaak dient of kan dienen tot woon-, dag- of nachtverblijf van één of meer personen; e. bedrijfsvaartuig: een vaartuig dat voornamelijk wordt gebruikt en bestemd is voor het uitoefenen van een beroep of bedrijf, of daarvoor bestemd is, waaronder begrepen: goederenvervoer, goederenopslag, rondvaarten en/of verhuur ten behoeve van de pleziervaart.

Hieronder vallen ook vaartuigen die feitelijk niet geschikt zijn om zich door het water te verplaatsen, met uitzondering van terrasboten waar een terrasvergunning voor is verleend en waarvan de locatie de aanduiding “terrasboot” heeft in het vigerende bestemmingsplan; f. passagiersschip (rondvaartboten en partysloepen): vaartuigen bestemd voor het bedrijfsmatig vervoer van personen en die het gehele havengebied van Leiden kunnen bevaren; g. pleziervaartuig: een vaartuig dat is bestemd of wordt gebruikt voor recreatief gebruik dan wel voor sportbeoefening; h. box: een vaste ligplaats voor een bedrijfsvaartuig. De afmetingen hiervan bedragen 12,5 meter bij 4 meter waarbij met de langste maat de maat langs de kade wordt bedoeld. i. havenmeester: de teamleider havenbeheer van de gemeente of diens plaatsvervanger; j. tabel: de bij deze verordening behorende en daarvan deel uitmakende tarieven; k. termijn: dag: een aaneengesloten tijdvak van 24 uren;

12 / 40

l. m.

week: een aaneengesloten tijdvak van 7 dagen; maand: een aaneengesloten tijdvak van 30 dagen; kwartaal: een tijdvak van drie aaneengesloten kalendermaanden; jaar: een kalenderjaar; vaste ligplaats: een, door middel van een vergunning, van gemeentewege aangewezen locatie in het openbaar water bestemd voor het afmeren van een vaartuig; reis: een periode van ononderbroken verblijf binnen de grenzen van het havengebied van veertien dagen of korter.

Artikel 2 Belastbaar feit Onder de naam binnenhavengeld worden rechten geheven ter zake van het gebruik van het havengebied en ter zake van het genot van door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten in verband met dat gebruik. Artikel 3 Belastingplicht Belastingplichtig is de houder van een ligplaatsvergunning en bij gebreke van een ligplaatsvergunning de eigenaar van het vaartuig, de reder, de schipper, de kapitein, degene aan wie het schip in gebruik is gegeven, of degene die als vertegenwoordiger voor één van dezen optreedt. Artikel 4 Maatstaf van heffing Het binnenhavengeld wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel. Artikel 5 Tarief Het binnenhavengeld wordt geheven naar de tarieven, die zijn opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel, met inachtneming van daarin gegeven aanwijzingen en bijzondere bepalingen en van het bepaalde in artikel 6. Artikel 6 Tariefberekening en toepassing 1. Voor de toepassing van de tarieven voor de bedrijfsvaartuigen geldt dat: a. de box de basis is van het te berekenen tarief; b. in die gevallen dat een ligplaatsvergunning met maatwerk wordt afgegeven en de maten van de ligplaats afwijkend van de box, zal het tarief naar rato van de afwijking worden berekend. c.

in die gevallen dat er bij het begin van het belastingjaar bij de gemeente bekende vaartuigen van een vergunninghouder en na het rangschikken per box van vaartuigen per tariefgroep een situatie ontstaat dat er een box overblijft die vaartuigen uit meerdere tariefgroepen bevat, dan wordt voor dat belastingjaar het tarief gehanteerd van het vaartuig dat de meeste oppervlakte binnen de box inneemt. 2. Voor de toepassing van de tarieven voor alle overige vaartuigen: a. wordt de oppervlakte van een vaartuig gesteld op het product van de lengte over alles en de grootste breedte; b. worden de lengte en de breedte van een vaartuig gesteld op de lengte over alles en de grootste breedte, zoals deze blijken uit de bij het vaartuig behorende meetbrief, dan wel ambtshalve worden vastgesteld; c. wordt een gedeelte van een eenheid van oppervlakte of van lengte voor een volle eenheid gerekend. Artikel 7 Belastingtijdvak Het belastingjaar loopt van 1 januari tot en met 31 december. Artikel 8 Vrijstellingen

