CConstaterende datLeiden
Koppel je AI →
Document · PDF

210109 Bijlage 5b Toelichting op de Verordening Jeugdhulp 2022 (oude nieuwe grijs gearceerde tekst)

raadscommissie Onderwijs en Samenleving 16 november 2021, gemeente LeidenBij agendapunt: bijlagen bij het raadsvoorstel17.881 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Was

Wordt

Toelichting op de verordening Jeugdhulp 2015

Toelichting op de verordening Jeugdhulp 2022

Algemeen Aanleiding De verordening Jeugdhulp 2015 is gebaseerd op de Jeugdwet. De volledige naam van de Jeugdwet is: “Wet houdende regels over de gemeentelijke verantwoordelijkheid voor preventie, ondersteuning, hulp en zorg aan jeugdigen en ouders bij opgroei- en opvoedproblemen, psychische problemen en stoornissen”. De Jeugdwet draagt bijna alle taken over de jeugdhulp rechtstreeks over aan het college. Voor een aantal taken schrijft de Jeugdwet regeling bij raadsverordening voor. Het gaat daarbij om de volgende onderwerpen die beschreven staan in artikel 2.9, 2.12, 8.1.1 lid 4 en 12.4 van de Jeugdwet:

•

o

o

o

o

•

•

“De gemeenteraad stelt bij verordening en met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens deze wet in ieder geval regels: a. over de door het college te verlenen individuele voorzieningen en overige voorzieningen, met betrekking tot de voorwaarden voor toekenning en de wijze van beoordeling van, en de afwegingsfactoren bij een individuele voorziening; b. over de wijze waarop de toegang tot en de toekenning van een individuele voorziening wordt afgestemd met andere voorzieningen op het gebied van zorg, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning, werk en inkomen; c. de wijze waarop de hoogte van een persoonsgebonden budget als bedoeld in artikel 8.1.1 wordt vastgesteld, en d. voor de bestrijding van het ten onrechte ontvangen van een individuele voorziening of een persoonsgebonden budget, alsmede van misbruik of oneigenlijk gebruik van de wet. “Met het oog op gevallen waarin ten aanzien van jeugdhulp, kinderbeschermingsmaatregelen of jeugdreclassering artikel 2.11, eerste lid, wordt toegepast, worden bij verordening regels gesteld ter waarborging van een goede verhouding tussen de prijs voor de levering van jeugdhulp of de uitvoering van een kinderbeschermingsmaatregel of jeugdreclassering en de eisen die worden gesteld aan de kwaliteit daarvan. Daarbij wordt rekening gehouden met de deskundigheid van de beroepskrachten en de toepasselijke arbeidsvoorwaarden.” -

Algemeen Aanleiding De verordening Jeugdhulp Leiden 2022 is gebaseerd op de Jeugdwet. De volledige naam van de Jeugdwet is: “Wet houdende regels over de gemeentelijke verantwoordelijkheid voor preventie, ondersteuning, hulp en zorg aan jeugdigen en ouders bij opgroei- en opvoedproblemen, psychische problemen en stoornissen”. De Jeugdwet draagt bijna alle taken over de jeugdhulp rechtstreeks over aan het college. Voor een aantal taken schrijft de Jeugdwet regeling bij raadsverordening voor. Het gaat daarbij om de volgende onderwerpen die beschreven staan in artikel 2.9, 2.12, 8.1.1 lid 3 en 12.4 lid 2 van de Jeugdwet: “De gemeenteraad stelt bij verordening en met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens deze wet in ieder geval regels: a. over de door het college te verlenen individuele voorzieningen en overige voorzieningen, met betrekking tot de voorwaarden voor toekenning en de wijze van beoordeling van, en de afwegingsfactoren bij een individuele voorziening;

b. over de wijze waarop de toegang tot en de toekenning van een individuele voorziening wordt afgestemd met andere voorzieningen op het gebied van zorg, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning, werk en inkomen;

c. de wijze waarop de hoogte van een persoonsgebonden budget als bedoeld in artikel 8.1.1 wordt vastgesteld, en

d. voor de bestrijding van het ten onrechte ontvangen van een individuele voorziening of een persoonsgebonden budget, alsmede van misbruik of oneigenlijk gebruik van de wet.

“Met het oog op gevallen waarin ten aanzien van jeugdhulp, kinderbeschermingsmaatregelen of jeugdreclassering artikel 2.11 wordt toegepast, worden bij verordening regels gesteld ter waarborging van een goede verhouding tussen de prijs voor de levering van jeugdhulp of de uitvoering van een kinderbeschermingsmaatregel of jeugdreclassering en de eisen die worden gesteld aan de kwaliteit daarvan. Daarbij wordt rekening gehouden met de deskundigheid van de beroepskrachten en de toepasselijke arbeidsvoorwaarden.” “Bij verordening kan worden bepaald onder welke voorwaarden de persoon aan wie een persoonsgebonden budget wordt verstrekt, de jeugdhulp kan betrekken van een persoon die behoort tot het [zijn] sociale netwerk.”

•

“Bij verordening kan worden bepaald onder welke voorwaarden de persoon aan wie een persoonsgebonden budget wordt verstrekt, de jeugdhulp kan betrekken van een persoon die behoort tot het [zijn] sociale netwerk.” “De gemeenteraad stelt het beleidsplan, bedoeld in artikel 2.2, en de verordening, bedoeld in artikel 2.9, vast voor 1 november van het kalenderjaar waarin dit artikel in werking treedt.” Het hoofdpunt van de Verordening Jeugdhulp is de uitvoering van de gemeentelijke jeugdhulpplicht. De Jeugdwet geeft aan dat de gemeente zorg draagt voor de toegang tot en toeleiding naar jeugdhulpvoorzieningen. Ook moet de gemeente zorg dragen voor een adequaat aanbod van jeugdhulpvoorzieningen. Wijze van tot stand komen concept verordening Deze conceptverordening is opgesteld door een werkgroep in Holland Rijnland verband. De werkgroep had de opdracht een werkbare en leesbare concept verordening te maken, die aansluit bij het Beleidsplan Hart voor de Jeugd. Dit beleidsplan is door de Raad vastgesteld in de vergadering van 13 maart 2014. De werkgroep heeft bij het opstellen van de verordening gebruik gemaakt van door de VNG opstelde modelverordening jeugdhulp. Daarnaast is een eerder concept in de maand mei 2014 uitgebreid besproken met onder andere aanbieders, cliënten en coaches van de proeftuinen jeugd- en gezinsteams.

De werkgroep was aangenaam verrast over de gedegen wijze waarop zij zich in de verordening hebben verdiept en suggesties voor verbetering hebben aangedragen. Ook is het stuk besproken met ambtenaren jeugdbeleid en de stuurgroep 3D van Holland Rijnland. Alle in dit traject gemaakte opmerkingen zijn zorgvuldig gewogen en waar nodig en mogelijk verwerkt in deze definitieve concept verordening. Vervolgens is de verordening voor inspraak vrijgegeven. Ook de inspraakreacties zijn zorgvuldig gewogen en zijn waar nodig en mogelijk verwerkt.

Het hoofdpunt van de Verordening Jeugdhulp is de uitvoering van de gemeentelijke jeugdhulpplicht. De Jeugdwet geeft aan dat de gemeente zorg draagt voor de toegang tot en toeleiding naar jeugdhulpvoorzieningen. Ook moet de gemeente zorg dragen voor een adequaat aanbod van jeugdhulpvoorzieningen. De verordening beschrijft derhalve via welke stappen en aan de hand van de vastgestelde beleidskaders de hulpvrager via het Jeugdteam naar vrij toegankelijke en individuele jeugdhulpvoorzieningen kan worden toegeleid.

Wijze van tot stand komen verordening Regio Holland Rijnland De doorontwikkeling van de Jeugdhulp op het niveau van Holland Rijnland en de Leidse regio gaf aanleiding voor de aanpassing van de verordening jeugdhulp 2015. In 2020 is vanuit de regio Holland Rijnland een werkgroep opgesteld om de nieuwe regionale inkoop van specialistische jeugdhulp te borgen in de verordening en de nadere regels. De Jeugdwet en het in januari 2020 vastgestelde Programmaplan Jeugdhulpaanbod vanaf 2021 Leidse regio/en Bollenstreek geven de kaders voor deze verordening. De Jeugdwet legt de verantwoordelijkheid voor beleidsvorming voor een positief opvoed- en opgroeiklimaat, preventie, vroeg-signalering tot en met gespecialiseerde zorg en de uitvoering van kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering bij de gemeente. In hun Programmaplannen hebben de Leidse Regio en DuinBollenstreek beschreven welke doelen de gemeenten de komende jaren voor ogen hebben om hun wettelijke taak uit te voeren en er zorg voor te dragen dat passende jeugdhulp wordt ingezet wanneer dat nodig is. Hieraan liggen een aantal uitgangspunten ten grondslag: Het staat voorop dat jeugdigen en gezinnen de juiste zorg en hulp krijgen. Daarbij geldt dat de hulp die wordt geboden zoveel mogelijk direct passend is (first time right).

