Beantwoording TV Bomenverordening 2021 totaaloverzicht 21 mei DEFINITIEF
Tekst van het document
19
20
Partij Sleutelstad Totaal aantal bezwaren: 1. Hoeveel vergunningen worden er jaarlijks aangevochten? En welke kosten en mensuren gaan daarmee gepaard? Jaarlijks wordt er tussen de 1 en 5 keer bezwaar gemaakt op een kapvergunning. De uren van de afdeling Vergunningen bij een bezwaarzaak zijn tussen de 7 en 20 uur, daar bovenop komen eventuele uren van vakafdelingen. Dit is vanzelfsprekend nog los van alle gemaakte uren om in eerste instantie de vergunningsaanvragen aan de voorkant vanuit diverse invalshoeken vakkundig te beoordelen. Invoering meldplicht: 2. Het college voert als reden van de introductie van de meldplicht aan dat het makkelijker wordt bomen te verjongen waar dat de ecologie bevorderd. Betekent deze motivering dat er ook gezonde, dus niet kwarrende bomen kunnen worden gekapt ten gunste van herplant van bomen met een hogere score op het Register ecologische bomen? Zo ja: waar staan dan in de verordening of het beleidskader de voorwaarden waaraan dergelijke kap moet voldoen? Nee, gezonde en niet kwarrende bomen kunnen niet ten gunste van ecologisch gunstiger exemplaar worden gekapt. Invoering vergunningsvrij dunnen: 3. In de toelichting bij het Raadsvoorstel wordt als argument voor het vergunningsvrije dunnen aangevoerd dat de huidige verordening compensatie van de gekapte bomen voorschrijft.
Waarom is in het voorstel voor de nieuwe verordening gekozen voor vergunningsvrij dunnen boven een bepaling waarin het dunnen weliswaar aan een vergunning wordt verbonden maar meteen ook wordt bepaald dat bij deze vorm van beheerkap géén fysieke of financiële compensatie zal worden opgelegd? Dunnen is een normale beheermaatregel die nodig is om een bosplantsoen biodivers, gezond en veilig te houden. Het college wil de beheerorganisatie niet opzadelen met extra en onnodige administratieve lasten die de biodiversiteit niet beter beschermen en juridisch van generlei waarde zijn. Bij een vergunning zou enkel overwogen worden of het dunnen is opgenomen en past in het door het college vastgestelde beheerplan. Dit heeft derhalve geen werkelijke meerwaarde voor het proces. Groene Kaart: 4. In de Nota van Antwoorden stelt het college ad nr 141: “Over een aantal maanden wordt de Omgevingswet van kracht en krijgt Leiden een omgevingsplan van rechtswege. Een van de eerste acties zal zijn het opnemen van de Verordening fysieke leefomgeving in het omgevingsplan. Daarmee worden deze regels onderdeel van het Digitaal stelsel omgevingswet (DSO). Ze zullen dan beter vindbaar zijn en het zal voor particulieren en initiatiefnemers gemakkelijker worden om er achter te komen welke regels op een bepaalde locatie gelden.
De verwachting is dat ook waardevolle bomen op private grond in het DSO op te nemen zijn.” In welk opzicht vormt het toekomstige Digitaal stelsel een vervanging voor de Groene Kaart? En waarom nu al ‘oude schoenen’ weggooien? De oude schoen doet niet waar hij voor bedoelt is. De Groene Kaart biedt voor bomen in het openbaar gebied geen bijzondere extra bescherming en is een wassen neus voor bescherming van particulieren. Deze laatste categorie kan in de huidige praktijk immers op verzoek van de eigenaar weer van de kaart verwijderd worden en zonder objectieve criteria heeft het college onvoldoende gronden om afvoeringen van de Groene Kaart 21
tegen te houden. Daarmee zijn veel particuliere bomen, hoe waardevol ook, nu niet beschermd. De nieuw voorgestelde Groene Norm brengt hier verandering in en beschermt generiek alle waardevolle bomen op particuliere grond zoals verder toegelicht in het beleidskader. We willen de Groene Norm dus snel kunnen inzetten om zonder nominaties of bezwaren van rechthebbende echt waardevolle bomen te kunnen beschermen bij particulieren. Deze andere manier van aanwijzen van waardevolle bomen is slechts 1 onderdeel van een totaalpakket aan maatregelen in de nieuwe verordening die ons in staat stelt bomen beter te beschermen en ineffectief in te zetten klimaatadaptatie en biodiversiteit. Iedereen met een meetlint of een stuk touw kan nagaan of hun boom tot de waardevolle categorie behoord. Dit vergroot ook de transparantie van het geheel. Het DSO is mogelijk een mooie aanvulling hierop. 5. Het college vermeldt als bezwaar van de Groene Kaart dat m.n. particuliere rechthebbenden bomen ook weer van de kaart kunnen laten afvoeren.
