210093 bijlage 1 Raadsvoorstel Vaststelling programmabegroting 2022 - 2025
Tekst van het document
Uit overwegingen van kwaliteit, continuïteit en efficiency is het gewenst om samenwerking te vinden bij beleidsvoorbereiding, heffing en invordering van waterschappen en gemeentelijke belastingen, bij uitvoering van de Wet waardering onroerende zaken en bij het beheer en de uitvoering van vastgoedinformatie.
Kansen
De toename van het aantal deelnemers kan leiden tot vermindering van de kwetsbaarheid, verlaging van de kosten en verbetering van de kwaliteit van de BSGR.
Risico's (top 3)
■ ■
■
Toename van het aantal bezwaren door no-cure-no-pay bureau’s leidt tot hogere kosten. Project “Van inhoud / bruto vloeroppervlakte naar gebruiksoppervlakte bij woningen”. Op dit moment vindt taxatie plaats naar inhoud. Echter, de markt communiceert op basis van gebruiksoppervlakte en de BAG beheert de gebruiksoppervlakte. Indien ook taxatie gebaseerd wordt op oppervlakte is er sprake van eenmalig inwinnen van informatie en deze meervoudig gebruiken. Door de druk van kostprijsproductie en verdergaande ontwikkelingen in de werkzaamheden, waarbij voor de individuele medewerker een verschuiving plaatsvindt van data-entry naar meer inzicht en analytische vaardigheden, is voortzetting van het maken van een kwaliteitsslag met het personeel noodzakelijk.
Belangrijkste doelstellingen / prestaties en opgaven 2022
Transparanter proces rondom waardebepaling.
Belangrijkste bestuurlijke mijlpalen 2022
De raad krijgt jaarlijks, op grond van artikel 35 van de Wet gemeenschappelijke regelingen, de mogelijkheid om een zienswijze in te dienen op de ontwerpbegroting. In 2022 staan de volgende bestuurlijke mijlpalen gepland: ■ Zienswijze Programmabegroting 2023 (mei 2022)
Bijdrage 2022
€ 2.045 miljoen
Voor eigenaarsrol, zie paragraaf verbonden partijen
Kaderstellende beleidsstukken ■ Visie op Dienstverlening 2016 (RV 15.0137) ■ Beleidskader Verbonden Partijen 2018 (RV 17.0101) ■ Ambtelijke herhuisvesting 2020: Samenwerking met de stad (RV 15.0025)
Beleidsbegroting | 37
Programmakosten Bestuur en dienstverlening bedragen x € 1.000,-
Rekening 2020
Begroting 2021
Begroting 2022
Lasten
11.754
12.258
Baten
-87
Meerjarenraming 2023
2024
2025
12.168
10.886
10.846
8.981
-165
-175
-168
-168
-168
11.667
12.093
11.994
10.718
10.679
8.814
Lasten
8.355
7.180
6.990
6.990
6.977
7.033
Baten
-1.950
-2.042
-1.913
-1.913
-1.913
-1.913
6.405
5.138
5.077
5.077
5.064
5.120
Lasten
20.109
19.438
19.158
17.876
17.823
16.014
Baten
-2.037
-2.206
-2.088
-2.081
-2.081
-2.081
18.072
17.231
17.070
15.795
15.742
13.934
Toevoeging
286
210
151
152
152
152
Onttrekking
-3.077
-3.309
-3.254
-2.051
-2.041
-176
Mutaties reserves
-2.791
-3.099
-3.102
-1.900
-1.890
-25
Resultaat
15.281
14.132
13.968
13.896
13.853
13.909
Bestuur
Saldo Dienstverlening
Saldo Programma
Saldo van baten en lasten Reserves
Budgettaire ontwikkelingen De daling van de lasten en/of de stijging van de baten worden onder andere veroorzaakt door de indexering van budgetten, doorrekening van de kostenverdeelstaat en de kapitaallasten die zijn berekend vanuit het meerjareninvesteringsplan 2022-2025. Beleidswijzigingen met financiële consequenties worden hierna per beleidsterrein toegelicht. Beleidsterrein Bestuur Er waren in 2021 incidentele lasten geraamd van circa € 0,3 miljoen in 2021 voor het organiseren van de landelijke verkiezingen en het referendum over het Roomburgerpark. Voor de raad is de werkdruk aanmerkelijk toegenomen door de decentralisaties, complexere maatschappelijke vraagstukken, de aandacht die de belanghebbenden vragen, de grote informatiestromen en de vele en langer vergadering lokaal en regionaal. Deze toename van de werkdruk zie je daardoor ook bij de griffie. Zeker omdat de raad intensief gebruikt van de ondersteuning en advisering door de griffie. In de afgelopen twee jaar is gekozen voor een incidentele uitbreiding van de formatie. Het presidium heeft aangegeven het noodzakelijk te vinden deze nu om te zetten in een structurele uitbreiding vanaf 2022. Hier ontstaat een griffie, die beter toegerust is voor het huidige takenpakket en klaar is voor de nieuwe raadsperiode. Het gaat om twee functionarissen. Een plv.
griffier/raadsadviseur, vooral gericht op de meer strategische advisering en (inhoudelijke) ondersteuning van de raad, en een derde medewerker bureau griffie, vooral gericht op de administratieve en organisatorische ondersteuning van de raad. Totaal gaat het om een bedrag van € 183.000. Beleidsterrein Dienstverlening De baten nemen met € 0,1 miljoen af door lagere legesinkomsten rijbewijzen vanaf 2022 (kaderbief 2021-2025). De lasten nemen per saldo met € 0,2 miljoen af. In 2021 zijn incidentele budgetten geraamd voor digitalisering van de bouwdossiers (€ 132.000), het bouwen van een ondernemersdossier (€ 50.000), het opstellen van risicoprofielen (€ 68.000) en de doorontwikkeling inrichting dienstverlening (€ 65.000). Het overige verschil wordt veroorzaakt door indexerings- en overheadmutaties. Reserves Reserves programma 1 bedragen x € 1.000,Reserve raad
Rekening 2020
Begroting 2021
Begroting 2022
Begroting 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Toevoeging
0
0
0
0
0
0
Onttrekking
0
-36
0
0
0
0
0
-36
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Saldo Reserve Holland Rijnland
38 | Beleidsbegroting
Toevoeging
Reserves programma 1 bedragen x € 1.000,-
Rekening 2020
Begroting 2021
Begroting 2022
Begroting 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
-3.077
-3.077
-3.077
-1.883
-1.883
0
-3.077
-3.077
-3.077
-1.883
-1.883
0
Toevoeging
286
171
151
152
152
152
Onttrekking
0
-177
-177
-168
-158
-176
286
-6
-26
-17
-7
-25
Toevoeging
0
39
0
0
0
0
Onttrekking
0
-20
0
0
0
0
0
19
0
0
0
0
-2.791
-3.099
-3.102
-1.900
-1.890
-25
Onttrekking Saldo Egalisatiereserve verkiezingen
Saldo Reserve rekenkamer
Saldo Reserves programma 1
Reserve Holland Rijnland De onttrekking van € 3.076.652 betreft de jaarlijkse bijdrage aan het Regionale Investerings Fonds van Holland Rijnland. Egalisatiereserve verkiezingen Er wordt in 2022 € 151.000 gestort in de reserve voor de organisatiekosten van de verkiezingen. In 2022 zijn er de Gemeenteraadsverkiezingen, die gepland staan op 16 maart. De organisatiekosten van de verkiezingen in 2022 worden gedekt door een onttrekking van € 177.000 aan de reserve. Investeringen Prestatie
Omschrijving prestatie
Omschrijving investering
Categorie
nieuw / Bijdrage vervanging derden/ reserves
01A101
Raad en cie's vergaderen volgens cyclus
AV middelen Raadszaal
Econ.
V
-
217
-
-
-
01A101
Raad en cie's vergaderen volgens cyclus
Aanschaf stemhokjes 2023
Maatsch.
V
-
-
67
-
-
-
217
67
-
-
Totaal programma 1
2022
2023
2024
2025
In bovenstaand overzicht staan de investeringen zoals deze zijn opgenomen in het investeringsplan 2022-2025. In paragraaf 4.2.2 Investeringen wordt de ontwikkeling van de kapitaallasten toegelicht en staat een overzicht met te voteren kredieten. Subsidies Totaal volume aan subsidies opgenomen in het subsidie-overzicht
Subsidie saldo
subsidiestaat 2021
subsidiestaat 2022
38.313
59.305
Het volledige subsidie-overzicht is opgenomen in paragraaf 3.2.8 subsidies.