Dit brengt een integrale aanpak met zich mee en houdt in dat zoveel mogelijk voorkomen moet worden dat naar verschillende instanties wordt doorverwezen, voordat de juiste hulp geboden kan worden. Jeugdhulpverlening is in de eerste plaats gericht op het herstel van het ‘normale’ leven. Het uiteindelijke doel is om, als het kan, zo snel mogelijk (weer) zonder jeugdhulp verder te kunnen. Bij voorkeur wordt hulp daarom zoveel als mogelijk thuis geboden of in een situatie die het meest op thuis lijkt. Opname in een verblijfssetting wordt zoveel mogelijk voorkomen. Waar mogelijk worden ambulante alternatieven ingezet in plaats van verblijf. Daarnaast geldt dat het gebruik van jeugdhulp een uitzondering is. Waar passend wordt samen met de jeugdige en het gezin zo snel mogelijk een alternatief voor specialistische jeugdhulp gezocht dat aansluit bij het ‘normale’ leven. Er wordt actief

ingezet op preventie en vroegsignalering om waar mogelijk te voorkomen dat jeugdigen in een (specialistisch) jeugdhulptraject instromen. Jeugdigen en gezinnen ervaren zelf de regie in het hulpverleningstraject en kunnen zoveel als mogelijk zelfstandig verder na/tijdens de ingezette zorg en hulp. Wanneer een jongere of zijn ouder niet in staat is om regie te voeren, kan de regie (tijdelijk) worden overgenomen. Ouders, opvoeders, verzorgers en/of jeugdigen worden ten allen tijde betrokken in het hulpverleningsproces. Jeugdigen moeten optimale kansen krijgen om zich te ontwikkelen, waardoor zij, nu en later, naar vermogen kunnen deelnemen en bijdragen aan de maatschappij. Dit houdt onder andere in dat alle jeugdigen die onderwijs kunnen volgen, daadwerkelijk onderwijs genieten. Alle mogelijkheden voor het volgen van onderwijs worden benut in samenwerking met samenwerkingsverbanden en scholen, de lokale Jeugdteam en jeugdhulpaanbieders. Hierbij wordt ingezet op het creëren van een volledige keten van onderwijs- en jeugdhulpvoorzieningen. Leidse regio Eveneens in 2020 is in de Leidse regio de opdracht gegeven om de actualisatie van het PGB beleid, het Toezicht op kwaliteit en rechtmatigheid van de Jeugdhulp en de nieuwe opdracht aan de toegang tot Jeugdhulp te borgen in de verordening (en nadere regels jeugdhulp).

Tijdens het traject van aanpassing zijn waar van toepassing samenwerkingspartners (de Jeugdteams en zorgaanbieders), de Adviesraden Sociaal Domein van de betrokken gemeenten en cliëntenraden (Per Saldo) bevraagd. De gemaakte opmerkingen zijn zorgvuldig gewogen en waar nodig en mogelijk verwerkt in de concepten. Vervolgens zijn deze voor inspraak vrijgegeven. Ook de inspraakreacties zijn zorgvuldig gewogen en zijn waar nodig en mogelijk verwerkt.

Verbinding met het Beleidsplan Hart voor de Jeugd In de Jeugdwet artikel 2.2 is bepaald dat de raad periodiek het beleid ten aanzien van jeugdhulp vaststelt. Dit beleid is door de gemeenten die in het verband van Holland Rijnland op dit beleidsterrein samenwerken voorbereid. Dit wettelijk verplichte beleidsplan is met de titel `Regionaal beleidsplan transitie jeugdzorg Holland Rijnland, Hart voor de Jeugd, versie Leiden` door de raad vastgesteld. Het Beleidsplan Hart voor de Jeugd bevat het toekomstmodel voor de jeugdzorg met als belangrijke elementen de instelling van een jeugd- en gezinsteam en de integrale werkwijze 1Gezin/1Plan voor het bieden van advies en hulp. De verordening beschrijft via welke stappen en aan de hand van de in het Beleidsplan Hart voor de jeugd vastgestelde kaders de hulpvrager via het jeugd- en gezinsteam naar vrij toegankelijke en individuele jeugdhulp voorzieningen kan worden toegeleid. (verplaatst)

https://www.jeugdhulpleidseregio.nl/opgeleverdedocumenten/ Verbinding met het beleidsplan Samen Sterk voor de Toekomst van Jeugd(hulp) In de Jeugdwet artikel 2.2 is bepaald dat de raad periodiek het beleid ten aanzien van jeugdhulp vaststelt. De gemeenteraden van de Leidse regio hebben samen met de professionals in de Jeugd- en Gezinsteams, huisartsen, jeugdhulpaanbieders en de Tijdelijke Werkorganisatie Opdrachtgeverschap Jeugdhulp (TWO) sinds 2014 veel werk verzet om de verantwoordelijkheid voor de Jeugdwet op te pakken. We hebben gerealiseerd dat jeugdhulp beschikbaar moet zijn voor alle jeugdigen in de regio die dat nodig hebben. Op basis van het beleidsplan `Regionaal beleidsplan transitie jeugdzorg Holland Rijnland, Hart voor de Jeugd’, hebben we Jeugd- en Gezinsteams ingericht en we hebben de verbinding gezocht tussen jeugdhulp en andere onderdelen van het sociaal domein. Gezien de omvang van de opgaven lag het voor de hand om daarbij de samenwerking te zoeken met de gemeenten in de regio Holland Rijnland. Nu we een aantal jaren verder zijn zien we in de praktijk verbeterpunten. Zo zijn we nog onvoldoende in staat om de verbinding te realiseren met andere onderdelen van het sociaal domein, met de huisartsen en het onderwijs, is de

hulpverlening nog steeds versnipperd en is het normaliseren nog maar minimaal in gang gezet. Onze regio kenmerkt zich door veelvuldig gebruik van jeugdhulp en door tekorten op het jeugdhulpbudget. Hierdoor blijven we de komende jaren voor een forse opgave staan: we hebben de ambitie om de jeugdhulp inhoudelijk te versterken en aan te scherpen en tegelijkertijd te sturen op de betaalbaarheid van het stelsel. Om deze verbeterpunten op het gebied van jeugdhulp effectief en efficiënt aan te pakken werken we samen met vier gemeenten in de Leidse regio (Leiden, Leiderdorp, Oegstgeest en Zoeterwoude). Met het vaststellen van het ‘Koersdocument doorontwikkeling Jeugdhulp Leidse RegioSamen Sterk voor de Toekomst van Jeugdhulp door de vier colleges en gemeenteraden in september en oktober 2019, kiest de Leidse regio voor haar eigen koers voor de jeugdhulp. In het koersdocument worden de visie, de resultaten en de invulling van het opdrachtgeverschap van de vier gemeenten met betrekking tot de jeugdhulp beschreven. Op het gebied van veiligheid in de jeugdzorg blijven we inkopen en samenwerken op het niveau van Holland Rijnland. De inhoudelijke visie uit Hart voor de jeugd wordt nog steeds onderschreven door de Leidse regio.

Met dit koersdocument wil de regio de visie op jeugdhulp “Hart voor de Jeugd” actualiseren en concretiseren in resultaten Toekomstmodel jeugdhulp gemeenten Holland Rijnland De Jeugdwet legt de verantwoordelijkheid voor beleidsvorming voor een positief opvoed- en opgroeiklimaat, preventie, vroeg-signalering tot en met gespecialiseerde zorg en de uitvoering van kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering bij de gemeente. De opdracht aan de gemeente is breed en beslaat het gehele terrein van de zes pijlers die genoemd worden in het Beleidsplan Hart voor de Jeugd (zie schema toekomstmodel). De zes pijlers vormen samen het jeugdhulpstelsel van de samenwerkende gemeenten in Holland Rijnland verband en zijn als volgt benoemd: - De pedagogische gemeenschap - Basisvoorzieningen - Het jeugd- en gezinsteam - Specialistische jeugdhulp - Jeugdhulp in het gedwongen kader - De methode 1gezin/1plan. Uit het beleidsplan over deze pijlers: “Het fundament van het jeugdstelsel wordt gevormd door de pedagogische gemeenschap (pijler 1) in gemeenten en wijken, waarin burgers betrokken en bereid zijn om verantwoordelijkheid rond het opvoeden en opgroeien van kinderen te nemen. Pijler 2 zijn de basisvoorzieningen, waar vrijwel alle kinderen komen. Denk aan de jeugdgezondheidszorg, scholen, kinderopvang/peuterspeelzalen en huisartsen, jongerenwerk en sociale wijkteams.

