CConstaterende datLeiden
Koppel je AI →
Document · PDF

210067 Bijlage 1. Kaderbrief 2021-2025

raadscommissie Stedelijke Ontwikkeling 6 juli 2021, gemeente LeidenBij agendapunt: Bijlagen36.006 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Foto: Simone Both

Kaderbrief 2021-2025

Kaderbrief 2021-2025 Versie: 2.0.0.0.0.0

Inhoudsopgave 1 Voorwoord

3

2 Financiële samenvatting

7

3 Inleidende hoofdstukken 13 3.1 Financieel perspectief “Duurzame stad” 13 3.2 Inleiding en financieel perspectief sociaal domein: iedereen telt mee en doet mee 16 4 Kaders programma's 4.1 Bestuur en dienstverlening 4.2 Veiligheid 4.3 Economie 4.4 Bereikbaarheid 4.5 Omgevingskwaliteit 4.6 Stedelijke ontwikkeling 4.7 Jeugd en onderwijs 4.8 Cultuur, sport en recreatie 4.9 Maatschappelijke ondersteuning 4.10 Werk en inkomen 4.11 Algemene dekkingsmiddelen, overhead, Vpb en onvoorzien

21 22 26 30 34 42 52 60 64 70 76 80

5 Uitgangspunten meerjarenbegroting 5.1 Algemene uitgangspunten 5.2 Loon-, prijs- en ontwikkeling lokale heffingen 5.3 Ontwikkeling areaal 5.4 Ontwikkeling algemene uitkering Gemeentefonds 5.5 Ontwikkeling kapitaallasten en schuldquote

87 87 88 89 90 92

6 Bijlagen 6.1 Totaaloverzicht autonoom 6.2 Totaaloverzicht mee- en tegenvallers 6.3 Totaaloverzicht nieuw beleid 6.4 Totaaloverzicht bijsturing 6.5 Totaaloverzicht budgettair neutraal 6.6 Totaaloverzicht per programma 6.7 Reserve Parkeren (auto en fiets)

95 95 96 99 100 101 104 111

| 1

2 |

Hoofdstuk 1 1 Voorwoord Deze kaderbrief komt uit op een moment dat we weer perspectief zien: elke dag krijgen honderden Leidenaren een vaccin tegen corona. Wekelijks worden honderdduizenden mensen in Nederland gevaccineerd. En hetzelfde geldt voor miljoenen andere Europeanen. De drukte op intensive care-afdelingen van ziekenhuizen neemt af. En dat heeft grote betekenis. Coronabeperkingen kunnen steeds meer worden opgeheven. Middelbare scholen ontvangen weer elke dag alle leerlingen in de klas. Studenten kunnen weer naar college. We kunnen thuis weer meer vrienden en familie verwelkomen. De horeca kan steeds meer gasten ontvangen. De cultuursector is aan het heropenen. En daar hebben we met z’n allen lang naar uitgekeken. In hoog tempo verschuift ons perspectief van "omgaan met corona" naar "herstel na corona". Vele Leidenaren hebben zich ervoor ingezet dat we samen de coronaperiode goed doorkwamen. Nu zetten we erop in dat we samen sterker terugveren uit de coronacrisis. In deze inleiding op de kaderbrief gaan we dieper in het op het perspectief op herstel. Met investeringen in duurzame verstedelijking blijven we bijdragen aan de brede welvaart van huidige en toekomstige generaties. We houden vast aan ons beleid voor het sociaal domein (inclusief het financiële "hek").

Dat beleid biedt een vangnet voor wie dat nodig heeft, en het ‘hek’ draagt eraan bij dat we voorzieningen buiten het sociaal domein, zoals cultuur- en sportvoorzieningen en groenonderhoud, op niveau in stand kunnen houden. Verder gaan we uiterst terughoudend om met nieuw beleid – inmiddels een goede Leidse gewoonte voor in de laatste kaderbrief voor een verkiezingsjaar. Tijdens de samenstelling van deze kaderbrief hadden we te maken met een belangrijk onzekere factor: de hoogte van extra tegemoetkomingen en bijdragen die gemeenten gaan ontvangen van de rijksoverheid. Een arbitragecommissie stelde gemeenten in het gelijk en concludeerde dat er in de jeugdzorg komende jaren miljarden bij moeten. Inmiddels weten we dat het kabinet voor 2022 1,3 miljard euro extra beschikbaar stelt, boven op de 300 miljoen euro die het kabinet al eerder had uitgetrokken. Deze beslissing is genomen nadat het college deze kaderbrief opstelde; daarom is dit extra bedrag hierin nog niet meegenomen. Een nieuw kabinet moet uitsluitsel geven over een oplossing voor na 2022. Ook andere financiële besluiten (herziening gemeentefonds, afschaffing opschalingskorting) worden doorgeschoven naar het volgende kabinet. Een extra complicatie voor Leiden is dat ons inwonertal afgelopen jaar met circa 1000 is afgenomen, terwijl we in de vorige kaderbrief nog uitgingen van een toename van 2000 inwoners.

Hierdoor daalt direct onze uitkering uit het gemeentefonds. De bevolkingsafname komt vooral doordat het aantal internationale studenten en andere "internationals" fors is afgenomen door corona. We verwachten echter dat dit hoofdzakelijk een tijdelijke afname is die zich weer zal herstellen. Ook menen we dat het inwonertal ook vanwege woningbouw verder zal toenemen. In 2023 en 2024 worden enkele duizenden nieuwe woningen opgeleverd. Ondanks de financiële onzekerheid uit "Den Haag" en de lagere uitkering uit het gemeentefonds is het gelukt in de kaderbrief een sluitende meerjarenbegroting op te nemen, zonder extra bezuinigingen. Juist nu is dat van belang. Iedereen moet kunnen meedelen in het herstel. Ook kunnen we belangrijke investeringen in zaken als woningbouw, verduurzaming en de verschuiving naar schone mobiliteit voortzetten zoals we eerder hadden gepland. Dat is zowel voor de economie als voor de leefbaarheid van de stad van belang. We blijven hiermee werken aan een groener, gezonder en duurzamer Leiden; een aantrekkelijke stad voor iedereen. Duurzame verstedelijking In de afgelopen jaren hebben we veel structureel investeringsgeld vrijgemaakt voor woningbouw, energietransitie, circulaire economie, klimaatadaptatie, vergroening, biodiversiteit en de overgang naar schone vormen van mobiliteit, via het Financieel Perspectief Duurzame Stad (FPDS).

Deze kunnen we met deze kaderbrief blijven voortzetten. Hetzelfde geldt voor het Integraal huisvestingsplan Onderwijs. Veel van de investeringen uit het FPDS worden in de jaren 2022 tot en met 2024 opgeleverd. In deze kaderbrief hebben we bovendien budget opgenomen voor de overgang naar emissievrije stadslogistiek in de binnenstad en het Stationsgebied, vanaf 2025. In deze raadsperiode werken we niet alleen aan een groener, gezonder en duurzamer Leiden, maar ook aan een stad met meer betaalbare woningen. Zo houden we de stad voor iedereen toegankelijk en leefbaar. Bevolkings- en woningbehoefteprognoses uit de periode 2016-2018 wezen uit dat Leiden tot 2030 behoefte had

Voorwoord | 3

aan circa 8.500 extra woningen, met een nadruk op sociale huur en het middensegment. Het is onze ambitie dat die woningen er gaan komen. Alleen daarmee kunnen we een betaalbare en toegankelijke stad blijven. We werken daarom aan realisatie van allerlei projecten en gebiedsontwikkelingen in de stad, onder meer langs de Plesmanlaan, de Vondellaan, in het Stationsgebied, langs de Schipholweg, rondom de Willem de Zwijgerlaan, in de Lammenschansdriehoek, langs de Zoeterwoudseweg en in Zuidwest. Met een vernieuwde Omgevingsvisie, die de gemeenteraad na de zomer zal bespreken, kijken we bovendien vooruit naar de verdere ontwikkeling van de stad. We zien dat de inzet op duurzame verstedelijking dikwijls tot discussie leidt en soms zelfs tot onrust, bijvoorbeeld bij grotere woningbouwprojecten. Voor ons kan dat geen reden zijn om van duurzame verstedelijking af te zien; de realisatie van voldoende en betaalbare woningen is net als de vergroening en verduurzaming van de stad essentieel voor de brede welvaart van huidige en toekomstige bewoners. Tegelijkertijd zijn we ons goed bewust van het feit dat zorgvuldige communicatie en participatie bijdraagt aan duidelijkheid, betrokkenheid en wederzijds begrip.

