210131 Bijlage 2 Adviesrapport Nieuwe Muziekschool Wensen en bedenkingen Ontwikkeling muziekeducatie en -programmering (C-hub)
Tekst van het document
Nieuwe Muziekschool Leiden 2022
Sleutels tot een muzikale toekomst
De Creatie Krachtcentrale - Alexander Plooij
Inhoudsopgave 1.
Inleiding ....................................................................................................................................................................................... 2 1.1
Opdrachtomschrijving ..................................................................................................................................................... 3
1.2
Uitgangspunten................................................................................................................................................................ 3
2.
Conclusies en aanbevelingen ..................................................................................................................................................... 4
3.
Visie op muziekeducatie Leiden ................................................................................................................................................. 6
4.
3.1
Profiel muziekeducatie .................................................................................................................................................... 6
3.2
Oriëntatie als basis ........................................................................................................................................................... 6
3.3
Talentontwikkeling........................................................................................................................................................... 7
3.4
Technologische en didactische ontwikkelingen ............................................................................................................. 7
De Nieuwe muziekschool – een organisatie met lonkend perspectief .................................................................................... 9 4.1
Inhoudelijke thema’s ....................................................................................................................................................... 9
4.2
De mens binnen de organisatie ...................................................................................................................................... 9 De docent ......................................................................................................................................................................... 9 Ondersteunend personeel ............................................................................................................................................ 10
5.
De Nieuwe Muziekschool als intermediair .............................................................................................................................. 11 5.1
Relatie met gemeente: reguliere opdracht én strategisch partnerschap .................................................................. 11
5.2
Actuele en potentiële stakeholders .............................................................................................................................. 11 Publieke partners ........................................................................................................................................................... 11 Amateurkunst vertegenwoordiging .............................................................................................................................. 12 Commerciële spelers ..................................................................................................................................................... 12 Het bedrijfsleven............................................................................................................................................................ 12
6.
5.3
Belang van heldere prestatie-indicatoren voor output en outcome .......................................................................... 13
5.4
Methodieken van prestaties m.b.t. (aanvullende) subsidieverantwoording ............................................................. 13
5.5
Ondernemerschap ......................................................................................................................................................... 14
5.6
Transitie voor docenten ................................................................................................................................................ 14
5.7
Accommodatie Nieuwe Muziekschool ......................................................................................................................... 16
Bijlagen ...................................................................................................................................................................................... 18 Bijlage 1: Organisatie & Kwaliteit ................................................................................................................................................. 18 Bijlage 2: Het IGLO-model............................................................................................................................................................. 20 Bijlage 3: Een voorbeeld van ondernemerschap en muziekeducatie ........................................................................................ 21 Bijlage 4: Informatie docenten met betrekking tot accommodatie ........................................................................................... 23 Bijlage 5: Technisch programma van eisen.................................................................................................................................. 26 Bijlage 6: Gebouwindeling ............................................................................................................................................................ 30
1
1. Inleiding De gemeente Leiden wil met een kwalitatief hoogstaand cultuuraanbod een nog groter bereik realiseren onder haar bewoners. Dit wil de gemeente bereiken door het cultuuraanbod meer divers en inclusiever te maken. De gemeente wil laagdrempelige toegang tot kunst en cultuureducatie voor de doelgroepen kinderen en jongeren creëren door intensief aan te sluiten bij de bestaande werkwijze van Verwonder om de hoek1. Er is straks voor cursisten meer te kiezen. De gemeente koerst daarom aan op een doorontwikkeling van het huidige muziekonderwijs. Hierbij wil zij transparanter worden, moderniseren, innoveren en geen verschil maken in lessen tussen de verschillende aanbieders (level playing field). Zij wil een breder inclusief aanbod creëren, passend binnen de huidige tijdsgeest. De gemeente Leiden maakt zich daarom ook sterk voor een solide en toegankelijk cultuurdomein. De gemeente en haar maatschappelijke partners werken samen aan een stevige culturele infrastructuur, waardoor ook de kwetsbare inwoners in staat worden gesteld om in verbinding te staan met de cultuursector en daar actief in mee te doen. In de startnotitie Bibliotheek, Cultuureducatie- en participatie, beoogd de gemeente de ‘B’ en ‘C’ functies (Bibliotheek, Cultuureducatie & participatie) te ontrafelen. Het cultuuraanbod zal vanaf 1 januari 2022 verdeeld worden in drie functies: • • •
Functie 1 Bibliotheek Functie 2 Kennismaken met kunst & cultuur (korte kennismakingscursussen t/m 18 jaar) Functie 3 Cultuurparticipatie/Amateurkunst (langdurig uitoefenen van de uitvoerende kunsten)
Voor functie 3 formuleert de gemeente Leiden een aantal uitgangspunten: • • • • • • •
De gemeente stimuleert de uitvoerende kunsten waar qua aanbod geen (commerciële) markt voor is; De gemeente zet vooral in op kinderen en jongeren tot en met 18 jaar; Het geven van de meeste individuele lessen is commercieel rendabel; Er ligt focus op het samenspel. Het gaat daarbij om een orkestschool voor strijk- en blaasinstrumenten aan de Oude Vest/Hazewindsteeg bij de Leidse Schouwburg (t/m 18 jaar); Er is een muziekintendant/instelling nodig voor het opbouwen/onderhouden van een platform/netwerk van gekwalificeerde en ‘fair’ betaalde muziekdocenten; De gekozen muziekintendant of instelling wordt verantwoordelijk voor de plek waar de orkestschool (docenten) en de oefenruimtes voor de lessen tegen betaalbare prijzen kunnen worden gehuurd; De gemeente garandeert betaalbare huurprijzen.
Om dit te realiseren is het nodig om inzicht te creëren in hoe de (nieuwe) muziekschool van Leiden er inhoudelijk uit kan gaan zien en wat de randvoorwaarden daarvoor zijn (incl. prioritering). De gemeente heeft hiervoor externe ondersteuning en deskundigheid gevraagd bij De Creatie Krachtcentrale (DCK), die een adviseur geleverd heeft die in samenspraak met het Domein Cultuur van de gemeente Leiden een advies heeft voorbereid voor het college van B&W. Onderhavig adviesrapport is hiervan de uitkomst.
1 https://verwonderomdehoek.nl/
2
1.1
Opdrachtomschrijving
De kernvraag die voorligt is: Hoe moet de Nieuwe Muziekschool Leiden er inhoudelijk uitzien? Hierbij is het zoals eerder benoemd belangrijk ook de randvoorwaarden (inclusief prioritering) voor het tot stand komen van de muziekschool inzichtelijk te maken. Dit betekent op inhoud: • De lopende programma’s van lessen, uitvoeringen en evenementen in de vrije tijd en de samenhang tussen de verschillende activiteiten; • De uitvoering van muziekonderwijs (instrumentaal) en hoe hier een inhoudelijk samenhangend aanbod van gemaakt kan worden; • De verbinding tussen binnen- en buitenschools aanbod; • De relatie tussen samenspel en individuele lessen; • De verhouding tussen profit en non-profit muzieklessen En dit betekent op organisatie: • Inzicht in de ontwikkelingen tussen nu en twee jaar • De veranderingen binnen de werkwijze van de Nieuwe Muziekschool en de daarbij behorende aandachtspunten
1.2
Uitgangspunten
Om tot een advies te komen zijn de onderstaande uitgangspunten en kaders bepalend geweest en meegenomen als ‘zichtveld’ in het advies. -
Voor de gemeente Leiden blijft het bestaande bestel de basis voor cultuur. Uitgangspunt van die sterke basis is het komen tot een groter bereik onder- en meer betrokkenheid bij de lokale inwoners. Diversiteit en inclusie zijn actuele thema’s. De gemeente Leiden onderschrijft de kracht van kunst en cultuurparticipatie als verbindende factor.
