CConstaterende datLeiden
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 Leiden Biodivers en klimaatbestendig, Samen maken we Leiden groener! Uitvoeringsprogramma 2020-2023 (2)

raadscommissie Leefbaarheid en Bereikbaarheid 27 mei 2021, gemeente LeidenBij agendapunt: Technische vragen16.200 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

47

4.3.4. Bewoners en ondernemers betrekken bij stadsnatuur B7 Natuur-en duurzaamheidseducatie Educatie vindt plaats in de stad en wordt op een zeer succesvolle wijze uitgedragen door partners in de stad. Met deze insteek bereiken we, sinds we in 2017 overgestapt zijn van uitvoering naar regie, meer Leidenaren dan voorheen. Het gaat hierbij om partijen als Naturalis, Stichting naar Buiten, de Leidse schooltuinen, Hortus, Boerhaave, Technolab, IVN etc.. De gemeente heeft een verbindende rol, ondersteunt met subsidie, vertaalt de gemeente­lijke doelen naar de stad en geeft op kleine schaal nog educatie op en rond de kinderboerderij, en ook bijvoorbeeld op de Leidse Hooidagen. We geven hiermee concreet handen en voeten aan de SDG’s. De stadspartners bereiken met hun kennis zowel het basisonderwijs als het voortgezet onderwijs. Daarnaast zorgen de contacten met universiteit en hogeschool ervoor dat ook de doelgroep studenten wordt bereikt, met name door het uitzetten van onderzoeken wat hun bewustwording vergroot. En middels de kinderen en jongeren worden ook de opvoeders bereikt. Ook het aantal ‘telmomenten’ in de stad waar inwoners bij betrokken worden, zoals de vogeltelling en de bijentelling, neemt toe. En hierdoor ook de bewustwording.

Daarbij wordt de opbrengst naast verwerking in de natuurdatabase ook door Naturalis daadwerkelijk gebruikt voor nader onderzoek op het gebied van stadsevolutie (citizens science). Het delen en vergroten van kennis over duurzaamheid in brede zin draagt eraan bij dat de inwoners van Leiden zich steeds meer bewust zijn van hun invloed op de vergroening van de omgeving. B8 Monitoring en bewustwording biodiversiteit in en rondom het water Biodiversiteit in en om de stadswateren wordt gemonitord door de Adviseur Stadsgrachten, Aaf Verkade, in samenwerking met de stadsecoloog. Naast het monitoren doet de Adviseur Stadsgrachten aan bewustwording door PR activiteiten als (watertheater, slootsafari’s, zaklampvissen, excursies etc.). Hierbij betrekt ze de bewoners uit de buurt. De monitor­ gegevens worden opgenomen in de gemeentelijke natuurdatabase. Zie ook www.onderwaterinleiden.nl. B9 Bewustwording indicatorsoorten De stadsecoloog gaat de indicatorsoorten in Leiden onder de aandacht brengen. Bijvoorbeeld door middel van vlogs, filmpjes, excursies etc.. Vanaf 2021 zijn daarvoor financiële middelen beschikbaar. B10 Leiden4GlobalGoals & European City of Science De stichting UN-Live is in oprichting en gaat in aanloop naar het UN-live festival in 2021 alle stadsinitiatieven een podium geven. In het jaar 2022 is Leiden European City of Science.

In dit jaar staat citizens engagement centraal. Er worden dan allerlei activiteiten georganiseerd waarbij de inwoners van de stad en de wijken worden betrokken, om hun kennis te delen. Om bewustwording met betrekking tot stadsnatuur te versterken kan biodiversiteit een van de thema’s zijn. Vanuit de opgave zijn we geen trekker, en we kijken wel hoe we zoveel mogelijk kunnen aanhaken om bewustwording te creëren.

48

B11 Bewustwording interne organisatie Om de ambities voor vergroening van de stad waar te maken, heeft het college geïnvesteerd in het aantrekken van een onafhankelijk stadsecoloog. Naast externe bewustwording, draagt hij ook zorg voor de interne, ambtelijke bewustwording van ecologie. De stadsecoloog zorgt ervoor dat er vroegtijdig in projecten wordt nagedacht over vergroening en biodiversiteit. Conform zijn advies zal hij zich in 2020 richten op natuurinclusieve stedenbouw en ecologisch beheer bij de gemeente, onder meer op het vlak van beplanting, verlichting en faunavoorzieningen. Waar afgeweken wordt van het principe volgt een toelichting erop in besluitteksten.

Figuur 4.5 Verschillende initiatieven in de wijken dragen bij aan het vergroenen van de stad en bewustwording. Van de gezamenlijk aanleg van groene daken en geveltuinen tot uitleg van klimaatadaptatie bij evenementen via de watertafel.

49

50

51

2020

2050

Figuur 5.2 Op de nachtkaarten is het effect van toegenomen hitte tussen nu en 2050 duidelijk te zien. Van de twee kaarten laat de ene kaart zien hoeveel warme nachten er per jaar zijn in ons huidige klimaat en op de andere kaart ziet u het klimaat dat wordt verwacht in 2050. Het aantal warme nachten geeft aan hoe vaak per jaar de nachtelijke temperatuur boven de 20°C blijft. Tijdens dit soort nachten is er sprake van nachtelijke hittestress en kan het zijn dat je minder goed slaapt en bijkomt van de dag ervoor. Zoals op kaart nummer 2 te zien is, neemt in de toekomst het aantal warme nachten behoorlijk toe. De verwachting is dat dit een verdubbeling zal zijn ten opzichte van het huidige klimaat.

52

5. Leiden klimaatbestendig 5.1. De opgave Het klimaat verandert. We hebben in de toekomst meer kans op extreme neerslag, lang­ durige droogte en hitte. Een eerste beeld van de gevolgen van klimaatverandering voor Leiden is met behulp van de klimaatstresstest in beeld gebracht. De opgave is om de stad klimaatbestendig te maken. Wat dat inhoudt, is een proces dat we de komende jaren politiek en samen met de stad moeten beantwoorden en uit gaan voeren. Het wordt natter Door klimaatverandering krijgen we vaker te maken met extreme neerslag in de vorm van hevige en lokale regenbuien. Deze buien kunnen in de stad voor wateroverlast zorgen, doordat regen niet snel genoeg in de ondergrond kan worden opgenomen of afgevoerd naar het oppervlaktewater. Hierdoor kan er schade ontstaan aan woningen, gebouwen, tuinen en kelders. Ook kunnen bijvoorbeeld tunnels en straten onderlopen, wat invloed kan hebben op de bereikbaarheid van bijvoorbeeld de hulpdiensten en ander verkeer.

Figuur 5.1 Om een beeld te krijgen van wat de hevigere regenbuien voor Leiden betekenen, zijn er berekeningen gedaan. Hierbij is gerekend met verschillende buien en is het effect van deze buien onderzocht. Op deze kaart is de regenwateroverlast bij een bui van 70 mm in een uur te zien. De kans op deze bui is in 2050 1x per 100 jaar (nu 1x per 200 jaar). Voor meer kaartmateriaal: www.gagoed.nl/klimaatkaarten/.

