Bijlage 1 Programma social impact 2022-2023 (incl erratum)
Tekst van het document
Het gaat hier om de incidentele uitgaven vanuit de social impact middelen. Voor de bijdrage aan inspanningen geldt dat het eenmalige activiteiten zijn of een tijdelijke extra investering aansluitend bij structurele activiteiten. Vanuit het programma wordt gestuurd op het borgen van de tijdelijk inzet voor een zo duurzaam mogelijke, structurele, doorwerking. Er zijn daarnaast diverse inspanningen die bijdragen aan de programmadoelen, maar binnen reguliere of andere budgetten worden bekostigd. Dat past ook goed bij de aard van dit programma, waarbij zoveel mogelijk op bestaande praktijk wordt aangesloten. Het gaat bijvoorbeeld om de verbinding met het plan van aanpak Samen tegen Eenzaamheid of de uitvoering van het Leidse Preventie Akkoord. Bijkomende middelen of (personele) inzet buiten de social impact-middelen om zijn niet opgenomen in de tabel. Gelijke Kansen Geldzorgen 2021 2022 2023 Totaal
130.000 1.400.000 1.000.000 2.530.000
Fysieke/mentale Taal/digitaal Organisatie Totaal gezondheid 0 91.750 0 150.558 372.308 869.198 697.643 25.000 218.762 3.210.603 647.000 45.500 0 201.408 1.893.908 1.516.198 834.893 25.000 570.728 5.476.819
Programma organisatie Er is sprake van een programma organisatie die deels specifiek aan het programma is gekoppeld (het social impact team) en deels in de bestaande (lijn)organisatie zit. Dat volgt uit de insteek van het programma, er wordt immers grotendeels aangesloten bij bestaande praktijk en daarop aangevuld of anders georganiseerd. Voor de programmaorganisatie geldt onderstaande verdeling van rollen, taken, bevoegdheden. Sturingsdriehoek De sturingsdriehoek is bepalend voor de werkwijze en de besluitvorming in het programma. Bij verschillen van inzicht binnen het programma (tussen de lijn- en de programmaorganisatie) vindt besluitvorming binnen de gestelde kaders plaats en dus binnen de sturingsdriehoek. De driehoek bestaat voor dit programma uit: Bestuurlijk opdrachtgever Ambtelijk opdrachtgever Ambtelijk opdrachtnemer
wethouder Marleen Damen. Per 1-1-2022 wethouder Paul Dirkse. Gertru Diender Karin Fahner
17
Bestuurlijk opdrachtgever (BOG) De BOG is bestuurlijk verantwoordelijk voor de integraliteit in het programma, en fungeert als de coördinerend wethouder. Diverse inspanningen vallen onder de verantwoordelijkheid van andere wethouders. De BOG wordt door het college aangewezen als gedelegeerd bestuurlijk opdrachtgever en is het aanspreekpunt voor de ambtelijk opdrachtgever en –nemer. De bestuurlijk opdrachtgever is verantwoordelijk voor het creëren van bestuurlijk draagvlak voor het programma en de afstemming met de raad. Het inzetten op de programmadoelen is de gezamenlijke verantwoordelijkheid van het college. Ambtelijk opdrachtgever (AOG) De AOG is ambtelijk integraal verantwoordelijk. De AOG bewaakt de voortgang van het programma conform de vastgestelde kaders en is de budgethouder. De AOG is verantwoordelijk voor het realiseren van de randvoorwaarden die gesteld zijn om het programma tot een succesvol resultaat van samenhangende effecten te brengen. Ook hier geldt dat er afstemming plaatsvindt, waar inspanningen onder de ambtelijke verantwoordelijkheid van diverse afdelingen vallen. Ambtelijk opdrachtnemer (AON) De AON, programmamanager, richt zich op het geheel van de samenhangende aanpak van het programma. De AON coördineert de inzet op het bereiken van de benoemde doelen en wordt hierin inhoudelijk en uitvoerend ondersteund door de leden van het programmateam.
