CConstaterende datLeiden
Koppel je AI →
Document · PDF

210089 Bijlage 1 Toelichting en regels vaststelling bestemmingsplan Haagweg - Noordman

Gemeenteraad 9 november 2021, gemeente LeidenBij agendapunt: Bijlagen30.230 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Ondanks het feit dat er geen sprake is van een geluidzone langs deze weg, is in het voorliggende onderzoek de geluidbelasting vanwege

55

bestemmingsplan Haagweg - Noordman

deze weg toch berekend. De overige wegen liggen op grotere afstand van het plangebied en/of de verkeersintensiteit is er dusdanig gering, dat deze wegen niet relevant zijn met betrekking tot de geluidbelasting. Uit het onderzoek blijkt dat de geluidbelasting op de nieuwe woningen en appartementen vanwege het verkeer op de: Haagweg en Churchilllaan hoger zijn dan de voorkeurswaarde van 48 dB, maar lager dan de maximale ontheffing van 63 dB; 30 km/uur-weg Ter Haarkade ruim lager zijn dan de voorkeurswaarde uit de Wet geluidhinder, zoals deze geldt voor gezoneerde wegen. Op basis hiervan wordt gesteld dat de geluidbelasting vanwege het verkeer op de 30 km-weg Ter Haarkade aanvaardbaar is. In verband met een goede ruimtelijke ordening en een goed woonklimaat is het aan te bevelen om bij de bepaling van de geluidwering van de gevels rekening te houden met de bijdrage van deze 30 km/uur-weg. Dit kan door bij het ontwerp van de nieuwe woningen en appartementen rekening te houden met de geluidbelasting; Van zowel de Haagweg als de Churchilllaan wordt de voorkeurswaarde van de Wet geluidhinder overschreden. Wel blijven hoogste geluidsbelastingen onder de maximaal toelaatbare geluidsbelastingen uit de Wet geluidhinder. Voor de Haagweg geldt dat de geluidsbelasting alleen voor de appartementen hoger ligt dan de geluidswaarden uit het gemeentelijke geluidbeleid.

De geluidsbelasting van de Churchilllaan op de woningen en appartementen blijft beneden de geluidswaarden uit het gemeentelijke geluidbeleid. Voor de Churchilllaan worden geen aanvullende eisen gesteld aan het bouwplan. Om binnen het plangebied te voldoen aan de geluidsbelasting zijn in principe de volgende maatregelen denkbaar: 1. 2. 3. 4. 5.

een geluidsscherm op de terreingrens van het bouwplan; de afstand tussen de weg en de nieuwe woningen en appartementen vergroten; een geluidsscherm aan de geluidbelaste gevels; de geluidbelaste gevels voorzien van loggia's; de geluidbelaste gevels uitvoeren als dove gevel.

Het nader uitwerken van een van deze maatregelen is alleen zinvol als een van de maatregelen reëel zou zijn. Dit is in voorliggende situatie niet het geval. Industrielawaai Voor het industrieterrein Rijn en Rail is op grond van de Wet geluidhinder een geluidzone vastgesteld. Op en buiten de grens van deze geluidzone mag de geluidbelasting, vanwege het industrieterrein niet meer bedragen dan 50 dB(A)-etmaalwaarde. Voor nieuwe woningen binnen de geluidzone geldt een voorkeurswaarde van 50 dB(A). De zonegrens van het industrieterrein ‘Rijn en Rail’ ligt aan de zuidwestzijde over de uiterste hoek van de kavel. Op de meest zuidwest gelegen woning zal daarmee ten hoogste een industriële geluidbelasting van 50 dB(A) etmaalwaarde optreden. Er wordt voldaan aan de voorkeurswaarde zoals deze geldt op basis van de Wet geluidhinder. Ook is deze geluidbelasting gelijk aan de richtwaarden uit de VNG Brochure ‘Bedrijven en Milieuzonering’ voor woningen in een gemengd gebied. Gezien de ligging van de zone is het vaststellen van een Hogere Waarde voor industrielawaai niet noodzakelijk. Verder onderzoek naar de industriële geluidbelasting is om deze reden niet noodzakelijk. Scheepvaartlawaai Scheepvaartlawaai op openbaar vaarwater valt niet onder de toetsing van de Wet geluidhinder.

In het kader van een goede ruimtelijke ordening is er wel gekeken naar eventuele geluidshinder afkomstig van beroepsvaart en pleziervaart. Het deel van de Oude Rijn, gelegen aan de Haagweg, is op basis van de Omgevingsverordening niet aangewezen als een van de Provinciale vaarwegen. In principe

56

bestemmingsplan Haagweg - Noordman

komt beroepsscheepvaart in dit deel van de Oude Rijn niet voor. Wel is dit deel van de Oude Rijn aangewezen als een verbindingsroute voor recreatieve scheepvaart. Hierdoor zal er seizoensgebondenrecreatie-/pleziervaartverkeer plaatsvinden. Geluidslawaai van seizoensgebondenrecreatie-/pleziervaart, met een zeer beperkte vaarsnelheid, is uitgesloten. Wel kan worden gedacht aan eventuele geluidsoverlast van muziek afkomstig van de seizoensgebondenrecreatie-/pleziervaart. Als hier sprake van is zal dit op basis van de APV geregeld dienen te worden. Conclusie Bij zes appartementen met een uitwendige scheidingsconstructie wordt de voorkeursgrenswaarden door geluidsbelasting vanaf de Haagweg overschreden. Om bij deze appartementen te voldoen aan de voorwaarden van de Omgevingsdienst en voorwaarden uit het gemeentelijke geluidsbeleid dient akoestische compensatie toegepast te worden. Gezien de huidige situatie en de berekende waarden zijn er binnen het bouwplan geen reële maatregelen mogelijk om de geluidsbelasting bij de woningen en appartementen te reduceren tot maximaal 48 dB uit de Wet geluidhinder of de waarden uit het gemeentelijke geluidbeleid. Om de woningen en appartementen te kunnen realiseren wordt een Besluit hogere grenswaarden verleend door het bevoegd gezag. Het besluit is te vinden als bijlage 7 bij de toelichting.

Het aspect geluid vormt verder geen belemmering voor het plan.

4.5.5

Luchtkwaliteit

Per ontsluitingsweg worden minder dan 1500 woningen en/of minder dan 100.000 m2 bvo kantoor gerealiseerd. Het betreft de nieuwbouw van 20 woningen. Volgens bijlage 3B van de Regeling draagt het plan hierdoor "niet in betekenende mate" bij. Zorgvuldigheidshalve is de NIBM-tool ingevuld (zie navolgend figuur). De verkeersgegevens uit paragraaf 4.8 zijn hierbij gebruikt. Hieronder is het resultaat weergegeven. Geconcludeerd wordt dat het plan niet in betekenende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit.

Daarnaast moet worden gekeken naar de achtergrondwaarden m.b.t. luchtkwaliteit. Op deze manier wordt bepaald of in de huidige en toekomstige situatie sprake is van een goed woonen leefklimaat. De achtergrondwaarden bij de dichtstbijzijnde meetpunten zijn hieronder weergegeven. Alle waarden liggen onder de gestelde normen. Er is sprake van een goed

57

bestemmingsplan Haagweg - Noordman

woon- en leefklimaat.

Conclusie Het plan voldoet aan de Wet milieubeheer, onderdeel luchtkwaliteitseisen. Er zijn geen belemmeringen voor het plan met betrekking tot de luchtkwaliteit.

