210119 Bijlage I Nota van Uitgangspunten
Tekst van het document
Maatschappelijke voorzieningen
In het vigerend bestemmingsplan geldt voor deze locatie de Maatschappelijke bestemming. Op grond van deze bestemming gelden de volgende functies: voorzieningen zoals gezondheidszorg, (para)medische en verpleegvoorzieningen, bejaardenvoorzieningen, verzorgingshuizen, welzijnsvoorzieningen, cultuurvoorzieningen, sociale voorzieningen, religieuze voorzieningen, musea, bibliotheken, onderwijsvoorzieningen, wetenschappelijk onderzoek, openbare dienstverlening en verenigingsleven, musea, schouwburg, theater universiteit en cursusinstituten zijn op grond van deze bestemming toegestaan. Er is echter geen specifiek beleid. Aangezien het Bio Science Park primaire gericht is op life sciences bedrijven en kenniscentra is gewenst dat eventuele maatschappelijke voorzieningen ondersteunend hieraan zijn. Te denken valt aan scholen of musea zoals het Naturalis.
Horeca
Voor het Pesthuis e.o. wordt geen nader programma voorgesteld. Wel kan er mogelijk gebruik worden gemaakt van een afwijking van de visie voor ‘pareltjes’, bedrijven die qua karakter, uitstraling, ligging of concept bijdragen aan een sterke uitstraling van een gebied en die vanwege uniciteit iets toevoegen aan het bestaande aanbod in de stad of de regio. Het Pesthuis is qua cultuurhistorische waarde van het gebouw natuurlijk wel een potentiële goede locatie om van deze regeling gebruik te maken.
Hotel
Ook inzake hotelcapaciteit is er binnen de visie voor het Pesthuis geen programma opgenomen. Wel is een afwijking voor een zogenaamd pareltje in het Pesthuis voorstelbaar. Zeker indien het bijvoorbeeld gaat om een concept dat nog niet in de stad aanwezig is zoals een vijfsterren hotel. Het college kan gemotiveerd van de visie afwijken voor zogenaamde ‘pareltjes’: bedrijven die qua karakter, uitstraling, ligging of concept bijdragen aan een sterke uitstraling van het gebied en die vanwege uniciteit iets toevoegen aan het bestaande aanbod in de stad of de regio.
Planologische informatie | Pesthuis Leiden | 45
4.2. Omgevingsaspecten 4.2.1. Vigerend bestemmingsplan ‘Leiden Bio Science Park en station’ De gronden van het projectgebied vallen binnen de grenzen van het door de gemeenteraad van Leiden op 23 januari 2014 vastgestelde bestemmingsplan ‘Leiden Bio Science Park en station’ (RV 13.0149). Zie onderstaande kaart links. De gronden zijn voornamelijk bestemd als ‘Maatschappelijk-3’ (oranje in kaart). Daarnaast zijn binnen het projectgebied de bestemmingen ‘Wonen’ (geel), ‘Groen’, ‘Water’ en ‘Verkeer’ en de dubbelbestemmingen ‘Waarde - Archeologie 3’ (in onderstaande kaart rechts met rood weergegeven) en ‘Waarde - Archeologie 5’, voor de noordelijke strook van het projectgebied (onderstaande kaart rechts, boven rood gebied) van toepassing. De bouwvlakken binnen het projectgebied liggen om de gebouwen heen en mogen voor 100% bebouwd worden. Voor het hoofdgebouw geldt een maximale bouwhoogte van 10 meter, de maximale bouwhoogten van de bijgebouwen bedragen 5-6 meter. Ten noordwesten van het Pesthuis is de specifieke bouwaanduiding ‘overbouwing’ van toepassing. De monumentale bijgebouwen ten westen en ten noorden van het Pesthuis hebben de bouwaanduiding ‘karakteristiek’ toegewezen gekregen. Maatschappelijk 3 (oranje)
Fragment van ‘verbeelding’ bestemmingsplan ‘Leiden Bio science park en station’. 46 | Pesthuis Leiden
De voor ‘Maatschappelijk-3’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. maatschappelijke voorzieningen (voorzieningen zoals gezondheidszorg, (para)medische en verpleegvoorzieningen, bejaardenvoorzieningen, verzorgingshuizen, welzijnsvoorzieningen, cultuurvoorzieningen, sociale voorzieningen, religieuze voorzieningen, musea, bibliotheken, onderwijsvoorzieningen, wetenschappelijk onderzoek, openbare dienstverlening en verenigingsleven); b. kantoren, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van maatschappelijk - kantoor’ (is binnen het projectgebied niet van toepassing); met de daarbij behorende voorzieningen, zoals: c. (gebouwde) parkeervoorzieningen; d. voorzieningen voor langzaam verkeer en verblijf; e. voorzieningen voor laden en lossen; f. in- en uitritten en ontsluitingswegen; g. tuinen; h. verhardingen; i. nutsvoorzieningen; j. groenvoorzieningen; k. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; l. een overbouwing ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding - overbouwing’.
a. b. c. d. e. f. g. h. i.
groenvoorzieningen; voorzieningen voor langzaam verkeer en verblijf; water en waterhuishoudkundige voorzieningen; nutsvoorzieningen; speelvoorzieningen; in- en uitritten voor gemotoriseerd verkeer; kunstobjecten; oeververbindingen in de vorm van bruggen en vlonders; een post voor ambulancevervoer met de daarbij behorende parkeerplaatsen, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van groen - ambulancevervoer’, waarbij maximaal 25% van de bebouwde grondoppervlakte voor ander bijzonder personenvervoer toegestaan is (niet van toepassing binnen het projectgebied); j. een dienstwoning behorende bij het in artikel 8.1 onder i genoemde bedrijf, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van groen - ambulancegebouw’ (niet van toepassing binnen het projectgebied); k. een overbouwing ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding - overbouwing Gebouwen mogen alleen binnen het bouwvlak worden gerealiseerd. Binnen het projectgebied is ter plaatse van de bestemming ‘Groen’ geen
Groen (groen)
Fragment van ‘verbeelding’ bestemmingsplan met waarde - Archeologie 3 in rood
bouwvlak aanwezig waardoor binnen deze bestemming geen gebouwen zijn toegestaan. Ten noorden en zuiden van de Sandifortdreef, tussen het LUMC, de Plesmanlaan, de Darwinweg en de Wassenaarseweg ligt het Leeuwenhoekpark. Het Leeuwenhoekpark is een belangrijke groenvoorziening in het plangebied. In de toekomst zal de groene functie van dit gebied nog belangrijker worden: het zal de verbinding worden tussen het Singelpark en het Bos van Bosman. Hiertoe wordt ook een brede groenstrook vanaf de Sandifortdreef richting de Wassenaarseweg in het plan opgenomen. In het bestaande groengebied zijn ook het Pesthuis, De Stal, thans in gebruik als horeca en Stichting De Valk, aanwezig. Deze zijn allen positief bestemd. Verkeer (grijs) De voor ‘Verkeer’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. gemotoriseerd verkeer met bijbehorende voorzieningen; b. langzaam verkeer met bijbehorende voorzieningen; c. openbaar vervoer met bijbehorende voorzieningen; d. uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van verkeer - tunnel’ een tunnel voor het doorgaande gemotoriseerde verkeer en/of langzaam verkeer (niet van toepassing binnen het projectgebied); e. (ondergrondse) parkeervoorzieningen, met uitzondering van de gebieden met aanduiding (-sv-p) waar parkeren niet is toegestaan, met uitzondering van parkeerplaatsen voor mindervaliden; f.