Hoe vaak is het in deze collegeperiode voorgekomen dat er een verzoek door een particulier is ingediend om een boom, laan of gebied van de Groene Kaart te verwijderen? Zijn de besluiten op deze verzoeken gepubliceerd? Zie ook antwoord bij PvdD bij Tv RV 2b en Vraag 5 Antje Jordan Er is geen update gedaan van de Groene Kaart dus technisch gezien zijn hier geen wijzigen in gedaan. Maar een aantal voorbeelden van verzoeken zijn een fout bij het inteken van de Groene Kaart rondom de Besjeslaan (grenzend aan Park Matilo) waarbij ongevraagd een stuk particuliere grond werd meegenomen; de universiteit die veel bomen tegen hun zin op de Groene Kaart zag verschijnen; en een boom bij het Poortgebouw van het LUMC. Naast deze praktijkvoorbeelden is het belangrijk te realiseren dat hier niet zo zeer gaat om de frequentie waarmee het gebeurd als wel het gebrek aan duurzame bescherming die opnemen op de Groene Kaart biedt. Bij elke update kan een boom op verzoek van de eigenaar van de Groene Kaart worden afgevoerd. Afsluitend ontbreken op de Groene Kaart juist ook veel waardevolle bomen op particulier terrein, omdat voordracht subjectief en willekeurig. De nieuwe Groene Norm ondervangt dit, omdat dit juist een generieke maatregel is die voor alle waardevolle particuliere bomen zal gelden. Onttrekkingen uit het bomenfonds en de reserve bomen: 6.
In het Beleidskader bij de concept Verordening wordt een verbreding voorgesteld van de bestedingen vanuit de Reserve Bomen. Welke criteria hanteert het college voor deze besteding, maakt duidelijk meetbare toename van biodiversiteit hier deel van uit en langs welke parameters wordt deze toename berekend? Het college stelt voor de bestedingen uit te breiden en naast bomen ook andere vormen van Ecologisch waardevol groen toe te staan. Dit is gedefinieerd als een areaal natuurlijke vegetatie met een oorspronkelijk karakter. Waarmee we plantengemeenschappen bedoelen die deze regio/streek hun evolutionaire oorsprong kennen. Met het mogelijk maken van bestedingen aan andere beschermwaardig(e) groen(structuren) wil het college de reserve Bomenfonds optimaal inzetten voor de biodiversiteit en de klimaatadaptatie in de stad. Bij dergelijke bestedingsvoorstellen aan waardevol groen wordt het college inhoudelijk geadviseerd door kundige (stads)ecologen. Vervolgens worden deze voorstellen ter instemming voorgelegd aan de raad, waarna u het laatste oordeel heeft of hier ook in uw ogen daadwerkelijk sprake is van een besteding aan waardevol groen dat de biodiversiteit en/of klimaatadaptatie voldoende stimuleert. 22
7. Kan budget uit het Bomenfonds worden ingezet voor regulier onderhoud? Zo ja, onder welke voorwaarden (aard werkzaamheden en budgettair)? En vanuit de reserve bomen? Zo ja, onder welke voorwaarden (aard werkzaamheden en budgettair)? Nee, regulier onderhoud komt uit een ander budget. De middelen in het bomenfonds zijn gelabeld geld (voorziening) strikt gereserveerd voor het vergoeden van compensatie. Uit de vrijval van het fonds ontstaat de reserve waar u als raad het beheer over heeft. Bestedingen uit de reserve bomenfonds moeten een toegevoegde waarde hebben. We zoeken daarvoor maatregelen die extra natuurwaarde toevoegen. Groot onderhoud, in tegensteling tot regulier onderhoud, waarbij bijvoorbeeld groeiplaatsverbetering wordt toegepast heeft wel dergelijke toegevoegde waarde als de bomen daarmee een langere levensduur krijgen of meer bladmassa opbouwen ter bevordering van biodiversiteit en klimaatadaptatie. 8. Kan budget uit het Bomenfonds besteed worden aan het aanleggen van bijvoorbeeld kruidenbuiltjes, grasperken en kikkerpoelen? En vanuit de reserve bomen? Het bomenfonds is een voorziening. Het functioneert als garantiefonds dat ingezet wordt om projecten te stimuleren te herplanten na hun ruimtelijke ontwikkeling. Deze gelden zijn allemaal geoormerkt en daarom niet beschikbaar voor besteding door de gemeenten. De reserve is wel inzetbaar.
