Bijlage 1 Programma social impact 2022-2023 (incl erratum)
Tekst van het document
Programma social impact 2022-2023 Versie 14 december 2021
1
Inhoudsopgave 1 Inleiding ................................................................................................................................................ 3 Vervolg aanpak ................................................................................................................................ 3 2 Ambitie, doelen en inspanningen......................................................................................................... 5 Ambitie ................................................................................................................................................ 5 Doelgroepen .................................................................................................................................... 5 Doelen en inspanningen ...................................................................................................................... 6 1 Vergroten gelijke kansen .............................................................................................................. 6 1.1 Extra ondersteunen van kinderen en jongeren in en rond school ............................................ 6 1.2 Gelijke kansen: verbeteren van de aanpak in Leiden ................................................................
8 2 Voorkomen en verminderen van geldzorgen ............................................................................... 9 3 Betere fysieke en mentale gezondheid ...................................................................................... 12 4 Verbeteren taalvaardigheden en digitale vaardigheden........................................................ 1514 3 Begroting en organisatie .................................................................................................................... 17 4 Monitoring .......................................................................................................................................... 19 BIJLAGEN ............................................................................................................................................... 20 Inhoudelijke aanvullingen ................................................................................................................. 20
2
1 Inleiding In november 2020 is de gemeente Leiden gestart met het programma social impact via de inzet van het social impact team (SIT). In februari 2021 brachten we een eerste informerende brief uit met de richtinggevende kaders (Z/21/3216938). Daarin is het initiatief tot de aanpak om met de sociale gevolgen van de coronacrisis aan de slag te gaan nader toegelicht en zijn het hoofddoel en resultaat opgenomen, zie kader. De initiële speerpunten zijn in deze brief eveneens genoemd: perspectief voor de jeugd, kwetsbare groepen, gezond leven in de gezonde stad. Doel en resultaat De gezondheidscrisis door het coronavirus heeft een economische en sociale crisis tot gevolg. Dit is zichtbaar en voelbaar in de stad en maakt dat Leiden in de laatste maanden van 2020 is gestart met de opgave ‘Social impact, aan de slag met de effecten van corona op de mensen en de stad’. Dit heeft tot doel de maatschappelijke en economische effecten van de coronacrisis zoveel mogelijk te beperken, ten behoeve van een zo gunstig mogelijke uitkomst in de welvaart en het welbevinden van de inwoners en de stad. Dit binnen de invloedssfeer van de gemeente, samen met onze partners.
Als resultaat geldt dat binnen het tijdsbestek van een jaar in beeld is wát de directe en middellange termijneffecten van de coronacrisis zijn op de welvaart en het welbevinden van Leiden en de Leidenaars en hóe we daar in de stad en met een veelheid aan samenwerkingspartners mee aan de slag zijn en gaan: ▪ Het programma geeft inzicht in wat de coronacrisis voor impact heeft op Leiden, zowel op de stad als op de inwoners die daar wonen. ▪ Het programma prioriteert de opgaven en geeft daarin handelingsperspectief. ▪ Het programma zorgt voor een integrale opgave van de impact en de doorvertaling daarvan in beleid en uitvoering. In ieder geval waar het de invloedssfeer van de gemeente betreft. ▪ Het programma geeft inzicht in de geleerde lessen in en door de crisis en zorgt ervoor dat dit leidt tot verandering in beleidskeuzes en uitvoering voor de langere termijn, waarbij we ook ogen hebben voor het borgen van kansen voor vernieuwing en innovatie die het heropenen van de samenleving na coronatijd biedt. Brief aan de raad, 3 feb 2021 Z/21/3216938)
In de periode tot de zomer 2021 is zoveel mogelijk informatie opgehaald over wat de sociale en maatschappelijke gevolgen in en voor Leiden zijn. Dit heeft geleid tot een voorlopige rapportage met aanbevelingen voor de kortere en langere termijn (23 juni 2021, kenmerk Z/21/3270921). Ook is in 2021 tweemaal een social impact monitor uitgebracht met cijfermatig inzicht en duiding daarvan (februari en juni). Een derde versie komt naar verwachting begin 2022 beschikbaar. In de begeleidende brief bij de aanbevelingenrapportage is aangegeven de voorlopige rapportage in het vervolg aan te vullen. In de bijlage staan aanvullingen voor de thema’s veiligheid en cultuur en een toelichting op het Nationaal Programma Onderwijs. Op 23 augustus 2021 ontvingen we het advies van de Adviesraad Sociaal Domein. De Adviesraad adviseert om zoveel mogelijk aan te sluiten bij bestaand beleid en uitvoering. Dat onderschrijven wij. Met name het bereik van de mensen die geraakt zijn door de coronacrisis is een blijvend aandachtspunt. Dit gaat zowel over doelgroepgerichte communicatie, als inspanningen plegen gericht op het benaderen van mensen die zelf niet direct om hulp vragen, zoals bij eenzaamheid of schulden. De adviezen hebben wij betrokken bij het opstellen van dit plan.
We hebben op 31 augustus in een informele, digitale bijeenkomst met leden van de commissies Werk en Middelen en Onderwijs en Samenleving gesproken over de aanbevelingenrapportage. In dit overleg kwam ook aan bod welke onderwerpen voor de commissieleden prioriteit hebben in de uitwerking: jeugd, kansengelijkheid en mentale gezondheid en het bereiken van kwetsbare groepen.
Vervolg aanpak Met dit plan leggen we de strategische doelen van het programma social impact vast, inclusief een uitwerking in subdoelstellingen en bijbehorende inspanningen. Vervolgens gaat de uitvoeringsfase van start.
3
Het programma is te zien als een paraplu waar verschillende activiteiten onder hangen. Vanuit de programmatische aanpak sturen we op samenhang, integraliteit, waarbij de effecten van de verschillende activiteiten bijdragen aan het bereiken van het hoofddoel. Met de gekozen doelen is een prioriteringsslag gemaakt op de aanbevelingen en een keuze gemaakt waar het programma zich de komende periode op richt. Het programma sluit aan bij bestaand beleid en uitvoering en intensiveert activiteiten waar nodig, grotendeels met specifieke aandacht voor de inwoners in een kwetsbare situatie die vaak is versterkt door de coronacrisis. Zo kunnen we de incidentele middelen en de tijdelijke inzet vanuit het programma social impact zo duurzaam mogelijk laten werken. Het social impact team is een klein programmateam dat bij alle werkzaamheden samenwerkt met de verschillende gemeentelijke afdelingen die direct bij onderwerpen betrokken zijn of betrokken moeten worden. Met dit plan worden geen beleidsdoelstellingen gewijzigd, maar op onderdelen aangevuld. De extra aandacht voor het welzijn van studenten (zie 3d) is een voorbeeld, net als de verdieping van de ondersteuning aan ondernemers (zie 2c). We versterken met deze manier van werken integraliteit tussen domeinen, zoals de koppeling tussen de inzet op onderwijsachterstanden en het verminderen van geldzorgen (zie 1.2).
De uitwerking van inspanningen is divers en nog in ontwikkeling. Het gaat om nieuwe activiteiten die in het kader van de social impact zijn geïnitieerd; koppelingen met kansen van buiten de gemeente die bijdragen aan het behalen van doelstellingen; bestaande (lijn)activiteiten die we versterken; procesmatige activiteiten die van belang zijn voor het behalen van het hoofddoel maar nog onvoldoende concreet bij het vaststellen van dit plan. In de toelichting bij de (sub)doelen in het plan valt dan ook op dat sommige delen heel concreet zijn uitgewerkt en andere nog in een onderzoekende fase zitten. We werken dat in de uitvoering van het programma steeds verder uit. We hebben deze ruimte ook nodig om adaptief te kunnen bijsturen gezien de onvoorspelbaarheid van de coronacrisis. We blijven daarom werkende weg het programma voeden met wat gedaan moet worden en hoe daar uitvoering aan te geven. Zoals de coronacrisis duidelijk laat zien, bestaat er geen pasklaar antwoord of een simpele oplossing voor de effecten die zich voordoen. We voelen ons gesteund door de inbreng van partijen in de stad, (landelijke) kennispartners en beschikbare data om nu diverse maatregelen in gang te zetten. We hebben een beeld van de benodigde inspanningen na 1,5 jaar coronacrisis en zetten daar activiteiten op (en doen daar uitgaven voor).
