210067 Bijlage 2. Financieel Perspectief Duurzame Stad
Tekst van het document
-
Deelname aan Citydeal circulair en conceptueel bouwen In deze deal gaat Leiden samen met andere steden, het Rijk, bedrijven, woningbouwcorporaties en overige maatschappelijke organisaties leren en aantonen dat circulair bouwen van woningen past binnen budget en planning en daarmee bijdraagt aan een duurzame verstedelijking. Deze conceptuele manier van bouwen werd al toegepast bij de demontabele woningen in de Sumatrastraat. Bij circulair bouwen worden bijvoorbeeld plantaardige materialen zoals hout en grassoorten gebruikt of worden bouwmaterialen hergebruikt.
-
Opening circulair paviljoen op The Field Het circulaire paviljoen The Field is een tijdelijk paviljoen dat is opgebouwd uit herwonnen materialen afkomstig uit de ‘Duurzaamste Kilometer’ van Leiden en omgeving. In een bijzondere samenwerking heeft het projectteam de kansen van circulair hergebruik in de bouw onderzocht en ook gerealiseerd. Het circulaire paviljoen is zoveel mogelijk demontabel uitgevoerd, en bestaat uit reeds gebruikte materialen. Het paviljoen is het paradepaardje op The Field en kan vele bezoekers gaan inspireren over de mogelijkheden van circulair bouwen.
-
Nominatie KoopWijsPrijs met circulaire bushokjes Jaarlijks wordt de nationale KoopWijsPrijs uitgereikt aan de overheidsorganisatie met het meest tot de verbeelding sprekende inkooptraject. Gemeente Leiden behoorde tot de genomineerden met de bushokjes, waarbij voor het eerst op milieuwaarden is beoordeeld. Hierdoor zijn de nieuwe bushokjes gemaakt van hergebruikt en biobased materiaal, hebben ze een zonnepaneel, dempt de verlichting en worden ze met een elektrische bakfiets onderhouden.
-
Vaststelling afvalpreventieplan De meest hoogwaardige vorm van circulariteit is het voorkómen van afval. Daarom is, vanuit circulaire economie en afvalbeleid samen, een afvalpreventieplan ontwikkeld met diverse maatregelen opgenomen op het gebied van voorlichting en het motiveren van haar inwoners en consumenten om afval te voorkomen en zwerfafval tegen te gaan. In het plan is de focus gelegd op de afvalstromen PMD (plastic, metaal en drankenkartons), voedsel, textiel, papier en karton, zwerfafval. Daarnaast wordt aandacht besteed aan afvalpreventie bij evenementen en de rol van handhaving. Een plan van aanpak voor een communicatiecampagne vormt onderdeel van het afvalpreventieplan.
Inzet reserve duurzame stad Reserve duurzame stad Kredieten (kapitaallasten begroot): Circulaire economie Exploitatie FPDS Organisatie circulair Circulair bouw en sloop Circulair verwaarden van materiaalstromen Maatschappelijk verantwoord inkopen
2021
2022
2023
2024
2025
2026
-
36.954
36.954
36.954
184.975
184.975
375.000 110.000 255.000 50.000
295.000 90.000 110.000 50.000
295.000 90.000 110.000 50.000
295.000 90.000 110.000 50.000
250.000 90.000 110.000 50.000
250.000 90.000 110.000 50.000
22
kredieten FPDS2021 Intensiveren papierinzameling - 3e minicontainer 2e milieustraat (gebouwen en machines)
2021 62.663 -
2022
2023 -
2024 -
3.045.000
2025
Totaal -
350.000 3.045.000
Organisatie: Er is in de lijnorganisatie minder dan één fte aanwezig om uitvoering te geven aan de transitie naar een circulaire economie. Vanuit het FPDS worden daarom aanvullende organisatiekosten gedekt: bijvoorbeeld ambtelijke beleidscapaciteit, kennisontwikkeling samen met universiteit of hogeschool en communicatie-activiteiten. Circulaire bouw en sloop: De doelstelling is om in 2023 gemeentelijke bouwprojecten 100% circulair uit te vragen en daarna ook sturende instrumenten voor derden te ontwikkelen. Dit is een grote opgave die wijzigingen in zeer veel interne werkprocessen vergt, van veel verschillende organisatieonderdelen. Vanuit FPDS dekken we de bijdrage aan diverse kennisnetwerken zoals Cirkelregio-071 en de Citydeal, ontwikkelen we inzichten en interne cursussen en hebben we de mogelijkheid om pilots te ondersteunen. Circulair verwaarden van materiaalstromen: Om een circulaire economie te bereiken, stimuleren we innovatieve bedrijvigheid en onderlinge kennisdeling over kansen en belemmeringen voor het sluiten van materiaalstromen. We ontwikkelen en organiseren sessies waarin ondernemers, organisaties en individuen hun goede ideeën kunnen presenteren en een aanvraag in kunnen dienen voor de subsidieregeling Circulair Verwaarden. Vanuit het FPDS worden de kosten van de bijeenkomsten en de subsidies gedekt.
Maatschappelijk verantwoord inkopen: Als gemeente gaan we sterker inzetten op ons eigen handelen in bijvoorbeeld inkopen(maatschappelijk verantwoord inkopen) en andere onderdelen van de bedrijfsvoering. We werken ernaartoe dat het proces van MVI beter wordt ingebed in de organisatie, met samenhang tussen motivatie en sturing. De middelen van het FPDS worden ingezet om een coördinerende functie in te vullen en (communicatie-) activiteiten te ontwikkelen. Investeringen: Vanuit het FPDS worden investeringen mogelijk gemaakt in twee projecten die betere inzameling van grondstoffen mogelijk maken: de uitrol van de minicontainer voor papier en de (voorbereidingen voor) de tweede milieustraat, ook wel ‘Duurzaamheidsplein’. Hiermee sluit ook de afvalinzameling door de gemeente aan bij de circulaire ambities. Ambities: Op basis van verdere uitvoering van de strategie zullen komende jaren wellicht wel aanpassingen nodig zijn. We zien bijvoorbeeld dat er nationaal steeds meer beweging is op de bouwopgave, ook waar het niet de eigen projecten betreft. Vertaald naar inspanningen en kosten betekent dit waarschijnlijk dat na deze eerste fase nog een verdere uitbreiding van uitvoeringscapaciteit, ondersteuning van initiatieven en beleidstrajecten nodig zal zijn voordat richting 2030 de transitie naar een circulaire economie onderdeel van het reguliere werk- en beleidsproces is.