De jeugd- en gezinsteams (pijler 3) zijn een nieuw element in het Toekomstmodel Jeugdhulp van Holland Rijnland. De teams moeten een cruciale rol vervullen bij het verhogen van de

Toekomstmodel en visie Leidse regio De Jeugdwet legt de verantwoordelijkheid voor beleidsvorming voor een positief opvoed- en opgroeiklimaat, preventie, vroeg-signalering tot en met gespecialiseerde zorg en de uitvoering van kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering bij de gemeente. De opdracht aan de gemeente is breed en beslaat het gehele terrein van de zes pijlers die genoemd worden in het Beleidsplan Hart voor de Jeugd en verder is geactualiseerd en geconcretiseerd is Samen Sterk voor de Toekomst van Jeugdhulp.

Visie Leidse regio’: Samen Sterk voor de Toekomst van Jeugdhulp In de Leidse regio staan de kansen en mogelijkheden van het kind en zijn of haar gezin centraal. We richten ons zoveel mogelijk op normaliseren en als er hulp nodig is bieden we passende hulp dichtbij en vanuit de leefwereld van het kind en het gezin. De visie bestaat uit drie onderdelen, de maatschappelijke opgaven: • Kind & gezin centraal • Normaliseren • Hulp dichtbij, vroeg signalering en preventie Maatschappelijke opgave: kind en gezin centraal Jeugdigen en gezinnen ervaren regie in het hulpverleningstraject en kunnen zo veel als mogelijk zelfstandig verder na de ingezette hulp en ondersteuning. Ouders, opvoeders, verzorgers en/of jeugdigen zijn te allen tijde partner in het hulpverlenersproces. Jeugdigen en gezinnen ontvangen hierdoor passende hulp en ondersteuning.

kwaliteit van de jeugdhulp en de vermindering van het gebruik van (zware) specialistische voorzieningen. De expertise van diverse soorten ambulante jeugdhulp uit het huidige stelsel wordt in deze teams samengevoegd. Daarmee wordt het hulpaanbod doelmatiger en overzichtelijker: voor ouders, voor andere voorzieningen en voor de aansturing door de gemeenten. De vierde pijler wordt gevormd door de specialisten: organisaties met specialistische expertise in situaties waar sprake is van ernstige problemen. Zij leveren een bijdrage aan het realiseren van doelen uit het gezinsplan door consultatie, advies, nadere diagnostiek of een specifieke behandeling te bieden. Ook bij hulp in het gedwongen kader (pijler 5) vormt samenwerking volgens 1Gezin1Plan de basis. Er wordt nauw samengewerkt indien dat nodig is. Pijler 6 ‘Verbinding door 1Gezin1Plan’ is dan ook door een cirkel met alle andere pijlers verbonden. De jeugdige en zijn gezin staan centraal in de ondersteuning van hulpverleners uit alle pijlers. Volgens deze werkwijze wordt een integraal gezinsplan opgesteld, waarin ook doelen op gebied van bijvoorbeeld onderwijs, Wmo, werk & inkomen en volwassenenzorg worden opgenomen.” De Pijlers 1 en 2 hebben betrekking op preventie en vroeg-signalering. Preventie en vroegsignalering worden op verschillende locaties uitgevoerd, vooral in de zorg, op school, en in de wijk.

Door vroegtijdige signalering en samenwerking in de hulpverlening, kan optimale hulpverlening aan jeugdigen en gezinnen tot stand worden gebracht. Preventieve lokale voorzieningen voorkomen ernstige problemen bij jeugdigen en gezinnen, waardoor het beroep op de gespecialiseerde jeugdhulp kan worden beperkt.

Maatschappelijke opgave: normaliseren Ouders hebben een zorgplicht voor hun kinderen. De ouders zorgen voor de opvoeding van hun kinderen. Dit houdt in: het zorgen voor hun geestelijk en lichamelijk welzijn en het bevorderen van de ontwikkeling van hun persoonlijkheid (en naar draagkracht voorzien in de kosten van dit alles). Deze zorgplicht strekt zich uit over opvang, verzorging, begeleiding en opvoeding die een ouder (of verzorger), onder meer afhankelijk van de leeftijd en verstandelijke ontwikkeling van het kind, normaal gesproken geeft aan een kind, inclusief de zorg bij kortdurende ziekte. Bij uitval van één van de ouders neemt de andere ouder de gebruikelijke zorg voor de kinderen over. Normaliseren vraagt een vraaggerichte houding van hulpverleners, waarbij uitgegaan wordt van de ‘eigen kracht’ van jongeren en ouders en het besef dat zij verantwoordelijk zijn voor zichzelf en, in het geval van ouders, ook voor hun kinderen. Hierop zijn zij ook aanspreekbaar. Dit betekent voor de lokale gemeentelijke toegang praten met ouders en jeugdigen in plaats van over hen en in de hulpverlening aansluiten op wat mensen en hun sociale netwerk zelf kunnen. Normaliseren van opvoedvragen betekent, dat de hulpverlening zoveel mogelijk wordt verleend in de omgeving van het kind, thuis in het gezin, op school en in de buurt.

Zorg en hulp worden zo ingericht en opgezet dat een ‘normale’ manier van opgroeien en opvoeden wordt gestimuleerd. Dat betekent dat wordt uitgegaan van de mogelijkheden en de behoeften van de individuele jeugdigen en hun ouders en dat zorg en hulp aanvullend is op wat ouders en jeugdigen zelf kunnen. Jeugdhulp is in principe tijdelijk1 en heeft als doel de jeugdige en het gezin te versterken, zodat zij op eigen kracht verder kunnen. Hulp en ondersteuning sluiten zoveel mogelijk aan bij het normale leven. Het gebruik van specialistische hulp (behandeling, verblijf) wordt waar mogelijk omgevormd tot lichtere vormen van hulp en ondersteuning (ambulant, tijdig en effectief). Vormen van hulpverlening sluiten zoveel mogelijk aan bij het normale leven. Normaliseren betekent dat de jeugdige en/of een ouder zelf voorziet in de kosten of voorziening die algemeen gebruikelijk zijn. Normaliseren betekent bijvoorbeeld dat eerst een beroep op zorgverlof gedaan wordt als dat mogelijk is en dat de kosten voor reguliere oppas/kinderopvang door ouders zelf worden opgevangen. De lokale gemeentelijke toegang speelt een cruciale rol bij normalisering; zij zijn dè samenwerkingspartner voor de specialistische jeugdhulpaanbieders voor het opschalen en afschalen van de inzet van specialistische jeugdhulp.

De lokale gemeentelijke toegang weegt af welke vorm van jeugdhulp nodig is; preventie jeugdhulp of bijvoorbeeld toch specialistische jeugdhulp? Bij het afschalen van specialistische jeugdhulp kan de lokale gemeentelijke toegang meedenken en mogelijke oplossingen in het (preventieve) lokale voorveld benutten.

