210074 Bijlage 4 Bijlagenbundel Vaststelling bestemmingsplan ‘Lammenschansweg-HOF36’
Tekst van het document
Lammenschansweg-HOF36
Inhoudsopgave
Bijlagen bij toelichting
3
Bijlage 1
Ecologie en bomen
4
Bijlage 2
Archeologisch onderzoek en advies
33
Bijlage 3
Akoestisch onderzoek wegverkeer
73
Bijlage 4
Akoestisch onderzoeken industrielawaai
245
Bijlage 5
Verkeer
369
Bijlage 6
Parkeeronderbouwing
384
Bijlage 7
Watertoets
400
Bijlage 8
Bodemonderzoek
432
Bijlage 9
Stikstofonderzoek
547
Bijlage 10
Explosievenkaart
570
Bijlage 11
Aanmeldnotitie MER
572
Bijlage 12
Ruimtestaat per woning
586
Bijlage 13
Hoogbouwtoets
592
Bijlage 14
Vooroverlegreacties en reactie gemeente
633
2
Bestemmingsplan "Lammenschansweg-HOF36" (vastgesteld)
Bijlagen bij toelichting
Bestemmingsplan "Lammenschansweg-HOF36" (vastgesteld)
3
Bijlage 1 Ecologie en bomen
4
Bestemmingsplan "Lammenschansweg-HOF36" (vastgesteld)
ECOLOGISCHE QUICKSCAN Locatie:
Bedrijventerrein Lammenschansweg 130 te Leiden
Opdrachtgever:
Zinc Real Estate
Contactpersoon:
De heer R. Raaijmakers
Telefoonnummer:
(0)1 6 11392588
Uitgevoerd door:
Koenders & Partners adviseurs en procesmanagers bv
Telefoonnummer:
(0)348 47 80 50
Projectnummer:
170784
Opgesteld door:
Mevrouw MSc J.I. Andringa
Paraaf: Datum:
26 november 2018
Versie:
Definitief
Bijlage:
1.
Postbus 59 3410 CB LOPIK
Overzichtstekening
Lekdijk Oost 12 3413 MS JAARSVELD
T +31 348 47 80 50 F +31 348 47 80 51
wij zijn lid van het Netwerk Groene Bureaus
info@koenders-partners.nl www.koenders-partners.nl
SAMENVATTING Op 14 november 2018 is een locatiebezoek uitgevoerd voor de ecologische quickscan op de Lammerschansweg 130 te Leiden. In onderstaand overzicht zijn de resultaten en conclusies van het onderzoek samengevat. Soortgroep
Beschermde soorten verwacht?
Regime Wnb
Ontheffingplichtig?
Vervolgonderzoek?
Flora
Nee
-
-
Nee
Zoogdieren Vleermuizen
Nee Nee
-
-
Nee Nee
Jaarrond beschermde vogels Broedvogels*
Nee
-
-
Nee
Ja
Vogels
Niet mogelijk
Broedvogelcontrole*
Reptielen
Nee
-
-
Nee
Amfibieën
Nee
-
-
Nee
Vissen Overige fauna
Nee Nee
-
-
Nee Nee
In dit overzicht staan de soortgroepen waarvan vermoed wordt dat ze in het plangebied aanwezig (kunnen) zijn, door welk regime van de Wet natuurbescherming (Wnb) de (verwachte) soorten beschermd worden, of voor deze soorten een ontheffing op de Wnb moet worden aangevraagd als werkzaamheden uitgevoerd gaan worden en of nader onderzoek nodig is om een ontheffing te kunnen krijgen. * Het is niet mogelijk om ontheffing te verkrijgen voor het beschadigen of vernielen van nesten waarop vogels aan het broeden zijn. Voorafgaand aan de werkzaamheden dient met een broedvogelcontrole vastgesteld te worden dat broedgevallen afwezig zijn, of werkzaamheden dienen buiten het broedseizoen te starten. In gemeentelijke regelgeving kan vastgelegd zijn dat niet gekapt mag worden in het broedseizoen.
Op basis van deze quickscan wordt geconcludeerd dat enkel niet beschermde soorten en soorten met een provinciale vrijstelling worden verwacht. Voor de Wet natuurbescherming is dus geen ontheffing benodigd. Aangezien geen noodzaak bestaat tot een nader onderzoek of een ontheffing op de Wet natuurbescherming, is deze quickscan voldoende om: te worden geaccepteerd als een voldoende dragend onderdeel van een goede ruimtelijke onderbouwing; te dienen als basis voor een ontheffing tijdelijke natuur, voor als het plangebied minstens een jaar braak ligt; te dienen als basis voor een natuurrapportage in het kader van BREEAM-NL.
Ecologische quickscan Lammenschansweg 130 te Leiden Projectnummer 170784
26 november 2018 samenvatting
INHOUDSOPGAVE SAMENVATTING 1
INLEIDING .......................................................................................................................................................... 1 1.1 1.2 1.3
2
Aanleiding.............................................................................................................................................. 1 Doelstelling ............................................................................................................................................ 1 Opzet onderzoek ................................................................................................................................. 1
PLANGEBIED EN WERKZAAMHEDEN........................................................................................................... 2 2.1 2.2
Beschrijving plangebied en voorgenomen werkzaamheden ....................................................... 2 Ligging plangebied ............................................................................................................................. 2
3
WETGEVING..................................................................................................................................................... 3
4
VOORONDERZOEK ......................................................................................................................................... 4
5
VELDONDERZOEK ............................................................................................................................................ 5 5.1 5.2
6
RESULTATEN ...................................................................................................................................................... 7 6.1 6.2
7
Omstandigheden .................................................................................................................................. 5 Foto’s plangebied ................................................................................................................................ 5 Gebiedsbescherming ........................................................................................................................... 7 Soortbescherming ................................................................................................................................. 7
CONCLUSIES ................................................................................................................................................... 10 7.1 7.2
Gebiedsbescherming ......................................................................................................................... 10 Soortbescherming ............................................................................................................................... 10
8
AANBEVELINGEN ........................................................................................................................................... 11
9
VERANTWOORDING EN GELDIGHEID ..................................................................................................... 12 9.1 9.1
Verantwoording .................................................................................................................................. 12 Geldigheidsduur ................................................................................................................................. 12
BIJLAGE 1.
Overzichtstekening
Ecologische quickscan Lammerschansweg 130 te Leiden Projectnummer 170784
26 november 2018 inhoudsopgave
1
INLEIDING In opdracht van Zinc Real Estate is door Koenders & Partners adviseurs en procesmanagers bv een ecologische quickscan uitgevoerd ter plaatse van het braakliggende bedrijventerrein gelegen aan de Lammenschansweg 130 te Leiden.
1.1
Aanleiding De aanleiding voor de ecologische quickscan is de voorgenomen herontwikkeling van het plangebied. De voorgenomen werkzaamheden betreffen het verwijderen van de beplantingen op het plangebied. Het gebied ligt voor een groot gedeelte braak.
1.2
Doelstelling Doelstelling van de quickscan is om de ecologische aspecten van de voorgenomen werkzaamheden te toetsen aan de vigerende natuurwetgeving. Met behulp van een quickscan wordt een uitspraak gedaan over de aanwezige en de te verwachten natuurwaarden in het plangebied alsmede de te verwachten effecten op deze natuurwaarden, door middel van een beperkte onderzoeksinspanning. Indien de natuurwaarden en/of de effecten niet goed kunnen worden ingeschat met de quickscan, kan het noodzakelijk zijn een (uitgebreid) ecologisch onderzoek uit te (laten) voeren.
1.3
Opzet onderzoek Een quickscan is een eenmalige scan van het plangebied, waarin wordt gekeken naar de te verwachten en de aanwezige (beschermde) soorten flora en fauna. Hiertoe wordt een bronnenonderzoek en een locatiebezoek uitgevoerd. Een quickscan wordt kort en bondig gerapporteerd. Er wordt geen volledig ecologisch onderzoek uitgevoerd, maar een beeld geschetst van de aanwezige en te verwachten natuurwaarden.
Ecologische quickscan Lammerschansweg 130 te Leiden Projectnummer 170784
26 november 2018 pagina 1 van 12
2
PLANGEBIED EN WERKZAAMHEDEN
2.1
Beschrijving plangebied en voorgenomen werkzaamheden Het plangebied (zie bijlage 1) betreft een onderhouden moestuin en een braakliggend terrein. Tussen de moestuin en het braakliggende terrein zit een kleine sloot met vegetatie. Om de moestuin en het braakliggende terrein zijn stroken met beplanting aanwezig.