Beleidsbegroting | 39
2 Veiligheid
40 | Beleidsbegroting
Veiligheid Programmanummer Commissie Portefeuille(s)
2 Leefbaarheid en Bereikbaarheid Bestuur, Veiligheid en Handhaving Gezondheid, Jeugdzorg & Welzijn
De missie van het programma Veiligheid luidt: De gemeente Leiden staat voor een stad die veilig is en voelt op het gebied van wonen, werken en leven in samenwerking met bewoners en partners.
Inleiding In 2022 loopt het Integraal Veiligheids Plan(IVP) 2019-2022 af en zal een nieuw IVP opgesteld worden voor de periode 2023-2026. Het IVP wordt altijd in samenwerking met partners, zoals de politie en het openbaar ministerie (OM), opgesteld. In het nieuwe IVP zal naar verwachting de aanpak ondermijning één van de hoofdthema’s blijven. De aanpak van ondermijning is een van de hoofdthema’s van het Integraal Veiligheidsplan 2019-2022. In 2019 is gestart met de programmatische aanpak van ondermijnende criminaliteit in Leiden. Dat de aanpak structureel in de begroting is opgenomen, zorgt voor het fundament dat nodig is voor een aanpak van de lange adem. En dat heeft inmiddels tot mooie en concrete resultaten geleid. Op dit fundament kan in 2022 verder worden gebouwd aan zowel repressieve als preventieve acties tegen ondermijning. Deze acties zullen daarmee op korte en lange termijn een bijdrage leveren aan de veiligheid, de veiligheidsbeleving en aan een gezond ondernemersklimaat en een integere vastgoedmarkt. Sinds de start van de coronacrisis is een verschuiving zichtbaar van traditionele naar cybercriminaliteit. In het nieuwe IVP maar ook al in het jaar 2022 wordt gekeken hoe er invulling gegeven kan worden aan de bestrijding van cybercrime en wat de rol van de gemeente hierin kan zijn.
Naast het op orde hebben van de eigen digitale veiligheid, moeten we voorbereid zijn op cyberincidenten en cybercrisissen als onderdeel van de (regionale) rampen en crisisstructuur. Wij moeten onze bewoners en ondernemers weerbaarder maken tegen cybercrime en gedigitaliseerde criminaliteit. En we pakken onze rol in de gezamenlijk aanpak (met het OM en de politie) bij online aangejaagde ordeverstoringen. Ten aanzien van overlast zijn er twee categorieën te onderscheiden die de afgelopen tijd extra aandacht hebben gekregen en dit de komende tijd nog zullen krijgen: jeugdoverlast en overlast (al dan niet door verwarde personen) in de woonomgeving.
Beleidsbegroting | 41
Beleidsterrein 2A Veiligheid Doelen en prestaties bij 2A Veiligheid Doel
Prestatie
2A1 Beperken criminaliteit, bewaken democratische rechtsstaat
2A1.1 Aanpak ondermijning 2A1.2 Voorkomen of aanpakken radicalisering en polarisatie 2A1.3 Voorkomen cybercrime / gedigitaliseerde criminaliteit 2A1.4 Inzet Veilig Thuis 2A1.5 Inzet Veilige Publieke taak
2A2 Beperken criminaliteit en overlast in de woonomgeving
2A2.1 Beperken van overlast van personen die verward gedrag vertonen 2A2.2 Beperken van overlast in de woonomgeving 2A2.3 Preventie woninginbraken 2A2.4 Regievoering samenwerking jaarwisseling / vuurwerk 2A2.5 Inzet buurt- en wijkveiligheid 2A2.6 Aanpak fietsendiefstal en fietsoverlast
2A3 Beperken jeugdoverlast en criminaliteit
2A3.1 Stedelijke jeugdaanpak
2A4 Optimale preventie en aanpak branden, rampen en crises
2A4.1 Realiseren van BRL-vakbekwame gemeentelijke crisisorganisatie 2A4.2 Planvorming rondom grootschalige risicovolle evenementen 2A4.3 Inzet bij rampen en crises 2A4.4 Optimale preventie brandveiligheid
2A5 Veilig ondernemen en veilig uitgaan
2A5.1 Risicoscan, coördinatie vergunningverlening evenementen 2A5.2 Handhaven bij evenementen 2A5.3 Bijdrage aan veilig ondernemen 2A5.4 Handhaven coffeeshopbeleid / Regulering wietteelt 2A5.5 Coördinatie vergunningverlening horeca 2A5.6 Handhaven horecaregelgeving 2A5.7 Handhaven prostitutiebeleid
2A1.1. Aanpak ondermijning In 2022 worden de repressieve en preventieve pijlers van de aanpak ondermijning, waaronder het project ‘Geldstromen in de Leidse vastgoedwereld’, verder versterkt. 2022 zal ook in het teken staan het vergroten van expertise: zo wordt onder meer de verkenning met de universiteit Leiden (Leiden Law Park) naar een mogelijk duurzame samenwerking voortgezet. Binnen de repressieve pijler zal de aanpak bestaan uit een mix van korte klappen en langdurige inzet in complexe casuïstiek. Signalen van ondermijning worden opgepakt. Concrete, zichtbare interventies volgen, waaronder: ■ het uitvoeren van integrale controles; deze worden op het huidige niveau van 2021 gecontinueerd; ■ panden worden gesloten; ■ lasten onder dwangsom worden uitgereikt; ■ optimaal gebruik van communicatie; ■ bestuurlijk afpakken. Gelet op de aantallen van 2020 en 2021 (stijging van 30%) wordt uitgegaan van de prognose dat in 2022 het aantal signalen van ondermijning (incl. MMA meldingen) waarschijnlijk boven de 300 zal uitkomen. Dit betekent dat scherpe (bestuurlijke) keuzes zullen moeten worden gemaakt. Die keuzes voor het wel, niet of later oppakken van signalen worden in een ambtelijk weegteam gemaakt en vervolgens bestuurlijk voorgelegd. In de weging wordt per signaal onder meer gekeken naar het maatschappelijk effect en naar de thematische prioriteiten (drugscriminaliteit incl.
tegengaan jonge aanwas en vastgoedcriminaliteit/witwassen). De sterke eigen informatiepositie van de gemeente zorgt in 2022 ook voor een nog beter inzicht in sleutelplaatsen, - branches, - groepen etc. Binnen de preventieve pijler kan hierdoor nog meer worden ingezet op voorkomen van concrete ondermijnende activiteiten en het wegnemen van (sociaal maatschappelijke) gelegenheidsstructuren. Concreet gaat dat in ieder geval om de volgende activiteiten:
42 | Beleidsbegroting
■ het doen van BIBOB onderzoeken: Er is te weinig capaciteit om op alle signalen die we binnenkrijgen een Bibob onderzoek uit te voeren. Die capaciteit is al enigszins uitgebreid, maar om reden van financiële afwegingen minder dan puur vanuit het oogpunt van dit beleidsveld wenselijk zou zijn. Die keuzes voor het wel, niet of later oppakken van signalen worden in een ambtelijk weegteam gemaakt en vervolgens bestuurlijk voorgelegd. In de weging wordt per signaal onder meer gekeken naar het maatschappelijk effect en naar de thematische prioriteiten (drugscriminaliteit incl. tegengaan jonge aanwas en vastgoedcriminaliteit/witwassen). Op basis van de thans beschikbare informatie geldt als prognose voor 2022 dat met de beschikbare capaciteit ongeveer 30% van de signalen kan worden omgezet in het uitvoeren van een BIBOB onderzoek. In 2022 zal verder worden bezien of een experiment uitgevoerd kan worden waarbij een standaardtoetsing zal gelden ten aanzien van een aan te wijzen toepassingsgebied van de wet BIBOB; ■ in 2022 wordt de pilot Dealbreakers voortgezet.
Deze pilot richt zich op het voorkomen van jonge aanwas in de georganiseerde (drugs)criminaliteit; ■ aandacht voor preventie in het sociaal domein; dit door specifieke bewustwordingstrainingen met aandacht voor zorgcriminaliteit en een verbeterde samenwerking tussen team aanpak ondermijning en de fraudeonderzoekers; ■ bijdrage vanuit de aanpak ondermijning aan de inzet op/voor wijken met een multi(veiligheids)problematiek; dat wil zeggen dat mogelijke signalen van ondermijning worden opgepakt en dat waar mogelijk gelegenheidsstructuren worden weggenomen; ■ in dit (hopelijk) post-corona jaar kan meer worden ingezet op ‘de stad als partner’ bij de aanpak van ondermijning. Door publiekscampagnes wordt de burger bewust gemaakt op het thema ondermijning en wordt een concreet handelingsperspectief geboden. Tot slot worden binnen deze pijler in 2022 alle domeinen (participatie en maatschappelijke ontwikkeling, stedelijke ontwikkeling, beheer etc.) bewust gemaakt van de mogelijkheden om in hun beleid gelegenheidsstructuren voor ondermijning tegen te gaan. Voor deze domeinen ligt daarin derhalve een concrete opdracht. 2A1.3 Voorkomen cybercrime / gedigitaliseerde criminaliteit Zoals in de inleiding al is aangegeven zien we de laatste jaren een verschuiving van traditionele naar cybercriminaliteit.