Een belangrijke ontwikkeling voor onze stad en regio betreft de OV-knoop Leiden Centraal, die we samen met de rijksoverheid en provincie willen ontwikkelen conform de visie "Leiden verbindt". Hiermee verbeteren we niet alleen de verbinding tussen binnenstad en Bio Science Park, we maken ook verdere verstedelijking mogelijk en we ondersteunen hiermee de verschuiving naar duurzame mobiliteit. In het FPDS hebben we geld beschikbaar voor onderzoek met de medeoverheden naar ontwikkeling van de OV-knoop. De komende periode zullen rijk, provincie en gemeente een gezamenlijk besluit moeten nemen over de benodigde investeringen en de financiering daarvan. De komende jaren zullen we voorstellen doen voor het gemeentelijke aandeel daarin. Behalve aan investeringen blijven we vanzelfsprekend ook aandacht geven aan onderhoud en beheer. We doen geen concessies aan de kwaliteit van de buitenruimte. In de coronaperiode hebben we gezien hoe belangrijk die is. Op een aantal plekken hebben we de budgetten voor onderhoud en beheer structureel verhoogd, zowel voor objecten in de openbare ruimte als voor gemeentelijk vastgoed. Sociale stad Juist in deze periode is het belangrijk te blijven investeren in mensen. We willen dat álle Leidenaren meedelen en meedoen in het herstel na corona. Oók de Leidenaren voor wie dat minder vanzelfsprekend is.

In deze kaderbrief maken we daarom geld vrij voor de Leidse "inclusieagenda". Deze agenda bevat gerichte maatregelen om uitsluiting, achterstelling en discriminatie tegen te gaan. Deze zijn gericht op de arbeidsmarkt, maar ook op toegankelijkheid van voorzieningen en de openbare ruimte en op gelijke toegang tot onderwijs. Verder benutten we in ons herstelbeleid ons nieuwe social impact team. Dit helpt ons om te prioriteren: we richten de steun op de mensen die het zwaarst door de crisis zijn getroffen. Niet zelden zijn dat kinderen en jongeren die opgroeien in huishoudens met armoede of andere achterstanden. We blijven in onze aanpak daarom ook intensief samenwerken met scholen en andere partijen die bijdragen aan jeugdparticipatie. Tegelijkertijd willen we dat Leiden over een goed stadsklimaat blijft beschikken, met een breed aanbod aan voorzieningen op het gebied van sport, cultuur, recreatie enzovoort. Zulke voorzieningen horen net zo bij een sociale stad als individuele en collectieve voorzieningen in Wmo, Jeugdhulp en Participatiewet. Het financiële "hek" rondom het sociaal domein helpt om beide doelen te bereiken. Aan het begin van deze collegeperiode hebben we een groot bedrag in een reserve voor het sociaal domein apart gezet (circa 15 miljoen euro). Dat was nodig ook. Tekortschietende bijdragen van de rijksoverheid maakten dat deze reserve voortijdig uitgeput was.

Ondertussen werkten we door aan uitvoering van een nieuwe visie op het sociaal domein. De "Sterke sociale basis", die sinds juli vorig jaar wordt geboden door Incluzio, Buzz en SOL, vormt hierin het welzijnsfundament. Door inzet van veel extra middelen en door bijsturing lukt het nog om financieel rond te komen binnen het financiële "hek" rondom het sociaal domein. Gemeenten krijgen onvoldoende budget, terwijl we de kosten van uitvoering van openeinderegelingen niet of nauwelijks kunnen beïnvloeden. In de meerjarenbegroting hebben we nog steeds een forse taakstelling staan (€ 6,9 miljoen). Gelukkig is er nu eindelijk zicht op extra bijdragen voor het sociaal domein (in ieder geval voor 2022), dankzij de arbitrage over de jeugdhulp. In afwachting van een structurele oplossing voegen we nu geen extra geld toe aan het sociaal domein. Wel hebben we in de meerjarenbegroting een behoedzaamheidsmarge opgenomen, net als in vorige jaren. In 2025 verhogen we deze met € 2,2 miljoen, zodat de omvang overeenkomt met de resterende taakstelling binnen het "hek". Als we in de komende jaren van de rijksoverheid extra geld krijgen voor het sociaal domein, kunnen we daarmee de taakstelling binnen het "hek" verlagen. Mocht de nood aan de man komen, dan biedt de opgenomen behoedzaamheidsmarge soelaas om ongewenste bezuinigingen te voorkomen.

We laten niemand vallen, zoals dat een sociale stad betaamt.

4 | Voorwoord

Kennis, economie, cultuur en ondernemerschap We constateerden het al bij de programmabegroting van afgelopen jaar: de pijlers ‘Internationale kennis’ en ‘Historische cultuur’ bieden een sterke uitgangspositie om als stad sterker terug te veren uit deze crisis. De visie ‘Leiden, Stad van Ontdekkingen’ geeft richting aan de samenwerking tussen de gemeente en partners, zoals de Universiteit Leiden, andere kennisinstellingen, bedrijven, instellingen en groepen bewoners. De focus op kennis heeft ons veel gebracht; de recente successen met innovaties als de vaccinontwikkeling in Leiden zijn daarvan een sprekend voorbeeld. Voor ondersteuning van Leidse sectoren die zwaar door corona zijn getroffen, zoals horeca en cultuur, zetten we de lijn voort die we een jaar geleden hebben ingezet. Hier horen maatregelen bij zoals verruiming van terrassen en het faciliteren van een ruimere opzet van de woensdag- en zaterdagmarkt. De verantwoordelijkheid voor financiële ondersteuning van bedrijven en culturele instellingen die te lijden hebben onder de coronacrisis ligt in eerste instantie bij de rijksoverheid. Wel is het soms mogelijk iets extra’s te doen. Het Leids stimuleringsfonds is daarvan een voorbeeld. Met dit in 2020 opgerichte fonds ondersteunen we samen met het bedrijfsleven samenwerkingsinitiatieven van ondernemers die gericht zijn op versterking van de Leidse economie.

Ook stellen we voor om in 2021 en 2022 twee maal € 350.000 beschikbaar te stellen om culturele instellingen te ondersteunen in hun huisvestingslasten. De huidige bijzondere omstandigheden (corona, uitblijven van financiële zekerheid vanuit "Den Haag") maken dat we op dit moment in de kaderbrief geen structurele dekking kunnen opnemen voor activiteiten die tijdelijk gefinancierd zijn. Voorbeelden hiervan zijn het programma Leiden Kennisstad, deelname aan Economie071, structurele subsidie voor Leiden Bio Science Park, het gebiedsmanagement voor de ontwikkeling naar een innovatiedistrict LBSP, budget voor uitvoering van woonbeleid, continuering van inzet cultuurcoaches, continuering van het Leids Mediafonds en inzet van het zogenoemde Preventie interventie team. Wanneer de financiële situatie dat toelaat, kunnen we bepalen welke activiteiten alsnog voor financiering in aanmerking komen en welk bedrag we daarvoor uittrekken. Organisatie en financiën Afgelopen jaar hebben veel medewerkers van de gemeente zich buitengewoon ingezet om telkens in te spelen op veranderende omstandigheden. In de jaarrekening hebben we daarvoor onze dank uitgesproken. In intensief overleg met betrokkenen in de stad hebben we telkens naar passende oplossingen gezocht voor beperkingen die voortkwamen uit de coronabestrijding.

Ondanks deze grote inzet zijn er ook allerlei activiteiten die in 2020 (nog) geen doorgang kon vinden of die slechts gedeeltelijk uitgevoerd konden worden. In het bestemmingsvoorstel bij de jaarrekening wordt voorgesteld om budgetten met een omvang van € 7,3 miljoen over te hevelen naar 2021, zodat activiteiten dit jaar alsnog uitgevoerd kunnen worden. Het omvat onder meer budgetten voor crisisdienstverlening in de bestrijding van werkloosheid, re-integratie van onder andere jongeren en statushouders, schuldenbeleid, inburgering, re-integratie van jongeren en statushouders, landelijke aanpak dak- en thuislozen, coronasteun cultuursector en internationaal georiënteerd basisonderwijs (IGBO). Om Leiden goed van dienst te kunnen zijn, hebben we een kwalitatief sterke ambtelijke organisatie nodig, die werkt vanuit de opgaven in de stad en die flexibel en wendbaar kan meebewegen met politieke prioriteiten. Ontwikkeling, onderhoud en beheer van zo een dynamische stad vergt veel van onze organisatie. Voor uitvoering van alle taken is meer ambtelijke capaciteit nodig dan wij nu hebben. In overleg met het directieteam hebben wij besloten te voorzien in 50% van de extra benodigde ambtelijke capaciteit, en om voor de overige 50% onszelf te beperken in beleidsambities. Dit laatste werken we verder uit in aanloop naar de programmabegroting.