een parkeergarage ter plaatse van de aanduiding ‘parkeergarage’ (pg) (niet van toepassing binnen het projectgebied); g. groenvoorzieningen; h. speelvoorzieningen; i. fietsenstallingen; j. gebouwde ondergrondse fietsenstallingen; k. (gebouwde) taxistandplaatsen; l. nutsvoorzieningen; m. hondenuitlaatplaatsen; n. in- en uitritten; o. kunstwerken; p. straatmeubilair; q. (ondergrondse) inzamelpunten voor afvalstoffen; r. geluidswerende voorzieningen; s. luchtschermen; t. terrassen ten behoeve van horecadoeleinden; u. balkons, luifels en overstekende bouwdelen behorende bij hoofdgebouwen op de aangrenzende bestemming; v. een overbouwing ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding - overbouwing’. wegen en voet- en fietspaden; w. geluidwerende voorzieningen. Op of in deze gronden mogen met uitzondering van fietsenstallingen geen gebouwen worden opgericht met uitzondering van een
parkeergarage ter plaatse van de aanduiding ‘parkeergarage’ (pg). Deze parkeergarage mag maximaal 40 meter hoog worden. Gebouwde fietsenstallingen mogen alleen verdiept of half verdiept worden gebouwd. Wonen (geel) De voor ‘Wonen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen; b. aan-huis-verbonden beroeps-/bedrijfsactiviteiten; c. ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen gemengd’ tevens voor horecabedrijven in maximaal categorie IV en maatschappelijke doeleinden, met een gezamenlijk oppervlak van ten hoogste 1.000 m2; met de daarbij behorende voorzieningen, zoals: d. (gebouwde) parkeervoorzieningen; e. in- en uitritten ten behoeve van deze parkeervoorzieningen; f. tuinen en verhardingen; g. nutsvoorzieningen; h. water en waterhuishoudkundige voorzieningen. Water (blauw) De voor ‘Water’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; b. groenvoorzieningen; c. nutsvoorzieningen; d. kunstobjecten; e. een overbouwing ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding - overbouwing’.
strook behorende tot het Pesthuiscomplex, nieuwbouw zal worden gerealiseerd. Dit betekent dat voor het Pesthuiscomplex met name het welstandsniveau ‘terughoudend beheer’ van belang is. De welstandstoets is gebaseerd op handhaving van een basiskwaliteit, met zo veel mogelijk vrijheid voor de burger. Er wordt een minimum aantal eisen gesteld. Bouwplannen worden getoetst aan de hand van de criteria, die in samenhang met de wijkbeschrijving en uitgangspunten worden toegepast. Binnen dit welstandsniveau ‘terughoudend beheer’ zijn de volgende criteria van toepassing: Ligging • per erf of kavel is er één hoofdmassa • de rooilijnen van de hoofdmassa’s verspringen ten opzichte van elkaar • (hoofd)gebouwen oriënteren op de belangrijkste openbare ruimte • opslag vindt bij voorkeur uit het zicht plaats Massa • gebouwen zijn in het algemeen individueel en afwisselend met een eenvoudige hoofdvorm van meerdere lagen zonder kap • accenten in hoogte hebben een stedenbouwkundige aanleiding, wat bij voorbeeld geldt voor de kenmerkende plekken uit de hoogbouwvisie (zoals langs de Plesmanlaan) • uitbreidingen vormgeven als toegevoegd ondergeschikt element of opnemen in de hoofdmassa en per complex gelijk uitvoeren • bijgebouwen hebben een eenvoudige vorm Architectonische uitwerking • de architectonische uitwerking en detaillering zijn gevarieerd en zorgvuldig
Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd.
4.2.2. Stedenbouw/Welstand Sinds 1 december 2014 is de Welstandsnota 2014 van kracht. Deze regelt de welstandsaspecten van de aan te vragen/ aangevraagde omgevingsvergunning voor bouwplannen. Er zijn vier welstandsniveaus: welstandsvrij, beheer met aandacht, terughoudend beheer en behoud. Zoveel mogelijk gebieden hebben ‘terughoudend beheer’ als welstandsniveau. Dat is een lichte welstandstoets, met minimum eisen en zoveel mogelijk vrijheid voor de burger. Voor de beschermde stadsgezichten blijft het welstandsbeleid gericht op behoud van het waardevolle historische beeld. Voor het overgrote deel van het Leiden Bio Science Park is het welstandsniveau ‘terughoudend beheer’ van toepassing (zie bovenstaande kaart). Voor de zuidelijke strook, langs de Plesmanlaan, geldt daarentegen ‘beheer met aandacht’. Het beleid is hier gericht op het beheer van het afwisselende beeld zonder grote dissonanten tussen de individuele gebouwen. De welstandcommissie zal bij de advisering met name aandacht schenken aan samenhang op het niveau van de architectonische uitwerking en daarin het materiaal- en kleurgebruik betrekken. Het is niet de verwachting dat in de strook nabij de Plesmanlaan, de zuidelijke
Welstandskaart Planologische informatie | Pesthuis Leiden | 47
• • • •
accenten en geledingen ten behoeve van het onderscheiden van functies zijn wenselijk de onderste gebouwlaag waar mogelijk transparant vormgeven in relatie met de openbare ruimte met een nadruk op entreepartijen en vergelijkbare functies (zo min mogelijk gesloten gevels aan het maaiveld) elementen zoals deuren en ramen logisch in de gevel plaatsen wijzigingen en toevoegingen in stijl en afwerking afstemmen op het hoofdvolume, het cluster of het complex
Materialen en kleuren • materialen en kleuren zijn ingetogen en per complex in samenhang Indien nieuwbouw wordt beoogd binnen het projectgebied dient rekening te worden gehouden met bovenstaande criteria.
4.2.3. Verkeer Ontsluiting
Het projectgebied wordt ontsloten door de Pesthuislaan. De Pesthuislaan is aangesloten op de Plesmanweg, een ontsluitingsweg die berekend is op het verwerken van veel verkeer.
Parkeren
De van toepassing zijnde parkeernormen zijn afhankelijk van de ligging van het gebied in de gemeente. Zo wordt onderscheid gemaakt tussen: binnenstad, binnenstad bij station, schil, schil bij station en rest. Het Pesthuiscomplex behoort tot de zone ‘schil’. Het aantal parkeerplaatsen dat benodigd is ter plaatse van het Pesthuiscomplex is afhankelijk van het beoogde programma. Zodra het programma bekend is, dient de parkeerbehoefte in beginsel berekend te worden aan de hand van de hiervoor in paragraaf 3.1.3 vermelde parkeernorm. Onderdeel van de vaststelling van deze parkeernorm is de mogelijkheid van aftrek van het bestaand tekort aan parkeerplaatsen zoals dat op basis van de huidige functie reeds het geval is. Indien en voor zover redelijkerwijs niet kan worden voldaan aan deze parkeernorm kan in gesprek worden gegaan met de gemeente Leiden. In een dergelijk gesprek zal eerste worden bekeken op welke wijze verdere parkeeroplossingen op het eigen terrein kunnen worden opgelost. Daarbij kan onder meer gedacht worden aan het aanpassen van de straal die geldt voor de eis van “eigen terrein”. Verder zou kunnen worden bekeken welke mogelijkheden er zijn in de directe omgeving van het complex. Tot slot zou de mogelijkheid van een administratieve afwijking van de norm kunnen worden bekeken.
In ieder geval zal de gemeente zich inspannen (inspanningsverplichting) om met de koper tot een oplossing te komen voor zover dit redelijkerwijs van haar gevraagd kan worden. Parkeernormen varieëren per functie, hieronder een aantal voorbeelden ter indicatie voor de zone ‘Binnenstad bij station’: 48 | Pesthuis Leiden
Wonen • Koopwoning boven 120m2 BVO • Onzelfstandige wooneenheden
1,3 per woning 0,1 per eenheid
Winkels • winkel (incl. supermarkt) • kringloopwinkel
2,5 per 100m2 VVO 1 per 100m2 VVO
Werkgelegenheid • (commerciële)dienstverlening (baliefunctie) • kantoren zonder baliefunctie • arbeidsintensieve / bezoekersextensieve bedrijven • lifescience bedrijven, categorie 1 (bedrijfsmatig • lifescience bedrijven, categorie 2 (kantoorachtig) • lifescience bedrijven, categorie 3 (kantoor) • bedrijfsverzamelgebouw
1 per 100m2 BVO 0,8 per 100m2 BVO 0,7 per 100m2 BVO 0,8 per 100m2 BVO 1,1 per 100m2 BVO 1 per 100m2 BVO 0,8 per 100m2 BVO
Horeca • Café, bar, discotheek • Cafetaria, lunchroom, thee-en koffiehuis • Restaurant, eetcafé • Hotel • Pension, bed & breakfast
3 per 100m2 BVO 1 per 100m2 BVO 6 per 100m2 BVO 2 per 10 kamers 0,1 per kamer
Onderwijsvoorzieningen • beroepsonderwijs dag • •
crèche, peuterspeelzaal, kinderdagverblijf (Kiss+Ride afzetplaatsen
0,03 per studentplaats +0,1 per arbeidsplaats 0,6 per arbeidsplaats 1 per 100 leerlingen)
Culturele voorzieningen • museum, bibliotheek • bioscoop, theater, muziekcentrum, schouwburg • social-cultureel centrum, wijkgebouw
0,3 per 100m2 BVO 2 per 100m2 BVO 1 per 100m2 BVO
Sportvoorzieningen • dansstudio, sportschool, fitnesscentrum • bowlingcentrum, biljardcentrum
1,3 per 100m2 BVO 0,8 per baan of tafel
Zorgvoorzieningen • verpleeg- en verzorghuis 0,5 per wooneenheid • arts, maatschap, therapeut, consultatiebureau 1,5 per behandelkamer • apotheek 2 per apotheek Overige voorzieningen • evenementenhal,beursgebouw, congresgebouw 3 per 100m2 BVO • volkstuin 1 per 10 tuinen • religiegebouw 0,1 per zitplaats
Fietsperkeernormen
In paragraaf 5.3 van CROW-publicatie 317 ‘Kencijfers parkeren en verkeersge-
neratie’ staan kencijfers voor fietsparkeren voor diverse functies. In de tabellen 10 tot en met 17 is sprake van een bandbreedte tussen een minimum en een maximum kencijfer. Als Leidse parkeernorm voor het aantal bij niet-woonfuncties te realiseren fietsparkeerplaatsen geldt de bovenste helft van de bandbreedte van de fietsparkeerkencijfers van CROW. Indien een initiatiefnemer van een ruimtelijke activiteit de te verwachten stallingsvraag specifieker kan onderbouwen, geniet dat de voorkeur. Voor woonfuncties geldt het bepaalde in het Bouwbesluit.