58

bestemmingsplan Haagweg - Noordman

4.6

Milieueffectrapportage

4.6.1

Beleidskaders

Voor plannen en activiteiten, die mogelijk belangrijke nadelige gevolgen hebben voor het milieu, kan het noodzakelijk zijn dat een milieueffectrapport wordt opgesteld. Dit is geregeld in de Wet milieubeheer (hoofdstuk 7), het Besluit milieueffectrapportage en de Wet natuurbescherming 2017 (Wnb). Er is een m.e.r.plicht voor plannen (planMER) en een m.e.r.plicht voor besluiten. Een plan is planm.e.r.plichtig als het plan kaders stelt voor m.e.r.plichtige activiteiten. Een bestemmingsplan (of wijzigingsplan) kan plan m.e.r.plichtig zijn. Dit is het geval als het plan kaders stelt voor latere m.e.r.plichtige activiteiten en/of als voor het plan een passende beoordeling nodig is vanwege de Wnb. Daarnaast kan een plan ook m.e.r.plichtig zijn als er een concreet (bouw)plan ter uitvoering ligt. Natura 2000 Voor het uitvoeren van projecten en handelingen die negatieve effecten kunnen hebben op de instandhoudingsdoelstellingen van een Natura 2000-gebied en die niet nodig zijn voor het beheer van het Natura 2000-gebied, is een vergunning nodig. Bij besluiten om een plan (bijvoorbeeld een bestemmingsplan) vast te stellen moet op grond van artikel 2.8 van de Wnb rekening worden gehouden met de effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebieden en het beheerplan. Ook activiteiten buiten het Natura 2000-gebied kunnen negatieve effecten op het Natura 2000-gebied hebben.

Dit wordt 'externe werking' genoemd. Het dichtstbij gelegen stikstofgevoelige Natura 2000-gebied Meijendel & Berkheide ligt op een afstand van ca 6 kilometer (het gebied De Wilck ligt dichterbij maar is niet stikstofgevoelig). Gezien de afstand tot de Natura 2000-gebieden en de omvang van het plan, zijn er vanwege de realisatie van de woningen geen significante negatieve effecten op de Natura 2000-gebieden. Uit de Aerius-berekeningen blijkt daarnaast dat het plan een stikstofdepositie veroorzaakt van 0,00 mol/ha/jaar bij Natura 2000. Besluit milieueffectrapportage Het plan betreft een activiteit zoals genoemd in onderdeel D van de bijlage behorende bij het Besluit milieueffectrapportage te weten D 11.2. (stedelijk ontwikkelingsproject). In de bijlage is genoemd aan welke drempelwaarden moet worden voldaan om te spreken van een formele m.e.r. beoordeling. De genoemde drempelwaarden zijn als volgt: 1. een oppervlakte van 100 hectare of meer, 2. een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of 3. een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. Met het herontwikkelen van het gebied aan de Haagweg 89 worden de genoemde drempelwaarden niet overschreden. Er is sprake van een vormvrije m.e.r. beoordeling.

4.6.2

Onderzoeksresultaten

Kenmerken van het project Er is sprake van de transformatie van een bedrijfslocatie (houtopslag), naar woongebied met een appartementengebouw (13 appartementen) en 7 grondgebonden woningen. Daarnaast zal het plan de aanleg van een steiger, een molenaarshuisje en parkeerplaatsen toestaan. Het plangebied heeft een oppervlakte van maximaal 3.662 m2. Plaats van het project

59

bestemmingsplan Haagweg - Noordman

Het plangebied ligt in het stedelijk gebied van Leiden, in de wijk "Bos-en Gasthuisdistrict". Het ligt aan een van de hoofdontsluitingen van deze wijk, de Haagweg. Noordwestelijk grenst het plangebied aan de Oude Rijn. Ten noorden van het plangebied is de Houtzaagmolen 'de Heesterboom' gelegen. In het noordoosten/oosten het Islamitisch Centrum Al Hijra Leiden. Meer zuidelijk liggen appartementen en kantoorgebouwen. Aan de overzijde van de Rijn is zuidwestelijk een bedrijventerrein gesitueerd. Aan de overzijde van de Rijn, direct tegenover het plangebied, aan de Morskade, is er sprake van woningbouw. Kenmerken van het potentiële effect Ten behoeve van dit plan is, door het bureau BRO de 'aanmeldingsnotitie en vormvrije m.e.r. beoordeling, Haagweg 89 te Leiden', de dato 20 november 2020, opgesteld (bijlage 10). Uit deze aanmeldnotitie blijkt dat het plangebied wel archeologische, historische en cultuurhistorische waarden heeft. De instandhouding en bescherming van deze waarden worden binnen de realisatie van dit plan voldoende gewaarborgd. De nabijgelegen locaties van een Natura 2000-gebied zijn gelegen op ongeveer 5 en 6 kilometer ten oosten van het plangebied. Het betreft het Natura 2000-gebied 'Meijendel & Berkheide' en 'De Wilck'.

De beoogde woningbouw-ontwikkeling zal een lichte toename aan verkeersbewegingen veroorzaken, echter zal dit verwaarloosbaar met de huidige verkeersbewegingen binnen. Ten behoeve van de stikstofdepositie op natura 2000 gebieden, zijn Aeriusberekeningen (21 januari 2021) uitgevoerd. Op basis van deze berekeningen zal het project niet leiden tot belangrijk negatieve effecten voor het milieu. Conclusie Op basis van het bovenstaande en de aanmeldnotitie heeft de Omgevingsdienst West Holland, namens het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Leiden op 27 januari 2021 een vormvrij m.e.r. besluit genomen (bijlage 11).

4.7

Stedenbouwkundige inpassing

De nieuwbouw bestaat uit zeven grondgebonden woningen aan het water en dertien appartementen in een drielaags appartementenblok. Alle woningen worden aangeboden in het (vrije sector) koopsegment. Ten opzichte van de bestaande situatie neemt de Leidse woningvoorraad toe met 20 wooneenheden. De bouwhoogte bedraagt maximaal 10,4 meter (drie bouwlagen), waardoor er geen sprake is van een strijdigheid met de molenbiotoop, gelet op de naastgelegen molen "De Heesterboom" (zie paragraaf 4.2). De gebouwen hebben een representatieve uitstraling aan alle zijden. Aan de zijde van de historische Haagweg hebben de gebouwen hun formele voorkant met een hoogwaardige architectonische uitwerking en een zorgvuldige detaillering. De ontwikkeling doet mee in de losse gebouwen, met diverse volumes, tussen de Haagweg en de Rijn met zichtlijnen vanaf de Haagweg op het water van de Rijn en de molen. Er wordt een nieuwe looplijn gecreëerd naar het water met aan het eind een verblijfplaats zodat ook bewoners uit de buurt over de Rijn kunnen kijken en deze kunnen beleven. De kwaliteit van de openbare ruimte neemt toe door de afname aan bebouwing, een hoogwaardige inrichting van de buitenruimte en toename aan groen. Hierdoor wordt de ruimte rondom de molen meer uitnodigend tot aan het water. Energievoorziening e.d.

worden intern in de gebouwen opgelost en zorgen niet voor losse obstakels in of verrommeling van de buitenruimte.

60

bestemmingsplan Haagweg - Noordman

4.8

Verkeer en vervoer

4.8.1

Beleidskader

4.8.1.1 Nota Mobiliteit De Nota Mobiliteit geeft de visie van het rijk op het verkeer en vervoersbeleid weer tot en met 2020. De Nota is in samenwerking met de provincies, gemeenten, kaderwetgebieden en waterschappen tot stand gekomen. De Nota Mobiliteit is een zogenaamde planologische kernbeslissing (pkb), een planfiguur die wordt beschreven in de Wet op de Ruimtelijke Ordening en die de nota zijn wettelijke status geeft. Dit betekent dat eerst een beleidsvoornemen wordt gemaakt, waarna inspraak en advies volgen en tot slot een kabinetsstandpunt met parlementaire behandeling. De ruimtelijke aspecten van het verkeersen vervoersbeleid komen terug in de Nota Ruimte van het ministerie van VROM. De minister van Verkeer en Waterstaat heeft op 28 mei 2004 de hoofdlijnennotitie voor de Nota Mobiliteit aan de Tweede Kamer aangeboden. In de hoofdlijnennotitie worden de volgende beleidsdoelen aangegeven: het verbeteren van de internationale bereikbaarheid; het verbeteren van de interne en onderlinge bereikbaarheid van de nationale stedelijke netwerken en economische kerngebieden; een goed functionerend systeem voor het vervoer van personen en goederen als essentiële voorwaarde voor economische ontwikkeling; het inzetten op proces- en technologie-innovatie ter realisering van de beleidsdoelen.

De uitgangspunten bij het realiseren van deze beleidsdoelen zijn betrouwbare reistijden, vlotte en veilige verkeersafwikkeling binnen de (inter)nationale wettelijke en beleidsmatige kaders van milieu en leefomgeving. Een goede bereikbaarheid is een voorwaarde voor de sociale en economische ontwikkeling in Nederland. Op zijn beurt creëert die ontwikkeling weer nieuwe mobiliteit. Mobiliteit mag, maar niet altijd en overal. Mensen moeten mobiel kunnen zijn om maatschappelijk te kunnen participeren.

