CConstaterende datLeiden
Koppel je AI →
Document · PDF

210067 Bijlage 2. Financieel Perspectief Duurzame Stad

Gemeenteraad 15 juli 2021, gemeente LeidenBij agendapunt: Vervolg einddebat over: Jaarstukken 2020 en Kaderbrief 2021-2025 en andere P&C-stukken (2e termijn en stemmingen)15.468 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Achtergrondnotitie bij Kaderbrief 2021-2025

Actualisatie Financieel Perspectief Duurzame Stad 2021

Datum: 19-5-2021

Inhoud 1.

Inleiding --------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------- 3 Doel en werking Financieel Perspectief Duurzame Stad ----------------------------------------------------------------------- 3 Hoofdpunten actualisatie Financieel Perspectief Duurzame Stad ----------------------------------------------------------- 4 Uitvoeringslasten Klimaatakkoord -------------------------------------------------------------------------------------------------- 4 Leeswijzer ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------- 4

2.

Verstedelijking ------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------ 6 Doelen verstedelijking ------------------------------------------------------------------------------------------------------------------ 6 Actualisatie 2021 ------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------- 7 Inzet reserve duurzame stad ---------------------------------------------------------------------------------------------------------- 8

3.

Mobiliteit ------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------ 11 Doelen mobiliteit ------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------ 11 Actualisatie 2021 ------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------ 12 Inzet reserve duurzame stad --------------------------------------------------------------------------------------------------------- 12

4.

Energietransitie ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------- 14 Doelen energietransitie ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------- 14 Actualisatie 2021 ------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------ 14 Inzet reserve duurzame stad --------------------------------------------------------------------------------------------------------- 16

5.

Klimaatadaptatie en biodiverse vergroening ------------------------------------------------------------------------------- 18 Doelen klimaatadaptatie en biodiverse vergroening -------------------------------------------------------------------------- 18 Actualisatie 2021 ------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------ 18 Inzet reserve duurzame stad --------------------------------------------------------------------------------------------------------- 20

6.

Circulaire economie en afval ---------------------------------------------------------------------------------------------------- 21 Doelen circulaire economie en afval ----------------------------------------------------------------------------------------------- 21 Actualisatie 2021 ------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------ 21 Inzet reserve duurzame stad --------------------------------------------------------------------------------------------------------- 22

7.

Monitoring FPDS -------------------------------------------------------------------------------------------------------------------- 24 Verstedelijking --------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------- 25 Mobiliteit ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------- 25 Energietransitie -------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------- 28 Klimaatadaptatie en biodiverse vergroening ------------------------------------------------------------------------------------ 34 Circulaire economie --------------------------------------------------------------------------------------------------------------------- 37

Bijlage 1: Verloop reserve duurzame stad 2020 – 2030 ------------------------------------------------------------------------- 38 Bijlage 2: Afspraken over proces en sturing FPDS -------------------------------------------------------------------------------- 40

2

1.

Inleiding

Het op een duurzame wijze verstedelijken van Leiden is een van de belangrijkste ambities die de gemeente Leiden heeft. In het Beleidsakkoord ‘Samen maken we de Stad’ is besloten om te investeren in verstedelijking en duurzaamheid en zo de stad nog toekomstbestendiger, natuurlijker en veiliger te maken. Om deze ambities tot een succes te maken zijn grote investeringen nodig van zowel private partijen als de Gemeente Leiden. Per 5 februari 2019 heeft het College besloten om de gemeentelijke duurzaamheidsambities te organiseren in vier duurzaamheidsopgaven: duurzame mobiliteit, energietransitie, klimaatadaptatie en biodiverse vergroening, circulaire economie en afval. Sindsdien zijn de volgende vijf hoofdopgaven opgenomen in het Financieel Perspectief Duurzame Stad: 1. Verstedelijking 2. Mobiliteit 3. Energietransitie 4. Klimaatadaptatie en biodiverse vergroening 5. Circulaire economie en afval Met de investeringen in duurzaamheidsopgaven draagt Leiden bij aan verscheidene Global Goals van de Verenigde Naties:

De vijf hoofdopgaven worden uitgewerkt conform de Omgevingsvisie Leiden 2040, waar de raad op 15 juli 2019 mee heeft ingestemd (versie 1.0). Met de in de Omgevingsvisie geschetste samenhang is de gemeente in staat de fysieke projecten in de stad “Leidser” te maken, om de projecten beter te laten aansluiten op sociale, maatschappelijke en economische doelen en om gericht te investeren. Versie 1.1 van de Omgevingsvisie zal een verdere invulling en herijking moeten geven en wordt naar verwachting in september 2021 ter vaststelling voorgelegd aan de raad.

Doel en werking Financieel Perspectief Duurzame Stad Het doel van het Financieel Perspectief Duurzame Stad is om jaarlijks een integraal inhoudelijk en vooral financieel beeld te bieden van de invulling van de ambities van de hoofdopgaven. Voor elk van de vijf hoofdopgaven wordt geschetst waar de investeringen op gericht zijn en hoe deze bekostigd worden. Onderdeel daarvan is de inzet van de reserve Duurzame stad voor de periode tot en met 2030. Het FPDS is daarmee een middel om overzicht te hebben op de financiën, risico’s en kansen van de ambities rond de duurzame stad. De vijf hoofdopgaven voor een duurzame stad hebben een sterke inhoudelijke relatie, in het FPDS beschouwen we ze toch ook apart om het inzicht per thema scherp te houden en de relatie met bestuurlijke portefeuilles goed in beeld te kunnen brengen. Ook de relatie met de programmabegroting wordt zo gelegd.

3

Hoofdpunten actualisatie Financieel Perspectief Duurzame Stad Het nu voorliggende FPDS heeft als doel om het vorige financieel perspectief te actualiseren door aan te geven waar de plannen voor de verschillende opgaven zijn gewijzigd en uitgewerkt, zowel financieel als inhoudelijk. De Uitvoeringsbesluiten en Uitvoeringsprogramma’s die zijn ontwikkeld hebben veelal de binnen het FPDS beschikbare middelen (reserve Duurzame Stad) als financiële kaders gehanteerd, 2021 laat daarmee geen grote verschuivingen zien ten opzichte van vorig jaar. In het voorliggende Financieel Perspectief Duurzame Stad worden een aantal investeringen verschoven in de tijd. Hiernaast worden twee financiële wijzigingen doorgevoerd. 1. Binnen de opgave energietransitie zal vanaf 2021 regionaal worden samengewerkt om gezamenlijk betaalbare en duurzame warmte uit de Rotterdamse haven via het transportnetwerk (WarmtelinQ+) te kunnen gaan benutten, hiervoor is incidenteel €900.000 vrijgespeeld vanuit de gereserveerde middelen voor de energietransitie vanuit latere jaren. 2. Er is sprake van vrijval van kapitaallasten binnen het FPDS door het in de tijd verplaatsen van investeringen van ongeveer € 480.000. Voorstel is deze middelen in te zetten voor een deel van de plankosten voor het programma Leiden Verbindt, omdat dit programma een relatie heeft op de verschillende onderdelen binnen het FPDS.

Een schaalsprong voor het knooppunt Leiden Centraal draagt op vele vlakken bij aan de overkoepelende verstedelijkingsopgave. Het is een kans om de verstedelijkingsopgave op een duurzame manier vorm te geven. Vier grote opgaves komen samen in Knooppunt Leiden Centraal: economie, woningbouw, mobiliteit en duurzaamheid.

Uitvoeringslasten Klimaatakkoord In het gemeentelijke beleidsakkoord ‘Samen maken we de Stad’ is besloten om te investeren in verstedelijking en duurzaamheid. Deze middelen geven een flinke impuls aan deze ambities, zoals zichtbaar in de paragrafen hierna. Maar uit de opgaven blijkt ook dat de werkelijke opgaven groter zijn dan met deze middelen bereikt kunnen worden, bijvoorbeeld na de zes integrale wijkaanpakken is de stad niet klaar, grotere investeringen en/of subsidies op het gebied van de energietransitie zijn noodzakelijk om deze opgave een succes te maken en de verstedelijkingsopgave kent nog andere toekomstige- projecten waar een gemeentelijke bijdrage gewenst is. Dit wordt landelijk ook erkend. In 2021 heeft de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) het rapport ‘Van Parijs naar praktijk’ uitgebracht. Het onderzoek gaat over de uitvoeringslasten zoals beschreven in artikel 2 van de Financiële verhoudingswet. Dit zijn de financiële middelen die decentrale overheden nodig hebben om het Klimaatakkoord te kunnen organiseren. Voor gemeenten wordt aangegeven dat er in 2022 € 448,8 miljoen, in 2023 € 540,8 miljoen en in 2024 € 599,6 miljoen uitvoeringslasten zijn. Hiervoor is 60% van de kosten voor de gebouwde omgeving, 15% elektriciteit, 10% mobiliteit, 5% landbouw en 10% overig.

