210078 Bijlage 3 Het Omgevingseffectrapport
Tekst van het document
Bij gezonde leefstijl en leefomgeving, uitstoot broeikasgassen, beschermde natuurgebieden, gemeentelijke natuur en duurzame energieopwekking zijn positieve autonome trends te verwachten, maar niet voldoende om ‘uit het rood’ te komen. Dat betekent dat ook hier opgaven liggen voor de Omgevingsvisie. Hier vormen de volgende plekken een aandachtspunt: • Gezonde leefstijl en leefomgeving: doet zich verspreid over de gemeente Leiden voor. • Broeikasgassen: uitstoot van verkeer en gebouwen vindt plaats in de hele stad. • Beschermde natuurgebieden: dit gaat om Natura 2000-gebieden buiten de gemeentegrens van Leiden (Meijendel & Berkheide, De Wilck, Coepelduynen en Kennemerland-Zuid). Stikstof dat binnen Leiden uitgestoten wordt, kan in die gebieden neerslaan. • Gemeentelijke natuur: doet zich verspreid over de gemeente Leiden voor. Bij landschappelijke kwaliteit en cultuurhistorie en erfgoed zijn negatieve trends te verwachten van groen naar oranje. Negatieve trends binnen oranje zijn er bij externe veiligheid, sociale veiligheid,
25-6-2021
FOTO VAN DE LEEFOMGEVING LEIDEN
BG9638TPRP2106231021
8
Projectgerelateerd
maatschappelijke participatie, droogte, bodemdaling en archeologie. Ook hier liggen opgaven voor de Omgevingsvisie. Locaties met aandachtspunten zijn: • Landschappelijke kwaliteit: de Oostvlietpolder en Park Cronesteyn, die liggen binnen het landschappelijke gebiedsprofiel Duin, Horst en Weide. • Cultuurhistorie en erfgoed: de binnenstad en molenbiotopen in Leiden-Noord, Stevenshof, Roomburg, het Boerhaavedistrict en het Bos- en Gasthuisdistrict. • Externe veiligheid: buisleiding voor transport van gevaarlijke stoffen ten noorden van de binnenstad via de Willem de Zwijgerlaan en in de Oostvlietpolder, risicocontouren bij transportroutes voor gevaarlijke stoffen over de rijkswegen A4, A44 en de provinciale weg N206. Daarnaast is de gasleiding naar de elektriciteitscentrale aan de Langegracht een risicobron. • Sociale veiligheid: stadsdelen midden (sociale overlast) en Noord en West (fysieke verloedering). Droogte: Oostvlietpolder, Park Cronesteyn, de wijken Roomburg, Meerburg en Stevenshof. • Bodemdaling: vooral het noordelijke deel van Leiden(Leiden-Noord en Merenwijk), daarnaast de Oostvlietpolder. • Archeologie: in en rondom de binnenstad, Leiden-Noord, Polderpark Cronesteyn en rondom het Leiden Bio Science Park, en de archeologische limeszone en het kanaal van Corbula van oost naar west door Leiden.
Duurzame woningen, en grondstoffen en circulariteit verbeteren in de autonome ontwikkeling van rood naar oranje. Positieve trends binnen oranje zijn er bij sociale cohesie in buurten, inclusiviteit, luchtkwaliteit, gronden oppervlaktewater, beschermde soorten, energiebesparing, autobereikbaarheid en wandel- en fietsnetwerk. Groen- en waterbeleving, verkeersveiligheid, geluidhinder en kwaliteit en kwantiteit werklocaties zijn beoordelingsaspecten die autonoom geen verbetering of verslechtering ten opzichte van de huidige situatie binnen kwaliteitsniveau ‘oranje’ laten zien. Aspecten waar de kwaliteit in de huidige situatie goed is (‘groen’) en bij autonome ontwikkeling verder verbetert zijn openbare ruimte, werkgelegenheid en kennis en innovatie. Bodemkwaliteit en duurzame en slimme mobiliteit verbeteren van oranje naar groen.
25-6-2021
FOTO VAN DE LEEFOMGEVING LEIDEN
BG9638TPRP2106231021
9
Projectgerelateerd
Figuur 2.1: Rad van de leefomgeving Gemeente Leiden.