2.2
Ligging plangebied Via de website van de Provincie Zuid-Holland zijn webkaarten1 beschikbaar met onder andere de locaties van beschermde natuurgebieden, zoals Natura 2000-gebieden en het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen heette dit de EHS). Uit deze kaarten blijkt dat het plangebied ongeveer 4,2 kilometer van een Natura 2000-gebied en 600 meter van een NNN gebied ligt.
Figuur 1: Kaart met daarop het plangebied (aangegeven in rood) en de NNN gebieden in de omgeving (aangegeven in paars en groen).
1 http://pzh.b3p.nl/viewer/app/NNN
Ecologische quickscan Lammerschansweg 130 te Leiden Projectnummer 170784
26 november 2018 pagina 2 van 12
3
WETGEVING Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (hierna: Wnb) van kracht geworden. Deze wet vervangt drie wetten: de Flora- en faunawet, de Natuurbeschermingswet 1998 en de Boswet. De Wnb betreft dus de bescherming van soorten en gebieden, maar ook de instandhouding van bossen. Met het invoeren van de Wnb is de bevoegdheid voor het verlenen van ontheffingen en vrijstellingen bij ruimtelijke ingrepen bij de provincies komen te liggen. Via provinciale regelgeving waren de provincies reeds het bevoegd gezag voor het Natuurnetwerk Nederland (hierna: NNN; voorheen EHS/Ecologische Hoofdstructuur). Per 1 januari 2017 zijn de provincies dus het bevoegd gezag voor natuurbescherming en zijn zij verantwoordelijk voor: de toetsing van werkzaamheden en activiteiten met effecten op het NNN en de Natura 2000-gebieden (gebiedsbescherming), planten en dieren (soortenbescherming) en bossen. Alleen bij ruimtelijke ingrepen met grote nationale belangen is het Rijk het bevoegd gezag. Alle in het wild levende inheemse plant- en diersoorten zijn via de Wnb beschermd via een algemene zorgplicht. Een groot aantal soorten kent bovendien een extra beschermingsregime. In principe moet alleen een ontheffing worden aangevraagd voor werkzaamheden met negatieve effecten op soorten met een extra beschermingsregime.
Voor enkele soorten is het echter mogelijk om met een door het Rijk (ministerie van EZ) goedgekeurde gedragscode te werken. Tevens gelden extra regelingen die verschillen per provincie, zoals vrijstellingsregelingen voor enkele soorten. Bij de Wnb is de bescherming van soorten2 verdeeld in drie regimes: Europese bescherming, voortvloeiend uit de Vogelrichtlijn. Dit betreft alle inheemse broedvogels; Europese bescherming, namelijk Habitatrichtlijn-soorten en soorten van de verdragen van Bern & Bonn (hierna: HR+B&B). Dit betreft onder andere alle vleermuizensoorten en de rugstreeppad; nationaal beschermde soorten, de zogenaamde ‘andere soorten’ in bijlagen A en B bij de Wet natuurbescherming (hierna: Bijlage A+B). Bijlage A betreft in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers. Bijlage B betreft vaatplanten. Voor de nationaal beschermde soorten geldt een minder strenge bescherming dan voor de Europees beschermde soorten. Voor (mogelijke) schade aan broedende vogels kan geen ontheffing worden aangevraagd. Werkzaamheden waarbij broedvogels worden aangetast mogen daarom niet worden uitgevoerd. Het ministerie van EZ hanteert geen vaste grensdata voor het vogelbroedseizoen; van belang is of de werkzaamheden een broedgeval verstoren of vernietigen. Van een aantal vogelsoorten is (de functionaliteit van) het nest jaarrond beschermd.
Het vernietigen van het nest en/of de directe omgeving is daarom het hele jaar verboden. Na een specifiek onderzoek kan echter wel een ontheffing voor het vernietigen van een jaarrond beschermde nestlocatie worden aangevraagd. De jaarrond beschermde soorten zijn in vijf verschillende categorieën ingedeeld: buiten het broedseizoen in gebruik (categorie 1), koloniebroeders (categorie 2), honkvast (categorie 3), jaarlijks hetzelfde nest (categorie 4) en indien ecologisch gezien noodzakelijk (categorie 5) 3.
2 Zie ook de brochure ‘Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen’, deze is beschikbaar via:
http://www.natuurindegemeente.nl/aandeslagmetdenatuurwet/wpcontent/uploads/2016/12/Soortenbescherming_bij_ruimtelijke_ingrepen_1.3_15122016.pdf 3 Deze categorieën van jaarrond beschermde vogelsoorten zijn overgenomen uit de Flora- en faunawet: http://www.vogelsendewet.nl/download/Bijlage_Aangepaste_lijst_jaarrond_beschermde_vogelnesten.pdf Ecologische quickscan Lammerschansweg 130 te Leiden Projectnummer 170784
26 november 2018 pagina 3 van 12
4
VOORONDERZOEK De Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) bevat op soortniveau informatie van waarnemingen die ingevoerd zijn op websites zoals www.waarneming.nl en www.telmee.nl alsmede verspreidingsgegevens van gegevens beherende instanties zoals SOVON, RAVON en FLORON. Via www.quickscanhulp.nl kan op projectniveau data uit de NDFF worden verkregen. Zodoende wordt een eerste indruk verkregen van soorten die in het plangebied of de omgeving hiervan aanwezig zijn. Ten behoeve van de inschatting of bepaalde beschermde soorten in het plangebied aanwezig kunnen zijn, worden in onderstaande tabel de soorten opgesomd waarvan waarnemingen zijn aangegeven binnen een straal van 5 kilometer om het plangebied 4. In het overzicht worden alleen Bijlage A+B- en HR+B&B -soorten weergegeven en vogelsoorten van categorie 1 t/m 4 van de Aangepaste lijst jaarrond beschermde vogelnesten 5. De waargenomen beschermde soorten zijn in onderstaand overzicht per soortgroep vermeld.
Flora HR+B&B Bijlage B Wolfskers, Dreps, Glad biggenkruid, Muurbloem en Stijve wolfsmelk Zoogdieren HR+B&B Otter Bijlage A Bosmuis*, Bunzing, Eekhoorn, Egel*, Haas*, Hermelijn, Huisspitsmuis*, Konijn*, Ree*, Rosse woelmuis*, Veldmuis*, Vos*, Wezel*, Dwergmuis*, Dwergspitsmuis*, Gewone bosspitsmuis*, Steenmarter, Waterspitsmuis en Woelrat* Vleermuizen HR+B&B Baardvleermuis, Gewone dwergvleermuis, Gewone grootoorvleermuis, Kleine dwergvleermuis, Laatvlieger, Meervleermuis, Rosse vleermuis, Ruige dwergvleermuis, Watervleermuis, Bosvleermuis en Franjestaart Vogels categorie 1 Steenuil categorie 2 Gierzwaluw, Huismus en Roek categorie 3 Grote Gele Kwikstaart, Kerkuil, Ooievaar en Slechtvalk categorie 4 Boomvalk, Buizerd, Havik, Ransuil, Sperwer, Wespendief en Zwarte Wouw Amfibieën HR+B&B Boomkikker en Rugstreeppad Bijlage A Alpenwatersalamander, Bastaardkikker*, Bruine kikker*, Gewone pad*, Kleine watersalamander* en Meerkikker* Reptielen HR+B&B Zandhagedis Bijlage A Ringslang Vissen HR+B&B Grote modderkruiper Bijlage A Overige fauna HR+B&B Bijlage A * vrijgestelde soorten
Bij het eventueel ontbreken van waarnemingen van een soort in het vooronderzoek geldt het volgende: dit kan betekenen dat de soort niet aanwezig is, maar ook dat nog geen onderzoek is gedaan. Tevens kunnen gegevens in het bronnenonderzoek verouderd zijn, aangezien waarnemingen van beschermde soorten slechts drie jaar geldig zijn. Het vooronderzoek kan derhalve enkel worden gebruikt om een indruk van het plangebied en de omgeving te verkrijgen voorafgaand aan het veldbezoek. 4 © NDFF - quickscanhulp.nl
5 http://www.vogelsendewet.nl/download/Bijlage_Aangepaste_lijst_jaarrond_beschermde_vogelnesten.pdf
Ecologische quickscan Lammerschansweg 130 te Leiden Projectnummer 170784
26 november 2018 pagina 4 van 12
5
VELDONDERZOEK Op 14 november 2018 is een veldinventarisatie uitgevoerd. Tijdens de inventarisatie is het plangebied geobserveerd en doorkruist om een goed beeld te kunnen vormen van de (mogelijk) aanwezige flora en fauna. De veldinventarisatie is uitgevoerd door een deskundige 6 van Koenders & Partners adviseurs en procesmanagers bv.