Dit komt overeen met de constatering in het ROB-onderzoekrapport naar de uitvoeringslasten van het Klimaatakkoord. In de verdeling van de middelen van het FPDS 2022 zal hierover een afweging gemaakt worden, in relatie tot de beoogde extra middelen voor de uitvoeringslasten (zie ook pagina 4).
23
7.
Monitoring FPDS
De opgaven verschillen in de wijze waarop wordt gerapporteerd en gemonitord. In dit hoofdstuk is verzameld op welke wijze er over de voortgang van de opgaven wordt gerapporteerd, welke indicatoren er in de begroting zijn opgenomen, aanvullende prestatie indicatoren en waar nog gezocht wordt naar andere indicatoren. Drie overkoepelende indicatoren uit de klimaatmonitor illustreren de algemene voortgang op stedelijke verduurzaming in Leiden. Dit zijn de CO2-uitstoot per sector, het energieverbruik per sector en het energieverbruik per inwoner. De CO2-uitstoot door de gebouwde omgeving neemt in de periode vanaf 2017 nog verder af. Bij de overige sectoren blijven de afgelopen jaren de CO2-uitstoot tamelijk gelijk. De totale CO2-uitstoot neemt daarmee in de periode vanaf 2017 sterk af.
Het aandeel van de gebouwde omgeving in het totale energieverbruik in Leiden neemt af. Bij de overige sectoren blijft de afgelopen jaren het energiegebruik tamelijk gelijk.
Het aandeel van de gebouwde omgeving in het energieverbruik per inwoner is bij Leiden net wat meer dan bij Holland-Rijnland. Zowel in Leiden als in Holland-Rijnland daalt dit cijfer sinds 2017.
24
Verstedelijking Vorderingen op het gebied van woningbouw worden twee maal per jaar inzichtelijk gemaakt in de Rapportage Nieuwbouwmonitor Woningbouw. In deze monitor wordt de productie per wijk, woningtype en prijsklasse gegeven en afgezet tegen de actuele behoefte per segment. Gemakshalve wordt naar de actuele versie van de monitor verwezen, die vlak voor de vaststelling van de Kaderbrief aan de raad is aangeboden. Zie hiervoor de volgende documenten: • Rapportage monitor woningbouw 2021-1 • Rapportage monitor woningbouw 2020-2 • Monitor Studentenhuisvesting Leiden 2019 (Zie: https://leiden.buurtmonitor.nl/Onderzoeksbank/--Wonen-en-vastgoed)
Mobiliteit Monitoring vindt plaats op basis van het Leids Plan Proces. Het bestuur krijgt vier keer per jaar een voortgangsrapportage van het programma. De structuur van de programma-organisatie is gericht op het borgen van integraliteit en transparantie. In het programma is opgenomen dat vier maal per jaar gelijk met de P&C-cyclus wordt gerapporteerd over de voortgang van het Programma Leiden Duurzaam Bereikbaar. • •
Rapportage voortgang van het Programma Leiden Duurzaam Bereikbaar 2-2020 (Zie: https://leiden.notubiz.nl/document/9889949/1/02a__Voortgangsrapportage_LDB_2-2020) Rapportage voortgang van het Programma Leiden Duurzaam Bereikbaar 1-2020
25
Monitoring P&C-cyclus De komende jaren wordt ingezet op duurzame mobiliteit, waarbij voetgangers, fietsers en het openbaar vervoer voorrang krijgen. 4A1. Meer fietsgebruik
4B1 Meer gebruik van het openbaar vervoer Aantal in- en uistappers treinstations Leiden gemiddeld per dag
Aantal fietsritten van/naar Leiden per jaar 100000 60000 40000 20000
2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024
0
realisatie
streefwaarde begroting 2021
2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024
100.000 80.000 60.000 40.000 20.000 0
80000
realisatie
streefwaarde begroting 2021
Het betreft hier fietsritten die worden gemeten op 29 telpunten op de stadspoorten (voor locaties en aantallen zie: basec.nl). In 2020 is door de Covid-19 pandemie een daling te zien van het aantal fietsritten.
Het betreft hier in- en uitstappers gemeten op werkdagen door de NS op de stations Leiden Centraal, Leiden Lammenschans en De Vink.
4E2 Duurzame mobiliteit
4E2 Duurzame mobiliteit De duurzaamheidsscore van de CROW
Aantal laadpalen voor elektrische voertuigen in de openbare ruimte
realisatie
2024
2023
2022
2021
2020
2019
2018
2017
2016
2015
2014
2013
2012
500 400 300 200 100 0
streefwaarde begroting 2021
Bron: oplaadpalen.nl – gepubliceerd in de klimaatmonitor. Betreft het aantal laadpunten in de openbare ruimte. Dit is ons inziens een betere indicator dan laadpunten in CROW-score (zie hiernaast). Uit het onderzoek van EVplan.nl (2021) blijkt dat gemeente Leiden 578 publieke laadpunten (1 laadpaal heeft gemiddeld 2 laadpunten) telt en daarmee de laadpaaldichtheid op 0,72% ligt. Dat is een stuk hoger dan het landelijke gemiddelde van 0,3%. De laadpaaldichtheid in o.a. Leiden is het meest optimaal; dat wil zeggen de verdeling over de openbare ruimte zelf.
De duurzaamheidsscore van de CROW geeft de gemiddelde waarde van een gemeente weer van diverse indicatoren op het gebied van duurzame mobiliteit ten opzichte van de landelijke streefwaarden en overige gemeenten (benchmark). Overall staat gemeente Leiden in de landelijke top 15 met deze duurzaamheidsscore.
Overige monitoringsindicatoren op mobiliteit Aanvullend aan de indicatoren van de P&-cyclus monitoren we ook op een aantal andere duurzame mobiliteitsindicatoren welke zijn opgenomen in de klimaatmonitor: Aantal Elektrische voertuigen In de klimaatmonitor wordt weergegeven hoeveel elektrische personenauto’s geregistreerd zijn in gemeente Leiden, afgezet tegen overige gemeenten in Holland Rijnland .Hierbij geldt niet echt een streefcijfer voor gemeente Leiden, maar dit geldt als een benchmark waarbij aangegeven wordt hoe de 26
gemeente scoort ten opzichte van andere gemeenten in Holland Rijnland.. BEV betekent `battery electric vehicle’: volledig elektrische auto. In Leiden zijn bijna 40.000 personenauto’s geregistreerd, iets meer dan 895 auto’s daarvan rijden elektrisch of hybride. Van alle gemeenten in Holland-Rijnland scoren Teylingen en Alphen aan den Rijn het beste op dit punt.