25-6-2021
FOTO VAN DE LEEFOMGEVING LEIDEN
BG9638TPRP2106231021
10
Projectgerelateerd
3
Gezondheid
Onderstaande tabel geeft een samenvatting van de beoordeling van de huidige situatie en autonome ontwikkeling voor het thema gezondheid. Tabel 3.1: Kwaliteit van de leefomgeving in de huidige situatie voor het thema gezondheid. Aspect
Criterium
De mate van een gezonde leefstijl en Gezonde leefstijl en de beweegleefomgeving vriendelijkheid van de leefomgeving
Groen- en waterbeleving
De gemiddelde afstand tot openbaar groen en water en de aanwezigheid en beleefbaarheid van groen (groenfactor) en water in straten en wijken
Betrokken indicatoren •
•
• • • •
Kwaliteitsniveau Huidige situatie
Kwaliteitsniveau Autonome ontwikkeling 2030
Beweegnetwerk/ toegankelijkheid bewegen/ mate van beweegvriendelijkheid leefomgeving Aantal sportfaciliteiten en toegankelijkheid sportfaciliteiten
↗
Mate van groen per wijk/straat/buitengebied Afstand tot openbaar groen (binnenstedelijk en buitenstedelijk) Afstand tot recreatief binnenwater Waardering en beleefbaarheid groen en water
=
3.1
Gezonde leefstijl en leefomgeving
3.1.1
Informatiebronnen en kwaliteitsniveaus
Gezonde leefstijl en leefomgeving Status gebruikte informatie Beschikbare referentiewaarden
Kwantitatief: • Kernindicatoren beweegvriendelijke leefomgeving [RIVM, 2017] • Aantallen sportfaciliteiten [Mulier Instituut, 2017] Landelijke benchmark op basis van kernindicator beweegvriendelijke omgeving RIVM
Schaallat kwaliteitsniveaus Groen
Kernindicator beweegvriendelijke omgeving boven het landelijke gemiddelde
Oranje
Kernindicator beweegvriendelijke omgeving rond het niveau van het landelijke gemiddelde
Rood
3.1.2
Kernindicator beweegvriendelijke omgeving onder het landelijke gemiddelde
Huidige situatie
Gezonde leefomgeving “Een beweegvriendelijke omgeving faciliteert, stimuleert en daagt uit om te bewegen en te sporten. Denk hierbij aan voldoende wandel- en fietspaden, speeltuinen, parken en bos. Het beweegvriendelijk inrichten van de openbare ruimte is primair een lokale verantwoordelijkheid.” [Sociaal Cultureel Planbureau, 2018a]. Het RIVM heeft een kernindicator beweegvriendelijke omgeving ontwikkeld [Mulier Instituut, 2015]. Het laat voor alle gemeenten in Nederland zien hoe de publieke ruimte in de fysieke woonomgeving scoort op de mogelijkheid voor mensen om te bewegen en te sporten. De kernindicator wordt bepaald door 6 deelindicatoren [RIVM, 2020]:
25-6-2021
FOTO VAN DE LEEFOMGEVING LEIDEN
BG9638TPRP2106231021
11
Projectgerelateerd
1. 2. 3. 4. 5. 6.
Publieke sportaccommodaties Sport- en speelplekken Sport- en speelruimtes Routes (paden) Buitengebied Nabijheid van voorzieningen (stimuleert bewegen)
Voor heel Nederland bedraagt de kernindicator beweegvriendelijke leefomgeving 2,6 per 10.000 inwoners (peiljaar 2017). Uit onderstaande kaart in figuur 3.2 [RIVM, 2017a] volgt dat veel gemeenten in Zuid-Holland onder het landelijk gemiddelde zitten. Dit geldt ook voor de gemeente Leiden. De kernindicator is voor de gemeente Leiden afzonderlijk op een vijfpuntschaal beoordeeld en weergegeven in Figuur 3.1. De gemeente scoort laag op het gebied van speelplekken (1,5) en routes (1,0). De beschikbaarheid van sportvoorzieningen en het buitengebied scoren gemiddeld. De gemeente Leiden heeft 15,9 sportaccommodaties per 10.000 inwoners [Mulier Instituut, 2017]. Dit is vergelijkbaar met omliggende gemeenten. De nabijheid van voorzieningen scoort hoog. De totaalscore voor een beweegvriendelijke omgeving is het gemiddelde van de scores op de zes deelindicatoren. Voor Leiden komt die score op 2,0. Dat is lager dan het landelijke gemiddelde (2,6).