5.1
Omstandigheden In onderstaand overzicht zijn de datum en omstandigheden zoals tijdens het locatiebezoek weergegeven. Datum
Activiteit(en)
Weersomstandigheden* Uitvoerende(n)
Opmerkingen
min. temp 9 °C max. temp 13 °C veldbezoek Z3 MSc. J.I. Andringa 14 november 2018 quickscan bewolkt 0,0 mm neerslag * Dag gegevens van weerstation Rotterdam, gegevens van weerstation Valkenburg ZH waren niet beschikbaar (bron: www.knmi.nl)
5.2
Foto’s plangebied In bijlage 1 is een overzichtstekening van het plangebied weergegeven, hieronder wordt middels enkele foto’s een indruk gegeven van het plangebied.
Foto 1: Op het terrein is een onderhouden moestuin aanwezig.
Foto 2: Een groot deel van het terrein ligt braak. Er is geen begroeiing aanwezig op het braakliggende terrein.
6 Deskundig conform de eisen van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland/het Ministerie van Economische Zaken, te
raadplegen via: https://www.rvo.nl/onderwerpen/agrarisch-ondernemen/beschermde-planten-dieren-en-natuur/ruimtelijkeingrepen/ontheffing-vrijstelling/ecologisch-deskundige
Ecologische quickscan Lammerschansweg 130 te Leiden Projectnummer 170784
26 november 2018 pagina 5 van 12
Foto 3: Tussen de moestuin en het braakliggende terrein is een kleine sloot met begroeiing aanwezig
Ecologische quickscan Lammerschansweg 130 te Leiden Projectnummer 170784
26 november 2018 pagina 6 van 12
6
RESULTATEN
6.1
Gebiedsbescherming Het plangebied maakt geen onderdeel uit van een Natura 2000-gebied, het NNN of een (gemeentelijke) verbindingszone. In het gebied zijn geen lijnvormige structuren aanwezig die dienen als ecologische verbinding tussen gebieden. De werkzaamheden in het plangebied betreffen de verwijdering van het groen. Effecten van de werkzaamheden in het plangebied op de beschermde gebieden zijn door het verschil in biotoop en door de afstand tot deze gebieden niet te verwachten.
6.2
Soortbescherming Tijdens het locatiebezoek zijn de aanwezige soorten geïnventariseerd. Gedurende de inventarisatie zijn er geen beschermde planten of dieren aangetroffen. Per soortgroep zijn hieronder de waarnemingen en verwachtingen op basis van habitatkenmerken en het bronnenonderzoek weergegeven. Flora Algemeen
Het plangebied ligt al een lange tijd braak. Op een gedeelte van het terrein zijn moestuinen gecreëerd die omringt zijn met stenen paden en houtsnipperpaden. In de moestuinen zijn geen beschermde plantensoorten aangetroffen. Op het braakliggende terrein is recentelijk gewerkt, waardoor er geen begroeiing op het braakliggende terrein aanwezig is. Tussen de moestuin en het braakliggende terrein ligt een kleine sloot met een verscheidenheid aan vegetatie. Om de moestuin en het braakliggende terrein heen zijn ook verschillende algemene plantensoorten aanwezig. Het betreft o.a. koolzaad, gewoon duizendblad, gewoon herderstasje, harig knopkruid, akkerdistel, kruiskruid, brandnetel en braam.
Tijdens de inventarisatie is aandacht besteed aan het eventuele voorkomen van beschermde soorten. Er zijn geen beschermde planten waargenomen. De wolfskers is een zeer zeldzame plant, die in de omgeving van de Hortus botanicus in de binnenstad van Leiden is waargenomen. De plant is in steden vooral te vinden op stenige plekken met een humusrijke bovengrond. De wolfskers wordt gezien de biotoopkenmerken en de afstand tot de waarnemingen van deze soort niet in het plangebied verwacht. Dreps is voornamelijk te vinden op lichte droge en kalkarme grond en worden gezien de biotoopkenmerken van het plangebied niet verwacht. Glad biggenkruid wordt ook niet verwacht doordat deze soort op stikstofarme en kalkarme grond te groeit. De muurbloem kan worden uitgesloten door het ontbreken van geschikt biotoop en ook stijve wolfsmelk, die groeit op niet bemeste klei- en mergelbodem, wordt gezien de biotoopkenmerken van het gebied niet verwacht. Waargenomen en verwachte beschermde soorten HR+B&B Geen Bijlage B Geen Nader onderzoek? Nee Zoogdieren Algemeen
Het plangebied is plaatselijk geschikt voor beschermde kleine zoogdieren zoals verschillende muizensoorten, egels, konijnen en hazen. Deze soorten zijn echter vrijgesteld van ontheffing.
Ecologische quickscan Lammerschansweg 130 te Leiden Projectnummer 170784
26 november 2018 pagina 7 van 12
Otters en waterspitsmuizen worden in het plangebied niet verwacht doordat de aanwezige watergangen te klein en te geïsoleerd zijn voor deze soorten. In het kleine aantal bomen in het plangebied zijn geen geschikte verblijfplaatsen voor de eekhoorn waargenomen en deze soort wordt gezien de geïsoleerde ligging van de locatie niet verwacht. Door het ontbreken van bebouwing en geschikt biotoop worden steenmarters ook niet verwacht. Waargenomen en verwachte beschermde soorten HR+B&B Geen Bijlage A Geen Nader onderzoek? Nee Vleermuizen Algemeen
Het plangebied is beoordeeld op basis van biotoopkenmerken en bronnenonderzoek.
Op het plangebied staan geen gebouwen en bomen. De locatie zal gezien de begroeiing in het plangebied geen deel uitmaken van essentieel foerageergebied. De aanwezigheid van essentiële vliegroutes kan ook worden uitgesloten doordat er geen lijnvormige elementen zijn in het plangebied. Verwachte beschermde soorten HR+B&B Geen Nader onderzoek? Nee Vogels Algemeen
Tijdens de inventarisatie zijn koolmezen en vinken waargenomen. Het is mogelijk dat enkele algemene vogelsoorten, zoals mezen en merels broeden in het plangebied.
Door het ontbreken van bebouwing en geschikt leefgebied op het plangebied kan de aanwezigheid van jaarrond beschermde nestlocaties voor huismussen en gierzwaluwen worden uitgesloten. In de bomen tussen het plangebied en de kanaalweg zijn geen beschermde nesten van roofvogels aangetroffen. Waargenomen en verwachte beschermde soorten Categorie 1 Geen Categorie 2 Geen Categorie 3 Geen Categorie 4 Geen Nader onderzoek? Nee Reptielen Algemeen
Gezien de geïsoleerde ligging van het plangebied en het gebrek aan schuilplaatsen worden reptielen niet verwacht. De zandhagedis is voornamelijk te vinden in duin en heide gebieden, een biotoop dat in de direct omgeving van het plangebied niet aanwezig is. De ringslang wordt door de geïsoleerde ligging van het plangebied en het ontbreken van schuilmogelijkheden ook niet verwacht. Waargenomen en verwachte beschermde soorten HR+B&B Geen Bijlage A Geen Nader onderzoek? Nee
Ecologische quickscan Lammerschansweg 130 te Leiden Projectnummer 170784
26 november 2018 pagina 8 van 12
Amfibieën Algemeen
De watergangen in en direct naast het plangebied zijn geschikt als leef- en voortplantingsgebied voor beschermde amfibieën zoals de bruine kikker en de gewone pad. Deze soorten zijn echter vrijgesteld van ontheffing. Bij het dempen van de kleine sloot op het plangebied dient rekening te worden gehouden met deze soorten. De rugstreeppad wordt door het ontbreken van ondiepe poeltjes niet verwacht. Indien het gebied langer braak blijft liggen is het wel mogelijk dat deze poeltjes gaan ontstaan.