Ondertussen houden we vanuit de ambitie van het programma nog budget beschikbaar om in te kunnen spelen op wat zich in de nabije toekomst aan vraagstukken voordoet óf om een passende oplossing te bieden op een vraagstuk dat momenteel nog nader onderzoek vergt. We hebben voor het succes van dit programma de samenwerking met onze maatschappelijke partners in de stad hard nodig, in nauwe samenhang met het werk van de gemeentelijke organisatie zelf. Natuurlijk zijn verschillende Leidse organisaties en professionals direct betrokken bij het ondersteunen van mensen in een kwetsbare situatie. In het plan is terug te vinden dat hier op onderdelen meer menskracht op ingezet wordt. Maar juist ook als het gaat om het blijvend duiden van de gevolgen van de coronacrisis, het signaleren van knelpunten of het vinden van oplossingen zijn onze partners van belang. De unieke samenwerking die we in Leiden hebben met de kennisinstellingen maakt dat we ook ruimte hebben voor leren en reflectie, en het kunnen toepassen van actuele en beschikbare kennis en onderzoek voor de lokale praktijk.
4
2 Ambitie, doelen en inspanningen Ambitie Met het programma social impact willen we de maatschappelijke en economische effecten van de coronacrisis zoveel mogelijk beperken, ten behoeve van een zo gunstig mogelijke uitkomst in de welvaart en het welbevinden van de inwoners en de stad. Met onze inspanningen dragen we bij aan het behapbaar maken van de gevolgen voor Leidenaars. We verminderen met gerichte inzet de groeiende ongelijkheid in de samenleving door het ondersteunen van specifieke groepen die, in het bijzonder in het licht van de coronacrisis, in hun ontwikkeling geraakt zijn. Daarvoor richten we ons op het vergroten van gelijke kansen, het voorkomen en verminderen van geldzorgen, het verbeteren van de fysieke en mentale gezondheid en het verbeteren van taalvaardigheden en digitale vaardigheden. Daarnaast willen we leren van de sociale impact van de gezondheidscrisis en hoe we daar als lokale overheid mee om kunnen gaan, zodat we dit in bestaande beleidspraktijk kunnen verankeren en we dit bij toekomstige situaties kunnen benutten. In het programma social impact werken we aan het bereiken van de volgende strategische doelen.
Strategische doelen 1) Vergroten gelijke kansen 1.1) Extra ondersteunen van kinderen en jongeren in en rond school 1.2) Gelijke kansen: verbeteren van de aanpak in Leiden 2) Voorkomen en verminderen van geldzorgen 3) Betere fysieke en mentale gezondheid 4) Verbeteren taalvaardigheden en digitale vaardigheden
Doelgroepen Het programma social impact richt zich hoofdzakelijk op de groepen Leidenaars op wie de crisis meer (negatieve) impact heeft of heeft gehad: diverse inwoners in een kwetsbare situatie (ook wel ‘kwetsbare groepen/inwoners’) en in het bijzonder jeugd en jongvolwassenen. In de analyse van februari en in de aanbevelingenrapportage van juni is hier al op ingegaan. De impact is groter bij ‘bestaande’ kwetsbare groepen, zoals lager opgeleiden, ouderen, mensen met een gering inkomen en een klein sociaal netwerk, maar ook ‘nieuwe’ kwetsbare groepen zoals mensen met een flexcontract en zzp’ers, en specifiek opvallend, de jongeren. Onder bestaande kwetsbare groepen verstaan we ook die inwoners die verminderd zelfredzaam zijn en een beperkt sociaal netwerk hebben door psychosociale problematiek, verstandelijke of lichamelijke beperking, ouderdom, door anders- of mindertaligheid of door nieuw te zijn in de stad. Ook mensen die langdurig in een armoedesituatie verkeren, lopen het risico op verminderde zelfredzaamheid. Voor jeugd en jongvolwassenen hebben we bijzondere aandacht op verschillende vlakken. Met het bereiken van het doel ‘het vergroten van gelijke kansen’ zetten we specifiek in op deze doelgroep en hun ouders en omgeving. Het wegnemen van belemmeringen op kansengelijkheid gebeurt juist ook met dat wat gedaan wordt in de uitwerking van de andere doelen.
Het Nationaal Programma Onderwijs (NPO) is ontwikkeld om kinderen en jongeren (extra) te ondersteunen in hun ontwikkeling in en rond school. We hebben gezien dat anders- of mindertalige ouders minder mogelijkheden hebben hun kinderen goed te ondersteunen met huis- en leerwerk, maar ook opleidingsniveau, de financiële situatie, (digitale) vaardigheden en beschikbaarheid van ouders speelt daar een rol in. Specifiek de leeftijdsgroep 16-24 jarigen scoort het laagst op het mentaal welbevinden. Studenten zijn voor een kennisstad als Leiden een belangrijke en (voor de gemeente) toch enigszins ‘nieuwe’ doelgroep voor de ondersteuning in het welzijn. Studenten kampen met eenzaamheid, stress (rond woonsituatie en studie) en zijn minder gaan sporten. Het programma social impact richt zich ook op hen en vooral samen met hen.
5
Doelen en inspanningen 1 Vergroten gelijke kansen De coronacrisis en de beperkende maatregelen hebben op meerdere punten gezorgd voor uitdagingen, zeker ook in en rond het onderwijs. De crisis heeft de al bestaande ongelijkheid zichtbaarder gemaakt en in sommige gevallen helaas versterkt. Voor het vergroten van gelijke kansen richten we ons daarom op de situatie in en rond het onderwijs (1.1) en het wegnemen van belemmeringen op kansengelijkheid (1.2).
1.1 Extra ondersteunen van kinderen en jongeren in en rond school Het Nationaal Programma Onderwijs (NPO) is ontwikkeld om kinderen en jongeren (extra) te ondersteunen in hun ontwikkeling in en rond school. Het rijk heeft 8,5 miljard euro beschikbaar gesteld voor de uitvoering van het NPO. De uitvoering van de activiteiten die onder het NPO worden uitgevoerd is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van het onderwijs en gemeenten. Het onderwijs krijgt € 5,8 miljard dat zij kan besteden aan interventies, de gemeenten € 300 miljoen. De Leidse aanpak voor het NPO is gekoppeld aan het programma social impact. In de bijlage wordt het proces en de samenwerking met het onderwijs toegelicht. In dit plan staat de inhoudelijke inzet. De scholen hebben op basis van een schoolscan een plan gemaakt voor de inzet van de NPO-middelen. Het verschilt erg per school, per klas en per leerling waar extra inzet nodig is. Het is dus ook echt maatwerk per school waar de NPO-middelen op worden ingezet. Het algemene beeld is dat het met een heel groot deel van de leerlingen (weer) goed gaat, mede door het wegvallen van de beperkende maatregelen en het weer kunnen deelnemen aan school en het sociale leven. De meeste leerlingen blijken gelukkig erg veerkrachtig, maar natuurlijk zijn er ook zorgen en uitdagingen. Door alle scholen worden de thema's taal en lezen benoemd.
Met name bij kinderen met een anderstaligeachtergrond en kinderen met weinig (Nederlands) taalaanbod in de thuissituatie zijn de effecten te merken. Ook de executieve vaardigheden (werkhouding, concentratie, werktempo, taakinitiatie, flexibiliteit en aanpassingsvermogen) worden bij de meeste scholen genoemd als aandachtspunt. Aandacht is nodig voor kinderen in bepaalde leerjaren, zoals de huidige kleuters, de brugklassen en de pré-examenklassen. Het is (bij een aantal leerlingen) in deze klassen merkbaar dat onder andere door het onderwijs op afstand en de gevolgen van de beperkende maatregelen extra inzet nodig is op bepaalde vaardigheden. Ook door het wegvallen van sociale contacten/activiteiten en ondersteunende programma's binnen en buiten school worden thema's als groepsvorming, basisvaardigheden (m.n. bij de peuters/kleuters), het (mentaal) welbevinden en sociaal emotionele ontwikkeling benoemd waarop extra inzet nodig is. Door een deel van de scholen worden wat serieuzere zorgen geuit omtrent onrust in de klas, stress-, angst- en somberheidsklachten en (de sociale) veiligheid (weerbaarheid, straatcultuur in de klas, social media/whats app/mediawijsheid). De ouderbetrokkenheid, het contact met ouders en extra ondersteuning in de thuissituatie worden ook regelmatig genoemd als punt van aandacht.