Uitgaande van de geadviseerde verdeelsleutel zal het voor Leiden gaan om een bedrag van ongeveer €3 miljoen per jaar. Verwacht wordt dat dit ROB-advies in het nieuwe regeerakkoord wordt meegenomen en dat er op zijn vroegst in de december-circulaire bekend wordt in hoeverre het ROBadvies wordt opgevolgd. In de actualisatie FPDS 2022 zal bepaald worden hoe deze nieuw beschikbare middelen over de verschillende onderwerpen verdeeld zal worden.

Leeswijzer Het voorliggend FPDS beschrijft de volgende onderdelen van de vijf hoofdopgaven: een integrale inhoudelijke toelichting en actualisatie, en; een bijbehorend financieel perspectief inclusief de prioritering van maximaal (maatschappelijk) rendement van beschikbare middelen. 4

In het FPDS wordt in de hoofdstukken 2 tot en met 6 aangegeven welke middelen de komende jaren zijn gereserveerd voor een zo optimaal mogelijke bijdrage aan de ambities in het Beleidsakkoord, en wat daarin is gewijzigd vergeleken met het voorgaande jaar. Daarin is per opgave aangegeven wat de doelen tot 2030 zijn, wat er is uitgevoerd en bereikt in vergelijking met het voorgaande jaar, welke aanpassingen er financieel zijn en hoe de voortgang wordt gemonitord. Hoofdstuk 7 geeft de monitoringsinformatie van de verschillende opgaven gebundeld weer. Waarbij een zwaartepunt dit jaar ligt op de opzet van de monitoringsinformatie voor de energietransitie, waarmee we ook uitvoering geven aan de aangenomen motie ‘Monitoring Leiden Aardgasvrij’. Bijlage 1 bevat de inzet uit de reserve Duurzame stad 2021-2030 en bijlage 2 bevat de tot dusverre gemaakte afspraken over het proces en sturing.

5

2.

Verstedelijking

Doelen verstedelijking Het toekomstperspectief voor Leiden is om een duurzame stad te zijn die goede woon-, werk- en leefruimte biedt aan alle Leidenaren. Leiden staat daarmee voor een aantal opgaven waarvan woningbouw, duurzaamheid en sociale inclusiviteit de meest prangende zijn. De stad moet voor iedereen bereikbaar blijven en economisch kunnen blijven floreren. Hierdoor is een integrale aanpak voor de fysieke leefomgeving noodzakelijk. Een dringende opgave is te voldoen aan de grote vraag naar woningen. Als gevolg van een structureel geboorteoverschot, een trend van kleiner wordende huishoudens én een trek naar steden vanuit meer landelijke gebieden, groeit de Leidse woningbehoefte. De opgave voor de gemeente Leiden is: - het toevoegen van 8.180 woningen tot 2030; - waarvan 30% bestaat uit sociale woningbouw; - het toevoegen van 2.700 studenteneenheden tot 2025. Voor deze opgave geldt 1 januari 2017 als peildatum. Deze woningbouwopgave is gebaseerd op de provinciale Woningbehoefteraming 2016. Verwacht wordt dat deze behoefte hoger zal zijn in de nieuwe woningbehoefteraming, die later dit jaar door de provincie wordt opgeleverd.

Onder duurzame verstedelijking verstaan we dat deze opgave – in lijn met de Omgevingsvisie - zodanig wordt ingevuld dat: - de sociale cohesie wordt versterkt; - het voorzieningenaanbod wordt verbeterd; - we ons zo goed mogelijk weren tegen klimaatverandering; - er tempo en massa wordt gecreëerd voor de warmtetransitie; - de groenstructuur en biodiversiteit worden versterkt; - o.a. door slimme lokalisering de stad bereikbaar wordt gehouden; - door focus- en gebiedsgericht te werken de stad efficiënt en betaalbaar wordt ontwikkeld en - het karakter van de stad behouden kan blijven door juist bepaalde delen te vrijwaren van grotere bouwontwikkelingen. Met duurzame verstedelijking draagt Leiden bij aan verschillende Global Goals van de Verenigde Naties. De voornaamste daarvan is doel 11: Duurzame steden en gemeenschappen.

In de Verstedelijkingsnotitie Leiden (oktober 2018) is geconstateerd dat de duurzame verstedelijkingsopgave waar Leiden voor staat te bedienen is. De stad zal daardoor ten dele transformeren tot een (hoog-)stedelijke omgeving, maar altijd passend bij Leiden.

6

Actualisatie 2021 Medio november 2019 is de nieuwe Woonvisie Leiden 2020-2030 ‘Goed wonen in Leiden’ en de bijbehorende Uitvoeringsagenda Wonen door de raad vastgesteld. De nieuwe Woonvisie en vooral Uitvoeringsagenda waren ook het vertrekpunt voor de prestatieafspraken die gemeente, corporaties en huurderverenigingen vorig jaar met elkaar hebben gemaakt. Eén van de grote opgaven in de Woonvisie is de hierboven genoemde realisatie van voldoende nieuwbouw in de stad. Sinds 1 januari 2017 zijn al ruim 2.600 woningen (netto) opgeleverd en we hebben nog eens ruim 1.250 woningen in aanbouw. We liggen daarmee goed op koers om in 2030 te kunnen voldoen aan de volledige woningbouwopgave. Een aantal grote (gemengde) woningbouwprojecten is het afgelopen jaar opgeleverd (zoals Yours Leiden blok A en De Lorentz), in aanbouw gegaan (zoals De Ananas en het Robijnhof) of heeft mijlpalen bereikt in de planvorming, bijvoorbeeld door de vaststelling van een gebiedsvisie (Vondelkwartier en Schipholweg). Een bijzondere prestatie het afgelopen jaar was de succesvolle aanvraag van een drietal Woningbouwimpulssubsidies, namelijk voor de gebiedsontwikkelingen Lammenschansstrip, Wernink en het Stationsgebied. In totaal ontvangt Leiden ca.

14 miljoen euro voor de versnelde realisatie van bijna 3.000 woningen, waarvan ruim de helft in betaalbare segmenten (sociale huur, middenhuur en koop onder de NHG-grens). In de volgende paragraaf wordt ingegaan op de consequenties daarvan op de inzet van middelen uit de reserve Duurzame Stad. In de Monitor Studentenhuisvesting is op basis van het Apollo prognosemodel een behoefte aan 2.700 studenteneenheden tussen 2017 en 2025 becijferd. Datzelfde getal staat ook in het Beleidsakkoord. Sinds 2017 zijn 750 wooneenheden voor studenten opgeleverd, waardoor de resterende opgave nog 1.950 bedraagt. Binnenkort gaan ruim 700 studenteneenheden in het Entreegebied in aanbouw, evenals bijna 300 eenheden op de Fysiologielocatie in Boerhaave en bijna 400 eenheden aan de Ypenburgbocht. Samen met de geplande studentenhuisvesting in Voorschoten, Leiderdorp en het Oegstgeester deel van het Bio Science Park kan tot 2025 worden voorzien in de gehele opgave op het gebied van studentenhuisvesting. De verwachting is dat de volgende uitgave van de Monitor Studentenhuisvesting een aanvullende opgave uitspreekt voor de periode vanaf 2025. De Regionale Kantorenstrategie Holland-Rijnland 2019 beschrijft een behoefte aan nieuw kantooroppervlak (uitsluitend in de omgeving Leiden Centraal) van maximaal 90.000 m2 BVO netto toevoeging (inclusief De Lorentz).