Verkeersaantrekkende werking
Iedere functie brengt een bepaalde verkeersaantrekkende werking met zich mee. Om de verkeersaantrekkende werking te bepalen kan gebruikt worden gemaakt van de CROW-rekentool ‘Verkeersgeneratie en parkeren. Het projectgebied is gelegen in de schil van het centrum. Winkels hebben over het algemeen een hoge verkeersaantrekkende werking. Woningen of een hotel hebben een aanzienlijke lagere verkeersaantrekkende werking. Afhankelijk van het definitieve programma kan de verkeersaantrekkende werking worden bepaald.
4.2.4. Milieu Bedrijven en milieuzonering
Om ervoor te zorgen dat nieuwe woningen op een verantwoorde afstand van bedrijven gesitueerd worden en dat nieuwe bedrijven een passende locatie in de nabijheid van woningen krijgen is de handreiking ‘Bedrijven en milieuzonering’ in opdracht van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten opgesteld. Hierdoor wordt in een vroeg stadium bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening gehouden met de belangen van bedrijven en woningen. Het projectgebied en zijn omgeving kan getypeerd worden als een gemengd gebied. De bestemming bedrijven/maatschappelijke voorzieningen komt hier voor naast wonen. In zijn algemeenheid zullen bij nieuwe ontwikkelingssituaties de bovengenoemde uitgangspunten uit de VNG handreiking worden gehanteerd. Voor een aantal bedrijven en onderzoeks-/onderwijsinstellingen is echter sprake van een bijzondere (milieu)categorie die niet is opgenomen in de VNG handreiking. Dit komt omdat binnen die bedrijven of instellingen sprake is van laboratoria waarin gewerkt wordt met pathogene micro organismen (pmo) en of genetisch gemodificeerde organismen (ggo). Gemeente Leiden heeft voor dergelijke bedrijven en/of instellingen een specifieke milieuzoneringsbeleid vastgesteld. In het Bio Science Park is sprake van een concentratie van de betreffende activiteiten. Daarnaast is er op een aantal aspecten onzekerheid over de eventuele effecten van met name calamiteiten.
Tenslotte blijkt dat de betreffende activiteiten in potentie aanleiding kunnen zijn voor het ontstaan van bezorgdheid bij de bewoners. Op grond hiervan hebben de gemeente en de Omgevingsdienst West-Holland op basis van het rapport van TNO voorgesteld om voor de betreffende activiteiten de genoemde richtafstand van 30 m (in de VNG-publicatie) tot 100 m te verhogen. Er moet dan rekening worden gehouden met een afstand van 100 m ten opzichte van gevoelige functies. Daarnaast geldt voor beperkt gevoelige en niet gevoelige functies een richtafstand van 50
respectievelijk 0 meter. Nabij het projectgebied zijn enkele bedrijven gelegen die werken met genetisch gemodificeerde organismen (ggo), zie hiervoor het zie het in 2015 herziene ggo-beleid van de EU. Het betreft het Leids Universitair Medisch Centrum LUMC (Albinusdreef 2), Sanquin Bloedbank (Plesmanlaan 1A) en Pharming Technologies BV/ MicroSafe B.V/ Galapagos (Darwinweg 24). De richtafstanden voor gevoelige functies van het LUMC en Sanquin beslaan een groot gedeelte van het oostelijk deel van het projectgebied. Wanneer wordt uitgegaan van de richtafstanden voor beperkt gevoelige functies dan liggen alleen de woongebouwen aan de pesthuislaan 1 en 2-3A binnen deze richtafstanden. De richtafstanden van de bedrijven aan de Darwinweg 24 reiken alleen met hun richtafstanden voor gevoelige functies tot aan de bebouwing (Pesthuislaan 5-6) van het projectgebied. Bedrijven en milieuzonering vormt hiermee een belemmering voor de realisatie van gevoelige functies.
Bodem
Bij de ontwikkeling van een ruimtelijk plan en/of bestemmingsplan dient rekening te worden gehouden met de bodemkwaliteit ter plaatse. De reden hiervoor is dat eventueel aanwezige bodemverontreiniging van groot belang kan zijn voor de keuze van bepaalde bestemmingen en/of voor de uitvoerbaarheid van een bestemmingsplan. Voor een bestemming zoals wonen, gelden ander normen dan voor bijvoorbeeld de bestemming bedrijven. Uitgangspunt is dat de bodemkwaliteit als gevolg van aanwezige bodemverontreiniging geen onaanvaardbaar risico oplevert voor de gebruikers van de bodem. Bovendien mag de bodemkwaliteit niet verslechteren door grondverzet (bijvoorbeeld graafwerkzaamheden). Dit is het zogenaamde stand still-beginsel. Ter plaatse van de ontwikkelingslocatie is bij de Omgevingsdienst het volgende bodemonderzoek bekend: Verkennend (water)bodemonderzoek (NEN 5740 en NEN 5720) Pesthuislaan in Leiden, Envita, rapportnummer 204574-10/R04, datum 8 juli 2015. Hieronder worden dit bodemonderzoeken toegelicht. Verkennend (water)bodemonderzoek, rapportnummer 204574-10/R04, d.d. 8 juli 2015, betreffende de gedempte sloot overig terreindeel, Pesthuis en overig terreindeel (incl. watergangen). Bij diverse boringen zijn bijmengingen met sporen tot matig puin- en baksteenresten en/of zwak koolhoudend materiaal waargenomen.
Tijdens de veldwerkzaamheden zijn op het maaiveld en in de opgeboorde grond visueel geen asbestverdachte materialen waargenomen. Er is geen formeel asbestonderzoek uitgevoerd. De onderzoekslocatie is opgedeeld in drie delen: gedempte sloot, Pesthuis en overig terreindeel. Ter plaatse van de gedempte sloot, het Pesthuis en het overgrote deel van het overige terrein zijn enkel lichte verontreinigingen in de grond geconstateerd. Op het zuidelijk deel van het overig terrein daarentegen is in de bovengrond een sterke verontreiniging met lood aangetoond. Op basis van de huidige resultaten is de omvang van de verontreiniging met lood ter plaatse van het zuidelijke deel van de onderzoekslocatie, zowel horizontaal als verticaal, niet volledig in beeld. Hiervoor dient – ten aanzien van de ontwikkellocatie - nader onderzoek uitgevoerd te worden. Buiten de ontwikkellocatie is nader onderzoek alleen vereist als zich daar in de toekomst ontwikkelingen zouden voordoen. Indien men nu zekerheid wil hebben over een mogelijke
verontreiniging met asbest wordt aangeraden het asbestonderzoek (NEN5707) nu uit te laten voeren. Wel is een risicoanalyse gemaakt op basis van het hoogst aangetoonde gehalte lood (690 mg/kg d.s.). Hieruit blijkt dat er geen onaanvaardbare actuele risico’s aanwezig zijn. In het grondwater ter plaatse van het overige terreindeel is in één peilbuis een matig verhoogde concentratie met nikkel aangetroffen. Aangezien de sloten niet gedempt mogen worden is hiervoor (thans) geen nader onderzoek nodig. Overige parameters zijn niet tot licht verhoogd aangetroffen. Voor barium wordt de tussenwaarde overschreden hetgeen formeel gesproken aanleiding kan geven tot nader onderzoek. Barium kan van nature in verhoogde concentraties voorkomen in het grondwater. Aangezien de verhoogde concentraties verspreid over de locaties voorkomen bij meerdere peilbuizen en geen bron bekend is welke de verhoogde concentraties kan veroorzaken, komt barium waarschijnlijk van nature voor in het grondwater. Derhalve is geen nader onderzoek noodzakelijk naar de verhoogde concentratie barium. Op een groot deel van de locatie wordt de interventiewaarde voor waterbodem (lood, kwik en PAK) overschreden. Op basis van de onderhavige Nota van Uitgangspunten is demping van de watergangen niet mogelijk.