Het gaat daarmee onder meer om het opstellen en vaststellen van het programma en de uitvoering hiervan, het bewaken van de samenhang en voortgang, het sturen of bijsturen op het bereiken van doelen en realiseren van inspanningen, het afleggen van verantwoording, zorgen voor goede communicatie en afstemming met andere programma’s of projecten. De AON legt verantwoording af aan de ambtelijk en bestuurlijk opdrachtgever over de voortgang en resultaten, inclusief interne aangelegenheden betreffende capaciteit en inzet van teamleden, budget, interne procedures en draagvlakvorming etc. Programmateam Het programmateam, het SIT, richt zich op het realiseren van de aanpak in het bereiken van de doelen. Ieder teamlid draagt vanuit de eigen deskundigheid bij aan het realiseren van de opdracht door middel van advies of het leveren van benodigde producten. In het social impact team is een eerste contactpersoon per doel als trekker gepositioneerd. De trekkers leveren de input voor het programma op basis van inbreng vanuit diverse overleggen in-/ en extern, bewaken de voortgang van inspanningen en dragen nieuwe inspanningen aan, zijn contactpersoon voor hun dossiers. Dit doen zij in nauwe samenwerking met betrokken collega’s, afdelingen en partners in de stad. Het team komt wekelijks bij elkaar.
Afhankelijk van de aard van de inspanningen wordt samengewerkt met diverse afdelingen intern, en wordt er advies gevraagd vanuit Financiën en Communicatie.
18
4 Monitoring In februari 2021 is de eerste Leidse social impact monitor uitgebracht, gevolgd door een tweede versie in juni 2021. In het eerste kwartaal 2022 volgt een derde versie van de Leidse social impact monitor. Via deze monitors is getracht actuele informatie bijeen te brengen die inzicht gaven in de social impact. Via landelijke werkgroepen en onder begeleiding van de VNG is op www.waarstaatjegemeente.nl een social impact dashboard beschikbaar gekomen gericht op de sociale gevolgen van de coronacrisis. Voor de middellange- en langeretermijn effecten sluiten we aan bij de indicatoren die hier gehanteerd worden. Dit sluit aan bij de wijze waarop de monitor sociaal domein wordt vormgegeven. De programmatische aanpak van het SIT wordt naar verwachting eind 2023 afgerond. In het eerste half jaar 2024 volgt een evaluatie van het programma. Lerend werken We hebben in onze ambitie opgenomen te willen leren van de social impact die de gezondheidscrisis heeft en hoe we daar als lokale overheid mee om kunnen gaan, zodat we dit in bestaande beleidspraktijk kunnen verankeren en we dit bij toekomstige situaties kunnen benutten. Dat doen we sowieso werkende weg, de aanbevelingenrapportage van juni 2021 is daar al op ingegaan. Voor het totaal van dit programma en de uitwerking daarvan in de Leidse context organiseren we in de komende periode minimaal 1x per jaar een Inspiratietafel.
We organiseren deze inspiratietafel samen met onze kennispartners en willen met zowel wetenschappelijke experts als maatschappelijke experts het gesprek aan gaan. Tussentijdse monitoring vindt plaats via de P&C-cyclus: o o o
Jaarlijks op de effecten / bereiken doelen Halfjaarlijks op voortgang inspanningen Voor het NPO volgen we de kwaliteitsscyclus van scholen.
19
BIJLAGEN Inhoudelijke aanvullingen Veiligheid De lockdown heeft zo zijn impact gehad op het samenleven in de buurt. Meer mensen die thuis zijn overdag, en ook thuiswerken overdag, leidde zowel tot meer bewustzijn van de lusten (een fijne groene leefomgeving) en lasten in de buurt. Er is meer woonoverlast ervaren, met name meer geluidsoverlast. Daar is veelal Buurtbemiddeling op ingeschakeld. Daar waar woninginbraken daalden, steeg digitale criminaliteit. De social impact monitor van juni 2021 laat zien dat het aantal meldingen jeugdoverlast stijgt, waarschijnlijk ook omdat mensen meer thuis zijn (meer overlast ervaren, meer melden). Aanvullend zien we meer geweldsgevallen, ondermijning, een lager vertrouwen in de (landelijke) overheid en daarbij komende agressie. Ook blijken in gevallen jongere jeugd betrokken. Scholen uiten hun zorgen over sociale veiligheid. We kunnen geen direct verband leggen met de coronacrisis, maar zien wel dat dit een zorgelijke ontwikkeling is in deze tijd. Vanuit betrokken partijen in zorg- en veiligheidsteken wordt aangegeven dat het regie voeren op het netwerk rond veiligheid en zorg van belang is. Het gaat om vroeg en preventief voorkomen van problemen en het goed organiseren van samenwerking in wijken, met het onderwijs, jeugd en gezin en zorg- en welzijnspartners.