De scholen zetten de NPO-middelen met name in om extra leerkrachten, mentoraat en ondersteunend personeel in te zetten voor onder andere het verkleinen van groepen, het geven van extra instructie en ondersteuning aan leerlingen die dit nodig hebben. Daarbij wordt direct aangegeven dat het vinden van personeel momenteel een grote uitdaging is. Het lerarentekort wordt steeds duidelijker zichtbaar. In samenwerking met andere partijen wordt ingezet op het organiseren van activiteiten (zoals cultuur, bewegen en techniek) en ondersteuning van leerlingen (zoals coaching/begeleiding). Ook geven alle schoolbesturen aan dat er extra wordt ingezet op de professionalisering van leerkrachtvaardigheden. En wordt er geïnvesteerd in het inzetten van expertise of leermiddelen op een bepaald (taak)gebied (taal, lezen, sociaal emotionele ontwikkeling, welbevinden, executieve vaardigheden). De gemeente sluit met de inzet van de gemeentelijk NPO-middelen aan bij de schoolplannen en met name op de onderdelen waar scholen niet of minder makkelijk inzet op kunnen organiseren. Hierbij is extra aandacht voor de ‘vve peuters en kleuters’ die de vve begeleiding gemist hebben. Vanuit de peuteropvang en
6
samenwerkingspartners wordt een ondersteunings- en intensiveringsprogramma opgezet en uitgevoerd. Extra inzet wordt gepleegd op de ondersteuning en programma's/activiteiten die door de maatregelen (tijdelijk) niet ingezet/uitgevoerd zijn (en waardoor wachtlijsten zijn ontstaan). Er wordt in samenwerking met de scholen gekeken naar laagdrempelige ondersteuning op school (zowel voor leerlingen als ouders), als goede schakel tussen onderwijs, zorg/welzijn en jeugdteams.
1.1a) Inzet op het inhalen van achterstanden in deelname aan ve (huidige peuters) Sinds het najaar van 2020 loopt het aantal aanmeldingen voor ve met name in de focuswijken (en met name bij de SPL-locaties1) ernstig terug. Verschillende partijen (ve-aanbieders, JES Rijnland, CJG, UDC en de gemeente) hebben onderzocht welke oorzaken hiervoor zijn. Deels komt dit door het feit dat de indicering door het CJG en de uitvoering van programma's van JES Rijnland in de lockdownperiodes en door de beperkende maatregelen niet/in mindere mate of in aangepaste vorm hebben plaatsgevonden. Daarnaast spelen ook zaken als de toeslagenaffaire, een hogere eigen bijdrage (door verhoging vve-aanbod naar 16 uur), een demografisch krimp in sommige wijken en (extreme) angst bij de doelgroep een rol. Met bovengenoemde partijen wordt nu gekeken naar het meer toegankelijke maken van de peuteropvang , het vergroten van het bereik van doelgroeppeuters en een tijdelijke intensivering van programma's voor deze doelgroep.
1.1b) Het vergroten van samenwerking met ouders uit gezinnen in kwetsbare posities Zowel scholen als ouders geven het belang van goed contact en verbinding tussen het gezin en school aan. Scholen zetten zelf in op communicatie en betrokkenheid van ouders, maar onderzocht wordt of extra inzet met name voor gezinnen in kwetsbare posities mogelijk is. Het gaat om ondersteuning van deze gezinnen op het gebied van pedagogische/lichte hulpvragen en eventuele doorverwijzing.
1.1c) Meer inzet op taal- en leesbevordering in en rond school voor specifieke groepen leerlingen Twee van de belangrijkste thema's die worden genoemd in de NPO-schoolplannen zijn taal en lezen. De situatie verschilt echter erg per school en per klas. Scholen zetten vanuit hun eigen NPO-middelen dan ook zelf in op extra taal- en leesonderwijs. De gemeente wil met haar NPO-middelen aanvullend inzetten op taal- en leesondersteuning in de thuissituatie of met inzet van expertise van partners in of na school. Dat komt omdat de thuissituatie een grote impact heeft op de taalontwikkeling van kinderen. Kansenongelijkheid treedt op op het moment dat kinderen opgroeien in gezinnen waar weinig wordt (voor)gelezen (zie ook 1.2). Hierbij is specifieke aandacht voor bepaalde groepen leerlingen (zoals peuters/kleuters en vmbo-leerlingen) (zie ook 1.3). Omdat de (thuis)omgeving van het kind een grote rol speelt in diens taal- en leesontwikkeling maken we een verbinding tussen ondersteuning van de leesvaardigheden van het kind én die van de ouders (zie ook 4d). We zoeken hierin naar slimme samenwerkingen tussen onze partners in de stad bij wie gezinnen waarin weinig wordt (voor)gelezen al bekend zijn en het benodigde aanbod voor volwassenen (zie ook 1.1i).
1.1d) Het stimuleren van (talent)ontwikkeling en zelfontplooiing Door de coronamaatregelen hebben kinderen en jongeren minder gebruik kunnen maken van programma's en activiteiten die inzetten op coaching, ondersteuning en begeleiding bij bijvoorbeeld hun schoolcarrière, persoonlijke ontwikkeling of op het gebied van onder andere cultuur/techniek/duurzaamheid/sport en bewegen (koppeling aan Verwonder om de Hoek). Er wordt ingezet op het bieden van extra plaatsen of activiteiten waar sprake is van wachtlijsten en op aanvullend aanbod in of na school waar dit nog niet of minder gebeurd.
1.1e) Vergroten van (mentaal) welbevinden en welzijn Scholen en andere maatschappelijke partners geven aan dat de maatregelen invloed hebben (gehad) op het (mentaal) welbevinden en het welzijn van kinderen en jongeren. De meeste kinderen en jongeren zijn gelukkig veerkrachtig, maar voor een kleinere groep is de impact groot (geweest). Het gaat hierbij om kinderen en
1 Dit heeft te maken met het feit dat SPL ook voor ouders zonder werk een VE-aanbod heeft.
7
jongeren die zich voor de coronacrisis ook al in een kwetsbare situatie bevonden. Het is voor hen van belang het zelfvertrouwen en/of weerbaarheid te vergroten. Thema's als angst, stress en onrust (in de klas), maar ook weerbaarheid en zelfvertrouwen worden veel genoemd. Daarom wordt onderzocht of de inzet van expertise op deze thema's voor leerlingen, leerkrachten en ouders kan worden ingezet in of rond school. Dit hangt samen met de meer preventieve inzet zoals genoemd in 1.1b en de inzet bij 1.1f. Ook wordt gekeken of (meer) laagdrempelige ondersteuning voor kinderen die opgroeien in gezinnen met geldzorgen/in armoede op scholen kan worden ingezet met bestaande (Stichting Leergeld en het Jeugdfonds Sport en Cultuur) en nieuwe partijen (samenwerking met het Jeugdeducatiefonds wordt nu onderzocht). Deze verkenning en samenwerking is ook gekoppeld aan de doelen bij 1.2 en 2e en 2f (ook volwassenen).
1.1f) Vergroten van de (sociale) veiligheid Vanuit de scholen, politie en onze maatschappelijke partners worden zorgen geuit over het veiligheidsgevoel/de veiligheid in de klas en/of in de wijk/stad. Het gaat om situaties waarbij (preventieve) inzet voor specifieke leerlingen gewenst is of om (preventieve) inzet op de klas/de groep of in een bepaalde wijk. Op basis hiervan wordt ingezet op een tijdelijke uitbreiding van de capaciteit van het Preventief Interventie Team (PIT) en de Stedelijke Jeugd Aanpak (SJA) en Jongerenwerk (op school). Ook wordt op basis van de behoefte van de scholen gekeken naar inzet van expertise of specifieke lessen op het gebied van (sociale) veiligheid, zoals lessen van Halt en thema's als discriminatie, kindermishandeling, (drugs)criminaliteit.