Voor gebieden buiten de stationsomgeving geldt juist een saneringsopgave, behoudens werklocaties gericht op ZZP-ers uit de omgeving. Het laat zich nog niet goed voorspellen welk eventueel blijvend effect de coronacrisis zal hebben op de manier waarop mensen werken, en daarmee ook op de behoefte aan kantoorruimte. Vooralsnog houden we in het Stationsgebied en omgeving vast aan het geplande kantoorprogramma, maar omdat de realisatie daarvan gefaseerd over een langere periode is gepland is er voldoende tijd om een vinger aan de pols te houden en tijdig om te programmeren als dat nodig blijkt. Op het gebied van bedrijventerreinen, waar ook het Bio Science Park onder valt, is eind vorig jaar de nieuwe Regionale Bedrijventerreinenstrategie vastgesteld door alle gemeenteraden in de Leidse regio. Een aantal binnenstedelijke bedrijventerreinen in Leiden is daarin aangewezen als transformatielocatie naar een gemengd, stedelijk woon- en werkmilieu en de Vlietzone is benoemd als onderzoekslocatie voor een nieuw bedrijventerrein. Met dat project wordt dit jaar begonnen. Tegelijkertijd wordt gewerkt aan afspraken met buurgemeenten (met name Katwijk) om de regionale voorraad aan bedrijvenareaal op peil te houden. De Retailvisie Leidse regio is vooral gericht op consolidatie van de detailhandelsstructuur.

Op het gebied van perifere detailhandel is sprake van een regionaal overaanbod aan winkels en de druk op de verhuring van winkelruimten in het kernwinkelgebied is hoog. Hier geldt dat de geleidelijke groei van het aantal Leidse inwoners ook tot meer draagvlak voor de instandhouding van bestaande winkelruimtes kan leiden. 7

Inzet reserve duurzame stad Reserve duurzame stad

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Aanvullende bekostiging : Bijdrage ruimtelijke ontw. private partijen

-

144.000

450.000

600.000

600.000

600.000

Kredieten (kapitaallasten begroot): Verstedelijking

-

65.608

65.139

64.670

64.202

63.733

Exploitatie FPDS Stedelijke programmeren Organistatiekosten verstedelijking Duurzaamste km Proceskosten bedrijvenstrategie

270.000 250.000 95.000 135.000

270.000 250.000 95.000

270.000 250.000 95.000

270.000 250.000 -

270.000 100.000 -

270.000 100.000 -

750.000

750.000

750.000

750.000 500.000

500.000 500.000

500.000

Reserveringen Reservering verstedelijking - incidenteel Reservering verstedelijking - investeringen kredieten FPDS2021 Infra Rhijnvreugd

2021 1.814.328

2022

2023 -

2024 -

2025 -

2026 -

-

Aanvullende bekostiging: Begin 2021 is de nota kostenverhaal afgerond. Onderdeel van de nota kostenverhaal is de werkwijze bijdrage ruimtelijke ontwikkelingen. Deze werkwijze houdt in dat als standaardbepaling in de anterieure overeenkomst met private initiatiefnemers van bouwplannen wordt opgenomen dat zij een bijdrage à €4.800,- per woningbouwequivalent doen, met uitzondering van middenhuurwoningen, waarvoor een bijdrage van €3.600,- geldt. De bijdragen worden gestort in de reserve Duurzame Stad, waarmee nagenoeg de gehele taakstelling voor het financieel perspectief is ingevuld. Momenteel wordt publieksparticipatie verleend voor de nota kostenverhaal. Na besluitvorming door de raad medio 2021 is de verwachting dat de eerste stortingen in 2022 zullen plaatsvinden. Organisatie: Eind 2019 is onder leiding van de stedelijk programmeur een klein programmateam gestart met stedelijke programmering, om meer sturing te geven aan de gemeentelijke verstedelijkingsopgave. Dit team houdt zich onder andere bezig met de programmering bij gebiedsontwikkeling, het verkennen en benutten van koppelkansen met de andere thema’s binnen het FPDS, de advisering op inzet van middelen voor verstedelijking en het aanboren van externe financieringsmogelijkheden inclusief de coördinatie van subsidieaanvragen, zoals de succesvolle aanvragen in het kader van de Regeling Woningbouwimpuls.

Bij de afdeling Ruimtelijke Ontwikkeling is bovendien ruimte gecreëerd om aan deze doelstelling bij te dragen. Duurzaamste kilometer (DZKM): Er is de ambitie afgesproken om het Stationsgebied van Leiden de komende jaren transformeren tot het meest duurzame binnenstedelijke stukje Nederland. De community DZKM bestaat inmiddels uit zo’n 30 publieke, private en maatschappelijke organisaties, met daaromheen een grote schil aan personen die gemotiveerd zijn om het gebied te verduurzamen. Deze duurzame ontwikkeling van het Stationsgebied (incl. de Schipholweg) vindt plaats volgens de ambities die in de gebiedsvisies voor het Stationsgebied en de Schipholweg worden vastgesteld. Daarin staan maatregelen zoals het groen en klimaatadaptief inrichten van zowel de openbare ruimte en van gebouwen, om hemelwater beter te bufferen, hittestress tegen te gaan en biodiversiteit te bevorderen. Daarnaast staat het voorzien in een duurzame warmteen energielevering hoog op de agenda, en zijn ontwikkelingen gericht op het bevorderen van het OVen fietsgebruik en het beperken van autogebruik. Proceskosten bedrijvenstrategie: Er zijn incidentele middelen beschikbaar voor de proceskosten voortkomend uit de regionale bedrijvenstrategie: Een aantal binnenstedelijke bedrijventerreinen in Leiden is aangewezen als 8

transformatielocaties naar een gemengd, stedelijk woon- en werkmilieu en de Vlietzone is benoemd als onderzoekslocatie voor een nieuw bedrijventerrein. Reserveringen: Daarnaast is in het FPDS een reservering opgenomen voor de dekking van niet rendabele projecten. Dit gaat in de periode 2021-2025 om incidenteel € 3,5 miljoen en structureel om € 500.000 per jaar. Deze structureel middelen kunnen zij worden benut om kapitaallasten te dekken en zo mogelijk een grotere investering dekken. Wanneer de bovengenoemde middelen in het FPDS-Verstedelijking maximaal in de kapitaaldienst worden gebracht ontstaat een investeringsvolume van € 14,3 miljoen met langjarige verplichtingen. In de reserve Grondexploitaties en reserve Herontwikkeling Stationsgebied is daarnaast – rekening houdend met opbrengsten uit erfpacht en grondverkoop tot 2024 – in totaal nog eens ruim € 13 miljoen beschikbaar. Portefeuille Duurzame Verstedelijking en de woningbouwimpuls Elk voorjaar worden de businesscases van alle projecten in de portefeuille Duurzame Verstedelijking en daarmee samenhangende ongedekte investeringen geactualiseerd en in één overzicht geplaatst, zodat positieve en negatieve resultaten met elkaar in verband kunnen worden gebracht. De conclusie in het FPDS van vorig jaar was dat onvoldoende middelen beschikbaar waren voor het dekken van alle tekorten op gebiedsontwikkeling.

Om die reden is het afgelopen jaar flink ingezet op het aanspreken van externe financieringsmogelijkheden, vooral via de Regeling Woningbouwimpuls van BZK. De Regeling Woningbouwimpuls dekt maximaal 50% van het publieke tekort op grotere gebiedsontwikkelingen met een minimaal netto bouwprogramma van 500 woningen, op voorwaarde dat het project voor minimaal 50% bestaat uit sociale huur, middenhuur en koopwoningen onder de NHGgrens én op voorwaarde dat binnen drie jaar na de eventuele toekenning van een subsidie kan worden begonnen met de bouw. De regeling is op die manier primair gericht op de versnelling van betaalbare woningbouw. Het afgelopen jaar zijn door de gemeente Leiden drie subsidieaanvragen ingediend, die alle drie zijn toegekend. Eén daarvan betreft een subsidie van ruim € 6,8 miljoen voor het project Lammenschansstrip, inclusief een bijdrage van € 1,7 miljoen aan het bouwrijp en toegankelijk maken van een nieuw bedrijventerrein in de Vlietzone. Dat bedrijventerrein heeft een relatie met Lammenschans omdat het ruimte moet bieden aan het uit Lammenschans weg te bestemmen bedrijvenareaal.