-
Een goede verbinding tussen het culturele- en het sociale domein is een voorwaarde waar beide sectoren elkaar kunnen ontmoeten. Juist voor specifieke doelgroepen, die een extra steuntje in de rug kunnen gebruiken (bijvoorbeeld gericht op integratie, eenzaamheid, etc.) of die extra aandacht van cultuur verdienen (zoals jongeren) biedt cultuur perspectief en cohesie.
-
Leiden staat wereldwijd bekend om haar rijke historie van kennis en cultuur. Kennis én cultuur hebben de stad gemaakt tot wat Leiden vandaag de dag is en hebben de stad bekend gemaakt tot ver over haar stadsgrenzen. Cultuur en cultuurbeleid zijn een afspiegeling van de Leidse samenleving. Cultuur biedt een reflecterend vermogen om Leiden als stad van kennis en cultuur verder te kunnen ontwikkelen.
-
Om tot een optimaal divers en inclusief cultuuraanbod te kunnen komen, wat aansprekend is voor alle doelgroepen binnen Leiden, zijn de volgende parameters uitgangspunt: • (Financiële) toegankelijkheid • Spreiding van het aanbod • Zo dicht mogelijk op de persoonlijke woonomgeving en beleving aansluiten
3
De combinatie van deze factoren resulteert in een zo optimaal mogelijk ‘leer ecosysteem’, waar ieder kind of jongere zijn of haar eigen pad kan vinden. Deze uitgangspunten betekenen voor de Nieuwe Muziekschool het volgende: -
De Nieuwe Muziekschool zet actief in op samenwerkingen met andere organisaties en zal een initiërende stimulerende rol als netwerkorganisatie, op zich nemen om tot een echt integraal muziekaanbod te komen op die plekken waar dat belangrijk is. Het bundelen van expertise is noodzakelijk om impact te kunnen hebben, zeker op doelgroepen die in Leiden nog te weinig in aanraking komen met actieve cultuurbeoefening, terwijl dit voor hen wel heel belangrijk kan zijn. Dit geldt niet alleen binnen de cultuursector, maar ook vanuit- en met andere sectoren.
-
De Nieuwe Muziekschool gaat een duurzame samenwerking aan met o.a. de Welzijn en Zorgsector, Universiteiten en het onderwijs in Leiden om door gerichte vraag en ontmoeting zowel kennis, vraag als aanbod samen te brengen binnen haar eigen muziekschool activiteiten áls via het platvorm ‘Verwonder om de Hoek’. Door de inzet van expertise van de professionals binnen de muziekschool, maar ook door kennis en ervaring van de samenwerkingspartners op te halen, komt het muziekonderwijs niet alleen tot klinken binnen de Leidse samenleving, maar ook (ver) daarbuiten. Hierdoor kan de muziekschool zich, als speler in een breed (en soms verdeeld) speelveld, dienend opstellen naar de samenleving toe.
-
De muziekschool zal haar expertises aanbieden binnen de door de gemeente beschreven functies 2 en 3. Er zullen geen gesubsidieerde individuele lessen meer voor kinderen zijn. Dit betekent niet dat deze lessen niet meer kunnen worden gegeven door de partij. De Nieuwe Muziekschool is net als andere aanbieders een partij die zonder subsidie lessen mogelijk maakt.
-
Lessen voor de leeftijdsgroepen vanaf 21 jaar worden niet meer gesubsidieerd. Groepslessen of ensemblelessen voor cursisten onder de 21 jaar komen in aanmerking voor subsidie vanaf 3 cursisten per uur. Kennismakingscursussen voor cursisten tot en met 18 jaar blijven gesubsidieerd.
2. Conclusies en aanbevelingen Dit document is met grote zorgvuldigheid tot stand gekomen. Onderzoek van documenten en gesprekken met deskundigen op het gebied van muziekeducatie lagen aan de basis van dit document. Vanuit dit onderzoek en de gesprekken kunnen diverse conclusies en aanbevelingen worden gegeven om een toekomstgerichte Muziekschool in Leiden in te richten. Hieronder zijn per punt de conclusie en daaruit volgende aanbeveling benoemd:
➢
➢
➢
➢
1. Uit de analyses van de UVOK, de begrotingen en de jaarrekeningen is gebleken dat samenhang tussen te leveren prestaties en de verantwoording daarover in sommige gevallen een te diffuus beeld geven. Dit heeft als gevolg, dat er onduidelijkheid zou kunnen ontstaan over de juistheid of volledigheid van de gemeten kengetallen, prestaties en besteedbare middelen. Een betere afspiegeling c.q. zichtbare samenhang van de behaalde resultaten binnen de prestatie indicatoren (Key Performance Indicator (KPI)), de begrootte kosten en de Jaarrekening is nodig. 2. Onduidelijk is of de AOIB-procedure2 is opgesteld en onderdeel uitmaakt van de accountantscontrole. Administratieve organisatie en interne beheersmaatregelen moeten worden opgenomen in de accountantsverklaring en de AOIC met betrekking tot de KPI’s. 3. De gedefinieerde KPI’s zijn in veel gevallen te algemeen en daardoor ook diffuus in de verantwoording. Er is weinig samenhang in de uiteenzetting van de KPI’s binnen losse onderdelen, maar daardoor niet duidelijk wat het inhield. Kwantitatieve afspraken met betrekking tot wat er bereikt moet worden (resultaat), wat de kosten zijn en hoe dit verantwoord wordt (Outcome en Output verwerking). 4.
Het huidig muziekonderwijs in richt zich op muziekeducatie in het algemeen en (nog) niet op samen-, en ensemblespel (vanaf 3 cursisten gesubsidieerd) in het bijzonder; Een meer divers en beter afgestemd muziekaanbod voor kennismaking en ‘instapcursussen’ op het gebied van samen-, en ensemblespel in functie 2 is noodzakelijk. Van belang is het betrekken van deskundige stakeholders met kennis en ervaring van de verschillende doelgroepen die men wil bereiken, teneinde te komen tot het ontwikkelen van het cursusaanbod voor functie 2 en 3.
2 In een AO-beschrijving worden bevoegdheden, regels en procedures vastgelegd die het kader vormen voor het administratieve proces. Met
behulp van een goed functionerende AO is de juiste informatie op het juiste moment beschikbaar. Het bestuur en de dagelijkse leiding zijn mede op basis hiervan in staat de organisatie goed te beheren en te sturen. Ook vormt een AO de basis voor het afleggen van verantwoording aan bijvoorbeeld subsidiegevers.
4
➢
➢
➢
➢
5. Er lijkt nog geen integrale visie te bestaan op de verschillende beleidsgebieden. Het komen tot een integrale visie van inzichten, voortkomend uit de technologische innovatie en de urgentie om productontwikkeling binnen de domeinen zorg, welzijn en onderwijs gericht op het muziekonderwijs in Leiden door te ontwikkelen, wordt aanbevolen. 6. Ondanks de nadrukkelijke vraag om inzage in de werkelijke (feitelijke) roosters om het aantal toekomstige leskamers (uitgaande van laatste UVOK-verantwoording) werkelijk te kunnen onderbouwen, zijn die niet ontvangen. Dringend advies om roosters daadwerkelijk inzichtelijke te maken of de benchmark uit te breiden om door vergelijk tot een betrouwbare afweging van het aantal leskamers te kunnen komen. 7. Gebleken is dat de huidige dialoog tussen gemeente en de educatieaanbieder onvoldoende constructief is. Stakeholders engagement3 is wenselijk en een constructieve dialoog tussen cultuuraanbieder en subsidiënt over de toekomstige koers is in elkaars belang. Noodzakelijk en bepalend is de nieuw te ontwikkelen visie op muziekeducatie voor de groei van het aantal cursisten binnenschools en daarnaast voor het sturen richting groei van de aanhoudende krimp van het aantal cursisten binnen de buitenschoolse activiteiten onder de 21 jaar. 8.
