CConstaterende datLeiden
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 Leiden Biodivers en klimaatbestendig, Samen maken we Leiden groener! Uitvoeringsprogramma 2020-2023 (2)

raadscommissie Leefbaarheid en Bereikbaarheid 27 mei 2021, gemeente LeidenBij agendapunt: Technische vragen16.200 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Leiden biodivers en klimaatbestendig

Samen maken we Leiden groener! Uitvoeringsprogramma 2020-2023

Colofon Leiden biodivers en klimaatbestendig. Samen maken we Leiden groener! is een uitgave van de gemeente Leiden. Opmaak: Het Grafisch Productie Centrum Beeld en Fotografie: Bureau Stadsnatuur: foto’s pagina 41 Buro JP: voorpagina, pagina 4, 6, 22, 33, 40, 49, 50, 68, 74 en 78 Sara Reijnders / Groen met Saar: foto pagina 8 Disclaimer Bij het samenstellen is de grootst mogelijke zorgvuldigheid nagestreefd. Toch kan de infor­matie in deze uitgave niet juist of onvolledig zijn. De gemeente Leiden is hiervoor niet aan­sprakelijk. Als u van mening bent dat er beeldmateriaal is gebruikt waarover u het beeldrecht heeft, neem dan contact op met de gemeente Leiden via postbus 9100, 2300 PC Leiden. Copyright Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen, in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt worden in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch door fotokopieën of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de gemeente Leiden.

Leiden biodivers en klimaatbestendig

Samen maken we Leiden groener! Uitvoeringsprogramma 2020-2023

“Op weg naar een groen, biodivers en klimaatbestendig Leiden; een stad waarin het ook voor toekomstige generaties goed wonen en werken is”

4

Voorwoord Leiden is een fijne stad om in te wonen, te werken en te leven. Dat willen we graag zo houden. In de komende jaren staat Leiden voor de grote uitdaging om voldoende betaalbare woningen te bouwen, ruimte te houden om te werken en te recreëren en bereikbaar te blijven Klimaatverandering en de achteruitgang van de biodiversiteit zullen de komende decennia ook voor nieuwe uitdagingen zorgen. Er zijn vaker weersextremen zoals langdurige droogte, langere perioden van hitte en hoosbuien. Om de stad leefbaar en aantrekkelijk te houden moet Leiden zich aanpassen aan deze veranderingen. De maatregelen die Leiden hiervoor de komende jaren wil nemen, staan in dit uitvoeringsprogramma. De opgaven zijn urgent, maar hoeven ook niet morgen allemaal gerealiseerd te zijn. Ze vragen een lange adem. Het aanpassen van de stad om de gevolgen van klimaatverandering aan te kunnen en de biodiversiteit te vergroten betekent dat we gebouwen en openbare ruimte anders moeten gaan inrichten en beheren. Deze veranderingen zijn alleen haalbaar en betaalbaar als ze samen met andere projecten worden gerealiseerd. Een goed voorbeeld hiervan is de vervanging van de riolering in een groot aantal wijken: tegelijkertijd met het vervangen van het riool, richten we de openbare ruimte klimaatadaptief in en nemen we maatregelen om de biodiversiteit te vergroten.

De helft van het grondgebied in de stad is echter particulier eigendom. Als gemeente vragen we daarom ook aan inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties om samen te werken aan een duurzame stad die ook voor de toekomstige generaties prettig leefbaar blijft. Iedereen kan daarin kleine of grote stappen zetten; van de aanleg van een geveltuin tot het bouwen van natuurinclusieve en klimaatadaptieve gebouwen door ontwikkelaars. De gemeente ondersteunt inwoners en ondernemers met initiatieven zoals Samen aan de Slag, subsidies voor groene daken of het delen van kennis. Zo houden we samen Leiden gezond, groen en leefbaar. Doet u mee? Ashley North, Wethouder Duurzaamheid, Mobiliteit & Beheer Openbare Ruimte

5

6

Inhoudsopgave 1. Een (inter)nationale en lokale opgave .......................................... 9

2.

3.

4.

5.

6.

1.1.

Internationale en nationale opgave............................................................... 9

1.2.

De urgentie.................................................................................................. 9

1.3.

Sustainable Development Goals van de Verenigde Naties............................ 10

1.4.

Deltaplan Ruimtelijke adaptatie................................................................... 12

1.5.

Ontwikkelingen Deltafonds........................................................................ 12

1.6.

Deltaplan Biodiversiteitsherstel................................................................... 13

1.7.

Provincie Zuid-Holland Weerkrachtig Zuid-Holland...................................... 13

Visie en Ambitie............................................................................ 15 2.1.

Ambitie...................................................................................................... 15

2.2.

Samenhang vergroenen, vergroten biodiversiteit en klimaatbestendigheid.. 16

2.3.

Wat willen we met uitvoeringsprogramma bereiken?.................................. 17

Leiden zichtbaar groener.............................................................. 19 3.1.

De opgave.................................................................................................. 19

3.2.

Doelen....................................................................................................... 20

3.3.

Inspanningen en beoogde resultaten.......................................................... 23

Biodiversiteit vergroten................................................................ 41 4.1.

De opgave.................................................................................................. 41

4.2.

Doelen....................................................................................................... 42

4.3.

Inspanningen en beoogde resultaten.......................................................... 43

Leiden klimaatbestendig.............................................................. 53 5.1.

De opgave ................................................................................................. 53

5.2.

Doelen en strategie.................................................................................... 54

5.3.

Inspanningen en beoogde resultaten.......................................................... 57

Hoe financieren we de opgave? .................................................. 69 6.1.

7.

Fondsenwerving: Subsidies en andere financiële bijdragen.......................... 71

Hoe organiseren we de opgave?................................................. 73

8. Hoe gaan we communiceren en participeren?............................ 75 9. Hoe gaan we monitoren en evalueren?...................................... 77 9.1.

Monitoring................................................................................................. 77

9.2.

Evaluatie..................................................................................................... 77

7

8

1. E en (inter)nationale en lokale opgave 1.1. Internationale en nationale opgave De opgave voor het vergroenen van de steden, het vergroten van de biodiversiteit en het beperken van de gevolgen van klimaatverandering spelen niet alleen in Leiden, maar zijn in heel Nederland en ook wereldwijd een belangrijk onderwerp. Om deze opgave te realiseren wordt er op verschillende schaalniveaus aan gewerkt. Internationaal en op landelijk niveau worden er doelstellingen afgesproken, die vervolgens op lokaal niveau concreter worden uitgewerkt. Ook op het gebied van kennisontwikkeling gebeurt er veel in de samenwerking tussen verschillende overheden en kennisinstellingen. 1.2. De urgentie Klimaatverandering zal de komende decennia voor nieuwe uitdagingen zorgen. We krijgen vaker te maken met weersextremen zoals langdurige droogte, meer en langere perioden van hitte en hoosbuien. Het KNMI ontwikkelt een aantal klimaatscenario’s die de verwachte veranderingen voor 2050 voor Nederland weergeven. Deze klimaatscenario’s worden om de paar jaar aangepast op basis van de actuele kennis over het klimaat van het IPCC (The Intergovernmental Panel on Climate Change (UN)). In alle vier de klimaatscenario’s gaan de temperatuur en de neerslaghoeveelheid toenemen, zoals uit figuur 2.1 blijkt.

Om de stad leefbaar en aantrekkelijk te houden zal Leiden zich moeten aanpassen aan deze veranderingen in het klimaat. Het aanpassen van de stad aan deze veranderende omstandigheden wordt klimaatadaptatie genoemd.

KNMI’14 Kerncijfers Variabele

Indicator

Klimaat 1981-2010

Scenario veranderingen voor het klimaat rond

Scenario veranderingen voor het klimaat rond

2050

2085

GL Wereldwijde temperatuurstijging:

GH

WL

WH

Natuurlijke variaties gemiddeld over 30 jaar

GL

GH

WL

WH

+1 °C

+1 °C

+2 °C

+2 °C

+1,5 °C

+1,5 °C

+3,5 °C

+3,5 °C

Verandering in luchtstromingspatroon:

lage waarde

hoge waarde

lage waarde

hoge waarde

lage waarde

hoge waarde

lage waarde

hoge waarde

Zeespiegel bij Noordzeekust

absolute niveau

3 cm boven NAP

+15 tot +30 cm

+15 tot +30 cm

+20 tot +40 cm

+20 tot +40 cm

+25 tot +60 cm

+25 tot +60 cm

+45 tot +80 cm

+45 tot +80 cm

±1,4 cm

tempo van verandering

2,0 mm/jr.

