CConstaterende datLeiden
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording TV Bomenverordening 2021 totaaloverzicht 21 mei DEFINITIEF

raadscommissie Leefbaarheid en Bereikbaarheid 27 mei 2021, gemeente LeidenBij agendapunt: Technische vragen14.366 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Beantwoording Technische vragen Bomenverordening 2021 Inhoud Partij voor de Dieren _______________________________________________________________ 2 Tav Beleidskader ________________________________________________________________ 2 Tav Verordening (RV) ____________________________________________________________ 4 Nav de insprekers _______________________________________________________________ 9 D66 ___________________________________________________________________________ 14 GroenLinks ______________________________________________________________________ 19 Partij Sleutelstad _________________________________________________________________ 21 ChristenUnie ____________________________________________________________________ 25 SP _____________________________________________________________________________ 29

1

Partij voor de Dieren Tav Beleidskader 1. P3. Hoe verhoudt de drempel tot bescherming van 14 cm diameter tot 45 cm omtrek op 1.30m hoogte? Waarom is gekozen voor deze nieuwe maatstaf? Het is de zelfde maat maar anders uitgedrukt. We kiezen voor doorsnede (naast omtrek) omdat o.a. bomeneffectanalyses in het algemeen maten voeren in diameters. 2. P4. Waarom is gekozen voor een drempel van 30% voordat de vergunningsplicht ingaat? Wat is de onderbouwing voor de keuze van die 30%? De meldplicht is bedoeld om bomen te kunnen verjongen met behoud van het bestaande beeld. Als meer dan 30% van dit beeld wordt aangetast is er sprake van aanzienlijk aantasting van het beeld en is een vergunning op zijn plaats. 3. P9. Wat zijn boomvormers? Wat is ‘blessen’? Een boomvormer is een houtig, opgaand gewas met ontwikkeling van één of meer hoofdtakken. Een boomvormer kan uitgroeien tot een boom of een meerstammige boom. In het alledaagse spraakgebruik heeft een boom één of slechts enkele stammen. In de natuur bestaat er echter een geleidelijke overgang: heester -struik -struikachtige boom (meerstammige) boom. Het blessen van bomen is het aanbrengen van een markering waardoor het voor andere mensen die bijvoorbeeld een actie moeten uitvoeren bij de boom helder is om welke boom het gaat. Blessen doe je dus om fouten in het veld te voorkomen. 4. P9.

Graag ontvang ik de nota ‘versterken en verbinden van groen in Leiden’ en de bijbehorende bijlage ‘Overlast van bomen?’ Deze zijn toegevoegd in de bijlage 1. De bijlage van ‘Overlast van bomen’ maakt hier onderdeel van uit en is te lezen vanaf p.5. 5. Er wordt op meerdere plaatsen in de verordening en het Beleidskader verwezen naar het Norminstituut Bomen en het Handboek Bomen. Is het mogelijk om de betreffende passages als bijlage bij de verordening op te nemen? Nu weet ik niet waar het over gaat. Wat is dat norminstituut? Welke status heeft het? Wat staat er in dat handboek? Hoe kan de raad weten wat er in dat handboek staat?

Het handboek bomen is gemaakt door het Norminstituut Bomen waar de gemeente Leiden bij aangesloten is. Het Norminstituut bomen (https://www.norminstituutbomen.nl/) is een bedrijf dat zich inzet om de kwaliteitszorg aan en rond bomen te verbeteren en daar producten voor maakt zoals het handboek. Het beschrijft de basisregels hoe om te gaan met bomen. Dit gaat over de aanleg van bomen, over het onderhoud van bomen en hoe te werken met en rondom bomen. (zie bijlage 2) 6. P12. Waarom hoeft in een compensatieplan geen tijdlijn gegeven te worden, zodat bekend is wanneer bomen worden voorbereid op verplanten en/of wanneer bomen worden herplant? Kan dit alsnog toegevoegd worden? Het College ziet daar geen noodzaak toe. De ervaring is dat compensatie veelal op tijd gebeurd. Het bomenfonds stelt dat de compensatie moet worden uitgevoerd binnen 1 jaar na het compleet worden van de ruimtelijke ontwikkeling voor restitutie van de opgelegde storting. Daarmee is er voldoende garantie. Opnemen van data is bovendien risicovol omdat de tijd van aanplant meer afhangt van de geschiktheid van het seizoen daarvoor en de dan heersende weersomstandigheden dan aan wensdatum. 7. P13.

Wat wordt verstaan onder ‘andere beschermwaardige groenstructuren’? Met het mogelijk maken van bestedingen aan andere beschermwaardig(e) groen(structuren) wil het college de reserve Bomenfonds optimaal inzetten voor de biodiversiteit en de klimaatadaptatie in de stad. Bij dergelijke bestedingsvoorstellen aan waardevol groen wordt het college inhoudelijk geadviseerd door kundige (stads)ecologen. Vervolgens worden deze 2

voorstellen ter instemming voorgelegd aan de raad, waarna u het laatste oordeel heeft of hier ook in uw ogen daadwerkelijk sprake is van een besteding aan waardevol groen dat de biodiversiteit en/of klimaatadaptatie voldoende stimuleert. 8. P13. Door wie en hoe wordt bepaald waaraan geld uit de reserve Bomenfonds wordt besteed? Klopt mijn lezing dat wanneer geld aan wat anders dan bomen wordt uitgegeven, de raad hiervoor toestemming moet geven? Dat klopt, elke besteding uit de reserve Bomenfonds wordt aan uw raad voorgelegd. 9. P13. Register ecologische bomen: op basis waarvan zijn de bomen in het register daarop vermeld? Graag een onderbouwing bij de gekozen soorten, bij de niet gekozen soorten, en bij het tot stand komen van de verschillende waarderingen (-1, 0, 0,5, 1, 2, 3, 4). Inspreker Rinny Kooi wees er ook op dat onderbouwing bij het register ontbrak. Er staat dat nieuwe soorten ter beoordeling aan het college kunnen worden voorgelegd. Op basis waarvan kiest het college dan om voorgedragen soorten wel of niet toe te laten? Hoe is de voordrachtprocedure? Het register ecologische bomen komt voort uit de praktijk. Hij is (1) gebaseerd op het sortiment van bomen dat al reeds in Leiden is aangeplant aangevuld (2) met bomen die een hoge ecologische waarde hebben en (3) die voldoende beschikbaar zijn in de handel.

Om dit laatste aspect te beoordelen, de beschikbaarheid, diende de catalogus van de grootste bomenkweker van Nederland (vd. Berk bv) als basis. Alle gevonden soorten in deze lijsten hebben een waardering gekregen. Wanneer er een soort beschikbaar komt die nog niet op de lijst staat kan die toegevoegd worden aan de lijst. We hebben geen bomen willen uitsluiten maar vooral een praktische lijst willen samenstellen die toepasbare keuzes genereerd en waar ecologie een bijdrage levert aan klimaatadaptatie. Suggesties vanuit de inspraakreacties om bepaalde bomen op te nemen op de lijst zijn over het algemeen overgenomen. Aanvullend is het register voor een onafhankelijk oordeel voorgelegd aan de vermaard deskundige Leni Duistermaat, verbonden aan Naturalis en auteur van de meest recente editie van het standaardwerk Heukels’ Flora van Nederland. Zij heeft nog enkele soorten toegevoegd aan de concept-lijst en verklaard dat het definitieve register duidelijk is omschreven en goed is onderbouwd. Dan de specifieke toelichting op de diverse waarderingen. De waardering -1 zijn de invasieve exoten die een ecologische bedreiging vormen en om die reden niet mogen (volgens EU regels) of niet zouden moeten (volgens het oordeel van de ecologen) worden aangeplant.