Het via voorlichting weerbaar maken van bewoners en ondernemers tegen cybercrime en gedigitaliseerde criminaliteit zien we daarbij als belangrijke opdracht. Uit afstudeeronderzoeken uitgevoerd door studenten van de Universiteit Leiden in 2021 blijkt er in Leiden geen specifieke slachtoffergroep te onderscheiden is die vaker slachtoffer wordt dan andere inwoners. Ook de risicoperceptie lijkt redelijk gelijkmatig verdeeld over gehele samenleving. Dit betekent dat we als gemeente bij preventie en weerbaarheidsactiviteiten ons op de hele bevolking moeten richten en dat preventieve voorlichting ook breed dient te worden uitgedragen. In 2022 bekijken we hoe we hier met een voorlichtingscampagne een bijdrage aan kunnen leveren. Hiermee wordt dan ook uitvoering gegeven aan motie 30, zoals vastgesteld behandeling van de kaderbrief 2021-2025 in juli 2021. 2.1.4.Inzet Veilig Thuis/huiselijk geweld Veilig Thuis maakt deel uit van het Zorg- en Veiligheidshuis. De stijgende lijn van het aantal meldingen en adviezen van de afgelopen jaren is tijdens de coronamaatregelen omgebogen naar een daling. De meldingen zijn vooral bij de politie bij VT teruggelopen terwijl de professionals meer hebben gemeld. Per saldo leverde dat bij VT minder meldingen op, omdat de politie altijd verantwoordelijk is voor een groot percentage van de meldingen.
In de loop van 2021 zien we het aantal meldingen en adviezen zowel van de politie als van de professionals weer licht stijgen. Vanuit de landelijke Ontwikkelagenda Veiligheid Voorop wordt de samenwerking tussen Veilig Thuis, Politie en OM verder versterkt. Vanuit deze ontwikkeling is de lijn uitgezet dat elke Veilig Thuis organisatie aansluit bij de lokale ZSM tafel. ZSM staat voor Zorgvuldig, Snel en op Maat. De ZSM aanpak is voor zaken waarbij een verdachte is aangehouden voor een licht misdrijf zoals diefstal, vernieling of huiselijk geweld. Op een ZSMlocatie kan de officier van justitie dan snel beslissen wat er met de zaak gebeurt. Hoe en hoe vaak Veilig Thuis bij dit overleg zal aansluiten krijgt nadere invulling. 2A1.5 Inzet Veilige Publieke taak Agressie en geweld tegen hulpverleners komt te vaak voor in onze samenleving. Helaas is het hele jaar door geweld tegen hulpverleners een terugkerend onderwerp. Bij de handhaving van de coronamaatregelen was het bij de gemeentelijke handhavers (BOA’s) aan de orde van de dag. Maar ook bij andere gemeentelijk afdelingen (vooral bij gemeentelijke medewerkers met veel klantcontacten) en ook bij bestuurders en raadsleden komt verbale of fysieke agressie te vaak voor. Incidenten worden geregistreerd in het Gemeentelijk Incidenten Registratiesysteem.
Registratie is een startsignaal voor de eerste opvang en nazorg van de betrokken medewerker(s) en de dadergerichte afhandeling van het incident. Die dadergerichte afhandeling is vaak in eerste instantie het sturen van een waarschuwingsbrief aan de dader en/of een gesprek met de dader. Verdere mogelijke maatregelen zijn het doen van aangifte bij de politie, het opschorten van de dienstverlening, locatieverbod en het verhalen van de schade. Door registratie verkrijgen we informatie over de aard van de
Beleidsbegroting | 43
problematiek, zodat beleid en protocollen hier beter op kunnen worden aangepast en evaluatie ook goed mogelijk is. Registratie speelt ook een belangrijke rol bij bewustwording in teams. Inmiddels is afgesproken dat de registratie gecoördineerd gaat worden door het arboteam dat bestaat uit de in 2021 per gemeentelijk onderdeel aangestelde preventiemedewerkers. In 2022 zal dit ondersteunt door een communicatiecampagne verder worden uitgerold binnen de gemeentelijke organisatie. 2A2.1 Beperken van overlast van personen die verward gedrag vertonen De huidige aanpak met als basis het Handelingskader Woonoverlast binnen de gemeente Leiden, wordt gecontinueerd. Het aantal individuele casussen van personen die verward gedrag vertonen (en overlast veroorzaken), neemt toe in aantal en vaak ook in complexiteit (er is vaak sprake van multi-problematiek). Bij elke casus wordt gekeken welke aanpak nodig is en welke partij hiervoor het meest geschikte instrumentarium heeft. Vaak betreft het een combinatie van zorg, straf en bestuurlijk optreden, waarbij in de meeste gevallen de nadruk ligt op de zorgcomponent. De Ketenveldnorm (levensloopfunctie en beveiligde zorg) is ook een belangrijk ingezette ontwikkeling.
Het doel van de Ketenveldnorm is om een geïntegreerd en domeinoverstijgend zorgaanbod te organiseren voor personen die agressief en/of gevaarlijk gedrag (dreigen te) vertonen als gevolg van een psychische aandoening en/of een (licht) verstandelijke beperking en/of een niet aangeboren hersenletsel. Integrale samenwerking in een netwerk of keten is het sleutelbegrip. De aanmelding voor een persoon verloopt via het Zorg en Veiligheidshuis (Hollands Midden). 2A2.2 Beperken van overlast in de woonomgeving Bij overlast in de woonomgeving gaat het vaak over geluidsoverlast. In het handelingskader woonoverlast staan de stappen beschreven en ook op de website van de gemeente aangegeven waar inwoners woonoverlast kunnen melden. In een vroeg stadium kan buurtbemiddeling mooie resultaten boeken door afspraken met buren vast te leggen. Als de problemen heftiger zijn en buurtbemiddeling geen soelaas biedt, kan er bijvoorbeeld een gedragsaanwijzing opgelegd worden. Voor sociale huurwoningen ligt dit bij corporaties (al dan niet via de rechter), voor koopwoningen is dit een burgemeestersbevoegdheid. Er zijn reeds verschillende gedragsaanwijzingen door de burgemeester opgelegd. Een andere vorm van overlast in de woonomgeving betreft drugsoverlast.
Wanneer politie een handelshoeveelheid drugs bij iemand op de openbare weg aantreft, wordt er altijd beoordeeld of er een last onder dwangsom kan worden opgelegd op basis van de APV. Daarnaast wordt altijd bezien of de personen die een maatregel krijgen opgelegd, bekend zijn bij het Zorg- en Veiligheidshuis of daar aangemeld moeten worden om de verbinding tussen zorg en veiligheid te behouden. 2A2.4 Regievoering samenwerking jaarwisseling / vuurwerk In samenwerking met vele partners (politie, brandweer, woningcorporaties, jeugd- en jongerenwerk SOL, etc.) wordt ieder jaar een draaiboek opgesteld voor de jaarwisseling. Deze werkwijze wordt door gemeente en partners als zeer waardevol gezien en daarom wordt deze werkwijze voortgezet. Komend jaar zullen we de huidige werkwijze met de vuurwerkvrije binnenstad en parken verder verbeteren. Ook zullen we de mogelijkheden onderzoeken om tempo te houden in het vuurwerkvrij maken van Leiden. De landelijke wijziging in regelgeving van het afgelopen jaar draagt daar ook aan bij. Knalvuurwerk, single shots en vuurpijlen zijn sinds vorig jaar verboden voor consumenten. Hierbij is ook blijvend aandacht nodig voor de inzet van personele en financiële middelen die dit vergt. Motie: Een uitbreiding van de vuurwerkvrije zones zal weinig invloed hebben op de kosten.
Het kan zijn dat er extra communicatiekosten zullen zijn bij een groter vuurwerkvrij gebied. Maar die zijn niet hoog aangezien er ieder jaar al een grote campagne wordt opgezet voor de jaarwisseling. Een extra gebied zal eventueel leiden tot extra borden en/of mupi’s. Een uitbreiding heeft echter wel invloed op de prioritering van de inzet van politie en handhaving. Aangezien handhaving en politie geen capaciteit hebben om meer mensen in te zetten met de jaarwisseling, zal dit geen extra kosten met zich meebrengen. Meer vuurwerkvrije zones, maar geen extra capaciteit betekent dus dat er net als vorig jaar geprioriteerd moet worden, waarbij de openbare orde en veiligheid altijd op één komt, daarna (mogelijk) de coronamaatregelen en daarna pas vuurwerk. 2A2.5 Inzet buurt- en wijkveiligheid De intensieve wijkaanpak bestaat uit een samenwerking tussen diverse partners en is er op gericht om veiligheid en leefbaarheid te herstellen. De wijkaanpak bestaat uit twee elementen: gebiedsgericht (inrichting van de wijk) en persoonsgericht (plan van aanpak van inwoners op onder andere zorg, participatie, veiligheid). Kwetsbare wijken en haar inwoners hebben een integrale aanpak nodig, waarbij interventies afgestemd en gecoördineerd worden.