De boomkikker is voornamelijk te vinden in visvrije, zonnige wateren met een goed ontwikkelde oever- en watervegetatie. De alpenwatersalamander is voornamelijk te vinden op zandige leemgronden in de buurt van bos en/of houtwallen. De sloten in en direct naast het plangebied zijn te geïsoleerd en hebben onvoldoende vegetatie om geschikt te zijn als leefgebied voor de boomkikker en de alpenwatersalamander. Waargenomen en verwachte beschermde soorten HR+B&B Geen Bijlage A Geen Nader onderzoek? Nee Vissen Algemeen
De sloten in en direct naast het plangebied zijn te klein en geïsoleerd om geschikt te zijn als leefgebied voor beschermde vissen, zoals de grote modderkruiper. Waargenomen en verwachte beschermde soorten HR+B&B Geen Bijlage A Geen Nader onderzoek? Nee Overige fauna Algemeen
In een straal van vijf kilometer zijn geen waarnemingen van beschermde insectensoorten bekend. Gezien de vegetatie op het plangebied worden er geen beschermde soorten verwacht. Waargenomen en verwachte beschermde soorten HR+B&B Geen Bijlage A Geen Nader onderzoek? Nee
Ecologische quickscan Lammerschansweg 130 te Leiden Projectnummer 170784
26 november 2018 pagina 9 van 12
7
CONCLUSIES
7.1
Gebiedsbescherming Het plangebied maakt geen onderdeel uit van een Natura 2000-gebied, het NNN (voorheen EHS) of een ecologische verbindingszone binnen het NNN. Gezien de afstand tot deze gebieden en het verschil in biotoop zijn effecten op het dichtstbijzijnde deel van het NNN niet aannemelijk. Het is dus niet nodig een procedure in verband met gebiedsbescherming in het kader van de Wet natuurbescherming of in het kader van provinciale regelingen voor het NNN te starten.
7.2
Soortbescherming In onderstaand overzicht zijn de resultaten en conclusies van het onderzoek samengevat. Vervolgstappen worden in het volgende hoofdstuk uitgelegd. De conclusies zijn gezien de tijd van het jaar voornamelijk gebaseerd op biotoopkenmerken van het plangebied en het vooronderzoek. Soortgroep
Beschermde soorten verwacht?
Regime Wnb
Ontheffing plichtig?
Vervolgonderzoek?
Flora
Nee
-
-
Nee
Zoogdieren Vleermuizen
Nee Nee
-
-
Nee Nee
Jaarrond beschermde vogels Broedvogels*
Nee
-
-
Nee
Ja
Vogels
Niet mogelijk
Broedvogelcontrole*
Reptielen
Nee
-
-
Nee
Amfibieën
Nee
-
-
Nee
Vissen
Nee
-
-
Nee
Overige fauna
Nee
-
-
Nee
In dit overzicht staan de soortgroepen waarvan vermoed wordt dat ze in het plangebied aanwezig (kunnen) zijn, door welk regime van de Wet natuurbescherming (Wnb) de (verwachte) soorten beschermd worden, of voor deze soorten een ontheffing op de Wnb moet worden aangevraagd als werkzaamheden uitgevoerd gaan worden en of nader onderzoek nodig is om een ontheffing te kunnen krijgen. * Het is niet mogelijk om een ontheffing te verkrijgen voor het beschadigen of vernielen van nesten waarop vogels aan het broeden zijn. Voorafgaand aan de werkzaamheden dient met een broedvogelcontrole vastgesteld te worden dat broedgevallen afwezig zijn, of werkzaamheden dienen buiten het broedseizoen te starten. In gemeentelijke regelgeving kan vastgelegd zijn dat niet gekapt mag worden in het broedseizoen.
Op basis van deze quickscan wordt geconcludeerd dat enkel niet beschermde soorten en soorten met een provinciale vrijstelling worden verwacht. Voor de Wet natuurbescherming is dus geen ontheffing benodigd. Wel is het belangrijk om rekening te houden met broedvogels en met amfibieën, die zich mogelijk in de sloten bevinden. Aangezien geen noodzaak bestaat tot een nader onderzoek of een ontheffing op de Wet natuurbescherming, is deze quickscan voldoende om: te worden geaccepteerd als een voldoende dragend onderdeel van een goede ruimtelijke onderbouwing; te dienen als basis voor een ontheffing tijdelijke natuur, voor als het plangebied minstens een jaar braak ligt; te dienen als basis voor een natuurrapportage in het kader van BREEAM-NL..
Ecologische quickscan Lammerschansweg 130 te Leiden Projectnummer 170784
26 november 2018 pagina 10 van 12
8
AANBEVELINGEN Bij buitenwerkzaamheden dient in alle gevallen, maar zeker bij dit braakliggende gebied met een kleine watergang, rekening te worden gehouden met de aanwezige flora en fauna. Naast de regelingen omtrent (streng) beschermde soorten, is in de Wet natuurbescherming namelijk ook een algehele zorgplicht opgenomen. De zorgplicht geldt te allen tijde en voor alle flora en fauna, ongeacht eventuele beschermingsstatus en verkregen ontheffingen. De zorgplicht stelt dat ‘iedereen, indien redelijkerwijs mogelijk, voldoende zorg in acht moet nemen voor alle planten en dieren en hun leefomgeving’. Onderdeel hiervan is het zo veel mogelijk vermijden en beperken van schade aan de te beschermen natuurwaarden (mitigatie), waardoor de noodzaak tot compenserende maatregelen zoveel mogelijk wordt verkleind. De volgende maatregelen worden in het kader van mitigatie en zorgplicht aangeraden: Werkzaamheden vanaf één kant aanvangen. Indien kappen of rooien van bomen, heggen en struiken nodig is, moet dit voorafgaand aan overige werkzaamheden en buiten het vogelbroedseizoen (indicatie: half maart tot half juli) gedaan worden. - Anders voorafgaand aan de werkzaamheden het plangebied en de directe omgeving controleren op broedende vogels. De werkzaamheden tussen zonsopgang en zonsondergang plaats laten vinden.
Het gebruik van licht op het terrein na zonsondergang zo veel mogelijk beperken. - Indien het gebruik van licht na zonsondergang onvermijdelijk is: gebruik maken van gerichte lichtbronnen (afschermen aan de boven- en achterzijde). Het ontstaan van plassen zoveel mogelijk tegengaan, om ervoor te zorgen dat amfibieën en reptielen het plangebied niet koloniseren; - Eventueel op een naastgelegen locatie ondiepe plassen creëren zodat juist deze plassen gekoloniseerd worden. Tijdens de werkzaamheden alert zijn op de aanwezigheid van (beschermde) dieren op het terrein en deze de ruimte en tijd geven om te vluchten. - Indien nodig de dieren voorzichtig van het terrein verjagen. Waar nodig de hulp van een deskundige inschakelen; Indien het beschermde soorten betreft, altijd het advies van een deskundige inwinnen.
Ecologische quickscan Lammerschansweg 130 te Leiden Projectnummer 170784
26 november 2018 pagina 11 van 12
9
VERANTWOORDING EN GELDIGHEID
9.1
Verantwoording Koenders & Partners adviseurs en procesmanagers bv is een onafhankelijk adviesbureau en verklaart hierbij geen financiële of juridische belangen te hebben bij de uitkomst van het uitgevoerde onderzoek. Dit document is gebaseerd op een grote mate van kennis en ervaring binnen Koenders & Partners adviseurs en procesmanagers bv. Ondanks de zorgvuldigheid waarmee het veldwerk is uitgevoerd, is Koenders & Partners adviseurs en procesmanagers bv niet verantwoordelijk voor eventuele afwijkingen en voor de eventuele gevolgen daarvan. Het is niet toegestaan dit document zonder schriftelijke toestemming van Koenders & Partners adviseurs en procesmanagers bv anders dan in zijn geheel (met inbegrip van bijlagen) te reproduceren.
9.1
Geldigheidsduur In het kader van de Wet natuurbescherming mogen onderzoeksgegevens van beschermde soorten maximaal 3 jaar oud zijn. Hierbij is een voorwaarde dat weinig of geen ruimtelijke of kwalitatieve veranderingen zijn opgetreden in de afgelopen drie jaar. In gebieden waar dergelijke veranderingen wel plaats hebben gevonden, moeten de gegevens recenter zijn.
