220008 Bijlage 2 Lammenschansweg - Omega-locatie Toelichting aangepast
Tekst van het document
Een aanvraag van een hogere grenswaarde is niet van toepassing aangezien sprake is van 30 km/uur, niet gezoneerde, wegen. Geluidreducerende maatregelen en aanvraag hogere grenswaarden: Onderzoek naar bronmaatregelen wijst uit dat deze niet doeltreffend genoeg zijn en civiel technisch niet wenselijk zijn. Onderzoek naar overdrachtsmaatregelen op straatniveau wijst uit dat deze stedenbouwkundig niet mogelijk/wenselijk zijn. Onderzoek naar overdrachtsmaatregelen ter hoogte van de appartementen wijst uit dat dat kan worden voldaan aan een goed woon- en leefklimaat door realisatie van een loggia met een balustrade van circa 1,7 meter hoogte op de tweede verdieping ter hoogte van waarneempunt A3. De onderzijde van de bovengelegen appartementen dient hierbij niet te reflecteren. Op andere verdiepingen kunnen wellicht lagere balustrades volstaan. Dit zal getoetst moeten worden in een bouwakoestisch onderzoek, horende bij de aanvraag Omgevingsvergunning voor het bouwen. Voor het plan dienen hogere grenswaarden te worden aangevraagd. Bij een hogere gevelbelasting dan 53 dB ten gevolge van wegverkeerslawaai dient tevens akoestisch compensatie te worden getroffen middels gevelwering, lucht- en/of contactisolatie. Vanuit het geluidbeleid van de gemeente Leiden kunnen deze hogere waarden in principe niet hoger zijn dan 58 dB.
Om aan deze 58 dB te voldoen dienen maatregelen te worden getroffen. Hierbij kan gedacht worden aan dove gevels, realisatie van de zogenoemde volledig afschermde wintertuin of gedeeltelijk afschermde loggia. Voor een dove gevel is geen aanvraag hogere grenswaarde van toepassing. Naast maatregelen om te kunnen voldoen aan de grenswaarde van 58 dB, dient er voor geluidbelastingen hoger dan 53 dB op een appartement tenminste 1 gevel te zijn die een geluidbelasting heeft die lager is dan 48 dB. Aan deze eis wordt grotendeels voldaan doordat de gehele binnenplaats geluidsluw is op de locatie van de huidige parkeerplaats. Aan de eis voor een stille gevel kunnen maatregelen worden getroffen in de vorm van een zogenoemde wintertuin of loggia. Bij hoge uitzondering kan de gemeente Leiden overgaan tot het afwijken van haar hogere waarden beleid. De gemeente Leiden kan besluiten om de berekende geluidbelastingen zonder maatregelen als hogere waarden vast te leggen, daar deze de maximale ontheffingswaarde uit de Wet geluidhinder (63 dB) niet overschrijdt. Indien realisatie van een geluidluwe gevel niet tot de mogelijkheden behoord kan de gemeente besluiten om van haar beleid af te wijken. Dit dient gemotiveerd te worden met zwaarwegende bezwaren ten aanzien van de maatregelen.
52
bestemmingsplan Lammenschansweg - Omega-locatie
Cumulatie en toetsing aan het Bouwbesluit 2012: De gecumuleerde geluidbelasting (ten gevolge van wegverkeerslawaai en industrielawaai) is berekend op de randen van het bouwvlak en de daarmee maximaal planologische mogelijkheden. De gecumuleerde geluidbelasting is berekend conform reken- en meetvoorschrift geluid 2012, bijlage 1 hoofdstuk 2 (Methode van Miedema), zoals weergeven in tabel 8. De gecumuleerde geluidbelasting voor dit onderzoek is conform de methode Miedema te classificeren van goed tot tamelijk slecht. Op grond van het Bouwbesluit 2012 worden eisen gesteld aan de akoestische binnenwaarde bij woningen. Afhankelijk van de maatgevende geluidbelasting (wegverkeerslawaai of industrielawaai) wordt de minimaal benodigde karakteristieke gevelwering bepaald. Ten gevolge van wegverkeerslawaai dient voldaan te worden aan een binnenwaarde van 33 dB. Ten gevolge van industrielawaai dient voldaan te worden aan een binnenwaarde van 35 dB. In een aanvullend bouwakoestisch onderzoek dienen de benodigde gevelmaatregelen bij de ontvanger te worden bepaald.
4.5.5
Luchtkwaliteit
4.5.5
Luchtkwaliteit
4.5.5.1 Beleidskader De Wet luchtkwaliteit (verankerd in de Wet milieubeheer hoofdstuk 5, titel 5.2) is een implementatie van diverse Europese richtlijnen omtrent luchtkwaliteit waarin onder andere grenswaarden voor vervuilende stoffen in de buitenlucht zijn vastgesteld ter bescherming van mens en milieu. In Nederland zijn stikstofdioxide (NO2) en zwevende deeltjes als PM10 (fijn stof) de maatgevende stoffen waar de concentratieniveaus het dichtst bij de grenswaarden liggen. Overschrijdingen van de grenswaarden komen, uitzonderlijke situaties daargelaten, bij andere stoffen niet voor. Vanaf 1 januari 2015 dient het bevoegd gezag de luchtkwaliteit ook te toetsen aan de grenswaarde voor PM2,5. Op basis van onderzoek door het Planbureau voor de Leefomgeving kan worden gesteld dat als aan de grenswaarden voor PM10 wordt voldaan, ook aan de grenswaarde voor PM2,5 wordt voldaan. Hoewel de luchtkwaliteit de afgelopen jaren flink is verbeterd kan Nederland niet voldoen aan de luchtkwaliteitseisen die in 2010 van kracht zijn geworden. De EU heeft Nederland derogatie (uitstel) verleend op grond van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Dit betreft een gemeenschappelijke aanpak van het Rijk en diverse regio's om samen te werken aan een schonere lucht waarbij ruimte wordt geboden aan noodzakelijke ruimtelijke ontwikkelingen.
Plannen die in betekenende mate bijdragen aan luchtverontreiniging worden opgenomen in een gebiedsgericht programma van het NSL. Het maatregelenpakket in het NSL is hiermee in evenwicht en zodanig dat op termijn de luchtkwaliteit in heel Nederland onder de grenswaarden ligt. Plannen die 'niet in betekenende mate' (NIBM) bijdragen aan luchtverontreiniging hoeven niet langer individueel getoetst te worden aan de Europese grenswaarden aangezien deze niet leiden tot een significante verslechtering van de luchtkwaliteit. Deze grens is in de AMvB NIBM gelegd bij 3% van de grenswaarde van een stof: Voor NO2 en PM10 betekent dit dat aannemelijk moeten worden gemaakt dat het plan tot maximaal 1,2 µg/m³ verslechtering leidt. Voor een aantal functies (o.a. woningen, kantoren, tuin- en akkerbouw) is dit gekwantificeerd in de ministeriële regeling NIBM. Uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening wordt afgewogen of het aanvaardbaar is het plan op deze plaats te realiseren. Hierbij kan de blootstelling aan luchtverontreiniging een rol spelen, ook als het plan 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de luchtverontreiniging. Er is sprake van een significante blootstellingsduur als de verblijfsduur die gemiddeld bij de functie te verwachten is een aanzienlijk deel van de dag betreft.
Volgens de toelichting op de Regeling Beoordeling luchtkwaliteit is dit onder andere het geval bij een woning, school of sportterrein.
