CConstaterende datLeiden
Koppel je AI →
Document · PDF

210131 Bijlage 2 Adviesrapport Nieuwe Muziekschool Wensen en bedenkingen Ontwikkeling muziekeducatie en -programmering (C-hub)

Gemeenteraad 27 januari 2022, gemeente LeidenBij agendapunt: RV 21.0131 Wensen en bedenkingen Ontwikkeling muziekeducatie en -programmering (C-hub)14.977 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

effectieve cultuurtijd investering.

14

Voor een opzet voor de nieuwe situatie per 1 september 2022 zou hieraan gedacht kunnen worden: NB: Doordat de werkelijke lesroosters niet ingezien konden worden is bij de onderstaande berekeningen uitgegaan van de KPIrapportage 2020-6 door BplusC is gecommuniceerd dat 22 lesruimtes mogelijk kunnen zijn Groepslessen (samenspel en ensembles) diversiteit en inclusie staan in deze visie centraal. Naast de groepslessen blijven de bestaande individuele en duo lessen ook mogelijk. Ook zal er meer in de wijken en dus dichter op en in contact met verschillende doelgroepen muziekles worden gegeven.

Uitgangscriteria voor de situatie 2022 zijn: • • • •

Dalende trend buitenschoolse muzieklessen kinderen en jongeren onder de 21 jaar. Het realistisch aantal lesruimtes van de Nieuwe Muziekschool op basis van de huidige rapportages en inzichten. Programmering van lessen in de wijken Gemiddeld 4 cursisten per uur i.p.v. 3,58

Naar aanleiding van deze uitgangcriteria kunnen de volgende fte berekeningen voor 2022 worden gemaakt. Op basis van de BplusC KPI rapportage 2020-6 producten kaart wordt sinds 2025 een dalende trend in aantallen buitenschoolse cursisten zichtbaar. BplusC verklaart dit gegeven dat er een verschuiving plaatsvindt van een buitenschools aanbod naar een binnenschools aanbod. Deze verklaring blijkt niet één op eén uit de rapportage. In de KPI-rapportage staan voor de periode 2020 een aantal van 1.540 cursisten en voor 2021 een aantal van 1.420 geprognotiseerd. Bij een gemiddelde van deze aantal cursisten ontstaat een nieuwe fte afspiegeling: 1.540 + 1.420 = 2.960 / 2 = 1.480 gemiddeld. Wanneer we uitgaan van 3,58 cursisten per uur wordt er per week 1.480/3,58 = 413,41 uur gemiddeld per week lesgegeven. Er zij 37 lesweken. 413,41 uur x 37 weken = 15.296,09 uur op jaarbasis. Het aantal benodigde fte docenten voor 15.296,09 uur bedraagt 15.296,09 /1076,4 = 14,21 fte. Met 413,41 lesuren per week op basis van 21 programmeerbare piekuren uren (BplusC berekening) zijn er 20 lesruimtes nodig. Wanneer we uitgaan van 4 cursisten per uur wordt er per week 1.480/4 = 370 uur gemiddeld per week lesgegeven. Er zijn 37 lesweken. 370 uur x 37 weken = 13.690 uur op jaarbasis. Het aantal benodigde fte docenten voor 13.690 uur bedraagt 13.690 /1076,4 = 12,72 fte.

Met 370 lesuren per week op basis van 21 programmeerbare piekuren uren (BplusC berekening) zijn er 18 lesruimtes nodig. Ondanks de vraag aan BplusC om de feitelijke inzage in de roosters zijn deze nooit getoond. Op 1 april 2021 is een overzicht van lokalen planning gemaild dat onderstaand is weergegeven. Omdat de feitelijke roosterdruk en daaruit voortkomende leskamer druk (optimale mogelijke planning) alleen beoordeeld kan worden door ook de roosters te analyseren, wordt in dit document de adviesrichting van het aantal lesruimtes vastgesteld op basis van deze beschikbare informatie. Om een finale conclusie te kunnen trekken over werkelijk noodzakelijke aantal leskamers is het meest veilig om ook de werkelijke lesroosters in te zien. Op basis van de bovenstaande berekeningen die uitgaan van het bestaande aantal Fte formatie van de docenten, de verwachte Fte, de informatie uit de lokalen schema’s en de vergelijkbare informatie van de andere educatie aanbieders kan gesteld worden dat de Nieuwe Muziekschool met een aantal tussen de 18 en 20 leskamers zeker kan volstaan. Het verschil tussen 18 en 20 leskamers in oppervlakte bedraagt een verschil tussen 2 x 30m2 of 2 x 60m2 maximaal. Dit verschil zit in het noodzakelijke aantal oppervlakte van een leskamer of een ensemble kamer (doos in doos/zeer goed geïsoleerde leskamer).

15

Aantal lokalen Locatie

Ma

Di

Wo

Do

Vr

Za

Rapenburg

14

14

16

13

7

3

Muziekhuis

3

5

3

3

2

Het Leidse Volkshuis

4

4

3

BplusC Merenwijk

3

1

2

Stevenshof - Huis van de buurt

2

BplusC Nieuwstraat

1

Dorpscentrum Oegstgeest

2

De Regenboog

2

1

1 1

2

4

2

1

2

1

Da Vinci College

1

Joppenszschool

1

Voorschoten

Totaal

1

29

28

2

1

31

20

15

5

De door BplusC uitgewerkte basisaantallen huidige (en gewenste) lesruimtebehoefte welke is uitgewerkt in Bijlage 4: Informatie docenten met betrekking tot accommodatie.

5.7

Accommodatie Nieuwe Muziekschool

De beschreven uitgangspunten en kwalificaties zijn overgenomen uit het Plan van Eisen wat is opgesteld d.d. 2 april 2008 door het ingenieursbureau Draaijer en Partners t.b.v. de nieuwbouw van de muziekschool in Veenendaal. De beschreven kwalificaties kunnen als voorbeeld of leidraad fungeren voor het object aan de Hazewindsteeg in Leiden waarvan de gemeente voornemens is deze locatie te verbouwen tot een muziekschool met ruimtes voor multifunctioneel gebruik. Verbouwing en inrichting van dit pand zal moeten gebeuren door professionals die hiervoor deskundig en bevoegd zijn. Uitgangspunt voor de grootte en inrichting van de lokalen en ruimtes aan de Hazewindsteeg is dat deze multifunctioneel inzetbaar kunnen zijn. Hierdoor zijn de ruimtes optimaal inzetbaar, programmeerbaar en met de mogelijkheid om tevens te verhuren aan derden. Dit betekent echter niet dat alle ruimtes aan de hoogste isolatie criteria zouden hoeven te voldoen. Met andere woorden, niet alle ruimtes hoeven te voldoen aan de geluidsisolatienorm waaraan wenselijk een ruimte voor slagwerk en versterkte (bas) gitaarmuziek aan zou moeten voldoen. Iedere ruimte heeft daarom wel een bepaald accent in haar functie, maar vooral de grootte en mate van geluidsisolatie is bepalend waar de ruimte voor ingezet zou kunnen worden.