Maatschappelijke opgave: hulp dichtbij, vroeg signalering en preventie De werkwijze van de professional sluit aan bij de leefwereld van het kind/gezin. Hulp wordt dichtbij het gezinsleven 1

Sommige jeugdigen hebben langdurig jeugdhulp nodig en dan kan de inzet van jeugdhulp niet tijdelijk zijn.

geboden. De aangeboden ondersteuning is passend en effectief. Maatschappelijke resultaten Bovenstaande maatschappelijke opgave met betrekking leidt tot de volgende maatschappelijke resultaten: Kind en gezin centraal 1. Jeugdige en gezinnen ervaren regie in het hele hulpverleningsproces 2. Jeugdige en gezinnen behouden het eigenaarschap van de situatie 3. Jongeren en gezinnen ervaren zelfredzaamheid door ingezette hulp en ondersteuning 4. Jeugdigen en opvoeders ervaren de hulp/ondersteuning als helpend, tijdig en passend 5. Jeugdigen en gezinnen worden integraal geholpen (ontschotting in het sociaal domein) 6. Het aantal klachten neemt af (inhoudelijke rapportage) 7. Jeugdige en gezinnen ontvangen indien nodig ook na hun 18e verjaardag passende hulp en ondersteuning (Door het perspectiefplan wordt voorzien in een warme overdracht) 8. Jeugdige en gezinnen hebben een positieve ervaring van de geleverde hulp en ondersteuning 9. Jeugdige en gezinnen hebben de mogelijkheid om na het jeugdhulptraject verder te leven zonder of met minder hulp en ondersteuning. 10. Afname terugval onder cliënten die specialistische ondersteuning hebben ontvangen. Normaliseren

1. Ambulante hulp aan jeugdige en gezin neemt toe 2. (L)VB kinderen wonen zo lang mogelijk thuis 3. Er wordt steeds meer gebruik gemaakt van voorliggende voorzieningen 4. Meer jeugdigen tussen de 6-18 jaar zijn lid van verenigingen of andere vormen van vrijetijdsbesteding 5. Meer jeugdigen in de jeugdhulp maken gebruik van (regulier) onderwijs 6. Er wordt meer ingezet op vroegtijdige interventies 7. Er zijn voldoende gezinsgerichte verblijfsvormen (bijvoorbeeld pleegzorg en gezinshuizen). Hulp dichtbij, preventie en vroegsignalering

1. Jeugdige en ouders hebben vertrouwen in de professional

2. Er is steeds meer hulp en ondersteuning op scholen 3. Het Jeugdteam biedt steeds meer hulp en ondersteuning 4. Het aantal thuiszitters neemt af 5. De wachttijden bij de toegang en jeugdhulpaanbieders wordt korter 6. Er wordt minder gebruik gemaakt van jeugdhulp op de locatie van de jeugdhulpaanbieder; hulp wordt vaker geboden in het dagelijkse leven van gezinnen (thuis, school, wijk, vrije tijdsbesteding) 7. Professionals hebben steeds meer kennis van (voorliggende) voorzieningen 8. Maatschappelijk partners kunnen de toegang steeds beter vinden De resultaten worden in samenwerking met maatschappelijke partners verder geconcretiseerd en geduid. Onder andere door de resultaten te concretiseren in indicatoren en meetinstrumenten. Vervolgens door op basis van diverse

nulmetingen cijfers en percentages te koppelen aan de maatschappelijke resultaten. Opdrachtgeverschap Leidse regio Om deze visie en resultaten ook daadwerkelijk te kunnen realiseren willen de gemeenten in de Leidse regio hun opdrachtgeverschap anders invullen. Hiervoor zijn de rollen en verantwoordelijkheden van de gemeenten van onze maatschappelijke partners als volgt omschreven: Partnerschap We willen de jeugdhulp vormgeven vanuit partnerschap en onderling vertrouwen. Bij jeugdhulp gebaseerd op partnerschap kan iedereen meepraten en -denken. Tellen en vertellen Sturen op resultaat vereist de juiste informatie op het juiste moment. De gemeenten in de Leidse regio streven naar een gezonde balans tussen tellen én vertellen. Hierom vullen we kwantitatieve gegevens aan met kwalitatieve gegevens, bijvoorbeeld ervaringen van jeugdigen en ouders over de hulp en ondersteuning. Inhoudelijke opdracht en stabiliteit De inhoudelijke resultaten en de manier van sturen en verantwoorden worden vastgelegd in meerdere inhoudelijke opdrachten: de opdracht aan de gemeentelijke Toegang 2021 en het Programmaplan zorgaanbod jeugdhulp Leidse regio. Dit zijn de volgende stappen in het proces van de doorontwikkeling jeugdhulp in de Leidse regio. Hiermee willen we de stap zetten van transitie naar transformatie.

Bij het verlenen van de opdrachten proberen we zo veel mogelijk stabiliteit te creëren voor maatschappelijke partners. Zoals geschetst hebben de gemeenten in de Leidse regio flinke ambities ten aanzien van jeugdhulp. Maatschappelijke partners staan voor de uitdaging om deze ambities in samenwerking met gemeenten te realiseren. Hier is stabiliteit voor nodig. De gemeenten willen een betrouwbare opdrachtgever zijn en de stabiliteit bij aanbieders zo veel mogelijk stimuleren, bijvoorbeeld door een langere contractduur te realiseren. Privacy Gemeenten en jeugdhulpaanbieders zijn gehouden aan de bestaande wet- en regelgeving over de bescherming van persoonsgegevens en over het uitwisselen van gegevens over de jeugdige en/of ouders. O.a. in de Grondwet art.10 en 11, de Wet Bescherming Persoonsgegevens (WBP), Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst en Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg. Omdat deze wetgeving bestaat, geeft deze verordening geen extra regels. Gemeenten maken in contracten met jeugdhulpaanbieders wel afspraken met aanbieders dat zij zich houden aan de geldende wet en regelgeving over privacy. Daarnaast onderzoeken gemeenten of regionaal privacyprotocol/beleid wenselijk is. Opbouw van de conceptverordening De Jeugdwet en het vastgestelde Beleidsplan Hart voor de Jeugd geven de kaders voor deze verordening. Er is gestreefd naar een opzet van

Privacy Gemeenten en jeugdhulpaanbieders zijn gehouden aan de bestaande wet- en regelgeving over de bescherming van persoonsgegevens en over het uitwisselen van gegevens over de jeugdige en/of ouders. O.a. in de Grondwet art.10 en 11, de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG), Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst en Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg. Omdat deze wetgeving bestaat, geeft deze verordening geen extra regels. Gemeenten maken in contracten met jeugdhulpaanbieders wel afspraken met aanbieders dat zij zich houden aan de geldende wet en regelgeving over privacy. Daarnaast is door de gemeenten een regionaal privacy-protocol-jeugdhulpleiden opgesteld.

de verordening die leesbaar en overzichtelijk is voor jeugdigen en ouders met een hulpvraag, voor het jeugd- en gezinsteam, en voor de betrokken artsen en gespecialiseerde hulpverleners. De verordening geeft daarom een totaal beeld van de toeleiding en toegang naar jeugdhulpvoorzieningen. Dit maakt dat op onderdelen is gekozen voor de uitgebreide variant van de keuzemogelijkheden die de VNG modelverordening biedt. Ook is de conceptverordening zo veel mogelijk opgebouwd in de volgorde van handelen in geval van een jeugdhulpvraag. De volgorde is daarom niet helemaal gelijk aan die van de VNG modelverordening. De werkgroep meent dat dit ten goede is gekomen aan de leesbaarheid en de overzichtelijkheid van de verordening. De verordening start met een de algemene bepalingen. Als eerste worden de begrippen genoemd die niet in de Jeugdwet voorkomen. Daarnaast wordt duidelijk gemaakt dat het jeugden gezinsteam er is en dat dit team enerzijds jeugdhulp verleend en anderzijds toegang kan verlenen tot individuele jeugdhulpvoorzieningen. Hoofdstuk 2 beschrijft vervolgens welke jeugdhulpvoorzieningen er zijn, de vrij toegankelijke en individuele jeugdhulpvoorzieningen. Hoofdstuk 3 beschrijft de behandeling van jeugdhulpvragen in het jeugd- en gezinsteam. Het jeugd- en gezinsteam kijkt daarbij ook of een aanvraag voor een individuele voorziening nodig is.

Hoofdstuk 4 beschrijft hoe de besluitvorming voor een individuele voorziening verloopt. De regels voor het persoonsgebonden budget staan in hoofdstuk 5. Hoofdstuk 6 gaat over andere manieren van toegang tot individuele jeugdhulpvoorzieningen, namelijk via verwijzing van een arts, via het gedwongen kader en in spoedeisende gevallen. Tot slot worden de overige bepalingen behandeld in hoofdstuk 7, dit zijn als het ware de spelregels. Aanvankelijk waren er een aantal artikelen in de verordening opgenomen waar een keuze in gemaakt kon worden om ze wel of niet op te nemen. Het gaat hier om de artikelen over jeugdhulp bij een kinderbeschermingsmaatregel en reclassering, jeugdhulp in spoedeisende gevallen, de klachtregeling en vertrouwenspersoon. Aangezien er in de inspraak positief is geadviseerd over het wel opnemen van deze artikelen is uitleg hiervan in de toelichting nu achterwege gelaten. Het zijn artikelen die voor de jeugdige en/of de ouders informatief zijn. Zij worden echter ook in de wet geregeld.

