CConstaterende datLeiden
Koppel je AI →
Document · PDF

210078 Bijlage 2 Geanonimiseerde inspraaknota Leiden 2040 1.1-versie

Gemeenteraad 7 oktober 2021, gemeente LeidenBij agendapunt: Bijlagen53.868 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 6 van 6

In de recent vastgestelde Parkeervisie wordt nader op dit maatschappelijke gegeven ingegaan en is het minder parkeercapaciteit realiseren bij nieuwe ontwikkelingen geborgd.

Geen wijzigingen

Geen wijzigingen

Geen wijzigingen

Geen wijzigingen

Geen wijzigingen

86 I

De inspreker mist de reflectie op de behaalde resultaten tot 2020 mbt energietransitie en aan herijking van de doelstellingen in termen van kwantitatieve streefwaarden voor 20240 met tussentijdse mijlbalen. Inzicht in doeltreffendheid en kosteneffectiviteit van beleidsmaatregelen ontbreekt

J

De inspreker vraagt de gemeente om de ontwikkeling van zon- en windparken in het buitengebied te bestrijden en prioriteit moeten geven beschikbare dakoppervlak in gebouwde omgeving.

K

De inspreker wilt niet dat de gemeente haar burgers overlaat aan de wamte-monopolisten. Ook de restwarmte die van ver moet worden aangevoerd is volgens de inspreker een heilloze weg. De gemeente doet er verstandig aan het bestaande gasnet te koesteren als reële optie voor een toekomstig waterstofnet.

Het huidige college heeft sinds haar aantreden gekozen om de duurzaamheidsopgaven op slagvaardige manier uit te gaan voeren. Om dit te bewerkstelligen is ervoor gekozen om per duurzaamheidsopgaven (energietransitie gebouwde omgeving, klimaatadaptatie en biodivers vergroenen, circulaire economie, duurzame mobiliteit) en eigen uitvoeringsprogramma op te richten. Binnen deze uitvoeringsprogramma’s wordt inspanningen, projecten en processen geformuleerd om handen en voeten te geven aan de doelstellingen die per opgave zijn geformuleerd. Vanuit het uitvoeringsprogramma energietransitie gebouwde omgeving 2020-2023 (vastgesteld door college in januari 2020) volgt jaarlijks een uitvoeringsplan en eindrapportage met daarin behaalde resultaten. Voor het jaar 2020 volgt de eindrapportage nog voor de zomer van 2021 naar de raad. Overigens heeft het college zelf ook erkent dat de doelstellingen ten aanzien van de energietransitie scherper geformuleerd kunnen worden. Hiertoe is opdracht gegeven aan een adviesbureau om met behulp van een routekaart een scherp pad richting 2050 te formuleren. Vanuit deze routekaart kunnen scherpere en realistische streefwaarden per indicator worden geformuleerd. De routekaart is onderdeel van het uitvoeringsplan 2021. Ook dit uitvoeringsplan komt voor de zomer ter info naar de gemeenteraad.

Zonnepanelen op daken is vrijwel de enige manier om binnen de gemeente duurzame elektriciteit op te wekken. Daarom heeft het dit volgens het college prioriteit. De gemeentelijke ambitie is om samen met de eigenaren van daken bewoners, bedrijven, maatschappelijke instellingen etc. elk jaar een stijging van 10% lokaal opgewekte duurzame energie te realiseren. Toch is onder andere in de RES 1.0 ook een enkel zoekgebied op Leids grondgebied voor zonneweides en windmolens opgenomen, mede om aan de gezamenlijke uitdaging in de energietransitie te voldoen Het bestaande gasnet zal niet resoluut worden verwijderd en alternatieven als waterstof en groen gas worden meegenomen in de diverse afwegingen

Geen wijzigingen

Geen wijzigingen

Geen wijzigingen

87 L

De inspreker vindt dat de participatiegraad en kwaliteit van participatie bij stedelijke projecten en ontwikkelingsplannen omhoog moet. Een concrete visie op participatie, een leidraad met meetbare en controleerbare doelen, stappenplan, fasering en wijze van evalueren, zowel voor gemeente als voor initiatiefnemers zoals ook de Omgevingswet eist, ontbreekt ten enenmale.

Het college streeft naar een steeds betere kwaliteit van participatie. Het gemeentebestuur en gemeentelijk apparaat leren bij elk participatietraject wat beter kan en voeren hierover ook gesprekken met de stad.

Geen wijzigingen

De Participatieverordening uit 2019 is een belangrijke leidraad. De participatieverordening stelt duidelijke regels over de verantwoordelijkheid die college en raad hebben in een representatieve democratie. De Omgevingswet, die in 2022 wordt ingevoerd, heeft onder meer als doel om de participatie van belanghebbenden bij ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving te verbeteren. De gemeente zal haar participatieprocessen komende periode aanpassen in lijn met de Omgevingswet.

45 Opgemerkt wordt dat inspreker exact dezelfde inspraakreactie heeft ingediend op de omgevingsvisie als dat is gedaan op het proces rondom LEAD. Aangezien de inspraakreactie niet gericht is aan de omgevingsvisie is deze inspraakreactie niet samengevat en wordt er verwezen naar de zienswijzennota van het bestemmingsplan LEAD. Daarnaast heeft de inspreker nog twee extra vragen/opmerkingen gemaakt. Die zijn hieronder samengevat en beantwoord. A Het plan Lead en de bijbehorende hoogbouwzone moet Het college is het niet eens met de uitspraak Geen wijzigingen geschrapt worden uit de omgevingsvisie, aangezien het van de inspreker en komt tot de conclusie op basis van de uitgangspunten in de omgevingsvisie dat het wel kan. Zie ook beantwoording onmogelijk is om tot de genoemde hoogte te bouwen. nummer 27 A en B b

46 A

Het is niet bewezen dat het noodzakelijk is om hoger te bouwen dan 70 meter. En er moeten nog aanvullende regels vastgesteld worden. Inspreker verzoekt de mogelijkheid om hoger te bouwen dan 70 meter volledig uit de omgevingsvisie te halen. Zeker ook omdat naijlend aanvullende regels worden gesteld. Creëer die mogelijkheid pas als alle voorwaarden duidelijk zijn.

De Omgevingsvisie constateert dat er een grote ruimtedruk op de stad ligt. We hebben een grote woningbouwopgave, met alle bijbehorende voorzieningen, maar moeten tegelijkertijd ruimte vinden voor bijv. waterbuffering en biodiversiteit. In die context is de hoogbouwvisie van 2007 tegen het licht gehouden en heeft het gemeentebestuur geconstateerd dat het in beperkte mate verhogen van de bouwhoogte kan bijdragen aan de verstedelijkingsopgave van de stad. Juist door heel selectief te werk te gaan wordt het karakter van de stad zo min mogelijk aangetast. Om goede kwaliteit te garanderen wordt aanvullende de Kwaliteitstoets voor Hoogbouw opgesteld.

Geen wijzigingen

Naast diverse positieve kenmerken van de Omgevingsvisie geeft inspreker aan dat de tekst een utopie schetst omdat alle opgaven opgelost lijken te kunnen worden, met een kwaliteitsslag. Het taalgebruik is buitensporig wollig. Het wekt weinig vertrouwen. Teveel gebruik van uitgeholde containerbegrippen, zoals duurzaam en circulair. Daardoor wordt er geen krachtig verhaal neergezet. Dingen moeten meer bij de naam genoemd worden. Meer zakelijke en concrete invulling op stadsniveau, huidig taalgebruik wekt argwaan.

Het college neemt kennis van mening van de inspreker, maar deelt deze niet. In de diverse onderdelen van de visie is nader geduid wat wordt bedoeld – zij het wel op een abstract – stadsbreed- niveau en voor de langere termijn.