In de Bijlage 5: Technisch programma van eisen zijn de algemene richtlijnen met betrekking tot nieuwbouw of verbouwing zoals in de handreiking: ‘Bouw en Verbouw van Centra voor de Kunsten’ bijgevoegd. Voor de programmering van activiteiten kan onderstaande indeling richting geven voor het ruimtegebruik11: Klein: Medium: Groot: Podia:

voor cursussen, muziekles, vergaderingen, etc. voor groepslessen voor alle discipline, kleine ensembles voor dans, theater, grote ensembles, lezingen en ontmoetingen voor concerten, debat, pop-jazz-wereldmuziek, grotere bijeenkomsten.

11 160318 Leiden, Haalbaarheidsstudie Concentratie huisvesting BplusC in het centrum van Leiden 18-04-2017

16

De grootte, inrichting en aankleding van de lokalen zullen verder bepalend zijn of en hoe deze multifunctioneel exploitabel zijn. Op basis van functies kan aanvullend rekening worden gehouden met de volgende indeling van de ruimtes: • • • •

Opleiden Optreden Opnemen Ontmoeten

(educatie) (performing) (innovatie/registratie) (halen/brengen/wachten)

Naast de inrichting, verdeling en toewijzing op functie van de ruimtes zijn de niet les gerelateerde ruimtes een punt van aandacht. Dit zijn bijvoorbeeld de publieksruimtes zoals een foyer, kantoren voor activiteiten ondersteunende functie, publieksbalie of informatiebalie voor binnenkomend of uitgaand publiek, toiletten en de ruimtes voor opslag van bijvoorbeeld instrumenten of schoonmaak spullen. Ook zal het pand aan de huidige Veiligheids-, en Arboregels moeten voldoen. Een denkrichting voor de algemene beschrijving en indeling van het pand aan de Hazewindsteeg zou kunnen zijn: Openingstijden Het gebouw zal in principe 24/7 geopend kunnen zijn, maar vanuit kostenaspect en eventuele omgevingshinder is het de vraag of dit wenselijk is. Daarnaast blijft het de vraag of de exploitatie van een muziekschool op basis van ‘vraag en aanbod’ functioneel en financieel technisch 24/7 open interessant en dus haalbaar is. Gekeken zal moeten worden naar hoe het best ‘vraag en aanbod’ en op welke tijdstippen optimaal geprogrammeerd zouden kunnen worden. Ervaring leert dat de activiteiten van een muziekschool zich hoofdzakelijk in de ochtenduren en in de namiddag en avonduren plaatsvinden. In het weekend is de programmering mogelijk meer flexibel. De piekuren van de muziekschool zijn van circa: 9.00 tot 11.00 en 15.30 uur tot 20.00 uur.

Het advies is daarom dat de openingstijden waarop het gebouw vrij toegankelijk zijn op: Maandag tot en met vrijdag van 9.00 uur tot en met 22.00 uur Zaterdag van 9.00 uur tot 17.00 uur Zondag vrij nog in te vullen Zie voor meer gedetailleerde informatie over het gebouw de Bijlage 6: Gebouwindeling.

17

6. Bijlagen Bijlage 1: Organisatie & Kwaliteit CAO-KE Werken in de cultuursector is werken in een inspirerende en soms uitdagende bezigheid. De ambities van bezoekers, cursisten of deelnemers zijn naast die van werkgever en werknemer hooggespannen. Kunstenaars zijn ambitieus en perfectionistisch. Alleen het beste is goed genoeg. Wanneer er wordt gewerkt vanuit een (vaste) dienstbetrekking of een arbeidsrelatie (ZZP) stellen niet alleen werkgever en werknemer eisen aan elkaar en hebben zij rechten en plichten jegens elkaar. Maar ook vanuit de Nederlandse overheid en wetgeving zijn er rechten en plichten waar partijen zich aan dienen te houden. Soms zijn die richtinggevend, maar kunnen ook wettelijk verplicht zijn. Zoals voor alle inwoners en werkgevers in Nederland is het Nederlandse recht van toepassing. Aanvullende hebben werkgeversorganisaties en werknemersorganisaties binnen de Cultuursector afspraken met elkaar gemaakt. De afspraken voor cultureel educatieve sector zijn vastgelegd in de CAO Kunst Educatie (CAO KE). Vertegenwoordigers van de werkgeversorganisatie en de werknemersorganisatie zijn per 1 juli 2019 een nieuwe CAO voor de periode 1 juli 2019 tot 1 juli 2021 overeengekomen. Op verzoek van sociale partners in de kunsteducatie heeft de Minister van SZW het besluit genomen om de CAO Kunsteducatie van 1 juli 2019 tot 1 juli 2021 algemeen verbindend te verklaren.

Dit bericht is op 28 mei 2020 in de Staatscourant gepubliceerd. Door dit besluit zijn de algemeen verbindend verklaarde bepalingen van de CAO Kunsteducatie vanaf de datum van 30 mei 2020 ook verplicht van toepassing op organisaties die niet zijn aangesloten bij brancheorganisatie Cultuurconnectie, maar die wel vallen onder de werkingssfeer van de CAO. Arbo-catalogus Kunsteducatie In overleg met werkgeversorganisatie en werknemersorganisaties is een Arbo-catalogus Kunsteducatie tot stand gekomen. Onderwerpen zoals: Werkdruk & Arbeidsinhoud, Fysieke belasting en Geluid worden in deze catalogus uitvoering beschreven en welke (wettelijke) normen op deze van toepassing zijn. Certificering Het certificeringskader 'Kwaliteit in Beeld' geeft kwaliteitscriteria aan en voorziet in een toetsing van bibliotheek-, cultuur- en taalorganisaties. Dit kunnen zowel privaatrechtelijke als publiekrechtelijke organisaties zijn, al dan niet gesubsidieerd. De Certificeringsorganisatie Bibliotheekwerk, Cultuur en Taal (CBCT) toetst als onafhankelijke organisatie de kwaliteit van bibliotheek- en cultuurorganisaties en van programma’s en diensten voor geletterdheid. De audits dragen bij aan de kwaliteit van de getoetste partijen en op die manier aan hun dienstverlening.