Het wordt droger Door klimaatverandering krijgen we vaker te maken met langere perioden van droogte. Dit heeft mogelijk een daling van de grondwaterstand tot gevolg. Hierdoor kan de bodem inklinken of kan de houten fundering van gebouwen aangetast worden, met paalrot7 tot

7

Paalrot is een benaming voor een schimmelaantasting door droogstand van houten funderingen.

53

gevolg. Langdurige droogte kan ook leiden tot een tekort aan drinkwater en bijvoorbeeld een verslechtering van de oppervlaktewaterkwaliteit. Het wordt warmer Door de klimaatverandering krijgen we vaker te maken met hittegolven. Deze zullen ook langer duren dan we nu gewend zijn. Gebouwen, wegen en andere verharding houden warmte vast. Samen zorgt dit ervoor dat het in de stad extra warm kan worden en zo overlast kan ontstaan. Deze overlast wordt hittestress genoemd. Hitte beïnvloedt hoe fit we ons voelen. Meer warme nachten kunnen leiden tot minder nachtrust, concentratieproblemen, hoofdpijn, uitdroging, oververhitting, een lagere arbeidsproductiviteit, en kan helaas ook leiden tot een toename van sterftegevallen.8 Overstromingsrisico Naast wateroverlast, hitte en droogte leidt klimaatverandering ook tot een grotere kans op overstroming. Dit risico wordt vooral opgepakt door de verantwoordelijke beheerders, namelijk het Hoogheemraadschap van Rijnland en Rijkswaterstaat. De gemeente Leiden is betrokken bij het beheersen van dit risico, maar heeft hierin niet het voortouw. Het overstromingsrisico wordt daarom niet verder behandeld in dit Uitvoeringsprogramma. 5.2. Doelen en strategie Leiden heeft de ambitie om in 2050 klimaatbestendig te zijn. Klimaatbestendig betekent dat de stad zodanig is ingericht dat de effecten van de klimaatverandering opgevangen kunnen worden.

Schade en overlast willen we zoveel mogelijk voorkomen. We maken Leiden klimaatbestendig door de effecten van extreme neerslag, droogte en hitte zoveel mogelijk te voorkomen (zie Figuur 4.1). Dit doen we door de stad anders in te richten en ons zoveel mogelijk aan te passen aan de klimaatverandering. De afgelopen jaren hebben we met het uitvoeren van de klimaatstresstest en de SPONGE-projecten al enige kennis opgedaan over de effecten van klimaatverandering en de mogelijke oplossingen. Om dit op grote schaal in de stad toe te passen is nog meer kennis nodig over de effecten van klimaatverandering en daaruit voortkomende risico’s op wijk- en straatniveau. Dat maakt dat we kiezen voor een adaptieve strategie, waarin we leren door te doen in een wijkgerichte aanpak en tegelijkertijd ook onderzoek doen en kennis blijven ontwikkelen. De komende jaren neemt de kennis over de opgave zelf en over mogelijke oplossingen toe. De aanpak wordt daarom steeds bijgesteld aan de hand van de dan actuele kennis.

Leiden is klimaatbestendig

Beperken van effecten van extreme neerslag

Beperken van effecten van lang­durige droogte

Beperken van stress effecten van hitte

Figuur 5.3 Overzicht van de opgave en doelen

8

54

Hierdoor kan het bovenste deel van het funderingshout wegrotten en kunnen ramen en deuren gaan klemmen, scheuren ontstaan of scheefstand optreden. https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2019/32/hogere-sterfte-tijdens-recente-hittegolf

Bewoners en ondernemers betrekken bij klimaatverandering

Figuur 5.4 Mogelijke maatregelen voor een klimaatbestendige tuin (www.destraad.nl)

55

5.2.1. Wateroverlast en Droogte Om de effecten van extreme neerslag en daarmee wateroverlast in de stad te beperken, ontwikkelen we maatregelen vanuit de volgende voorkeursvolgorde: 1. Vasthouden/infiltreren van neerslag op de plaats waar het gevallen is. Dat kan bijvoorbeeld door het creëren van groene oppervlakten en het nemen van waterdoor­ latende maatregelen om regenwater vast te houden en tijdelijk te bergen; infiltreren van neerslag op de plaats waar het gevallen is. 2. Bergen van neerslag nabij de plaats waar het gevallen is. Bijvoorbeeld door regenwater op de locatie te bergen, bijvoorbeeld met de aanleg van ondergrondse waterbuffers. Bergen van neerslag nabij de plek waar het gevallen is. 3. Afvoeren van neerslag van de plaats waar het gevallen is naar boezemwater. 4. Accepteren en adapteren. Op dit moment ontbreekt nog het inzicht in de omvang van de effecten van droogte voor Leiden. Momenteel zitten we nog in de fase van probleemverkenning en doen we er onderzoek naar. Op basis van de ervaringen van andere gemeenten blijkt dat de voorkeursvolgorde om effecten van droogte te verminderen erg overeenkomt met die van wateroverlast. Dit houdt in dat de maatregelen die effectief zijn bij wateroverlast ook een positief effect hebben op droogte. Dat maakt dat we voor wateroverlast en droogte dezelfde voorkeursvolgorde hanteren. 5.2.2.

Hittestress Om hittestress in de stad te verminderen, ontwikkelen we maatregelen vanuit de volgende voorkeursvolgorde: • Beperken van opwarming door vermindering van de warmte-absorptie in het stedelijk gebied, bijvoorbeeld door het aanleggen van meer groen. • Afvoeren van warmte, bijvoorbeeld door natuurlijke ventilatie en aanbrengen van objecten die voor verkoeling zorgen. • Bieden van verkoelingsplekken, bijvoorbeeld door schaduw van bomen of met behulp van een waterplek. Maatregelen die goed zijn voor het tegengaan van hittestress hebben vaak ook een toegevoegde waarde voor het beperken van de effecten van wateroverlast en droogte.

56

5.3. Inspanningen en beoogde resultaten Voor elk van de te realiseren doelen beschrijven we in deze paragraaf de inspanningen die we willen gaan doen met de beoogde resultaten. We maken onderscheid in onderzoek en kennisontwikkeling, verankeren in beleid en richtlijnen en in projecten waarin we concrete maatregelen nemen om effecten te beperken. Een overzicht is in onderstaande tabel opgenomen: Inspanningen gericht op kennis en onder­ zoek

Beoogd resutaat

K1

Stresstest en Risicodialoog

Kennis en inzicht

K2

Diverse onderzoeken Kennis

X

K3

Evaluatie klimaatbestendige projecten

Kennis en ervaring

X

K4

SPONGE 2020

Kennis en ervaring

X

K5

Strategie bedrijventerreinen (pilot Roomburg)