4.8.1.2 Regionaal verkeer- en vervoerplan (RVVP) Begin juli 2002 is het ontwerp Regionaal Verkeer- en Vervoerplan verschenen. In dit RVVP met de titel 'De Regio's Verbonden' wordt aangegeven wat de komende jaren het beleid zal zijn voor de Leidse Regio, de Duin en Bollenstreek en de Provincie Zuid-Holland. Met het plan wil men vraagstukken aanpakken die op het gebied van mobiliteit een bijdrage leveren aan een goed klimaat om te wonen, werken en ondernemen in de regio. Ten aanzien van het plangebied zijn de volgende aandachtsvelden van belang: a. Mobiliteit en ruimte; dit aandachtsveld stelt de volgende doelen: 1. betere afstemming van de ruimtelijke ontwikkelingen en de vervoersnetwerken; 2. bundeling van activiteiten op locaties die goed bereikbaar zijn met de vervoermiddelen die daarbij horen; in dit geval het openbaar vervoer; 3. een uitgekiende ruimtelijke ordening, zodat gebruik van fiets en openbaar vervoer gestimuleerd worden. b. De fiets; dit aandachtsveld stelt de volgende doelen: 1. meer gebruik van de fiets in stedelijke gebieden; 2. gebruik van fiets als voor- en natransport bij het openbaar vervoer. c. Openbaar vervoer; dit aandachtsveld stelt de volgende doelen: 1. een snel en hoogwaardig verbindend regionaal hoofdnet (RijnGouwe-Lijn); 2. het hoofdnet en het onderliggend netwerk moeten afzonderlijk en eenduidig herkenbaar zijn.

61

bestemmingsplan Haagweg - Noordman

4.8.1.3 Mobiliteitsnota Op 28 mei 2015 heeft de gemeenteraad de Mobiliteitsnota Leiden 2015-2022 vastgesteld. Deze nota legt het verkeers- en vervoersbeleid van de gemeente Leiden vast. De nota benoemt de ambities die Leiden op het vlak van mobiliteit heeft, en benoemt maatregelen om deze ambities te realiseren. Hier zijn nieuwe maatregelen bij, maar ook veel maatregelen waarover de afgelopen jaren al besluitvorming heeft plaatsgevonden. Ook de laatste zijn in deze nota opgenomen, want een belangrijk doel van de nota is overzicht te bieden over het gehele mobiliteitsbeleid van de gemeente. De looptijd van de Mobiliteitsnota is van 2015 tot en met 2022. Deze periode komt overeen met het Investeringsprogramma Infrastructuur waar Leiden ook aan werkt. In de Investeringsprogramma worden de middelen belegd voor infrastructuurprojecten. In deze Mobiliteitsnota zijn zeven ambities verwoord: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.

versterken van de hoofdontsluitingsstructuur; bereikbaarheid en omgevingskwaliteit in balans brengen; stimuleren van langzaam verkeer; stimuleren van OV-gebruik; bijdragen aan duurzaamheid en aan minder milieuhinder; werken aan een gastvrij Leiden; moderne technologie meer inzetten ten behoeve van verkeer en vervoer.

Met deze ambities wil Leiden bijdragen aan het bovenliggende doel dat ook in de Verkenning LAB071 is gebruikt: de Leidse agglomeratie wil een regio zijn van internationale kennis, historische cultuur, met een prettige en hoogwaardige woonomgeving, die goed bereikbaar is. Leiden zal een aantal belangrijke maatregelen nemen ter verbetering van de structuur van het wegennet. De basis hiervoor is een ring die de hoofdontsluitingsstructuur van Leiden en de Leidse agglomeratie vormt. Deze hoofdstructuur wordt mogelijk door de komst van de Rijnlandroute en de verbrede A44. De Rijnlandroute sluit in feite de ring rond de Leidse agglomeratie. De ring die zo ontstaat wordt gevormd door de A44, Rijnlandroute, A4, en de streng N446 ¡V Oude Spoorbaan ¡V Willem de Zwijgerlaan ¡V Schipholweg ¡V Plesmanlaan, en heet vooralsnog de Leidse Ring. Door ook op het gemeentelijke deel maatregelen te nemen, versterken we deze Leidse Ring en functioneert deze als de snelle en betrouwbare hoofdstructuur van de Leidse agglomeratie. Het bundelen van meer verkeer op deze route, maakt het mogelijk in andere delen van de stad aanpassingen van de wegenstructuur uit te voeren. Met de Leidse Ring als basis is in deze nota een keuze gemaakt welke wegen de gemeente ziet als wegen met een ontsluitende functie, en welke wegen gelden als verblijfsgebieden.

Hiertoe is gebruik gemaakt van de wegencategorieen conform het programma Duurzaam Veilig: stroomwegen, gebiedsontsluitingswegen en erftoegangswegen. Leiden voegt hier een categorie aan toe, namelijk wijkontsluitingswegen. Het gaat daarbij om wegen waar de verblijfsfunctie belangrijk is, maar het verkeeraanbod zodanig is en blijft, dat hier ook de verkeersfunctie op een verantwoorde wijze moet worden geborgd. Deze wijkontsluitingswegen liggen vooral in en rond de binnenstad. Uit de resulterende kaart die de gehele ontsluitingsstructuur van Leiden weergeeft, volgen opgaven voor weginrichtingen. Naast de categorisering van de wegen is ook gekozen voor een aantal andere maatregelen die het functioneren van de wegenstructuur bepalen: ten eerste is er voor gekozen op de Rijnzichtbrug slechts verkeer in een richting mogelijk te maken (nadat het project Ontsluiting Bio Science Park is voltooid). Dit heeft een grote

62

bestemmingsplan Haagweg - Noordman

positieve uitwerking op de Morsweg, waar op dit moment de situatie op meerdere vlakken (verkeersveiligheid, leefbaarheid) erg problematisch is, verder wenst Leiden de Spanjaardsbrug voor autoverkeer af te sluiten. De brug blijft alleen open voor OV en langzaam verkeer. De situatie op en rond de brug is namelijk bijzonder ongeschikt om grotere hoeveelheden verkeer te verwerken. De afsluiting zorgt ervoor dat meer verkeer gebruik maakt van de Leidse Ring en dat het kruispunt Sumatrastraat ¡V Lage Rijndijk een betere inrichting kan krijgen. We gaan in overleg met Leiderdorp over deze maatregel, ook gaat Leiden werken aan het versterken van de voetgangersvriendelijkheid in de binnenstad, in de vorm van een aaneensluitend gebied in de historische stad waar de (toeristische) bezoeker van onze binnenstad meer centraal staat. We vertalen dit in een inrichting van de straten, routing en eventuele tijden voor laden en lossen. De manier waarop en de exacte ligging van dit gebied is in de nota nog niet bepaald. Dit is een uitwerkingsvraag die met bewoners de komende tijd opgepakt zal worden, tot slot is de aansluiting van Meerburg en het Waardeiland op de Hoge Rijndijk een onderwerp dat aandacht vraagt en met omwonenden zal worden uitgewerkt. De nota bevat ook maatregelen op het gebied van duurzaamheid en leefbaarheid.

Voor leefbaarheid is de introductie van de Leidse Ring al een positieve ontwikkeling: bundelen op de Leidse Ring betekent dat andere wegen minder verkeer te verwerken krijgen en op de Leidse Ring zijn extra maatregelen mogelijk om de gevolgen voor de leefbaarheid te beperken. Voor duurzaamheid is het belangrijk meer gebruik te maken van duurzame vormen van transport. Vooral het bevorderen van het gebruik van de fiets en het OV dragen hieraan bij. De nota noemt ook andere maatregelen op het gebied van duurzaamheid, zoals stedelijke distributie en het toepassen van mobiliteitsmanagement. Leiden kent geen black spots (locaties met bovenmatige ongevallencijfers), maar er zijn wel locaties waar verbetering van de verkeersveiligheid wenselijk is. De nota benoemt een aantal locaties voor projecten om de veiligheid te verbeteren. Daarnaast zijn verkeerseducatie en publiekscampagnes manieren om de veiligheid te verbeteren. Voor die laatste maatregelen sluit de gemeente aan bij Holland-Rijnland. Bij het OV-beleid is gekeken naar gedetailleerde gegevens over het reisgedrag van OV-reizigers die beschikbaar zijn als gevolg van de introductie van de OV-chipkaart. Vervolgens is beschreven hoe aan een beter OV gewerkt zal worden. Eerder is al gekozen voor de komst van een aantal lijnen met Hoogwaardig Openbaar Vervoer (HOV). Deze HOV-lijnen en het spoornet zijn de dragers voor het OV-systeem.