53
bestemmingsplan Lammenschansweg - Omega-locatie
Gevoelige bestemmingen als scholen, kinderdagverblijven, bejaarden- en zorgtehuizen genieten op grond van de gelijknamige AMvB extra bescherming. Substantiële uitbreiding of nieuwvestiging binnen 50 meter van een provinciale weg of 300 meter van een Rijksweg is alleen toegestaan als de concentraties luchtvervuilende stoffen zich onder de grenswaarden bevinden waardoor geen onacceptabele gezondheidsrisico's optreden.
4.5.5.2 Onderzoeksresultaten De ministeriële regeling NIBM kwantificeert de (N)IBM-grens niet voor alle functies die mogelijk worden gemaakt in voorliggend plan (commerciële functies). Dit betekent dat op een andere manier aannemelijk gemaakt moet worden dat het plan niet in betekenende mate bijdraagt aan de luchtverontreiniging. Met behulp van de NIBM-rekentool is de verslechtering van de luchtkwaliteit ten gevolge van het plan (30 dure koopappartementen, 30 middeldure koopappartementen, 27 dure huurappartementen, 27 middeldure huurappartementen en 635 m2 bvo commerciële plint) berekend. Daarbij is ook rekening gehouden met het beoogde programma van het zuidelijk plandeel (80 middeldure koopappartementen, 49 sociale huurappartementen, 32 middeldure huurappartementen en 540 m2 bvo commerciële plint) waarvoor een uitwerkingsplicht is opgenomen. Bij het opstellen van de NIBM-rekentool is uitgegaan van een worstcase situatie door geen planvergelijking te doen en inzichtelijk te maken of de herontwikkeling op zichzelf NIBM te noemen is. Na invulling van de rekentool volgt dat dit het geval is.
In het kader van een goede ruimtelijke ordening is ook gekeken naar de concentraties fijn stof (PM10 en PM2.5) en stikstofdioxide (NO2) in de nabijheid van het plangebied. Na raadpleging van de NSL-monitoringstool wordt geconcludeerd dat de concentraties luchtverontreinigende stoffen onder de grenswaarden in de drie jaren (2018, 2020 en 2030) liggen. Deze grenswaarden zijn op Europees niveau vastgesteld ter bescherming van mens en milieu tegen schadelijke gevolgen van luchtverontreiniging. Tevens geven de uitkomsten uit de monitoringstool aan dat de concentraties van de luchtvervuilende stoffen op de lange termijn in het plangebied verder afnemen. Ook wanneer de resultaten van de NIBM-tool worden opgeteld op de concentraties zoals de monitoringstool aangeeft, zal er geen sprake zijn van een (dreigende) overschrijding van de grenswaarden. De blootstelling aan luchtverontreiniging is hierdoor beperkt en leidt niet tot onaanvaardbare gezondheidsrisico's. Op basis van het voorgaande kan geconcludeerd worden dat, zowel vanuit de Wet milieubeheer als vanuit een goede ruimtelijke ordening, luchtkwaliteit geen belemmering vormt
54
bestemmingsplan Lammenschansweg - Omega-locatie
voor de voorgenomen ontwikkeling in het plangebied.
4.6
Milieueffectrapportage
4.6.1
Beleidskader
De milieueffectrapportage (m.e.r.) is een hulpmiddel om bij diverse procedures het milieubelang een volwaardige plaats in de besluitvorming te geven. Een m.e.r. is verplicht bij de voorbereiding van plannen en besluiten van de overheid over initiatieven en activiteiten van publieke en private partijen die belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben. De m.e.r. is wettelijk verankerd in hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer en het Besluit m.e.r.
4.6.2
Onderzoeksparagraaf
Onderhavig plan betreft de realisatie van een appartementengebouw inclusief commerciële plint, alsmede een nader uit te werken woongebouw, eveneens inclusief commerciële plint. Het plan kan worden gekwalificeerd als de wijziging van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen als genoemd in onderdeel D.11.2 van de bijlage van het Besluit m.e.r.. Bij de uitleg van de Europese m.e.r.-richtlijn wordt immers aangegeven dat 'stedelijke ontwikkelingsprojecten' breed moet worden geïnterpreteerd en een herontwikkeling wordt als wijziging in de zin van het Besluit m.e.r. beschouwd.
Bij de activiteit zijn drie relevante indicatieve drempelwaarden opgenomen, namelijk: een oppervlakte van 100 hectare of meer; een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen; een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² of meer. Het plan blijft ver onder de indicatieve drempelwaarden en daarmee kan in eerste instantie met een vormvrije m.e.r.-beoordeling worden volstaan. In de vormvrije m.e.r.-beoordeling wordt beoordeeld of de activiteit belangrijke nadelige milieugevolgen kan hebben. Hierbij moet in het bijzonder worden nagegaan of er sprake is van de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de Europese Richtlijn betreffende de milieueffectbeoordeling. Daarbij dient te worden ingegaan op de volgende onderdelen: de kenmerken van het project; de plaats waar de activiteit plaatsvindt; de kenmerken van het potentiële effect. Er is een vormvrije m.e.r.-beoordeling uitgevoerd voor het noordelijk deel van het plangebied. Hieruit volgt dat er geen sprake is van bijzondere omstandigheden ten aanzien van de kenmerken en locatie van het plan, die zouden kunnen leiden tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. Voor de beoordeelde milieuaspecten geldt dat er geen effect optreedt. De conclusie is dan ook dat belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten. Het volgen van een m.e.r.-(beoordelings-) procedure is daarom niet nodig.
Bij het uitwerkingsplan zal te zijner tijd gekeken worden naar de milieugevolgen van het plan.
55
bestemmingsplan Lammenschansweg - Omega-locatie
4.7
Stedenbouwkundige inpassing
Voorliggend plan betreft een verdere uitwerking van de geboden ontwikkelkaders van de Ontwikkelstrategie voor de Lammenschansdriehoek. Het plan past zowel vanuit functioneel als stedenbouwkundig oogpunt binnen de bouwenvelop uit deze strategie. Met dit plan wordt zo verder invulling gegeven aan het realiseren van het beoogde einddoel van de Lammenschansdriehoek als een gemengde, stedelijke woon- en werkomgeving.
4.8
Verkeer en vervoer
4.8.1
Beleidskader
4.8.1.1 Regionale mobiliteitsagenda De vigerende regionale ambities zijn vastgesteld in de 'Inhoudelijke Agenda 2016-2020' van Holland Rijnland (16 december 2015). Deze agenda benoemt de speerpunten die in verschillende coalities worden opgepakt. Holland Rijnland is een netwerkorganisatie en heeft als opdracht: “zorgdragen binnen de regio voor een optimale verbinding, ontmoeting en samenwerking op ruimtelijk, economisch en sociaal gebied”. Twee van de vier verwoorde ambities hebben een relatie met de opgaven voor mobiliteit namelijk “koploper in het toepassen van economische en technologische innovaties” en een “aantrekkelijke en vitale woon- en leefomgeving”. Enkele van de bijbehorende speerpunten van Holland Rijnland zijn het beter benutten van het regionaal mobiliteitsnetwerk en ondersteuning van de gemeenten bij het verwerven van subsidies (regionale projecten), strategische verkenningen en kennisdelen. Als uitwerking van het speerpunt mobiliteit heeft Holland Rijnland een knelpuntenanalyse uitgewerkt. Om goed voorbereid te zijn op de toekomst en om een robuust verkeer en vervoersysteem in de regio te garanderen zijn de (toekomstige) mobiliteitskansen en- knelpunten in beeld gebracht.