1.1)g Professionalisering Scholen zetten de komende periode in op de professionalisering van leerkrachten. Er wordt gekeken of er thema's zijn die in samenwerking met de kennisinstellingen bovenschools aangeboden kunnen worden. Thema's als meertaligheid, culturele sensitiviteit, taakgerichtheid, metacognitie worden nu genoemd.
1.1h) Maatregelen gericht op (dreigende) thuiszitters Momenteel wordt met de samenwerkingsverbanden, het Regionaal Bureau Leerplicht en de scholen gekeken wat er specifiek voor de groep thuiszitters georganiseerd kan/moet worden. Het is hierbij belangrijk om de ‘geleerde lessen’ en positieve effecten van bijvoorbeeld het digitale onderwijs hierin mee te nemen.
1.1i) Het versterken van de samenwerking Een belangrijk onderdeel van de aanpak is het versterken van de verbinding tussen kinderopvang en school en de aandacht voor belangrijke overgangsmomenten (zoals die van het po naar vo), maar ook op de verbinding en samenwerking tussen scholen, samenwerkingsverbanden, jeugdgezondheidszorg, jeugdteams, (jeugd)hulp en maatschappelijke organisaties. Dit gaat niet vanzelf. Daarom wordt stevig ingezet op deze rol vanuit de gemeente. Er is extra ambtelijke capaciteit (makelaarsfunctie) beschikbaar om de NPO-plannen van de scholen en gemeente op elkaar aan te laten sluiten en de verbinding tussen de verschillende organisaties (en gemeentelijke organisatieonderdelen) te faciliteren. Er wordt veel aandacht besteed aan het koppelen van de signalen vanuit het onderwijs en de maatschappelijke organisaties en het bepalen van de juiste inzet en ieders rol. Dit is een doorlopend proces.
1.2 Gelijke kansen: verbeteren van de aanpak in Leiden Dat ieder kind kan opgroeien in een gezonde, veilige en stimulerende omgeving en zijn/haar kwaliteiten en talenten ten volle kan ontwikkelen en (leren) benutten is een brede maatschappelijke opgave. De gemeente Leiden zet in op een doorlopende lijn binnen de onderwijsketen (voorschoolse educatie, primair en voortgezet onderwijs, Mbo, Hbo en Universiteit) en een verbreding van de aanpak op gelijke kansen. In het najaar van 2021 is een start gemaakt met de verbreding naar een gezamenlijke aanpak, waarbij zowel intern als extern wordt ingezet op verbinding en samenwerking met de terreinen jeugd, sport, cultuur, werk & inkomen, wijken, veiligheid, welzijn en gezondheid.
8
1.2a) In 2022 wordt bepaald wat in Leiden wordt verstaan onder 'gelijke kansen’ en welke elementen hierin belangrijk zijn Om te komen tot een ‘Leidse aanpak gelijke kansen’ is het noodzakelijk dat met elkaar wordt bepaald wat hieronder wordt verstaan, wat de doelgroep is, welke factoren een belangrijke (belemmerende of bevorderende) rol spelen, welke inzet (ongelijke investering) nodig is en welke partijen daar welke rol in hebben. We brengen daarbij focus aan en maken keuzes (wat is het wel en wat is het niet). Hierin worden interne en externe professionals betrokken en ook (zoveel als mogelijk) ouders en jongeren zelf (via de organisaties). Er wordt gebruik gemaakt van beschikbare (wetenschappelijke) kennis en data en dit wordt vertaald naar de Leidse situatie. Er wordt gekeken naar de huidige situatie en beschreven wat de gewenste situatie is en wat daar voor nodig is om deze te bereiken.
1.2b) Beter formuleren van een integrale, gezamenlijke aanpak op gelijke kansen in Leiden Met de uitkomsten van het proces zoals beschreven bij 1.2a en de kennis (en inzet) vanuit het programma social impact en het NPO-proces wordt geformuleerd hoe, naast het versterken van de doorgaande lijn in het onderwijs (van onderwijskansen tot hoger onderwijs), wordt ingezet op de verbreding en gezamenlijke aanpak op gelijke kansen. Het gaat hierbij om samenhang in beleid en samenwerking tussen domeinen in de gemeentelijke organisatie, maar ook op de verbinding en samenwerking rond het kind en het gezin (inzetten op koppeling van gezin, school, wijk/stad).
1.2c) Beter bereiken van de doelgroep Een belangrijk aandachtspunt in de aanpak is het bereiken van de kinderen, jongeren en gezinnen die extra ondersteuning kunnen gebruiken. Hierbij is het belangrijk dat factoren die belemmeren dat mensen niet worden bereikt of beschikbaar aanbod niet gebruiken, in kaart worden gebracht door de ervaringen van de professionals, kinderen, jongeren en hun ouders op te halen. En vervolgens (met hen) te bepalen hoe die belemmerende factoren kunnen worden weggenomen en welke inzet en ondersteuning hierbij nodig is. Een ander aandachtspunt is het vergroten van de bekendheid van de aanpak en het aanbod bij zowel de personen die je wil bereiken, als de professionals in de wijk/stad. Dit moet, met hen, worden meegenomen in de uitwerking van de gezamenlijke aanpak. Hiervoor starten we een participatietraject en maken we een communicatieplan.
2 Voorkomen en verminderen van geldzorgen De coronacrisis heeft grote groepen mensen geraakt die werkzaam waren in sectoren die vanwege de maatregelen stil kwamen te liggen, zoals horeca, detailhandel en evenementensector. Veel van deze mensen zijn ondersteund door regelingen vanuit het Rijk, maar hebben ondanks dat een terugval in het inkomen meegemaakt. Daarnaast zijn mensen die door de coronacrisis minder inkomen hebben gekregen, of die al geldzorgen hadden vóór de crisis minder mee gaan doen in de maatschappij dan stadsgenoten die geen geldzorgen hebben, met eenzaamheid en verslechterde gezondheid tot gevolg. Voor beide groepen telt dat geldzorgen en geldstress grote impact hebben op welzijn en weerbaarheid. Om de weerbaarheid van deze groep Leidenaars te vergroten werken we aan de volgende doelstellingen. We doen dat in samenwerking met partners uit de stad en de kennisinstellingen die Leiden rijk is.
2a) In 2022-2023 worden er meer huisbezoeken gedaan in het kader van vroegsignalering schulden Ervaring leert dat mensen vaak pas na langere tijd (3-5 jaar) hulp inroepen bij schulden. De meeste mensen proberen eerst zelf oplossingen te vinden, met soms veel hogere schulden als gevolg. De verwachting is daarom dat mensen die vanwege de coronacrisis schulden hebben opgebouwd, pas over 3-5 jaar in beeld zijn bij schuldhulpverlening. Tijdens de coronacrisis is huisbezoek niet mogelijk geweest, maar is exclusief gecommuniceerd via telefoon en briefverkeer. Medewerkers van Eerste Hulp bij Geldzorgen (EHBG) geven aan dat huisbezoek significant meer effectief is om mensen naar hulp te leiden. Om de verwachte piek aan schulden als gevolg van de coronacrisis te voorkomen, vergroten we de komende twee jaar de capaciteit van EHBG om meer huisbezoeken te leveren en belacties te verrichten voor de generieke doelgroep inwoners met betalingsachterstanden.
9
2b) Jongeren tot 27 jaar worden in 2022-2023 bij eerste signaal schulden begeleid naar aanbod. Jongeren hebben disproportioneel geleden onder corona: zij hebben vaak flexibele 0-uren contracten en komen daardoor niet in aanmerking voor steun van de Rijksoverheid. EHBG ervaart dat schuldenproblematiek bij jongeren vaak begint bij de zorgverzekering. Bovendien zijn zij vaak al met een kleine interventie te helpen. Met het uitbreiden van de capaciteit bij EHBG en deskundigheidsbevordering op deze thematiek, bereiken we de doelgroep specifiek.