Daarnaast is € 3 miljoen euro verkregen voor het toegankelijk maken van het Werninkterrein, wat randvoorwaardelijk is om grootschalige woningbouwontwikkeling op dit terrein mogelijk te maken, en recentelijk is bekend gemaakt dat Leiden ruim € 4 miljoen ontvangt voor het Stationsgebied. Met deze subsidies kunnen we feitelijk een ‘verdubbelaar’ toepassen op een deel van ons eigen investeringsvermogen, waardoor deze ontwikkelingen financieel mogelijk worden en versneld van de grond kunnen komen. Met de gemeentelijke cofinanciering op deze projecten van 50% van het tekort wordt rekening gehouden in het FPDS, in de reserve Grondexploitaties en de reserve Herontwikkeling Stationsgebied. Bij het bepalen uit welke reserve de cofinanciering van 50% op deze projecten het beste worden betaald is bepalend of het gaat om investeringen waarop kan worden afgeschreven (zoals de realisatie van een tunnel of reconstructie van een kruispunt) of om incidentele investeringen, bijvoorbeeld voor de dekking van plankosten of het neutraal kunnen openen van een GREX. Daar waar sprake is van afschrijfbare investeringen geldt de voorkeur om de cofinanciering te dekken uit het FPDS, omdat er vanuit de reserve Grondexploitaties simpelweg geen kapitaallasten kunnen worden gedekt.

Vandaar dat in het FPDS rekening wordt gehouden met de dekking van cofinanciering voor de project Wernink en VlietzoneMidden (zie onderstaande tabel). Bij het Stationsgebied is sprake van een toekomstige GREX en bij Lammenschans om een niet afschrijfbare investering. Voor deze projecten vormt de reserve Grondexploitaties de geëigende dekkingsbron. Hier is rekening mee gehouden in het MJP Grondexploitaties.

9

Reserve duurzame stad

2021

2022

2023

Reservering Reservering verstedelijking

750.000

750.000

Berekening memo Kapitaallast (14,3 mln investering) Incidenteel beschikbaar (3,5 mln)

750.000

750.000

750.000

Doorberekening projecten (bijdrage duurzame stad): Wernink - Wbi Vlietzone-Midden Energiepark - Singelpark Telderskade e.o. Saldo

2024

2025

2026

2027

2028

2029

2030

750.000 1.250.000 1.000.000

500.000

500.000

500.000

500.000

500.000

750.000

500.000 750.000

500.000 500.000

500.000 -

500.000 -

500.000 -

500.000 -

500.000 -

-

35.000

105.000 199.500 122.500 35.000

105.000 199.500 122.500 35.000

105.000 199.500 122.500 35.000

105.000 199.500 122.500 35.000

105.000 199.500 122.500 35.000

105.000 199.500 122.500 35.000

105.000 199.500 122.500 35.000

750.000

715.000

788.000

538.000

38.000

38.000

38.000

38.000

38.000

(doorberekening projecten is indicatief)

Naast de Lammenschansstrip, Vlietzone-Midden, het Werninkterrein en het Stationsgebied gelden ook tekorten op de ontwikkeling van het Energiepark, Telderskade e.o., het project Rhijnvreugd en de herontwikkeling van De Zwijger in Leiden-Noord. Naast deze verstedelijkingsprojecten is ook een deel van de kosten van Leiden Verbindt, wat primair een mobiliteitsproject is, aan verstedelijking toe te rekenen. In de scope van Leiden Verbindt valt inmiddels bijvoorbeeld ook de herinrichting van het Stationsplein, wat voorheen in de nog niet geactiveerde GREX Stationsgebied restgronden viel. Bij de projecten Energiepark (deelproject Singelpark) en Telderskade e.o. gaat het net zoals bij Wernink en de Vlietzone om afschrijfbare investeringen. Ook met deze tekorten wordt daarom in het FPDS rekening gehouden. Het tekort op het project Energiepark (deelproject GREX) en Rhijnvreugd betreft investeringen die niet in de kapitaaldienst kunnen worden gebracht en worden daarom opgevoerd in de reserve Grondexploitaties. Voor De Zwijger en Leiden Verbindt is nog niet duidelijk hoe groot het tekort precies zal zijn, en bovendien wil de gemeente voor De Zwijger een subsidieaanvraag doen in het kader van de derde tranche van de Regeling Woningbouwimpuls.

Voor de dekking van de noodzakelijke cofinanciering voor De Zwijger is bij toekenning van die subsidie nog voldoende ruimte over in het FPDS én voor een deel van de verstedelijkingsambities in Leiden Verbindt. Wanneer de subsidie niet zou worden toegekend moet een afweging worden gemaakt. In dat geval kan het de keuze zijn de ambities voor De Zwijger en/of Leiden Verbindt te verlagen, (één van) beide projecten te temporiseren danwel om in een volgend collegeakkoord extra middelen ter beschikking te stellen voor verstedelijking. De conclusie dit jaar is dus dat er grote stappen gezet zijn in het verkleinen van de financiële tekorten op de gebiedsontwikkelingen, maar dat gezien de opgaven op de langere termijn (Leiden Verbindt en/of een hoger uitvallende woningbehoefte) er wellicht nieuwe tekorten ontstaan.

10

3.

Mobiliteit

Doelen mobiliteit Leiden staat voor een grote opgave om woningen, werkruimte en voorzieningen toe te voegen, om de groeiende vraag daaraan het hoofd te bieden. Tegelijkertijd wil het bestuur de leefbaarheid in de stad verbeteren, klimaatadaptatie en biodiversiteit bevorderen, hittestress tegengaan, de energietransitie ruimte geven en vergroenen. Er zullen dus meer vervoersbewegingen door de stad moeten worden geaccommodeerd, terwijl in het openbaar gebied ook ruimte moet worden vrijgemaakt voor vergroening. Dit vraagt erom de schaarse openbare ruimte nóg efficiënter te gebruiken. De gemeente denkt dat te kunnen bewerkstelligen door in te zetten op een ‘modal shift’: het vergroten van het aandeel voetgangers, fietsers en OV-gebruikers en het verkleinen van het aandeel automobilisten in het verkeer. Niet alleen wordt mobiliteit in Leiden daarmee schoner, maar het bespaart ook ruimte. Fietsers, voetgangers en bus- en treinreizigers gebruiken immers minder ruimte dan automobilisten. Met deze transitie naar duurzame mobiliteit draagt Leiden bij aan verschillende Global Goals van de Verenigde Naties. De voornaamste daarvan is doel 11: Duurzame steden en gemeenschappen.

Deze modal shift was al de belangrijkste doelstelling in de oorspronkelijke Mobiliteitsnota uit 2015. Het huidige college is nog een stuk ambitieuzer op dit vlak, en heeft in 2019 besloten om voor de invulling van deze ambities een apart uitvoeringsprogramma op te zetten: Leiden Duurzaam Bereikbaar. Ook is in 2019 begonnen met een actualisatie van de Mobiliteitsnota, die in 2020 is vastgesteld. Een belangrijk beleidsdoel in de Mobiliteitsnota is het versterken van de hoofdinfrastructuur rondom Leiden, in de vorm van de Leidse Ring Noord en de Rijnlandroute, teneinde het autoverkeer om de stad heen te geleiden en het verkeer dwars door de (binnen)stad te beperken. Daarnaast is de nota onder andere gericht op het uitbreiden en verbeteren van de fietsinfrastructuur (zowel voor de rijdende als de gestalde fiets), en investeringen in schone en efficiënte stadslogistiek, in deelmobiliteit en in andere slimme mobiliteitsconcepten. De projecten die daaraan invulling geven zijn opgenomen in de bijbehorende Uitvoeringsagenda. Samen moeten deze projecten leiden tot de gewenste modal shift. De Mobiliteitsnota moet worden gezien als de overkoepelende kapstok op het gebied van mobiliteitsbeleid, waarin de hoofddoelen globaal zijn geformuleerd. Op verschillende mobiliteitsthema’s is het beleid na vaststelling van de Mobiliteitsnota nog verder uitgewerkt.