Waardering 0 zijn die bomen en cultivars die geen of weinig ecologische relaties onderhouden in ons landschap (trekken weinig soorten insecten of vogels aan) en waarvoor afdoende alternatieve bestaan met meer ecologische kwaliteit. Deze bomen willen we alleen toelaten als deze noodzakelijk zijn i.v.m. de ondergrondse groeimogelijkheden. Dus als deze boomsoort het mogelijk maakt in bijzonder versteende of verdichte ondergrond boomwaarde te realiseren. Waardering 0,5 zijn de Arcto-Tertiary geoflora. Net als de bomen met waardering 0 hebben deze weinig ecologische relaties en is er vaak een goed alternatief beschikbaar. Deze bomen kwamen echter in een verleden voor in Europa en de ontwikkeling van ecologische meerwaarde is daarom niet uit te sluiten. Goed beschouwd is het Europese bomenbestand namelijk nog steeds aan het herstellen van de ijstijden. Deze bomen krijgen dus het voordeel van de twijfel en mogen beperkt worden aangeplant. Waardering 1 zijn voornamelijk cultivars van inheemse soorten en een aantal Europese en Aziatische soorten die ecologische meerwaarde tonen voor vooral vogels. De cultivars 3

hebben een zeer smalle genetische basis wat ze gevoelig maakt voor uitval. Onze voorkeur gaat uit naar plantmateriaal van immer evoluerende populaties. Bovendien zijn een aantal van deze cultivars steriel zodat zij geen zaden of vruchten leveren terwijl de soort dat wel zou doen. Het is niet verboden deze bomen aan te planten maar minstens de helft van het compensatieplan voor herplant moet uit een sortiment bestaan met grotere ecologische meerwaarde. Waardering 2 zijn ook weer voornamelijk cultivars van meer ecologische soorten en een paar ecologische exoten. Soorten waarvan we weten dat insecten en vooral vogels er graag gebruik van maken. Liever zien we de soorten met nóg meer ecologisch meerwaarde en een bredere genetische basis. Maar deze bomen zijn praktisch goed in te passen in ontwerpen en zijn toch al een behoorlijke plus voor biodiversiteit. Waardering 3 zijn die bomen met hoge ecologische meerwaarde. Veelal inheemse bomen die veel doen voor een insect of vogelsoort. Deze soorten krijgen de voorkeur bij aanplant en ook worden deze al bij 70cm diameter waardevol en krijgen daarmee meer bescherming Waardering 4 hebben een hoge ecologische meerwaarde maar in aanvulling op waardering 3 combineren zij ecologische waardes zoals het dragen van bessen voor vogels met het hebben van smakelijk blad voor insecten.

Dit zijn de ecologische krachtpatsers en die willen we met voorkeur aanplanten en natuurlijk ook extra beschermen vanaf 70cm diameter. Met bijna 400 soorten en cultivars op deze zeer praktisch ingevoerde lijst verwachten we, mede gezien de instemming van de onafhankelijk expert, niet veel mutaties. Als er een wens is om bomen toe te voegen aan het bestand in Leiden die nog niet is vermeld dan kan dat makkelijk met de hier beschreven onderbouwing. De ecologen van de gemeente zullen zich over een dergelijk verzoek buigen en het college adviseren op invoeging in het register op de daartoe geëigende plek. Tav Verordening 1. Over de Groene Kaart: a. Waarom is het functioneren van de Groene Kaart niet geëvalueerd, zodat eventuele tekortkomingen gerepareerd konden worden? Nu is er veel tijd en energie gestoken in de Groene Kaart (zowel door de gemeentelijke organisatie als door inwoners en vrijwilligersgroepen), dat wordt nu zomaar terzijde geschoven. Het klopt dat in de Groene Kaart voor veel partijen energie is gestoken. Juist het arbeidsintensieve karakter van de lijst was een van de overwegingen om deze te vervangen door de Groene Norm. Er is niet gekozen voor een uitgebreide evaluatie maar wel met betrokken stakeholders gesproken over de huidige werking en impact. Uit deze gesprekken bleek consensus over de gebrekkige werking en de complexiteit.

De Groene Kaart heeft niet opgeleverd waarvoor het bedoeld was. Een ander nadeel betrof de willekeur van opvoeren. Een subjectieve methode die onvoldoende werkelijke bescherming biedt. Al met al was dit naar oordeel van het college voldoende om over te stappen op het nieuwe, objectieve systeem: de Groene Norm. b. Zo wordt bijvoorbeeld gesteld de Groene Kaart niet voldoet omdat rechthebbenden bomen van de Kaart kunnen afvoeren. Hoe vaak is dat gebeurd sinds 2018? Is in het afvoeren van bomen van de Groene Kaart een verschil te zien tussen openbaar en niet-openbaar terrein? 4

Een aantal prominente voorbeelden zijn een fout bij het inteken van de Groene kaart rondom de Besjeslaan (grenzend aan Park Matilo) waarbij ongevraagd een stuk particuliere grond werd meegenomen; de universiteit die veel bomen tegen hun zin op de groene kaart zag verschijnen; en een boom bij het Poortgebouw van het LUMC. Het probleem is hier niet zo zeer de frequentie waarmee het gebeurde als wel het gebrek aan duurzaamheid van de maatregel. Bij elke update kan een boom worden afgevoerd. Zonder objectieve criteria heeft het college onvoldoende gronden om afvoeringen van de Groene Kaart tegen te houden. Daarmee zijn veel particuliere bomen, hoe waardevol ook, nu niet beschermd. De nieuw voorgestelde Groene Norm brengt hier verandering in en beschermt generiek alle waardevolle bomen op particuliere grond zoals verder toegelicht in het beleidskader. 2. P4. Heeft het college naast Naturalis ook nog andere belanghebbenden en/of experts geconsulteerd over het Register? Zo ja, wie? Zo nee, waarom niet? Het register is opgesteld door de stadsecoloog en de ecologisch adviseur van de gemeente Leiden. Zij hebben ruime ecologische kennis en ervaring met bomen en hun ecologisch functioneren in de stad. Hun inzichten worden verder ondersteund met de ervaringen en resultaten opgedaan in het stadsnatuurmeetnet.

Vervolgens heeft de hele stad op het register kunnen reageren tijdens de (verlengde) inspraakperiode. In diezelfde periode is het register inderdaad voorgelegd aan het onafhankelijk en deskundig oordeel van Naturalis. 3. P5. Dunnen wordt gedefinieerd als maatregel in beheerplannen voor bosplantsoen. a. Voor welke bosplantsoenen zijn er al beheerplannen? Graag een overzicht. Beheerplannen worden gemaakt voor parken en daarnaast voor sommige groentypen zoals bv. begraafplaatsen. Daarnaast zijn er voor alle parken die opnieuw worden ingericht beheerplannen waar ook bosplantsoen een onderdeel van is. Gebieden waar o.a. een beheerplan voor opgesteld is: Cronesteijn, bos van Bosman, Groenesteeg, heemtuin, Morspark, Tevreewijk en diverse parken die onderdeel zijn van het Singelpark. b. Waar worden die beheerplannen gepubliceerd? Die worden vastgesteld door het college. Beheerplannen waarin sprake is van het dunnen van bospercelen zullen openbaar worden gemaakt. c. Door wie en wanneer worden die beheerplannen opgesteld? Hoe vaak worden deze beheerplannen geactualiseerd? In de meeste gevallen worden de beheerplannen door de gemeente zelf opgesteld en bij herinrichtingen geactualiseerd. d.

Op welke manier kunnen omwonenden en lokale groepen invloed uitoefenen op de beheerplannen? Hoe is de participatie geregeld? Bij het opstellen van een beheerplan worden omwonenden en/of lokale groepen actief betrokken indien hier aanleiding voor is. e. Wanneer worden omwonenden op de hoogte gesteld van voorgenomen dunnen van bosplantsoen? Is hier bezwaar tegen mogelijk? Wanneer bekend is wanneer het dunnen zal plaatsvinden wordt hierover in de wijk gecommuniceerd. Dit is een gemeentelijke technische beheermaatregel op basis van een beheerplan waar geen bezwaar op gemaakt worden. 4. Wat is er misgegaan met bosplantsoenen onder de oude bomenverordening? De vigerende regels bieden geen mogelijkheid tot het dunnen van bosplantsoen door de verplichte compensatie bij iedere kap. Wanneer je een boom zou verwijderen zou je weer een nieuwe boom moeten aanplanten. Hierdoor wordt de bedoeling van het dunnen, een beter ecologisch opgebouwd plantsoen of bos, dus weer teniet gedaan. Om ten minste 3 redenen is dat onwenselijk en willen we met oog voor biodiversiteit juist op gezette tijden dunnen:

5

1) Zonder dunning ontstaat licht- en ruimtegebrek. Dat is in de eerste plaats slecht voor de bomen zelf. Wanneer we alle bomen en struiken door laten groeien, gaan er in de toekomst problemen ontstaan. De beplanting krijgt onvoldoende licht en ruimte. Door de onderlinge concurrentie die ontstaat, groeien de struiken en bomen omhoog naar het licht. Ze worden iel en dun. De onderste takken en de struiken midden in het plantvak sterven af. Er ontstaat een opgeschoten beplanting die aan de onderzijde kaal is. Dit alles leidt tot een zwakker bomenbestand. 2) Dunning is goed voor een meer diverse en ecologisch rijkere beplanting. Bij voldoende ruimte kan het bosplantsoen uitgroeien tot een vrij ‘natuurlijke’ beplanting. Er ontstaat dan, net als aan de rand van een bos, een bomen-, struiken- en een kruidenlaag. 3) Uit 2 volgt dat dunning vervolgens ook goed is voor fauna. In het bosplantsoen vinden veel dieren beschutting en voedsel. Vlinders leven van de kruidenranden en oriënteren zich door middel van de inhammen langs het bosplantsoen. Vogels eten insecten, zaden en bessen. Kleine zoogdieren vinden schuilgelegenheid onder de struiken en het afgevallen blad. Dunning is noodzakelijk om dergelijke beplanting, inhammen en schuilgelegenheden te laten ontstaan.

5. P5. Wat wordt verstaan onder ‘andere vormen van ecologisch waardevol groen’? Klopt het dat daarmee in theorie een boom gecompenseerd kan worden door de aanleg van een groen dak, of plantenbakken? Nee, compensatie in de nieuwe verordening is in eerste instantie aan de vergunninghouder en moet net als nu bestaan uit uitsluitend bomen. Middelen die uit het fonds vrijvallen in de reserve worden in eerste instantie door de gemeente ook ingezet voor bomen elders in de stad. Gezien het feit dat er vaak nog middelen overblijven (de boomwaarde van de bestaande bomen is groter dan de koste voor de nieuwe aanplant, waarvan de waarde door de jaren heen toeneemt), er een limiet is aan boomplekken in de stad, en ander groen ook grote ecologische waarde kan hebben, is het voorstel om puur de reserve ook breder te kunnen inzetten. Men moet dan denken aan ecologische bosschages, bloemrijke en kruidenrijke bermen, natuurvriendelijke oevers, verticaal groen, etc. Dit groen is net als bomen een belangrijke voorwaarde voor een ecologische stad. Voorstellen terzake worden ter instemming aan uw raad voorgelegd. 6. P6.

Wat betekent de bescherming van de Groene Norm concreet voor een boom? In welke gevallen wordt er alsnog een kapvergunning voor een Groene Norm-boom afgegeven? Een boom die onder de Groene Norm valt kan alleen dan worden gekapt wanneer sprake is van een groot maatschappelijk belang of bij gevaarzetting (voor mens en goed) 7. P9. Voor de vaststelling van het percentage voor vergunningsvrij snoeien wordt verwezen naar een extern document, dat de raad niet kent en waar de raad bovendien geen invloed op heeft. Waarom is hiervoor gekozen? Hoe wordt ervoor gezorgd dat de raad invloed kan blijven houden op/ kennis kan hebben van het percentage vergunningsvrij snoeien? Is het mogelijk een maximum percentage te bepalen? In de bijlage 3 is het handboek toegevoegd waar de informatie terug te vinden is. Dit betreft de nu geldende versie. Wanneer het handboek wordt geactualiseerd zal die nieuwe versie van toepassing zijn. Snoeien is altijd maatwerk ter bevordering van de gezond- en veiligheid van de boom. We verwijzen we naar deze richtlijn om dit te onderstrepen. Zie ook antwoord D66 vraag 8 8. Bij art 2.4.1.1. Hoeveel bomen worden beschermd volgens de Groene Norm? Graag uitgesplitst per criterium (monumentale waarde/ ecologische waarde/ cultuurhistorische waarde/ bijzondere waarde)? En ter vergelijking: hoeveel bomen staan er nu op de Groene Kaart? 6

Deze cijfers zijn niet beschikbaar. Het idee van de groene norm is dat deze niet afhankelijk is van een inventarisatie of intekening op een kaart. Het bomenbestand is voortdurend in beweging. Bomen groeien en met deze Groene Norm kan iedereen transparant zelf met een simpele meting nagaan en controleren of een boom aan de bedoelde stamomtrek voldoet en als waardevol is te beschouwen. De Groene Kaart faalt hierin door zijn subjectieve karakter en onvoldoende juridische gronden om afvoer van particuliere bomen te voorkomen. 9. Bij art 2.4.1.1 lid 3. Op basis waarvan zijn de drempelwaarden gekozen (80 jaar, 70 jaar)? Ze lijken nu erg willekeurig gekozen. Deze maat komt overeen met zo’n 2 generaties in mensenjaren. Met andere woorden de bomen staan er dan langer dan de eigenaar van het pand of de grond, daar woont of verblijft. Dat geeft aan dat de boom de waan van de dag ontstegen is en aanspraak kan maken op bescherming voor behoud doordat deze erfgoed is geworden. 10. Bij art 2.4.1.2 lid 2a en b: Er wordt verwezen naar andere (delen van) documenten. Kan ik die toegestuurd krijgen (in dit geval dus Uitvoeringsprogramma Leiden Biodivers en klimaatbestending en het uitwerkingsplan Groene Hoofdstructuur? Zie bijlagen 3 en 4. 11. Bij art 3.6.1.3.

Waar komt het percentage van 30% vandaan? Klopt het dat in de huidige bomenverordening het dunnen vergunningsplichtig MITS er bomen met een stamomtrek van 45cm of meer (op 1m30 hoogte) worden geveld. Kunnen met het voorgestelde artikel bomen van 45 cm of meer op 1m30 hoogte zonder vergunning geveld worden? Idem vraag 2: Dunnen is een normale en noodzakelijke beheermaatregel die resulteert in een veilig maar bovenal gezond en gelaagd bosperceel met aantoonbaar grotere biodiversiteit. Dit is in den lande een alom geaccepteerd gegeven onder ecologen en (bos)beheerders. In de huidige Leidse bomenverordening is dunnen echter onmogelijk omdat dat in tegenspraak is met de geldende compensatieplicht. In het voorliggende voorstel kunnen bomen van 14cm diameter (vergelijkbaar met een stamomtrek van 45 cm) en meer bij dunnen worden geveld. Dit is vergunningsvrij maar enkel nadat dit is vastgesteld in een door een college vastgesteld beheerplan. 12. Bij art 3.6.1.3 lid 3: In het beleidskader staat dat de meldplicht alleen in werking treedt als er sprake is van slecht groeien/ kwarren/ ziekte EN als er directe herplant op dezelfde plek gebeurt.

Waarom is dan toch ook sprake van een meldplicht als het gaat om individuele bomen in een boomstructuur? Waarom wordt hier afgeweken van de vergunningsplicht? Wanneer is er sprake van ‘overlast’ en hoe wordt dat getoetst? Is dat ook op basis van de bijlage ‘overlast gevende bomen’? De meldplicht is bedoeld om het college maar ook betrokkenen op de hoogte te brengen van de geplande verwijdering van een niet-functionerende boom en de reden ervan. Een vergunning is niet nodig omdat de bomenstructuur intact blijft en er door verwijdering en herplant er een verbeterslag plaatsvindt voor het bomenbestand. Bomen die op basis van overlast worden verwijderd zijn getoetst aan het overlastprotocol. Wanneer ze voldoende aantoonbaar punten/overlast veroorzaken kunnen ze pas verwijderd worden. 13. Als er ter compensatie nieuwe bomen zijn aangeplant, geldt voor deze bomen dan ook bescherming? Ze vallen vanwege hun beperkte omvang waarschijnlijk niet onder de vergunningsplicht. Is het mogelijk om een artikel op te nemen waardoor compensatieaanplant ook automatisch vergunningsplichtig is? Het college acht dit niet noodzakelijk. Bomen worden immers niet aangeplant om meteen daarna te kappen. Wij hebben ook geen signalen dat dit gebeurt. Eisen in de verordening omtrent de groeiplaats en nazorg ondersteunen dit. Zie hiervoor ook Artikel 3.6.1.10. 14. Bij art 3.6.1.10 lid 3.