2c) ZZP'ers en ondernemers met geldzorgen zijn beter in beeld bij, en worden beter bediend door, de gemeente en haar partners Tijdens de crisis heeft de gemeente zich hard ingezet om ondernemers te bereiken. Soms ging dit goed: bijvoorbeeld bij de duurzame samenwerking tussen de gemeente en het platform ondernemers in het ‘crisisoverleg’, of de zeer gewaardeerde telefoonactie waar het ondernemersdesk meer dan 900 Leidse ondernemers vroeg naar hun welzijn. Het werd echter ook duidelijk dat veel zelfstandigen en ondernemers niet bekend zijn bij de gemeente, en de gemeente ook niet weten te vinden op het moment dat zij ondersteuning nodig hebben. En soms vragen zij de gemeente wel om hulp, maar zijn de processen waar de gemeente mee werkt of de taal die zij en haar partners in de stad spreken niet afgestemd op de belevingswereld van zelfstandigen en ondernemers. Daar willen we verandering in aanbrengen. Daarom voeren we een klantreisonderzoek uit naar ondernemers die gebruik maken van de gemeentewebsite, en passen we de relevante pagina’s aan op een manier die aansluit bij de informatiebehoefte van de doelgroep. Het voortduren van de coronacrisis maakt het voor diverse ondernemers nog altijd zwaar. We zetten in het eerste kwartaal 2022 opnieuw in op het proactief benaderen van ondernemers, specifiek zzp’ers, om te bekijken waarmee zij geholpen kunnen zijn.
We richten ons op de groep die eerst TOZO kregen. Ons hulpaanbod betreft inzet van bestaand (landelijk) aanbod en lokale aanvullingen, maar het geeft ons inzicht in mogelijk nader te ontwikkelen aanbod of aanscherpen van de hiervoor genoemde klantreis. Schuldhulpverlening bieden past hier ook in. We breiden het reeds bestaande Stimuleringsfonds voor Ondernemersinitiatieven uit: we maken ruimte voor nieuwe initiatieven die gericht zijn op het duurzaam verbeteren van het mentale welzijn van ondernemers. Zo geven we ruimte aan ondernemers om te ondernemen, en dragen we bij aan het mentaal welbevinden van de Leidse ondernemer. De uitbreiding van dit fonds is een samenwerking tussen de gemeente, Ondernemend Leiden en onze kennispartners in de stad, en wordt 50-50 gefinancierd door Ondernemend Leiden De medewerkers van het team Eerste Hulp bij Geldzorgen gaan trainingen volgen om betere dienstverlening te kunnen bieden aan zelfstandigen en ondernemers. Verder onderzoeken we of en hoe we huidige procedures binnen de gemeente, bijvoorbeeld bij het toetsen van inkomen bij bepaalde regelingen, aan kunnen passen zodat deze beter aansluiten op de belevingswereld van de ondernemer en zelfstandige. We zoeken hierbij altijd samenwerking met vertegenwoordigers van ondernemers en zelfstandigen in Leiden.
2d) Leidenaars die door hoge energierekeningen geldproblemen (dreigen te) krijgen worden vanaf 2022 ondersteund door de gemeente De groep Leidenaars die financieel kwetsbaar zijn of door de coronacrisis meer kwetsbaar zijn geworden, zijn naar inschatting grotendeels dezelfde groep die door hoge energierekeningen in de knel zullen komen. Leidenaars die zich met moeite door de coronacrisis hebben weten te slepen lopen risico om door hard stijgende energierekeningen alsnog in de schulden te raken. Daarom is het belangrijk dat deze groepen op de steun van de gemeente kunnen rekenen en geven we de inspanningen rond energiearmoede weer in dit programma. Deze steun zet zich deels in op preventieve maatregelen, en waar nodig en mogelijk op noodmaatregelen voor mensen die hun rekeningen écht niet meer kunnen betalen. Er is voor het tegengaan van energiearmoede € 500.000 gereserveerd uit de concernreserve voor een project waarin samenwerking wordt gezocht tussen
10
wijkambassadeurs, energiecoaches, SSB partners en EHBG. In navolging van de motie ‘M210093.14 Plan van aanpak Rijksbudget energiearmoede’ zorgen we ervoor dat de rijksmiddelen om energiearmoede te bestrijden op basis van een integraal plan van aanpak worden ingezet: de betaalbaarheid van energielasten is immers niet alleen een maatschappelijk probleem rond kansengelijkheid en wonen, maar ook een verduurzamingsopgave. Binnen het programma social impact houden we ruimte om, waar nodig, extra bij te dragen aan het plan van aanpak. Op 10 december maakte staatssecretaris Wiersma van SZW bekend dat er een eenmalige energietoeslag voor lage inkomens komt in 2022, met een richtbedrag van 200 euro. De gemeente kan dit ambtshalve als categoriale bijzondere bijstand verstrekken. Daarnaast wordt door het ministerie van SZW via een publiekscommunicatie in samenwerking met de VNG en Divosa bekendheid gegeven aan de tegemoetkoming voor diverse doelgroepen met een laag inkomen die door de ambtshalve verstrekking niet kunnen worden bereikt. Dit gaat om bijvoorbeeld werkende armen, IOW-gerechtigden, AOW-gerechtigden zonder aanvullend pensioen en zelfstandigen met een laag inkomen. Deze toeslag komt bovenop de overige verlaging van de energiebelasting. We ontvangen eind 2021 of in de loop van 2022 nader bericht over wat dit specifiek voor Leiden betekent.
Ook sluit Leiden aan bij de tool ‘goedkope energie via jouw gemeente’ van GezondVerzekerd: hiermee krijgen Leidenaars advies over de beste keuze in het wel of niet overstappen, en kunnen zij een eerlijk energiecontract afsluiten door versoepelde randvoorwaarden.
2e) De gemeente formuleert in 2022 een doorgaande beleidslijn van 0-99 jaar in de aanpak en preventie van armoede en geldzorgen Omdat geldzorgen vaak van generatie op generatie doorgaan zet de gemeente Leiden in op een doorlopende lijn binnen de aanpak en preventie van armoede en geldzorgen. Kinderen die opgroeien in armoede ervaren daardoor negatieve effecten en kunnen opgroeien tot volwassenen met gelzorgen die kinderen krijgen die opgroeien in armoede. We willen daarom verbreden naar een integrale aanpak gericht op kinderen jongeren én volwassenen, waarbij zowel intern als extern wordt ingezet op verbinding en samenwerking met de terreinen werk & inkomen, onderwijs, welzijn en gezondheid, jeugd, sport, cultuur en wijken (zie ook 1.2 en 4).
2f) Sport en cultuur aanbod is bereikbaar voor Leidenaars met een laag inkomen Mensen met weinig inkomen of geldzorgen besparen op uitjes en abonnementen op cultuur en sport. Leiden heeft verschillende voorzieningen en initiatieven om te voorkomen dat kinderen bij wie er thuis geldzorgen leven niet mee kunnen draaien in de maatschappij, zoals Stichting Leergeld en Jeugdfonds Sport en Cultuur. Momenteel zijn er geen voorzieningen beschikbaar die sport, culturele en sociale activiteiten voor volwassenen met een inkomen tot 120% van het sociaal minimum mogelijk maken. Dit terwijl meedoen aan cultuur, sport en de samenleving juist belangrijk is voor mentaal en fysiek welzijn, en cohesie in de stad. Daarom voeren we in lijn met de motie ‘M.21.0093.16 PVDA-Volwassenenfonds Sport & Cultuur’, de komende twee jaar een pilot uit om mensen met inkomen tot 120% van het WML de kans te geven om mee te doen aan sport en cultuur in de vorm van een Volwassenenfonds Sport en Cultuur. Dit versterkt het doel van het armoedebeleid, namelijk het bevorderen van maatschappelijke participatie. Door het wegnemen van een financiële drempel maakt dit fonds het makkelijker voor kwetsbare groepen om te bewegen; hierbij sluit het aan bij de acties en doelstellingen uit het sport- en preventieakkoord (zie ook 3c, 3e, 3f) en zet het in op het tegengaan van beweegarmoede.