De regisseur Intensieve wijkaanpak is het gemeentelijk aanspreekpunt voor de collega's in het Zorg- en Veiligheidshuis, alle samenwerkingspartners en coördineert de gebiedsgerichte en persoonsgerichte aanpak. De persoonsgerichte aanpak is in veel zaken breder dan alleen de wijk, omdat er bijvoorbeeld bewoners van de wijken zijn die in andere delen van de stad of zelfs in een groter deel van de regio overlast veroorzaken en criminele feiten plegen. Integraal werken betekent samen optrekken en dat is niet vanzelfsprekend, zeker niet bij een aanpak waarbij gebiedsgericht werken en het vormgeven van persoonlijke aanpakken door elkaar heen lopen. Er zijn veel partners betrokken, zoals woningcorporaties, scholen, welzijnswerk, jongerenwerk, politie en openbaar ministerie. In de afgelopen jaren is gebleken dat de intensieve wijkaanpak niet kan worden opgezet als kortdurend project, er is duurzame betrokkenheid nodig
44 | Beleidsbegroting
van alle partijen. Deze betrokkenheid moet worden georganiseerd en worden geregisseerd. In wijken waar de afgelopen jaren veel aandacht voor geweest is zien we dat er veel verbetering zichtbaar is, maar we merken ook weer achteruitgang zodra die aandacht verslapt. Het is daarom noodzakelijk om regie te blijven voeren vanuit gemeente. Er zijn altijd wijken/gebieden die deze aandacht vragen. Dat hoeft niet in elk gebied altijd intensief te zijn, de regisseur kan per wijk neerzetten wat nodig is. De hudigie intensieve wijkaanpak in het Jacques Urlusplantsoen en de Slaaghwijk.zal in 2022 worden voortgezet. 2A3.1 Stedelijke Jeugdaanpak De Stedelijke Jeugdaanpak kenmerkt zich door een combinatie van repressie en het bieden van perspectief, het verbinden van het zorgdomein en het veiligheidsdomein en een sterke regierol van de gemeente waarbij tevens oog is voor het ‘systeem’ (gezin, school, wijk, vrienden) van de jongere. De aanpak is onder gebracht binnen het Zorg- en Veiligheidshuis waar met verschillende partners plannen van aanpak worden opgesteld en uitgevoerd. Samen met de gemeentelijke accounthouders van het sociaal en veiligheidsdomein wordt de SJA constant verder ontwikkeld om de goede dingen te blijven doen. Hiermee wordt bedoeld dat gekeken wordt wat er (meer) nodig is om de aanpak goed te kunnen uitvoeren en op welke ontwikkelingen er moeten worden ingespeeld.
2A4.1 Realiseren van vakbekwame gemeentelijke crisisorganisatie Ook in 2022 zorgen we voor een professionele crisisorganisatie met getrainde en geoefende crisisfunctionarissen. Voor planvorming, training en oefening wordt gebruik gemaakt van de middelen van de Veiligheidsregio Hollands Midden. Er is inzicht in budget en de opleidingskosten zijn opgenomen in het centrale opleidingsbudget. In 2021 is er een start gemaakt met het bezien of we het aantal crisisfunctionarissen kunnen verminderen en welke functies in de crisisorganisatie op veiligheidsregio niveau kunnen worden ingevuld. Dit thema is ook in 2022 nog actueel waarbij het uitgangspunt is om meer kwaliteit te kunnen bieden met minder crisisfunctionarissen. De inrichting en ervaringen van andere veiligheidsregio’s is daarin meegenomen. Samen met de veiligheidsregio en partners wordt gekeken naar gevolgen voor risico- en crisisbeheersing van de thema’s klimaatverandering/energietransitie en digitale ontwrichting 2A4.4 Optimale preventie brandveiligheid In juli van 2021 hebben de zorginstellingen in Leiden, de brandweer Hollands-Midden en de gemeente het convenant ‘De Leidse zorg brandveilig ondertekend’. In het convenant zijn afspraken vastgelegd die tot doel hebben via een risico gestuurde aanpak de brandveiligheid in de Leidse zorginstellingen te verbeteren.
In 2022zullen deze afspraken in praktijk worden uitgevoerd en zal de samenwerking via het opgericht Platform ‘De Leidse zorg brandveilig’ verder plaatsvinden. Grote aandacht gaat uit naar het tackelen van de risicofactoren van onvoorspelbaar en brandgevaarlijk gedrag van bewoners/patiënten en hun verminderde zelfredzaamheid bij een evacuatie. Verbonden Partijen De onderstaande Verbonden Partijen leveren een bijdrage aan dit beleidsterrein. Zie voor meer informatie de paragraaf verbonden partijen. Veiligheidsregio Hollands Midden De Veiligheidsregio Hollands Midden (VRHM) is voor een deel een netwerkorganisatie en voor een deel de brandweerorganisatie. In de VRHM werken brandweer, politie, GHOR en de gemeenten samen aan de rampenbestrijding en crisisbeheersing in Hollands Midden. De VRHM werkt ook nauw samen met partners, zoals waterschappen, milieudiensten en defensie. De 18 burgemeesters uit de regio Hollands Midden vormen samen het Algemeen Bestuur van de VRHM en stellen de hoofdlijnen voor het te voeren beleid en de financiële kaders van de VRHM vast, al dan niet na overleg met de gemeenteraden. Veiligheidsregio Hollands Midden Motieven en doelen deelname GR
Deelname aan de Veiligheidsregio is wettelijk voorgeschreven. In de Veiligheidsregio Hollands Midden werken hulpverleningsdiensten samen aan de veiligheid. Ze bereiden zich voor op rampen en ernstige ongelukken. Daarnaast nemen ze maatregelen om toenemende risico’s beter te beheersen.
Kansen
De Veiligheidsregio werkt op basis van het Regionaal Risicoprofiel 2020 – 2023 en het Regionaal Beleidsplan 2020-2023 waarop de gemeenteraad bij vaststelling in 2019 input heeft kunnen leveren.
Beleidsbegroting | 45
Veiligheidsregio Hollands Midden Risico's (top 3)
De drie belangrijkste risico’s zijn: ■ Financiële gevolgen incidenten: Om onverwachte en substantiële uitgaven op te vangen, bijvoorbeeld verliezen die voortvloeien uit incidenten en rampen van beperkte en aanzienlijke aard (10% € 1.000.000) ■ Toetreding marktpartijen: Als gevolg van veranderende wet- en regelgeving (bijvoorbeeld privatisering van de bouwplantoetsing) treden marktpartijen toe op het gebied van werkzaamheden die eerder (wettelijk) door de brandweer werden verricht. Als er geen mogelijkheid is dat 'de mens het werk volgt' bestaat het risico van boventalligheid c.q. bovenformativiteit (10% € 1.000.000) ■ Geen of dubbel onderhoud aan installaties: De aard van de specialistische werkzaamheden en de inzet van materiaal en materieel in extreme situaties en omstandigheden kan leiden tot aanpassing van onderhoudsconcepten die extra kosten met zich meebrengen. Beheersmaatregel: 1. Inventarisatie installaties; 2. Inventarisatie demarcaties; 3. Inventarisatie contracten; 4. Analyse verband installatiedemarcatie-contracten (10% € 100.000)
Belangrijkste doelstellingen / prestaties en opgaven 2022
De veiligheidsregiois namens 18 gemeenten verantwoordelijk voor de volgende taken : ■ meldkamerfunctie voor brandweer, crisisbeheersing en geneeskundige hulpverlening ( uitgevoerd door politie-eenheid Den Haag) ■ risicobeheersing ■ rampenbestrijding en crisisbeheersing ■ GHOR (Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de regio - uitgevoerd door GGD) ■ coördinatie ■ brandweerzorg De veiligheidsregiobrede doelstellingen en doelstellingen per taak voor 2022 staan in de Programmabegroting 2022 van de Veiligheidsregio Hollands Midden.
Belangrijkste bestuurlijke mijlpalen 2022
De gemeenteraad dient jaarlijks op grond van artikel 35 van de Wet gemeenschappelijke regelingen de mogelijkheid te krijgen om een zienswijze in te dienen op de ontwerpbegroting. In 2022 staat de volgende bestuurlijke mijlpaal gepland: ■ Zienswijze Programmabegroting 2022 (mei/juni 2022).