Klopt het dat dit artikel, 3e lid, het onmogelijk maakt om een financiële opslag te rekenen aan aanvragers voor toezicht, handhaving en registratie (zoals de RKC in 7

hun onderzoek naar het Bomenfonds hebben voorgesteld)? Dat specifieke artikel maakt dat niet onmogelijk. Echter, het soort kosten waarvoor de RKC graag een vergoeding in de verordening ziet opgenomen, zijn in principe kosten die vallen onder de noemer leges. Het opleggen daarvan is niet mogelijk via deze verordening maar enkel via de Legesverordening. Daarbij moet worden aangetekend dat als het wenselijk is om voor deze onderwerpen leges te heffen dat er dan gedegen onderzoek nodig is naar de hoogte en opbouw van die kosten, aangezien de gemeente op dit punt ook aan regels is gebonden. Zoals toegezegd bij het RKC-rapport brengt het college de (on)mogelijkheden hiervan de komende tijd verder in kaart. 15. Bij art 3.6.1.11 Wat is de sanctie voor illegale kap? In dit artikel lees ik eigenlijk alleen dat er compensatie moet komen. Is het ook mogelijk om naast de compensatie een boete op te leggen? De eerste sanctie is inderdaad herplant. Dit kan zowel door een last onder bestuursdwang als een last onder dwangsom worden afgedwongen. Verder kent de verordening een strafbepaling in de vorm van artikel 7.1.2.2, op grond van die bepaling kan indien de situatie daar aanleiding voor geeft bijvoorbeeld een boete worden opgelegd. 16.

Bij art 3.6.1.12 lid c: wat is ‘functionele aankleding van de directe leefomgeving’? Daarbij kunt u denken aan de aanplant van bomen ten behoeve van bijvoorbeeld de scheiding van verkeerstromen maar ook de beleving voor mensen en als ondersteuning van hun psychische en fysieke gezondheid. 17. Bij art 3.6.1.12: Klopt het dat helemaal niet wordt gevraagd naar het aantal bomen in het compensatieplan? Waarom niet? Omdat het uitgangspunt is de boomwaarde te compenseren. 3 kleine bomen kunnen bijvoorbeeld gecompenseerd worden door 1 heel grote boom. Maar belangrijker nog: 1 grote boom dient gecompenseerd te worden door meerdere bomen (per definitie kleiner bij aanplant) en/of een storting van restwaarde in het Bomenfonds, die weer aangewend kan worden voor de aanplant van nieuwe bomen elders. Anders zou een waardevolle boom theoretisch ook gecompenseerd kunnen worden met terugplant van slechts één enkel dun sprietje van een nieuwe boom. Dat is nu precies wat we níet willen. Het streven is in de praktijk toch altijd een positief bomensaldo te behalen, waarbij we sturen op ecologische kwaliteit en boomwaarde de hoogste prioriteit heeft, zodat een gevelde boom optimaal compenseren. 18.

Bij art 4.1.2.1 en 4.1.2.2 Hoe lang is het programma boomveiligheidscontrole en de beheerplannen geldig? Om de hoeveel jaar worden ze herzien/ geactualiseerd? De BVC/VTA (boomveiligheidscontrole) wordt voor elke boom standaard 1 keer in de 4 jaar gedaan en is dan ook 4 jaar geldig. Voor bomen waar een verhoogd risico is wordt de frequentie verhoogd aan de hand van de situatie van de boom. Voor beheerplannen hangt dit sterk af van wat er precies in opgenomen is. Per beheerplan kan de looptijd verschillen. 19. Bij art 5.1.1.1 lid 4 Wat wordt verstaan onder de term ‘versterking van het bomenbestand’ en ‘andere vormen van ecologisch waardevol groen’? Hier wordt in de praktijk onder verstaan: het aanplanten van extra bomen, het ondersteunen van bomen door het geven van voeding en andere verbeteringen van de groeiplaats en groeiwijze, die leiden tot een langere levensuur en/of beter functievervulling van de boom. Andere vormen van ecologisch groen is gedefinieerd als een areaal natuurlijke vegetatie met een oorspronkelijke karakter. U kunt daarbij denken aan ecologische bosschages, bloemrijke en kruidenrijke bermen, natuurvriendelijke oevers, verticaal groen, etc. Dit groen is net als bomen een belangrijke voorwaarde voor een ecologische stad. Bij voorstellen voor waardevol groen wordt het college inhoudelijk geadviseerd door kundige (stads)ecologen.

Vervolgens worden deze voorstellen ter instemming voorgelegd aan de raad, waarna u het laatste oordeel heeft of hier ook in uw ogen daadwerkelijk sprake is van

8

een besteding aan waardevol groen dat de biodiversiteit en/of klimaatadaptatie voldoende stimuleert. Nav de insprekers 1.

Inspraak Bomenbond: de Bomenbond stelt dat zij 2 keer zijn uitgenodigd om mee te denken en input te leveren. Ook is de indruk van de Bomenbond dat er onvoldoende tijd ingeruimd was voor de inhoudelijke verwerking van hun input. a. Waarom is voor deze opzet gekozen? Waarom is niet op een meer intensieve manier gebruik gemaakt van de inzet en expertise van de Bomenbond? De nieuwe verordening is niet in een vacuüm ontstaan. Wij hebben zeer regelmatig contact met de Bomenbond, zowel op projectniveau als op beleidsmatig niveau, en we zijn goed op de hoogte van hun standpunten en expertise. b. Klopt het dat de Bomenbond op 15 januari de uitgewerkte teksten ter inzage kreeg, maar dat er slechts 4 dagen tijd zat tussen dat moment en vaststelling door het college? Er is bij de ontwikkeling ruimschoots contact geweest over de inhoud. In de ontwikkeltijd tijd is de Bomenbond al in de gelegenheid gesteld schriftelijk te reageren op passages waar uit belangrijke correcties en aanpassingen vloeiden. Onder meer in de nummering van de wetsartikelen en de verankering van de basisbescherming. Het allerlaatste concept is inderdaad ook nog enkele dagen van tevoren gedeeld. c. De Bomenbond stelt voor om beter gebruik te maken van de energie en kennis van lokale groepen en individuele burgers.

Daarvoor is het nodig om de besluitvorming over de bomenverordening uit te stellen tot het najaar, zodat er tijd is voor betekenisvolle participatie. Wat vindt het college van dat voorstel? Wat zijn de voor en nadelen van het uitstellen van de besluitvorming? Het college wil de bomen in Leiden een goede bescherming geven en bomen zo optimaal mogelijk inzetten voor de biodiversiteit en klimaatadaptieve stad. Een goede bomenverordening heeft het college daarom liever eerder gisteren dan vandaag. Het college is geen voorstander van uitstel van behandeling van de bomenverordening. Er ontstaat vooral ook vertraging in de bescherming van de waardevolle bomen. De groene kaart functioneert niet goed waardoor nooit genomineerde bomen bij particulieren nu geen bescherming genieten. Deze situatie duurt al te lang en heeft negatieve gevolgen voor deze bomen. Particuliere waardevolle bomen hebben snel betere bescherming nodig. Het college ziet uitstel ook als onnodig. Het college is in deze mening ook gesterkt omdat er ook een peer-review plaatsgevonden heeft op deze nieuwe bomenverordening op zowel de juridische gevolgen als ook de ecologische gevolgen. Pels Rycken en Naturalis adviseren positief op deze nieuwe bomenverordening en bevestigen daarmee beleidswijziging, die het college voorstaat.