+1 tot +5,5 mm/jr.

+1 tot +5,5 mm/jr.

+3,5 tot +7,5 mm/jr.

+3,5 tot +7,5 mm/jr.

+1 tot +7,5 mm/jr.

+1 tot +7,5 mm/jr.

+4 tot +10,5 mm/jr.

+4 tot +10,5 mm/jr.

±1,4 mm/jr.

Temperatuur

gemiddelde

10,1 °C

+1,0 °C

+1,4 °C

+2,0 °C

+2,3 °C

+1,3 °C

+1,7 °C

+3,3 °C

+3,7 °C

±0,16 °C

Neerslag

gemiddelde hoeveelheid

851 mm

+4 %

+2,5 %

+5,5 %

+5 %

+5 %

+5 %

+7 %

+7 %

±4,2 %

Zonnestraling

zonnestraling

354 kJ/cm2

+0,6 %

+1,6 %

-0,8 %

+1,2 %

-0,5 %

+1,1 %

-0,9 %

+1,4 %

±1,6 %

Figuur 1.1 KNMI Scenario’s 2014

Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut, 2015 Contact: klimaatdesk@knmi.nl

Meer weten over de KNMI klimaatscenario’s? www.klimaatscenarios.nl

Herziene uitgave 2015. Meer informatie over de correctie van het WL-scenario rond 2085, vindt u op www.klimaatscenarios.nl/correctie

9

De regels voor natuurbescherming van de afgelopen decennia hebben een verdere achteruitgang van de Nederlandse biodiversiteit niet kunnen voorkomen. Ook wereldwijd is de situatie zorgelijk. In mei 2019 verscheen het Global Assessment van het Intergovernmental Platform on Biodiversity and Ecosystem Services (IPBES). Het rapport kreeg veel aandacht in zowel politiek als media, vanwege de grondige en verregaande conclusies. De bevindingen maken duidelijk dat de achteruitgang van de biodiversiteit wereldwijd sneller gaat dan verwacht en leidt tot grote risico’s voor het menselijk welzijn. Door (inter)nationaal maatregelen te nemen kan de biodiversiteit zich wel weer herstellen. Ook de stad kan een rol spelen bij het herstel van de biodiversiteit. Door de stad natuur­ inclusief in te richten en ecologisch te beheren kan ook Leiden een bijdrage leveren aan deze opgave. 1.3. Sustainable Development Goals van de Verenigde Naties Leiden heeft zich verbonden aan de Sustainable Development Goals van de Verenigde Naties. Het doel van deze VN-goals is niet denken vanuit één opgave maar vanuit de verbondenheid met alle maatschappelijke doelen: “Een gezonde aarde, een sterke industrie, vreedzame samenwerking tussen mensen en het welzijn van ons allemaal.” Alle lidstaten van de VN hebben gezamenlijk 17 doelen voor de periode 2015 – 2030 vastgesteld.

Deze doelen gelden in alle landen en voor alle mensen. De doelen zijn direct of indirect te koppelen aan het dagelijkse werk van lokale en regionale overheden: gemeenten zijn beleidsmakers, katalysatoren van verandering, en het overheidsniveau dat in de beste positie verkeert om de mondiale doelen te koppelen aan wat er lokaal moet gebeuren. Het is dan ook vanzelfsprekend dat gemeente Leiden een Global Goals gemeente geworden is, waarmee wij de doelen onderschrijven en onze bijdrage eraan willen leveren. Met de in dit uitvoeringsprogramma benoemde inspanningen dragen we bij aan verschillende doelen voor groene openbare ruimtes, klimaatadaptatie en biodiversiteit.

10

figuur 1.2 Sustainable Development Goals

Goal 11: Steden en dorpen inclusief, veilig, veerkrachtig en duurzaam 11.7 Groene openbare ruimtes: By 2030, provide universal access to safe, inclusive and accessible, green and public spaces, in particular for women and children, older persons and persons with disabilities. 11.B Klimaatadaptatie, veerkracht en rampenparaatheid: By 2020, substantially increase the number of cities and human settlements adopting and implementing integrated policies and plans towards inclusion, resource efficiency, mitigation and adaptation to climate change, resilience to disasters, and develop and implement, in line with the Sendai Framework for Disaster Risk Reduction 2015-2030, holistic disaster risk management at all levels. Goal 13: Tegengaan van de effecten van klimaatverandering 13.1 Klimaatadaptieve capaciteit verbeteren: Strengthen resilience and adaptive capacity to climate-related hazards and natural disasters in all countries. 13.3 Bewustzijn en educatie over klimaatverandering en adaptatie verbeteren: Improve education, awareness-raising and human and institutional capacity on climate change mitigation, adaptation, impact reduction and early warning.

Goal 15: Bescherming, herstel en duurzaam gebruik van ecosystemen 15.5 Actie tegen vermindering biodiversiteit: Take urgent and significant action to reduce the degradation of natural habitats, halt the loss of biodiversity and, by 2020, protect and prevent the extinction of threatened species. 15.9 Biodiversiteit en ecosysteem waarden in lokaal beleid: By 2020, integrate ecosystem and biodiversity values into national and local planning, development processes, poverty reduction strategies and accounts. 15.A Financiële bijdrage aan behoud van biodiversiteit: Mobilize and significantly increase financial resources from all sources to conserve and sustainably use biodiversity and ecosystems.

11

1.4. Deltaplan Ruimtelijke adaptatie Het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie is een gezamenlijk nationaal plan van gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk met concrete acties en doelen voor de verantwoordelijke overheden. Het doel van dit plan is om het proces van ruimtelijke adaptatie te versnellen en minder vrijblijvend te maken, op basis van afspraken over de doelen, de werkwijze en de monitoring van de uitvoering. De eerste mijlpaal is dat in 2020 alle overheden hun kwetsbaarheden op het gebied van klimaatverandering in kaart hebben gebracht, risicodialogen hebben gevoerd en een strategie hebben opgesteld. Het benutten van meekoppelkansen, stimuleren en faciliteren, reguleren en borgen, en adequaat handelen bij calamiteiten krijgt daarbij veel aandacht. In het kader van de Deltabeslissing Ruimtelijke Adaptatie hebben alle overheden samen het besluit genomen dat klimaatbestendig en waterrobuust inrichten uiterlijk in 2020 onlosmakelijk onderdeel is van hun beleid en handelen. Gezamenlijk einddoel is: Nederland is in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust ingericht.

Figuur 1.3 Ambities Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie

1.5. Ontwikkelingen Deltafonds Het Deltafonds is ingevoerd om zeker te stellen dat er ook op de lange termijn voldoende middelen beschikbaar zijn voor noodzakelijke maatregelen voor de waterveiligheid en de zoetwatervoorziening van Nederland. In januari 2020 heeft de Tweede Kamer ingestemd met een wijziging van de Waterwet. Daarmee is de weg vrij om geld uit het Deltafonds te gebruiken voor maatregelen tegen wateroverlast, hitte en droogte. De wijziging van de Waterwet was nodig om geld uit het Deltafonds vrij te kunnen maken als subsidie voor maatregelen tegen klimaatverandering, zoals buitensporige neerslag en langere perioden van droogte en hitte. Om dit te bewerkstelligen tekende de minister in 2018 met provincies, gemeenten en waterschappen het bestuursakkoord Klimaatadaptatie. Daarin is afgesproken dat de overheden tot en met 2025 zo’n 600 miljoen euro investeren in klimaatadaptieve maatregelen, waarvan het Rijk de helft voor zijn rekening neemt (zie ook hoofdstuk Financiën).