Kennis

X

X

X

K6

Samenwerking met Centrum Milieu­ kunde Leiden

Kennis

X

X

X

Vergroenen

Bio­ Klimaat diversiteit bestendig

Inspanningen gericht op verankeren in beleid en richtlijnen

Vergroenen

Bio­ Klimaat diversiteit bestendig X

K7

Afwegingsinstrument voor duurzaamheid in ruimtelijke projecten

Afwegingsinstrument

X

X

X

K8

Verankeren in prestatieafspraken met corporaties

Prestatieafspraken

X

X

X

K9

Verankeren van convenant klimaatadaptief bouwen

Inspireren / Juridische borging

K10

Verankeren in Omgevingsvisie en Omgevingsplannen

Juridische borging

K11

Hemelwaterverorde- Juridische borging ning Nieuwbouw

K12

Aanpassen Handboek Kwaliteit Openbare Ruimte

Borging in beleid

X

X

X

X

X X

X

X

57

Inspanningen gericht op het nemen van concrete maatregelen

Vergroenen

Bio­ Klimaat diversiteit bestendig

K13

Wijkvervangingspro- Klimaatadaptieve en gramma 2020-2025 biodiverse inrichting

X

X

K14

Vervanging riolering

Klimaatadaptieve inrichting

K15

Noorderkwartier Oost

Klimaatadaptieve inrichting

X

X

X

K16

Sumatrastraat

Klimaatadaptieve inrichting

X

X

X

K17

STEO

Klimaatadaptieve en natuurinclusieve inrichting

X

X

X

K18

Innovaties in projecten

Innovaties

X

X

X

X X

Tabel 5.1 Overzicht inspanningen en beoogde resultaten

5.3.1. Inspanningen gericht op kennis en onderzoek K1 Stresstest en Risicodialoog / Klimaatgesprekken Om een beeld te krijgen van de voor klimaatverandering kwetsbare gebieden in Leiden is een stresstest uitgevoerd. Om de resultaten van de stresstest aan te scherpen en de opgave voor klimaatadaptatie concreter te maken, voert de gemeente Leiden in 2019 en 2020 gesprekken met de relevante stakeholders in de stad over risico’s. In deze risicodialoog gaat het gesprek over waar de klimaatverandering leidt tot problemen. Op basis van de stresstest blijkt bijvoorbeeld dat een groot aantal tunnels bij een hevige regenbui onder water komen te staan. De gemeente Leiden gaat daarom in gesprek met de beheerders van de tunnels en met de veiligheidsregio om te kijken of dit een risico is en hoe groot dat risico is. Op basis van deze risicodialoog bepalen we of er concrete maatregelen noodzakelijk zijn en waar. In het voorbeeld van de tunnels kan het zijn dat er bij een aantal tunnels bijvoorbeeld extra pompcapaciteit aangebracht moet worden. Andere risico’s zijn bijvoorbeeld wateroverlast op straat, last van hitte door platte daken en de versteende inrichting van de openbare ruimte. Beoogd resultaat is een overzicht van kwetsbare locaties en mogelijke maatregelen en financiën om de gevolgen van klimaatverandering te beperken en zo mogelijk te voorkomen.

K2 Diverse onderzoeken Onderzoek naar risico’s droogte Om beter inzicht te krijgen in de omvang van de gevolgen van een langdurige droogte voor bebouwing, doen we onderzoek. We laten uitzoeken welk type fundering is toegepast en wat de bijbehorende kenmerken zijn. Op basis van de bodemgesteldheid brengen we met een grondwatermodel in kaart waar de locaties in de stad zijn met risico’s op schade aan houten funderingen of op verzakkingen bij langdurige droogte. Aan de hand van dit onderzoek bepalen we de vervolgstappen.

58

Onderzoek naar ondergrond in relatie tot klimaatadaptatie Leiden is een pilot van het Landelijk Uitvoeringsprogramma Bodem en Ondergrond, het project DNA van de stad en omgeving’. In dit project werkt een consortium aan betere inzet van kennis van de bodem en ondergrond ten behoeve van klimaatadaptatie en -mitigatie. Klimaatadaptatie heeft hierbij betrekking op het voorkomen en reduceren van (de effecten van) grondwateroverlast, bodemdaling, regenwateroverlast, droogte en hitte. In het project wordt aan de hand van zes pilots, waaronder Leiden, inzicht gegeven in benodigde data, hoe deze te ontsluiten en hoe te vertalen en toe te passen in de praktijk. Dit wordt concreet uitgewerkt op het project wijkvervanging Gasthuiswijk en Haagweg-Noord. Beoogd resultaat: kennis over bodem en ondergrond is ontsloten en er is een aanpak ontwikkeld om kennis toepasbaar te maken voor de klimaatopgaven (klimaatadaptatie en -mitigatie), met als voorbeelduitwerking Gasthuiswijk en Haagweg Noord. Toepassing diepte infiltratie en hergebruik regenwater In plaats van regenwater vertraagd af te voeren, kunnen er ook toepassingen voor worden gevonden, waardoor niet alleen waterschade wordt voorkomen, maar ook wordt bespaard op drinkwatergebruik en oplossingen kunnen worden geboden voor droogte.

De verwachting is dat regenwater voor vele doeleinden direct gebruikt kan worden, zoals: proceswater, bluswater of speelwater. Het KWR Watercycle Research Institute onderzoekt in welke mate het mogelijk is om regenwater op een veilige manier voor verschillende toepassingen te gebruiken, welke technieken voor opslag en zuivering hiervoor nog mogelijk zijn en hoe de kwaliteit gemonitord kan worden zodat de veiligheid gegarandeerd kan worden. Leiden is bij dit onderzoek aangesloten. Er wordt onderzocht of een systeem van zuivering door middel van schelpen (urban rain shell van het bedrijf EWB) kan worden toegepast bij sportaccommodaties, bijvoorbeeld door het hergebruik van regenwater bij watervelden voor de hockey, besproeiing van tennisvelden, etc.. Leiden is aangesloten bij dit onderzoek. Onderzoek naar gecombineerd drainage- en infiltratiesysteem Bij het aanleggen en vervangen van de riolering legt de gemeente Leiden momenteel ook drainage aan. Scenario-berekeningen met het grondwatermodel geven aan dat gemiddeld genomen in de toekomst het grondwaterpeil zal stijgen, maar op een aantal locaties ook lager zal zijn dan in de huidige situatie. Een daling van het grondwater heeft mogelijk effect op bomen en de (houten) paalfundering9. Om te anticiperen op de toekomst is de gemeente Leiden gestart met een gecombineerde drainage en infiltratieproef in de Jan van Goyenkade.

Doel van deze proef is om na te gaan welke systemen het beste functioneren, mede in relatie tot de kosten voor aanleg en beheer. Uiteindelijk resultaat van dit onderzoek is om voor het stedelijk gebied, een grondwaterregulerend systeem te ontwerpen dat de sponswerking van de bodem intact kan houden. Dit grondwaterregulerend systeem zal dan in de toekomst gelijktijdig met riolerings- en/of wegwerkzaamheden worden aangelegd. K3 Evaluatie klimaatbestendige projecten De afgelopen jaren hebben we met het uitvoeren van de klimaatstresstest en de SPONGE-projecten al enige kennis opgedaan over de effecten van klimaatverandering en de mogelijke oplossingen. Om dit op grote schaal in de stad toe te passen, is nog meer kennis

9

Een fundering op palen wordt toegepast wanneer de draagkrachtige grond zeer diep gelegen is.