13 / 40

Binnenhavengeld wordt niet geheven ter zake van: 1. binnen het havengebied nieuw gebouwde vaartuigen, die voor de eerste maal vaarklaar zijn gemaakt en geen lading hebben; 2. vaartuigen, die blijkens een schriftelijke verklaring van de teammanager van het Team Vergunningen Openbare Ruimte behorende bij het Cluster Publiekszaken, Handhaving en Veiligheid, of diens rechtsopvolger, in dienst van de gemeente worden gebruikt; 3. politievaartuigen waarmede binnen de gemeente toezicht wordt gehouden; 4. vaartuigen, welke het havengebied binnenkomen en doorvaren naar een binnen het havengebied aan het water gelegen scheepsmakerij, machinefabriek of motorherstelplaats, teneinde aldaar een herstelling te ondergaan, mits het betreffende bedrijf precariobelasting betaalt voor het gebruik of genot van gemeentegrond. Artikel 9 Wijze van heffing Het binnenhavengeld wordt geheven bij wege van aanslag, indien een vaste ligplaatsvergunning is afgegeven. In alle overige gevallen bij wege van voldoening op aangifte. Artikel 10 Verschuldigdheid 1. Het binnenhavengeld is verschuldigd zodra het gebruik van de wateren binnen de gemeentegrenzen aanvangt. 2. Bij verlening van een vaste ligplaatsvergunning is het binnenhavengeld verschuldigd vanaf de 1e dag van de maand volgend op de verlening van de vergunning. Artikel 11 Aangifte; aanslag; betaling 1.

De aangifte wordt gedaan bij de teammanager van het Team Vergunningen Openbare Ruimte behorende bij het Cluster Publiekszaken, Handhaving en Veiligheid, of diens rechtsopvolger. 2. Het binnenhavengeld moet overeenkomstig de aangifte aan de teammanager van het Team Vergunningen Openbare Ruimte behorende bij het Cluster Publiekszaken, Handhaving en Veiligheid, of diens rechtsopvolger, worden betaald op de eerste werkdag volgende op de dag van aankomst van het vaartuig in het havengebied, doch vóór het tijdstip waarop het vaartuig uit het havengebied vertrekt. 3. In afwijking van het bepaalde in het tweede lid kan het binnenhavengeld worden betaald binnen 14 dagen na de dag van aankomst van het vaartuig in het havengebied, mits ten genoegen van de teammanager van het Team Vergunningen Openbare Ruimte behorende bij het Cluster Publiekszaken, Handhaving en Veiligheid, of diens rechtsopvolger, zekerheid tot betaling van het binnenhavengeld is gesteld. 4. Indien het vaartuig in de loop van een termijn, die in de tarieventabel is aangeduid als een termijn per reis, uit het havengebied vertrekt en daar in de loop van die termijn terugkeert, begint bij de terugkeer een nieuwe termijn en neemt met betrekking tot de laatstbedoelde termijn het gebruik van het havengebied opnieuw een aanvang. 5.

Bij voortgezet verblijf in het havengebied, na afloop van de termijn waarvoor binnenhavengeld is betaald, begint een nieuwe termijn en neemt met betrekking tot de laatstbedoelde termijn het gebruik van het havengebied opnieuw een aanvang. Alsdan moet opnieuw aangifte en betaling overeenkomstig het 2e lid plaatsvinden. 6. De aanslag moet worden voldaan in één termijn, die vervalt op de laatste dag van de maand, volgende op die van de dagtekening van het aanslagbiljet. 7. Met betrekking tot een ingevolge artikel 2, tweede lid, onderdeel c., van de Invorderingswet 1990, met een belastingaanslag gelijkgestelde beschikking inzake een bestuurlijke boete is het eerste lid van overeenkomstige toepassing. 8. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen. Artikel 12 Teruggaaf en overschrijving

14 / 40

1. Van het binnenhavengeld dat wordt betaald naar een termijn van een jaar wordt, indien het gebruik van het havengebied is geëindigd voor het verstrijken van de termijn, op schriftelijk verzoek van de belastingplichtige, restitutie verleend voor zoveel twaalfden van het betaalde bedrag als er in dat jaar na de beëindiging van het gebruik van het havengebied volle maanden overblijven, met dien verstande dat bedragen beneden € 11,48 niet worden teruggegeven. 2. Indien een vaartuig wordt vervangen door een ander vaartuig wordt deze wijziging ingevoerd met ingang van het nieuwe kalenderjaar. De voor het lopende belastingjaar opgelegde aanslag blijft in stand. De situatie op 1 januari, dan wel bij aanvang belastingplicht gedurende het belastingjaar, vormt de grondslag voor het vaststellen van de aanslag. Artikel 13 Nadere regels door het College van Burgemeester en Wethouders Het College van Burgemeester en Wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en invordering van de binnenhavengelden. Artikel 14 Inwerkingtreding en citeertitel 1. De "Verordening binnenhavengeld 2020" van 3 december 2019 met de daarbij behorende tarieventabel wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2.

Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. 3. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2021. 4. Deze verordening kan worden aangehaald als "Verordening binnenhavengeld Leiden 2021". Bovenstaand raadsvoorstel wordt met algemene stemmen aangenomen.

12. RV 20.0136 Wijziging van de APV gemeente Leiden 2020 in verband met het opnemen van het verbod op carbidschieten en het doorvoeren zomerwijzigingen in de model-APV van de VNG BESLUIT bij RV 20.0136: vast te stellen de volgende verordening: Verordening tot wijziging van de Algemene plaatselijke verordening gemeente Leiden 2020, december 2020 Artikel I. Wijziging verordening De Verordening Algemene Plaatselijke verordening gemeente Leiden 2020 wordt als volgt gewijzigd: A. Artikel 2:73b wordt toegevoegd, luidende: Artikel 2:73b Verbod carbidschieten Het is verboden van 1 december tot en met 31 januari acetyleengas afkomstig van een reactie tussen calciumacetylide (carbid) en water of gasmengsels met vergelijkbare eigenschappen op explosieve wijze te verbranden. B. Afdeling 10. Consumentenvuurwerk komt te luiden: Afdeling 10. Consumentenvuurwerk en carbidschieten C. Artikel 1:1 (Definities), definitie voertuig, komt als volgt te luiden: - voertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en

15 / 40

verkeerstekens 1990, met uitzondering van kleine wagens, zoals kruiwagens en kinderwagens, en rolstoelen; D. Artikel 2:6 (Verspreiden geschreven of gedrukte stukken of afbeeldingen), vijfde lid, komt als volgt te luiden: 5. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. E. Artikel 2:9 (Vertoning op openbare plaatsen), vierde lid, komt als volgt te luiden: 4. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. F. Artikel 2:24 (Definities), eerste lid, onder b, komt als volgt te luiden: b. markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g, van de Gemeentewet en artikel 5:22; G. Artikel 2:25 (Evenementenvergunning), elfde lid, komt als volgt te luiden: 11. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. H. Artikel 2:67 (Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister), derde lid, komt als volgt te luiden: 3. Op de aanvraag om een vrijstelling is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. I.

Artikel 5:14 (Definitie venten), tweede lid, onder b, komt als volgt te luiden: b. het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel het aanbieden van diensten op jaarmarkten en markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g, van de Gemeentewet of artikel 5:22;

J.

Artikel 5:15 (Ventverbod), derde lid, komt als volgt te luiden: 3. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

K. Artikel 5:36 (Verboden plaatsen), vierde lid, komt als volgt te luiden: 4. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. Artikel II Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening tot wijziging van de Algemene plaatselijke verordening gemeente Leiden 2020, december 2020. Artikel III Inwerkingtreding

16 / 40

Dit besluit treedt in werking op de dag na bekendmaking. Bovenstaand raadsvoorstel wordt aangenomen met 33 stemmen voor en 6 tegen, met dien verstande dat de aanwezige leden van de fractie van de VVD tegen het voorstel hebben gestemd.

13. RV 20.0140 Onderzoeksopzet participatie naar aanleiding van motie ‘Participatie onafhankelijk belicht’ BESLUIT bij RV 20.0140 (incl. 2 errata): 1. De onderzoeksopzet participatie n.a.v. de motie ‘Participatie onafhankelijk belicht’ , bestaande uit de beschrijving van de casusgerichte aanpak, onderzoeksvragen, planning en financiën van het onderzoek, vast te stellen; 2a. Een klankbordgroep bestaande uit leden van de raad in te stellen, met als doel het onderzoek te volgen en vanuit het raadsperspectief input te geven op het onderzoek, waaronder de casusselectie en de vraagstelling. 2b. Aan te wijzen als leden van deze klankbordgroep: mevrouw A. Jordan, namens de fractie van D66 de heer A. Friso, namens de fractie van GL de heer M. Dirkse, namens de fractie van de VVD mevrouw T. Klever, namens de fractie van de PvdA de heer R. Storm, namens de fractie van het CDA mevrouw M. van Schaik-Gerritsen, namens de fractie van de PvdD de heer A. Theeuwen, namens de fractie van SP de heer T. Vos, namens de fractie van PS de heer A. Brink, namens de fractie van de CU Bovenstaand raadsvoorstel wordt aangenomen met 38 stemmen voor en 1 tegen, met dien verstande dat het aanwezige lid van de fractie van LP tegen het voorstel heeft gestemd.