12

1.6. Deltaplan Biodiversiteitsherstel Onder invloed van deze ontwikkelingen is in juni 2019 door een brede coalitie van maatschappelijke partijen het Deltaplan Biodiversiteitsherstel gelanceerd. Dit is daardoor geen landelijk beleid, zoals bij het Deltaprogramma. Het Deltaplan Biodiversiteitsherstel wordt wel gesteund door onder meer de Minister van LNV en LTO Nederland. De gedachte achter het plan is dat we niet meer kunnen volstaan met een beschermingsplan dat los staat van andere maatschappelijke ontwikkelingen. Effectieve bescherming vereist dat biodiver­ siteit in de samenleving geïnternaliseerd wordt. Het Deltaplan richt zich in eerste instantie op het landelijk gebied, maar onderstreept ook de noodzaak om bij te dragen aan biodiversiteit in het stedelijk gebied. 1.7. Provincie Zuid-Holland Weerkrachtig Zuid-Holland De provincie streeft naar een gezonde, groene leefomgeving, een aantrekkelijk vestigings­ klimaat, goede bereikbaarheid en een veerkrachtige innovatieve economie, ook als weers­ extremen en bodemdaling verder toenemen. Verstedelijking is een belangrijk thema in Zuid-Holland, en het is van belang dat bij het inrichten van steden rekening wordt gehouden met weersextremen, bodemdaling en biodiversiteit. Daarom heeft de Provincie het initiatief genomen voor het ‘Convenant Klimaatadaptief Bouwen’.

Samen met onder meer partijen uit de bouwsector, waterschappen, gemeenten en natuurorganisaties is afgesproken dat klimaatadaptief bouwen vanaf nu de norm wordt in Zuid-Holland. Leiden heeft zich ook aangesloten bij dit convenant. Op meerdere plekken wordt het convenant inmiddels ook genoemd. Bijvoorbeeld in het integraal Verstedelijkingsakkoord Zuidelijke Randstad hebben partijen afgesproken dat herontwikkeling en nieuwbouw in principe plaatsvindt conform de kwaliteitseisen van het Convenant Klimaatadaptief Bouwen.

13

14

2. Visie en Ambitie 2.1. Ambitie Onze ambitie is om in 2050 een klimaatbestendige stad te zijn, waarbij Leiden zichtbaar groener is geworden en de biodiversiteit is vergroot. Deze ambitie sluit aan op de Deltabeslissing Ruimtelijke Adaptatie, waarin als doel is gesteld dat Nederland in 2050 zo goed mogelijk klimaatbestendig is ingericht voor wateroverlast, droogte, hitte en overstromingen. Onze ambitie omvat drie opgaven1. Voor elke opgave hebben we doelen uitgewerkt. Zo maken we onze ambitie steeds concreter. Een overzicht van onze ambitie en de te realiseren doelen is in figuur 3.1 gegeven. In de hoofdstukken 4, 5 en 6 worden per opgave de inspanningen beschreven die we de komende jaren gaan doen om deze doelen te bereiken.

Ambitie

Opgaven

Doelen

Leiden is in 2050 een klimaatbestendige en biodiverse stad, zichtbaar groener

Leiden is zichtbaar groener

Leiden biedt meer en beter leefgebied voor stadsnatuur

Leiden is klimaatbestendig

Verbeteren bestaand groen

Behouden en verbeteren van bestaande ecologisch waardevolle gebieden

Beperken van effecten van extreme neerslag

Creëren van extra groen in de stad

Creëren van kansrijke leefgebieden in de stad

Beperken van effecten van lang­durige droogte

Verbinden van groen­ gebieden binnen en buiten de stad

Verbinden van leef­ gebieden binnen en buiten de stad

Beperken van effecten van hittestress

Bewoners en onder­ nemers betrekken bij stadsnatuur

Bewoners en ondernemers betrekken bij klimaatverandering

Figuur 2.1 Overzicht van ambities, opgaven en te realiseren doelen

1 Het uitvoeringsprogramma omvat het klimaatbestendig maken van de stad en niet het gehele beleidsterrein water, omdat dit veelal al vanuit het Hoogheemraadschap wordt opgepakt. Voor het boezemsysteem zijn er daarnaast op dit moment geen grote opgaven voor Leiden. Er ligt wel een waterkwaliteitsvraagstuk. Het aanleggen van natuurvriendelijke oevers kan hier een bijdrage leveren en zijn opgenomen in dit uitvoeringsprogramma bij de opgave biodiversiteit.

15

De ambities om de stad te vergroenen, de biodiversiteit te vergroten en de gevolgen van klimaatverandering te beperken, kennen veel samenhang en kunnen niet los van elkaar worden gezien. Door ze in één programma te combineren, versterken ze elkaar. Met het uitvoeringsprogramma “Leiden biodivers en klimaatbestendig: samen maken we Leiden groener” brengen we de ambities, doelen en benodigde inspanningen om de doelen te realiseren samen. Met dit uitvoeringsprogramma kan de gemeente Leiden de komende jaren doelgericht en gestructureerd werken aan een groene, biodiverse en klimaatbestendige stad. 2.2.

Samenhang vergroenen, vergroten biodiversiteit en klimaatbestendigheid

Aantrekkelijke en gezonde leefomgeving

Vergroenen

Behoud en vergroten waardevol leefgebied

Groen voor mens, flora en fauna Biodivers groen op klimaat-gevoelige plekken

Vertraagde waterafvoer via bodem en vegetatie

Vergroten biodiversiteit

Robuust groen

Klimaat bestendigheid Beperken gevolgen weersextremen Figuur 2.2 Samenhang van de opgaven

Leiden is een van de meest dichtbevolkte steden van de Randstad. Dankzij de grote bomen, (historische) parken en plantsoenen geeft de stad toch een ruime en lommerrijke indruk. Vergroenen kan op veel verschillende manieren en hangt ook af van het type gebied. In de binnenstad zijn andere mogelijkheden om te vergroenen dan in de woonwijken, bedrijfs­ terreinen of het buitengebied. Een groene stad geeft bewoners aanleiding om naar buiten te gaan, elkaar te ontmoeten en levert een belangrijke bijdrage aan de klimaatsbestendigheid en de biodiversiteit van Leiden. De gebruiksintensiteit van het groen is van wezenlijk belang voor het behalen van de verschillende doelen. Zo zullen groengebieden waar de gezondheid voorop staat (bewegen en ontmoeten) anders ingericht zijn dan locaties waar biodiversiteit de primaire functie heeft. Het idee van een natuurinclusieve stedenbouw voorziet in kansen voor natuur, ongeacht de functie van een inrichting. In een dichtbebouwde stad als Leiden is het vinden van de juiste balans tussen het gebruik van het gebied en de kwaliteit van de leefomgeving voor mens en natuur een uitdaging. Variatie is belangrijk voor dit evenwicht. Een grotere biodiversiteit geeft een robuuster

16

ecosysteem, dat beter kan reageren op veranderingen. Inmiddels herbergt het stedelijk gebied een grotere biodiversiteit dan het agrarische landschap. De stad heeft zodoende de verantwoordelijkheid om biodiversiteit te ondersteunen. Ook in het stadslandschap zijn er maatregelen te treffen, die de ecologische kwaliteit en biodiversiteit kunnen vergroten. Daarmee zijn er kansen om leefgebieden voor natuur te creëren of bestaande leefgebieden met elkaar te verbinden. Vergroenen van de stad geeft ook ruimte om water vast te houden. Overlast van hevige regenbuien wordt hierdoor minder. Bomen in de stad brengen daarnaast ook schaduw en hebben een verkoelende werking. Uit onderzoek blijkt dat een 10 procent grotere omvang van de kruin van de boom in een straat, leidt tot een daling van de stralingstemperatuur met ongeveer 1 ºC (factsheet WUR positieve effecten van groen in de stad2). Het toepassen van groen of water in plaats van verharding, op of rond gebouwen (bijvoorbeeld groene daken) en tegen gevels, maakt ook dat minder hitte wordt geabsorbeerd. Daarom meer groen en blauw! Voor de gezonde en klimaatneutrale stad is vergroening een speerpunt. Vergroening van de stad helpt om de impact van klimaatverandering te vermin­ deren. Klimaatverandering leidt tot langere droge perioden, hogere tempera­ turen in de stad en hevigere regenbuien. Klimaatverandering treft ons allemaal.

KNMI-voorspellingen over droger, natter en extremer weer die voor 2050 berekend waren, zien we nu al op straat. Dat stelt eisen aan de robuustheid van ons gemeentelijk watersysteem; een opgave die we samen met het Hoogheemraadschap van Rijnland oppakken. Ook hittestress blijkt in toenemende mate een probleem, in het bijzonder voor kwetsbare groepen als ouderen. Een versteende binnenstad kan graden warmer zijn dan het buitengebied. Vergroening biedt ook hier een oplossing voor. Beleidsakkoord Samen maken we de stad 2018-2022

2.3.