Hieronder zijn er vooral ontsluitende buslijnen die de wijken bedienen. Ten behoeve van de volgende concessie (waar de gemeente niet de bepalende partij in is, maar waar de gemeente wel invloed op heeft) zal de gemeente zoeken naar mogelijkheden die beter aansluiten op het werkelijke reisgedrag van OV-gebruikers en die meer rekening houden met andere belangen in de stad (zoals leefbaarheid). Ook innovatieve mogelijkheden (zoals nieuwe soorten vervoermiddelen voor het OV) komen hierbij aan bod. Verder is een essentiële ontwikkeling voor het OV dat Leiden het busstation verplaatst naar de andere zijde van het station. Dit heeft meerdere voordelen voor de openbare ruimte, en brengt gevolgen voor de belasting van het wegennet met zich mee. De beleidsnota noemt op het gebied van voetgangers een beperkt aantal projecten: het verbeteren van de routes voor de voetganger van station Leiden Centraal naar het Bio Science Park en naar de binnenstad, en het realiseren van goede looproutes vanaf de nieuwe parkeergarages. Voor het overige is het voor de voetganger vooral belangrijk dat in de ontwerpen van de openbare ruimte altijd goed naar de belangen voor de voetganger wordt gekeken, ook van de kwetsbare doelgroepen hierbinnen. Voor de fiets wordt het staande beleid uit de Nota Herijking Fietsroutes Leiden 2013-2020 doorgezet, met daarbij een aantal aanvullingen.

Voor meer fietsgebruik is het vooral belangrijk

63

bestemmingsplan Haagweg - Noordman

dat de fietser beschikt over snelle en directe routes. Daar worden projecten voor uitgevoerd, voor een deel tussen Leiden en andere gemeenten, voor een deel binnen Leiden zelf. Ook komen er extra inspanningen op het gebied van fietsparkeren. Op het gebied van parkeren is al een aantal belangrijke keuzen ingezet: de realisatie van nieuwe parkeergarages en de uitbreiding van gereguleerd parkeren. De beleidsnota benoemt de verschillende achterliggende doelen van het parkeerbeleid en somt de maatregelen om de doelen te halen op, waarvan eerdergenoemde parkeergarages en het gereguleerd parkeren de voornaamste zijn. Bij verplaatsingen met het OV is er nagenoeg altijd sprake van ketenmobiliteit. Dat wil zeggen, bij de verplaatsing gebruikt de OV-reiziger ook voor- en natransport. Door het voor- en natransport beter te laten plaatsvinden, wordt het gebruik van het OV bevorderd. De voornaamste maatregelen hiertoe zijn het verbeteren van het fietsparkeren en de looproutes bij de stations. Hier worden inspanningen toe verricht. Ook maatregelen op het gebied van verkeersmanagement maken deel uit van de Mobiliteitsnota. De meest omvangrijke maatregel die de gemeente zal nemen, is het sterk uitbouwen van het monitoringssysteem van het verkeer.

De gegevens die als gevolg hiervan beschikbaar komen, bieden verschillende mogelijkheden om het verkeer beter te laten afwikkelen, waaronder het gebruiken van geavanceerdere algoritmes voor verkeerslichten, en het koppelen van de gegevens aan de vaarwegmanagementcentrale van de provincie. Met de laatste maatregel beogen wij dat de brugopeningen van de provinciale bruggen beter worden afgestemd op het wegverkeer.

64

bestemmingsplan Haagweg - Noordman

4.8.1.4 Beleidsregels parkeernormen Op 1 november 2014 is artikel 3.1.2 van het Besluit ruimtelijke ordening aangepast. Er is een onderdeel aan het Bro toegevoegd op grond waarvan het mogelijk is om zogenaamde 'wet-interpreterende' regels op te nemen in het bestemmingsplan. Geregeld is dat ten behoeve van de goede ruimtelijke ordening in een bestemmingsplan regels kunnen worden opgenomen, waarvan de uitleg bij de uitoefening van een daarbij aangegeven bevoegdheid afhankelijk wordt gesteld van beleidsregels. Hiermee is het mogelijk gemaakt om een regeling voor het parkeren op te nemen, zonder parkeernormen concreet vast te leggen en ook om te kunnen blijven werken met een parkeerfonds. Op 29 november 2014 is vervolgens de Reparatiewet BZK 2014 in werking getreden. Deze wet regelt formeel dat de grondslag voor het opnemen van stedenbouwkundige bepalingen in de bouwverordening komt te vervallen. Alle stedenbouwkundige bepalingen uit de bouwverordening moeten worden opgenomen in bestemmingsplannen, waaronder de parkeerregeling. Dit houdt in dat bestemmingsplannen die na 29 november 2014 worden vastgesteld artikel 2.5.30 van de bouwverordening vervalt en de parkeerregeling in het bestemmingsplan moet worden opgenomen. Dit is bepaald in het nieuwe artikel 133 van de Woningwet.

Er geldt hiervoor een overgangstermijn tot 1 juli 2018: na die datum verliezen de stedenbouwkundige bepalingen in de bouwverordening hun (aanvullende) werking. Daarnaast geldt dat plannen, die vanaf de inwerkingtreding van de Reparatiewet in procedure worden gebracht, ook moeten zijn voorzien van een regeling ten aanzien van het parkeren. In het bestemmingsplan moeten dus regels worden opgenomen ten aanzien van parkeren en laden en lossen. Uitgangspunt is dat bij ontwikkelingen (nieuwbouw of functiewijziging) er voldoende parkeerplaatsen en ruimte voor laden en lossen op eigen terrein beschikbaar moeten zijn. Hiermee wordt voorkomen dat een nieuwe ontwikkeling te veel nadelige gevolgen voor de omgeving oplevert. Om te beoordelen wat 'voldoende' parkeerplaatsen zijn wordt gekeken naar de Parkeervisie Leiden 2020-2030 en de Beleidsregels Parkeernormen Leiden 2020. Het doel van dit beleid is dat initiatiefnemers van ruimtelijke activiteiten op eigen terrein voorzien in parkeer-/stallingsruimte voor auto's, dan wel laad- of losruimte, als daartoe behoefte ontstaat ten gevolge van die ruimtelijke activiteiten. Op deze wijze wordt in het bijzonder de parkeerdruk in de openbare ruimte beperkt, en wordt gezorgd voor voldoende plaats voor geparkeerde auto's bij de diverse voorzieningen en functies.

De verantwoordelijkheid voor het realiseren van de benodigde parkeerplaatsen wordt primair bij de veroorzaker van de parkeervraag gelegd. De ruimte in Leiden is namelijk schaars en de leefbaarheid van wijken hangt nauw samen met het gebruik van de openbare ruimte. Voor de verschillende zones in Leiden ('binnenstad, binnenstad bij station, schil, schil bij station en rest') en de verschillende functies gelden eigen, specifieke normen. Aan de hand van deze normen dient per geval in de concrete situatie te worden bepaald welke parkeerbehoefte ontstaat en in hoeveel parkeer-/stallingsruimte moet worden voorzien.