Dit is alleen van toepassing als er geen compensatie van boomwaarde door bomen in het project of elders in de stad mogelijk is gebleken en de middelen niet langer geoormerkt zijn. Dit vinden wij in lijn met en uitvoering van de wens de kwaliteit van het bomenbestand in het kader van biodiversiteit en klimaatadaptatie te vergroten. De beslissing over deze inzet is echter altijd aan de raad. Een kruidentuin zou kunnen worden beschouwd als een areaal natuurlijk vegetatie met een oorspronkelijk karakter als daarin vooral inheems kruiden worden geplant. Een gazon niet, maar ecologische beheerd grasland wel. Een kikkerpoel is in niet in de eerste plaats een areaal natuurlijke vegetatie hoewel die deze wel kan huisvesten. Als het ontwerp voorziet in de ontwikkeling van een gevarieerde inheemse water- en oever vegetatie dan zou het wel voldoen aan de definitie voor besteding.
Verbetering van de interne processen: 9. In hoeverre zijn de interne processen die genoemd worden in de wethoudersbrief van 28 september 2018 nu gemeengoed binnen de ambtelijke organisatie? Is er sprake van vroegtijdige toetsing van bouwplannen met het oog op behoud van bomen? Wordt vroegtijdig een studie naar bouwalternatieven uitgevoerd? Wat zijn de redenen dat het interne bomenspreekuur (nog) niet verplicht is? Binnen de gemeentelijke werkprocessen is momenteel bij het toetsen van bouwplannen het behoud van bomen een belangrijk oogmerk en plannen worden ook als zodanig beoordeeld. Het bomenspreekuur wordt goed gebruikt omdat ontwikkelaars en projectmedewerkers weten dat dit hun procesplanning helpt. Een verplichting is daarmee niet noodzakelijk. Quickscan: 10. Is het niet beter om dit ook in de verordening zelf op te nemen? Nee omdat de Quickscan reeds is opgenomen in het Beleidskader. Het Beleidskader geeft nadere invulling aan (onder andere) de aanleveringsvereisten bij een vergunningaanvraag. Daarmee is de quickscan juridisch voldoende geborgd. Dekking extra inzet: 23
11. Opvolging van de aanbevelingen van de Rekenkamer en van voornemens in het Beleidskader m.b.t. monitoren van kabelaanleg en introductie van de quick scan zullen uren vergen en dus budget. Het raadsvoorstel is echter budgettair neutraal. Hoe wordt deze extra inzet bekostigd? Zie voor het antwoord de Technische vragen Antje Jordan vraag 11 Kosten vervangen laan- en straatbomen vs groeiplaatsverbetering: 12. Kan het college aangeven wat de kosten zijn van: a. het vervangen van een laan- en straatboom, letterlijke kosten zijn gemiddeld €1166,- dit is incl. nazorg en toekomstige verwijdering (of verwijdering van de oude boom). Als je die er niet bij rekent is het €980,- (afgerond €1000,- zoals benoemd in de GKK) b. de groeiplaatsverbetering van een laan- en straatboom, Gemiddeld €670,c. een groeiplaatsverbetering, waarbij slechts enkele jaren later onverhoopt alsnog vervanging nodig blijkt te zijn Het college denkt dat u bedoelt dat je geen groeiplaats meer hoeft te doen. In dat geval zijn de kosten gemiddeld 1166-670= €496 Advies rekenkamercommissie – altijd stortingen bij kapvergunningen verplichten RV 21.0029: 3. Het college te verzoeken om het beleid eenvoudiger en beter uitvoerbaar te maken: a. Verplicht bij alle kapvergunningen het doen van een storting in het Bomenfonds om beter te garanderen dat vergunninghouders hun compensatieplannen daadwerkelijk uitvoeren. 13.