De stedelijke jeugdaanpak is bedoeld om hier (ook preventief) op in te zetten, maar komt aan de grenzen van de capaciteit. Aanbeveling -
Voer regie op de samenwerking voor de preventieve aanpak jeugd en ga na waar versterking nodig is. Wijs hierbij een duidelijke regisseur aan.
Cultuur Aan de maatschappelijke effecten voor het Leidse cultuurstelsel is oa via het Deltaplan Cultuur aandacht geschonken. Met diverse steunmaatregelen (rijk en lokaal) is ingegaan op de financiële zorgen van de culturele organisaties. In de lockdownperiodes zijn in sommige culturele locaties mogelijkheden voor studieplekken gemaakt. Dit bood (tijdelijke) oplossingen voor studenten en zou mogelijk vaker vorm kunnen krijgen. Effecten voor culturele organisaties mbt bezoekers en vrijwilligers is een wisselend beeld en in worden beïnvloed door (wisselende) lockdownmaatregelen. Er is vooralsnog niet eenduidig te zeggen wat hierin de langere termijn effecten zijn. Deelname aan cultuur kon vaak niet doorgaan en cultuureducatie op school was wisselend mogelijk door de maatregelen. Wel vonden diverse kleinschalige kunst- en cultuuractiviteiten plaats in wijken en buurten. De uitdaging is, vergelijkbaar met sport, om deelname voor diverse mensen mogelijk te laten zijn en specifiek voor mensen met een smalle portemonnee. Aanbeveling -
Zorg tav het cultuuraanbod voor gelijke kansen op toegankelijkheid voor en het bereiken van mensen met een lager inkomen.
Nationaal Programma Onderwijs (NPO) De invulling van het NPO past binnen de aanpak van het programma social impact. In de rapportage over de sociale gevolgen is al ingegaan op de aanbevelingen rond o.a. jeugd. De coronacrisis en de beperkende maatregelen hebben op meerdere punten gezorgd voor uitdagingen, zeker ook in en rond het onderwijs. De gemeente Leiden heeft in maart 2020 een Crisisteam Onderwijs geformeerd en intensief contact onderhouden met onze onderwijs-, zorg- en maatschappelijke partijen. Er is afstemming georganiseerd tussen o.a. de kinderopvang, onderwijs, zorgpartijen en maatschappelijke organisaties om met name de noodopvang en ondersteuning voor leerlingen in kwetsbare situaties goed te organiseren. In samenwerking met Stichting Leergeld en maatschappelijke organisaties is direct ingezet op het verzorgen van digitale middelen om deel te
20
kunnen nemen aan het onderwijs op afstand. Een andere groep waarop is ingezet zijn de studenten. Tijdens de coronacrisis werd duidelijk dat er, naast de structurele samenwerking met de grote studentenverenigingen in Leiden, ook andere groepen studenten zijn waar de gemeente mee samen wil werken (zoals studenten die ‘nergens lid zijn’, internationals en mbo-studenten, maar ook leerlingraden). Belangrijke thema’s hierbij zijn (studenten)welzijn en (sociale) veiligheid. Binnen het programma social smpact wordt samen met onze (onderwijs)partners in de stad ingezet op een gezamenlijke en duurzame aanpak om de gevolgen van de coronacrisis te verkleinen of weg te nemen. Het vergroten van kansengelijkheid heeft prioriteit binnen dit programma en het NPO is hier onderdeel van. De onderwijsbestuurders (primair, voortgezet en speciaal onderwijs) en de gemeente Leiden pakken het proces van het NPO gezamenlijk op. De gemeente faciliteert het proces door de inzet van de Leidse menukaart (Sterker onderwijs na corona: wat is er mogelijk in Leiden? (onderwijsindeleidseregio.nl)) en twee onderwijsmakelaars. Er wordt ingezet op het structureel verbinden van maatschappelijke organisaties in de stad aan (in en rond) het onderwijs. Hierbij wordt ingezet op de verbinding van het gezin, de school en de wijk (of de stad).