4.8.2

Onderzoeksresultaten

4.8.2.1 Ontsluiting Om te bepalen wat de effecten zijn van het plan op het verkeer wordt gekeken naar de toekomstige verkeersgeneratie. Deze kan bepaald worden op basis van kencijfers van het CROW. Hieronder is de verkeersgeneratie van het plan weergegeven. Hierbij is uitgegaan van een ligging in "schil centrum" van een zeer sterk stedelijk gebied. Woningen (koop, huis, tussen/hoek): 6,2 mvt/etmaal/woning = 43,4 mvt/etmaal

65

bestemmingsplan Haagweg - Noordman

Appartementen (koop, appartement, duur): 6,2 mvt/etmaal/woning = 80,6 mvt/etmaal De woningen zorgen in totaal voor dus circa 124 mvt/etmaal. Het molenaarshuisje zal ook nog zorgen voor een kleine verkeersgeneratie. Deze is echter beperkt. Voorheen maakte de vrijwilligers van de molen gebruik van het Noordmanterrein voor de opslag van hout en om te vergaderen. Door de verdwijning van het bedrijf is een molenaarshuisje in het bestemmingsplan meegenomen. Hier kunnen dus dezelfde vrijwilligers als voorheen terecht. Voor dit gebouw, met een oppervlak van circa 70 m2 bvo is de verkeersgeneratie berekend. Deze komt neer op maximaal 3 mvt/etmaal op basis van een 'bedrijf arbeids- en bezoekersextensief' (kengetal 4,4 mvt/100 m2 bvo). Het plan zorgt in totaal dus voor circa 127 mvt/etmaal. De bestaande ontsluiting van het perceel blijft grotendeelsbehouden. De bewoners kunnen de parkeerplaatsen bereiken via dezelfde route als dat op dit moment het vrachtverkeer van/naar het bedrijf rijdt. In het ontwerp wordt de voorrangskruising die toegang verleent tot het Noordmanterrein vervangen door een inritconstructie. Hierdoor wordt duidelijk dat het om de ontsluiting van de kavel gaat en niet om een zijstraat. De ruimte tussen de rijbaan en het fietspad van de Haagweg is vergroot zodat hier een personenauto kan wachten tot die kan oversteken.

Door deze ingrepen wordt de verkeersveiligheid rond de toegang van het Noordmanterrein vergroot. Om de ontsluiting van het Noormanterrein verder te verbeteren wordt aan de overzijde van de Haagweg een fietsdoorsteek gerealiseerd ter hoogte van de inrit. Het laden en lossen van materialen van de molen kan nog steeds op eigen terrein plaatsvinden. Verwacht wordt dat de Haagweg deze 127 mvt/etmaal gemakkelijk kan verwerken. De daadwerkelijke toename aan verkeer is daarnaast beperkt aangezien het verkeer van het huidige bedrijf op deze locatie ook verdwijnt. Er zijn geen belemmeringen voor wat betreft verkeer.

4.8.2.2 Parkeren Met dit plan moet worden voldaan aan de "Beleidsregels Parkeernormen Leiden 2020". Ook is beschreven wat de parkeerbehoefte (eis) is vanuit de gemeente en hoeveel er uiteindelijk gerealiseerd worden. Bestaande situatie In de bestaande situatie heeft het gebouw van Noordman een oppervlakte van circa 2500 m2 b.v.o.. In de bestaande situatie geldt er dan een parkeervraag van 2500 x 0,4 p.p./100 m2 b.v.o. (arbeidsextensief/bezoekersextensief) = 12,5 p.p. voor het Noordman gebouw. De parkeervraag is vooral overdag op werkdagen aanwezig. In de avond is slechts 5% aanwezig. Nieuwe situatie 9 woningen (> 120 m2) x 1,0 p.p./woning = 9,0 p.p. 11 woningen (90-120 m2) x 0,9 p.p. = 9,9 p.p. In de nieuwe situatie is de totale parkeervraag in totaal dus 18,9 p.p. Deze bestaat voor 2,0 p.p. uit parkeervraag van bezoekers (20 x 0,1 p.p.) aan de woningen en voor 16,9 p.p. uit parkeervraag van de bewoners zelf. Rekening houdend met de verschillende aanwezigheidspercentages van bewoners en bezoekers, is de maatgevende parkeervraag in de nieuwe situatie het hoogst in de nacht: 100% x 16,9 + 0% x 2,0 = 16,9 p.p. (op een werkdagavond is het 16,8 p.p.) Parkeereis Door dit bouwplan vindt er een verschuiving plaats van (bestaande) parkeervraag van de dag naar de avond (nieuwe situatie).

Conform de Beleidsregels Parkeernormen Leiden 2020 is het dan alleen mogelijk het maatgevende deel van de bestaande situatie verrekenen. Het maatgevende moment in de nieuwe situatie is de nacht. In een nacht heeft een bedrijf geen parkeervraag. Er is dus geen parkeervraag aftrekbaar van de bestaande situatie. Daarentegen komt er ook nog wat parkeervraag bij van de molenwerkplaats. Dat verhoogt de parkeereis

66

bestemmingsplan Haagweg - Noordman

niet, omdat ook de molenwerkplaats geen parkeervraag in de nacht heeft. De op te lossen parkeereis is dus 17 p.p. (afgerond). Compensatie vervallen parkeerplaatsen Er moeten dus 17 parkeerplaatsen toegevoegd worden aan het bestaande aantal parkeerplaatsen op deze locatie voor de transformatie van houtbedrijf naar woningen. Er wordt echter ook nog een molenwerkplaats toegevoegd op vijf voormalige parkeerplaatsen. Deze voormalige parkeerplaatsen zullen gecompenseerd worden op eigen terrein. Vanwege verkeerskundige redenen zal vermoedelijk één parkeervak naast de beoogde containers komen te vervallen en één parkeerplaats aan de zijkant van de molen. Per saldo zullen er dus naar verwachting 7 parkeerplaatsen komen te vervallen die moeten worden gecompenseerd. Dit betekent dat in totaal minimaal 17 + 7 = 24 parkeerplaatsen moeten worden gerealiseerd op eigen terrein. Fietsparkeren Voor fietsparkeren van bewoners moet t.b.v. de grondgebonden woningen minimaal 1 f.p. per kamer in de woning worden voorzien, bij voorkeur met een extra toevoeging van 1 f.p. per woning. Voor de appartementen geldt dat per kamer in de woning moet worden voorzien in 0,75 f.p. Voor alle woningen geldt dat altijd minimaal in 2 f.p. per woning moet worden voorzien voor bewoners. Voor bezoekers moet per woning worden voorzien in 0,5 f.p.

De bestaande situatie van Houtman mag worden gesaldeerd, maar alleen voor zover er een fietsparkeertekort is in de bestaande situatie en alleen voor het maatgevende moment in de nieuwe situatie. Het eigen terrein van Houtman had voldoende ruimte om de volledige fietsparkeervraag van Houtman in het verleden op te lossen en daarmee is er geen aftrekbaar tekort voor de bestaande situatie. Conclusie Conform de Beleidsregels Parkeernormen Leiden 2020 zouden er 17 parkeerplaatsen toegevoegd moeten worden aan alle reeds aanwezige parkeerplaatsen op het terrein na inrijden vanaf de Haagweg. Aangezien er vermoedelijk 7 parkeerplaatsen komen te vervallen (met name ter plaatse van het molenaarshuisje) betekent het dat er in totaal 24 parkeerplaatsen moeten worden gerealiseerd. Met de herinrichting van het terrein wordt hier ruim aan voldaan. Alle parkeerplaatsen zullen voldoen aan de NEN (vermoedelijk voor openbaar). De woningen zullen per woning voldoende fietsparkeerplaatsen in hun berging moeten hebben om de eigen fietsparkeervraag van de bewoners op te lossen en er zal in de buitenruimte minimaal 10 fietsparkeerplaatsen moeten worden gerealiseerd voor bezoekers. Het eigen terrein en de bergingen bieden voldoende ruimte om hier aan te voldoen.