Hierbij is rekening gehouden met toekomstige ontwikkelingen, zowel ruimtelijk-economisch als infrastructureel evenals met diverse trends en ontwikkelingen die effect kunnen hebben op de knelpunten en kansen. Op basis van bovenstaande analyses en met het RVVP (inclusief uitvoeringsprogramma's) en het Regionaal InvesteringsFonds als kaders, is de Regionale Mobiliteitsagenda ontwikkeld. Op het moment van opstellen van deze bestemmingsplantoelichting, wordt er in Holland Rijnland verband door de gemeenten gewerkt aan een mobiliteitsagenda die de strategie (en daarmee de keuzes en uiteindelijk de uitvoeringsprojecten) voor de langere termijn vastgelegd. Daarnaast wordt gelijktijdig gewerkt aan een ruimtelijke en economische agenda, zodat een geïntegreerde totaal visie op Holland Rijnland schaal ontstaat.
4.8.1.2 Mobiliteitsnota De Mobiliteitsnota 2020-2030 vastgesteld door de gemeenteraad op 16 juli 2020 is onderdeel van het integrale beleid zoals omschreven in de Omgevingsvisie. Vooruitlopend op de Omgevingsvisie is de noodzaak ontstaan om het huidige mobiliteitsbeleid te actualiseren omdat we aan de vooravond staan van transities zoals voor energie, klimaat en daarmee ook voor mobiliteit. De mobiliteitsnota beschrijft hoe we onze stad via een toekomstbestendig mobiliteitssysteem duurzaam bereikbaar maken.
Vervoersvormen die zuinig omgaan met de ruimte en goed zijn voor de leefbaarheid en het milieu in de stad krijgen een hoofdrol. In een compacte, inclusieve, stad, die steeds drukker
56
bestemmingsplan Lammenschansweg - Omega-locatie
wordt, zijn de fiets, lopen en goed toegankelijk openbaar vervoer logische opties voor bewoners en bezoekers om zich te verplaatsen. Door het gegeven dat er woningen bijkomen, het aantal banen blijft groeien en de bezoekersstroom blijft toenemen, kunnen we concluderen dat die reizigers onmogelijk allemaal de auto kunnen gebruiken, omdat ons autonetwerk dan ontoereikend is. Alleen met meer fiets- en OV-gebruik houden we onze stad leefbaar en bereikbaar en de luchtkwaliteit op het gewenste niveau. Dit noemen we modal shift. We zorgen ervoor dat iedereen in de stad zich kan verplaatsen én kan meedoen.
Hoofdambitie van het mobiliteitsbeleid is het bereiken van een modal shift naar meer schone mobiliteit. De hoofdambitie is vervolgens onder te verdelen in negen deelambities die bijdragen aan een verschuiving van vervoerswijzen door te faciliteren, stimuleren en verleiden: 1. 2. 3. 4. 5. 6.
Leiden als fietsstad Lopen krijgt meer ruimte Stimuleren Openbaar Vervoer Versterken van de hoofdontsluitingsstructuur Autoluwe binnenstad met meer autovrije straten Een aantrekkelijke binnenstad maken door de aanwezigheid van een emissieloos stadsdistributiesysteem 7. De juiste parkeerder op de juiste plek 8. Ondersteunen deelconcepten 9. Gebruik maken van nieuwe technologie Er gaat veel aandacht uit naar de duurzame mobiliteitsvormen lopen, fietsen en openbaar vervoer. En, hoewel het tegenstrijdig lijkt, is het noodzakelijk om de komende jaren te investeren in autobereikbaarheid. Niet alleen speelt de auto nog geruime tijd een rol bij verplaatsen van Leidenaren en bezoekers aan Leiden, maar door autoverkeer goed af te wikkelen op geschikte routes ontstaat elders tevens ruimte voor voetgangers, fietsers en het openbaar vervoer.
4.8.1.3 Parkeervisie Op 16 juli 2020 heeft de raad de Parkeervisie vastgesteld. In de parkeervisie wordt het toekomstbeeld geschetst van parkeren in Leiden, samengevat in visiepunten voor de auto en de fiets. De Parkeervisie geeft een beeld van de parkeersituatie voor de auto en de fiets in Leiden in 2030 en hoe stapsgewijs naar die nieuwe situatie toegewerkt wordt. De Parkeervisie bevat de ambities en uitgangspunten voor het beleid van de komende jaren, waarbij er in het bijzonder aandacht is voor het inpassen van de verstedelijkings- en woningbouwopgave en het wijzigen van de modal shift (het bevorderen van schone vervoersvormen, zoals lopen, de fiets en het openbaar vervoer, en het terugdringen van het autogebruik en autobezit). De Parkeervisie is opgebouwd langs drie redeneerlijnen: 1. De juiste parkeerder op de juiste plek. Leiden wil duidelijkheid verschaffen over wie waar tegen welke kosten een plek kan vinden. Zodat de automobilist of fietsparkeerder weet waar hij/zij aan toe is, niet nodeloos hoeft te zoeken, en desgewenst de afweging kan maken om voor een andere vervoerswijze te kiezen als dat makkelijker, goedkoper of betrouwbaarder blijkt te zijn. 2. Openbare ruimte is, in een sterk groeiende stad, te kostbaar om nog verder te verstenen voor parkeerplaatsen. Liever kiest Leiden voor groen, water, spelen, zonnen, wandelen, dan nog meer parkeerplaatsen toe voegen.
Leiden kiest daarom voor het beter reguleren van het parkeren in de openbare ruimte. 3. De fiets krijgt een prominente rol als duurzame en schone vervoersvorm. Dat wordt gefaciliteerd met hogere kwaliteit van fietsparkeervoorzieningen én het uitbreiden van de
57
bestemmingsplan Lammenschansweg - Omega-locatie
fietsparkeervoorzieningen. Ook komt er meer aandacht voor fietsparkeernormen en kwaliteitsambities/kwaliteitseisen bij nieuwe ontwikkelingen. Leiden introduceert een fietsparkeernorm zodat in de toekomst fietsers de garantie hebben op goede en voldoende stallingsruimte. Op deze manier stimuleert Leiden het gebruik van de fiets en verrommelt de stad niet.
4.8.1.4 Beleidsregels parkeernormen In het bestemmingsplan dienen regels te worden opgenomen ten aanzien van parkeren en laden en lossen. Uitgangspunt is dat bij ontwikkelingen (nieuwbouw of functiewijziging) er voldoende parkeerplaatsen en ruimte voor laden en lossen op eigen terrein beschikbaar moeten zijn. Hiermee wordt voorkomen dat een nieuwe ontwikkeling te veel nadelige gevolgen voor de omgeving oplevert.
Om te beoordelen wat 'voldoende' parkeerplaatsen voor auto- en fietsparkeren zijn, heeft het college van B&W op 14 juli 2020 de 'Beleidsregels parkeernormen Leiden 2020' vastgesteld. Ze hebben ook betrekking op de wijze van bepalen van de hoeveelheid en de kwaliteit van benodigde parkeerplaatsen voor zowel auto als fiets, in verband met aanvragen voor alle activiteiten, zoals bedoeld in artikel 2.1, eerste lid Wabo.