Mogelijk andere toepassing van het IGLO model4 Opnieuw toepassing van het IGLO-model, waarbij een serieuze optie onderdeel C is, deze omvatten namelijk de commerciële. 9.
Een gezamenlijke verantwoordelijk van de Bibliotheek en Muziekschool geeft een diffuus beeld.
➢ De jaarstukken moeten zo ingericht worden dat de Bibliotheek en Muziekschool gescheiden en/of een voldoende transparante afspiegeling van de activiteiten geven. 10. Er is mogelijkheid voor ruimtelijke- en planningsmatige besparing.
➢ De organisatie zal optimaal en uiterst doelmatig haar lesruimtes moeten gaan plannen en inrichten. Dit is mogelijk door: Een nieuwe toekomstvisie en een slimmere programmering; Alleen die activiteiten in de centrumlocatie programmeren die daar horen en de rest zoveel mogelijk in de wijken (de broedplaatsen) positioneren; Zoveel mogelijk ruimten zo aan te passen dat ze multifunctioneel in te zetten zijn. In de volgende hoofdstukken worden bovenstaande punten in een bredere context geplaatst.
3 Het letterlijk betrekken en enthousiasmeren van de belanghebbenden
4 In veel gemeenten bestaat behoefte aan duiding van bestedingen en subsidie-grondslagen. Berenschot heeft daartoe het IGLO-model
ontwikkeld en in gemeenten ingezet. Dit model maakt inzichtelijk welk deel van de gemeentelijke financiering wordt besteed aan welke soort lasten. Het model is in 2014 door de VNG gepubliceerd als best practice in de Gids lokaal cultureel ondernemerschap. Deel A is de geheel gesubsidieerde voorziening, deel B is gesubsidieerd aanbod voor selecte doelgroepen, deel C is de vrije ruimte.
5
3. Visie op muziekeducatie Leiden Om tot een heldere visie te komen op muziekeducatie in Leiden is het belangrijk een aantal punten onafhankelijk van elkaar uiteen te zetten. Allereerst het gewenste profiel op het gebied van muziekeducatie, het verloop van oriëntatie naar talentontwikkeling binnen muziekeducatie, talentontwikkeling als onderwerp pur sang en tot slot de technologische en didactische ontwikkelingen die hiervoor nodig zijn.
3.1
Profiel muziekeducatie
Het muziekonderwijs in Nederland maakt een ontwikkeling door van de oorspronkelijke meer “traditionele” manier van muziekonderwijs naar een positie van multifunctioneel inzetbaar muziekonderwijs. Oorspronkelijk werden docenten opgeleid in het geven van muziekles. Hoofzakelijk waren dit in het verleden één op één lessen (docent met 1 cursist) en later werden dit steeds vaker duo lessen (docent met 2 cursisten). Maar vanwege bezuinigen op het muziekonderwijs, nieuwe positieve inzichten op het gebied van groepsmuziekeducatie (docent met 3 of meer cursisten) én muziekeducatie in het Primaire onderwijs via het Rijksprogramma ‘Cultuureducatie met Kwaliteit’ (CmK) worden er nieuwe vaardigheden gevraagd van de huidige muziekdocent. Het beroep van docent maakt een ontwikkeling door van de muziekdocent als enkel instrumentalist naar een breed inzetbare musicus met een instrument als specialisatie5. Deze ontwikkeling vraagt van de muziekdocent een uitbreiding van zijn didactische vaardigheden. De focus wordt uitgebreid van het paradigma ‘meestergezel’, naar de muziekprofessional gericht op ensemblespel. Vraag en aanbod komen hierdoor dichter bij elkaar te liggen en kan flexibel worden afgestemd op de leerling van ‘nu’.
Doordat muziekdocenten nu steeds meer over de juiste kennis en vaardigheden beschikken om ook de groepslessen als werkvorm te kunnen faciliteren, kunnen zij ook meer specifieke vragen uit bijvoorbeeld het primair onderwijs op het gebied van muzieklessen oppakken. Door deze ontwikkeling wordt het mogelijk om meer variatie in les-vormen aan te bieden, waaronder de mogelijkheid tot het geven van groepslessen, wat flexibel en aantrekkelijk financieel (kostendekkend) muziekonderwijs als gevolg heeft. Door de veelzijdige les-vormen in het muziekonderwijs is de subsidie op de lessen niet meer of in ieder geval in mindere mate leidend voor de kosten van de les. Het gaat juist meer om de les-vorm. Door groepslessen zullen niet alleen de lessen financieel toegankelijk blijven maar ook beter aansluiten bij het ensemble onderwijs, wat binnen de muzikale leerlijn een belangrijk onderdeel vormt. Door meer in te zetten op groepslessen zal de subsidiebelasting minder nodig zijn om de lessen financieel toegankelijk te houden voor een breed publiek. De beschikbare subsidie voor het muziekonderwijs kan zo effectief worden ingezet om het aantal kinderen en jongeren in zgn. achterstandsgroepen beter te bereiken. Tevens zullen de ‘multifunctionele docenten’ in staat zijn om vragen vanuit het sociale- en het onderwijsdomein op te pakken en deze te vertalen naar muziek gerelateerde producten.
Zo kan ook draagvlak ontstaan binnen het reguliere onderwijs voor de professional als ‘schoolmusicus’. Ook nieuwe media valt niet meer weg te denken uit onze maatschappij. Ondanks dat het maken van muziek een ambachtelijke bezigheid is en blijft, zal de muziekschool moeten aansluiten bij de huidige tijdgeest en technologische (media) innovatie moeten integreren in haar lessen en presentaties. Dit om zo de integratie tussen muzikale vaardigheid en media technische toepassingen te optimaliseren. Voorbeelden hiervan zijn het integreren van bijvoorbeeld digitaal componeren, muziekregistratie, online (bij) lessen, inzet van VR technieken en YouTube. Maar ook het streamen van concerten heeft zijn positie binnen de podiumkunsten verovert. Hierdoor kunnen kinderen en jongeren hun artistieke ontwikkelingen verbinden met hun digitale vaardigheden, en kunsteducatie hun bron van inspiratie laten zijn. In deze tijden van corona is dat nog maar eens stevig bevestigd.
3.2
Oriëntatie als basis
In het lesaanbod van de Nieuwe Muziekschool staat diversiteit en inclusie centraal. De Nieuwe Muziekschool moet dan ook een zo divers mogelijke doelgroep van kinderen en jongeren bereiken en hen inspireren om deel te deelnemen aan de aangeboden activiteiten. Samendoen, staat hierbij centraal. Om dit te kunnen realiseren zullen de lessen, cursussen of workshops moeten aansluiten bij de belevingswereld, het niveau van ontwikkeling en de interesses van de doelgroep. Het aanbod voor functie 2 zal daarom ook zoveel mogelijk worden aangeboden op basis van co-creatie6. Via deze weg komen niet
5 Verschillende muziekvakopleidingen spelen op deze ontwikkeling in. Ook zijn er meer afgestudeerden die zowel een opleiding volgen of
hebben gevolgd van vakmusicus én docent muziek. Zij zijn gekwalificeerd instrumentalist en mogen tevens lesgeven in het primair en voortgezet onderwijs. 6 Co-creatie op basis van een onderlinge dialoog en uitwisseling van kennis en inzichten.