Dit kan betekenen dat we bepaalde activiteiten uitstellen, met lagere intensiteit uitvoeren of zelfs beëindigen. Dit kan ook gevolgen hebben voor ambities die de raad heeft uitgesproken; daarover gaan wij graag met u in gesprek tijdens de behandeling van de programmabegroting. Daarnaast stellen we extra geld beschikbaar voor capaciteit bij Servicepunt71 om knelpunten in de bedrijfsvoering te verhelpen. Ook in de komende jaren blijft het belang om wendbaar te blijven en voldoende capaciteit en de juiste competenties in huis te hebben. Dat geldt ook voor nieuwe uitdagingen: we worden verantwoordelijk voor uitvoering van de Omgevingswet (vanaf 1 juli 2022) en voor taken in (inter)nationale duurzaamheidsopgaven zoals de energietransitie. Hiervoor is bekostiging nodig; in de VNG-lobby bij het rijk is dit een belangrijk aandachtspunt. De vele investeringen van de komende jaren leiden tot een hogere schuldquote in het gemeentelijke huishoudboekje. "Behoedzaam begroten" is hierbij ons devies. In de berekening van jaarlijkse kapitaallasten bij deze investeringen gaan we uit van een rekenrente van 3%. In de praktijk leent de gemeente nu echter tegen een tarief van gemiddeld 0,5%. Dit verschaft ons een buffer die met 2,5% aanzienlijk ruimer is dan bij veel andere steden.

Voorwoord | 5

Tot slot, Wij zijn trots op de ontwikkelingen die Leiden doormaakt, en op de inzet van Leidenaren om elkaar door de zware coronaperiode heen te helpen. We kijken verlangend uit naar het moment waarop we alle beperkende coronamaatregelen achter ons kunnen laten. Ondertussen blijven we met vereende krachten doorwerken aan een mooie toekomst met brede welvaart en welzijn voor al onze inwoners. De meerjarenbegroting in deze kaderbrief vormt daarvoor het financiële fundament. Daarover gaan we graag in gesprek met de gemeenteraad, waarvoor we – hopelijk – weer fysiek bijeen kunnen komen, als opmaat naar een mooie zomer van herstel na corona.

6 | Voorwoord

Hoofdstuk 2 2 Financiële samenvatting Deze kaderbrief geeft een update van de lopende begroting 2021 en schetst de financiële kaders voor de periode 2022-2025. Ook nu zorgen we ervoor dat ons investeringsprogramma en voorzieningenniveau in de stad op peil blijven. Dit geeft de stad een goede basis om de coronacrisis uit te komen. Het financiële hek rond het sociaal domein helpt hierbij om scherp te blijven sturen op de financiën van het sociaal domein en onze investeringen in de stad te kunnen blijven uitvoeren. In deze paragraaf gaan we in op de uitgangspunten die we hebben gehanteerd, het uiteindelijke financiële beeld en de ontwikkeling van de financiële positie. 2.1. Context en uitgangspunten Deze kaderbrief is opgesteld binnen een onzekere context. Hoewel het vertrekpunt een sluitende programmabegroting 2021 is, staat de financiële positie op onderdelen onder druk. Daarnaast spelen buiten de directe invloedssfeer van de gemeente meerdere onzekerheden maar liggen er ook kansen. Dit hebben we in de onderstaande SWOT-analyse gevisualiseerd: SWOT-analyse structureel evenwicht en financiële positie Voordelig

Nadelig

Intern

1. Vorige Programmabegroting 2020-2024 over geheel structureel sluitend 2. Structurele behoedzaamheidsruimte (€ 4,5 mln.) 3. Behoudende renteverwachting op nieuwe geldleningen (3% in 2025) 4. Met geactualiseerde MJOP’s nu goede informatie lasten / liquiditeitsvraag vervangingsinvesteringen en groot onderhoud. 5. Het weerstandsvermogen is op orde voor opvangen incidentele schommelingen.

1. Nog niet toebedeelde taakstelling sociaal domein (€ 4,7 mln.) 2. In begroting toebedeelde taakstellingen waarvan realisatie risico is (Jeugdhulp, formatie SO / Veiligheid, aanmelding SP71 enz.) 3. Ruimte inkomstenkant is beperkt (heffingen kostendekkend, OZB niet-woningen op-1-na hoogste van Nederland, woonlasten iets bovengemiddeld, leges niet geheel kostendekkend). 4. Op termijn hoge schuldpositie = evenwicht op lange termijn is relatief kwetsbaar voor rentestijgingen. 5. Meerdere huidige activiteiten zijn structureel gewenst maar incidenteel gedekt. 6. Gesloten systemen maken de begroting inflexibel.

Extern

1. Eerste uitkomsten herijking gemeentefonds pakken voor Leiden structureel voordelig uit (+/- € 5 mln. voordelig o.b.v. 2017); 2. Bij kabinetsonderhandelingen ligt financiële problematiek gemeenten op tafel. In ieder geval voor jeugdhulp op lange termijn al aankondiging van fundamentele keuzes ‘combinatie van maatregelen en structureel extra geld’; 3. In verschillende rapporten liggen waarschuwingen tegen ‘weeffouten’ als bij decentralisaties op tafel (Omgevingswet, Energietransitie etc.). 4. Het nieuwe kabinet zal mogelijk ook met nieuw uitgaven / prioriteiten komen (stimuleringspakket economie)

1. Veel discussie rondom herijking gemeentefonds vanuit nadeelgemeenten / ROB over gehanteerde uitgangspunten. Voorlopig voordeel zwakt mogelijk nog af; 2. Tragere woningproductie / demografische ontwikkeling zorgen op korte termijn voor lagere Algemene uitkering. 3. Steunmaatregelen tijdens corona-epidemie leiden mogelijk voor langere termijn tot rijksbezuinigingen om staatsschuld terug te brengen; 4. Stijging van bouwkosten, mede door stijging materiaalkosten, hetgeen hogere inschrijvingen bij aanbesteding van projecten kan opleveren.

Bij het opstellen van deze kaderbrief is rekening gehouden met deze context. De provinciaal toezichthouder geeft aan dat nog niet gerekend mag worden met een eventueel positief effect van de herijking van het Gemeentefonds. Ook de uitkomsten van de arbitrage tussen gemeenten en het rijk rondom de jeugdhulp en de uitkomsten van de kabinetsonderhandelingen (waarbij financiële problematiek van gemeenten prominent op tafel ligt) kunnen we nu nog niet als positieve ontwikkeling meenemen. Daarnaast is dit de laatste kaderbrief van dit college, waardoor we terughoudend zijn met het oppakken van nieuwe initiatieven. Op hoofdlijnen hebben we daarom onderstaande uitgangspunten gehanteerd: ■ We streven voor 2024-2025 naar een reëel en structureel begrotingsevenwicht . Het hek rond het sociaal domein houden we in stand door nieuwe tekorten in afwachting van de uitkomsten van de kabinetsonderhandelingen taakstellend op te nemen. Hiertegenover verhogen we echter ook de structurele behoedzaamheidsruimte. Zo blijft de begroting als geheel in 2024-2025 structureel sluitend. ■ Veel zaken zijn in de begroting nu structureel goed geregeld, zoals de verstedelijkingsopgave met het Financieel Perspectief Duurzame Stad en het Integraal Huisvestingsplan voor de onderwijshuisvesting.

In het verleden zijn daarnaast echter ook activiteiten die naar opvatting van het college in kern structureel van aard zijn, incidenteel van dekking voorzien. Verderop in deze paragraaf worden deze activiteiten toegelicht. Met deze Kaderbrief hebben we deze activiteiten tenminste tot en met 2022 gedekt. Gezien de financiële

Financiële samenvatting | 7

problematiek is het nu niet haalbaar om vanaf 2023 deze activiteiten van structurele dekking te voorzien. Dit zal moeten worden afgewogen als meer duidelijk is over het precieze financiële beeld voor de toekomst. ■ We zien in de stad diverse opgaven die we nu zouden willen oppakken, zoals het project duidelijke taal (verbetering dienstverlening aan laaggeletterden). Gezien de financiële problematiek hebben we er echter voor gekozen om geen nieuw beleid op te nemen, anders dan het voortzetten van lopende en urgente zaken. Dit betekent dus dat deze wensen geparkeerd worden totdat er meer duidelijkheid is over het financieel kader voor de toekomst. ■ Om de financiële problematiek in deze kaderbrief op te lossen, hebben we gekozen voor het bijsturen op ambities en het inzetten van de ruimte in reserves en onderuitputting in de begroting. Deze inzet van reserves draagt er wel aan bij dat de schuldpositie van de gemeente verder oploopt. Dit is te verantwoorden omdat hiermee het tijdelijk tekort in de eerste jaren wordt opgevangen, er nu geen ingrijpende maatregelen hoeven te worden genomen en de meerjarenbegroting in 2024 en 2025 structureel sluitend is. De uitkomsten van de meicirculaire van het Gemeentefonds en de extra incidentele middelen voor de Jeugdhulp in 2022 hebben we nog niet in de cijfers van deze kaderbrief kunnen verwerken.