Geen wijzigingen

88 B

C

Inspreker geeft aan dat geen van de ambities (bladzijde 22) concreet en meetbaar zijn. Daardoor niet geschikt als sturingsinstrument. Inspreker geeft de volgende suggestie: De visie moet geconcretiseerd worden, er moet een monitormechanisme komen voor elke twee jaar om te evalueren en eventueel noodzakelijke oplossingen te overwegen, en er moet een nulmeting uitgevoerd worden. Of aangeven waar de dilemma’s liggen en hoe deze opgelost worden, in overleg met de stad.

Inspreker onderkent de noodzaak van woningbouw. Leiden is ook al zeer dichtbevolkt en groei moet verantwoord plaatvinden. Inspreker is van mening dat nu al moet worden nagedacht over de grens van woningbouw (inbreiding en hoogbouw). Inspreker doet volgende suggesties: Projectontwikkelaars moetenduidelijke opgave meekrijgen m.b.t. doelgroepen/ financieringscategorieën. En gemengde wijken ontwikkelen. De gemeente moet hierbij de regie hebben. Waarom geen extra woningen in Rijn-corridor verband. Nu worden ruim opgezette wijken in buurtgemeentes gebouwd. Kan daar niet deel Leidse opgave? (stukje pagina 12 zegt weinig) ? Is er een mogelijkheid om leegstaande kantoorpanden (tijdelijk) tot woonruimte om te bouwen?

D

Inspreker stelt dat hoogbouw beperkt nuttig is en grenzen kent: hoe hoger, hoe minder de opbrengst. Andere manieren mogelijk om hoge woningdichtheid te realiseren. De menselijke maat en invulling op straatniveau zijn ook belangrijk. Wat doet de gemeente met de hoogbouwenquête?

Het ontbreken van concrete streefwaarden of normen maakt niet dat ambities niet meetbaar zijn. In het hoofdstuk ‘doelbereik’ van het OmgevingsEffectRapport is in beeld gebracht of de omgevingsvisie bijdraagt aan het behalen van de omgevingsvisie. Daarvoor is het nodig dat de ambities meetbaar zijn. Het monitoringsplan wordt na vaststelling van de omgevingsvisie opgesteld. Hierin worden keuzes gemaakt over de frequentie van monitoring. Het rad van de leefomgeving, uit het OER, is de basis voor deze monitoring en kan ook gezien worden als 0-meting. Wanneer dat noodzakelijk geacht wordt, wordt hier een verdiepingsslag op gemaakt. Bij concrete bouwprojecten geeft het college zowel gewenste doelgroepen (zoals ouderen, alleenstaanden, middeninkomens) als financieringscategorieën mee zoals percentages voor sociaal, middeldure huur (en definitie van beiden) en voorkeur voor koop of huur.

Geen wijzigingen

Geen wijzigingen

Ook streeft het college naar gemengde wijken door bijvoorbeeld sociale woningbouw vooral toe te voegen in buurten waar daar nog weinig sprake van is en andersom. Over de bouwopgave vindt regelmatig afstemming en overleg plaats, zowel met de provincie, als in Holland Rijnland verband (waaronder ook de Rijncorridor valt) en binnen de Leidse regio. De Leidse opgave is hierop afgestemd. Er zijn al redelijk veel leegstaande kantoorpanden tot woonruimte verbouwd. Inmiddels zijn er niet veel leegstaande kantoren meer die daarvoor geschikt zijn. Het klopt dat hoogbouw niet de enige manier is om te verdichten. De gemeente schrijft dan ook geen hoogbouw voor, maar maakt het wel mogelijk. Genoemde aspecten als menselijke maat en invulling op straatniveau vinden ook wij belangrijk en zullen dan ook deel uitmaken van de Kwaliteitstoets voor Hoogbouw. De resultaten van de enquêtes uit de Week van de Leidse Hoogte zijn gedeeld met het College en hebben onder meer geleid tot het verzoek om een Kwaliteitstoets voor hoogbouw op te stellen

Geen wijzigingen

89 E

Vooruitlopend op autoluw maken, geeft inspreker suggestie om alvast auto’s van de straat naar halflege parkeergarages te verplaatsen en doelmatiger om te gaan met de parkeerplaatsen voor bedrijven? Kunnen we het gebruik van bestaande parkeerplaatsen optimaliseren?

F

Inspreker geeft aan dat het werken aan breed draagvlak een belangrijke opgave is. Hoe krijgen we alle belanghebbenden aan tafel, inclusief de minder makkelijk bereikbare doelgroepen? We verwachten een zeer actieve rol van de gemeente om alle partijen te betrekken.

G

In tegenstelling tot eerdere visiedocumenten staat de hele Maredijkbuurt aangemerkt als hoog stedelijk en dynamisch. Inspreker vraagt of dit een vergissing is? Worden eerdere toezeggingen over de invulling van de Maredijkbuurt in stand gehouden?

47 A

Inspreker geeft aan dat op pagina 28 en 30 de hele wijk Cronestein rood staat gekleurd, wat aangeeft dat het een hoogstedelijk en dynamisch. Door het rood te maken lijkt de hele wijk een hoogbouwgebied en potentiegebied te worden. is, dat is niet logisch volgens de samenstelling van de wijk. Als delen een andere invulling krijgen dan moet hier een wijk of gebiedsvisie voor gemaakt worden. Daarom stelt de inspreker de volgende wijziging in de omgevingsvisie voor: op p.28 en 30 om het gedeelte achter het station Lammenschans de linkerkant van de Lammenschansweg en de Kanaalweg rood kleuren en het andere gedeelte van de wijk tussen Korte Vliet -spoor Lammenschans en rechtergedeelte van de Lammenschansweg oranje maken, met de context groen en luw.

Het weghalen van bestaande parkeerplaatsen die nog volop in gebruik zijn, is complex. Het college kiest ervoor om daar waar de parkeerdruk niet hoog is, parkeerplaatsen uit de openbare ruimte te transformeren naar een klimaatadaptieve inrichting en geen nieuwe parkeerplaatsen meer aan te leggen in de openbare ruimte. Daarnaast is met de vaststelling van de nieuwe parkeervisie uit 2020 en de daarbij behorende beleidsregels parkeernormen de parkeereis ook omlaag gegaan zodat er parkeerplaatsen op eigen terrein worden gerealiseerd en de komst met een auto niet verder wordt gestimuleerd. De bestaande parkeerplaatsen worden al geoptimaliseerd omdat het college uitgaat van het zogenoemde dubbelgebruik. Dit gaat uit van het principe dat één parkeerplaats overdag voor een kantoor of bedrijf gebruikt kan worden, en in de avond voor een woonfunctie. Het college moedigt participatie aan van iedere Leidenaar. Waar de gemeente aan zet is ziet zij een actieve rol om partijen te betrekken en het vraagt ook van initiatiefnemers om goede afstemming met betrokkenen te organiseren met een gedegen participatieproces.

De indeling van de leefmilieus is onder andere gemaakt op basis van nabijheid van OV-knooppunt en binnenstad De indeling is daarop gebaseerd: de Maredijkbuurt ligt in de directe nabijheid van IC-station Leiden Centraal en stedelijke voorzieningen ligt en is daarom een andere buurt is dan andere luwe buurten elders De omgeving is aan verandering onderhevig en hier is verdichting gaande, wat ook invloed kan hebben op andere aspecten als parkeren. Dit betekent niet dat deze buurt verandert of dat er de wens is om de Maredijkbuurt te transformeren. Naar aanleiding van deze en andere inspraakreacties is er gekozen om meer toelichting te geven over hoe de leefmilieus bedoeld zijn en is de tekst over de kenmerken en aandachtspunten herzien voor alle leefmilieus.

De rode kleur op de visiekaart op pagina 28 en 30 van de inspraakversie staat voor het leefmilieu (hoog)stedelijk en dynamisch. De hoogbouwgebieden en potentiegebieden zijn hier geduid met iconen. De potentiegebieden en hoogbouwclusters zijn beter te lezen in respectievelijk de kaart vestigingsklimaat op pagina 40 en de kaart hoogbouw op pagina 45 van de inspraakversie. Het college zal dit duidelijker in de legenda van de visiekaart aangeven.