Uitstel van behandeling betekent dat er ook vertraging komt in het verbeteren van onze werkprocessen. Het college gaat de komende periode voortvarend aan de slag om de administratieve en handhavingsprocessen v.w.b. het bomenfonds te verbeteren. De RekenkamerCommissie heeft daarnaast ook een aantal belangrijke aanbevelingen gedaan die zijn weerslag vinden in de nieuwe verordening. Uitstel van 9

de behandeling betekent dus een vertraging van de invoering van deze adviezen en een uitstel van noodzakelijke verbeteringen. De beleidswijziging die het college voorstaat moet worden doorvertaald naar ambtelijke werkprocessen. De raad is toegezegd om in het najaar een informatieve sessie te organiseren over het verbeterproces dat de organisatie in gang zet. Naar aanleiding van het verzoek van de Bomenbond e.a. is de inspraaktermijn al verlengd met twee weken. In die verlengde periode is een extra avond georganiseerd die voor iedereen toegankelijk was om vragen te beantwoorden. Deelnemers konden vooraf vragen stellen en die zijn allemaal beantwoord. Naar aanleiding van deze extra participatie is gevraagd of er behoefte was aan een extra informatieavond en dit was niet het geval. Het college vindt dat er een zorgvuldige afweging van allerhande belangen heeft plaats gevonden en het product dat nu voorligt het is resultaat van die belangenafweging. Uitstel van de behandeling gaat voor het college geen nieuwe aanleiding geven om het voorstel te wijzigen.

d. De bomenbond stuurde een overzicht na met totalen vergunningen en bomen. Hieruit blijkt dat in de periode 2018 – heden 216 kapvergunningen voor 1886 bomen zijn afgegeven. Bij de bespreking van RKC Bomenfonds stelden wij (samen met de gehele commissie) ook al technische vragen hierover. Wij hebben helaas tot nu nog geen antwoord ontvangen van het college op deze vragen (vraag 1 en 2 van de ingezonden TV). Hoe kan het dat het college dit overzicht niet kan verstrekken, maar de bomenbond wel? Kloppen de gegevens van de Bomenbond volgens het college? Deze informatie heeft het college al eerder verstrekt en is te vinden in de Groenrapportage 2019 en in de Groenrapportage 2020 Aantal vergunningen: 2018: 60 2019: 66 2020: 88 Wat betreft de compensatie door de gemeente: de inzet van het college is in eerste instantie uiteraard om bomen zoveel mogelijk te behouden. Daarnaast is de inzet dat gekapte bomen zowel in aantallen als waarde door de ontwikkelaar gecompenseerd worden binnen de ruimtelijke ontwikkeling. Een voorbeeld van een goed onderbouwd compensatieplan is de compensatie op het Bio Science Park. Het college hanteert bij compensatie de volgende volgorde: 1. behouden van bomen, 2. compenseren van aantallen en waarde bomen binnen ruimtelijk project, 3. compenseren van aantallen en waarde bomen buiten ruimtelijk project, 4.

compenseren waarde bomen door overig ecologisch waardevol groen. In verreweg de meeste gevallen dat de gemeente een kapvergunning aanvraagt en aan zichzelf afgeeft gaat het om ‘beheerkap’. De bomen die worden gekapt zijn afgeschreven en hebben geen waarde meer en er vindt daarmee geen storting plaats. Vervanging vindt plaats door nieuwe bomen.

10

2. Inspreker Groen signaleert een verschil in het aantal bomen tussen inspraakversie (76000 bomen) en raadsversie (64000 bomen). Hoe kan het verschil worden verklaard? Wat is het juiste aantal? Beide getallen zijn juist. Er zijn 76000 bomen in Leiden geregistreerd (waarvoor de huidige verordening van toepassing is). 64000 daarvan zijn in eigendom en in beheer van de gemeente Leiden 4. Inspreker Lenters signaleert dat 17 boomgebieden die eerder op de Groene Kaart stonden, niet onder de Groene Norm lijken te vallen. Waarom niet? Graag een uitleg per boomgebied. Daarnaast signaleert inspreekster dat 20 boomstructuren die eerder op de Groene Kaart stonden niet onder de Groene Norm vallen. Waarom niet? Graag een uitleg per boomstructuur. De uitleg is in alle gevallen hetzelfde. De Groene Kaart geeft in de huidige praktijk voor het openbaar gebied geen bijzondere extra bescherming en faalt daarmee in zijn opzet. Zoals ook bij vraag Tv RV1a over de Groene Kaart is aangegeven. De basisbescherming vanaf 14cm diameter/ 45cm omtrek beschermt ook al deze bomen. Toch willen we juist ook gehele groenstructuren als waardevol kunnen aanwijzen. Maar dit doen we op basis van ondersteunende beleidstukken in dit geval de Stadsparken zoals beschreven in figuur 3.3 van het uitvoeringsprogramma 20202023 en de Groene Hoofstructuur. 4. Inspreker Vermeulen. a.

Inspreker Vermeulen signaleert dat in de voorgestelde verordening geen duidelijkheid wordt verschaft over het dunnen. Daarvoor zou worden verwezen naar beheerplannen per gebied. Echter, inspreker stelt dat in beheerplan Cronesteijn geen maatwerkbeschrijving voor dunnen is opgenomen. Waarom wordt het dunnen niet opgenomen in de verordening? Waarom wordt voor maatwerk per gebied verwezen naar beheerplannen, terwijl in beheerplan Cronesteijn niks over staat? Staat het wel in andere beheerplannen? Hoe wordt besloten over dat maatwerk over dunnen?

In de bestaande beheerplannen staat, zoals bij dunnen te doen gebruikelijk, niet per boom beschreven welke boom verwijderd moet worden en welke moet blijven staan. Wel zijn er basisprincipes voor het dunnen voor die locatie beschreven, zo ook in het beheerplan Cronesteijn. De uitwerking per bosvak is dermate maatwerk dat buiten op locatie bepaald moet worden. Door middel van blessen kan bepaald worden welke bomen de ‘wijkers’ zijn (de bomen die zullen worden verwijderd ten behoeve van de ‘blijvers’) zodat fouten voorkomen worden. Beheerplannen worden door het college vastgesteld en dunning vindt pas plaats na tijdige communicatie met de stad. b. Hoe wordt de afweging gemaakt of een boom op een waterkering een veiligheidsrisico vormt? Waarom hoeft bij die bomen niet te worden aangetoond dat het veiligheidsrisico niet op een andere, boombesparende manier kan worden weggenomen? Dit bepaalt de gemeente niet zelf, dit bepaalt het waterschap van Rijnland op basis van de condities van keringen en bomen. Boombesparende maatregelen zijn vaak niet toepasbaar en indien dit al zo is brengt het hoge kosten met zich mee. Wanneer het kostentechnisch kan en daarmee de veiligheid gegarandeerd kan worden zal hier toe overgegaan worden. c.

Wat verstaat het college onder de term ‘ecologisch waardevol groen’? Ecologisch waardevol groen is in de begrippenlijst gedefinieerd als een areaal natuurlijk vegetatie met een oorspronkelijk karakter. U kunt daarbij denken aan ecologische bosschages, bloemrijke en kruidenrijke bermen, natuurvriendelijke oevers, verticaal groen, etc. Dit groen is net als bomen een belangrijke voorwaarde

11

voor een ecologische stad. Bij voorstellen voor waardevol groen wordt het college inhoudelijk geadviseerd door kundige (stads)ecologen. Vervolgens worden deze voorstellen ter instemming voorgelegd aan de raad, waarna u het laatste oordeel heeft of hier ook in uw ogen daadwerkelijk sprake is van een besteding aan waardevol groen dat de biodiversiteit en/of klimaatadaptatie voldoende stimuleert d. Inspreker stelt dat er verschillende juridische onzorgvuldigheden in de verordening zitten en geeft in de nagestuurde bijlage daar 3 voorbeelden van (1: kan – zal verwisseling, 2 en 3: ontbrekende definities). Graag een reactie op deze 3 voorbeelden van het college. Waar in de verordening zijn vergelijkbare onzorgvuldigheden? Hoe kunnen die gerepareerd worden? De verordening is onafhankelijk juridisch getoetst door de experts van Pels Rijcken. Met verwerking van hun input geven zij een positief oordeel over het juridisch fundament onder de verordening. Dan inhoudelijk de drie genoemde voorbeelden: 1. Kan bepaling. Ook bij een zogenaamde "kan" bepaling is het in beginsel zo dat een vergunning wordt geweigerd indien een van de beschreven situaties zich voordoet.