Door middel van een tweejarige pilot kan worden gemonitord en geëvalueerd of het volwassenenfonds aansluit bij de behoeften van de doelgroep en een advies gegeven over mogelijk structurele inbedding.
2g) We bieden extra begeleiding in het vinden van (nieuw) werk via re-integratie, (om)scholing en regionale samenwerking In januari 2021 (Z/21/3213876 brief Crisisdienstverlening) hebben wij het pakket aan maatregelen in het kader van de crisisdienstverlening voor Werk en inkomen toegelicht. Er is vanuit de gemeente Leiden extra ondersteuning geboden aan zelfstandigen die als gevolg van de coronamaatregelen in problemen kwamen. Er is voor zelfstandigen in de Leidse Regio een ondernemersloket (belteam) gestart om zelfstandigen te ondersteunen. Het belteam bestond uit ondernemers die door de coronamaatregelen tijdelijk hun werk niet
11
konden uitvoeren. Het belteam koppelde de behoefte van de zelfstandigen aan een van de volgende vormen van ondersteuning: • • •
Hulp bij ondernemerschap / heroriëntatie op het ondernemerschap Hulp bij schulden en psychosociale problematiek Toeleiding naar een baan in loondienst
De ontwikkeling van het regionaal mobiliteitsteam was dit najaar een feit, het team is gestart. In Leiden werken Team W&I en Reintegratie werken samen in de ondersteuning van uitkeringsgerechtigden. Er is momenteel sprake van een hoog aantal vacatures en vooralsnog minder mensen in de uitkering dan bij de aanvang van de crisis verwacht. We hebben aandacht voor de mismatch tussen vraag en aanbod. Er is binnen de reguliere dienstverlening ruimte voor het bieden van diverse re-integratie aanbod, waaronder (om)scholing. Ook is er extra capaciteit voor bemiddeling en begeleiding van mensen met een arbeidsbeperking beschikbaar (garantiebanen) . In de aanbevelingenrapportage is geadviseerd om vanuit JA/JAS/JA+ en DZB de komende periode extra te investeren in training, begeleiding en activering van groepen bij wie dit afgelopen periode kwam stil te vallen. Veel training en scholing bij dzb is gedurende de coronacrisis niet doorgegaan, maar binnen bestaande capaciteit wordt hier weer op ingezet en samengewerkt met W&I rond het aanmelden van klanten. Voor de trainingen van JA/JAS/JA+ is in de tijd van lockdownmaatregelen alsnog veel op locatie of in alternatieve setting doorgegaan.
Een echte inhaalslag is voor de doelgroepen vaak niet haalbaar (zij zijn niet in de gelegenheid om extra uren per week deel te nemen), wel wordt nagegaan hoe belemmeringen tot deelname kunnen worden weggenomen, bijv met de inzet van kinderopvang. Dit sluit aan bij 1.2.
3 Betere fysieke en mentale gezondheid De coronacrisis heeft een grote impact op de fysieke en mentale gezondheid van de inwoners van Leiden. Bepaalde groepen ondervinden hier meer hinder van dan anderen en kunnen extra ondersteuning van de gemeente en haar partners goed gebruiken. Hieronder wordt toegelicht welke doelstellingen het SIT voor de groepen die het hardst geraakt zijn door de coronacrisis op het gebied van een betere fysieke en mentale gezondheid wil behalen. Uit onderzoek blijkt dat een gezonde leefstijl een van de belangrijkste aspecten is zowel de fysieke als mentale gevolgen van corona goed te doorstaan. Daarom is het van belang om mensen die op dit moment geen gezonde leefstijl hebben te stimuleren deze wel te ontwikkelen.
3a) Het intensiveren van de uitvoering van het Leids Preventieakkoord in 2022 Om de gezonde leefstijl van de inwoners van leiden te stimuleren heeft de gemeente Leiden, gezamenlijk met 40 partners, het Leids Preventieakkoord (LPA) gesloten. Dit akkoord loopt van 2021 tot en met 2023 en bevat specifieke doelstellingen op vier onderwerpen; integrale samenwerking, gezonde leefstijl, rookvrije generatie en mentale gezondheid voor de Leidse Wijken Noord & Zuid-West. Deze wijken zijn gekozen omdat de inwoners hier gemiddeld t.o.v. de rest van Leiden een lage sociaal economische status en een praktisch (lage) opleiding hebben. Uit onderzoek komt naar voren dat er overlap is tussen de doelgroep van het preventieakkoord en de extra hard geraakte groepen door de coronacrisis. In lijn met de aanbevelingen kiezen we ervoor om met het programma social impact aan te haken bij het LPA en de uitvoering van de acties op het gebied van gezonde leefstijl en mentale gezondheid te intensiveren. Op basis van de ontwikkelingen rondom de uitvoering van het preventieakkoord wordt er gekeken hoe we het budget leefstijlinterventies in kunnen zetten voor erkende interventies gericht op gezondheid van specifieke groepen. Zie ook 3c. Meer informatie over de LPA-doelen vindt u hier.
12
3b) In 2022 is er voldoende kennis bij kinderen, jongeren en ouders van specifieke groepen over een fysieke en mentale gezondheid en deze groepen hebben inzicht in hun eigen behoefte. Om te komen tot een gezonde leefstijl op zowel wel fysiek als mentaal gebied is inzicht in de eigen behoefte essentieel. Inzicht in de eigen behoefte is nodig om te bepalen welke stappen iemand wil nemen om een gezondere leefstijl te krijgen. Vaak hebben mensen die minder gezond leven ook minder kennis over hoe dat moet, of ontbreekt het aan doe-vermogen om actie te ondernemen. Om deze (verder) opgelopen achterstand te verkleinen heeft iemand dus als eerste inzicht nodig in de eigen behoefte. Hiervoor moet ingezet worden op het vergroten van de kennis van deze specifieke groepen op het gebied van fysieke en mentale gezondheid. Op basis van deze kennis kunnen zij hun eigen behoefte bepalen. We weten in ieder geval dat het belangrijk is dat de informatie vindbaar en toegankelijk is voor deze doelgroepen en dat dit op een laagdrempelige manier met de doelgroep wordt gedeeld. Dit kan bijvoorbeeld in de buurthuizen van Incluzio (die zich in samenwerking met partners specifiek gaat richten op kennisoverdracht), de buurtontmoetingsplekken van BuZz en de locaties van SOL. Hier worden inloopbijeenkomsten die zich richten op dit thema georganiseerd.
Met het bereiken van deze doelstelling wordt zoveel mogelijk de connectie met de doelen gesteld in het preventieakkoord gezocht. Ook willen we de samenwerking met de kennisinstellingen versterken op dit vlak, hun inzichten zijn echt behulpzaam in het vinden van de juiste ondersteunende aanpak. De investering in Healthy society in samenwerking met Universiteit Leiden past daarbij. De studenten die via Leren met de stad aan vraagstukken van inwoners en organisaties werken zorgen ook voor het in praktijk brengen van actuele, wetenschappelijke kennis. En andersom leren zij wat (on)mogelijkheden zijn van inwoners, waardoor zij waardevolle ervaringen op doen in hun opleiding tot de professionals van de toekomst. De GGD HM, onderdeel van HECHT, start in 2022 met de verkenning van een meerjarig programma Gelijke Kansen op Gezondheid. Dit sluit aan bij onze doelstellingen hier en bij 1.2.