67

bestemmingsplan Haagweg - Noordman

Figuur 4.4: Parkeerplekken in kaart

4.9

Water

4.9.1

Beleidskader

Beleid waterschap Waterbeheerplan 5 Voor de planperiode 2016-2021 zal het Waterbeheerplan 5 (WBP5) van het hoogheemraadschap van Rijnland van toepassing zijn. In dit plan geeft het hoogheemraadschap van Rijnland aan wat haar ambities voor de komende planperiode zijn en welke maatregelen in het watersysteem worden getroffen. In het WBP5 staat samen werken met de omgeving aan water centraal. Het hoogheemraadschap van Rijnland wil samen met zijn omgeving werken aan duurzaam en efficiënt waterbeheer. De vier hoofddoelen zijn veiligheid tegen overstromingen, voldoende water, gezond water en de waterketen. Wat betreft veiligheid is cruciaal dat de waterkeringen voldoende hoog en stevig zijn én blijven en dat rekening wordt gehouden met mogelijk toekomstige dijkverbeteringen. Bij voldoende water gaat het erom het complete watersysteem goed in te richten, goed te beheren en goed te onderhouden. Daarbij wil het hoogheemraadschap van Rijnland dat het watersysteem op orde en toekomstvast wordt gemaakt, rekening houdend met klimaatverandering. Immers, de verandering van het klimaat leidt naar verwachting tot meer lokale en heviger buien, perioden van langdurige droogte en zeespiegelrijzing. Het waterbeheerplan sorteert voor op deze ontwikkelingen. Gezond water is de zorgplicht om het water schoon zoals past bij de functie van het water te houden.

Wat betreft de waterketen, zijnde afvalwater, wordt dit optimaal gezuiverd en onttrokken grondstoffen worden hergebruikt.

68

bestemmingsplan Haagweg - Noordman

Keur en uitvoeringsregels Per 13 mei 2020 is een nieuwe Keur en de daarbij horende uitvoeringsregels in werking getreden. De Keur is benodigd vanuit de Waterwet. Daarin zijn vastgelegd de bevoegdheden en taken van het hoogheemraadschap, zijnde de zorg voor het watersysteem, de zorg voor het zuiveren van afvalwater, de zorg voor andere waterstaatsaangelegenheden en waterbeheer. De Keur dient tevens ter invulling van deze doelstellingen, te weten: voorkoming en waar nodig beperking van overstromingen, wateroverlast en waterschaarste, in samenhang met bescherming en verbetering van de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen, en vervulling van maatschappelijke functies door watersystemen. Samengevat is maakt de Keur en uitvoeringsregels het mogelijk dat het hoogheemraadschap van Rijnland haar taken als waterkwaliteits- en kwantiteitsbeheerder kan uitvoeren. De Keur is een verordening van de waterbeheerder met wettelijke regels (gebod- en verbodsbepalingen) voor: waterkeringen (onder andere duinen, dijken en kaden), watergangen (onder andere kanalen, rivieren, sloten, beken) en andere waterstaatswerken (o.a. bruggen, duikers, stuwen, sluizen en gemalen). De Keur bevat verbodsbepalingen voor werken en werkzaamheden in of bij de bovengenoemde waterstaatswerken. Er kan een ontheffing worden aangevraagd om een bepaalde activiteit wel te mogen uitvoeren.

Als het hoogheemraadschap van Rijnland daarin toestemt, dan wordt dat geregeld in een Keurvergunning. De Keur is daarmee een belangrijk middel om via vergunningverlening en handhaving het watersysteem op orde te houden of te krijgen. In de Uitvoeringsregels, die bij de Keur horen, is het beleid van het hoogheemraadschap van Rijnland nader uitgewerkt. Waterkeringen Het hoogheemraadschap van Rijnland heeft de zorg voor de waterkeringen (zowel primaire als secundaire) en de instandhouding van de landscheidingen met de aangrenzende waterschappen. Verharding onbebouwde gronden Binnen het beheergebied van het hoogheemraadschap van Rijnland gelden strenge regels om onbebouwde grond te verharden. Bij toename van verharding van de onbebouwde gronden met meer dan 500 m2 is compensatie van verharding door middel van extra te graven vierkante meters water verplicht. Hiervoor geldt een realisatie- en meldingsplicht als ontheffing van de Keur en uitvoeringsregels van het hoogheemraadschap van Rijnland. De eigenaar van de gronden dient toename van de verharding en de realisatie van extra water te melden bij het hoogheemraadschap van Rijnland. Bij toename van verharding van om onbebouwde grond met meer dan 500 m2 dient de eigenaar een vergunning aan te vragen bij het hoogheemraadschap van Rijnland.

4.9.2

Onderzoeksresultaten

69

bestemmingsplan Haagweg - Noordman

4.9.2.1 Algemeen Water en ruimtelijke ordening Het aanwezige watersysteem vormt een belangrijke randvoorwaarde voor wat in een bepaald gebied wel of juist niet mogelijk is en stelt daarmee eisen aan de omgang en inrichting van de beperkte ruimte. Bouwen langs het water kan enorm bijdragen aan het woongenot. Bouwen op de verkeerde plek kan veel ellende geven door wateroverlast. Terecht wordt steeds meer erkend dat water mede sturend dient te zijn voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het is inmiddels voor iedereen duidelijk dat het watersysteem meer ruimte nodig heeft om de effecten van klimaatverandering, zeespiegelrijzing en bodemdaling het hoofd te kunnen bieden. Een goede afstemming tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening is daarom noodzakelijk. Extra aandacht voor water in ruimtelijke plannen in een vroeg stadium van de planvorming is blijvend vereist met het oog op de toekomst en het naleven en uitvoering van de Watertoets, de Kaderrichtlijn Water (KRW), Waterplan Leiden en eisen vanuit waterbeheer.

4.9.2.2 Watertoets Er is door Aeres Milieu een waterpargraaf opgesteld. Deze is opgenomen in de bijlagen. Hieronder wordt een samenvatting gegeven: Ter plaatse wil men na sloop van de houtsloods woningen en appartementen realiseren. Ter plaatse is geen grondwateroverlast aanwezig. Het bestaande vloerpeil van de houtloods bedraagt ca. +0,115 m NAP. Bij de nieuwbouw is geen kelder gepland. Om instroom van hemelwater tegen te gaan, wordt geadviseerd om een vloerpeil van 10-20 cm boven de kruin van de weg aangehouden te worden. In het planontwerp is een hoger dan bestaand vloerpeil (+0,14 en +0,21 m NAP) gepland, zie profiel in bijlage 2. Hierdoor is bij de nieuwbouw geen wateroverlast te verwachten. De maaiveldprofilering van de buitenruimte dient zo aangelegd te worden dat hemelwater al dan niet bovengronds kan afstromen naar het oppervlaktewater. Bij de nieuwbouw zal 100% gescheiden stelsel aangelegd worden. Door de bouw van 20 woningen is een lichte toename van 0,6 m3/uur aan afvalwater te verwachten. Voor de afvoer van de nieuwbouw op het gemeentelijk stelsel dient bij de gemeente Leiden een aansluiting aangevraagd te worden. Het hemelwater kan bij voorkeur oppervlakkig afstromen naar het westelijk gelegen oppervlaktewater.

Behoudens het vervangen van de bestaande steiger en de nieuwbouw ter plaatse van de bestaande loods vinden in en nabij het bestaande oppervlaktewater geen wijzigingen plaats. Gezien de bestaande situatie met bebouwing tot vlak aan het primair water vormt dit geen belemmering. Voor deze werkzaamheden dient ten tijde een vergunning aangevraagd te worden. Door de aanleg van een gescheiden stelsel, het voldoen aan de milieu hygiënische randvoorwaarden, de afname aan verhard oppervlak wordt hydrologisch gezien positief ontwikkeld en is geen wateroverlast te verwachten door de voorgenomen planontwikkeling. Eventueel benodigde vergunningen worden niet middels deze waterparagraaf geregeld en zullen via daarvoor bedoelde procedures verkregen moeten worden. Wanneer een bronnering nodig is voor de bouwwerkzaamheden of bij ingrepen op de plaatselijke waterhuishouding (lozing/infiltratie of werkzaamheden in (de buurt van) een watergang), moeten in het kader van de Waterwet vergunningen/meldingen aangevraagd worden bij het Waterschap middels het Omgevingsloket. Conclusie Er zijn geen belemmeringen vanuit het onderdeel water.

70

bestemmingsplan Haagweg - Noordman

Hoofdstuk 5 5.1

Juridische planbeschrijving

Inleiding

In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de wijze waarop de bestaande situatie en nieuwe ontwikkelingen in het plangebied juridisch zijn vertaald. Het juridische deel van een bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding en de regels. De regels bevatten regels voor het gebruik van de gronden, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing en regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op te richten bouwwerken. De verbeelding heeft een ondersteunende rol voor toepassing van de regels alsmede de functie van visualisering van de bestemmingen. De verbeelding vormt samen met de regels het voor de burgers bindende onderdeel van het bestemmingsplan. De toelichting heeft geen bindende werking; de toelichting maakt juridisch gezien ook geen deel uit van het bestemmingsplan maar heeft wel een belangrijke functie bij de onderbouwing van het plan en ook bij de uitleg van bepaalde bestemmingen en regels.