4.8.2
Onderzoeksresultaten
4.8.2.1 Verkeer Om de verkeersgeneratie van het plan inzichtelijk te maken is gebruik gemaakt van de kencijfers van het CROW. Onder verkeersgeneratie wordt hierbij verstaan de totale hoeveelheid gemotoriseerd verkeer (excl. openbaar vervoer) die gedurende een gekozen tijdsperiode naar de desbetreffende voorziening toe rijdt en hiervan wegrijdt. Onderhavige ontwikkeling richt zich bij recht op het realiseren van een complex bestaande uit 114 woningen in verschillende categorieën en 635 m2 aan commerciële ruimte. De Lammenschansdriehoek maakt binnen het gemeentelijk parkeerbeleid onderdeel uit van het gebied 'schil centrum'. Leiden is een 'zeer sterk stedelijk' gebied. Daarbij zijn de kengetallen aangehouden behorende bij 'wellnesscentrum' (per 100 m2) (gemiddeld scenario van functie welke is toegestaan in de commerciële plint).
Dure Middeldure Dure Middeldure Commerciël Totaal koopapparte koopappartem huurappart huurappartem e plint (per menten (30) enten (30) ementen enten (27) 100 m2) (27) 30 x 5,4 = 162,0
30 x 3,7 = 111,0
27 x 3,7 = 27 x 1,8 = 99,9 48,6
6,35 x 8,7 = 476,7 55,2
Maximaa 30 x 6,2 = l 186,0
30 x 4,5 = 135,0
27 x 4,5 = 27 x 2,6 = 121,5 70,2
6,35 x 9,8 = 574,9 62,2
Minimaal
Zoals uit bovenstaande tabel is af te leiden neemt de verkeersgeneratie toe met maximaal 544 verkeersbewegingen. Voor de verdere ontsluitingsstructuur van de oostzijde van de Lammenschansdriehoek is door Goudappel Coffeng een verkeersonderzoek uitgevoerd waarin drie varianten zijn onderzocht. Uit het onderzoek volgt dat met de variant met een brede middenberm op de Kanaalweg
58
bestemmingsplan Lammenschansweg - Omega-locatie
voldoende capaciteit biedt om alle verkeersbewegingen van en naar de wijk af te wikkelen en houdbaar is voor het kruispunt Kanaalweg-Plantijnstraat. Met de geprognosticeerde intensiteiten is er bij deze variant gedurende de spits, en dan vooral de avondspits, wel sprake van opbouw van wachtrijen, die ook enige tijd van een behoorlijke lengte kunnen zijn. Er is echter geen sprake van structurele overbelasting. De wachtrijen verdwijnen ook weer gedurende de spitsperiode. De voordelen van de variant met de brede middenberm komen niet zo duidelijk naar voren bij een gemiddelde situatie, maar wel in situaties met een piekaanbod. Mocht uit de praktijk blijken dat deze verkeeroplossing onvoldoende soelaas biedt, dan is het ook nog mogelijk om een deel van de Plantijnstraat als eenrichtingsverkeer in te richten. Ook is in het kader van de woningbouwontwikkeling aan de Ananasweg onderzoek uitgevoerd naar de verkeersafwikkeling van de Lammenschansweg richting de toekomst. Het huidige kruispunt Lammenschansweg-Tomatenstraat is namelijk niet geschikt genoeg gebleken om de toekomstige doorstroming te kunnen faciliteren, rekening houdend met de ontwikkeling aan de Ananasweg en de ontwikkelingen in de Lammenschansdriehoek. Uit het onderzoek is naar voren gekomen dat een ontsluitingsvariant 'korte lus 2 x 2' het meest geschikte is om de toekomstige verkeersstromen te kunnen faciliteren.
Bij deze variant maken de aparte busbanen op de Lammenschansweg plaats voor reguliere rijbanen, zodat het betreffende segment van de Lammenschansweg een volwaardige 2 x 2-weg wordt. Bussen zullen daardoor met het reguliere verkeer mee moeten rijden, maar omdat het verkeer daarmee veel sneller kan doorstromen is de noodzakelijke groentijd voor de hoofdrichtingen korter, en kan de verkeerslichtregeling veel efficiënter geprogrammeerd worden. In deze variant wordt het Veilingterrein op de Lammenschansweg ontsloten door middel van een klein 'verkeersplein' rondom het bestaande tankstation. Als gevolg van de ontwikkeling van de Lammenschansdriehoek zal het verkeer van de Omegaweg op de Lammenschansweg fors toenemen. Vanwege deze verwachte verkeersgroei is er gekozen voor een geregeld viertaks kruispunt met directe aansluiting op de Omegaweg. Om dit kruispunt te reconstrueren tot een VRI-geregeld kruispunt zijn er op de Lammenschansweg, Tomatenstraat en Omegaweg extra opstelstroken aangebracht voor de links- en/of rechtsafslaande bewegingen. Het aansluiten van de Omegaweg op de Lammenschansweg heeft tot gevolg dat de oostelijke parallelweg ter hoogte van het viertaks kruispunt wordt opgeheven om voldoende opstellengte te creëren en een verkeersveilige situatie te creëren.
De navolgende afbeelding laat de toekomstige inrichting van de Lammenschansweg zien, evenals het kruispunt Lammenschansweg-Tomatenstraat-Omegaweg.
59
bestemmingsplan Lammenschansweg - Omega-locatie
Impressie mogelijke inrichting Lammenschansweg (bron: gemeente Leiden)
Totdat de nieuwe inrichting van de Lammenschansweg met aangepaste kruispunt Lammenschansweg-Tomatenstraat-Omegaweg gerealiseerd is, zal er sprake zijn van een tijdelijke situatie waarbij het beoogde plan ontsloten zal worden door de bestaande wegenstructuur. Deze tijdelijke verkeerssituatie is onderzocht (zie bijlage). De resultaten van het onderzoek geven aan dat het plan van invloed is op de verkeersintensiteit. De hoeveelheid extra verkeer op het kruispunt van het project Omega is naar huidig inzicht relatief klein, maar dit moet er niet toe leiden dat de verkeersveiligheid verslechtert ten opzichte van de huidige situatie. Daarom worden er, indien nodig, tijdelijke maatregelen en alternatieve routes voorgesteld. Tevens is het advies de situatie te blijven monitoren en extra onderzoek uit te voeren. Onverlet laat dat de definitieve situatie, te weten de reconstructie van het kruispunt Omegaweg met de Lammenschansweg, maatgevend is en prioriteit verdient.
60
bestemmingsplan Lammenschansweg - Omega-locatie
4.8.2.2 Parkeren De gemeente Leiden heeft specifiek parkeerbeleid in de vorm van 'Beleidsregels parkeernormen Leiden 2020' (vastgesteld juli 2020). Het plangebied is op basis van deze nota ingedeeld in de subzone '2e schil rond de binnenstad'. Onderdeel van voorliggend plan (noordzijde) betreft een parkeergarage van circa 75 parkeerplaatsen als stallingsplaatsen en ten behoeve van vaste gebruikers. Twee parkeerplaatsen zijn geschikt voor minder validen. Verder is in de parkeervoorziening ook ruimte voor elektrische laadpunten. De resterende parkeerbehoefte kan worden opgevangen in de parkeergarage in de Lammenschansdriehoek. Ter plaatse is voldoende capaciteit beschikbaar. Tevens wordt in het bouwplan inpandig rekening gehouden met het aspect fietsparkeren. Voor de zuidzijde van het plangebied geldt dat de benodigde (fiets)parkeerbehoefte in onderlinge afstemming wordt opgepakt met de Omega-ontwikkeling. In het op te stellen uitwerkingsplan zal daar te zijner tijd nader inzicht in worden gegeven. Rondom dit zuidelijk te ontwikkelen gebied zal ook een laad- en loszone voor pakketdiensten, afvalinzameling, toeleveranciers e.d. in de openbare ruimte worden gerealiseerd. Voor zowel het auto- als fietsparkeren zijn parkeerbalansen gemaakt op basis van de huidige inzichten.