Figuur 3.1: Beoordeling kernindicatoren beweegvriendelijke omgeving Leiden [Mulier Instituur, 2017]
Figuur 3.2: Beweegvriendelijke omgeving [RIVM, 2017]
25-6-2021
FOTO VAN DE LEEFOMGEVING LEIDEN
BG9638TPRP2106231021
12
Projectgerelateerd
Bewegen De ‘rapportage sport 2018’ laat zien dat 57% van de Nederlanders wekelijks sport en 31% lid is van een sportvereniging [Sociaal Cultureel Planbureau, 2018a]. Volgens de Beweegrichtlijnen 1 zouden volwassenen wekelijks tenminste 2,5 uur matig intensief moeten bewegen (wandelen, fietsen en zwemmen) [Gezondheidsraad, 2017]. Gemiddeld over gemeente Leiden voldoet 62% (2016) aan deze norm [RIVM, 2016a]. Figuur 3.3 presenteert het percentage personen van 19 jaar en ouder dat voldoet aan de Beweegrichtlijn. Uit onderzoek van PBL [Telos PBL, 2019a] volgt dat de gemeente Leiden voor de indicator ‘niet voldoende beweging’ ‘(percentage inwoners dat niet voldoet aan de bewegingsnorm) het kwaliteitsniveau ‘beter’ heeft gekregen in vergelijking met het gemiddelde van alle onderzochte regio’s. Figuur 3.3: Percentage inwoners van Leiden dat voldoet aan de beweegrichtlijnen 2016 [RIVM, 2016d]
Roken Het percentage inwoners dat rookt in de gemeente Leiden is 23% [RIVM, 2016b]. Dit zijn zowel dagelijkse rokers als gelegenheidsrokers. Figuur 3.4 presenteert cijfers over roken uit de Gezondheidsmonitor volwassenen 2016. Dit is het percentage personen van 19 jaar en ouder dat de vraag "Rookt u weleens?" beantwoordt met 'ja'. Hierin is de elektronische sigaret niet meegenomen.
Figuur 3.4: Percentage rokers in de gemeente Leiden [RIVM, 2016a]
1
De beweegrichtlijn voor volwassenen is als volgt gedefinieerd: 1. Bewegen is goed, meer bewegen is beter 2. Doe minstens 150 minuten per week aan matig intensieve inspanning, zoals wandelen en fietsen, verspreid over diverse dagen. Langer, vaker en/of intensiever bewegen geeft extra gezondheidsvoordeel 3. Doe minstens tweemaal per week spier- en botversterkende activiteiten, voor ouderen gecombineerd met balansoefeningen. 4. Voorkom veel stilzitten
25-6-2021
FOTO VAN DE LEEFOMGEVING LEIDEN
BG9638TPRP2106231021
13
Projectgerelateerd
Alcoholgebruik Ongeveer een derde (38%) van de inwoners in de leeftijdscategorie 19 jaar en ouder van Leiden voldoet aan het advies geen of maximaal één glas alcohol per dag te drinken. Het percentage inwoners in de gemeente Leiden dat voldoet aan de alcoholrichtlijn is 38% [RIVM, 2016c]. Figuur 3.5 presenteert cijfers over alcoholgebruik volgens de richtlijn. Dit is het percentage personen van 19 jaar en ouder dat geen of maximaal één glas alcohol per dag drinkt.
Figuur 3.5: Percentage inwoners van Leiden dat voldoet aan de alcoholrichtlijn [RIVM, 2016b]
Overgewicht Figuur 3.6 laat cijfers over overgewicht (2016) in de gemeente Leiden zien. Dit is het percentage personen van 19 jaar en ouder met een Body Mass Index (BMI2) van 25,0 kg/m2 en hoger, gebaseerd op zelfgerapporteerde lengte en gewicht. Het percentage overgewicht (BMI > 25kg/m2) van mensen ouder dan 19 jaar in de gemeente Leiden is 42%.Dit percentage ligt lager dan het Nederlandse gemiddelde van 50% [RIVM, 2016c]. Figuur 3.6: Percentage inwoners van Leiden dat aan overgewicht leidt [RIVM, 2016c]
Conclusie: omdat de kernindicator beweegvriendelijke omgeving in Leiden met een score van 2,0 lager scoort dan het landelijke gemiddelde (2,6), is kwaliteitsniveau ‘rood’ voor de huidige situatie toegekend.