Code Fair Practice Ten behoeve van een gezamenlijke arbeidsmarktagenda hebben werkgevers en werknemersorganisatie afspraken met elkaar gemaakt die zij vastgelegd in de CAO KE waarbij de code goed opdrachtgeverschap (Code Fair Practice) uitgangspunt is. Dit betekent er binnen de werkingssfeer van de CAO-KE werk en beloning volgens de Fair practice code zoals omschreven in de Cao KE wordt toegepast. VOG De organisatie verplicht het personeel en vrijwilligers bij start van hun werkzaamheden een nieuwe VOG aan te vragen. De geldigheidsduur van een VOG is 3 jaar. Vrijwilligers Door de vrijwilligers dient een vrijwilligersovereenkomst getekend te worden tussen organisaties en de vrijwilliger (vrijwillig maar niet vrijblijvend). De vrijwilliger dient verzekerd te worden of onder een vrijwilligersverzekering ‘te vallen’ zodat letsel of schade voortkomend uit werkzaamheden ‘verzekerd’ is. Scholing Kinderen en jongeren van nu groeien op in een samenleving die alweer anders is dan de samenleving waarin hun ouders of verzorgers zijn opgegroeid. Dit geeft aan dat de maatschappij waar zij deel vanuit maken niet statisch is, maar dynamisch. Om als culturele organisatie, die midden in de samenleving staat en die een maatschappelijke rol heeft betekend dat de werknemers binnen die organisatie aansluiting moeten blijven houden met de ontwikkelingen in de samenleving.

Omdat de ontwikkelingen divers en complex kunnen zijn vraagt dit om een structurele scholing van het personeel zodat de samenleving

18

zich ook kan blijven herkennen in de kwaliteiten van de werknemers. Vraag en aanbod kunnen zo optimaal op elkaar blijven aansluiten. Deeltijd ontslag bij Autonome daling aantal cursisten c.q. inschrijvingen Het cursusjaar start in de meeste situaties in september. Cursisten schrijven zich in en zo ontstaat een beeld van het aantal aanmeldingen m.b.t. de aanstellingsuren/percentage van de docenten. Belangrijk is om vroegtijdig in het cursusjaar de prognose van de formatieomvang voor de rest van het cursusjaar vast te stellen. Op basis van deze inschatting, kan de bestaande formatie worden gehandhaafd, worden uitgebreid of worden ingekort. Indien de verwachting is dat het aanstellingspercentage van de docent groter is dan dat het aantal uren hij/zij effectief zou werken/invullen zal (deeltijd) ontslagaanzegging moeten plaatsvinden. Zowel de werkgever als de docent hebben gezamenlijk een inspanningsverplichting om zich in te zetten om dit (deeltijd) ontslag te voorkomen. Mocht na zekere periode of aantal maanden het resultaat nog niet hebben geleid tot een volledige invulling van de werkuren conform het aanstellingspercentage, zal voor dat percentage van de aanstelling waar geen werk tegen overstaat (deeltijd) ontslag moeten worden geeffectueerd.

De docent ontvang een transitievergoeding over het aantal verminderde percentage aanstellingsuren/formatie uren naar rato en heeft vanaf een zekere percentage deeltijd of volledig ontslag recht op WW. Op deze bepalingen is de CAO KE artikel 13 B:3 van toepassing

19

Bijlage 2: Het IGLO-model In veel gemeenten bestaat behoefte aan duiding van bestedingen en subsidie-grondslagen. Berenschot heeft daartoe het IGLO-model ontwikkeld en in gemeenten ingezet. Dit model maakt inzichtelijk welk deel van de gemeentelijke financiering wordt besteed aan welke soort lasten. Het model is in 2014 door de VNG gepubliceerd als best practice in de Gids lokaal cultureel ondernemerschap. Deel A is de geheel gesubsidieerde voorziening, deel B is gesubsidieerd aanbod voor selecte doelgroepen, deel C is de vrije ruimte waarin bijvoorbeeld ruimte is voor commerciële activiteiten, ontwikkeling van nieuwe verdienmodellen, trainingen, workshops, innovatieve activiteiten, verhuur, horeca, etc.

Gemeentelijke financiering: wellicht het IGLO-model A B C Als we het IGLO-model toespitsen op muziekonderwijs in Leiden, dan betekent dit: A) Kernorganisatie − Geen inkomsten, geheel gemeentelijk gefinancierd op basis van meerjarige vaste lasten B) Muziekles voor kinderen en jongeren, onder en na schooltijd − Deels gedekt door lesgelden, aanvullend gefinancierd door gemeente, fondsen en sponsoren. C) Muziekles voor iedereen, in de vrije tijd, op eigen of andere locaties − Directe docentkosten gedekt door lesgelden − Gemeentelijke bijdragen voor het bieden van fysieke faciliteiten en dekking overige kosten Als we het IGLO-model vertalen in de varianten: basispakket 1 = A + B, opties = C Bron: Toekomstvisie voor de Zeeuwse Muziekschool 2016

20

Bijlage 3: Een voorbeeld van ondernemerschap en muziekeducatie In de Haagse Schilderswijk bevindt zich het Muziekcentrum 1001 nachten. Zij bieden op een zeer laagdrempelige manier muziekonderwijs aan voor veel kinderen en jongeren. De initiatiefnemer voor dit centrum put naast zijn opleiding viool aan het Koninklijk Conservatorium vooral ook uit zijn ervaringen die hij heeft opgedaan toen hij zelf nog op de muziekschool zat. Hij is opgegroeid in de Schilderswijk, een achterstandswijk zoals deze bekend stond en komt uit een financieel minderdraagkrachtig gezin. Ook komt hij uit een gezin met een migratie achtergrond. De drempels die hij als musicus ‘in de dop’ tegenkwam probeert hij nu met het muziekcentrum op te lossen. Zo waren de muzieklessen voor zijn ouders destijds kostbaar, bijna te kostbaar, het huren van een instrument was financieel op zijn zachts gezegd een grote uitdaging, elke week met de tram vanuit de Schilderswijk naar de muziekschool reizen was financieel niet mogelijk. En wanneer hij met de fiets naar de muziekschool ging, was hij soms wel bijna 45 minuten onderweg en wanneer het regende kwamen hij en zijn instrument nat aan in de les. Allemaal situaties die niet vanzelfsprekend helpen bij het volhouden en gemotiveerd blijven voor de muzieklessen.