61
bestemmingsplan Lammenschansweg - Omega-locatie
In de regels van dit bestemmingsplan wordt het gemeentelijk parkeerbeleid juridisch-planologisch vastgelegd. Dit betekent dat bij de omgevingsvergunning voor het bouwen getoetst zal worden of het plan voorziet in voldoende parkeergelegenheid. De parkeeroplossing op eigen terrein zal voldoen aan de van toepassing zijnde NEN normering en voor fietsen (gebruikers en bezoekers) aan de FietsParKeur. Ook qua logische en acceptabele bereikbaarheid. Daarmee wordt gesteld dat het aspect 'parkeren' voldoende in dit plan is gewaarborgd.
4.9
Water
4.9.1
Beleidskader
4.9.1.1 Wettelijk kader Europese kaderrichtlijn water (2000) De Kaderrichtlijn Water biedt het instrumentarium om oppervlaktewater en grondwater in zowel kwalitatief als kwantitatief opzicht te beschermen en te verbeteren. Ook het bevorderen van een duurzaam watergebruik, op basis van bescherming van de beschikbare waterbronnen en de afzwakking van de gevolgen van overstromingen en perioden van droogte vormen belangrijke doelstellingen. Om deze doelen te realiseren, reikt de richtlijn diverse instrumenten aan, zoals maatregelenprogramma's, stroomgebiedbeheersplannen, monitoringverplichtingen en economische analyses van het watergebruik inclusief de kostenterugwinning van waterdiensten. Nationaal Waterplan 2016 - 2021 Het 2e Nationaal Waterplan (NWP2) beschrijft de hoofdlijnen, principes en richting van het nationale waterbeleid in de periode 2016-2021, met een vooruitblik richting 2050. Hierin staat o.a. dat het rijk, provincies, gemeenten en waterschappen gezamenlijk de ambitie hebben gesteld dat Nederland in 2050 zo goed mogelijk klimaatbestendig en waterrobuust is. De looptijd van het Nationaal Waterplan 2016-2021 is van 22 december 2015 tot 22 december 2021. Het Nationaal Waterplan (en alle andere plannen op grond van de Waterwet) worden
62
bestemmingsplan Lammenschansweg - Omega-locatie
elke zes jaar herzien.
4.9.1.2 Beleid hoogheemraadschap Waterbeheerplan 5 Voor de planperiode 2016-2021 zal het Waterbeheerplan 5 (WBP5) van het hoogheemraadschap van Rijnland van toepassing zijn. In dit plan geeft het hoogheemraadschap van Rijnland aan wat haar ambities voor de komende planperiode zijn en welke maatregelen in het watersysteem worden getroffen. In het WBP5 staat samen werken met de omgeving aan water centraal. Het hoogheemraadschap van Rijnland wil samen met zijn omgeving werken aan duurzaam en efficiënt waterbeheer. De vier hoofddoelen zijn veiligheid tegen overstromingen, voldoende water, gezond water en de waterketen. Wat betreft veiligheid is cruciaal dat de waterkeringen voldoende hoog en stevig zijn én blijven en dat rekening wordt gehouden met mogelijk toekomstige dijkverbeteringen. Bij voldoende water gaat het erom het complete watersysteem goed in te richten, goed te beheren en goed te onderhouden. Daarbij wil het hoogheemraadschap van Rijnland dat het watersysteem op orde en toekomstvast wordt gemaakt, rekening houdend met klimaatverandering. Immers, de verandering van het klimaat leidt naar verwachting tot meer lokale en heviger buien, perioden van langdurige droogte en zeespiegelrijzing. Het waterbeheerplan sorteert voor op deze ontwikkelingen. Gezond water is de zorgplicht om het water schoon zoals past bij de functie van het water te houden.
Wat betreft de waterketen, zijnde afvalwater, wordt dit optimaal gezuiverd en onttrokken grondstoffen worden hergebruikt. Keur en uitvoeringsregels Per mei 2020 is een nieuwe Keur en de daarbij horende uitvoeringsregels in werking getreden. De Keur is benodigd vanuit de Waterwet. De Keur bevat verbodsbepalingen voor werken en werkzaamheden in of bij waterstaatswerken. Er kan een ontheffing worden aangevraagd om een bepaalde activiteit wel te mogen uitvoeren. Als het hoogheemraadschap van Rijnland daarin toestemt, dan wordt dat geregeld in een Keurvergunning. De Keur is daarmee een belangrijk middel om via vergunningverlening en handhaving het watersysteem op orde te houden of te krijgen. In de Uitvoeringsregels, die bij de Keur horen, is het beleid van het hoogheemraadschap van Rijnland nader uitgewerkt. Binnen het beheergebied van het Hoogheemraadschap van Rijnland gelden strenge regels om onbebouwde grond te verharden. Bij toename van verharding van de onbebouwde gronden met meer dan 500m² is compensatie van verharding door middel van extra te graven vierkante meters water verplicht.
4.9.1.3 Gemeentelijk beleid Watertoets Om problemen met wateroverlast te voorkomen, om een goede waterkwaliteit te waarborgen én om de beleving van water voor burgers te vergroten, is de watertoets in het leven geroepen. De watertoets is een sinds 2003 verplichte procedure die er voor zorgt dat water en de waterbeheerder in een zo vroeg mogelijk moment bij de planvorming worden betrokken. De watertoets is het hele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van waterhuishoudkundige aspecten in ruimtelijke plannen en besluiten.
63
bestemmingsplan Lammenschansweg - Omega-locatie
4.9.2
Onderzoeksresultaten
4.9.2.1 Algemeen Water en ruimtelijke ordening Het aanwezige watersysteem vormt een belangrijke randvoorwaarde voor wat in een bepaald gebied wel of juist niet mogelijk is en stelt daarmee eisen aan de omgang en inrichting van de beperkte ruimte. Bouwen langs het water kan enorm bijdragen aan het woongenot. Bouwen op de verkeerde plek kan veel ellende geven door wateroverlast. Terecht wordt steeds meer erkend dat water mede sturend dient te zijn voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het is inmiddels voor iedereen duidelijk dat het watersysteem meer ruimte nodig heeft om de effecten van klimaatverandering, zeespiegelrijzing en bodemdaling het hoofd te kunnen bieden. Een goede afstemming tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening is daarom noodzakelijk. Extra aandacht voor water in ruimtelijke plannen in een vroeg stadium van de planvorming is blijvend vereist met het oog op de toekomst en het naleven en uitvoering van de Watertoets, de Kaderrichtlijn Water (KRW), Waterplan Leiden en eisen vanuit waterbeheer.
4.9.2.2 Watertoets Voor voorliggend plan is de digitale watertoets doorlopen. Uit de digitale watertoets volgt dat het Hoogheemraadschap van Rijnland waterbelang heeft bij het plan. Het plangebied is in de huidige situatie bijna geheel verhard (circa 90%), zoals navolgende afbeelding aantoont.
Verharding huidige situatie plangebied (Bron: Kolpa architecten).