Energieverbruik Verkeer en Vervoer – totaal en per inwoner In de klimaatmonitor wordt ook het totale energieverbruik verdeeld over de vervoerscategorieën, daarbij wordt energieverbruik afgeleid uit CO2 uitstoot. Zichtbaar is dat ondanks een groei in vervoersmodaliteiten het energieverbruik niet stijgt; wel moeten effecten pandemie afgewacht worden.
Het energieverbruik verkeer en vervoer per inwoner in Gigajoule 17,19 terwijl dat voor HollandRijnland 19,26 is; hetgeen een prima en goede score is op het geheel van verkeer en vervoer.
27
Energietransitie We monitoren de voortgang van de energietransitie in gebouwde omgeving op verschillende vlakken. Er vindt een kwalitatieve monitoring van de inspanningen vanuit de Uitvoeringsagenda gedaan. Jaarlijks wordt er een doorvertaling van de Uitvoeringsagenda gemaakt in een programmaplan. Dit programmaplan is een exacte uitsplitsing van de in te zetten inspanningen, om werk te maken van de doelen in de Uitvoeringsagenda. Aan het einde van het jaar wordt een eindrapportage over het lopende programmajaar gemaakt. In deze eindrapportage wordt beschreven wat het kwalitatieve resultaat van de inspanningen is geweest, maar zal ook gekeken worden naar de meetbare effecten van de opgave. Deze rapportage wordt gedeeld met de gemeenteraad, vergezeld met een publieksversie van het nieuwe programmaplan. Dit jaar zal bij het programmaplan 2021 (aanbieding gemeenteraad zomer 2021) een concrete routekaart gepresenteerd worden naar een klimaatneutraal Leiden in 2050. In het rapport bestaat uit een de omschrijving van de opgave en de beleidsvelden, toekomst scenario’s, waar de doelstelling wordt geconcretiseerd en de mate van onzekerheid inzichtelijk wordt gemaakt, een routekaart, waar alle te doorlopen beleidsacties in een tijdlijn worden gezet en een handleiding voor monitoring, met de relevante indicatoren, bronnen en aandachtspunten.
In onderstaande figuur is deze routekaart, als voorproefje, weergegeven.
Bron: Rapport Overmorgen; Routekaart Klimaatneutraal, Richting een klimaatneutraalneutraal Leiden in 2050
Monitoring P&C-cyclus op energietransitie (in ontwikkeling) In deze paragraaf geven we aan hoe we in de reguliere P&C-cyclus willen gaan monitoren op de energietransitie. Hiermee geven we uitvoering aan de aangenomen motie ‘Monitoring Leiden Aardgasvrij’. De indicatoren zijn waar mogelijk al weergegeven. •
Draagvlakindex transitiebeleid (in ontwikkeling) We werken aan een index die het draagvlak voor het transitiebeleid meet. Input hiervoor vormt de stadsenquête, data van het duurzaam bouwloket, data van de GaGoed website, input vanuit de energiecoaches/wijkambassadeurs, RRE/RREW data, data vanuit burgertop/panels, VNG energie enquête.
28
•
Draagvlakindex transitiebeleid (vb. A’dam)
Draagvlakindex transitiebeleid (vb. A’dam)
Bron: https://data.amsterdam.nl/artikelen/artikel/bewonersbedrijven-positief-energietransitie-amsterdam/c5bdc78e2668-4469-b1cd-ee4ba38395c1/
Bron: https://data.amsterdam.nl/artikelen/artikel/bewonersbedrijven-positief-energietransitie-amsterdam/c5bdc78e2668-4469-b1cd-ee4ba38395c1/
Totale CO2-uitstoot Totale CO2-uitstoot CO₂ uitstoot is de primaire indicator, deze moet uiteindelijk in 2050 op nagenoeg 0 uit komen voor een succesvol klimaatbeleid. In energiegebruik komen de besparing en groei samen. Hier zie je of het energiegebruik netto daalt na alle besparingsmaatregelen, maar ook groei van de gemeente. In dit overzicht zie je in welke sectoren de energie wordt gebruikt. Hier zie je het terug als er grote besparingen worden doorgevoerd in een sector.
Bron: Klimaatmonior
Naast de draagvlakindex en hoofdindicator CO2-uitstoot, worden de indicatoren uitgesplitst per uitvoeringslijn: 6D1.1 Meer energie besparen
6D1.1 Meer energie besparen Gemiddeld verbruik per woning (TJ)
Totaal verbruik (TJ)
2024
2023
2022
2021
2020
2019
2018
2017
2016
2015
realisatie
Bron: Klimaatmonitor (bewerkt) Totale energieverbruik woningen (gas, elektriciteit, stadswarmte, houtkachels). Doelstelling is 5% minder in 2025, 14% in 2030 en 40% in 2040 t.o.v. 2018.
2014
realisatie
streefwaarde begroting 2021
2013
2012
0,06 0,05 0,04 0,03 0,02 0,01 0
2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024
3000 2500 2000 1500 1000 500 0
streefwaarde begroting 2021
Bron: Klimaatmonitor (bewerkt) Wanneer je het totale energieverbruik van woningen deelt door het aantal woningen ontstaat een beeld over hoe de warmtevraag zich ontwikkelt per woning. Andere optie is deze indicator per m2 woonoppervlakte weer te geven.
29
6D1.2 Duurzaam energie opwekken
6D1.2 Duurzaam energie opwekken
Bron: Klimaatmonitor
Bron: Klimaatmonitor
Het overzicht van totale vraag en aanbod van energieverbruik binnen de gemeente. Omdat bronnen als klimaatmonitor eigenlijk altijd finaal gebruik weergeven zal het aanbod aan bronnen groter moeten zijn dan de vraag om energieneutraal te zijn. Dit omdat je moet compenseren voor verliezen bij omzetting, transport of onbalans.
Dit overzicht geeft inzicht in welk deel van de totale energievraag duurzaam wordt opgelost, om in 2050 op nagenoeg geen CO₂ uit te stoten moet er dan ook minstens even veel duurzame energie worden opgewekt als gebruikt.
6D1.3 Omschakelen naar een aardgasvrije stad 6D1.3 Omschakelen naar een aardgasvrije stad
Bron: Klimaatmonitor Totaal gasverbruik woningen en totaal gasverbruik woningen temperatuurgecorrigeerd. Ter informatie bij bovenstaande indicatoren is het belangrijk te weten dat de waarden in de klimaatmonitor ook worden gecorrigeerd voor temperatuur. In werkelijkheid is er een grotere schommeling in de cijfers.