3c) In 2022 wordt er voor kinderen, jongeren en ouders van specifieke (kwetsbare) groepen actief ondersteuning geboden om aan de behoefte die zij op het gebied van fysieke en mentale gezondheid hebben te kunnen voldoen. Om te komen tot een gezonde leefstijl is er actie nodig. Zoals besproken in het vorige doel heeft de coronacrisis een groot effect (gehad) op de fysieke en mentale gezondheid van een aantal specifieke groepen. Bij punt 3b is er ingegaan op het belang van het inzicht krijgen van de eigen behoefte bij de doelgroep m.b.t. fysieke en mentale gezondheid. De volgende stap is het in beweging krijgen van deze specifieke groepen door het actief aanbieden van ondersteuning om aan deze behoefte te voldoen. Belangrijk is dat hiervoor het aanbod laagdrempelig is en dat barrières die de specifieke doelgroepen ervaren om niet in beweging te komen worden weggenomen. In het LPA worden een aantal acties genoemd die hier specifiek op in gaan. Zo wordt er onderzocht of er (fysieke) leefstijlinterventies op wijkniveau kunnen worden ontwikkeld. Wordt er gekeken naar het aanbieden van gezonde keuzes, waaronder de mogelijkheid om een gezonde maaltijdbox te introduceren of het aanbieden van gezonde lunches door Incluzio.
Daarnaast wordt er in het akkoord ook ingezet op de mentale gezondheid door, onder andere, inloopbijeenkomsten bij BuZz en SOL en het inzetten op mentale veerkracht met verschillende partners. Aanvullend intensiveren we onze sociale basisstructuur. De partners van de sterke sociale basis zetten zich in voor het welzijn van alle Leidse inwoners. Door hun preventieve inzet ondersteunen zij verschillende inwoners in een kwetsbare positie en wordt verergering van problemen voorkomen. Voor diverse inwoners is de coronatijd extra zwaar geweest. SOL, Incluzio en Buzz zetten vanaf 1 oktober 2021 extra in op het bereiken van deze mensen en de (extra) ondersteuning die nodig is als gevolg van de coronacrisis. SOL zal met de tijdelijke extra inzet versneld en intensiever inzetten op de preventieve rol in relatie tot het onderwijs en de jeugdhulp (zie ook 1.1), daarnaast richt Sol zich op de inclusie van kinderen in kwetsbare situaties. Incluzio gaat aan de slag met grotere ondersteuningsvragen van bekende kwetsbare groepen en nieuwe groepen die eerdere geen hulpvraag hadden met de inzet van een extra aandachtsfunctionaris. Buzz gaat met 2 extra ontwikkelmakelaars inzetten op het opvangen van extra vragen; de begeleiding van vrijwilligers; het doen van huisbezoeken en het
13
vervroegd vormgeven van een BOP in het Jacques Urlusplantsoen. Ook verschillende vrijwilligersorganisaties in de sterke sociale basis krijgen op advies van de partners een extra subsidiebijdrage in 2022. De gevolgen van corona naast andere maatschappelijke ontwikkelingen leiden voor de sociale wijkteams tot een grotere complexiteit van de vragen. De wijkteams zien veel vragen waarin psychische problemen samen gaan met vragen over financiën, huisvesting of relationele problematiek. Met een incidentele extra bijdrage in de jaarlijkse subsidie voor de wijkteams wordt ingezet op deskundigheidsbevordering multiproblematiek en wordt de capaciteit uitgebreid om samenwerking in de keten (met o.a. de SSB-partners, jeugdteams, schuldhulpverlening) te versterken (zie 2a). In 2022 komt de vernieuwing van het Kader SWT aan de orde, gericht op de structurele oplossing voor de wijkteams in relatie tot diverse maatschappelijke ontwikkelingen.
3d) De mentale gezondheid van jongeren en jongvolwassenen is eind 2022 verbeterd t.o.v. 2020. De coronacrisis heeft een groot effect op de mentale gezondheid van jongeren en jongvolwassenen. Zeker in een studentenstad als Leiden gaat dit om een grote groep inwoners. We zetten verschillende activiteiten in om jongeren te ondersteunen. Per november 2021 zijn 2 studentambtenaren gestart bij de gemeente Leiden (ism programma Kennisstad). Zij gaan aan de slag met een actieplan studentenwelzijn. In het najaar 2021 doet Leiden mee aan het landelijke Project Comeback, waarin Nederlandse topsporters in verschillende sessies jongeren inspireren hoe om te gaan met tegenslag. Dit is zowel op locatie als via social media. Dit gaat in samenwerking met het jongerenwerk en de buurtsportcoaches, het VO en MBO.
3e) Kwetsbare groepen hebben inzicht in hun eigen behoefte m.b.t. hun fysieke gezondheid en worden actief gesteund om aan deze behoefte te voorzien zodat deze groepen (weer) meer gaan bewegen in 2022 t.o.v. 2020. Uit onderzoek blijkt dat gedurende de coronacrisis specifieke kwetsbare groepen (met een lage opleiding) en een lagere sociaaleconomische status minder zijn gaan bewegen. Oorzaken hiervoor zijn, onder andere, het tijdelijke verbod op het sporten in groepsverband en het sluiten van de sportscholen. Of deze groepen terugkeren naar het sporten (in groepsverband) is nog niet duidelijk, maar er zal gekeken worden waar een extra impuls gewenst is om deze doelgroepen (weer) aan het bewegen te krijgen. Om hier aandacht aan te besteden wordt er een connectie gemaakt met het sport- en preventieakkoord. Acties beschreven in deze akkoorden geven aandacht aan het meer laten bewegen van kwetsbare groepen. Met het vormgeven van een Volwassenenfonds sport en cultuur nemen we voor volwassenen met geldzorgen de financiële drempel weg om deel te nemen aan sport / lid te zijn van een vereniging (zie 2f). Daarnaast zijn er extra middelen beschikbaar gesteld voor de uitvoering van het sportakkoord. Deze extra middelen zijn in 2021 besteed aan het geven van ondersteuning aan verenigingen en het ontwikkelen van2 sportplaza’s .
Met het vormgeven van een Volwassenenfonds sport en cultuur nemen we voor volwassenen met geldzorgen de financiële drempel weg om deel te nemen aan sport/ lid te zijn van een vereniging(zie 2f).
3f) Voor het omgaan met en tegengaan van eenzaamheid doelgroepspecifieke inzet voor jongeren tot 27 jaar en ouderen maken om hen beter te bereiken. Gedurende de coronacrisis is de eenzaamheid van veel mensen verergerd, met name de eenzaamheid van jongeren tot 27 jaar en ouderen. Gezien het verschil in aard en aanpak van de eenzaamheid van deze twee verschillende groepen vraagt dit om een doelgroepspecifieke inzet. In het preventieakkoord wordt er specifiek aandacht besteed aan de doelgroep ouderen. Middels de interventies die in het akkoord worden ingezet ten behoeve van de sociale relaties (en daarmee het tegengaan van de eenzaamheid) wordt deze doelgroep al bereikt in de wijken waar het preventieakkoord zich op richt: Zuid-West en Noord. Gekeken wordt of de interventies die in deze wijken worden gedaan ook kan worden uitgerold in andere wijken. Daarnaast wordt er aangesloten bij de aanpak Samen tegen eenzaamheid. De doelgroep jongeren tot 27 jaar vraagt om een andere specifieke aanpak en bevindt zich in mindere mate in de focuswijken van het preventieakkoord. Hier zal dus allereerst geïnventariseerd moeten worden op welke manier deze doelgroep de verergerde eenzaamheid merkt en wat hier effectieve interventies op zouden (kunnen) zijn. Deze inventarisatie past in het actieplan van de studentambtenaren. Na inventarisatie wordt er
14
gekeken naar extra inzet die nodig is om de eenzaamheid voor deze doelgroep dragelijker te maken of tegen te gaan. Stichting LUMEN heeft ervaring in de methodiek krachtcirkel. LUMEN verwacht dat dit ook voor andere groepen inwoners een zinvolle methodiek is. We betrekken dit bij het actieplan studentenwelzijn. (zie 3d)
3g) Het onderzoeken van de mogelijke quick wins op het gebied van de fysieke leefomgeving te bevordering van bewegen en ontmoeten. Er wordt onderzocht of er op het gebied van de fysieke leefomgeving m.b.t. de Leidse beweegsleutels en het fysieke domein quick wins te behalen zijn waarmee het bewegen en ontmoeten in de fysieke omgeving kan worden bevorderd. Op deze manier kan er snel een verschil worden gemaakt op het gebied van de gezonde leefstijl en leefomgeving.