59

nodig over de effecten van klimaatverandering en daaruit volgende risico’s op wijk- en straatniveau. Een belangrijk onderdeel van de projecten is daarom het evalueren van de al gerealiseerde klimaatadaptieve maatregelen in de verschillende projecten. In 2020/2021 evalueren we de projecten in het Noorderkwartier Oost, Sumatrastraat en Gasthuiswijk. Op basis van deze evaluatie leren we, en trekken we lessen voor volgende projecten gericht op implementatie van klimaatadaptieve maatregelen. K4 SPONGE 2020 Sinds 2017 werkt Leiden met 10 andere partijen samen in het Europese SPONGE-2020 project. Dit is een internationaal samenwerkingsverband tussen Nederlandse, Britse en Vlaamse overheden. SPONGE2020 ontvangt Europese subsidie vanuit het programma Interreg – 2 Seas Mers Zeeën (www.interreg2seas.eu). Samen werken we aan maatregelen om de gevolgen van het veranderende klimaat beter op te vangen, vooral in dicht bewoonde gebieden. Door samen te werken in het SPONGE project verwerven we kennis en ervaring die nodig is voor de klimaatadaptatie opgave. Met de pilotprojecten (STEO, Noorderkwartier Oost en Sumatrastraat) hebben we de afgelopen jaren kunnen leren, pionieren en samenwerken. In 2020 wordt deze samenwerking afgerond. Beoogd resultaat is kennis over de effecten van klimaatbestendige maatregelen.

Deze kennis gebruiken we bij de implementatie van klimaatbestendigheid in andere projecten en bij de volgende versie van dit uitvoeringsprogramma. K5 Strategie bedrijventerreinen Om heel Leiden klimaatbestendig te maken, gaat de gemeente Leiden ook met partners in de stad in gesprek. Een groot deel van de openbare ruimte is particulier eigendom. Op bedrijventerreinen blijft veel hitte hangen en vindt vaak ook wateroverlast plaats. De gemeente Leiden wil in 2020 als pilot een samenwerking aangaan met bedrijventerrein Roomburg, waarbij wordt uitgezocht of en hoe de gemeente het klimaatadaptief maken van dit terrein kan stimuleren en faciliteren. Voor het stimuleren van maatregelen is € 50.000 beschikbaar in 2020. Beoogd resultaat is: een klimaatbestendig bedrijventerrein, dat als voorbeeld kan dienen voor andere bedrijventerreinen. Op basis van de opgedane kennis wordt vervolgens een strategie opgesteld voor het betrekken van bedrijventerreinen en ondernemers bij de opgave. K6 Samenwerking met Centrum Milieukunde Leiden Vanuit het Centrum Milieukunde Leiden (CML) worden samen met de gemeente diverse onderzoeken gedaan. Op deze manier worden ook de kennisinstellingen betrokken bij de vraagstukken in de stad. Voor 2020 zijn de volgende onderzoeken voorzien: • Afstudeeronderzoek naar motivatie van bewoners om hun dak of tuin te gaan vergroenen.

• Afstudeeronderzoek naar mogelijkheden van de vertaling van het Haagse puntensysteem voor Natuurinclusief bouwen naar de Leidse context, met uitbreiding naar andere duurzaamheidsaspecten. • Bachelor onderzoek naar hitte op bedrijventerreinen. • Bachelor onderzoek naar mogelijkheden voor gebruik van daken.

60

5.3.2. Inspanningen gericht op verankeren in beleid en richtlijnen K7 Afwegingsinstrument voor duurzaamheid in ruimtelijke projecten Met het oog op de verstedelijkingsopgave is een goede integratie van het thema duur­ zaamheid noodzakelijk maar zullen er ook keuzes moeten worden gemaakt. Stapeling van ambities kan namelijk averechts werken. Op dit moment wordt gewerkt aan een afwegingsinstrument dat helpt bij het prioriteren en het maken van keuzes, en ondersteunt ook bij het concreter invullen van maatregelen. Vanuit de opgave Klimaatadaptatie en Biodivers Vergroenen leveren we een bijdrage aan het afwegingsinstrument op deze onderdelen, maar zijn geen trekker. De stadsecoloog zal bijvoorbeeld input leveren voor de uitwerking van natuurinclusief bouwen in het afwegingsinstrument. K8 Verankeren in prestatieafspraken met corporaties Woningbouwcorporaties hebben veel bezit in de stad, en zijn daarom een belangrijke partner om de stad klimaatbestendig te maken. In 2020 worden met de woningbouw­ corporaties prestatieafspraken voor de periode 2020-2025 gemaakt. Duurzaamheid is hierbij één van de belangrijke thema’s. In de onderhandelingen met de corporaties worden de opgaven voor vergroenen, biodiversiteit en klimaatadaptatie meegenomen, met als doel dat er voor deze thema’s afspraken vastgelegd worden in de prestatieafspraken.

Vanuit de opgave Klimaatadaptatie en Biodivers Vergroenen leveren we een bijdrage op deze onder­ delen, maar zijn geen trekker. K9 Verankeren van convenant klimaatadaptief bouwen Vanuit de Provincie Zuid-Holland is het initiatief genomen om samen met verschillende partijen een Convenant Klimaatadaptief Bouwen op te stellen. Dit convenant is ondertekend door onder meer bouwbedrijven, gemeenten, de provincie Zuid-Holland, waterschappen, maatschappelijke organisaties, financiers en projectontwikkelaars. Het doel van het convenant is dat klimaatadaptief bouwen zo snel mogelijk de nieuwe norm wordt. De provincie neemt het voortouw om samen met partijen te versnellen, nieuwe ontwerpprincipes en standaarden te ontwikkelen, innovaties te stimuleren en meer proeflocaties mogelijk te maken. Vanuit de gemeente Leiden gaan we dit ook meenemen bij het opstellen van beleid en in onze werkwijze. Beoogd resultaat is dat we elk jaar tenminste één voorbeeld hebben van klimaatbestendig bouwen in de stad. Op lange termijn is het beoogd resultaat dat alle nieuwbouw in de stad klimaatbestendig is. Vanuit de opgave Klimaatadaptatie en Biodivers Vergroenen nemen we initiatief om dit op te nemen in het ontwikkelen van beleid. K10 Verankeren in Omgevingsvisie en Omgevingsplannen In 2020 wordt de Omgevingsvisie 1.1 opgesteld.

Hierin zullen de ambities en doelen voor klimaatadaptatie en biodivers vergroenen opgenomen worden. Vanuit de opgave Klimaatadaptatie en Biodivers Vergroenen leveren we een bijdrage aan de omgevingsvisie op deze onderdelen, maar zijn geen trekker. Het advies van de stadsecoloog om groengebieden en kwalitatief groen op een goede manier te beschermen, zal hier bijvoorbeeld in meegenomen worden, evenals doelstellingen met betrekking tot klimaatadaptatie.