Geen wijzigingen

Geen wijzigingen

Hoofdstuk 6 is aangevuld en aangescherpt.

In legenda van de visiekaart bij de iconen potentiegebied en hoogbouwcluster is nu verwezen naar respectievelijk de kaart vestigingsklimaat en de kaart hoogbouw. (Zie ook onder 1A)

90 B

Inspreker stelt voor om de recreatieve groenroute door de stad richting Zoeterwoude verplaatsen naar de Zoeterwoudseweg/ (verlengde van Herenstraat) richting Lammenschansplein.

C

Inspreker is van mening dat tekst pagina 34/35 groenblauw raamwerk (‘een…stad) niet bij de wijk past waar versteniging de hoofdmoot vormt. Er is geen maat/norm gesteld voor het toetsen van bouwplannen door de gemeente wat betreft versteniging, groen en water. Inspreker doet suggestie voor toevoeging: ‘hiervoor zal de gemeente bij ieder bouwplan toetsen op deze aspecten’.

D

E

F

G

Inspreker stelt dat de Rijnlandroute ontbreekt op pagina 36 bij de beschrijving van hoe de doelen voor groenblauw in relatie tot bereiken buitengebied behaald worden. Suggestie toe te voegen: ‘de inrichting vanuit de Rijnlandroute zal hier in moeten passen’. Inspreker stelt dat de uitleg over groen en sportvoorzieningen in de wijk aangescherpt moet worden op pagina 37. De wethouder heeft gezegd geen extra voorzieningen vanwege Polderpark. De omgevingsvisie spreekt dit tegen.

Het college bedankt de inspreker voor de suggestie. Er is in de visie een toekomstige groen-blauwe route geprojecteerd langs het water van de Trekvliet, en een langs de Lammenschansweg. Dit zijn robuustere structuren. De HerenstraatZoeterwoudseweg is wel aangegeven als: Versterken beleven historische route Het college hecht belang aan klimaat en gezondheid. Dit belang is ook verwoord in de visie en het college onderstreept het belang aan meer groen, bomen en klimaatadaptatie.

Geen wijzigingen

Geen wijzigingen

Vooralsnog legt het college geen normen/ vuistregels in de omgevingsvisie vast. Dit past namelijk niet bij het detailniveau van de visie zoals deze nu is opgezet. Wel heeft het college met het groen-blauw raamwerk aangegeven hoe – stadsbreed- de groengebieden onderling verbonden worden met groene routes en daarmee een groenblauw raamwerk van ringen en spaken wordt gevormd in de stad. Daarnaast is het zo dat in elk bouwplan al getoetst wordt op de aspecten groen en water. Dit zijn ook expliciete paragrafen in de ‘goede ruimtelijke onderbouwing’ die ten grondslag ligt aan een project of bestemmingsplan. Het college koppelt deze visie nu niet direct aan concrete projecten, ook omdat besluitvorming over de RijnlandRoute inmiddels gepasseerd is.

Geen wijzigingen

Deze uitspraak heeft betrekking op de stad als geheel en kan niet vertaald worden naar elke wijk afzonderlijk. Wel zal de tekst iets gewijzigd worden de op drie plaatsen (wijk)sportparken te vervangen door wijksportparken.

Gewijzigde tekst onder kopje ‘parken en (wijk)sportparken onderdeel maken van het raamwerk en verbinden met het omliggende groen’ waar (wijk)sportparken is veranderd naar wijksportparken

Natuur- en klimaatadaptief bouwen moet concreet gemaakt worden, met normen en voorwaarden. Praktijk leert dat projectontwikkelaars dit weinig toepassen. Inspreker geeft suggestie toe te voegen: ‘Maak dit bouwen concreet, normen en voorwaarden zoals die ook gesteld worden voor de kwaliteit.’

Het college benoemt in de omgevingsvisie het belang van natuur- en klimaatadaptief bouwen.

Geen wijzigingen

Inspreker stelt dat Themakaart aantrekkelijk vestigingsklimaat (pagina 40) niet klopt omdat hele wijk Cronestein als potentiegebied is aangegeven, terwijl tekst aangeeft dat dit vooral geldt voor Lammenschansstation.

Deze duiding is overgenomen uit de Verstedelijkingsnotitie Leiden. De term potentiegebied heeft betrekking op de Grote Lammenschansdriehoek, het gebied nabij station Lammenschans. Het kleurvlak is conform de eerdere Verstedelijkingsnotitie.

Voorstel: de bruine bol alleen laten staan op het

Vooralsnog legt het college geen normen/ vuistregels in de omgevingsvisie vast. Dit past namelijk niet bij het detailniveau van de visie zoals deze nu is opgezet. Mochten er op termijn normen en voorwaarden vastgelegd worden dan moet hier eerst uitvoerig onderzoek naar gedaan worden. Daarnaast is het programma (zoals bedoeld in de Omgevingswet) meer geschikt om te voorzien van normen en voorwaarden. Wanneer en hoe een programma opgesteld gaat worden moet nog verder uitgewerkt worden. Dit volgt na de omgevingsvisie. Zie 36A

91 linkergedeelte Lammenschansdriehoek -gebied van de wijk Cronestein H

I

Inspreker stelt voor tekst van pagina 43/44 aan te passen naar: ‘Er is om het benodigde aantal woningen te vergroten verdichting gewenst waarbij per locatie bekeken moet worden hoe het leefbaar, hittestress en een x-aantal woningen gerealiseerd kan worden. De winstmarge van projectontwikkelaars moet hierbij niet leidend zijn’. Inspreker stelt: de kaart van pagina 45 is foutief. De Lammenschansweg wordt helemaal aangemerkt tot een gebied waar tot 50 meter gebouwd mag worden. Dat klopt niet, het linkerdeel valt al onder een bestemmingsplan en is niet hetzelfde als de rechterkant. Voorstel door inspreker voor correctie kaart: versmal de bruine hoofdroutestreep Lammenschansweg tot maar aan een kant van de weg. Benoem dat de hoogtes niet gelden voor de jaren 50 portiekwoningen aan de Lammenschansweg. Dit is een gemengd gebied met hoofdwegen. Daarnaast klopt ook het hoogteaccent van 70 meter niet, deze moet weggelaten worden.

J

Pag 45: Inspreker stelt: Er zijn bij de criteria voor hoogbouw geen criteria over hittestress, leefbaarheid, blauw en groen. Die moeten toegevoegd worden. Voorstel inspreker: toevoegen in tekst dat criteria uit de Oer meegenomen worden voor hoogbouwontwikkelingen.

K

Pag 51: Inspreker vraagt: Worden er daadwerkelijk voorzieningen toegevoegd of blijft dit bij mooie woorden? Deze stelt: Veel voorzieningen zijn ondanks inzet van buurtbewoners afgeschaald in de afgelopen jaren. Wij hopen een toezegging op voorzieningen op korte termijn. Tekstsuggestie: Toevoeging: voor wijken zoals Cronestein zal dan ook op korte termijn een wijkvoorziening gerealiseerd worden voor oude en jonge bewoners, (internationale) studenten, werkenden elkaar kunnen ontmoeten en het sociale netwerk in de wijk verstevigd kan worden. Inspreker stelt: op p.67 benoemt de gemeente dat onder hoogstedelijk en dynamisch milieu voor de wijk Cronestein alleen de derde driehoek Lammenschanscampus wordt verstaan en niet de gehele wijk. De andere twee driehoeken van onze wijk t.w. Fruitbuurt en Vlietkaap vallen naar idee van de inspreker onder gemengde wijk ’stads en levendig’ Voorstel correctie door inspreker: de donkerrode vlek op het kaartje op pag.67 en 68 is foutief getekend en moet alleen aangeven de Lammenschanscampus

L

M

N

Inspreker stelt dat de wijk Cronestein ontbreekt in de lijst van stads en levendig op pagina 71, en moet toegevoegd worden. Voorstel door inspreker voor aanvulling en correctie: Cronestein Zuid-oost en zal het kaartje op p. 71 vanaf het bolletjes rechts vanaf de Lammenschansweg oranje gekleurd moeten worden . Ma Retraite moet als enige overgebleven buitenplaats zorgvuldig opgenomen worden bij ontwikkelingen. Inspreker stelt de volgende aanvulling voor: ‘Buitenplaats Ma Retraite is de enige overgebleven buitenplaats en zal

De tekst/naamgeving zal verduidelijkt worden. Zie hiervoor ook de beantwoording onder 36A. Bij gebiedsontwikkeling gaat het altijd om een optimalisatie van de diverse beleidsambities. De winstmarge van ontwikkelaars is daarbij nooit leidend. Een plan moet wel financieel haalbaar zijn.