Bron: Klimaatmonitor Gezien de verschillen van het gasverbruik per woning is het voorstel de trendlijn van het gasverbruik ook gemiddeld per woning of gemiddeld per m2 inzichtelijk te maken. Wanneer je het totale gasverbruik van woningen deelt door het aantal woningen ontstaat een beeld over hoe de warmtevraag zich ontwikkelt per woning. Omdat per woning het gasverbruik sterk afwijkt kan een gemiddelde per m2 een goed aanvulling op de klimaatmonitor zijn.
Overige monitoringsindicatoren op energietransitie Aanvullend aan de indicatoren van de P&-cyclus monitoren we ook op een aantal andere duurzame indicatoren welke (merendeel) zijn opgenomen in de klimaatmonitor: 6D1.1 Meer energie besparen
6D1.1 Meer energie besparen
Bron: Klimaatmonitor
Bron: Klimaatmonitor Het grootste verbruik van energie in leiden zit in de gebouwde omgeving. Het is dus interessant hier verder op in te zoomen.
30
6D1.1 Meer energie besparen (elektriciteit wonen)
6D1.1 Meer energie besparen (elektriciteit wonen)
Bron: Klimaatmonitor Ook de elektriciteitsvraag moet flink dalen, door efficiëntere apparaten en verlichting zal deze dalen. Hier zijn echter wel een paar andere factoren op van invloed. Zon op dak verlaagt de netto elektriciteitsvraag, hier compenseert klimaatmonitor voor. Daarnaast zou de toename van elektrisch rijden en verwarmen tot een grotere elektriciteitsvraag leiden, hier compenseert klimaatmonitor nog niet voor, maar de verwachting is dat met de verdere groei hiervan dit wel zal worden toegevoegd. Voor nu zal de invloed van deze factoren nog relatief beperkt zijn.
Bron: Klimaatmonitor Gezien de verschillen van het elektriciteitsverbruik per woning is het voorstel de trendlijn van het elektriciteitsverbruik ook gemiddeld per woning en gemiddeld per m2 inzichtelijk te maken. Ontwikkeling indicator: Wanneer je het totale elektriciteitsverbruik van woningen deelt door het aantal woningen ontstaat een beeld over hoe de vraag zich ontwikkelt per woning. Omdat per woning het verbruik sterk afwijkt kan een gemiddelde per m2 een goed aanvulling op de klimaatmonitor zijn.
6D1.1 Meer energie besparen (elektriciteit nietwoningen)
6D1.1 Meer energie besparen (elektriciteit niet woningen)
Bron: Klimaatmonitor De elektriciteitsvraag moet flink dalen, ook bij niet woningen. Woningen zijn een goed vergelijkbare eenheid, de rest van de gebouwde omgeving is minder goed vergelijkbaar. Gebouwen hebben verschillende functies en een andere vraag. Voor deze groep is de ontwikkeling van de energievraag net zo relevant en deze categorie is ongeveer even groot in uitstoot als de woon sector. Deze energievraag kan je goed standaardiseren door hem te delen door het totale vloeroppervlak.
Bron: Klimaatmonitor De gasvraag moet flink dalen, ook bij niet woningen.
31
6D1.1 Meer energie besparen (isolatiegraad)
6D1.1 Meer energie besparen (lening)
Bron: Klimaatmonitor
Bron: Klimaatmonitor
Aanvullende indicator: De gebouwde omgeving vormt de grootste opgave voor de gemeente Leiden. De labelsamenstelling zegt iets over de gerealiseerde isolatiebesparing in de gebouwde omgeving. Dit wordt echter wel ook deels beïnvloed door de betere labels van de nieuwbouw die de komende periode gaat worden toegevoegd. Ook is het moeilijk om dit terug te rekenen naar een daadwerkelijk gerealiseerde besparing.
Aanvullende indicator: Geleend bedrag Nationale Energiebespaarlening, Geleend bedrag lokale en/of provinciale duurzaamheidslening. De duurzaamheidsleningen bieden woningeigenaren een financiële prikkel om te investeren in een energiezuinige woning Inzicht in de mate waarin burgers aanvragen doen voor de subsidie Energiebesparing Eigen Huis. De subsidie stimuleert energiebesparing in bestaande woningen in de particuliere koopsector (SEEH, opgevolgd door ISDE).
6D1.1 Meer energie besparen (subsidie)
6D1.1 Meer energie besparen (lening)
Bron: Klimaatmonitor Bron: Energietransitie - Leiden (waarstaatjegemeente.nl) Aanvullende indicator: Woningen met subsidie EEH (SEEH, opgevolgd door ISDE) – RVO. Inzicht in de mate waarin burgers aanvragen doen voor de subsidie Energiebesparing Eigen Huis. De subsidie stimuleert energiebesparing in bestaande woningen in de particuliere koopsector. Voorstel is een trendweergave van het totaal over de meerdere jaren.
Aanvullende indicator: Geleend bedrag Nationale Energiebespaarlening, Geleend bedrag lokale en/of provinciale duurzaamheidslening. De duurzaamheidsleningen bieden woningeigenaren een financiële prikkel om te investeren in een energiezuinige woning Inzicht in de mate waarin burgers aanvragen doen voor de subsidie Energiebesparing Eigen Huis. De subsidie stimuleert energiebesparing in bestaande woningen in de particuliere koopsector (SEEH, opgevolgd door ISDE).
32
Er wordt nog gezocht naar een indicator die inzicht geeft in de betaalbaarheid van de energietransitie voor alle inwoners. Twee indicatoren die hier iets over weergeven zijn: 6D1.1 Meer energie besparen (energiearmoede) 6D1.1 Meer energie besparen (energiequote)
Bron: Energietransitie - Leiden (waarstaatjegemeente.nl)
Bron: Energietransitie - Leiden (waarstaatjegemeente.nl)
Overzicht van het aandeel huishoudens dat een laag inkomen en een hoog gasverbruik heeft. Dit zijn huishoudens met een inkomen dat tot de 25% laagste inkomens van Nederland behoort en waarvan de woning een gasverbruik heeft dat bij de hoogste 50% van Nederland zit. Deze huishoudens behoren tot de risicogroep energiearmoede. Energiearmoede is het verschijnsel waarbij huishoudens een energierekening hebben die eigenlijk te hoog is voor hun inkomen.