Klopt het dat dit niet in het huidige voorstel is verwerkt? Dat klopt. Zie ook de beantwoording bij Bijgaand technische vragen van de CU bij commissie LB 2204-2021 agendapunt 6: bomenverordening vragen mbt het Bomenfonds 2 Tegenstrijdigheid uitgangspunt Verordening en Beleidskader: 14. De Bomenbond wijst er op dat de verordening en het beleidskader een tegenstrijdig uitgangspunt hebben a. Verordening: Beperkte groeiplaats onder en boven de grond en klimaatextremen maken functioneren van de groenstructuur als geheel belangrijker dan behoud van de individuele boom. Bij ziekte of verval van een individuele structuurboom wordt gekozen voor vervangen van de structuur middels meldplicht. (parafrase Bomenbond, maar zie p. 3 verordening) b. Beleidskader: De individuele bomen in een boomstructuur genieten evenveel bescherming als functionele bomen (p. 7 Beleidskader) Kan het college hier een toelichting op geven? Hoe verhoudt dit zich met elkaar? Dit is niet met elkaar in tegenspraak. De bomen genieten evenveel bescherming. De meldpicht geeft een juridisch kader waarbij zieke en kwarrende bomen kunnen worden vervangen. Juridische status Beleidskader: 15. Klopt het dat het Beleidskader enkel door de raad gewijzigd kan worden en niet door het college? Dit klopt, hoewel het college de raad hiertoe natuurlijk wel voorstellen kan doen.
24
Ten slotte: kunnen de toelichting op het register ecologische bomen dat aan Naturalis (waar in bijlage 9 bij het raadsvoorstel naar wordt verwezen) is voorgelegd ontvangen, evenals de bijlage bij bijlage 8 toegevoegd worden aan de stukken op Notubiz? Deze bijlage 9 is per mail gevoerd en u vind deze in de bijlage. De bijlage 8 Zie beantwoording Technische vragen Antje Jordan 3 ChristenUnie
1.
Op 12 november 2019 heeft de raad de motie ‘Huisje, Boompje, Beestje’ aangenomen waarin het college wordt verzocht in contact met ontwikkelaars over nieuwe woningbouwplannen als uitgangspunt te nemen dat voor elke woning die wordt gerealiseerd een boom wordt geplant in de gemeente.
a.
Heeft deze motie al geleid tot concrete afspraken met ontwikkelaars over aan te planten bomen bij nieuwe woningbouwplannen? Bij ieder bouwplan is intensief contact over het groen. Zowel de stedelijke ontwikkeling als de groenontwikkeling van Leiden is immers in de omgevingsvisie en de Groene Kansen kaart vastgelegd. Dat heeft er de afgelopen jaren toe geleid dat groen inclusief bomen een wezenlijk onderdeel is van bouwplannen. Heeft deze motie al geleid tot de daadwerkelijke aanplant van extra bomen (één voor elke woning die wordt gerealiseerd) en zo ja, hoeveel bomen zijn dat? De motie is pas 1,5 jaar oud. Gezien de omlooptijd van projecten en de daarna volgende aanplant van bomen kan hier nog geen goed overzicht van worden gegeven.
b.
Nagekomen vragen: vragen mbt de Groene Norm: 1. Alle bomen in de publieke ruimte met een diameter van 14 cm of meer genieten bescherming. Waarom staat de norm van een diameter van 14 cm niet expliciet in de verordening opgenomen voor een vergunning- of meldplicht? Dit is onbedoeld. Zie verder beantwoording Technische vragen Antje Jordan 13 2. Op pagina 6 van het raadsvoorstel wordt gesteld dat de Groene Norm zorgt voor een versteking van de bescherming van het bomenbestand. Hoeveel extra bomen en boomstructuren op Leids grondgebied worden beschermd door de Groene Norm t.o.v. de bescherming obv de huidige Groene Kaart? Deze cijfers zijn niet beschikbaar. Het idee van de groene norm is dat deze niet afhankelijk is van een inventarisatie of intekening op een kaart. Het bomenbestand is voortdurend in beweging. Bomen groeien en met deze Groene Norm kan iedereen transparant zelf met een simpele meting nagaan en controleren of een boom aan de bedoelde stamomtrek voldoet en als waardevol is te beschouwen. De Groene Kaart faalt hierin juist door zijn subjectieve karakter en onvoldoende juridische gronden om afvoer van particuliere bomen te voorkomen. Onder de nieuw voorgestelde Groene Norm zijn meer bomen beschermd omdat deze norm in ieder geval ook particuliere bomen daadwerkelijk en generiek goed beschermt.