Talentontwikkeling Muziekcentrum 1001 nachten wil het mogelijk maken dat iedereen zijn of haar talenten kan ontdekken. Of men rijk of arm is dat maakt niet uit, omdat in zowel rijke alsook arme gezinnen kinderen en jongeren zijn die graag muziek willen maken maar de ouders dit minder belangrijk vinden. Toptalent Of je nu veel of minder talent hebt, samen plezier maken met muziek is het allerbelangrijkste! Voor zeer getalenteerde leerlingen zijn talentenklassen ontwikkeld. In deze kalessen krijgen de leerlingen nog meer op hun talent afgestemde lessen en in samenspraak met de stichting ‘Leergeld’ wordt gekeken naar de mogelijkheid om de leerlingen te kunnen voorzien van een kwalitatief hoogwaardigere kwaliteit van instrument. Financieel Voor financieel minderdraagkrachtige ouders of gezinnen biedt de gemeente Den Haag de mogelijkheid om van de ‘Ooievaarspas’ gebruik te maken. Op deze manier kan er toch muziekles worden gevolgd. De pas is vergelijkbaar met wat het ‘Sport en Cultuurfonds biedt’. Voor Ooievaarspas houders in de leeftijd van 4 tot 18 jaar zijn de lessen en instrumenten zelfs gratis. Locatie Er wordt bij voorkeur lesgegeven dicht bij de mensen in de wijk en soms zelfs bij de mensen thuis. De docenten geven les in bibliotheken, in het theater, in de wijkcentra en daarmee voegen ze cultuur toe aan de wijk.

Met de organisaties wordt gekeken wanneer de ruimtes leeg staan, naar de grote ‘daluren’. Organisatie geven dan aan dat zij lege ruimtes beschikbaar hebben op bijvoorbeeld de woensdagen en vrijdagen, maar ook de zaterdagen en zondagen zijn in trek. Het voordeel voor het muziekcentrum is dat de organisatie dan geen huur persé hoeft door te berekenen en die kosten zie dan ook niet terug in de lestarieven. De kinderen en jongeren krijgen dus ‘om de hoek’ les. De lessen In principe wordt er een breed aanbod van lessen aangeboden, maar de meest populaire les vorm is die met een lestijd van 60 minuten. In deze les vorm krijgen minimaal 5 en maximaal 10 tot 12 leerlingen tegelijkertijd les. Kinderen leren van elkaar door samen te spelen en naar elkaar te luisteren. De ‘lesmethode’ ontwikkelt zich spelenderwijs. Vanuit het spel worden de kinderen en jongeren uitgedaagd en geïnspireerd om zich te muzikaal ontwikkelen. Vanuit die ontwikkeling wordt op een speelse manier de speeltechniek bijgebracht. Uitgangspunt voor de lessen zijn het samen spel en beleving. De leerlingen werken steeds met elkaar zo toe naar één van de vier concerten die in het jaar worden gegeven. Rolmodellen De docenten die bij het muziekcentrum lesgeven zijn naast hun docentschap ook een voorbeeld voor de leerlingen in hoe je je netjes en waardig moet gedragen. De docenten zijn sjiek en netjes gekleed in de les.

Het merendeel van de docenten beschikt over een afgeronde conservatoriumopleiding. Maar de basis competenties van de docenten die lesgeven is dat zij moeten beschikken over de competenties om leerlingen te kunnen enthousiasmeren, inspireren en prikkelen. De leerlingen leren naast musiceren niet alleen hoe je goed en netjes met het instrument omgaat, maar ook hoe je je gedraagt buiten de les. Ook sociaal is voor iedereen binnen de les een plek, ook wanneer een leerling huilt en niet gestudeerd heeft omdat hij of zij geplaagd wordt of thuis iets heeft meegemaakt wat ‘m raakt. Daar is ruimte voor in de les.

21

Concerten Vier keer per jaar treden alle leerlingen op. In de lessen wordt collectief naar deze concerten toegewerkt waar de leerlingen met elkaar zich op het podium kunnen presenteren aan hun ouders, verzorgers, familie, vrienden en kennissen. De concerten zijn één groot feest waar gemusiceerd, gegeten en gedronken wordt. De concerten worden aangevuld met rappers en bekende BN’ers die op deze manier ook weer naast een geweldige ervaring, ook een rolmodel zijn voor de leerlingen. Persoonlijk instrument Via de stichting ‘Leergeld’ wordt het mogelijk gemaakt dat iedere leerling zijn of haar eigen instrument krijgt. De kosten van het instrument bedragen € 150 maar dat hoeft de leerling niet te betalen. Ieder instrument wordt gespoten in de lievelingskleur van de leerling. Het muziekcentrum heeft op een heel ondernemende manier het voor elkaar gekregen om deze voor deze prijs goede lesinstrumenten uit landen zoals: Duitsland, Turkije, China en Engeland geleverd te krijgen. Men kan daarom, violen, trompetten, keyboards, etc. tegen een hele lage prijs inkopen. Trots Doordat ieder kind of jongere zijn of haar eigen instrument krijgt kan men ook de trotse bezitter daarvan zijn. Zo leren kinderen en jongeren ook zorgvuldig met een instrument om te gaan. Doordat een instrument niet ingeleverd moet worden na de les of cursus is het instrument ook zichtbaar in de huiselijke kring.

Dit werkt positief stimulerend voor de andere gezinsleden en hun vriendjes of vriendinnetjes. Het muziekcentrum 1001 nachten ontvangt van de gemeente geen subsidie. Naast een grote liefde voor de muziek en het lesgeven beschikken de docenten ook over ondernemersgeest en grote dosis creativiteit.

22

Bijlage 4: Informatie docenten met betrekking tot accommodatie Culturele organisaties zoals BplusC vallen onder de werkingssfeer van de CAO KE. De CAO KE 2019-2021 is van toepassing. Docenten met een fulltime aanstelling bij BplusC krijgen voor 1872 uitbetaald (gebaseerd op 52 weken). Een docent die fulltime in dienst is heeft recht op 20 vakantiedagen en 5 verlofdagen. Dit betekent dat de docent in 46 weken 1656 uur arbeid zal moeten verrichten. Dit is zijn (norm) jaartaak. De (norm) jaartaak van de docent bestaat uit lesgebonden uren en niet lesgebonden uren (voorbereidingsuren). Een instelling mag in samenspraak met een ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging afspraken maken over het verhoudingspercentage lesgebonden uren en de niet lesgebonden uren. Indien er geen afspraken worden gemaakt tussen de instellingsvertegenwoordiger of dat geen overeenstemming wordt bereikt dan geldt de verhouding 65% lesgebonden uren en 35% niet lesgebonden uren. Uitgaande van een fulltime aanstelling van 1656 uur op basis van de 65%/35% verhouding volgt: 1076,4 lesgebonden uren en 579,6 uren niet lesgebonden uren. Over de 35% niet lesgebonden uren kunnen weer afspraken worden gemaakt in percentages over de daadwerkelijke lesvoorbereidingstijd, maar ook over bijvoorbeeld het organiseren van activiteiten, concerten of vergaderingen. Bij BplusC worden er 37 cursusweken muziekles gegeven.