Mochten er in de toekomst toch werkzaamheden aan deze watergangen plaatsvinden dan dient hiervoor conform de Waterwet een plan van aanpak geschreven worden.
Ecologie
Sinds 1 januari 2017 is één wet van toepassing die de natuurwetgeving in Nederland regelt: de Wet natuurbescherming. De wet ligt in de lijn van Europese wetgeving, zoals de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. De Wet natuurbescherming vervangt de Boswet, de Flora- en Faunawet en de Natuurbeschermingswet 1998. Binnen de Natuurbeschermingswet is een aantal gebieden als beschermd natuurgebied aangewezen. Eén van deze gebieden is het Natura 2000-gebied. De onderzoekslocatie maakt geen onderdeel uit van een Natura 2000-gebied en is ook niet in de nabijheid gelegen. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied betreft Meijendel & Berkheide dat op meer dan vijf kilometer afstand vanaf het projectgebied is gelegen. De projectlocatie maakt tevens geen onderdeel uit van de Ecologische Hoofdstructuur/Nationaal Natuurnetwerk en is hier tevens niet in de nabijheid van gelegen. Het dichtstbijzijnde Nationaal Natuurnetwerk is op ruim een kilometer afstand gelegen. Aangezien beschermde natuurgebieden niet tot de projectlocatie behoren en de eventuele functiewijzigingen niet of nauwelijks zullen leiden tot extra milieuhinder, heeft dit geen nadelige gevolgen voor deze natuurgebieden.
Indien uitpandige verbouwingen of sloop noodzakelijk is om de functieveranderingen mogelijk te maken dient een (oriënterend) ecologisch onderzoek naar verblijfplaatsen van vleermuizen en jaarrond beschermde nesten van vogels (bijvoorbeeld huismus en gierzwaluw) te worden uitgevoerd. Indien dit het geval is dient een ontheffing van de Wet natuurbescherming. te worden aangevraagd. Wanneer nieuwe bouwwerken worden gerealiseerd op plaatsen waar nu groen of water aanwezig is dient ecologische quickscan aan te tonen dat deze gebieden ongeschikt zijn voor beschermde planten en diersoorten. Indien dit niet aangetoond kan worden is nader onderzoek en mogelijk een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming benodigd.
Sinds de inwerkingtreding van de Wabo kan de ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming worden ‘aangehaakt’ bij de aanvraag van de omgevingsvergunning. Hierdoor kan de ontheffing samen met de omgevingsvergunning worden verleend.
Externe veiligheid
De externe veiligheid wordt bepaald door aanwezigheid van gevaarlijke stoffen (productie, gebruik, opslag en vervoer) in en rond het projectgebied. Veiligheidsafstanden tussen activiteiten met gevaarlijke stoffen en (beperkt) kwetsbare objecten moeten ervoor zorgen dat bij een eventuele calamiteit het aantal dodelijke slachtoffers beperkt blijft. Kwetsbaar zijn onder meer woningen, onderwijs- en gezondheidsinstellingen en kantoorgebouwen en hotels met een bruto vloeroppervlak van meer dan 1500 m2 per object. Beperkt kwetsbaar zijn onder meer kantoren (b.v.o. kleiner dan 1500 m2), winkels, horeca en parkeerterreinen. Het projectgebied ligt niet in een effectgebied (1% letaliteitsafstand) van een spoorlijn, waterweg of buisleiding die wordt gebruikt voor het transport van gevaarlijke stoffen. Wel is aandacht nodig voor de transportroutes en bedrijven. Transportroutes: A4, A44, N206, Plesmanlaan • De locatie ligt in het effectgebied van Rijksweg A4. De A4 heeft een heel groot effectgebied vanwege het transport van toxische vloeistoffen. Een risicoberekening is niet nodig vanwege de grote afstand, de groepsrisicoverantwoording kan beperkt blijven tot de aspecten bereikbaarheid en zelfredzaamheid. • De invloedsgebieden van de A44 en N206 reiken niet tot aan het projectgebied. • Het projectgebied grenst aan de zuidzijde aan de Plesmanlaan.
De Plesmanlaan wordt gebruikt voor het transport van LPG ter bevoorrading van het LPG tankstation (zie MultiEnergy) aan de Plesmanlaan. Het groepsrisico langs de Plesmanlaan is in de huidige situatie 0,11 maal de oriëntatie. Bij veranderingen binnen het plangebied dient een groepsrisicoverantwoording en een groepsrisicoberekening plaats te vinden waarbij onder andere aandacht besteed dient te worden aan de bestrijdbarheid en zelfredzaamheid van de mensen binnen het projectgebied. Zo dienen mensen bij een ongeluk van het gevaar af te kunnen vluchten. Bedrijven:, Apotex, ADS, MultiEnergy en LUMC • Apotex: medicijnenproducent die aan de Archimedesweg gevestigd is. Apotex heeft een grote opslag van grondstoffen, waarvan een deel gevaarlijke stoffen. Apotex valt door de opslag van meer dan 10 ton gevaarlijke stoffen onder de werkingssfeer van het Bevi. De PR grenswaarde contour (PR 10-6 contour) ligt binnen de inrichtingsgrenzen , het effectgebied is 97 meter. Apotex veroorzaakt in de huidige situatie geen groepsrisico, want het maximale aantal slachtoffers bedraagt volgens de berekening 8 personen. Dit verandert niet met voorgenomen ontwikkeling aangezien het projectgebied op meer dan 400 meter is gelegen. • ADS (Airbus Defence Systems): hiervoor het Centrum voor Externe Veiligheid van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu een risicoanalyse opgesteld.
De effecten bij een calamiteit zijn beperkt. Bij Airbus Defence Systems worden kleine hoeveelheden ontplofbare stoffen van klasse 1.1 Planologische informatie | Pesthuis Leiden | 49
•
•
(0,05 kg), 1.3 (200 kg)en 1.4 (0,2 kg) opgeslagen. De klasse 1.1 en 1.4 stoffen worden opgeslagen in opslagkasten in het gebouw van de inrichting. Volgens het onderzoek van het RIVM blijft het effect van een calamiteit beperkt tot de opslagkast. De klasse 1.3 stoffen worden opgeslagen in een opslaggebouw op het buitenterrein. De locatie voldoet aan de afstandseisen van de Circulaire opslag ontplofbare stoffen. Volgens het onderzoek van het RIVM reikt het effect van een calamiteit tot ca 12 meter. De locatie van de opslagvoorziening is zodanig gekozen dat het effect van een calamiteit binnen de inrichtingsgrenzen blijft. MultiEnergy: In 2010 is de vergunning van dit bedrijf geactualiseerd. In de vergunning zijn de volgende voorschriften opgenomen: de LPG doorzet is max 1000 m3 per jaar, bevoorrading met LPG vindt uitsluitend plaats in de uren tussen 21.00 uur en 6.00 uur, het LPG-reservoir mag maximaal tot 50% met vloeibaar LPG worden gevuld. De gemeente Leiden en MultiEnergy zijn overeengekomen (overeenkomst uit 2008) dat de LPG verkoop nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen niet in de weg mag staan. Mocht door een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling de GR oriëntatiewaarde overschreden worden dan moet de LPG verkoop worden beëindigd. Met ander woorden als door nieuwbouw in het Bio Science Park het GR groter wordt dan de oriëntatiewaarde moet de LPG verkoop worden gestaakt.