Bijdrage 2022
€10 miljoen
Voor eigenaarsrol, zie paragraaf verbonden partijen
46 | Beleidsbegroting
Effectindicatoren bij 2A Veiligheid Effectindicator
Realisatie
Streefwaarden
Bron
2022
2023
2024
2025
Doel 2A1 Beperken criminaliteit, bewaken democratische rechtsstaat 2A1.a Aantal incidenten huiselijk geweld dat bekend is
112 (2018) 112 (2019) 112.(2020)
<180
<180
<180
<180
Politie- eenheid Den Haag
2A1.b Aantal geregistreerde incidenten in GIR (Gemeentelijk Incidenten Registratiesysteem)
31 (2018) 28 (2019) 36 (2020)
>31
>31
>31
>31
Gemeentelijk Incidenten Registratiesysteem
Doel 2A2 Beperken criminaliteit en overlast in de woonomgeving 2A2.a Aantal overlastmeldingen drugs, burenruzie, geluid**
3.300 (2017) 2.948 (2018) 4.024 (2020)
<2900
<2900
<2900
<2900
Politie- eenheid Den Haag
2A2.b Aantal woninginbraken (inclusief pogingen) per 1.000 inw.
1,6 (2018) 2.1 (2019) 2.2.(2020)
<2.0
<2.0
<2,0
<2.0
CBS (wsjg.nl - BBV)*
2A2.c Percentage inwoners dat in de eigen buurt veel overlast ervaart door dronken mensen op straat
5% (2016) 3% (2017) 5% (2019)
<3%
<3%
<3%
<3%
Veiligheidsmonitor
2A2.d Percentage inwoners dat in de eigen buurt veel overlast ervaart van drugsgebruik of drugshandel
4% (2016) 4% (2017) 4%(2019)
<4%
<4%
<4%
<4%
Veiligheidsmonitor
2A2.e Percentage inwoners dat in de eigen buurt veel overlast ervaart van rondhangende jongeren
7% (2016) 6% (2018) 6% (2019)
<6%
<6%
<6%
<6%
Veiligheidsmonitor
2A2.f Aantal geweldsmisdrijven per 1.000 inwoners
5,7 (2018) 5.9 (2019) 5.4 (2020)
<5,5
<5,5
<5,5
<5,5
CBS (wsjg.nl - BBV)*
2A2.g Aantal (brom)fietsdiefstallen
1.222 (2018) 1092 (2019) 914(2020)
<1425
<1425
<1425
<1425
Politie- eenheid Den Haag
2A2.h Overlastmeldingen, gerelateerd aan personen met verward gedrag **
888 (2017) 1.069 (2018) 1124(2020)
<1000
<1000
<1000
<1000
Politie- eenheid Den Haag
2A3.a Aantal incidenten overlast door jeugd
960 (2018) 1019 (2019) 1630(2020)
<950
<950
<950
<950
Politie- eenheid Den Haag
2A3.b Aantal HALT verwijzingen per 10.000 jongeren
176,0 (2017) 174,0 (2019) 240 (2020)
200
200
200
200
Bureau HALT (wsjg.nl - BBV)*
2A3.c Aantal vernielingen en beschadigingen in de openbare ruimte per 1.000 inwoners
5,8 (2018) 6,5 (2019) 5.3 (2020)
<5,0
<5,0
<5,0
<5,0
CBS (wsjg.nl - BBV)*
32 (2018) 29 (2019) 26 (2020)
<35
<35
<35
<35
Politie- eenheid Den Haag
2A5.a Percentage inwoners stadsdeel Midden dat in eigen buurt veel overlast ervaart door horecagelegenheden
5% (2016) 7% (2017) 7% (2019)
<7%
<7%
<7%
<7%
Veiligheidsmonitor
2A5.b Percentage inwoners dat vaak overlast heeft van evenementen
3% (2016) 3% (2017) 4% (2019)
<3%
<3%
<3%
<3%
Veiligheidsmonitor
2A5.c Percentage inwoners van stadsdeel Midden dat vaak overlast heeft van evenementen
9% (2016) 8% (2017) 13%(2019)
<8%
<8%
<8%
<8%
Veiligheidsmonitor
2A5.d Aantal incidenten overlast evenementen
12 (2018) 21 ((2019) 5 (2020)
<21
<21
<21
<21
Politie- eenheid Den Haag
Doel 2A3 Beperken jeugdoverlast en criminaliteit
Doel 2A4 Optimale preventie en aanpak branden, rampen en crises 2A4.b Aantal brandstichtingen
Doel 2A5 Veilig ondernemen en veilig uitgaan
Beleidsbegroting | 47
Effectindicator
Realisatie
Streefwaarden
Bron
2022
2023
2024
2025
2A5.e Aantal geweldsincidenten in het uitgaansgebied ***
97 (2017) 226 (2019) 161 (2020)
<225
<225
<225
<225
Politie- eenheid Den Haag
2A5.f Aantal bedrijfsinbraken
110 (2017) 163 (2018) 164 (2019) 115 (2020)
<200
<200
<200
<200
Politie- eenheid Den Haag
2A5.g Aantal winkeldiefstallen per 1.000 inwoners
2,7 (2017) 3,0 (2018) 3.0 (2019)
<3,0
<3,0
<3,0
<3,0
CBS (wsjg.nl - BBV)*
* Deze BBV-indicator is landelijk verplicht. De realisatiewaarden staan op waarstaatjegemeente.nl. ** Deze inidcator is voor het eerst in de Programmabegroting 2020 opgenomen. Het betreft een uitsplitsing van de indicator "Overige overlastmeldingen"die tot en met 2019 in de begroting stond. *** De politie-eenheid Den Haag levert het cijfer 2B1c Aantal geweldsincidenten in uitgaansgebied aan. Tot en met 2018 gebeurde dat op basis van een speciale projectcode die werd toegekend aan horecageweld. Echter, met ingang van 2019 wordt niet meer gewerkt met deze code, maar wordt een selectie gemaakt op basis van incidentcode en pleeglocatie. Hierdoor komen de metingen, die met terugwerkende kracht zijn herberekend, hoger uit. De streefwaarden zijn in deze begroting aangepast op de realisatiewaarde van 2019.
Een overzicht van realisatie- en streefwaarden van de indicatoren (ook uit vorige begrotingen) staat op LeideninCijfers.
Kaderstellende beleidsstukken ■ Visie handhaving openbare ruimte 2016-2019 (BW 16.0367) ■ Integraal Veiligheidsplan 2019-2022 (RV 18.0132)
48 | Beleidsbegroting
Programmakosten Veiligheid bedragen x € 1.000,Veiligheid
Rekening 2020
Begroting 2021
Begroting 2022
Lasten
13.631
13.210
Baten
-1.090
2023
2024
2025
13.843
13.840
13.812
13.812
-399
-331
-458
-458
-458
12.541
12.812
13.513
13.382
13.354
13.354
Lasten
13.631
13.210
13.843
13.840
13.812
13.812
Baten
-1.090
-399
-331
-458
-458
-458
12.541
12.812
13.513
13.382
13.354
13.354
Toevoeging
0
0
0
0
0
0
Onttrekking
-100
-100
0
0
0
0
-100
-100
0
0
0
0
12.441
12.712
13.513
13.382
13.354
13.354
Saldo Programma
Saldo van baten en lasten Reserves
Meerjarenraming
Mutaties reserves Resultaat
Budgettaire ontwikkelingen De daling van de lasten en/of de stijging van de baten worden onder andere veroorzaakt door de indexering van budgetten, doorrekening van de kostenverdeelstaat en de kapitaallasten die zijn berekend vanuit het meerjareninvesteringsplan 2022-2025. Beleidswijzigingen met financiële consequenties worden hierna per beleidsterrein toegelicht. Beleidsterrein Veiligheid De lasten nemen per saldo toe met circa € 0,5 miljoen en de baten nemen af met afgerond € 0,1 miljoen. De bijdrage aan de Veiligheidsregio Hollands Midden neemt toe met afgerond € 0,5 miljoen vanaf 2022. In 2021 is er voor het laatst een budget geraamd, zowel lasten als baten, van afgerond € 0,1 miljoen aan regionale middelen Veiligheidshuis. Het overige verschil wordt veroorzaakt door kleinere mutaties en indexerings- en overheadmutaties. Gelet op de zeer hoge werkdruk bij het team veiligheid is het verder bezuinigen niet verantwoord. De extra middelen die wij verwachten vanuit Den Haag zetten wij in om deze taakstelling terug te draaien. Bij de kaderbrief is budget voor extra formatie uitgetrokken voor juridische taken, Bibob-onderzoeken, regie intensieve wijkaanpak en het schrappen van de taakstelling op veiligheid.