Echter er kunnen zich bijzondere situaties voordoen waarbij weigeren meer nadelige gevolgen zou hebben dan het, al dan niet onder voorwaarden, verlenen van de vergunning ondanks dat er (nog) niet wordt voldaan aan de in het lid genoemde situaties. Het college zal dit altijd gemotiveerd moeten doen. 2. Dit lijkt inderdaad tegenstrijdig maar is niet juridisch fout of onzorgvuldig. Het tweede lid geeft nadere invulling aan de herplantplicht uit het eerste lid. De term “indien” is omdat er zeer uitzonderlijke gevallen kunnen zijn waar het college gemotiveerd afwijkt van de verplichting uit het eerste lid. Dat komt nagenoeg niet voor. 3. Voor het overige herkent het college zich niet in de stelling dat deze stukken niet logisch, consistent of helder zouden zijn. Mochten er onvolkomenheden in de teksten zitten dan zullen die met een erratum worden hersteld. 5. Inspreker Koster overhandigde de commissie een lijst met boomplaatsen, in de Stevenshof alleen al zo’n 600 plaatsen. Is deze lijst bij het college bekend? Wat is er mee gedaan? Zijn deze 600 plaatsen inderdaad beschikbaar voor de aanplant van bomen? Hoeveel niet? Er is samen met onder meer de heer Koster maar ook andere buurtbewoners een inventarisatie gedaan in de Stevenshof, met als doel daar meer boomwaarde te realiseren.

Een gering aantal van de geïnventariseerde plekken heeft al in het afgelopen plantseizoen invulling gekregen in het kader van het 50 bomenplan. Bijvoorbeeld aan de Anna Bijnskade waar een aantal hulstbomen zijn verschenen. We zijn bekend met de 600 plekken van de heer Koster. Veel van die plekken betreffen locaties waar wij de voorkeur geven aan andere vormen van ecologisch waardevol groen zoals de beschenen oevers. Dit habitat type kent een hoge biodiversiteit en schaduw van bomen zou dit juist verminderen, met alle nadelige gevolgen van dien Er wordt op dit moment een plan uitgewerkt om meer bomen toe te voegen in de Stevenshof. Hierover zal de raad binnenkort op de hoogte worden gesteld. Grote beperkende factor zijn de kabels en leidingen in de grond. Die ook een groot deel van de 600 locaties blokkeren. Desalniettemin verwachten we een significant aantal bomen te kunnen toevoegen in het volgende plantseizoen. 5. Inspreker Viragh stelt dat de nieuwe bomenverordening minder bomen beschermt dat de oude. Hoeveel bomen vallen onder de Groene Norm en hoeveel stonden er op de Groene Kaart? Dat is onbekend, maar onder de nieuw voorgestelde Groene Norm zijn het er zeker meer omdat deze in ieder geval ook particuliere bomen daadwerkelijk en generiek goed 12

beschermt. Het grote nadeel van de Groene kaart was dat bomen niet duurzaam werden beschermd omdat de rechthebbende bij elke update van de kaart zijn bomen kon laten afvoeren van de kaart. Daarnaast waren we afhankelijk van nominaties om bomen op de kaart op te kunnen nemen. De Groene Norm kent deze restricties niet en daarom verwachten we juist veel meer werkelijk waardevolle bomen te kunnen beschermen. De basisbescherming die geldt voor alle bomen in het openbare gebied vanaf een diameter van 14cm dekt ook alle bomen in het openbare gebied van die maat die nu op de Groen Kaart staan. Zie verder ook de uitgebreide beantwoording op vergelijkbare vragen van uw partij hierboven. aantal technnische vragen nav de inspraakbijdrage van dhr Van Leeuwen bij de bomenverordening gisteravond.

1. Is de gemeente op de hoogte van het bestaan van de bomen in de tuinen van Zoeterwoudse singel 14-22? 2. Klopt het dat de bomen niet voorkomen op de kaarten van de gemeente? Zo ja, kunnen deze bomen alsnog ingetekend worden? De gemeente heeft niet de gewoonte om bomen bij particulieren te inventariseren. De inspraakreactie nagekeken hebbende en in overleg met de projectleider van de locatie lijkt de verwarring betrekking te hebben op de Groene Kaart. Geen van de bomen in de achtertuinen van de bewoners van de Zoeterwoudsesingel is door de eigenaren voorgedragen voor de Groene Kaart en dientengevolge komen zij daar niet op voor. Hier manifesteert zich in één helder voorbeeld het falen van de Groene Kaart. Het laat zich aanzien dat hier inderdaad een aantal flinke exemplaren staan die in de voorliggende verordening met de introductie van de objectieve Groene Norm wél de status waardvol zouden krijgen en dus generiek beschermd zouden worden. Deze casus illustreert voor het college precies waarom een generiek en objectief beschermingsregime via de Groene Norm verreweg de voorkeur verdient boven het huidige systeem van een willekeurige, onvolledige en juridisch beperkte Groene Kaart.

3. Is er bij de ontwikkeling van het plan voor de Bloemistenlaan rekening gehouden met het bestaan van deze bomen? - Zo ja, welke maatregelen worden getroffen om de bomen te beschermen tijdens de werkzaamheden? - Zo nee, kan als gekeken worden wat er nodig is om de bomen te beschermen tijdens de werkzaamheden? De projectontwikkelaar van de Bloemistenlaan heeft bij de uitvoering van zijn project rekening te houden met de bomen van de bewoners van de aangrenzende percelen. Daar is voldoende ruimte voor en de ontwikkelaar zal daarover contact opnemen met de bewoners. 4. is er een Boom Effect Analyse of Rapportage gemaakt voor deze bomen? - Zo ja, kunnen we die toegestuurd krijgen? - Zo nee, waarom niet? Een dergelijke analyse is ons niet bekend voor dit project maar het is de verantwoordelijkheid van de ontwikkelaar om zijn plan uit te voeren zonder schade te berokkenen aan de bomen op de aangrenzende percelen 13

5. Wil het college contact opnemen met de inspreker? Het klinkt alsof er hier een flinke miscommunicatie is geweest. Het lijkt me dat we het erover eens moeten kunnen worden of bomen wel of niet bestaan :-). Er is inmiddels contact geweest met bewoners van de Zoeterwoudsesingel waarbij de status van de Groen Kaart is uitgelegd. Ook de ontwikkelaar is wederom gewezen op zijn verantwoordelijkheid om samen met de buurtbewoners tot een voor alle partijen acceptabel resultaat komen.

D66 De vragen die al door andere partijen zijn gesteld, heb ik weg gelaten voor zover ik ze heb gezien. Excuus als ik in de vele informatie iets over het hoofd heb gezien. 1. Zijn er gemeentes bekend die een generieke opslag op hun vergunningen berekenen? Zo ja: hoe hoog is die? Is het in de lijn der verwachting dat daarvan de kosten van administratie en handhaving gedekt kunnen worden? Nee er zijn ons geen gemeentes bekend met een dergelijke opslag. Zie hiervoor ook het antwoord op vraag 14 PvdD Tv onder RV. 2. In het advies van Naturalis is er sprake van een uitgebreidere toelichting op de scores voor het register. Kan die toelichting worden toegevoegd aan de stukken? Zie bijlage 5 bij deze beantwoording. 3. Dezelfde vraag geldt voor de bijlagen die genoemd zijn in het Pels-Rijcken advies. De bedoelde bijlagen zijn de concept verordening en het concept beleidskader, zoals die in de inspraak hebben gelegen. Deze stukken zijn door Pels Rijckenvoorzien van opmerkingen in de lijn van hun advies en vormden onderdeel van het proces om te komen tot hun definitieve advies. Hoe dit advies is verwerkt kunt u lezen in de aan u ter besluitvorming voorgelegde verordening en beleidskader.