Het LPG tankstation is dus geen onoverkomelijk obstakel. Er zal een nieuwe groepsrisicoberekening moeten worden gemaakt om na te gaan of het groepsrisico toeneemt (en hoeveel) door de plannen met het Pesthuis. LUMC: Binnen het Leids Universitair Medisch Centrum wordt 30.000 liter zuurstof in een reservoir opgeslagen.De plaatsgebonden risicocontour-10-6 bedraagt 25 meter. Deze contour reikt niet tot aan het projectgebied. Voor het groepsrisico geldt dat de oriëntatiewaarde niet wordt overschreden (volgens risicokaart.nl). Nadere informatie is niet bekend. De kans is echter groot dat het projectgebied binnen het invloedsgebied van deze tank is gelegen. Bij ontwikkelingen waarbij binnen het projectgebied meer personen aanwezig zijn dan in de huidige situatie dient het groepsrisico verantwoord te worden.
Op basis van de aanwezige risicobronnen in de nabijheid van het projectgebied vormt geen van deze bronnen een belemmering voor de ontwikkelingen binnen dit gebied. De plaatsgebonden risicocontouren-10-6 van de risicobronnen reiken immers niet tot aan het projectgebied. Wel dient het groepsrisico met betrekking tot vervoer van gevaarlijke stoffen over de Plesmanweg en de opslag van zuurstof binnen het Leids Universitair Medisch Centrum verantwoord te worden indien binnen het projectgebied in de toekomstige situatie meer personen aanwezig zijn dan in de huidige situatie.
Geluid
In het kader van de Wet geluidhinder moeten geluidsgevoelige objecten voldoen aan de wettelijk bepaalde normering als het gaat om de maximale geluidsbelasting op de gevels. De limitatieve lijst geluidsgevoelige gebouwen bestaat uit: • woningen • onderwijsgebouwen • ziekenhuizen • verpleeghuizen • verzorgingstehuizen • psychiatrische inrichtingen • kinderdagverblijven 50 | Pesthuis Leiden
Verkeerslawaai over een etmaal (Lden) in dB
Op het moment dat een van bovenstaande functies ontwikkeld wordt, zal middels een geluidsonderzoek aangetoond moeten worden of er voldaan wordt aan de wettelijke voorkeursgrens waarde. Daarnaast kan als het gaat om bijvoorbeeld logiesruimtes (hotelkamers, recreatieve verblijven) wenselijk zijn om een goed en aangenaam binnenklimaat te kunnen waarborgen. Ook dan zal eerst de gevelbelasting bepaald dienen te worden. Daarnaast gelden de Richtlijnen voor hogere waarden. Op 28 juni 2010 heeft het algemeen Bestuur van de Omgevingsdienst West-Hollandde notitie “Richt lijnen voor het vaststellen van hogere waarden in het kader van de decentralisatie van de hogere-waarden-procedure Wet geluidhinder” vastgesteld. Deze notitie geeft het kader waarbinnen hogere waarden kunnen worden vastgesteld tot een zekere grenswaarde. De situaties waarvoor boven deze grenswaarde een hogere waarde nodig is (tot de maximale ontheffingswaarde) kunnen slechts bij hoge uitzondering worden verleend. Hierbij kan gedacht worden aan vervangende nieuwbouw waarbij binnen de bestaande structuur geen speelruimte is om bijvoorbeeld op grotere afstand van de weg te bouwen. De maximale waarde waarvoor deze notitie het kader geeft zijn 58 dB wegverkeerslawaai, 63 dB railverkeerslawaai en 55 dB(A) industrielawaai. Het geluidbeleid is er op gericht geen hogere dan deze grenswaarden te verlenen.
De Omgevingsdienst West-Holland heeft voor gemeente Leiden geluidskaarten opgesteld voor weg- en railverkeer en industrielawaai. Het gebied ondervindt last van het verkeerslawaai (zie kaart hierboven, deze kaart is echter indicatief). Binnen het overgrote deel van het projectgebied heerst een geluidsbelasting van 55-64 dB wat betreft wegverkeerslawaai. Voor het noordoostelijk deel van het projectgebied geldt een lagere geluidsbelasting dan 55 dB. De verwachting is wel dat hier nog steeds de voorkeursgrenswaarde van 48 dB wordt overschreden. Dit betekent dat indien binnen het projectgebied geluidsgevoelige objecten worden gerealiseerd een hogere waarde benodigd is om te voldoen aan de Wet geluidhinder. Ten zuiden van het Pesthuis geldt een hogere geluidsbelasting dan de maximale ontheffingswaarde van 63 dB. Hierdoor dienen de gevels hier doof uitgevoerd te worden indien geluidsgevoelige objecten worden gerealiseerd. Voor railwegverkeerslawaai geldt dat binnen het gehele projectgebied de geluidsbelasting lager is dan de voorkeursgrenswaarde van 55 dB. Railwegverkeerslawaai vormt hiermee geen belemmering of randvoorwaarde voor de realisatie van geluidsgevoelige objecten. Industrielawaai binnen het projectgebied overscheidt nergens de maximale ontheffingswaarde van 55 dB. De verwachting is dat tevens nergens de voorkeursgrenswaarde wordt overschreden van 50 dB.
Industrielawaai (zowel gezoneerde industrieterreinen als de individuele bedrijven) vormt hiermee geen belemmering of randvoorwaarde voor de realisatie van geluidsgevoelige objecten. Binnen het gehele projectgebied heerst een hoge geluidsbelasting, hoofdzakelijk afkomstig van het wegverkeer. Om geluidsgevoelige objecten te realiseren binnen het projectgebied is een hogere waarde benodigd. Hiermee vormt geluid een randvoorwaarde.
Verkeerslawaai gebied, indicatief
Luchtkwaliteit
Op 15 november 2007 is paragraaf 5.2 van de Wet milieubeheer gewijzigd (Hoofdstuk 5 titel 2 Wm, Staatsblad 2007, 414) en zijn in bijlage 2 van de Wet milieubeheer vernieuwde luchtkwaliteitseisen opgenomen. Gelijktijdig zijn de ministeriële regeling Beoordeling luchtkwaliteit 2007 (Staatscourant 2007, 220), het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen) (Besluit NIBM) en de bijbehorende ministeriële Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen) (Regeling NIBM) in werking getreden. Een belangrijk element uit deze wetswijziging is het begrip ‘niet in betekenende mate’ (NIBM). Luchtkwaliteitseisen vormen nu geen belemmering voor ontwikkelingen, als: • geen sprake is van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde, of • een project, al dan niet per saldo, niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit leidt, of • een project niet in betekenende mate bijdraagt aan de luchtverontreiniging, of • een project is opgenomen in een regionaal programma van maatregelen of in het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Bij ontwikkelingen dient middels de NIBM-tool onderzocht te worden of één stof de 3%-grens overschrijdt en daarmee het project ‘in betekenende mate’ de luchtkwaliteit verslechtert. Mits de verkeersaantrekkende werking niet uitzonderlijk toeneemt, zal de ontwikkeling deze grens niet overschrijden.
Met behulp van de saneringstool is op 21 april 2017 bepaald wat de huidige achtergrondconcentraties zijn ter plaatse van het plangebied (bron: http:// www.saneringstool.nl/ saneringstool.html). Met de saneringstool is bepaald of het realiseren van deze functie op deze specifieke plek in het kader van een
goed leefklimaat te motiveren is. Uit de resultaten van de saneringstool blijkt dat de achtergrondconcentratie zowel voor NO2 als voor PM10 ver onder de grenswaarde van 40 μg/m3 (voor zowel NO2 als PM10) blijft. Daarnaast wordt eveneens de grenswaarde voor PM2,5 van 25 μg/m3 niet overschreden. Het milieuaspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor ontwikkelingen ter plaatse van het Pesthuiscomplex. Het is nog niet duidelijk wat de toekomstige bestemming van het Pesthuis zal zijn. Mede daardoor is het nu ook nog niet duidelijk wat de verkeersaantrekkende werking van de plannen zal zijn. Waarschijnlijk zal het milieuaspect luchtkwaliteit geen belemmering vormen voor de ontwikkelingen ter plaatse, maar dit kan nu niet met zekerheid worden gesteld. De invulling van het complex en de verkeersaantrekkende werking ervan moet eerst bekend zijn.