Dit heeft geresulteerd in een nieuwe Parkeervisie met bijbehorende beleidsregels (2020), het Beleidsprogramma Fiets 2020-2030 (2020), de Agenda Autoluwe Binnenstad (2021) en het meest recentelijk in het Beleidsprogramma Voetganger 2020-2030 (2021). Naar analogie van deze thematische uitwerking van het mobiliteitsbeleid is ook het uitvoeringsprogramma Leiden Duurzaam Bereikbaar verdeeld in een vijftal thema’s: Fietsstad, Autoluwe Binnenstad, De Ring, Duurzame Mobiliteit en Bereikbaarheidsprojecten.

11

Actualisatie 2021 De daadwerkelijke uitvoering van de programmaonderdelen gebeurt in projecten. Verreweg het grootste deel van de middelen die benodigd zijn voor deze projecten is gereserveerd in de reserve Bereikbaarheid, maar voor de thema’s Fietsstad, Autoluwe Binnenstad en De Ring zijn ook middelen in de reserve Duurzame Stad opgenomen. Dit gaat om 15 miljoen voor het thema Fietsstad (ook ‘Fiets op 1’ genoemd) en 5 miljoen euro voor Autoluwe Binnenstad. Voor De Ring is in totaal 6 miljoen euro gereserveerd voor de duurzame inpassing van de Leidse Ring Noord. Voor dit grote project is reeds een kaderbesluit vastgesteld. Er zijn afspraken gemaakt met de provincie om integraal te kijken naar overeenkomstige doelstellingen in relatie tot eventuele financiële bijdragen aan deze en andere onderdelen van het Programma Leiden Duurzaam Bereikbaar. Geen apart thema binnen het uitvoeringsprogramma Leiden Duurzaam Bereikbaar, maar wél een belangrijke beleidsambitie, is het programma ‘Leiden Verbindt’.

Dit programma is gericht op de gedeeltelijke herontwikkeling van Leiden Centraal Station en de directe stationsomgeving, en behelst onder andere de vergroting van het fietsparkeerareaal rondom het station tot 19.000 stallingsplaatsen, het vernieuwen van het busstation, het onttrekken van busverkeer uit de Stationsweg en Steenstraat, het verbeteren van de verbindingen tussen het Stationsgebied en het LBSP en het beter integreren van de fietsenstallingen, het vernieuwde busstation en de stationshal tot een soepele overstapmachine. Leiden Verbindt is onderdeel van het maatregelenpakket ‘Oude Lijn plus Knooppunten’ van het programma MoVe van de MRDH. Dit pakket werkt toe naar een reeks startbesluiten in het kader van het MIRT, zodat de formele MIRT-verkenning kan starten in de tweede helft van 2021. Deze MIRTverkenning vraagt de komende jaren om de dekking van plankosten. Vorig jaar is besloten die plankosten voor 2021 (€ 500.000) te dekken uit het FPDS. Het voorstel is de vrijval van kapitaallasten uit het FPDS dit jaar (€ 480.000) eveneens in te zetten voor de dekking van een deel van deze plankosten. Daarmee zijn een deel van de plankosten 2022 gedekt. Voor de investeringen en vervolgplankosten voor Leiden Verbindt zal buiten het FPDS gekeken moeten worden. Hier wordt een aparte aanmelding voor gedaan in het kader van de Kaderbrief 2022.

Inzet reserve duurzame stad Reserve duurzame stad

2022

2023

2024

2025

2026

630.000

1.260.375

1.260.375

1.260.375

1.260.375

1.260.375

-

102.196

190.332

376.089

586.540

653.369

Exploitatie FPDS Plankosten OV-knoop Organistatiekosten duurzame mobiliteit

500.000 600.000

480.000 350.000

350.000

150.000

150.000

150.000

kredieten FPDS2021 Autoluwe binnenstad Autoluwe binnenstad-plankosten Fiets op 1 Leidse ring noord

2021 515.000 350.000 1.573.000 -

2022

2023 507.500 300.000 1.812.000 2.030.000

2024 507.500

2025 500.000

1.522.500 4.060.000

1.500.000 -

Totaal 4.030.000 1.000.000 15.090.000 6.090.000

Dotatie: Dotatie modal shift Kredieten (kapitaallasten begroot): Duurzame mobiliteit

2021

350.000 2.682.500 -

Dotatie Modal Shift: In de Parkeervisie is opgenomen dat om de modal shift en de doelen voor duurzame mobiliteit te bereiken de parkeertarieven in zowel 2021 als 2022 met € 0,30 omhoog gaan. Via het Financieel 12

Perspectief Duurzame Stad investeert de gemeente met deze extra inkomsten in de stad, en met name in duurzame mobiliteit. Organisatie: Bij de afdeling Ontwerp & Mobiliteit is ruimte gecreëerd om aan deze doelstelling bij te dragen. Tevens is er vanuit het beschikbaar gestelde krediet autoluwe binnenstad ruimte gecreëerd voor de plankosten voorafgaand aan de investeringen. Investeringen: Om de doelstellingen van het uitvoeringsprogramma Leiden Duurzaam Bereikbaar te realiseren is een investeringsvolume van ruim € 300 miljoen beschikbaar. Een groot deel daarvan zit in lopende projecten zoals de Leidse Ring Noord en de Centrumroute. Voor deze lopende projecten is al dekking georganiseerd via het voormalige investeringsprogramma infrastructuur 2016 – 2022. Voor de uitvoering van het beleidsprogramma Fiets op 1 en de Agenda Autoluwe Binnenstad komt een deel van de dekking uit het FPDS. De bijdrage uit het FPDS is een essentiële pijler voor de realisatie van deze thema’s. Het beleidsprogramma Fiets op 1 richt zich op de verbetering van fietsroutes en meer en betere stallingen. In totaal worden binnen het programma enkele tientallen projecten gerealiseerd. Voorbeelden van projecten die (deels) vanuit het FPDS worden gefinancierd zijn: de herinrichting van de Zoeterwoudseweg, fietsmaatregelen t.b.v. de Leidse Ring Noord en fietsparkeren bij station Lammenschans.

De Agenda Autoluwe Binnenstad is een programma om de komende jaren meer ruimte te creëren voor een groene en vitale binnenstad. Door een minder prominente rol van geparkeerde en rijdende auto’s in de binnenstad (autoluw) wordt invulling gegeven aan deze opgave. Voorbeelden van maatregelen: meer ruimte voor fiets en voetganger en de aanleg van groene parken, straten en pleinen. Deze maatregelen dragen in grote mate bij aan het woon- en leefklimaat in de binnenstad. Er ligt een forse opgave in het verkrijgen van subsidies om de projecten volledig gefinancierd te krijgen. Deze subsidies maken deel uit van de Mobiliteitsnota, niet van het FPDS. De 6 miljoen euro die voor de duurzame inpassing van de Leidse Ring Noord is gereserveerd zal worden ingezet voor het plandelen ‘Schipholweg’ en ‘Willem de Zwijgerlaan’. Deze middelen zijn bedoeld voor maatregelen aan de Leidse Ring zodat de weg beter bijdraagt aan de duurzaamheidsambities van het College. Voorbeelden zijn maatregelen die het klimaatadaptieve karakter van de weg bevorderen (bv.

door toepassing van waterbufferende kratten onder de weg), die de omgeving vergroenen en de biodiversiteit bevorderen (zoals de aanplant van bomen en struiken in de wegbermen), die milieuhinder beperken (zoals de bouw van een geluidwerende constructie) en die het gebruik van duurzame modaliteiten bevorderen (zoals het verbeteren van fiets- en voetgangers-voorzieningen over en langs de weg).

13

4.