Ecologische quickscan Lammerschansweg 130 te Leiden Projectnummer 170784
26 november 2018 pagina 12 van 12
BIJLAGE 1
OVERZICHTSTEKENING
BOMENINVENTARISATIE TEN BEHOEVE VAN KAPWERKZAAMHEDEN Locatie:
Bedrijventerrein Lammenschansweg 130 te Leiden
Opdrachtgever:
Zinc Real Estate
Contactpersoon:
De heer R. Raaijmakers
Telefoonnummer:
(0)1 6 11392588
Uitgevoerd door:
Koenders & Partners adviseurs en procesmanagers bv
Telefoonnummer:
(0)348 47 80 50
Projectnummer:
170784
Datum notitie:
28 november
Opgesteld door:
Mevrouw MSc. J.I. Andringa
Paraaf:
Bijlagen:
1.
Overzichtstekening wij zijn lid van het Netwerk Groene Bureaus
Postbus 59 3410 CB LOPIK
Lekdijk Oost 12 3413 MS JAARSVELD
T +31 348 47 80 50 F +31 348 47 80 51
info@koenders-partners.nl www.koenders-partners.nl
1
INLEIDING In opdracht van Zinc Real Estate is door Koenders & Partners adviseurs en procesmanagers bv een inventarisatie van de aanwezige bomen uitgevoerd in het plangebied tussen de Lammenschansweg 130 en de Kanaalweg. Het plangebied betreft een groenstrook tussen het terrein aan de Lammenschansweg 130 en de sloot parallel aan de Kanaalweg en een aantal bomen langs de Kanaalweg.
2
WET EN REGELGEVING In de gemeente Leiden is een omgevingsvergunning voor het kappen van een boom benodigd als:
3
•
“het om een individuele, op de Groene Kaart aangewezen boom gaat;
•
de boom is opgenomen op de Groene Kaart in een boomstructuur of boomgebied en een stamomtrek heeft van meer dan 30 centimeter. Dit is gemeten op 130 centimeter boven het maaiveld;
•
de boom in openbaar toegankelijk gebied staat, niet op de Groene Kaart voorkomt en een stamomtrek heeft van meer dan 45 centimeter. Dit is gemeten op 130 centimeter boven het maaiveld.”
UITGEVOERDE WERKZAAMHEDEN Op 14 november is een bomeninventarisatie uitgevoerd door ter zake kundige medewerkers 1 van Koenders & Partners. Het onderzoek is gebaseerd op de gedragscode van het Netwerk Groene Bureaus. Koenders & Partners is lid van deze brancheorganisatie voor kwaliteitsbevordering en belangenbehartiging. De bomeninventarisatie is erop gericht om de conditie van de aanwezige bomen te beoordelen. Hierbij wordt gekeken naar de soort, de diameter op borsthoogte (dbh), de conditie van de boom en de aanwezige afwijkingen en gebreken van de boom. Tabel 1: uitgevoerd veldbezoek Datum
Activiteit(en)
Uitvoerende(n)
Opmerkingen
14 november 2018
bomeninventarisatie
Mevrouw J.I. Andringa, MSc.
-
1 Door Koenders & Partners adviseurs en procesmanagers bv wordt de volgende definitie gehanteerd. Onder ‘deskundige’
wordt door het Ministerie van EZ het volgende verstaan: een persoon die voor de situatie en soorten ten aanzien waarvan hij of zij gevraagd is te adviseren en/of te begeleiden, aantoonbare ervaring en kennis heeft op het gebied van soortspecifieke ecologie. De ervaring en kennis dient te zijn opgedaan doordat de deskundige: op HBO-, dan wel universitair niveau een opleiding heeft genoten met als zwaartepunt (Nederlandse) ecologie; en/of op MBO niveau een opleiding heeft afgerond met als zwaartepunt de Flora- en faunawet, soortenherkenning en zorgvuldig handelen ten opzichte van die soorten; en/of als ecoloog werkzaam is voor een ecologisch adviesbureau, zoals bijvoorbeeld een bureau welke is aangesloten bij het Netwerk Groene Bureaus; en/of zich aantoonbaar actief inzet op het gebied van de soortenbescherming en is aangesloten bij en werkzaam voor de daarvoor in Nederland bestaande organisaties (zoals bijvoorbeeld Zoogdiervereniging, RAVON, Stichting Das en Boom, Vogelbescherming Nederland, Vlinderstichting, Natuurhistorisch Genootschap, KNNV, NJN, IVN, EIS Nederland, FLORON, SOVON, STONE, Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten, De Landschappen en Stichting Beheer Natuur en Landelijk gebied) en/of zich aantoonbaar actief inzet op het gebied van de soortenmonitoring en/of - bescherming.
Bomeninventarisatie Lammenschansweg 130 te Leiden Projectnummer 170784
28 november 2018 pagina 2 van 7
4
RESULTATEN Nr
Soort
Obh (cm)
Staat
1
robinia
83
goed
2
esdoorn
115+79
goed
plakoksel op 1,25 meter
3
meidoorn
60
goed
plakoksel met kleine tak
4
esdoorn
131
matig
dood hout; dunne kroon
5
Spaanse aak
98
goed
6
meidoorn
53
goed
7
meidoorn
54
goed
8
esdoorn
52
slecht
9
Spaanse aak
104
goed
10
meidoorn
37
goed
11
Spaanse aak
61+50+38
goed
12
es
37
matig
13
meidoorn
45+15
goed
14
meidoorn
38+30
goed
15
es
123+24
matig
16
meidoorn
66+49
goed
17
Spaanse aak
51+46+22
goed
plakoksel op 0,5 m
18
es
50
matig
kleine kroon
19
meidoorn
44
goed
20
es
50+37+23
matig
21
meidoorn
60+40
goed
22
es
105
matig
23
meidoorn
35+25
goed
24
es
110
matig
25
Spaanse aak
63
goed
26
Spaanse aak
25
goed
27
linde
159
goed
28
linde
95
goed
29
linde
144
goed
holte op 4 meter
30
linde
163
goed
holte op 4 meter
Bomeninventarisatie Lammenschansweg 130 te Leiden Projectnummer 170784
Opmerkingen
scheefgroei; grote beschadigingen aan de bast zonder compensatiegroei
scheefstand; plakoksel op 0,5 meter; dood hout
kleine kroon
kroon bestaat uit één tak
plakoksel op 1,5 meter
holte op 4 en 8 meter
28 november 2018 pagina 3 van 7
Foto 1: Grenzend aan het perceel aan de Lammenschansweg 130 staan een aantal esdoorns, Spaanse aken, essen en meidoorns.
Bomeninventarisatie Lammenschansweg 130 te Leiden Projectnummer 170784
Foto 2: Lindes de Kanaalweg.
28 november 2018 pagina 4 van 7
5
CONCLUSIES Tussen het terrein aan de Lammenschansweg 130 en de sloot parallel aan de kanaalweg staan in totaal 26 bomen met een minimale omtrek op borsthoogte van 25 centimeter. Daarvan hebben 20 bomen een omtrek van 45 centimeter of meer. Het betreft voornamelijk esdoorns, Spaanse aken en meidoorns. Ook staan er een aantal essen in matige conditie met een kleine kroon. De essen zijn vermoedelijk aangetast zijn door de essentaksterfte. In de bomen zijn geen geschikte holtes of kieren gevonden voor vleermuizen. Langs de Kanaalweg staan 4 lindes die binnen het plangebied vallen. Deze bomen verkeren in een goede staat, maar hebben wel enkele holtes die mogelijk door vleermuizen worden gebruikt als verblijfplaats. Daarnaast vormen de bomen een lijnvormige structuur die mogelijk door vleermuizen als vliegroute worden gebruikt. Indien de bomen worden verwijderd, moet er nader onderzoek naar vleermuizen plaatsvinden. De bomen in het plangebied staan op kadastraal perceel LDN01 O 5259 en de vier lindes langs de kanaalweg staan op kadastraal perceel LDN01 O 6061. In de gemeente Leiden geldt dat voor bomen buiten de Groene kaart een omgevingsvergunning moet worden aangevraagd voor bomen in openbaar toegankelijk gebied met een stamomtrek van meer dan 45 centimeter. De bomen op kadastraal perceel LDN01 O 5259 bevinden zich niet op openbaar toegankelijk terrein.
Voor het kappen van de bomen dient wel toestemming te worden gevraagd aan de eigenaar van het perceel. De vier lindes langs de Kanaalweg staan wel op openbaar terrein en voor deze bomen moet dus een omgevingsvergunning worden aangevraagd. Daarnaast moet er eerst toestemming worden gevraagd aan de eigenaar van het perceel.