Dit betekent dat de docent in 37 weken 1076,4 uren zal moeten lesgeven. Over de niet lesgebonden uren kunnen flexibele afspraken over worden gemaakt. In principe geldt: de niet lesgebonden uren worden bekostigd door de lesgebonden uren. Rekenvoorbeeld: een docent verdient € 30 bruto per uur, dan zal het lestarief moten worden € 30/0,65 = € 46,15 per uur. Muziekeducatie lesseizoen 2019-2020

In dienst

ZZP

Totaal

Vast

Tijdelijk

Binnenschools

0,42 fte

0,2 fte

0,18 fte

0,8 fte

Buitenschools

14,9 fte

1,0 fte

0 fte

15,9 fte

Totaal

15,32 fte

1,2 fte

0,18 fte

16,7 fte

Gegevens huidige situatie muziekonderwijs volgens BplusC12. Fte docenten 16,7 (0,8 binnenschools en 15,9 buitenschools) aantal cursisten 1656 (990 onder 21 jaar en 666 vanaf 21 jaar) 22 lokalen (5 in Muziekhuis - versterkte muziek – en 17 in Rapenburg) Aanvullende berekeningen: Op basis van de bovenstaande gegevens wordt effectief door 15,9 fte x 1076,4 (lesgebonden) = 17.114,76 lesgebonden uren op cursus jaarbasis verzorgt. Uitgaande van 37 lesweken is 1076,4 / 37 = 29,09 uur per week x 15,9 Fte = 462,56 uren per week totaal. Wanneer 1656 cursisten per week les hebben is dat 1656 / 462,56 = 3,58 cursist gemiddeld per uur per week. Waarschijnlijk hebben niet 1656 cursisten per week les. De inschatting is dat dit waarschijnlijk een cumulatie van cursisten op jaarbasis is.

12 Bron: BplusC KPI rapportage 2020-6 producten kaart

23

Beschikbaarheid en programmering lesruimtes per week. Muziekhuis

Rapenburg

Volkshuis – corona uitwijk Rapenburg

Functie:

Educatie/Oefenen/Optreden/Opnemen

Educatie/Oefenen

Educatie/Oefenen

Aantal lokalen:

5

17

3

Ma t/m vr

12.00 – 23.00 uur

13.00 – 22.00 uur

13.00 – 22.00 uur

Za

15.00 – 23.00 uur

Zo

15.00 – 23.00 uur

Openingstijden:

09.00-17.00 uur

Op basis van bovenstaand rooster zijn de volgende uren beschikbaar: Muziekhuis: Ma t/m vrijdag: Za Zo

11 uur x 5 lokalen x 5 dagen 8 uur x 5 lokalen 8 uur x 5 lokalen

= 275 uur = 40 uur = 40 uur

Rapenburg:

9 uur x 17 lokalen x 5 dagen = 765 uur

Volkshuis:

is als uitwijklocatie alleen in Coronatijd van toepassing dus niet structureel.

In totaal heeft BplusC 1.120 uur aan lesruimte beschikbaar per week op basis van bovenstaand schema. Op jaarbasis zijn dit 37 lesweken x 1.120 uur = 41.440 uur BplusC heeft 15,9 fte muziekdocenten in dienst. Op jaarbasis geven zij gezamenlijk 15,9 x 1076,4 = 17.114,76 uur les. Bovenstaande berekening is met de directie van BplusC besproken en heeft naar aanleiding van dat overleg onderstaande visie op uren gecommuniceerd. In cursusjaar 2020-2021 programmeert BplusC haar muzieklessen verdeeld over drie locaties (Rapenburg – Muziekhuis – Volkshuis). BplusC geeft aan eigenlijk meer lokalen in gebruik te hebben, maar merkt op dat door ‘strak roosteren en samenvoegen’ een verhuizing naar een locatie met 22 lokalen haalbaar moet zijn. Op basis van de berekeningen door BplusC: De maximale bezetting van een leslokaal per week (door docenten) bedraagt: 21 uur per week Dit is als volgt opgebouwd: Ma/di/do/vr Wo Subtotaal Correctie*) Beschikbaar

van 16.00-21.00 uur: van 14.00-21.00 uur:

20 uur/week 7 uur/week 27 uur/week -6 uur/week 21 uur/week

*) De correctie is nodig vanwege: pauzes (Arbo), docentwissel, ‘kleine’ instrumenten (docenten met een kleine baan) en flexibiliteit inroosteren.

24

Als richtlijn wordt hierbij aangehouden op basis van aanstellingspercentage dat docenten beschikbaar moeten zijn: Aantal les gebonden uren:

Minimaal op te geven beschikbaarheid/week:

< 5:00 uur

1 dag

5:00 tot 10:00 uur

2 dagen

10:00 tot 15:00 uur

3 dagen

15:00 tot 20:00 uur

4 dagen

> 20:00 uur

5 dagen

De correctie kan beperkt blijven tot 6 uur/week per lokaal, doordat de lokalen zich op 1 locatie bevinden. Het verplaatsen van lessen/lokalen naar de wijken zou betekenen dat deze correctie aanzienlijk groter wordt. Uitgaand van de benodigde 462,56 uur per week o.b.v. de fte’s docenten betekent dit 22 lokalen, zoals in het huidig programma van eisen is opgenomen.