5.2

Opzet en volgorde van de regels

De regels van bestemmingsplan Haagweg - Noordman zijn op de volgende wijze opgebouwd. Hoofdstuk 1 Artikel 1 en 2 Inleidende regels: Begrippen Wijze van meten Hoofdstuk 2 Artikel 3 t/m 8 Bestemmingsregels: Bedrijf Verkeer Water Wonen Leiding - Gas Waarde - Archeologie 8 Hoofdstuk 3 Artikel 9 t/m 14 Algemene regels: Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene aanduidingsregels Algemene afwijkingssregels Voorwaardelijke verplichting parkeren Overige regels Hoofdstuk 4 Artikel 15 en 16 Overgangs- en slotregels: Overgangsrecht

71

bestemmingsplan Haagweg - Noordman

Slotregel

5.3

Uitleg van de regels

5.3.1

Inleiding

Bij het opstellen van het onderhavige bestemmingsplan is aansluiting gezocht bij de in de Wet ruimtelijke ordening en het Besluit ruimtelijke ordening geformuleerde uitgangspunten. Daarnaast is voor het bestemmingsplan aangesloten bij de landelijke standaard voor bestemmingsplannen: de Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen 2012 (SVBP2012).

5.3.2

Inleidende regels

Begripsbepalingen (artikel 1) In de begripsbepaling worden begrippen waarnodig beschreven om zodoende interpretatieproblemen te voorkomen. Veelal worden begrippen gedefinieerd die in de voorschriften worden gebruikt en daar een bijzondere betekenis hebben, die afwijkt van of niet dan wel niet vaak voorkomt in het “normale” spraakgebruik. Wanneer een begrip niet opgenomen is in de begripsomschrijvingen/-bepalingen en er ontstaat een interpretatieprobleem dan is het normale spraakgebruik richtinggevend. De begripsomschrijvingen/-bepalingen zijn niet uitputtend bedoeld. De belangrijkste en/of onduidelijke begrippen zijn opgenomen in dit artikel. Wijze van meten (artikel 2) De wijze van meten beschrijft hoe de genoemde maatvoeringen in de diverse bestemmingsbepalingen gemeten dienen te worden.

5.3.3

Bestemmingsregels

Bedrijf (artikel 3) De gronden binnen de bestemming 'Bedrijf' zijn bedoeld voor de opslag van goederen en bedrijfsgebonden, niet zelfstandige kantoorruimte behorende bij de bedrijfsactiviteiten van de naastgelegen molen de Heesterboom. Bebouwing is toegestaan binnen de bouwvlakken volgens de op de verbeelding opgenomen bouwregels. Verkeer (artikel 4) Binnen de bestemming 'Verkeer' vallen voornamelijk de wegen en de parkeervoorzieningen. Daarnaast vallen binnen deze bestemming ook voetpaden, fietspaden, erf, groenvoorzieningen, watervoorzieningen en verblijfsgebied. Ook ondergrondse afvalcontainers en fietsenstallingen zijn mogelijk. Deze bestemming biedt geen ruimte voor bouwen, met uitzondering van bouwwerken geen gebouw zijnde. Water (artikel 5) De bestemming 'Water' is voorbehouden voor water(partijen) die van belang zijn voor de waterhuishouding en de stedenbouwkundige structuur. Binnen de bestemming 'Water' mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde zoals erfafscheidingen worden gebouwd. Ter plaatse van de aanduiding 'steiger' zijn vlonders en steigers toegestaan, die fungeren als tuin bij de woningen. Wonen (artikel 6) De bestemming wonen is bedoeld voor het nieuw te realiseren eengezinswoningen en appartementengebouw en de daarbij behorende voorzieningen zoals opgenomen in de regels.

Buiten het bouwvlak zijn ter plaatse van de aanduiding 'erf' gebouwen en overkappingen toegestaan. Binnen de bestemming is tevens een voorwaardelijke verplichting opgenomen

72

bestemmingsplan Haagweg - Noordman

inzake het nader bodemonderzoek. Leiding - Gas (artikel 7) Door een gedeelte van het plangebied loopt een hoge druk gasleiding. Deze leiding heeft een beschermingszone, welke is vastgelegd door middel van een dubbelbestemming. De leiding heeft een eigen dubbelbestemming gekregen ter bescherming van de leiding. Waarde - Archeologie 8 (artikel 8) Leiden kent een rijk en divers archeologisch erfgoed. Door middel van deze dubbelbestemmingen worden deze waarden beschermd. In de dubbelbestemmingen is aangegeven welke werken en werkzaamheden uitgevoerd mogen worden en voor welke werken en werkzaamheden een omgevingsvergunning verplicht is.

73

bestemmingsplan Haagweg - Noordman

5.3.4

Algemene regels

De algemene regels bevatten de volgende artikelen: Antidubbeltelregel (artikel 9) De antidubbeltelregel bepaalt dat grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing blijft. De antidubbeltelregel is opgenomen in het Bro2008 met de verplichting deze over te nemen in het bestemmingsplan. De Wro bevat een algemeen verbod om de gronden en bebouwing in strijd met het bestemmingsplan te gebruiken. Dit hoeft dus niet in de regels te worden opgenomen. Hetzelfde geldt voor de strafbepaling. Algemene bouwregels (artikel 10) In de algemene bouwregels is aangegeven dat de bestaande maten die meer bedragen dan in hoofdstuk 2 is voorgeschreven, als ten hoogste of ten minste toelaatbaar mogen worden aangehouden. In de algemene bouwregels zijn ook regels gegeven voor het ondergronds bouwen. De regels geven kort en bondig aan dat ondergronds bouwen is toegestaan, daar waar bovengronds bouwen is toegestaan. Algemene aanduidingsregels (artikel 11) Deze regels hebben onder meer betrekking op de vrijwaringszone van de gebiedsaanduiding molenbiotoop.

In deze regels wordt bepaald dat een gebouw, bouwwerk of beplanting moet voldoen aan de molenbiotoopregeling van de province Zuid-Holland ter besscherming van de windvang van de aanwezige molens in en rond het plangebied. Algemene afwijkingsregels (artikel 12) Op grond van de algemene afwijkingssregels kan afgeweken worden van het bestemmingsplan in verschillende specifieke gevallen. In onderhavig bestemmingsplan gaat het om het afwijken van de maatvoering. Voorwaardelijke verplichting parkeren (artikel 13) Deze regels bevatten een voorwaardelijke verplichting inzake het parkeren van auto's. In deze regel is opgenomen dat er voldoende ruimte voor parkeerplaatsen en voor laden en lossen op eigen terrein beschikbaar moet zijn. Dit werd voorheen geregeld in de bouwverordening, maar per 29 november 2014 is deze regeling vervallen en dient in het bestemmingsplan gewaarborgd te worden dat er voldoende ruimte voor parkeerplaatsen en voor laden en lossen op eigen terrein beschikbaar is. De parkeernormen zijn opgenomen in de Beleidsregels Parkeernormen Leiden 2020. Deze beleidsregels kunnen gedurende de looptijd van het bestemmingsplan aangepast worden. Bij de uitoefening van de bevoegdheid voor het verlenen van een omgevingsvergunning voor bouwen wordt getoetst aan de beleidsregels zoals die gelden ten tijde van de vergunningsaanvraag.

Overige regels (artikel 14) De overige regels hebben betrekking op verwijzingen naar andere wetgeving.

74

bestemmingsplan Haagweg - Noordman

5.3.5

Overgangs- en slotregels

Overgangsregels (artikel 15) Het overgangsrecht is opgenomen in het Bro2008 met de verplichting deze over te nemen in het bestemmingsplan. De overgangsregels bevatten bepalingen omtrent het voortzetten van gebruik van gronden en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is. Eenzelfde regeling is opgenomen voor bouwwerken die op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering zijn, dan wel gebouwd kunnen worden krachtens een bouwvergunning. Indien zo'n bouwwerk afwijkt van dit plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, het bouwwerk 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de bouwvergunning wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. Slotregels (artikel 16) In de slotregels worden de regels van dit bestemmingsplan aangehaald.