Het grote nadeel van de Groene kaart was dat bomen niet duurzaam werden beschermd omdat de rechthebbende bij elke update van de kaart zijn bomen kon laten afvoeren van de kaart. Daarnaast waren we afhankelijk van nominaties om bomen op de kaart op te kunnen nemen. De Groene Norm kent deze restricties niet en daarom verwachten we juist veel meer werkelijk waardevolle bomen te kunnen beschermen. De basisbescherming die geldt voor
25
alle bomen in het openbare gebied vanaf een diameter van 14cm dekt ook alle bomen in het openbare gebied van die maat die nu op de groen kaart staan. Zie verder ook de uitgebreide beantwoording op vergelijkbare vragen van PvdD hierover.
3. Is het aantal en de omvang van de boomgebieden en boomstructuren op de Groene Kaart gelijk aan het aantal en omvang van de boomgebieden volgens de Groene Norm? Nee, Het nieuwe regime steekt anders in elkaar en beschermt daardoor meer bomen in de praktijk beter doordat bomen in openbaar gebied minstens dezelfde basisbescherming houden als nu, objectieve extra bescherming krijgen als ze waardevol zijn en particuliere bomen nu eindelijk daadwerkelijke en generieke bescherming krijgen. 4. Dankzij de Groene Norm zijn ook waardevolle bomen op particulier terrein beschermd. Is een inschatting te geven hoeveel particuliere bomen voldoen aan die randvoorwaarde voor bescherming? (70 jaar of ouder, herdenkingsboom, maximaal 10 volwassen exemplaren in Leiden ect.) We beschikken nog niet over deze gegevens. Wat we echter zeker weten is dat nu álle particuliere bomen die waardevol zijn ook daadwerkelijk voldoende juridische bescherming genieten. Dat is bij de Groene Kaart niet het geval, omdat de bomen op verzoek weer afgevoerd kunnen worden van de kaart en er onvoldoende gronden zijn om dit tegen te kunnen houden. 5. Met de Groene Norm komt de Groene Kaart te vervallen.
Is het mogelijk om naast de Groene Norm een vorm van (digitale) Groene Kaart te handhaven als afgeleide van de Groene Norm maar wel als eenvoudig digitaal toegankelijk hulpmiddel voor belanghebbenden? Op termijn zal dergelijke informatie middels voor de omgevingswet ontwikkelde DSO inzichtelijk worden. 6. Als bezwaar van de Groene Kaart wordt aangegeven dat rechthebbenden de mogelijkheid hebben bomen weer van de Groene Kaart te laten verwijderen. Hoe vaak is het in de afgelopen 5 jaar voorgevallen dat rechthebbenden hebben verzocht om bomen van de Groene Kaart te verwijderen? Zie ook antwoord bij PvdD bij Tv RV 2b en Vraag 5 D66 Er is geen update gedaan van de Groene Kaart dus technisch gezien zijn hier geen wijzigen in gedaan. Maar een aantal voorbeelden van verzoeken zijn een fout bij het inteken van de Groene Kaart rondom de Besjeslaan (grenzend aan Park Matilo) waarbij ongevraagd een stuk particuliere grond werd meegenomen; de universiteit die veel bomen tegen hun zin op de Groene Kaart zag verschijnen; en een boom bij het Poortgebouw van het LUMC. Naast deze praktijkvoorbeelden is het belangrijk te realiseren dat hier niet zo zeer gaat om de frequentie waarmee het gebeurd als wel het gebrek aan duurzame bescherming die opnemen op de Groene Kaart biedt. Bij elke update kan een boom op verzoek van de eigenaar van de Groene Kaart worden afgevoerd.
Afsluitend ontbreken op de Groene Kaart juist ook veel waardevolle bomen op particulier terrein, omdat voordracht subjectief en willekeurig. De nieuwe Groene Norm ondervangt dit, omdat dit juist een generieke maatregel is die voor alle waardevolle particuliere bomen zal gelden. vragen mbt de meldplicht: In het Raadsvoorstel staat op pagina 7 bij het doel van de meldplicht vermeld dat die er alleen is voor beheer en vervanging van zieke, kwarrende en slecht aangepaste bomen.