61

K11 Hemelwaterverordening Nieuwbouw Vooruitlopend op de omgevingsvisie wordt in 2020 gewerkt aan een Hemelwaterverordening. De Hemelwaterverordening is benoemd in het IWKP om verder uit te werken. Neerslag (hemelwater) stroomt vanaf het verhard oppervlak van gebouwen en bestrating via een regenpijp of bovengronds naar de openbare riolering. De capaciteit van het riool is bij een forse klimaatbui niet toereikend. Als de riolering het aanbod van hemelwater niet meer aan kan, ontstaat water op straat en dit kan tot ernstige wateroverlast leiden en tot schade aan gebouwen en/of infrastructuur door instromend water. Het is onder meer van belang dat er zowel op particulier terrein als op openbaar terrein voldoende waterberging wordt gerealiseerd. Dit water hoeft dan niet op het piekmoment via de rioolbuis afgevoerd te worden en komt zo niet op straat te staan. De hemelwaterverordening is een (juridisch) instrument om met de realisatie van waterberging bij te dragen aan de klimaatrobuustheid van de stad. Realiseren van waterberging bij (ver)nieuwbouw is eenvoudiger dan bij bestaande bouw omdat het meteen in het ontwerp ingepast kan worden. Daarnaast komen tegenwoordig steeds vaker langere droogte perioden voor, waarbij er een regenwater te kort is.

Door middel van de hemelwaterverordening kan middels innovaties worden ingespeeld om regenwater niet alleen vertraagd af te voeren maar ook te hergebruiken voor bevloeiing van groen en infiltratie van de bodem. Vanuit de opgave Klimaatadaptatie en Biodivers Vergroenen stellen we dit beleid op. K12 Aanpassen Kadernota en Handboek Kwaliteit Openbare Ruimte Het Handboek Kwaliteit Openbare Ruimte, of beter gezegd de verschillende handboeken (uitgangspunten, inrichtingsprincipes, details en technische eisen), van de openbare ruimte. Hieronder vallen diverse domeinen, waaronder groen. Al deze handboeken vallen hiërarchisch onder de Kadernota Kwaliteit Openbare Ruimte. Deze nota wordt dit jaar geactualiseerd. Aspecten als duurzaamheid en klimaatadaptatie zijn al jaren onderdeel van de Kadernota en de Handboeken. Echter met voortschrijdend inzicht zijn we in staat om steeds concreter te worden in wat we willen, of met welke belangen we rekening moeten houden. Mede om die reden wordt de Kadernota en de diverse delen geactualiseerd. De Kadernota dit jaar. Het Handboek Deel 1 is inmiddels geactualiseerd en gaat de besluitvorming in. Met de actualisatie van de delen 2 en 3 wordt dit jaar gestart. Deel 4 is samengesteld uit verschillende technische eisen die over verschillende organisatieonderdelen gespreid werden gehanteerd.

Ook dit deel wordt geformaliseerd en gaat eveneens de besluitvorming in. Vanuit de opgave Klimaatadaptatie en Biodivers Vergroenen leveren we een bijdrage aan het handboek op deze onderdelen, maar zijn geen trekker. De stadsecoloog brengt in dit proces ook zijn adviezen in voor wat betreft de straatverlichting, toepassing halfopen straattegels, amfibievriendelijke stoepranden en kolken, natuurinclusieve inrichting van bermen en de aanleg van natuurvriendelijke oevers.

62

Figuur 5.5 Wijken uit het wijkvervangingsprogramma en Noorderkwartier Oost

63

5.3.3. Inspanningen gericht op het nemen van concrete maatregelen K13 Wijkvervangingsprogramma 2020-2025 Een groot aantal wijken staat op de planning voor vervanging van het riool. Deze wijken pakt de gemeente Leiden direct wijkgericht en integraal aan. Voor het uitvoeren van de werkzaamheden aan de riolering zal de hele straat open moeten. Dit moment biedt een uitgelezen kans om de openbare ruimte direct volledig her in te richten, inclusief groene, biodiverse en klimaatadaptieve maatregelen en ruimtereservering in de ondergrond voor de aanleg van een warmtenet. Hiermee maken we werk met werk, beperken we de overlast en besparen we uiteindelijk kosten. Beoogd resultaat is dat we in 2025 onderstaande wijken klimaatbestendig hebben ingericht. K14 Vervanging riolering In het Integraal Water Keten Plan 2019-2023 (IWKP) hebben de gemeenten Leiderdorp, Leiden, Zoeterwoude, Oegstgeest, Voorschoten, de drinkwaterbedrijven Dunea en Oasen en het hoogheemraadschap van Rijnland afspraken gemaakt om door doelmatig samen te werken en zo kosten te besparen, de waterkwaliteit te verbeteren en wateroverlast te voorkomen. In dit IWKP is de vervangingsopgave voor de riolering 2019-2023 meegenomen. Bij de vervanging van de riolering wordt voor de dimensionering rekening gehouden met een bui 10 (circa 35 mm in 45 minuten).

Ook wordt in principe het gemengde riool afgekoppeld; het regenwater en het vuile water worden elk door een eigen buis afgevoerd. Voor de komende jaren is naast de vervanging van de volgende riolering voorzien:

64

2020

2021

2022

2023

Hooigracht Gasthuiswijk Noorderkwartier oost

Langegracht Mariënpoelstraat-Boerhaavelaan Haagweg Zuid Professorenwijk Oost

Schuttersveld Raadherenbuurt Vogelwijk

Morsdistrict Meerburg

Gasthuiswijk en Haagweg-Zuid De eerste wijken waar de riolering vervangen wordt, is in het project Gasthuis­ wijk en Haagweg-Zuid. Dit project is een pilot waarin naast de aanleg van een gescheiden rioolstelsel en herinrichting van de wegen de wijk ook klimaat­ adaptief wordt ingericht en vergroend en de biodiversiteit wordt vergroot. Ook wordt er ruimte gereserveerd voor de aanleg van het warmtenet. In samenwerking met de partijen uit de regio (provincie, waterschap, buur­ gemeenten, nutspartijen) zijn klimaatadaptieve bouwstenen opgesteld, die ingezet kunnen worden in het project. Ook is gezamenlijk een klimaat­ adaptieve strategiekaart opgesteld, waarop is aangegeven hoe en waar de bouwstenen ingezet kunnen worden in het gebied. Vervolgens is door de ontwerpers van de gemeente een integraal schetsontwerp gemaakt voor de eerste 2 fases van het project. In bouwteamverband wordt dit schetsontwerp verder uitgewerkt naar een definitief ontwerp. De bewoners kunnen over het ontwerp meedenken. In het voorjaar van 2020 worden hiervoor meedenksessies georganiseerd. In de zomer van 2020 wordt de gemeenteraad geïnformeerd over het definitieve ontwerp van de wijk. De planning is dat de werkzaamheden vanaf eind 2020 worden uitgevoerd.De kennis die we hier op doen kunnen we gebruiken bij de volgende wijken

Figuur 5.6 Impressie Gasthuiswijk (Urbanisten)