Energietransitie

Doelen energietransitie De ambitie voor de Leidse energietransitie is dat de stad in 2050 klimaatneutraal is. Onze afhankelijkheid van fossiele brandstoffen als olie en aardgas gaan we in de komende decennia radicaal verminderen. De impact op bewoners, bedrijven en instellingen van de energietransitie zal in ieder geval groot zijn, ook in Leiden. De volgende lange termijn doelen worden gesteld: - Besparen De gemeentelijke ambitie is om per jaar het totale energieverbruik van Leiden te verlagen met 1,5%. De regionale ambitie is om in te zetten op 30% energiebesparing ten opzichte van het huidige energiegebruik. - Opwekken De gemeentelijke ambitie is om elk jaar een stijging van 10% lokaal opgewekte duurzame energie te realiseren. De regionale ambitie is om in 2050 een energieneutrale regio te zijn. - Omschakelen De gemeentelijke ambitie is om in 2050 een aardgasvrije gebouwde omgeving te hebben. Ruim 50.000 woningen moeten worden aangepast, dat zijn ongeveer 1.500 woningen per jaar. Zoals vastgesteld in het raadsvoorstel ‘Handelingsperspectief gemeente Leiden in de energietransitie’ moet dit leiden tot de volgende energiemix in 2050: - alle gebouwen spijtvrij geïsoleerd; - 60% aangesloten op een warmtenet; - 30% (hybride) warmtepompen; - overig verwarming met groen gas; - de totale energiebesparing is hiermee 31% (excl.

omgevingswarmte); - de vraag naar (aard-/groen) gas voor warmte daalt met zo’n 90%; - de vraag naar warmte via het warmtenet verdubbelt. Met de doelen voor de energietransitie draagt Leiden bij aan verschillende Global Goals van de Verenigde Naties. De voornaamste daarvan zijn: doel 7 (Betaalbare en duurzame energie) en doel 13 (Klimaatactie).

Actualisatie 2021 De doelstellingen voor de energietransitie in Leiden waren vastgelegd in het Programma duurzaamheid 2016-2020 (2015), de Leidse Warmtevisie (2017), Energieakkoord Holland Rijnland (2017) en het handelingsperspectief (2020). In 2021 worden hier nog aan toegevoegd de Regionale Energie Strategie (RES) vanuit Holland Rijnland en de lokale Transitievisie Warmte.

14

Met het Uitvoeringsprogramma Energietransitie 2020-2023 wordt onder andere toegewerkt naar manieren om woningen, bedrijfspanden en gebouwen van instellingen duurzaam te verwarmen en van elektriciteit te voorzien. Samen met huiseigenaren, corporaties, netbeheerders en andere belanghebbenden wordt in kaart gebracht hoe ieder vanuit zijn eigen rol en verantwoordelijkheid eraan kan bijdragen dat de huidige woningen in Leiden in 2050 allen op een klimaatneutrale manier aardgasvrij zijn. Om te komen tot een goede richting voor het Uitvoeringsprogramma is een strategisch onderzoek naar handelingsperspectief door Berenschot uitgevoerd. In 2020 is binnen de Uitvoeringsagenda Energietransitie Gebouwde Omgeving 2020-2023 gewerkt aan de gestelde doelen. De resultaten van dit eerste programmajaar worden in het tweede kwartaal van 2021 gedeeld met de gemeenteraad, middels een eindrapportage. Bij deze eindrapportage is ook de publieksversie van het programmaplan voor het jaar 2021 gevoegd. Dit programmaplan is een verdere jaarlijkse uitwerking van datgeen er in de Uitvoeringsagenda wordt beschreven. Gemeentelijk vastgoed In de routekaart verduurzaming gemeentelijk vastgoed wordt voor de periode tot 2050 in hoofdlijnen vastgelegd welke doelen er gesteld zijn voor de verduurzaming van de vastgoedportefeuille.

Deze doelen zijn opgeknipt in tussenstappen, zodat er gefaseerd toegewerkt kan worden naar een duurzaam gebouwenbestand. Het einddoel voor 2050 is dat de vastgoedportefeuille zogenaamd ‘Paris Proof’ is. Hiermee wordt een belangrijke bijdrage geleverd aan een groener, gezonder en duurzamer Leiden, zoals geformuleerd in het huidige coalitieakkoord ‘Samen maken we de stad’. De komende tijd zal er in de stad op steeds meer plekken zichtbaar worden dat de gemeente werkt aan de verduurzaming van haar eigen panden. Hiermee wordt nagestreefd dat ook andere vastgoedeigenaren geïnspireerd raken en hun steentje zullen gaan bijdragen met betrekking tot verduurzaming. In 2021 willen we circa 25 gemeentelijke gebouwen hebben verduurzaamd. Het merendeel van de werkzaamheden bestaat uit het isoleren van gevels, daken, toepassen van dubbel glas en het aanbrengen van zonnepanelen. De meeste panden krijgen een energielabel A of in ieder geval minimaal energielabel C. Ook wordt inzicht gegeven in de te verwachten energiebesparing en de CO2 reductie. Er is een krediet geregeld voor de verduurzaming van de volgende gebouwen: Stadsgehoorzaal, Schouwburg, Milanenhorst 193, Eksterpad 4, Parkzicht 100, Rooseveltstraat 4A, Slachthuislaan 25, Topaaslaan 19 en Zaanstraat 126, Driftstraat 49, Le Pooleweg 6, Le Pooleweg 11, Trix Terwindstraat 2, Trix Terwindstraat 4 en Trix Terwindstraat 6.

De panden aan het Eksterpad 4 en Parkzicht 100 zijn ondertussen verduurzaamd en aan de andere panden wordt nog gewerkt. Op de meeste gebouwen worden ook zonnepanelen geplaatst. Daarom is in 2020 een Europese aanbesteding gedaan om circa 2700 zonnepanelen te plaatsen om het gemeentelijk vastgoed. Duurzaamheidsscans erfgoed In Leiden staan circa 7.000 beschermde historische gebouwen waaronder circa 3.000 monumenten. 17.000 panden liggen in beschermd stadsgezicht. Ook voor deze panden is energietransitie noodzakelijk. Erfgoed Leiden geeft maatwerkadviezen, hiervoor is jaarlijks € 125.000 beschikbaar.

15

Inzet reserve duurzame stad Reserve duurzame stad

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Aanvullende bekostiging : Ruimtereservering energie revolverend

-

-

-

-

6.945

15.619

Kredieten (kapitaallasten begroot): Energietransitie

-

278.071

512.422

522.006

524.219

531.073

750.000 85.000 125.000 440.000

650.000 85.000 440.000

500.000 85.000 440.000

400.000 85.000 440.000

200.000 85.000 440.000

125.125

125.125

125.125

125.125

125.125

280.000

356.945

435.619

2024

2025

Exploitatie FPDS Organisatie energietransitie 750.000 Energiebesparing 102.500 Meer duurzame energie 125.000 Aardgasvrije stad 600.000 Aardgasvrije stad - regionaal samenwerken 900.000 Verduurzamen monumenten 125.125 Duurzaamheidsleningen particulieren en bedrijven Reserveringen Reservering - energietransitie investeringsbudget

kredieten FPDS2021 Verduurzaming vastgoed (fase 1-3) Wijkvervangingen - ruimtereservering warmtenet Reservering - energietransitie

2021 3.932.360

2022 3.810.926

134.355

258.702

2023 407.477 8.000.000

176.715 2.000.000

112.648 2.000.000

Totaal 8.470.894 1.089.897 20.000.000

Aanvullende bekostiging: Bij de wijkvervangingsprojecten wordt een ruimte reservering gemaakt. Verwachting is dat deze kosten weer terugverdiend worden door de kosten bij ingebruikname warmtenet in rekening te kunnen brengen. Organisatie en uitvoering: De projectorganisatie werkt op drie projectlijnen, energie besparen, meer duurzame energie en aardgasvrije stad. Vanaf 2021 zal regionaal samengewerkt worden om gezamenlijk betaalbare en duurzame warmte uit de Rotterdamse haven via het transportnetwerk (WarmtelinQ+) te kunnen gaan benutten, hiervoor is incidenteel €900.000 vrijgespeeld vanuit de gereserveerde middelen voor de energietransitie. Verder wordt gewerkt aan het verduurzamen van gemeentelijk vastgoed en wordt advies gegeven voor het verduurzamen van monumenten. Reserveringen: Er is een reservering beschikbaar voor kapitaallasten energietransitie, waarmee een investering van € 20 miljoen gerealiseerd kan worden. Investeringen: Bij de wijkvervangingsprojecten wordt rekening gehouden met mogelijk toekomstige aanleg van een warmtetransportleiding. Gemeentelijk vastgoed wordt verduurzaamd en mogelijke investeringen op het gebied van de energietransitie. Ambities: De jaarlijkse uitwerking van de Uitvoeringsagenda is opgesteld binnen de reeds vastgestelde financiële kaders van het FPDS.