6
alleen kennis en inzichten van klant en aanbieder samen tot een aanbod waarin de deelnemers zich kunnen herkennen, zich laten verrassen en inspireren, maar ontmoeten en verrijken de deelnemers elkaar ook onderling. Herkenbaarheid en verrassing zijn belangrijke drijfveren voor zowel kinderen als jongeren om zich via actieve cultuurbeoefening te laten inspireren tot het ontwikkelen van hun kunstzinnige en culturele competenties. Vooral het zelf ‘doen’ staat centraal binnen het proces. Onderzoeken en ervaren, gebruik maken van gevoel en verstand, hoofd en hart zijn vaardigheden die aan de basis staan van niet alleen creativiteit maar ook sociale omgangsvormen. Het verrijkt niet alleen kinderen en jongeren in hun creatieve uitingsvormen, maar ook in hun onderlinge sociale communicatie. Voor een optimale leerlijn zullen daarom per leeftijds-, en ontwikkelingsgroep didactische en methodische keuzes gemaakt moeten worden. Inzichten uit de recente neurobiologische wetenschap onderbouwen7 het belang van muziekeducatie en beweging in al haar diversiteit voor jonge kinderen terwijl oudere kinderen meer bezig zijn met hun identiteitsontwikkeling. Zij zijn zich meer en meer bewust van hun identiteit binnen een diverse en veelzijdige samenleving met verschillende ideeën, culturen, stijlen, waardes en normen.
Persoonlijke ontplooiing, verdieping en verbreding in verbinding met leeftijdsgenoten geven mede vorm aan hun identiteit of zelfbeeld. Ook zijn jongeren door social media en andere technologisch digitale platformen gewend om deze in te zetten voor hun eigen profilering. Persoonlijke muziek performing en technologische vaardigheden dragen bij aan hun persoonlijke contentontwikkeling en identiteit. Samenspel en ensemble spel zijn per definitie lesvormen waar persoonlijke ontwikkeling en gemeenschappelijke vaardigheden voor alle beschreven leeftijdsgroepen tot hun recht komen. Het bespelen van een instrument naar keuze (ook zang) geeft uiting aan ieders belevingswereld in al zijn diversiteit of achtergrond. De diversiteit en een keuze uit het instrumentarium kan al richting geven aan de voorkeur voor een blaas- of strijkensemble of orkest waar kinderen en jongeren in kunnen samenspelen. Maar daarnaast biedt ensemblespel juist ook de gelegenheid om tot integratie te komen van instrumentarium en muziekvormen uit andere culturele achtergronden dan de Westerse muziekcultuur alleen. Juist door niet alleen ‘Westers’ instrumentarium te integreren in het ensemble en orkestonderwijs, biedt men de mogelijkheid om kinderen en jongeren kennis te laten maken en open te leren staan voor invloeden uit andere culturen en deze via de muzikale weg met elkaar te integreren.
Muziekeducatie biedt zo een voedingsbodem waarin kinderen en jongeren elkaar kunnen vinden in alle diversiteit en met elkaar tot een harmonieus klinken kunnen komen.
3.3
Talentontwikkeling
Zoals in iedere samenleving zullen er leerlingen zijn met bovengemiddelde talenten. Van belang is het dat deze leerlingen zich voldoende uitgedaagd en gesteund voelen in hun ontwikkeling. Voor hen zal een aanvullende leerweg worden ontwikkeld waarin zij zich kunnen bekwamen. En indien talent, capaciteiten en ambitie aangeven dat deze leerlingen zouden kunnen uitgroeien tot professionele musici, dan moet daar ruimte voor worden geboden. Deze leerlingen kunnen uitstekend blijven spelen in het samenspelonderwijs zodat zij niet alleen de vaardigheden van samenspel verder ontwikkelen, maar ook inspirerend voor leeftijdsgenoten kunnen zijn en zij elkaar leren te stimuleren en helpen ontwikkelen. Het programma ‘Kunst aan de Top’ wordt opgezet om dit mogelijk te maken. Bij dit programma zal het gaan om een multidisciplinair talentenprogramma voor alle disciplines voor bijvoorbeeld 10 tot 20 jonge leerlingen (op basis van selectie) in de leeftijd van 6 tot 18 jaar. Vanuit dit programma worden doorgaande leerlijnen ontwikkeld in samenspraak met het kunstvakonderwijs. In dit programma heeft een individuele werkvorm in aanvulling op de groepslessen wel een duidelijke functie, omdat met deze leerlingen wordt gestreefd naar een (versnelde) verdieping richting excellentie en veelal een professionele carrière in de kunstensector.
Zodra deze leerlingen doorstromen naar het kunstonderwijs bestaat voor hen ook weer de mogelijkheid om bijvoorbeeld een stageplek te kunnen vinden bij de Nieuwe Muziekschool. Op deze manier blijft zowel het kunstvakonderwijs als de Nieuwe Muziekschool aansluiting houden met de actuele tijdgeest.
3.4
Technologische en didactische ontwikkelingen
Om leerlingen te laten leren van elkaar en elkaar te helpen en te stimuleren in hun ontwikkeling, is groepsonderwijs bij uitstek een effectieve vorm van lesgeven. Als gevolg van technologische ontwikkelingen en de nieuwste neurologische en pedagogische inzichten in de laatste decennia zijn er vele nieuwe inzichten ontstaan op het gebied van (blended) leerprocessen die ingezet kunnen worden. Met name de jongere generaties hebben hun (leer)gedrag weten af te stemmen op de enorme (digitale informatie) snelheid van de wereld waarin we leven. De zogenaamde ‘instant generatie’ die gewend 7 Eric Scherder/ Pact Kindcentra en Blase Plooij/Neurobiologie gevoelens van veiligheid.
7
zijn aan ‘Instagram en snapchat’ heeft behoefte aan snelheid en onmiddellijke behoeftebevrediging. Ze willen dat het nú gebeurt, problemen nú oplossen, nú iets aanschaffen, nú iets weten. Ze hebben een hekel aan wachten, hebben kortere attentieperiodes en zijn gewend aan sterk stimulerende visuele informatie. Het zijn allemaal kenmerken van de lerende jeugd. De vraag is niet zozeer óf jongeren willen leren, maar hóe. De virtuele wereld van games zijn inmiddels zo ver ontwikkeld dat de huidige generatie docenten veel kunnen leren van de leerprincipes waarop deze games zijn gebaseerd. Game ontwikkelaars hanteren uitgangspunten die vanuit onderwijskundig oogpunt zeer interessant zijn en navolging verdienen in het cultuuronderwijs. Jongeren met gedeelde belangstelling vinden elkaar op het web (communities) en presenteren hun talenten aan elkaar. Sterker nog, ze geven elkaar feedback en bepalen zelf de norm. En dan natuurlijk het zogenaamde ‘quick fix’ gedrag, niemand leest meer een handleiding want we hebben immers YouTube. Nieuwe media bieden mogelijkheden en kansen voor het cultuuronderwijs. Door het digitaal aanbieden van ondersteunende (en basis-) lesstof kan daarom een kwantumsprong gemaakt worden.
Door deze ontwikkeling kunnen les vormen ook op een andere manier worden aangeboden en dit kan zelfs wereldwijd! Anderzijds zijn er autonome media gerelateerde (cultuur) onderwijstoepassingen denkbaar. Eén voorbeeld hiervan is om een heel nieuw evenement Leiden on Air (werktitel) te ontwikkelen, een muziekschool initiatief waarbij de grenzen worden verkend van digitaal muziekonderwijs. Het 2de pianoconcert van Rachmaninov leren spelen via Twitter is uiteraard een illusie. De Nieuwe Muziekschool verkoopt geen illusies, verantwoord cultuuronderwijs zal nooit zonder excellente docenten kunnen bestaan. Echter een slimme, gedurfde en verantwoorde combinatie van online en offline cultuuronderwijs biedt perspectief in de context van bekostiging en hedendaagse didactiek. Alleen al voor het muziekonderwijs geldt dat de Nieuwe Muziekschool on Air (werktitel) door een groter online bereik van kinderen en jongeren een groei van het aantal cursisten zou moeten kunnen realiseren. Dit betekent dat het zoeken naar nieuwe werkvormen, werkvormen waarin onder andere de sociale waarde tussen cursisten benut wordt. Wederkerigheid in het delen van kennis en erkenning voor de eigen bijdrage van cursisten zijn daarin belangrijke elementen. Juist de toepassingen van nieuwe media kunnen worden geïntegreerd. De docentrol verandert zoals eerder beschreven van instructeur naar coach.