De Omgevingsvisie is een stip op de horizon. De geest van de visie is eenduidig. Het profiel van de Lammenschansweg rechtvaardigt een stevige bebouwing alhier, zoals ook aan de Churchilllaan en Zwijgerlaan. Vanuit die gedachte kan op termijn (bij eventuele transformatie van de corporatieflats) tot hogere hoogten aan de westzijde van de Lammenschansweg gekomen worden. Hogere bebouwing aan de wegzijde dient altijd in samenhang met de lage bebouwing erachter ontworpen te worden. Conform de Omgevingsvisie mag in het ontwikkelgebied Lammenschans een accent van 70 meter gebouwd worden, zoals dat ook in de vigerende Hoogbouwvisie van 2007 was opgenomen. Er zijn geen concrete plannen voor een hoogte-accent van 70 meter. Een aantal aanvullende criteria voor hittestress en leefbaarheid zullen worden meegenomen in de Kwaliteitstoets voor Hoogbouw. Het is niet wenselijk alle 39 criteria uit de OER op te nemen in een hoogbouwtoets. De omgevingsvisie doet uitspraken op het niveau van de stad als geheel – waarbij in zijn algemeenheid (stadsbreed) de teruggang van voorzieningen tegen gegaan wordt. Hoe meer het lukt de verstedelijkingsopgave in te vullen, hoe beter het lukt om het (draagvlak voor het) voorzieningenniveau op peil te houden of te laten groeien.

Geen wijzigingen

Geen wijzigingen

Geen wijzigingen

Geen wijzigingen

De wijk Cronesteyn, Fruitbuurt en Vlietkaap vallen binnen de Grote Lammenschansdriehoek – tussen Trekvliet, spoor en Rijn-Schiekanaal. Dit is onderdeel van het leefmilieu ‘Dynamisch’. Dat betekent overigens niet dat er niet minder stedelijke delen in dit leefmilieu aanwezig zijn. De kaart op pagina 67 (inspraakversie) wordt hier op aangepast en gelijkgetrokken met de kaart op pagina 68 -leefmilieu ‘Dynamisch’) De wijk Cronesteyn valt binnen de Grote Lammenschansdriehoek – tussen Trekvliet, spoor en Rijn-Schiekanaal. Het is onderdeel van het leefmilieu ‘Dynamisch’

De kaart op pagina 67 (inspraakversie) met alle leefmilieus is hier op aangepast en gelijkgetrokken met de kaart op pagina 68 leefmilieu ‘dynamisch’)

Ma Retraite is een monument. Bij ontwikkelingen in de omgeving van het monument moet onder Omgevingswet de uitwerking daarvan op het monument in acht

Geen wijzigingen

Geen wijzigingen

92 daardoor ook met de nodige zorgvuldigheid meegenomen worden bij ontwikkelingen’.

O

48 A

De leefbaarheid in de wijk Cronestein scoort op heel veel onderdelen rood en dat moet worden opgenomen in de plannen voor de wijk, en verwerkt in de omgevingsvisie. Voorstel van inspreker om op te nemen ‘Gezien bovenstaande feiten over de leefbaarheid van een wijk betekent dit dat dit moet meegenomen worden in de plannen voor Cronestein en verwerkt in de omgevingsvisie’

Inspreker geeft aan dat bewoners aan de voorkant zoveel mogelijk betrokken moeten worden bij de uitvoering van plannen.

B

De maatregelen van energietransitie zijn mogelijk niet voldoende, en er moet ook gekeken worden naar alternatieve richting(en) m.b.t. de transitiemogelijkheden. Inspreker is van mening dat vooral ingezet moet worden op zon op daken. Verder het beperkte groen vrijwaren van zonnepanelen en wind. En er moet verder gekeken worden dan de gemeentegrenzen

C

Inspreker wenst meer duidelijkheid over het onbegrensde ‘overige groen’ aan de zuidwest rand van de Stevenshof. Verzoek hier geografisch onderscheid te maken (verschil donkere/lichte delen. Wat wordt bedoeld met donkere delen. Het groen zuidwest van de wijk behoort tot het provinciale Kroonjuweel cultureel erfgoed met beschermingsstatus 1. Het heeft op grond van ecologische waarden (groene buffer en weidevogels) ook beschermingsstatus 2. De strook langs de A44 is een belangrijke groene (optische) afscherming van de hoge geluidswanden langs de A44. Het begrip ‘overig’ is erg vaag

worden genomen. Dit krijgt een plaats in het Omgevingsplan. Het College acht het daarom niet noodzakelijk om deze tekstuele aanvulling in de omgevingsvisie op te nemen. Het college onderschrijft het belang van leefbaarheid, daarom is dit ook een veel voorkomend thema in deze omgevingsvisie. In de omgevingsvisie worden stadsbrede uitspraken en ambities gedaan. De omgevingsvisie en het OER doen geen uitspraken over de leefbaarheid van de wijk Cronesteyn specifiek.

Het college is het eens met de inspreker. Bij de uitwerking van de omgevingsvisie in diverse uitvoeringsplannen en projecten hecht het college belang aan tijdig overleg, betrokkenheid en transparantie in participatietrajecten Zonnepanelen op daken is vrijwel de enige manier om binnen de gemeente duurzame elektriciteit op te wekken. Daarom heeft het dit volgens het college prioriteit. De gemeentelijke ambitie is om samen met de eigenaren van daken bewoners, bedrijven, maatschappelijke instellingen etc. elk jaar een stijging van 10% lokaal opgewekte duurzame energie te realiseren. Op regionaal vlak worden afspraken gemaakt over zoekgebieden voor o.a. windmolens en zonneweides. Deze afstemming vindt dus ook met buurgemeenten plaats. Het college past de visiekaart en kaart groenblauw raamwerk aan en zal de legenda eenheid wijzigen in groen-blauw raamwerk Daarnaast worden de groene kleuren gelijkgetrokken, met uitzondering van de tweede groene Ring en de groengebieden buiten de gemeentegrenzen van Leiden. De groengebieden buiten de gemeentegrenzen hebben in de kaart een lichtere tint groen. Dit zegt niets over de formele (beschermings)status van de groengebieden.

Geen wijzigingen

Geen wijzigingen

Geen wijzigingen

Legendaeenheid van de kaart groen-blauw raamwerk is aangepast Daarnaast zijn de groene kleuren gelijkgetrokken, met uitzondering van de tweede groene Ring en de groengebieden buiten de gemeentegrenzen van Leiden.

De ecologische waarden is verbeeld in het icoon met de legenda-eenheid ‘natuurhistorische locatie. Dit is een indicatie van de precieze locatie en begrenzing.

D

Inspreker vraagt wat de betekenis is van ‘indicatief’ in de context van beeldmerk van natuurhistorische locatie op de kaart.

E

Inspreker vraagt of het mogelijk is naast de 1e en 2e ring een 3e ring toe te voegen, inclusief de wijken Stevenshof en bijvoorbeeld ook de Merenwijk?