Wel zijn er enkele aandachtspunten die in de toekomst mogelijk tot nieuwe dekkingsbehoefte gaan leiden. Dit zijn onder andere: - De steeds groter wordende projecten in de energietransitie en de bekostiging van plankosten. Denk hierbij aan projecten als: o Verschillende wijkaanpakken t.b.v. het aardgasvrij maken; o Aanleg warmterotonde op Leids grondgebied; o Inpassing nieuwe grootschalige elektriciteitsvoorziening. 16

-

-

-

Om de energietransitie in de gebouwde omgeving haalbaar en betaalbaar voor de eindgebruiker te houden, wordt er landelijk gezien op dit moment nog een groot beroep op subsidies gedaan. Deze subsidies zijn nog niet op grote schaal ontwikkeld en het tempo dat gemaakt kan worden met de grootschalige uitvoering van de energietransitie is dus erg afhankelijk van het verkrijgen van deze subsidies. Er zijn echter ook gemeenten die zelf een sterkere positie op het gebied van financiering van onrendabele toppen (bijvoorbeeld in ontwikkeling van warmtenetten in wijken) innemen. Deze mogelijkheid en rolneming is op dit moment voor Leiden nog niet aan de orde. De komst van een regionale warmtetransportleiding en de ontwikkeling van grootschalige geothermiebronnen wordt dit jaar verder uitgewerkt. Op dit moment wordt er niet meer gesproken over een gegarandeerde afzet van warmte van de regiogemeenten. Waar wel aan wordt gedacht, en dit wordt in het tweede kwartaal van 2021 verder uitgewerkt en ter besluitvorming aan de gemeenteraad (in de zes gemeenten uit de Leidse regio) voorgelegd, is de vorming van een regionaal investeringsfonds voor de ontwikkeling van (boven-)lokale distributie- en transportleidingen. Vanaf 2022 lopen de gemeentelijke uitvoeringsbudgetten energietransitie terug, de verwachting is dat dit door het Rijk gecompenseerd wordt.

In een recent uitgebracht advies van de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) wordt gesproken over een toekenning van uitvoeringsmiddelen. De exacte hoogte van dit bedrag is op dit moment nog niet duidelijk (zie pagina 4).

17

5.

Klimaatadaptatie en biodiverse vergroening

Doelen klimaatadaptatie en biodiverse vergroening Met de vaststelling van het uitvoeringsprogramma 2020-2023 is de ambitie voor deze opgave bepaald: in 2050 is Leiden een klimaatbestendige stad, is de stad zichtbaar groener geworden en is de biodiversiteit vergroot. De ambities om de stad te vergroenen, de biodiversiteit te vergroten en de gevolgen van de klimaatverandering te beperken, kennen veel samenhang en kunnen niet los van elkaar worden gezien. Klimaatverandering zorgt voor nieuwe uitdagingen in de stad. Om de stad leefbaar en aantrekkelijk te houden en voor te bereiden op de toekomst moet Leiden zich aanpassen aan deze veranderingen. Klimaatadaptatie betekent het aanpassen van de leefomgeving aan extremere weersomstandigheden Er zijn vaker weersextremen zoals langdurige droogte, langere perioden van hitte en hoosbuien. Doordat er hevige buien vallen, kunnen riolen overstromen en in het ergste geval kan water huizen en gebouwen binnen stromen. Door het toevoegen van groen en bomen in de stad, kan water makkelijker infiltreren in de bodem waardoor dit risico wordt verminderd. Bovendien kan het toevoegen van groen en bomen ook hittestress voorkomen. Door een toenemend aantal warme dagen en nachten kan hittestress ontstaan. Dit heeft een negatief effect op de gezondheid van mensen, en bomen en planten.

Een natuurrijke leefomgeving heeft talloze positieve effecten, ook op het leven in de stad. Een groene stad is een gezonde stad met schone lucht, genoeg verkoeling en een groter woongenot. Het nodigt uit tot ontmoeting en beweging. Groen draagt ook bij aan onze economie. Zo verhoogt het de huizenwaarde, onze arbeidsproductiviteit en misschien nog wel het belangrijkste: ons werkplezier. En natuurlijk is de natuur belangrijk voor het bereiken van onze duurzaamheidsdoelen. Vergroening sluit goed aan bij het streven naar een veilige, gezonde en aantrekkelijke leefomgeving. Met de doelen voor klimaatadaptatie en biodivers vergroenen draagt Leiden bij aan verschillende Global Goals van de Verenigde Naties. De voornaamste daarvan is doel 11: Duurzame steden en gemeenschappen. Ook wordt bijgedragen aan doel 13 en 15 (Klimaatactie; Leven op het land).

Actualisatie 2021 De ambitie van Leiden om in 2050 klimaatbestendige, zichtbaar groener en meer biodivers te zijn sluit aan op de Deltabeslissing Ruimtelijke Adaptatie, waarin als doel is gesteld dat Nederland in 2050 zo goed mogelijk klimaatbestendig is ingericht voor wateroverlast, droogte, hitte en overstromingen. Nederland, en zeker Leiden als dichtbebouwde stad, heeft daarmee een flinke opgave. Het komt aan op goede timing en samenhang van maatregelen, op samenwerking met de stad en op effectieve inzet van de beschikbare middelen. Hoe we dat doen staat in het uitvoeringsprogramma. Hier zijn de doelen om de ambitie te concretiseren gekoppeld aan verschillende inspanningen. 18

Een goed voorbeeld van de Leidse aanpak is het programma van wijkvervangingen, waarbij we de komende jaren 6 wijken integraal voorbereiden op een klimaatbestendige toekomst. Deze wijken, met een gezamenlijke omvang van ca. 540.000 m², oftewel 80 voetbalvelden zijn straks beter voorbereid voor een toekomst waarbij het vaker hard regent en er langdurige hete periodes zijn. De riolering wordt vernieuwd en voorzien van gescheiden afvoer van afval- en hemelwater; we reserveren ondergronds ruimte voor de energietransitie; we voegen groen toe en doen dat met slimme keuzes ter versterking van de biodiversiteit; we hergebruiken zo veel mogelijk verhardingsmaterialen; we faciliteren duurzame mobiliteitsvormen. De eerste kader- en uitvoeringsbesluiten voor deze wijken zijn genomen. In het Noorderkwartier Oost is ook de uitvoering van de eerste fase al gestart. In het voorjaar starten we ook met de uitvoering in Houtkwartier Oost. In het FPDS is voor deze projecten rekening gehouden met de geraamde investeringsbudgetten voor klimaat adaptieve inrichting, herinrichting openbare ruimte (materialen) en ruimtereservering warmtenet. Het aanpassen van de stad aan het veranderende klimaat is een nieuwe opgave.

Met de eerste projecten en wijken doen we ervaring op, maar om dit toe te passen in de gehele stad, is nog meer kennis nodig over de effecten, mogelijke oplossingen en financiële betekenis voor projecten. De eerste projecten gaan we dit jaar evalueren, zodat we inhoudelijke en financiële lessen kunnen trekken voor volgende projecten gericht op implementatie van klimaatadaptieve maatregelen. Het komende jaar verwachten we de volgende besluiten:

Wijk Noorderkwartier Oost Gasthuiswijk en Haagweg Zuid Professorenwijk Oost Houtkwartier Oost Vogelwijk en Raadsherenbuurt Hoge Mors

Kaderbesluit RV 19.0056 RV 19.0122 RV 20.0025 RV 20.0026 RV 20.0028 Q2 2021

Uitvoeringsbesluit (Fase 1) RV 20.0013 Q2 2021 Q2 2021 RV 20.0149 Q4 2021

Uitvoeringsbesluit (Fase 2) Q3 2021

Versnelling in vergroening van de stad is mogelijk door de versteende locaties uit de Groene Kansenkaart te vergroenen. In 2019 is met RV 19.0042 de Groene Kansenkaart vastgesteld. In deze nota is een aantal locaties in de stad benoemd die nu sterk zijn versteend en die we de komende jaren vergroenen. De eerste 12 locaties zijn inmiddels vergroend en komend jaar worden samen met bewoners nog meer ontwerpen gemaakt en aangelegd. Om deze 41 locaties te kunnen vergroenen zijn de kosten vanaf 2020 opgenomen in het FPDS. Hiervoor is in totaal € 3,5 miljoen opgenomen. Om de gevolgen van klimaatverandering aan te pakken, hebben we iedereen nodig. De helft van het grondgebied van Leiden is namelijk particulier eigendom. Als gemeente vragen we daarom ook aan inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties om samen te werken aan een klimaatbestendige stad. Hiervoor voeren we het komende jaar diverse klimaatgesprekken, hebben we afspraken gemaakt met de corporaties in de prestatieafspraken, voeren we een pilot uit op het bedrijventerrein Roomburg en stimuleren we bewoners om geveltuintjes aan te leggen en hun daken en tuinen te vergroenen.