BESPREEKSTUKKEN 14. RV 20.0119 Voortgangsrapportage ambtelijke herhuisvesting De teksten van de ingediende moties zijn te raadplegen via https://gemeenteraad.leiden.nl (Politiek Portaal/ Documenten). Ingediend wordt door raadslid Verbree (VVD) motie: M.20.0119/01 Onderwerp: Verbouwen kost (echt) geld Bovenstaande motie wordt met algemene stemmen aangenomen. Ingediend wordt door raadslid Kersten (PS) motie: M.20.0119/02 Onderwerp: Tonnen besparen op Stadhuisverbouwing: raadzaal eerst Bovenstaande motie wordt voor de stemming ingetrokken door de indiener.

17 / 40

BESLUIT bij RV 20.0119: 1. Het krediet voor de Verbouwing van het stadhuis op te hogen met € 1.800.000 voor extra werkzaamheden in het stadhuis, waarbij de kapitaallasten bij een afschrijvingstermijn van 25 jaar € 90.000 bedragen; 2. De kapitaallasten van € 90.000 voor extra werkzaamheden in het stadhuis worden gedekt door extra huurinkomsten van € 90.000 als gevolg van de onderverhuur van een deel het Stadskantoor; 3. Het krediet voor de Verbouwing van het stadhuis op te hogen met € 700.000 voor werkzaamheden aan de tweede etage, waarbij de kapitaallasten bij een afschrijvingstermijn van 25 jaar € 35.000 bedragen; 4. De kapitaallasten van € 35.000 voor de werkzaamheden aan de tweede etage worden gedekt door extra huurinkomsten van € 35.000 als gevolg van de onderverhuur van een deel het Stadskantoor; 5. Het krediet voor de Verbouwing van het stadhuis op te hogen met € 55.000 waarbij de kapitaallasten bij een afschrijvingstermijn van 25 jaar € 2.750 bedragen; 6. Vanuit de voorziening Onderhoud gemeentelijk vastgoed € 55.000 te storten in de reserve Afschrijving investeringen; 7. De kapitaallasten van € 2.750 worden als volgt gedekt: a. jaarlijkse onttrekking aan de reserve Afschrijving investeringen voor € 2.200; b. door de rente van € 550 in mindering te brengen op het Programma Algemene dekkingsmiddelen (6100859) Geldleningen; 8.

Het krediet voor de Verbouwing van het stadhuis (25 jaar) op te hogen met € 105.000 en dit te dekken uit de reserve Asbestsanering; 9. De inspanningsverplichting van het project voor wat betreft de huurderving UWV om te zetten in een toezegging waarbij de huurinkomsten UWV in de begroting worden verlaagd met € 150.000 en de post Onvoorzien (inspanningsverplichting UWV) binnen het budget van € 6,19 miljoen wordt verlaagd met € 150.000; 10. Het krediet Stadskantoor op te hogen met € 71.000 en dit te dekken door bijdragen derden; 11. De (meerjarige) begrotingswijziging zoals hieronder weergegeven vast te stellen: Programma Bedragen in € (+ = nadeel, -/- = voordeel) Bestuur en dienstverlening Veiligheid Economie Bereikbaarheid Omgevingskwaliteit Stedelijke ontwikkeling Jeugd en onderwijs Cultuur, sport en recreatie Maatschappelijke ondersteuning Werk en inkomen Algemene middelen, Overhead,Vennootschapsbelasting en Saldo van baten en lasten Mutatie reserves Resultaat

2020 Lasten

2021 Baten

0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 -140.073 -140.073 0 0 neutraal

Lasten 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0

140.073 140.073 0

2022 Baten

0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 -35.073 -35.073 55.000 0 neutraal

Lasten 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0

85.073 85.073 -105.000

2023 Baten

0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 -75.373 -75.373 0 0 neutraal

Lasten 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0

77.573 77.573 -2.200

Baten 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0

-12.873 -12.873 0 0 neutraal

0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 15.073 15.073 -2.200

Bovenstaand raadsvoorstel wordt aangenomen met 28 stemmen voor en 11 tegen, met dien verstande dat de aanwezige leden van de fracties van CDA, PvdD, SP, PS en CU tegen het voorstel hebben gestemd.