De energiequote geeft de verhouding tussen het inkomen en de energierekening. Er is sprake van een hoge energiequote als de energierekening meer dan 8% van het inkomen inclusief de inkomensstroom uit vermogen uitmaakt. In Leiden heeft 6% van de bevolking een hoge energiequote.
In Leiden heeft 6% van de bevolking risico op energiearmoede.
6D1.2 Duurzaam energie opwekken
6D1.2 Duurzaam energie opwekken
Bron: Klimaatmonitor Dit overzicht geeft inzicht in hoeveel terajoule duurzaam wordt opgelost.
Bron: Klimaatmonitor Dit overzicht geeft inzicht in hoeveel vermogen de zonnepanelen in Leiden hebben.
33
6D1.2 Duurzaam energie opwekken Steeds meer energievraag gaat elektrificeren, daarmee wordt de vraag naar duurzame elektriciteit steeds groter. In Leiden zal deze duurzame elektriciteit voornamelijk vanuit zon op dak en van buiten de regio komen. Wens ontwikkeling indicator: Aantal panelen op dak – Jaarlijkse analyse op basis van luchtfoto’s/satellietbeelden Klimaatmonitor benaderd de totale elektriciteit, die op daken wordt opgewekt, maar een jaarlijks onderzoek op basis van luchtfoto’s of satellietbeelden geeft een accurater beeld.
Bron: klimaatmonitor
6D1.3 Omschakelen naar een aardgasvrije stad
6D1.3 Omschakelen naar een aardgasvrije stad
Bron: Klimaatmonitor In dit overzicht kun je herleiden hoe de CO2 uitstoot mix verandert t.g.v elektriciteitsverbruik en gasverbruik.
Bron: Klimaatmonitor In dit overzicht kun je herleiden welke vormen van energie worden gebruikt. Hier zie je het terug wanneer er op grote schaal cv-ketels worden vervangen of auto’s elektrificeren.
Klimaatadaptatie en biodiverse vergroening In de begroting zijn effect indicatoren opgenomen die per beleidsterrein realisatiewaarden en streefwaarden vermelden. Op het gebied van groen en biodiversiteit gaan we daarnaast in de groenrapportage uitgebreider in op de inspanningen en effecten van het vergroenen van de stad. Zie hiervoor de groenrapportage (link). Monitoring P&C-cyclus Op het gebied van klimaatadaptatie wordt er landelijk gezocht naar de vraag welke indicatoren zinvol en gewenst zijn. Een actuele vraag die bij veel partijen op verschillende schaalniveaus speelt. Het Nationaal Kennis- en innovatieprogramma Water en Klimaat – Klimaat bestendige stad (NKWK-KBS) heeft het initiatief om te onderzoeken wat de behoefte is als het gaat om het monitoren van lokale klimaatbestendigheid. De gemeente sluit hierbij aan, waardoor we de komende jaren een betere invulling kunnen geven aan monitoring en indicatoren. We willen zoveel mogelijk gebruik maken van bestaande datasets en initiatieven, waardoor we nu nog geen effect indicatoren in de begroting hebben opgenomen. We voeren echter wel veel projecten uit om de stad klimaatadaptief in te richten. In deze rapportage hebben we vooruitlopend op de effect indicatoren derhalve een aantal prestatie indicatoren opgenomen.
34
In de begroting zijn een aantal effect indicatoren opgenomen:
Stads- en wijkenquête .
2024
2023
2022
2021
2020
2019
realisatie
streefwaarde begroting 2021
2018
2012
realisatie
2017
2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024
0,0
2016
5,0
600 500 400 300 200 100 0
2015
10,0
Aantal hectare groen eigendom gemeente
2014
Rapportcijfer door Leidenaren voor de recreatieve kwaliteit van groen en water in de omgeving van Leiden
5C1 Ontwikkelen en beheren van het openbaar groen
2013
5C1 Ontwikkelen en beheren van het openbaar groen
streefwaarde begroting 2021
Bron: beheersysteem GBI gemeente In de eerste editie van de groenrapportage is een uitgebreide analyse opgenomen van het groen in Leiden op basis van het GBI-beheersysteem. Of jaarlijkse analyse op basis van deze dataset zinvol is zal de komende jaren moeten blijken Nieuwe indicator(bron) – streefwaarde nog te bepalen.
5C2 Bevorderen biodiversiteit en dierenwelzijn Aantal waargenomen soorten flora en fauna 3.000 2.000 1.000
2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024
0
realisatie
streefwaarde begroting 2021
Het betreft hier gegevens van waarneming.nl. Het betreft niet alleen het aantal waargenomen soorten flora en fauna. Er zitten ook schimmels, wieren, algen en korstmossen tussen, alle niet behorende tot de flora / fauna.
35
Overige monitoringsindicatoren
36
Circulaire economie In 2020 is een monitoringsinstrument ontwikkeld en zijn doelen en indicatoren vastgesteld voor de programmabegroting. Daarnaast is er eind 2021 een evaluatie van het huidige uitvoeringsprogramma (2020-2021) welke ter info naar de Raad verstuurd wordt. Monitoring P&C-cyclus Meten van een circulaire economie is lastig, en zeker op gemeentelijke schaal. Deels omdat Leiden niet zelfvoorzienend hoeft te worden en er daarom nog steeds grondstoffenstromen plaats zullen vinden in 2050, deels omdat er slechts data beschikbaar is van het afval van consumenten. Voor bedrijfsafval zijn gegevens moeilijker te verkrijgen en gegevens over de inkoop van producten en grondstoffen zijn in het geheel niet beschikbaar. 3D1 Circulaire economie
3D1 Circulaire economie
Kilogram huishoudelijk restafval per inwoner 300 250 200 150 100 50 0
Aantal arbeidsplaatsen in de circulaire economie 800 600 400 200
2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024
2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024
0
realisatie
realisatie
streefwaarde begroting 2021
Een circulaire economie zou moeten leiden tot een economie zonder afval: door minder te kopen, meer te repareren en meer te recyclen. Daarom is de restafvalstroom een belangrijke overkoepelende indicator. Deze is helaas alleen bekend voor huishoudens, afval van Leidse bedrijven en instellingen is niet te monitoren.
streefwaarde begroting 2021
De transitie naar een circulaire economie zou ook zichtbaar moeten worden in een toename van het aantal arbeidsplaatsen. Daarom meten we Leidse banen in sectoren die te maken hebben met verhuur, verkoop van 2ehands artikelen, reparatie en recycling. Streven is dat deze jaarlijks met 2% toenemen.