65

K15 Noorderkwartier Oost Noorderkwartier Oost in Leiden is een oude wijk met smalle straatprofielen, weinig groen en een mengeling van sociale woningbouw en particuliere woningen in voornamelijk laagbouw. De openbare ruimte in deze wijk wordt heringericht en de riolering wordt er vernieuwd. Noorderkwartier Oost is één van de drie SPONGE 2020 pilotprojecten van Leiden. Binnen dit SPONGE 2020 project ligt de focus op klimaatadaptatie en participatie. De resultaten van het project, de technische- en ruimtelijke oplossingen en de aanpak van de bewonersparticipatie dienen als voorbeeld voor toekomstige projecten in Leiden en elders. Beoogd resultaat is het vernieuwen van de riolering en een klimaatbestendige inrichting van Noorderkwartier Oost. K16 Sumatrastraat De Sumatrastraat is een gebiedsontsluitingsweg in Leiden. Vanuit onderhoudsoogpunt dient de asfaltdeklaag op de Sumatrastraat vervangen te worden voor een (geluidsreducerende) deklaag. Ook de elementenverharding in de trottoirs moet worden herstraat en de tegels

Figuur 5.7 Bij de aanvraag van een omgevingsvergunning voor de Octagon is een polderdak voorzien en wordt rekening gehouden met natuurinclusief bouwen. (DS Landschapsarchitecten)

moeten worden vervangen. Vanuit verkeer zijn er aanpassingen noodzakelijk, zodat de weg weer aan de huidige, duurzaam veilig, normen voldoet. De weg wordt hiermee van gevel tot gevel volledig ‘aangepakt’. Zoals uit de onlangs verschenen resultaten van de stresstest blijkt, is er bij hevige regenval in het noordelijk deel van de Sumatrastraat een behoorlijke waterdiepte berekend. Daarnaast is op de kaart met betrekking tot hittestress af te lezen dat er sprake is van UHI’s in de Sumatrastraat met erg warme nachten tot gevolg. Vanuit het beleidsakkoord van het college is ook aangegeven dat we als gemeente meer willen gaan vergroenen en de biodiversiteit willen vergroten. Dit resulteert erin dat de Sumatrastraat in 2020 klimaatadaptief ingericht wordt. Hiervoor is vanuit SPONGE een subsidie beschikbaar.

66

K17 Stationsgebied Het Leidse stationsgebied is een drukbezocht gebied met dagelijks zo’n 100.000 bezoekers. Op het moment wordt het gebied gekarakteriseerd als een functioneel gebied, met veel asfalt, ingericht voor openbaar vervoer. Dit zal veranderen naar een stedelijk gebiedsentree met allure: een levendig, functioneel gebied waar je kunt wonen, werken en comfortabel kan verblijven. Vanuit SPONGE 2020 is dit gebied als een van de pilot-projecten in Leiden benoemd. Een belangrijk thema in het gebied is het houden van ‘droge voeten’. Samen met het Hoogheemraadschap kijken we naar alternatieve vormen van waterberging, zoals het Polderdak op de Lorentz. Deze alternatieve vorm van berging zorgt ervoor dat het water niet direct het riool instroomt en voorkomt overbelasting. Ook op andere gebouwen in het stationsgebied wordt een polderdak gerealiseerd. Bij de uitwerking van de gebiedsvisie Stationsgebied in 2020 speelt duurzaamheid en daarmee klimaatadaptatie en biodivers vergroenen een belangrijke rol. K18 Innovaties in projecten Om innovaties in projecten te stimuleren is in het Financieel Perspectief Duurzame Stad voor 2020 een bedrag van € 350.000 gereserveerd als vervolg op SPONGE. Vanuit het Europese project is bijvoorbeeld een bijdrage geleverd aan de realisatie van een polderdak op een van de torens van de nieuwbouw Lorentz in het stationsgebied.

Om deze innovatie mogelijk te maken, hebben de projectontwikkelaar en de gemeente Leiden elk een deel van de kosten gedragen. Met deze investering kunnen we leren wat de effecten zijn en of dergelijke daken een voorbeeld kunnen zijn voor andere projecten in Leiden, waarmee een enorme slag wordt geslagen in de gemeentelijke wateropgave. Naast Lorentz is er ook een bijdrage geleverd aan The Roof op PLNT. The Roof biedt naast voorbeelden van bestaande innovatieve technieken op het gebied van groene daken, zon- en windenergie en voedselproductie, ook ruimte voor het testen van nieuwe technieken en producten van startups en bedrijven. Crossovers tussen partners met verschillende (duurzame) disciplines leidt daarbij tot nieuwe innovaties op het gebied van duurzaamheid. Tijdens het Jaar van het Dak wordt dit dak gebruikt als ‘showroof’. Op het dak kunnen bewoners op gezette momenten de mogelijkheden op het gebied van groene daken en zonnepanelen op een toegankelijke manier beleven en al hun vragen stellen. In het kader van het Jaar van het Dak is voor 2020 van deze € 350.000 een bedrag van € 100.000 gereserveerd als bijdrage aan innovatieve dakoplossingen in het kader van klimaat en biodiverse vergroening. Daarnaast is een toezegging van € 70.000 gedaan voor de realisatie van klimaatadaptieve maatregelen in het Lakenpark.

Het resterende bedrag kan ingezet worden voor innovatieve kansen die zich de komende jaren voordoen om pilots te starten en kennis op te doen.

67

68

6. Hoe financieren we de opgave? Voor de periode 2020-2023 zijn er financiële middelen nodig om de verschillende inspanningen te kunnen dekken. Hiervoor is geld gereserveerd in de gemeentelijke begroting. Met de bijdragen uit de reserve Duurzame Stad is het mogelijk om voortvarend te werken aan de ambities voor klimaatadaptatie en biodiverse vergroening. De opgave wordt echter gefinancierd uit meer budgetten dan de reserveringen in het Financieel Perspectief Duur­ zame Stad (FPDS). De meeste inspanningen worden gefinancierd uit de reguliere middelen in de Leidse Programmabegroting, met name uit programma 5: Omgevingskwaliteit. Voor klimaatadaptatie zijn de volgende middelen in het FPDS voor de opgave klimaat­ adaptatie en biodiverse vergroening beschikbaar: Klimaatadaptatie

2020

2021

2022

2023

Koppeling inspanningen

21.225

K13

26.410

64.203

K13

63.795

102.596

G3

Investering

Vervanging materiaal openbare ruimte

Investering

Wijkvervangingen

Investering

Groene Kansenkaart

Exploitatie

Onderzoeken klimaatadaptatie

75.000

75.000

Exploitatie

Instrumentarium

75.000

25.000

Exploitatie

Klimaatbestendige projecten

350.000

Exploitatie

Benoemen Indicatorsoorten

30.000

30.000

30.000

30.000

B2, B8 en B9

Exploitatie

Bewustwording klimaatadaptatie

50.000

50.000

50.000

50.000

K5

Exploitatie

Groenpact

200.000

200.000

100.000

Exploitatie

Organisatie

80.000

80.000

80.000

Exploitatie

Afwegingskaders duurzaamheid

68.000

38.969

K2 25.000

25.000

K3 K18

G6, G8 80.000 K7

Tabel 7.1: Bijdrage vanuit het Financieel Perspectief Duurzame Stad (geactualiseerde versie 2020/2024). Investeringen zijn weergegeven in kapitaallasten.