Opbouw van de conceptverordening De verordening start met de algemene bepalingen. Als eerste worden de begrippen genoemd die niet in de Jeugdwet voorkomen. Daarnaast wordt duidelijk gemaakt dat het Jeugdteam er is en dat dit team enerzijds jeugdhulp verleend en anderzijds toegang kan verlenen tot individuele jeugdhulpvoorzieningen. Hoofdstuk 2 beschrijft vervolgens welke jeugdhulpvoorzieningen er zijn, de vrij toegankelijke en individuele jeugdhulpvoorzieningen. Hoofdstuk 3 beschrijft de behandeling van jeugdhulpvragen in het Jeugdteam. Het Jeugdteam kijkt daarbij ook of een aanvraag voor een individuele voorziening nodig is. Hoofdstuk 4 beschrijft hoe de besluitvorming voor een individuele voorziening verloopt. De regels voor het persoonsgebonden budget staan in hoofdstuk 5. Hoofdstuk 6 gaat over andere manieren van toegang tot individuele jeugdhulpvoorzieningen, namelijk via verwijzing van een arts, via het gedwongen kader en in spoedeisende gevallen. Tot slot worden de overige bepalingen behandeld in hoofdstuk 7, dit zijn als het ware de spelregels. Aanvankelijk waren er een aantal artikelen in de verordening opgenomen waar een keuze in gemaakt kon worden om ze wel of niet op te nemen. Het gaat hier om de artikelen over jeugdhulp bij een kinderbeschermingsmaatregel en reclassering, jeugdhulp in spoedeisende gevallen, de klachtregeling en vertrouwenspersoon.

Het zijn artikelen die voor de jeugdige en/of de ouders informatief zijn. Zij worden echter ook in de wet geregeld.

Artikelsgewijze toelichting

Artikelsgewijze toelichting

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1. Begripsbepalingen In artikel 1 worden de begrippen gedefinieerd die cruciaal zijn voor het begrip van deze verordening en die niet in de Jeugdwet staan. De begrippen uit de Jeugdwet zijn niet in de verordening opgenomen om de verordening niet te lang te

Artikel 1. Begripsbepalingen In artikel 1 worden de begrippen gedefinieerd die cruciaal zijn voor het begrip van deze verordening en die niet in de Jeugdwet staan. De begrippen uit de Jeugdwet zijn niet in de verordening opgenomen om de verordening niet te lang te maken. Ze staan wel in de bijlage van deze toelichting.

maken. Ze staan wel in de bijlage van deze toelichting. Het beleidsplan ‘Hart voor de Jeugd’ is het regionaal opgestelde beleidsplan binnen de regio Holland Rijnland. In de verordening wordt hier naar verwezen omdat het toekomstmodel hier onderdeel van uit maakt. Wanneer het beleidsplan wordt gewijzigd, zal daarna ook de verordening worden aangepast.

• • •

In deze verordening worden drie typen jeugdhulpvoorzieningen onderscheiden: vrij toegankelijke jeugdhulpvoorzieningen individuele jeugdhulpvoorzieningen andere jeugdhulpvoorzieningen In deze verordening worden ‘overige voorzieningen’ weergegeven als vrij toegankelijke jeugdhulpvoorzieningen. Individuele voorzieningen en overige voorzieningen als genoemd in artikel 2.9, onder a. van de wet zijn centrale begrippen. Omdat de wet hiervoor de ruimte biedt, zijn zij in deze verordening nader gedefinieerd. De definitie van ‘andere voorziening’ betreft de voorziening als bedoeld in artikel 2.9, onder b. van de wet. Het gaat om voorzieningen op grond van andere wetten dan de Jeugdwet. Bijvoorbeeld de jeugdgezondheidszorg die door jeugdartsen en verpleegkundigen wordt geboden op scholen en in het Centrum voor Jeugd en Gezin in het kader van de Wet publieke gezondheid. De ‘jeugdhulpvraag’ is in termen van deze verordening, ongeacht of er feitelijk al eerder contact met het gezin is geweest, het contact van jeugdigen of ouders met het jeugd- en gezinsteam (in de praktijk is dit degene die namens het college optreedt) op basis waarvan zij toegang tot jeugdhulpvoorzieningen verzoeken.

Het beleidsplan ‘Hart voor de Jeugd’ is het regionaal opgestelde beleidsplan binnen de regio Holland Rijnland. In de verordening wordt hier naar verwezen omdat het toekomstmodel hier onderdeel van uit maakt. Omdat het beleidsplan is geactualiseerd in Koersdocument doorontwikkeling Jeugdhulp Leidse Regio- Samen Sterk voor de Toekomst van Jeugdhulp, is ook de verordening aangepast. In deze verordening worden drie typen jeugdhulpvoorzieningen onderscheiden: - vrij toegankelijke jeugdhulpvoorzieningen - individuele jeugdhulpvoorzieningen - andere jeugdhulpvoorzieningen. In deze verordening worden ‘overige voorzieningen’ weergegeven als vrij toegankelijke jeugdhulpvoorzieningen. Individuele voorzieningen en overige voorzieningen als genoemd in artikel 2.9, onder a. van de wet zijn centrale begrippen. Omdat de wet hiervoor de ruimte biedt, zijn zij in deze verordening nader gedefinieerd. In deze verordening worden ‘overige voorzieningen’ weergegeven als vrij toegankelijke jeugdhulpvoorzieningen. Individuele voorzieningen en overige voorzieningen als genoemd in artikel 2.9, onder a. van de wet zijn centrale begrippen. Omdat de wet hiervoor de ruimte biedt, zijn zij in deze verordening nader gedefinieerd. De definitie van ‘andere voorziening’ betreft de voorziening als bedoeld in artikel 2.9, onder b. van de wet. Het gaat om voorzieningen op grond van andere wetten dan de Jeugdwet.

Bijvoorbeeld de jeugdgezondheidszorg die door jeugdartsen en verpleegkundigen wordt geboden op scholen en in het Centrum voor Jeugd en Gezin in het kader van de Wet publieke gezondheid. De ‘jeugdhulpvraag’ is in termen van deze verordening, ongeacht of er feitelijk al eerder contact met het gezin is geweest, het contact van jeugdigen of ouders met het Jeugdteam (in de praktijk is dit degene die namens het college optreedt) op basis waarvan zij toegang tot jeugdhulpvoorzieningen verzoeken. ‘Eigen kracht’ kan verschillende zaken inhouden, zoals: het aanspreken van een aanvullende verzekering om (ten dele) in de kosten te voorzien; het inzetten van vrijwilligers of mensen uit het sociale netwerk; mogelijkheden van de ouder zelf. Ouders moeten gemotiveerd aangeven waarom en waardoor ze vast lopen aan de hand van voorbeelden. Nadat de noodzakelijke hulp voor het gezin in kaart is gebracht door het college, moet worden onderzocht of en in hoeverre de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de ouder(s) en van het sociale netwerk toereikend zijn om zelf de nodige hulp en ondersteuning te kunnen bieden. Dit wordt vermeld in het gezinsplan. Van ouders/verzorgers wordt verwacht dat zij ondersteunen bij de activiteiten die de jeugdige niet kan uitvoeren. Hulp en ondersteuning kan worden ingezet wanneer dit de eigen draagkracht overstijgt.

Eigen kracht van ouders is leidend. Wanneer er problemen zijn in het voldoende kunnen ondersteunen en begeleiden van de jeugdigen, wordt onderzocht of het gezin dit tekort op eigen kracht, dat wil zeggen zonder een (jeugdhulp)voorziening, aan kan. Hiervoor wordt een afwegingskader gehanteerd dat gebaseerd is op de zelfredzaamheid van de jeugdige en de draagkracht en draaglast verhouding bij de ouders eventueel met inzet van personen uit het sociaal netwerk. Bij voldoende eigen kracht wordt geen individuele jeugdhulpvoorziening afgegeven; ook niet in de vorm van een PGB. Inzet van het sociaal netwerk valt in principe onder eigen kracht. Als iemand uit het sociaal netwerk vanuit de PGB de ondersteuning gaat bieden, moet dat gepaard gaan met een wijziging in de bestaande situatie omdat blijkt dat de huidige de inzet van het sociale netwerk ontoereikend is. Er is dus extra inzet nodig. De inzet van het sociaal netwerk is aantoonbaar beter, het belang van het kind staat centraal. Persoon uit sociaal netwerk kan zorgen voor: zorgcontinuïteit: permanent toezicht; emotionele binding: er is sprake van een vertrouwd persoon, die een emotionele band met het kind heeft, dat bijdraagt aan de effectiviteit van de ondersteuning/hulp; efficiëntie: het combineren van taken die anders door meerdere professionals op verschillende tijdstippen/locaties worden uitgevoerd.