Indicatief betekent hier dat de locaties globaal zijn aangegeven, zonder exacte begrenzing en exacte locatie. Vanwege de leesbaarheid van de kaart zijn soms enkele kleine natuurhistorische locaties samengenomen tot één symbool. De derde ring zou kunnen worden gezien in de groene buitengebieden rondom de stad. De woonwijken maken daar geen onderdeel van uit, maar zijn wel aan deze buitengebieden gelegen.

Geen wijzigingen

Geen wijzigingen

93 F

Inspreker vraagt waarom de Papenwegse Polder niet genoemd is als belangrijk buitengebied, in dezelfde orde als Cronesteyn? Het heeft ook beschermingsstatus 1 en 2 en is kroonjuweel cultureel erfgoed. Het heeft baat bij rust voor flora en fauna, niet voor zwaar toerisme. Zonder betere afstemming komt de Omgevingsvisie in strijd met de RijnlandRoute (provinciaal beleid, geen onnodige ommetjes)

G

Inspreker vraagt of vergroening ook geldt voor de Stevenshof? En waar blijven de auto’s dan? Er is al een tekort aan parkeerruimte. En hoe wordt groen gerealiseerd als er geen overschot aan parkeerplaatsen is?

H

Inspreker vraagt wat het voornemen van autoluw maken betekent en het promoten van de fiets voor een toename van het autoverkeer via bijvoorbeeld de RijnlandRoute? Hoe wordt de veiligheid voor fietsers vergroot? Dit met in acht neming van meer elektrische fietsen.

I

Inspreker constateert dat RijnlandRoute ontbreekt bij uitstoot van vervuilende stoffen en beperkter geluidhinder. En vraagt: wordt de geluidshinder en uitstoot van de RijnlandRoute na 2023 beschouwd? Inspreker geeft aan dat deze zaken goed gemonitord moeten worden en waar nodig actie op ondernomen worden

Het college past de tekst aan, waarbij Cronesteyn en Oostvlietpolder hier benoemd worden als ‘voorbeeld’ van de buitengebieden, zonder andere gebieden uit te sluiten. De Papenwegse Polder ligt grotendeels in de gemeente Voorschoten en Wassenaar. Er wordt in de omgevingsvisie geen concreet voorstel gedaan om hier meer routes aan te leggen. Intensivering van het groen geldt ook voor de Stevenshof en kan op meerdere manieren gerealiseerd worden. De uitwerking van hoe we omgaan met te veel en tekort aan parkeerplaatsen is in de Parkeervisie (samen met de beleidsregels parkeernormen) verwoord. Deze is recent vastgesteld door de gemeenteraad. Bij een hoge parkeerdruk is er vanuit de Parkeervisie geen aanleiding om de situatie te verslechteren. In het kader van de Agenda Autoluwe binnenstad zijn voor de komende periode nog de nodige onderzoeken nodig. Waaronder ook het effect op het Leidse hoofdwegennet. Het effect is op dit moment niet bekend. De uitwerking van de verkeersveiligheid is iets wat niet tot de Omgevingsvisie zelf behoort, maar in een zogenaamd programma thuishoort. De verkeersveiligheid is overigens altijd een onvoorwaardelijk uitgangspunt bij projecten. De RijnlandRoute is al vastgesteld in een juridisch planologisch kader en wordt al uitgevoerd. Het is daarom aangemerkt als autonome ontwikkeling in de omgevingsvisie (en het OER).

In dit project zijn de aspecten zoals uitstoot van vervuilende stoffen en beperkter geluidhinder al in beeld gebracht en afgewogen en is onderbouwd dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Verwacht wordt dat de transitie naar schonere mobiliteit (elektrisch rijden) en stiller asfalt, een verbetering van deze aspecten teweeg gaat brengen. Geluid is een verplicht ‘programma’ onder de Omgevingswet. Het opstellen van een programma verplicht het bevoegd gezag om dit inderdaad goed te monitoren. Dit zorgt ervoor dat waar nodig actie ondernomen kan worden in de toekomst.

Op pagina 35 en 36 worden park Cronesteyn en Oostvlietpolder genoemd als voorbeeld, in plaats van als enige.

Geen wijzigingen

Geen wijzigingen

Geen wijzigingen

94 J

Inspreker vraagt wanneer het stadswarmtenet de beste oplossing is en welke wijken worden voorzien van dit stadswarmtenet. En gebeurt er met de bestaande warmtenetten?

Opgemerkt wordt dat deze vragen van de inspreker te specifiek zijn voor het detailniveau van de Omgevingsvisie.

Geen wijzigingen

In Leiden worden ongeveer 55.000 woningen met aardgas verwarmd. Voor die woningen is een alternatieve warmteoplossing nodig. Of het beste alternatief voor een wijk een collectieve voorziening is zoals een warmtenet, is afhankelijk van verschillende factoren. Onder andere de warmtebehoefte van woningen, dit wil zeggen de temperatuur die nodig is om de woning te verwarmen, en de dichtheid van de bebouwing. In de wijken waar al een warmtenet ligt, is de gedacht dit verder uit te breiden. Afhankelijk van de beschikbaarheid van duurzame warmtebronnen kan het netwerk verder worden uitgebreid en andere wijken worden aangesloten. De Transitievisie Warmte die dit jaar wordt opgesteld geeft per wijk inzicht in het voorkeursalternatief. Hierbij bouwt het college voort op de uitgangspunten die zijn vastgelegd in de Leidse Warmtevisie 2017 en het Handelingsperspectief gemeente Leiden in de energietransitie. Het bestaande warmtenet dat in gebruik blijft is eind vorige en begin deze eeuw aangelegd en gaat nog wel een tijd mee. K

L

Waar vinden onderzoeken voor geothermie plaats en wat zijn de specificaties hiervoor? Duidelijkheid, installaties, is het een alternatief, wie bepaalt dat, zijn er aanpassingen nodig?

Op bladzijde 63 wordt gesproken over het samen met de regio zoeken naar locaties voor windmolens en zonneweiden. Inspreker vraagt of de groene gebieden aan de buitenraden van de stad daarbij ontzien worden, gezien het belang ervan voor de mens en natuur. Inspreker vraagt daarbij om te zorgen dat windmolens en zonneweiden van buurtgemeenten geen nadelige impact hebben voor onze wijk en haar bewoners.

M

Inspreker vraagt of door het realiseren van een autoluwe binnenstad niet het risico bestaat dat hiermee de auto’s naar de andere wijken (leefmilieus) worden gedwongen? Daar is al vaak gebrek aan parkeerruimte. Het vereist dus heel creatieve oplossingen en veel overleg met de burgers om het gestelde doel te bereiken!