Deze nemen we mee bij het opstellen van de Programmabegroting 2022. In een aparte collegebrief informeren we u hier verder over. 2.2. Financieel beeld Ten opzichte van het huidige meerjarenbeeld 2021-2025 hebben we te maken met een aantal financiële tegenvallers. Deze staan toegelicht per begrotingsprogramma. Belangrijke tegenvaller is een lagere uitkering uit het Gemeentefonds door een lagere inwoneraantal dan eerder geraamd. Ook als we op basis van de woningbouwplannen kritisch kijken naar de de aantallen inwoners en woningen in de ramingen en naar onze indexeringssystematiek, treedt in vooral de eerste jaren een stevig nadeel op. Meer analyse leest u in de paragraaf 'ontwikkeling algemene uitkering Gemeentefonds'. Tegenvallers treden daarnaast op door hogere lasten voor bedrijfsvoering (SP71, informatievoorziening, vervanging financieel systeem) en hogere beheerlasten uit de geactualiseerde beheerplannen voor gemeentelijk vastgoed en de kapitaalgoederen in de openbare ruimte. Binnen het sociaal domein treden met name op de Jeugdhulp en de Wmo (niet realiseren compensatie abonnementstarief) forse tegenvallers op. Tegenover deze tegenvallers staan ook een meevaller op het rijksbudget voor bijstandsuitkeringen, een meevaller op de Wmo maatwerkvoorzieningen en voordelen op de rentelasten en kapitaallasten.

Door financiële keuzes uit te stellen en ambities te temperen is de financiële problematiek teruggebracht. Hierbij is bijvoorbeeld gekozen om financiële knelpunten die voortkomen uit werkdruk en een disbalans tussen formatie en takenpakket deels financieel in te vullen. Voor het ander deel gaat het college richting de begroting met de organisatie aan de slag om door duidelijke prioritering de werkdruk en beschikbare formatie in balans te brengen. Naast deze bijsturing wordt de resterende problematiek opgelost door reserves, onderuitputting en risicobuffers in te zetten. Hiermee is het financiële beeld en de bijsturing als volgt: (x € 1.000, - = voordeel)

2021

2022

2023

2024

2025

Autonome ontwikkelingen (buiten het 'hek')

4.633

3.735

2.342

-1.484

-6.729

Mee- / tegenvallers (buiten het 'hek')

-5.658

-327

-1.348

645

3.042

Nieuwe uitgaven (buiten het 'hek')

1.555

2.492

780

495

344

-

-

-

2.895

2.219

530

5.900

1.774

2.551

-1.124

a. Verhogen stelpost kapitaallasten (AD.09)

-

-400

-400

-400

-400

b. Inzet structurele behoedzaamheidsruimte 2023 (AD.10)

-

-

-1.000

-

-

-530

-5.500

-374

-2.151

1.516

d1. Resultaat sociaal domein na inzet reserve SD (= verhogen taakstelling SD)

-

-

-

-2.895

-2.219

d2. Verhogen structurele behoedzaamheidsruimte 2024-2025

-

-

-

2.895

2.219

Saldo na bijsturing

0

0

0

0

-8

Saldo binnen het 'hek' sociaal domein Totale opgave Kaderbrief

c. Inzet concernreserve (AD.11)

Om na het aanpassen van de aanmeldingen tot een sluitend beeld te komen, worden de volgende maatregelen ingezet: ■ a. Jaarlijks worden investeringen later in gebruik genomen dan oorspronkelijk gepland, waardoor de kapitaallasten ook later in de begroting komen dan vooraf begroot. Hierdoor ontstaat jaarlijks incidentele

8 | Financiële samenvatting

ruimte in de begroting. Met de 'stelpost onderuitputting kapitaallasten' houden we hier jaarlijks rekening mee. Gezien de forse investeringsvolumes de komende jaren en de ervaring met onderuitputting in recente jaren achten we het verantwoord om deze stelpost met € 400.000 te verhogen. Verdere toelichting leest u in de paragraaf 'ontwikkeling kapitaallasten en schuldquote'. ■ b. In 2023 is een structureel behoedzaamheidsbudget geraamd van € 1 miljoen. We stellen voor om dit budget in te zetten voor de het incidentele tekort 2023. ■ c. In de concernreserve zit in deze kaderbrief een marge van € 7,0 miljoen ten opzichte van het minimale benodigde weerstandsvermogen. We stellen voor om dit in te zetten voor de problematiek 2021-2024. Met een storting in 2025 wordt de concernreserve eind 2025 weer op het vereiste niveau van 150% van het benodigd weerstandsvermogen gebracht. ■ d. In het bovenstaande saldo is ook het saldo binnen het hek sociaal domein verwerkt. In 2021-2023 worden de tekorten opgevangen vanuit de reserve sociaal domein. Zie voor meer toelichting het inleidend hoofdstuk over het sociaal domein. (x € 1.000, - = voordeel)

2021

2022

2023

2024

2025

Mee- / tegenvallers

121

3.245

3.025

2.895

2.219

Nieuwe uitgaven

0

280

0

0

0

-121

-3.525

-3.025

0

0

Saldo SD Kaderbrief

0

0

0

2.895

2.219

Taakstelling Programmabegroting 2021

0

0

2.630

4.700

4.700

Inzet surplus reserve SD voor 2023

0

0

-1.009

0

0

Nieuwe taakstelling SD

0

0

1.621

7.595

6.919

Verrekenen tekort met reserve sociaal domein

De ontwikkeling van de Algemene uitkering is niet toegerekend aan het deel binnen of buiten het hek van het sociaal domein. Mogelijk is over de herijking van de verdeling hiervan al meer bekend bij de totstandkoming van de komende begroting. Deze informatie nemen we dan mee bij de samenstelling van de Programmabegroting 2022-2025. Zoals toegelicht in de eerste tabel verhogen we de taakstelling sociaal domein met het aanvullend tekort 2024-2025. Gelijktijdig verhogen we de structurele behoedzaamheidsruimte met ditzelfde bedrag. Hierdoor staat er in 2024 een behoedzaamheidbudget van € 7,4 miljoen en in 2025 een structureel behoedzaamheidsbudget van € 6,7 miljoen in de begroting. Met deze bijsturingsmaatregelen is de Kaderbrief als geheel in 2024 en 2025 structureel sluitend. (x € 1.000, - = voordeel)

2021

2022

2023

2024

2025

Struct. Saldo PB2021

-1.593

-2.255

-1.717

-2.184

-415

Structureel saldo kaderbrief

5.802

4.811

2.480

1.783

-1.028

Structureel saldo na KB

4.209

2.556

763

-401

-1.443

Financiële samenvatting | 9

2.3. Incidenteel gedekt beleid In deze Kaderbrief hebben we in ieder geval tot en met 2022 dekking voor de onderstaande activiteiten opgenomen, Als na herijking gemeentefonds en afronding kabinetsonderhandelingen extra middelen beschikbaar komen voor gemeenten is deze ruimte mogelijk wel aanwezig en is het (waarschijnlijk) aan de nieuwe raad en college om om af te wegen of en in welke mate deze activiteiten vanaf 2023 structureel gedekt kunnen worden. (x € 1.000)

2023

2024

2025

Deelname Economie071

250

250

250

gedekt

340

340

programma Leiden Kennisstad

559

559

559

Gebiedsmanagement LBSP

625

625

625

gedekt

100

100

Programma cultuur; continuering inzet cultuurcoaches

110

110

110

Leidse Media Fonds – continuering na meerjarige incidentele dekking

100

100

100

Preventie interventie team

230

230

230

1.874

2.313

2.313

Structurele subsidie voor Leiden Bio Science Park

Aanvraag structureel budget voor uitvoering woonbeleid

Totaal

2.4. Financiële positie In de SWOT-analyse aan het begin van deze paragraaf benoemden we al dat de financiële positie van de gemeente onder druk staat. Hieronder werken we aan de hand van de begrippen 'stabiliteit', 'flexibiliteit' en 'robuustheid' de financiële positie verder uit.