Klimaatadaptatie

2020

2021

2022

2023

Koppeling inspanningen

4.245.000

4.843.350

2.625.000

K13

Investering

Vervanging materiaal openbare ruimte

Investering

Wijkvervangingen

2.438.808

1.770.271

2.899.250

1.011.412

K13

Investering

Groene Kansenkaart

779.620

441.0000

306.380

619.000

G3

Tabel 7.2: Investeringen FPDS weergegeven in investeringsvolumes.

69

Naast de middelen uit het financieel perspectief duurzame stad, wordt een groot deel van de inspanningen gefinancierd vanuit de reguliere middelen in de Leidse Programmabegroting: • De inspanning om het groenbeheer te optimaliseren (G2) en het maaibeheer aan te passen (B4), vallen binnen het budget Beheren Openbaar Groen (5C.103). • Voor het Renoveren en Herinrichten van Parken (G1) en het Realiseren van de Groene Hoofdstructuur (G10) zijn in het MIP van de gemeente jaarlijks investeringen opgenomen voor een bedrag van € 650.000, ofwel het IP Parken (5C.101). Het IP Parken bestaat uit € 650.000, waarvan € 350.000 voor het renoveren en herinrichten van parken, € 150.000 voor burgerinitiatieven en €150.000 voor het realiseren van projecten in de Groene Hoofdstructuur. • Voor Samen aan de Slag (G7) is jaarlijks 320.000 beschikbaar (5A.101) • Een deel van de inspanningen wordt gefinancierd uit het IWKP. Dit betreft de vervanging van de riolering (K13 en K14) • Voor het planten van 50 extra bomen per jaar (G4) en de aanleg van de Tiny Forests (G5) maken we gebruik van het bomenfonds • Voor de subsidie Groene Daken (G6) is er een nog een reserve van 120.000 voor 2020 beschikbaar. • Een deel van de inspanningen vallen onder het beleidsveld van de opgave. Hiervoor is vooral een inhoudelijke bijdrage noodzakelijk, maar geen budget.

Dit betreft bijvoorbeeld de diverse regionale overleggen waarin we deelnemen (G12), maar ook het onderzoek muurvegetatie (B5). • Daarnaast zijn er inspanningen die vallen onder andere reguliere beleidsvelden. Vanuit de opgave leveren we vooral een inhoudelijke bijdrage, maar geen budget. Dit betreft bijvoorbeeld Natuur en Duurzaamheidseducatie (B7), European City of Science (B10), maar ook bijvoorbeeld het aanpassen van het Handboek Openbare Ruimte (K12). De enige uitzondering is het Afwegingsinstrument voor duurzaamheid in ruimtelijke projecten (K7), waarbij we een bijdrage leveren van € 68.000 voor 2020 uit het FPDS. • De specifieke projecten die benoemd worden, zoals Singelpark (G11), SPONGE (K4) en Noorderkwartier Oost (K15) hebben hun eigen besluitvormingsproces, waar ook de financiële dekking wordt geregeld. Vanuit de opgave zijn er tevens geen middelen beschikbaar om aan deze projecten bij te dragen. Om deze reden is er voor gekozen om deze projecten hier ook niet specifiek te benoemen. Voor de wijkvervangingen is met de bijdrage uit het Financieel Perspectief het budget geregeld om voortvarend aan de slag te gaan met klimaatbestendige maatregelen. Voor de overige projecten gaan we er vanuit dat klimaatbestendige en natuurinclusieve inrichting en bouw steeds meer geïntegreerd mee genomen gaan worden in de projecten.

Op basis van de pilotprojecten moet onderzocht wordt welke extra middelen hiervoor benodigd zijn. Bij de projecten buiten de wijkvervangingen om, is er vaak nog geen rekening gehouden met middelen om extra klimaatadaptieve en biodiversiteits-maatregelen te kunnen treffen. Er moet derhalve gezocht worden naar slimme meekoppelkansen en er moeten keuzes gemaakt worden waar de beschikbare middelen worden geïnvesteerd.

70

6.1. Fondsenwerving: Subsidies en andere financiële bijdragen Om de hoge ambities voor klimaatadaptieve maatregelen en biodivers vergroenen te kunnen waarmaken, is het beschikbare budget in de toekomst niet toereikend. De gemeente Leiden gaat zich inspannen om subsidies binnen te halen bij het Rijk of Europa om meer te kunnen bereiken. Europa Er zijn verschillende Europese subsidies beschikbaar. De meest kansrijke is LIFE Climate Change Adaptation (CCA). CCA is onderdeel van het subprogramma Climate Action en valt onder het Europese financieringsinstrument LIFE. Het LIFE programma richt zich op het ondersteunen van pilot- en demonstratieprojecten, die bijdragen aan de milieu- en klimaatdoelstellingen van de EU. In 2020 is er weer een openstelling. Van belang om deze subsidie binnen te halen, is dat er concrete projecten voor uitvoering beschikbaar zijn. In 2020, na vaststelling van de begroting van de Europese Unie, gaan we onderzoeken wat de kansrijke mogelijkheden zijn voor aanvraag van Europese subsidies en daar waar kansrijk, acties op ondernemen. Rijk Het Rijk, VNG, UvW en IPO geven met het Bestuursakkoord Klimaatadaptatie een impuls aan de aanpak van klimaatadaptatie door middelen beschikbaar te stellen. Ze geven hiermee uitvoering aan de maatregelen zoals afgesproken in het Deltaplan Ruimtelijke adaptatie.

De inzet is om daarvoor in totaal € 300 miljoen van het Rijk en € 300 miljoen van de decentrale overheden beschikbaar te stellen. Deze inzet is deels intentioneel. Het Rijk stelt daarnaast € 26,7 miljoen beschikbaar voor procesondersteuning, kennisontwikkeling, kennisdeling en pilots. De eerste adaptatieprojecten waar het Rijk aan bijdraagt, zijn in 2019 van start gaan. De voorwaarden van deze tijdelijke impulsregeling worden nader uitgewerkt. Eén daarvan is cofinanciering door decentrale overheden. Toekenning van een financiële bijdrage van het Rijk is afhankelijk van nadere concretisering van de opgaven en maat­ regelen, met een toets op urgentie en doelmatigheid. In 2020 gaan we binnen de werkregio verkennen hoe we aanspraak kunnen maken op deze beschikbare middelen. In Zuid-Holland zijn de werkregio’s op het gebied van klimaatadaptatie gekoppeld aan de bestuurlijke regio-indeling van de zeven tafels Ruimte-Wonen-Economie. Andere Financiële bijdragen Daarnaast zoeken we cofinanciering vanuit de verschillende partners in de stad. We gaan onderzoeken hoe we met de partners in de stad gezamenlijke doelen kunnen stellen en gezamenlijk verantwoordelijkheid kunnen nemen voor vergroening en klimaatadaptatie.