Ook worden bovenschoolse/bovenbestuurlijke thema’s opgepakt, mede in samenwerking met onze kennispartners zoals de Universiteit, Hogeschool en het Mbo. Leidse invulling NPO Vanuit het NPO wordt in totaal € 8,5 miljard euro geïnvesteerd voor een periode van twee en een half jaar. Het grootste deel van de NPO middelen gaat direct naar de scholen. Voor gemeenten is in totaal circa € 300 miljoen beschikbaar. Gemeente Leiden krijgt in totaal € 2.500.481,15 voor de periode vanaf juli 2021 tot augustus 2023.
Bedrag per leerling [1] Onderwijsachterstanden[2] Totalen
Aantal 20.081 5.714
Bedrag € 118,08 € 22,64
Totaal bedrag € 2.371.105,44 € 129.375,71 € 2.500.481,15
[1]
Bedrag per leerling: Deze regel betreft het aantal leerlingen dat op 1 oktober 2020 stond ingeschreven op een vestiging van een school in het primair en voorgezet onderwijs in de gemeente en het bijbehorende bedrag per leerling. [2] Onderwijsachterstanden: Deze regel betreft de achterstandsscore voor gemeenten 2022 zoals deze volgt uit het Besluit specifieke uitkeringen gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid en het bijbehorende bedrag per eenheid achterstandspunt.
Bestedingsdoelen NPO Het ministerie van OCW heeft voor zowel het onderwijs als de gemeenten doelen geformuleerd waar de NPOmiddelen op ingezet kunnen worden. Voor de gemeente zijn dit: -
-
-
-
(Bovenschoolse) maatregelen Het inhalen van vertragingen. Denk aan een zomerschool, bijles, activiteiten op het terrein van sport/cultuur/techniek of professionalisering van schoolleiders en docenten. Voorschoolse periode Denk aan extra begeleiding in de groep of extra aandacht voor de toeleiding. Zorg en welzijn Aanvullende interventies in de school of in de verlengde leertijd om vertragingen op sociaal en emotioneel vlak in te halen, zoals extra jeugdhulp in de school of schoolmaatschappelijk werk, de M@ZL aanpak bij ziekteverzuim, zorg en welzijn in de zomerschool. Bevorderen samenwerking in de gemeente Bijvoorbeeld het ondersteunen bij het realiseren van de inzet van pedagogisch medewerkers in het onderwijs. Denk hierbij bijvoorbeeld ook aan de samenwerking tussen jeugdzorg en onderwijs. Thuiszitters Bijvoorbeeld door samenwerking tussen onderwijs en zorg te bevorderen of deelname te bevorderen van (dreigende) thuiszitters aan activiteiten van de gemeente of school.
21
-
Indien nodig voor de realisatie van een van de bovenstaande bestedingsdoelen: huisvesting en ambtelijke capaciteit
Kaders inzet middelen Het budget is bedoeld om onderwijsvertragingen in te halen die kinderen hebben opgelopen tijdens de Coronapandemie. Om ervoor te zorgen dat de plannen aansluiten bij de bestedingsdoelen vanuit het Ministerie van OCW en de gemeentelijke doelen worden de volgende kaders voorgesteld voor de inzet van de gemeentelijke middelen: -
-
De plannen passen binnen de eerder genoemde bestedingsdoelen zoals geformuleerd door het ministerie van OCW; De plannen sluiten aan op de NPO-interventies die scholen inzetten; Met de interventie wordt een corona gerelateerd probleem opgelost, dit staat duidelijk in de plannen; De plannen passen binnen de doelstellingen zoals vastgesteld in de Leidse Educatieve Agenda (LEA); De plannen sluiten aan op bestaand onderwijs-, jeugd- en gezondheidsbeleid; De plannen richten zich zo veel mogelijk op het versterken of verbreden van lokale bestaande initiatieven of geven invulling aan hiaten in het huidige aanbod; De plannen zijn afgestemd op de activiteiten die ingezet worden ten behoeve van de overige steunpakketten voor jeugd (steunpakket voor ontmoeting en sociaal welzijn; steunpakket voor sociaal en mentaal welzijn en leefstijl). In de plannen wordt rekening gehouden met het feit dat de NPO middelen incidenteel zijn en ingezet worden in de periode van juli 2021 tot augustus 2023.