Met de voorgenomen ontwikkeling zal de verhardingssituatie niet tot nauwelijks wijzigen. De
64
bestemmingsplan Lammenschansweg - Omega-locatie
hoeveelheid verharding zal met minder dan 500 m2 toenemen, waardoor watercompenserende maatregelen niet noodzakelijk worden geacht. Wel is in het plangebied een groene daktuin beoogd waar zich kansen en mogelijkheden voordoen op het gebied van opvangen en vasthouden van hemelwater en klimaatadaptatie. Bij de eerste inrichtingsideeën van de daktuin is onder meer rekening gehouden met het afschot van hemelwater zodat de daktuin ook daadwerkelijk goed kan functioneren om het hemelwater op een deugdelijke manier kan opvangen. De daktuin krijgt dan ook een sterk groen karakter en er zal onder de tuin een waterbergende laag worden aangebracht. Wat betreft groen en water geldt dat bij de verdere uitwerking van het bouwplan meer in detail naar deze aspecten wordt gekeken rekening houdend met de gemeentelijke ambities. Op deze manier wordt er toch een waterbergend vermogen in het plangebied gerealiseerd. Wanneer hiermee rekening wordt gehouden, is uit navolgende afbeelding af te leiden dat de hoeveelheid verharding afneemt in de toekomstige situatie.
Verharding toekomstige situatie plangebied (Bron: Kolpa architecten).
Conclusie Het Hoogheemraadschap heeft ingestemd met voorliggend plan. Het aspect water vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.
65
bestemmingsplan Lammenschansweg - Omega-locatie
4.10 Hoogbouwtoets 4.10.1 Beleidskader Leiden heeft één van de hoogste adresdichtheden in Nederland. Binnen de gemeentegrenzen zijn, de Oostvlietpolder en het Park Cronesteyn buiten beschouwing gelaten, geen uitleggebieden meer aanwezig. In lijn met de uitgangspunten in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte, de provinciale structuurvisie en alle andere relevante vigerende ruimtelijke beleidskaders, streeft de gemeente Leiden bij stedelijke ontwikkelingen daarom (min of meer noodgedwongen vanwege de beperkte ruimte) naar verdichting binnen het bestaande stedelijke veld. Die verdichtingsopgave heeft in 2007 geleid tot de noodzaak tot het opstellen van beleid rondom de wenselijkheid van hoogbouw. Dat beleid is geformuleerd in de gemeentelijke Hoogbouwvisie. In de Hoogbouwvisie is een beeld geschetst van de plaatsen en omstandigheden waaronder hoogbouw in ruimtelijke projecten al dan niet wenselijk is. Uitgangspunt daarbij is dat hoogbouw wenselijk is vanuit het oogpunt van herkenbaarheid, bijvoorbeeld rondom stationsgebieden en kruispunten van belangrijke stedelijke lijnen (wegen, spoorlijnen, waterwegen), in het overgangsgebied tussen stad en land of tussen wijken onderling en ter plaatse van belangrijke stadsentrees.
Hoogbouw is niet of in mindere mate wenselijk in beschermd stadsgezicht of op plaatsen waar deze zichtbaar is vanuit specifiek benoemde historische zichtlijnen. De Hoogbouwvisie schrijft voor dat bij het opstellen van ruimtelijke plannen voor projecten met hoogbouwelementen de zogenaamde 'hoogbouwtoets' wordt uitgevoerd, waarbij hoogbouwelementen alle gebouwen zijn met een hoogte van 25 meter of hoger. De hoogbouwtoets bestaat uit een beschouwing van een aantal relevante (veelal stedenbouwkundige) aspecten. In het geval zijn dat: een bezonningsstudie naar de effecten van schaduwwerking vanuit hoogbouwelementen; een windhinderonderzoek op basis van de norm NEN 8100; een beschouwing van de gevolgen van de ontwikkeling op het stadssilhouet (skylineontwikkeling) en de zichtbaarheid vanuit historische zichtlijnen; een beschouwing van de gevolgen voor de directe omgeving op het gebied van inkijk en privacy. Een beschouwing van de effecten van de ontwikkeling op windmolens of straalpaden is niet van toepassing. In het plangebied zijn geen molenbiotopen of straalpaden aanwezig.
4.10.2 Onderzoeksparagraaf Door Kolpa architecten is in het kader van de hoogbouwtoets gekeken naar de aspecten skylineontwikkeling en bezonning. Deze aspecten zijn gezamenlijk in een bijlage bij deze toelichting terug te vinden. Vanuit acht verschillende posities rondom het plangebied is gekeken wat het beoogde plan voor effecten heeft op het stadssilhouet. Ook voor verschillende momenten in het jaar en op verschillende momenten op de dag een bezonningsstudie uitgevoerd. Uit de studie volgt dat bestaande bebouwing aan Lammenschansweg alleen in de vroege ochtend even in de schaduw komt en dan de rest van de dag niet. Het plan maakt deel uit van de totale ontwikkeling Lammenschansdriehoek. De nieuwe gebouwde en ontwikkelde bouwmassa's hebben binnen dit plangebied wel invloed op elkaar voor wat betreft bezonning. Dit is echter al voorzien in stedenbouwkundige uitgangspunten gemeente en vastgelegd in de ontwikkelstrategie. Dit geldt ook voor wat betreft de skylineontwikkeling.
66
bestemmingsplan Lammenschansweg - Omega-locatie
Het toekomstige windklimaat is in een onderzoek beoordeeld op basis van uitgevoerde CFD-berekeningen, de windstatistiek van de betreffende locatie en de grenswaarden betreffende windhinder en windgevaar. Uit de resultaten blijkt onder meer dat het te verwachten windklimaat rond het project op de meeste plaatsen gunstig is. Dit gunstige windklimaat wordt verklaard door de goede positionering van de hoogbouw op de laagbouw. Het laagbouwblok fungeert als laagbouwvoet, waardoor valwinden van de toren voorkomen worden. Op de meeste plaatsen langs de gevels mag een goed windklimaat voor slenteren worden verwacht (grijs en blauw in navolgende figuur). Behalve zeer lokaal bij de noordwesthoek aan de Lammenschansweg is het windklimaat overal langs de gevel goed voor slenteren. Ten noorden van het plan is er ten gevolge van de interactie tussen de nieuwbouw en de bebouwing aan de overzijde van de Deltaweg een gebied met een matig windklimaat voor doorlopen (geel in de figuur). Hierbij is het overigens niet uitgesloten dat het windklimaat ook zonder de nieuwbouw hier matig zal zijn. Door vergroening van de Deltaweg is het eventueel mogelijk om het windklimaat op deze plek nog te verbeteren. Op basis van de berekeningen is er in het gebied rond de geplande nieuwbouw geen overschrijding van het gevaarcriterium te verwachten.
Er is dan ook geen sprake van een belemmering wat betreft het aspect windklimaat.
Het te verwachten windklimaat in de geplande bebouwingssituatie (Bron: Peutz).
67
bestemmingsplan Lammenschansweg - Omega-locatie
68
bestemmingsplan Lammenschansweg - Omega-locatie
Hoofdstuk 5 5.1
Juridische planbeschrijving
Inleiding
In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de wijze waarop de bestaande situatie en nieuwe ontwikkelingen in het plangebied juridisch zijn vertaald. Het juridische deel van een bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding en de regels. De regels bevatten regels voor het gebruik van de gronden, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing en regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op te richten bouwwerken. De verbeelding heeft een ondersteunende rol voor toepassing van de regels alsmede de functie van visualisering van de bestemmingen. De verbeelding vormt samen met de regels het voor de burgers bindende onderdeel van het bestemmingsplan. De toelichting heeft geen bindende werking; de toelichting maakt juridisch gezien ook geen deel uit van het bestemmingsplan maar heeft wel een belangrijke functie bij de onderbouwing van het plan en ook bij de uitleg van bepaalde bestemmingen en regels.