26
Ook op pagina 2 van het Beleidskader staat vermeld: “De meldplicht schept een juridisch kader waarbij bomen die niet meer goed functioneren of ziek zijn kunnen worden vervangen voor betere exemplaren…etc”. 1. Is het correct dat alléén bij niet goed functionerende, zieke of kwarrende bomen een meldplicht van toepassing is? Dat is correct Toelichting: • Uit de tabel op pagina 4 Beleidskader blijkt dat voor functionele bomen een meldplicht geldt “in geval van 1 individuele boom of minder dan 30% van een herkenbare structuur” en wordt dit niet gekoppeld aan niet meer goed functioneren of ziek zijn. • Op pagina 8 Beleidskader wordt onder Meldplicht genoemd als voorwaarde “waar een goede reden voor kap is (veiligheid, overlast, ernstig teruglopende conditie, maatschappelijk belang)”. • In de verordening wordt in artikel 3.6.1.6 de meldplicht niet direct gekoppeld aan het niet goed functioneren of ziek zijn van een boom. 2. Waarom is niet voor gekozen om de randvoorwaarde van ‘ziekte’ of ‘niet goed functioneren’ op te nemen in de verordening in geval van een meldplicht? Artikel 3.6.1.6 regelt wanneer een melding kan worden ingediend. In de overige gevallen is de kap vergunningplichtig. Bij het indienen van een melding dienen onder andere gegevens te worden aangeleverd over de staat van de boom (art. 3.6.1.6 lid 3).
Aan de hand van die gegevens bepaalt het college of het een correcte melding betreft. Dat gebeurt aan de hand van het Beleidskader. Het toevoegen van de genoemde termen in de verordening maakt niet dat die afweging niet plaats hoeft te vinden. Middels vaststelling van het beleidskader zijn de voorwaarden juridisch geborgd. 3. Wie kan bepalen of een boom ziek, niet goed functionerend of kwarrend is? Een gecertificeerd European Tree Worker of een European Tree Technician kan dat bepalen. 4. Wat kan bijvoorbeeld een ‘maatschappelijk belang’ zijn, zoals genoemd op pagina 8 van het Beleidskader, op basis waarvan een meldplicht gerechtvaardigd is? Hiermee wordt bijvoorbeeld bedoeld de kwarrende bomen die niet voldoende functioneren voor belangen klimaatadaptatie en biodiversiteit en waarvoor oplopende kosten moeten worden gemaakt voor het veilig behoud zonder dat toename in genoemde belangen kan worden verkregen. 5. Op pagina 9 van het Beleidskader wordt in het kader van een melding vermeld dat ‘in die gevallen er bezwaar kan worden gemaakt door belanghebbende’. Wie wordt hier verstaan onder belanghebbende? Betreft dit de meldingsplichtige of ook andere belanghebbenden? Belanghebbende in de zin van de AWB: Een ieder diens rechtstreeks belang bij het besluit betrokken is. 6.
Op pagina 13 van het Beleidskader wordt vermeld: “Bij een melding kan slecht in enkele gevallen direct bezwaar worden gemaakt, dit is dus anders dan bij vergunningaanvragen.” In welke gevallen kan er wel, en in welke gevallen kan er geen bezwaar worden gemaakt? Op een melding staat normaal gesproken geen bezwaar open omdat de melding zelf en de reactie erop geen besluit is. Alleen wanneer naar aanleiding van de melding door het college nadere voorschriften worden gesteld aan de uitvoering van de kap, of dat de kap als bedoeld in de melding wordt verboden wordt het gezien als besluit. En alleen dan is het voor belanghebbenden mogelijk om daartegen bezwaar te maken. Van een verbod op kappen naar aanleiding van een melding is in de regel sprake als blijkt dat voor de kap van de betreffende boom een vergunningplicht geldt. De indiener wordt dan verboden te kappen totdat hij daarvoor een vergunning is aangevraagd en verleend.