Proces In de maanden maart tot en met juli is er intensief contact geweest met onze onderwijs- en maatschappelijke partners, waarbij veel informatie is opgehaald over de gevolgen van de Coronapandemie en de mogelijke inzet op de korte en langere termijn. Dit proces loopt door na de zomer, aangezien voor een aantal scholen de schoolplannen nog niet definitief binnen waren. Ook met onze maatschappelijke (en voorschoolse) partners is er intensief contact. Tot nu toe zijn de volgende thema’s opgehaald: -
Taal - (begrijpend) lezen - NT2 (kleuters-jonge kind) - logopedie Executieve functies - basisvaardigheden (Individuele) begeleiding/coaching - zorg/preventieve jeugdhulp Welbevinden - sociale contacten - angst/stress/onrust - sociale veiligheid Sociaal emotionele ontwikkeling - functioneren in de groep/groepsvorming /groepsdynamiek Ouderbetrokkenheid - zorgsignalen thuissituatie (Docent)professionalisering
Tijdpad Wanneer
Wat
Wie
Maart-juli 2021
Aanpak NPO-proces Uitkomsten schoolscans Inhoud schoolplannen Menukaart – mogelijkheden inzet maatschappelijke partners
BO onderwijs NPO stuurgroep/werkgroep Apart contact met éénpitters en speciaal onderwijs
Augustus-december 2021
Input onderwijs- en maatschappelijke partners Mede op basis van de definitieve schoolplannen
(Besturen) primair, voortgezet en speciaal onderwijs, Regiegroep Onderwijskansen, Regionaal Bureau Leerplicht, Mbo Rijnland,
22
Samenwerkingsverband PPO en VO, SSB partners. Interne bijeenkomst
Januari-juli 2022
Augustus 2022-juli 2023
Afstemming samenhang in relatie tot inzet verschillende steunpakketten
Eerste plannen voor gemeentelijke inzet NPOmiddelen
Bestaande onderwijs en/of maatschappelijke partners
Evaluatie en bijsturing interventies die zijn gestart
Gemeente(lijke partners) en onderwijs/maatschappelijke partners
Vormgeven gezamenlijke plannen en inzetten interventies
Gemeente(lijke partners) en onderwijs/maatschappelijke partners
Evaluatie en bijsturing interventies die zijn gestart
Gemeente(lijke partners) en onderwijs/maatschappelijke partners
Proces 1. 2.
3.
De gemeentelijke projecten/interventies aanvullend op de schoolplannen in overleg met onderwijs en maatschappelijke partners uitwerken binnen de genoemde thema’s; De gemeentelijke projecten/interventies in 3 delen in te zetten: Deel 1 Juli-december 2021 Deel 2 Januari-juli 2022 Deel 3 Augustus 2022- juli 2023 Aan te sluiten bij bestaande (overleg)structuren, namelijk de directiekringen, so-kring, directeurenoverleg onderwijskansen, de kerngroep onderwijskansen, de kwaliteitszorgcyclus en het bestuurlijk overleg onderwijs. Waar nodig en wenselijk aparte gesprekken te plannen met (clusters van) scholen (zie voorstel).
Voorstel aparte gesprekken - Met de vo-scholen vinden aparte gesprekken per school plaats. - Met de s(b)o-scholen vinden aparte gesprekken per school plaats. - Met de po-scholen wordt voorgesteld om aparte gesprekken in te plannen: Stevenshof: Gesprek met cluster van scholen. Mors: Gesprek met Pacelli. Zuid-West: Gesprek met cluster van scholen i.o.m. PROO en SCOL. Noord: Gesprek met cluster van scholen Het Gebouw. Slaaghwijk: Gesprek met Merenwijkschool. Merenwijk: Gesprek met cluster van scholen i.o.m. PROO en SCOL. Roodenburgdistrict: Gesprek met Joppensz. Aparte gesprekken met de éénpitters: Vs Mareland, Er Risèlèh, E.L.S., Haanstraaschool.
23