Water
Sinds 2003 is het doorlopen van de watertoets wettelijk verplicht voor alle ruimtelijke plannen en besluiten. Het doel van de watertoets is, om in overleg met de initiatiefnemer en de waterbeheerder, aandacht te besteden aan de waterhuishoudkundige aspecten, zodat de waterhuishoudkundige doelstellingen worden gewaarborgd. De uitgangspunten voor het watersysteem dienen op een juiste wijze in het plan te worden verwerkt. Het projectgebied is gelegen in het beheergebied van Hoogheemraadschap van Rijnland. • Waterkwaliteit: Binnen het projectgebied is overig boezemwater aanwezig genaamd Pesthuiswatering. Bij de realisatie van nieuwbouw mogen geen uitloogbare bouwmaterialen worden gebruikt op plaatsen, die in contact zouden kunnen komen met hemelwater. De voorgenomen ontwikkeling heeft hiermee geen invloed op de (grond)waterkwaliteit ter plaatse. • Waterkwantiteit: Indien door beoogde ontwikkelingen extra verhard oppervlak ontstaat van meer dan 500 m2 dient in beginsel ter compensatie van de versnelde afvoer water gegraven te worden. Indien meer dan 5.000 m2 wordt verhard is een vergunning van het college van dijkgraaf en hoogheemraden benodigd in verband met versnelde hemelwaterafvoer. Bij uitbreidingen van het verharde oppervlak met per saldo meer dan 5.000 vierkante meter, kan het effect van de versnelde afvoer van neerslag aanzienlijk zijn.
Bij deze grote oppervlakken is het belangrijk dat voldoende waterberging op de juiste plaats wordt aangelegd. De juiste afmeting en locatie van deze waterberging kan alleen via een individuele beoordeling worden bepaald. Voor deze gevallen geldt daarom een vergunningplicht. • Veiligheid en beschermde gebieden: Het projectgebied is niet gelegen binnen kern- en/of beschermingszone van waterkeringen. Wel is binnen het projectgebied overig boezemwater aanwezig. Deze watergangen bezitten eveneens een kern- en beschermingszone. Voor werkzaamheden binnen deze zones is de zorgplicht van toepassing. De onderhoudsplicht van de overige boezem oppervlaktewateren blijft bij de kadastrale eigenaren liggen. Daarnaast is het gebied niet gelegen binnen een waterwingebied of grondwaterbeschermingsgebied. Veiligheid en beschermde gebieden spelen hiermee geen rol bij eventuele ontwikkelingen binnen het projectgebied. • Riolering: Indien binnen het projectgebied nieuwe riolering wordt aangelegd dient dit op basis van het rijksbeleid een gescheiden rioolstelsel te zijn. Dit betekent dat naast een vuilwaterriool tevens een schoon hemelwaterafvoer dient te worden gerealiseerd. Wanneer ontwikkelingen binnen het plangebied plaatsvinden waarbij extra verharding optreed dient rekening te worden gehouden met watercompen-
satie. Daarnaast dienen geen uitloogbare materialen te worden gebruikt op plaatsen die in contact kunnen komen met hemelwater en dient een gescheiden rioolstelsel te worden aangelegd waarbij het schone hemelwater is afgekoppeld van het vuilwaterriool. Water vormt hiermee een randvoorwaarde voor de realisatie van het project.
Milieueffectrapportage
De centrale doelstelling van het instrument milieueffectrapportage is het milieubelang een volwaardige plaats te geven in de besluitvorming over activiteiten met mogelijke belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. De basis van de milieueffectrapportage wordt gevormd door de EU-richtlijn m.e.r. Deze richtlijn is in Nederland geïmplementeerd in de Wet milieubeheer en het Besluit m.e.r. In het Besluit m.e.r. bestaat een belangrijk onderscheid tussen bijlage C en bijlage D. Voor activiteiten die voldoen aan de diverse criteria uit bijlage C geldt een m.e.r.-plicht. In bijlage D staan de activiteiten benoemd waarvoor een m.e.r.-beoordelingsplicht geldt: er moet beoordeeld worden of sprake is van (mogelijke) belangrijke nadelige milieugevolgen. Als deze niet uitgesloten kunnen worden, geldt een m.e.r.-plicht. Kunnen deze belangrijke nadelige milieugevolgen wel uitgesloten worden, dan is een m.e.r. niet noodzakelijk. Relatie tot het projectgebied De mogelijke ontwikkelingen (hotel, wonen, horeca, detailhandel, bedrijven, maatschappelijke voorzieningen, leisure/recreatie en/of kantoor) kunnen gezien worden als een stedelijk ontwikkelingsproject.
De beoogde functies vallen niet binnen de richtwaarden van het Besluit m.e.r. ten aanzien van projecten waarbij milieusignificantie een rol speelt (kolom 2). De aard en omvang van het beoogde initiatief is zeer beperkt t.o.v. de richtwaarden van het besluit m.e.r. Belangrijke nadelige gevolgen in het kader van het Besluit m.e.r. voor het milieu zijn dan ook niet te verwachten. De milieugevolgen zijn middels de nader uitgewerkte milieuruimtescan beschouwd en blijken van beperkte aard en omvang te zijn. Het huidige gebruik, wat milieuhinder veroorzaakt, wordt immers vervangen door een ander gebruik. Hierdoor zal de extra milieuhinder minimaal zijn. Voor een stedelijke ontwikkeling in deze mate kan volstaan worden met een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Deze kan worden opgenomen in een ruimtelijke onderbouwing of toelichting van het bestemmingsplan en vergt geen nader onderzoek.
4.2.5. Archeologie en Cultuurhistorie Archeologie
In 1992 heeft Nederland het Europese Verdrag van Malta ondertekend en in 1998 geratificeerd. Doel van dit verdrag is een betere bescherming van het Europese archeologische erfgoed door een structurele inpassing van de archeologie in ruimtelijke ordeningstrajecten. Eén van de belangrijkste uitgangspunten van het Verdrag van Malta is dat archeologische waarden zoveel mogelijk in situ in de bodem bewaard dienen te blijven. Het archeologisch beleid van de gemeente Leiden - vastgelegd in de Nota Cultureel Erfgoed, vastgesteld door de raad op 20 december 2005 - is er op gericht de in de grond aanwezige archeologische waarden zoveel mogelijk te behouden. Wanneer dat niet mogelijk blijkt moet de aanwezige archeologie veilig worden gesteld door middel van opgravingen. De Leidse bodem is rijk aan archeologische waarden. Veel daarvan zijn echter nog niet of maar ten dele bekend. Bij gebieden waar de waarden niet bekend zijn, maar waar de bodemopbouw de aanwezigheid van archeologische waarden mogelijk maakt, wordt gesproken van een archeologische verwachting. Indien in een in voorbereiding zijnde bestemmingsplan gebieden met archeologische waarden en/ of verwachtingen aanwezig zijn dan staan deze gebieden aangegeven op de plankaart binnen de aanduiding “Waarde – Archeologie 1” tot en met “Waarde – Archeologie 7”.
Op basis van het vigerende bestemmingsplan geldt voor het zuidelijk deel van het projectgebied de Waarde - Archeologie 3 en voor het noordelijk deel Waarde - Archeologie 3. Bij werkzaamheden die dieper reiken dan 30 cm en groter oppervlakte beslaan dan 30 m² (Waarde - Archeologie 3) of werkzaamheden dieper reiken dan 50 cm en groter oppervlakte beslaan dan 250 m² (Waarde - Archeologie 5) is de vergunningplicht van toepassing. Bij het aanvragen van deze vergunning dient een archeologisch rapport te worden overlegd. Archeologie vormt hiermee een randvoorwaarde.
Erfgoedwet
Leggerkaart projectgebied
Op 1 juli 2016 is de Monumentenwet (1988) vervallen. Een deel van de wet is opgegaan in de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de Omgevingswet, wanneer deze in 2019 in werking treedt. Tot die tijd valt dit deel binnen het overgangsPlanologische informatie | Pesthuis Leiden | 51
recht van de Erfgoedwet. Deze wet geeft het Rijk de mogelijkheid om objecten aan te wijzen als rijksmonument. Rijksmonumenten worden wettelijk beschermd via het vergunningenstelsel en bij restauratie zijn financiële middelen beschikbaar. De Erfgoedwet geeft aan gemeenten de vrijheid om zelf monumenten aan te wijzen en een monumentenlijst op te stellen op basis van een Erfgoedverordening.