25-6-2021
FOTO VAN DE LEEFOMGEVING LEIDEN
BG9638TPRP2106231021
14
Projectgerelateerd
3.1.3
Autonome ontwikkeling
Gezonde leefstijl en leefomgeving Autonoom staan de sub-indicatoren die vallen onder de kernindicator ‘beweegvriendelijke leefomgeving’ onder druk. Ruimteclaims voor woningbouw en energietransitie vormen risico’s voor speelplekken, sportvoorzieningen en de nabijheid van groen en buitengebieden. Doordat meer mensen ouder worden, neemt ook het aantal mensen met een chronische ziekte, sociale problemen en eenzaamheid toe. Er zal vaker sprake zijn van een opeenstapeling van gezondheids- en sociale problemen bij kwetsbare groepen [RIVM, 2018a]. De komende jaren zal door vergrijzing, migratie en het toenemende belang van de beleving van sport een verschuiving plaatsvinden naar andere typen sport, vooral naar meer individuele (zelfgeorganiseerde) sporten of alternatieven op bestaande sporten. Voorbeelden hiervan zijn hardlopen en bootcampen in zelfgeorganiseerde groepjes, maar ook wandelvoetbal voor ouderen, kitesurfen en klimmen. Landelijke trends en ontwikkelingen in de sport laten zien dat Nederlanders in 2030 minder vaak lid zijn van een sportvereniging. Dit heeft naar verwachting gevolgen voor de manier waarop sport georganiseerd wordt, waarbij de openbare ruimte vaker gebruikt zal worden om te sporten [Sociaal Cultureel Planbureau, 2018a]. Het aantal rokers zal dalen (richting 2030 verslechterende trend).
Naast deze verslechterende trend zet overgewicht de stijgende lijn door waardoor mensen met een BMI-score hoger dan 25 gemiddeld over Nederland groeit van 49% in 2015 naar 57,2% in 2030. De indicator die invloed kan hebben op overgewicht is het voldoen aan de Nederlandse Norm Gezond Bewegen (NNGB-norm). Hier is een groeiende trend in te zien, waarbij 68,1% van de Nederlanders boven de 20 jaar voldoen aan de NNGB-norm. Voor de indicatoren gezond eten en alcohol is het doortrekken van de trend naar 2030 onzeker. Voor indicator alcohol kan gezegd worden dat de verslechterende trend in alcohol gebruik zich naar verwachting voorzichtig voortzet. Dit houdt in dat in de gemeente Leiden het percentage mensen dat voldoet aan de alcoholrichtlijn toeneemt [RIVM, 2018a; RIVM, 2018b]. De gemeente Leiden heeft recent nieuw beleid opgesteld “Samen maken we de stad gezond en actief: Beleidskader Sport en Gezondheid 2019 – 2023”. Hierin heeft de gemeente Leiden een Ambitie geformuleerd voor een “sociaal en vitaal Leiden: een samenleving waarin voor iedere inwoner een plek is, waar Leidenaars naar elkaar omkijken en naar vermogen hun verantwoordelijkheid nemen.
Een stad waar kinderen gezond kunnen opgroeien, jongeren gezond kunnen leven en ouderen lang vitaal kunnen blijven.” Het beleid is gericht op het stimuleren van een gezonde en actieve leefstijl en het inrichten van een beweegvriendelijke openbare ruimte. [Gemeente Leiden, 2019a] Om bewust te kunnen kiezen voor een gezonde en actieve leefstijl, is inzicht nodig in wat zo’n leefstijl inhoudt. Daarom zet de gemeente in op het vergroten van kennis van een gezonde en actieve leefstijl, gedragsbeïnvloeding en het promoten van goede voorbeelden. Verder wil de gemeente dat inwoners meer gaan bewegen en voldoen aan de nieuwe beweegrichtlijn (80% van de Leidenaars moet aan de beweegrichtlijn voldoen). Om dit te doen wil de gemeente Leiden ervoor zorgen dat Leidenaars laagdrempelig kunnen kennismaken met sport en bewegen, drempels om te sporten weggenomen worden voor Leidenaars met een beperking, talenten zich kunnen ontwikkelen, de fysieke omgeving geschikt is om te sporten, spelen en bewegen en dat financiën geen belemmering vormen. De gemeente faciliteert de sportsector met ruimte voor sport en bewegen. Zo wordt in de Slaaghwijk een sporttuin opgezet. Na schooltijd kunnen kinderen elke dag direct kiezen uit drie verschillende sport- en beweeglessen. De lessen zijn gratis en zijn op basis van sportstatiegeld (lessen zijn gratis, maar dan moet je wel alle lessen geweest zijn).