4. In het RV staat dat het verwerken van particuliere aanmeldingen en valideren “navenante kosten” met zich meebrengt. Wat wordt daarmee bedoeld? Hiermee worden administratieve lasten en inzet van personeel bedoeld. 5. Hoeveel bomen zij de laatste 3 jaar aangemeld en afgemeld voor de groene kaart door particulieren en gevalideerd door de gemeente? Er is sindsdien geen update gedaan van de Groene Kaart, in hoofdzaak door de gebrekkige en onbevredigende werking van de Groene Kaart. Dus technisch gezien zijn hier geen wijzigingen in gedaan. Uw vraag wordt nader beantwoord bij Vraag 1a en 1b Tv PvdD onder RV. 6. De 70 “kwarrende bomen” van de nota groene kansenkaart (blz 17): zijn dat nog steeds 70 of is dat aantal inmiddels veranderd? Het aantal kwarrende bomen in Leiden is – helaas - vele malen hoger dan 70. Het aantal is zeer afhankelijk van de situatie buiten. Momenteel staan er nog vele kwarrende bomen die vervangen moeten worden. Deze kunnen niet in een keer vervangen worden dus dat zal over de jaren heen verdeeld moeten worden. De eerste jaren zal het aantal boven de 70 uitkomen en de jaren daarna zal dit getal vermoedelijk lager komen te liggen. Op basis van de beschikbare gegevens is voor 10 jaar een gemiddelde vervanging van 70 bomen per jaar aannemelijk, afhankelijk van onder meer

14

weersomstandigheden per jaar en mits het regime het toelaat. Dit is een van de belangrijkste redenen voor het college om de Bomenverordening aan te willen passen. 7. Wie bepaalt in het geval van 3.6.1.3 en 3.6.1.6 wat 30% is? Wordt dat bepaald voordat het groeiseizoen is gestart aan de hand van stammen? Of heeft dat ook te maken met bladmassa? Dit gaat conform het handboek bomen (zie bladzijde 145). De percentages slaan op het kroonvolume van de boom en heeft dus inderdaad ook te maken met bladmassa. 8. Klopt het dat ik een login nodig heb om de laatste versie van het handboek bomen van het norminstituut te zien? Hoe kan een inwoner dan toetsen of wordt voldaan aan de eisen aan een toegelaten activiteit uit dat handboek? Is er een mogelijkheid om de laatste versie openbaar toegankelijk te plaatsen op de website van de gemeente? Het handboek is niet openbaar toegankelijk omdat het een publicatie betreft van een private instelling. Dit handboek is echter binnen Nederland het enige gezaghebbende document als het gaat om beheer en onderhoud van bomen. Veel gemeenten werken hier mee. We verwijzen naar dit handboek omdat daarmee gegarandeerd wordt dat de snoei verloopt volgens breed aanvaarde normen ter ondersteuning van de gezondheid en veiligheid van de boom.

Noemt men alleen een percentage dan wordt telkenmale de optelsom gemaakt dat we in 3 dan wel 4 jaar een boom zouden kunnen wegsnoeien als een vorm van verkapte kap. Snoei is een beheermaatregel die noodzakelijk is en waar richtlijnen voor bestaan. Wij gebruiken het niet als verkapte kapmogelijkheid. Het handboek vind u in de bijlage. 10. tav punt 107 uit begrippenlijst Klopt het dat een monumentale boom ook al bij minder dan 40% snoei in 1 keer ernstig aangetast kan worden? Hoe verhoudt zich dat tot de bepaling in het artikel? Er zijn monumentale, of willekeurig andere boom(soorten), die wanneer op het verkeerde tijdstip in het jaar slecht 10% van de kroon snoeit er onherstelbare schade wordt gedaan. Weer andere bomen kan je volledig ontkronen en komen dan sterker terug. Snoeien is vakwerk en afhankelijk van de specifieke situatie en boomsoort en niet te vangen in 1 specifieke regel. Om die reden hanteren wij we geen percentage maar verwijzen we naar de landelijk geaccepteerde richtlijn in dit vakgebied. 11. In het beleidskader staat onder het kopje kabels en leidingen dat de gemeente “inzet op” een nulmeting/schouw en een nameting. Die inzet zie ik niet terug in de verordening onder 4.1.1.2.

Waarom is daarvoor gekozen? Welke tijd/kosten zouden daarmee gemoeid zijn? Het in beeld hebben en beschermen van kabels en leidingen bij werkzaamheden is al een verplichting in elk project, daar is ook landelijke en lokale regelgeving (o.a. Wet informatie-uitwisseling ondergrondse netten & Leidingenverordening gemeente Leiden 2012) voor. Binnen de gemeente zijn ook toezichthouders kabels en leidingen werkzaam die schouwen bij projecten. De invloed van bijvoorbeeld het verleggen van kabels en leidingen op de omgeving en dus ook de daarin aanwezige bomen wordt daarin meegenomen. Van tijd en kosten is zo geen inschatting te maken. Die zijn (onder andere) afhankelijk van de omvang van het (bouw)project dat het betreft. 12. Op bladzijde 10 van het beleidskader wordt irlt 3.6.1.5 een quick scan genoemd. De begrip quick scan of de vraag ernaar staat niet bij het artikel zelf in de verordening. Waarom is dat? Zie hiervoor de beantwoording bij vraag 10 van de Technische vragen Partij Sleutelstad bij de Verordening tot wijziging van de Verordening fysieke leefomgeving Leiden 2020, set 2: 13. Artikel 3.6.1.4 Lid 1 gaat over solitaire boom in de openbare ruimte.

In de inspraak versie stond daar een definitie bij(houtachtig gewas levend of afgestorven met op 1.30m hoogte 45cm omtrek) Als ik het goed begrijp, is dat de basisbescherming die voor alle bomen in de openbare ruimte geldt los van of ze speciale bescherming via een andere bepaling genieten of in een structuur staan etc. 15

Nu staat in het beleidskader nog wel 45 cm, maar die komen dan weer niet terug in de verordening. Is dat bewust gedaan? Waarom? Geldt hierdoor dan de bestaande definitie uit nr 11 uit begrippenlijst verordening fysieke leefomgeving 2020? Want dat is wel dezelfde definitie maar dan met 30 cm omtrek? Er lijkt sprake van een fout. Bij de inspraak bleek noodzaak om de tekst beter leesbaar te maken. Hierbij is de 45cm omtrek /14 cm diameter maat voor de basisbescherming klaarblijkelijk verloren gegaan. Dit is niet de bedoeling. We bereiden een erratum voor om dit te repareren. 14. Kan ik ergens nagaan of echt alle lanen en gebieden die als groene hoofdstructuur/boomgebied op de groene kaart beschermd waren, nu dezelfde bescherming hebben? Wat als een boom binnen zo’n laan of gebied tussen de 30 en 45 cm stamomtrek heeft? Dan was hij toch beschermd in het oude regime en verliest die bescherming straks? Al deze bomen zijn bij ons bekend en opgenomen in het beheersysteem. Langs lanen gaat het om aangeplante bomen die in principe binnen enkele jaren na aanplant de maat voor de basisbescherming zullen behalen. In boomgebieden geldt hetzelfde maar is er ook op sommige locaties ruimte voor spontane groei en opkomst uit zaden. Een meer dynamisch gebeuren waar elke 4 jaar inventaris van wordt gemaakt.

Bomen die niet onder de basisbescherming vallen en ook niet aan de Groen Norm voldoen zijn niet vogelvrij. Het is niet zo dat deze standaard worden verwijderd. Het is gemeentelijk eigendom dat daarmee tegen vernieling etc. is beschermd. Alleen bij ruimtelijke ordening en gevaar zijn deze bomen niet vergunningsplichtig en kunnen wij als eigenaar beschikken over de bomen. In alle andere gevallen dienen deze bomen, indien hen niks mankeert, te worden behouden en zijn gevolglijk ook beschermd. 15. Hoe zou de situatie hieronder uitwerken met het nieuwe register? Worden dan andere bomen geplant? Hoe wordt die afweging gemaakt? Aan de hand van een optelsom van alle deelprojecten? Eind vorig jaar zijn 60 bomen aangeplant in de Hooigracht (en in het verlengde daarvan, de Pelikaanstraat en de Sint Jorissteeg (een compensatieplan). Als de ecologische scores van die 60 bomen worden beoordeeld volgens het voorgestelde register ecologische bomen blijkt dat van die 60 bomen maar 18 bomen een ‘ecologische waarde’ hebben, (score 3). De hoogste score, een 4, komt zelfs helemaal niet voor. De nieuwe bomenverordening schrijft voor: De compensatie bij ruimtelijke ontwikkelingen bestaat voor minstens de helft uit bomen met een ecologische waardering van 2 of meer en bevat geen bomen met een ecologische waardering 0 of -1. Ook hier wordt gestreefd naar een ecologisch heterogeen aanplant verband.