Wat willen we met uitvoeringsprogramma bereiken?

Met dit uitvoeringsprogramma willen we het volgende bereiken: 1. Samenhang brengen in beleid en uitvoering Aan klimaatadaptatie, biodiversiteit en vergroening van de stad wordt al langere tijd gewerkt. Met dit uitvoeringsprogramma geven we een overzicht van alle inspanningen die uitgevoerd worden op het gebied van klimaatadaptatie, biodiversiteit en vergroening. Daarmee kunnen we de activiteiten versterken en beter op elkaar afstemmen.

2 Klemm et al. 2015. Psychological and physical impact of urban greenspaces on outdoor thermal comfort during summertime in The Netherlands. Building and Environment).

17

2. Focus aanbrengen en richting geven aan waar de prioriteiten liggen. Vergroenen, vergroten biodiversiteit en klimaatadaptatie zijn urgent, maar hoeven en kunnen ook niet morgen allemaal gerealiseerd te zijn. Alle drie vragen afzonderlijk en in combinatie een lange adem. Het uitvoeringsprogramma groeit de komende jaren mee, omdat we zowel leren als adaptief inspelen op nieuwe mogelijkheden om groener, meer biodivers en klimaatbestendiger te worden. Dit vergroot de haalbaarheid en betaalbaarheid. Hiervoor zoeken we slimme meekoppelkansen met andere opgaven. Dit uitvoeringsprogramma biedt hiervoor focus en richting. 3. Samenwerken met initiatieven vanuit de stad Leiden heeft een groot netwerk van ‘groene’ vrijwilligers, die een grote bijdrage leveren aan de vergroening van de stad. Leiden wil deze initiatieven ondersteunen en koppelen aan gemeentelijke prioriteiten. Als kennisstad heeft Leiden veel kennis over biodiversiteit, denk aan Naturalis, CML (Centrum voor Milieuwetenschappen Leiden) en de Hortus. Op het gebied van biodiver­ siteit leveren zij een actieve bijdrage met name op het gebied van onderzoek. Met dit uitvoeringsprogramma geven we inzicht aan bewoners, ondernemers, woningcorporaties en andere partijen in de stad in wat we als overheid de komende jaren voor maatregelen gaan nemen en hoe we faciliteren.

Maar we vragen deze partijen ook om bij te dragen aan een groene, biodiverse en klimaatbestendige stad.

18

3. Leiden zichtbaar groener 3.1. De opgave De aantrekkelijkheid van Leiden als vestigingsplaats voor bewoners en ondernemers is gebaat bij een groene omgeving. Groen is immers een belangrijke voorwaarde voor een gezonde leefomgeving, zowel fysiek als mentaal. Een groene omgeving maakt het mogelijk om te sporten, spelen en bewegen, maar ook om te ontmoeten en te ontspannen. Daarom is, naast het aanbieden van een solide groen recreatief netwerk, de zichtbaarheid en nabijheid van groen belangrijk. Tegelijk staat het groen door voortgaande verstedelijking kwantitatief en kwalitatief onder druk. Nieuwe en bestaande groenvoorzieningen moeten zowel voldoen aan de verschillende behoeften van bewoners en bezoekers van de stad als bijdragen aan belangrijke opgaven als het behouden en vergroten van de biodiversiteit en klimaatbestendigheid.

Relatie groen en welzijn Er is toenemend empirisch bewijs dat er een positieve relatie is tussen groen en de mentale en fysieke gezondheid van mensen. What are the benefitsof interacting with nature?3 bevat een overzicht van een groot aantal van studies naar deze relatie. Hieruit blijkt onder meer dat interactie met natuur een breed scala aan voordelen oplevert op het vlak van mentaal welbevinden met daarbij cognitieve, psychologische, sociale, tastbare en spirituele baten. Toegang tot groene en natuurgebieden speelt daarin een cruciale rol.

3

Keniger et al. 2013

19

3.2.

Doelen

Leiden zichtbaar vergroenen doen we door: a. Het verbeteren van de kwaliteit van het bestaande groen. Door de inrichting of het beheer van het bestaande groen in de stad aan te passen, willen we de verschillende functies van het groen optimaliseren en geschikt maken voor de wensen van bewoners, maar ook om een bijdrage te leveren aan bijvoorbeeld de opgave voor biodiversiteit en klimaatbestendigheid. Een voorbeeld hiervan is de herinrichting en renovatie van de bestaande parken. Per park zal een afweging worden gemaakt welke opgave leidend is. Maar ook in mobiltiteitsprojecten, zoals bij de herinrichting van de Centrumroute wordt er gezocht naar de mogelijkheden voor het verbeteren van het bestaande groen. b. Het creëren van extra groen in de stad. Mogelijkheden om, ondanks de druk op de ruimte, groen toe te voegen, meestal kleinschalig en locatie specifiek, willen we benutten. Het gaat om het realiseren van lokaal groen in de openbare ruimte, zoals het planten van bomen en het vergroenen van pleinen. Daarnaast willen we particulieren en private partijen stimuleren om extra groen te creëren, bijvoorbeeld door de aanleg van groene daken en geveltuinen. In de Groene Kansenkaart (2019) werd dit benoemd als ontstenen en compact vergroenen. c. Het verbinden van groengebieden, zowel tussen groengebieden in de stad als met het groen buiten de stad.

Met het groeien van het aantal gebruikers per m2 stadsgroen, worden de verbindingen met het buitengebied belangrijker. Streven is om het afwisselende landschap van de duinen, plassen en het groene hart per fiets binnen twintig minuten bereikbaar te maken. Belangrijk instrument om dit te bereiken is de in 2013 vastgestelde Groene Hoofdstructuur en het bijbehorende uitvoeringsplan.

Leiden is zichtbaar groener

Verbeteren bestaand groen

Creëren van extra groen in de stad

Figuur 3.1 Overzicht van de opgave en doelen

20

Verbinden van groen­ gebieden binnen en buiten de stad

Figuur 3.2 Aan respondenten in de binnenstad is gevraagd om op basis van een reeks aan thema’s aan te geven in hoeverre er prioriteit gelegd moet worden op het aanpakken/verbeteren van het betreffende thema. Gemiddeld genomen wordt er hoge prioriteit gegeven aan vergroenen. (Bron: programma Binnenstad Leiden)

21

22

3.3. Inspanningen en beoogde resultaten Voor elk van de te realiseren doelen beschrijven we in deze paragraaf de inspanningen die we willen gaan doen met de beoogde resultaten. Een overzicht is in onderstaande tabel opgenomen: Bestaand groen verbeteren

Beoogd resultaat

Vergroenen

Bio­ Klimaat diversiteit bestendig

G1

Renoveren en Herinrichten Parken

Minimaal 1 park per jaar aangepakt

X

X

X

G2

Optimalisatie groenbeheer

Aangepast beheerplan groen

X

X

X

Extra groen toevoegen

Beoogd resultaat

Vergroenen

Biodiv­ ersiteit

Klimaat bestendig

G3

Vergroenen van pleinen (GKK)

Vergroenen van de pleinen in de GKK

X

X

X

G4

Extra bomen planten (GKK)

50 bomen per jaar

X

X

X

G5

Aanleg Tiny Forest (GKK)

4 Tiny Forests aanleggen

X

X

X

G6

Vergroenen van daken

Toename aantal aanvragen

X

X

X

G7

Samen aan de Slag

Toename aantal convenanten

X

X

X

G8

Stimulering bewoners, bedrijven en corporaties

Bewustwording

X

X

X

G9

Visie Stadstuinieren

Opleveren visie stadstuinieren

X

Verbinden groengebieden

Beoogd resultaat

Vergroenen

Biodi­ versiteit

Klimaat bestendig

G10

Realiseren Groene Hoofdstructuur

Projecten in 2030 gerealiseerd

X

X

X

G11

Inrichting Singelpark

Aanleg stadspark

X

X

X

G12

Diverse regionale samenwerkings­ verbonden

Vastleggen uitvoerings­ X projecten op regionale schaal

X

Tabel 3.1 Overzicht inspanningen en beoogde resultaten

23

3.3.1. Bestaand groen verbeteren G1 Renoveren en Herinrichten Parken Leiden heeft veel parken. Om de kwaliteit van deze parken te behouden, te versterken en aan te passen aan nieuwe behoeften, heeft Leiden een Investeringsprogramma Parken (IP Parken), waarin middelen zijn gereserveerd om ieder jaar één of meerdere parken te renoveren. Aan de hand van de evaluaties van de beheerplannen wordt jaarlijks bepaald welke parken in aanmerking komen voor een grootschalige onderhoudsbeurt. Daarnaast is er voor initiatieven vanuit bewoners jaarlijks een beperkt budget beschikbaar. Beoogd resultaat is minimaal één gerenoveerd / opnieuw ingericht park per jaar. Voor de komende jaren is de aanpak van de volgende parken voorzien: 2020

2021

2022

2023

Van der Werffpark

Polderpark Cronesteyn

De Burcht e.o.