Met het verwachte extra budget voor veiligheid kan ook, naast het Jacques Urlusplantsoen (JUP), de intensieve wijkaanpak voor de Slaaghwijk worden voortgezet Reserves Reserves programma 2 bedragen x € 1.000,-
Rekening 2020
Begroting 2021
Begroting 2022
Begroting 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Toevoeging
0
0
0
0
0
0
Onttrekking
-100
-100
0
0
0
0
Saldo
-100
-100
0
0
0
0
Reserves programma 2
-100
-100
0
0
0
0
Reserve Sociaal Domein P2
Investeringen Niet van toepassing. Subsidies Niet van toepassing.
Beleidsbegroting | 49
3 Economie
50 | Beleidsbegroting
Economie Programmanummer Commissie Portefeuille(s)
3 Werk en Middelen Kennis, Onderwijs, Sport en Financiën Werk, Inkomen, Economie & Cultuur
De missie van het programma Economie luidt: De gemeente Leiden staat voor een vitale en duurzame economische structuur in samenwerking met haar stadspartners en de regio.
Inleiding Het afgelopen jaar was voor veel bedrijven geen makkelijk jaar. De coronamaatregelen zorgde dat veel werknemers thuiswerkten en dat ondernemers in de horeca en retail hun deuren tijdelijk moesten sluiten. Tegelijkertijd zijn er bedrijven die het afgelopen jaar juist groeiden of nieuwe kansen zagen. Verschillende bedrijven op het Leiden Bio Science Park helpen bij het bestrijden van de coronapandemie en sommige (nieuwe) ondernemers hebben de verdergaande digitalisering van de samenleving aangegrepen om hun dienstverlening aan te passen of uit te breiden. Leiden, en breder de Leidse regio, toont een enorme veerkracht. Naast innovatie en creativiteit van ondernemers, wordt dit mede gevoed door de economische structuur van Leiden waarin kennis, onderwijs, onderzoek, zorg en life sciences dominante clusters zijn die relatief coronabestendig bleken. We zien dat de economie weer aan het groeien is en de leegstand zowel bij retail als kantoren in vergelijking met de rest van Nederland laag blijft. Het jaar 2022 zal het jaar worden waarin duidelijk wordt hoe de economie van Leiden en de regio zich verder herstelt. Met Leiden als European City of Science in 2022 zien we kansen om de groei van de economie verder te stimuleren. Het biedt een unieke mogelijkheid om Leiden als kennisstad met een rijke historische en culturele binnenstad internationaal verder op de kaart te zetten.
De verwachting is dat dit een positief effect heeft op de bezoekerseconomie. Het deel van de economie dat in 2020/2021 het hardst lijkt te zijn geraakt door de coronacrisis. Een toekomstbestendige bezoekerseconomie is belangrijk voor Leiden. De bezoekerseconomie zorgt voor banen en voorzieningen in de stad. Het maakt de binnenstad levendig. We zetten ons daarom in voor een duurzame en inclusieve bezoekerseconomie waar balans is tussen leven en beleven, vooral in de binnenstad. Met een divers winkelaanbod en voldoende ruimte voor de markt. De promotie en organisatie van activiteiten in de binnenstad worden met name door de samenwerkende organisaties, Leiden Marketing, het Cultuurfonds Leiden en het Centrum-management Leiden, verzorgd. Voorsorterend op de invoering van de Omgevingswet in 2022 hebben we de ambities en doelen met betrekking tot economie en een aantrekkelijk vestigingsklimaat in hoofdlijnen opgenomen in de Omgevingsvisie van Leiden, deze ambities, doelen en opgaven komen ook terug in het programma Economie. Leiden is een stad waar werken en wonen samengaan. We streven naar een goed vestigingsklimaat voor grote en kleine bedrijven, voor ondernemers uit het MKB en zelfstandigen. We willen een broedplaats zijn voor innovatieve start ups die meewerken aan de oplossingen voor morgen. We zetten ons in om werken in de stad
Beleidsbegroting | 51
te stimuleren. Belangrijk daarbij is dat we inzetten op het creëren van betaalbare ruimte voor werken in de stad. Dit biedt kansen voor functiemenging in de stedelijke ontwikkelgebieden. Door enerzijds werken toe te voegen in woongebieden en anderzijds wonen toe te voegen aan bedrijventerreinen of werkgebieden met een breed gedifferentieerd profiel. Daarmee doorbreken we de mono-functionaliteit van de gebieden, ontstaat er levendigheid en stellen we bewoners in staat om dicht(er)bij huis te werken. Dit draagt bij aan een duurzame economische structuur. Ook voor het Leiden Bio Science Park en het stationsgebied zetten we in op een verdere transformatie naar een innovatiedistrict. De ontwikkeling van het station Leiden CS is hierin belangrijk, omdat in de regionale kantorenvisie Holland Rijnland is afgesproken dat de kantorenontwikkelingen gecentraliseerd worden rondom Leiden CS. Het creëren van banen voor Leidenaren met verschillende achtergronden en opleidingen vinden we daarbij belangrijk. De toenemende mate van internationale concurrentie om human capital, oftewel talent, raakt direct de ontwikkeling voor de in Leiden gevestigde internationaal opererende bedrijven en kennisinstellingen.
Door inzet op internationalisering, met de doorontwikkeling van het Expat Centre naar een International Centre en inzet op het aantrekken van internationaal talent, versterken we ons vestigingsklimaat. Om te zorgen dat Leiden ook in de toekomst een goed vestigingsklimaat biedt en het economisch goed doet, werken we aan een circulaire economie. Het Rijk heeft immers de visie gepresenteerd dat Nederland in 2050 volledig circulair is, en dan alleen nog algemeen beschikbare, duurzame grondstoffen gebruikt. Dat vraagt om samenwerking. Gemeente Leiden stimuleert en faciliteert deze samenwerkingen en zet haar eigen rol als gemeente actief in om zo ondernemers te stimuleren en ondersteunen bij de transitie naar een circulaire economie. Een aandachtspunt is de financiering van de meerjarige beleidsdoelen voor het Leiden Bio Science Park. De incidentele financiering voor economische ontwikkelingen loopt t/m 2023 en er is nog geen structurele financiering. Een veerkrachtige arbeidsmarkt blijft onverminderd van belang. Voor het goed benutten van arbeidspotentieel blijven we inzetten op een goede aansluiting tussen het onderwijs en de arbeidsmarkt. Leiden sluit daarom aan bij verschillende initiatieven op dit thema zoals: Human Capital Akkoord van de Economic Board Zuid-Holland, het Human Capital Actieplan van Economie 071 en het Marktbewerkingsplan van Holland Rijnland.
Voor een vitale en duurzame Leidse economie is samenwerking lokaal, regionaal en landelijk belangrijk. We blijven hierop inzetten door samen te werken met ondernemersverenigingen, stadspartners, regiogemeenten, Economie071, Holland Rijnland, de Metropoolregio Den Haag (MRDH), Economic Board Zuid-Holland, de Provincie Zuid-Holland, de Verstedelijkingsalliantie, de G40 en het ministerie van Economische Zaken . Economie en de Omgevingswet De Omgevingswet wordt in 2022 ingevoerd en gaat over de fysieke leefomgeving. Het overgrote deel van de activiteiten in het programma economie valt binnen de reikwijdte van de Omgevingswet. In de Omgevingsvisie Leiden 2040 zijn de ambities en doelen met betrekking tot economie en een aantrekkelijk vestigingsklimaat op hoofdlijnen beschreven en verankerd. De Omgevingsvisie vormt daarmee het vertrekpunt en integraal kader voor wat we willen bereiken en waar dat gaat gebeuren in Leiden. Komende jaren zetten we ons in om deze ambities en doelstellingen te bereiken. Naast de bestaande instrumenten die we hiervoor al inzetten, zoals samenwerkingsverbanden, bijdragen en subsidies, biedt de Omgevingswet de mogelijkheid om via programma’s en het omgevingsplan onze ambities te realiseren. Als we bijvoorbeeld willen sturen op regels zullen die in het omgevingsplan moeten worden opgenomen. De Omgevingswet gaat uit van een ja, mits principe.
Niet alles hoeft echter in regels te worden vastgelegd om ambities te realiseren. Voor de economische thema’s die een relatie hebben met de fysieke leefomgeving wordt de komende jaren gekeken hoe de producten van de Omgevingswet kunnen helpen en ingezet kunnen worden om resultaten te behalen en uitvoering te geven aan de ambities en doelstellingen. De inzet van onze instrumenten en middelen hangt af van opgaven en rol die we als overheid op een bepaald thema aannemen, soms kan dat faciliterend zijn en soms is dat meer sturend. We gaan beoordelen wat de manieren zijn om onze beleidsdoelen te bereiken en welke wijze voor het bereiken daarvan het meest geschikt is.