75

bestemmingsplan Haagweg - Noordman

76

bestemmingsplan Haagweg - Noordman

Hoofdstuk 6 6.1

Uitvoerbaarheid

Economische uitvoerbaarheid

De Wet ruimtelijke ordening maakt het vaststellen van een exploitatieplan verplicht voor een aantal bouwactiviteiten wanneer de bouw planologisch wordt gemaakt in een bestemmingsplan, een wijziging van het bestemmingsplan of een projectafwijkingsbesluit. De bouwplannen waarbij een exploitatieplan verplicht is, staan in artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Dit betreft onder meer plannen voor de bouw van één of meer woningen en de bouw van één of meer andere hoofdgebouwen. Bovendien is een exploitatieplan nodig als locatie-eisen (aan openbare ruimte of woningcategorieën) gesteld moeten worden en/of het bepalen van een tijdvak of fasering noodzakelijk is. Een exploitatieplan is niet noodzakelijk indien het (kosten)verhaal van grondexploitatie anderszins is verzekerd en er geen fasering of tijdvak behoeft te worden vastgelegd en geen locatie-eisen hoeven te worden vastgesteld. Ten aanzien van onderhavig bestemmingsplan is het kostenverhaal anderszins verzekerd. Een exploitatieplan is derhalve niet noodzakelijk. Er is een anterieure overeenkomst gesloten tussen de ontwikkelaar en de gemeente, met betrekking tot onder meer de afwikkeling van planschade, ambtelijke kosten en andere zaken. De economische uitvoerbaarheid van het plan is door het aangaan van de anterieure overeenkomst verzekerd.

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

6.2.1

Algemeen

Een bestemmingsplan dient maatschappelijk uitvoerbaar te zien. Dat wil zeggen dat de voorgenomen ontwikkelingen die mogelijk worden gemaakt in het bestemmingsplan zijn besproken met belanghebbenden. Het is vrijwel niet mogelijk iedereen tevreden te stemmen: bij het tegen elkaar afwegen van de diverse belangen kan het altijd mogelijk zijn dat één belang minder gewicht wordt toegekend dan het ander.

6.2.2

Vooroverleg

Artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) geeft aan dat bij de voorbereiding van een bestemmingsplan burgemeester en wethouders overleg met de besturen van bij het plan betrokken waterschappen plege. Waar nodig plegen zij tevens overleg met besturen van andere gemeenten, met de provincie en met eventuele andere partijen die belast zijn met de behartiging van belangen die in het plan in het geding zijn. De instanties die in kennis gesteld moeten worden van dit bestemmingsplan zijn geinformeerd. Gedurende de termijn van inzage legging zijn deze instanties in de gelegenheid gesteld te reageren op het bestemmingsplan.

6.2.3

Zienswijzen

Het ontwerpbestemmingsplan heeft gedurende een termijn van zes weken, van 26 maart 2021 tot en met 6 mei 2021, voor zienswijzen ter visie gelegen. Gedurende deze termijn, waarin belanghebbenden in de gelegenheid zijn gesteld hun zienswijze op het plan kenbaar te maken zijn vier zienswijzen ingediend. Deze zienswijzen zijn samengevat en beantwoord in de Zienswijzennota (Bijlage 12).

77

bestemmingsplan Haagweg - Noordman

78

bestemmingsplan Haagweg - Noordman

Regels

79

bestemmingsplan Haagweg - Noordman

Hoofdstuk 1 Artikel 1 1.1

Inleidende regels

Begrippen

plan:

het bestemmingsplan Haagweg - Noordman met identificatienummer NL.IMRO.0546.BP00150-0301 van de gemeente Leiden;

1.2

bestemmingsplan:

de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen;

1.3

aanduiding:

een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden;

1.4

aanduidingsgrens:

de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft;

1.5

aan-huis-verbonden beroeps- /bedrijfsactiviteit:

een beroeps-/bedrijfsactiviteit die in of bij een woning wordt uitgeoefend door een bewoner van de op het bouwperceel gesitueerde woning, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en de beroeps-/bedrijfsuitoefening een ruimtelijke uitwerking en/of uitstraling heeft die met de woonfunctie ter plaatse in overeenstemming is; groepspraktijken, detailhandel en horeca (met uitzondering van bed and breakfast) zijn hiervan uitgesloten;

1.6

achtererfgebied:

erf aan de achterkant en de niet naar openbaar toegankelijk gebied gekeerde zijkant, op meer dan 1 m van de voorkant, van het hoofdgebouw;

1.7

antennedrager:

antennemast of andere constructie bedoeld voor de bevestiging van een antenne;

80

bestemmingsplan Haagweg - Noordman

1.8

archeologisch onderzoek:

diverse vormen van onderzoek naar de archeologische waarden binnen een plangebied, uitgevoerd volgens de geldende versie van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie;

1.9

archeologische verwachting:

de aan een gebied toegekende verwachting in verband met de kans op het voorkomen van archeologische resten;

1.10

archeologische waarde:

de waarde die een gebied bezit op grond van de aldaar aanweizge archeologische resten;

1.11

bebouwing:

één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde;

1.12

bedrijf:

een inrichting of instelling gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen, vervaardigen, bewerken, opslaan, verhandelen, installeren en/of herstellen van goederen;

1.13

bedrijfsvloeroppervlakte:

de vloeroppervlakte van de ruimte, dan wel van meerdere ruimten, van een gebouw dat wordt gebruikt voor een beroep, bedrijf of dienstverlenende instelling, berekend conform NEN 2580 zoals deze luidt op het tijdstip van in werking treden van het bestemmingsplan;

1.14

begane grondvloer:

de bouwlaag van een gebouw, welke rechtstreeks ontsloten wordt vanaf het straatniveau.

1.15

bestaande situatie:

a. t.a.v. bebouwing: bebouwing, zoals aanwezig en toegestaan op het tijdstip waarop het bestemmingsplan rechtskracht heeft verkregen, dan wel mag worden gebouwd krachtens een voor dat tijdstip aangevraagde omgevingsvergunning; b. t.a.v. gebruik: het gebruik van grond en opstallen, zoals aanwezig en toegestaan op het tijdstip waarop het bestemmingsplan rechtskracht heeft verkregen;

81

bestemmingsplan Haagweg - Noordman

1.16

bestemmingsgrens:

de grens van een bestemmingsvlak;

1.17

bestemmingsvlak:

een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming;

1.18

Bevi-inrichting:

een inrichting, bij welke ingevolge artikel 2 lid 1 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen een grenswaarde, richtwaarde voor het risico c.q. risicoafstand moet worden aangehouden bij het in het bestemmingsplan toelaten van kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten;

1.19

bijbehorend bouwwerk:

uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak;

1.20

bouwen:

het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk;

1.21

bouwgrens:

de grens van een bouwvlak;

1.22

bouwlaag:

een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of nagenoeg gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd;

1.23

bouwperceel:

een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten;

82

bestemmingsplan Haagweg - Noordman

1.24

bouwvlak:

een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten;

1.25

bouwwerk:

een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden;

1.26

dak:

iedere bovenbeëindiging van een gebouw;

1.27

dakkapel:

een uitspringend gedeelte op een hellend dak waarin een raamkozijn is opgenomen en die voorzien is van zijwanden;

1.28

daknok:

hoogste punt van een schuin dak;

1.29

deskundige:

een door het college van burgemeester en wethouders aan te wijzen onafhankelijke deskundige of commissie van deskundigen inzake een bepaalde vakdiscipline;

1.30

detailhandel:

het bedrijfsmatig te koop aanbieden (waaronder de uitstalling ten verkoop), verkopen, verhuren en leveren van goederen aan personen die die goederen kopen of huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- /bedrijfsactiviteiten;

1.31

dienstverlening:

het bedrijfsmatig verlenen van diensten, waarbij het publiek rechtstreeks (al dan niet via een balie) te woord wordt gestaan en geholpen, waaronder een belwinkel, internetcafé, uitzendbureau, bank, stomerij, wasserette, apotheek, kapsalon, schoonheidssalon, schoenmaker of reisbureau;

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10570512/1