N

Wijken liggen aan belangrijke invalswegen. Via de Leidse

Deze vragen van de inspreker zijn te specifiek voor het detailniveau van de Omgevingsvisie. Op dit moment zijn er zes opsporingsvergunningen voor geothermie aangevraagd in de Leidse regio. Drie daarvan ook op Leids grondgebied. Op dit moment is er nog geen duidelijkheid over de start, locaties en andere specificaties van eventuele proefboringen, aangezien de Mijnraad nog in de vergunningprocedurefase zit In de RES 1.0 worden zoekgebieden voor windmolens en zonneweides weergegeven. Dit zijn zoekgebieden waar regionaal nog vervolgonderzoeken op worden uitgerold. Locaties worden in de RES-regio afgestemd. Wanneer windmolens of zonneweiden van buurtgemeenten in de planvorming is, wordt de omgeving daarbij betrokken. De omgeving wordt niet beperkt door een getrokken gemeentegrens. Het college is het eens met de inspreker dat dit in samenspraak met de stad moet gebeuren. Bij de Agenda autoluwe binnenstad hoort ook het monitoren van maatregelen. Mocht deze situatie zich gaan voordoen, dan zal het beleid hier op worden afgestemd. Daarnaast is recentelijk het parkeerrestrictiegebied in een aanwijzingsbesluit uitgebreid. Dit maakt dat afwijken naar andere wijken en buurten niet zomaar kan. Vragen van de inspreker worden hieronder

Geen wijzigingen

Geen wijzigingen

Geen wijzigingen

Geen wijzigingen

95 Ring zijn de verbindingen met de auto naar andere wijken goed op orde. Op termijn wordt doorgaand autoverkeer door de stad beperkt. Inspreker stelt daarover de volgende vragen: 1. Wat betekent dit voor de drukte op de ring t.o.v. de gemodelleerde drukte? Bijvoorbeeld van de N434 en overlast (geluid en luchtkwaliteit) daarvan voor de Stevenshof 2. Op welke termijn wordt gedacht aan beperking doorgaand autoverkeer en waarvan is dat afhankelijk? De verbinding van bijvoorbeeld de Stevenshof naar en van invalsweg (A44) naar en vanuit Den Haag wordt als gevolg van de Ring verslechterd. Op die manier wordt het autoverkeer langs andere wijken drukker gemaakt. 3. Langs de Ring wordt ruimte gezocht voor stedelijke mobiliteitshubs op gebied van bouwhubs en distributie. Wij stellen het op prijs als u duidelijker maakt voor de burger wat hiermee wordt bedoeld. 4. Op welke plekken is dat dat dan mogelijk het geval? Ook in de nabije omgeving van de Stevenshof, zoals in de buurt van NS-station De Vink? 5. Op welke termijn denkt u deze ruimte te gaan zoeken? 6. Om welke mobiliteit gaat het dan vooral?

O

Blz. 76: Bijzondere aandacht voor demografische en sociale ontwikkeling. Meer bouwen voor verschillende doelgroepen. Inspreker vraagt: wordt het beleid om ouderen (bijvoorbeeld in de Stevenshof waar vergrijzing gaande is) zo lang mogelijk thuis te laten wonen verlaten? Zo niet, dan wat inspreker betreft voorzieningen aanbrengen om de sociale cohesie te vergroten. Daaronder valt het nadenken over hoe ouderen dan het beste thuis kunnen blijven wonen. Inspreker vraagt wat het standpunt is ten aanzien van het zelfstandig wonen van ouderen dan wel ‘het bezet houden van gezinswoningen’. Ouderen moeten niet hun huis ‘uit worden gedreven’.

samen beantwoord. Dit omdat deze vragen vrij specifiek zijn, terwijl de gedachten die verwoord zijn in de Omgevingsvisie gelden voor het planjaar 2040. Het actuele verkeersbeleid tot 2030 staat in de Mobiliteitsnota die integraal onderdeel is van de Omgevingsvisie. In de mobiliteitsnota zijn er geen plannen opgenomen om de structuur in de Stevenshof aan te passen. Mocht er in de komende jaren een feitelijk project zijn waarin de doelstelling is om doorgaand verkeer te weren, dan zal hierbij onderzoek naar de verkeerseffecten (positief en negatief) daarbij de basis vormen om te beslissen of de doelstelling te behalen is.

Het beleid om ouderen zo lang mogelijk zelfstandig thuis te laten wonen is niet verlaten. Dit is ook niet mogelijk want het is landelijk beleid en de intramurale voorzieningen voor ouderen zijn inmiddels sterk teruggebracht tot die voor alleen de meest kwetsbare groepen onder hen. Kwalitatief en toegankelijk groen in de buurten is niet alleen belangrijk voor het klimaat maar bevordert ook ontmoeting tussen mensen en vergroot daarmee de sociale cohesie. Daarnaast wordt er rekening gehouden met andere voorzieningen die de cohesie bevorderen zoals sportvoorzieningen en buurtontmoetingscentra. Wij kunnen ouderen verleiden om te verhuizen, onder andere door te zorgen voor geschikte woningen in de buurt of door het verhuizen gemakkelijker te maken. Dwingen kunnen en willen wij hen pertinent niet.

Geen wijzigingen

De gemeente kan zich hierin vinden en is verheugd met de reactie van gemeente Katwijk

Geen wijzigingen

49 Inspreker (gemeente Katwijk) neemt de uitnodiging tot samenwerking graag aan. Zij kan zich vinden in de complementaire (woning)bouwopgaven waar we als regiopartners voor staan. Deze is in de visie helder benoemd, met Leiden als compacte centrumstad waar vooral de stedelijke leefmilieus worden gerealiseerd. Zij geeft aan dat goede afstemming en elkaars hulp als goede buur nodig is om deze opgave te realiseren.

96 A

B

D

D

50

Inspreker geeft aan dat in de omgevingsvisie in paragraaf 5.3 wordt geconstateerd dat het huidige mobiliteitssysteem onder druk staat en dat Leiden samen met de regiopartners wil werken aan goede regionale verbindingen, met de nadruk op openbaar vervoer en fietsverbindingen. Gemeente Katwijk herkent de gezamenlijke mobiliteitsopgave, zeker in relatie tot de bovengenoemde verstedelijkingsopgave, en wil deze graag samen met Leiden verder vorm geven. Gemeente Katwijk geeft aan dat het wat haar betreft om alle mobiliteitsvormen gaat, dus ook de auto.

Het college past de tekst aan met de strekking:

Onder hoofdstuk 5.3 is de volgende tekst aangepast;

Leiden wil met de regiopartners samenwerken aan goede regionale verbindingen, waarbij voor Leiden met de nadruk ligt op openbaar vervoer en fietsverbindingen.

Gemeente Katwijk stelt dat de gemeenten elkaar vinden in het versterken van de kennis-as "van Zoeterwoude tot Zee".

Het college voegt Unmanned Valley toe op de genoemde twee plekken.

Daarom werken we, samen met onze regiopartners aan goede regionale verbindingen waarbij voor Leiden de nadruk ligt op bijvoorbeeld goede (elektrische) fietsverbindingen en het openbaar vervoer. een steeds belangrijkere rol spelen Opnemen in de tekst Unmanned Valley wordt toegevoegd aan de twee kennisclusters in Hart van Holland (paragraaf 2.1) en ook bij onder 'knooppunt in het netwerk van kennissteden' (paragraaf 2.2). Opnemen in de tekst onder het kopje: Verbindingen met het buitengebied verbeteren: Rond het Valkenburgse Meer werkt Leiden samen met buurgemeenten aan de recreatieve hotspot tussen Leiden en Valkenhorst.

Ze verzoekt het innovatieve kenniscluster Unmanned Valley toe te voegen in hoofdstuk 2 bij het benoemen van de kennisclusters in Hart van Holland (paragraaf 2.1) en ook bij onder 'knooppunt in het netwerk van kennissteden' (paragraaf 2.2). Gemeente Katwijk geeft aan dat in de omgevingsvisie de randen van de gemeente nog wat onderbelicht zijn. Ze verzoekt hier de gezamenlijke opgave toe te voegen aan de kant van het Valkenburgse Meer, de recreatieve hotspot tussen Leiden en Valkenhorst.

Gemeente Katwijk vraagt op de visiekaart Valkenburg te wijzigen in Valkenhorst.

Het college neemt deze suggestie over en voegt dit toe aan de tekst. De kaart wordt hier niet op aangepast, dit omdat de omgevingsvisie enkel mag gaan over het grondgebied van het bevoegde gezag (in dit geval dus de gemeente Leiden). Tekstueel wordt hier wel een aanvulling op gedaan, en de gemeente Leiden trekt graag samen met de gemeente Katwijk op bij deze gezamenlijke opgave.