2.4.1. Flexibiliteit De huidige meerjarenbegroting is in 2021 is structureel sluitend en ook na deze kaderbrief zijn in de meerjarenbegroting 2024 en 2025 structureel sluitend. Dit is een goede uitgangspositie, zeker aangezien naast de structurele taakstelling binnen het sociaal domein ook een behoedzaamheidsbudget van gelijke omvang staat. Als naar aanleiding van de kabinetsonderhandelingen of herijking van het gemeentefonds extra middelen naar de gemeente komen, levert dit hierdoor ook daadwerkelijk 'extra' structurele ruimte op doordat een deel van het behoedzaamheidsbudget vrijvallen. Indien deze extra middelen niet of in mindere mate komen dan verwacht, is meerjarig sprake van een structureel sluitend beeld. De kaderbrief geeft hiermee een solide basis voor een sluitende begroting. Wat betreft de mogelijkheden om bij structurele tegenvallers bij te sturen, is de ruimte via het verhogen van de inkomsten beperkt. De afvalstoffenheffing en rioolheffing groeien naar kostendekkende tarieven. De OZB nietwoningen is één van de hoogste van Nederland, de OZB woningen ligt 18,5% boven het landelijk gemiddelde. Aan de uitgavenkant zijn de gestegen kapitaallasten een beperkende factor in het snel structureel kunnen bezuinigen, al is dit in de besluitvorming over (vervangings)investeringen op langere termijn zeker mogelijk.

10 | Financiële samenvatting

2.4.2. Weerbaarheid De concernreserve voldoet aan de hiervoor vastgestelde norm. Het benodigd weerstandsvermogen van de gemeente is in de financiële verordening vastgesteld op ratio weerstandsvermogen 1 voor 2021-2024 en ratio weerstandsvermogen 1,5 voor 2025. In deze kaderbrief wordt het surplus hierboven ingezet om de kortetermijn-problematiek op te vangen. Dit zorgt ervoor dat de concernreserve in alle jaren aan de norm voldoet, maar dat de ruimte om een eventuele stijging van het risicoprofiel niet meer in de concernreserve aanwezig is. Verloop concernreserve t.o.v. norm weerstandsvermogen (per 31/12 in € mln.)

2.4.3. Stabiliteit Voor het voorkomen van onverwachte schommelingen heeft vooral de toenemende schuldpositie van de gemeente de aandacht. In deze en vorige raadsperiodes is besloten om te investeren in de stad. Hierbij is steeds de politieke afweging gemaakt wat nodig is voor de stad. Als gevolg van dit investeringsprogramma van de afgelopen jaren in met name bereikbaarheid (parkeergarages, Leidse Ring Noord etc.), onderwijshuisvesting, wijkvervangingen, riolering en sportaccommodaties stijgt de (geprognosticeerde) liquiditeitsbehoefte van de gemeente. De verhouding tussen de netto schuld (schuld - vorderingen) en de totale baten is eind 2020 97%. Door de geactualiseerde cashflow binnen de projecten uit de programmabegroting 2021, de inzet van reserves voor korte-termijnproblematiek en met name het aanvullend investeringsvolume vanuit de vervangingsinvesteringen uit de onderhoudsplannen voor de openbare ruimte, neemt de geprognosticeerde schuldquote in deze kaderbrief toe tot 193% eind 2025 met een piek van 197% in 2024. In de paragraaf 'ontwikkeling kapitaallasten en schuldquote' wordt de ontwikkeling van de schuldpositie verder geanalyseerd. De hoge schuldpositie is geen acuut probleem, maar wel een stijgende kwetsbaarheid voor de toekomst. Deze kwetsbaarheid zit vooral op de rente.

De rentelasten van de geldleningen zijn gedekt in de meerjarenbegroting en door het rekenen met een stijgend rentepercentage op nieuwe geldleningen tot 3% in 2025 is in de begroting een structurele buffer voor rentestijging beschikbaar die oploopt tot ongeveer € 7 miljoen in 2025. Áls de rente echter structureel stijgt, betekent dit dat de gemeente op langere termijn (ook na 2025) relatief kwetsbaar is voor verdere tegenvallers op de (her)financiering van zijn schulden, waardoor bijsturing op de schulden en ombuiging om de rentelasten te kunnen dekken noodzaak kunnen worden.

Financiële samenvatting | 11

12 | Financiële samenvatting

Hoofdstuk 3 3 Inleidende hoofdstukken 3.1 Financieel perspectief “Duurzame stad” In het Beleidsakkoord ‘Samen maken we de Stad’ is besloten om te investeren in verstedelijking en duurzaamheid om de stad zo nog toekomstbestendiger, natuurlijker en veiliger te maken. In februari 2019 heeft het college besloten om de gemeentelijke duurzaamheidsambities te organiseren in vier duurzaamheidsopgaven: duurzame mobiliteit, energietransitie, klimaatadaptatie en biodiverse vergroening, circulaire economie en afval. Sindsdien zijn de volgende vijf hoofdopgaven opgenomen in het Financieel Perspectief Duurzame Stad (FPDS): 1. Verstedelijking (zie ook Uitvoeringsagenda Wonen Leiden 2020-2023); 2. Mobiliteit (zie ook Uitvoeringsprogramma Leiden Duurzaam Bereikbaar 2020-2030); 3. Energietransitie (zie ook Uitvoeringsagenda Energietransitie gebouwde omgeving 2020-2023); 4. Klimaatadaptatie en biodiverse vergroening (zie ook Uitvoeringsprogramma Leiden Biodivers en klimaatbestendig 2020-2023); 5. Circulaire economie en afval (zie ook Uitvoeringsprogramma Circulaire economie en afval 2020-2021). Met de investeringen in duurzaamheidsopgaven draagt Leiden bij aan verscheidene Global Goals van de Verenigde Naties:

Om de vijf opgaven financieel mogelijk te maken is structureel € 3 miljoen per jaar beschikbaar gesteld en is in 2019 het eerste FPDS opgesteld. Daarin wordt met een periode van 10 jaar vooruit gekeken omdat de tijdshorizon en ambities op het gebied van duurzame verstedelijking een lange adem vergen. Het doel van het FPDS is om jaarlijks een integraal inhoudelijk en vooral financieel beeld te bieden van de invulling van de ambities uit de opgave. Voor elk van de vijf hoofdopgaven van het FPDS wordt geschetst waar de investeringen op gericht zijn en hoe deze bekostigd worden. Onderdeel daarvan is de inzet van de reserve Duurzame stad voor de periode tot en met 2030. Het FPDS is daarmee een middel om overzicht te hebben op de financiën, risico’s en kansen van de ambities rondom de duurzame stad. De vijf hoofdopgaven voor een duurzame stad hebben een sterke inhoudelijke relatie, in het FPDS worden ze toch ook apart beschouwd om het inzicht per thema scherp te houden en de relatie met bestuurlijke portefeuilles goed in beeld te kunnen brengen. Ook de relatie met de programmabegroting wordt zo gelegd. Het nu voorliggende FPDS heeft als doel om het vorige financieel perspectief te actualiseren door aan te geven waar de plannen voor de verschillende opgaven zijn gewijzigd, zowel financieel als inhoudelijk.

De Uitvoeringsbesluiten en Uitvoeringsprogramma’s die zijn ontwikkeld hebben de gelden vanuit het fonds Duurzame Stad als financiële kaders gebruikt. Dat betekent dat er geen grote wijzigingen plaatsvinden in de claim vanuit het fonds. Voor deze tweede actualisatie van het FPDS betekent het dat er is gekozen voor een hoofdzakelijk instrumentele update met een aantal verschuivingen in de planning. De belangrijkste aandachtspunten bij de actualisatie van het FPDS 2021 zijn hieronder weergegeven. Onrendabele toppen verstedelijkingsprojecten In het FPDS is een reservering opgenomen voor de dekking van niet rendabele projecten. Dit gaat in de periode 2021-2025 om incidenteel € 3,5 miljoen en structureel om € 500.000 per jaar. Omdat deze middelen structureel beschikbaar zijn kunnen zij (grotendeels) worden benut om kapitaallasten te dekken en zo mogelijk een grotere investering dekken. Wanneer de bovengenoemde middelen in het FPDS-Verstedelijking maximaal

Inleidende hoofdstukken | 13

kunnen worden benut voor het dekken van investeringen, ontstaat een investeringsvolume van €14,3 miljoen met langjarige verplichtingen en daarnaast is een incidenteel investeringsvolume van €4 miljoen beschikbaar. In de reserve Grondexploitaties en reserve Herontwikkeling Stationsgebied is daarnaast – rekening houdend met opbrengsten uit erfpacht en grondverkoop tot 2025 – in totaal nog eens ruim €13 miljoen beschikbaar. Elk voorjaar worden de business cases van alle projecten in de portefeuille Duurzame Verstedelijking en daarmee samenhangende ongedekte investeringen geactualiseerd en in één overzicht geplaatst, zodat positieve en negatieve resultaten met elkaar in verband kunnen worden gebracht. De conclusie in het FPDS van vorig jaar was dat onvoldoende middelen beschikbaar waren voor het dekken van alle tekorten op gebiedsontwikkeling. Om die reden is het afgelopen jaar flink ingezet op het aanspreken van externe financieringsmogelijkheden, vooral via de Regeling Woningbouwimpuls van BZK. En met succes, want Leiden heeft 14 miljoen aan subsidies toegekend gekregen voor de projecten Lammenschansstrip, Wernink en het Stationsgebied. Met deze subsidies is in het FPDS 2021 rekening gehouden, waardoor ook een completer beeld kon worden gevormd van de bekostiging van de totale verstedelijkingsopgave. Daarover is de nodige informatie toegevoegd in het hoofdstuk ‘Verstedelijking’.