Daarnaast heeft de gemeente een actieplan opgesteld om plekken waar kinderen veel komen rookvrij te maken [Gemeente Leiden, 2019a]. De gemeente Leiden wil zorgen voor een aantrekkelijke, duurzame en multifunctionele sportvoorzieningen zodat inwoners kunnen sporten en bewegen. De gemeente wil de openbare ruimte beweegvriendelijker en
25-6-2021
FOTO VAN DE LEEFOMGEVING LEIDEN
BG9638TPRP2106231021
15
Projectgerelateerd
bewegingsinclusief3 inrichten, omdat er autonoom steeds meer en vaker wordt gesport in de openbare ruimte. Fiets- en wandelnetwerken worden onderhouden en zijn kwalitatief goed, zoals de snelfietsroute Den Haag – Leiden (Velostrada en Via44). Nieuwe infrastructuur wordt dermate ingepast dat hinder, geluid en uitstoot zo veel mogelijk beperkt blijven en veiligheid geborgd blijft. Bij stedelijke ontwikkelingen houdt de gemeente rekening met het behouden en/of creëren van voldoende speel- en beweegruimte. Daarnaast investeert de gemeente in de kwaliteit van (nieuwe) sportaccommodaties, die gericht zijn op individuele sporten, zoals zwemmen en binnensporten (indoor sportcentrum op sportpark aan de Boshuizerkade, een gecombineerd binnenzwembad en ijshal aan de Vliet en de renovatie van het 50 meter buitenzwembad). Daarnaast wil de gemeente investeren in de transformatie naar wijksportparken 4 in Roomburg (ruimtebehoefte hockeysport), Mors (ruimtebehoefte rugbysport) en Leiden-Noord (stimuleren lage sportparticipatie) [Gemeente Leiden, 2019a]. Conclusie: omdat de kernindicator beweegvriendelijke omgeving in Leiden onder druk staat zijn er risico’s voor het aspect gezonde leefstijl en leefomgeving (ruimteclaims, demografische ontwikkelingen en verindividualisering van de sport). De gemeente Leiden heeft concreet beleid om de beweegvriendelijke leefomgeving te bevorderen.
Het beleid is gericht op het stimuleren van een gezonde en actieve leefstijl en het inrichten van een beweegvriendelijke openbare ruimte. Naar verwachting is er een licht stijgende trend ten opzichte van de huidige situatie binnen het kwaliteitsniveau ‘rood’. Doorkijk 2040 Bij bestendiging van beleid is het aannemelijk dat de stijgende trend na 2030 doorzet. Of het van kwaliteitsniveau rood naar oranje gaat is afhankelijk van de exacte beleidsinzet na 2030 en de ontwikkeling van het landelijk gemiddelde.
3.2
Groen en waterbeleving
3.2.1
Informatiebronnen en kwaliteitsniveaus
Groenbeleving
Status gebruikte informatie
Beschikbare referentiewaarden
Kwantitatief • Mate van groen per wijk/straat/buitengebied [Leiden, 2018] • Afstand tot openbaar groen (binnenstedelijk en buitenstedelijk) [CBS, 2010] • Afstand tot recreatief binnenwater [CBS, 2010] • Waardering en beleefbaarheid groen en water [gemeente Leiden, 2019] Wetenschappelijke advieswaarde (Europees wetenschappelijk onderzoek [Van den Bosch et. all, 2016] en atlas van de leefomgeving) en expert judgement van waarderingscijfers voor recreatieve kwaliteit voor groen en water.