Op bovenstaande wetmatigheden kan worden afgeweken op locaties waar door verharding en beperkte ondergrondse groeiplaats meer resultaat voor klimaatadaptatie kan worden verwacht van exoten met ecologische waardering 0. Blijkbaar is in het traject ‘Sint Jorissteeg / Hooigracht/ Pelikaanstraat’ aanleiding geweest om af te wijken van het Register Ecologische Bomen (toen nog in wording), want 20 bomen aangeplant met een score 0 (bijvoorbeeld 13 platanen). Besluitvorming over de Hooigracht stamt uit het einde van de vorige raadsperiode en daarmee van ver voor de vorming van het Register Ecologische Bomen. Toen de plannen en de vergunningen van de Hooigracht werden vastgesteld was er nog geen sprake van een register. Wel zijn we blij met het inpassen van veel en verschillende soorten iepen in het gebied. Onder de nieuwe regels had hier

16

moeten worden omgezien naar een alternatief voor de platanen. Wel is gezien de verdichting in het gebied de plataan goed toepasbaar. 16. Klopt het dat de plantwaardes uit het register alleen gebaseerd zijn op insect-plant-relatie en niet op klimaatbestendigheid of bijvoorbeeld schaduw-werking? Het is een ecologische waardering. Daarin zijn insecten inderdaad van groot belang maar we hebben ook expliciet gekeken naar soorten die veel toevoegen voor vogels. Naast de ecologische afwegingen zijn er nog legio andere afwegingen, bijvoorbeeld verharding, hittestress, tijdelijke overstromingen etc. Vervolgens functioneert voor klimaatadaptatie elke gezonde boom door het brengen van schaduw, infiltratie en verdamping. Juist daarom is het zo belangrijk kwarrende bomen te kunnen vervangen. De groenontwerpers maken vervolgens in de praktijk een goede eindafweging in overleg met de ecologen. Gezien de praktische insteek van de ecologische lijst is er voldoende ruimte voor nadere afwegingen na de ecologische. 17. Waarom is gekozen om het register uit te werken tot ondersoort? Zou soortnamen niet voldoende zijn en verwarring kunnen voorkomen? Kan er een voorbeeld gegeven worden waarbij de ene ondersoort een andere waarde krijgt dan de anderen binnen dezelfde soort? Zo ja: wat is daar dan de redenatie achter? Er wordt niet zo zeer tot ondersoort maar tot cultivar uitgewerkt.

Cultivars hebben specifieke kenmerken die ze aantrekkelijk maken. Bijvoorbeeld de rode beuk heeft een donkere kleur ten opzichte van de soort. Deze cultivars hebben vaak een afwijking in blad in groei- en bloeiwijze, of zijn steriel (produceren geen zaden of vruchten). Daardoor zijn ze vaak minder herkenbaar voor insecten en hebben vogels minder te eten aan zaden of vruchten. Daarnaast zijn cultivars vaak gekloond (via stek of ent) waarmee ze dus een zeer smalle genetisch basis hebben. Is 1 boom gevoelig voor een nieuwe ziekte dan zijn alle klonen daarvan ook gevoelig. De diversiteit binnen soorten (de genetische diversiteit) vinden we ook belangrijk en daarom geven we cultivars in de regel een mindere waardering. Enkele voorbeelden van verschillende waarderingen binnen één soort zijn de Prunus cerasifera, Alnus incana, Acer pseudoplatanus en Salix alba. 18. Is ergens rekening gehouden met mannelijke en vrouwelijke bomen bij aanplant? Ik heb een keer gelezen dat in andere landen meer dan 75% van de nieuwe bomen mannelijk is. De overweging is dan dat de vrouwelijke bomen meer vruchten aanmaken wat tot overlast kan leiden. Maar ondertussen is gebleken dat de mannelijke bomen juist meer stuifmeel en daardoor meer hooikoorts veroorzaken.

Speelt dat ook in Nederland? Ja, daar hebben we rekening mee gehouden zoals bij vraag 17 beschreven door cultivars die steriel zijn (vaak mannelijke klonen) minder te waarderen. Inzet van tweeslachtige bomen zoals de iep is ook belangrijk want hoewel die stuifmeel afgeven absorberen ze die ook. 19. Komen de gegevens uit de bijlage bij de inspraakreactie van de bomenbond over aantallen verleende kapvergunningen en daarmee gemoeide bomen overeen met de gegevens waarover de gemeente beschikt? Zie hiervoor antwoord op vraag PvdD Nav de insprekers 1D 20. Is het gemeentelijke bomenbestand passief openbaar? (opvraagbaar door burgers) Zo ja: mogen die gegevens gebruikt worden om in eigen beheer bomenkaarten te maken? Een aantal maal per jaar krijgen we van bijvoorbeeld auteurs of belangstellenden het verzoek om beheerbestand voor wat betreft bomen te kunnen inzien. In de regel hebben we hier geen bezwaar tegen. Het is een werkdocument en past daarom vaak niet binnen een bredere context van communicatie over groen. Het zou goed zijn om ons bomenbestand beter toegankelijk te maken voor

17

de inwoners en daar ook een vorm van interactie aan toe te voegen. Daarvoor ontbreken nochtans de middelen.

18

GroenLinks 1. Indien herplant plaats dient te vinden met een boom met een stamdiameter kleiner dan 14 centimeter/stamomtrekmaat van 45 centimeter, welke bescherming hebben deze bomen? Andere gemeenten hebben bijvoorbeeld onderstaande uitzonderingen in geval het gaat om herplant: Voorbeeld 1: Het is verboden zonder vergunning van het college een houtopstand te vellen of te doen vellen die op grond van artikel x of artikel x is geplant (herplantplicht), ook als deze nog niet de omvang heeft bereikt als bedoeld in artikel x. Voorbeeld 2: In afwijking van het voorgaande/artikel x geldt geen minimale stamomtrek/-doorsnede voor houtopstanden die in het kader van een herplant- of instandhoudingsplicht zijn geplant. Zie ook antwoord op vraag PvdD Tv RV13 Men plant geen bomen aan om die ‘s anderdaags weer te kappen. Het college is hier ook geen voorbeelden van tegengekomen. Daarbij sneuvelt een zeker percentage bomen bij aanplant. Deze bomen wil je in het volgende plantseizoen in het kader van inboet zonder papieren rompslomp kunnen vervangen. De nazorg en inboetverplichting die in de verordening is opgenomen garandeert de nieuwe aanplant ook (Artikel 3.6.1.10) Natuurlijk zijn bomen ook voordat er sprake is van vergunningsplicht als eigendom van de gemeente beschermd tegen vernieling etc.

Dat wil daarmee zeggen dat bomen daarmee ook beschermd zijn tegen verwijdering als daarvoor geen zwaarwegende maatschappelijke reden aanwezig is. Zie voor een nadere toelichting hierop ook het antwoord op D66 14.

2. Ik kan geen bevoegdheid vinden voor het opleggen van nadere voorschriften in het kader van het bestrijden van boomziekten, anders dan de iepziekte. Klopt dat? Bijvoorbeeld eenzelfde set voorwaarden voor de kastanjebloedingsziekte/essentakziekte. In het geval van die Iepziekte is een specifieke protocol opgezet die de verspreiding van de vector van de grote en de kleine iepenspintkever (Scolytus scolytus en S. multistriatus) tegengaat. De verspreiding van kastanjebloedingsziekte/essentakziekte kan niet met vergelijkbare maatregelen worden tegengegaan. Daarom zijn dergelijke voorschriften nooit opgesteld voor deze en andere ziekten. 3. Is het algemeen gebruik om bij vergunningen voor bouwen, kapvergunningen onder opschortende voorwaarde van verlening van de bouwvergunning te verlenen? Ik heb bijvoorbeeld onderstaande artikel gevonden in een andere gemeente, zou dit artikel een meerwaarde hebben? Of staat een dergelijke bevoegdheid elders al opgenomen? voorbeeld 3: De beslissing op een aanvraag van een ontheffing tot vellen kan worden opgeschort als de aanvraag is ingediend in samenhang met de realisatie van een ander vergunning- of ontheffingsplichtig werk, zolang op die andere aanvraag niet is beslist. Nee, dit is niet gebruikelijk. In sommige gevallen is sprake van onlosmakelijkheid, in dat geval lopen de processen samen op.

Als daar geen sprake van is zijn er 2 gescheiden processen. 4. Zou ik nog eens de actuele stand van de reserve bomen kunnen ontvangen? Graag inclusief beoogde/bestemde bestedingen, voor zover bekend.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10166448/1