Deel aanvullende bekostiging ingevuld: verstedelijking – nota kostenverhaal Begin 2021 is de nota kostenverhaal afgerond. Onderdeel van de nota kostenverhaal is de werkwijze bijdrage ruimtelijke ontwikkelingen. Deze werkwijze houdt in dat als standaardbepaling in de anterieure overeenkomst met private initiatiefnemers van bouwplannen wordt opgenomen dat zij een bijdrage à €4.800,per woningbouwequivalent doen, met uitzondering van middenhuurwoningen, waarvoor een bijdrage van €3.600,- geldt. De bijdragen worden gestort in de reserve Duurzame Stad, waarmee nagenoeg de gehele taakstelling voor het financieel perspectief is ingevuld. Na besluitvorming door de raad medio 2021 is de verwachting dat de eerste stortingen in 2022 zullen plaatsvinden. In het voorgaande Financieel Perspectief Duurzame Stad is reeds verwerkt dat om de modal shift en de doelen voor duurzame mobiliteit te bereiken de gemeente de opbrengsten vanuit de hogere parkeertarieven via het FPDS investeert in de stad, en met name in duurzame mobiliteit. Hiermee is nagenoeg de gehele taakstelling vanuit het FPDS ingevuld.

Regionale samenwerking op de opgave energietransitie Binnen de opgave energietransitie zal vanaf 2021 regionaal worden samengewerkt om gezamenlijk betaalbare en duurzame warmte uit de Rotterdamse haven via het transportnetwerk (WarmtelinQ+) te kunnen gaan benutten, hiervoor is incidenteel € 900.000 vrijgespeeld vanuit de gereserveerde middelen voor de energietransitie vanuit latere jaren. Vrijval kapitaallasten: Leiden Verbindt Leiden Verbindt is onderdeel van het maatregelenpakket ‘Oude Lijn plus Knooppunten’ van het programma MoVe van de MRDH. Dit pakket werkt toe naar een reeks startbesluiten in het kader van het MIRT, zodat de formele MIRT-verkenning kan starten in de tweede helft van 2021. Deze MIRT-verkenning vraagt de komende jaren om de dekking van plankosten. Vorig jaar is besloten die plankosten voor 2021 (€ 500.000) te dekken uit het FPDS. Het voorstel is de vrijval van kapitaallasten uit het FPDS dit jaar (€ 480.000) in te zetten voor de dekking van een deel van deze plankosten. Daarmee zijn de plankosten tot medio 2022 gedekt. Voor de investeringen en vervolgplankosten voor Leiden Verbindt zal buiten het FPDS gekeken moeten worden. Reserve Duurzame Stad Het geactualiseerde verloop van de in de reserve Duurzame stad beschikbare middelen met een doorkijk tot 2030 is opgenomen in bijlage van het FPDS.

14 | Inleidende hoofdstukken

Reserve duurzame stad

2021

2022

2023

2024

2025

2026

4.449.458

948.148

153.694

204.265

145.248

105.176

3.000.000

3.000.000

3.000.000

3.000.000

3.000.000

3.000.000

Dotatie Integraal Waterketenplan

533.178

511.233

489.287

489.287

489.287

489.287

Dotatie modal shift

630.000

1.260.375

1.260.375

1.260.375

1.260.375

1.260.375

Dotatie vrijval kapitaallasten 2021

84.445

82.000

171.000

304.000

-159.000

4.247.623

4.853.608

4.920.662

5.053.662

4.590.662

4.749.662

Bijdrage ruimtelijke ontw. private partijen

-

144.000

450.000

600.000

600.000

600.000

Ruimtereservering energie revolverend

-

-

-

-

6.945

15.619

Aanvullende bekostiging:

-

144.000

450.000

600.000

606.945

615.619

Verstedelijking

-

65.608

65.139

64.670

64.202

63.733

Duurzame mobiliteit

-

102.196

190.332

376.089

586.540

653.369

Energietransitie

-

277.302

279.151

290.679

294.837

303.634

Klimaatadaptatie

-

102.367

179.466

552.870

614.701

935.648

Circulaire economie

-

36.954

36.954

36.954

184.975

184.975

Overige kapitaallasten (ivm vrijval)

742.855

532.511

723.924

281.592

-142.400

Kapitaallasten FPDS

742.855

1.116.937

1.474.966

1.602.854

1.602.854

2.141.359

750.000

615.000

615.000

520.000

370.000

370.000

Duurzame mobiliteit

1.100.000

830.000

350.000

150.000

150.000

150.000

Energietransitie

2.821.078

1.525.125

1.300.125

1.150.125

1.050.125

850.125

Klimaatadaptatie

795.000

410.000

285.000

214.700

214.700

214.700

Circulaire economie

790.000

545.000

545.000

545.000

500.000

500.000

6.256.078

3.925.125

3.095.125

2.579.825

2.284.825

2.084.825

750.000

750.000

750.000

750.000

500.000

Reservering verstedelijking - investeringen

500.000

500.000

500.000

Reservering - energietransitie investeringsbudget

280.000

350.000

420.000

Beginstand reserve duurzame stad

Dotatie: Dotatie reserve duurzame stad

Begrote dotatie reserve duurzame stad

Aanvullende bekostiging :

Kredieten (kapitaallasten begroot):

Exploitatie FPDS Verstedelijking

Exploitatie FPDS

Reserveringen Reservering verstedelijking - incidenteel

Reserveringen

750.000

750.000

750.000

1.530.000

1.350.000

920.000

Eindstand reserve

948.148

153.694

204.265

145.248

105.176

324.273

Inleidende hoofdstukken | 15

3.2 Inleiding en financieel perspectief sociaal domein: iedereen telt mee en doet mee Leiden is een sociale stad voor iedereen, van jong tot oud en met inwoners uit alle windstreken. Iedereen telt mee en doet mee. Om die visie te realiseren continueren we de doorontwikkeling van het sociaal domein, waarbij bestaanszekerheid, kansengelijkheid en gezondheid belangrijke opgaves zijn. Op die manier kunnen we kwaliteit van zorg en ondersteuning voor onze inwoners blijven bieden. De urgente financiële situatie in het sociaal domein, de maatschappelijke effecten van corona en de druk op de beschikbare ruimte in de stad maken de opgave om een sociale stad te zijn en blijven waarin iedereen meetelt en meedoet groter. Ook is er veel beweging op rijksniveau. Een nieuw regeerakkoord met een kabinet leidt waarschijnlijk tot andere inhoudelijke keuzes en aanpassing van de koers voor sociale onderwerpen. Ook de herverdeling van het gemeentefonds heeft waarschijnlijk grote impact op (de financiën) het sociaal domein. In deze inleiding gaan we in op een aantal actuele onderwerpen voor het sociaal domein, om zo een algemeen beeld te geven van de stand van zaken en opgaves voor de komende jaren. Dit zijn achtereenvolgens: ■ Impact corona; ■ Overige actuele ontwikkelingen; ■ Visie sociaal domein: duidelijke sturing in het sociaal domein; ■ Financieel perspectief.