Benchmark c.q. voorbeelden andere aanbieders: Het Muziekpakhuis Amsterdam BplusC Rockschool Leiden Rockacademy Cultuurhuis Garenspinnerij (Gouda)

- 1200 cursisten en 18 lesruimtes - 1656 cursisten en 22 leskamers - 600 cursisten en 16 lesruimtes - 300 cursisten en 10 lesruimtes - 1500 cursisten en 16 lesruimtes

25

Bijlage 5: Technisch programma van eisen Programma van eisen, Veenendaal cultuurcluster II (Draaijer & Partners 2008) Handreiking van Bouw en Verbouw van Centra voor de Kunsten (Kunst Connectie 2004) 160318 Leiden, Haalbaarheidsstudie Concentratie huisvesting BplusC in het centrum van Leiden (Draaijer + Partners 2017) Onderstaande eisen en kwalificaties zijn overgenomen uit: Handreiking Bouw en verbouw van Centra voor de Kunsten (Kunst Connectie 2004) NB: de ontwikkeling van het muziekonderwijs zal per accommodatie een andere samenstelling van de benodigde ruimtes noodzaken. Het verdient aanbeveling een modulaire indeling te ontwerpen, waarbij de aard van de ruimtes aangepast kan worden aan de ontwikkelingen van het muziekonderwijs. De modaliteiten betreffen met name de grootte (individueel of groepsgewijs) en de genres (akoestisch, elektrisch of digitaal) Muzieklokalen Van alle muzieklokalen worden de vorm en de verhouding bepaald door: • • •

De akoestische eisen De opstellingsmogelijkheid voor de grotere instrumenten (piano, orgel, slagwerk) De opstellingsmogelijkheid voor (samenspel)groepen

Algemene opmerkingen: Omwille van een multifunctioneel gebruik van de ruimten geldt het advies om twee geluidsisolatie niveaus toe te passen. Een grotere differentiatie werkt beperkend. Per ruimte zijn globaal de geluidsisolatieniveaus aangegeven. De getallen hebben betrekking op de situering van twee naast elkaar gelegen lokalen van gelijk isolatieniveau. Daar waar twee lokalen van verschillend niveau naast elkaar ontworpen worden, dient het hoogste isolatieniveau te worden gekozen. In alle lokalen afzonderlijk dienen variabele ruimte akoestische voorzieningen getroffen te worden. Om op een optimale manier les te kunnen geven, verdient het aanbeveling om alle lokalen te voorzien van een piano en van audio (visuele)-apparatuur. Dit vergroot tevens het multifunctioneel gebruik van de ruimten. De toegang tot de lokalen moet voldoende breed zijn vanwege het vervoer van grote instrumenten. Tweedelige deuren genieten de voorkeur. De toegang is ofwel zonder drempels ofwel met ‘oprijddrempels’. In alle lokalen dient voldoende daglicht binnen te komen - ook in de lokalen lichte muziek - zodat bij normale weersomstandigheden zonder kunstlicht kan worden gewerkt. Per ruimte dient tenminste één raamdeel geopend te kunnen worden. In of naast de deuren dienen transparante glasstroken te worden aangebracht.

Accommodatie: Standaard (kleinere) lesruimten Instrumenten: Piano, strijkinstrumenten, gitaar, harp, hout- en koperblaasinstrumenten, elektronisch orgel: Vloeroppervlak = 24 m2 Hoogte = min. 2.8 meter, bij voorkeur 3.2 meter Geen extreme maatverhoudingen (bijv. lengte: breedte: hoogte = 5 : 4 : 3) Nagalmtijd= 0.6 à 0.8 seconde Geluidsisolatie= 50 à 55 dB NB. Voor koperblaasinstrumenten is een wat grotere ruimte gewenst. Zang, solfège Vloeroppervlak = 40 m2 Hoogte = 3.0 tot 3.5 meter Geen extreme maatverhoudingen 26

Nagalmtijd = 1.0 seconde Geluidsisolatie = 50 à 55 dB Ensembleruimten onversterkte muziek / AMV lokaal Bedoeld worden de ruimten voor gezamenlijke muziekbeoefening voor 4 tot 20 musici Vloeroppervlak in relatie tot het aantal musici = 30 m bij 4 musici tot 100 m2 bij 20 musici Hoogte in relatie tot het vloeroppervlak = min. 3.5 meter bij 30 m2 tot 4.5 meter bij 100 m2 Ruimteverhoudingen niet al te langwerpig: Lengte : breedte = max. 2 : 1 Hoogte : breedte = max. 1 : 2 Nagalmtijd circa 1.0 seconde Geluidsisolatie = 50 à 55 dB Ensembleruimten versterkte lichte muziek, combo’s e.d. Qua afmetingen en ruimteverhoudingen vergelijkbaar met ensembleruimten voor onversterkte muziek Nagalmtijd = 0.5 seconde Bij voorkeur doos in doosconstructie met geluidsisolatie = 70 à 75 dB Outillage o.a.: • • • • • • • •

Voldoende wandcontactdozen voor elektronische apparatuur een spanningsstabilisatie op elke groep; Indien de lichte muziekunit een eigen ingang heeft, is het wenselijk een afzonderlijke deurbel te installeren Slagwerkruimten Vloeroppervlak = 40-60 m2 Hoogte in relatie tot het vloeroppervlak = min. 3.5 meter bij 40 m2 tot 4.5 meter bij 60 m2 Niet te langwerpig: lengte: breedte = max. 2 : 1 Nagalmtijd= kleiner dan 0.5 seconde Geluidsisolatie = 70 à 75 dB

Studio De richtlijnen spitsen zich hiertoe op ruimten waar muziek met microfoons wordt opgenomen. • • • • •

Vloeroppervlak, inclusief regieruimte= 50 - 100 m2 Hoogte in relatie tot het vloeroppervlak= min. 4 meter bij 50 m2 tot 6 meter bij 100 m2 Ruimteverhoudingen dienen op maat berekend te worden Nagalmtijd dient op gebruik afgestemd te worden Geluidsisolatie = 80 dB

Theater/concertzaal Voorop dient gesteld, dat er een groot verschil bestaat tussen het programma van eisen van een theaterzaal of een concertzaal. Deze verschillen betreffen onder andere de akoestiek, de technische voorzieningen, de infrastructuur van de zaal (vlakke vloer of podium) en de aankleding. Het verdient daarom de voorkeur, indien de exploitatie zulks toelaat, bij een multidisciplinair centrum twee zalen te bouwen voor deze functies. Indien het te bouwen centrum voor deze optie kiest is aan te bevelen een theatertechnisch adviesbedrijf te consulteren voor de bouw en inrichting van deze zalen, aangezien de bouw in dit geval zeker maatwerk zal zijn. Vaak zal een centrum om exploitatieredenen voor een gecombineerde zaal kiezen. Het is goed te beseffen dat deze keuze meestal een compromis zal zijn tussen theater- en muziekgebruik. Het Programma van Eisen voor een dergelijke multifunctionele zaal wordt in deze richtlijn beschreven. De akoestiek moet geschikt zijn voor uitvoeringen van versterkte en onversterkte ensembles, kleine koren en dansuitvoeringen en toneelvoorstellingen. Gestreefd dient te worden naar een variabele nagalmtijd. Deze is te bereiken door de lengte van de geluidsgolven, die geschikt zijn voor (klassieke) muziek en dans te reduceren bij theatergebruik en versterkte muziek door het toepassen van dempende materialen.