5.2
Opzet en volgorde van de regels
De regels van bestemmingsplan 'Leiden, Lammenschansweg, Omega-locatie' zijn op de volgende wijze opgebouwd.
Hoofdstuk 1 Artikel 1 en 2 Inleidende regels: Begrippen Wijze van meten Hoofdstuk 2 Artikel 3 t/m 6 Bestemmingsregels: Verkeer Verkeer - Verblijfsgebied Wonen Wonen - Uit te werken Hoofdstuk 3 Artikel 7 t/m 10 Algemene regels: Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene afwijkingsregels Overige regels Hoofdstuk 4 Artikel 11 en 12 Overgangs- en slotregels: Overgangsrecht
69
bestemmingsplan Lammenschansweg - Omega-locatie
Slotregel
5.3
Uitleg van de regels
5.3.1
Inleiding
Bij het opstellen van het onderhavige bestemmingsplan is aansluiting gezocht bij de in de Wet ruimtelijke ordening en het Besluit ruimtelijke ordening geformuleerde uitgangspunten. Daarnaast is voor het bestemmingsplan aangesloten bij de landelijke standaard voor bestemmingsplannen: de Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen 2012 (SVBP2012).
5.3.2
Inleidende regels
Begripsbepalingen (artikel 1) In de begripsbepaling worden begrippen waar nodig beschreven om zodoende interpretatieproblemen te voorkomen. Veelal worden begrippen gedefinieerd die in de voorschriften worden gebruikt en daar een bijzondere betekenis hebben, die afwijkt van of niet dan wel niet vaak voorkomt in het “normale” spraakgebruik. Wanneer een begrip niet opgenomen is in de begripsomschrijvingen/-bepalingen en er ontstaat een interpretatieprobleem dan is het normale spraakgebruik richtinggevend. De begripsomschrijvingen/-bepalingen zijn niet uitputtend bedoeld. De belangrijkste en/of onduidelijke begrippen zijn opgenomen in dit artikel.
Wijze van meten (artikel 2) De wijze van meten beschrijft hoe de genoemde maatvoeringen in de diverse bestemmingsbepalingen gemeten dienen te worden.
5.3.3
Bestemmingsregels
Verkeer (artikel 3) De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor gemotoriseerd verkeer en langzaam verkeer met bijbehorende voorzieningen, (ondergrondse) parkeervoorzieningen, inclusief fietsenstallingen, groenvoorzieningen, water en waterhuishoudkundige voorzieningen, inclusief bruggen en kades, ondergrondse inzamelpunten voor huishoudelijk afval, speelvoorzieningen, nutsvoorzieningen, in- en uitritten, hondenuitlaatplaatsen, kunstobjecten, balkons, luifels en overstekende bouwdelen behorende bij hoofdgebouwen op de aangrenzende bestemming. Er mogen geen gebouwen of overkappingen worden gebouwd. Ten slotte gelden bouwregels ten behoeve van balkons, luifels of overstekende bouwdelen.
Verkeer - Verblijfsgebied (artikel 4) De voor 'Verkeer - Verblijfsgebied' aangewezen gronden zijn bestemd voor verhardingen en voorzieningen voor langzaam verkeer en verblijf, groenvoorzieningen, water en waterhuishoudkundige voorzieningen, inclusief bruggen, kades en decoratieve waterelementen, alarmverkeer en vuilnisophaaldiensten, ondergrondse inzamelpunten voor huishoudelijk afval, terrassen, speel- en sportvoorzieningen, fietsen- en brommerstallingen, nutsvoorzieningen, hondenuitlaatplaatsen, kunstobjecten, balkons, luifels en overstekende
70
bestemmingsplan Lammenschansweg - Omega-locatie
bouwdelen behorende bij hoofdgebouwen op de aangrenzende bestemming. Er morgen geen gebouwen worden gebouwd. Er gelden bouwregels ten behoeve van balkons, luifels of overstekende bouwdelen. Ten aanzien van de positionering van horecaterrassen kan het bevoegd gezag nadere eisen stellen.
Wonen (artikel 5) De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor bedrijven in de categorieën A en B (zoals genoemd in de Staat van Bedrijfsactiviteiten - functiemenging, bijlage 1 van de regels), culturele voorzieningen, dienstverlening, (para)medische voorzieningen, sport- en wellnessvoorzieningen en horeca. Deze functies zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'gemengd' én enkel op de begane grond. Het gaat om maximaal 635 m2 bvo. Daarnaast zijn woningen en aan-huis-verbonden beroeps-/bedrijfsactiviteiten binnen het plangebied toegestaan. Het gaat om maximaal 114 woningen. Deze woningen mogen niet op de begane grond gerealiseerd worden, waar de aanduiding 'gemengd' geldt. Het bouwvlak mag volledig worden bebouwd en er geldt een maximale bouwhoogte. De uitgangspunten wat betreft programma zijn opgenomen in specifieke gebruiksregels. Hetzelfde geldt voor aan-huis-verbonden beroeps-/bedrijfsactiviteiten. Er kan onder voorwaarden worden afgeweken van de gebruiksregels.
Wonen - Uit te werken (artikel 6) De voor 'Wonen - Uit te werken' aangewezen gronden zijn bestemd voor wonen (exclusief studentenhuisvesting; minimaal 30% sociale huur; groter dan 45 m2 gbo per wooneenheid; maximaal 161 eenheden), bedrijven in de categorieën A en B (zoals genoemd in de Staat van Bedrijfsactiviteiten - functiemenging, bijlage 1 van de regels), dienstverlening, (para)medische voorzieningen, sport- en wellnessvoorzieningen , maatschappelijke voorzieningen, perifere detailhandel en horeca, alsmede bijbehorende voorzieningen. Deze functies mogen maximaal 600 m2 bvo beslaan (uitsluitend op de begane grond). Het bouwvlak mag volledig worden bebouwd en gebouwen moeten voldoen aan de maximum bouwhoogte en het Besluit Hogere Waarde. Er gelden separate bouwregels voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde, buiten het bouwvlak. Buiten het bouwvlak zijn geen gebouwen toegestaan. Gebouwen mogen pas worden gebouwd, nadat een uitwerkingsplan is vastgesteld. Een uitwerkingsplan mag pas worden vastgesteld wanneer uit onderzoek blijkt dat sprake is van een goede ruimtelijke ordening.
5.3.4
Algemene regels
De algemene regels bevatten de volgende artikelen:
Anti-dubbeltelregel (artikel 7) De anti-dubbeltelregel bepaalt dat grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing blijft. De anti-dubbeltelregel is opgenomen in het Bro2008 met de verplichting deze over te nemen in het bestemmingsplan. De Wro bevat een algemeen verbod om de gronden en bebouwing in strijd met het bestemmingsplan te gebruiken. Dit hoeft dus niet in de regels te worden
71
bestemmingsplan Lammenschansweg - Omega-locatie
opgenomen. Hetzelfde geldt voor de strafbepaling.
Algemene bouwregels (artikel 8) In de algemene bouwregels is een voorwaardelijke verplichting voor het parkeren en laden/lossen opgenomen. In deze regeling is bepaald dat er voldoende parkeerplaatsen en ruimte voor laden en lossen op eigen terrein beschikbaar dient te zijn bij de oprichting van een nieuw gebouw, een functiewijziging van gronden en/of gebouwen of een uitbreiding van het bestaande gebruik.
Algemene afwijkingsregels (artikel 9) Op grond van de algemene afwijkingsregels kan afgeweken worden van het bestemmingsplan in verschillende specifieke gevallen. In onderhavig bestemmingsplan gaat het om het afwijken van de maatvoering.