vragen mbt het Bomenfonds: 27
artikel 3.6.1.10 lid 3: 1. Is het correct dat op basis van dit artikel blijkt dat alléén als niet op hetzelfde perceel of in de nabije omgeving kan worden herplant met bomen van kwalitatief vergelijkbare waarde, een financiële bijdrage in het Bomenfonds moet worden gestort? Dit artikel regelt dat wanneer echt niet herplant kan worden een storting in het fonds moet worden gedaan als compensatie. Wanneer wel herplant kan worden wordt in de vergunning om een storting gevraagd als waarborg voor die herplant (artikel 5.1.1.1.) 2. Is het niet zo dat altijd bij het vellen van bomen een bijdrage in het Bomenfonds moet worden gestort als waarborg voor de herplant? Nee, soms is de waarde van een boom nihil bv. wanneer deze volledig is afgeschreven vanwege slechte kwaliteit en ouderdom. Daar is dus geen sprake van actuele vervangingswaarde en kan die ook niet gevraagd worden. Storting in het bomenfonds dient als waarborg voor herplant. Als er in de plannen voldoende waarborgen zijn voor die herplant, bijvoorbeeld als het plan het aanleggen van een park is, wordt een storting niet opgelegd. 3. Zo ja, waar staat dit in de verordening? artikel 5.1.1.1 lid 4: 4. In dit artikel staat (in algemene zin) dat het Bomenfonds ook mag worden gebruikt voor andere vormen van ecologisch waardevol groen in de stad.
Dit geldt toch alleen voor gelden in het Bomenfonds die niet meer geoormerkt zijn? (zoals wel vermeld in artikel 5.1.1.4 lid 6). Dat geldt inderdaad voor de vrijgevallen, niet langer geoormerkte gelden in de reserve bomenfonds. 5. Is het juist dat men op basis van de algemene formulering in artikel 5.1.1.1 lid 4 zou kunnen concluderen dat in het algemeen gelden in het Bomenfonds ook mogen worden gebruikt voor ecologisch waardevol groen, anders dan bomen? Nee, want dit geld is geoormerkt. Pas als dit oormerk is vervallen is dit in te zetten voor ecologisch waardevol groen, anders dan bomen. 6. In het Beleidskader wordt gesproken over bestedingen voor ander ecologisch waardevol groen vanuit de Reserve Bomen. Waarom wordt dat onderscheid tussen Bomenfonds en Reserve Bomen in de verordening niet gemaakt? De verordening regelt hoe gelden in het bomenfonds komen en hoe deze zijn geoormerkt zie artikel 5.1.1.3. De verordening geeft geen kader voor de besteding van de vrij gevallen gelden in de reserve bomenfonds. Dit wordt wel gedaan in het beleidskader. Beiden worden door de raad vastgesteld en hebben wetskracht 7. Kunnen op basis van de formulering ‘voor andere vormen van ecologisch waardevol groen’ (in artikel 5.1.1.1 lid 4) gelden uit het Bomenfonds worden ingezet voor regulier onderhoud? Nee
28
SP 1. In de bomenverordening staat dat de ecologische waarde van bomencompensatie hoger dan 0 moet zijn (pagina 4, onder kopje 1. Register Ecologische Bomen). Geldt dit per boom of voor de aanplant als geheel? Ik neem aan het eerste, maar wil deze aanname toch checken. Dit geld inderdaad voor alle individuele bomen 2. Ecologisch waardevol groen wordt gedefinieerd als ‘‘een areaal natuurlijke vegetatie met een oorspronkelijk karakter’. Betekent oorspronkelijk hier van Europese origine? En wat moet ik verstaan onder ‘natuurlijke’ in deze definitie? Oorspronkelijk houdt hier inderdaad in minstens Europees in. Maar bij voorkeur regionaal of zelfs lokaal. Iets wat past binnen de evolutionair ecologische processen die zich afspelen in Leiden. In de praktijk moeten de planten meerwaarde hebben voor de hier voorkomende vogels en insecten. Dit is ook hoe we natuurlijk verstaan. Je kiest dus niet voor planten die in cultuur zijn gebracht en daardoor bloemen hebben die niet toegankelijk zijn voor bestuivers of steriel zijn en daarom geen vruchten of zaden aanmaken. Functionerende planten in een ecologische context. 3. Het onderzoek van de RKC stelde dat de administratie verbeterd moet worden, omdat nu bijvoorbeeld facturen blijven liggen.