In plaats van overdragen, gaan zij cursisten begeleiden in hun ontwikkeling. Van voorwaardelijk leren naar onderzoekend leren. Doen om te leren in plaats van leren om te doen. Zijn in plaats van worden. En dat gevat in een heldere programmeringslijn van onderwijs naar toptalent per discipline. Dat wordt de kern van het onderwijsmodel bij de Nieuwe Muziekschool. Innovatie is een middel om de (actieve en passieve) cultuurparticipatie te bevorderen. Door concerten en activiteiten te verspreiden via het internet, wordt het educatieve bereik vergroot. Door het ontwikkelen van onlinecursussen kan een breder publiek worden bereikt. Maar zelfs via de digitale snelweg is de (inter)nationale klant of bezoeker bereikbaar. Tevens zijn via nieuwe digitale mediatechnieken mindervalide cursisten en cursisten in zorgomgevingen ook bereikbaar (inclusie). Men hoeft dan immers niet persé naar de leslocatie te komen. Lessen of concerten op afstand maken het mogelijk om aanwezig te zijn bij de mensen thuis of in het verzorgingstehuis. Het gebruik van media kan worden geïntegreerd in de reguliere muzieklessen. Het zal de ‘gewone’ les niet vervangen, maar aanvullen en versterken.
Door te werken met bijvoorbeeld bestaande video’s in de lessen en nieuw gemaakte video’s via een digitale leeromgeving aan te bieden, kan een leerling ook thuis gebruikmaken van deze leermiddelen en virtueel de gedoceerde kennis tijdens de les op een later tijdstip weer tot zich nemen. Dit biedt de ouder of verzorger ook de mogelijkheid om mee te kunnen kijken tijdens lessen. Hierbij is het uiteraard wel van belang dat de AVG (Algemene Verordening Gegevensbescherming) in acht wordt genomen en er toestemming door ouders of verzorgers wordt verleend tot deze gedigitaliseerde content. Een digitale leeromgeving zal hiervoor moeten worden ingericht. De ontwikkelingen op het gebied van componeren met behulp van digitale middelen en de inzet van Virtual -, en Augmented Reality (VR, AR), games en leerplatforms kunnen vandaag de dag en zeker in de toekomst veel betekenen voor de culturele educatieve sector. Kinderen en jongeren groeien nu op met deze innovatieve technologische mogelijkheden. Door deze toepassingen te integreren in de lessen en activiteiten sluit het moderne muziekonderwijs aan bij de beleving van de jeugd en worden zowel kunst en educatie verbonden met technologische innovatie. Op deze manier voegt de symbiose van samenspel, didactiek, methodiek en techniek een positieve bijdrage toe aan het ‘leer ecosysteem’ van de cursist.
Hiervoor zal de Nieuwe Muziekschool middelen en expertise vrij moeten maken, om deze vorm van educatie te faciliteren. Ook moet hier bij de inrichting van de fysieke omgeving van de Nieuwe Muziekschool rekening mee worden gehouden.
8
4. De Nieuwe muziekschool – een organisatie met lonkend perspectief Per 1 september 2022 zal de Nieuwe Muziekschool een start maken met het ontwikkelen van een breed aanbod in lessen. Basis van de lessen zijn een educatievisie op functie 2 en functie 3. Dit heeft zowel inhoudelijk als op het gebied van personeel gevolgen. In onderstaande deelhoofdstukken wordt hierop ingegaan.
4.1
Inhoudelijke thema’s
Centraal in het aanbod van de muziekschool staan de zgn. ‘doorgaande leerlijnen’. Een opbouw van activiteiten via een ontwikkelingslijn van oriëntatie tot talentontwikkeling zal vorm moeten krijgen via deze leerlijnen. Verder staat het ‘groepsonderwijs’ als leervorm centraal. Dit houdt in dat de muziek (groeps)lessen in het primair onderwijs een basis vormen voor een passende doorstroom naar het muziek(groeps)verdiepingsonderwijs op de Nieuwe Muziekschool (functie 3). Deze leerlijnen beginnen in de scholen via ‘Verwonder om de Hoek’ (functie 2) en Cultuur Educatie met Kwaliteit (CmK) om verdieping naar keuze te kunnen krijgen op de Nieuwe Muziekschool. Door middel van op elkaar afgestemd muziekonderwijs in de vorm van leerlijnen worden zo binnen schools en buitenschools met elkaar verbonden. De Nieuwe Muziekschool zal vanuit een rijke diversiteit aan muziek cursusaanbod met bijbehorende spelvormen ontwikkelen binnen functie 2. Dit aanbod is niet alleen verrijking voor de binnenschoolse mogelijkheden, maar deze cursussen en workshops vormen ook een voedingsbodem voor de muziekschool zelf. Bijzonder getalenteerde kinderen en jongeren kunnen, zoals eerder beschreven, de keuze aangeboden krijgen om via een multidisciplinair8 talentenprogramma (Kunst aan de Top) deel te kunnen nemen. Deze leerlingen kunnen eventueel doorstromen naar het kunstvakonderwijs (MBO/HBO).
Voor alle disciplines geldt dat het leren in groepen en ensembles de spil wordt van het nieuwe onderwijs. In het groepsonderwijs of door educatieve groepsprocessen kunnen leerdoelen doeltreffend bereikt worden. Uitgangspunten worden ‘leren door te doen’ en ‘(drummer) zijn in plaats van (drummer) worden’. Hierdoor wordt het groepsonderwijs een waardevolle didactische werkvorm. Eindtermen en leerdoelen dienen als leidraad voor het herinrichten van het curriculum. Deze eindtermen en leerdoelen moeten geïnventariseerd worden en ondergebracht worden in de meest geschikte werkvorm. Door inhoudelijk vormgegeven programma’s, waarin doorlopend leren mogelijk is, verbindt de Nieuwe Muziekschool hoogwaardige deskundigheid met onderwijsontwerp en -uitvoering en excellente faciliteiten. Deze manier van educatie vraagt om een veelzijdige en deskundige focus en inzet van docenten en hun docentschap. Het is aan te bevelen om voor alle disciplines programma’s te maken, uitgaande van doorlopende leerlijnen, voor de leeftijd van 1 t/m 18 jaar. Het aanbod sluit aan bij wat binnenschools, in de klas op school, wordt aangeboden op het gebied van muziekeducatie. Voor alle disciplines streeft de Nieuwe Muziekschool naar eenzelfde benadering: het leren van en reflecteren op elkaar (peer learning) zal op alle disciplines van toepassing zijn.
De producten (lessen, workshops, cursussen, programma's, ensembles) zullen allemaal passen in deze leerlijn en hiermee in de organisatorische vorm kunnen vereenvoudigen. Daarnaast wordt tevens op deze manier didactisch en methodisch meer eenduidigheid gecreëerd in de organisatie en dus ook in de administratie en organisatie van de Nieuwe Muziekschool.
4.2
De mens binnen de organisatie
Binnen een centrum voor de kunsten zijn twee helder uit te splitsen groepen medewerkers: docenten en het ondersteunend personeel. In de onderstaande twee deelonderwerpen wordt aan beide aandacht geschonken.