Impact corona en maatschappelijke effecten De gevolgen van corona voor de sociale stad zijn tweeledig. Enerzijds moeten we, ook al is er licht aan het einde van de tunnel, ons dagelijks aanpassen aan de regels die er zijn om de verspreiding van corona te beperken. Mensen zijn meer thuis, hebben minder sociale contacten, er is meer financiële stress in huishoudens, we sporten op andere manieren en maken meer gebruik van de openbare ruimte. Anderzijds zien we ook dat corona op de langere termijn effecten heeft op onze inwoners. Zo leidde de sluiting van scholen tot grotere leerachterstanden bij kinderen, leidde minder sociaal contact tot meer eenzaamheid, tot meer psychosociale en psychiatrische problematiek en ook tot meer huiselijk geweld. Corona leidt ook tot kansen, zoals het vormgeven van beroepsonderwijs met digitale en fysieke onderdelen, en tot het ontstaan van nieuwe digitale vormen van (jeugd)participatie. Ook de aandacht voor gezondheid als thema neemt toe. We houden de ontwikkelingen als gevolg van corona goed in beeld via de corona monitor van het Social Impact Team. Hierover wordt u binnenkort via een collegebrief geïnformeerd. Het vraagstuk hoe goede hulp en ondersteuning voor onze burgers te organiseren, is al moeilijk te beantwoorden vanwege de grote tekorten. Vanwege corona wordt dit alleen maar ingewikkelder.

We zien in 2021 een toename in de vraag naar zorg en ondersteuning bij de Sociale Wijkteams, Jeugd- en Gezinsteams en specialistische jeugdhulp. Overige actuele ontwikkelingen Er is een aantal andere ontwikkelingen die we hier willen benoemen, omdat ze van invloed zijn op de doorontwikkeling van het sociaal domein de komende jaren. Een gezond en vitaal Leiden De landelijke aandacht voor gezondheid neemt toe, mede als gevolg van corona. In de propositie ‘De winst van het sociaal domein’ (VNG, G40 ea.,maart 2020) is gezondheid, tegelijk met bestaanszekerheid en kansengelijkheid, benoemd als een van de kernopgaven waar rijk en gemeenten de komende jaren samen aan moeten werken. Daarbij spelen vraagstukken als hoe zorgen we voor een openbare ruimte die bewegen stimuleert? In hoeverre wil het rijk de consumptie van ongezonde producten meer ontmoedigen? Hoe maken we afspraken met verzekeraars over het verdelen van de opbrengsten van preventie? En hoe organiseren we zorg en preventie (in brede zin) in de toekomst? We willen dat alle Leidenaren zich gezond voelen, zo vitaal mogelijk leven en voldoende bewegen. Alleen door voldoende te investeren in de gezondheid van onze inwoners kunnen we de vraag naar duurdere hulp en ondersteuning voorkomen. Dit geldt voor alle inwoners, vanaf min negen maanden.

Het gaat niet alleen om fysieke gezondheid (een gezond gewicht en voldoende bewegen) maar ook over mentale gezondheid. Hieronder vallen bijvoorbeeld het hebben van voldoende veerkracht om tegenslagen op te vangen, het voldoende weerbaar zijn om verleidingen (zoals drugs en alcohol) te kunnen weerstaan en het hebben van voldoende sociaal contact om eenzaamheid te voorkomen). De aandacht voor gezondheid en preventie is in Leiden al verankerd in diverse besluiten, zoals het Beleidskader Sport & Gezondheid 2019-2023, het Leids Preventieakkoord en het Leids Sportakkoord . Ook werken we met onze kennispartners aan meer kennis over gezondheid en leefstijl, onder meer via het Healthy Society Centre.

16 | Inleidende hoofdstukken

Landelijke ontwikkelingen De samenstelling van het nieuwe kabinet en de inhoud van het komende regeerakkoord zullen van grote invloed zijn op het sociaal domein. Het kan gaan om een duidelijk andere politieke koers en er zal richting worden gegeven aan een aantal actuele dossiers zoals het abonnementstarief in de Wet maatschappelijke ondersteuning en de jeugdhulp. De vraag naar jeugdhulp neemt nog steeds toe, en daarmee worden ook de tekorten in de jeugdhulp groter. De dialoog die gemeenten en rijk het afgelopen jaar hebben gevoerd over de organisatie en financiering van de jeugdhulp hebben geleid tot een onderzoek door AEF. AEF concludeerde dat gemeenten € 1,7 miljard tekortkomen. Vervolgen heeft de Commissie Sint een aantal scenario’s uitgewerkt die zouden kunnen leiden tot lagere uitgaven. Uiteindelijk heeft de VNG een arbitrage ingeroepen. Deze commissie adviseert het rijk om gemeenten vanaf 2022 extra middelen toe te kennen (in 2022 € 1,9 miljard) maar ook om voor het eind van dit jaar gezamenlijk een ontwikkelagenda te maken waarmee de rijksbijdrage in een periode tot 2028 af kan nemen en de kwaliteit van de jeugdzorg toe kan nemen.

In de ontwikkelagenda jeugdhulp spelen ook onderwerpen als het schaalniveau van organiseren van de meest specialistische vormen van jeugdhulp, verplichte regionale samenwerking voor bepaalde vormen van jeugdhulp en een discussie over wat wel en wat geen jeugdhulp zou moeten zijn. Ook in de discussie over de houdbaarheid van het stelsel van de Wet maatschappelijke ondersteuning speelt de vraag wat de reikwijdte van de WMO in de toekomst zou moeten zijn . Landelijk, en mogelijk ook in Leiden, zal er gesproken moeten worden over waar de overheid voor zorgt en waar inwoners zelf verantwoordelijk voor zijn en waar ze zich op voor kunnen bereiden. Ook deze discussie zal nodig zijn om de WMO beheersbaar te maken. We verwachten dat er in een regeerakkoord of door een nieuw kabinet een antwoord gegeven gaat worden over onder meer de effecten van het abonnementstarief. Tot slot is de herverdeling van het gemeentefonds per 2023 nog in volle gang. Visie sociaal domein In 2019 is de Visie Sociaal Domein ‘Iedereen telt mee en doet mee’ vastgesteld (RV 19.0029). We voeren deze visie al een aantal jaar uit: onder meer bijsturingsmaatregelen uit 2019 en 2020 zijn getoetst aan deze visie en ook hebben we geïnvesteerd in de basisinfrastructuur via de Sterke Sociale Basis en open wijksportparken. Ook zijn bijvoorbeeld beweegsleutels voor de inrichting van de openbare ruimte vastgesteld.

We adviseren een nieuw college de komende jaren deze visie blijven uitvoeren, waarbij de visie leidend kan zijn bij de te maken keuzes in houden van grip op en het betaalbaar houden van het sociaal domein. Wij geloven erin dat preventie werkt en een kostenbesparend effect heeft. In deze context is ook een dialoog met de stad van belang, waarbij er tussen bestuur en stad een gesprek gevoerd wordt over waar de grens loopt tussen verantwoordelijkheden van de gemeente om bepaalde voorzieningen te bieden en verantwoordelijkheden van inwoners om bepaalde voorzieningen zelf te organiseren. Door de investeren in een goed stadsklimaat en een goede basisinfrastructuur kunnen we ook de best mogelijke ondersteuning aan onze kwetsbare inwoners blijven bieden. Voor Wmo en jeugdhulp werken we aan een nieuwe inrichting van de toegang, waarvoor we met het nieuwe kabinet waarschijnlijk ook nieuwe mogelijkheden krijgen. Financieel perspectief: binnen en buiten het hek In 2020 hebben we activiteiten binnen en buiten het hek rond het sociaal domein uitgevoerd. Dit hek is rond een deel van het sociaal domein geplaatst in de Programmabegroting 2019. Voorbeelden van activiteiten/ beleidsterreinen die buiten het hek vallen zijn speelplekken, onderwijsbeleid, onderwijshuisvesting, sport, en de BUIG (rijksgeld voor bijstandsuitkeringen).

Voor inspanningen binnen het hek geldt dat positieve effecten van beleid, zoals collectiveren, direct terecht komen bij het sociaal domein. Een voorbeeld hiervan is de Sterke Sociale Basis. Door een sterke sociale basisinfrastructuur te realiseren verwachten we dat minder mensen een beroep doen op individuele Wmovoorzieningen en/of het sociaal wijkteam. Op deze manier sluit het hek aan bij de Visie sociaal domein (zie eerder in dit hoofdstuk). Naast deze inhoudelijke keuze leidt het hek er ook toe dat er een financieel gesloten systeem ontstaat. Belangrijkste financiële ontwikkelingen Startsituatie De begroting van het sociaal domein binnen het hek is voorafgaand aan deze Kaderbrief meerjarig niet sluitend. Er is in de Programmabegroting 2021-2025 een stelpost voor het sociaal domein binnen het hek opgenomen van incidenteel € 2,6 miljoen in 2023 en structureel € 4,7 miljoen vanaf 2024, zoals besloten in de kaderbrief 2020-2024. De nieuwe ontwikkelingen staan in onderstaande tabel. De nieuwe ontwikkelingen in het sociaal domein, die op de programma’s zijn toegelicht, leiden tot een verslechtering van het financiële meerjarenbeeld. Het structurele tekort stijgt van € 4,7 miljoen naar € 6,9 miljoen vanaf 2025 als er geen aanvullende maatregelen worden genomen of extra middelen door het kabinet beschikbaar worden gesteld.