6
WET NATUURBESCHERMING Indien voorgenomen werkzaamheden negatieve effecten hebben op beschermde plant- en diersoorten in het plangebied, moet hiervoor een ontheffing op de Wet Natuurbescherming worden aangevraagd. Alle in Nederland voorkomende wilde vogelsoorten, met uitzondering van de exoten (en hun broedgebied) worden in het kader van de Wet natuurbescherming als extra te beschermen soorten beschouwd. Voor mogelijke schade toegebracht aan broedende vogels kan geen ontheffing worden aangevraagd in het kader van de Wet natuurbescherming. Werkzaamheden waarbij broedvogels worden verstoord of aangetast, mogen dan ook niet worden uitgevoerd. Voor het broedseizoen gelden geen tijdsgrenzen, het gaat erom dat er vogels broeden. In het algemeen kan worden gesteld dat vogels broeden tussen half maart en half juli. Van een aantal vogelsoorten is (de functionaliteit van) het nest jaarrond beschermd. Het vernietigen van het nest en/of de directe omgeving is daardoor het hele jaar verboden. Ook zijn verblijfplaatsen, essentiële foerageergebieden en belangrijke vliegroutes van vleermuizen beschermd en is het vernietigen of verstoren van deze verblijfplaatsen, vliegroutes en foerageergebieden verboden. Na een specifiek onderzoek naar jaarrond beschermde nesten of vliegroutes, foerageergebieden en verblijfplaatsen van vleermuizen kan echter wel een ontheffing worden aangevraagd.
Naast de regelingen omtrent (streng) beschermde soorten, is in de Wet natuurbescherming ook een algehele zorgplicht opgenomen. De zorgplicht geldt te allen tijde voor alle flora en fauna, ongeacht eventuele beschermingsstatus en verkregen ontheffingen. De zorgplicht stelt dat ‘iedereen, indien redelijkerwijs mogelijk, voldoende zorg in acht moet nemen voor alle planten en dieren en hun leefomgeving’.
Bomeninventarisatie Lammenschansweg 130 te Leiden Projectnummer 170784
28 november 2018 pagina 5 van 7
7
VERANTWOORDING De resultaten zijn gebaseerd op de situatie zoals die tijdens het veldwerk is aangetroffen. Deze rapportage dient dan ook als verslag van een momentopname. Deze notitie is gebaseerd op een grote mate van kennis en ervaring binnen Koenders & Partners adviseurs en procesmanagers bv. Ondanks de grote zorgvuldigheid waarmee het veldwerk is uitgevoerd, is Koenders & Partners adviseurs en procesmanagers bv niet verantwoordelijk voor eventuele afwijkingen en voor de eventuele gevolgen daarvan. Het is niet toegestaan, deze notitie zonder schriftelijke toestemming van Koenders & Partners adviseurs en procesmanagers bv anders dan in zijn geheel (met inbegrip van bijlagen) te reproduceren.
Bomeninventarisatie Lammenschansweg 130 te Leiden Projectnummer 170784
28 november 2018 pagina 6 van 7
BIJLAGE 1
OVERZICHTSTEKENING
Bomeninventarisatie Lammenschansweg 130 te Leiden Projectnummer 170784
28 november 2018 pagina 7 van 7
Advies
advies
Notitie bomeninventarisatie Lammerschansweg, Leiden
project Notitie bomeninventarisatie Lammerschansweg, Leiden datum 10 september 2020 opdrachtgever Zinc AD C.V. projectnummer P00697
Inleiding De initiatiefnemer is voornemens een appartementencomplex te realiseren binnen de Lammenschansdriehoek te Leiden. Hierbij zal een nieuwe ontsluitingsweg vanuit het ontwikkelingsgebied Lammenschansdriehoek op de Kanaalweg worden aangelegd. Om de ontsluiting op de Kanaalweg te kunnen realiseren zal een brug over de aanwezig sloten worden gerealiseerd. De brug krijgt een maximale breedte van 20 meter.
opgesteld door NL
Figuur 2: Bomen parallel de Kanaalweg
controle RdM
Figuur 1: Ligging van bomen langs de Kanaalweg te Leiden
In huidige situatie staan een 30-tal bomen op de locatie waar de ontsluiting wordt gerealiseerd. Drie van de bomen bevatten holten. Middels een interne controle van deze boomholten is vastgesteld of deze in gebruik zijn als vaste rust- of verblijfplaats voor een boombewonende vleermuissoort.
BRO Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel T +31 (0)411 850 400 E info@bro.nl www.bro.nl
Om de boomholten te controleren op de aanwezigheid of sporen van vleermuizen is op 28 augustus 2020, tussen 16.00-17.00, een bezoek gebracht aan de locatie. Het was circa 22°C, half bewolkt, met een zuidwestenwind van 4 Bft. Tijdens de controle zijn, met behulp van een endoscoop, de boomholten gecontroleerd op sporen van vleermuizen.
Figuur 3: Waargenomen boomholten in de te kappen bomen
1
Advies Notitie bomeninventarisatie Lammerschansweg, Leiden
Resultaten In geen van de boomholten zijn sporen, in de vorm van uitwerpselen of haren, van vleermuizen aangetroffen. In een van de holten zijn meerdere pissebedden aangetroffen, de overige bevatten een dunne laag rottingsresten. Geen van de holten zijn naar boven uitgerot. Tevens vertoonde de plafonds van de holten nog geen rottingsverschijnselen. Hierdoor zijn deze niet geschikt als rust- of verblijfplaats voor een boombewonende soort. Tevens zijn er bij geen van de 30 bomen scheuren in de barst aanwezig die geschikt zouden kunnen zijn als verblijfplaats voor een vleermuis.
Zorgplicht Bij het onverwacht aantreffen van een vleermuis is de zorgplicht altijd geldend. De werkzaamheden dienen te worden gestaakt en er dient een ter zake kundige ecoloog te worden ingeschakeld.
Conclusie Tijdens de controle zijn er geen sporen van vleermuizen aangetroffen in de boomholten. Bij het uitvoeren van voorgenomen plannen zullen er geen rust- of verblijfplaatsen van een boombewonende vleermuissoort verloren gaan. De zorgplicht is echter altijd geldend.
donderdag 10 september 2020
2
Bijlage 2 Archeologisch onderzoek en advies
Bestemmingsplan "Lammenschansweg-HOF36" (vastgesteld)
33
ARCHEOLOGISCH VERKENNEND BOORONDERZOEK LAMMENSCHANSWEG-KANAALWEG TE LEIDEN GEMEENTE LEIDEN
Archeologisch verkennend booronderzoek Lammenschansweg-Kanaalweg te Leiden Opdrachtgever
BRO Boxtel Postbus 4 5280 AA Boxtel
Rapportnummer 1
Versienummer
7284.002 1
Datum
21 november 2018
Vestiging
Gelderland Fabriekstraat 19c 7005 AP Doetinchem 0314 - 365150 doetinchem@econsultancy.nl
Opsteller
ir. E.M. ten Broeke
Paraaf
Kwaliteitscontrole
drs. A.H. Schutte
Paraaf
© Econsultancy bv, Doetinchem Foto’s en tekeningen: Econsultancy bv, tenzij anders vermeld. Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgevers. Econsultancy aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek. ISSN: 2210-8777 (Analoog rapport) ISSN: 2210-8785 (Digitaal rapport E-depot) 1
Versie 1 betreft een rapport waarvan geen beoordeling van de bevoegde overheid is ontvangen, bij versie 2 is het rapport wel beoordeeld door de bevoegde overheid.