De docent Inhoudelijk vraagt de vernieuwing zoals eerder beschreven om een veelzijdige focus en inzet van docenten en hun docentschap. Van oudsher vindt overdracht van kennis en vaardigheden - in het onderwijs in algemene zin en binnen het meer traditionele muziekonderwijs in het bijzonder - plaats via het zogenaamde ‘directe instructiemodel’: zender ontvanger, meester - gezel. Ook nu nog is dat de meest gebruikte overdrachtsvorm. Voor de gevorderde, gemotiveerde, zelfstandige leerling is het een effectieve manier om zich te ontwikkelen. Het vak van docent is echter de laatste jaren stevig aan verandering onderhevig. Waar de docent oorspronkelijk was opgeleid als instrumentalist en grotendeels één op één lessen gaf op de muziekschool, zijn veel van deze lessen vervangen door groepslessen. Maar er is meer veranderd: waar de docent vroeger uitsluitend lesgaf uit een lesboek, worden deze boeken steeds meer vervangen door digitale informatiedragers. Door deze digitalisering is de mogelijkheid ontstaan om niet een tablet te gebruiken voor het lezen van een lesboek, maar tevens gebruik te maken van programma’s om zelf noten te kunnen schrijven.
Ook kan aanvullende informatie via de tablet met de cursist gedeeld worden over bijvoorbeeld de speeltechniek die de docent in de les heeft onderwezen tot en met het tonen van een musicus die hetzelfde muziekstuk speelt dat de cursist op dat moment aan het studeren is.
8 Theorieonderwijs, masterclasses, etc.
9
De cursist van vandaag vraagt van een docent absolute motivatie gecombineerd met de juiste competenties en kennis. Voor de Nieuwe Muziekschool geldt dat zij daarom doorlopend op zoek is naar de beste docenten die de inzichten volgens de laatste ontwikkelingen en trends toe kunnen passen. Deze docenten staan voor een constructieve, positieve en dynamische lescultuur. Tevens geven zij les op basis van de nieuwste didactische en technologische ontwikkelingen. En niet te vergeten: deze docenten zijn een rolmodel voor de cursisten of leerlingen. Docenten zien het als een uitdaging om alle kinderen en jongeren enthousiast en gemotiveerd te krijgen om zich actief in te zetten tijdens de samenspellessen en workshops. Deze docenten kenmerken zich door het hebben van een actieve grondhouding om zich te blijven ontwikkelen door middel van trainingen, intervisie en bijscholing op het gebied van vaktechnische en didactische professionalisering. In principe zijn alle docenten vaktechnisch multifunctioneel inzetbaar. Dit betekent dat de docent zowel op de muziekschool in de lessen, maar ook in het primair onderwijs inzetbaar is om kinderen en jongeren in aanraking te brengen met kunst en cultuur en hen de vaardigheden bij te kunnen brengen die passen bij hun ontwikkeling. Zo kunnen de muziekschooldocenten in het (primair) onderwijs leerkrachten helpen om ‘vakoverstijgend’ te werken.
Op deze manier worden muziek gerelateerde onderwerpen op school en cultuureducatie met elkaar geïntegreerd in de lessen.
Ondersteunend personeel Voor het functioneren van een multidisciplinair kunst en cultuurcentrum is een brede ondersteunende laag nodig. Net zoals er hoge kwaliteit aan het docerend personeel mag worden gevraagd geldt dit natuurlijk ook voor het ondersteunend personeel. Om als organisatie flexibel, wendbaar en transparant te kunnen accelereren is een team van deskundige en goed opgeleide professionals noodzakelijk.
Zie voor meer informatie over belangrijke thema’s rondom organisatieontwikkeling ook: Bijlage 1: Organisatie & Kwaliteit.
10
5. De Nieuwe Muziekschool als intermediair In de stad is een ruim aanbod van lessen en docenten beschikbaar. Met name instrumentarium zoals piano, keyboard, gitaar en slagwerk zijn ruim vertegenwoordigd. Om het samenspel binnen de gemeente te kunnen bevorderen zou de Nieuwe Muziekschool ook als bemiddelaar tussen vraag en aanbod kunnen optreden. Bemiddeling zal dan plaatsvinden op basis van kwaliteit en fair practice. De organisatie hoeft dan voor deze activiteiten zelf geen docenten in dienst te nemen maar kan wel tussen vraag en aanbod in het samenspel faciliteren. Ook het eventueel verhuren van ensembleruimtes tegen financieel vriendelijke tarieven behoort tot de mogelijkheden. Zo kan de verbinding van educatief samenspel en ensemblespel geoptimaliseerd worden. Door deze rol heeft de organisatie contact met het hele instrumentale amateurkunstveld en kunnen contacten met de organisaties in het sociale domein voor verbinding zorgen. Tenslotte kennen juist de organisaties die werkzaam zijn in het sociale domein de jongeren en mensen met een achterstand in taalontwikkeling en/of een sociaal/economische positie die via muziekbeoefening en participatie zich zouden willen ontwikkelen.
5.1
Relatie met gemeente: reguliere opdracht én strategisch partnerschap
Naast de reguliere opdracht van de Nieuwe Muziekschool, vormt de strategische opgave van de gemeente Leiden een belangrijk element in de relatie tussen de gemeente en de Nieuwe Muziekschool. Deze rol dient vorm te krijgen door middel van een strategisch partnerschap tussen de muziekschool als basisinstelling en de gemeente Leiden. Vanuit dit strategisch partnerschap ligt er voor de cultuursector een rol in het voeren en voeden van de dialoog met de gemeente over de strategische opgave van de gemeente. In het bijzonder de bijdrage die vanuit de culturele sector geleverd wordt aan de gemeente. Hiervoor is ‘cultureel leiderschap’ vanuit de sector en de gemeente Leiden als partner vereist, om vanuit de Nieuwe Muziekschool de visie op muziekeducatie binnen de gemeente te verrijken en vorm te geven. Vanuit de gesprekken met het cultureel veld blijkt dat er sprake is van een relatief beperkt doorontwikkelde culturele infrastructuur op het gebied van muziek educatie. Echter is er wel een rijk aanbod van informeel georganiseerde activiteiten en commerciële aanbieders met een specifiek commercieel aanbod buiten de culturele infrastructuur die de gemeente nu faciliteert.
Het cultureel leiderschap is belangrijk om deze ogenschijnlijke paradox op te lossen en daarbij de meer informeel georganiseerde activiteiten en commerciële activiteiten op het gebied van muziekeducatie bij elkaar te brengen. Dit betekent regie organiseren en daarmee de uitvoeringskracht versterken. Vanuit ditzelfde ‘cultureel leiderschap’ kan de Nieuwe Muziekschool ook haar rol pakken in het lerend netwerk als vertegenwoordiger van de muziekeducatie partijen in Leiden. In de rol van strategisch partner van de gemeente is de Nieuwe Muziekschool de vertegenwoordiger van de muziekeducatie sector binnen de diverse netwerken in Leiden en draagt zij vanuit haar kennis, expertise, ervaring en visie bij aan de verrijking van de muziekeducatievisie van de gemeente. De genoemde rol van strategisch partner is voor de Nieuwe muziekschool een opgave.
5.2
Actuele en potentiële stakeholders
Binnen de werkomgeving van de Nieuwe muziekschool is het belangrijk inzicht te hebben in de actuele en potentiële stakeholders. Op deze manier is ook helder binnen welke context aanbod geplaatst kan worden.