Beethovenpark

Park Kweeklust

Bernardkade

Hooghkamerpark Bos van Bosman

Singelpark: Ankerpark Bleekerspark Lakenpark Tabel 3.2 Overzicht van de parken uit het IP Parken (op basis van de evaluatie van de beheerplannen kan de indeling per jaar nog wijzigen)

24

Figuur 3.3 Overzicht van de parken uit het IP Parken

25

26

G2 Optimalisatie groenbeheer De openbare ruimte in de stad wordt beheerd op basis van het beheerplan Groen 20172021. In het beheer van het groen gaan we de komende jaren de volgende inspanningen doen om de biodiversiteit en klimaatbestendigheid te bevorderen. • Op een aantal plaatsen in Leiden staan bomen met een slechte kwaliteit. Dat betekent dat deze bomen door de locatie of omstandigheden niet tot een mooie, volwassen boom met bijbehorende kroon kunnen uitgroeien. We willen deze bomen gaan vervangen door nieuwe gezonde bomen met een goede groeiplaats. Hiervoor is echter wel een beleids­ wijziging nodig. Binnen de huidige bomenverordening mogen deze bomen niet vervangen worden. Deze bomen betekenen daarmee ook minder voor biodiversiteit en klimaatadaptatie, ze bieden door hun kleinere kruin bij hitte bijvoorbeeld minder schaduw. • Binnen het huidige beleid is het niet toegestaan bosplantsoenen te dunnen. Ook dit heeft tot gevolg dat bomen niet uit kunnen groeien tot mooie volwassen exemplaren omdat ze elkaar beconcurreren en elkaar letterlijk in de weg staan. Dit is nadelig voor de kwaliteit van een bosplantsoen en beperkt de biodiversiteit4. We willen het beheer houtopstanden aanpassen; zodat ingrepen kunnen worden uitgevoerd die dan het bosplantsoen in zijn totaliteit verbeteren en daarmee de biodiversiteit ten goede komt. Ook hier is een beleidsaanpassing voor nodig.

• We monitoren de aanwezigheid van exoten (flora en fauna) in Leiden. Aan de hand hiervan worden, indien nodig, maatregelen voorgesteld om zo efficiënt de ongewenste exoten die de biodiversiteit in de weg staan, te verwijderen. • Zoveel mogelijk bermen worden binnen het huidige budget omgevormd naar bloemrijke bermen die bijdragen aan het vergroten van de biodiversiteit. • Afgevallen bladeren laten we meer en meer in de plantsoenen liggen in plaats van deze op te ruimen. Dit biedt bescherming, schuilplaatsen en komt daarmee uiteindelijk ook de biodiversiteit ten goede. • Er wordt zoveel mogelijk inheemse en biologische beplanting aangekocht om daarmee biodiversiteit te vergroten (denk hierbij bijvoorbeeld ook aan overblijfselen op de planten van bestrijdingsmiddelen en moment van bloeien). • Langs slootkanten wordt een strook van een meter breed vrij gehouden tijdens de reguliere maairondes (die wordt dan niet gemaaid). Deze strook wordt slechts 1 keer per jaar gemaaid. • Wilgen worden om en om geknot, zodat er altijd voldoende voedselaanbod is en schuilplaatsen zijn voor fauna. • Er wordt waar kansrijk sinusbeheer5 toegepast bij het maaien van graslanden. Bovenstaande wordt onderdeel van het volgende Beheerplan Groen 2022-2026. Bij het opstellen van het Beheerplan Groen worden de relevante stakeholders nauw betrokken.

4 5

Evaluatie beheer naar aanleiding van meetnet Leiden, W. Moerland & R.W.G. Andeweg, 2019 Een speciale manier van het toepassen van gefaseerd maaibeheer, is sinusbeheer. Per maaibeurt blijft ca. 40% van de vegetatie staan en er wordt gewerkt met een slingerende maaipaden, zogenaamde sinuspaden.

27

3.3.2. Extra groen toevoegen G3 Vergroenen van Pleinen (GKK) De nota Groene Kansenkaart (2019) (GKK) beschrijft concrete kansen voor het vergroenen in de stad en biedt een overzicht van geschikte locaties binnen de gemeente. In deze nota is een aantal pleinen in de stad benoemd, die nu sterk versteend zijn en zich bij uitstek lenen om te gaan vergroenen. De insteek hiervan is grootschalige vergroeningsacties en niet alleen de aanleg van geveltuintjes of grotere boomspiegels. Voordat deze pleinen worden vergroend, vindt afstemming plaats met de direct omwonenden. Naar aanleiding van deze gesprekken kunnen de plannen aangepast worden. Voor de komende jaren is in elk geval de aanpak van de volgende pleinen voorzien: 2020

2021

2022

2023

15

Annie van Hattemstraat

23

Paramaribostraat

31

32

Arsenaalplein

16

Dillenburgstraat

24

Lekstraat

33

Marie Jungiusstraat

17

Os en Paardenlaan 25

Spaarnestraat

34

Joseph Haydnlaan

18

Prinsenstraat

26

Heintje Davidsweg

35

Amsterdamse Jofferspad

19

Waldeck Pyrmonthstraat

27

Agatha van Alkemadestraat

36

Veerstraat

20

Sophiastraat

28

Tjotterwerf

21

Driehoeksplein Haven

29

Cornelie van Zantenstraat

41

Het Gerecht

30

Meerdere pleinen in Roomburg

Valkenpad

Tabel 3.3 De afstemming met de direct omwonenden kan leiden tot een andere volgorde dan hierboven geschetst.

28

Figuur 3.4 Overzicht van de pleinen uit de nota Groene Kansenkaart

29

G4 Extra bomen planten (GKK) Samen met stadspartners, buurtverenigingen en betrokken buurtbewoners gaat de gemeente de wijken van Leiden inventariseren om te zien waar extra bomen geplant kunnen worden. De inventarisatie richt zich op locaties, die met een kleine aanpassing geschikt gemaakt kunnen worden, voor bomen. Denk aan stoepen, parkeerplaatsen en andere stenige pleinen. De uiteindelijke geschiktheid van de locaties is mede afhankelijk van wat we niet zien, zoals ondergrondse kabels en leidingen. Beoogd resultaat is netto 50 bomen per jaar extra in de stad aan te planten. Deze 50 bomen zijn bovenop de benodigde compensatie en de extra bomen die al in diverse projecten worden toegevoegd. G5 Aanleg Tiny Forests (GKK) De gemeente Leiden is samen met elf andere gemeenten door het Instituut voor Natuur­ educatie (IVN) geselecteerd als partnergemeente voor de aanleg van Tiny Forests in de stad. Op deze manier wil IVN verstedelijkte gebieden groener maken. Een Tiny Forest is een dichtbegroeid, inheems bos ter grootte van een tennisbaan. Een minibos in de buurt zorgt voor een gezondere leefomgeving, kan water opvangen tijdens hevige regenbuien, zorgt voor verkoeling op warme dagen en brengt buurtbewoners dichter bij elkaar. Het parkje aan de Musschenbroekstraat tegenover Skyline is de eerste locatie voor een Tiny Forest.