Econsultancy Archeologisch Rapport
Administratieve gegevens plangebied Projectcode
7284.002
Toponiem
Lammenschansweg-Kanaalweg
Opdrachtgever
BRO Boxtel
Gemeente
Leiden
Plaats
Leiden
Provincie
Zuid-Holland
Kadastrale gegevens
Gemeente Leiden, sectie O, nummers 2236 en 5257
Omvang plangebied
Circa 11.030 m²
Kaartblad
30 H (1:25.000)
Coördinaten centrum plangebied
X: 93.540 / Y: 462.010
Bevoegde overheid
Bureau Monumentenzorg en Archeologie, gemeente Leiden Hooglandse Kerkgracht 17 2312 HS Leiden Contactpersoon: mevrouw C. Brandenburgh, stadsarcheoloog Tel. 071-5167950 // 071-5167959 Email: c.brandenburgh@leiden.nl
ARCHIS3
Booronderzoek 4647298100
Onderzoeksmeldingsnummer (OM-nr.) Archeoregio NOaA
Hollands veen- en kleigebied
Beheer en plaats documentatie
Econsultancy, Doetinchem/Provinciaal Archeologisch Depot Zuid-Holland
Uitvoerders
Econsultancy, ir. E.M. ten Broeke
Kwaliteitszorg Econsultancy is onder meer gecertificeerd voor protocollen 4001, 4002, 4003 en 4004 van de BRL SIKB 4000. Verder is Econsultancy lid van de Nederlandse Vereniging van Archeologische Opgravingsbedrijven (NVAO). De leden van de NVAO bieden kwalitatief hoogstaand archeologisch onderzoek. Het lidmaatschap is een waarborg voor kwaliteit en betrouwbaarheid. Tevens is Econsultancy aangesloten bij de Vereniging van Ondernemers in Archeologie (VOiA). De VOiA behartigt de belangen van meer dan 100 bedrijven in alle takken van de archeologie. Betrouwbaarheid Dit onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd, conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving. Een booronderzoek wordt in het algemeen uitgevoerd door het steekproefsgewijs onderzoeken van de bodem, waardoor het, op basis van de resultaten van een booronderzoek, onmogelijk is garanties af te geven ten aanzien van de aan- of afwezigheid van archeologische waarden. In dit kader dient ook opgemerkt te worden dat geraadpleegde bronnen niet altijd zonder fouten en volledig zijn. Daar Econsultancy voor het verkrijgen van historische informatie afhankelijk is van deze bronnen, kan Econsultancy niet instaan voor de juistheid en volledigheid van deze informatie.
Econsultancy Archeologisch Rapport
SAMENVATTING Econsultancy heeft in opdracht van BRO Boxtel een inventariserend veldonderzoek (IVO-overig, verkennende fase) uitgevoerd voor het plangebied gelegen aan de Lammenschansweg-Kanaalweg te Leiden in de gemeente Leiden (zie figuren 1 en 2). De initiatiefnemer is voornemens de nieuwbouw van een woontoren met 340 woningen te realiseren (zie bijlage 4). In het kader van duurzaam waterbeheer zal het afstromend hemelwater van het toekomstig verhard oppervlak, indien mogelijk en noodzakelijk, tevens in de bodem moeten worden geïnfiltreerd of binnen de plangrenzen geborgen moeten worden. Om deze ontwikkeling mogelijk te maken, moet eerst een wijziging van het bestemmingsplan worden doorgevoerd. Hierbij moet ook inzichtelijk te worden gemaakt welke archeologische waarden binnen het plangebied kunnen worden verwacht. De noodzaak tot archeologisch onderzoek vloeit voort uit het Verdrag van Malta (1992) en de Wet ruimtelijke ordening (Wro, 2006). Gespecificeerde archeologische verwachting bureauonderzoek 2 Op basis van het in 2016 door Bureau voor Archeologie uitgevoerde archeologisch bureauonderzoek heeft het plangebied een middelhoge verwachting voor het aantreffen van archeologische resten uit de perioden vanaf het Neolithicum.
Deze verwachting is gebaseerd op de ligging van het plangebied binnen de monding van de Oude Rijn, ofwel het Oude Rijn estuarium, waarbij de oeverwallen geschikte bewoningslocaties vormden. Op de oeverafzettingen is de verwachting dat een één meter dik ophogingspakket opgebracht, op basis van resultaten van eerder gezette milieukundige boringen. e Daarna is een deel van het plangebied bebouwd. Aan het einde van de 20 eeuw heeft binnen een deel van het plangebied een sanering plaatsgevonden van verontreinigingen met minerale olie en vluchtige aromatische koolwaterstoffen in de grond en het grondwater. De exacte locatie van de afe gravingen en de diepte is niet bekend. De bebouwing is in het begin van de 21 eeuw gesloopt. Resultaten inventariserend veldonderzoek De resultaten van het inventariserend veldonderzoek (IVO, verkennende fase) bevestigd de aanwezigheid van een ophogingspakket, echter de gemiddelde dikte ervan is aanzienlijk dikker dan de verwachte meter. Het ophogingspakket heeft een gemiddelde dikte van circa 160 cm en vooral ter plaatse van het zuidwestelijke en noordoostelijke deel van het plangebied reikt het pakket aangebracht zand tot bijna dan wel voorbij 2 m -mv (2 meter dik pakket). Onder het recente ophogingspakket zijn de verwachte oeverafzettingen niet aangetroffen. De ondergrond bestaat uit bedding-, verlandings- en komafzettingen.
Het bovenste aangetroffen natuurlijke pakket zware komklei laat zien dat het plangebied tijdens de vorming van het Oude Rijn estuarium een positie innam in een vrij nat gebied. De zandigere en drogere oeverwallen moeten meer gezocht worden dichter bij de hoofdloop van de Oude Rijn, in de omgeving van de huidige loop van de Oude Rijn. Het plangebied zal daarom een minder aantrekkelijke bewoningsplaats zijn geweest. Daarnaast laten de boringen ook zien dat er in de top van de komafzettingen (sterk siltige tot venige klei) geen begraven bodem (vegetatiehorizont/laklaag) aanwezig is, erop duidend dat de oorspronkelijke top van de komafzettingen is verstoord dan wel afgegraven, meest waarschijnlijk tijdens bouw van de voormalige bebouwing binnen het plangebied. Hoewel het terrein in de (Late-)Middeleeuwen en Nieuwe tijd door bemaling mogelijk beter betreedbaar was, blijkt uit het historisch kaartmateriaal, geraadpleegd tijdens het eerder uitgevoerde bureauonderzoek, dat het plangebied nooit is ingericht, buiten de vermoedelijke aanleg van verkavelings-/drainagesloten.
2
Hanemaaijer, 2016
Rapport 7284.002 versie 1
Conclusie Geconcludeerd wordt, op basis van de aangetroffen bodemopbouw, dat de middelhoge verwachting voor het aantreffen van archeologische resten uit de perioden vanaf het Neolithicum kan worden bijgesteld naar een lage tot geen verwachting. Er zijn voor de archeologie geen gevolgen vanuit de voorgenomen bodemingrepen. Advies Op grond van de resultaten van het inventariserend veldonderzoek wordt door Econsultancy de aanbeveling gedaan om geen vervolgonderzoek te laten uitvoeren. Tijdens het bestaan van het Oude Rijn estuarium heeft het plangebied geen gunstige landschappelijke positie in genomen als potentiële bewoningslocatie. Tevens is de oorspronkelijke top van het pakket natuurlijke afzettingen ontgraven, waardoor eventueel toch aanwezige archeologische resten en/of sporen verloren zijn gegaan. Bovenstaand betreft een advies, opgesteld door Econsultancy. Het advies dient ter goedkeuring voorgelegd te worden aan het bevoegd gezag (gemeente Leiden). Na beoordeling wordt door het bevoegd gezag een besluit genomen. Er is geprobeerd een zo gefundeerd mogelijk advies te geven op grond van de gebruikte onderzoeksmethode. De aanwezigheid van archeologische sporen of resten in het plangebied kan nooit volledig worden uitgesloten.
Econsultancy wil de opdrachtgever er daarom ook op wijzen dat, mochten tijdens de geplande werkzaamheden toch archeologische waarden worden aangetroffen, er conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet uit juli 2016 een meldingsplicht geldt bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur 3 en Wetenschap (de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed ) en de gemeente Leiden.
3
Infodesk email: info@cultureelerfgoed.nl of tel: 033-4217456.
Rapport 7284.002 versie 1
INHOUDSOPGAVE
1
INLEIDING .................................................................................................................................. 1 1.1 1.2
2
INVENTARISEREND VELDONDERZOEK ................................................................................ 2 2.1 2.2 2.3
3
Aanleiding tot het onderzoek en leeswijzer ...................................................................... 1 Resultaten archeologisch bureauonderzoek .................................................................... 1
Doelstelling en onderzoeksvragen ................................................................................... 2 Methoden .......................................................................................................................... 2 Resultaten ......................................................................................................................... 3
CONCLUSIE EN ADVIES ........................................................................................................... 4 3.1 3.2
Conclusie .......................................................................................................................... 4 Advies ............................................................................................................................... 5
LITERATUUR ........................................................................................................................................ 6
Rapport 7284.002 versie 1
LIJST VAN TABELLEN Tabel I.