Publieke partners Binnen de stad Leiden is een breed palet publieke partners te vinden. Onderstaand zijn de belangrijkste stakeholders. Gemeente De gemeente Leiden is de meeste primaire stakeholder. Zij is immers verantwoordelijk voor het verstrekken van de subsidie. Binnen de gemeente Leiden zijn diverse sectoren vertegenwoordigd. Zo heeft de gemeente naast de cultuursector ook contact met de Zorg en Welzijn sector, het onderwijs, etc. Het valt daarom aan te bevelen dat inzichten binnen de gemeentelijke organisatie die zijn opgedaan door haar samenwerking met de diverse sectoren in de Leidse samenleving die raakvlakken hebben met of zouden kunnen hebben met de culturele sector, dat deze gedeeld worden met de afdeling Cultuur binnen de gemeente. De Nieuwe Muziekschool kan zo mede door samenspraak met de gemeente tot een breed gedragen beleid van muziekeducatie komen binnen de Leidse samenleving. Onderwijsorganisaties Het onderwijsveld onderscheidt zich in: • • • •
Primair onderwijs Voortgezet onderwijs Brede School Onderwijs (BSO), Speciaal onderwijs 11
Deze organisaties zijn vertegenwoordigd in diverse en gespecialiseerde onderwijskoepels. Hogescholen en Universiteiten Samen met de Hogeschool en universiteit van Leiden wordt een ‘academische’ PABO aangeboden waar men een academische opleiding Leraar Basisonderwijs kan volgen. De Leidse Universiteit werkt ‘projectmatig’ samen met verschillende cultuuraanbieders in Leiden. Zorg en Welzijn Binnen de gemeente Leiden zijn verschillende organisaties binnen de samenleving werkzaam op het gebied van zorg en welzijn. Met het programma ‘Sterke Sociale Basis werken partijen als Incluzio, Buzz en SOL samen aan een mooie, sterke en sociale basis in de stad. Leids Universitair Medisch Ziekenhuis Bij het ziekenhuis heeft men een afdeling die gespecialiseerd is in (psychische) problemen en gedrag. Men kan verschillende therapieën aanbieden, waaronder ‘muziektherapie’.
Amateurkunst vertegenwoordiging Het amateurkunst veld wordt vertegenwoordigd door de overkoepelende amateurkunst organisatie WAK. Sinds 1980 adviseert de WAK de gemeente Leiden over de verdeling van subsidies in de amateurkunstsector, op basis van de Deelverordening Amateurkunst Subsidies (DAS). De dagelijkse gang van zaken bij de WAK wordt behartigd door de zogenaamde kerngroep, die bestaat uit vertegenwoordigers van de verschillende sectoren van de amateurkunst. Een stad als Leiden floreert bij een rijk amateurkunst veld. In Leiden beoefend zo’n 40 procent van de inwoners wel enige vorm van amateurkunst. Belangrijk voor de – in het geval van muziek en zang – ensembles, gezelschappen en orkesten is dat er voldoende scholingsaanbod is zodat de leden zich muzikaal kunnen blijven ontwikkelen.
Commerciële spelers Binnen de gemeente Leiden zijn verschillende private muziekeducatie ondernemingen werkzaam. Deze spelers richten zich hoofdzakelijk op een aanbod van individuele lessen. Soms worden er duo lessen gegeven. Daarnaast zijn het de meest courante instrumenten die commercieel interessant en financieel rendabel zijn voor deze aanbieders. Het aanbieden van muzieklessen is een vrije markt. De functie van muziekdocent is geen beschermd beroep. De lessen die worden aangeboden kunnen dan ook heel divers zijn, van pop tot klassiek, van muziek op schoot tot ‘hoezo te oud voor viool’? Uitganspunt van deze visie is hoe de Nieuwe Muziekschool met subsidie de inwoners van Leiden kan verrijken in plaats van de bestaande private aanbieders ‘weg te concurreren’. Daarom is het ook aan te bevelen dat de Nieuwe Muziekschool inzet op het aanbieden van muzieklessen op basis van groepslessen op basis van samen-, en ensemblespel en hiermee zoveel mogelijk kinderen en jongeren gaat bereiken, te inspireren en enthousiasmeren voor het samen maken van muziek om het beste muzikaal bij elkaar naar boven te kunnen halen. Aanvullend kan de Nieuwe Muziekschool grote betekenis hebben in het aanjagen van lessen op de minder courante instrumenten. Hierdoor kan de Nieuwe Muziekschool ook trendsettend zijn en die – indien succesvol – opgepakt kunnen worden door de private aanbieders.
Enkele voorbeelden van aanbieders binnen de gemeente Leiden zijn: • • • • •
De Rockschool Leiden De Rockademy Het Muziekcollectief Muziekcentrum Leiden Noord Stichting Muziekonderwijs Leiderdorp e.o.
Het bedrijfsleven Bij cultureel ondernemen wordt vaak gedacht aan het verwerven van meer inkomsten dan wel het reduceren van de kosten. In de opvatting van de Nieuwe Muziekschool Leiden is het meer dan dat. Cultureel ondernemen is voor de Muziekschool behalve aandacht voor kosten en baten vooral aandacht voor het vergroten van verbinding tussen partners en het vergroten van de impact van de organisatie. De Nieuwe Muziekschool zal dit doen door slim en verstandig aan te haken bij nieuwe ontwikkelingen, door samen te werken met partners op een manier die de partners en de Muziekschool beiden versterken, door gezamenlijk de vragen vanuit de markt te kennen en daar gezamenlijk en vanuit specifieke expertise zo goed mogelijk op in te spelen. Dit alles komt tot uiting 12
in het versterken van de netwerken waar de Muziekschool zich in bevindt en de netwerken die de Muziekschool creëert. Middels creatieve workshops, advies van kunstenaars-docenten bij organisatieveranderingen (bijv. design thinking) en tevens de verhuur van ruimtes* in de zgn. daluren kan de Nieuwe Muziekschool stevig inzetten op deze markt en verhoogt zij daarmee haar (financiële) positie. Zo kunnen bedrijven in wijken worden benaderd op basis van bijvoorbeeld dienst en wederdienst om de betrokkenheid van het bedrijf bij muzikale evenementen in de wijk laagdrempelig te houden. De verschillende Stakeholders zijn daarom van groot belang voor de bekendheid en positionering van de muziekschool en daardoor ook de zichtbaarheid en het bereik onder de inwoners in de wijken van Leiden. Daarnaast is de samenwerking tussen en met de Stakeholders in Leiden een belangrijke proeve van cultureel ondernemen. Deze zal in de komende jaren geoptimaliseerd worden. *Onderhuur Behoudens voorafgaande schriftelijke toestemming van Verhuurder is het Huurder niet toegestaan het gehuurde geheel of gedeeltelijk aan derden in huur, onderhuur of gebruik af te staan, ofwel de huurrechten geheel of gedeeltelijk aan derden over te dragen of in te brengen in een personenvennootschap of rechtspersoon.
5.3
Belang van heldere prestatie-indicatoren voor output en outcome
Bij het verstrekken van een opdracht aan het culturele veld en met name aan de Nieuwe Muziekschool, dienen vanzelfsprekend ook indicatoren te worden meegegeven op basis waarvan later kan worden bepaald in welke mate de doelstellingen binnen de opdracht zijn behaald en/of op basis waarvan de opdracht/de doelstellingen gedurende de uitvoering moeten word(en) bijgesteld. Het formuleren van prestatie-indicatoren is voor zover het gaat om zuiver kwantitatieve doelstellingen, bijvoorbeeld het realiseren van programma’s, het genereren van (betalende) bezoekers, het werven van cursisten of het vergroten van het aandeel eigen inkomsten vrij eenvoudig. Het formuleren van indicatoren op (meer) kwalitatieve doelstellingen met betrekking tot maatschappelijke, economische en demografische effecten van muziekeducatie is echter aanzienlijk complexer, omdat meerdere variabelen hierbij elkaar in positieve en negatieve zin kunnen beïnvloeden. Meerdere onderzoeken wijzen uit dat cultuur een positieve invloed heeft op het welbevinden (en zelfs op de gezondheid) van mensen. Maar hoe meet je dat? Een vergelijkbaar voorbeeld is het effect van de aanwezigheid van culturele voorzieningen op de woonaantrekkelijkheid van een gemeente (en vervolgens op het vestigingsklimaat voor bedrijven).