71

72

7. Hoe organiseren we de opgave? Programmatische aanpak Het doel van het opgavegericht werken is om samenhang te brengen en een integrale vertaling te maken van de (strategische) beleidsuitgangspunten naar concrete maatregelen in de stad. Om dit te kunnen doen is gekozen voor een programmatische aanpak. Een programma is een tijdelijke, unieke en complexe verzameling van doelen en inspanningen waaraan mensen met beperkte middelen doelgericht samenwerken. Een programma moet worden beschouwd als een paraplu van activiteiten. Dit kunnen projecten zijn, maar ook allerlei andere maatregelen of activiteiten. Soms zijn dit routinetaken, soms ook onverwachte activiteiten die vooraf niet voorzien zijn. De overeenkomst is dat al deze inspanningen samen bijdragen aan het behalen van de doelen. Aansturing van de opgave De duurzaamheidsopgaven kennen elk een eigen (bestuurlijke) aansturing. De opgave voor klimaatbestendigheid en biodivers vergroenen is belegd bij de wethouder Duurzaamheid, Mobiliteit & Beheer Openbare Ruimte. Bestuurlijk wordt de integraliteit tussen de verschillende duurzaamheidsopgaven bewaakt door de coördinerend wethouder (de wethouder Duurzaamheid, Mobiliteit & Beheer Openbare Ruimte). Op ambtelijk en bestuurlijk niveau wordt de integraliteit bewaakt in de Taskforce Duurzaamheid.

Voorzitter van de Taskforce is de directeur Stedelijke Ontwikkeling vanuit zijn rol als coördinerend ambtelijk opdrachtgever. Op dit moment werken op diverse plekken in de organisatie medewerkers aan klimaat­ bestendigheid, vergroening en biodiversiteit. Met dit uitvoeringsprogramma is de eerste aanzet gedaan om samenhang aan te brengen in de verschillende inspanningen. De opgavemanager bewaakt samen met het opgaveteam de samenhang en integraliteit. De RVT-manager Regie Integraal Beheer is daarbij ambtelijk opdrachtgever voor de opgave. Het budget en de voortgang van de verschillende inspanningen in de opgave zijn belegd in de lijnorganisatie, en is daarmee een verantwoordelijkheid van de projectleiders en bijbehorende RVT-managers. Besluitvorming en rol van College B&W en Gemeenteraad Met het uitvoeringsprogramma wordt inzichtelijk wat de verschillende inspanningen zijn, wat de samenhang is tussen de verschillende inspanningen en aan welke doelen ze bijdragen. De inspanningen kennen hun eigen sturingsdriehoek en besluitvormingsproces, waarbij afhankelijk van de inspanning besluitvorming door College van burgemeester en wethouders of de gemeenteraad plaats vindt.

73

74

8. Hoe gaan we communiceren en participeren? We communiceren over een gezonde, groene en leefbare stad De verschillende opgaven gaan gepaard met ingrijpende veranderingen die voor iedereen merkbaar zullen zijn. Het is dan ook belangrijk om hierover te communiceren met een effectieve communicatiestrategie. We gaan uit van een duurzaamheidsbrede communicatieaanpak waarbij de gemeente met één stem communiceert over het integrale duurzaamheidsbeleid. Daar vallen de thema’s: Energietransitie, Klimaatadaptief en Biodivers vergroenen en Circulaire Economie onder. De communicatieaanpak bestaat uit drie onderdelen De communicatieaanpak bestaat uit het basisverhaal, een communicatiestrategie en de communicatiekalender. • Het basisverhaal is ‘Leiden groen, gezond en leefbaar’. Dit verhaal vertelt op hoofdlijnen wat de duurzaamheidsambitie van Leiden is, waar die vandaan komt en hoe de stad die wil bereiken. Dit verhaal is ook te lezen in het voorwoord van dit uitvoeringsprogramma. • Per thema wordt vervolgens gekeken wat de drie hoofdboodschappen zijn. Ook stellen we per thema vast welke onderwerpen en projecten er per jaar aan de orde komen en hoe deze aansluiten bij het basisverhaal. Ook bij de opgaven klimaatadaptatie en biodivers vergroenen wordt er een overzicht gemaakt van de doelgroepen per project, het communicatiedoel per doelgroep en welke kanalen worden gebruikt.

Belangrijk hierbij is dat er activerend wordt gecommuniceerd over oplossingen en het handelingsperspectief en over projecten waarbij inwoners kunnen aansluiten. • De communicatiekalender sluit per jaar aan op een hoofdthema. Zo ontstaat er een duidelijke focus voor een specifiek jaar. Daarnaast wordt er ook per maand themagericht gecommuniceerd. Afhankelijk van de inspanning zal naast de duurzaamheidsbrede communicatieaanpak een project ook haar eigen communicatie en participatie inspanningen hebben. Vanuit de opgave proberen we in deze communicatie het algemene verhaal en de koppeling naar de opgaven toe te voegen. Participatie vraagt per project om een maatwerkaanpak. Er wordt steeds gekeken welke vorm van participatie gewenst is, welke belangenhouders betrokken worden en op welke wijze zij betrokken worden. De opgave kunnen we niet alleen vanuit de gemeente realiseren, samenwerking met de verschillende netwerkpartners en instanties, maar ook met de inwoners van de stad is noodzakelijk. Per inspanning gaan we bekijken hoe we deze samenwerking het beste vorm kunnen geven.

75

76

9. H  oe gaan we monitoren en evalueren? 9.1. Monitoring In de begroting zijn effect indicatoren opgenomen die per beleidsterrein realisatiewaarden en streefwaarden vermelden. Op het gebied van groen en biodiversiteit wordt er momenteel gewerkt aan een jaarlijkse groenrapportage. Op het gebied van klimaatadaptatie wordt er landelijk gezocht naar de vraag welke indicatoren zinvol en gewenst zijn. Bij klimaatbeleid zijn een langetermijnvisie en blik op de toekomst van groot belang, maar om concrete stappen te zetten is het belangrijk om te weten waar een stad nu staat: Hoe klimaatbestendig zijn we nu? Een actuele vraag die bij veel partijen op verschillende schaalniveaus speelt. Het Nationaal Kennis- en innovatieprogramma Water en Klimaat – Klimaat bestendige stad (NKWK-KBS) heeft het initiatief om te onderzoeken wat de behoefte is als het gaat om het monitoren van lokale klimaatbestendigheid. De gemeente sluit hierbij aan, waardoor het komende jaar een betere invulling kan worden gegeven aan monitoring en indicatoren, maar wel zoveel mogelijk gebruik maken van bestaande datasets en initiatieven. 9.2. Evaluatie Bij het jaarlijks actualiseren van het uitvoeringsprogramma wordt gereflecteerd op de inspanningen en prestatie-indicatoren.

Ook wordt bekeken of de inspanningen nog voldoende bijdragen aan de doelen of dat inspanningen gewijzigd moeten worden of dat er nieuwe inspanningen nodig zijn. Indien daar aanleiding toe is, kunnen zulke reflecties uiteraard ook lopende het jaar tot bijstelling van inspanningen leiden.

77

78

79

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10166455/1