Monumentenverordening en monumentenlijst (2009)
De gemeente Leiden hanteert de Monumentenverordening 2009. Deze verordening geeft regels over hoe om te gaan met gemeentelijke monumenten. De bescherming van de monumenten is geregeld in de Monumentenwet of de gemeentelijke verordening.
Karakteristieke panden
Naast de aanwijzing van gemeentelijke monumenten hanteert de gemeente Leiden nog het instrument van karakteristieke panden. Doel daarvan is de bijdrage aan de beeldkwaliteit van de openbare ruimte door de aanwezige historische bebouwing te borgen. De aanduiding en bescherming van de karakteristieke panden wordt, indien relevant, geregeld in het betreffende bestemmingsplan. De bescherming sterkt zich niet uit tot het interieur van de betreffende panden maar heeft alleen betrekking op het volume, de hoofdvorm en het aanzicht. In de welstandsnota zijn aanvullende criteria opgenomen die toezien op de kwaliteit van materiaal en detaillering van de straatgevels en het dak.
Monumenten
Binnen het projectgebied zijn een drietal monumenten aanwezig. Het betreffen de rijksmonumenten: • Pesthuis uit 1661, gevestigd aan de Pesthuislaan 7; • vrijstaand woonhuis uit de 18e eeuw, aan de Pesthuislaan 2,3, 3a; en • voormalig cellengebouw voor militairen uit 1848 aan de Pesthuislaan 4. Indien werkzaamheden aan deze gebouwen dienen plaats te vinden is vanwege de monumentale status over het algemeen een omgevingsvergunning benodigd. De woningen Pesthuislaan 5/6 (uit 1900) en Pesthuislaan 6a/6b (uit 1938) hebben geen monumentenstatus, nader waardestellend onderzoek is echter gewenst.
Erfgoednota 2014-2020
De Erfgoednota is door de raad vastgesteld op 19 december 2013 (RV 13.0113). De Erfgoednota kent drie ambities: • Leiden staat met al haar erfgoedkennis en –collecties nationaal en internationaal aan de top! • Leiden wil haar historische omgevingskwaliteit behouden, benutten en versterken voor een aantrekkelijke, vitale en toekomstbestendige stad. • Leiden bruist van erfgoedbeleving voor en door bewoners en bezoekers. Een aantal doelen uit deze nota luidt: • Leiden stimuleert gebruik en herbestemming van historische bebouwing voor een vitale stad. 52 | Pesthuis Leiden
• • •
Leiden zorgt voor toekomstbestendige monumenten en historische elementen. Leiden maakt erfgoed beleefbaar voor en door bewoners en bezoekers. Leiden benut de historische stad als podium en decor en geeft nieuwe betekenis aan bestaand erfgoed.
Bij herbestemming gelden de volgende ‘leidende principes’: • We juichen herbestemming toe als de opgave van deze tijd. • We stimuleren diversiteit in aanpak van de historische bebouwing met maatwerk en ‘leesbaarheid’ van de bebouwing als uitgangspunt. • De spirit of place behouden en benutten om daarmee juist de diversiteit in de stad en een interessante woon-, werk- en verblijfsomgeving te creëren. • Bij ingrijpende wijzigingen is de kwaliteit van het nieuwe een belangrijk criterium. Daarbij benutten we vakmanschap. • Ingrepen bij herbestemming zijn – in afstemming met de overige leidende principes – voorstelbaar als daarmee toekomstwaarde voor het gebouw wordt gecreëerd en ook de ingreep zelf toekomstwaarde heeft. Onontbeerlijk voor een duurzame aanpak van herbestemming is een goede analyse van het bestaande gebouw. Daarin wordt het hoe en waarom van het gebouw omschreven en de cultuurhistorische waardering opgesteld. Een goede analyse is nodig om grip te krijgen op wat het gebouw bijzonder maakt; wat is de essentiële karakteristiek (spirit of place) van het gebouw? Als deze als uitgangspunt wordt genomen dan is er een goede basis voor de kwaliteit en de toekomstbestendigheid van de herbestemming.
Erfgoed Leiden ontwikkelt, in samenwerking met de afdeling vastgoed, een systeem waarin cultuurhistorische waardering en ontwikkelmogelijkheden van historische gebouwen helder en bondig worden geduid. Deze handreiking voor het verbouwen en herbestemmen van historische gebouwen wordt nu toegepast bij de herontwikkeling van gemeentelijk vastgoed. We gaan kijken hoe we dit systeem ook kunnen benutten voor particuliere eigenaren en architecten. Bij herbestemming van jongere bouwkunst is de benadering van de ‘klassieke’ restauratie niet altijd bruikbaar. Om deze gebouwen een nieuwe toekomst te geven is vaak transformatie nodig. Met behulp van een goede waardestelling kan een gebouw grote veranderingen ondergaan met behoud van datgene dat het gebouw voor toekomstige generaties bijzonder maakt. In de handreiking is een grote diversiteit aan benaderingswijzen opgenomen zodat per gebouw maatwerk geleverd kan worden. Dit geldt dus ook voor bijzondere gebouwen zoals kerken, molens, monumenten van bedrijf en techniek, gebouwen uit de wederopbouwperiode etc.
4.2.6. Conclusie regelgeving Naast beleid zijn tevens de ruimtelijke aspecten beoordeeld betreffende de functies wonen, horeca, hotel, kantoor, bedrijven, leisure maatschappelijke voorzieningen en/of detailhandel. Het betreft de aspecten: verkeer en parkeren, archeologie, bedrijven en milieuzonering, geluid, bodem, lucht, externe veiligheid, ecologie, water en milieu-effectrapportage. De woonfunctie op basis van het milieuaspect bedrijven en milieuzonering op een groot deel van het projectgebied onmogelijk. De geluidsniveaus zijn bovendien van dien aard dat gevelmaatregelen benodigd zijn om een aanvaardbaar binnenniveau te realiseren. Maatschappelijke voorzieningen zijn voor een groot deel van het projectgebied reeds toegestaan op basis van het vigerende bestemmingsplan. Voor de overige functies is een ruimtelijke procedure benodigd om dit te realiseren. Afhankelijk van de uit te voeren werkzaamheden zal een omgevingsvergunning ‘uitvoeren werk of werkzaamheden’ benodigd zijn voorkomen van mogelijke verstoring van archeologische waarden.
Verkeer en parkeren
De parkeermogelijkheden zullen moeten voldoen aan de parkeernormen van de functie. Hiervoor is de voorkeur om deze binnen het perceel te realiseren, deze heeft echter beperkte ruimte. Hiervoor zal een oplossing moeten worden ontworpen. Het projectgebied is goed ontsloten op wegen die berekend zijn op het verwerken van grote hoeveelheden verkeer. Verkeer en parkeren vormt hiermee een randvoorwaarde.
Bedrijven en milieuzonering
Het projectgebied is gelegen binnen een gebied dat specifiek gericht is op life sciences. In het Leiden Bio Science Park zijn verschillende bedrijven en instellingen gelegen die werken met pathogene micro organismen (pmo) en of genetisch gemodificeerde organismen (ggo). Voor dergelijke bedrijven dient een richtafstand van 100 meter te worden aangehouden ten opzichte van gevoelige functies zoals wonen. De richtafstanden voor gevoelige functies van het LUMC en Sanquin beslaan een groot gedeelte van het oostelijk deel van het projectgebied waardoor onder andere permanent bewoonde woningen niet mogelijk zijn binnen dat gedeelte van het projectgebied. Bedrijven en milieuzonering vormt hiermee een belemmering.