Algemene bodemopbouw plangebied
LIJST VAN AFBEELDINGEN Figuur 1. Figuur 2. Figuur 3. Figuur 4.
Situering van het plangebied binnen Nederland Detailkaart van het plangebied Luchtfoto van het plangebied Boorpuntenkaart van het plangebied met als achtergrond de luchtfoto
BIJLAGEN Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6
Overzicht geologische en archeologische tijdvakken Bewoningsgeschiedenis van Nederland AMZ-cyclus Inrichtingsplan Overzichtsfoto’s en foto’s van de opgeboorde profielen Boorprofielen
Rapport 7284.002 versie 1
1
INLEIDING
1.1
Aanleiding tot het onderzoek en leeswijzer
Econsultancy heeft in opdracht van BRO Boxtel een inventariserend veldonderzoek (IVO-overig, verkennende fase) uitgevoerd voor het plangebied gelegen aan de Lammenschansweg-Kanaalweg te Leiden in de gemeente Leiden (zie figuren 1 en 2). De initiatiefnemer is voornemens de nieuwbouw van een woontoren met 340 woningen te realiseren (zie bijlage 4). De toekomstige bebouwing heeft een oppervlakte van circa 3.000 m². Ter plaatse van de toekomstige bebouwing zal de bodem dieper dan 1,5 m –mv worden afgegraven (bouwput/onderkeldering). De funderingsbalken/kelder zullen tevens komen te staan op funderings-/heipalen met een hart-tot-hartafstand die korter is dan 4 meter. In het kader van duurzaam waterbeheer zal het afstromend hemelwater van het toekomstig verhard oppervlak, indien mogelijk en noodzakelijk, tevens in de bodem moeten worden geïnfiltreerd of binnen de plangrenzen geborgen moeten worden. De aard van eventuele toekomstige infiltratievoorzieningen is nog niet bekend. Om deze ontwikkeling mogelijk te maken, moet eerst een wijziging van het bestemmingsplan worden doorgevoerd. Hierbij moet ook inzichtelijk te worden gemaakt welke archeologische waarden binnen het plangebied kunnen worden verwacht. De noodzaak tot archeologisch onderzoek vloeit voort uit het Verdrag van Malta (1992) en de Wet ruimtelijke ordening (Wro, 2006).
In de rapportage zal na een samenvatting van het vooronderzoek (§ 1.2) eerst de doelstelling van het huidige onderzoek en de te beantwoorden onderzoeksvragen beschreven worden (hoofdstuk 2). Vervolgens zullen de methodiek en resultaten van het inventariserend veldonderzoek (IVO-overig, verkennende fase) door middel van boringen worden behandeld (hoofdstuk 3). Op basis van het onderzoek wordt een advies gegeven of vervolgstappen nodig zijn en zo ja, in welke vorm (hoofdstuk 4). Het inventariserend veldonderzoek is uitgevoerd in november 2018 door ir. E.M. ten Broeke (senior prospector). Het rapport is gecontroleerd door drs. A.H. Schutte (senior KNA-archeoloog/kwaliteitscontroleur). 1.2
Resultaten archeologisch bureauonderzoek
In juni 2016 is door Bureau voor Archeologie voor het plangebied een archeologisch bureauonder4 zoek uitgevoerd. Uit de resultaten van het bureauonderzoek is gebleken dat het plangebied tussen 2500 v. Chr. en 1122 na Chr. deel uitmaakt van de monding van de Oude Rijn. Op en in de top van de oeverwallen van de Oude Rijn kunnen archeologische resten vanaf het Neolithicum voorkomen, waarbij sprake is van een middelhoge verwachting. Op de oeverafzettingen is een ophogingspakket e opgebracht. Vanaf het midden van de 20 eeuw bevindt zich in een deel van het plangebied beboue wing. Aan het einde van de 20 eeuw heeft binnen een deel van het plangebied een sanering plaatse gevonden. De bebouwing is in het begin van de 21 eeuw gesloopt. De verwachting wordt als volgt gespecificeerd: 1. 2. 3. 4. 5.
4
Datering: Vanaf het Neolithicum Complextype: Onbekend. Omvang: Onbekend. Diepteligging: Onder een recent opgebracht ophogingspakket. e Gaafheid, conservering en verstoringen: Mogelijk goed geconserveerd onder een in de 20 e e eeuw opgebracht ophogingspakket. Mogelijk verstoord door 20 - en 21 -eeuwse bouw en sloopwerkzaamheden en saneringen.
Hanemaaijer, 2016
Rapport 7284.002 versie 1
Pagina 1 van 6
6. Locatie: Buiten de huidige verstoringen 7. Uiterlijke kenmerken (prospectie kenmerken): Eventuele archeologische resten manifesteren zich waarschijnlijk door middel van een archeologische laag. Voor de beoogde ingreep zou in eerste instantie ongeveer reiken tot 80 cm -mv (fundering exclusief funderingspalen). Omdat op basis van eerder uitgevoerde milieukundige boringen de bovenste circa 100 cm bestaat uit een opgebracht recent pakket (naar verwachting opgebracht eind jaren ’60 van de e 20 eeuw), werd de kans klein geacht dat er binnen de geplande ontgravingsdiepte van 80 cm -mv waardevolle archeologische resten aanwezig zouden zijn. Verder werd de verstoring die zou worden veroorzaakt door de funderingspalen als een toelaatbare verstoring beschouwd. Daarom is in 2016 geadviseerd om het plangebied vrij te geven voor de voorgenomen ontwikkeling. Omdat het planontwerp is gewijzigd, waarbij bodemverstorende ingrepen zullen worden uitgevoerd dieper dan 1,5 m mv, is door de bevoegde overheid (gemeente Leiden) aangeven een nieuwe archeologische waardebepaling op te nemen, wat betekend dat er een inventariserend veldonderzoek (IVO-overig, verkennende fase) dient worden uitgevoerd.
2
INVENTARISEREND VELDONDERZOEK
2.1
Doelstelling en onderzoeksvragen
Het inventariserend veldonderzoek (IVO-overig, verkennende fase) heeft tot doel de gespecificeerde archeologische verwachting aan te vullen en te toetsen door middel van boringen. Het veldonderzoek heeft tot doel antwoorden te vinden op wat de bodemopbouw is binnen het plangebied. Tevens dient te worden vastgesteld wat de gevolgen zijn van het in het plangebied aangetroffen bodemprofiel voor de in 2016 opgestelde gespecificeerde archeologische verwachting. 2.2
Methoden
Het inventariserend veldonderzoek is uitgevoerd in de vorm van een verkennend booronderzoek, onder certificaat op grond van de BRL SIKB 4000 (versie 4.0, 07-06-2016) en KNA, versie 4.0, specificatie VS03. Voor het inventariserend veldonderzoek is op 20 mei 2018 door ir. E.M. ten Broeke (senior prospector) een Plan van aanpak (PvA) opgesteld. Het gehele plangebied was vrij toegankelijk. In totaal zijn er 12 boringen gezet (zie figuur 4). Er is in vier van noordnoordwest naar zuidzuidoost gerichte raaien geboord met een afstand van 30 m tussen de raaien en een afstand van 35 m tussen de boringen. De boringen zijn tot een diepte van maximaal 200 cm -mv gezet met een Edelmanboor met een diameter van 12 cm en vervolgens doorgezet tot een diepte van 300 cm -mv met een gutsboor met een diameter van 3 cm. De boringen zijn lithologisch conform de Archeologische Standaard 5 Boorbeschrijvingsmethode beschreven. De boringen zijn met meetlinten en een meetwiel ingemeten (x- en y-waarden). Van alle boringen is de maaiveldhoogte afgeleid van het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN). In Bijlage 5 worden overzichtsfoto’s van het plangebied en foto’s van de opgeboorde profielen weergegeven. Aan de hand van het opgeboorde materiaal is beoordeeld of er wel, geen of slechts deels sprake is van een gaaf bodemprofiel.
Tevens is gekeken naar de aanwezigheid van mogelijke vegetatie- en/of cultuurlagen, die zichtbaar zijn als bodemverkleuringen. Het opgeboorde materiaal is in het veld door middel van versnijden/verkruimelen geïnspecteerd op het voorkomen van archeologische indicatoren, zoals fragmenten vuursteen, aardewerk, houtskool, verbrand leem en bot. 5