Afval dat gescheiden wordt ingezameld of via nascheiding tot aparte stromen wordt behandeld is beschikbaar voor recycling en telt daarom niet mee in deze indicator. Doelstelling vanuit het afvalbeleid is om de hoeveelheid restafval terug te brengen naar 150kg per inwoner vanaf 2022.
3D1 Circulaire economie Aandeel circulaire uitvragen bouw (%) 100 80 60 40 20
realisatie
2024
2023
2022
2021
2020
2019
2018
2017
2016
2015
2014
2013
2012
0
streefwaarde begroting 2021
Belangrijke doelstelling in de Strategie Circulaire Economie is om vanaf 2023 alle gemeentelijke bouwprojecten circulair uit te vragen. Dit wordt gemonitord met de MVIzelfevaluatietool. Dat is een beoordeling welke niet volledig objectief is, daarom is deze waarde indicatief.
37
Bijlage 1: Verloop reserve duurzame stad 2020 – 2030 Reserve duurzame stad
2019 realisatie
2020 begroot
2020 realisatie
2.500.000
5.179.030
5.179.030
4.449.458
948.148
153.694
204.265
145.248
105.176
324.273
423.398
398.507
248.776
3.000.000 577.069
3.000.000 555.123
3.000.000 555.123
3.000.000 533.178 630.000
3.000.000 511.233 1.260.375
3.000.000 489.287 1.260.375
3.000.000 489.287 1.260.375
3.000.000 489.287 1.260.375
192.923
1.092.248
1.092.248
3.000.000 489.287 1.260.375 -
3.000.000 489.287 1.260.375 -
3.000.000 489.287 1.260.375 -
3.000.000 489.287 1.260.375 -
3.000.000 489.287 1.260.375 -
3.769.992
4.647.371
4.647.371
84.445 4.247.623
82.000 4.853.608
171.000 4.920.662
304.000 5.053.662
-159.000 4.590.662
4.749.662
4.749.662
4.749.662
4.749.662
4.749.662
-
144.000 144.000
450.000 450.000
600.000 600.000
600.000 6.945 606.945
600.000 15.619 615.619
600.000 25.137 625.137
600.000 30.102 630.102
600.000 33.736 633.736
600.000 37.342 637.342
742.855 742.855
65.608 102.196 277.302 102.367 36.954 532.511 1.116.937
65.139 190.332 279.151 179.466 36.954 723.924 1.474.966
64.670 376.089 290.679 552.870 36.954 281.592 1.602.854
64.202 586.540 294.837 614.701 184.975 -142.400 1.602.854
63.733 653.369 303.634 935.648 184.975
63.264 719.691 301.070 931.849 184.975
62.796 785.505 298.506 928.049 184.975
62.327 850.811 295.942 924.249 184.975
61.859 915.610 293.378 920.450 184.975
2.141.359
2.200.849
2.259.831
2.318.304
2.376.271
750.000 1.100.000 2.821.078 795.000 790.000
615.000 830.000 1.525.125 410.000 545.000
615.000 350.000 1.300.125 285.000 545.000
520.000 150.000 1.150.125 214.700 545.000
370.000 150.000 1.050.125 214.700 500.000
370.000 150.000 850.125 214.700 500.000
370.000 150.000 850.125 214.700 500.000
370.000 150.000 850.125 214.700 500.000
370.000 150.000 850.125 214.700 500.000
345.000 150.000 850.125 214.700 500.000
6.256.078
3.925.125
3.095.125
2.579.825
2.284.825
2.084.825
2.084.825
2.084.825
2.084.825
2.059.825
750.000
750.000
750.000
500.000 500.000 350.000 1.350.000
500.000 420.000 920.000
500.000 490.000 990.000
500.000 560.000 1.060.000
500.000 630.000 1.130.000
500.000 700.000 1.200.000
105.176
324.273
423.398
398.507
248.776
-316
Beginstand reserve duurzame stad Dotatie: Dotatie reserve duurzame stad Dotatie Integraal Waterketenplan Dotatie modal shift Incidentele stortingen Dotatie vrijval kapitaallasten 2021 Begrote dotatie reserve duurzame stad Aanvullende bekostiging : Bijdrage ruimtelijke ontw. private partijen Ruimtereservering energie revolverend Aanvullende bekostiging:
-
Kredieten (kapitaallasten begroot): Verstedelijking Duurzame mobiliteit Energietransitie Klimaatadaptatie Circulaire economie Overige kapitaallasten (ivm vrijval) Kapitaallasten FPDS Exploitatie FPDS Verstedelijking Duurzame mobiliteit Energietransitie Klimaatadaptatie Circulaire economie Duurzaamheid algemeen Exploitatie FPDS
415.732 675.230 1.090.962
258.940 258.940
258.940 258.940
430.000 665.000 2.386.465 1.086.538 460.000 90.000 5.118.003
391.511 580.696 1.758.955 724.941 287.948 90.000 3.834.051
Reserveringen Reservering verstedelijking - incidenteel Reservering verstedelijking - investeringen Reservering - energietransitie investeringsbudget Reserveringen Eindstand reserve
5.179.030
4.449.458
5.733.410
2021
2022
2023
2024
750.000
750.000
750.000
750.000 500.000 280.000 1.530.000
948.148
153.694
204.265
145.248
2025
2026
2027
2028
2029
2030
Investeringen vanuit het FPDS In onderstaand figuur zijn de verschuivingen in de investeringen tussen FPDS2020 en FPDS2021 zichtbaar: kredieten FPDS2020 Infra Rhijnvreugd Autoluwe binnenstad Fietsten op 1 Leidse ring noord Verduurzaming vastgoed (fase 1-3) Wijkvervangingen - ruimtereservering warmtenet Wijkvervangingen - klimaatadaptieve maatregelen Wijkvervangingen - Vervangen materiaal openbare ruimte Groenekansenkaart Intensiveren papierinzameling - 3e minicontainer 2e milieustraat (gebouwen en machines)
2019
Reservering - verstedelijking investeringen Reservering - energietransitie kredieten FPDS2021 Infra Rhijnvreugd Autoluwe binnenstad Autoluwe binnenstad-plankosten Fiets op 1 Leidse ring noord Verduurzaming vastgoed (fase 1-3) Wijkvervangingen - ruimtereservering warmtenet Wijkvervangingen - klimaatadaptieve maatregelen Wijkvervangingen - Vervangen materiaal openbare ruimte Groenekansenkaart Intensiveren papierinzameling - 3e minicontainer 2e milieustraat (gebouwen en machines)
2019
-