19

Inzet reserve duurzame stad Reserve duurzame stad

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Dotatie: Dotatie Integraal Waterketenplan

533.178

511.233

489.287

489.287

489.287

489.287

Kredieten (kapitaallasten begroot): Klimaatadaptatie

-

102.367

179.466

552.870

614.701

935.648

410.000 75.000 180.000 80.000 50.000

280.000 75.000

230.000

184.700

184.700

184.700

55.000

55.000

30.000

30.000

30.000

2021

2022

2023

2024

1.181.288

1.927.332

3.035.701

1.136.190

839.230

8.119.741

1.550.118

2.122.500 -

5.419.175 628.190

2.085.838 952.506

2.085.838 -

11.713.350 3.130.814

Exploitatie FPDS Klimaatadaptatie Klimaatadaptatie - groene daken subsidie Klimaatadaptatie - projecten Biodiversiteit Samen aan de Slag

kredieten FPDS2021 Wijkvervangingen - klimaatadaptieve maatregelen Wijkvervangingen - Vervangen materiaal openbare ruimte Groenekansenkaart

2025

Totaal

Klimaatadaptatie: Naast de klimaatgesprekken die volgen op de stresstest, doen we diverse onderzoeken om meer inzicht te krijgen in de gevolgen van klimaatverandering en de maatregelen die we kunnen nemen. We vragen ook andere partijen in de stad om hun verantwoordelijkheid te nemen. In aanvulling op de initiatieven van Samen aan de Slag voor de openbare ruimte, stimuleren we het vergroenen van tuinen en balkons met het Jaar van de Tuin en we hebben de subsidie voor groene daken verlengd voor 2021 en 2022. Bij bedrijventerrein Roomburg loopt een pilot om samen met de ondernemers het terrein klimaatbestendig in te richten, zowel de openbare ruimte als het private terrein. Als “showmodel” zullen er bij DZB en in de openbare ruimte klimaatadaptieve maatregelen worden toegepast. Voor koppelkansen met lopende projecten welke natuur inclusief en/of klimaatadaptief ingericht kunnen worden is een incidenteel budget van 350.000 euro gereserveerd (2020 en 2021), zoals afgelopen jaar het Lakenpark en de aanleg van groene daken op lastige locaties in het kader van het Jaar van het Dak Biodiversiteit: Om invulling te geven aan de ambities op biodiversiteit heeft de stadsecoloog in 2019 een breed advies gegeven voor verbetering van de biodiversiteit in Leiden (Ecologische kansen in de gemeente Leiden, investeren in een basiskwaliteit natuur, november 2019).

Middelen uit het FPDS worden ingezet om een deel van deze ambities uit te voeren. Inmiddels maaien we al 160.000 m2 gazon in de stad op een andere manier, waardoor er een betere leefomgeving ontstaat voor plant en dier. Komend jaar gaan we verder met het versterken van de groene structuren voor bijen en andere bestuivers en er worden stappen gezet om Park Matilo dit jaar te kunnen uitroepen tot insectenreservaat. Daarnaast loopt er een onderzoek naar welke locaties binnen de gemeente kansrijk zijn voor de omvorming van beschoeide walkanten naar natuurvriendelijke oevers. Onderzoek naar de verbetering van specifieke locaties ten gunste van grondgebonden fauna wordt later dit jaar opgestart. In het kader van het Europese Onderzoeksproject BiodiverCities wordt in 2021 samen met Naturalis, de Universiteit Leiden en corporaties onderzocht hoe we samen met de bewoners gazons rondom portiekflats kunnen omzetten naar een ecologische inrichting. De ervaring die we hier op doen gebruiken we bij de wijkvervangingsprojecten en andere locaties in de stad. Ambities: De extra maatregelen voor de eerste wijken zijn vastgesteld binnen de financiële kaders van het FPDS. Om klimaatadaptatie en vergroening in de toekomst in meer projecten en wijken mee te kunnen nemen zal extra dekkingsbehoefte zijn. Op basis van ervaring zal hier de komende jaren steeds meer inzicht in ontstaan. 20

6.

Circulaire economie en afval

Doelen circulaire economie en afval Nederland streeft naar een circulaire economie in 2050. Leiden werkt aan ditzelfde doel. Dat betekent echter niet dat Leiden zelfvoorzienend hoeft te worden: ook in 2050 zullen nog steeds grondstofstromen Leiden (en de Leidse regio) in en uit lopen. Het betekent wel dat inwoners, bedrijven en organisaties volgens circulaire principes zullen moeten kopen, produceren, gebruiken en aanbieden voor hergebruik. Dit is een grote verandering in de manier waarop we leven en werken. Een overheid kan deze transitie echter niet van bovenaf aansturen of opleggen. Veranderingen zijn een samenspel van sturing door de verschillende overheden, innovaties bij bedrijven en maatschappelijk draagvlak. Om dit goed van de grond te krijgen is samenwerking en goede communicatie van groot belang. De circulaire economie bevindt zich nog in de beginfase, waardoor komende jaren relatief weinig effecten van meetbaar zullen zijn. De inzet van de gemeente is in eerste instantie gericht op het leggen van de basis in de breedste zin van het woord: door middel van bewustwording, communiceren en het verzilveren van kansen, met name binnen de eigen invloedssfeer. We doen eerste ervaringen op en verkennen de mogelijkheden voor de volgende fase: vanaf grofweg 2023 is te verwachten dat we grootschaliger ervaringen kunnen opdoen en kunnen beginnen te sturen.

Nog verder richting 2030 is de verwachting dat experimenten omgezet kunnen worden naar beleid waarmee niet alleen de pioniers, maar ook de voorlopers bereikt kunnen worden. In de inhoudelijke focus voor circulaire economie zal naar verwachting tot 2030 de bouw een belangrijk thema blijven. Ook het stimuleren van circulariteit in bedrijfsmodellen, wat leidt tot het verwaarden van materiaalstromen, zal relevant blijven. Hoe we als organisatie verder gaan met maatschappelijk verantwoord inkopen (MVI) zal gedurende 2021 blijken, maar er wordt naar gestreefd om het proces van MVI in 2023 zodanig geïmplementeerd te hebben dat hier geen aanvullende inzet op nodig is. Afvalbeleid tenslotte zal altijd een thema blijven dat wellicht in de toekomst nog explicieter verbonden wordt aan de doelstellingen van een circulaire economie. . Met de doelen voor circulaire economie en afval wordt bijgedragen aan verschillende Global Goals van de Verenigde Naties. De voornaamste daarvan is doel 12: Verantwoorde consumptie en productie.

Actualisatie 2021 Sinds april 2019 wordt middels de opgave circulaire economie extra invulling en coördinatie gegeven aan het thema. Dat heeft in 2020 geleid tot vaststelling van bijvoorbeeld de kaderstellende strategie, een uitvoeringsprogramma en de subsidieregeling Circulair Verwaarden. Een selectie uit de hoogtepunten van 2020:

21

-

Vaststelling kaderstellend beleid In 2020 is een groot deel van het beleidskader voor circulaire economie vastgesteld: de strategie 2020-2023, het uitvoeringsprogramma voor de jaren 2020-2021, en de subsidieregeling Circulair Verwaarden. Hiermee is een belangrijke basis gelegd voor de uitvoering.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10248290/1