Bij de beoordeling of de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de jeugdige of zijn ouders, eventueel met steun van het sociaal netwerk, toereikend zijn om zelf de gevraagde jeugdhulp te bieden, wordt rekening gehouden met: - de benodigde ondersteuningsintensiteit van de jeugdig; - de duur daarvan de mogelijkheden van de jeugdige of zijn ouders; - de draagkracht en de belastbaarheid van de ouders; - de samenstelling van het gezin en de woonsituatie; - het belang van de ouders om te voorzien in een inkomen; - de mogelijkheden en de bereidheid van het sociale netwerk om de jeugdige of zijn ouders te ondersteunen; - bij gescheiden ouders, zijn beide ouders met gezag verantwoordelijk voor het bieden van ondersteuning. Gemeenten volgen de landelijke ontwikkelingen en landelijke wet-en regelgeving bij mogelijkheden voor toepassen van de financiële bijdragen van ouder(s) en/of verzorger(s) bij inzet van de individuele jeugdhulpvoorziening. Sociaal netwerk: Zorgprofessionals zonder BIG registratie, ZZP-ers en freelancers vallen als zodanig onder professionals en niet onder het sociaal netwerk Het ‘gezinsplan’ is een hulpverleningsplan als bedoeld in de wet.

Het ‘gezinsplan’ is een hulpverleningsplan als bedoeld in de wet.

De definitie van ‘pgb’ is opgenomen omdat de afkorting pgb in het spraakgebruik inmiddels meer is ingeburgerd dan voluit ‘persoonsgebonden budget’.

De definitie van ‘pgb’ is opgenomen omdat de afkorting pgb in het spraakgebruik inmiddels meer is ingeburgerd dan voluit ‘persoonsgebonden budget’.

Onder ‘triage’ verstaan we de stappen die gezet worden bij screening, integrale vraagverheldering en diagnostiek. Hierbij wordt de volledige situatie van de jeugdige en het gezin in beeld gebracht. Het gaat hier om het in beeld brengen van de hulpvraag, maar ook om de rol die betrokkenen (kunnen) spelen, factoren die invloed hebben op de ontwikkeling van de jeugdige en het functioneren van de jeugdige thuis, op school of werk en in de vrije tijd. Professionals van de gemeentelijke toegang kijken hierbij naar alle levensgebieden die invloed hebben op het welzijn en de ontwikkeling van het kind. Het ‘jeugd- en gezinsteam’ is het middelpunt in het Toekomstmodel van Holland Rijnland (zie figuur hierboven). De teams moeten een cruciale rol vervullen bij het verhogen van de kwaliteit van de jeugdhulp en de vermindering van het gebruik van (zware) specialistische voorzieningen. De expertise van diverse soorten ambulante jeugdhulp uit het huidige stelsel wordt in deze teams samengevoegd. Daarmee wordt het hulpaanbod doelmatiger en overzichtelijker: voor ouders, voor andere voorzieningen en voor de aansturing door de gemeenten.

Het ‘Jeugdteam Leidse Regio’ is het middelpunt in het Toekomstmodel van Holland Rijnland. De teams moeten een cruciale rol vervullen bij het verhogen van de kwaliteit van de jeugdhulp en de vermindering van het gebruik van (zware) specialistische voorzieningen. De expertise van diverse soorten ambulante jeugdhulp uit het huidige stelsel wordt in deze teams samengevoegd. Daarmee wordt het hulpaanbod doelmatiger en overzichtelijker: voor ouders, voor andere voorzieningen en voor de aansturing door de gemeenten. De gemeente bepaalt op welke scholen ‘Jeugdhulp op school’ mag worden ingezet. De school selecteert de jeugdhulpaanbieder die Jeugdhulp op school biedt. Jeugdhulp op school wordt ingezet ter vervanging, ter voorkoming of ter verkorting van ambulante individuele jeugdhulp, dagbehandeling of dagbesteding. De jeugdhulp is aanvullend op de basisondersteuning die de school biedt vanuit de wet Passend Onderwijs en richt zich op het verminderen, stabiliseren, behandelen of omgaan met problemen. De Jeugdhulp op school is individueel en/of in groepsaanbod beschikbaar, afhankelijk van de jeugdhulpvragen van de school. Voor de inzet van deze vorm van jeugdhulp is een toeleiding vereist door de vaste contactpersoon van het Jeugdteam op de school, in afstemming met het zorgteam.

De inzet van de Jeugdhulp op school is gekoppeld aan het behalen van de doelen, zoals geformuleerd in het Ontwikkelingsperspectiefplan (OPP) of begeleidingsplan. De jeugdhulpaanbieder werkt volgens een gezamenlijk werkproces voor de inzet van jeugdhulp op school dat gemeenten, onderwijs en de jeugdhulpaanbieder uiterlijk 1 september 2022 hebben afgestemd. Wanneer ook hulp in de thuissituatie nodig is stemt jeugdhulpaanbieder dit plan af met het gezinsplan (1G1P). Waar mogelijk biedt jeugdhulpaanbieder de ondersteuning ook thuis. Gemeenten bepalen de omvang van het aanbod vooraf.

Het aantal definities van artikel 1 is beperkt, aangezien de wet al een flink aantal definities kent die ook bindend zijn voor deze verordening. Deze wettelijke definities zijn dan ook niet nogmaals opgenomen in deze verordening. Dit zou overbodig zijn en bovendien voor verwarring kunnen zorgen als er bijvoorbeeld door een latere wetswijziging een verschil zou ontstaan tussen de omschrijving in de verordening en de wettelijke omschrijving. Voor de goede orde is in bijlage 1

De ‘regiefunctie professional’ op het hulpverleningsproces: wanneer er zorgen zijn in een gezin over meerdere leefgebieden is het vaak nodig om een regisseur aan te wijzen. Volgens de werkwijze ‘één gezin, één plan, één regisseur’ kan dit de jeugdige, een familielid, een goede vriend of een professional zijn. Bij complexe casuïstiek wordt de regiefunctie bij voorkeur ingevuld door een professional. Het aantal definities van artikel 1 is beperkt tot de definities die niet zijn opgenomen in de Jeugdwet, aangezien de wet al een flink aantal definities kent die ook bindend zijn voor deze verordening. Dit zou overbodig zijn en bovendien voor verwarring kunnen zorgen als er bijvoorbeeld door een latere wetswijziging een verschil zou ontstaan tussen de omschrijving in de verordening en de wettelijke omschrijving.

van deze toelichting de begripsbepaling van artikel 1.1 van de Jeugdwet gevoegd. Artikel 2. Jeugd- en gezinsteam In het Beleidsplan Hart voor de Jeugd is vastgesteld dat de gemeente de jeugdhulp regelt via het jeugd- en gezinsteam.

Artikel 2. Jeugdteam Leidse Regio In het Beleidsplan Hart voor de Jeugd en Koersdocument Samen sterk voor de Jeugd(hulp) is vastgesteld dat de gemeente de jeugdhulp regelt via het jeugd- en gezinsteam. Met ingang van 1 juli 2021 dragen deze teams in de Leidse regio de naam Jeugdteams Leidse Regio (Jeugdteams)

Lid 1 bevat de opdracht aan het college om zorg te dragen voor een functionerend jeugd- en gezinsteam. Dit team is één van de elementen van het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG). Het tweede lid beschrijft de taken van het jeugd- en gezinsteam in het bieden van jeugdhulp, namelijk het verlenen van consultatie en advies, basisdiagnostiek, ambulante hulp en zorgcoördinatie. In lid 3 staat dat het college de jeugdhulpverleners van het jeugd- en gezinsteam mandateert om individuele jeugdhulpvoorzieningen te verstrekken. Genoemd wordt dat dit kan wanneer zij daartoe gemandateerd worden door het college. Dit mandaat wordt niet in deze verordening geregeld, het college neemt daarover een apart besluit.

Lid 1 bevat de opdracht aan het college om zorg te dragen voor een functionerend Jeugdteam. Dit team is één van de partners in het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG). Het tweede lid beschrijft op hoofdlijnen de taken van het Jeugdteam. In lid 3 staat dat het college de jeugdhulpverleners van het Jeugdteam mandateert om individuele jeugdhulpvoorzieningen te verstrekken. Genoemd wordt dat dit kan wanneer zij daartoe gemandateerd worden door het college. Dit mandaat wordt niet in deze verordening geregeld, het college neemt daarover een apart besluit.