Overige regels (artikel 10) De overige regels hebben betrekking op verwijzingen naar andere wetgeving.
5.3.5
Overgangs- en slotregels
Overgangsrecht (artikel 11) Het overgangsrecht is opgenomen in het Bro2008 met de verplichting deze over te nemen in het bestemmingsplan. De overgangsregels bevatten bepalingen omtrent het voortzetten van gebruik van gronden en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is. Eenzelfde regeling is opgenomen voor bouwwerken die op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering zijn, dan wel gebouwd kunnen worden krachtens een bouwvergunning. Indien zo'n bouwwerk afwijkt van dit plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, het bouwwerk 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de bouwvergunning wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. Slotregel (artikel 12) In de slotregel worden de regels van dit bestemmingsplan aangehaald.
72
bestemmingsplan Lammenschansweg - Omega-locatie
Hoofdstuk 6 6.1
Uitvoerbaarheid
Economische uitvoerbaarheid
Op basis van artikel 3.1.6, lid 1, sub f van het Besluit ruimtelijke ordening dient bij de voorbereiding van een bestemmingsplan onderzoek plaats te vinden naar de (economische) uitvoerbaarheid van het plan. De ontwikkelingen die concreet mogelijk worden gemaakt door het bestemmingsplan moeten (economisch) uitvoerbaar zijn, omdat er anders sprake is van een oneigenlijke bestemming. Het voorliggende plan wordt gerealiseerd op particulier initiatief. De gemeente en de initiatiefnemer hebben een anterieure overeenkomst gesloten waarin de rechten en plichten van zowel de ontwikkelaar als de gemeente zijn aangegeven, alsmede de definitieve regeling van kostenverhaal. Met deze overeenkomst is het plan verzekerd van kostendekking, het opstellen van een exploitatieplan is daarom overeenkomstig artikel 6.12, lid 2 onder a. van de Wet ruimtelijke ordening niet nodig. Gesteld kan worden dat er geen verplichting is om tegelijkertijd met de ruimtelijke procedure een exploitatieplan op te stellen. De economische uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan is hiermee aangetoond.
6.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
6.2.1
Algemeen
Een bestemmingsplan dient maatschappelijk uitvoerbaar te zien. Dat wil zeggen dat de voorgenomen ontwikkelingen die mogelijk worden gemaakt in het bestemmingsplan zijn besproken met belanghebbenden. Het is vrijwel niet mogelijk iedereen tevreden te stemmen: bij het tegen elkaar afwegen van de diverse belangen kan het altijd mogelijk zijn dat één belang minder gewicht wordt toegekend dan het ander.
6.2.2
Vooraankondiging
Overeenkomstig het gestelde in artikel 1.3.1 Bro is een vooraankondiging van dit bestemmingsplan gedaan.
6.2.3
Vooroverleg
Artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) geeft aan dat bij de voorbereiding van een bestemmingsplan burgemeester en wethouders overleg met de besturen van bij het plan betrokken waterschappen plegen. Waar nodig plegen zij tevens overleg met besturen van andere gemeenten, met de provincie, de inspecteur voor de ruimtelijke ordening en met eventuele andere diensten van Rijk en provincie die belast zijn met de behartiging van belangen die in het plan in het geding zijn. De instanties die in kennis gesteld moeten worden van dit bestemmingsplan zijn geïnformeerd. Gedurende de inspraaktermijn op het voorontwerp bestemmingsplan worden deze instanties in de gelegenheid gesteld te reageren op het voorontwerp bestemmingsplan. Eventuele reacties zullen worden meegenomen in het ontwerp bestemmingsplan. Het voorontwerpbestemmingsplan is toegestuurd aan het Hoogheemraadschap van Rijnland
73
bestemmingsplan Lammenschansweg - Omega-locatie
en de provincie Zuid-Holland. Beide overlegpartners hebben positief gereageerd op het plan. Wel heeft het hoogheemraadschap verzocht om twee tekstuele aanpassingen door te voeren, hetgeen is gebeurd.
6.2.4
Inspraak
In Leiden is de Inspraakverordening van kracht. Op grond van die verordening moet voor ruimtelijke plannen een inspraakprocedure worden gevolgd. Onderdeel daarvan is een terinzagelegging met de mogelijkheid om gedurende zes weken inspraakreacties aan burgemeester en wethouders kenbaar te maken. In voorliggende situatie is van de terinzagelegging van een voorontwerpbestemmingsplan afgezien, omdat de voorgenomen ontwikkeling van Omega via een online participatiebijeenkomst op 10 september 2020 is besproken met de omgeving. Circa 3.500 omwonenden en ondernemers zijn via een huis aan huis brief uitgenodigd voor deze bijeenkomst. De bijeenkomst, geleid door de Wijde Blik, was live te zien op de projectwebsite www.omega-leiden.nl. Op deze website is de prestatie, verslag en overige informatie ook terug te lezen en -zien. Ongeveer 30 mensen namen online deel aan de bijeenkomst. De avond had een informerend karakter, waarbij de vragen vanuit belangstellenden vooral op het gebied van huurprijzen en planning waren gericht. De contouren van de plannen zijn immers al vastgelegd in de Ontwikkelstrategie en daarbinnen is het plan Omega ook ontwikkeld. Voorafgaand aan de online bijeenkomst zijn enkele lokale organisaties uitgenodigd voor een persoonlijke toelichting over het project.
Bij de verdere uitwerking van het zuidelijk deel zal over dit specifieke plangedeelte nog participatie plaatsvinden.
6.2.5
Zienswijzen
Het ontwerpbestemmingsplan heeft van 19 november tot en met 31 december 2021 er inzage gelegen voor het indienen van zienswijzen. Tijdens die periode zijn geen zienwijzen ingediend. Wel zijn ambtshalve wijzigingen doorgevoerd. Dit betreft het actualiseren van teksten in de toelichting met betrekking tot nieuw beleidskader (Omgevingsvisie) en een nadere verduidelijking van de maatregelen in de openbare ruimte. Daarnaast is het verkeersonderzoek naar de tijdelijke situatie totdat de Lammenschansweg is heringericht toegevoegd aan het plan en samengevat in de toelichting. In de regels en verbeelding zijn de volgende wijzingen doorgevoerd: Bij de maximale bouwhoogte binnen de uit te werken is bepaald dat dit inclusief ondergeschikte bouwonderdelen is. Dit is niet in overeenstemming met de wijze van meten (artikel 2) en de woonbestemming (artikel 5). Deze bepaling is geschrapt. De zogenaamde Leidse stoep (strook van 1,5 meter als overgang van bebouwing naar straat) krijgt een woonbestemming in plaats van een verkeersbestemming, zodat deze als officiële buitenruimte van de woningen kan worden beschouwd. Met een aanduiding wordt bepaald dat hier geen bouwwerken mogen worden geplaatst. De begrenzing van de bestemming 'Wonen' en 'Wonen - uit te werken' is niet conform de daadwerkelijke bouwgrenzen van de twee complexen die worden gerealiseerd. De verbeelding is hierop aangepast.
Kortheidshalve wordt voor de ambtelijke wijzigingen verwezen naar de Nota van Wijzingen in de bijlage.
74
bestemmingsplan Lammenschansweg - Omega-locatie
Op dit bestemmingsplan is de Crisis- en herstelwet (Chw), met procedurele voordelen, van toepassing aangezien met dit plan meer dan 11 woningen worden gebouwd.
75