15. RV 20.0110 Vaststellen Ontwikkelperspectief De Mors De teksten van de ingediende moties en amendementen zijn te raadplegen via https://gemeenteraad.leiden.nl (Politiek Portaal/ Documenten). Ingediend wordt door raadslid Gaulard (D66) amendement: A.20.0110/01 Onderwerp: Groen verbinden aan 2de groene ring

18 / 40

Bovenstaand amendement wordt aangenomen met 33 stemmen voor en 6 stemmen tegen, met dien verstande dat de aanwezige leden van de fractie van de VVD tegen hebben gestemd. Ingediend wordt door raadslid Heijnen (CDA) motie: M.20.0110/01 Onderwerp: Proactief aan de slag met bereikbaarheid De Mors Bovenstaande motie wordt verworpen met 17 stemmen voor en 22 tegen, met dien verstande dat de aanwezige leden van de fracties van VVD, CDA, PvdD, SP, PS en CU voor de motie hebben gestemd. Ingediend wordt door raadslid Friso (GL) motie: M.20.0110/02 Onderwerp: Tijdelijk gebruik Crescendo-terrein Bovenstaande motie wordt met algemene stemmen aangenomen.

BESLUIT bij RV 20.0110: 1. het Ontwikkelperspectief De Mors: ‘Meer Mors, Mooi voor iedereen’ vast te stellen met de volgende uitgangspunten: a. Het Ontwikkelperspectief De Mors is een nadere detaillering van de Omgevingsvisie Leiden 2040 voor de wijk het Morsdistrict. Op basis hiervan en van onderzoek en input uit participatieactiviteiten stellen wij voor de volgende doelen vast te stellen: I.

Versterken van karakteristieken buurten

II.

Zichtbaar maken van historische structuren

III.

Realiseren van meer geschikte en betaalbare woningen

IV.

Creëren van nieuwe buurten

V.

Spreiden en verbinden van voorzieningen

VI.

Creëren van sterke clusters met sociale en maatschappelijke voorzieningen

VII.

Ruimte bieden aan sport voor wijk en stad

VIII.

Bouwen aan een aantrekkelijk woon- en werkklimaat

IX.

Ruimte bieden aan bewegen, spelen, verblijven en ontmoeten

X.

Investeren in klimaatadaptatie, biodiversiteit en circulair materiaal gebruik

XI.

Toepassen van duurzame energie en warmte

XII.

Behouden van een gezonde en veilige leefomgeving

XIII.

Prioriteit geven aan langzaam verkeer en openbaar vervoer

XIV.

De Dr. Lelylaan en Haagse Schouwweg verbinden de wijk

XV.

Vergroten van de verblijfskwaliteit van straten

XVI.

Versterken van de relatie tussen de gebouwde omgeving en openbare ruimte

XVII.

Stimuleren van duurzame mobiliteitsconcepten bij gebiedsontwikkeling

XVIII.

Ruimte te bieden voor de groene verbindingen die nodig zijn voor de realisatie van een 2 groene ring

e

alsmede de dwarsverbindingen richting het Singelpark en Leidse Ommelanden. b. De in het Ontwikkelperspectief De Mors opgenomen uitwerkingen voor deelgebieden te hanteren als kaders voor het beoordelen van initiatieven en investeringen. De uitwerkingen bevatten uitgangspunten voor beeldkwaliteit, hoogteopbouw, een visie op de ontwikkeling van de wijk uitgewerkt in kaders voor: woonmilieu, voorzieningen en werkgelegenheid, openbare ruimte, duurzaamheid en klimaatadaptatie en mobiliteit. Het gaat om de volgende deelgebieden: I.

Vondelkwartier en omgeving,

II.

Transvaal

19 / 40

III.

Lage Mors

IV.

Park Kweeklust en Verbeekstraat

V.

Hoge Mors

VI.