Beleidsterrein 3A Ruimte om te ondernemen Doelen en prestaties bij 3A Ruimte om te ondernemen Doel
Prestatie
3A1 Betere ruimtelijke mogelijkheden voor bedrijven en instellingen
3A1.1 Regionale en lokale beleidsontwikkeling, beleidsuitvoering en advisering
52 | Beleidsbegroting
3A1.2 Doorontwikkeling Leiden Bio Science Park (LBSP)
3A1.1 Regionale en lokale beleidsontwikkeling, beleidsuitvoering en advisering 1. Regionale kantorenvisie Holland Rijnland De spoorzone van Leiden (het gebied Vondelkwartier, STEO en Schipholweg) is een aantrekkelijke locatie voor kantoren, mede door de ligging bij Leiden CS, het Innovatie District Leiden Bio Science Park en de historische binnenstad. Met de gebiedsvisies voor de Schipholweg, STEO en Vondelkwartier wordt de spoorzone doorontwikkeld naar een hoogstedelijke stadswijk waar wonen, werken en verblijfsvoorzieningen aanwezig zijn in een aantrekkelijke omgeving. Dit sluit aan bij de metromix zoals beschreven door Daan Zandbelt, Rijksbouwmeester, in zijn visie op Metropolitane landschappen. Vastgoedmakelaars en marktonderzoekers, zoals CBRE en Colliers International, concluderen dat stationslocaties in de toekomst steeds belangrijker worden voor kantoorontwikkeling. Ook na de coronacrisis als een mix van thuiswerken en kantoorwerken in het nieuwe werken wordt ingevoerd. De spoorzone van Leiden duiden zij daarbij als een kansrijke locatie. Dit wordt nogmaals bevestigd door Cushman & Wakefield in de laatste kantorenmonitor die de provincie Zuid-Holland jaarlijks laat uitvoeren. De ontwikkelingen rondom knooppunt Leiden Centraal spelen een cruciale rol in de bereikbaarheid en aantrekkelijkheid van de spoorzone als kantoorlocatie.
De ligging van de kantoren in het stationsgebied, de ligging van Leiden in de randstad en de compacte binnenstad zijn en blijven belangrijke vestigingsfactoren. In het stationsgebied ontwikkelt en bouwt ABC een flexkantoor op de hoek van het Schuttersveld en het Stationsplein naast Lorentz fase 1, waar Heineken in 2020 het commerciële hoofdkantoor heeft gevestigd. De aanstaande herontwikkeling van gedateerde kantoren aan de Schipholweg gaat ervoor zorgen dat ook dit gebied een aantrekkelijk vestigingsklimaat krijgt. Daarbij wordt voldaan aan de duurzaamheidseis van energielabel C, die vanaf 2023 verplicht is voor kantoorpanden. De huidige regionale kantorenvisie Holland Rijnland kent een looptijd van 2019-2024. De regionale visie gaat in op de kwaliteit en kwantiteit van de bestaande kantorenvoorraad, inclusief een verdere aanpak van de leegstand. De visie geeft ook aandacht aan duurzaamheid. Alleen op de meest kansrijke locaties kunnen nog vierkante meters worden toegevoegd. Het gebied Leiden Centraal is de enige locatie waar nog groei van het kantorenvolume in de regio Holland Rijnland mogelijk is. De totale vraag naar kantoorruimte in de spoorzone van Leiden (excl. Leiden Bio Science Park) bedraagt maximaal circa 90.000 m2 voor de periode 2019 t/m 2030.
De Provincie Zuid-Holland heeft de kantorenstrategie van Holland Rijnland aanvaard, waardoor Leiden de kantoorontwikkeling kan realiseren en daarmee een opgave voor de regio kan invullen. Jaarlijks wordt de kantorenmonitor Holland Rijnland opgesteld die zicht geeft op leegstand in de stad. Eind 2022 start Holland Rijnland met het proces om in 2024 de actualisatie van de kantorenstrategie Holland Rijnland vast te kunnen laten stellen. 2. Economie 071 In 2022 zetten we de goede samenwerking tussen onderwijsinstellingen, ondernemers en gemeenten uit de Leidse regio en Katwijk voort. Met 15 partners vormen we een triple helix samenwerkingsverband. We pakken integraal projecten op die de economische vitaliteit van de regio bevorderen. Daarnaast worden er onderzoeken gedaan naar de impact van de coronapandemie op de economie in de regio en wordt de veerkracht in beeld gebracht. Jaarlijks wordt de index071 opgesteld als spiegel voor het functioneren van de lokale economie.
In 2022 worden de volgende projecten voortgezet dan wel afgerond: - Digitalisering van het MKB - ICT Praktijk Academie Leidse Regio - Corona rapport Leidse regio - Human Capital Actieplan Leidse Regio - Talent op Maat - Stagepact071 - Bedrijventerreinen Leidse regio - Circulaire economie / duurzaam ondernemen - Een regionale visie op retail - Kenniskring onderwijs en arbeidsmarkt - Duurzame mobiliteit - Be good and tell it 3. Bedrijventerreinenstrategie Met de strategie ‘Ruimte voor bedrijven in de Economie 071-gemeenten, ruimtelijke strategie bedrijventerreinen 2020-2030’ is tot 2030 de koers van de regio 071 voor haar bedrijventerreinen vastgesteld. De strategie is het vertrekpunt voor gemeenten en bedrijfsleven om het vestigingsklimaat in de regio te versterken en gezamenlijk te werken aan toekomstbestendige bedrijventerreinen, waarmee een bijdrage wordt geleverd aan duurzame verstedelijking. Met deze strategie wordt enerzijds gestreefd naar behoud van ruimte voor bedrijven in de regio en anderzijds geeft de strategie duidelijkheid over locaties waar functiemenging
Beleidsbegroting | 53
met onder andere wonen mogelijk wordt gemaakt, met aandacht voor thema’s als verduurzaming en klimaatadaptatie. De deelnemende gemeenten leggen in de strategie vast dat tot 2030 geen hectare bedrijventerrein in de regio verloren gaat als gevolg van de transformaties. Dat geldt voor alle milieucategorieën, conform het convenant Ruimte voor bedrijven. In de strategie zijn uitgangspunten en een handelingskader vastgelegd voor het compenseren van hectares bedrijventerrein. Hiermee wordt ondernemers duidelijkheid gegeven op welke manier compensatie zal plaatsvinden als op bedrijventerreinen wordt getransformeerd. In 2022 wordt verder uitvoering gegeven aan de ruimtelijke strategie bedrijventerreinen 2020-2030. De regionale regisseur bedrijventerreinen is aan de slag en heeft als kerntaak ervoor te zorgen dat er voldoende goede ruimte blijft om te ondernemen op bedrijventerreinen in de regio. De regisseur wordt ingezet voor minimaal 2 jaar, met een bindende evaluatie aan het einde van het eerste jaar. De opvolging van de resultaten van de challenge toekomstbestendige bedrijventerreinen krijgt vorm in 2022, waarbij de nadruk ligt op verknoping van de bedrijventerreinen aan grote opgaven als klimaatadaptatie, verduurzaming, circulaire economie, ruimtelijke verdichting en ruimtelijke kwaliteit.
Tevens wordt in 2022 het planologisch mogelijk gemaakt dat een bedrijventerrein kan worden ontwikkeld in de Vlietzone-Midden. Bij vaststelling van de strategie is afgesproken 2 jaar na vaststelling de ruimtelijke strategie bedrijventerreinen 2020-2030 te evalueren op de uitgangspunten van de strategie, het convenant Ruimte voor bedrijven (dat op 31 december 2022 afloopt), de monitoring van de bedrijventerreinen en de resultaten van het Uitvoeringsplan. De evaluatie dient uiterlijk in de zomer van 2022 in Economie 071 verband opgepakt te worden. 4. Retailvisie 071 In 2016 is de regionale Retailvisie vastgesteld, het toekomstplan voor de winkelgebieden in onze regio. De tussenevaluatie van de retailvisie uit 2020 laat zien dat met name op actielijn A (sterker maken wat sterk is) veel dynamiek zit. De uitvoering van de regionale retailvisie is met name een lokale aangelegenheid. Vanuit Economie071 wordt sinds 2020 jaarlijks een Retailmonitor gemaakt om de ontwikkelingen rondom de retail te volgen. De eerste monitor is pre corona gemaakt, zodat in 2021 de effecten van de coronapandemie op de retail in beeld gebracht kunnen worden. Een belangrijk onderdeel hiervan is het koopstromenonderzoek, dat een beeld geeft van het (regionale) consumentengedrag in 2021. Ook in 2022 vindt een retailmonitor op regionale schaal plaats. 5.