2020 874.503 1.500.000 1.085.802 175.000 3.635.305 500.000 2.000.000 6.135.305
2021 1.000.000 1.000.000 1.500.000 5.929.391 198.422 1.478.246 441.408 175.000 11.722.467 1.000.000 2.000.000 14.722.467
2020 60.175 -
2021 1.814.328 515.000 350.000 3.932.360 134.355 1.181.288 1.550.118 62.663 9.540.111 750.000
750.000
10.440.111
9.369.460
727.608 287.337 1.075.120
Reservering - verstedelijking investeringen Reservering - verstedelijking incidenteel Reservering - energietransitie -
1.075.120
2022
2023
2024
2025
2026
2027
2028
2029
500.000 1.500.000 258.702 1.927.333 2.122.500 3.000.000 9.308.535 750.000 2.000.000 12.058.535
500.000 1.500.000 2.000.000 407.476 3.035.702 4.885.850 618.906 12.947.934 750.000 2.000.000 15.697.934
500.000 1.500.000 2.000.000 225.297 858.736 4.705.000 952.506 10.741.539 750.000 2.000.000 13.491.539
500.000 1.500.000 2.000.000 819.724 4.819.724 750.000 2.000.000 7.569.724
500.000 1.500.000 2.000.000 500.000 2.000.000 4.500.000
500.000 1.500.000 2.000.000 500.000 2.000.000 4.500.000
500.000 1.500.000 2.000.000 500.000 2.000.000 4.500.000
500.000 1.500.000 2.000.000 500.000 2.000.000 4.500.000
2022
2023
2024
2025
2026
2027
2028
2029
350.000 3.810.926 258.702 1.927.332 2.122.500 8.469.460
507.500 300.000 2.030.000 407.477 3.035.701 5.419.175 628.190 12.328.043 14.285.500 750.000 8.000.000 35.513.543
507.500
500.000
500.000
500.000
500.000
500.000
-
4.060.000 176.715 1.136.190 2.085.838 952.506 3.045.000 11.963.748
112.648 839.230 2.085.838 3.537.716
500.000
500.000
500.000
500.000
-
750.000 2.000.000 14.363.748
500.000 2.000.000 5.937.716
2.000.000 2.500.000
2.000.000 2.500.000
2.000.000 2.500.000
2.000.000 2.500.000
-
Toelichting wijzigingen investeringen: • Fiets-op-1 investeringen zijn naar achteren in de tijd gezet. • Verduurzamen vastgoed is binnen de mogelijkheden van de kapitaallast (en bijdragen huurders) het krediet aangepast. • Groene kansenkaart is deel naar 2021 doorgeschoven. • Circulair: 3e minicontainer is bijna afgerond in 2020 en 2e milieustraat is naar achteren geplaatst, naar 2024.
• •
2030 500.000 500.000 2030
Totaal 1.874.503 5.000.000 15.000.000 6.000.000 5.929.391 1.089.897 8.119.741 11.713.350 3.098.622 350.000 3.000.000 61.175.504 7.000.000 20.000.000 88.175.504 Totaal 1.874.503 4.030.000 1.000.000 0 6.090.000 8.470.894 1.089.897 8.119.741 11.713.350 3.130.814 350.000 3.045.000 48.914.199 14.285.500 3.500.000 20.000.000 86.699.699
Reservering verstedelijking wordt voor structurele deel ingezet voor investeringen, incidenteel gelijkmatig over de jaren verdeeld. Energietransitie: investeringen eerste jaren naar achteren geplaatst.
39
Bijlage 2: Afspraken over proces en sturing FPDS Bij het FPDS zijn de volgende afspraken over proces en sturing gemaakt. 1. Inleiding Bij de Kaderbrief van 2019 is voor het eerst het ‘Financieel Perspectief Duurzame Stad’ (FPDS) verschenen. Doel was en is om een overzicht te bieden door alle ambities op dit vlak in verband te brengen met de beschikbare middelen en hiermee de besluitvorming te faciliteren. Zaak is nu om dat overzicht vast te houden en de informatievoorziening hierover op een adequaat niveau te brengen. Ook over de bestuurlijke en ambtelijke aansturing m.b.t. de totstandkoming van dit product en de monitoring van de activiteiten was behoefte aan heldere afspraken. 2. Sturing Bestuurlijk: Het financieel perspectief bevat ambities op vijf thema’s (verstedelijking, duurzame mobiliteit, klimaatadaptatie en vergroening, energietransitie en circulaire economie) die neerslaan in verschillende begrotingsprogramma’s. Drie wethouders zijn inhoudelijk betrokken. De portefeuillehouder Financiën is betrokken vanwege het financiële belang. Voor de vijf duurzaamheidsthema’s werken de drie inhoudelijke portefeuillehouders al inhoudelijk samen in de taskforce Duurzaamheid die elke maand bij elkaar komt.
Deze taskforce bestaat derhalve uit de drie inhoudelijk verantwoordelijke wethouders, de directeur Stedelijke Ontwikkeling, de ambtelijk opdrachtgevers en trekkers van de vijf duurzaamheidsthema’s en de financieel adviseur FPDS. Daarnaast is een stuurgroep FPDS gevormd die op minstens 2 momenten in het jaar bijeen komt. Bij de totstandkoming van de actualisatie van het FPDS en de verantwoording over het afgelopen jaar. In de stuurgroep sluit ook de wethouder financiën aan. Afspraken: a. De stuurgroep FPDS bestaat uit de drie inhoudelijk betrokken wethouders en de wethouder financiën, de directeur SO, het hoofd Concernstaf en financieel adviseur FPDS b. De portefeuillehouder Financiën coördineert de bestuurlijke sturing op FPDS en de totaalrapportages naar het college en de raad. c. De stuurgroep FPDS komt minimaal 2x per jaar bij elkaar voor de totstandkoming van de actualisatie van het FPDS bij de Kaderbrief en verantwoording bij de rekening. Ambtelijk: De dagelijkse sturing op de vijf thema’s vindt plaats tussen ambtelijk opdrachtgever, trekker en de lijnorganisatie. De stedelijk programmeur van het cluster SO is aangehaakt voor het overall-beeld. Het team GVM is, als eigenaar van het document FPDS, betrokken. Financiële ondersteuning van de lijnorganisatie op budgetten en kredieten van het FPDS vindt plaats door de financieel adviseurs van het Servicepunt71.