Bodem
Uit de onderzoeken blijkt dat er puin- en baksteenresten, sporen kolen en andere niet bodembestanddelen worden aangetroffen. Als gevolg van de aangescherpte regelgeving de bodem daarom gekwalificeerd te worden als verdacht op asbest. Er kan nog niet aangegeven worden of de bodem geschikt is voor de toekomstige bestemming. Een asbestonderzoek conform NEN 5707 dient ten aanzien van de voorgenomen ontwikkellocatie te worden uitgevoerd. Voor het overige terrein zal alleen een dergelijk asbestonderzoek nodig zijn als zich daar in de toekomst ontwikkelingen voordoen. Zowel in de grond als in grondwater zijn er verontreinigingen aangetroffen, die nader onderzocht dienen te worden op omvang (verspreiding). Mogelijk is er sprake van gevallen van ernstige bodemverontreinigingen. Er is sprake van
een geval van ernstige bodemverontreiniging indien > 25 m3 grond en > 100 m3 grondwater sterk is verontreinigd. Aanvullend bodemonderzoek ter hoogte van boring 100 is niet perse noodzakelijk. Bij de toekomstige herinrichting dient rekening gehouden te worden met de aangetroffen verontreinigingen en het deels verontreinigde slib. De Omgevingsdienst verwacht ten aanzien van de bodem geen belemmeringen voor het bestemmingsplan. In het algemeen geldt dat een bodemonderzoek noodzakelijk is bij het wijzigen van de bestemming, de aanvraag van een omgevingsvergunning of graafwerkzaamheden. Indien sprake is van ernstige bodemverontreiniging, zal op basis van de Wbb en de Wabo (art 6.2c) pas gebouwd/ontwikkeld mogen worden wanneer bij de omgevingsaanvraag een door het bevoegd gezag (Omgevingsdienst West-Holland) goedgekeurd saneringsplan/BUS-melding is gevoegd. De bekende rapportages en het nog aan te leveren asbestonderzoek (als voormeld) kunnen bij een WABO-aanvraag bestemmingswijziging, bouwaanvraag worden ingediend. De Omgevingsdienst kan dan op basis hiervan een beoordeling op geschiktheid voor het beoogde gebruik afgeven. Indien er grond wordt afgevoerd of toegepast op een locatie, dient dit plaats te vinden conform de van overheidswege gestelde regels. In het bijzonder wordt gewezen op het Besluit bodemkwaliteit.
Voor meer informatie over uit te voeren bodemonderzoek en/ of het Besluit bodemkwaliteit kunt u contact opnemen met Omgevingsdienst.
Ecologie
De onderzoekslocatie ligt niet binnen of in de nabijheid van beschermde natuurgebieden. Indien uitpandige werkzaamheden dan wel nieuwbouw plaatsvindt op een locatie die nu een groenfunctie heeft, dient voorafgaande aan deze werkzaamheden een ecologisch onderzoek plaats te vinden om eventueel aanwezige beschermde soorten in kaart te brengen. Bij inpandige verbouwingen behoeft ecologie geen nadere beschouwing. Indien aanwezig is een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming benodigd.
Externe veiligheid
Het projectgebied is niet gelegen binnen plaatsgebonden risicocontouren 10-6 van risicobronnen. Hierdoor vormt externe veiligheid geen belemmering. Wel is het projectgebied gelegen binnen de invloedsgebieden van de Plesmanweg (vervoer gevaarlijke stoffen) en het LUMC (opslag van 30.000 liter zuurstof in reservoir). Indien de personendichtheid binnen het invloedsgebied toeneemt door mogelijke ontwikkelingen dient een groepsverantwoording plaats te vinden. Externe veiligheid vormt hiermee een randvoorwaarde.
Geluid
Bij het realiseren van een geluidsgevoelige bestemming (zoals wonen), zal getoetst moeten worden aan de voorkeursgrenswaarde. Deze wordt waardoor maatregelen nodig zijn. Het meest zuidelijk deel van het projectgebied, ter plaatse van de Plesmanweg wordt de maximale ontheffingswaarde overschreden. Indien hier geluidsgevoelige object worden beoogd dienen de gevels doof te worden uitgevoerd. Geluid is hiermee een randvoorwaarde.
Lucht
De verkeersaantrekkende werking van de functie is bepalend voor de bijdrage aan verslechtering van luchtkwaliteit. De verwachting is dat deze niet zal leiden tot een overschrijding van de 3%-grens die geldt voor projecten die niet in betekenende mate bijdragen aan verslechtering van de luchtkwaliteit. Tevens is de luchtkwaliteit ter plaatse van het projectgebied gelegen binnen de wettelijke normen. Luchtkwaliteit behoeft hierdoor geen nadere aandacht.
Water
Indien het terrein met meer dan 500 m2 wordt verhard dient watercompensatie plaats te vinden. Bij meer dan 5.000 m2 aan extra verharding geldt de vergunningplicht in verband met versnelde afvoer van hemelwater. Daarnaast dienen geen uitloogbare materialen te worden gebruikt die in contact kunnen komen met het hemelwater en dient in geval van de aanleg van een nieuwe riolering een gescheiden rioolstelsel te worden aangelegd. Water vormt hiermee een randvoorwaarde.
Archeologie
Binnen het gehele projectgebied zijn zones met een hoge archeologische waarden aanwezig. Bodemingrepen van meer dan 30 m2 en dieper dan 0,3 binnen het zuidelijk deel en bodemingrepen van meer dan 250 m2 en dieper dan 0,5 binnen het noordelijk deel van het projectgebied zijn vergunningplichtig. Onderdeel van deze aanvraag dient een archeologisch onderzoek te zijn conform de Archeologische Monumentenzorg (AMZ)-cyclus. Archeologie vormt hiermee een randvoorwaarde.
Cultuurhistorie
Binnen de onderzoekslocatie zijn drie rijksmonumenten aanwezig. Het betreft de bebouwing aan de Pesthuislaan 2-3A, 4 en 7. Voor het uitvoeren van Werkzaamheden aan deze gebouwen is een omgevingsvergunning benodigd. Cultuurhistorie vormt hiermee een randvoorwaarde.
Milieu-effectrapportage
De beoogde functies vallen niet binnen de richtwaarden van het Besluit m.e.r. ten aanzien van projecten waarbij milieusignificantie een rol speelt. Hierdoor kan volstaan worden met een vormvrije m.e.r.-beoordeling. De vorm van een vorm-vrije m.e.r. is niet bepaald, maar de inhoud waar een m.e.r.-beoordeling aan dient te voldoen is wel bepaald (Bijlage III van de Europese richtlijn 2011/92/EU). In de vormvrije m.e.r. dient de volgende inhoud zijn vermeld: 1. Kenmerken van de projecten 2. Plaats van de projecten 3. Kenmerken van het potentiële effect. Het projectgebied is niet gelegen in de nabijheid van een gevoelig natuurgebied (natura 2000) tevens zal de functiewijziging niet of nauwelijks leiden tot extra milieuhinder (zie overig behandelde milieuaspecten) ten opzichte van het huidige gebruik. Uitkomst van de vormvrije m.e.r.-beoordeling zal zijn dat een nadere m.e.r.-beoordeling niet noodzakelijk is.
Planologische informatie | Pesthuis Leiden | 53
54 | Pesthuis Leiden
5. AMBITIES EN RANDVOORWAARDEN
| Pesthuis Leiden | 55
5.1. Programma 5.1.1. Ambitie Een herbestemming die past bij het bijzondere gebouwencomplex en bij de strategische ligging tussen Binnenstad en Bio Science Park. Unieke karakter monumentale complex
Bij de beoordeling van voorstellen voor herontwikkeling wordt gelet op de samenhang die de functionele herbestemming heeft met de technische en ruimtelijke ingrepen die daarvoor nodig zijn. Een evenwichtige afstemming van functionele wensen en fysieke mogelijkheden is gewenst. Tevens zal er op worden gelet of vanuit het nieuwe programma er een alomvattend concept ontwikkeld is. Dit betreft zowel de onderlinge positionering en interactie van verschillende functies als de uitstraling van het complex, waarbij met name in de fysieke transformatie de culturele ambities moeten blijken. Het Pesthuis is een van de iconen van de stad Leiden. Als autonoom stedenbouwkundig ensemble met een gesloten architectuur; maar ook vanwege de belangrijke maatschappelijke functies die het gedurende vele eeuwen heeft gehad. Een nieuw gebruik zal met dit gegeven terdege rekening moeten houden. Hier is duidelijk sprake van het in de monumentenwereld bekende “gebouw zoekt functie”. Gevraagd wordt een maatschappelijk waardevolle, duurzame herbestemming met voor complex en stad passende statuur. Passend ook bij de te respecteren cultuurhistorische waarden. En gebruikmakend van kwaliteitsvolle, duurzame architectonische middelen bij nieuwe bouwkundige ingrepen. Tevens wordt gevraagd, een herbestemming van het Pesthuis die past in een lange traditie van herbestemming van monumentale panden in Leiden.