Hoofdstuk 2. Vrij toegankelijke en individuele jeugdhulpvoorzieningen

Hoofdstuk 2. Vrij toegankelijke en individuele jeugdhulpvoorzieningen

Artikel 3. Vrij toegankelijke jeugdhulpvoorzieningen Artikel 3 en 4 zijn een nadere uitwerking van artikel 2.9, onder a, van de Jeugdwet, waarin is bepaald dat de gemeenteraad bij verordening regels stelt over de door het college te verlenen individuele voorzieningen en overige voorzieningen, in onze verordening de individuele en vrij toegankelijke jeugdhulpvoorzieningen genoemd. Uit de Memorie van Toelichting bij artikel 2.9 komt naar voren dat de burger recht heeft op een duidelijk beeld van het aanbod van de voorzieningen binnen de gemeente. In deze artikelen stelt de raad daarvoor de kaders, en noemt dat het college later voor uitvoering nadere regels kan opstellen.

Artikel 3. Vrij toegankelijke jeugdhulpvoorzieningen Artikel 3 en 4 zijn een nadere uitwerking van artikel 2.9, onder a, van de Jeugdwet, waarin is bepaald dat de gemeenteraad bij verordening regels stelt over de door het college te verlenen individuele voorzieningen en overige voorzieningen, in onze verordening de individuele en vrij toegankelijke jeugdhulpvoorzieningen genoemd. Uit de Memorie van Toelichting bij artikel 2.9 komt naar voren dat de burger recht heeft op een duidelijk beeld van het aanbod van de voorzieningen binnen de gemeente. In deze artikelen stelt de raad daarvoor de kaders, en noemt dat het college later voor uitvoering nadere regels kan opstellen.

Artikel 3 regelt de jeugdhulpvoorzieningen die vrij toegankelijk zijn. Dit betekent dat een jeugdige/ ouders uit de jeugdhulpregio Holland Rijnland hier

Lid 4. Professionals van het Jeugdteam nemen initiatief om aanwezig te zijn op vindplaatsen van de doelgroep en werken outreachend: bijvoorbeeld in de wijk, op school, bij de kinderopvang en bij de huisarts als Praktijkondersteuner Jeugd (POH-J) en ze zoeken hen actief op. Het jeugdteam Leidse regio werkt daardoor goed samen met de maatschappelijke partners. Problemen worden dankzij deze samenwerking eerder gesignaleerd en kunnen eerder worden aangepakt. Ook voor professionals buiten de gemeentelijke toegang is het duidelijk bij wie ze terecht kunnen bij vragen over een jeugdige of gezin. Daarnaast neemt de gemeentelijke toegang in gevallen waarin noodzaak daartoe bestaat, initiatief tot het leggen van contact met jeugdige en gezinnen en kan een hulpaanbod geboden worden ook als het de jeugdige of ouder niet lukt een hulpvraag te formuleren, zoals bij veiligheidscasuïstiek. Hiertoe weegt de professional van het jeugdteam Leidse regio na een melding of signaal door derden zorgvuldig af of de problematiek ernstig genoeg is om een pro-actieve aanpak of het uitwisselen van informatie tussen hulpverleners te legitimeren.

Artikel 3 regelt de jeugdhulpvoorzieningen die vrij toegankelijk zijn. Dit betekent dat een jeugdige/ ouders uit de jeugdhulpregio Holland Rijnland hier gebruik van kunnen maken zonder dat hiervoor een toegangsbeslissing van de gemeente of verwijzing van een arts zoals genoemd in artikel 17 noodzakelijk is. De in deze verordening genoemde vrij toegankelijke jeugdhulpvoorzieningen worden in de Jeugdwet

• • • • • • •

gebruik van kunnen maken zonder dat hiervoor een toegangsbeslissing van de gemeente of verwijzing van een arts zoals genoemd in artikel 17 noodzakelijk is. De in deze verordening genoemde vrij toegankelijke jeugdhulpvoorzieningen worden in de Jeugdwet `overige voorzieningen` genoemd. Gemeenten in Holland Rijnland sluiten bij hun keuze voor de vrij toegankelijke jeugdhulpvoorzieningen aan bij het Beleidsplan Hart voor de Jeugd. De vrij toegankelijke jeugdhulpvoorzieningen zijn: de basisvoorzieningen (pijler 2) en de jeugd- en gezinsteams (pijler 3). Het jeugd- en gezinsteam verleent consultatie en advies, basisdiagnostiek, ambulante hulp en zorgcoördinatie. Lid 2 van artikel 3 geeft aan dat het college in nadere regels een aantal individuele jeugdhulpvoorzieningen alsnog aanwijst als vrij toegankelijk of andersom. Zie verder ook het algemene deel van de toelichting, waar het toekomstmodel voor de jeugdhulp wordt beschreven.

`overige voorzieningen` genoemd. Gemeenten in Holland Rijnland sluiten bij hun keuze voor de vrij toegankelijke jeugdhulpvoorzieningen aan bij het Beleidsplan Hart voor de Jeugd. De vrij toegankelijke jeugdhulpvoorzieningen zijn de eerste lijnsvoorzieningen: deze professionals bieden vrij toegankelijke jeugdhulp; dit betreft hulp en ondersteuning (ambulante hulpverlening) aan jeugdige en/of het gezin. Generalisten in de eerste lijn zijn in staat om de basisvoorzieningen uit het voorliggend veld te versterken met advies en consultatie. Ze kunnen veel voorkomende vragen van jeugdigen en ouders helpen beantwoorden met lichte jeugdhulp en ondersteuning. Dit voorkomt doorverwijzing naar de zwaardere specialistische jeugdhulp.

Artikel 4. Individuele jeugdhulpvoorzieningen De individuele jeugdhulpvoorzieningen zijn de voorzieningen die vallen onder specialistische hulp (pijler 4), zoals genoemd in het Beleidsplan Hart voor de Jeugd. Dit zijn onder andere: Generalistische Basis GGZ Jeugd; Specialistische GGZ Jeugd; Gespecialiseerde jeugdhulp kinderen en jongeren met een beperking; Gesloten jeugdhulp; Jeugdbescherming; Jeugdreclassering; 24 uur zorg Jeugd en Opvoedhulp; Zie verder ook het algemene deel van de toelichting, waar het toekomstmodel voor de jeugdhulp wordt beschreven.

Artikel 4. Individuele Jeugdhulpvoorzieningen Lid 1a. ‘Eigen kracht’ kan verschillende zaken inhouden, zoals: het aanspreken van een aanvullende verzekering om (ten dele) in de kosten te voorzien; het inzetten van vrijwilligers of mensen uit het sociale netwerk; mogelijkheden van de ouder zelf. Ouders moeten gemotiveerd aangeven waarom en waardoor ze vast lopen aan de hand van voorbeelden.

Het gaat om situaties waarin ernstige of complexe problemen zijn en waarvoor meer of andere hulp nodig is, dan waarin het jeugd- en gezinsteam kan voorzien. In dit geval is het nodig dat de jeugdige en/ouders een aanvraag indienen.

• • • •

Dit is specialistische jeugdhulp aan jeugdigen en ouders bij: problematische (gezins)situaties en/of psychiatrische stoornissen van de jeugdige en/of verslaving van de jeugdige en/of -

Lid 2 van artikel 3 geeft aan dat het college in nadere regels een aantal individuele jeugdhulpvoorzieningen alsnog aanwijst als vrij toegankelijk of andersom.

Nadat de noodzakelijke hulp voor het gezin in kaart is gebracht door het college, moet worden onderzocht of en in hoeverre de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de ouder(s) en van het sociale netwerk toereikend zijn om zelf de nodige hulp en ondersteuning te kunnen bieden. Dit wordt vermeld in het gezinsplan. Van ouders/verzorgers wordt verwacht dat zij ondersteunen bij de activiteiten die de jeugdige niet kan uitvoeren. Hulp en ondersteuning kan worden ingezet wanneer dit de eigen draagkracht overstijgt. Wanneer er problemen zijn in het voldoende kunnen ondersteunen en begeleiden van de jeugdigen, wordt onderzocht of het gezin dit tekort op eigen kracht, dat wil zeggen zonder een (jeugdhulp)voorziening, aan kan. Hiervoor wordt een afwegingskader gehanteerd dat gebaseerd is op de zelfredzaamheid van de jeugdige en de draagkracht en draaglast verhouding bij de ouders eventueel met inzet van personen uit het sociaal netwerk. Bij voldoende eigen kracht wordt geen individuele jeugdhulpvoorziening afgegeven; ook niet in de vorm van een PGB. Indien een vrij toegankelijke, algemene voorziening, passend is, maar de ouders en/of verzorgers kunnen of willen eventuele kosten voor of financiële bijdrage aan die vrij toegankelijke, algemene voorziening, niet dragen, dan is dat geen aanleiding om een individuele jeugdhulpvoorziening te treffen. Lid 4.