Amphoraweg en Werninkterrein

VII.

Oude lint

VIII.

Koppelstein en Bockhorst

IX.

Wijksportpark De Mors

X.

Westerpoort (voorheen Paardenwei en omgeving)

2. De betekenis van dit ontwikkelperspectief voor de toekomstige ontwikkeling van De Mors in het licht van de Omgevingswet als volgt te duiden: a. Het Ontwikkelperspectief de Mors is vooruitlopend op de inwerkingtreding van de Omgevingswet een ‘Ontwikkelperspectief’ zoals dat als instrument bedoeld is in het raadsbesluit (RV 19.0166) ‘Raamwerk Omgevingswet instrumentarium gemeenteraad’ van 23 januari 2020; b. Het Ontwikkelperspectief De Mors is een nadere detaillering van de Omgevingsvisie Leiden 2040 (RV 19.0166) en vormt daarmee een schakel naar de borging van juridische regels in het bestemmingsplan/omgevingsplan; c.

Het Ontwikkelperspectief De Mors biedt een samenhangend richtinggevend kader voor de fysieke leefomgeving van de bovengenoemde deelgebieden van de Mors dat de functie van het instrument ‘Nota van Uitgangspunten’ voor de Mors vervangt. Reeds vastgestelde kaders vastgelegd in nota van uitgangspunten vóór het vaststellen van het Ontwikkelperspectief De Mors blijven geldende kaders voor die ontwikkelingen in De Mors;

d. De gebiedsontwikkelingen ‘Verbeekstraat’ en ‘Plesmanlaan 100’ vallen onder een overgangsregeling; Aangezien voor deze trajecten al een proces was gestart, zal bij deze twee projecten nog gewerkt worden met een Nota van Uitgangspunten; e. Het Ontwikkelperspectief De Mors biedt het gemeentebestuur inzicht in de totale opgaven voor De Mors, beschrijft de ontwikkelmogelijkheden en dient als richtinggevend kader bij toekomstige keuzes. 3. Om duidelijkheid te verschaffen richting bewoners en investeerders als kader voor toekomstige ontwikkelingen vindt in het Ontwikkelperspectief De Mors: a. een nadere uitwerking/verfijning plaats van de maximale hoogtes uit de Hoogbouwvisie van Leiden; b. een nadere uitwerking plaats van de vastgestelde ambities voor duurzame verstedelijking uit de Verstedelijkingsnotitie en de Omgevingsvisie 1.0 naar maximale hoogtes voor de deelgebieden ‘Vondelkwartier’, ‘Park Kweeklust en Verbeekstraat’ en ‘Westerpoort’; 4. de motie van Friso (GroenLinks) ‘Beeldkwaliteit Hoge Mors’ M19.0014/01 als afgedaan te beschouwen. Bovenstaand raadsvoorstel wordt aangenomen met 33 stemmen voor en 6 tegen, met dien verstande dat de aanwezige leden van de fracties van CDA en SP tegen het voorstel hebben gestemd.

16. RV 20.0112 Gebiedsvisie Vondelkwartier De teksten van de ingediende moties en amendementen zijn te raadplegen via https://gemeenteraad.leiden.nl (Politiek Portaal/ Documenten). Ingediend wordt door raadslid Van der Kaap (PvdD) amendement: A.20.0112/01

20 / 40

Onderwerp: Hoogteaccenten Bovenstaand amendement wordt verworpen met 11 stemmen voor en 28 tegen, met dien verstande dat de aanwezige leden van de fracties van CDA, PvdD, SP, PS en CU voor het amendement hebben gestemd. Ingediend wordt door raadslid Friso (GL) motie: M.20.0112/01 Onderwerp: Groenverbindingen Vondelkwartier Bovenstaande motie wordt met algemene stemmen aangenomen. Ingediend wordt door raadslid Otten (PvdD) motie: M.20.0112/02 Onderwerp: Hoogbouw is geen doel op zich Bovenstaande motie wordt aangenomen met 25 stemmen voor en 14 tegen, met dien verstande dat de aanwezige leden van de fracties van VVD, CDA, PvdD, PS en CU tegen de motie hebben gestemd. Ingediend wordt door raadslid Kersten (PS) motie: M.20.0112/03 Onderwerp: Hoogbouw weg van de bestaande bebouwing Bovenstaande motie wordt verworpen met 4 stemmen voor en 35 tegen, met dien verstande dat de aanwezige leden van de fracties van SP en PS voor de motie hebben gestemd. Ingediend wordt door raadslid Krol (CU) motie: M.20.0112/04 Onderwerp: Aandacht voor starterswoningen in het middeldure koopsegement Bovenstaande motie wordt met algemene stemmen aangenomen.