De akoestische afwerking dient minimaal dusdanig te zijn, dat onversterkte spraak optimaal verstaanbaar is in de zaal. Handreiking Bouw en verbouw van Centra voor de Kunstenpagina 38 Binnen de zaal dienen geen geluiden uit andere ruimten waargenomen te kunnen worden, ook niet luchtbehandeling of verwarming

27

Nagalmtijden: Voor versterkte muziek en theater = 0.9 seconde Voor onversterkte muziek en dans = 1.5 seconde. Voor multidisciplinair gebruik is de infrastructuur van een vlakke vloer zaal met (inschuifbare) tribune aan te bevelen. Een dergelijke zaal zal meestal een oppervlak hebben van minimaal 200 m2 (l:b=3:2) en een hoogte van minimaal 7,5 meter (150 toeschouwers/concertbezoekers).

Het podium Het concept Vlakke Vloer Theater kent geen verhoogd podium, maar over het algemeen is er wel sprake van een gedeelte van de ruimte dat het meest als speelvloer wordt gebruikt. Dit podiumdeel van de vlakke-vloer zaal moet minimaal 100 m2 bedragen in de verhouding diepte: breedte van 2:3. Het podium moet gelijkvloers en drempelloos bereikbaar zijn voor transport van instrumentarium en decors. De toegangsdeur tot het podiumdeel van de zaal heeft een breedte van minimaal twee meter en een hoogte van minimaal drie meter. De kleedkamers grenzen aan de achterzijde van het podiumdeel en zijn vanuit het podium bereikbaar. De vloer van het podiumdeel (de gehele zaal) moet zwevend zijn en voorzien van een hardhouten toplaag (Afrikaans hardhout). Zitplaatsen/tribune: Per toeschouwer moet gerekend worden op een benodigd oppervlak van minimaal 0,6 m2 (bruto). Een verrijdbare en inschuifbare tribune vergroot de gebruiksmogelijkheden van de zaal enorm (bijvoorbeeld amfitheateropstelling of geheel vrije vloer). Hoogte zaal: De vrije hoogte van de gehele zaal bedraagt minimaal 7,5 meter (zie technische voorzieningen) Regiekamer: Deze ligt aan de overzijde van het podiumdeel en heeft een zichtlijn (zittend) over het publiek heen tot de vloer op een meter vanuit de voorste rij van de tribune. De regiekamer heeft een oppervlak van minimaal 6 m2.

Bij voldoende maatvoering kan de regieruimte in de zaal ‘gehangen’ worden. De regiekamer is aan de zaalzijde volledig open te maken d.m.v. een schuifpui i.v.m. de hoorbaarheid van de te versterken muziek/spraak. Kleedkamers: Deze grenzen aan het podiumdeel en hebben voorzieningen voor grimeren (spiegels, grimetafels en wasbakken). Douches en toilet (zenuwen) zijn aanwezig in of grenzend aan de kleedkamers. Voor een groep van 15 acteurs/musici is een oppervlak nodig van 24 m2, drie douches en een toilet. Het is noodzakelijk twee kleedkamers te realiseren voor gescheiden gebruik door mannen en vrouwen. Berging: Gelijkvloers, drempelloos en grenzend aan het podium met een vloeroppervlak van minimaal 50m2 en een vrije hoogte van 5 meter. Verbindingsdeur tussen podium en berging 2,50 breed en 3,00 hoog. Inrichting en outillage: lasapparatuur, houtbewerking apparatuur (voldoende amperage en afzuiging hiervoor) Theatertechnische voorzieningen: Afhankelijk van het ambitieniveau van het centrum zijn de technische voorzieningen uit te breiden. Hieronder wordt een acceptabel minimaal voorzieningenniveau weergegeven: Licht: Een beloopbaar lichtgrid met bruggen en over de gehele oppervlakte van de zaal met een minimale vrije loophoogte van 2 meter. Na aftrek van de constructie blijft in de zaal vervolgens een vrije hoogte van 5 meter beschikbaar.

In het grid is op iedere twee vierkante meter een dubbele patchmogelijkheid voor spots aangebracht. Een voorbeeld constructietekening van een dergelijk grid is bij de brancheorganisatie verkrijgbaar. Handreiking Bouw en verbouw van Centra voor de Kunsten: Een dimmerinstallatie met minimaal 48 2KW kringen met digitale regeltafel in de regiecabine. 28

Minimaal 48 spots van verschillend wattage (650 en 1000 W) in verschillende functies (Fresnell, PC, profiel, evt. horizon), voorzien van ophangbeugels en veiligheidskabels. Stroomvoorziening: 125A/ 400V Geluid: Een zaalversterkingsinstallatie voor opgenomen muziek, uit te breiden tot een P.A. voor versterkte spraak en elektrische muziek. Het vermogen en de aard van de installatie zijn afhankelijk van de grootte van de zaal, de gebruiksaard en het publieksaantal. Microfoons, statieven, bekabeling etc. Midispeler Cd-speler Recorder AV-middelen: • • • • •

Internetaansluiting in de regiecabine Beamer met voldoende capaciteit voor podiumprojectie Projectiedoek Videorecorder DVD-speler/recorder

29

Bijlage 6: Gebouwindeling Entree Het entreegebied het belangrijkste verkeerspunt van de nieuwe huisvesting. Hier komen alle bezoekers en cursisten binnen en gaan vanaf daar verder naar de ruimtes. Balie Hier kunnen cursisten al dan niet met hun ouders of begeleiders met een balie medewerker/ster communiceren m.b.t. gebouw gerelateerde activiteiten. Tevens is dit een locatie waar binnen-, en uitgaand publiek de aandacht heeft van de baliemedewerker. Bij eventuele calamiteiten kan vanaf deze locatie ook de verbinding gelegd worden tussen de interne organisatie en situatie buiten het gebouw. Ook kan de vanuit de balie een welkom en een verwijsfunctie worden gefaciliteerd. Het is aan te bevelen om de videobewaking voor inkomend en uitgaand publiek in te stellen. Indien de balie ook als (administratieve) werkplek ingericht wordt is voldoende (dag) licht wenselijk. Ontmoeting of wachtruimte Een belangrijke motivatie van mensen om een cursus of les te volgen bij de muziekschool is het sociale aspect en nieuwe contacten met andere mensen. Daarom zou het mooi zijn, wanneer deze ruimte het karakter krijgt van een ontmoetingsplek. Bijvoorbeeld door het plaatsen van een grote centrale leestafel. Het geniet de voorkeur wanneer er ook ruimte of een plek aanwezig is waar cursisten elkaar kunnen ontmoeten.