In overleg met het IVN en de bewoners van de stad wordt bepaald waar de andere drie minibossen komen. Voorwaarde voor de aanleg vanuit IVN is dat er samen­ werking met een school wordt gevonden. Samen met de stad worden de Tiny Forests de komende twee jaar aangelegd. Beoogd resultaat is de aanleg van 4 Tiny Forests. G6 Vergroenen van daken Het jaar 2020 is door de gemeenteraad van Leiden met een motie uitgeroepen tot het ‘Jaar van het Dak’. In dit kader organiseert de gemeente samen met geïnteresseerde en gemotiveerde stadspartners en inwoners allerlei activiteiten om het potentieel van de daken in Leiden beter te benutten. Doel van deze activiteiten is onder andere om bewoners en bedrijven te inspireren en te stimuleren om daken te vergroenen, en ook om regenwater op te vangen en tijdelijk te bergen en daarmee effecten van wateroverlast te beperken. Met de subsidie Groene Daken stimuleert de gemeente Leiden de aanleg van groene daken. Deze subsidie is bedoeld voor eigenaren, huurders, erfpachters, verenigingen van eigenaren en woningcorporaties. Voor 2020 is nog € 120.000 aan subsidie beschikbaar, hiervoor kan 4.800 m2 groen dak worden aangelegd. Naast de subsidie voor Groene Daken is de duurzaamheidslening beschikbaar. Leiden wil innovatieve ondernemers faciliteren, stimuleren en ondersteunen bij het verduurzamen van hun bedrijfsvoering.

Op verzoek van de Leidse ondernemers heeft de gemeente een duurzaamheidsfonds ingesteld. Ondernemers en maatschappelijke organisaties, die voldoen aan de voorwaarden van de lening, kunnen ook voor het vergroenen van daken gebruik maken van dit duurzaamheidsfonds.

30

Figuur 3.5 Infographic Green Deal Groene Daken

31

Figuur 3.6 Geveltuin Portaal “Samen aan de Slag werkt samen met Portaal in het vergroenen van de Hoven in de Merenwijk. De grote flats kennen een grijze onderrand als gevel op de begane grond. In de samenwerking zijn bij de proef projecten Wiekelhorst en Sperwerhorst extra grote geveltuinen aangelegd, waar bewoners nu voor zorgen. Met medewerking van het netwerk van IVN en GroenDichterbij071 zijn gesprekken gaande over hoe we de betrokkenheid van bewoners kunnen vergroten.”

G7 Samen aan de Slag Steeds meer bewoners nemen zelf initiatief om de leefomgeving te verbeteren en te vergroenen. Om deze initiatieven te ondersteunen is de aanpak Samen aan de Slag ontwikkeld. De essentie van Samen aan de Slag is dat bewoners zelf initiatieven kunnen nemen om de eigen leefomgeving te vergroenen en te verbeteren en vervolgens ook zelf het beheer van de openbare ruimte voor hun rekening nemen. Deze aanpak is tot nu toe zeer succesvol geweest. Vanwege de stijgende vraag vanuit de stad maken we het komende jaar een volgende stap. De gemeente gaat zich de komende jaren samen met bewoners richten op het aanpakken van straten, pleinen of buurten als geheel (Samen aan de Slag 2.0). Beoogd resultaat is een toename van het aantal convenanten met bewoners in een straat. G8 Stimulering bewoners, bedrijven en corporaties (Groenpact) De noodzaak tot vergroenen, vergroten van de biodiversiteit en klimaatbestendig maken van de stad is een gezamenlijke opgave voor de hele stad. Immers, 50 procent van de oppervlakte van Leiden is in handen van private partijen. Bovendien zijn de kennis, inzet en actieve medewerking van partners uit de stad onmisbaar. In het Financieel Perspectief Duurzame Stad zijn onder groenpact financiële middelen opgenomen om bewoners, bedrijven en woningbouwcorporaties te stimuleren om een bijdrage te leveren aan deze opgave.

In aanvulling op de initiatieven van Samen aan de Slag voor de openbare ruimte, stellen we vanuit dit budget een strategie op om bewoners, bedrijven en corporaties te stimuleren ook

32

33

hun particuliere eigendom te vergroenen. In 2020 sluiten we aan bij het Jaar van het Dak en richten we ons vooral op de mogelijkheden voor het vergroenen en biodiverser inrichten van daken. In 2021 richten we ons vooral op particuliere tuinen en terreinen. G9 Visie stadstuinieren In de stad zijn verschillende initiatieven voor stadstuinieren. Stadstuinieren is het samen tuinieren gericht op kweken van voedsel op ecologische basis. De volkstuinen zijn de bekendste, maar ook de schooltuinen zijn een voorbeeld van stadstuinieren. De laatste decennia ontwikkelen zich nieuwe vormen van stadstuinieren, zoals buurtmoestuinen, stadstuinen Matilo en professionele tuinderijen zonder winstoogmerk, zoals het Zoete Land, waar deelnemers een oogstabonnement afsluiten en vrijwilligers helpen. De ruimte in de stad is echter beperkt. In de stad moeten vele functies een plaats krijgen. De gemeente Leiden wil stadstuinieren graag faciliteren. Om antwoord te geven op de vraag hoe in de toekomst om te gaan met huidige en nieuwe vormen van stadstuinieren stelt de gemeente in 2020 een visie stadstuinieren op. De visie moet inzicht geven in de behoefte aan stads­ tuinieren, de bestaande afspraken, de knelpunten, kansen en bedreigingen. Op basis hiervan kunnen bestuurlijke keuzes gemaakt worden op welke manier er wordt omgegaan met stadstuinieren.

Op basis hiervan kunnen we afspraken gemaakt worden met initiatiefnemers. 3.3.3. Verbinden van groengebieden binnen en buiten de stad G10 Realiseren Groene Hoofdstructuur In 2018 is de Groene Hoofdstructuur van Leiden benoemd. Dit groene netwerk bestaat uit: • de 17 meest beeldbepalende grote Groene Hoofdstructuur-Lanen, die met name groene ruimtelijke kwaliteit bieden; • de grote parken, als kerngebieden van recreatief en ecologisch groen; • de ecologische verbindingen tussen die parken en het groen rondom de stad (de Groene Hoofdstructuur-Eco). Om de kwaliteit van deze structuur te versterken, is samen met de begrenzing hiervan in 2018 een bijbehorend uitvoeringsplan vastgesteld. Dit plan bevat meerdere projecten, die samen de Groene Hoofdstructuur verbeteren, zowel gericht op kwaliteitsverbetering als het toevoegen van groen areaal. Beoogd resultaat is dat deze projecten in 2030 gerealiseerd zijn. Voor de komende jaren is de uitvoering van de volgende projecten voorzien: 2020 7 14 15 16

Lorentzkade Cruquiuslaan Leeghwaterstraat Veerpolderpad

2021 7 17 18

7 Lorentzkade Maartje Offerspad 11 Waardeiland 19

Tabel 3.4 Overzicht projecten Groene Hoofdstructuur

34

2022 Lorentzkade Slaaghwijkzone/ Valkenpad Veenwatering I (deels)

2023 3 8 20

Haagse Schouwweg Nachtegaallaan Groene overkluizing/Zwarte Pad

Figuur 3.7 Overzicht projecten Groene Hoofdstructuur

35

G11 Inrichting Singelpark Met de aanleg van het Singelpark worden de Leidse singels een mooi, levendig en botanisch aaneengesloten stadspark voor iedereen. De singelrand wordt over de hele lengte verbonden, zodat een wandelrondje Singelpark ontstaat en het gebied als één park te beleven is. Om dit te bereiken worden bruggen aangelegd, stukken groener gemaakt en worden bestaand groen en de parkstructuur verbeterd door bijvoorbeeld de biodiversiteit te vergroten. In het lakenpark worden bijvoorbeeld bijna 80 verschillende inheemse bomen geplant. Daarnaast komen er verschillende soorten heesters en grassen. Deze diverse beplanting zorgt voor een beter doorwortelde bodem, waardoor het water bij hevige regenbuien ook weer beter in de bodem wordt opgenomen. De eerste stappen om het stadspark te realiseren zijn inmiddels uitgevoerd. De komende jaren wordt een tweede fase Singelpark uitgevoerd, waarin meer onderdelen van het park worden aangepakt.