BESLUIT bij RV 20.0112 (incl. erratum): 1. De gebiedsvisie voor het Vondelkwartier vast te stellen als ontwikkel- en toetsingskader met als belangrijkste elementen: a. In te stemmen met de ambities voor het Vondelkwartier waarbij zorgvuldige ruimtelijke inpassing van de nieuwbouw en de hoogwaardige herinrichting van de openbare ruimte hoogste prioriteit krijgen; b. In te stemmen met de programmatische kaders uit de gebiedsvisie; i. Doelgroepen en woningtypen; 1. Doelgroepen: Young professionals, stedelijke professionals en empty nesters zijn op dit moment kansrijke doelgroepen. 2. Woningtypen: 30% sociaal (waarvan 10% voor bijzondere doelgroepen (3% van het totale programma)), 30% middeldure koop, 30% middeldure huur en 10% vrije sector. Uitwisseling tussen de laatste drie categorieën is bespreekbaar, mits goed onderbouwd vanuit marktvraag of haalbaarheid van 2 het plan. Woninggrootte variërend van minimaal 45 m voor sociale huur en 2 60-125m voor de andere sectoren. ii. Mogelijk maken van buurtgerichte voorzieningen zoals horeca en detailhandel; iii. Mogelijk maken van kantoorfuncties (ondergeschikt aan wonen) op deze locatie; iv. Mogelijk maken van concepten voor deelmobiliteit; c. In te stemmen met de ruimtelijke kaders uit de gebiedsvisie; i. Aansluiting op de buurt met een onderbouw van 14/17-20 meter; ii.

Hoogteaccenten van 30, 40, 50 en 70 meter op respectievelijk de kavels 4, 2, 3, en 1; iii. Ontwerp openbare ruimte, waarin bij herinrichting de nadruk liggen op vergroening en klimaatadaptief inrichten;

21 / 40

iv. Bij iedere ontwikkeling binnen het Vondelkwartier wordt veel aandacht besteed aan duurzaamheid en ingezet op de geprioriteerde ambities (klimaatadaptatie, biodiversiteit, energie en circulariteit). d. In te stemmen met een partiële wijziging van de welstandsnota voor het Vondelkwartier op basis van de beeldkwaliteitseisen uit de gebiedsvisie. Daaronder begrepen afwijken van het terughoudend beheer in gebied 8E, grotendeels aansluiten bij de criteria uit 8C. Beoordeling van de initiatieven zal plaatsvinden conform beeldkwaliteitseisen uit de gebiedsvisie. 2. In te stemmen met het toerekenen van de inkomsten op gemeentelijke locaties binnen het plangebied aan de reserve grondexploitaties en te oormerken voor de herontwikkeling van het Vondelkwartier. Dit betreft zowel gronden in vol eigendom, als percelen uitgegeven in erfpacht. Bovenstaand raadsvoorstel wordt aangenomen met 27 stemmen voor en 12 tegen, met dien verstande dat de aanwezige leden van de fracties van CDA, PvdD, SP, PS, CU en LP tegen het voorstel hebben gestemd.

17. RV 20.0111 Beleidsprogramma Fiets 2020-2030 Leiden – Fietsstad De teksten van de ingediende motie en het amendement zijn te raadplegen via https://gemeenteraad.leiden.nl (Politiek Portaal/ Documenten). Ingediend wordt door raadslid Dirkse (VVD) amendement: A.20.0111/01 Onderwerp: Zet de fiets op 1 in de Merenwijk Bovenstaand amendement wordt verworpen met 10 stemmen voor en 29 tegen, met dien verstande dat de aanwezige leden van de fracties van VVD, CDA en PS voor het amendement hebben gestemd. Ingediend wordt door raadslid Van Bree (GL) motie: M.20.0111/01 Onderwerp: Veilig fietsen op de Morsweg Bovenstaande motie wordt aangenomen met 33 stemmen voor en 6 tegen, met dien verstande dat de aanwezige leden van de fractie van de VVD tegen de motie hebben gestemd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9964412/1