Aanpak Leiden Winkelstad Het winkelgebied van Leiden fungeert als Centrum voor de hele regio. In 2021 wordt gewerkt aan een nieuw Retail- en Warenmarktbeleid als opvolger van de Winkelnota 2018. Deze wordt eind 2021 / begin 2022 aangeboden aan de raad voor vaststelling, waarmee de uitvoering van het beleid in 2022 wordt opgestart. Op hoofdlijnen worden de ingezette lijnen gevolgd. Zeker na de coronacrisis dient de Leidse binnenstad zich te onderscheiden als een stad met totaalbeleving waar meer te doen is dan winkelen. Ook wordt de samenwerking met het Aanjaagteam en het Centrummanagement Leiden intensief opgepakt. De communicatie tussen de binnenstadspartijen wordt verder geoptimaliseerd, leegstand wordt tegengegaan en goede retailers worden verleid om te ondernemen in de Leidse Binnenstad. De winkelfunctie wordt verbonden aan andere activiteiten in de binnenstad zoals horeca, dienstverlening, evenementen en de markt. Het nieuwe retailbeleid past binnen de Retailvisie 071 en is afgestemd op de doelen die worden gesteld in Programma Binnenstad. 6. Markten De Leidse Markt maakt op de woensdag en zaterdag onderdeel uit van het gezellige verblijfsgebied van de binnenstad van Leiden. Onderdeel van het hierboven genoemde nieuwe Retail- en Warenmarktbeleid zijn de beleidskeuzes die in 2022 aan de Raad worden voorgesteld voor een toekomstbestendige markt.
In het nieuwe beleid wordt ingegaan op thema’s als locatie, branchering, veiligheid en duurzaamheid van de warenmarkt. Ook wordt ingegaan op de vraag van de Raad of het goed zou zijn om de markt te verzelfstandigen. De marktfunctie wordt verbonden aan andere activiteiten in de binnenstad zoals horeca, evenementen en retail. Het bevorderen van de samenwerking tussen deze stakeholders is een speerpunt. 7. Overnachtingen (Toeristische verhuur van woonruimte, voorheen AirBnB ) In Leiden is het mogelijk om in hotels en bed & breakfast te overnachten. In 2021 is gewerkt aan beleid voor een nieuwe overnachtingsvorm: het toeristisch verhuren van eigen woningen, Dit nieuwe beleid wordt eind 2021 / begin 2022 aangeboden aan de Raad voor vaststelling en uitvoering in 2022. Daarmee wordt het toegestaan om eigen woningen tijdelijk en onder voorwaarden toeristisch te verhuren. Dit maakt overnachten in Leiden interessant voor nieuwe doelgroepen zoals gezinnen en bezoekers die het liefst in een lokale culturele omgeving verblijven. Daarnaast wordt de deeleconomie gestimuleerd met voordelen voor bewoners die extra inkomsten kunnen krijgen en bezoekers die een betaalbare overnachting kunnen boeken. Voor elke overnachting is een afdracht voor de toeristenbelasting verplicht.
Het nieuwe beleid zorgt ervoor dat het aantal toeristische overnachtingen geregistreerd wordt, waardoor het monitoren van de effecten van het beleid makkelijker kan plaatsvinden. Het is belangrijk dat het beleid voor toeristische verhuur van woonruimte de balans tussen leven en beleven stimuleert. Door het effect te monitoren kan tijdig worden bijgestuurd met passend beleid of handhaving.
54 | Beleidsbegroting
De coronapandemie heeft geleid tot afname van het aantal overnachtingen in de hotels in Leiden. Toch hebben zich vanuit de hotelmarkt enkele initiatieven voor uitbreiding van het aantal hotelkamers gemeld, zowel vanuit de gevestigde bedrijven, als nieuwe hotelplannen. Conform de eind 2021 door de raad vastgestelde ‘Horecavisie, ruimtelijke economische visie 2020-2026’ zullen deze plannen, na positieve beoordeling, worden begeleid voor realisatie van deze hotelconcepten. 8. Ligplaatsenbeleid Het borgen en reguleren van het gebruik van het openbaar water en de walkanten door (woonboot)bewoners, recreanten van binnen en buiten leiden en (bedrijfsvaart)ondernemers is een onderwerp dat een integrale benadering vraagt in regelgeving en aanpak. Daarmee is het een onderwerp dat bij uitstek geschikt is om op te nemen in het omgevingsplan. In de loop van 2022, na inwerkingtreding van de Omgevingswet, zal daarom worden gestart aan de uitwerking hiervan met als doel opname in het Leids omgevingsplan. 9. Internationalisering De veranderde samenstelling van de Leidse bevolking leidt (met 12 % internationals, zijnde bewoners met een niet-Nederlandse nationaliteit) tot nieuwe vragen richtung de gemeente.
Daarnaast biedt de doorgaande internationalisering van Leiden zowel kansen op het sociale vlak, waarin iedereen meetlet, als op het economische, waarbij het creëren van een gunstig vestigingsklimaat een toenemende welvaart voor alle Leidenaren bewerkstelligt. We kiezen daarom voor een brede, integrale benadering van internationalisering op alle beleidsterreinen, met de volgende speerpunten; inbtegratie % ontmoeting, onderwijs, kennis & economie, stedelijke ontwikkeling & wonen en dienstverlening. Met deze speerpunten spelen we in op de diversiteit onder de groep internationale Leidenaren, van vluchtelingen en statushouders tot kenniswerkers en expats. Door een uitvoeringsprogramma (2021-2024), waarbij internationalisering integraal vanuit de inhoudelijke beleidsterreinen wordt meegenomen, zetten wij, samen met onze partners uit de stad en de regio, in op een kansgerichte benadering op internationalisering. Belangrijke ontwikkelingen in 2022 zijn o.a. de doorontwikkelingvan het Expat naar een international Centre, de start van een internationale basischool (IGBO) en Leiden als European City of Science. 3A1.2 Doorontwikkeling Leiden Bio Science Park Ontwikkelingen Leiden Bio Science Park 2022 Het Leiden Bio Science Park (LBSP) behoort tot de top van de Life Science & Health (LSH) in Europa en is de grootste van Nederland.
Daarbij is het park cruciaal in het functioneren van Leiden als internationale kennisstad. Het vormt samen met het Stationsgebied en de Binnenstad de stuwende economische kern van Leiden. Naast de economische kracht van het LBSP, zoals in het Rekenkameronderzoek “Bio Science Park een waardevol onderdeel van de stad” is bevestigd, is er ook een maatschappelijke kant van het park. Het LBSP draagt namelijk bij aan het verbeteren van de gezondheid van Leidenaren, Nederlanders en de samenleving wereldwijd. Onze doelen zijn om het LBSP te laten groeien en bloeien en te transformeren naar een Innovatiedistrict. Op de onderwerpen economie en onderwijs is hiervoor een aantal nieuwe indicatoren opgenomen. De gemeente Leiden werkt nauw samen met de Universiteit Leiden, het LUMC, Janssen Biologics (Janssen als geheel, inclusief Vaccines), de gemeente Oegstgeest en de Ondernemersvereniging Bio Science Park aan de economische en ruimtelijke ontwikkeling van het LBSP. Dit gebeurt via de volgende vier programmalijnen: 1. Profilering en branding van het LBSP De grootste prioriteit wordt gesteld voor een sterkere profilering van het LBSP zodat zichtbaarder gemaakt wordt wat het LBSP te bieden heeft. Dit begint bij het bepalen wat het profiel is, en vooral waarmee het LBSP het verschil maakt. De stichting LBSP stelt binnenkort het profilieringsdocument vast. 2.
Programmering van het LBSP Het ecosysteem op en rond het LBSP dient verder te worden versterkt om het vestigings- en innovatieklimaat te verbeteren. De belangrijkste thema’s die hiervoor naar voren komen zijn: acquisitie, talent & aansluiting onderwijs-arbeidsmarkt, support voor starters, R&D-samenwerking tussen instellingen/bedrijven en toegang tot faciliteiten/labruimte. Door de jaren heen is dit een zich verder ontwikkelende agenda, zodat het LBSP altijd een state-of-the-art campus is. Het incubatorprogramma Unlock vervult hierin een belangrijke rol. Tegelijk gaat het hier ook om het verbinden en verlevendigen van het LBSP tot een Innovatie District door het organiseren van events en programma’s op LSH specifieke thema’s. 3. Positionering van het LBSP Het is nodig de positionering van het LBSP strategischer ter hand te nemen. Hiermee wordt bedoeld dat de vertegenwoordiging van het LBSP als veruit de grootste Nederlandse LSH-campus in beleid van lokale, provinciale, nationale en Europese overheden versterkt dient te worden. 4. Visie gebiedsontwikkeling LBSP De kwaliteit van het LBSP wordt naast de programmering sterk bepaald door de ruimtelijke ontwikkeling. Hier staat de komende jaren veel te gebeuren en dit valt niet onder verantwoordelijkheid