4 Verbeteren taalvaardigheden en digitale vaardigheden De coronacrisis heeft extra laten zien hoe belangrijk taal is. Schrijven, lezen en digitale vaardigheden en digitale middelen zijn nodig om te kunnen participeren in de samenleving, om informatie, hulp en ondersteuning te zoeken en te ontvangen. De gemeente zet zich reeds in op deze ondersteuning; dit is onder andere vastgelegd in het Taalpact Leiden en Leiderdorp. Om een extra impuls te geven om achterstanden die zijn opgelopen tijdens de corona crisis en om ons nog beter voor te bereiden op eventuele verdere lockdowns zetten we in op de volgende doelen.
4a1) De gemeentelijke communicatie en participatie is toegankelijk voor anderstaligen Tijdens de coronacrisis bleek dat het voor anderstaligen of mensen die moeite hebben met het lezen van Nederlands niet eenvoudig was om zich juist te informeren over de geldende coronamaatregelen. Veel overheidsinformatie was voor deze doelgroep moeilijk toegankelijk. Daarom maken we een verbinding met het Taalpact van de regio Leiden-Leiderdorp. In het taalpact staat vastgelegd welke acties de gemeente de komende vier jaar gaat ondernemen om laaggeletterdheid te bestrijden en te voorkomen. Een van die acties is dat belangrijke communicatie vanuit de gemeente en haar partners ook in andere talen wordt aangeboden. Er wordt onderzocht of er op het gebied van communicatie voor anderstaligen naast de lopende beleidslijnen quick wins zijn te behalen om de belangrijkste informatie van de gemeente meer toegankelijk te maken met bijvoorbeeld beeldmateriaal en pictogrammen. In de aanbevelingenrapportage staat om voor participatie van migranten- en vluchtelingenorganisaties een gemeentelijke contactpersoon aan te stellen. De genoemde doelgroepen van organisaties zijn diverse en hebben ook diverse vraagstukken, waarvoor binnen de gemeenten verschillende afdelingen betrokken zijn (bij.v accounthouder vluchtelingenwerk, huisvesting statushouders, inburgering).
Maar participatie gaat over meer dan onderwerpen die met ‘migratie en integratie’ te maken hebben. Binnen het programma Leiden inclusief wordt dit nader uitgewerkt met de aanpak tot het tegengaan van racisme en discriminatie.
4a2) Formulieren van de gemeente zijn zo veel mogelijk in te vullen op B1 niveau. Waar dit niet mogelijk is biedt de gemeente (toeleiding tot) passende ondersteuning. Ingewikkelde formulieren die moeilijk in zijn te vullen schrikken af om hulp te vragen. Of kunnen leiden tot onbedoeld verkeerd opgegeven informatie, met in sommige gevallen terugvorderingen en boetes tot gevolg. Leiden wil graag de manier waarop zij informatie opvraagt bij inwoners aanpassen zodat deze toegankelijker is iedereen. In het Taalpact is uiteengezet dat de gemeente met het project Duidelijke Taal medewerkers opleidt tot schrijftrainers. Deze medewerkers leiden hun collega’s op om te schrijven in begrijpelijke taal. Het voorstel is om te onderzoeken waar de gemeente nog meer ruimte heeft om aanpassingen te doen, en om te verkennen welke mogelijkheden er zijn om ondersteuning bij het invullen van formulieren (beter) te faciliteren.
4b) De door de coronacrisis opgebouwde taalachterstanden bij niet-inburgeringsplichtigen zijn opgelost in 2022 In Holland Rijnland zijn drie taalaanbieders gecontracteerd om Nederlandse les te geven aan mensen met een laag inkomen met Nederlands als eerste of tweede taal. Het gaat hier om mensen die niet inburgeringsplichtig
15
zijn. Deze aanbieders signaleren dat hun deelnemers moeite hebben om het gewenste taalniveau te behalen vanwege corona. Hierdoor hebben ze eigenlijk extra trajecten nodig. Omdat goed Nederlands kunnen lezen, schrijven en spreken juist belangrijk is om gezond te blijven, isolatie te voorkomen en om (beter) werk te vinden, verkennen we wat de gemeente kan doen om met tijdelijke extra inzet de opgelopen achterstanden in 2022 weg te werken.
4c1) Laptops en computertrainingen zijn beschikbaar voor minima die ze nodig hebben Tijdens de coronacrisis is het belang van digitale verbinding extra duidelijk geworden. Daarom willen we er als gemeente voor zorgen dat iedereen die dat wil les kan krijgen in digitale vaardigheden. Dat is niet alleen belangrijk voor participatie in de samenleving, maar ook om bijvoorbeeld de corona check app te gebruiken en om gebruik te maken van de dienstverlening van de gemeente. We verkennen als gemeente in hoeverre het bestaande aanbod van computercursussen aansluit op de behoefte van Leidenaars en wat we kunnen doen om digitale vaardigheden nog verder te verbeteren. Ook onderzoeken we of mensen met geldzorgen of een laag inkomen voldoende toegang hebben tot digitale middelen zoals laptops.
4c2) Verbeterd aanbod digitale vaardigheden voor ouderen Onze partners in de stad bieden al computercursussen aan in onder andere buurthuizen en de bibliotheek voor verschillende doelgroepen, waaronder ouderen. We willen in 2022 kijken hoe we ouderen nog beter kunnen bereiken zodat iedere oudere digitaal mee kan doen.
4d) De gemeente formuleert in 2022 een systematische benadering laaggeletterdheid 0-99 Uit de rapportage Sociale en maatschappelijke gevolgen van corona bleek dat anderstalige ouders of ouders die moeite hebben met lezen en schrijven minder mogelijkheden hadden om hun kinderen goed te helpen met huis- en leerwerk. In de coronacrisis hebben kinderen èn ouders door inperking sociale interactie taal- en leesachterstanden opgelopen, signaleren voorschool, onderwijs- en welzijnspartijen. Daarnaast bepalen taalvaardigheden en digitale vaardigheden van de ouders bij het thuisonderwijs zeer de mogelijkheden voor hulp bij schoolwerk. Daarom wil gemeente Leiden een betere verbinding tussen (taal)hulp aan kinderen en aan hun ouders leggen. Tevens heeft taalvaardigheid bij volwassenen vaak effect op inkomen, gezondheid en welzijn. We willen daarom verbreden naar een integrale aanpak gericht op kinderen, jongeren én ouders/volwassenen, waarbij zowel intern als extern wordt ingezet op verbinding en samenwerking met de terreinen werk & inkomen, welzijn en gezondheid, jeugd, sport, cultuur en wijken (zie ook 2e, 1.2 en 4d).
16
3 Begroting en organisatie Programma kosten Voor de uitvoering van het programma vormen de ontvangen rijksmiddelen vanuit de verschillende steun- en herstelpakketten het budgettaire kader, waarbij bij vaststelling van de 2 e Voortgangsrapportage 2021 het budget in de reserve sociaal domein bestemd is voor de invulling van het social impact team. Het beschikbare budget voor de uitvoering van het programma social impact per 2022 bedraagt: € 4,7 miljoen. Daarnaast is met terugwerkende kracht vanaf 1 juli 2021 € 2,5 miljoen beschikbaar voor het gemeentelijke aandeel NPO. In totaal gaat het om 7,2 miljoen. Er is nu voor 5,5 miljoen begroot op de 4 doelen, zoals opgenomen in onderstaande tabel. De beschikbare middelen voor het NPO zijn in het geheel in de tabel opgenomen, omdat het een specifieke uitkering betreft. De concrete invulling vindt momenteel plaats en zal in grote mate in 2022 en de eerste helft van 2023 plaatsvinden. De overige 1,7 miljoen wordt gedurende de looptijd nader ingevuld (zie Inleiding). Voor het programma is voor de gehele looptijd € 570.000,- aan organisatiekosten begroot. Dit is bedoeld voor personele inzet, communicatie en bijeenkomsten. Binnen het NPO gaat het aanvullend om € 330.000,- voor de ambtelijke makelaarsfunctie. Voor de inspanningen per doel is het totaal aan uitgaven dat nu in beeld is per jaar in de tabel opgenomen.