Wanneer rapporteert het college voor het eerst over deze verbeteringen? Is dat bij de eerstvolgende P&C-cyclus? Dit hebben we voor dit najaar gepland, zoals toegezegd bij de behandeling van het RKCrapport. 4. Het college geeft in een reactie in de Nota van beantwoording aan (nr. 141) dat in het Digitaal stelsel omgevingswet mogelijk private bomen kunnen opgenomen. Nu hebben we daar de Groene Kaart over. In welk opzicht vormt het toekomstige Digitaal stelsel een vervanging voor de Groene Kaart? Uit de reactie maak ik op dat nog lang niet zeker is of het Digitaal stelsel hiervoor gebruikt kan worden. Op welke termijn weet het college dit zeker? En wat kunnen bewoners doen in de periode dat er geen Groene Kaart is maar het Digitaal stelsel nog niet actief is? Een bewoner kan door een simpele meting van de omtrek of het nagaan van het plantjaar weten of een boom waardevol is en daarmee vergunningsplichtig. Het digitaal stelsel zal op termijn hier een goede en visuele aanvulling op zijn maar is niet noodzakelijk om binnen de wet te kunnen werken. De groene norm is de vervanging van de groene kaart. Het digitaal stelsel is een kans deze bomen integraal zichtbaar te maken. 5. Het college stelt dat onder de Groene Norm meer bomen worden beschermd dan onder de Groene Kaart.
Waarop heeft het college dit gebaseerd? Zo worden de 130 straten en lanen die als groene structuur staan aangegeven op de Groene Kaart teruggebracht tot 17 lanen (blz 15 van het Uitwerkingsplan Groene Hoofdstructuur), dat lijkt in tegenspraak te zijn met de uitspraak dat meer bomen worden beschermd onder de Groene Norm. De Groene Kaart gaf geen werkelijke extra bescherming aan bomen in het openbaar gebied. Die kregen met de basisbescherming voor alle bomen van 45cm omtrek/ 14cm diameter al afdoende bescherming. Waar de Groene Kaart in theorie toegevoegde waarde kende is bij particulieren bomen waar geen andere vorm van bescherming voor bestond. Het grote nadeel van de Groene Kaart was dat bomen in de praktijk echter niet duurzaam werden beschermd omdat de rechthebbende bij elke update van de kaart zijn bomen kon laten afvoeren van de kaart. Zonder objectieve criteria heeft het college onvoldoende gronden om afvoeringen van de Groene Kaart tegen te houden. Daarnaast waren we afhankelijk van willekeurige nominaties om bomen op de kaart op te kunnen nemen. Daarmee zijn veel particuliere bomen, hoe waardevol ook, nu niet beschermd. Door beide oorzaken faalt de 29
Groene Kaart in zijn opzet. De nieuw voorgestelde Groene Norm brengt hier verandering in en beschermt generiek alle waardevolle bomen op particuliere grond zoals verder toegelicht in het beleidskader. Nu dat alle waardevolle bomen ook voor particuliere bescherming krijgen via de Groene norm verwacht het college meer bomen, onafhankelijk van voordracht of voorkeur van de rechthebbende, te kunnen beschermen. 6. Klopt het dat regels uit de Wegenverkeerwet mede bepalen of een boom op een bepaalde plek in de openbare ruimte mag komen te staan? Is het dan wel altijd mogelijk om alternatief groen, zoals heesters, te plaatsen? Het is evident dat groen en bomen het verkeer niet moeten hinderen. Heesters zijn nabij verkeer niet altijd een goed alternatief. Maar andere vormen van ecologisch waardevol groen zoals ecologisch beheerd grasland zeker wel. 7. Klopt het dat de term ‘ecologische waarde’ niet wordt gebruikt door De Nederlandse Vereniging van Taxateurs van Bomen? waar heeft het college deze term aan ontleend? De term ecologische waarde wordt inderdaad niet gehanteerd door de NVTB. Wel wordt een boom ingedeeld in bijvoorbeeld een functiecategorie, maar dat is alleen om de investeringsen begeleidingsperiode te bepalen. Bij zo’n berekening is een boom dan (economisch) het meeste waarde bij aanvang van de functievervulling.
Norminstituut Bomen gebruikt ecosysteemdiensten op basis van o.a. WUR, zie bijvoorbeeld Factsheets over positieve effecten van bomen en groen in de stad. De term ecologische waarde is binnen ecologische kringen echter wel gebruikelijk. Om de ecologische waarde van bomen uit het Register Ecologische Bomen te bepalen, is het register voor een onafhankelijk oordeel voorgelegd aan de vermaard deskundige Leni Duistermaat, verbonden aan Naturalis en auteur van de meest recente editie van het standaardwerk Heukels’ Flora van Nederland. Zij heeft nog enkele soorten toegevoegd aan de concept-lijst en verklaard dat het definitieve register duidelijk is omschreven en goed is onderbouwd.
30