In deze ruimte zouden cursisten tijdens een pauze of wanneer ze even moeten wachten voordat hun les begint een drankje kunnen nuttigen. Personeel/docenten ruimte Gezamenlijk overleg en ruimte om te kunnen eten voor de docenten en personeel met magnetron en koelkast). Deze ruimte moet een groot aantal personeelsleden kunnen herbergen (anders op andere locatie vergaderen). Garderobe Het faciliteren van een garderobe hangt af van de functionaliteiten van het gebouw. Jassen en tassen kunnen bijvoorbeeld ook worden meegenomen in de leslokalen. Bij concerten en uitvoeringen is het aan te bevelen dat het publiek zijn jas kan ophangen in de daarvoor geschikte locatie waar toezicht op mogelijk is. Kantoren De kantoorruimten moeten als ‘eenheid’ afgescheiden kunnen worden voor het publiektoegankelijke gedeelte van de huisvesting. Er is een ruimte van 8 m2 per persoon nodig, dus voor 4 medewerkers 32m2 (70 medewerkers BplusC , dus 560 m2)13. Tijdens kantooruren kan er gekozen worden dat kantoren niet door cursisten en ouders bereikbaar zijn. Toiletten In het gebouw moeten op elk publiektoegankelijke verdieping toiletten worden opgenomen. Het totale aantal toiletten dient afgestemd te worden op de maximale bezetting en de gebruikskarakteristiek tijdens de pauzes bij concerten of voorspeelmomenten. De toiletten dienen gender neutraal te worden ingericht.

De toiletgroepen dienen te zijn voorzien van een voorruimte met wasgelegenheid. Ten behoeve van het onderhoud dienen de toiletpotten vrij hangend te zijn. Op de begane grond, in de directe nabijheid van de ‘uitvoeringszaal’, dient een mindervalidentoilet te worden gerealiseerd ten behoeve van het gehele gebouw. Uitvoeringszaal/Kapelzaal De uitvoeringszaal is een multifunctionele ruimte. De zaal wordt enerzijds gebruikt voor voorstellingen met publiek en anderzijds als oefenruimte en voor bijeenkomsten. De zaal dient de uitstraling te krijgen van een kleine theaterzaal. Voorstellingen zijn zeer verschillend karakter voor diverse concerten -zowel klassieke en jazz muziekuitvoeringen en popconcerten-, voorstellingen en presentaties. De ruimte dient rechthoekig te zijn met een verhouding van circa 3:2. In de directe nabijheid van de uitvoeringszaal dienen kleedruimten te komen. De kleedruimten dienen gescheiden te zijn voor mannen en vrouwen. Per kleedruimte dient één toilet gecreëerd te worden, toegankelijk vanuit de kleedruimte. Direct aansluitend aan één van de kleedruimten dient een doucheruimte gecreëerd te worden. De doucheruimte moet voorzien zijn van een bankje en kledinghaken om zich te kunnen omkleden. Alle kleedruimten dienen voorzien te worden van vaste bankjes en klerenhaken.

Eén kleedruimte ten behoeve van de uitvoeringszaal dient voorzien te zijn van een vaste schminktafel met spiegels.

13 Uit rapport Draaijer 2017 in opdracht BMC

30

Ruimte popmuziek en slagwerk Vierkant tot rechthoekige ruimte met een lengte-/breedteverhouding die niet meer bedraagt dan 2:1. Hoogte dient minimaal 4,5 meter te zijn. Ensembleruimte versterkte muziek Voor de ensembleruimte versterkte muziek geldt dat het oppervlakte mag variëren van een vierkant tot een rechthoek met een lengte-/breedteverhouding die niet meer bedraagt dan 2:1. Lesruimten niet-versterkte en versterkt muziek In verband met multifunctioneel en flexibel gebruik van de beschikbare lesruimten verdient het de aanbeveling om zoveel mogelijk uniformiteit te betrachten ten aanzien van de ruimteafmetingen en -vormen, alsmede de eisen ten aanzien van de ruimte akoestiek en de geluidsisolatie. Een lange wand van de lesruimten moet schuin worden geplaatst in verband met de akoestiek. De toegangen naar de ruimten moeten voldoende breed zijn (minimaal 1,40 meter) in verband met het transport van de grote instrumenten. Verder moet in alle ruimten voldoende daglicht naar binnenkomen, zodat bij normale weersomstandigheden zonder kunstlicht kan worden gewerkt. In of naast de deuren dienen glasstroken c.q. zijlichten te worden geprojecteerd. In de ruimten zal één docent lesgeven aan gemiddeld vier leerlingen. Voor alle lesruimtes geldt dat aanwezig zijn: • • • • •

Een piano Een spiegel Schoolbord Kleine werkplek (bergkastje, bureautje, pc) Geluidsinstallatie

Aanvullend: • • • •

De muziekruimten hoeven niet hermetisch geluiddicht tegen gang te zijn. De ruimtes onderling het liefst wel. Of zo veel als mogelijk. De aanwezigheid van een glasstrook/raam in gangwand vanwege de sociale controle. De deuropening ca. 1,2 m breed i.v.m. grote muziekinstrumenten (let op draairichting). Aansluitpunten t.b.v. versterkte muziek.

Ten slotte: De oppervlakte van een standaard leskamer bedraagt een oppervlakte tussen de 28 en 30m2. Een standaard leskamers is qua oppervlakte geschikt voor het geven van groepslessen aan 4 cursisten door één docent. Een oppervlakte van 35m2 is geschikt voor 3 piano’s en 1 vleugel (groepslessen piano). Een oppervlakte van 60m2 is geschikt voor een ensemble ruimte. Voor een ensemble ruimte versterkte muziek is een zgn. ‘doos in doos’ constructie aan te bevelen. NB: Belangrijk is om rekening te houden met de akoestische isolatie van de ruimtes voor de versterkte muziek, ook met geluidsoverdracht vindt ook verticaal plaats naar de verdieping boven en onder de lesruimte. Niet enkel horizontaal.

31

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10851156/1