Het college neemt dit over en wijzigt Valkenburg in Valkenhorst op visiekaart

Aanpassen in kaart wijzigen Valkenburg in Valkenhorst op visiekaart

97 A

Inspreker geeft aan dat hij in deze omgevingsvisie mist hoe de energietransitie van de Merenwijk hierin past. Hij mist zowel in de omgevingsvisie en de OER wat de gevolgen zijn van het niet aansluiten op een warmtenet, de impact van de elektrificatie van de Merenwijk op het huidige elektriciteits-netwerk en energietoevoer naar de gemeente, en het onttrekken van energie uit de bodem en oppervlakte water. De inspreker stelt dat het ontbreken van deze belangrijke aspecten in beide rapporten tot gevolg heeft dat een onjuist beeld is ontstaan met betrekking tot de Omgevingsvisie Leiden 2040.

51 A

Inspreker ondersteunt het manifest /Zienswijze Omgevingsvisie 2040 versie 1.1 Inspreker vestigt extra aandacht op de volgende punten: • Behoud het karakter van een GROENE MERENWIJK • Hoogbouw op maat in de renovatie van het Centrum /Kopermolen • Levensloopbestendige faciliteiten behouden en creëren

B

C

• Ring Leiden Noord -14.000 inwoners van de Merenwijk willen niet dat de wijk wordt ontsloten via een ventweg als uitvalsweg richting Amsterdam • Verlies fietspad aan de noordzijde van de Zijlbrug voor de aanleg van een verbrede rijbaan op de Willem de Zwijgerlaan

Hoogbouwplannen in de LEAD leggen druk op parkeergelegenheid in de Merenwijk, de Willem de Zwijgerlaan en toegangswegen

De Merenwijk heeft als een van de weinige wijken in Leiden lokale, duurzame bronnen zoals de restwarmte van de rioolwaterzuivering en het oppervlaktewater van de Zijl en ’t Joppe. Of deze lage temperatuur bronnen ook daadwerkelijk kunnen worden benut en geschikt worden gemaakt voor de verwarming van woningen, door een combinatie van isolatie en het opwaarderen van de (temperatuur) van de warmte met behulp van bijvoorbeeld warmtepompen, moet nog worden onderzocht. Bij dit onderzoek hoort ook het effect op de bodem en het oppervlaktewater en de afweging om lokale bronnen eventueel te combineren met (een uitbreiding van) het stadswarmtenet. De energietransitie vraagt in bijna alle scenario’s meer elektriciteit (van bijvoorbeeld warmtepompen, elektrisch vervoer en zonnepanelen). In het geval van warmteoplossingen die veel elektriciteit vragen, moet het elektriciteitsnet vaak verzwaard worden. In het geval van de Merenwijk zal dat ook zo zijn, maar waar op sommige plekken het lastig is om de wijken van meer capaciteit te voorzien is het elektriciteitsnet in de Merenwijk redelijk goed uit te breiden. Dit komt door de status van het huidige net, de inrichting van de wijk zelf en omdat de wijk dicht bij het onderstation is gesitueerd.

Geen wijzigingen

De transformatie van de Kopermolen wordt geregeld via het gebiedspaspoort Kopermolen. Hierin staan de doelstellingen voor de transformatie verwoord en verbeeld. Passend bij het groene karakter wordt de openbare ruimte vernieuwd en vergroend. Passend bij de maatvoering in de omgeving is op enkele plekken nieuwbouw toegestaan. Passend bij de doelstellingen van de gemeente wordt de omgeving levensloopbestendig gemaakt of gehouden. De gedachten die verwoord zijn in de Omgevingsvisie gelden richting het planjaar 2040. Het actuele verkeersbeleid tot 2030 staat in de Mobiliteitsnota die integraal onderdeel is van de Omgevingsvisie. In die Mobiliteitsnota zijn de aandachtspunten in het wegennet benoemd. Binnen programma’s wordt de komende jaren aan die uitgangspunten gewerkt.

Geen wijzigingen

Opgemerkt wordt dat de hier genoemde punten te specifiek zijn voor het abstractieniveau van de omgevingsvisie. Dit betreft een opmerking die specifiek ziet op het bestemmingsplan LEAD. Vanuit deze procedure dient te worden aangetoond dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening.

Geen wijzigingen

Geen wijzigingen

98 D

52 A

53 A

B

Aandacht voor de energietransitie in een 70’er jarenwoonwijk

Het college neemt kennis van dit aandachtspunt. In de Leidse warmtevisie 2017 en het Handelingsperspectief gemeente Leiden in de energietransitie 2020 heeft de gemeenteraad de kaders waarbinnen de energietransitie in Leiden vorm moet krijgen vastgesteld. De uitgangspunten zijn leidend voor de keuzes die worden gemaakt in het verder vormgeven van de energietransitie van Leiden. In de Transitievisie Warmte zal per wijk het warmtealternatief worden gegeven. Dit is het vertrekpunt voor verdere uitwerking van de wijkaanpakken en de betrokkenheid van inwoners en bedrijven. Tevens zal de Transitievisie warmte inzicht geven in de fasering van wijken. Dit laat onverlet dat inwoners de keuze hebben om lokaal of individueel te kiezen voor een ander warmtealternatief. Zowel de Leidse warmtevisie als het handelingsperspectief zijn te vinden op www.leiden.nl/energietransitie.

Geen wijzigingen

Inspreker geeft aan dat hij zich niet kan vinden in de indeling van de Vogelwijk in Leefmilieu stads en levendig en wat hem betreft groen en luw is.

Zie antwoord onder 5A.

Zie wijzigingen onder 5A

Inspreker stelt dat er in de Omgevingsvisie aandacht is voor mensen met een beperking, waarbij aandacht is voor toegankelijkheid, inclusie, kwetsbaren en ouderen tegen. Het is de inspreker echter onvoldoende duidelijk wat deze visie nu echt voor mensen met een beperking betekent. Inspreker mist voldoende concrete aandacht voor mensen met een beperking en verwijst naar het VNverdrag inzake de rechten van personen met een handicap dat in een aantal artikelen ondubbelzinnig aangeeft hoe er met de fysieke toegankelijkheid dient te worden omgegaan. Inspreker geeft aan dat in de Omgevingsvisie heel concreet moet worden opgenomen dat de openbare ruimte en gebouwen toegankelijk moeten zijn voor mensen met een beperking. Dit geldt dus voor straten, parken, speeltuinen, sportfaciliteiten, onderwijsinstellingen, woningen, wooncomplexen, winkels, scholen, kantoren, het openbaar vervoer en elke andere fysieke locatie (binnen of buiten) binnen de gemeentegrenzen van Leiden. Heel Leiden moet voor iedereen fysiek bereikbaar en betreedbaar zijn. Inspreker geeft aan dat door de vereisten uit het VNverdrag handicap gemeentebreed te borgen binnen de omgevingsvisie zal al het onderliggende beleid aan deze criteria moeten voldoen.

Het college onderschrijft het VN-verdrag. De titel van de in 2019 vastgestelde visie op het sociaal domein luidt niet voor niets ‘iedereen telt en doet mee’. Vertrekpunt voor het college is dat iedereen volwaardig kan deelnemen. Als het gaat om toegankelijkheid dan betekent dit voor het college dat begonnen wordt bij het ‘design for all’ principe, d.w.z. inclusief bouwen/ontwerpen als norm hanteren, en ‘niets over ons zonder ons’, d.w.z. het betrekken van ervaringsdeskundigen bij de inrichting van de openbare ruimte, bv. door het Platform Gehandicapten Leiden van meet af mee te laten denken.

In hoofdstuk 5.2 wordt onder de inleidende tekst de volgende tekst toegevoegd

In de inspraakreactie worden vier artikelen uit het VNverdrag specifiek genoemd, (zie ook punten C, D en E • Toegankelijkheid: dit wordt wel genoemd in de Omgevingsvisie, maar steeds met een andere betekenis. Inspreker stelt dat een heldere borging van het begrip 'toegankelijkheid' volgens het VNverdrag ontbreekt in de omgevingsvisie.

Onder toegankelijkheid verstaat het college een inclusieve stad conform het ‘design for all’ principe.