Inleidende hoofdstukken | 17

Tabel: ontwikkelingen sociaal domein (x € 1.000) 2021

2022

2023

2024

2025

700

700

700

700

700

TWO begroting 2021-2025

1.177

2.087

1.754

1.584

908

uitvoeringskosten jeugdhulp

108

80

extra rijksmiddelen jeugdhulp

-2.600

storting reserve sociaal domein

615

Programma 7 Jeugd & Onderwijs PBG Jeugdzorg

onttrekking reserve sociaal domein

-2.867

-2.454

1.150

1.400

1.650

1.650

134

134

134

134

-1.234

-1.335

-1.335

68

68

68

94

94

94

94

-658

-571

0

0

2.895

2.219

taakstelling sociaal domein oud

2.630

4.700

4.700

onttrekking reserve sociaal domein

-1.009

taakstelling sociaal domein nieuw

1.621

7.595

6.919

Programma 9 Maatschappelijke ondersteuning niet compenseren kosten Wmo-abonnementstarief

900

niet volledig realiseren bezuiniging SWT door corona

250

Jeugdparticipatie doorontwikkeling clientondersteuning

200

200

extra rijksmiddelen clientondersteuning

-200

-200

Wmo maatwerkvoorzieningen

-834

-1.059

Eigen bijdrage

-250

preventie interventie team monitor sociaal domein

230 55

healthy society

60 50

huisvestingslasten Telderskade extra plankosten team BMO (binnen hek) onttrekking reserve sociaal domein

110

-121

Programma 10 Werk en Inkomen TONK uitkeringen en uitvoeringskosten

605

TONK rijksmiddelen

-605

totaal saldo aanmeldingen

0

Onzekere factoren Er is een aantal ontwikkelingen waarvan de financiële consequenties op dit moment nog niet bekend zijn, zoals de structurele doorwerking na 2022 van de arbitrage inzake jeugdhulp, de herijking van het gemeentefonds en het nieuwe regeerakkoord (zie ook beschrijving onder ‘Overige actuele ontwikkelingen’ hierboven). De uitkomsten van de meicirculaire 2021 en de extra middelen jeugdhulp voor 2022 konden niet meer in deze paragraaf worden opgenomen. Ook de daling van het aantal inwoners zal invloed hebben op de budgetten. Dit leidt immers tot een lagere algemene uitkering en dus minder middelen voor het sociaal domein. Jeugdhulp Recent heeft het Rijk € 613 miljoen extra beschikbaar gesteld voor jeugdhulp. Leiden zal circa € 2,6 miljoen ontvangen. Het Rijk heeft ook toegezegd dat er structureel extra middelen beschikbaar zullen komen in combinatie met maatregelen die er toe moeten leiden dat de uitgaven houdbaar blijven. De provincie heeft in de begrotingsuitgangspunten laten opnemen dat de toezegging van extra structurele middelen niet in de ramingen mag worden verwerkt. De arbitrage jeugdhulp lijkt te leiden tot een compensatie voor alle gemeenten van de tekorten in de jeugdhulp. Vooralsnog heeft het kabinet alleen voor 2022 besloten om extra middelen beschikbaar te stellen. De structurele doorwerking hiervan is nog onzeker.

De huidige meerjarenbegroting kent een tweetal forse taakstellingen/stelposten op de jeugdhulp. Ten eerste is er een stelpost opgenomen voor de extra middelen jeugdhulp van landelijk € 300 miljoen (Leiden € 1,946

18 | Inleidende hoofdstukken

miljoen) die zijn toegezegd voor de periode 2019 t/m 2022. Ten tweede is er een gemeentelijke taakstelling op de toegang en inkoop van € 1,92 miljoen. Beide ontwikkelingen staan in tabel 2 hieronder weergegeven. Vanwege de extra beschikbaar gestelde rijksmiddelen voor 2021 / 2022 en de toezegging dat er structureel extra middelen beschikbaar komen (uitkomst arbitrage), worden de hierboven genoemde stelpost en taakstelling als minder risicovol beschouwd. Tabel: majeure taakstellingen in het sociaal domein (bedragen x € 1.000) 2021

2022

2023

2024

2025

864

1.081

1.449

1.923

1.923

Stelpost jeugdhulp Rijk

0

0

1.946

1.946

1.946

totaal

0

1.081

3.395

3.869

3.869

Taakstelling toegang en inkoop jeugdhulp

Conclusie: keuze van het College We streven voor 2024-2025 naar een reëel en structureel begrotingsevenwicht. Het hek rond het sociaal domein houden we in stand door nieuwe tekorten in afwachting van de uitkomsten van de kabinetsonderhandelingen taakstellend op te nemen. Hiertegenover verhogen we echter ook de structurele behoedzaamheidsruimte. Zo blijft de begroting in 2024-2025 structureel sluitend. Na de nu nog onzekere factoren, maar naar verwachting positieve uitkomsten van herijking van de verdeling van het gemeentefonds en de kabinetsonderhandelingen voor het sociaal domein zal door het nieuwe college opnieuw moeten worden gekeken naar de algehele financiële situatie in het sociaal domein. Uitkomsten jaarrekening 2020 In de jaarrekening 2020 is een voordeel op het sociaal domein (binnen het hek) behaald van afgerond € 7,9 miljoen en daarvan heeft € 3,54 miljoen een regionale bestemming. Dit regionale deel kan niet worden aangewend voor het tekort van Leiden. Het grootste deel van het lokale voordeel van € 4,34 miljoen is incidenteel van karakter. De structurele effecten uit de jaarrekening 2020 zijn verwerkt in de kaderbrief 2021-2025. De twee grootste lokale voordelige afwijkingen in het sociaal domein uit de jaarrekening 2020 worden hieronder toegelicht. Voordeel DZB (€ 1.352.000) WSW.

Gedurende het jaar is vooruitlopend op de financiële effecten van de Coronacrisis € 730.000 overgeheveld vanuit het weerstandvermogen van DZB naar de begroting. Dit bleek achteraf maar ten dele nodig, waardoor er in 2020 een positief begrotingsresultaat van € 516.000 is geboekt. Er is sprake van een lagere instroom in dienstverbanden via de Participatiewet en er is sprake van financiële voordelen uit voorgaande jaren, zoals de nabetaling van het UWV voor de afgelopen jaren door DZB uitbetaalde transitievergoedingen en een aantal te hoog ingeschatte verplichtingen. De inkomsten van de leerwerkbedrijven zijn als gevolg van de maatregelen fors lager uitgevallen, hetgeen deels is gecompenseerd door het Rijk. Re-integratie. Het ontstane voordeel van € 516.000 is incidenteel. Een aantal vacatures is in 2020 niet vervuld, er zijn minder opstapsubsidies verstrekt en er zijn minder kosten gemaakt voor opleidingen voor werkzoekenden. Corona heeft hieraan deels bijgedragen. Daarnaast zijn er een paar verplichtingen (€ 320.000) vrijgevallen: de teveel begrote opstapsubsidies uit 2019 en de belastingverplichting over 2016-2019 (als gevolg van uitspraak Hoge Raad over compenseerbaarheid BTW op kosten in het re-integratieproces). Voordeel PGB Begeleiding (€ 680.000) De SVB is niet in staat om de PGB-bestedingen te splitsen in begeleiding en beschermd wonen.

Begin oktober is het eerste bestedingsoverzicht over 2020 van het SVB ontvangen. Met behulp van eigen bestanden is vervolgens de splitsing gemaakt in begeleiding en beschermd wonen. Daaruit is gebleken dat de kosten begeleiding € 680.000 structureel lager waren dan verwacht. Voor een nadere specificatie van het voordeel wordt verwezen naar de Bijzondere paragraaf Doorontwikkeling sociaal domein en de toelichting op de programmabudgetten van de programma’s 7, 9 en 10 in de jaarrekening 2020.

Inleidende hoofdstukken | 19

Stand en verloop van de reserve sociaal domein Na bestemming resultaat 2020 zit er € 8,56 miljoen in de reserve. Afgesproken is dat de reserve tenminste € 1,5 miljoen bevat om risico’s af te dekken. Daardoor is er voldoende ruimte om de incidentele tekorten in 2022 af te dekken. Daarnaast wordt € 1,0 miljoen ingezet voor de taakstelling van 2023. Tabel: stand en verloop reserve sociaal domein (bedragen x € 1.000) Stand na bestemming resultaat 2020 Nodig voor opvang risico’s

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10258132/1