Maar of een stad aantrekkelijk is voor oude en nieuwe inwoners wordt vanzelfsprekend niet alleen bepaald door het culturele voorzieningenniveau. Het preciseren van indicatoren zal daarom onderdeel moeten zijn van de verdere uitwerking en verdieping van het partnerschap tussen de gemeente en de Nieuwe Muziekschool. De validiteit en meetbaarheid van dit soort effecten is onderwerp van voortdurende studie en zal dat voorlopig ook nog wel blijven. Dit betekent dat het niet reëel is om nu voor alle onderdelen van de Nieuwe Muziekschool een sluitende set van prestatie-indicatoren te formuleren. Deels zal er dan ook nieuw instrumentarium moeten worden ontwikkeld. Om een eerste voorzet te geven aan het bovenstaande, is het inrichten van een evaluatie gericht op de outcome prioriteit. Dit zijn de te realiseren effecten, dus de moeilijker te kwantificeren- en meer kwalitatieve doelstellingen zoals hierboven benoemd. Om wel sturing en monitoring toe te passen op de Nieuwe Muziekschool zijn er ook activiteiten benoemd. Dit zijn de bijdragen die worden geleverd aan de doelstellingen (output). Deze output is, in tegenstelling tot de outcome, beter en gemakkelijker te identificeren en te meten of te monitoren. Op deze manier wordt de ingeslagen weg gemonitord op basis van de activiteiten die een bijdrage leveren aan de muziekeducatie doelstellingen van de gemeente Leiden.
Andere effecten (oftewel, de outcome) wordt met name bij de evaluatie getoetst. In het geval van een ‘best practice’ zal ‘output’ optimaal aansluiten op de ‘outcome’. De muziekschool zal haar expertises aanbieden binnen de door de gemeente beschreven functies 2 en 3.
5.4
Methodieken van prestaties m.b.t. (aanvullende) subsidieverantwoording
Gemeenten subsidiëren in samenspraak met of geoffreerd door een muziekschool de overeengekomen prestaties op basis van het aantal leerlingen en activiteiten. Ook zijn er gemeenten die aanvullend op het aantal leerlingen en activiteiten het aantal cultuurcontacturen in de prestatie subsidiëring vragen. Dit laatste heeft het voordeel dat er veel meer op groepsgrootte en dus bereik van het aantal kinderen en jongeren gestuurd kan worden. En daarnaast het voordeel dat met het cultuurcontacturen eenvoudiger een vergelijk kan worden gemaakt met andere cultuuraanbieders. Zo kan bijvoorbeeld een bezoeker van een schouwburg als 1 bezoeker worden geteld in het cultuurbereik terwijl deze misschien maar 1,5 uur op jaarbasis in de schouwburg is geweest voor een activiteit. Voor een muziekschool wordt in dit
13
geval ook 1 leerling geteld, maar deze is het gehele jaar actief binnen de muziekschool9 10. Er kan ook gedacht worden aan het toepassen van het IGLO-model, zoals VNG dat in 2014 heeft voorgelegd. Hierin wordt duidelijk op welke wijze de gemeente samenwerkt met de muziekschool. Zie voor meer informatie omtrent dit model Bijlage 2: IGLO-model.
5.5
Ondernemerschap
Zowel ongesubsidieerde als gesubsidieerde instellingen zoeken aanvullende financiering bij (project)fondsen en sponsoren. Op deze manier kunnen bijvoorbeeld activiteiten en de aanschaf van (vaak kostbare) instrumenten gefinancierd worden. Daarnaast verhuren culturele organisaties ruimtes aan derden en in het geval van een muziekschool kunnen dit dan ook beschikbare lesruimtes zijn. Van belang is dan wel dat de ruimtes aan de geldende veiligheidseisen voldoen. Indien er sprake is van een verhuur met horeca gerelateerde activiteiten dan moet de organisatie wel beschikken over de vereiste vergunningen en het dienstdoende personeel over de juiste diploma’s zoals Sociale Hygiëne (SVH). Via fondsen, giften en projectsubsidies zijn aanvullende financieringsmogelijkheden beschikbaar. Fondsen die zich richten op muziekeducatie zijn onder andere Stichting leergeld, Sport en cultuurfonds, het Fonds voor Cultuurparticipatie en het Cultuurfonds Leiden. Zie voor een voorbeeld van een ondernemende organisatie op het gebied van muziekeducatie Bijlage 3: Een voorbeeld van ondernemerschap en muziekeducatie.
5.6
Transitie voor docenten
De consument vraagt steeds hogere eisen aan culturele organisaties en haar personeel. Dit komt door de digitalisering en het internet waar kennis en informatie voor het “oprapen” liggen, maar ook door de voorbeelden van ‘best practices’ die voor iedereen nu online zichtbaar zijn. Iedereen wil een superstar worden/zijn en dat is natuurlijk geweldig! Maar wat men meestal niet ziet of weet is dat er een lange weg van oefenen en “schaven” aan vooraf gaat voordat een performance perfect klinkt! Hier ligt dan ook echt de uitdaging voor de docent om cursisten te inspireren en begeleiden in hun ontwikkeling. De consument is veeleisender geworden en wanneer de docent werkzaam is voor een muziekschool, is er tegelijkertijd meer concurrentie door veel meer aanbieders binnen een stad of gemeente waar cursisten hun lessen kunnen inkopen. En de concurrentie neemt alleen toe. Tegelijkertijd ziet men door deze ontwikkelingen een verschuiving in het gemeentelijk cultuurbeleid. De gemeenten verleggen steeds meer hun subsidiestroom naar cultuurparticipatie in plaats van cultuurspecialisatie. Dit vraagt flexibiliteit van de muziekscholen. Docenten moeten breed inzetbaar zijn, zich blijven ontwikkelen door middel van scholing en intervisie. Door deskundigheid en veelzijdigheid zijn deze docenten inzetbaar op (muziek) scholen, in wijken en binnen bedrijven.
Culturele organisaties moeten anticiperen op deze ontwikkeling, ergo zij moeten hier al volop mee bezig zijn. Samenspel en ensemble lessen zijn leidend binnen de Nieuwe Muziekschool dit heeft consequenties voor het huidige personeel van de muziekschool. Wanneer in principe groepslessen standaard gaan worden en individuele en duo lessen niet meer gesubsidieerd worden, heeft dit mogelijk tot gevolg dat (sommige) cursisten elders gaan ‘shoppen’ naar financieel aantrekkelijke lessen of op zoek gaan naar kwalitatief betere lessen voor hetzelfde geld. Dit heeft gevolgen voor de formatie (aanstelling percentage) van de docenten. Wanneer in het verleden bijvoorbeeld 1 of 2 cursisten per uur les kregen worden dit er nu minimaal 3 of meer per uur. De oude muziekschool moet op deze ontwikkelingen actief anticiperen door middel van het aanbieden van scholing en trainingen aan docenten, zodat zij zich kunnen ontwikkelen tot muziekprofessionals die – zoals eerder beschreven - breed inzetbaar zijn en daardoor de kans op werk en inkomen aanzienlijk kunnen vergroten. En er zullen afspraken gemaakt moeten worden over de scholingstrajecten van de docenten, tot welke resultaten deze moeten leiden en welk tijdspad hiervoor moet of kan worden opgesteld. Ook moet worden nagedacht over docenten die zich niet willen of kunnen laten bijscholen.
9 Van aantal leerlingen naar cultuurcontact uren. Bij 4 cursisten gemiddeld in een uur kunnen 4 cultuurcontact uren worden gerekend.
Uitgaand van 4 cultuurcontact uren x 39 lesweken zijn dit 156 cultuurcontact uren per jaar. Dit is een andere benadering dan 4 leerlingen die 39 weken les hebben. Ook de groepslessen in het Primair Onderwijs kunnen zo meegeteld worden en de ensemble uren kunnen dan ook deel uitmaken van het contacturen concept. 10 Door het invoeren van cultuurcontacturen ontstaat er een aanvullend beeld met betrekking tot de financiële subsidie investering en de