Figuur 3.8 Lakenpark: Een heel nieuw park in het Centrum (Arvide, Han Willem Visscher)

36

37

G12 Diverse regionale samenwerkingsverbanden De gemeente Leiden neemt deel aan diverse regionale overleggen. Dit zijn bestuurlijke samenwerkingsverbanden van gemeenten, maatschappelijke organisaties, ondernemers en de provincie Zuid-Holland, de zogenaamde Landschapstafels. In deze regionale overleggen worden uitvoeringsprojecten op regionale schaal vastgelegd in meerjarenprogramma’s. Het gaat dan met name om projecten op het gebied van recreatie en natuur en landschap, van belang voor de inwoners van Leiden. Dit leidt tot cofinanciering voor Leidse projecten. Binnen het Regionaal Groenprogramma van Holland Rijnland is bijvoorbeeld door de verbreding op biodiversiteit cofinanciering geleverd aan het realiseren van het Singelpark en mogelijk in de toekomst het Bio Science Park en de biodiversiteitstuin bij Naturalis. Vanuit de deelname aan de Landschapstafel Duin Horst & Weide wordt door Leiden vooral ingezet op het vergroten van de biodiversiteit en het realiseren van een aantal recreatie-projecten langs de zogenaamde Hollandse Banen. Het realiseren van een bijenlint langs de Vliet is hier onderdeel van. Voor de Hart van Holland gemeenten heeft de gemeente Leiden meegewerkt aan de visie op de Natuurlijke Leefomgeving. Kern van deze visie is dat de rijkdom aan landschappelijke kwaliteiten de basis is voor de natuurlijke leefomgeving.

Doel is om bij ruimtelijke ontwikkelingen sterker rekening te houden met deze kwaliteiten. Deze resultaten worden vervolgens verwerkt in het beleid van de gemeente Leiden. Onderzocht wordt hoe deze doorwerking plaats kan vinden. Samen met andere terreinbeheerders, gemeenten, overheden en organisaties ontwikkelt Dunea een nieuw Nationaal Park langs de Hollandse kust. Het gebied loopt van minimaal Hoek van Holland tot en met Noordwijk en omvat strand en landgoederen van duinen tot de Vliet. Leiden is een van de gemeenten binnen het gebied van het Nationaal park Hollandse Duinen. De ambities van het NPHD zijn samen te vatten in: verbinden van stad, natuur, landschap en zee voor iedereen, het versterken van de kwaliteit en het verankeren van de waarden van het gebied in de hoofden en harten van mensen. De reeds lopende uitvoeringsprogramma’s van de Landschapstafels sluiten bij deze ambities aan.

38

Figuur 3.9 Binnen het project ‘Stad-landverbindingen Leiden 2015’ zijn bijvoorbeeld 7 routes vanaf het Singelpark naar het buitengebied geoptimaliseerd.

39

40

4. Biodiversiteit vergroten 4.1. De opgave Biodiversiteit omvat alle organismen die er op aarde zijn, waaronder alle dier- en plantensoorten. Biodiversiteit is een belangrijke indicator voor een gezond en functionerend ecosysteem, zonder uitputting van de natuurlijke hulpbronnen. Zo staat biodiversiteit in de landbouw voor schoon water. Het is de maat voor een duurzame productie van levensmiddelen. Wereldwijd neemt de biodiversiteit af6. Door nu maatregelen te nemen, kan de biodiversiteit zich wel weer herstellen. Leiden kan ook een bijdrage leveren door de biodiversiteit in de stad te versterken. In het licht van deze problematiek ziet de gemeente Leiden het vergroten van de biodiversiteit als één van haar opgaven. Met vergroten van de biodiversiteit bedoelen we dat de stad natuurinclusief wordt ingericht en beheerd, met ruimte voor natuur en natuurlijke processen. Zo biedt de stad leefgebied aan onder andere meer soorten planten, dieren, schimmels en eencelligen.

Figuur 4.1 Voorbeelden van Leidse indicatorsoorten: Egel, Tuinfluiter en de Huismus

Figuur 4.2 Voorbeelden van Leidse indicatorsoorten: Stijf hardgras, tongvaren en Mannetjesvaren

6

https://www.ipbes.net/news/media-realease-­global-assesment

41

4.2. Doelen Doel van het biodiversiteitsbeleid van de gemeente is het behouden en versterken van de in de lokale context passende biodiversiteit: de stadsnatuur van Leiden. Het bestaande leefgebied van deze planten- en diersoorten moet daarvoor uitgebreid en verbeterd worden.

Leiden biedt meer en beter leefgebied voor stadsnatuur

Behouden en verbeteren van bestaande ecologisch waardevolle gebieden

Creëren van kansrijke leefgebieden in de stad

Verbinden van leef­ gebieden binnen en buiten de stad

Bewoners en onder­ nemers betrekken bij stadsnatuur

Figuur 4.3 Overzicht van de opgave en doelen

Dit doen we door: 1. Bestaande ecologisch waardevolle gebieden behouden en verbeteren: verschillende locaties in de stad zijn waardevol voor de plaatselijke biodiversiteit. Omdat het vaak niet om wettelijk beschermde soorten gaat, worden deze locaties niet auto­ matisch intact gelaten bij ruimtelijke ontwikkelingen. Speciale aandacht hiervoor is nodig, ook voor kansen om de ecologische kwaliteit van deze plekken verder te verbeteren. 2. Het creëren van kansrijke nieuwe leefgebieden: buiten de bestaande waardevolle gebieden liggen in de stad kansen om meer geschikt leefgebied voor stadsnatuur te creëren. Hierbij kunnen soms al belangrijke verbeteringen behaald worden door relatief eenvoudige maatregelen, zoals het aanpassen van het maaibeheer. 3. Het verbinden van leefgebieden: verbinding tussen de groene gebieden onderling en met het buitengebied is voor stadsnatuur belangrijk. Hierbij kan ook gedacht worden aan verbindingen via water en natuurvriendelijke oevers en het wegnemen van de barrière-werking van drukke wegen. 4. Bewoners en ondernemers bewust maken van het belang van stadsnatuur. Om het draagvlak bij bewoners en ondernemers te vergroten is het van belang ze te betrekken bij de monitoring, het behoud en de ontwikkeling van stadsnatuur.

42

4.3. Inspanningen en beoogde resultaten Voor elk van de te realiseren doelen beschrijven we in deze paragraaf de inspanningen die we willen gaan doen met de beoogde resultaten. Een overzicht is in onderstaande tabel opgenomen: Bestaande waardevol­ le gebieden behouden en verbeteren

Beoogd resutaat

B1

Ecologisch advies stadsecoloog

Inspanningen opnemen in volgende versie UP

X

B2

Stadsnatuurmeetnet en gemeentelijke natuurdatabase

Continuering en betere toegankelijkheid

X

B3

Onderzoek verlichting in relatie tot biodiversiteit

Kennis

X

Creëren van kansrijke nieuwe leefgebieden B4

Ecologisch maai­ beheer

Bloemrijke bermen in de stad

B5

Onderzoek muurvegetatie

Kennis

Verbinden van leefgebieden B6

Groene Cirkels Bijenlandschap

Vergroenen

Vergroenen

Bio­ Klimaat diversiteit bestendig

X

X X

Vergroenen Concrete projecten en educatie

Bewoners en onderne­ mers bewuster maken van stadsnatuur

Bio­ Klimaat diversiteit bestendig

Bio­ Klimaat diversiteit bestendig X

Vergroenen

Bio­ Klimaat diversiteit bestendig

X

X

B7

Natuur en Duurzaamheidseducatie (NDE)

Bewustwording

B8

Monitoring en bewustwording biodiversiteit in en rondom het water

Bewustwording / Samenwerking met de stad

X

B9

Bewustwording indicatorsoorten

Bewustwording

X

B10

Leiden4GlobalGoals & European City of Science

Bewustwording / Samenwerking met de stad

B11

Bewustwording interne organisatie

Bewustwording

X

X

X

X

X

Tabel 4.1 Overzicht inspanningen en beoogde resultaten

43

4.3.1. Bestaande ecologisch waardevolle gebieden behouden en verbeteren B1 Ecologisch advies Stadsecoloog De Stadsecoloog heeft een advies uitgebracht hoe Leiden de biodiversiteit nog verder kan verbeteren. Eind 2019 heeft hij zijn advies aan het college aangeboden. Het advies is gericht op het verbeteren van de inrichting en het beheer, zowel om nieuwe leefgebieden te creëren als om bestaande gebieden te verbeteren of te verbinden. Dit advies heeft geleid tot een aantal inspanningen, die in deze versie versie van het uitvoeringsprogramma zijn opgenomen. Een voorbeeld hiervan is onderstaande inspanning B2 om de gemeentelijke natuurdatabase beter bekend en toegankelijk te maken. Maar ook het onderzoek naar straatverlichting in relatie tot biodiversiteit en onderzoek naar muurvegetatie zijn op basis van dit advies opgenomen. Het advies van de stadsecoloog om groengebieden en kwalitatief groen op een goede manier te beschermen, zal meegenomen worden bij het opstellen van de Omgevingsvisie en Omgevingsplannen (zie ook K10). B2 Stadsnatuurmeetnet en gemeentelijke natuurdatabase Een belangrijke informatiebron én graadmeter voor de kwaliteit en ligging van ecologisch waardevolle gebieden in de stad is het bestaande Stadsnatuurmeetnet.