Er is één financieel adviseur vrijgemaakt voor het FPDS als totaal. Afspraken: d. De ambtelijke regiegroep FPDS bestaat uit de AOG’s en trekkers van de vijf thema’s, eigenaar van het FPDS van het team GVM, financieel adviseur van het FPDS, de stedelijk programmeur SO en concerncontrol e. De regiegroep FPDS komt minimaal 1x per jaar bij elkaar voor de totstandkoming van de actualisatie van het FPDS bij de Kaderbrief en desgewenst vaker wanneer daartoe behoefte is f. De dagelijkse sturing op de vijf thema’s vindt plaats tussen de bestuurlijk opdrachtgever, ambtelijk opdrachtgever, trekker en de verantwoordelijken in de lijn. Dit wordt ondersteund door de stedelijk programmeur van het cluster SO, de eigenaar van het FPDS van het team GVM en financieel adviseur van het FPDS. Bestuurlijke afstemming vindt plaats in de reguliere PO’s met de wethouder. 40
3. Spelregels van het FPDS De eerste versie van het FPDS bevat een toedeling van middelen aan thema’s die recht doet aan de omvang en de urgentie van de ambities uit het collegeprogramma en de mogelijke rol die de gemeente daarin speelt. Dit levert een beeld op waarbij er voorlopig voldoende middelen beschikbaar zijn om de huidige ambities aan te kunnen pakken. In de toekomst kunnen enerzijds nieuwe opgaven en uitdagingen aandienen en anderzijds aanvullende dekkingsbronnen gevonden worden. We hanteren daarbij de volgende spelregels: - nieuwe wensen worden in beginsel gedekt binnen de middelen die al beschikbaar zijn binnen de thema’s. - aanvullende inkomsten worden op inhoudelijke gronden aan de beleidsterreinen toegekend (bijdragen voor klimaatadaptie en groen gaan naar klimaatadaptatie en groen etc.). - dit kan ertoe leiden dat thema’s naar verhouding meer middelen krijgen dan nu (zonder dat andere thema’s daar last van hebben). - bij de jaarlijkse actualisatie worden de ontwikkelingen binnen de verschillende thema’s integraal bekeken en, als daar aanleiding toe is, ook de mogelijkheid om middelen te verschuiven naar thema’s waarbinnen op dat moment grote voortgang geboekt kan worden.
4. Het FPDS in de gemeentelijke P&C-cyclus Het uitgangspunt is om het document FPDS, (voortgangs)rapportage over het FPDS, en verantwoording over het FPDS zo veel mogelijk aan te laten sluiten bij de documenten uit de Leidse P&C-cyclus. Kaderbrief: Het FPDS is vanaf de Kaderbrief 2020 een structureel terugkerend product. In het FPDS wordt de stand van zaken op balansdatum weergegeven (inhoudelijk en financieel) inclusief een voorstel voor het bestedingskader van de reserve ‘Duurzame Stad’ naar de toekomst (inhoudelijk en financieel). Afspraken: g. Ieder jaar wordt bij de Kaderbrief een boekwerkje actualisatie van het FPDS gemaakt (zowel financieel, als de sturing). Het FPDS wordt akkoord bevonden in de stuurgroep FPDS (en ambtelijk voorbereid in de regiegroep FPDS). Programmabegroting: In de Programmabegroting wordt de stand van FPDS verwerkt zoals met de raad is gecommuniceerd bij de bespreking van Kaderbrief. Afspraken: h. In (het raadsvoorstel van) de programmabegroting wordt een aparte paragraaf opgenomen over het FPDS. In deze paragraaf wordt aangegeven welke budgetten uit het FPDS worden opgenomen in de begroting. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen exploitatiebudgetten en investeringen. De investeringen worden in het meerjareninvesteringsplan (onderdeel van de programmabegroting) opgenomen i.
Investeringen uit het meerjareninvesteringsplan worden aan de hand van separate voorstellen door de Raad als krediet beschikbaar gesteld (dus niet automatisch bij het raadsbesluit over de begroting), zodat de precieze invulling bij de kredietaanvraag inzichtelijk wordt gemaakt. j. De aanvullende bekostiging van het FPDS wordt als inkomsten begroot (vooralsnog bij de budgethouder van het RVT Grond, Vastgoed & Markt) omdat de aanvullende bekostiging voornamelijk betrekking heeft op de stijging van de parkeertarieven. Over de voortgang van de aanvullende bekostiging wordt in de paragraaf taakstellingen gerapporteerd. k. In de Programmabegroting worden zoveel mogelijk posten uit het bij de Kaderbrief opgestelde FPDS verwerkt (zie ook afspraak h.).
41
Bestuursrapportages: Wijzigingsvoorstellen binnen de vijf thema’s kunnen, mits budgettair neutraal, en na afstemming met bestuurlijk opdrachtgever/ambtelijk opdrachtgever en trekker, in de bestuursrapportage worden aangemeld. De eigenaar van het FPDS van het team GVM en de financieel adviseur FPDS worden daarover geïnformeerd. De wijzigingvoorstellen lopen mee in de reguliere planning en formats van de tussentijdse bestuursrapportages. Wijzigingsvoorstellen tussen de vijf thema’s kunnen in beginsel alleen nadat de stuurgroep FPDS (ambtelijk voorbereid in de regiegroep FPDS) daar een besluit over neemt bij de Kaderbrief. Indien nut en noodzaak bestaat om dit op het moment van een bestuursrapportage ook te doen dan kan dit alleen nadat de bestuurlijke stuurgroep (ambtelijk voorbereid in de regiegroep FPDS) daar een besluit over neemt. Afspraken: l.
Wijzigingsvoorstellen binnen een thema lopen mee volgens de richtlijnen en de reguliere planning van de twee bestuursrapportages. m. Indien de noodzaak bestaat om op het moment van een bestuursrapportage tussen de thema’s wijzigingsvoorstellen te doen dan kan dit alleen nadat de stuurgroep FPDS (ambtelijk voorbereid in de regiegroep FPDS) daar een besluit over neemt. Rekening: Afspraken: n. In (het raadsvoorstel van) de rekening wordt een aparte paragraaf opgenomen over het FPDS. In deze paragraaf wordt verantwoording afgelegd over het afgelopen jaar, inhoudelijk en financieel. o. Aanvullende afspraak, toegevoegd n.a.v besluit stuurgroep FPDS: Een deel van de opgavenmiddelen zijn structureel. Gezien het gesloten systeem en de vooraf vastgestelde verdeling van de middelen per opgave kunnen deze middelen -in tegenstelling tot de reguliere budgetregels- wel bij de jaarrekening worden bestemd, indien hier een goed bestemmingsbesluit aan ten grondslag ligt.
42