• • •

(licht) verstandelijke beperking van de jeugdige en/of zintuigelijke beperking van de jeugdige en/of lichamelijke beperking van de jeugdige en/of ernstige somatische aandoening van de jeugdige. Lid 2 van artikel 4 geeft aan dat het college in nadere regels een aantal individuele jeugdhulpvoorzieningen kan specificeren of alsnog kan aanwijzen als vrij toegankelijk. Beweegredenen daarvoor zouden kunnen zijn het verminderen van bureaucratie of omdat voorzieningen bij nader inzien toch niet specialistisch blijken te zijn.

Dit betreft de richtlijnen voor begeleiding (die al in werking zijn getreden) en de nog te ontwikkelen richtlijnen voor behandeling. De uitwerking hiervan wordt opgenomen in de nadere regels. Ontwikkeling van deze richtlijnen is een dynamisch proces, welke op verschillende momenten worden geëvalueerd, en mogelijk worden aangescherpt.

Hoofdstuk 3. Behandeling jeugdhulpvragen In dit hoofdstuk wordt uitgewerkt hoe de jeugdhulpregio Holland Rijnland de toeleiding naar jeugdhulp uitwerkt. In artikel 2.3 lid 1 van de Jeugdwet staat dat er deskundige toeleiding naar en advisering over jeugdhulpvoorzieningen beschikbaar moet zijn voor jeugdigen en ouders die jeugdhulpvragen hebben. Het gaat in dit hoofdstuk zowel over de vrij toegankelijke, als de individuele jeugdhulpvoorzieningen. Ook de afstemming met andere voorzieningen komt aan bod.

Hoofdstuk 3. Behandeling jeugdhulpvragen In dit hoofdstuk wordt uitgewerkt hoe de jeugdhulpregio Holland Rijnland de toeleiding naar jeugdhulp uitwerkt. In artikel 2.3 lid 1 van de Jeugdwet staat dat er deskundige toeleiding naar en advisering over jeugdhulpvoorzieningen beschikbaar moet zijn voor jeugdigen en ouders die jeugdhulpvragen hebben. Het gaat in dit hoofdstuk zowel over de vrij toegankelijke, als de individuele (specialistische) jeugdhulpvoorzieningen. Ook de afstemming met andere voorzieningen komt aan bod.

Artikel 5. Voorleggen jeugdhulpvraag

Het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) is een laagdrempelig inlooppunt waar ouders en jongeren terecht kunnen met hun vragen over gezondheid, opgroeien en opvoeden. Het CJG is er voor kleine en grote vragen. Het CJG biedt advies, ondersteuning en hulp op maat. Het CJG bestaat uit de jeugdgezondheidszorg, preventieve programma’s en projecten en het jeugd- en gezinsteam. Het eerste lid van dit artikel beschrijft dat de jeugdige / de ouder zich rechtstreeks bij het jeugd- en gezinsteam kan melden. Dat kan in het fysieke CJG, via de website of bijvoorbeeld als de hulpverlener van het jeugd- en gezinsteam aanwezig is op een school. Jeugdigen en ouders kunnen ook op andere manieren contact met het

Artikel 5. Voorleggen jeugdhulpvraag Jeugdigen en gezinnen kunnen meerdere routes bewandelen als ze een hulpvraag hebben. Hoe een route eruit ziet, verschilt per gezin en is van vele factoren afhankelijk; bijvoorbeeld waar de vraag of het signaal binnenkomt, wie de melding doet en de specifieke situatie van een kind of gezin. Dit kan bijvoorbeeld bij een huisarts en de Praktijkondersteuner Jeugd, de kinderopvang, het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG), Veilig Thuis of een leraar zijn, fysiek, digitaal of telefonisch. Een melding hoeft niet altijd door de jeugdige of het gezin zelf gedaan te worden. Professionals of inwoners hebben de mogelijkheid om hun zorgen te uiten over iemand of een situatie. In dit laatste geval kijkt de medewerker het Jeugdteam altijd samen met de melder hoe het beste toegang tot de jeugdige of het gezin verkregen kan worden, en wordt zoveel mogelijk samen met de melder opgetrokken. Iedere route kent in ieder geval drie fasen: de vraag of het signaal, de triage en het vervolg. Het Centrum voor Jeugd en Gezin is een laagdrempelig inlooppunt waar ouders en jongeren terecht kunnen met hun vragen over gezondheid, opgroeien en opvoeden. Het CJG is er voor kleine en grote vragen. Het CJG biedt advies, ondersteuning en hulp op maat. Het CJG bestaat uit de jeugdgezondheidszorg, preventieve programma’s en projecten en het Jeugdteam.

Het eerste lid van dit artikel beschrijft dat de jeugdige / de ouder zich rechtstreeks bij het Jeugdteam kan melden. Dat kan in het fysieke CJG, via de website of bijvoorbeeld als de hulpverlener van het Jeugdteam aanwezig is op een school. Jeugdigen en ouders kunnen ook op andere manieren contact met het CJG hebben en stellen daar hun vragen over opgroeien en opvoeden. Dat kan zijn tijdens het contact met de jeugdgezondheidszorg, via de websites van het CJG,

CJG hebben en stellen daar hun vragen over opgroeien en opvoeden. Dat kan zijn tijdens het contact met de jeugdgezondheidszorg, via de websites van het CJG, chatspreekuren, cursussen of informatieavonden. Als de vraag een jeugdhulpvraag betreft, die niet binnen het de jeugdgezondheidszorg of preventieve projecten van het CJG kan worden afgehandeld, zal de medewerker van het CJG de jeugdige en/of de ouders begeleiden naar het jeugd- en gezinsteam. Lid 2 van artikel 5 is opgenomen om aan te sluiten bij het toekomstmodel dat in het Beleidsplan Hart voor de Jeugd is geschetst. Basisvoorzieningen zijn een onlosmakelijk en integraal onderdeel van dit toekomstmodel. Jeugdigen en ouders krijgen op deze manier overzicht van waar zij terecht kunnen met een jeugdhulpvraag. Om te voorkomen dat het beeld ontstaat dat een arts niet ook zelf kan verwijzen naar een individuele jeugdhulpvoorziening, wordt een verwijzing gemaakt naar artikel 15. Artikel 6. Afspraak voor gesprek over jeugdhulpvraag Dit artikel beschrijft het maken van een afspraak voor een gesprek tussen de jeugdige en/of de ouders en het jeugd- en gezinsteam en de voorbereiding op het gesprek. Het gesprek vindt plaats met één of meer hulpverleners van het jeugd- en gezinsteam. Een aantal aspecten van dit artikel vragen om een toelichting.

Lid 1 bepaalt dat het jeugd- en gezinsteam in overleg met de jeugdige en zijn ouders alle voor het gesprek noodzakelijk en toegankelijke gegevens verzamelt. Deze gegevens verzameling kan ook tijdens het gesprek plaatsvinden als door vraagverheldering alle relevante informatie vergaard wordt om een volledig beeld van de jeugdhulpvraag te krijgen. Als het zinvol is gegevens bij derden op te vragen zal altijd eerst toestemming worden gevraagd aan de jeugdige en/of zijn ouders. Uiteraard geldt dit ook voor medische gegevens, zo wordt rekening gehouden met het medisch beroepsgeheim en het recht op privacy. Lid 1 benoemt ook dat het maken van een afspraak zo snel als mogelijk gebeurt. Hierbij wordt geen tijdslimiet genoemd omdat dit tot onnodige regelgeving leidt. Wel wordt duidelijk gemaakt dat het jeugd- en gezinsteam alert moet zijn op onnodige vertraging in de procedure. Lid 2 beschrijft dat het jeugd- en gezinsteam de jeugdige en/of de ouders informeert over de procedure, rechten en plichten. Wanneer persoonsgegevens nodig zijn, zal de hulpverlener van het jeugd- en gezinsteam om toestemming vragen om deze te registreren. Op de registratie van persoonsgegevens is de Wet bescherming persoonsgegevens van toepassing. Lid 3 beschrijft dat de hulpverlener van het jeugd- en gezinsteam en de jeugdige en/of de ouders ook kunnen afzien van een gesprek.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10703663/1