Schaallat kwaliteitsniveaus Groen Oranje Rood
De afstand tot openbaar groen is minder dan 300 meter en de waardering voor de recreatieve kwaliteit voor groen en water groter of gelijk aan 7,5 De afstand tot openbaar groen is tussen de 300 en 500 meter en de waardering voor de recreatieve kwaliteit voor groen en water tussen de 5,5 en 7,5 De afstand tot openbaar groen is meer dan 500 meter en de waardering voor de recreatieve kwaliteit voor groen en water beneden de 5,5
3
Dat betekent dat de omgeving of een gebouw zo wordt ontworpen dat die aanleiding geeft tot bewegen. Denk bijvoorbeeld aan fietsenstallingen dichterbij een gebouw dan de parkeerplaatsen voor auto’s, en ook routes die lopend en fietsend sneller zijn dan wanneer je met de auto gaat. 4 Uitgangspunten bij de herinrichting van sportparken zijn: • sportparken worden intensiever en daarmee efficiënter gebruikt • sportparken zijn geschikt voor multifunctioneel gebruik voor zowel gebonden als ongebonden sporten • sportparken zijn toegankelijk voor mensen uit de wijk • op sportparken staat een multifunctioneel gebouw waarin ook functiemenging mogelijk is58
• 25-6-2021
sportparken worden volgens duurzaamheidsprincipes ingericht.
FOTO VAN DE LEEFOMGEVING LEIDEN
BG9638TPRP2106231021
16
Projectgerelateerd
3.2.2
Huidige situatie
Leiden is een dichtbebouwde stad, met weinig ruimte voor groen en natuur, maar met een gevarieerde groene omgeving buiten de gemeentegrenzen. Het aspect groenbeleving wordt bepaald door de mate en afstand tot openbaar groen en recreatief binnenwater en de waardering en de beleefbaarheid van groen en water. De leefbaarheid in een wijk of dorp neemt toe naar mate er meer groen en water aanwezig is. Alle natuurgebieden, (sport)parken, openbaar groen en tuinen dragen bij aan de groenbeleving van de omgeving. Openbare groengebieden binnen een afstand van 500 meter van de woning spelen een grote rol voor ontspanning, bewegen en ontmoeten [Atlas van de leefomgeving, 2019b]. Voor het dagelijks gebruik van groen (spelen, luieren en sporten) zijn openbare groengebieden (parken, bossen, natuurgebieden en dagrecreatieve terreinen) binnen een afstand van 500 meter van de woning van belang. Recent Europees onderzoek adviseert een maximale afstand van 300 meter tot stedelijke groen met een minimale afmeting van 1 hectare [Van den Bosch,A. et all., 2016]. De afstand tot openbaar groen is met 500 meter gelijk aan het Nederlandse gemiddelde van 500 meter en is in de loop van de jaren niet veranderd. De afstand tot recreatief binnenwater is gemiddeld 2,6 km [CBS, 2020]. Figuur 3.7 geeft de groenlocaties in de gemeente Leiden weer [Atlas van de leefomgeving, 2019a].
Figuur 3.7: Groenkaart van de gemeente Leiden [Atlas van de Leefomgeving, 2019a]
De groenindex is een indicator van de hoeveelheid groene biomassa met een waarde tussen de 0 en 1, waarin 0 equivalent is aan geen groen en 1 aan veel groen. In de groenindex wordt de hoeveelheid groen binnen de bebouwde kom onderzocht [Alterra,2017]. De gemeente Leiden staat op plek 350 in de Nederlandse ranglijst met een groenindex van 0,3915 en scoort daarmee lager dan het Nederlandse gemiddelde van 0,4568 [Alterra, 2017]. Het groenbeleid in de gemeente Leiden is uitgewerkt in het Uitwerkingsplan Groene Hoofdstructuur. Dit beleid is erop gericht om de groene hoofdstructuur te beschermen en te verbeteren. Een goed ingerichte groene hoofdstructuur draagt bij aan een mooier stadsbeeld, rijkere biodiversiteit, een klimaatrobuuste stad en helpt om Leiden mooier, leefbaarder en groener te maken [Gemeente Leiden, 2018a]. De groene hoofdstructuur is onderverdeeld in: de groene hoofdstructuur-Lanen (17 in totaal) en de groene hoofdstructuur-eco (verbindingen tussen de lanen en parken) zoals weergeven in Figuur 3.8 . 25-6-2021
FOTO VAN DE LEEFOMGEVING LEIDEN
BG9638TPRP2106231021
17