In de omgevingsvisie wordt dit beter aangegeven.

Daarnaast zetten we ons in voor een gezond en vitaal Leiden. Het Leidse Preventieakkoord stelt dat alle Leidenaren gelijke kansen en mogelijkheden moeten krijgen om in een zo goed mogelijke gezondheid te kunnen leven en werken. We investeren in gezondheid en sport, waarbij sporten en bewegen nabij, en op een toegankelijke manier, kan. Dit betekent dat heel Leiden (dus ook de gebouwen) toegankelijk moeten zijn voor iedereen, ook mensen met een beperking. Daarvoor passen wij het ‘design for all’ principe toe. Zie 53A

99 C

•

het zelfstandig wonen en deel uitmaken van de maatschappij; Het VN-verdrag geeft aan dat personen met een beperking vrij zijn om te kiezen waar ze willen wonen en niet gedwongen mogen worden om in een bepaalde leefregeling te wonen. Dit vraagt om verspreid door heel Leiden geschikte woningen voor mensen met een fysieke beperking . Een samenleving is pas echt inclusief als mensen met een beperking en mensen zonder een beperking gemengd wonen. Inspreker geeft aan dat dat wat hen betreft niet in de visie van de gemeente Leiden mag ontbreken.

Het college is zich bewust van de rechten van mensen die fysiek, mentaal, intellectueel of zintuiglijk een beperking hebben. Naar schatting geldt dat in Leiden voor 1 op de 8 mensen. Vertrekpunt is dat iedereen volwaardig kan deelnemen. In de visie sociaal domein heeft het college dat vertrekpunt verankerd. Volwaardig deelnemen betekent voor het college dat geen onderscheid wordt gemaakt in de plek van de stad waar mensen met een beperking kunnen wonen.

Zie 53A

D

•

Onderwijs: inspreker vindt onvoldoende terug dat volgens het VN-verdrag handicap alle vormen van onderwijs inclusief en (fysiek) toegankelijk dienen te zijn voor mensen met een beperking. Dit geldt zowel voor de gebouwen als de omliggende buitenruimte van deze instellingen.

Zie beantwoording onder 53A

Zie 53A

E

•

deelname aan het culturele leven, recreatie, vrijetijdsbesteding en sport: Inspreker stelt dat niet concreet de toegankelijkheid voor mensen met een beperking wordt benoemd voor plaatsen voor culturele uitvoeringen of diensten, dienstverlening op het gebied van toerisme en zo veel mogelijk toegang tot monumenten en plaatsen van nationaal cultureel belang, terwijl dit wel is vastgelegd in het VN-verdrag. Hetzelfde geldt voor het nemen van passende maatregelen teneinde te waarborgen dat kinderen met een handicap op voet van gelijkheid met andere kinderen kunnen deelnemen aan spel-, recreatie-, vrijetijds- en sportactiviteiten.

Zie beantwoording onder 53A

Zie 53A

Het is van belang dat de ruimte voor bedrijven met milieucategorie 3 en hoger op bedrijventerrein Roomburg behouden blijft. De afspraken hierover zijn vastgelegd in de Ruimtelijke strategie bedrijventerreinen 2020-2030. Bij de beoordeling van ruimtelijke plannen zal rekening moeten worden gehouden met de aanwezige hogere milieucategorie bedrijvigheid. Vanuit dat kader blijft de gemeente bereid om mee te werken aan een goede ruimtelijke invulling van het gebied.

Geen wijzigingen

54/5 5 A1

Specifiek voor bedrijventerrein Roomburg ziet inspreker kansen om de entree te versterken met functiemenging, zonder dat de kracht van het bedrijventerrein en de ruimte voor bedrijven met hogere milieucategorieën aangetast wordt. Inspreker verzoekt gemeente bij de totstandkoming van het Omgevingsplan concreet ruimte te maken voor deze flexibiliteit.

100 A2

Inspreker stelt: De Omgevingsvisie beoogt een integraal kader te bieden voor de inrichting en het gebruik van de fysieke leefomgeving op langere termijn. Daarvoor is helderheid en een brede blik nodig. Dat stellen wij op prijs. Dat komt de stad ten goede. De Omgevingseffectrapportage (OER, Bijlage 2), opgesteld door RoyalHaskoningDHV, concludeert dat de gemaakte keuzes tot negatieve effecten leiden op economisch gebied. Uit de formuleringen van de ontwerp-Omgevingsvisie blijkt echter dat ondanks deze conclusie het college toch de beoordeelde uitgangspunten onverkort doorzet. Willens en wetens met de negatieve effecten tot gevolg. Achteruitgang van de stad kan en mag onzes inziens niet de bedoeling zijn van een integrale Omgevingsvisie. Inspreker denkt bovendien dat het onnodig is, zonder afbreuk te doen aan de overige ambities. In de volgende pagina’s doet deze daarom tekstvoorstellen die naar zijn overtuiging de Omgevingsvisie vooral op dit punt verbeteren. Inspreker dringt aan op heldere formuleringen en duidelijke keuzes op de punten waar die noodzakelijk zijn om negatieve effecten te voorkomen.

Het OER geeft mogelijk risico’s op negatieve effecten en kansen op positieve effecten weer. Dit betekent dus niet dat deze gevolgen ook daadwerkelijk plaats gaan vinden.

Geen wijzigingen

Het OmgevingsEffectRapport laat op twee aspecten (kwaliteit en kwantiteit werklocaties en werkgelegenheid) zowel kansen op positieve effecten als risico’s op negatieve effecten zien. Naast het gegeven dat het OER risico’s en kansen weergeeft die niet met zekerheid gaan plaatsvinden, is het ook onjuist dat het OER laat zien dat de gemaakte keuzes tot negatieve effecten leiden op economisch gebied. Bij gebiedsgerichte planontwikkeling worden de in het OER geconstateerde kansen en risico’s meegenomen.

Insprekers OBM en OMR zetten zich in voor een florerend bedrijventerrein in een stad waarin wonen en werken duurzaam elkaar versterken. Daarom dienen er randvoorwaarden gesteld te worden om bereikbaarheid, mobiliteit, functionaliteit en duurzaamheid optimaal met elkaar te verenigen. Inspreker stelt dat daarvoor op onderdelen niet alleen ambities, maar ook heldere keuzes vereist zijn. Lering uit het verleden maakt helder dat alleen het uitspreken van goede bedoelingen onvoldoende waarborg is om ongewenste ontwikkelingen tegen te gaan. Inspreker verzoekt de gemeente daarom de inbreng zoals deze die in de volgende tekstvoorstellen met toelichting aan de gemeente voorlegt, over te nemen in de Omgevingsvisie. De inspreker is van mening dat dat de stad ten goede komt, zonder dat het afbreuk doet aan welke ambitie in de Omgevingsvisie dan ook. B

Inspreker stelt voor de trend ‘verduurzaaming te vervangen door: • Verduurzaming: De voorraad fossiele brandstoffen en grondstoffen is eindig. In het klimaatakkoord van Parijs is afgesproken om de CO2-uitstoot te verminderen. Deze doelstelling is alleen te bereiken door op grote schaal te besparen, te kiezen voor efficiëntere alternatieven, over te stappen op schone energiebronnen (energietransitie) en grondstoffen te hergebruiken (circulariteit). Onderbouwing: Door naast ‘overstappen op schone energiebronnen’ en ‘hergebruiken van grondstoffen’ ook ‘besparen’ en ‘kiezen voor alternatieven’ toe te voegen, wordt er meer recht gedaan aan alle kennis en expertise die reeds is opgebouwd over de weg waarlangs de klimaatdoelen zouden moeten worden bereikt. Daarmee komt de formulering dichter bij de praktijk: stappen zetten in de goede richting, en biedt de Omgevingsvisie concrete en realistische handvatten voor keuzes.

Zie beantwoording onder 40A

Zie onder 40A

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10409195/1