Sinds 2004 worden voor dit meetnet periodiek planten- en diersoorten geteld, waardoor een grote hoeveelheid kennis over het voorkomen en de ontwikkeling van soorten in de gemeente is verzameld. Op de site https://natuur.leiden.nl/ zijn de gegevens van de gemeentelijke natuurdatabase te bekijken. Hier staan de waarnemingen van het meetnet en ook van particulieren. Waarnemingen uit ander natuuronderzoek in opdracht van de gemeente zijn eveneens opgenomen in de database. In de komende jaren continueren we de metingen van het stadsnatuurmeetnet. De website is op dit moment wel achterhaald en kan aantrekkelijker en informatiever. De gemeente gaat de toegankelijkheid en de bekendheid van de website en het meetnet verbeteren in 2020. B3 Onderzoek straatverlichting in relatie tot biodiversiteit Het Centrum van Milieukunde heeft in een consortium een aanvraag gedaan voor een NWO-beurs voor een pilotonderzoek straatverlichting in relatie tot biodiversiteit (o.a. vleermuizen en insecten). De gemeente ondersteunt dit consortium door veldonderzoek te faciliteren. Doel van het onderzoek is om het effect van de kleurstelling van straatverlichting op biodiversiteit te onderzoeken in relatie tot de functionaliteit van de straatverlichting. In de tweede helft van 2020 wordt bekend of deze subsidie wordt toegekend.

44

4.3.2. Creëren van kansrijke nieuwe leefgebieden B4 Ecologisch maaibeheer De gemeente gaat waar kansrijk de bermen ecologisch beheren. De maaifrequenties en momenten zijn middels ecologisch onderzoek afgestemd op de bodemkwaliteit van de berm. Dit betekent dat afhankelijk van de berm, meer gemaaid moet worden voor verschralingsbeheer, en soms minder. Beide methoden hebben als doel om een bloemrijke situatie te ontwikkelen. Op een aantal plekken wordt sinusbeheer toegepast. Bij deze vorm van beheer ontstaat er een gelaagdheid in het groen en daarmee een constante leefomgeving voor diverse insecten- en diersoorten. Zo zijn er altijd plekken waar ze zich kunnen verstoppen en voedsel kunnen vinden. Beoogd resultaat is meer ecologische bermen in de stad, waardevol voor flora en fauna. B5 Onderzoek muurvergetatie De stadsecoloog stelt voor om op kademuren extensief beheer uit te voeren, met enkel het verwijderen van houtachtige planten. Alleen het noodzakelijke voeg- en scheurherstel wordt uitgevoerd, waardoor er op termijn groene kademuren ontstaan. De beheerder walkanten gaat met de stadsecoloog onderzoeken wat de mogelijkheden zijn in relatie tot duurzaam beheer en onderhoud. 4.3.3.

Verbinden van leefgebieden B6 Groene Cirkel bijenlandschap Om de soortenrijkdom van bijen en andere bestuivende insecten in deze regio te versterken en te verbeteren, is de gemeente Leiden onderdeel van Groene Cirkel Bijenlandschap (www.bijenlandschap.nl). We werken samen met wetenschap, overheden, bedrijfsleven, maatschappelijke organisaties, agrariërs en burgers. Vanuit het Bijenlandschap wordt een kaart gemaakt welke gebieden interessant zijn voor bijen. Met behulp van deze kaart en op basis van gegevens van beheer worden medio 2020 de ontbrekende schakels duidelijk. Hieruit kunnen concrete projecten worden afgeleid die aansluiten bij de groene hoofdstructuur. Verder wordt de kennis van het Bijenlandschap gebruikt in communicatie-uitingen richting burger. Bijenlandschap kan ook concrete adviezen geven voor een bij-/insectvriendelijke inrichting van een gebied/oever etc.. In Leiden versterken we het bijenlandschap op dit moment o.a. door geveltuintjes te stimuleren via Samen aan de Slag, de Groene Hoofdstructuur verder vorm te geven en het bermbeheer beter af te stemmen op de bodem om bloemrijke situaties te ontwikkelen. De gemeente Leiden wil daarnaast het Verified Conservation Area (VCA) keurmerk verkrijgen. Dit keurmerk kan verkregen worden voor inspanningen tot ecologisch herstel en behoud in een specifiek gebied.

Het VCA-keurmerk wordt in dit geval specifiek voor het behoud van bijen en andere bestuivers verkregen. Met het verkrijgen van dit keurmerk laten we zien dat we ons inzetten voor het herstel van de bijen en borgen we de gezamenlijke inzet via Groene Cirkel Bijenlandschap.

45

Leeuwenhoekpark Het Leeuwenhoek park bevindt zich tussen het LUMC en Naturalis en is door de gemeente Leiden aangelegd. Onderdeel van het project is de aanleg van een vijver en een park direct rondom het horecapunt De Stal. De vijver heeft natuurvriendelijke oever en bevat een diversiteit aan verschillende planten wat weer verschillende diersoorten aantrekt. Schilperoortpark Het Schilperoortpark wordt door de universiteit aangelegd in het Boerhaavegebied in het Leiden Bio Science Park. Het is gelegen tussen de Hogeschool Leiden en de recent naar woningbouw getransformeerde voormalige universiteitsgebouwen. Voor de aanleg van het park zijn honderden parkeerplaatsen verwijderd. Tijdens het ontwerpproces is samen met ecologen een beplantingsplan opgesteld ter bevordering van de biodiversiteit. Omgeving Baseclear en Sylvius Na de realisatie van de nieuwbouw van het bedrijf Baseclear direct naast het universitaire gebouw Sylvius heeft de universiteit een groenplan aangelegd op de plek waar 60 parkeerplaatsen lagen. De parkeerplaatsen zijn opgeheven en nieuwe fietsenstallingen zijn toegevoegd. De verblijfskwaliteit voor werknemers, studenten en bezoekers is vergroot en samen met ecologen is een beplantingsplan opgesteld ter bevordering van de biodiversiteit.

46

(Illustratie West 8)

Campusplein Onderdeel van het masterplan Gorlaeus, als onderdeel van de ontwikkeling van het Leiden Bio Science Park, is de aanleg van een campusplein ter hoogte van ‘de schotel’, het collegezalengebouw van de universiteit. Voor het plein wordt op dit moment een ontwerp opgesteld waarin veel ruimte is voor groen. Naast de verblijfskwaliteit voor de medewerkers, studenten, bewoners en bezoekers van het gebied is er ook veel aandacht voor de bevordering van de biodiversiteit. Een deel van het project krijgt een meer nat karakter met natuurvriendelijke oevers. Samen met ecologen wordt een beplantingsplan opgesteld. Park Landskroon Het Park Landskroon is een aantal jaar geleden aangelegd. Het park is bestaat op dit moment vooral uit grasweides en solitaire bomen. De universiteit wil met het park graag de biodiversiteit in het Leiden Bio Science Park vergroten. Daarvoor zal in overleg met de gemeente Oegstgeest een nadere uitwerking worden gerealiseerd ter bevordering van de biodiversiteit. Middengebied Nieuw Rhijngeest Zuid In het Oegstgeester deel van het Leiden Bio Science Park (Nieuw Rhijngeest Zuid) werkt de universiteit volop aan de plannen voor extra kantoor- en labgebouwen. Bij de ontwikkeling van het gebied wordt ook rekening gehouden met de aanleg van groen en water. Zo kan bijvoorbeeld het parkeren in het middengebied een groene uitstraling krijgen.

Een combinatie van groene zones met wadi’s waarbij ecologen goed nadenken over het type beplanting kan de biodiversiteit in Nieuw Rhijngeest Zuid bevorderen.

Figuur 4.3: Het Leiden Bio Science Park (LBSP) is op weg het groenste Life Sciences innovatiedistrict van Nederland te worden. De Universiteit Leiden is een belangrijke stadspartner en stimuleert ontwikkelaars om natuurinclusief en klimaatbestendig te bouwen (https://www.lbspvastgoed.nl/nl/Informatie/Biodi­versiteit)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10166455/1